Beleidsplan Armoedebeleid 2024 e.v. versterken van bestaanszekerheid
Tekst van het document
ARMOEDEBELEID 2024 EN VERDER Versterken bestaanszekerheid
Inhoudsopgave Voorwoord
3
Samenvatting
4
1. Inleiding
6
2. Oorzaken en gevolgen armoede
8
3. Visie en missie 3.1. visie 3.2. missie
11 11 11
4. Van visie naar uitvoering 4.1 samenvoeging regelingen 4.2 herziening inkomensgrenzen 4.3 motie “onderzoek steun middeninkomens” 4.4 inkomensnorm: hoe het nu is geregeld
12 14 19 20 21
5. Kernwaarden in de uitvoering van dienstverlening aan inwoners
22
6. Ontwikkelopgaven 6.1 doorontwikkeling regelingen & bereik 6.2 integrale aanpak armoede en samenwerking netwerkpartners 6.3. samenwerkingsprojecten
26 26 27 28
7. Resultaten participatie
31
8. Kengetallen 8.1. cbs - laag en langdurig laag inkomen 8.2 stadspeiling 2023 8.3 r esultaten benchmark armoede & schulden: minimaregelingen vergeleken met andere gemeenten 9. Financiën
34 34 37 37 40
10. Communicatie
44
11. Monitoring en evaluatie 10.1 redenen voor het wel/niet bereiken van de doelgroep 10.2 leiden de ingezette middelen tot het gewenste resultaat 10.3 w at zijn de redenen voor het wel/niet behalen van het gewenste resultaat 10.4 effectonderzoek door externe onderzoeker in 2025
45 47 47 47 47
Bijlage 1 samenvatting netwerkbijeenkomst en resultaten gesprekken stadsgesprek
49
Bijlage 2 brede aanpak armoedebeleid in gemeentelijke beleidsnota’s en actieplannen
52
Bijlage 3 vergelijking geraamde kosten vanaf 2024 vergelekenmet de kosten van 2021 en 2022
55
Bijlage 4 aantallen verstrekkingen in 2021 en 2022
56
2
VOORWOORD Beste lezer, Graag presenteer ik u het nieuwe beleidsplan “Armoedebeleid 2024 en verder: versterken bestaanszekerheid”. In dit plan leest u hoe wij ons armoedebeleid de komende jaren vernieuwen. Een herijking, zodat wij onze inwoners beter kunnen helpen, zij ons beter weten te vinden en onze dienstverlening makkelijker wordt. Wie de meest recente cijfers van het Centraal Planbureau erop naslaat, weet dat armoede in ons land de komende tijd toeneemt. Bestaanszekerheid is niet voor niets een van de belangrijkste actuele landelijke thema’s. Uit onderzoek blijkt dat het aanbod in Amstelveen ruimhartig is. Daar zijn we trots op. Tegelijk blijkt dat niet iedereen er gebruik van maakt. De regelgeving van de overheid is bovendien soms te ingewikkeld en te weinig voorspelbaar voor inwoners. Het moet eenvoudiger. Daarom kiezen we in Amstelveen voor een aanpak waarbij we regelingen samenvoegen. Voor kinderen komt er één pakket. Er hoeven dus geen aparte aanvragen meer worden gedaan voor schoolkosten of sport. Voor inwoners met de pensioen gerechtigde leeftijd geldt hetzelfde; zij krijgen ook één pakket. Voor volwassenen komt er een aanbod via de Amstelveenpas met sport, leefstijl cultuur en participatie. We werken ernaartoe dat inwoners uit de doelgroep die bij ons bekend zijn en voldoen aan de voor waarden regelingen niet meer hoeven aanvragen, maar automatisch krijgen.
Inwoners zonder een bijstandsuitkering die in het verleden hiervoor in aanmerking zijn gekomen, worden herinnerd aan het opnieuw aanvragen. We stoppen zoveel mogelijk met achteraf controleren van bonnetjes. We gaan uit van vertrouwen en het vermogen van mensen om zelf keuzes te maken die passen bij hun situatie. Zo verminderen we de administratieve lasten. Het zijn enkele voorbeelden uit onze nieuwe benadering waarin de verregaande gevolgen van armoede op meerdere leefgebieden centraal staan. Want het gaat verder dan een negatief saldo op de bankrekening. Armoede onder kinderen bijvoorbeeld kan generaties lang doorwerken en hen remmen in hun ontwikkeling. Preventie is daarom belangrijk, evenals het voorkomen van gezondheidsverschillen. Life events zoals een scheiding of verlies van werk kunnen iedereen overkomen. Het kan voor een kettingreactie zorgen waarmee mensen in een vicieuze cirkel terechtkomen. Die cirkel willen wij doorbreken met een integrale aanpak. De persoon staat centraal, niet het oplossen van één specifiek probleem. Op die manier zorgen we ervoor dat we onze inwoners beter kunnen helpen en de bestaanszekerheid in Amstelveen vergroten.
Marijn van Ballegooijen Wethouder in Amstelveen
3
SAMENVATTING Bestaanszekerheid, ofwel een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Armoede zorgt ervoor dat bestaanszekerheid onder druk komt te staan. Het belemmert inwoners om mee te doen en leidt tot ongelijke kansen. Armoede kan ontstaan door ingrijpende gebeurtenissen zoals een echtscheiding of werkloosheid, maar kan ook van generatie op generatie worden overgedragen. Het leidt tot een vicieuze cirkel waardoor een opeenstapeling van problemen ontstaat.
Overheden hebben een verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat mensen niet door het ijs zakken en hulp te bieden waar mogelijk. Amstelveen pakt de handschoen op met nieuw beleid. De stijging van energiekosten en de hoge inflatie nopen hiertoe, alsmede nieuwe wetenschappelijke inzichten in de gevolgen van armoede en recent onderzoek naar Amstelveens beleid door de rekenkamer. Met het nieuwe beleid bevorderen wij kansengelijkheid en doorbreken wij de vicieuze cirkel.
We vergroten het bereik door: 5. Voorzieningen beter af te stemmen op de behoefte van de doelgroep. Een voorbeeld hiervan is het leefstijl en beweegaanbod voor volwassenen en de doorontwikkeling van de Amstelveenpas. 6. Inwoners die een voorziening aanvragen proactief te informeren over andere voor zieningen waar ze mogelijk recht op hebben. 7. Voorlichting en communicatie.
Dat doen we in eerste instantie door het versimpelen van de gemeentelijke regelingen. Hulp wordt bovendien eenvoudiger te vinden en aan te vragen. We vergroten de keuzevrijheid en we houden rekening met persoonlijke situaties door maatwerk te leveren. We hebben oog voor een (tijdelijke) vermindering van het ‘doenvermogen’ van inwoners met financiële problemen. Kinderen krijgen speciale aandacht. Ook zorgen we ervoor dat we meer mensen bereiken. Het beleid gaat uit van vertrouwen; inwoners met weinig geld kunnen zelf de beste keuze maken voor zichzelf en hun kinderen.
Integrale aanpak van armoede met partners Goede regelingen voor huishoudens met een laag inkomen zijn belangrijk, maar dat alleen is niet voldoende. Armoede gaat vaak samen met problemen op overige leefgebieden. Bijvoorbeeld gezondheid, opvoeding, werk en opleiding. Daarom ontwikkelen wij een integrale aanpak, om zo de negatieve gevolgen van armoede op meerdere levensgebieden aan te pakken. Goede samenwerking met maatschappelijke partners en (vertegenwoordigers van) de doelgroep is van groot belang om van deze brede aanpak van armoede een succes te maken. Daarom hebben we ter voorbereiding van de nota een netwerkbijeenkomst georganiseerd met maatschappelijke organisaties en een stadsgesprek met inwoners die gebruikmaken van de minimaregelingen. We zetten deze uitwisseling voort en blijven dit faciliteren.
We vereenvoudigen door: 1. Regelingen voor dezelfde doelgroep zoveel mogelijk samen te voegen. 2. Eén inkomensgrens te hanteren versus meerdere inkomensgrenzen zoals nu het geval is. We vergroten de keuzevrijheid en maatwerk voor inwoners door: 3. Vaker een geldbedrag te verstrekken in plaats van een voorziening in natura. 4. We continueren de ruimhartige inzet van individuele bijzondere bijstand.
Onderzoek en data Ter voorbereiding van de nota zijn de volgende onderzoeken gedaan: 1. Cliënt Ervaringsonderzoek. 2. Inkomenseffectrapportage. 3. Benchmark waar onze minimaregelingen vergeleken worden met andere gemeenten.
4
Doelen
Maatschappelijk effect Signalering Life-events Regelingen Bijz.bijstand
Onderwijs Taal Noodfonds Omgekeerde toets De bedoeling
SHV Balans Vroegsignalering JAS Saneringskredieten
Laag inkomen Armoede
Kansen ongelijkheid
Schulden
Kengetallen
Communicatie Laageletterdheid Kansrijke start Digitale vaardigheden
Gemeente P-wet uitkering
Rijk / inkomenspolitiek
Doenvermogen Stress Bestaanszekerheid
Stress sensitieve dienstverlening Eevoudig / bereik Menselijke maat
UWV WW/WIA/WAJONG Werk
SVB AOW / kinderbijslag DUO studiefinanciering
Afstand tot arbeidsmarkt
Werkplein Armoedeval Inburgering Kinderopvang
Fysieke / mentale gezondheid Kleiner netwerk Minder hulpbronnen
Gezond in A’veen Gezonde leefomgeving Amstelveenpas regeling chronisch zieken Jeugdbeleid
Welzijn Ontmoeten Aanpak eenzaamheid Inclusie Kunst & cultuur Sport Ov-ouderen
Negatieve spiraal Positieve spiraal
5
1. INLEIDING Voor u ligt het beleidsplan “Armoedebeleid 2024 en verder: versterken bestaanszekerheid” gericht op armoedebestrijding en ondersteuning van inwoners met een laag inkomen in de gemeente Amstelveen. Het coalitieakkoord van 2022 benadrukt gelijke kansen voor iedereen en richt zich op werk, inkomen, schuldenproblematiek en armoedebeleid. We zetten ons in voor inwoners met beperkte middelen en stimuleren deelname aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Door preventie en ondersteuning in welzijn en zorg bevorderen we inclusie. Tussen de laatste herijking van het minimabeleid in 2019 van de beleidsnota “Iedereen doet mee” en 2023 is er veel veranderd en gebeurd. Sindsdien heeft de gemeente Amstelveen veel ondernomen om armoedeproblematiek te verminderen en te verzachten. We hebben een ruime inkomensgrens van 130% van het wettelijk sociaal minimum voor mensen die in aanmerking komen voor financiële onder steuning. Voor vrijwel elk gevolg van armoede is een aanpak ontwikkeld. Onze aanpak richt zich op het verbeteren van fysieke en mentale gezondheid, het voorkomen van eenzaamheid, en het stimuleren van ontmoetingen en kansen op het gebied van werk. In de schuldhulpverlening wordt aan inwoners met betalingsachterstanden op hun vaste lasten proactief hulp aangeboden door Balans schuld hulpverlening van de gemeente (vroegsignalering).
We zetten via het Amstelveenloket, het Werkplein AA en het Sociaal Team in op integrale dienstverlening en hulp voor onze inwoners met armoedeproblematiek.1
Onderzoek Rekenkamer De gemeenteraad heeft de Rekenkamer gevraagd onderzoek te doen naar het minimabeleid om inzicht te verkrijgen in de doelmatigheid en doeltreffendheid van het minimabeleid van de gemeente Amstelveen. Op 26 oktober 2022 heeft de gemeenteraad het rekenkameronderzoek vastgesteld.
1. 2.
3.
4. De conclusie van de Rekenkamercommissie was dat de gemeente beschikt over een ruimhartig aanbod aan minimaregelingen maar dat nog niet iedereen wordt bereikt. Daarnaast concludeert de rekenkamer dat de doelstellingen niet concreet geformuleerd zijn waardoor het lastig is conclusies aan het huidige beleid te verbinden. De Rekenkamercommissie adviseert dan ook de bestaande beleidsdoelen toetsbaar te maken en het beleid duidelijker te communiceren naar zowel de inwoner als de gemeenteraad. Daarnaast heeft de Rekenkamercommissie de volgende aanbevelingen gedaan:
5.
6.
7. 8.
Formuleer een brede integrale visie op armoede en minima; Breng de raad in positie om kaders en doelen te stellen en bepaal gezamenlijk de indicatoren; Vergroot het inzicht in de (potentiële) doelgroep van het minimabeleid, de effecten van de regelingen en de klanttevredenheid; Zet ketenpartners in voor de vergroting van het bereik van de regelingen; Besteed in het aanbod voldoende aandacht aan lage inkomens, middeninkomens en gezinnen met kinderen boven de 18 jaar; Zorg voor duidelijke en volledige informatie over de minimaregelingen en informeer inwoners proactiever. Vereenvoudig daarnaast de aanvraagprocedure; Betrek de gemeenteraad bij het inrichten van de informatievoorziening; Ontwikkel een informatieprotocol voor de raad en investeer in kennissessies.
1 Zie bijlage 3, brede aanpak armoedebeleid in gemeentelijke beleidsnota’s en actieplannen.
6
Participatie In april 2023 is een Cliënt Ervaringsonderzoek (CEO) uitgevoerd onder huishoudens met een Amstelveenpas met vragen over het minimabeleid. In totaal hebben 1.587 huishoudens een verzoek ontvangen om de vragenlijst in te vullen. 282 huishoudens hebben de vragenlijst ingevuld, waarvan 72 online en 210 op papier. 24% van de deelnemers aan het onderzoek heeft kinderen. Inwoners die meededen met de enquête konden zich opgeven voor een Stadsgesprek over minimavoorzieningen. Met de ruim twintig deelnemers en de Cliëntenraad Minima Amstelveen (CMA) is dieper ingegaan op wensen met betrekking tot het toekomstige aanbod aan minimavoorzieningen. De uitkomsten uit de enquête werden hier goeddeels bekrachtigd. Met dit beleidsplan beogen wij invulling te geven aan de aanbevelingen van de Rekenkamer, de aanbevelingen vanuit CEO, het stadsgesprek en de netwerkbijeenkomst, de resultaten uit de benchmark en inkomenseffectrapportage. Wij omschrijven onze aanpak voor het voorkomen en
bestrijden van armoede in Amstelveen. Ondanks de beperkte invloed van gemeenten op inkomenspolitiek streven we naar bestaanszekerheid. Dit willen we doen in samenwerking met het Rijk.
Leeswijzer Hoofdstuk twee biedt inzicht in de aard van armoede, de gevolgen ervan en relevante onderzoeken. In hoofdstuk drie bespreken we onze visie, missie en de relatie met het coalitieakkoord. Hoofdstuk vier gaat over der vertaling van onze visie naar de regelingen. In hoofdstuk vijf beschrijven we hoe we onze dienstverlening uitvoeren. Hoofdstuk zes gaat over de ontwikkelopgave en hoofdstuk zeven behandelt de uitkomsten van de participatie. In hoofdstuk acht komen kengetallen aan bod. In hoofdstuk negen vindt u het financiële overzicht en hoofdstuk tien gaat over monitoring en evaluatie. In bijlage 5 vindt u een was / wordt overzicht van de regelingen.
7
2. OORZAKEN EN GEVOLGEN ARMOEDE Armoede is een complex en veelomvattend begrip dat veelvuldig aandacht krijgt in de media en waar veel onderzoek naar wordt gedaan. In dit hoofdstuk definiëren we het begrip armoede en bespreken we enkele oorzaken en gevolgen van het leven in armoede, gebaseerd op diverse landelijke en lokale wetenschappelijke onderzoeken.
Oorzaken van armoede en druk op de bestaanszekerheid
Laag inkomen Armoede
Kansen Ongelijkheid
Schulden
Kengetallen
Gemeente P-wet uitkering
Rijk/ inkomenspolitiek
Doenvermogen Stress Bestaanszekerheid
Belastingdienst/ toeslagen
UWV WW/WIA/WAJONG
SVB AOW / kinderbijslag
Werk
DUO studiefinanciering Afstand tot arbeidsmarkt
Fysieke/mentale gezondheid Kleiner netwerk Minder hulpbronnen
8
Bestaanszekerheid
Armoede en “doenvermogen”
In de grondwet is sinds 1983 artikel 20 opgenomen, waar in staat dat de bestaanszekerheid en spreiding van welvaart een onderwerp van zorg zijn van de overheid. De overheid legt in wetten de aanspraken op sociale zekerheid vast. Het recht op bijstand van overheidswege voor mensen die niet in het eigen bestaan kunnen voorzien hebben is ook bij wet geregeld.
In “De rol van grenzen aan doenvermogen bij rondkomen, financiële zorgen en problemen”2 wordt uitleg gegeven over doenvermogen en de samenhang met armoede. Het begrip ‘doenvermogen’ is een verzamelbegrip dat door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) wordt gehanteerd en wordt omschreven als “het vermogen om een plan te kunnen maken, in actie te komen, acties vol te houden, en te kunnen omgaan met verleidingen en tegenslag”. De kern van doenvermogen is wellicht zelfcontrole. Eenvoudig gezegd gaat het om wilskracht en discipline: het vermogen om intenties daadwerkelijk om te zetten in het bijpassende gedrag. En om effectief weerstand te bieden aan verleidingen die niet overeenstemmen met iemands doelen op langere termijn. Er zijn diverse omstandigheden die iemands vermogen tot zelfcontrole (tijdelijk) kunnen ondermijnen. Bijvoorbeeld negatief affect3, cognitieve belasting, eerdere opgebrachte zelfcontrole, stress en slaapgebrek. Al deze ondermijnende factoren komen vaker voor bij mensen met weinig inkomen. Onderzoek toont bijvoorbeeld een duidelijk verband tussen inkomensniveau en stress. Ook slapen mensen met lage inkomens gemiddeld minder uren per etmaal. Voor een deel komt dat wellicht doordat zij meer reden hebben om wakker te liggen, maar voor een deel kan het ook komen door hun huisvestingssituatie.
Mensen met weinig geld hebben bijvoorbeeld minder vaak een eigen slaapkamer, en wonen vaker in een gehorig huis in een buurt met veel lawaai.
Commissie sociaal minimum De Commissie pleit voor een brede benadering van bestaanszekerheid. Bestaanszekerheid gaat niet alleen over voldoende inkomen, maar ook over een goede gezondheid, betaalbare en duurzame huisvesting, werk dat loont, een adequate opleiding, gezonde sociale relaties en een zinvol leven. Bestaanszekerheid draagt daarmee bij aan de brede welvaart van burgers. De Commissie heeft daarbij vastgesteld dat de bestaanszekerheid van een omvangrijke groep mensen in het geding is onder invloed van de flexibilisering van de arbeidsmarkt, de hardnekkigheid van kansenongelijkheid in het onderwijs, het tekort aan betaalbare woningen, en het bestaan van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Financiële bestaanszekerheid betekent dat inwoners over voldoende financiële middelen beschikken om te voorzien in elementaire levensbehoeften (zoals voeding, water en energie), maar ook in basale maatschappelijke participatie (sociale en culturele activiteiten en sport). Voldoende financiële middelen betekent ook dat inwoners beschikken over voldoende financiële buffers om onverwachte uitgaven op te vangen.
Life events Armoede kan ontstaan door ingrijpende gebeurtenissen zoals echtscheiding, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid of door een ontoereikend salaris. Hierdoor komt de bestaanszekerheid onder druk te staan en moeten huishoudens met lagere inkomens vaak meerdere regelingen aanvragen om boven de armoedegrens uit te komen. Ook zijn de vaste lasten de laatste jaren gestegen, wat vooral voor mensen die het niet breed hebben zwaar valt.
Lagere levensverwachting en minder gezonde levensjaren Sociaaleconomische verschillen in ziekte en gezondheid zijn systematisch en wereldwijd aangetoond. Mensen met een lage maatschappelijke positie (veelal afgemeten aan opleiding en/of inkomen) hebben gemiddeld een lagere levensverwachting dan mensen met een hogere maatschappelijke positie. Ook hebben zij vaker chronische aandoeningen, een ongezonde leefstijl (minder sporten en bewegen), meer te maken met eenzaamheid en psychische klachten en voelen ze zich ongezonder dan mensen met een hogere opleiding en meer inkomen.
2 Erasmus Universiteit - De rol van grenzen aan doenvermogen bij rondkomen, financiële zorgen en problemen | Publicatie | Rijksoverheid.nl 3 Negatief affect is het geheel aan negatieve emoties en gemoedstoestanden die een persoon heeft zoals schuld en schaamte, verdriet, verbitterdheid en onvrede, stress, angst en bezorgheid.
9
Een recente publicatie van CBS laat zien dat de in Nederland de levensverwachting van mannen in het hoogste welvaartsniveau negen jaar hoger ligt dan dat van mannen in het laagste welvaartsniveau. Voor vrouwen is dit verschil acht jaar. De meest welvarenden leven niet alleen langer, ze brengen ook een groter deel van hun leven door in goede gezondheid. De levensverwachting in goede gezondheid bij geboorte was 49 jaar voor mannen in de laagste welvaartsgroep, tegenover 74 jaar voor de meest welvarende mannen. Voor vrouwen was dit achtereenvolgens 49 jaar en 72 jaar (23 jaar verschil). (Bron: Bovenaan welvaartsladder bijna 25 jaar langer in goede gezondheid (cbs.nl)).
Definitie inkomensgrenzen CBS Bij een inkomen onder de lageinkomensgrens spreekt het CBS van een laag inkomen of van een armoederisico. In 2021 lag de grens voor een alleenstaande op 1.130 euro netto per maand. Voor een paar zonder kinderen was dat 1.590 euro, en met twee minderjarige kinderen 2.170 euro. Voor een eenouder gezin met twee minderjarige kinderen bedroeg de grens 1.720 euro.4
Uitgesloten van minimale levens standaard materieel, cultureel en sociaal (SCP) Armoede wordt door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gedefinieerd als een situatie waarin mensen langdurig niet de middelen hebben voor goederen en voorzieningen die als minimaal noodzakelijk gelden5. Het gaat verder dan een tekort aan financiële middelen; armoede kan ook worden gezien als een situatie waarin mensen onvoldoende materiële, culturele en sociale middelen hebben, waardoor zij zijn uitgesloten van een levensstandaard die als minimaal wordt gezien in hun samenleving. Een algemene oplossing van de Commissie Sociaal Minimum, en de nationale ombudsman is dat het rijk zou moeten zorgen voor voldoende bestaanszekerheid, zodat gemeenten zich meer kunnen focussen op versterking van de sociale participatie.
Landelijke Commissie Sociaal Minimum en Vereniging Nederlandse gemeenten6 De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) pleit voor een langetermijnvisie van het Rijk om de balans tussen inkomsten en uitgaven te herstellen7. Wettelijk sociaal minimum is te laag De landelijke Commissie Sociaal Minimum heeft onlangs in haar rapport ‘Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum’8 onderbouwd dat mensen die op het sociaal minimum leven de komende jaren fors geld tekort komen als het Rijk geen extra maatregelen neemt. Om de tekorten bij huishoudens op korte termijn op te lossen stelt de Commissie voor om het minimumloon en de bijstand te verhogen, en eventueel ook de huurtoeslag. Daarnaast moet ook de kinderbijslag of het kindgebonden budget omhoog, in het bijzonder de bedragen voor oudere kinderen. Stelsel te complex en te onvoorspelbaar voor de doelgroep In zijn tweede rapport concludeert de commissie dat te gerichte inkomensondersteuning leidt tot een complex en ontoegankelijk stelsel. Mensen begrijpen de vereisten niet altijd, waardoor ze verrast worden en ze kunnen de gevolgen van keuzes voor hun inkomen niet goed overzien. Hierdoor maken mensen minder gebruik van voorzieningen of stellen keuzes uit. De commissie beveelt daarom o.a.
aan om te zorgen voor voorspelbare en overzichtelijke inkomensondersteuning en meer ruimte voor maatwerk als regelgeving niet toereikend is. De Commissie onderscheidt vier stelselvereisten: voorspelbaarheid, toegankelijkheid, uitvoerbaarheid en houdbaarheid.
4 Huishouden met laag inkomen (cbs.nl) 5 SCP: kennisnotitie armoederamingen september 2022 6 Een zeker bestaan; Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum (Rapport II) | Rapport | Rijksoverheid.nl 7 Bestaanszekerheid als belofte (vng.nl) 8 Forse verhoging van het sociaal minimum is nodig | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl
10
3. VISIE EN MISSIE
Doelen
Maatschappelijk effect
3.1. Visie Zoals besproken in hoofdstuk 2 heeft armoede verschillende ontstaansredenen, maar het maatschappelijk effect is steeds hetzelfde: inwoners worden belemmerd om mee te doen aan de samenleving, waardoor niet iedereen gelijke kansen heeft. Hierdoor kan een vicieuze cirkel ontstaan die soms generaties lang een effect hebben. In onze visie is het onacceptabel dat inwoners in armoede moeten leven en om financiële redenen niet kunnen meedoen aan de samenleving. We vinden het ontoelaatbaar als het ontbreken van voldoende geld reden is voor deze kansenongelijkheid. Het maatschappelijk effect dat we nastreven is dat we kansengelijkheid bevorderen door het doorbreken van de vicieuze cirkel waarin sommige inwoners zich in bevinden. Voldoende financiële bestaanszekerheid is één van de belangrijke voorwaarden om deze vicieuze cirkel te doorbreken.
3.2. Missie Coalitieakkoord In ons coalitieakkoord 2022-2026 “Warm hart voor Amstelveen” staat het volgende over het onderwerp armoedebestrijding geschreven. “Alles wat we doen op het gebied van werk, inkomen,
schuldenproblematiek en armoedebeleid draagt bij aan het tegengaan van kansenongelijkheid. We hebben oog voor inwoners met een smalle beurs en zorgen dat zij kunnen deelnemen aan sportieve, culturele en sociale activiteiten. Preventie en ondersteuning op het gebied van welzijn en zorg maakt meedoen voor meer mensen mogelijk”. We dragen bij aan financiële bestaanszekerheid door te kijken naar het bereik van de doelgroep en de effectiviteit van de getroffen voorzieningen. We streven naar hulp voor minima die eenvoudig te begrijpen, te vinden en aan te vragen is. We gaan uit van vertrouwen in de capaciteiten van inwoners om de beste keuzen voor henzelf en voor hun kinderen te maken. Bij oplossingen wordt rekening gehouden met de leefwereld van de inwoners en met de effecten die langdurige stress heeft op de cognitieve vermogens. We willen dat alle kinderen in Amstelveen dezelfde kansen krijgen en mee kunnen doen in de maatschappij. Gezondheidsverschillen als gevolg van armoede proberen we te voorkomen. We zijn daarbij bereid om buiten de gebaande paden oplossingen te zoeken en te doen wat nodig is. We hebben oog voor de leefsituatie van inwoners die tussen wal en schip vallen.
11
4. VAN VISIE NAAR UITVOERING
Wettelijk kader: Participatiewet en Gemeentewet Op basis van de Participatiewet en de Gemeentewet bestaan er diverse regelingen voor inwoners met een laag inkomen. In de Participatiewet zijn nadere regels opgenomen om mensen met een laag inkomen in bijzondere omstandigheden te kunnen ondersteunen. Naast de gemeentelijke regelingen zijn in de Participatiewet enkele aanvullende inkomensvoorzieningen opgenomen om mensen met een (langdurig) laag inkomen in bijzondere omstandigheden te kunnen ondersteunen (artikelen 35 t/m 36b PW). De categoriale ziektekostenverzekering, individuele inkomenstoeslag en de eenmalige energietoeslag zijn de enige regelingen die aan groepen inwoners als geheel aangeboden mogen worden, zonder per individueel huishouden de noodzaak vast te stellen. De wijze van uitvoering is nader bepaald in verordeningen en beleidsregels. Aanvullend op de Participatiewet mogen gemeenten op grond van de Gemeentewet voor een groot deel zelf bepalen hoe zij het minima beleid invullen. Dat kan bijvoorbeeld door gemeentelijke minimaregelingen aan te bieden gericht op het bevorderen van welzijn van
kinderen (zoals deelname aan culturele of sportieve activiteiten), ondersteunen van kwetsbare inwoners, ondersteuning van inwoners met hogere zorgkosten. De diverse regelingen die er voor verschillende doelgroepen met een laag inkomen zijn, vallen hieronder. Bijvoorbeeld de kindregelingen, de Amstelveenpas, het financieren van de voedselbank of het kwijtschelden van gemeentelijke belastingen.
Gemeentelijke regelingen wijzigen Het huidige minimabeleid bestaat uit ruim 18 regelingen met diverse inkomensgrenzen, gericht op verschillende facetten van armoede (bijvoorbeeld ontwikkelkansen kinderen, zorgkosten). Dit brede aanbod kan op individueel niveau de problemen van de inwoner mogelijk oplossen, maar het gevaar bestaat dat inwoners door de bomen het bos niet meer zien. Het is voor inwoners soms moeilijk om veel verschillende regelingen aan te vragen. We willen daarom het aantal gemeentelijke regelingen terugbrengen om het aanvraagproces te versimpelen en het bereik te vergroten. Zo houden we meer rekening met het (tijdelijk) verminderde doenvermogen van inwoners als gevolg van een laag inkomen en bijkomende
12
problematiek. We doen dit ook zodat er in de uitvoering ruimte ontstaat om meer maatwerk toe te kunnen passen en volgens de principes van stress sensitieve dienstverlening te werken. De regelingen hebben ook een preventief karakter. Het rapport van de nationale ombudsman “sociale minima in de knel” (2022) geeft ons een aantal interessante handvatten dit te verbeteren, waaronder.: zoek proactief burgers op wijs en actief wijs op de voorzieningen waar ze recht op hebben; ken voorzieningen automatisch toe als er geen plichten voor een burger aan verbonden zijn; hou rekening met het doenvermogen en life events door burgers zo veel mogelijk te ontlasten. Hieronder geven we weer hoe deze uitgangs punten zijn verwerkt in de wijziging van de voorzieningen. We hebben hierbij naar drie variabelen gekeken: We vereenvoudigen door: 1. Regelingen voor dezelfde doelgroep zoveel mogelijk samen te voegen. 2. Eén inkomensgrens te hanteren versus meerdere inkomensgrenzen zoals nu het geval is. We vergroten de keuzevrijheid en maatwerk voor inwoners door: 3. Vaker een geldbedrag te verstrekken in plaats van een voorziening in natura. 4. We continueren de ruimhartige inzet van individuele bijzondere bijstand. We vergroten het bereik door: 5. Voorzieningen beter af te stemmen op de behoefte van de doelgroep.
Een voorbeeld hiervan is het leefstijl en beweegaanbod voor volwassenen en de doorontwikkeling van de Amstelveenpas. 6. Inwoners die een voorziening aanvragen proactief te informeren over andere voorzieningen waar ze wellicht ook recht op hebben.
Rechtmatigheid, doelmatigheid, doeltreffendheid Vertrouwen in de inwoners houdt onder andere in dat we bij alle regelingen eerst vaststellen dat de inwoners recht hebben op deze regeling. We checken onder andere het inkomen en vermogen van het huishouden. We stellen vast of de kosten echt noodzakelijk zijn voor dit huishouden. Als aan deze drie voorwaarden wordt voldaan, verstrekken we de regeling en vertrouwen we erop dat het geld goed besteed wordt. De controle van bonnen achteraf laten we in veruit de meeste gevallen achterwege. Bij de toekenning van regelingen om de participatie te bevorderen (o.a. kindregeling, Amstelveenpas) is het evident dat de kosten noodzakelijk zijn om mee te doen aan de samenleving. Gezinnen hoeven bijvoorbeeld niet van te voren een offerte van de voetbal contributie op te sturen of achteraf bonnen op te sturen. We willen het immers makkelijk maken om deel te nemen aan de samenleving. Voor de Inrichtingskosten (onderdeel van de individuele Bijzondere Bijstand) stellen we ook bij voorbaat vast dat deze kosten noodzakelijk zijn. Het gaat hier onder andere om statushouders die in een lege huurwoning worden gehuisvest waarbij is op voorhand al duidelijk dat de verlening van inrichting noodzakelijk is.
We vertrouwen erop dat inwoners de vergoeding gebruiken om de lege huurwoning in te richten en vragen niet meer om aan te tonen dat de middelen juist zijn besteed. Voor de overige onderdelen van de individuele bijzondere bijstand stellen we wel per aanvraag de noodzaak vast. Bijvoorbeeld bij de vergoeding van de eigen bijdrage voor rechtsbijstand, checken we of de inwoner of er een geschil is. Ook bij deze kosten gaan we ervan uit dat de vergoeding wordt ingezet waar het voor bedoeld is, zonder achteraf bonnen of facturen te controleren.
13
4.1 samenvoeging regelingen Kindregelingen Er zijn op dit moment meerdere regelingen voor kinderen. Voor kinderen op het basisonderwijs en voortgezet onderwijs is er de mogelijkheid om 1 keer per 4 jaar een computer aan te vragen. Er is een sport- en cultuurregeling, die met ingang van 2023 is verhoogd naar € 375. In praktijk wordt deze regeling vooral voor sportactiviteiten van kinderen gebruikt. Er is een bijdrage in de schoolkosten voor kinderen en een bijdrage voor huiswerkbegeleiding. Al deze voorzieningen moeten nu apart worden aangevraagd. We proberen dit te vereenvoudigen door regelingen samen te voegen tot kind regelingen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Gezinnen krijgen een geldbedrag, zodat ze zelf kunnen kiezen waar ze een computer kopen en hoe ze het bedrag inzetten voor deelname aan bijvoorbeeld sport, cultuur of een fiets. De huidige aparte computerregelingen vervallen en worden vervangen door een verhoging van het jaarlijkse geldbedrag dat gezinnen per kind ontvangen. Vanaf groep 5/6 kunnen scholen lessen aanbieden waarbij een kind voorbereidingen moet doen op een laptop, denk aan een boekbespreking of werkstuk maken. We hebben daarvoor het jaarbedrag van het kindpakket 9 t/m 11 jaar opgehoogd met € 150 per jaar. In het bedrag voor kinderen op de middelbare school is rekening gehouden met de huur van een laptop via school met een overeenkomst.
Dan heeft een leerling meteen een goede passende laptop en is onderhoud/reparatie gedekt. Uiteraard kunnen ouders er ook voor kiezen om een laptop te kopen.
Gevolgen van de nieuwe werkwijze voor bereik en hoogte van de vergoeding De huidige schoolregeling wordt toegekend en direct uitbetaald aan ouders. Ouders hoeven niet aan te tonen dat het aan kosten voor school wordt uit gegeven. Dat is anders bij de huidige sport- en cultuurregeling. Ouders krijgen een beschikking dat ze recht hebben op deze regeling. Pas als ze een factuur inleveren waaruit blijkt dat ze kosten hebben gemaakt voor sport en cultuur voor hun kinderen wordt het geld over gemaakt aan de ouders. Dit heeft veel effect op het daadwerkelijke bereik van de huidige regeling, want voor ruim de helft van de kinderen die een toekenning kreeg worden geen facturen ingediend. Hierdoor ontvingen deze gezinnen het geld voor de sport- en cultuur regeling niet. In de nieuwe opzet van de regelingen betalen we deze gezinnen een bedrag per jaar uit zonder om facturen te vragen. Hierdoor ontvangen gezinnen die voorheen in praktijk de sport/cultuurregeling niet uitbetaald kregen in de nieuwe situatie meer geld dan voorheen. Het effectieve bereik wordt dan aanzienlijk verbeterd. Ruim de helft van de gezinnen die nu bij ons bekend zijn ontvangt met de nieuwe werkwijze meer geld dan voorheen. We verwachten daarom dat de totale uitgaven voor de kindregelingen hoger worden dan tot nu toe gebruikelijk was.
Als we alle toekenningen van de sport en cultuurregeling uitbetaald zouden hebben, zouden de kosten in 2021 € 101.250 hoger zijn geweest, en in 2022 zouden we € 82.500 meer uitgekeerd hebben.9
Voor kinderen in de leeftijdscategorie 6 t/m 8 jaar is er een bijdrage van € 200 per gezin voor een tablet zodat kinderen jong de eerste computervaardigheden kunnen opdoen.
9 In 2021 maakten 405 kinderen (54% van de toekenningen) geen gebruik van de sport/cultuur vergoeding van € 250. In 2022 waren dat 330 kinderen (52%).
14
NU: voor kinderen Internet: Sport&cultuur: School:
Wordt per jaar: € 180 (per gezin)
1 keer per 4 jaar per gezin
€ 200
€ 375
Kindregeling 4 t/m 8 jaar
€ 500
€ 75/€ 150
Kindregeling 9 t/m 11 jaar
€ 650
Kindregeling 12 t/m 17 jaar
€ 800
Computer regeling PO
€ 400 (per 4 jaar)
Vervalt
Computer regeling VO
€ 400 (per 4 jaar)
Vervalt
Vaktr. Huiswerkbegeleiding
€ 300 max
Zwemles kinderen
Volwassenen We hebben nu weinig regelingen voor sport, cultuur en participatie voor volwassenen. Uit de benchmark met andere gemeenten blijkt dat Amstelveen hierin afwijkt van andere gemeenten. Zowel uit het Cliënt Ervaringsonderzoek als uit het stadsgesprek met inwoners die gebruik maken van de minimaregelingen blijkt dat er veel behoefte is aan een regeling waardoor deelname aan sport of maatschappelijke activiteiten vergemakkelijkt wordt. We breiden daarom het aanbod voor volwassenen via de Amstelveenpas uit, met name op de thema’s gezonde leefstijl, sport en beweging cultuur en participatie. We sluiten hiermee aan bij de doelstelling van het gezondheidsbeleid om gezondheidsverschillen tussen arm en rijk te verkleinen. Beperkte sport en beweegdeelname
Blijft hetzelfde, aansluiting op Amstelveenpas Blijft hetzelfde
wordt mede veroorzaakt doordat mensen te weinig geld hebben om deel te nemen. Dit is één van de oorzaken van deze gezondheidsverschillen. Beweegactiviteiten bevorderen niet alleen de fysieke gezondheid, maar ook de mentale gezondheid en verminderen het sociaal isolement. We zorgen daarom voor een veelzijdig aanbod dat aansluit op de behoefte en rekening houdt met beperkingen omdat de doelgroep vaak gezondheidsproblemen heeft. We ontwikkelen dit in samenspraak met inwoners uit de doelgroep, cliëntenorganisaties, Amstelveen Sport, verenigingsleven en professionals. Amstelveen Sport beschikt al over sportcoaches die zich richten op laagdrempelige beweegactiviteiten en toeleiding naar het verenigingsleven en aansluiting op GLI10 begeleidingstrajecten. We zetten o.a. in op goedkope lidmaatschappen voor sport.
NU: voor volwassenen
Wordt per jaar:
Geen regeling
Betaalbaar en passend beweeg- en gezondheidsaanbod, cultuur en participatie aanbod o.a. via Amstelveenpas
Zwemregeling
Blijft hetzelfde
10 gecombineerde leefstijl interventie
15
Pensioengerechtigden Voor de doelgroep ouderen hebben we nu voor openbaar vervoer en voor inrichting van de woning een regeling. Deze regelingen bieden weinig keuzevrijheid, en sluiten beperkt aan op de behoefte. Uit het Client Ervaringsonderzoek blijkt dat er ook behoefte is aan cultuur, uitstapjes, en andere vormen van participatie. We willen daarom de bestaande regelingen samenvoegen tot één regeling met een jaarlijks geldbedrag. Ouderen kunnen hiermee bijvoorbeeld ook deelnemen aan beweegactiviteiten of activiteiten
waarmee het sociale netwerk versterkt wordt om eenzaamheid te voorkomen. Uit het onderzoek “Met te weinig genoegen nemen” (2022)11 van de Nationale Ombudsman weten we dat er veel ongewenst ondergebruik van inkomensvoorzieningen is bij ouderen. Hierdoor komen ouderen na de AOW gerechtigde leeftijd soms onder het sociaal minimum uit. Met deze verbeterde en eenvoudiger rege-ling geven we invulling aan de aanbevelingen uit dit onderzoek.
NU: voor pensioengerechtigden
Wordt per jaar:
Regeling duurzame gebruiksgoederen € 750/€ 90012 (per 3 jaar)
Regeling alleenstaande pensioengerechtigde € 300,00 pp Regeling samenwonende pensioengerechtigden € 375 hh
OV regeling ouderen
Vervalt
Zorgverzekering, zorgkosten We hebben nu een collectieve zorgverzekering bij Zorg en Zekerheid voor inwoners met een laag inkomen. Inwoners met een laag inkomen kunnen via deze regeling een ziektekostenverzekering (basisverzekering en keus uit twee aanvullende verzeke-
ringen). De gemeente legt bij, zodat de kosten voor de inwoner beperkt worden. Deze regeling zetten we voort. Voor inwoners die twee jaar of langer hun hele eigen risico opmaken is er de maatwerkvoorziening chronisch zieken en gehandicapten. Deze regeling wordt ongewijzigd voortgezet.
NU: overig
Wordt per jaar:
Maatwerkvoorziening eigen bijdrage zorgverzekering voor chronisch zieken € 252
Blijft hetzelfde
Collectieve zorgverzekering
Gemeentelijke bijdrage indexeren
Overige regelingen Individuele bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag Het wettelijke kader voor de individuele bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag is de Participatiewet. Amstelveen kent een ruimhartig beleid voor de toepassing van de individuele bijzondere bijstand. Bijzondere bijstand is een vergoeding voor buitengewone noodzakelijke kosten die een inwoner met een laag inkomen en vermogen moet maken, niet zelf kan betalen en
nergens anders vergoed krijgt. Voor welke kosten iemand bijzondere bijstand kan krijgen hangt af van individuele omstandigheden. Bepalend is dat de kosten bijzonder en noodzakelijk moeten zijn. Met name in de toekenningen voor duurzame gebruiksgoederen, inrichtingskosten en medische kosten zijn we relatief ruimhartig. Dit continueren we. Volgens de Participatiewet moeten huishoudens hier zelf voor reserveren. We zien in praktijk dat het toepasselijke sociaal minimum in veel situaties niet toereikend is om financiële gevolgen van life events zoals echtscheiding,
11 https://www.nationaleombudsman.nl/publicaties/rapporten/2022111 12 Afhankelijk van gezinssamenstelling
16
verlies van werk en ziekte op te vangen. Dit komt omdat de vaste lasten de laatste jaren meer zijn gestegen dan de inkomens, waardoor minimahuishoudens geen buffer (meer) hebben. We bekijken per aanvraag hoe we inwoners in hun specifieke persoonlijke situatie duurzaam vooruit kunnen helpen. We passen maatwerk toe en maken hierbij onderbouwde uitzonderingen op wet- en regelgeving.
Individuele inkomenstoeslag Dit is een regeling uit de Participatiewet (art. 36) voor volwassenen die langdurig een laag inkomen en vermogen hebben en er geen perspectief op een beter inkomen. Een kwart van het budget van de individuele bijzondere bijstand wordt besteed aan de individuele inkomenstoeslag.
Vergoeding Bewindvoeringskosten Eén derde van het budget van de individuele bijzondere bijstand gaat naar de vergoeding van eigen bijdragen voor beschermingsbewind. Deze post is niet beïnvloedbaar, omdat de rechter het beschermingsbewind instelt.
Woonkostentoeslag Circa 7% van het budget is voor woonkosten boven de huurgrens. Het betreft hier huishoudens die vanwege een onvoorzienbare urgente redenen moeten verhuizen waardoor zij niet kunnen wachten op een betaalbare huurwoning, bijvoorbeeld door een complexe echtscheiding. Vaak gaat het om gezinnen met kinderen die niet in aanmerking komen voor de huurtoeslag omdat hun huur hoger is dan de maximale huurgrens (€ 808,06 in 2023), omdat ze een commerciële verhuurder hebben. Wij zetten deze regeling onder andere in om dakloosheid van kinderen te voorkomen. De regeling duurt maximaal 1 jaar en wordt gecombineerd met een verhuisverplichting en warme doorgeleiding naar de aanvraag van een woonurgentie. De woonkostentoeslag voor huishoudens die door ziekte of baanverlies de huur niet kunnen betalen, ter overbrugging naar een beter betaalbare woning. Dit wordt maximaal 6 maanden ingezet.
Inrichtingskosten: leningen omzetten in een gift Inwoners komen in aanmerking voor een vergoeding van inrichtingskosten, wanneer sprake is van een noodzaak tot verhuizen vanwege bijzondere omstandigheden. Deze vergoeding wordt in de regel als leenbijstand beschikbaar gesteld. De uitvoering van de leenbijstand voor inrichtingskosten is sinds dit jaar vereenvoudigd. In de nieuwe situatie wordt op basis van de maandelijkse afloscapaciteit berekend wat de inwoner de komende drie jaar in totaal kan aflossen. Dit bedrag is de lening. Het overige bedrag voor inrichtingskosten is een gift. Het grote voordeel is dat er geen onnodig hoge schuld wordt opgebouwd. Daarnaast is het voor de inwoner voordelig dat aflossing van de leenbijstand niet wordt verhoogd bij een verhoging van het inkomen, bijvoorbeeld door vinden van werk. Hierdoor is het aantrekkelijker om betaald werk te aanvaarden. Na drie jaar aflossing (36 termijnen) is precies het geleende bedrag voor inrichtingskosten afbetaald. Daardoor is het dus ook niet meer noodzakelijk dat de betrokkene een aanvraag voor kwijtschelding indient. Voordeel in de uitvoering is dat alleen een reëel bedrag wordt teruggevorderd en er niet hoeft te worden kwijtgescholden. Dit verlaagt de administratieve last.
Amstelveenpas Inwoners met een laag inkomen kunnen met de Amstelveenpas korting krijgen bij zowel commerciële als niet-commerciële organisaties, waaronder sportverenigingen en culturele instellingen. Het doel van de pas is om meedoen in de samenleving te stimuleren, het gebruik van minimaregelingen te vergroten en dat de pas een bijdrage levert aan een effectieve en efficiënte uitvoering van het minimabeleid. Om deze doelen te behalen is het uiteraard noodzakelijk dat de pas voldoet aan de behoefte van de doelgroep. Het is indertijd een beleidskeuze is geweest om zoveel mogelijk van het minimabudget in geld en natura aan ouders uit te keren en zo min mogelijk via de Amstelveenpas.
17
Ouders kunnen de gewone prijs betalen zonder zich te hoeven te identificeren als minima bij bijvoorbeeld de sportvereniging van hun kind. Het nadeel is echter dat de Amstelveenpas nu weinig aanbiedingen heeft, namelijk alleen die van winkels en bedrijven die zelf vanuit hun eigen budget korting willen bieden.
Ons Tweede Thuis (OTT) heeft een fietsenmakerij in Amstelveen waar inwoners arbeidsmatige dagbesteding volgen. Er is al een samenwerking tussen OTT en de gemeente Amstelveen. Handhaving brengt namelijk alle verzamelde fietsen bij OTT en zij kunnen deze vervolgens opknappen en verkopen.
In 2022 is de pas intern geëvalueerd en bij het klanttevredenheidsonderzoek is hier ook aandacht aan besteed. Hieruit blijkt dat de huidige pas maar ten dele voldoet aan de behoefte van de doelgroep. De Amstelveenpas wordt met name gebruikt bij de Hema, kledingbank en kringloopwinkel. Bij deze organisaties wordt de pas als identificatiemiddel gebruikt, zodat duidelijk is dat iemand tot de doelgroep behoort. Van de acties en uitjes die via de pas worden aangeboden wordt veel minder gebruik gemaakt, tenzij de eigen bijdrage laag wordt gehouden. De Amstelveenpas draagt in de huidige opzet onvoldoende bij aan de doelstellingen van het minimabeleid.
Het Kinderfietsenplan van de ANWB zamelt niet gebruikte fietsen in van leden voor kinderen wiens ouders zich geen fiets kunnen veroorloven. In Amstelveen fungeert van Rietschoten Tweewielers als inzamelpunt, maar het is ook mogelijk dat vrijwilligers tweedehandsfietsen ophalen.
We onderzoeken of de pas herzien kan worden zodat ook een eigentijds, digitaal instrument beschikbaar komt. Een dergelijke pas, of beter gezegd, een app, kan onder andere dienen als identificatiemiddel die minder zichtbaar is dan een fysieke pas, waardoor schaamte voorkomen kan worden. In de wat verdere toekomst voorzien we dat een dergelijke app het aanvraagproces van minimaregelingen kan vergemakkelijken voor zowel de inwoner als het uitvoerende team.
Motie ieder kind een fiets Tijdens de raadsvergadering van 16 februari 2022 is de motie ‘ieder kind een fiets’ aangenomen. Uit onderzoek is gebleken dat het mogelijk is om in samenwerking met het Kinderfietsenplan van de ANWB en Ons Tweede Thuis (OTT) een kinderfietsenvoorziening op te zetten. Het budget van € 7.500 uit de motie was echter niet toereikend omdat ons uitgangspunt was dat je alle kinderen met een Amstelveenpas een fiets wil kunnen geven. In het kader van dit beleidsplan hebben we opnieuw naar de mogelijkheden gekeken.
De ANWB staat er positief tegenover om hun ingezamelde fietsen op te laten knappen bij OTT. OTT werkt hier ook graag aan mee. OTT kan naar schatting 200 fietsen per jaar leveren, mogelijk dit kan aantal kan nog iets verhoogd worden. Alle fietsen die door OTT worden afgeleverd zijn volledig nagekeken en zijn voorzien van verlichting, slot en goede banden. Ook mag je bij OTT je fiets gratis inwisselen wanneer de fiets te klein is geworden voor het kind. Aangezien de fietsen geleidelijk door het jaar heen beschikbaar komen stellen we een meerjarig incidenteel budget beschikbaar waarmee we jaarlijks tweehonderdvijftig fietsen per jaar kunnen vergoeden in de periode 2024 t/m 2026. De capaciteit wordt mede bepaald door de beschikbaarheid van tweedehands fietsen. Daarna komen kinderen op een wachtlijst. We verwachten zo in een periode van drie jaar maximaal 750 kinderen te kunnen bereiken. Daarnaast onderzoeken we financieringsmogelijkheden bij de Vervoerregio Amsterdam (VRA) om een groter bereik te creëren. De VRA zet zich in om vervoersarmoede te verminderen. Daar is sprake van als inwoners een onevenredig deel van hun tijd of geld kwijt zijn om van A naar B te komen en te kunnen participeren in de maatschappij.
18
Zwemregeling kinderen en volwassenen
Cliëntondersteuning Inwoners kunnen gebruik maken van de gratis cliëntondersteuning van MEE Amstel en Zaan. Cliëntondersteuners zijn onafhankelijk en bieden informatie, advies en ondersteuning. Zij kunnen ook bemiddelen bij klachten en problemen. Inwoners worden ondersteund op allerlei terreinen, zoals onderwijs, jeugdzorg, werk, inkomen, zorg, wonen en welzijn. De cliënt ondersteuner helpt bij het oplossen van uw problemen en/of het regelen van hulp. Het doel is dat de inwoner daarna zelf weer verder kan.
Deze regelingen worden uitgevoerd in samenwerking met zwembad de Meerkamp. Volwassenen Voor volwassenen met onvoldoende zwemvaardigheid die niet kunnen zwemmen vergoedt de gemeente de kosten van een zwempakket waarmee je zwemdiploma A kan halen en als het lukt ook zwemdiploma B. Kinderen De gemeente betaalt alle kosten voor het behalen van zwemdiploma A tot en met C voor kinderen van 4 tot 18 jaar. De gemeente meldt de kinderen aan bij de Meerkamp en betaalt alle kosten rechtstreeks aan het zwembad. Ouders kunnen ook voor een andere zwemschool kiezen, dan worden de kosten achteraf vergoed.
Kwijtschelding gemeentebelastingen Deze regeling wordt uitgevoerd door Gemeentebelastingen Amstelland. In de Verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen Amstelveen 2023 is vastgelegd dat alleen de afvalstoffenheffing wordt kwijt gescholden. De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau of AOW niveau en een beperkt bedrag aan spaargeld op de bankrekening. De norm voor spaargeld is in Amstelveen iets ruimer dan in de andere Amstelland gemeenten.13
4.2 Herziening inkomensgrenzen In deze paragraaf gaan we in op een aantal technische aspecten rondom het bepalen van de inkomensgrens, de draagkracht en vermogensgrenzen. Door hier te versimpelen verwachten wij het bereik te vergroten, beter te kunnen communiceren en meer ruimte te creëren voor de uitvoering. Huidige inkomensnormen 202314 De inkomensnormen zijn netto bedragen inclusief vakantietoeslag. De normen zijn geldig van 1 juli 2023 tot 1 januari 2024.
Personen van 21 jaar tot pensioengerechtigde leeftijd INKOMENSNORM
110%
130%
MAXIMAAL VERMOGEN
Alleenstaande
€ 1.216,62
€ 1.338,28
€ 1.581,61
€ 7.605,-
Alleenstaande ouders
€ 1.564,22
€ 1.720,64*
€ 2.033,49
€ 15.210,-
Echtpaar
€ 1.738,02
€ 1.911,82
€ 2.259,43
€ 15.210,-
* Voor de individuele inkomenstoeslag geldt voor een alleenstaande ouder een andere inkomensnorm. De norm voor een alleenstaande ouder is € 1.338,28 (110%).
Personen ouder dan de pensioengerechtigde leeftijd INKOMENSNORM
110%
130%
MAXIMAAL VERMOGEN
Alleenstaande
€ 1.357,66
€ 1.493,43
€ 1.764,96
€ 7.605,-
Alleenstaande ouders
€ 1.357,66
€ 1.493,43
€ 1.764,96
€ 15.210,-
Echtpaar
€ 1.843,60
€ 2.027,96
€ 2.396,68
€ 15.210,-
13 Zie: Kwijtschelding (gemeentebelastingenamstelland.nl) 14 Zie: Inkomensnormen bijzondere bijstand en minimaregelingen (amstelveen.nl)
19
4.3 M otie “Onderzoek steun middeninkomens” Op 9 november 2022 is de motie ‘Onderzoek steun middeninkomens’ aangenomen. Het verzoek aan het college is om vooruitlopend op het nieuw te formuleren minimabeleid de groep (lage) middeninkomens in kaart te brengen en ook voor deze groep (tijdelijke) voorstellen uit te werken, en daarbij te betrekken dat: Werken altijd moet lonen en dat er geen negatieve prikkels bestaan die mensen demotiveren om te gaan werken of te blijven werken; Te onderzoeken hoe we deze groep vanuit de gemeente financiële steun in de rug kunnen geven; De uitwerking van de voorstellen voor 2023 mee te nemen in het bestedingsplan van het Noodfonds stijgende kosten. In mei 2023 heeft onderzoeksbureau KWIZ onderzoek gedaan naar de effecten van het landelijke en lokale beleid op de inkomens van inwoners met een laag inkomen (Inkomenseffectrapportage, zie bijlagen). Het aanbieden van gemeentelijke regelingen aan inwoners met een inkomen tot 140% of 150% van het Wettelijke sociaal minimum (Wsm) is doorgerekend. Als dit beleid zou worden ingesteld, levert het uiteraard een verbetering van het besteedbaar inkomen op voor deze groepen. Uit de inkomenseffectrapportage blijkt echter ook dat alle huishoudens met een inkomen van 140% of 150% Wsm al een redelijk vrij besteedbaar inkomen hebben en er in veel mindere mate sprake is van armoedeproblematiek.
Inkomen Wsm
Aantal huishoudens
Inkomensgrenzen niet verhogen De inkomensgrenzen verhogen boven de 130% Wsm levert daarom slechts een kleine bijdrage in het voorkomen van de negatieve effecten van armoede. In de berekeningen is uitgegaan van gestandaardiseerde kosten voor deze groep, op individueel niveau kunnen de resultaten afwijken. We zien daarom geen maatschappelijke aanleiding om de inkomensgrens te verhogen. Daarnaast is er ook een financieel effect. Als de doelgroep structureel groter wordt stijgen de kosten ook structureel. We hebben een globale inschatting daarvan gemaakt op basis van het hogere aantal huishoudens: Als je alle regelingen openstelt voor de lagere middeninkomens, en het bereik is daar gelijk als in de doelgroep tot 130%, dan leidt dit tot een geschatte kostenverhoging van 16%, ofwel € 600.000 bij uitbreiding van de doelgroep tot 140% van het Wsm. Als de doelgroep wordt uitgebreid naar huishoudens met een inkomen tot 150% WSM is de geschatte kostenstijging 33%, dat is ca € 1,2 miljoen. Dit zijn relatief hoge bedragen ten opzichte van het beschikbare budget van € 3.756.200 Uiteraard is de kostenstijging lager als je een deel van de regelingen openstelt voor lagere midden inkomens, bijvoorbeeld alleen de kindregelingen. In 2023 zijn er vrijwel geen signalen ontvangen dat de doelgroep tussen 130% en 150% structureel financiele problemen heeft.
Het college kiest er daarom niet voor uitbreiding van de doelgroep naar de lagere middeninkomens.
Verhoging in aantallen tov 130% Wsm
Uitbreiding doelgroep in %
130%
4900
140%
5700
+ 800
16%
150%
6500
+ 1600
33%
20
4.4 I nkomensnorm: hoe het nu is geregeld We passen momenteel verschillende inkomensnormen toe bij de aanvragen van diverse regelingen en gezinssituaties . Soms gaan we uit van het wettelijks sociaal minimum (Wsm). Dat is afgeleid van de bijstandsnorm. Soms gaan we bij specifieke regelingen weer uit van het wettelijk sociaal minimumloon. Ook is er in het verleden uitgegaan van een afwijkende norm voor alleenstaande ouders. Voor inwoners met vooruitzicht op een hoger inkomen is de geldende inkomensnorm 110%. Voor inwoners die geen uitzicht hierop hebben is de geldende inkomensnorm 130%. Door diverse inkomensnormen te hanteren ontstaat er veel onduidelijkheid. Hoe we het gaan doen Het hanteren van verschillende normen is communicatief lastig en het is in praktijk moeilijk om vooraf te bepalen of iemand wel of niet uitzicht heeft op een hoger inkomen. We gaan daarom in onze beleidsregels de verschillende inkomens normen gelijk trekken. De basis is de norm vanuit de Participatiewet (=wettelijk sociaal minimum Wsm) en we behouden een aparte norm voor alleenstaande ouders.. Omdat we zoveel als mogelijk gelijke normen willen gebruiken gaan we uit van 130% van het Wsm ongeacht of iemand een vooruitzicht heeft op een hoger inkomen. In praktijk is de inkomensgrens bij de meeste minimaregelingen al 130% Wsm.
Bij de verlening van de individuele bijzondere bijstand is het aantal inwoners met een inkomen tussen 110% -130 % Wsm in de praktijk heel beperkt. Hierdoor is het risico op een hogere armoedeval ook beperkt. In de doorrekening van de kosten in hoofdstuk 9 is voor de herziene minimaregelingen uit gegaan van het aantal huishoudens met een inkomen tot 130% Wsm. Draagkracht uit het inkomen: hoe het nu is geregeld Draagkracht passen we toe wanneer iemand bijzondere bijstand aanvraagt maar een inkomen heeft dat hoger is dan een bepaalde inkomensgrens. Draagkracht leiden we dus af van het
inkomen boven een maximaal van toepassing zijnde norm. Als er draagkracht is dan moet een deel van die draagkracht de kosten betalen. Momenteel kennen we per kostensoort binnen de bijzondere bijstand verschillende draagkrachtpercentages. Het hangt van de kostensoort af welk percentage van het meerinkomen in aanmerking wordt genomen voor de draagkracht. Zo kan er een ander draagkrachtpercentage van toepassing zijn bij een noodzakelijke verhuizing dan bij een vergoeding voor bewindvoeringskosten. Hoe we het gaan doen Uit onderzoek onder diverse gemeenten blijkt dat alle gemeenten één draagkrachtpercentage hanteren. We stellen dan ook voor om met één draagkrachtpercentage te werken. Bij een hoger inkomen dan de inkomensnorm van 130% Wsm passen we een draagkrachtpercentage toe van 30%. Dat betekent dat van het meerinkomen 30% moet worden gebruikt om zelf te voorzien in de kosten. Draagkracht uit vermogen: hoe het nu is geregeld Bij het beoordelen of iemand in aanmerking komt voor bijzondere bijstand kijken we ook naar iemands vermogen. Wanneer iemand een hoger vermogen heeft dan de norm komt hij niet of slechts deels in aanmerking voor een vergoeding. Ook hier zitten momenteel verschillen in per kostensoort. Bij een noodzakelijke verhuizing of duurzame gebruiksgoederen hanteren we een andere vermogensgrens dan bij een vergoeding voor bewindvoeringskosten.
Hoe we het gaan doen Het is duidelijker voor de inwoner en de uitvoering om één vermogensgrens te hanteren. Het voorstel is dan ook om aan te sluiten bij de vermogensgrens die is vastgelegd in de Participatiewet. De vermogensgrenzen verschillen per gezinssituatie en worden jaarlijks landelijk aangepast.
21
5. K ERNWAARDEN IN DE UITVOERING VAN DIENSTVERLENING AAN INWONERS Nota Sociaal Domein versterking dienstverlening en programma Menselijke maat De kernwaarden voor de dienstverlening worden doorontwikkeld in het programma Menselijke Maat dat sociaal domein breed wordt ingezet. Het doel van dit programma is om de dienstverlening naar inwoners zichtbaar te verbeteren: ‘de inwoners van Amstelveen voelen zich gehoord, gezien en geholpen’. We willen de dienstverlening en communicatie (het ‘hoe’) in het sociaal domein verster ken door deze goed aan te laten sluiten bij de behoeften van inwoners van Amstelveen. We willen de menselijke maat meer leidend laten zijn in de uitvoering.
Deze ambitie hebben we uitgewerkt, in de vijf pijlers van een toekomstbestendige dienstverlening: 1. Een eenvoudige en laagdrempelige toegang 2. Een klantvriendelijke bejegening 3. Werken vanuit de bedoeling 4. De klantvraag centraal 5. Vergroten van lerend vermogen We zijn een meerjarig programma gestart om hier de komende jaren invulling aan te geven. Het is een lerende aanpak, waarbij we aansluiten bij wat werkt. De aandacht gaat uit naar het versterken van integraal samenwerken, maatwerk in geval van meerdere zorgen, vakmanschap, maar ook het concreet verbeteren van voorlichting, brieven, formulieren en van onze bereikbaarheid en bekendheid bij inwoners.
Vertaling van deze algemene ambities naar team Minimaregelingen In de uitvoering van de dienstverlening hanteren we enkele basisprincipes waar we hieronder dieper op ingaan. Vertrouwen Met vertrouwen kijken we naar onze inwoners. Er wordt gewerkt vanuit wederzijds vertrouwen en respect. Dat betekent, daar waar dat mogelijk is volgens de wet, niet alles meer moet worden aangetoond. We hebben ook vertrouwen in onze eigen uitvoering. Door de uitvoering meer discretionaire bevoegdheid te geven verwachten wij beter hulp te bieden. Door duidelijk te communiceren naar onze inwoners vergroten we tot slot het vertrouwen in de overheid en nemen we mogelijk ook schaamte weg om voorzieningen aan te vragen.
22
We doen dit door echt te luisteren naar de inwoner en keuzes die een inwoner heeft gemaakt niet te veroordelen. Een inwoner zal meer over de persoonlijke situatie vertellen als er vertrouwen is. Bewust Wanneer een inwoner zich bij de gemeente meldt met een probleem/hulpvraag, zijn wij ons ervan bewust dat men doorgaans eerst geprobeerd heeft op een andere wijze hun probleem op te lossen. Dat men over een drempel heen is gestapt en mogelijk schaamte heeft overwonnen. Inwoners hebben mogelijk te maken met stress als gevolg van de situatie waarin men zich bevindt. We nemen de tijd voor de inwoner om zijn verhaal te kunnen vertellen. We houden in de dienstverlening rekening met de werking van stress op een inwoner. We merken dat inwoners met problemen zelf ook onderschatten wat stress met hen doet. Een inwoner realiseert zich niet altijd dat problemen voortkomen door aanhoudende stress. Realistisch In de benadering van inwoners is het belangrijk niet alleen uit te gaan van hoe mensen zich behoren te gedragen (normatief) en wat zij zouden moeten kunnen (rationeel), maar hoe zij zich feitelijk gedragen en wat zij daadwerkelijk kunnen (realistisch). Met name als zij onder druk staan van stress of te maken hebben gehad met ingrijpende gebeurtenissen. Toepassen maatwerk Inwoners met een laag inkomen hebben recht op ondersteuning via minimaregelingen en/of bijzondere bijstand.
Als er sprake is van een bijzondere situatie (denk aan een inwoner met complexe problematiek), de inwoner een laag inkomen heeft en er bijzondere kosten zijn die gemaakt moeten worden (die niet ergens anders kunnen worden vergoed), dan zijn er eventuele mogelijkheden tot vergoeden van deze kosten via bijzondere bijstand. Om deze overweging goed te kunnen maken moet goed gekeken worden naar de ruimte om te individualiseren en het toepassen van maatwerk. We streven naar een duurzame oplossing.
Hiervoor moeten we eerst samen met de inwoner op zoek gaan naar het gewenste effect, zowel op korte termijn als op de lange termijn. Het is erg belangrijk dat een oplossing past binnen het denken doenvermogen en specifieke omstandigheden waar de inwoner op dat moment in zit. Er wordt gekeken of de effecten passen binnen de grondwaarden van de wetten in het Sociaal Domein. Bij de besluitvorming moet duidelijk worden op welke gronden een besluit wordt genomen, welke wettelijke kaders van toepassing zijn en de financiën. Daarbij is belangrijk dat de gemeente een duidelijke invulling geeft aan beleids- en beoordelingsruimte. Het besluit moet te verantwoorden zijn. We handelen daarbij conform het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Awb15. Gelijk resultaat Bij het toepassen van maatwerk gaan we niet uit van een gelijke voorziening maar van een gelijk effect. Als alle inwoners met een laag inkomen dezelfde ondersteuning ontvangen, kan het zijn dat bepaalde inwoners te weinig ondersteund worden, terwijl anderen ruim gecompenseerd worden. De afbeelding hieronder geeft dit goed weer. We willen hetzelfde resultaat voor alle inwoners: dat zij mee kunnen doen in de samenleving. Door maatwerk te bieden en te kijken naar wat iemand nodig heeft, bereiken we dit effect.