CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsdebat Raadzaal 18 mei 2022, gemeente amstelveen35.734 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het reeds verstrekte voorbereidingskrediet gaat over in een uitvoeringskrediet In een eerder stadium is een voorbereidingskrediet voor de ontwikkeling van het plangebied De Scheg beschikbaar gesteld. Op basis van dit voorbereidingskrediet is per 31-12-2021 € 2.052.293 aan kosten en € 576.824 aan opbrengsten (exploitatiebijdragen) gerealiseerd. Deze gerealiseerde kosten en opbrengsten zijn als boekwaarde opgenomen in deze vast te stellen grondexploitatie De Scheg.

4.

Voor het project is een risicoanalyse uitgevoerd De risico’s zijn weergeven in de geheime bijlage Notitie toelichting grondexploitatie De Scheg bij dit voorstel: ‘Notitie toelichting gemeentelijke grondexploitatie De Scheg’.

5.

De besluiten die volgen uit dit raadsvoorstel worden meegenomen in de eerstvolgende begrotingswijziging

Pagina

3 van 3

Na vaststelling door de gemeenteraad worden de consequenties verwerkt in de begroting inclusief de gevolgen voor de toekomstige vennootschapsbelastinglasten. 6.

De looptijd van de grondexploitatie is langer dan 10 jaar De grondexploitatie De Scheg is naar verwachting afgerond in 2032, start in 2022 en heeft hiermee een looptijd van 11 jaar. In het kader van risico beperkende maatregelen is een risicoanalyse uitgevoerd, waarin kansen en risico’s kwalitatief en kwantitatief zijn geïnventariseerd. Daarnaast zijn en worden garanties en garantstellingen van ontwikkelende partijen gevraagd, waarmee eventuele risico’s door de langere looptijd van 10 jaar kunnen worden beheerst.

Kanttekeningen

De grondexploitatie heeft als peilmoment 1-1-2022 en is opgesteld op basis van de actuele marktinzichten en prognoses. Via de reguliere planning en control cyclus zal gerapporteerd worden over mogelijke afwijkingen die volgen uit periodieke grondexploitatie actualisaties. Of het geprognotiseerde saldo daadwerkelijk gehaald wordt hangt mede af van de risico’s in het project. Financiën

Het saldo van de grondexploitatie van het project De Scheg heeft een verwacht positief resultaat van € 3.734.341 miljoen op eindwaarde van 2032 voor het facilitaire deel. Het verwachte eindsaldo van de actieve delen bedraagt € 8.106.336 miljoen op eindwaarde van 2032. Voor een inhoudelijke toelichting op de grondexploitatie verwijzen we naar de geheime bijlage bij dit voorstel: ‘Notitie toelichting gemeentelijke grondexploitatie De Scheg’. De risico’s zijn in deze notitie ook uitgewerkt en bedragen totaal € 8,9 miljoen. Communicatie

Over dit besluit hoeft niet gecommuniceerd te worden. Procedure

Nadat de grondexploitatie is vastgesteld, kan het project verder met de planontwikkeling, voorbereiding en gaan starten met de uitvoeringsfase. De voorbereidingen voor de uit te voeren werkzaamheden (bovenwijkse investeringen) zijn reeds gestart en zullen in 2022 vervolgen. Daarnaast zullen gedurende het jaar 2022 voor de deelgebieden bestemmingsplannen in ontwerp ter visie worden gelegd, en na deze ter inzagelegging aan de raad ter vaststelling worden aangeboden. Op basis van deze bestemmingsplannen zal de verdere ontwikkeling en realisatie van het plangebied De Scheg vervolgen. Bijlagen

(GEHEIM) Notitie toelichting gemeentelijke grondexploitatie De Scheg

De secretaris,

De voorzitter,

Bert Winthorst

Tjapko Poppens

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

1 Concept raadsbesluit Grondexploitatie De Scheg

RAADSBESLUIT

De raad van de gemeente Amstelveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. , nummer gelet op artikel

van de Wet

;

;

besluit: 1. Ten behoeve van de uitvoering van het project De Scheg de facilitaire en actieve grondexploitatie De Scheg vast te stellen (specificatie in geheime bijlage Notitie toelichting grondexploitatie De Scheg), met een verwacht resultaat op eindwaarde van € 3.734.341 voor het facilitaire deel en € 8.106.336 voor het actieve deel. 2. Het bij de facilitaire grondexploitatie De Scheg behorende krediet voor uitvoering ter hoogte van € 28.667.616 kosten en € 32.401.957 opbrengsten vast te stellen. 3. Het bij de actieve grondexploitatie De Scheg behorende krediet voor uitvoering ter hoogte van € 52.057.894 kosten en € 60.164.230 opbrengsten vast te stellen. 4. Met het vaststellen van de grondexploitatie De Scheg en de kredieten, zoals vermeld onder beslispunt 2 en 3, het reeds verstrekte voorbereidingskrediet te laten vervallen, aangezien dit is verwerkt in de kredieten van beslispunt 2 en 3. 5. Instemmen met de risico's van de grondexploitaties De Scheg ter hoogte van € 8,9 miljoen, zoals gespecificeerd in de geheime bijlage Notitie toelichting grondexploitatie De Scheg. 6. Bovenstaande besluitpunten met bijbehorende balansmutaties, en consequenties voor de Vennootschapsbelasting (VpB), voor wat betreft het actieve deel, te verwerken in de lopende begroting 2022 en verder. Aldus besloten in de openbare vergadering van….. De griffier, Debby de Heus

De voorzitter, Tjapko Poppens

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

[] 100/F005/ICT

1.2 Vaststellen bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan De Scheg Oost 1 Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan De Scheg Oost

{{signer1}} RAADSVOORSTEL

{{signer2}}

Datum 25 april 2022

Afdeling

Stedelijke Ontwikkeling

Nummer 31

Behandelend ambtenaar

M. Hoenderdaal Voorstel van

college van burgemeester en wethouders

Portefeuillehouder

wethouder Floor Gordon

4822 m.hoenderdaal@amstelveen.nl

Onderwerp

Vaststellen bestemmingsplan, exploitatieplan en beeldkwaliteitsplan De Scheg Oost Gevraagd besluit

1. over de ingediende zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan te besluiten overeenkomstig bijgevoegde Nota van Beantwoording zienswijzen bestemmingsplan De SchegOost en Staat van Wijzigingen; 2. over de ingediende zienswijze tegen het ontwerp exploitatieplan te besluiten overeenkomstig bijgevoegde Nota van Beantwoording zienswijzen exploitatieplan De Scheg Oost; 3. het bestemmingsplan De Scheg Oost, met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0362.21C-VG01, gewijzigd vast te stellen; 4. op grond van artikel 6.12, lid 2, van de Wet ruimtelijke ordening het exploitatieplan De Scheg Oost vast te stellen; 5. te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond welke is ontleend aan de Topografie BGT met datum 29-06-2021; 6. het Beeldkwaliteitsplan De Scheg Oost vast te stellen als gebiedsgerichte aanpassing van de Welstandsnota Amstelveen. WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)

De Scheg moet een woonwijk worden met ongeveer 1300 woningen, die in een continue bouwstroom tot stand komt. VORM Ontwikkeling BV (VORM) heeft de ontwikkeling op zich genomen van het deelgebied De Scheg Oost, is (naast de gemeente) volledig eigenaar van de gronden in het plangebied De Scheg Oost en heeft hier in overleg met de gemeente een stedenbouwkundig plan voor opgesteld. Het bestemmingsplan is een vertaling van dit stedenbouwkundig plan in regels en verbeelding en biedt de mogelijkheid tot realisatie van 172 woningen. Op grond van artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening is ook een exploitatieplan voor opgesteld. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)

Het thans vigerende bestemmingsplan moet ter plaatse van de projectlocatie worden herzien. Het ontwerpbestemmingsplan ‘De Scheg Oost’ is gelijktijdig met het ontwerp beeldkwaliteitsplan, ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid en het ontwerp-exploitatieplan voor zienswijzen ter inzage gelegd. Er zijn vijf zienswijzen naar voren gebracht over het ontwerpbestemmingsplan. Een aantal hiervan heeft aanleiding gegeven tot enkele ondergeschikte aanpassingen in de toelichting, regels en verbeelding van het bestemmingsplan. Er is één zienswijze ontvangen over het ontwerpexploitatieplan. De beoordeling van deze zienswijze heeft geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het exploitatieplan. Het bestemmingsplan en het exploitatieplan zijn nu gereed om ter vaststelling te worden aangeboden aan de gemeenteraad.

Pagina

2 van 5

ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)

Programma 5: Ruimtelijke Ontwikkeling Aanleiding

Voor Amstelveen vormt De Scheg de laatste uitbreidingsmogelijkheid voor woningbouw binnen de mogelijkheden van het Luchthavenindelingsbesluit en buiten de rand van de huidige stad. De planvorming voor dit gebied is dan ook al enige tijd aan de orde en het gebied is op 8 september 2015 opgenomen als 10e tranche van de aanpassingen aan het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Op 30 september 2015 is een Ontwikkelvisie vastgesteld door uw gemeenteraad. Op 12 februari 2020 is het Ruimtelijk Raamwerk door de gemeenteraad vastgesteld vanwege de verlegging van de 20KE-contour zone vliegverkeer Schiphol. Door diverse eigendomswisselingen en wisselingen in ontwikkelaars is het plan inmiddels klaar voor een ruimtelijke procedure per deelgebied. De Scheg moet een woonwijk worden met ongeveer 1300 woningen, die in een continue bouwstroom tot stand komt. VORM Ontwikkeling BV (VORM) heeft de ontwikkeling op zich genomen van het deelgebied De Scheg Oost, is (naast de gemeente) volledig eigenaar van de gronden in het plangebied De Scheg Oost en heeft hiervoor in overleg met de gemeente een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het bestemmingsplan is een vertaling van dit stedenbouwkundig plan in regels en verbeelding en biedt de mogelijkheid tot realisatie van 172 grondgebonden woningen en appartementen. Daarvan bevinden zich 48 woningen (appartementen) in het middeldure koopsegment.

Ten behoeve van de uitvoering van het bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken verricht en is een m.e.r.beoordeling opgesteld. Uit deze beoordeling blijkt dat geen verdere m.e.r. noodzakelijk is. Het beeldkwaliteitsplan vormt het welstandskader waaraan omgevingsvergunningen zullen worden getoetst en is een formele wijziging van het welstandsbeleid voor het plangebied. Bij het akoestisch onderzoek ten behoeve van het bestemmingsplan is geconstateerd dat voor enkele nieuwe woningen een hogere grenswaarde geluid is benodigd als gevolg van de Bovenkerkerweg en de Uithoornlijn. Argumenten

1. Het initiatief voldoet aan ‘een goede ruimtelijke ordening’ Uit de bij het bestemmingsplan behorende toelichting en de verrichte onderzoeken blijkt dat er geen milieu(technische) en/ of ruimtelijke bezwaren zijn tegen de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan heeft voor zienswijzen ter inzage gelegen. De ingekomen vijf zienswijzen en de beantwoording daarvan en hebben aanleiding gegeven tot ondergeschikte tekstuele aanpassingen in de toelichting, regels en verbeelding van het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan. De belangrijkste aanpassingen op het bestemmingsplan hebben betrekking op de verkeersbewegingen, parkeerplaatsen, beschoeiingen en in beperkte mate groen. De belangrijkste aanpassingen op het beeldkwaliteitsplan hebben betrekking op de waterkanten aan het water. 2. Met het beeldkwaliteitsplan zijn de kwaliteitseisen van welstand gewaarborgd Het ontwerp van het beeldkwaliteitsplan heeft voor zienswijzen ter inzage gelegen. Er zijn over het ontwerpplan echter geen zienswijzen ontvangen. Wel zijn enkele ambtshalve wijzigingen aangebracht. Deze hebben betrekking op de aansluiting van de privétuinen op de waterpartijen. 3. Met de besluiten m.e.r.-procedure en hogere grenswaarden geluid (beide collegebevoegdheid) voldoet het bouwplan aan het wettelijk kader

Pagina

3 van 5

Op grond van het Besluit m.e.r. is vereist dat voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.rbeoordeling aan de orde is, door initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie wordt opgesteld. In dit geval is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject als genoemd in onderdeel D, categorie 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en daarmee is dit bestemmingsplan een m.e.rbeoordelingsplichtig besluit. Uit de in paragraaf 7.12 van de toelichting opgenomen verantwoording blijkt dat het niet noodzakelijk is een m.e.r.-procedure te doorlopen omdat de voorgestane ontwikkeling geen ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’ met zich meebrengt. Inzake hogere grenswaarden geluid vanwege wegverkeerslawaai het volgende. Alle woningen beschikken over een geluidsluwe zijde, daarmee voldoen de woningen aan hetgeen gesteld is in het Hogere Waarde Beleid Regio Amstelland - de Meerlanden. Het uitgangspunt daarvoor is de berekende gecumuleerde geluidbelasting (excl. aftrek Wgh). Om te voldoen aan deze wettelijke geluidsnormen neemt de gemeente het “besluit hogere waarden” voor geluid. Het ontwerp van de beschikking tot vaststelling van hogere waarden heeft vanaf 24 juni 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn binnen de daartoe gestelde termijn geen zienswijzen tegen de vaststelling van hogere waarden geuit. Kanttekeningen

De nabijheid van de 20Ke-zone bij De Scheg, en de daarmee samenhangende aanwezigheid van vliegtuiggeluid, brengt in de bestemmingsplanprocedure geen bijzondere beperkingen met zich mee voor de mogelijkheid tot het bouwen van woningen. Geluid houdt echter niet ineens op aan de grens van de zones. In de samenwerking met de marktpartijen zijn er afspraken gemaakt over het besteden van bijzondere aandacht aan de aanwezigheid van vliegtuiggeluid bij de verdere uitwerking van de ontwikkeling naar definitieve bouwplannen. Daarbij is geluid-adaptief bouwen onder meer een mogelijkheid om de woonkwaliteit op dit punt te verhogen, waarbij bijzondere gevelvormen en materialisatie kunnen leiden tot extra reductie. Ook de manier van vormgeven van de openbare ruimte kan hieraan een bijdrage leveren. In de ontwikkelvisie, het ruimtelijk kader en latere ruimtelijke raamwerk is opgenomen dat de ontwikkeling van de Scheg zichtbare en merkbare compensatie biedt tegenover het ervaren van het vlieggeluid. In voornoemde kaders is hiervoor de GPR-Stedenbouw als toetsingsinstrument opgenomen waarbij op de verschillende thema’s ambities zijn gesteld (energie, ruimtelijke inrichting, gezondheid, gebruikswaarde en toekomstwaarde). In de GPR-Stedenbouw werd uitgegaan van één bestemmingsplan voor het gehele gebied.

Dit is echter vanwege de eigendomsverhoudingen niet haalbaar gebleken, waardoor nu voor deelplan Scheg-Oost het bestemmingsplan als eerste voorligt. Omdat de GPR-Stedenbouw van één bestemmingsplan uitging en de uitwerking van de deelgebieden binnen De Scheg, mede vanwege de Ke-zone, zeer verschillend zijn, dient een herijking van het gebruik van de GPR-Stedenbouw plaats te vinden. In 2021 is door uw raad de ‘Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkeling’ vastgesteld waarin eveneens kaders ten aanzien van duurzaamheid worden gesteld. De Leidraad en de GPRstedenbouw zullen daarom beiden in de uitwerking van het bestemmingsplan betrokken worden om met ontwikkelaars de plannen te toetsen op de in de Leidraad en GPR-Stedenbouw opgenomen thema’s. Dit is door middel van ambtshalve wijzigingen in de toelichting op het bestemmingsplan opgenomen. Voor de Scheg Oost zijn vooruitlopend hierop zoveel als mogelijk privaatrechtelijke afspraken gemaakt en is overeengekomen op welke wijze de ontwikkelaar bij de verdere uitwerking van het bouwplan richting realisatie, invulling zal geven aan de gemeentelijke ambities ten aanzien van energie en duurzaamheid.

Financiën

Pagina

4 van 5

Het plangebied De Scheg is onderverdeeld in drie deelgebieden: West, Midden en Oost. Van het exploitatieplangebied De Scheg Oost heeft de gemeente Amstelveen 3 percelen gedeeltelijk zelf in eigendom. De overige percelen binnen het exploitatieplangebied De Scheg Oost zijn in eigendom van één particuliere eigenaar. De gemeente is op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 6.2.1a van het Besluit ruimtelijke ordening, verplicht een exploitatieplan vast te stellen ten behoeve van het verhalen van de door de gemeente te maken kosten, indien het kostenverhaal niet anderszins verzekerd is. In het geval van het bestemmingsplangebied De Scheg Oost kan het kostenverhaal thans niet verzekerd worden middels gronduitgifte, omdat de gemeente niet alle gronden in eigendom heeft. Wel heeft de gemeente met de particuliere grondeigenaar een anterieure overeenkomst ten behoeve van het kostenverhaal gesloten, op basis waarvan het kostenverhaal via het privaatrechtelijke spoor verzekerd is. Daarmee is de verplichting om een exploitatieplan vast te stellen niet meer aanwezig, maar de bevoegdheid om een exploitatieplan vast te stellen blijft bestaan. Van deze bevoegdheid maakt de gemeente gebruik, waardoor de gemeente het gemeentelijk kostenverhaal ook publiekrechtelijk verzekert.

Met inachtneming van het vast te stellen bestemmingsplan en exploitatieplan, kan de particuliere grondeigenaar de aan hun eigendom toegekende bestemming zelf realiseren. De gemeente heeft met de particuliere grondeigenaar (voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan) een anterieure overeenkomst gesloten. Het exploitatieplan zorgt voor het publiekrechtelijk verzekeren van het gemeentelijk kostenverhaal, op basis van de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in Afdeling 6.4 van de Wro, behorende bij de zelfrealisatie van aangewezen bouwplannen op particulier grondeigendom. Er is één zienswijze binnengekomen op het exploitatieplan. De ingekomen zienswijze en de beantwoording daarvan en hebben geen aanleiding gegeven tot aanpassingen in het exploitatieplan. De gemeentelijke grondexploitatie voor het plangebied De Scheg, waarin het deelgebied De Scheg Oost is opgenomen, laat zien een positief resultaat op eindwaarde zien. Ook indien het deelgebied De Scheg wordt beschouwd is er sprake van een positief resultaat op eindwaarde. Hiermee is het bestemmingsplan De Scheg Oost financieel en economisch uitvoerbaar. Communicatie

Voor De Scheg Oost is een ontwerpbestemmingsplan, een ontwerp-beeldkwaliteitsplan, een ontwerpbesluit hogere grenswaarden geluid en een ontwerp-exploitatieplan ter inzage gelegd voor zienswijzen. In dit verband zijn vijf zienswijzen ontvangen over het ontwerpbestemmingsplan en één over het ontwerp-exploitatieplan. De volgende fase betreft de formele beroepstermijn. Dit betekent dat na (positieve) besluitvorming door de gemeenteraad publicatie volgt in het Gemeenteblad en de stukken online raadpleegbaar worden gemaakt via www.ruimtelijkeplannen.nl en de gemeentelijke service RO Publiceer. Daarnaast zullen de stukken in papieren vorm ter visie worden gelegd bij de balie. Procedure

Na publicatie van de stukken wordt de gelegenheid geboden om beroep bij de Raad van State in te dienen op het vastgestelde bestemmingsplan, besluit hogere grenswaarden geluid en exploitatieplan De Scheg Oost. Het besluit tot vaststelling van het beeldkwaliteitsplan en aanpassing van de Welstandsnota Amstelveen is niet vatbaar voor bezwaar en beroep.

Pagina

5 van 5

Bijlagen

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Bestemmingsplan De Scheg Oost met bijlagen; Nota van Beantwoording Zienswijzen Bestemmingsplan; Exploitatieplan De Scheg Oost; Nota van beantwoording Zienswijzen Exploitatieplan; Besluit vormvrije m.e.r. beoordeling; Besluit hogere grenswaarden geluid De Scheg Oost; Beeldkwaliteitsplan De Scheg Oost.

De secretaris,

De voorzitter,

Bert Winthorst

Tjapko Poppens

Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.

1 Bijlage 1 - Regels bestemmingsplan De Scheg Oost

REGELS Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Groen Artikel 4 Tuin Artikel 5 Verkeer Artikel 6 Verkeer - Verblijfsgebied Artikel 7 Water Artikel 8 Wonen Artikel 9 Waarde - Archeologie 2 Artikel 10 Waarde - Archeologie 4 Artikel 11 Waarde - Archeologie 5 Hoofdstuk 2 ALGEMENE REGELS Artikel 12 Anti-dubbeltelregel Artikel 13 Algemene bouwregels Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Artikel 15 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.1 nr 4 Artikel 16 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2 toetshoogtes Artikel 17 Luchthavenverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a toetshoogtes radar Artikel 18 Luchtvaartverkeerszone - LIB artikel 2.2.3 Artikel 19 Overige regels Hoofdstuk 3 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 20 overgangsrecht Artikel 21 slotregel

2 3 15 16 17 19 22 23 24 25 28 31 34 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48

Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS

Artikel 1

Begrippen

In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "De Scheg Oost" van de gemeente Amstelveen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand 1NL.IMRO.0362.21C-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);

Bijlage

1.3 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4 aan- en uitbouw: een gebouw aan een hoofdgebouw waarmee het in verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aaneengebouwde woning: een woning die deel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit drie of meer hoofdgebouwen; 1.8 aanpijling: een blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig opgenomen aanduiding, die aangeeft welke bestemming/aanduiding van toepassing is op de aangepijlde gronden; 1.9 archeologisch onderzoek: een rapport als

bedoeld in de Erfgoedwet; 1.10 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.11 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 1.13 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen danwel bedrijfsmatig verlenen van diensten (daaronder niet begrepen aan-huis-verbonden-beroepen,

detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden); 1.14 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.15 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. De bedrijfswoning is slechts toelaatbaar indien, de woning gelet op de aard, inrichting, de omvang en de continuïteit van het bedrijf ter plaatse noodzakelijk is in verband met een doelmatige bedrijfsvoering; 1.16 belemmerde strook: geprojecteerde zone ter weerszijde van de leiding ter waarborging van een veilig en bedrijfszeker gastransport en ter beperking van gevaar voor personen en goederen in de directe omgeving van de leiding(en). Op deze gronden is het oprichten van bebouwing en het uitvoeren van een aantal werkzaamheden niet zondermeer toegestaan. De belemmerde strook dient in principe obstakelvrij te blijven; 1.17 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q.

een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.18 bestaand bouwwerk: een bouwwerk, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en gebouwd conform een vergunning, dan wel bebouwing zoals die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; 1.19 Bestaand gebruik het gebruik, zoals aanwezig op het tijdstip van de ter inzage legging van het ontwerp van het plan en in gebruik is genomen conform de geldende gebruiksregels of een omgevingsvergunning; 1.20 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.21 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.22 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.23 boeiboord: de opstaande kant van een dakgoot, of opstaande kant bij platte daken; 1.24 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.25 bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

1.26 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.27 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.28 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.29 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.30 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.31 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.32 carport: een met, maximaal twee zijden, wanden omsloten overdekte ruimte ten behoeve van de stalling van (motor-)voertuigen; 1.33 containerbergingen: bergingen voor de kliko's/rolemmer;

1.34 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.35 dakkapel: een toevoeging van ondergeschikte omvang binnen een hellend dakvlak, waarbij het karakter van het dak in stand blijft; 1.36 dakkaper: een dakkapel met een schuin dakvlak in dezelfde hoek als het dak, waarbij de nok wordt verhoogd; 1.37 dakopbouw: een toevoeging aan de bouwmassa van een (hoofd)gebouw vanaf het bestaande dakvlak, waarbij gehele of gedeeltelijke verhoging van het oorspronkelijk dakvlak plaatsvindt; 1.38 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.39 detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.40 detailhandel ondergeschikt: staat ten dienste van de hoofdbestemming met een oppervlak van 10% van het bruto vloeroppervlak tot een maximum van 100 m². Ondergeschikte detailhandel bij cateringbedrijven en groothandels op bedrijventerreinen in branches die relevant zijn voor de hoofdwinkel structuur (dagelijkse goederen zoals kleding en textielzaken, huishoudelijke artikelen en consumentenelektronica) is niet toegestaan.

Verkoop van ter plaatse gemaakte producten wordt niet beschouwd ten dienste van de hoofdbestemming van het gebouw te zijn; 1.41 dienstverlenend bedrijf: bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen; 1.42 dove gevel: een gevel zonder te openen delen; 1.43 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.44 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.45 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.46 erfafscheiding: bouwwerk op of in de directe nabijheid van een erfgrens bedoeld om een erf, tuin of terrein af te scheiden; 1.47 erker: een aan de voor- of zijgevel van een woning of een ander gebouw geplaatste uitbouw in één bouwlaag, waarvan de buitenzijde is begrensd door kozijnen, welke onlosmakelijk verbonden is met en deel uitmaakt van de hoofdmassa van die woning of dat gebouw.

De uitbouw dient uit functioneel oogpunt ondergeschikt en uit architectonisch oogpunt een aanvulling op de hoofdvorm te zijn; 1.48 evenement: een voor publiek toegankelijke gebeurtenis op of aan de weg, binnen gebouwen of op het openbare water met uitzondering van manifestaties, betogingen, jaar- en weekmarkten; 1.49 footprint het oppervlak van het gebouw op de eerste laag binnen de buitenmuren.

1.50 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.51 geluidgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van andere geluidgevoelige gebouwen en andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder; 1.52 geluidreducerende maatregelen: fysieke en niet-fysieke maatregelen gericht op het reduceren van de geluidsbelasting vanwege industrie-, bedrijfs- of wegverkeerslawaai op geluidsgevoelige objecten, of maatregelen die daar niet specifiek op gericht zijn doch wel tevens een geluidsreducerende uitwerking hebben, zoals bijvoorbeeld verkeersmaatregelen, het aanbrengen van geluidsarm asfalt, geluidswallen of -schermen of de aanleg van nieuwe wegen elders die tot gevolg hebben dat de verkeers- en de geluidsbelasting afneemt; 1.53 geluidwerende voorzieningen: voorzieningen bedoeld voor het beperken van de geluidhinder; 1.54 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone (50 dB (A) contour Zonebesluit) moet worden vastgesteld; 1.55 gemeenschapsruimte: ruimte in een gebouw bedoeld als faciliteit voor studenten om te studeren, recreëren en ontmoeten.

1.56 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.57 hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder; 1.58 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.59 hoofdverblijf: de plaats waar een persoon gedurende een jaar het merendeel van de nachten doorbrengt en waar het sociale leven van deze persoon zich afspeelt; 1.60 hoogtescheidingslijn: een aangegeven lijn welke de grens vormt van een gedeelte van een bebouwingsvlak waar een bepaalde hoogte is toegestaan; 1.61 horeca 1, daghoreca: horecabedrijven zoals lunchrooms, afhaalrestaurants, koffie-/theehuizen, ijssalons; 1.62 horeca 2, (fastfood)restaurants, cafetaria, snackbars en shoarmazaken:

inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren, alsmede het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. Het accent ligt op de verkoop van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren; 1.63 horeca 3, cafés, eetcafe's, bars: inrichtingen ten behoeve van het bedrijfsmatig verstrekken van overwegend alcoholhoudende dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van kleine etenswaren; het accent ligt op de verkoop van dranken dan wel op het verstrekken van kleine etenswaren; 1.64 horeca 4, dancings, discotheken, nachtclubs: een bedrijf, dat is gericht op het bedrijfsmatig bieden van gelegenheid tot dansen al dan niet in combinatie met het verstrekken van alcohol en niet alcohol-houdende dranken, zoals een dancing of discotheek; 1.65 horeca 5, hotel: een bedrijf, dat is gericht op het verschaffen van logies en het daarmee verband houdende ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en al dan niet ruimte biedt voor vergaderingen en cursussen; 1.66 horeca 6, extended stay: het bedrijfsmatig aanbieden van logies anders dan in een woning voor kortstondig verblijf conform de definitie als genoemd in de nota Accomodatiestrategie en Toeristenbelasting van de gemeente Amstelveen.

Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode door het bevoegd gezag wordt gewijzigd, wordt met betrekking tot het begrip rekening gehouden met de wijziging van deze regels; 1.67 huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; 1.68 kampeermiddel: <0000> een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; <0000> enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, <0000> één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.69 kamperen: a. het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel of in een bouwwerk, dat ter beschikking is gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension, een woning of een tuinhuis; b. het plaatsen danwel geplaatst houden van kampeermiddelen; een en ander voor zover de onder a. en b.

bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.70 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.71 karakteristiek: panden, objecten en gronden met waarden die bescherming genieten in het kader van de Erfgoedwet; 1.72 kas:

een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van onder meer vruchten, bloemen of planten; 1.73 kruin: hoogste punt van het wegbaangedeelte veiligheidsstroken en bermen;

dat

is

ingenomen

door

rijbanen,

1.74 kunstobject: voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde; 1.75 kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen,waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.76 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.77 kwetsbaar object, beperkt: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een richtwaarde voor het risico c.q.

een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.78 langzaam-verkeerszone: een begrensd gebied ter bundeling van fiets-, ruiter- en/of voetpaden; 1.79 lessenaarsdak: dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak; 1.80 ligplaats: Een gedeelte van het openbaar water door een woonark of woonboot ingenomen of bestemd om door een woonark of woonboot met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; 1.81 loopbrug: een (overdekte) brug voor voetgangers tussen gebouwen; 1.82 loopplank Voorziening om op de wal te komen; 1.83 maatschappelijke dienstverlening: het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben; 1.84 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.85 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijk terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht;

1.86 mansardekap: kapvorm met gebroken, naar buiten geknikte, hellende dakvlakken die in de nok samenkomen, waarbij de dakhelling van het onderste dakvlak (maximaal 60% van het vlak) steiler is dan het bovenste dakvlak; 1.87 mantelzorg: het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.88 minder zelfredzame personen personen die niet over het fysieke en/of verstandelijke vermogen beschikken om zichzelf in veiligheid te brengen in geval van een calamiteit. De volgende personen/groepen worden in ieder geval als minder zelfredzaam gedefinieerd: <0000> kinderen onder 12 jaar; <0000> zieken; <0000> bejaarden; <0000> gehandicapten.

1.89 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.90 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut; 1.91 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.92 ondergeschikte horeca: horeca vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen horeca is en waarvan de hoofdfunctie aantoonbaar is, zoals een kantine bij een sportaccommodatie; 1.93 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.94 onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet-zijnde zelfstandige woonruimte; 1.95 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van

percelen door langzaam verkeer; 1.96 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.97 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel;

b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil; 1.98 platte afdekking: een horizontaal vlak ter afdekking van een gebouw; 1.99 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.100 reclame-object: bouwwerk of werk opgericht en/of in stand gehouden met het doel te functioneren als of als drager van reclame-uiting(en); 1.101 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen.

Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.102 risicovolle inrichting: een inrichting, waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.103 scheidingslijn: een aangegeven lijn, die de grens aangeeft tussen delen van bestemmings- en/of bouwvlakken, waardoor verschillende, in de regels nader aangegeven, regelingen van toepassing zijn; 1.104 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.105 sociale huurwoning huurwoning als bedoeld in artikel 1.1.1. eerste lid onder d. van het Besluit ruimtelijke ordening; 1.106 souterrain: bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het peil is gelegen; 1.107 standplaats:

het vanaf een vaste plaats op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke en in de openlucht gelegen plaats uitoefenen van detailhandel of diensten al dan niet gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.108 straatmeubilair: de bij of op de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen: abri´s, afvalbakken, (ondergrondse) afvalcontainers, alarmeringsinstallaties met bijbehorende antennes, bloemenof plantenbakken, brandkranen, draagconstructies voor reclame, fietsenrekken, gedenktekens, lichtmasten, parkeermeters, schakelkasten, speeltoestellen, straatverlichting, telefooncellen met bijbehorende antennes, urinoirs, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeerslichten, vitrines, voorwerpen van beeldende kunst, bewegwijzering en zitbanken; onder straatmeubilair worden niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen; 1.109 student: persoon die ingeschreven is bij een voltijds studie aan een MBO-, HBO- of universiteit, dan wel een persoon die niet langer dan 6 maanden uitgeschreven is bij een voltijds studie aan een MBO-, HBO- of universiteit; 1.110 studentenwoning: een zelfstandige dan wel onzelfstandige woonruimte ten behoeve van de huisvesting van één student; 1.111 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.112 terras: een buiten een gebouw gelegen gebied behorende bij een

horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen betaling dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.113 toeristisch bedrijf: economische bedrijfsactiviteiten gericht op het aantrekken van toeristen en bezoekers; 1.114 verkooppunt voor motorbrandstoffen: een inrichting, waar door middel van één of meer pompinstallaties motorbrandstoffen worden verkocht en geleverd eventueel in combinatie met ondergeschikte detailhandel en/of wasstraat; 1.115 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.116 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.117 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.118 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond

industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.119 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen. Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); <0000> gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); <0000> noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.120 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.121 waterkering: grondlichamen (dijk) of constructie met als functie bescherming van lager gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied; 1.122 waterpeil het waterpeil zoals op 15 november 2017 vastgesteld door waterschap Amstel Gooi en Vecht; -5,37m N.A.P.

1.123 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.124 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.125 Wonen het met het oogmerk daar permanent verblijf te houden gebruiken van woonruimte door een huishouden; 1.126 woning: zelfstandige woonruimte; 1.127 woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen casco met vierkante of rechthoekige opbouw, waaronder begrepen een drijvende woning zowel ten behoeve van permanente als niet-permanente bewoning; 1.128 woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.129 woonschip:

een vaartuig, hoe ook genaamd en van welke aard ook, uitsluitend of hoofdzakelijk gebezigd als of bestemd voor woon- of nachtverblijf van een of meer personen. Onder woonschip wordt mede verstaan een woonschip in aanbouw, alsmede een casco, dat tot woonschip kan worden op- omgebouwd of verbouwd; 1.130 zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte; 1.131 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden; 1.132 zoneringsregeling: de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan geldende regels inzake de zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen en watertransportleidingen.

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijbehorende bouwwerken, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.8 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van de footprints van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.9 vrije hoogte: de verticale afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het maaiveld en de onderkant van het laagste, daarboven gelegen constructiedeel.

Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS

Artikel 3

Groen

3.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bermen en beplanting; c. parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'parkeerterrein' met daaraan ondergeschikt: d. fiets-, voet en ruiterpaden; e. sport- en speelvoorzieningen; f. water, waterlopen, waterpartijen en oevervoorzieningen (waaronder een tewaterlaatplaats voor boten); g. duikers en duikerbruggen; h. bruggen en landhoofden; i. kunstobjecten; j. kunstwerken; k. straatmeubilair; l. in- en uitritten voor naastgelegen functies; met de daarbij behorende: m. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2 bouwregels 3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van lichtmasten en kunstwerken mag niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 10 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter; 3.3 specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a.

het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; b. het gebruik van gronden als parkeerplaats gebruik van gronden als parkeerplaats, voor zover dit gebruik plaats vindt op gronden buiten de aanduiding ‘parkeerterrein”; c. het gebruik van gronden ali staan- of ligplaats, alsmede kampeerterrein; d. het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; e. het gebruik van gronden voor sport- of wedstrijdterrein, landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport.

3.3.2 Afwijken van het gebruik Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans op basis van de Nota Parkeernormen Amstelveen blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de overige openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 3.3.1 onder b. omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen;

Artikel 4

Tuin

4.1 bestemmingsomschrijving De voor Tuin (T) aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. entreeportalen; c. erkers behorende bij grondgebonden woningen; d. (fietsen-)bergingen behorende bij grondgebonden woningen; met de daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: f. verhardingen, paden en terrassen; g. parkeren, indien er een inritconstructies/vergunning aanwezig is. 4.2 bouwregels 4.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan: 1. 6 meter voor palen en masten; 2. 3 meter voor lichtmasten en voor het overige; b. voor erf- en perceelafscheidingen bij woningen in een voorerfgebied, dat grenst aan een openbaar toegankelijk gebied gelden de volgende voorwaarden: 1. de hoogte van de afscheiding in een voorerfgebied mag vanaf het aansluitende terrein niet meer dan 1,00 meter bedragen; 2. een toegangspoort, die onderdeel uitmaakt van de totale erf- of perceelafscheiding of die geplaatst wordt tussen groenvoorzieningen, mag niet breder zijn dan 4 meter en niet hoger dan 2 meter ten opzichte van het aansluitende terrein.

4.2.3 Erkers Voor het bouwen van erkers gelden de volgende regels: a. een erker mag alleen worden gebouwd aan een hoofdgebouw van een grondgebonden woning; b. de diepte van een erker mag maximaal 1 meter bedragen; c. de breedte van een erker mag maximaal 4/10 deel bedragen van de oorspronkelijke gevelbreedte waar tegenaan wordt gebouwd; d. de hoogte van een erker mag niet hoger zijn dan de bouwhoogte van de aansluitende eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; e. er dient een niet te bebouwen strook in acht te worden genomen: 1. van 1 meter ten opzichte van gronden bestemd voor verkeersdoeleinden en groenvoorzieningen; 2. ten opzichte van de perceelsgrens minimaal 2 meter; f. het dak van een erker grenzend aan, of uitziend op, de openbare weg mag als balkon/dakterras worden ingericht; g. een erker wordt niet toegestaan indien er ter hoogte van de entree door plaatsing van een bouwwerk als bedoeld in lid 4.2.4 al een overschrijding van de bouwgrens heeft plaatsgevonden of is vergund.

4.2.4 Entreeportalen Voor het bouwen van entreeportalen gelden de volgende regels: a. een entreeportaal mag worden opgericht ter plaatse van en aansluitend op de toegang van hoofdgebouwen; b. de maximum oppervlakte van een entreeportaal bedraagt 5 m²; c. de hoogte van een entreeportaal mag ten hoogste gelijk zijn aan die van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw; d. er dient een niet te bebouwen strook van 1 meter in acht te worden genomen ten opzichte van de gronden bestemd voor verkeer en groen; e. een entreeportaal wordt niet toegestaan indien er door het realiseren van een bouwwerk als bedoeld in lid 4.2.3 al een overschrijding van de bouwgrens heeft plaatsgevonden of is vergund. 4.2.5 Fiets- en containerbergingen Voor het bouwen van fiets- en containerbergingen ten behoeve van grondgebonden woningen in een voorerfgebied gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van alle aanwezige bouwwerken bedraagt niet meer dan 50% van het totale voorerfgebied; b. de oppervlakte van het bouwwerk mag niet meer dan 4 m² bedragen; c. de hoogte van de berging mag niet meer dan 2 meter bedragen; d. de langste zijde van het bouwwerk is haaks op de voorgevel van de woning gebouwd; e. de afstand van de berging tot de erfgrens, grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied, is minimaal 0,5 meter. 4.3 afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijken m.b.t.

erkers Zolang het ondergeschikte karakter van de erker gehandhaafd blijft, kan met een omgevingsvergunning afgeweken worden van: a. het bepaalde in artikel 4.3.2 sub b tot een diepte van maximaal 2,50 meter onder de voorwaarde dat de niet te bebouwen strook van minimaal gelijke breedte is als de diepte van de erker en tevens wordt voldaan aan het gestelde in artikel 4.2.3 onder e en g; b. het bepaalde in artikel 4.2.3 sub c tot een breedte van maximaal 2/3 van de breedte van het gevelvlak; c. het bepaalde in artikel 4.2.3 sub e onder 1 ter plaatse van de zijgevel tot een diepte tot aan de perceelsgrens wanneer dit een grens met het openbaar gebied is. 4.3.2 Voorwaarden voor afwijken De in lid 4.3.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, mits: a. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer van geluidgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde, en; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; en 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 4.4 specifieke gebruiksregels

4.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van deze gronden voor opslag voor goederen; b. het gebruik van deze gronden ten behoeve van het parkeren indien er geen inritconstructies/vergunning aanwezig is.

Artikel 5

Verkeer

5.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten en paden; b. voet- en fietspaden c. in- en uitritten; d. ongebouwde parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; f. waterhuishoudkundige voorzieningen; g. duikers en bruggen; h. viaducten; i. openbaar toegankelijk gebied; j. standplaatsen conform standplaatsenbeleid; k. groenvoorzieningen; l. openbare nutsvoorzieningen; m. straatmeubilair; n. geluidwerende voorzieningen; o. fietsenstallingen; p. kunstwerken; q. kunstobjecten; r. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 5.2 bouwregels 5.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen en (licht)masten, mag niet meer bedragen dan 16 meter; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 3 meter. 5.3 specifieke gebruiksregels 5.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor de opslag van goederen.

Artikel 6

Verkeer - Verblijfsgebied

6.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woonstraten; a. voet- en fietspaden; b. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. openbaar toegankelijk gebied; e. groenvoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. openbare nutsvoorzieningen; h. straatmeubilair; i. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; j. infrastructurele voorzieningen met het oog op het beheer van de bestemming. 6.2 bouwregels 6.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen. Deze gebouwen hebben een maximale bouwhoogte van 3 meter een maximale oppervlakte van 10 m2. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van palen en (licht-)masten en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, mag niet meer bedragen dan 10 meter; b. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer bedragen dan 4 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=55a03f8a-64c2-45cb-b941-f47e1063e36e