Agendabundel
Tekst van het document
II Nieuwe ambitie: een metropool van grote klasse 120 In vervolg op de evaluatie heeft de regiegroep strateeg Ben Verwaayen gevraagd om te helpen een toekomstperspectief voor de metropoolregio te schetsen. Als tweede is hem de vraag voorgelegd hoe de metropoolregio beter kan samenwerken en bestuurlijk effectiever wordt. 125
130
Op basis van scenario’s zijn 32 burgemeesters en 2 Commissarissen door Verwaayen bevraagd over hun toekomstbeeld van de regio. Zij bleken opvallend gelijkgestemd. Vrijwel niemand denkt dat in de regio alles bij het oude kan blijven, even weinig bestuurders denken dat de metropool zich moet toeleggen op maximale economische competitie met andere Europese regio’s. Er is grote waardering voor de historische wording, de grote variatie in stedelijke kernen en landschappelijke schoonheid, de brede welvaart en de spreiding van maatschappelijke kansen, en men beschouwt nabijheid en menselijke maat als een grote kracht.
135
140
145
Dit leidt tot een gezamenlijk gedragen keuze voor de ontwikkeling van de regio tot ‘een metropool van grote klasse’. Dit betekent dat creativiteit, nieuwsgierigheid, internationale openheid en ondernemingszin dragende beginselen zijn bij verdere regionale ontwikkelingen. In de internationale vergelijkingen moet de metropoolregio zich niet in de eerste plaats onderscheiden door zijn rijkdom en economisch groeipotentieel maar door zijn duurzame innovatiekracht, sociale evenwicht en culturele vernieuwing. Het onderscheidend vermogen van de metropoolregio ligt niet in de kwantiteit van bulkproductie en groeicijfers maar in de kwaliteit van zijn beroepsbevolking, het potentieel van zijn jongeren, het ondernemersklimaat waarin startups en innovatie floreren en van de dagelijkse omgeving om te wonen, werken en te recreëren. De historisch gegroeide metropool die een
grote diversiteit en kwaliteit van leven kent bevat met andere woorden ook de opdracht voor de toekomst. 150
155
160
Het voorkeursscenario ‘een metropool van grote klasse’ is de afgelopen tijd op verzoek van de regiegroep van de MRA door de transitiecommissie (door ondergetekenden) geoperationaliseerd. Wat betekent dit voor onze gezamenlijke activiteiten? Waar leggen wij ons op toe en wat willen wij bereiken? Hoe presenteren wij ons in Den Haag, in Europa en internationaal? Wat maakt de regio onderscheidend, allereerst voor onze eigen inwoners en de hier al gevestigde bedrijven en instellingen, maar ook voor nieuwe (internationale) bedrijven, kennis- en kunstinstellingen en maatschappelijke organisaties die overwegen zich in onze regio te vestigen? Op basis van een rondgang langs alle deelnemers van de MRA en enkele leden van de Amsterdam Economic Board stelt de transitiecommissie voor om de ambitie ‘een metropool van grote klasse’ te operationaliseren in drie doelen:
165 1.
2.
3.
De meest inventieve regio van Europa, met de best opgeleide bevolking
Een regio voor iedereen, naar de menselijke maat
Een duurzaam verbonden regio
Creatief ondernemerschap
Tech, Data, Artificial Intelligence
Life sciences & Health
Groene innovatie et cetera
Sociaal evenwichtig
Open & divers
Hoge leefkwaliteit (wonen, landschap, cultuur)
Nabijheid van (publieke) diensten et cetera
Internationaal knooppunt
Systeemsprong haven, OV, luchtvaart, verduurzaming
Digitale hub et cetera
Deze drie doelen bouwen voort op de historische ontwikkeling van de metropoolregio (en sluiten aan bij de actielijnen van de MRA-agenda) maar
170
175
180
185
beperken ook de reikwijdte van bemoeienis door de MRA. Wat lokaal of in de deelregio’s kan, gebeurt ook daar. Door onze gedeelde ambitie te preciseren en te expliciteren vergroten we de herkenbaarheid en de onderscheidende kracht van de MRA. Op dit moment heeft de regio al een heel goede uitgangspositie. Startups, duurzame, creatieve en mediabedrijven zijn sterk vertegenwoordigd, onze internationaal erkende universiteiten en hogescholen bieden het potentieel voor verdere innovatie. De regio vormt een belangrijk internetknooppunt, waar Schiphol, de havens en internationale OV-lijnen onze fysieke, internationale verbinding garanderen. Ondanks de kleine schaal is de variatie in landschappelijkheid en woonmilieus groot en dankzij de kleine schaal zijn publieke voorzieningen (scholen, ziekenhuizen, kunst en cultuur et cetera) altijd nabij. Tegelijkertijd zijn er ernstige belemmeringen om de ambitie een metropool van grote klasse te worden, te verwezenlijken. De arbeidsproductiviteit en participatie nemen nauwelijks toe, er zijn tekorten op de arbeidsmarkt, de mobiliteit staat onder druk en de vraag naar betaalbare woningen stijgt sneller dan het aanbod waardoor de toegankelijkheid van de regio onder druk staat.
In energietransitie, klimaatadaptatie en de omvorming tot een circulaire economie liggen grote kansen voor innovatie en nieuwe welvaart maar deze vergen ook grote aanpassingen van inwoners en overheden.
190
III Nieuwe samenwerking: sterke MRA, sterke democratische controle 195
200
The proof of the pudding is in the eating. De MRA wordt niet morgen opgericht maar bestaat al geruime tijd en functioneert soms beter en soms minder. Er zijn bestuurlijke platforms en portefeuillehouders die elkaar treffen, waar zaken worden gedaan op deelterreinen. Er is een MRA-agenda, een agendacommissie en een regiegroep waar afspraken worden gemaakt over de regionale samenwerking en de voortgang ervan. Uit de evaluatie van 2019 blijkt dat de informele uitwisseling van kennis en ervaring wordt gewaardeerd en er de afgelopen jaren resultaten zijn geboekt waar de MRA-deelnemers trots op zijn: de acquisitie van EMA, afspraken over bedrijventerreinen, gezamenlijke maatregelen om toeristenstromen meer te
205
210
215
220
225
230
235
spreiden, de activiteiten van de Amsterdam Economic Board, verbeteringen in infrastructuur en OV et cetera. Maar er wordt ook geklaagd over bestuurlijke drukte, papierstromen en overleggen die nergens toe leiden. Belangrijker dan dat is dat koers, visie, richting en eendracht worden gemist. Hier doemt het grote bestuurlijke dilemma opnieuw op. De MRA is geen officieel bestuurlijk, democratisch gelegitimeerd orgaan. De besluiten over bijvoorbeeld de begroting en de MRA-agenda liggen (vanzelfsprekend) onverkort bij de Raden en Staten. Deze hebben hun democratische bevoegdheden en beslissingsmacht en bepalen daarmee ook de kaders voor het handelen in de MRA. De MRA is een samenwerkingsverband, opgebouwd vanuit de deelregio’s, dat zijn legitimatie ontleent aan gedeeld enthousiasme, gelijkgestemdheid over de toekomst van de regio, overtuigingskracht en onderling vertrouwen. De gesprekspartners in de evaluatie van 2019 en de scenariobijeenkomsten van Verwaayen spreken ook de hoop en de verwachting uit dat de MRA de komende jaren leiding geeft aan de ontwikkeling van de regio, macht en kracht verzamelt en van grotere betekenis wordt.
Hoe, met andere woorden, ervoor te zorgen dat de MRA betekenisvol wordt voor zijn inwoners, voor de nationale overheid, in Europa en in internationale overleggen en tegelijkertijd de Raden en de Staten zich betrokken en erkend weten in (de aanloop naar) de besluitvorming. Dat vereist vereenvoudiging van het overleg binnen de MRA tot een overzichtelijk aantal organen met een duidelijke positie en opdracht. De bestuurlijke drukte dient verminderd te worden, overleggen moeten heldere besluitvorming dienen en deze dienen bijtijds te kunnen worden voorgelegd aan, en gecontroleerd door Raden en Staten. Tegelijkertijd dient de positie van onze partners beter te worden verankerd in de samenwerking: bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties dienen hun weg gemakkelijk te vinden naar het bestuur van de MRA. Daarvoor versterken we ook de samenwerking met de Amsterdam Economic Board.
Daartoe zijn de volgende richtinggevende principes voor samenwerking geformuleerd:
240
245
* De basis voor de samenwerking in de MRA ligt in de zeven deelregio’s. Zonder sterke deelregio’s geen sterke MRA. In de MRA-platforms en de portefeuillehoudersoverleggen zijn de deelregio’s vertegenwoordigd. Dit vereist ambtelijke en bestuurlijke afstemming en overleg met de Raden in de deelregio’s. Op welke wijze men daaraan invulling geeft wordt in de deelregio’s zelf besloten, waarbij de provincies indien gewenst een actieve, stimulerende rol vervullen. Vanuit de deelregio’s zijn er ook belangrijke relaties met gebieden buiten de MRA (zoals Noord-Holland-Noord, regio’s rond Utrecht, Zwolle en Leiden). * De inhoud staat voorop. Omdat sturing vanuit de MRA steunt op vertrouwen en overtuiging en niet op hiërarchie, committeren de leden zich aan de gedeelde ambitie en doelen;
250
255
260
265
* Draagvlak is onmisbaar aangezien de cruciale besluiten alleen door de democratische organen kunnen worden genomen. Dit betekent geregelde afstemming met deelregio’s, tijdige openbaarmaking van agenda’s, stukken en verslagen via de MRA-website. * In de beperking toont zich de meester. Lang niet alle opgaven lenen zich voor het schaalniveau van de MRA. De MRA is geen rupsje nooit genoeg dat alle regionale kwesties naar zich toetrekt: de activiteiten en voorstellen dienen de centrale ambitie en drie bijbehorende doelen. * De MRA heeft een interne en een externe functie. Dat betekent als eerste de versterking van de onderlinge samenwerking in de regio door te begeesteren, bestuurders en maatschappelijke partners bijeen te brengen en draagvlak te zoeken op gewenste, grote regionale ontwikkelingen. Als tweede betekent dit het vergroten van de bekendheid, het gezag en de overtuigingskracht van de regio bij de eigen inwoners, de nationale overheid, in Europa en op internationale fora.
IV Een heldere, eenvoudige(r) organisatie 270
275
280
285
290
295
Op basis van de evaluatie uit 2019 en het advies van Verwaayen stellen wij een vereenvoudiging en verheldering voor van het samenwerkingsverband MRA. We zetten de agendacommissie en de regiegroep om naar respectievelijk een bestuur en een algemene vergadering en we professionaliseren het huidige MRA Bureau. Vanuit het principe ‘aandacht geeft kracht’ gaat de vergaderfrequentie van bestuur en algemene vergadering omhoog. En we scherpen de verantwoordingslijnen tussen het bestuur van de MRA en de democratisch gekozen organen aan. 1. Bestuur MRA Het bestuur heeft de dagelijkse leiding over de samenwerking in de MRA. Dit vervangt de agendacommissie. Het bewaakt de realisatie van de centrale ambitie, de drie inhoudelijke doelen en de inhoudelijke samenhang ertussen. Het bestuur is het gezicht naar buiten, zij coördineert de lobby in Den Haag en Brussel en zorgt dat er met één mond wordt gesproken. Het bestuur is verantwoordelijk voor het draagvlak voor de te nemen besluiten die ambtelijk worden voorbereid door de directie. In haar werk maakt het bestuur dankbaar gebruik van het werk van de bestuurlijke platforms. Voor advies gaat het bestuur te rade bij de algemene vergadering en daaraan legt zij ook verantwoording af. Alle democratisch te bekrachtigen, bestuurlijke besluiten worden voorgelegd aan de raden en staten. De leden van het bestuur opereren zonder last of ruggespraak.
Het bestuur komt maandelijks bijeen en bestaat uit: - Burgemeester Amsterdam (voorzitter) - CdK Noord-Holland - CdK Flevoland - Per bestuurlijk platform één afgevaardigde; niet zijnde de voorzitter - Directeur MRA (secretaris)
300
305
Voor de eerste samenstelling van het bestuur wordt de burgemeester van Amsterdam aangewezen als formateur. Bij de samenstelling wordt rekening gehouden met geografische verdeling van de portefeuillehouders die vanuit de platforms deel uitmaken van het bestuur. Elke portefeuillehouder zal voor één of twee deelregio’s als linking pin fungeren.
Bij toekomstige wijzigingen in de samenstelling van het bestuur is de AV aan zet. 2. De bestuurlijke platforms
310
315
320
325
330
Op dit moment kent de MRA drie platforms (Economie, Ruimte en Mobiliteit) en 4 portefeuillehoudersoverleggen (PHO’s Duurzaamheid, Wonen, Landschap en Cultuur). De platforms kennen ambtelijke overleggen (AO’s), directeurenoverleggen (DO’s) en bestuurlijke overleggen (BO’s). De platforms zorgen onder andere voor de inhoudelijke voorbereiding van de MRA-inbreng in de samenwerking met het Rijk, zoals bij de Verstedelijkingsstrategie en het MIRT. De platforms hebben een belangrijke positie in de voorbereiding en de uitvoering van de centrale ambitie en de bijbehorende doelen. Aan de platforms wordt gevraagd om bij de toekomstige indeling de drie inhoudelijke doelen te betrekken. Met de nieuwe ambitie zijn er een aantal onderwerpen die om meer bestuurlijke aandacht vragen, maar we willen ook een slanke en doelgerichte organisatie opzetten. Daarom wordt voorgesteld in de overgangsperiode (zie het slot van deze notitie) de verhouding tussen de (huidige) platforms en de PHO’s opnieuw te bezien. Onderwerpen als (groene) innovatie (energie en klimaat), sociaal evenwicht en de menselijke maat (leefbaarheid, onderwijs, arbeidsmarkt en betaalbaar wonen) rechtvaardigen meer bestuurlijke aandacht. Nu zijn er onder de vlag van de MRA zeven inhoudelijke bestuurlijke overleggen.
Ook met de eventuele toevoeging van een vierde platform is er een slimmere indeling mogelijk waarin dit aantal kan worden teruggebracht, terwijl recht wordt gedaan aan de gewenste extra aandacht voor de genoemde onderwerpen. Het toekomstige bestuur gaat daarover in de overgangsperiode het gesprek aan met de portefeuillehouders.
335
340
Elk platform stelt elk jaar, in overleg met het bestuur, een nieuwe inhoudelijke agenda op. Deze worden door het bestuur gebundeld voorgelegd aan de algemene vergadering. De platforms komen bestuurlijk 4 tot 6 keer per jaar bij elkaar. De voorzitters van de platforms worden geleverd door de beide provincies (bij vier platforms ieder 2). Een transparante keuze vooraf, waarvoor om pragmatische, niet om politieke redenen is gekozen. Indien een lid van een platform stopt als bestuurder, dan stelt de betreffende deelregio
een opvolger voor. In de MRA-platforms en de PHO’s zijn alle deelregio’s met minimaal één afgevaardigde vertegenwoordigd. 345 3. Algemene vergadering
350
355
360
De algemene vergadering (AV) is een breed overleg waarin alle MRAdeelnemers zijn vertegenwoordigd: 32 gemeenten, 2 provincies en de Vervoerregio Amsterdam. Zij legitimeert de bestuurlijke prioriteiten, bekrachtigt de samenstelling van het bestuur en toetst of het bestuur handelt binnen de kaders van de begroting en de MRA Agenda (waarvan de kaders worden vastgesteld door Raden en Staten). Daarmee is de AV het centrale orgaan en bewaakt de identiteit en cultuur van de MRA. De AV vervangt de huidige regiegroep. De deelregio’s stemmen onderling af wie zij (burgemeester(s) en/of wethouder(s)) afvaardigen, dubbeling met een positie in het bestuur is uitgesloten. Het bestuur legt verantwoording af in de AV. De leden van de AV leggen verantwoording af in hun Raden en Staten. De AV komt vier keer per jaar bijeen, of vaker indien de leden dat wensen of als het bestuur daar met redenen omkleed om vraagt. De burgemeester van Almere zit de AV als kwartiermaker voor in de eerste twee jaar. De AV bepaalt daarna zelf hoe het voorzitterschap vorm te geven.
365 4. Raden en staten, én de Raadtafel
370
375
Vanzelfsprekend hebben de Raden en Staten onverkort hun eigen bevoegdheden. Zij nemen besluiten over de begroting en de MRA Agenda. Daarmee bepalen de Raden en Staten de kaders voor het handelen binnen de MRA. In de vernieuwde samenwerking worden de Raden en Staten in een eerder stadium inhoudelijk bij onderwerpen betrokken (bijvoorbeeld door digitale consultatie). Om ervoor te zorgen dat het bestuur genoeg voeling heeft met de democratische vertegenwoordiging in de MRA wordt de positie van de Raadtafel versterkt. Deze zal bestaan uit 1 raadslid per gemeente en 2 statenleden per provincie. Allereerst adviseert de Raadtafel het bestuur en de AV over het proces van besluitvorming en controle. Zij kan gevraagd en ongevraagd advies geven. Daarnaast vervult de Raadtafel ook de rol van
380
385
390
395
400
405
410
ambassadeur. Dit betekent dat de Raadtafel initiatief neemt tot het organiseren van bijeenkomsten voor Raads- en Statenleden, inhoudelijke gesprekken met experts of leden van de Amsterdam Economic Board en daarin wordt ondersteund door de MRA-directie. Als een beslissing grote gevolgen heeft, wordt de formele lijn van wensen en bedenkingen gebruikt. Die loopt via de Raden en Staten, niet via de Raadtafel. De Raadtafel kan wel gevraagd en ongevraagd adviseren deze lijn te doorlopen. De huidige Raadtafel wordt nadrukkelijk betrokken bij de invulling van de versterkte rol. 5. Directie MRA De directie stuurt op uitvoering van de MRA-agenda en de bestuurlijke afspraken over de centrale ambitie en de bijbehorende doelen. Bij het maken van afspraken heeft de directie een agenderende en initiërende rol. Daadkracht in de uitvoering koppelt de directie aan het bijdragen aan draagvlak voor de te nemen besluiten. Daarin heeft de directie een spilfunctie voor betrokken ambtenaren, bestuurders en raads- en statenleden. De directie rapporteert aan het bestuur en krijgt een aanmerkelijk sterkere positie dan het huidige secretariaat dat vooral ondersteunt. Dit betekent dat het ambtelijk apparaat wordt aangepast op basis van een op te stellen profiel voor de bezetting. Een formatie met een vaste kern van ongeveer 30 fte wordt op voorhand redelijk geacht.
In het profiel wordt aangegeven aan welke taken, projecten en programma’s de medewerkers worden gekoppeld. De deelregio’s stellen geschikte kandidaten om niet beschikbaar voor de directie MRA. Zo ontstaat een vaste kern en een flexibele schil die kan meebewegen met de vragen van het bestuur. De mensen die de deelregio’s inzetten werken nu feitelijk meestal al aan opgaven in MRA-verband. We brengen deze nu alleen organisatorisch bij elkaar. Zo hoeven er geen additionele kosten te worden gemaakt. Dit heeft het voordeel dat er een goede afspiegeling in personeel ontstaat, dat de kwaliteit van kandidaten gewaarborgd kan worden en de kosten naar draagkracht binnen de deelregio’s kunnen worden gedeeld.
415
420
425
430
435
440
V Tot slot De verandering die hier wordt voorgesteld zal niet van vandaag op morgen zijn beslag krijgen. Door de coronapandemie en de noodzaak van economisch en maatschappelijk herstel heeft versterking van de MRA wel grote urgentie. In het eerder aan Colleges, Raden en Staten toegestuurde schema is voorzien in definitieve besluitvorming over de centrale ambitie, de drie doelen en het herziene samenwerkingsverband voor de zomer van 2021. Na de consultatie op basis van de nu voorliggende notitie zal de vereenvoudigde organisatie de komende maanden verder worden uitgewerkt in een protocol dat ook voor de zomer wordt voorgelegd. Na de definitieve besluitvorming zal in ieder geval een overgangsperiode van een half jaar (tot eind 2021) nodig zijn om de nieuwe werkwijze te bestendigen. Het bestuur werkt samen met de platforms scenario’s uit hoe de centrale ambitie, de drie doelen en het reguliere werk op basis van de MRAagenda kunnen worden verbonden. Ook wordt nagegaan of de MRA-agenda 2020-2024 aanpassing en aanscherping behoeft. Vertrouwen, gedeeld enthousiasme, begrip voor elkaars wensen en zorgen, en een gezamenlijk gedragen ambitie ontstaan in ontmoeting. Jaarlijks komen we daarom met de gehele MRA bijeen om te praten over de relevante inhoudelijke onderwerpen, bij voorkeur in combinatie met de State of the Region.
We nodigen sprekers uit die de Raads- en Statenleden, bestuurders, ambtenaren en onze maatschappelijke partners inspireren en verleiden nieuwe horizonten te verkennen. Immers, alleen samen brengen wij onze metropoolregio verder. De transitiecommissie,
445
450
Arthur van Dijk Femke Halsema (voorzitter) Thijs Kroese Gerard Kuipers Leen Verbeek Franc Weerwind Emiel Reiding (secretaris)
4.1 Verordening Dorpsraad Nes aan de Amstel 2021 1 Dossier 522 voorblad.pdf
Raadscommissie voor Algemeen bestuur en middelen Dossiernummer
522
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
6 april 2021
Agendapunt
4.1
Omschrijving
Verordening Dorpsraad Nes aan de Amstel 2021
Geagendeerd
Vergaderdatum
Raadscommissie voor Algemeen
6 april 2021
bestuur en middelen Toelichting De bestaande verordening uit 2006 is verouderd en sluit niet meer aan bij de huidige wetgeving. De raad wordt gevraagd voorliggende verordening Dorpsraad Nes aan de Amstel 2021 vast te stellen en de verordening van 2006 in te trekken.
1 Collegevoorstel Verordening Dorpsraad Nes aan de Amstel 2021
COLLEGEVOORSTEL
Voorstel nr 16 Datum B&W-besluit
Portefeuillehouder
16 maart 2021
Afdeling
wethouder Frank Berkhout
Services
Z21-01965
Behandelend ambtenaar (voor technische vragen)
Voor de raadsvergadering van
S. Snoek s.snoek@amstelveen.nl 020-5403 227
21 april 2021
Algemeen bestuur en middelen (ABM) n.v.t. (De agendacommissie heeft besloten dit voorstel direct als hamerstuk aan de raad voor te leggen ter besluitvorming.) Behandelen in de raadscommissie op
Onderwerp
Verordening Dorpsraad van Nes aan de Amstel 2021 Gevraagd besluit
1. 2.
Vaststellen van de Verordening Dorpsraad van Nes aan de Amstel 2021. Intrekken van de Verordening Dorpsraad van Nes aan de Amstel 2006.
WAT WILLEN WE BEREIKEN EN WAT GAAN WE DAARVOOR DOEN Wat willen we bereiken (effectindicatoren)
Een Verordening Dorpsraad Nes aan de Amstel die aansluit bij alle wijzigingen die hebben plaatsgevonden sinds de laatste uit 2006. Wat gaan we daarvoor doen (prestatie-indicatoren)
Een aangepaste verordening die aansluit bij de participatievisie, die aansluit bij de wetgeving en al in de geest van de Omgevingswet is geschreven. ACHTERGROND EN OVERWEGINGEN Programma (speerpunt)
Sociaal Domein 1.1 v, 1.1 w. Aanleiding
Met de nieuwe participatievisie is de rol van de wijkplatforms vervallen. De uitzondering hierop is Dorpsraad Nes aan de Amstel dat een gekozen bestuur kent. De huidige verordening is uit 2006 en was op een aantal punten juridisch niet meer conform de huidige Kieswet en Gemeentewet. Ook is in de breedte gezamenlijk gekeken naar alle punten van de verordening om deze goed aan te laten sluiten op de laatste ontwikkelingen. Argumenten
1. 2.
De bestaande verordening is verouderd en sluit niet aan bij de huidige wetgeving De nieuwe verordening is geschreven in de geest van de Omgevingswet.
Kanttekeningen
Niet van toepassing. Financiën
Om de leden van de participatie organen (zoals de participatieraad sociaal domein) op gelijke wijze te vergoeden is met de verordening niet langer sprake van een vacatie vergoeding maar een vrijwilligersvergoeding. Dit zal met terugwerkende kracht per 1 januari 2021 ingaan. De vrijwilligersvergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd en bijgesteld conform de vrijwilligersvergoeding uit de Miljoenennota en het Belastingplan. Dit zal worden opgenomen in het budget.
[] 101/F105/ICT
Pagina
2 van 3
De voorzitter ontvangt de maximale vrijwilligersvergoeding. De leden ontvangen 2/3 van de maximale vergoeding. De leden van het dagelijks bestuur ontvangen 5/6 van maximale vergoeding. Communicatie
Extern: er zal een persbericht volgen. Intern: er volgt een bericht op Atlas. Procedure
De Verordening Dorpsraad van Nes aan de Amstel wordt gepubliceerd op de website en op de wettelijk verplichte overheid verordeningen website. Bijlagen
1. 2.
Verordening Dorpsraad van Nes aan de Amstel 2021. Verordening Dorpsraad van Nes aan de Amstel 2006.
De secretaris,
De voorzitter,
Bert Winthorst
Tjapko Poppens
BEHANDELING RAADSCOMMISSIE Wijziging/aanvullingen na behandeling raadscommissie
n.v.t. (De agendacommissie heeft besloten dit voorstel direct als hamerstuk aan de raad voor te leggen ter besluitvorming.) Het voorstel aan de raad is
Ongewijzigd aanvaard Gewijzigd aanvaard Verworpen
Aanvaarde amendementen / moties
Pagina
3 van 3
RAADSBESLUIT Besluit
1. De Verordening Dorpsraad van Nes aan de Amstel 2021 vast te stellen. 2. De Verordening van de Dorpsraad van Nes aan de Amstel 2006 in te trekken. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 april 2021. De griffier,
De voorzitter,
Debby de Heus
Tjapko Poppens
1 Verordening Dorpsraad Nes aan de Amstel 2021
Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Verordening Dorpsraad van Nes aan de Amstel 2021
Zaaknummer: Z21-01965
De raad van de gemeente Amstelveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 maart 2021; gelet op artikel 150 van de Gemeentewet en afdeling 3.4 Awb ; besluit vast te stellen de:
Verordening Dorpsraad van Nes aan de Amstel 2021
Paragraaf 1 Algemeen Artikel 1 In deze verordening wordt verstaan onder: 1. Nes aan de Amstel: het gebied, dat bekend staat als stemdistrict Nes aan de Amstel, als aangeduid op de kaart in bijlage A; 2. Dorpsraad: de Dorpsraad van Nes aan de Amstel; 3. Ingezetenen: zij, die hun werkelijke woonplaats in Nes aan de Amstel hebben en opgenomen zijn in het Basis Registratie Personen van de gemeente Amstelveen; 4. Gemeente: de gemeente Amstelveen; 5. Raad: de raad van Amstelveen; 6. College: het college van Amstelveen; 7. Burgemeester: Burgemeester van Amstelveen.
Paragraaf 2 Instelling Artikel 2 1. Er is een dorpsraad, die tot taak heeft de raad, het college en de burgemeester gevraagd of ongevraagd te adviseren omtrent alle aangelegenheden die van belang zijn voor Nes aan de Amstel. 2. Het doel van de dorpsraad is om een goede leefomgeving te realiseren en te behouden door bij te dragen aan de gemeentelijke besluitvorming over aangelegenheden in Nes aan de Amstel.
Paragraaf 3 Samenstelling Artikel 3 1. De dorpsraad bestaat uit een oneven aantal leden met een minimum van vijf leden en een maximum van zeven leden. 2. Leden van de dorpsraad kunnen zijn degenen, die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn en uiterlijk op de dag van de instelling de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en niet uit de verkiesbaarheid naar Nederlands recht zijn ontzet.
Pagina
3.
2 van 13
Het lidmaatschap van de dorpsraad eindigt van rechtswege nadat een lid niet langer ingezetene is, als bedoeld in artikel 1, sub c, of als hij zijn lidmaatschap opzegt.
Artikel 4 1. Een lid van de dorpsraad kan niet tevens zijn: a. Burgemeester; b. Wethouder; c. Lid van de gemeenteraad; d. Burgerraadslid; e. Ambtenaar door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt. 2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder e, kan een lid van de dorpsraad tevens zijn: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht; c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs. 3. Met ambtenaren als bedoeld in het tweede lid worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld zij, die in dienst van de gemeente op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam zijn. Artikel 5 Een lid van de dorpsraad mag: 1. niet als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente, de gemeenteraad, het college, of de burgemeester in geschillen; 2. niet als gemachtigde of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van overeenkomsten met de gemeente.
Paragraaf 4 Verkiezing Artikel 6 1. De leden van de dorpsraad worden gekozen door degenen, die op de dag van de kandidaatstelling ingezetenen zijn en uiterlijk op de dag van de stemming de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt en niet overeenkomstig het bepaalde in artikel B5 van de Kieswet van het kiesrecht zijn uitgesloten. Artikel B3, de leden 2 en 3, van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. Kiesgerechtigde personen oefenen hun kiesrecht uit door op de dag van de stemming drie stemmen uit te brengen op de personen die zich kandidaat hebben gesteld. Per kandidaat kan slechts één stem worden uitgebracht. 2. De leden worden gekozen voor vier jaar. 3. In bijzondere gevallen kan bij besluit van de raad van het bepaalde in lid 2 van dit artikel worden afgeweken. 4. De leden treden af met ingang van de eerste dinsdag van september in het eerste kalenderjaar na het gelijktijdig aftreden van de leden van de raad. 5. Degene, die ter vervulling van een buiten de gewone tijd van aftreding opengevallen plaats tot lid van de dorpsraad is benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop degene in wiens plaats hij is benoemd zou hebben moeten aftreden. Artikel 7 1. De gemeente stelt de dag vast voor de kandidaatstelling, deze dag is ten minste een maand voor de verkiezing van de dorpsraad. De kandidaatstelling gaat d.m.v. kandidatenlijsten.
Het model van de kandidatenlijst wordt vastgesteld door het college. 2. Per kandidatenlijst, ondertekend door ten minste vijf stemgerechtigden, kan één kandidaat worden opgegeven. De lijst dient tevens te bevatten de schriftelijke verklaring van de daarop voorkomende kandidaat, dat deze in de kandidaatstelling toestemt.
Pagina
3 van 13
Artikel 8 1. Bij de verkiezing van de dorpsraad wordt uitgegaan van het stemdistrict Nes aan de Amstel volgens de kaart in bijlage A. Er is een hoofdstembureau, dat tevens als centraal stembureau optreedt. 2. Het college stelt een hoofdstembureau in dat bestaat uit vijf leden, van wie er één voorzitter en één plaatsvervangend voorzitter is. De burgemeester is voorzitter van het hoofdstembureau. 3. De plaatsvervangend voorzitter en de andere leden, alsmede drie plaatsvervangende leden, worden door het college benoemd en ontslagen. Artikel 9 1. De verkiezing vindt plaats op een nader door het college te bepalen datum. 2. Degenen, op wie de meeste stemmen zijn uitgebracht, zijn met inachtneming van het aantal beschikbare zetels tot lid van de dorpsraad gekozen. 3. Het lot beslist indien op twee of meer kandidaten een gelijk aantal stemmen is uitgebracht. 4. Bij tussentijds aftreden van een lid van de dorpsraad wordt zijn plaats ingenomen door degene, die van de niet-gekozenen bij de verkiezingen de meeste stemmen heeft behaald. Artikel 10 1.
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 9 van deze verordening en met uitzondering van artikel J 10 en van de artikelen van hoofdstuk Y van de Kieswet zijn, ten aanzien van de verkiezing van de leden van de dorpsraad, alsmede ten aanzien van het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van de dorpsraad, de bepalingen inzake de verkiezingen van de leden van de raad, respectievelijk de bepalingen inzake het begin van en de veranderingen in het lidmaatschap van de raad voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 2. Het college is bevoegd ter aanvulling van deze verordening nadere regelen vast te stellen inzake de verkiezing. Voor zover dat uit een oogpunt van aanpassing noodzakelijk is kunnen zij bij die regelen afwijken van de in het eerste lid bedoelde bepalingen.
Paragraaf 5 Installatie Artikel 11 1. De eerste vergadering van de nieuw gekozen dorpsraad wordt opgeroepen door de burgemeester en door hem voorgezeten, totdat de leden, nadat zij de eed of belofte hebben afgelegd, een voorzitter hebben gekozen. 2. Ten aanzien van het afleggen van de eed of belofte is artikel 14 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 6 Organen Artikel 12 1. In de eerste vergadering van de nieuw gekozen dorpsraad wordt een voorzitter gekozen, die na zijn verkiezing de leiding van de vergadering overneemt van de burgemeester. 2. De dorpsraad kiest in de eerste vergadering uit zijn leden twee gedelegeerden, die tezamen met de voorzitter het dagelijks bestuur vormen. 3. De voorzitter van de dorpsraad is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur. 4. Het dagelijks bestuur wijst uit zijn midden één lid aan, dat de voorzitter bij zijn afwezigheid of ontstentenis vervangt. Artikel 13 1. Een lid van het dagelijks bestuur, dat zich aan kennelijk wangedrag of grove verwaarlozing van zijn taak heeft schuldig gemaakt, kan te allen tijde als zodanig door het college worden geschorst, nadat de dorpsraad een daartoe strekkend voorstel heeft gedaan.
Pagina
2. 3.
4. 5.
4 van 13
Onder grove verwaarlozing van de taak wordt mede begrepen het zonder genoegzame grond weigeren de in artikel 23, lid 2 bedoelde inlichtingen te verstrekken. Het college onderwerpt het al dan niet handhaven van het betrokken lid zodra mogelijk aan het oordeel van de raad, die na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich tegenover een commissie, bestaande uit de voorzitters van de fracties van de raad, te verdedigen, hem als lid kan ontslaan. Indien de raad geen aanleiding vindt het lid te ontslaan, heft hij de schorsing op. Het lid dat is ontslagen op grond van dit artikel, is gedurende twee jaren, te rekenen van de dagtekening van het raadsbesluit tot ontslag van het lid, niet tot lid benoembaar.
Artikel 14 1. De dorpsraad kan zich laten adviseren door commissies ad hoc die de dorpsraad instelt en waarvan ook niet-dorpsraadleden deel kunnen uitmaken. 2. Het voorzitterschap van een commissie ad hoc wordt bekleed door een door de dorpsraad uit zijn midden aangewezen lid. 3. Het dagelijks bestuur van de dorpsraad stelt een reglement van orde voor de vergaderingen van de commissies ad hoc vast, dat aan de dorpsraad en het college wordt medegedeeld.
Paragraaf 7 Wijze van vergaderen Artikel 15 1. De dorpsraad vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als door de voorzitter nodig wordt geoordeeld of door ten minste drie leden met opgave van redenen schriftelijk aan de voorzitter wordt gevraagd. 2. Ten aanzien van de wijze van vergaderen zijn de artikelen 17 tot en met 33 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing met dien verstande, dat de voorzitter van de dorpsraad in de plaats treedt van de burgemeester en het dagelijks bestuur in plaats van het college. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 32 van de Gemeentewet brengt de dorpsraad, indien de stemmen over een voorstel betreffende een gevraagd dan wel ongevraagd uit te brengen advies ook na herstemming staken, de tot uiting gekomen meningen ter kennis van de raad en het college. 4. Al wat verder het houden van de vergaderingen betreft wordt geregeld in het reglement van orde, dat de dorpsraad voor zijn vergaderingen vaststelt en dat aan het college wordt medegedeeld. Artikel 16 1. Het dagelijks bestuur van de dorpsraad stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast, dat aan de dorpsraad en het college wordt medegedeeld. 2. Op de vergaderingen van het dagelijks bestuur van de dorpsraad is artikel 54 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 8 Secretaris Artikel 17 1. De dorpsraad, het dagelijks bestuur van de dorpsraad en de in artikel 14 bedoelde commissies ad hoc worden in de vervulling van hun taken ter zijde gestaan door een secretaris. 2. Als secretaris fungeert een daartoe door het college aangewezen, in dienst van de gemeente Amstelveen zijnde, ambtenaar. 3. Het college stelt, de dorpsraad gehoord hebbende, een instructie voor de secretaris vast die als bijlage B aan de verordening wordt toegevoegd.
Pagina
5 van 13
Artikel 18 De voorzitter en de secretaris ondertekenen alle van de dorpsraad en het dagelijks bestuur uitgaande stukken.
Paragraaf 9 Vergoeding Artikel 19 De leden van het dagelijks bestuur ontvangen voor hun werkzaamheden een vaste jaarlijkse vergoeding overeenkomstig bijlage C.
Paragraaf 10 Taken en bevoegdheden Artikel 20 1. De dorpsraad kan ongevraagd aan de raad, het college of de burgemeester advies uitbrengen over alle aangelegenheden, welke voor Nes aan de Amstel van belang zijn. 2. Het college is verplicht in een zo vroeg mogelijk stadium van de besluitvorming het advies van de dorpsraad in te winnen over de in bijlage D bij deze verordening genoemde onderwerpen, voor zover het gaat om wijziging van beleid of toepassing van een discretionaire bevoegdheid. 3. De raad kan besluiten dat het college alsnog het advies van de dorpsraad inwint over een voorstel, waaromtrent deze aanvankelijk niet is geraadpleegd. 4. Indien het college de dorpsraad om advies vraagt, is hij verplicht de dorpsraad alle inlichtingen te verstrekken die voor een goede beoordeling van de aangelegenheid van belang zijn. 5. Het college kan de dorpsraad een termijn stellen, waarbinnen deze zijn advies dient uit te brengen. Artikel 21 1. Indien het college de dorpsraad om advies vraagt over een aangelegenheid, waaromtrent aan de raad een voorstel uitgebracht moet worden, wordt het advies ter kennis gebracht van de raad. 2. Indien een advies van de dorpsraad een afwijking van een voorstel van het college of een keuze uit verschillende mogelijkheden inhoudt, motiveert de dorpsraad zijn advies. 3.
Over adviezen aan de raad en/of het college, welke een ingrijpende verandering in Nes aan de Amstel betreffen, kan de dorpsraad tevoren de inwoners raadplegen door een openbare vergadering te beleggen dan wel op andere wijze de levende gevoelens peilen. 4. Bij adviezen als bedoeld in het voorgaande lid voegt de dorpsraad een verslag van de desbetreffende raadpleging van de inwoners. 5. Indien het college bij het nemen van een besluit van plan is om af te wijken van het advies van de dorpsraad, wordt vooraf overleg gepleegd met het dagelijks bestuur van de dorpsraad, indien de dorpsraad dit wenst. De redenen om af te wijken worden schriftelijk doorgeven aan de dorpsraad. In het uiteindelijke besluit wordt een afwijking van het advies van de dorpsraad met de redenen voor die afwijking in de motivering vermeld. Dit is alleen van toepassing op de onderwerpen waarover het college verplicht advies moet vragen op grond van bijlage D. 6. Indien de raad dit wenselijk acht, dan wel de dorpsraad daarom verzoekt, kan een door de dorpsraad uit zijn midden aan te wijzen lid in de vergadering van de raad het standpunt van de dorpsraad en/of van een minderheid van de dorpsraad ter zake van het uitgebrachte advies toelichten. 7. Het in het voorgaande lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het college en van de raadscommissie. Artikel 22 1.
De dorpsraad maakt bij de uitoefening van zijn taak bij voorkeur gebruik van de diensten van het ambtelijk apparaat. Een daartoe strekkend verzoek wordt ingediend bij de gemeentesecretaris.
Pagina
2.
3.
6 van 13
De gemeentesecretaris beoordeelt of het verzoek onmiddellijk aan het betrokken diensthoofd wordt doorgezonden dan wel daartoe eerst door het college een besluit genomen dient te worden. De dorpsraad is in bijzondere gevallen bevoegd, alvorens advies uit te brengen, deskundigen buiten het gemeentelijk apparaat te raadplegen, voor zover het college vooraf de daaruit voortvloeiende kosten heeft goedgekeurd.
Artikel 23 1. Tot de taken van het dagelijks bestuur behoren: a. het voorbereiden van de beraadslagingen en besluiten van de dorpsraad; b. het uitvoeren van de besluiten van de dorpsraad; c. de zorg voor het beheer van de ten behoeve van de dorpsraad gereserveerde geldmiddelen. 2. De leden van het dagelijks bestuur van de dorpsraad zijn tezamen en ieder afzonderlijk voor de vervulling van de taak van het dagelijks bestuur verantwoording schuldig aan de dorpsraad en geven hem ten dien aanzien alle verlangde inlichtingen.
Paragraaf 11 Geldmiddelen Artikel 24 1. De dorpsraad doet jaarlijks voor een nader door het college te bepalen datum schriftelijk en gemotiveerd aan het college opgave van de uitgaven die in het eerstvolgende jaar het gevolg zullen zijn van zijn functioneren. 2. Indien het college van oordeel is dat de door de dorpsraad voorgestelde bedragen wijziging behoeven, treedt hij, alvorens zijn definitieve standpunt over de ramingen te bepalen, in overleg met de dorpsraad. 3. Het college neemt, indien en voor zover hij met de door de dorpsraad ingediende ramingen akkoord gaat, die bedragen op in het ontwerp van de gemeentebegroting voor het dienstjaar waarop zij betrekking hebben. Het college doet de dorpsraad zo spoedig mogelijk schriftelijk en gemotiveerd mededeling van die ramingen. Artikel 25 1. De dorpsraad neemt bij zijn functioneren de grenzen in acht van de ramingen van de uitgaven, zoals die in de door de raad vastgestelde begroting zijn opgenomen. 2. De dorpsraad is bevoegd tussentijds opgave te doen van bedragen als bedoeld in het eerste lid van artikel 24, die naar zijn oordeel alsnog in de gemeentebegroting behoren te worden opgenomen. Met betrekking tot een dergelijke opgave handelt het college overeenkomstig het bepaalde in artikel 24, met dien verstande dat hij zo nodig een wijziging van de gemeentebegroting bevordert. Artikel 26 1.
De dorpsraad doet, volgens nader door het college vast te stellen regelen, aan het college opgave van de bedragen, die als gevolg van door de dorpsraad verrichte handelingen dienen te worden voldaan. 2. Anderzijds verstrekt het college de dorpsraad alle financiële gegevens, die de dorpsraad voor de uitoefening van zijn taak nodig acht. 3. Het college zendt de dorpsraad binnen drie maanden na afloop van elk kalenderjaar een overzicht, waarin de werkelijke bedragen van de in het eerste lid van artikel 24 bedoelde uitgaven zijn opgenomen.