CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 14 december 2022, gemeente amstelveen27.217 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Notenlaan/Appellaan Op het perceel Notenlaan/Appellaan heeft een gymzaal gestaan. Voor dit perceel is in het vigerende bestemmingsplan uit 2013 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor 11 woningen. Hier is nog geen gebruik van gemaakt. Daarom wordt deze wijzigingsbevoegdheid niet opnieuw opgenomen. Voor deze ontwikkeling zal gebruik gemaakt worden van de wijzingingsbevoegheid uit het nu vigerende bestemmingsplan. m deze reden wordt dit plan buiten het plangebied gehouden.

Oostelijke Poeloever 2 De voorgenomen ontwikkeling Oostelijke Poeloever bestaat uit 12 appartementen en 3 vrijstaande woningen. Er is hiervoor een apart bestemmingsplan vastgesteld op 15 december 2021. Om deze reden is deze ontwikkeling buiten het plangebied gehouden. Augustinuspark Bij wijkwinkelcentrum Augustinuspark wordt de haalbaarheid onderzocht van een transformatie en vernieuwing van de bebouwing. Een woonprogramma van ca 110 huur en koop appartementen in het middeldure segment, gecombineerd met een commercieel­maatschappelijke plint. Voor de parkeeropgave wordt gedacht aan een

ondergrondse vorm van parkeren. Aangezien de haalbaarheid nog onderzocht moet worden is deze ontwikkeling vooralsnog niet buiten het plangebied gehouden.

HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch­planologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend. De regels bevatten samen met de verbeelding het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Amstelveen. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar.

3.2 De bestemmingen Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt. Wijze van meten (artikel 2) hierin wordt aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Bedrijf (artikel 3) Deze bestemming geldt voor de in het plangebied zelfstandig voorkomende vormen van bedrijvigheid. Deze zijn gelegen o.a. aan het Peppelerf, op de locatie van autobedrijf Van Poelgeest aan de Burgemeester A. Colijnweg en de benzinepomp en naastgelegen Autobedrijf aan de Ouderkerkerlaan. De kleinschalige bedrijven o.a. in voormalige garaboxen komen verspreid door het plangebied voor en zijn voorzien van de bestemming Bedrijf ­ Kleinschalig (artikel 4) en tenslotte vallen onder de bestemming 'Bedrijf ­ Nutsvoorziening' (artikel 5) alle in het plangebied voorkomende nutsvoorzieningen, voorzover deze bouwvergunningsplichting zijn. Cultuur en ontspanning (artikel 6)

Binnen deze bestemming is geregeld dat er een museum, atelier met ondersteunende horeca is toegestaan. Daar waar de verbeelding is voorzien van de nadere aanduiding kantoren is een kantoor toegestaan. Detailhandel ­ Tuincentrum (artikel 7) Deze bestemming is opgenomen voor het tuincentrum aan de Handweg. Gemengd, Gemengd ­ 1 t/m 3 (artikel 8 t/m 10). Deze bestemming komt voor op locaties waarbij wonen wordt gecombineerd met andere bestemmingen, zoals bedrijven, kantoor, maatschappelijke voorzieningen, dienstverlening, sport, en gezondheidszorg. Binnen deze bestemming zitten de activiteiten vaak op de begane grond en het wonen daarboven. Deze bestemming vindt je terug in het Oude Dorp, op diverse locaties aan de Van der Hooplaan, Hueseplein, (winkel­)Strip Fokkerlaan, (winkel­)Strip Lindenlaan en J. Calvijnlaan en het Augustinuspark. Groen (artikel 11) De bestemming omvant het merendeel van de structurele groenvoorzieningen in Amstelveen. Binnen deze bestemming is het mogelijk om fietsenstallingen te maken bij voorbeeld nabij perrons en/of bushaltes. Het groen is mede bestemd voor bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede voor verhardingen, parkeervoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en straatmeubilair. Horeca (artikel 12) Deze bestemming is opgenomen voor zelfstandige horecavestigingen in de vorm van restaurants.

Deze bevinden zich aan de Ouderkerkerlaan, Laan Nieuwer Amstel, Hueseplein en Van der Hooplaan. De maximale categorie voor deze horecavoorzieningen is 2. uitwisseling tussen horecabedrijven mag slechts plaatsvinden naar een lagere categorie. Kantoor (artikel 13) De bestaande kantoorgebouwen zijn per vestiging bestemd. Op elk bestemmingsvlak zijn bouwvlakken aangegeven waarbij de maximale omvang van de toegestane bebouwing is weergegeven. Maatschappelijk (artikel 14) De voor maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor sociale, religieuze, medische (zoals een hospice, huisartsenpraktijk, fysiotherapeut, zorginstelling, culturele en (openbare) educatieve voorzieningen, alsmede kinderopvang. Natuur (artikel 15) De bestemming natuur is opgenomen voor een aantal stroken rondom de Poel, namelijk aan de zijde van de Noordelijke Poeloever, alsmede aan de zijde van de Oostelijke Poeloever. Sport (artikel 16 ), Sport ­ Sporthal (artikel 17), Sport ­ Watersport (artikel 18) en Sport ­ Zwembad (artikel 19) De bestemming Sport is opgenomen voor de sportvoorzieningen binnen het plangebied. Deze komen voor aan het Wimledonpark, Sportlaan, Startbaan en Ouderkerkerlaan. De voorzieningen, zoals clubgebouwen dienen binnen het daartoe aangegeven bouwvlak te worden gerealiseerd. Onder de bestemming sport vallen tevens de voorkomende sporthallen, watersportvereniging en zwembad de Meerkamp.

Tuin (artikel 20) en Tuin ­ Parkeertuin (artikel 21)

In de tuinbestemming zijn naast 'bouwwerken, geen gebouwen zijnde' erkers of entreeportalen toegestaan. Voor een erker is het mogelijk om van de bouwregels af te wijken. Daar zijn voorwaarden aan verbonden. Tevens is het mogelijk om een fietsenberging in de voortuin te realiseren. De gronden die zijn aangewezen voor de bestemming 'Tuin ­ Parkeertuin' zijn naast de tuinbestemming ook bedoeld voor parkeren. Eventuele bouwwerken mogen niet ten koste gaan van parkeerplaatsen. Verkeer, Verkeer ­ Garagebox, Verkeer ­ Openbaar vervoer, Verkeer ­ Parkeren, Verkeer ­ Verblijfsgebied' (artikelen 22 t/m 26) Voor de bestemming verkeer zijn verschillende artikelen opgenomen. Binnen deze bestemming zijn verschillende aspecten van de verkeersbestemming geregeld. Bij Verkeer ­ Garagebox is in de specifieke gebruiksregels bepaald dat garageboxen onder meer niet bestemd zijn voor bewoning en detailhandel. De bestemming Verkeer ­ Openbaar Vervoer is opgenomen voor het tracé van de museumspoorlijn met alle daarbij behorende voorzieningen inclusief perrons. De bestemming Verkeer ­ Parkeren is bedoeld voor parkeerterreinen en parkeergarages. Onder de bestemming Verkeer ­ Verblijfsgebied valt het verblijfsgebied, waaronder de woonstraten en woonerven. en Verkeer­ Voetgangersgebied betreft het puur als voetgangersgebied aangewezen route langs Elegast naar de ter plaatse gelegen school.

Water (artikel 27) en Water ­ 1 (artikel 28) De bestemming water is bedoeld voor waterberging, waterhuishouding en waterlopen. In de specifieke gebruiksregels is onder meer bepaald dat het aanleggen van woon­ en bedrijfsschepen in strijd is met de bestemming. De gronden met de bestemming water kunnen niet worden omgezet in groenvoorziening. De regels opgenomen bij de bestemming Water ­ 1 zijn ten behoeve van de watergang bij de watersportvereniging aan de Doorweg, ter plaatse zijn aanlegsteigers ten behoeve van de watersportvereniging toegestaan. Wonen, Wonen ­ 1, t/m 2, Wonen ­ Woonwagenstandplaats, Wonen ­ Woonzorg (artikel 29 t/m 33) Binnen de bestemming wonen zijn woningen mogelijk. Naast het bouwen van een hoofdgebouw zijn er regels opgenomen voor aan­ en uitbouwen, bijgebouwen, het bouwen onder de grond en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor dakkapers. In de specifieke gebruiksregels is onder meer opgenomen dat bewonen van een bijgebouwen in strijd is met de bestemming. Bij aan huis verbonden activiteiten wordt gedacht aan een praktijk voor een (huis)arts of fysiotherapeut, dan wel voor een advocaat of een juridisch/financieel adviseur. Het woonkarakter dient het uitgangspunt te blijven. Daarom behoren deze beroepsactiviteiten ondergeschikt te blijven aan het wonen.

Dit is geregeld door op te leggen dat maximaal 30 procent van het woonoppervlakte gebruikt mag worden voor aan huis verbonden activiteiten. Het kenbaar maken van de beroepsactiviteiten door middel van een aanduiding op de gevel is in beginsel toegestaan. Als aparte bestemming zijn opgenomen de woonzorgcentra en de woonwagenstandplaats. De woonzorgcentra gelegen aan Wimbledonpark/Startbaan, Wimbledonpark/Sportlaan, Kastanjelaan en Populierenlaaan/Keizer Karelweg zijn voorzien van de bestemming Wonen ­ Woonzorg (artikel 33). De woonwagenstandplaats aan de Doorweg heeft de bestemming Wonen ­ Woonwagenstandplaats (artikel 32) gekregen.

Leiding­Gas, Leiding­Water, Waarde ­ Aardkundige Waarden, Waarde­Archeologie 1, 2, 3 en 5, Waarde­Cultuurhistorie Gemeente en Waterstaat­Waterkering (artikel 34 t/m 39) Als dubbelbestemming zijn opgenomen gas, water, archeologie, cultuurhistorie en waterkering. De primaire bestemming mag de belangen welke worden behartigd binnen de dubbelbestemming niet onevenredig schaden. Hiervoor is in de planregels een regeling opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti­dubbeltelregel (artikel 40) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Algemene bouwregels (artikel 41) In dit artikel (toegelaten overschrijdingen) wordt aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. Luchtvaartverkeerszone­LIB (artikel 42 t/m 45) Hier wordt aangegeven waar de gronden binnen de gebiedsaanduidingen en vrijwaringszones (Luchtvaartverkeerzones LIB) voor bedoeld zijn.

Veiligheidszone LPG (artikel 46) Voor het tankstation aan de Ouderkerkerlaan is het toegestaan om LPG te verkopen. Voor deze activiteit is een gebiedsaanduiding LPG­veiligheidszone opgenomen. Algemene afwijkingsregels (artikel 47) In dit artikel wordt bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 48) Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 49) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.

HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen, met een onderlinge ruimtelijke en functionele samenhang, sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. In het onderhavige bestemmingsplan worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt, behalve die waarvoor de benodigde procedures reeds zijn doorlopen en afgerond. In het geval er wel meer dan 12 woningen mogelijk zouden worden gemaakt binnen bestaand stedelijk gebied is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dat geval moet worden aangetoond dat er behoefte is aan de woningen die binnen het plan zouden worden gerealiseerd. In dit bestemmingsplan worden behoudens ontwikkelingen waarvoor de benodigde procedures reeds volledig zijn doorlopen geen nieuwe woningbouwontwikkelingen mogelijk gemaakt.

Regionaal Actieprogramma wonen Middels de Provinciaal Ruimtelijke Verordening (PRV) heeft de provincie Noord­Holland de gemeenten binnen de provincie de verplichting opgelegd om een Regionaal Actieprogramma Wonen op te stellen. Eind 2016 heeft de voormalige Stadsregio Amsterdam het concdept Regionaal Actieprogramma Stadsregio Amsterdam 2016­2020 aangeboden aan de provincie Noord­Holland. In juli 2017 is dit Regionaal Actieprogramma wonen aangevuld met onder meer een recentere behoefte­onderbouwing. Uit de kwantitatieve en kwalitatieve match tussen vraag en aanbod blijkt dat er in de deelregio Amstelland Meerlanden regionaal een tekort is aan harde plancapaciteit van ruim 17.000 woningen. In vrijwel alle marktsegmenten tekorten. Daarmee is voor binnenstedelijke plannen de actuele regionale kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aangetoond.

4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.2.1 Financieel-economische haalbaarheid Onderhavig bestemmingsplan heeft voornamelijk een conserverend karakter. Uit onderzoek naar de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is derhalve gebleken dat er enkel kosten optreden die verband houden met het opstellen van het bestemmingsplan. Hiervoor staan dekkende fondsen uit de algemene middelen van de gemeente ter beschikking. Uit het onderzoek is daarnaast gebleken dat er geen onvoorziene hoge kosten zijn te verwachten en de gemeente bovendien geen hoge financiële risico's draagt. Het bestemmingsplan is derhalve economisch uitvoerbaar binnen de planperiode van tien jaar. 4.2.2 Verhaal van kosten Om gemaakte kosten te verhalen dient de gemeenteraad ingevolge artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan dient vast te stellen voor de gronden

waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen. (Zie artikel 6.2.1. Bro). Voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen, maar betreft een conserverend bestemmingsplan. Op basis van dit bestemmingsplan worden geen nieuwe bouwplannen ontwikkeld als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet noodzakelijk.

4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3.1 Inspraak Het voorontwerp is gedurende zes weken ter inzage gelegd van donderdag 24 februari tot en met woensdag 6 april. Hiervan is vooraf digitaal kennisgegeven in het Gemeenteblad op 23 februari. In bijlage 1 zijn de inspraakreacties zakelijk weergegeven en is het commentaar daarop van het college van burgemeester en wethouders neergelegd. Het ontwerp is gedurende zes weken ter inzage gelegd van vrijdag 10 juni tot en met donderdag 21 juli 2022. edurende de termijn van ter inzage legging heeft een ieder de gelegenheid gekregen om schriftelijk zienswijzen kenbaar te maken. Er zijn 5 zienswijzen ingediend. De beantwoording van de zienswijzen is terug te vinden in bijlage 2, nota van beantwoording zienswijzen. 4.3.2 Bro-partners In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het voorontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op 5 april 2022. De toezending is gedaan met het verzoek om binnen 3 weken te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen, dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. Gedeputeerde Staten van Noord­Holland 2. Waternet 3. Hoogheemraadschap van Rijnland 4. Liander 5. Ondernemersvereniging Amstelveen 6.

Brandweer Amstelland 7. Veiligheidsregio 8. Gasunie 9. Rijksdienst voor cultureel erfgoed 10.Kamer van koophandel 11.Tennet De instanties welke staan vermeld onder de 3, 5, 7, 8, 9 en 10 hebben niet gereageerd, zodat mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. De instanties welke staan vermeld onder de 6 en 11 hebben te kennen gegeven, dat zij geen opmerkingen hebben, dan wel dat het voorontwerp geen onderwerpen raken waarbij deze instanties belang hebben. De instanties welke staan vermeld onder de 1, 2 en 4 hebben inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. Alleen nummer 1 en 2 hebben geleid

tot aanpassing van de toelichting. In bijlage 1 zijn de vooroverlegreacties zakelijk weergegeven en is het commentaar daarop van het college van burgemeester en wethouders neergelegd.

4.4 Handhaving 4.4.1 Uitvoerings- en handhavingsbeleid Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe ophet gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben.

De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven. Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings­ (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings­ als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan.

Een ander belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. Het gehele uitvoerings­ en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten; <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt; <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen; <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen;

<0000> <0000> <0000>

<0000>

De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt; De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken; De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen; De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid.

In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma's worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad. 4.4.2 Handhavingsopgave Uit de planregeling volgt een directe opgave voor handhaving. Er zijn immers strijdige en illegale functies geconstateerd die ingevolge het bestemmingsplan dienen te worden beëindigd. Een aantal van deze gevallen zijn al bekend. Deze zijn naar voren gekomen tijdens het toezicht op verleende omgevingsvergunningen of wij zijn door burgers en bedrijven met klachten en meldingen of verzoeken om handhaving gewezen op overtredingen. Ook vanuit lopende projecten, opgenomen in de jaarlijks opgestelde uitvoeringsprogramma's volgt een opgave voor handhaving. Van de bekende strijdige functies is beoordeeld of deze in het bestemmingsplan een positieve bestemming moeten krijgen. Indien dat het geval is dan is daarvoor een passende bestemming opgenomen. Indien dat noodzakelijk is dan krijgt de overtreder de mogelijkheid om alsnog een omgevingsvergunning aan te vragen om de overtreding te legaliseren.

Indien een strijdige functie geen positieve bestemming heeft gehad dan volgt uit de vaststelling van dit bestemmingplan direct een handhavingsopgave.

HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED Dit is een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied. Alle ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met dit bestemmingsplan zijn al behandeld in hoofdstuk 2

5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.1.1 Het plangebied in groter verband Het plangebied ligt ten zuiden van de Rijksweg A9 centraal gelegen in de bebouwde kom van Amstelveen. Het plangebied betreft een tweetal woonwijken, namelijk het Oude Dorp inclusief de Oostelijke Poeloever in het noord­westen van het plangebied en het Keizer Karelpark in de rest van het plangebied en het gebied Sportlaan. 5.1.2 Beschrijving deelgebieden Keizer Karelpark Bouwperiode De opzet van de wijk is ontworpen in de jaren '20 maar na de oorlog bijgesteld. De eerste vooroorlogse woningen zijn in de noordwesthoek van de wijk gebouwd. Na de oorlog werden behalve eengezinswoningen ook de eerste flats gebouwd, waaronder in 1957 de bijzondere hellingbaanflats aan de Dr. Plesmansingel. In de jaren '80 en '90 zijn nog enkele appartementen complexen toegevoegd, waarvan de grootste aan de Kastanjelaan en de hoogste op de hoek Van der Hooplaan­Sportlaan. Landschap Keizer Karelpark is aangelegd in de Bovenkerkerpolder en wordt begrensd door de A9 in het noorden, de Beneluxbaan in het oosten en zuiden en de Handweg in het westen. De noord­ en westrand van de polder zijn als dijk te herkennen. Aan de noordrand ligt de Ouderkerkerlaan op de dijk met lintbebouwing aan de noordzijde en ringvaart aan de zuidzijde. Aan de westrandis de dijk (Handweg) aan de zijde van het Keizer Karelpark ingericht als brede groenstrook.

Het oorspronkelijk verkavelingspatroon van de polder is bij de ontwikkeling van de wijk geheel losgelaten. Alleen het sportveldengebied aan de Janselaan is gebaseerd op de kavelinrichting in de polder. Het Janselaantje zelf is nog gedeeltelijk herkenbaar in het gebied. Vroeger was dit een klein weggetje in de polder, tussen de Bovenkerkerweg en de Middenweg.

Bebouwingstypen De eerste woningen van de wijk zijn eengezinswoningen in gesloten bouwblokken met een rijke architectuur. Na de oorlog is in het noorden en westen van de wijk vooral laagbouw neergezet in rijen. Vanaf eind jaren '50 zijn in het midden, zuiden en langs de noordoost­, oost­ en westrand middelhoge gallerij­ en portiekflats gebouwd. De flats bestaan uit reeksen, meestal parallel aan of haaks op de hoofdverkeersstructuur, waarachter weer laagbouw in rijtjes voorkomt. De vormgeving van de naoorlogse woningbouw is functioneel: recht en hoekig, flats zijn plat afgedekt, de eengezinswoningen in het zuiden ook. Recente appartementen complexen sluiten niet altijd aan bij de oorspronkelijke vormgeving van de wijk. Zo zijn de appartementen langs de Kastanjelaan gegroepeerd in bogen en heeft het seniorencomplex aan de William Boothlaan een volledig vrije vorm die niet correspondeert met de omgeving. Naast woningen zijn verschillende kleinschalige winkelgebieden ontwikkeld op vijf plekken in de wijk. Daarnaast telde de wijk van oorsprong veel scholen, waarvan een aantal inmiddels zijn gesloopt en de gebieden zijn of worden herontwikkeld. Ruimtelijke opzet De randen van de wijk kennen typerende bebouwingsvormen. De noordrand wordt gevormd door een historisch bebouwingslint. Langs de oostrand liggen voornamelijk flats. Langs de zuidrand ligt een zone met kantoorpanden.

Langs de westrand liggen voornamelijk flats. De hoofdontsluiting van de wijk takken aan op Beneluxbaan en Handweg en zijn de Sportlaan, Van der Hooplaan en Keizer Karelweg. De hoofd groen­ en waterstructuur loopt als zelfstandig element (niet gekoppeld aan hoofdontsluitingen) door de wijk. Wel is in de naoorlogse structuur van de wijk een duidelijk samenspel te zien tussen bebouwing en groen. In het eerste deel van het Keizer Karelpark dat voor de oorlog is gebouwd, het "Witte Dorp", genoemd naar de toenmalige aannemer, is gekozen voor een formele strakke opzet van de centrale waterpartij met kademuren en bruggen rond het Veenendaalplein en de Ouderkerkerlaan. Deze is ontworpen door architect Jan Wils (Olympisch stadion) in 1924 en is nu een gemeentelijk monument. Toen men na de oorlog verder ging met de uitbreiding van de wijk was er bij ontwerpers (Broerse) een zekere afkeer van de strakke, formele en monumentale lijn ontstaan. Vandaar dat de vormgeving van de vijvers ten zuiden van de Keizer Karelweg een heel andere stijl hebben. Informeel, asymmetrisch, meer affectie met natuur. De verkeersontsluitingen en de groenstructuur delen de wijk op in kleine buurtjes, die ook als zodanig zijn vormgegeven. De grote variatie aan 'buurtjes' met heel

verschillende karakters is op zich niet gunstig voor de samenhang binnen de wijk. Toch is de wijk wel te ervaren als een samenhangend geheel. Dit komt vooral door de doorlopende structuren als buurtwegen (bijvoorbeeld Lindenlaan) en singels en waterpartijen. Het behouden en versterken van de continuïteit hiervan is dan ook niet onbelangrijk. Het groene karakter van de wijk wordt in grote mate bepaald door de hoofdgroenelementen in de wijk, omdat die plek bieden voor groot uitgegroeide bomen. Ieder buurtje heeft een eigen verkavelingspatroon en identiteit. In de vooroorlogse buurtjes wordt de identiteit bepaald door de jaren '30 architectuur van de woningen met prominente kappen, gesloten bouwblokken en tuinmuurtjes. Voortuinen zijn behoorlijk diep en veelal groen ingericht, wat de groene uitstraling van de straatjes ten goede komt. Openbaar groen beperkt zich tot tot straatbomen en een enkel plantsoentje op pleintjes. De openbare ruimte is beperkt. Om voldoende parkeren te faciliteren aan weerzijden van de woonstraatjes is veelal eenrichtingsverkeer ingesteld. De naoorlogse laagbouw buurtjes zijn meer in stroken en stempeltjes verkaveld. Er zijn een heel aantal buurtjes te onderscheiden.

Zo is er een buurtje dat opgebouwd is uit een aantal ruitvormige pleintjes, een buurtje met voor de wijk relatief lange straten met lange kaarsrechte rijen laagbouwwoningen, een buurtje met semi­gesloten bouwblokken, een buurtje met gebogen straatjes en verschillende clusters van laagbouw in straatjes of hofjes van elkaar gescheiden door flatgebouwen. De buurtjes in de noordelijke helft van de wijk zijn krapper van opzet dan in de zuidelijke helft. Met name de buurtjes aan weerszijde van de Van der Hooplaan tussen het Keizer Karelplein en de Plesmansingel bestaan uit vrije kleine woningen op kleine kavels. De hier voorkomende ruitvormige pleintjes zijn een groene en ruime uitzondering op de overwegend smalle en stenige straatjes. De oostelijk en meer zuidelijk liggende buurtjes kennen over het algemeen een wat ruimere opzet met omzomend groen rond laagbouw in combinatie met flatgebouwen. Voor het grootste deel bestaan de oostelijke en zuidoostelijke laagbouwwoningen uit twee bouwlagen zonder kap. Dit in tegenstelling tot de overige laagbouw, die overwegend uit twee lagen met kap zijn opgebouwd. Ook komen er seniorenwoningen voor van een bouwlaag en een bouwlaag met kap. Winkelgebieden en scholen kwamen van oorsprong veel voor in de wijk. Met name langs de Lindenlaan en de Van der Hooplaan liggen veel van dit soort functies.

Het aantal schoollocaties is inmiddels afgenomen en herstructurering van schoollocaties is aan de gang. Winkelgebieden zijn niet allemaal even levensvatbaar. Voor de dagelijkse boodschappen wordt winkelconcentratie voorgestaan langs de Van der Hooplaan. Overige winkelgebieden zijn over het algemeen al meer gevuld met winkels voor de niet dagelijkse levensbehoeften. Winkels zijn meestal ingepast in de plint van flatgebouwen met woningen op de bovenliggende lagen. Gestapelde woningbouw staat met name langs de randen van de wijk, langs de belangrijkste verkeersontsluitingen, rond het Augustinuspark en in het hellingbaanflatpark. De bouwhoogtes van de gestapelde bouw zijn overwegend vier tot zes bouwlagen, maar er komen appartementengebouwen van tussen de drie en dertien bouwlagen voor. Parkeren ten behoeve van gestapelde bouw vindt meestal plaats langs de langs de flat lopende straat. Waar de groenstructuur en hoofdverkeersstructuur aan de woonbuurtjes grenzen zijn de profielen ruim en is over het algemeen meer ruimte voor openbaar groen. De belangrijkste ontsluitingsstraten hebben laanbeplanting in groenstroken of in de stoep. Meestal is hier ruimte voor aanliggende groenstroken en wordt een deel van het profiel gebruikt voor parallel straatjes, bijvoorbeeld ter hoogte van winkels.

Op kruisingen van de verkeersstructuur met de groenstructuur is het karakter wel groen, maar ontbreekt het dikwijls aan zichtassen door de groenstructuur. Dit ondanks het aanwezige water.

In het zuiden van de wijk ligt een behoorlijk areaal aan sportterreinen. In de loop van de jaren is dit gebied, met name langs de ontsluitingswegen, steeds meer bebouwd. Voorkomende functies in dit gebied zijn middelbare scholen, kinderopvang, sporthallen, een zwembad en een sportschool. De verschillende functies zijn over het algemeen vormgegeven als solitairen. Recent heeft een herindeling en modernisatie van sportterreinen plaatsgevonden. Oude Dorp en Handweg Bouwperiode Het Oude Dorp van Amstelveen is ontstaan op een kruising van de routes: Amsterdamseweg­Dorpsstraat­Handweg en Stationsstraat­Ouderkerkerlaan. De eerste kerk werd er gebouwd rond 1296, toen er blijkbaar voldoende mensen woonden om een aparte kerk (of kapel) neer te zetten. De oorspronkelijke dorpsbebouwing was van hout en is niet bewaard gebleven. Maar ook branden, oorlogen en vernieuwingen hebben ertoe bijgedragen dat het huidige dorp totaal niet lijkt op wat er in voorgaande eeuwen gestaan moet hebben. Tussen 1912 en 1915 is de spoorlijn van Amsterdam naar Uithoorn aangelegd, met een halte aan de Stationsstraat. Hierdoor, en door annexatie van het noordelijk deel van de gemeente door Amsterdam, kwamen meer ingrijpende veranderingen op gang en breidde het dorp zich uit.

Zo zijn de huidige Dorpskerk en voormalige Pastorie, een postkantoor, een belastingkantoor en een marechausseekazerne in de jaren '20 gebouwd. Ook de winkelpanden en woonhuizen rond het dorpsplein zijn hoofdzakelijk gebouwd tussen 1910 en 1940, met een uitzondering uit 1799, en drie nieuwere panden uit de jaren '70, '80 en '90 van de vorige eeuw. De bebouwing rond het Smedemanplein is van rond 1920, de arbeiderswoningen aan de Roemerdorpstraat van 1915. Aan de Stationsstraat en Badlaan stamt de bebouwing uit de jaren '20 met toevoegingen uit de jaren '80, '90 en 2000. Langs de Dorpsstraat staat afwisselend oudbouw, van rond 1910 en 1920, en nieuwbouw uit de jaren '80 en '90. In de tachtiger jaren is het dorp drastisch veranderd door sloop en nieuwbouw en door de bouw van een nieuw gemeentehuis en het toevoegen van een nieuwe verkeersstructuur: de Laan Nieuwer Amstel. De Amsterdamseweg/Handweg is een historisch lint, de verbinding tussen Amsterdam en Leiden. De Handweg is een dijk met aan de westzijde bovenland en aan de oostzijde de wijk Keizer Karelpark, die in de Bovenkerkerpolder ligt. De bebouwing aan de oostzijde van de Handweg is geen historische bebouwing en wordt beschreven in de Gebiedsbeschrijving Keizer Karelpark. De bebouwing aan de westzijde van de Handweg is traditionele lintbebouwing, zij het dat de huidige panden van na 1900 stammen.

Een deel van de woningen is gebouwd in de jaren '30, een deel rond de jaren '60, een beperkt aantal in de jaren '70 en '80 en een deel is van na 1990. Eerdere bebouwing was veelal van hout en is in de loop van de jaren vervangen door bakstenen nieuwbouw. Landschap Het Oude Dorp en Handweg zijn gebouwd op het bovenland, met dus een bodem van veen en een nadrukkelijke koppeling met de oorspronkelijke verkaveling. Er zijn nog duidelijke restanten van het oude slotenpatroon te herkennen. De Amsterdamseweg, Dorpsstraat en de Handweg zijn al te zien op middeleeuwse kaarten. Het waren oorspronkelijk smalle veenkades met aan weerszijden sloten en bomenrijen. De Ouderkerkerlaan was een belangrijke verbinding tussen het dorp en de Amstel. Langs de oorspronkelijke trekvaart is eenzogenaamd loopveld gespaard gebleven tijdens de verveningen. Deze strook grond werd gebruikt om vee op te weiden. Na de aanleg van de spoorlijn is het gedeelte dat binnen het dorp viel omgedoopt tot Stationsstraat. Aan de rand van het vroegere dorp zijn in 1787 als onderdeel van de patriottische verdedigingslinie rond Amsterdam twee verdedigingsposten aangelegd met geschutsstellingen aan de Ouderkerkerlaan en de Handweg. Deze stellingen (posten 13

en 14) zijn nu niet meer aanwezig. Het haventje in het Oude Dorp is bij de aanleg van de spoorbaan gedempt met aarde van de stelling aan de Ouderkerkerlaan (post 13). Waar de kavels vanaf de Dorpsstraat vroeger doorliepen tot in het achtergebied is door de aanleg van de spoorlijn en de Laan Nieuwer­Amstel dit contact met het landschap afgesneden. Het dorp heeft daardoor een meer introvert karakter gekregen. De huidige begenzingen van het Oude Dorp zijn de A9 aan de noordzijde, de Laan Nieuwer Amstel aan de westzijde en het spoor aan de oostzijde.

Bebouwingstypen Zowel in het dorp als langs de Handweg komt overwegend woon­ en bedrijfsbebouwing voor in een of twee lagen met kap. Traditioneel waren de panden individueel vormgegeven, al dan niet tegen elkaar aangebouwd. Vanaf de jaren '20 werden woningen in rijtjes ontwikkeld. Dorp en Handweg kennen een grote variatie aan gevelbeelden, bouwhoogtes en kapvormen. De toevoegingen uit de jaren '80 en '90 zijn in grotere eenheden neergezet en daardoor duidelijk aanwezig. Daarnaast is de bouwhoogte van een aantal complexen uit de jaren '80 en '90 hoger dan die van de traditionele bebouwing. In de jaren tachtig is wel alles met kap gebouwd, namelijk drie en vierlagen met kap. In de jaren '90 is zonder kap gebouwd en bestaan de gebouwen uit drie en vier lagen. Behalve woningen kent het Dorp een groot aantal voorzieningen. Vooral horeca is goed vertegenwoordigd. Verder is er een museum en een divers aanbod aan winkeltjes, dienstverleners en een tweetal grotere kantoren. Behalve het museum, dat in 1992 nieuwbouw heeft gekregen, zitten de verschillende functies in de plint van panden die veelal daarboven woningen hebben. Ook boven de kantoren zijn appartementen.

Opvallend is daarnaast het raadhuis, dan in 1980 in gebruik is genomen ter vervanging van het oude raadhuis (gebouwd in 1896) aan de Dorpsstraat en diverse panden verspreid in het dorp waarin verschillende gemeentelijke diensten waren gehuisvest. Het raadhuis onderstreept het belang van het dorp als historisch centrum van Amstelveen, maar staat enigszins achter het dorp aan de Poel. Het is een relatief groot pand, oplopend tot 4 lagen met een plat dak. Ruimtelijk beeld Het dorp bestaat uit een variëteit aan panden, overwegend gegroepeerd in rijen en clusters en gericht op de openbare wegen. Daarnaast komen in het dorp semigesloten bouwblokken voor, met name bij de nieuwbouw uit de jaren '80.

Langs de oudste straten staat nog een behoorlijk aantal individueel vormgegeven panden. De verschillende bouwperioden zijn redelijk goed te onderscheiden. Met name de grote clusters van bebouwing uit de jaren '80 en '90 zijn beeldbepalend aan de zuidwestzijde van het dorp. Ook aan de oostzijde is achter de voormalige pastorie een tweetal rijtjes woningen gebouwd in de jaren '90, gericht op de spoorlijn. Schaal en maat van deze toevoegingen ogen wat geforceerd ten opzichte van de oudere bebouwing. De Dorpsstraat en Stationsstraat zijn vrij smal van profiel en daardoor vrij stenig. Er is weinig ruimte voor openbaar groen. Wel staan er bomen: leilindes in de Dorpsstraat refereren aan het historische beeld van het dorp, en in de Stationsstraat zijn ook straatbomen geplant. De nieuwbouw kantoren en woningen aan de Laan Nieuwer Amstel zijn aan de achterzijde van de bebouwing langs de Dorpsstraat en dwars op de Badlaan gebouwd. De Laan Nieuwer Amstel loopt daardoor "kronkelend" langs de westzijde van het dorp. Ten westen van de Laan Nieuwer Amstel staan het gemeentehuis, een kantoor en een restaurant als losse objecten met daarachter het lommerrijke groen van het Amsterdamse Bos en het gebied rond de Poel. Dit gebied is van grote waarde voor de beleving van het dorp en voor recreanten uit de hele gemeente.

Tussen de bebouwing langs de Dorpsstraat west en de bebouwing aan de Laan Nieuwer Amstel ligt het Zetveld: een vrij grote openbare ruimte die is ingericht als parkeerterrein in "woonerfstijl", gebouwd in de jaren '80. Rondom grenst het Zetveld aan achterkanten. De vorm van de openbare ruimte is amorf waardoor het een rommelige toestand is. Op het Zetveld staan bomen in verharding tussen parkeerplaatsen. Rondom de kerk is het beeld dorpser en rustieker. Hier is meer ruimte voor beeldbepalend groen. Ook het Smedemanplein, het eerste sociale woningbouwproject in Amstelveen, is ruim vormgegeven met een plantsoen in het midden en heeft een heel eigen dorpse sfeer. Op het groene pleintje stond vroeger een muziektent. De Roemerdorpsstraat met arbeiderswoningen ademt ook zijn eigen sfeer uit. De Handweg heeft een ruim profiel en heeft een overwegende groene uitstraling. Dit komt door de laanbeplanting van essen, maar ook door het groene dijktalud aan de oostzijde. De westzijde van de Handweg is een lint van losse en geschakelde bebouwing dat contrasteert met de oostzijde. Halverwege is het lint onderbroken en op een drietal plekken zijn de achterliggende terreinen zichtbaar grootschalig bebouwd. Het gaat hierbij om twee tuincentra en een buitensportwinkel. De achterzijde van deze bebouwing wordt begrenst door de spoorlijn.

Deze spoorlijn is door het water van de Poel aangelegd, waardoor een klein deel van de oorspronkelijke Poel nu een waterrijk tussengebied vormt tussen een deel van de achtererven en de spoorlijn. Dit is van grote waarde voor de betreffende woningen aan de Handweg. Ook zijn de natuurwaarden van dit gebied hoog. 5.1.3 Cultuurhistorie/archeologie/monumenten Cultuurhistorie Sinds 2014 zijn gemeenten wettelijk verplicht om cultuurhistorie op te nemen in de bestemmingsplannen (artikel 3.1.6 lid 5 sub a Bro). Dat gebeurt op de verbeelding en in de regels. De gemeente Amstelveen heeft behoefte aan een opname van cultuurhistorie in het grotere perspectief. De aandacht ligt niet langer alleen op behoud, maar veel meer op ontwikkeling, hergebruik en beleving. De objectgerichte benadering zoals deze de afgelopen jaren heeft geresulteerd in een monumentenlijst, wordt gecombineerd met een gebiedsgerichte benadering van de cultuurhistorie in meer algemene zin.

Gebiedsbeschrijving algemeen Het gebied, centraal gelegen in Amstelveen, wordt aan de noordzijde begrenst door het A9 tracé en de Ouderkerkerlaan. Van oudsher werd deze strook bovenland tussen het dorp en de Amsteldijk ook wel ‘het groot loopveld’ genoemd. Aan de westzijde wordt het gebied begrenst door de Handweg/Bovenkerkerweg, eveneens een oude veendijk die fungeerde als ontginningsbasis voor de verder in westelijke richting optrekkende ontginningen. Daar waar de twee veendijken samenkomen ontstond het dorp Amstelveen. Het Keizer Karelpark is het gebied tussen Rijksweg A9, de Beneluxbaan, de Sportlaan en de Handweg. Dit omvangrijke plangebied omvat een belangrijk deel van de uitleg die in de jaren vijftig ten zuiden van de Ouderkerkerlaan werd gerealiseerd. Bij het bepalen van de stedenbouwkundige opzet van Keizer Karelpark speelde de gemeentelijke stedenbouwkundige W. Bron en de directeur van de Plantsoenendienst Chr. P. Broerse een belangrijke rol. Het resultaat van deze samenwerking is onder andere zichtbaar in het samenspel van de flats die Augustinuspark omzomen en het groen. In 1953 werd een begin gemaakt met het ontwerpen van stedenbouwkundige plannen voor het Keizer Karelpark. Het zuidelijke gedeelte van Keizer Karelpark heeft een menging van dominante flatgebouwen en strak verkavelde eengezinsrijenhuizen.

Er is een samenhang met de goed ontwikkelde groenstructuur en tussen de flatgebouwen zijn grote solitaire groenplekken. Hierdoor levert de wat droge opzet van de verkaveling in totaal toch een aangenaam woonmilieu op. Daaraan wordt ook een bijdrage geleverd door de zorgvuldige situering van de bijzondere gebouwen (scholen, kerken) met de vaak ruime terreinen eromheen. Cultuurhistorische waarden Op de volggende bladzijde de Cultuurhistorische waardenkaart.

Oude dorp Amstelveen Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening plaatsvond, werd op ongeveer 3 kilometer westelijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om het ontgonnen gebied te beschermen tegen wateroverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen. Deze achterkade, ookwel de veendijk genoemd, is nog steeds herkenbaar in het hoger gelegen tracé van de huidige Amsterdamse/Amstelveense weg, Dorpsstraat, Handweg en Bovenkerkerweg. De veendijk fungeerde als ontginningsbasis voor de verder in westelijke richting optrekkende ontginningen. Langs deze kade zijn al in een vroeg stadium de buurtschappen Roemersdorp, Middeldorp en Smedeman gesticht. Deze groeide uit tot de belangrijkste dorpskernen binnen de heerlijckheid (voorloper van de gemeente) Nieuwer­Amstel. In de loop der tijd zijn de nederzettingen aan de Veendijk aan elkaar gegroeid en gezamenlijk bekend komen te staan als Amstelveen. Deze benaming komt in de loop van de 15e eeuw voor het eerst voor in schriftelijke bronnen. Hoewel sterk op Amsterdam georiënteerd, bleef Amsterdam tot in de 20ste eeuw een landelijke nederzetting waarvan de bevolking zich bezighield met veehouderij, turfwinning en visserij. In de 17e en 18e eeuw waren in het dorp Amstelveen een kerk, een aantal herbergen, winkels en ambachtelijke bedrijfjes te vinden.

Het oude dorp Amstelveen had omstreeks 1850 een lintvormig karakter, waarin zich een plaatselijke verdichting bevond rond de kerk aan het Dorpsplein. Omdat de Amsterdamseweg de doorgaande route tussen Amsterdam en Leiden vormde, was het dorp Amstelveen een goede pleisterplaats met herbergen voor de passerende mensen­ en goederenstroom. In de 19de eeuw werd zelfs tol geheven aan de Dorpsstraat. Na de aanleg van het spoorlijntje in 1915 en de komst van het station Amstelveen, nam het inwonersaantal snel toe en groeide niet alleen de dorpskern van Amstelveen maar werden daaromheen ook woonwijken gepland, in eerste instantie aan weerszijde van de Amsterdamseweg. Vanwege de snelle groei van het inwonersaantal in de eerste decennia van de twintigste eeuw bleek het noodzakelijk een uitbreidingsplan voor de gemeente op te stellen. Als gevolg hiervan werden de wijken Patrimonium en Randwijck gebouwd. In de jaren zestig bleek dat het oude dorp niet langer als kern kon dienen voor de moderne en nog altijd snel groeiende plaats. Men ontwikkelde een nieuw krachtig, aantrekkelijk en centraal gelegen centrum aan de A9; het stadshart. Horeca en winkels vertrokken in rap tempo uit het dorp richting het nieuwe centrum. In deze periode heeft een deel van de historische bebouwing in het oude dorp plaats moeten maken voor modernere bebouwing.

Zowel de veendijk als de historisch gegroeide bebouwing in de dorpskern van Amstelveen hebben cultuurhistorische waarde. Ten zuiden van het oude dorp heet de veendijk in het verlengde van de Amsterdamseweg de Handweg. De historische oorsprong van de Handweg is niet alleen af te lezen aan de hogere ligging van de veendijk, maar ook aan de historisch gegroeide bebouwing. Deze is overwegend vrijstaand en per bouweenheid ontworpen. De bebouwing verschilt in uiterlijke verschijningsvorm, bouwjaar en oriëntatie aan de dijk. Nog zuidelijker gaat de Handweg over in de Bovenkerkerweg. Verdedigingswerken Vanaf de 16e eeuw ontwikkelde de wapentechniek zich zodanig dat kastelen, stadsmuren en vestinggrachten niet voldoende bescherming boden tegen vijandelijk geschut. Er werden daarom steeds meer verdedigingswerken aangelegd in het buitengebied. De omgeving van Amstelveen maakte deel uit van het verdedigingsgebied rond Amsterdam. Om aaneengesloten stellingen te creëren werden in oorlogstijd in laag gelegen gebieden tussen de verdedigingswerken militaire

inundaties aangelegd. Zodoende ontstonden in de loop der tijd verdedigingslinies zoals de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Dwars door Amstelveen loopt een stelling van een aantal oude verdedigingswerken: een voorloper van de Stelling van Amsterdam uit 1787. Deze linie werd aan het begin van de 19de eeuw door de luitenant­generaal C.R.T. baron Krayenhoff aangelegd, in opdracht van Raadspensionaris R.J. Schimmelpenninck (1761­1825). Begin 19de eeuw dreigde oorlog tussen Frankrijk en Pruissen en bestond er de vrees dat het Koninkrijk bij het Franse Rijk zou worden ingelijfd. Dit was aanleiding om een verdedigingslinie met inundaties (het onderwater zetten van gebieden) en de verdedigingsposten te ontwerpen in een cirkel rondom Amsterdam, die de aanvallers op tenminste twee uur van de hoofdstad zouden houden. De linie bestond uit zogeheten ‘posten’: dit zijn eenvoudige, hoger gelegen aarden wallen bewapend met één of meer kanonnen. De posten 11, 12, 13 en 14 van deze linie bevonden zich op het huidige Amstelveense grondgebied: twee ervan bevinden zich in het bestemmingsplangebied Amstelveen Midden­West: Post 13 aan de Ouderkerkerlaan en post 14 aan de Handweg. Van de posten is weinig meer terug te vinden. Ze zijn afgegraven of overbouwd.

Ter herinnering van post 13 en 14 is in 1996 een zwart granieten herdenkingssteen aangebracht in de bestrating van het Tempelhof. Kerken Handwegkerk en pastorie De gereformeerde Handwegkerk aan de Handweg is gebouwd in 1899 naar ontwerp van de Amsterdamse architect B. Koolhaas. Het betreft een zaalkerk met een kerkzaal van zeven traveeën en een zadeldak. De toegang van de kerk wordt bekroond met een achthoekig torentje met een achtzijdige spits. Naast de Handwegkerk ligt de bijbehorende pastorie. Deze is in 1907 gebouwd door de Amstelveense architect L. van der Bijl, en profileert zich als een statig huis in een landelijke omgeving. Zowel de kerk als de pastorie zijn, voor wat betreft de voorgevel, aangewezen als gemeentelijk monument. Heilige Geestkerk De Heilige Geestkerk bevindt zich op de hoek van de Haagbeuklaan en de Lindenlaan en is gebouwd in 1961 naar ontwerp van architect J.G. de Groot. Het betreft een groot vierkant gebouw met een plat dak, een vrijstaande klokkenstoel en een doopkapel die met een korte gang met de kerkzaal is verbonden, past qua ontwerp in de bouwtraditie van de jaren ’50 en ’60. Bijzonder is het tegeltableau dat zich bevindt boven de entree, naar ontwerp van glaskunstenaar Hub Levigne. De kerk, inclusief de vrijstaande klokkentoren en de doopkapel, is aangewezen als gemeentelijk monument.

Paaskerk Centraal in het Keizer Karelpark, aan het water, staat de in 1963 gebouwde hervormde Paaskerk naar ontwerp van de architect J.B. baron van Asbeck. De bijzondere architectuur van de kerk is geïnspireerd op de kapel in Ronchamp van architect Le Corbusier. De kerk heeft een vierkante plattegrond en twee verdiepingen. Daarop ligt een zeer karakteristiek zogeheten schaaldak. De kerk is gelegen in een groene parksetting, en twee van de gevels van de kerk grenzen aan een vijver. De kerk stond vanaf 2010 op de gemeentelijke monumentenlijst en is in 2014 aangewezen als Rijksmonument. Dorpskerk De Dorpskerk, in het centrum van het dorp Amstelveen, staat op een plek waar al vele eeuwen een kerk heeft gestaan. Het overgrote deel van de huidige Dorpskerk is gebouwd in 1866, mogelijk staat hij op een oude fundering van een voorganger. In 1925 wordt de kerk uitgebreid met een transept. In 1928 wordt de kerk voorzien van de huidige toren en entree, naar ontwerp van architect Bakhuizen, nadat de vorige toren door blikseminslag was beschadigd. Na enkele jaren van leegstand heeft de kerk

in 2012 een nieuwe functie gekregen als gezondheidscentrum. De kerk is aangewezen als gemeentelijk monument.

Spoorlijn Midden in het oude dorp Amstelveen staat het station Amstelveen en loopt in noord­zuidelijke richting een spoorlijn over een hoger gelegen dijklichaam. Deze is begin twintigste eeuw aangelegd, en was onderdeel van de Haarlemmermeerspoorlijnen, die Amstelveen met Amsterdam verbond. De Haarlemmermeerspoorlijnen vormen een netwerk van voormalige lokaalspoorlijnen in het gebied tussen Haarlem, Amsterdam, Utrecht en Leiden aangelegd door de Hollandse Elektrische Spoorweg Maatschappij. Het overgrote deel van de spoorrails is inmiddels opgebroken, maar op het tracé Amsterdam – Amstelveen – Bovenkerk loopt vanaf het Haarlemmermeerstation, langs het Zwarte Pad richting de kruising Handweg­Noorddammerlaan, nog steeds een museumtrammetje. Het tracé is tussen 1975 en 1997 geëlektrificeerd en wordt gebruikt door de Electrische Museumtramlijn Amsterdam. Het tracé van de spoorlijn vertegenwoordigt cultuurhistorische waarde. De stationnetjes aan deze lijn, waaronder het station Amstelveen, evenals de spoorwegwachterswoningen, zijn in Amstelveen allemaal aangewezen als gemeentelijke monumenten. Landschappelijke waarde Groot Loopveld Het hoger gelegen, niet ontveende Groot Loopveld is van oorsprong ontstaan als een waterkering tussen de ontveende Middelpolder en de Bovenkerkerpolder.

De Ouderkerkerlaan werd ookwel ‘Het Groot Loopveld’ genoemd, in tegenstelling tot ‘Het Klein Loopveld’, waarmee de Kalfjeslaan werd aangeduid. De benaming ‘loopveld’ maakt een oorspronkelijke functie als verbindingsroute tussen de Amsteldijk en het dorp Ouderkerk aan de Amstel en de Veendijk waaraan het dorp Amstelveen ontstond, aannemelijk. Dijklichaam Handweg – Bovenkerkerweg Nadat vanaf de 15e eeuw op grote schaal ontvening plaatsvond, werd op ongeveer 3 kilometer westelijk van de Amstel een achterkade opgeworpen om het ontgonnen gebied te beschermen tegen wateroverlast vanuit het nog niet ontgonnen veen. Deze achterkade, ookwel de veendijk genoemd, is nog steeds herkenbaar in het hoger gelegen tracé van de huidige Amsterdamse/Amstelveense weg, Dorpsstraat, Handweg en Bovenkerkerweg. Zowel het verhoogde dijklichaam als de daarop aanwezige karakteristieke bebouwing heeft cultuurhistorische en landschappelijke waarde.

Archeologie Sinds de vaststelling van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in 2007 heeft de gemeente Amstelveen haar archeologisch beleid en bijbehorende archeologische beleidsadvieskaart in 2008 vastgesteld. Op deze archeologische beleidsadvieskaart is het grondgebied van Amstelveen onderverdeeld in verschillende verwachtingsgebieden. Elk verwachtingsgebied heeft zijn eigen oppervlaktecriterium en toegestane verstoringsdiepte met betrekking tot toegestane bodemverstoring. Met de erfgoednota is het archeologiebeleid geactualiseerd. Het plangebied in dit bestemmingsplan valt binnen verschillende regimes, zoals aangegeven op de archeologische verwachtingskaart.

Historische kern In de dorpskern van Amstelveen, evenals op de veendijk waarover de Amsterdamseweg – Handweg loopt, heeft in een vroeg stadium bewoning plaatsgevonden. Het gebied heeft een hoge archeologische verwachtingswaarde op de archeologische verwachtingswaarde. Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 50 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Dijklichaam De veendijk waarover de Handweg ­ Bovenkerkerweg loopt, heeft een hoge archeologische waarde. Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 100 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het betreft onverveend bovenland en vormde eeuwenlang de doorgaande route voor reizigers tussen Amsterdam en Leiden. Onverveend Bovenland Het Groot Loopveld, de strook onverveend bovenland tussen het dorp Amstelveen en Ouderkerk aan de Amstel, heeft een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Bij bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 1.000 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Verveend en drooggemaakt Het Amstelveens grondgebied ten zuiden van de Ouderkerkerlaan en ten oosten van de Handweg heeft een lage archeologische verwachtingswaarde.

Alleen bij zeer grote bodemverstoringen met een oppervlakte groter dan 10.000 vierkante meter, en dieper dan 30 cm, dient vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het gebied is afgegraven voor de turfwinning, ingepolderd, drooggemalen en op locatie

van de woongebieden opgespoten met zand. De archeologische verwachtingswaarde is er daarom laag. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten, ook niet wanneer in inventariserende onderzoeken de locatie vrij wordt gegeven voor de geplande ontwikkeling of wanneer het om een gebied gaat dat op de beleidsadvieskaart is aangegeven als van ‘lage waarde’. Mochten er tijdens de geplande werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen dan geldt conform artikel 53 van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg een meldingsplicht bij het bevoegd gezag, de gemeente Amstelveen. Monumenten Rijksmonumenten Augustinuspark 1 (532146); kerkgebouw gereformeerde Paaskerk. Bouwjaar: 1962. Ontwerp: ir J.B. baron van Asbeck. Aangewezen op 15 augustus 2014. Gemeentelijke monumenten Badlaan 2A, 4; twee­onder­een­kap gevelwand. Bouwjaar: 1927. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 18 december 2007. Badlaan 6, 8; twee­onder­een­kap gevelwand. Bouwjaar: 1925. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 8 december 2007. Badlaan 10; villa, vm woonhuis architect P. Heijn. Bouwjaar: 1922. Ontwerp: P. Heijn. Aangewezen op 18 december 2007. Badlaan 12; villa. Bouwjaar: 1924. Ontwerp: Joh. A. Bakhuizen. Aangewezen op 18 december 2007. Dorpsstraat 10 Villa Cornelia vm ambtswoning burgemeester. Bouwjaar: 1908. Ontwerp: L. van der Bijl.

Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 24; vm winkelwoonhuis. Bouwjaar: ca. 1900. Ontwerp: Joh. A. Bakhuizen. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 29; vm koetshuis, later winkelwoonhuis. Bouwjaar: 1909. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 18 december 2007. Dorpsstraat 31,33/Badlaan 2; drie winkelwoonhuizen, gevelwand. Bouwjaar: 1936. Ontwerp: bouwbedrijf Albert Heijn. Aangewezen op 18 december 2007. Dorpsstraat 34; vm pastorie NH kerk. Bouwjaar: ca 1876. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 36; kerkgebouw Dorpskerk. Bouwjaar: 1866. Aangewezen op 16 februari 2010. Ontwerp: Joh. A. Bakhuizen (toren), Posthumus Meyes & Zoon (transept). Dorpsstraat 38; vm Openbare Lagere School. Bouwjaar: 1907. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 40­42; dubbel woonhuis. Bouwjaar: ca 1800. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 43; vm winkelwoonhuis, later winkel. Bouwjaar: 1908. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 18 december 2007. Dorpsstraat 44; woonhuis. Bouwjaar: 1799. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 63; vm rijtuighandel/wagenmakerij, later winkelwoonhuis. Bouwjaar: 1910. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 18 december 2007. Dorpsstraat 64­64A; vm café ‘Het Dorstige Hert’. Bouwjaar: ca 1911. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 65; woonhuis.

Bouwjaar: 1909. Ontwerp: L. van der Bijl. 18 december 2007. Dorpsstraat 66­76/ Stationsstraat 2­20; complex 16 winkel­woonhuizen, gevelwand. Bouwjaar: 1923. Ontwerp: Joh. A. Bakhuizen. Aangewezen op 28 oktober 2008. Dorpsstraat 78/ Stationsstraat 1­5; complex 4 winkel­woonhuizen gevelwand. Bouwjaar: 1926. Ontwerp: H. van der Bijl. Aangewezen op 28 oktober 2008.

Haagbeuklaan 1 ­3 ; De kerk, inclusief de vrijstaande klokkentoren en de doopkapel, is aangewezen als gemeentelijk monument. Bouwjaar: 1962. Aangewezen op 16 februari 2010 en gewijzigd 6 oktober 2020. Handweg 2; voormalig spoorwegwachterswoning ‘Post 32’. Bouwjaar: 1913. Aangewezen op 1 december 1998. Handweg 31; villa Johanna. Bouwjaar: 1916. Ontwerp: J. Roodenburgh. Aangewezen op 12 mei 2009. Handweg 111; vm onderwijzerswoning. Bouwjaar: ca 1908. Ontwerp: onbekend. Aangewezen op 3 juni 2008. Handweg 117; kerkgebouw Geref. Handwegkerk Gevelwand. Bouwjaar: 1899. B. Koolhaas. Aangewezen op 16 februari 2010. Handweg 119; vm pastorie (gevelwand) met 2 beuken, fagus sylvatica ‘Atropunicea’ in de voortuin. Bouwjaar: 1907. Ontwerp: L. van der Bijl. Aangewezen op 15 maart 2011. Ir. Romplaan ong. brug. Bouwjaar: 1937. Ontwerp: J. Wils. Aangewezen op 11 december 2007. Noorddammerlaan 36; voormalig spoorwegwachterswoning en halte Bovenkerk ‘Station 31’. Bouwjaar: 1913. Ontwerp: H.E.S.M. Aangewezen op 1 december 1998. Ouderkerkerlaan 1,3; vm marechausseekazerne. Bouwjaar: 1921. Ontwerp: Genie Amsterdam. Aangewezen op 10 juni 2008. Ouderkerkerlaan 10; woonhuis. Bouwjaar: 1915. Ontwerp: Heineke & Kuipers. Aangewezen op 8 september 2009. Ouderkerkerlaan 14,15; vm Christelijke school voor ULO. Bouwjaar: 1926. Ontwerp: A. Ingwersen. Aangewezen op 3 juni 2008.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=c590030b-2720-42d8-8a07-4082f9fea1e3