Agendabundel
Tekst van het document
2026 2028 en 2029
7. Financiële historie en krediet In de zogenaamde AGIV zijn de voorbereidingskosten opgenomen die zijn gemoeid met de grondexploitatie. Het gaat om de reeds geboekte kosten (t/m 1-1-2024) en de kosten die geraamd zijn voor jaarschijf 2024. Tot vaststelling van de BIE, vormt dit het krediet voor de voorbereidingskosten.
Pagina
9 van 11
Zodra de BIE is vastgesteld, worden de kosten (en opbrengsten) uit de AGIV meegenomen in de BIE. De AGIV wordt daarmee neutraal afgesloten. Per 1-1-2024 bedraagt de boekwaarde in totaal € 692.000,=. De boekwaarde bestaat grotendeels uit de kosten van de sloop van de Bankrashal, onderzoeken en andere plankosten. 8. Stand van zaken van het project Op 1 juli 2020 is de startnotitie vastgesteld. Vervolgens heeft uitwerking van de planen plaatsgevonden. Hierbij heeft met name voor de ontwikkeling van G2 uitgebreide participatie plaatsgevonden. Inmiddels is het bestemmingsplan voor G1 en G2 ter inzage gelegd. Zienswijzen zijn afgewogen. De volgende stap is vaststelling van het bestemmingsplan voor G1 en G2 en vaststelling van de grondexploitatie voor het totale gebied. Voor G3 en G4 zullen op een ander moment de planologische procedures doorlopen worden. Er is een samenwerkingsovereenkomst met de medici in voorbereiding, waarin (o.a. financiële) afspraken worden gemaakt over de bouw van het centrum en het verkrijgen van een deel van het eigendom. Per planfase is en wordt een exploitatiebijdrage in rekening gesteld. 9. Gehanteerde uitgangspunten Parameters - De gehanteerde parameters zijn conform door het college vastgestelde parameters voor 2024 e.v. (tabel 4) Eenheidsprijzen zijn -zoals gebruikelijk- op prijspeil eind 2024 in deze grondexploitatie opgenomen.
Opbrengsten - De ramingen van de grondwaarden in de grondexploitatie zijn gebaseerd op residuele grondwaardemethode en de vaste grondprijzen op basis van de Grondprijzenbrief 2024 (sociale huur en niet-commerciële voorziening). Ter onderbouwing zijn onder andere taxaties van referentieprojecten gebruikt. - De uiteindelijke grondopbrengsten voor woningbouw (m.u.v. sociale huur) zullen via een tenderprocedure tot stand komen. Kosten - Voor de verwerving wordt rekening gehouden met aankoop op basis van de complexwaarde. - Civiele kosten zijn geraamd op basis van de stedenbouwkundige verkaveling, normgetallen, ruimtegebruik en eenheidsprijzen uit het planeconomisch prijzenboek. - De interne plankosten zijn geraamd conform het plankostenmodel 2024. - PEAT (kosten voorbereiding en toezicht bij het civiele werk) is op basis van 23% van de raming van de kosten van het sloop, bouw- en woonrijp maken.
Pagina
10 van 11
Tabel 4: Vastgestelde parameters 2024 e.v. 10. Fiscaliteit Voor het grootste deel van het plangebied bestaan geen bijzonderheden. De BTW op de inrichting van de openbare ruimte is compensabel. De BTW over de kosten die ten grondslag liggen aan de uitgifte van de kavels, maakt de gemeente als ondernemer. Die BTW is verrekenbaar. In het plangebied is wel één bijzonderheid. Het gaat daarbij om G1. Voor de uitgifte van deze kavel gelden verschillende grondslagen. Dit heeft te maken met de wijze waarop het gebouw in gebruik wordt genomen. Ruim de helft van het gebouw (55%) komt in eigendom van een verzameling van medici. Zij verkrijgen appartementsrechten. Qua fiscaliteit geldt hier hetzelfde als voor de overige kavels. De BTW over de kosten die ten grondslag liggen aan de uitgifte, maakt de gemeente immers als ondernemer. Ruim een kwart (27%) van het gebouw wordt in gebruik genomen als wijkcentrum. Dit deel van het gebouw blijft in eigendom van de gemeente en wordt niet verhuurd noch verkocht. Dit betekent dat bij de levering van dit deel van het gebouw aan de afdeling Vastgoed er een factuur met BTW wordt verstuurd. Tot slot blijft circa 18% van het gebouw in eigendom van de gemeente, maar wordt verhuurd aan een aantal medici (huisartsen). De BTW over de kosten die ten grondslag liggen aan de uitgifte van -dit deel- van de kavel kan de gemeente als ondernemer niet verrekenen.
Dit wordt als kostprijsverhogend gezien. Deze kosten komen voor rekening van de grondexploitatie.
11. Grondexploitatiebegroting op hoofdlijnen De grondexploitatie van Alleman Kwartier laat een geraamd resultaat zien van € 3.408.000 voordelig op eindwaarde (31-12-2029). Dit resultaat is als volgt opgebouwd: Nominale kosten: € 5.735.000 Kostenstijging en rentekosten: € 398.000 Totaal kosten: € 6.133.000
Pagina
11 van 11
Nominale opbrengsten: € 8.944.000 Opbrengstenstijging: € 597.000. Totaal opbrengsten: 9.541.000. Er worden vier bouwkavels uitgegeven. De kavels G3 en G4 zijn afhankelijk van de realisatie van G1. De kavel G2 kan in beginsel autonoom worden ontwikkeld. Een nadere toelichting over de grondexploitatiebegroting is opgenomen in de geheime Bijlage 2. 12. Financiële risico’s en kansen. Risicomanagement is een continu proces. Risicoanalyses vinden daarom periodiek plaats, zodat er altijd een accuraat beeld van de risico’s bestaat. Er heeft voor dit project ook een risico-inventarisatie plaatsgevonden. Daarbij zijn projectspecifieke risico’s geïnventariseerd en waar mogelijk gekwantificeerd. De gekwantificeerde risico’s alsmede de marktrisico’s zijn input voor de zogenaamde Monte Carlo analyse. De Monte Carlo analyse laat op basis van kansberekening zien of er rekening moet worden gehouden met een benodigde weerstandscapaciteit. Aangezien het geraamde projectresultaat op basis van de ondergrens van 90% nog steeds voordelig is, hoeft er geen weerstandscapaciteit te worden aangehouden. De grafieken staan weergegeven in bijlage 2.
{{signer1}}
{{signer2}}
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Amstelveen;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders, d.d. 16 april 2024, zaaknummer Z22071494; gelet op artikel 189 van de Gemeentewet;
Besluit
1.
2.
3.
4.
De grondexploitatie (BIE) “Alleman Kwartier” vast te stellen, met een begroot plansaldo van € 3.408.000 positief op eindwaarde 31 december 2029 zoals toegelicht in Bijlage 1 en Bijlage 2 (GEHEIM) bij dit voorstel. Een krediet voor de uitvoering van de grondexploitatie beschikbaar te stellen van € 6.133.000,- aan kosten en deze kosten te dekken uit de begrote opbrengsten van € 9.541.000,-. Bovenstaande besluitpunten met bijbehorende balansmutaties, en consequenties voor de Vennootschapsbelasting (VpB), te verwerken in de lopende begroting 2024 en verder, inclusief het hiermee komen te vervallen van de reeds in de bestaande meerjarenbegroting ingeboekte toekomstige winstafdracht ad. € 917.000,-. De door het college opgelegde geheimhouding op te heffen met ingang van 1 januari 2030.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 5 juni 2024. De griffier,
De voorzitter,
Debby de Heus
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
Raadsvergadering. Stemstuk Behandelvoorstel agendacommissie Onderwerp Datum raadsvergadering Locatie Voorzitter Griffier Portefeuillehouder Openbare bespreking Behandelend ambtenaar Live-uitzending Advies van de agendacommissie
Vaststellen bestemmingsplan “Oostelijk Halfrond 9” 5 juni 2024 Raadzaal Tjapko Poppens Debby de Heus Floor Gordon Ja Petra Vermond, p.vermond@amstelveen.nl Ja, op https://amstelveen.bestuurlijkeinformatie.nl Stemstuk. Vanaf de Startnotitie is over dit plan uitgebreid geparticipeerd en de buurt staat er achter. Weliswaar is een zienswijze ingediend, maar deze ziet niet zozeer op het plan zelf als wel op de bussluis op de Olympiadelaan.
Voorafgaande behandeling Het Raadsgesprek Technische vragen
Het Raadsdebat
Insprekers kunnen zich uiterlijk tot 27 mei om 12.00 uur melden om in te spreken tijdens Het Raadsgesprek van 29 mei. Technische vragen worden niet toegestaan in de vergadering. Deadline voor het stellen van vragen aan de behandelend ambtenaar is 27 mei 2024 om 12.00 uur. De beantwoording van eventuele technische vragen treft u aan bij de vergaderstukken in iBabs. Over dit onderwerp is geen raadsdebat ingepland.
Behandelwijze tijdens de raadsvergadering Toelichting en doel van het agendapunt
Het plan voorziet in een gebiedsimpuls aan de wijk Bankras/ Kostverloren. Tevens is sprake van een uitgebalanceerd woningbouwprogramma met maximaal 33 woningen.
Gevraagd besluit:
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
Beschikbare stukken
Stemstuk
1.
De ingediende zienswijzen vast te stellen overeenkomstig bijgevoegde Nota van Beantwoording. 2. Bestemmingsplan 'oostelijk halfrond 9', met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0362.10M-VG01, gewijzigd vast te stellen. 3. In te stemmen met het besluit hogere grenswaarde. 4. Het beeldkwaliteitskader “Allemankwartier Beeldkwaliteitsplan blok G2” vast te stellen. 5. Te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond welke is ontleend aan de Topografie BGT met datum 12 juli 2022. 6. Geen exploitatieplan vast te stellen. Het raadsvoorstel met vier bijlagen: 1. Bestemmingsplan Oostelijk Halfrond 9 (regels, toelichting, bijlage bij de toelichting en verbeelding). 2. Besluit hogere grenswaarde. 3. Beeldkwaliteitskader. 4. Nota van Beantwoording zienswijze ontwerp bestemmingsplan. In de raadsvergadering kunt u verzoeken het stemstuk alsnog te bespreken. Dit is een voorstel van orde. Stemt de meerderheid van de raad daarmee in, dan wordt het voorstel aan de bespreekstukken toegevoegd. Anders kunt u bij de stemming een stemverklaring afleggen.
{{signer1}} 16/04/2024 15:44:54 CEST
Signed By: Poppens, T. <t.poppens@amstelveen.nl> ID: f35cc384-d9ee-441c-bd30-a7eaaf8b63ec Auth: Scribble
{{signer2}} 17/04/2024 08:58:26 CEST
Signed By: Winthorst, H.H. <b.winthorst@amstelveen.nl>
RAADSVOORSTEL
ID: f35cc384-d9ee-441c-bd30-a7eaaf8b63ec Auth: Scribble
Zaaknummer:
Z23-106768 D24-
Voorstel van:
college van burgemeester en wethouders
Datum: Portefeuillehouder:
Behandelend ambtenaar:
Petra Vermond 0205404286 p.vermond@amstelveen.nl Stedelijke Ontwikkeling
16 april 2024 wethouder Floor Gordon
Onderwerp
Vaststellen bestemmingsplan Oostelijk Halfrond 9. Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
1. 2.
3. 4. 5.
6.
De ingediende zienswijzen vast te stellen overeenkomstig bijgevoegde Nota van Beantwoording. Bestemmingsplan 'oostelijk halfrond 9', met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatie NL.IMRO.0362.10M-VG01, gewijzigd vast te stellen. In te stemmen met het besluit hogere grenswaarde. Het beeldkwaliteitskader “Allemankwartier Beeldkwaliteitsplan blok G2” vast te stellen. Te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond welke is ontleend aan de Topografie BGT met datum 12 juli 2022. Geen exploitatieplan vast te stellen.
Samenvatting
Op 1 juli 2020 is de Startnotitie "Project Alleman Kwartier" door u vastgesteld. De beoogde ontwikkeling betrof het bouwen van woningen in verschillende blokken op het terrein van de voormalige Bankrashal en op de plek van het Wijkcentrum Alleman en Medisch Centrum Bankras, die tevens nieuwbouw in het gebied zouden krijgen. Vanuit de omgeving zijn er bezwaren geuit op de ontwikkeling van het terrein van de voormalige Bankrashal, alwaar de bouw van woningen zijn voorzien alsook de bouw van het Medisch Centrum en het Wijkcentrum. De bezwaren richtten zich op de woningbouw aan de kant van het Oostelijk Halfrond. Omwonenden vonden de geplande woningbouw met circa 56 appartementen in 6 bouwlagen te groot en te hoog ten opzichte van de bestaande bebouwing. Om die reden is er, in samenspraak met een bewonersvertegenwoordiging, een aangepast programma en bouwplan vastgelegd dat nu in dit bestemmingsplan wordt opgenomen. Er wordt nu uitgegaan van maximaal 33 woningen. Daarnaast is in dit bestemmingsplan het bouwplan voor het multifunctioneel gebouw met daarin zowel het nieuwe wijkcentrum Alleman als Medisch Centrum Bankras opgenomen. Hiervoor is binnen de huidige bestemming “Maatschappelijk” reeds een aparte omgevingsvergunningprocedure doorlopen.
Pagina
2 van 5
Doel
De doelstelling van dit deel van het project is meerledig. Het project ambieert een gebiedsimpuls te geven aan de wijk Bankras/ Kostverloren. Het voorziet in uitbreiding, verbreding en verbetering van de gezondheid- en welzijnsfunctie door het realiseren van een nieuw multifunctioneel gebouw met daarin een nieuw wijkcentrum Alleman en Medisch Centrum Bankras met een apotheek. Verder biedt het een uitgebalanceerd woningbouwprogramma met maximaal 33 woningen. Dit alles met aandacht voor duurzame mobiliteit en een kwaliteitsimpuls in de herinrichting van de openbare ruimte. Prestatie
Om het woningbouwplan te kunnen realiseren dient het bestemmingsplan door u te worden vastgesteld zodat de tenderprocedure kan worden opgestart. Voorgeschiedenis en context
Op 1 juli 2020 is de Startnotitie "Project Alleman Kwartier" vastgesteld. Vanuit de omgeving zijn er bezwaren geuit op de woningbouwontwikkeling aan de kant van het Oostelijk Halfrond. Omwonenden vinden de geplande woningbouw met circa 56 appartementen in 6 bouwlagen te groot en te hoog ten opzichte van de bestaande bebouwing. Naar aanleiding hiervan is besloten een mediationtraject op te starten met de bewonersvertegenwoordiging (Stichting Allemansbelang) voor de woningbouw (G2). Met de uitkomst van deze mediation is het bestemmingsplan uitgewerkt. Op woensdag 29 november 2023 is het bestemmingsplan besproken met de omwonenden en is het plan verder verfijnd. Zo is de bouwhoogte aangepast en is de minimale afstand met de omliggende bebouwing definitief vastgelegd. Ook zijn afspraken gemaakt over de parkeerontsluiting en over de aansluiting aan de openbare ruimte. Dit is vertaald in het ontwerp bestemmingsplan en deze heeft vanaf 21 december 2023 voor zes weken ter inzage gelegen. Op 1 januari 2024 is de omgevingswet in werking getreden. De Invoeringswet Omgevingswet regelt dat als vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet een ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd, het oude recht van toepassing blijft totdat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Het bestemmingsplan wordt na het onherroepelijk worden onderdeel van het tijdelijke deel van het omgevingsplan.
Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit
1. Ingediende zienswijze Het ontwerp bestemmingsplan Oostelijk Halfrond 9 heeft met alle relevante stukken van 21 december 2023 t/m 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Dit is op 20 december 2023 gepubliceerd in de gebruikelijke media. Er is één zienswijze ingediend. De zienswijze heeft vooral betrekking op het verkeer en de bussluis op de Olympiadelaan De zienswijze is samengevat en voorzien van een inhoudelijke reactie in de bijgevoegde Nota van Beantwoording. De ingediende zienswijze heeft niet geleid tot aanpassingen in de regels en op de verbeelding ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. 2.
Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan’
Pagina
3 van 5
Uit de bij het bestemmingsplan behorende toelichting en de verrichte onderzoeken blijkt dat er geen milieu(technische) en/ of ruimtelijke bezwaren zijn tegen de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. Ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan zijn er wel ambtelijke wijzigingen doorgevoerd: Regels: 1. In artikel 4.4.1 is artikel e toegevoegd, hierdoor is het niet mogelijk een zelfstandig kantoor te vestigen binnen de maatschappelijke bestemming. 2. In artikel 5.2.1 zijn sub p en r toegevoegd, dit zijn extra geluidwerende maatregelen voor de buitenruimte (balkon) naar aanleiding van notitie “Maatregelen stemgeluid basisschool”. Toelichting: Paragraaf 7.4 Geluid is aangepast naar aanleiding van notitie “Maatregelen stemgeluid basisschool”. Bijlagen: Bijlage 6 is toegevoegd, Maatregelen stemgeluid basisschool 3. Er kan worden voldaan aan de Wet geluidhinder Geluidsonderzoek wijst uit dat de geluidsbelasting voor een aantal woningen in het plan door het wegverkeer op het Oostelijk Halfrond wordt overschreden. De overschrijdingen blijven onder de ontheffingswaarde. Als gevolg hiervan dient een hogere grenswaarde te worden vastgesteld. Het ontwerpbesluit hogere grenswaarden is tegelijkertijd met het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd.
Ten aanzien van het geluid vanaf het naastgelegen schoolplein wordt voorzien in een dove gevel aan de westzijde en een dove gevel aan de zuidzijde, met daarbij aan de zuidzijde de mogelijkheid om ter plaatse van balkons te werken met voldoende afscherming, mits de geluidsbelasting op de balkons maximaal 55 dBA bedraagt. 4. Vaststellen beeldkwaliteitskader Een beeldkwaliteitskader is een beleidsdocument waarin de gewenste kwaliteit van de ontwikkeling van de woningbouw (G2) wordt weergegeven. Beoogd wordt om de gewenste uitstraling en sfeer en karakter van de bebouwing langs het Oostelijk Halfrond veilig te stellen door het geven van richtlijnen voor de typologie van de nieuwe bebouwing en voor de inrichting van de buitenruimte. 5. Topografische ondergrond Op grond van de wet- en regelgeving is bepaald dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan dient te worden aangegeven welke ondergrond voor de digitale verbeelding is gebruikt. 6 Geen exploitatieplan vaststellen Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen (artikel 6.12). In dit geval is de gemeente eigenaar van de grond. De gemeentelijke kosten worden gedekt uit de grondopbrengst van de grondverkoop van de gemeentelijke gronden. Keuzemogelijkheden/alternatieven
Pagina
4 van 5
Om het plan te kunnen realiseren is een vastgesteld bestemmingsplan en een verleende omgevingsvergunning voor de woningen nodig. Er zijn geen alternatieven. Participatie
In het kader van de procedure rond de Startnotitie heeft de concept Startnotitie in 2019 ter inzage gelegen en konden omwonenden hun reactie gegeven. Dit heeft geleid tot een nota van beantwoording die gevoegd werd bij de stukken ter behandeling van de Startnotitie door de gemeenteraad. Door de weerstand op de grootte van het woongebouw is besloten een mediatontraject te volgen. De mediation vond plaats tussen de Stichting Allemansbelang en de gemeente. De stichting bestaat uit omwonenden. Tijdens en na de mediation heeft de stichting contact gehad met de andere omwonenden en hen van de uitkomsten geïnformeerd middels een nieuwsbrief. Daarna hebben nog twee gesprekken met de stichting plaatsgevonden wat heeft geresulteerd in voorliggend bestemmingsplan. De formele publicatie van het ontwerp bestemmingsplan is via het gemeenteblad gepubliceerd. Daarnaast is het ontwerpplan digitaal beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl) en op de Internetpagina van de gemeente Amstelveen. De analoge versie van het plan is ter inzage worden gelegd op het gemeentehuis van Amstelveen. De omwonenden zijn schriftelijk op de hoogte gebracht en uitgenodigd voor een inloopavond op 17 januari 2024 in wijkcentrum Alleman. Tijdens deze avond heeft de gemeente de plannen gepresenteerd en de vragen beantwoordt. Kanttekeningen en risico’s
In de verdere procedure kan beroep worden aangetekend tegen dit bestemmingsplan. Financiën
Het plangebied is in eigendom van de gemeente. De gemeentelijke kosten (zoals plankosten, onderzoekskosten en civiele kosten voor de aanleg van de openbare ruimte) worden gedekt uit de grondopbrengst van de grondverkoop van de gemeentelijke gronden. De grond voor de bouw van de woningen zal op basis van een tender op de markt worden gebracht. Voor het gebied zal een grondexploitatie worden vastgesteld, gelijktijdig met de besluitvorming van dit bestemmingsplan. Omdat het kostenverhaal is verzekerd door gronduitgifte, is vaststelling van een exploitatieplan niet nodig. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning
In de formele procedure is het ontwerpbestemmingsplan op de gebruikelijke wijze bekendgemaakt en ter inzage gelegd voor het indienen van zienswijzen. Er is in dit kader één zienswijze ingediend. De ingediende zienswijze heeft niet geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan. U dient, ingevolge artikel 4.6, tweede lid, van de Invoeringswet Omgevingswet in samenhang met artikel 3.8 Wro, binnen twaalf weken na afloop van de ter inzage legging te besluiten over het bestemmingsplan. Dit is een termijn van orde. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld zal deze gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze termijn kunnen belanghebbenden beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De indieners van de zienswijzen worden hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
Pagina
5 van 5
Het bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Bij de voorzitter van de Afdeling kan tegelijkertijd, naast het indienen van beroep, een verzoek om voorlopige voorziening worden ingediend. In dat geval treedt het besluit van de gemeenteraad pas in werking nadat op dat verzoek is beslist. Evaluatie
Niet van toepassing in deze bestemmingsplanprocedure. Duurzaamheidsaspecten
Zowel het woongebouw als het gebouw voor het Medisch Centrum en het Wijkcentrum worden met inachtneming van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid gerealiseerd. Bijlagen
1. 2. 3. 4.
Bestemmingsplan Oostelijk Halfrond 9 (regels, toelichting, bijlage bij de toelichting en verbeelding). Besluit hogere grenswaarde. Beeldkwaliteitskader. Nota van Beantwoording zienswijze ontwerp bestemmingsplan.
De secretaris,
De voorzitter,
Bert Winthorst
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.
REGELS Oostelijk Halfrond 9
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Groen Artikel 4 Maatschappelijk Artikel 5 Wonen Artikel 6 Waarde - Archeologie 5 Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 anti-dubbeltelregel Artikel 8 algemene bouwregels Artikel 9 algemene afwijkingsregels Artikel 10 Luchtvaartverkeerzone - LIB artikel 2.2.2 Artikel 11 Luchthavenverkeerzone - LIB artikel 2.2.2a Artikel 12 Luchtvaartverkeerszone - LIB artikel 2.2.3 Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 13 overgangsrecht Artikel 14 slotregel
3 4 12 13 14 15 17 21 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33
Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS
Artikel 1
Begrippen
In dit plan wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Oostelijk Halfrond 9" van de gemeente Amstelveen; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestanNL.IMRO.0362.10M-VG01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.3 aan-huis-verbonden bedrijf: het door (één van) de hoofdbewoners bedrijfsmatig verlenen van diensten, niet zijnde een beroep aan huis, dan wel het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, niet vallend onder vergunningsplicht van de Wet milieubeheer en geheel of overwegend door middel van handwerk, dat door de beperkte omvang ervan in de woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: het uitoefenen van een vrij beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op het terrein van de administratieve, juridische, medische, therapeutische, kunstzinnige, ontwerp-technische dienstverlening of hiermee gelijk te stellen dienstverlening door (één van) de hoofdbewoners, dat door de beperkte omvang ervan in diens woning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken kan worden uitgeoefend met overwegend behoud van de woonfunctie en dat een ruimtelijke uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is.
1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 aanpijling: een blijkens de daarop voorkomende verklaring als zodanig opgenomen aanduiding, die aangeeft welke bestemming/aanduiding van toepassing is op de aangepijlde gronden; 1.8 archeologisch onderzoek: een rapport als bedoeld in de Erfgoedwet; 1.9 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit vroegere tijden; 1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 1.12 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
1.13 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.16 boeiboord: de opstaande kant van een dakgoot, of opstaande kant bij platte daken; 1.17 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.19 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.20 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.22 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.23 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander
materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; 1.24 bruto vloeroppervlakte b.v.o: de som van de binnen de gevels gelegen vloeroppervlakten van alle bouwlagen alsmede onderbouw en zolder, inclusief kolommen, trappenhuizen, gangen, liften, toiletten e.d., met uitzondering van (kruip)kelders met een hoogte van minder dan 1.50 meter en technische ruimten op daken; 1.25 containerbergingen: bergingen voor de kliko's/rolemmer; 1.26 dak: iedere bovenbeëindiging, vlak of hellend, van een gebouw; 1.27 dakopbouw:
een toevoeging aan de bouwmassa van een (hoofd)gebouw vanaf het bestaande dakvlak, waarbij gehele of gedeeltelijke verhoging van het oorspronkelijk dakvlak plaatsvindt; 1.28 dakterras: een vanuit een gebouw betreedbaar plat dakvlak voorzien van een vloerafscheiding (hekwerk, balustrade); 1.29 detailhandel ondergeschikt: staat ten dienste van de hoofdbestemming met een oppervlak van 10% van het bruto vloeroppervlak tot een maximum van 100 m2. Ondergeschikte detailhandel bij cateringbedrijven en groothandels op bedrijventerreinen in branches die relevant zijn voor de hoofdwinkel structuur (dagelijkse goederen zoals kleding en textielzaken, huishoudelijke artikelen en consumentenelektronica) is niet toegestaan.
Verkoop van ter plaatse gemaakte producten wordt niet beschouwd ten dienste van de hoofdbestemming van het gebouw te zijn; 1.30 dienstverlenend bedrijf: bedrijf waarvan de werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, waaronder zijn begrepen kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van garagebedrijven en seksinrichtingen; 1.31 dove gevel: een gevel zonder te openen delen; 1.32 druiplijn: de lijn die van onderen het dak begrenst; 1.33 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond; 1.34 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.35 erfafscheiding: bouwwerk op of in de directe nabijheid van een erfgrens bedoeld om een erf, tuin of terrein af te scheiden; 1.36 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.37 geluidgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van andere geluidgevoelige gebouwen en andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en het
Besluit geluidhinder; 1.38 geluidreducerende maatregelen: fysieke en niet-fysieke maatregelen gericht op het reduceren van de geluidsbelasting vanwege industrie-, bedrijfs- of wegverkeerslawaai op geluidsgevoelige objecten, of maatregelen die daar niet specifiek op gericht zijn doch wel tevens een geluidsreducerende uitwerking hebben, zoals bijvoorbeeld verkeersmaatregelen, het aanbrengen van geluidsarm asfalt, geluidswallen of -schermen of de aanleg van nieuwe wegen elders die tot gevolg hebben dat de verkeers- en de geluidsbelasting afneemt;
1.39 geluidwerende voorzieningen: voorzieningen bedoeld voor het beperken van de geluidhinder; 1.40 goot: opvangbak voor hemelwater; 1.41 hogere grenswaarde: een maximale waarde voor de geluidbelasting, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder; 1.42 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.43 hoofdverblijf: de plaats waar een persoon gedurende een jaar het merendeel van de nachten doorbrengt en waar het sociale leven van deze persoon zich afspeelt; 1.44 hoogtescheidingslijn: een aangegeven lijn welke de grens vormt van een gedeelte van een bebouwingsvlak waar een bepaalde hoogte is toegestaan; 1.45 huishouden: een alleenstaande dan wel twee personen met of zonder kinderen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren of wensen te voeren; 1.46 kampeermiddel: <0000> een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; <0000> enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, <0000> één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel
worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.47 kamperen: a. het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel of in een bouwwerk, dat ter beschikking is gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension, een woning of een tuinhuis; b. het plaatsen danwel geplaatst houden van kampeermiddelen; een en ander voor zover de onder a. en b. bedoelde onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.48 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.49 kruin: hoogste punt van het wegbaangedeelte dat is ingenomen door rijbanen, veiligheidsstroken en bermen; 1.50 kunstobject: voortbrengsel van de beeldende kunsten in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde;
1.51 kunstwerk: civieltechnisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen,waterkeringen en/of leidingen niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf; 1.52 langzaam-verkeerszone: een begrensd gebied ter bundeling van fiets-, ruiter- en/of voetpaden; 1.53 maatschappelijke dienstverlening: het verlenen van diensten in de medische, sociale, educatieve, culturele, religieuze en administratieve sfeer en andere vormen van dienstverlening, die een min of meer openbaar karakter hebben; 1.54 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.55 maaiveld: de bovenkant van het oorspronkelijk terrein waar een bouwwerk zal worden opgericht; 1.56 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.57 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van onder meer transport van aardgas, alarmeringssignalen, elektriciteit, telecommunicatie en water; 1.58 ondergronds bouwen: het bebouwen en in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en
parkeergarages); 1.59 ondergeschikte horeca: horeca vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen horeca is en waarvan de hoofdfunctie aantoonbaar is, zoals een kantine bij een sportaccommodatie; 1.60 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.61 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.62 onzelfstandige woonruimte woonruimte, niet-zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft of welke niet door een huishouden zelfstandig kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte, waarbij als wezenlijke voorzieningen worden aangemerkt: keuken en sanitaire voorzieningen; 1.63 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen;
1.64 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel; b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil; 1.65 platte afdekking: een horizontaal vlak ter afdekking van een gebouw; 1.66 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.67 reclame-object: bouwwerk of werk opgericht en/of in stand gehouden met het doel te functioneren als of als drager van reclame-uiting(en); 1.68 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de
afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen. Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.69 scheidingslijn: een aangegeven lijn, die de grens aangeeft tussen delen van bestemmings- en/of bouwvlakken, waardoor verschillende, in de regels nader aangegeven, regelingen van toepassing zijn; 1.70 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.71 setback terugliggende bouwlaag ten opzichte van de voorgevel, een setback wordt niet meegeteld bij de bepaling van de goothoogte, in geval een set back wordt gerealiseerd of aanwezig is is het niet toegestaan de setback af te dekken met een kap dan wel op de set back nog een setback te bouwen; 1.72 souterrain: bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het peil is gelegen; 1.73 straatmeubilair: de bij of op de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde,
waaronder begrepen: abri´s, afvalbakken, (ondergrondse) afvalcontainers, alarmeringsinstallaties
met bijbehorende antennes, bloemen- of plantenbakken, brandkranen, draagconstructies voor reclame, fietsenrekken, gedenktekens, lichtmasten, parkeermeters, schakelkasten, speeltoestellen, straatverlichting, urinoirs, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeerslichten, vitrines, voorwerpen van beeldende kunst, bewegwijzering en zitbanken; onder straatmeubilair worden niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen; 1.74 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.75 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.76 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; 1.77 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.78 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q.
het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.79 vrij beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel; 1.80 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.81 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.82 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.83 wonen het met het oogmerk daar permanent verblijf te houden gebruiken van woonruimte door één huishouden; 1.84 woning: zelfstandige woonruimte;
1.85 woongebouw: een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.86 woonruimte besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; 1.87 zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. 1.88 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden; 1.89 zoneringsregeling: de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan geldende regels inzake de zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen en watertransportleidingen.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de ashoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijbehorende bouwwerken, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.9 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.10 vrije hoogte: de verticale afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het maaiveld en de onderkant van het laagste, daarboven gelegen constructiedeel.
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS
Artikel 3
Groen
3.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: b. parkeervoorzieningen; c. fiets-, voet en ruiterpaden; d. speelvoorzieningen; e. water, waterlopen en waterpartijen; f. nutsvoorzieningen; g. bruggen; met de daarbij behorende: h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2 bouwregels 3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van kunstwerken en kunstobjecten mogen niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 10 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter. 3.3 specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; b. het gebruik van gronden als staan- of ligplaats, alsmede kampeerterrein; c.
het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; d. het gebruik van gronden voor sport- of wedstrijdterrein, parkeerterrein, landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport.
Artikel 4
Maatschappelijk
4.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van maatschappelijke voorzieningen; met de daarbij behorende: b. bouwwerken geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: c. horecavoorzieningen; d. detailhandel; e. ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen en andere verhardingen; f. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 4.2 bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte ter plaatse van de maatvoeringsaanduiding 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden behalve voor de bouwwerken, geen gebouwen zijnde op het dakterras; c. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-dakterras' is een dakterras toegestaan; d. het bebouwingspercentage mag 100% bedragen. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het dakterras gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende bepalingen: a. de hoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 3 meter. b. er zijn vaste zitelementen of andere bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan met een maximale bouwhoogte van 1 meter; c. er is een terrasafscheiding verplicht. 4.3 Voorwaarden m.b.t.
het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 4.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen 2021', met dien verstande dat indien en voor over de 'Nota Parkeernormen Amstelveen 2021' gedurende de looptijd van dit bestemmingsplan wijzigt, aanvragen om omgevingsvergunning steeds aan de laatste wijziging van het beleid worden getoetst. 4.3.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
4.3.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 4.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 4.3.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 4.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 4.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b.
de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 4.4 specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de onbebouwde gronden voor opslag van goederen; b. het gebruik van gronden als begraafplaats, asielzoekerscentrum en verslavingszorg c. het gebruik van gronden en bouwwerken als seksinrichting; d. het gebruik van gebouwen voor bewoning; e. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige kantoor; f. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige detailhandel; g. het gebruik van gronden en bouwwerken voor zelfstandige horeca.
Artikel 5
Wonen
5.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen ten behoeve van het wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf zoals omschreven in artikel 5.4.1; met de daarbij behorende: b. parkeervoorzieningen; c. bijbehorende bouwwerken; d. dakterras; e. tuinen; f. balkons en galerijen; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met daaraan ondergeschikt: h. ontsluitingswegen en andere verhardingen; i. waterhuishoudkundige voorzieningen; j. groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 5.2 bouwregels 5.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. als hoofdgebouw mag uitsluitend een woongebouw met woningen worden gebouwd; c. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het 'maximum aantal wooneenheden'; d. het splitsen van gebouwde woningen is niet toegestaan; e. het samenvoegen van gebouwde woningen is niet toegestaan; f. bij sloop/nieuwbouw dienen er evenveel woningen te worden terug gebouwd; g. de goot- en bouwhoogte van een hoofdgebouw ter plaatse van de aanduiding 'maximum goot- en bouwhoogte' en 'maximum bouwhoogte' mag niet worden overschreden; h. bij toepassing van een kap geldt de goothoogte voor 1 zijde van het gebouw ter plaatse van de goot; i.
de dakhelling van een hoofdgebouw, mag niet meer dan 60º bedragen. Deze contour geldt voor één dakvlak; j. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-setback' mag de bovenste verdieping als een setback worden gerealiseerd, waarbij de bovenste verdieping minimaal 2,75 meter terug ligt ten opzichte van de voorgevel; k. bij toepassing van een setback dient alleen de aanduiding maximale bouwhoogte te worden aangehouden; l. bij toepassing van een setback mag het dak van de onderliggende verdieping worden gebruikt als terras en worden voorzien van een balustrade; m. er dient een inpandige parkeervoorziening te worden gerealiseerd met een groen dak waarop de binnentuin kan worden gerealiseerd voor de appartementen; n. de binnentuin is minimaal 9 meter diep, gemeten tussen de noord- en zuidgevel, en is dus gelegen boven de parkeervoorzieningen van de begane grond met een maximale bouwhoogte van 4 meter; o. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-dove gevel' dient er een dove gevel te worden gerealiseerd p. de balkons aan de zuidgevel, ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-dove gevel' dienen even groot en onder elkaar te worden geplaatst;
q. de balkons aan de zuidgevel, ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-dove gevel' dienen zodanig te worden afgeschermd dat op het balkon een geluidniveau wordt gecreëerd van maximaal 55 dB(A) (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT); r. de bovenste balkons aan de zuidgevel, ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding-dove gevel' dienen een (absorberend)plafond te krijgen indien anders niet aan 5.2.1, lid q kan worden voldaan; s. de dove westgevel moet een geluidwering hebben van minimaal 36 dB(A) ter plaatse van de van de woningen ten noorden van de binnentuin en minimaal 37 dB(A) ter plaatse van woningen ten zuiden van de binnentuin t. de dove zuidgevel moet een geluidwering hebben van minimaal 31 dB(A); u. ter plaatse van de westgevel dient een geluidsscherm te worden gerealiseerd. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor de binnentuin gelden voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de volgende bepalingen: a. de hoogte van een pergola mag niet meer bedragen dan 3 meter. b. er zijn vaste zitelementen toegestaan met een maximale bouwhoogte van 1 meter; c. erf- en perceelafscheidingen zijn niet toegestaan. 5.2.3 Geluidsscherm Voor het geluidsscherm geldt dat: a. een geluidsscherm tussen de westgevels van de blokken aan de noord- en zuidzijde van de binnentuin moeten worden aangebracht; b. deze een bouwhoogte krijgt van minimaal 12 meter; c.
het geluidsscherm geheel gesloten uitgevoerd dient te worden, er mogen geen naden, kieren of andere openingen aanwezig zijn; d. het geluidsscherm zonder naden of kieren aansluit op de westgevels van de bouwblokken; e. het geluidsscherm een minimum gewicht moet hebben van 10 kg/m2; f. het geluidsscherm uit geschikt materiaal moet zijn vervaardigd; g. deze in stand wordt gehouden. 5.3 Voorwaarden m.b.t. het afgeven van een omgevingsvergunning voor bouwen 5.3.1 Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functiewijziging van een gebouw of perceel wordt slechts verleend wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen 2021', met dien verstande dat indien en voor zover de 'Nota Parkeernormen Amstelveen 2021' gedurende de looptijd van dit bestemmingsplan wijzigt, aanvragen om omgevingsvergunning steeds aan de laatste wijziging van het beleid worden getoetst. 5.3.2 Laden en/of lossen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort.
5.3.3 Afwijken van de parkeernormen Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende
parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kunnen Burgemeester en Wethouders in afwijking van het bepaalde in 5.3.1 omgevingsvergunning verlenen indien: a. de (resterende) parkeerbehoefte meer dan 2 parkeerplaatsen betreft; b. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; c. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; d. strikte toepassing van de nota leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 5.3.4 Afwijken van het laden en/of lossen Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in 5.3.2 omgevingsvergunning verlenen indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 5.3.5 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen bij de omgevingsvergunning nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.
5.4 specifieke gebruiksregels 5.4.1 Aan-huis-gebonden beroep of -bedrijf Het uitoefenen van een aan-huis-gebonden beroep en/of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het bruto-vloeroppervlak voor de uitoefening van het aan-huis-gebonden beroep danwel het aan-huis-gebonden bedrijf mag maximaal 30 % van de vloeroppervlakte van de woning bedragen, met inbegrip van de daarbij behorende bouwwerken; c. het gebruik niet leidt tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plaatse; d. het beroep alleen door de bewoner(s) wordt uitgeoefend; e. er geen horeca-activiteiten en geen detailhandel plaatsvinden; f. er geen buitenopslag plaatsvindt, noch beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond de woning, met uitzondering van in- en uitladen. 5.4.2 Woningdelen via hospitaverhuur en inwoning Woningdelen door middel van hospitaverhuur en inwoning is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. de hoofdbewoner de woning feitelijk als hoofdverblijf heeft; b. de hoofdbewoner minimaal 60% van de woning zelf bewoond; c. er mogen maximaal 3 personen in een woning wonen, exclusief een huishouden van hoofdbewoner; d. elke meerderjarige bewoner heeft een eigen onzelfstandige kamer.
5.4.3 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend:
a. het gebruiken of doen gebruiken van meer dan 30% van de vloeroppervlakte van een woning, met inbegrip van de bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep of -bedrijf; b. het gebruiken en inrichten van de daken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken als dakterras; c. het gebruik van bijbehorende bouwwerken voor bewoning; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; e. het bedrijfsmatig (commercieel) houden van paarden, zoals het stallen en africhten van paarden van derden en de verhuur van paarden aan derden. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels 5.5.1 Woningdelen via kamergewijze verhuur Met een omgevingsvergunning kan een woning, in afwijking van artikel 3.1, worden gebruikt voor kamergewijze verhuur met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er moet sprake zijn van minimaal drie en maximaal vier personen die geen huishouden zijn dan wel geen onderlinge band hebben; b. elke bewoner heeft een eigen kamer; c. bij een grondgebonden woning mag binnen een straal van 50 meter geen andere woning aanwezig zijn waar kamergewijze verhuur plaatsvindt; d. bij een appartementencomplex mag maximaal 10% van de woningen worden gebruikt voor kamergewijze verhuur.
Artikel 6
Waarde - Archeologie 5
6.1 bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden. Deze bestemming is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 6.2 bouwregels Op de in lid 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd indien deze bouwwerken voldoen aan de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'waarde archeologie 5' reiken de bodemingrepen niet verder dan een maximale diepte van 0,30 meter, tenzij de oppervlakte van (de bodemingreep ten behoeve van) het bouwwerk niet meer dan 10000 m2 bedraagt; b. het bepaalde onder a. is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder het peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 6.3 afwijken van de bouwregels 6.3.1 Afwijkingsbevoegdheid Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van het bepaalde in lid 6.2 lid a. tot en met e.
voor het bouwen ten behoeve van een overige aan deze gronden toegekende bestemming indien de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin wordt aangetoond dat: a. op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. dat de archeologische waarden van de gronden naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld. 6.3.2 Afwijken m.b.t. mogelijke verstoring archeologisch materiaal Indien uit het onder 6.3.1 van dit artikel genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van een omgevingsvergunning zullen of kunnen worden aangetast, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning één of meer van de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 6.3.3 Voorwaarden voor afwijken m.b.t.