Agendabundel
Tekst van het document
Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval. Kadavers van gezelschapsdieren
Pagina
11 van 19
De Afvalstoffenverordening geeft eveneens uitvoering aan de verplichting van artikel 3.5 van de Wet dieren om regels op te nemen over het aangeven, ophalen, overdragen van kadavers van gezelschapsdieren (zie paragraaf 4a).] 3. Wettelijke begrippen In het belang van de eenvoud maakt deze verordening slechts in beperkte mate gebruik van begripsbepalingen. Ten eerste zijn geen definities van begrippen gegeven als deze begrippen al op grond van artikel 1.1 van de Wm zijn gedefinieerd. Deze begrippen gelden al onverkort voor de toepassing van deze verordening. Er zijn daarom niet opnieuw definities in de verordening opgenomen. Voorbeelden van in de wet gedefinieerde begrippen die ook in deze verordening worden gebruikt zijn afvalstoffen, huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen. Het begrip inzameling is door de Wm gedefinieerd en daarom zonder begripsbepaling opgenomen in deze verordening. Artikel 1.1 van de Wm verstaat onder inzameling: verzameling van afvalstoffen, met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen, om deze daarna te vervoeren naar een afvalverwerkingsinstallatie. Dit begrip is letterlijk overgenomen van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Inzameling is het begin van het afvalstoffenbeheer.
Onder afvalstoffenbeheer verstaat de richtlijn immers: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars. Wat betreft de huishoudelijke afvalstoffen regelt deze verordening, enerzijds, dat de inzameling slechts kan geschieden door aangewezen inzameldiensten. Anderzijds regelt de verordening dat deze afvalstoffen slechts mogen worden overgedragen of aangeboden ter inzameling aan deze inzameldienst of overdragen aan inzamelaars, of achterlaten op een daartoe ter beschikking gestelde plek. Inzameling door of het aanbieden ter inzameling aan anderen dan deze personen is verboden. De verordening regelt eveneens op welke wijze de aanbieding plaats dient te vinden. Er zijn regels over gescheiden inzameling van afzonderlijke bestanddelen van afval zoals groente-, fruit- en tuinafval (hierna: GFT-afval) of papier en karton, over de middelen waarmee dat dient te gebeuren. In onderstaand schema is de terminologie van artikel 10.24 van de Wm en artikel 1.1 van de Wm dus als volgt gebruikt ten aanzien van de huishoudelijke afvalstoffen: De gebruiker van een perceel
De inzameldienst of inzamelaar
Overdragen (aan een inzamelaar)
Innemen (door een inzamelaar)
Ter inzameling aanbieden (al dan niet via inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen)
Inzameling (via de betreffende middelen of voorzieningen) door de inzameldienst
Achterlaten op een ter beschikking gestelde plaats
Inzamelplaats
De begrippen inzameldienst en inzamelaar behoeven geen zelfstandige definitie nu uit artikelen 3 en 4 genoegzaam volgt om wie het gaat. Andere begrippen kwamen in de verordening zo weinig voor dat, een definitie overbodig was en in de artikeltekst zelf uitsluitsel kon worden gegeven. Een voorbeeld is het begrip weg in artikel 17. 4. Verhouding met ander hoger recht Verwerking van persoonsgegevens De gemeente verwerkt persoonsgegevens onder meer voor de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval. De inzameling en verwerking van huishoudelijk afval is een publieke taak, die verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk maakt. De grondslag voor verwerking van de persoonsgegevens is artikel 6, eerste lid, onder e, van de Algemene verordening
Pagina
12 van 19
gegevensbescherming (2016/679/EU). De gemeente heeft een privacyverklaring opgesteld voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de inzameling en verwerking van afval. Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) kunnen de gemeentelijke regels, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, opgenomen worden in het omgevingsplan. Regels die opgenomen worden in het omgevingsplan, zullen in deze Afvalstoffenverordening vervallen. Voor zwerfafval (artikel 16) is een bepaling opgenomen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Die bepaling wordt om die reden aangepast op het moment dat de Ow in werking treedt (zie artikel 22).
5. Nadere regels Uitvoeringsbesluit van het college van burgemeester en wethouders De Afvalstoffenverordening delegeert de bevoegdheid tot het stellen van regels over de volgende onderwerpen aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college):
•
Nadere regels over de wijze van inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen artikel 3, tweede lid.
•
Nadere regels over vrijstelling voor categorieën personen en organisaties als inzamelaars (artikel 4, eerste lid.
•
Regels over afzonderlijke bestanddelen (geclausuleerd), frequentie en locatie van inzameling (artikel 7).
•
Nadere regels inclusief vrijstelling voor gescheiden aanbieden ter inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (artikel 8, tweede lid), zoals het nader omschrijven van de bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, of over fracties waarvan vermenging is toegestaan.
•
Regels over het gebruik van inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen (artikel 10, derde lid).
•
Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen (artikel 13, tweede lid).
Daarnaast is sprake van nadere besluitvorming door het college die strikt genomen geen algemeen verbindende voorschriften inhoudt maar die samen met de hiervoor genoemde regels opgenomen kan worden in het uitvoeringsbesluit van het college. Deze besluitvorming gaat over: • De dagen en tijden waarop de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen plaatsvindt (artikel 9).
•
De aanwijzing van toezichthoudende ambtenaren (artikel 21).
De aanwijzing van de specifieke locaties van inzamelvoorzieningen kan ook opgenomen worden in het uitvoeringsbesluit. Artikelsgewijs Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven zijn hieronder nader toegelicht. Artikel 1. Definities
Pagina
13 van 19
De begrippen inzamelmiddel, inzamelplaats en inzamelvoorziening zijn opgenomen om deze van elkaar te onderscheiden. Een inzamelmiddel is bestemd voor een enkel huishouden en is bijvoorbeeld een huisvuilzak, minicontainer, afvalemmer, kca-box of big bag. Een inzamelplaats is aangewezen op grond van artikel 5. Meestal wordt de inzamelplaats gemeentelijke afvaldepot, brengdepot of milieustraat genoemd. Een inzamelvoorziening is bestemd voor meerdere huishoudens. Een inzamelvoorziening is bijvoorbeeld een (ondergrondse) verzamelcontainer, wijkcontainer of brengdepot. Uit artikel 10 wordt duidelijk dat inzamelmiddelen gebruikt worden voor het aanbieden ter inzameling bij een perceel en inzamelvoorzieningen voor het aanbieden nabij een perceel. Het begrip perceel is omwille van de leesbaarheid opgenomen met een vaste toevoeging die bij het gebruik van dit begrip in de verordening telkens moet worden meegelezen. Het gaat immers telkens om percelen waar huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Deze toevoeging is opgenomen in verband met de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm, waarin sprake is van de zorg van de gemeente voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen “bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan”. Wat onder perceel moet worden verstaan kan niet goed op het niveau van deze verordening worden vastgesteld.
Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 18 september 1991, nr. 27597, BNB 1991/333, is een perceel een plaats waar huishoudelijke afvalstoffen geregeld binnen een particuliere huishouding kunnen ontstaan. Slechts dan is geen sprake van een perceel, indien het gaat om een gedeelte van een onroerende (of roerende) zaak dat blijkens indeling en inrichting niet is bestemd voor het voeren van een particuliere huishouding waarin geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Dit zal telkens naar de feiten en het spraakgebruik bepaald moeten worden. Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1773) kon ook een woonruimte in een zorgcentrum een particuliere huishouding zijn waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan (zie voor de feiten Gerechtshof Den Haag 19 augustus 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:2862).
Artikel 2. Doelstelling In dit artikel is het met de verordening te dienen doel vermeld. Deze volgt uit de wettelijke grondslag van de verordening. De toepassing van bevoegdheden op basis van deze verordening zullen derhalve telkens in dat kader moeten plaatsvinden. Doelmatig afvalstoffenbeheer is onderdeel van de bescherming van het milieu. Het begrip afvalstoffenbeheer is gedefinieerd in de Kaderrichtlijn afvalstoffen als: “inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor de stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van activiteiten van handelaars of makelaars”.
Artikel 3. Aanwijzing van de inzameldienst In het eerste lid wordt de afdeling Centrale Beheertaken aangewezen als inzameldienst die is belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. De zorg voor deze inzameling berust ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wm op de raad en het college. De aangewezen inzameldienst zal aan die zorg praktische uitvoering geven. In het tweede lid wordt een grondslag gegeven om nadere regels te stellen over de wijze waarop de inzameldienst huishoudelijke afvalstoffen inzamelt. Redenen van algemeen belang van milieu en gezondheid die met de aanwijzing van inzameldiensten zijn gemoeid, dwingen ertoe geen regeling op te nemen voor het van rechtswege nemen van aanwijzingsbesluiten in gevallen waarin niet tijdig op een daartoe strekkende aanvraag zou worden beslist. De regeling van paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is daarom niet van toepassing. Zo nodig kunnen bij het aanwijzingsbesluit beperkingen of voorschriften worden verbonden aan de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. Het ligt in de
Pagina
14 van 19
rede dat dit alleen aan de orde is wanneer er ten aanzien van de aan te wijzen instantie bijzondere voorschriften of beperkingen moeten gelden. Artikel 4. Regulering van andere inzamelaars Dit artikel regelt de mate waarin het voor anderen dan de inzameldienst mogelijk is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In beginsel is dit verboden. Er zijn echter drie categorieën van andere inzamelaars dan de inzameldienst, die bepaalde bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen mogen inzamelen. Ten eerste als een inzamelaar is aangewezen. Het gaat dan om een beschikking, waaraan op grond van het tweede lid voorschriften en beperkingen kunnen worden verbonden. Een aanwijzing wordt niet van rechtswege verleend als sprake zou zijn van niet tijdig beslissen. Ten tweede kan het college bepaalde personen of organisaties vrijstellen bij nadere regels. In het eerste lid, onder b, is mogelijk gemaakt dat er met generieke vrijstellingen kan worden gewerkt voor bijvoorbeeld scholen die papier inzamelen of voor andere organisaties of personen die bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen inzamelen als inzamelaar. Ten derde zijn er producenten van bijvoorbeeld witgoed voor wie op grond van de Wm in algemene maatregelen van bestuur verplichtingen bestaan tot inname van afgedankte producten. Het gaat dan om de producentenverantwoordelijkheid. Vanzelfsprekend kan daarvoor geen verbod gelden.
De aanwijzing van inzamelaars verschilt qua karakter van de aanwijzing van de inzameldienst. Het gaat bij de inzamelaars om personen of organisaties die om verschillende redenen behulpzaam willen zijn bij de taak om huishoudelijk afval in te zamelen. Deze aanwijzing heeft – anders dan de aanwijzing van de inzameldienst – het karakter van een vergunning en gaat niet gepaard met een uitvoeringsplicht. Artikel 5. Aanwijzing van inzamelplaats Op deze plaats wordt afzonderlijk geregeld dat op ten minste een plaats ook buiten kantooruren of in het weekend (in voldoende mate dus) gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen achter te laten. Hiertoe is het gemeentebestuur verplicht in verband met de in artikel 7 geboden mogelijkheid om niet telkens per week en bij elk perceel in te zamelen. Ingevolge artikel 10.26, tweede lid, van de Wm is dit verplicht. Het gaat hier om een daartoe ter beschikking gestelde plaats, waar alle bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden achtergelaten. Artikel 6. Algemene verboden Dit artikel regelt dat het aanbieden, overdragen of achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen alleen mag geschieden via de kanalen die daarvoor in de artikelen 4 en 5 zijn aangewezen.
Dit verbod is de keerzijde van de bij of krachtens die artikelen tot de inzameldienst en andere inzamelaars gerichte gebod om het afval in te zamelen en het in artikel 4, eerste lid, opgenomen verbod voor anderen om afval in te zamelen. Artikel 7. Gescheiden afvalinzameling Dit artikel regelt welke bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk moeten worden ingezameld, met welke frequentie en op welke locatie. Deze locatie kan zijn bij elk perceel, nabij elk perceel of een van deze met uitzondering van bepaalde gebieden van de gemeente. Het Besluit GIHA bevat ook voorschriften over de gescheiden inzameling van afvalstoffen. Deze verordening vult de verplichting tot gescheiden inzameling aan door nader te bepalen welke bestanddelen gescheiden worden ingezameld. Deze verordening maakt een fijnmaziger onderscheid dan artikel 1 van het Besluit GIHA, dat voorschrijft dat ‘ten minste’ bepaalde bestanddelen gescheiden worden ingezameld. De raad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de
Pagina
15 van 19
Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. De raad kan tevens een onderscheid maken binnen de genoemde bestanddelen. Artikel 10.21 van de Wm schrijft voor dat het gemeentebestuur, al dan niet samen met het gemeentebestuur van andere gemeenten, ervoor zorgt dat ten minste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen geregeld kunnen ontstaan. Grove huishoudelijke afvalstoffen zijn daarvan uitgezonderd. De raad kan volgens artikel 10.21, vierde lid, van de Wm besluiten tot het afzonderlijk inzamelen van andere bestanddelen van huishoudelijke afvalstoffen. Op grond van artikel 10.26 van de Wm kan de raad in het belang van een doelmatig beheer van huishoudelijke afvalstoffen bij de Afvalstoffenverordening afwijken: a.
van de inzameling bij elk perceel (bepaald mag worden nabij elk perceel);
b.
van de frequentie van eenmaal per week (bepaald mag worden met welke regelmaat bij de
verordening); c.
van de inzameling in het gehele grondgebied (bepaald mag worden dat in een gedeelte van
het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld); Artikel 2, eerste lid, van het Besluit GIHA bepaalt verder dat onder voorwaarden voor de volgende bestanddelen afgezien kan worden van de gescheiden inzameling voor: d.
bioafval (wanneer gescheiden inzameling technisch niet mogelijk is of buitensporig duur);
e.
metaal, kunststof of glas (als de kwaliteit voor hergebruik of recycling gelijk blijft).
De frequentie waarmee deze gescheiden inzameling plaatsvindt is minstens eenmaal per week. Een Afvalstoffenverordening die een van deze mogelijkheden benut, dient te worden voorbereid met toepassing van de Inspraakverordening die op grond van artikel 150 van de Gemeentewet is vastgesteld (artikel 10.26 van de Wm). Indien toepassing wordt gegeven aan de onderdelen b of c, dan moet de gemeente zorgen voor een daartoe ter beschikking gestelde plaats voor het achterlaten van huishoudelijke afvalstoffen. Dat laatste is geregeld in artikel 5. De raad bepaalt dat het college regels stelt over de vraag welke bestanddelen huishoudelijke afvalstoffen, met welke frequentie en waar (hele grondgebied of uitzonderingen daarop, of bij bepaalde bebouwingstypen) bij of nabij elk perceel gescheiden worden ingezameld.
Artikel 8. Gescheiden aanbieding Dit artikel regelt de keerzijde van artikel 7. Wat gescheiden moet worden ingezameld, moet ook gescheiden worden aangeboden. Voor de bestanddelen die niet gescheiden worden ingezameld, geldt dat het tweede lid regelt dat niet-afzonderlijke aanbieding is toegestaan. Concrete omschrijvingen van de bestanddelen kunnen door het college in de nadere regels op grond van artikel 8 worden gegeven om discussies te slechten en om in het kader van de handhaving houvast te bieden (‘welles/nieteslijst’). Ook kan van de vrijstellingsmogelijkheid gebruik worden gemaakt om te regelen dat bepaalde hoeveelheden (fracties) van de bestanddelen mogen voorkomen bij de inzameling van andere bestanddelen. Zo zal het niet verboden hoeven te zijn als er eens een papiertje tussen het GFT-afval voorkomt.
Pagina
16 van 19
Het is niet mogelijk om bij nadere regels af te wijken van de verplichting om gescheiden in te zamelen en aan te bieden, voor zover die verplichting voortvloeit uit artikel 1 van het Besluit GIHA. Artikel 9. Tijdstip van aanbieding De tijdstippen voor de inzameling van huishoudelijk afval worden door het college bepaald. Het gaat hier om een besluit van algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. Het besluit is daarom vatbaar voor bezwaar en beroep. Artikel 11. Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst De inzameldienst kan ook bepaalde bestanddelen van bedrijfsafvalstoffen inzamelen. Anders dan bij huishoudelijke afvalstoffen geldt voor bedrijfsafvalstoffen echter geen zorgplicht voor de gemeente. Inzameling van bedrijfsafvalstoffen door de inzameldienst is daarom een daarvan te onderscheiden activiteit waarbij de inzameldienst tegen vergoeding afval inzamelt bij bedrijven. In de praktijk gaat het daarbij veelal om afval uit de KWD-sector of bouw- en sloopafval (voor zover dit niet wordt gerekend tot het huishoudelijk afval). Artikel 12. Aanbieding ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen Alleen die bedrijven die betalen voor de gemeentelijke inzamelvoorzieningen mogen hun bedrijfsafvalstoffen aanbieden aan de inzameldienst. Artikel 13.
Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen Het college kan, net als bij huishoudelijke afvalstoffen, regels stellen over de wijze waarop de bedrijfsafvalstoffen ter inzameling moeten worden aangeboden. De basis voor het stellen van regels over de inzameling van bedrijfsafvalstoffen kan worden gevonden in artikel 10.23, derde lid, van de Wm. De memorie van toelichting zegt hierover: “Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen ook in het belang van de bescherming van het milieuregels worden gesteld. Blijkens het derde lid mogen deze regels geen vergunningstelsel inhouden. Dit is krachtens artikel 10.48 van de Wm voorbehouden aan de minister. Vanzelfsprekend mogen de gemeenten hun bevoegdheid evenmin benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt.”(Kamerstukken 26 638, nr. 3, blz. 48). Het is dus mogelijk om in het belang van het milieu bepaalde dagen te kunnen aanwijzen waarop bedrijfsafvalstoffen mogen worden ingezameld. Bijvoorbeeld ter beperking of voorkoming van geluidhinder of aanzuigende werking of om ritten zoveel mogelijk te combineren. Dit artikel kan met name van belang zijn voor de inzameling van bedrijfsafvalstoffen in een (historisch) centrum. Uiteraard kunnen deze regels gelden voor alle betrokken inzamelaars die bedrijfsafvalstoffen ophalen. Artikel 14.
Dumpingsverbod Dit artikel heeft primair een milieubeschermende functie en beoogt de gemeenten een instrument te geven om illegale dumpingen, voor zover geen hogere wet- of regelgeving van toepassing is, of het ontstaan van zwerfafval tegen te gaan. Uiteraard zal in een aantal gevallen het brengen van stoffen op of in de bodem zodanig kunnen gebeuren dat een hogere wet, zoals de Wet bodembescherming, de Waterwet of het Besluit bodemkwaliteit van toepassing is. In het eerste lid worden bewust de termen stof en voorwerp gebruikt en niet alleen de term afvalstof, omdat niet altijd duidelijk is of de desbetreffende stoffen of voorwerpen afvalstoffen zijn. Artikel 10.25, onder a, van de Wm is de grondslag voor het opnemen van een dergelijk artikel in de Afvalstoffenverordening. Artikel 15. Zwerfafval in de openbare ruimte
Pagina
17 van 19
Op grond van artikel 10.25, onder a en b, van de Wm kunnen gemeenten in de Afvalstoffenverordening de zwerfafvalproblematiek regelen. Er is sprake van facultatief medebewind. Gemeenten hebben hiertoe de bevoegdheid, maar geen wettelijke plicht. Het eerste lid gaat over straatafval. Dat is afval dat onderweg ontstaat, buiten een perceel, dat niet als zwerfafval op straat of in het plantsoen terecht dient te komen en waarvoor afvalbakken of voorzieningen zijn om zich daarvan ter plekke te ontdoen (voor zover van beperkte omvang en gewicht). Klein chemisch afval is uitdrukkelijk uitgesloten van de omschrijving. Dit afval dient in alle gevallen via de daartoe opgezette inzamelstructuur te worden verwijderd. Het gaat hier per definitie om afvalstoffen die "buiten een perceel ontstaan". Een huishoudelijke afvalstof, ontstaan op of binnen het perceel, moet worden aangeboden volgens de bepalingen uit paragraaf 2. In het derde lid behoeft het begrip zwerfafval zelf geen verdere definitie. Uit de redactie blijkt dat van zwerfafval sprake is wanneer ter inzameling gereedstaand afval wordt verspreid, omgestoten of omgeschopt, enz. De redactie brengt ook mee dat doorzoeken op een manier die geen zwerfafval veroorzaakt, bijvoorbeeld door morgensterren of stadsjutters, niet onder het verbod valt. Artikel 15a.
Ongeadresseerd drukwerk Artikel 15a heeft als doel om de verspreiding van ongewenst drukwerk, en daarmee uiteindelijk afval, te voorkomen. De grondslag voor dit artikel is artikel 10.23 van de Wm. In het eerste lid zijn de definities opgenomen met het onderscheid tussen ongeadresseerd reclamedrukwerk voor commerciële doeleinden en huis-aan-huisbladen of drukwerk van niet commerciële organisaties, waaronder ook politieke partijen. Met ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt in deze verordening bedoeld al het reclamedrukwerk dat zonder adres wordt aangeboden. Onder deze definitie vallen alle aanduidingen zonder toevoeging van een feitelijk adres, zoals bijvoorbeeld “aan de bewoners van dit pand of gebouw”. De gemeente kiest voor dit onderscheid omdat huis-aan-huisbladen en pamfletten een belangrijke functie vervullen voor onder meer de nieuwsverspreiding op lokaal niveau en de sociale cohesie in de buurt. Daarbij hebben deze bladen een lage frequentie. In de definitie van huis-aan-huisblad is aangesloten bij de landelijke norm van de Stichting Reclamecode van 10% aan buurtgerichte redactionele inhoud. In het tweede lid is bepaald dat huis-aan-huisbladen bezorgd mogen worden bij een perceel (een woning, bedrijf of woonschip), tenzij de ontvanger onmiskenbaar duidelijk heeft gemaakt deze bladen niet te willen ontvangen.
Met de komst van nee-nee-, ja-ja- en nee-ja-brievenbusstickers kunnen bewoners hun voorkeur ten aanzien van de ontvangst van commercieel reclamedrukwerk en/of de huis-aan-huisbladen kenbaar maken (zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 februari 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:1528). Tabel 1: Overzicht wanneer bezorging gewenst is en dus mag geschieden Overzicht stickers
Ongeadresseerd reclamedrukwerk gewenst
Ongeadresseerde huis-aan-huisbladen gewenst
ja-ja sticker
Ja
Ja
geen sticker
Nee
Ja
Nee
Nee
of nee-ja sticker nee-nee sticker
Pagina
18 van 19
Artikel 16. Zwerfafval rondom inrichtingen Dit sluit aan bij artikel 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, maar heeft het meer toegespitst op de problematiek van zwerfafval en wijkt daarom op een aantal punten van dat artikel af. Dit is een toegestane aanvulling van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Na inwerkingtreding van de Ow vervalt het Activiteitenbesluit Milieubeheer. De in het tweede lid van dit artikel geregelde materie is dan opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In artikel 22 is om die reden een wijziging van dit artikel opgenomen, die in werking treedt als de Ow in werking treedt. Artikel 17. Afval en verontreiniging op de weg Het gaat in dit artikel met name over laden, lossen en vervoeren. Het artikel bevat een gebod om de veroorzaakte verontreiniging op te ruimen. Mocht aan dit gebod geen gehoor gegeven worden, dan is sprake van een overtreding die strafbaar is gesteld op grond van artikel 20. Daarnaast is er de mogelijkheid om door middel van bestuursdwang tot opruiming te dwingen. Dit kan inhouden dat de gemeente de verontreiniging zelf opruimt en de kosten daarvoor op de overtreder verhaalt. Artikel 18. Geen opslag van afval in de open lucht Kern van dit artikel is opslag van huishoudelijke afvalstoffen, het gaat niet op het bewaren van afvalstoffen voor aanbieding tijdens de eerstvolgende inzameling daarvan.
Waarneembaar gaat in de eerste plaats om zicht. Daarnaast kan sprake zijn van reukoverlast. Artikel 19. Ontdoen van autowrakken In dit artikel is de afgifte van autowrakken door huishoudens geregeld. Op grond van artikel 6 van het Besluit beheer autowrakken (hierna: BBA) moeten gemeenten in hun Afvalstoffenverordening bepalen dat een autowrak, zijnde een huishoudelijk afvalstof, slechts mag worden afgegeven aan autodemontagebedrijven, garages en autoschadeherstelbedrijven of aan een persoon die in een ander land dan Nederland is gevestigd (onder strikte voorwaarden). Op grond van artikel 7 van het BBA worden autowrakken, afkomstig van huishoudens uitdrukkelijk uitgezonderd van de gemeentelijke zorgplicht voor de inzameling van huishoudelijk afval. Artikel 19a. Kadavers van gezelschapsdieren Dit artikel betreft de inzameling van kadavers van gezelschapsdieren. Het eerste lid regelt wat onder gezelschapsdier moet worden verstaan. Tot de gezelschapsdieren worden gerekend onder meer honden, katten, knaagdieren, kooi- en volièredieren, duiven en vissen. Konijnen, kippen, kalkoenen, kwartels, parelhoenders, eenden, ganzen en fazanten behoren eveneens tot deze categorie indien er geen commerciële opbrengst aan verbonden is, zoals de (commerciële) productie van vlees, wol, pels, eieren, pluimen of huiden.
Het artikel heeft geen betrekking op hobby- en landbouwhuisdieren zoals runderen, paarden, schapen, (dwerg)geiten, hangbuikzwijnen, varkens en herten. De gemeente draagt zorg voor de verwerking en verwijdering van kadavers van gezelschapsdieren. De kadavers zijn een bijzondere vorm van afvalstoffen, die op grond van de Wet dieren nadere regeling behoeven. De grondslag voor deze nadere regeling is deels gelegen in artikel 10.23 van de Wet milieubeheer, en voor het overige in artikel 3.5 van de Wet dieren. De Wet dieren verplicht de gemeente diegene aan te wijzen die met de inzameling van kadavers is belast (tweede lid). Deze draagt dan zorg voor de overdracht van de kadavers van gezelschapsdieren aan Rendac Son B.V. Deze verwerker is door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Wet dieren. In het vierde tot en met zesde lid zijn de verantwoordelijkheden en plichten van de houder van een kadaver van een gezelschapsdier opgenomen. De houder (meestal de eigenaar) is ervoor verantwoordelijk dat het kadaver wordt verwijderd. Op grond van de Wet dieren kan de houder het dier op eigen terrein begraven, of afgeven aan een van de erkende dierencrematoria of dierenbegraafplaatsen. In dat geval gelden de bepalingen in het vierde lid niet voor de houder op
Pagina
19 van 19
grond van het zesde lid. Als de houder van die mogelijkheid geen gebruik maakt, dan moet de houder het kadaver afgeven aan degene die de inzameling daarvan doet. Deze afgifte vindt plaats uiterlijk op de eerste werkdag nadat de houder het overlijden heeft geconstateerd. Tot het moment van afgifte wordt het kadaver zodanig bewaard dat er geen vermenging met ander materiaal kan plaatsvinden (vijfde lid). Artikel 21. Toezichthouders Deze systematiek volgt uit artikel 18.1a van de Wm en artikel 5.10, derde lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). Artikel 23. Wijzigingen als gevolg van de Omgevingswet en overgangsrecht De inwerkingtreding van de Ow is voorzien op 1 januari 2023. Hierbij worden tevens wijzigingen in de Wm aangebracht die van invloed zijn op deze verordening. In artikel 14, tweede lid, onder d, van de verordening, zijn wetten opgenomen die voorrang hebben op het verbod, genoemd in het eerste lid van dat artikel. Op grond van hoofdstuk 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet blijft aan de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit enige werking toekomen.
Voor de materie geregeld in artikel 16, tweede lid, geldt dat deze is opgenomen als onderdeel van de zogenoemde bruidsschat (artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet) die een onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente (artikel 22.53 in paragraaf 22.3.3 Zwerfafval van de bruidsschat behorende bij het Invoeringsbesluit Omgevingswet). Het tweede en derde lid kunnen om die reden vervallen. De verplichting om voor een afvalbak zorg te dragen, bedoeld in het eerste lid, blijft wel bestaan. Voor de artikelen 18 en 19 houdt de inwerkingtreding van de Ow in dat het begrip inrichting in de Wm vervalt. Dat vergt een beperkte aanpassing in deze verordening. Voor artikel 21 geldt dat toezichthouders aangewezen kunnen worden op grond van artikel 18.6 van de Ow. De Wabo vervalt weliswaar, maar op het moment van de inwerkingtreding van de Ow zijn niet meteen alle toezichthouders die op grond van die wet zijn aangewezen opnieuw aangewezen. De verwijzing naar de Wabo kan dus blijven staan. Artikel 24. Verlening uitsluitend recht aan de AEB Exploitatie B.V.
De raad heeft in haar vergadering van 25 april 2013 aan het college de bevoegdheid gegeven om een uitsluitend recht, te verlenen, als bedoeld in artikel 17 van het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten ter verwerking van al het door of vanwege de gemeente Amstelveen ingezamelde huishoudelijk restafval met ingang van 1 april 2013 aan het Afval Energie Bedrijf. Het college heeft dit uitsluitend recht verleend. De samenwerking met het Afval Energie Bedrijf, is verlengd tot en met 31 december 2022, middels het sluiten van de "Overeenkomst betreffende het aanbieden en (laten) verwerken van huishoudelijk restafval en soortgelijk afval" op 6 juni 2013.
1 Raadsbesluit Vaststellen Afvalstoffenverordening gemeente Amstelveen 2022
{{signer1}}
RAADSBESLUIT
{{signer2}}
De raad van de gemeente Amstelveen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 20 september 2022, nummer 53; gelet op artikel van de Wet;
Besluit
1.
De ‘Afvalstoffenverordening gemeente Amstelveen 2022’ vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de huidige “Afvalstoffenverordening 2017 gemeente Amstelveen”.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 oktober 2022. De griffier,
De voorzitter,
Debby de Heus
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
4.3 Aanwijzen accountant boekjaar 2023 1 Raadsvoorstel Aanwijzen accountant boekjaar 2023
{{signer1}}
RAADSVOORSTEL
{{signer2}}
Datum 23 september 2022 Nummer
54
Afdeling
Griffie
Voorstel van
De auditcommissie
Behandelend ambtenaar
Debby de Heus Portefeuillehouder
wethouder Adam Elzakalai
06-46155032 d.de.heus@amstelveen.nl
Onderwerp
Aanwijzen accountant boekjaar 2023 Gevraagd besluit
Baker Tilly Netherlands N.V. als gemeentelijke accountant voor het boekjaar 2023 aan te wijzen.
WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)
Voldoen aan de verplichting uit artikel 213 lid 2 van de Gemeentewet, die bepaalt dat de gemeenteraad een of meer accountants aanwijst ten behoeve van de uitvoering van de controle van de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)
Aanwijzen van een gemeentelijke accountant voor de controle van het boekjaar 2023. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)
Bestuur, bevolking en veiligheid Aanleiding
De raad is op grond van artikel 213 van de Gemeentewet het bevoegd orgaan om een accountant aan te wijzen met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het uitbrengen van een verslag van verbindingen. In 2019 heeft er een aanbesteding plaatsgevonden en is Baker Tilly Netherlands N.V. geselecteerd als accountantsdienst en als zodanig door de raad aangewezen per 1 januari 2020. Het contract is afgesloten voor een periode van 2 jaar met twee keer een optie tot een verlenging van een jaar. Inmiddels heeft de accountant de controle van de boekjaren 2020 en 2021 verricht en is de verlenging voor de controle van het boekjaar 2022 vorig jaar door de raad besloten. Om te zorgen dat ook voor het boekjaar 2023 een accountant de controle doet, dient de raad de accountant aan te wijzen. De Auditcommissie van de gemeente Amstelveen evalueert jaarlijks de controle van de jaarrekening met de accountant en betrekt daar in het bijzonder bij de vraag of de uitvoering van de controle van de jaarrekening overeenkomstig de opdracht heeft plaatsgevonden. Argumenten
Pagina
1. 2.
2 van 2
De samenwerking met Baker Tilly Netherlands B.V. geven geen aanleiding om het contract op te zeggen. De auditcommissie acht het niet opportuun om nu te wijzigen van accountant gezien de aanbestedingsprocedure van enkele maanden.
Kanttekeningen
Indien de raad besluit een andere accountant dan Baker Tilly Netherlands N.V. aan te wijzen, dient er een aanbestedingsprocedure gevolgd te worden. Deze aanbestedingsprocedure heeft een doorlooptijd van enkele maanden. Daarnaast bestaat het risico dat er bij een aanbestedingsprocedure geen accountants inschrijven op de aanbesteding. Voor het boekjaar 2024 en verder dient de gemeente een aanbestedingsprocedure te doorlopen. De auditcommissie heeft hierover contact met de auditcommissie van Aalsmeer. Financiën
De kosten voor de accountantscontrole zijn de afgelopen jaren flink toegenomen. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de Rijksoverheid veel SISA-regelingen in het leven heeft geroepen, die niet voorzien waren ten tijde van het verstrekken van de opdracht. Dat is meer werk voor de accountant. Naar verwachting heeft de toename van deze regelingen ook effect op de kosten voor controle van het boekjaar 2023. Communicatie
N.v.t. Procedure
De accountant zal worden geïnformeerd over het raadsbesluit en de controle voor het boekjaar 2023. Bijlagen
Geen. De griffier,
Voorzitter auditcommissie,
Debby de Heus
Driss Araabi
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
1 Concept raadsbesluit Aanwijzen accountant boekjaar 2023
{{signer1}}
RAADSBESLUIT
{{signer2}}
De raad van de gemeente Amstelveen;
gelezen het voorstel van de auditcommissie, d.d. 23 september 2022, nummer 54; gelet op artikel 213 lid 2 van de Gemeentewet;
Besluit
Baker Tilly Netherlands N.V. als gemeentelijke accountant voor het boekjaar 2023 aan te wijzen. Aldus besloten in de openbare vergadering van. De griffier,
De voorzitter,
Debby de Heus
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
1 Raadsbesluit Aanwijzen accountant boekjaar 2023
{{signer1}}
RAADSBESLUIT
{{signer2}}
De raad van de gemeente Amstelveen;
gelezen het voorstel van de auditcommissie, d.d. 23 september 2022, nummer 54; gelet op artikel 213 lid 2 van de Gemeentewet;
Besluit
Baker Tilly Netherlands N.V. als gemeentelijke accountant voor het boekjaar 2023 aan te wijzen. Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 oktober 2022. De griffier,
De voorzitter,
Debby de Heus
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
4.4 Bekrachtiging geheimhouding bijlage bij raadsvoorstel Programmabegroting 2023 en Uitvoeringsprogramma 2023 1 Raadsvoorstel Bekrachtiging geheimhouding bijlage bij raadsvoorstel Programmabegroting 2023 en Uitvoeringsprogramma 2023
{{signer1}}
RAADSVOORSTEL
{{signer2}}
Datum 4 oktober 2022
Z22-070188 Nummer
60
Afdeling
Voorstel van
college van burgemeester en wethouders
Behandelend ambtenaar
wethouder Adam Elzakalai
06 2889 1695 w.zeilstra@amstelveen.nl
Portefeuillehouder
Financiën
Wouter Zeilstra
Onderwerp
Bekrachtiging geheimhouding bijlage bij raadsvoorstel Programmabegroting 2023 en Uitvoeringsprogramma 2023 Gevraagd besluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: De voorlopig opgelegde geheimhouding op de bijlage ‘specificatie kredietautorisatie bedrijfsmiddelen 2023 Amstelveen’ bij raadsvoorstel Programmabegroting 2023 en Uitvoeringsprogramma 2023 (Z22-070188) op grond van artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet juncto artikel 5.1 lid 2 sub b van de Wet open overheid, waarbij het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de hier genoemde belangen te bekrachtigen.
WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN
We willen ervoor zorgen dat de financiële en economische belangen van de gemeente niet geschaad worden en dat bij het programma betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen en/of derden niet onevenredig benadeeld of bevoordeeld worden door het openbaar maken van de bijlage ‘specificatie kredietautorisatie bedrijfsmiddelen 2023 Amstelveen’ bij raadsvoorstel Programmabegroting 2023 en Uitvoeringsprogramma 2023 met zaaknummer Z22-070188. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)
Wij hebben in onze vergadering van 4 oktober 2022 het Raadsvoorstel Z22-070188 geheim verklaard. Wij vragen de raad deze geheimhouding te bekrachtigen in de eerstvolgende raadsvergadering, aangezien deze anders komt te vervallen. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)
7 uitvoering. Aanleiding
Pagina
2 van 2
Op 4 oktober 2022 heeft het college besloten een raadsvoorstel aan de raad te doen met zaaknummer Z22-070188. Besluitvorming hierover staat gepland voor de raadsavond van 9 november a.s. De bijlage ‘specificatie kredietautorisatie bedrijfsmiddelen 2023 Amstelveen’ bij het raadsvoorstel Z22-070188 is bij besluit van 4 oktober 2022 geheim verklaard. Deze geheimhouding dient op grond van de Gemeentewet reeds in de eerstvolgende raadsvergadering na het collegebesluit van 4 oktober bekrachtigd te worden. Daarom is hiervoor een apart raadsvoorstel opgesteld en vindt de bekrachtiging van de geheimhouding dus voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van raadsvoorstel plaats. Argumenten
Bekrachtiging van de geheimhouding is noodzakelijk in de eerstvolgende raadsvergadering na het collegebesluit. Op grond van juncto artikel 5.1 lid 2 sub b van de Wet open overheid (Woo) weegt openbaarmaking niet op tegen het financiële en economische belang van de gemeente. Kanttekeningen
Als de raad de geheimhouding niet bekrachtigt, wordt de bijlage openbaar. Financiën
Niet van toepassing. Communicatie
Niet van toepassing. Procedure
Niet van toepassing. Bijlagen
Specificatie kredietautorisatie bedrijfsmiddelen 2023 Amstelveen. De secretaris,
De voorzitter,
Bert Winthorst
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
1 Concept Raadsbesluit Bekrachtiging geheimhouding bijlage bij raadsvoorstel Programmabegroting 2023 en Uitvoeringsprogramma 2023
{{signer1}}
RAADSBESLUIT
{{signer2}}
De raad van de gemeente Amstelveen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 11 oktober 2022 nummer;
gelet op artikel 25 van de Wet; Gemeentewet en artikel 5.1 van de Wet Open Overheid
Besluit
De voorlopig opgelegde geheimhouding op de bijlage ‘specificatie kredietautorisatie bedrijfsmiddelen 2023 Amstelveen’ bij raadsvoorstel Programmabegroting 2023 en Uitvoeringsprogramma 2023 (Z22-070188) op grond van artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet juncto artikel 5.1 lid 2 sub b van de Wet open overheid, waarbij het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de hier genoemde belangen te bekrachtigen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van . De griffier,
De voorzitter,
Debby de Heus
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
1 Raadsbesluit Bekrachtiging geheimhouding bijlage bij raadsvoorstel Programmabegroting 2023 en Uitvoeringsprogramma 2023
{{signer1}}
RAADSBESLUIT
{{signer2}}
De raad van de gemeente Amstelveen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 4 oktober 2022 nummer 60;
gelet op artikel 25 van de Wet; Gemeentewet en artikel 5.1 van de Wet Open Overheid
Besluit
De voorlopig opgelegde geheimhouding op de bijlage ‘specificatie kredietautorisatie bedrijfsmiddelen 2023 Amstelveen’ bij raadsvoorstel Programmabegroting 2023 en Uitvoeringsprogramma 2023 (Z22-070188) op grond van artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet juncto artikel 5.1 lid 2 sub b van de Wet open overheid, waarbij het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de hier genoemde belangen te bekrachtigen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 12 oktober 2022. De griffier,
De voorzitter,
Debby de Heus
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.