CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadscommissie voor Burgers en samenleving 2 februari 2022, gemeente amstelveen41.680 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Zaaknummer: Z21-093330

Burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen; gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Amstelveen 2016; besluiten vast te stellen de: Nadere regels meerjarige subsidie cultuur Artikel 1 Definities • Cultuurbeleid: het cultuurbeleid van de gemeente Amstelveen, die geldt voor de periode waarvoor wordt aangevraagd; • Externe experts: externe deskundigen met ter zake doende inhoudelijke en financiële expertise; • ASV: de Algemene subsidieverordening Amstelveen 2016; • Awb: Algemene wet bestuursrecht; • College: college van burgemeester en wethouders; • Projectsubsidie: subsidie die voor een specifieke activiteit danwel een reeks van activiteiten wordt verstrekt en die bij moeten dragen aan de innovatieve en maatschappelijke ontwikkeling van de instelling, de nabije omgeving van deze en/of het culturele veld van Amstelveen in het algemeen; • Meerjarige subsidie: een subsidie bedoeld voor vier opeenvolgende jaren en als zodanig voor meerdere jaren verleend per vierjarig subsidiebesluit; • Begrotingssubsidie: subsidie als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Awb; • Subsidieperiode: ingaande per 1 januari 2024 met daaropvolgende termijnen van vier jaren; • Toelichting: de nadere uitwerking van de in deze regeling genoemde artikelen.

Artikel 2 Doel Het doel van deze regeling is om middels meerjarige subsidieafspraken een verdergaande innovatie en onderlinge samenwerking bij de culturele instellingen mogelijk te maken, waarbij eveneens het maatschappelijk effect wordt vergroot. Daarbij draagt de regeling bij aan de bestendiging van de culturele infrastructuur in Amstelveen. Artikel 3 Aanvrager 1. Aanvragers van meerjarige subsidie in het kader van het cultuurbeleid van de gemeente Amstelveen zijn instellingen met een rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht zonder winstoogmerk, die: a. in de gemeente Amstelveen actief zijn op het gebied van cultuur; b. statutair een doelstelling hebben op het gebied van cultuur en/of cultuureducatie; c. de principes uit de Governance Code Cultuur hanteren; d. de Fair Practice Code onderschrijven; e. de Code Culturele Diversiteit onderschrijven; en waarvan de activiteiten:

Pagina

f. g. h. i.

2 van 4

een bijdrage leveren aan het doel van deze regeling; primair van artistieke en/of inhoudelijk culturele aard zijn; een structureel karakter hebben; (merendeels) openbaar toegankelijk zijn.

Artikel 4 Reikwijdte De regeling is slechts van toepassing op die culturele en cultuureducatieve instellingen die, op het moment van ingang van deze regeling, reeds structureel door de gemeente Amstelveen zijn ondersteund. Hiervan kan slechts worden afgeweken met instemming van het college. Artikel 5 Subsidieplafond 1. Een meerjarige subsidie wordt verleend onder het voorbehoud dat jaarlijks voldoende financiële middelen ter beschikking worden gesteld. Met ingang van 1 januari 2024 stelt het college voor iedere vierjarige periode jaarlijks een subsidieplafond vast voor het verstrekken van subsidies in het kader van deze regeling. Dit onder voorbehoud van de jaarlijkse vaststelling van de begroting door de gemeenteraad. 2. De meerjarige subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd, dit onder voorbehoud van de jaarlijkse vaststelling van de indexering in de begroting door de gemeenteraad. 3. Een besluit tot het vaststellen, verhogen of verlagen van het subsidieplafond wordt bekendgemaakt via de reguliere gemeentelijke kanalen. Artikel 6 Flexibele projectsubsidie(s) Indien de gemeente Amstelveen na afloop van een vierjarige termijn, onvoldoende ontwikkeling ziet als bedoeld in art. 2 van deze regeling, kan voor de daaropvolgende termijn een percentage van het reguliere meerjarige subsidiebedrag worden gereserveerd voor flexibel inzetbare, innovatieve projectsubsidies.

Eventueel kan eenzelfde deel van dit percentage door de gemeente als additionele projectsubsidie worden bijgelegd. Artikel 7 Weigeringsgronden 1. De subsidie zal worden geweigerd: a. op basis van de weigeringsgronden genoemd in artikel 4:25, tweede lid, artikel 4:35 Awb en artikel 8 van de ASV; b. indien de aanvraag op een meerderheid van de criteria die zijn genoemd in artikel 3 van deze regeling, en/of de criteria als bedoeld in het vigerende cultuurbeleid, onvoldoende overtuigend is. 2. Daarnaast kan de subsidie worden geweigerd indien: a. de aanvraag niet tijdig is ontvangen door het College van de gemeente Amstelveen, dat wil zeggen indien deze wordt ontvangen na 31 augustus van het kalenderjaar voorafgaand aan de subsidieperiode waarvoor subsidie wordt aangevraagd; b. de te subsidiëren activiteiten niet zullen worden uitgevoerd in de vierjarige subsidieperiode waarvoor wordt aangevraagd; c. in de beoogde functie, het beoogde doel of in de voorgenomen activiteit al in voldoende mate op andere wijze is voorzien. Artikel 8 Aanvraagprocedure 1. Een subsidieaanvraag in het kader van deze regeling kan worden ingediend tot en met 31 augustus van het jaar voorafgaand aan de kalenderjaren waarvoor de vierjaarlijkse subsidie wordt aangevraagd.

Het college beslist op een aanvraag voor jaarlijkse of meerjarige subsidie binnen 13 weken, doch uiterlijk binnen 4 maanden na de indientermijn van 31 augustus of zoveel eerder als mogelijk. In het geval deze termijn niet wordt gehaald, wordt de subsidieaanvrager hiervan op de hoogte gesteld, met vermelding van een nieuwe afhandelingstermijn. De eerste vierjaarlijkse termijn gaat in per 1 januari 2024. 2. De subsidieaanvraag wordt ingediend conform de richtlijnen van de gemeente, die te vinden zijn op https://www.amstelveen.nl/regelen-aanvragen/publicatie/subsidies

Pagina

3.

4. 5.

6.

3 van 4

Naar inzicht van het college kan ertoe worden overgegaan om voorafgaand aan de aanvraag extra criteria te stellen en/of een preadvies aan de aanvragende instelling voor te leggen, waaraan in de aanvraag tegemoet dient te worden gekomen. Indien het College daartoe besluit kan aan de aanvraag vormvereisten worden gesteld. De subsidieaanvraag bestaat ten minste uit: a. een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier; b. een meerjarig activiteitenplan/projectplan dat in vier jaren is opgedeeld, met een toelichting op zowel de criteria uit deze regeling, de criteria van het vigerende cultuurbeleid zowel als op gemeentelijk beleid met betrekking tot de bibliotheek (indien van toepassing) geldend voor de periode van de aanvraag; c. een sluitende meerjarenbegroting inclusief toelichting; d. de jaarrekening/jaarverslag van het jaar voorafgaand aan dat van het indienen van de aanvraag. De subsidieaanvraag wordt buiten behandeling gesteld indien: a. de aanvraag niet volledig ingevuld en ondertekend is; b. de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten; c. de begroting niet sluitend is.

Artikel 9 Beoordeling 1. Het college toetst de meerjarige subsidieaanvragen aan het doel van deze regeling en beoordeelt de aanvragen in samenhang met, en in relatie tot de op de periode van aanvraag van toepassing zijnde cultuurbeleid en het bestaande en het gewenste culturele aanbod in Amstelveen. 2. Het college beoordeelt of de aanvragen bijdragen aan de ambities zoals beschreven in het cultuurbeleid van de gemeente Amstelveen, en aan de hand van zeven criteria: a. betekenis of belang voor de stad; b. impact op lokaal en regionaal publiek (maatschappelijk effect); c. artistieke en/of inhoudelijk culturele kwaliteit; d. organisatorische kwaliteit; e. samenwerking; f. innovatieve kwaliteit; g. duurzaamheid. Artikel 10 Beoordelingsprocedure 1. Het college beoordeelt de aanvragen inhoudelijk en financieel aan de hand van de criteria van deze regeling. 2. Bij de beoordeling op artikel 8, lid 2 onder c (artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit) en de criteria uit de op de betreffende periode van toepassing zijn de cultuurbeleid, staat het college vrij een of meer externe experts met aanvullende inhoudelijke expertise te betrekken. Artikel 11 Verplichtingen en verantwoording 1.

Monitoring en tussentijdse evaluatie Aanvrager is verplicht jaarlijks medewerking te verlenen aan monitoring, voortgangsgesprekken en een (tussentijdse) inhoudelijke en financiële evaluatie van de organisatie en van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt. Indien de financiële evaluatie van een aanvrager daar voldoende aanleiding toe geeft, kan het college de aanvragende instelling daarop aanspreken en/of, indien de omstandigheden daarom vragen, ingrijpen middels een bijstelling/heroverweging van het subsidiebedrag. 2. Vaststelling De vaststelling van het totale subsidiebedrag zal aan het eind van de vierjarige subsidieperiode plaatsvinden. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van een financiële en inhoudelijke evaluatie over de gehele periode waarvoor subsidie is verstrekt. Artikel 12 Hardheidsclausule Conform art. 18 ASV kunnen burgemeester en wethouders (onderdelen van) deze regeling, met uitzondering van de artikelen 2 en 3 van de ASV, in individuele gevallen buiten toepassing laten of

Pagina

4 van 4

daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de aanvrager of ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot met de betrokken bepalingen te dienen doelen. Artikel 13 Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels meerjarige subsidie cultuur. Artikel 14 Ingang van de regels Deze nadere regels zien op vierjarige termijnen vanaf 1 januari 2024 en treden in werking de dag nadat deze bekend zijn gemaakt. Aldus vastgesteld in de vergadering van DATUM. De secretaris,

Bert Winthorst De voorzitter,

Tjapko Poppens

1 Bijlage 2 – Nota van Toelichting bij de Nadere regels meerjarige subsidie cultuur

Nota van toelichting bij de Nadere regels subsidie cultuur Zaaknummer: Z21-093330 Datum: Algemeen Een sterk cultureel klimaat draagt bij aan de leefbaarheid, de aantrekkingskracht en de levendigheid van de stad. Kunst en cultuur zijn dan ook van groot belang voor de economische positie van de stad, geven een impuls aan de lokale economie, maken de stad aantrekkelijk en dragen bij aan een brede ontwikkeling van de inwoners van Amstelveen. Hierbij is het zoveel mogelijk mensen in aanraking brengen met kunst en cultuur het uitgangspunt. Om dat te bereiken is een breed cultureel aanbod en een in de basis sterke culturele infrastructuur noodzakelijk. Het cultuurbeleid van de gemeente Amstelveen richt zich mede op een viertal ambities die staan beschreven in de Cultuuragenda 2020-2024. De gemeente stelt zich ten doel deze ambities te realiseren in nauwe samenwerking met de culturele veld.

Artikelsgewijs Artikel 1 Definities a. Cultuurbeleid: het cultuurbeleid van de gemeente Amstelveen vloeit voort uit onder andere, maar niet beperkt tot, de ASV, de cultuuragenda, eventuele voorafgaand aan de aanvraag door het college gegeven extra criteria danwel preadviezen (al dan niet generiek). Artikel 2 Doel De Nadere regels meerjarige subsidie cultuur maken deel uit van de herziening van de jaarlijkse subsidiesystematiek voor de grotere culturele instellingen van de gemeente Amstelveen. Deze reeds structureel gesubsidieerde culturele instellingen in Amstelveen wordt middels deze meerjarige regeling meer perspectief/zekerheid geboden waardoor zij gestimuleerd worden om zich te verder te blijven ontwikkelen. Dit moet leiden tot een cultureel veld dat zich (nog) innovatiever kan opstellen, makkelijker tot samenwerking komt, zich focust op het maatschappelijk effect en dat zich (nog) nadrukkelijker tot de eigen omgeving verhoudt. Daarbij nodigt een meerjarige regeling uit tot verdergaande bedrijfsmatige en (artistiek) inhoudelijke ontwikkelingen, ook voor de langere termijn. De regeling draagt bij aan de bestendiging van de culturele infrastructuur in Amstelveen doordat meer zekerheid wordt geboden. Instellingen kunnen hierdoor eveneens voor een langere termijn plannen ontwikkelen en doorvoeren.

Artikel 3 Aanvrager Deze regeling staat open voor grotere aanvragers uit de culturele sector, die reeds een reguliere subsidierelatie met de gemeente Amstelveen hebben. Aanvragers organiseren in continuïteit activiteiten die samen een coherent, betekenisvol en onderscheidend geheel vormen. De regeling is gericht op het presenteren van cultuur aan publiek, het produceren daarvan, op cultuureducatie, talentontwikkeling en het verbreden en versterken van de cultuurparticipatie. Artikel 5 Subsidieplafond/flexibele projectsubsidies 1. en 2. De budgetten zijn onder voorbehoud van de jaarlijkse vaststelling van de begroting door de gemeenteraad (ex. art. 4 en 5 lid 2 ASV Amstelveen 2016). Artikel 6 Flexibele projectsubsidie(s) Indien de gemeente Amstelveen na een termijn van 4 jaar daartoe aanleiding ziet, kan zij bij een opvolgende aanvraag besluiten een bepaald percentage van de reguliere meerjarige subsidie in te zetten voor meer flexibele projectsubsidies. Aanleiding hiervoor kan bijvoorbeeld zijn om gerichter innovatieve projecten, (onderlinge) samenwerkingen, maatschappelijke activiteiten etc. te stimuleren. Artikel 8 Aanvraagprocedure Een aanvraag voor de vierjaarlijkse subsidie, dient uiterlijk op 31 augustus voorafgaand aan het jaar voor de periode waarvoor wordt aangevraagd door het College van de gemeente Amstelveen te zijn ontvangen.

Pagina

2 van 5

Het indienen van een aanvraag geschiedt conform de richtlijnen van de gemeente, die te vinden zijn op https://www.amstelveen.nl/regelen-aanvragen/publicatie/subsidies De aanvraag voor meerjarige subsidie in het kader van deze regeling bestaat, naast de vereisten uit art. 6 ASV, uit een ingevuld en ondertekend aanvraagformulier plus een aantal bijlagen, zoals de meest recente jaarrekening/jaarverslag, een activiteitenplan en/of projectplan en een meerjarige begroting met toelichting. In het activiteitenplan/projectplan geeft aanvrager in ieder geval een toelichting op de aspecten waarop de aanvraag wordt beoordeeld (zie hieronder bij artikel 9 Beoordeling). Indien het college dat nodig acht, kunnen extra vormvereisten bij een aanvraag worden opgelegd. Hierbij kan worden gedacht aan een aangepast aanvraagformulier, de wijze van aanleveren etc. Naast de criteria uit deze regeling, de ASV en de cultuuragenda, kan het college voorafgaand aan de aanvraag extra criteria aan aanvragen de instellingen stellen en/of een preadvies aan deze voorleggen. Indien dit het geval is dient de instelling hier in haar aanvraag aan tegemoet te komen. Naast het bovenstaande dient de bibliotheek zich in haar aanvraag eveneens te verhouden tot de op de dat moment vigerende visie/beleid van de gemeente op de bibliotheek.

Indien een organisatie een hoger bedrag aanvraagt dan zij in het verleden heeft ontvangen, dient zij te onderbouwen waarvoor het extra bedrag bestemd is en hoe dit zich verhoudt tot de doelstelling van deze regeling. Artikel 9 Beoordeling Het college beoordeelt de jaarlijkse en meerjarige subsidieaanvragen aan de hand van de beoordelingscriteria uit de regeling. Bij de beoordeling aan de hand van criterium c, staat het college vrij een of meer Externe experts met aanvullende inhoudelijke expertise te betrekken (betreft advies conform afdeling 3.3 art. 3:5 - 3:9a Awb). De selectie van deze Externe experts vindt plaats op basis van professionele kennis van een of meer relevante disciplines of thema’s en/of van kennis van actuele ontwikkelingen op het gebied van cultuur, met name in Amstelveen. De culturele instellingen, die onder deze regeling vallen, kan advies worden gevraagd omtrent het profiel van deze externe deskundigen. Alle aanvragen die voldoen aan de formele vereisten worden getoetst aan de hand van de volgende criteria: a. maatschappelijk(e) betekenis en/of belang voor de stad Een sterke cultuursector is een dynamische sector die in verbinding staat met de stad en haar bewoners en die inspeelt op de lokale en/of regionale actualiteit en behoefte.

De toetsing op dit criterium draait onder andere om de mate waarin en de wijze waarop de aanvrager zich verhoudt tot Amstelveen en haar bewoners, tot lokale vraagstukken, tot culturele én maatschappelijke organisaties in de stad en tot de omgeving waarin de organisatie is gevestigd en/of actief is. Met dit criterium toetst de gemeente: - de bijdrage die de organisatie via haar activiteiten levert aan de realisatie van de culturele zowel als aan cultureel-maatschappelijke ambities van de gemeente, zoals beschreven in deze regeling; - de inbedding van de organisatie in de gemeente Amstelveen en haar omgeving. b. Artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit Centraal staan de missie en visie van de organisatie en de concrete vertaling hiervan in het activiteitenplan. De visie geeft een beeld van de artistieke en inhoudelijk culturele ontwikkeling die de aanvrager voorstaat op de langere termijn. Dit in relatie tot de positie die hij inneemt in de lokale, regionale en (indien van toepassing) landelijke culturele infrastructuur. De activiteiten die de aanvrager van plan is uit te voeren vloeien hier idealiter logisch uit voort, houden verband met elkaar en geven blijk van een bewustzijn van het publiek dat de aanvrager wil te bereiken. De aanvrager heeft een herkenbaar artistiek en/of inhoudelijk cultureel profiel, dat tot uiting komt in een onderscheidend programma.

Ook de artistieke en/of inhoudelijke deskundigheid van de betrokkenen maakt deel uit van de beoordeling. Bij het aspect vakmanschap wordt gekeken naar de deskundigheid en de vaardigheid waarmee de aanvrager zijn activiteiten ontwikkelt en uitvoert.

Pagina

3 van 5

Met dit criterium toetst de gemeente: - de artistieke en/of inhoudelijke visie van aanvrager en de artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit van de werkzaamheden en activiteiten die hieruit voortvloeien; - de deskundigheid van aanvrager: het vakmanschap van de bij de activiteiten van de organisatie betrokken medewerkers. c. Organisatorische kwaliteit Bij de beoordeling van de organisatorische kwaliteit wordt gewogen of en hoe de organisatie van de aanvrager in staat is om het activiteitenplan op professionele wijze te realiseren. De organisatie dient een gezonde bedrijfsvoering te hebben teneinde het activiteitenplan conform en het beoogde publiek te bereiken. De begroting en het dekkingsplan dienen reëel en sluitend te zijn een middels een evenwichtige financieringsmix. De aanvrager verhoudt zich tot de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Culturele Diversiteit. Met dit criterium toetst de gemeente: - de kwaliteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager, zoals die onder andere tot uiting komt in zijn ondernemerschap en in de financieringsmix die hiervan het resultaat is; - de manier waarop de organisatie (praktisch) invulling geeft aan de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Culturele Diversiteit. d. Samenwerking De culturele infrastructuur van Amstelveen is bescheiden en compact.

Voor een optimale taakuitoefening is het van belang dat culturele organisaties goede onderlinge afspraken maken over het programma en over de planning van de activiteiten. Door effectief samen te werken en tijdig af te stemmen, vergroten aanvragers de impact van hun eigen aanbod en dat van de Amstelveense cultuursector als geheel. Ook samenwerking tussen lokale cultuurinstellingen en organisaties uit andere domeinen, zoals maatschappelijke organisaties, het onderwijs en het bedrijfsleven, vergroot de effectiviteit van ieders inspanningen en laat zien hoe een aanvrager is ingebed in de stad. Met dit criterium toetst de gemeente: - de mate waarin en de manier waarop de aanvrager samenwerkt met andere culturele organisaties in met name Amstelveen, maar ook met die uit de Metropool Regio Amsterdam, Nederland en/of met organisaties in het buitenland; - de mate waarin en de manier waarop hij bij de uitvoering van zijn activiteiten samenwerkt met personen en (maatschappelijke) instellingen uit andere sectoren dan de cultuursector. e. Publiek Onder publiek verstaan we zowel bezoekers en toeschouwers als actieve deelnemers. De omvang en de samenstelling van het beoogde publiek sluit idealiter optimaal aan bij het karakter van de organisatie, zijn activiteiten en/of programmering.

Het gaat om een passende en realistische ambitie wat betreft enerzijds het aantal bezoekers en/of deelnemers, en anderzijds de samenstelling van de groep bezoekers en/of deelnemers. Bij samenstelling van het publiek valt bijvoorbeeld te denken aan leeftijdsopbouw, sociale achtergrond, wijken waar bezoekers gevestigd zijn, etc. Met zijn activiteiten en werkzaamheden draagt de aanvrager bij aan het bereiken van een divers samengesteld publiek (zoals bedoeld in de Code Culturele Diversiteit). De aanvraag beschrijft onder andere de marketing- en communicatiestrategie die wordt ingezet om bestaand en beoogd publiek te bereiken. De aanvraag specificeert bestaande en beoogde doelgroepen die passen bij de verschillende typen activiteiten en toont aan dat aanvrager beschikt over relevante expertise op het gebied van communicatie en publiekswerking, al dan niet via inhuur of samenwerking met derden. Ook verwoordt aanvrager de noodzaak voor de beoogde ontwikkeling op het gebied van publieksbereik en noemt hij een realistisch einddoel. Met dit criterium toetst de gemeente: - de ambitie van de aanvrager ten aanzien van zijn publieksbereik en de manier waarop de instelling dat verwacht te realiseren; - de visie van de aanvrager op en zijn bijdrage aan cultuureducatie en –participatie.

Pagina

4 van 5

f. Innovatieve kwaliteit; Innovatie is een containerbegrip waarmee in deze regeling niet alleen gedoeld wordt op het steeds initiëren van volledig nieuwe activiteiten of het compleet vernieuwen van (onderdelen van de) organisatie e.d. Hierbij kan ook worden gedacht aan wijzen waarop een instelling: - met nieuwe trends/ontwikkelingen omgaat/adapteert; - aan de actuele publieke behoefte tegemoet komt; - bepaalde activiteiten, organisatorische werkwijzen etc. door ontwikkelt; - inzet op de inhoudelijke en/of organisatorische versterking of vernieuwing; - nieuwe samenwerkingsvormen ontwikkeld. Het nut en de noodzaak van de innovatie dient helder en overtuigend te worden onderbouwd en zal nadrukkelijk in de weging van de aanvraag worden meegenomen.

Met dit criterium toetst de gemeente: - de mate van (innovatieve) ontwikkeling van de aanvrager op inhoudelijk en/of organisatorisch niveau; - de bijdrage die de aanvrager levert aan samenwerkingen en maatschappelijke impact in Amstelveen. g. Duurzaamheid In een duurzame wereld zijn mens, milieu en economie met elkaar in evenwicht, zodat wij de aarde niet uitputten. De gemeente Amstelveen neemt verantwoordelijkheid op dit terrein. Amstelveen vindt het van belang dat ook aanvragers van subsidie zich bewust zijn van hun rol en verantwoordelijkheid op dit gebied. Met dit criterium toetst de gemeente: - de visie van de aanvrager op duurzaamheid; - de bijdrage die de aanvrager met zijn programma levert aan de duurzaamheidsagenda van Amstelveen. De criteria worden toegepast om vast te stellen welke aanvragen het beste aansluiten bij de doelstelling van de regeling en of het daarbij aangevraagde subsidiebedrag passend is. Alle criteria wegen hierbij even zwaar. Het college besluit of de aanvraag al dan niet wordt toegewezen. Het uitgangspunt bij het bepalen van de subsidiehoogte daarbij is niet per definitie het door de aanvrager aangevraagde bedrag, maar het bedrag dat redelijk wordt geacht voor de desbetreffende aanvraag. Dit betekent bijvoorbeeld dat wordt beoordeeld of sprake is van een redelijke verhouding tussen de activiteiten en de kosten die hiervoor staan begroot.

Hierbij wordt gekeken naar wat gebruikelijk is in de sector en wat in het verleden is toegekend. Ook dient het gevraagde subsidiebedrag in redelijke verhouding te staan tot het aandeel van de activiteiten in Amstelveen en tot het bereik van bezoekers en/of deelnemers in Amstelveen. Het kan voorkomen dat aan bepaalde onderdelen van het plan in het geheel geen subsidie wordt toegekend en aan andere onderdelen van het plan wel. Hiervan kan sprake zijn indien het college van oordeel is dat, terwijl de aanvraag als geheel als subsidiabel wordt beoordeeld, bepaalde onderdelen van het plan geen prioriteit krijgen. Dit kan resulteren in een aangepast toegewezen subsidiebedrag. Artikel 10 Beoordelingsprocedure De beoordeling van de aanvraag leidt tot een besluit van het college over de toekenning van subsidie en over de hoogte van het subsidiebedrag. Het besluit is gebaseerd op de toetsing aan de criteria, waarbij eveneens rekening wordt gehouden met het beschikbare budget. Een positief besluit leidt om die reden niet automatisch tot subsidieverlening van het volledig aangevraagde bedrag. Om tot een overwogen oordeel te komen, beslist het college op een aanvraag voor meerjarige subsidie binnen 13 weken na de indientermijn van 31 augustus, doch uiterlijk binnen 4 maanden of zoveel eerder als mogelijk.

Pagina

5 van 5

Artikel 11 Verplichtingen en verantwoording 1. Om de ontwikkeling van en uitvoer door de aanvrager te kunnen monitoren vindt minstens een keer per jaar een voortgangsgesprek en een (tussentijdse) inhoudelijke en financiële evaluatie plaats. De aanvrager licht hierbij toe wat de ontwikkelingen zijn, of (voldoende) navolging wordt gegeven aan de aanvraag en de hierin genoemde activiteiten, en of aan de verdere uitvoering van deze kan worden voldaan. Indien de financiële evaluatie van een aanvrager daar aanleiding toe geeft, kan de gemeente Amstelveen de aanvragende instelling daarop aanspreken en/of, indien de omstandigheden daarom vragen, ingrijpen middels een bijstelling/heroverweging van het subsidiebedrag. De gemeente geeft tijdig aan op welke wijze de monitoring plaats zal vinden en wat aanvrager hiervoor dient aan te leveren. 2. Aan het einde van de vierjarige subsidieperiode vindt de vaststelling van de gehele periode plaats. Hierbij wordt een financiële en inhoudelijke evaluatie uitgevoerd over de gehele periode waarvoor subsidie is verstrekt. Indien niet aan de opdracht is voldaan zoals overeengekomen, kan het subsidiebedrag worden bijgesteld. Ook is het mogelijk dat de geleverde resultaten van een aanvrager meewegen in de beoordeling van een nieuwe aanvraag.

1 Bijlage 3 - Onderzoeksverslag meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstel-veen

Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen 20 december 2021

1

Inhoudsopgave 1. Aanleiding..........................................................................................1 1.1 Toelichting op de beleidsstukken .....................................................................................2 1.2 Gezamenlijke presentatie van de LOCO-instellingen ...........................................................3

2. Stand van zaken structurele cultuursubsidie ......................................3 2.1 Huidige regeling cultuursubsidie ......................................................................................4 2.2 Algemene Subsidieverordeningen ....................................................................................4 3.2 Gezamenlijke input LOCO-instellingen ..............................................................................5

3. Opzet van de meerjarige subsidiestructuur.........................................6 3.1 Kaders voor de meerjarige subsidiestructuur.....................................................................6 3.2 Onderzoek andere gemeenten.........................................................................................7 3.3 Opties per thema en advies ............................................................................................8

4. Conclusie ..........................................................................................16 Referenties ...........................................................................................17 Bijlagen ................................................................................................20

Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

2

1. Aanleiding Dit onderzoek omvat een uiteenzetting van de beoogde doelstellingen van een meerjarige cultuursubsidie (vanuit gemeentelijk oogpunt alsook dat van de culturele instellingen), een weergave van de huidige stand van zaken en de verschillende keuzerichtingen omtrent de invulling van de systematiek. De gemeente Amstelveen is voornemens om een herijking van het huidige cultuursubsidiesysteem door te voeren. Directe aanleidingen hiervoor zijn: - De Cultuuragenda 2020-2024 ‘De stad als podium’ - Het Coalitieakkoord 2018-2022 - De motie ‘Verhogen maatschappelijke effect meer samenwerking subsidianten’ (24 maart 2021) - Gezamenlijke presentatie vanuit de LOCO-instellingen (12 september 2019) waarin zij de wens uitspraken voor een ‘transparant financieringsmodel’1 Deze worden hieronder nader verklaard.

1.1 Toelichting op de beleidsstukken Cultuuragenda 2020-2024 Met de ontwikkeling van de huidige Cultuuragenda 2020-2024 en de bijbehorende langetermijnvisie is geconstateerd dat het huidige cultuursubsidiesysteem onvoldoende tot de gewenste resultaten leidt. De gemeente wil middels de subsidieverstrekking een meer sturende rol aan te kunnen nemen op het gebied van de culturele activiteiten in Amstelveen en de bijdrage die deze leveren aan de culturele ambities. Coalitieakkoord 2018-2022 De gemeente verwacht mede van de grote culturele instellingen een innovatievere en bedrijfsmatigere werkwijze.2 Daartoe werd in het coalitieakkoord 2018-2022 al aangegeven dat de gemeente in ieder geval de subsidies voor het Cobra Museum en P60 wilde gaan herijken, om middels meer projectmatige subsidiëring meer ‘nieuwe initiatieven [te] stimuleren’. Motie ‘Verhogen maatschappelijk effect meer samenwerking subsidianten’ Op 24 maart 2021 werd een motie3 aangenomen door de gemeenteraad betreffende het verbeteren van het maatschappelijk effect van het Subsidiebeleid Amstelveen. Aanleiding voor de motie was het Rekenkameronderzoek van februari 20214 waarin het gemeentelijk subsidiebeleid werd geëvalueerd.

De resultaten toonden aan dat de gemeentelijke subsidies tot dan toe onvoldoende aanstuurden op maatschappelijke effecten.5 Daarnaast kon de gemeente een meer regisserende rol gaan spelen bij het stimuleren van onderlinge samenwerking tussen subsidiepartners en waren de beleidsdoelen van de gemeente vaak onduidelijk voor subsidieontvangers wegens verkokering. Met de motie van maart 2021 werd vastgelegd dat het college kaders dient te stellen voor subsidieontvangers om het maatschappelijk effect te verhogen, monitoren en evalueren. Op

1 Deze presentatie werd gegeven tijdens de bijeenkomst op 12 september 2019 met de gemeente,

woordvoerders cultuur en culturele instellingen. De bijeenkomst had als thema ‘Cultuuragenda 2020 en verder’ (Cultuuragenda ‘De stad als podium’ p. 82-88). 2 Coalitieakkoord Amstelveen 2018-2022, p. 7. 3 Terug te vinden in ‘Amendementen en moties raad 24 maart 2021’, p. 6. 4 ‘Evaluatie subsidiebeleid – Een onderzoek van de rekenkamercommissie Amstelveen’ (17 februari 2021). 5 P. 7, toelichting op p. 9. Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

3

deze manier zou het college in hogere mate regie kunnen gaan voeren over het geboekte resultaat en kunnen sturen op meer onderlinge samenwerking bij de subsidieontvangers. Om gehoor te geven aan de motie diende onder andere het cultuursubsidiebeleid opnieuw geëvalueerd te worden en werd besloten tot een herijking. 1.2 Gezamenlijke presentatie van de LOCO-instellingen Op 12 september 2019 organiseerde gemeente Amstelveen een bijeenkomst voor de woordvoerders cultuur en culturele instellingen met als thema ‘Cultuuragenda 2020 en verder’6. Tijdens deze bijeenkomst presenteerden de culturele instellingen van het LOCO gezamenlijk hun standpunten en ideeën voor de nieuwe cultuuragenda. Eén van de drie behoeften die zij hierin formuleerden betrof een transparant financieringsmodel: ‘[…] een model waardoor [de culturele instellingen] beter inzicht krijgen in financiële middelen en daar tijdig plannen voor kunnen ontwikkelen’7. Het financieringsmodel moest voldoen aan de volgende eisen8: A. Inzichtelijk maken van de beschikbare gemeentelijke gelden, onderverdeeld in categorieën: - Structurele middelen voor culturele instellingen en initiatieven - Ad hoc mogelijkheden voor financiële ondersteuning B. Beschikbaar maken van informatie over subsidies voor kunst en cultuur (bijvoorbeeld op een online platform van de gemeente) C. Helder toetsingskader voor culturele instellingen D.

Aanvragen beoordelen door onafhankelijke deskundigen Om dit te bewerkstelligen hebben de culturele instellingen destijds een voorstel voor een plan van aanpak geformuleerd. Hierin stelden zij voor om gezamenlijk (gemeente en culturele instellingen) de behoeftes van het culturele veld en de mogelijkheden voor een nieuwe subsidiestructuur in kaart te brengen. Vervolgens diende de verzamelde input en kennis in een concept cultuurbeleid gevat te worden met als voornaamste doel om ‘overzicht en houvast [te bieden] aan de culturele instellingen, beleidsmakers en ambtenaren van de gemeente’9. Doelstellingen Op basis van de hiervoor benoemde beleidsstukken kunnen hier de volgende doelstellingen voor de meerjarige subsidiestructuur uit ontleed worden: A. Meer zekerheid en transparantie voor culturele instellingen B. Vereenvoudigen van het subsidiemodel C. Stimuleren van innovatie in programmering en bedrijfsvoering D. Stimuleren van samenwerking tussen verschillende instellingen E. Effectievere bijdrage aan de doelen en langetermijnvisie van de gemeente (zoals beschreven in de Cultuuragenda) door culturele instellingen

6 Het verslag is opgenomen in de bijlagen van de Cultuuragenda 2020-2024 (p. 82-88). 7 Bijlagen Cultuuragenda ‘De stad als podium’, p. 83. 8 Deze punten werden aangehaald in de presentatie van de culturele instellingen van het LOCO op 12

september 2019. 9 Citaat uit de Powerpoint-presentatie van de culturele instellingen die op 12 september 2019 werd gepresenteerd. Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

4

2. Stand van zaken structurele cultuursubsidie 2.1 Huidige regeling cultuursubsidie Structurele cultuursubsidie In de huidige gang van zaken wordt er jaarlijks subsidie toegekend aan de structureel gesubsidieerde culturele instellingen. In Tabel 1 is weergegeven welke culturele instellingen hiervoor in aanmerking komen en om welk jaarlijks subsidiebedrag het gaat. Huidige subsidiebedragen culturele instellingen (2022) Culturele instelling Subsidiebedrag incl. indexicatie* Platform C € 1.162.895,Schouwburg Amstelveen € 1.505.630,P60 € 685.452,Griffioen € 5.000,Amstelveens € 148.149,Poppentheater Bibliotheek Amstelland € 2.057.477,Cobra Museum € 1.215.815,Totaal € 6.980.418,Tabel 1. *Het vastgestelde index-percentage voor 2022 is 1,6%. Pilot meerjarige subsidie 2019-2021 De gemeente is in 2019 gestart met een pilot voor meerjarige subsidie met het Amsterdamse Bostheater en Museum JAN. Deze was bedoeld als opmaat naar de meerjarige subsidiestructuur die binnenkort zal worden voorgelegd. De pilot sluit aan bij de motie ‘Verhogen maatschappelijk effect meer samenwerking subsidianten’ van 24 maart 2021.10 In het kader van deze pilot ontvangen zij sinds 2019 voor drie jaar (tot en met 2021) subsidie. Voorheen ontvingen zij geen structurele subsidie van de gemeente. In Tabel 2 zijn de betreffende subsidiebedragen op jaarbasis weergegeven.

Subsidiebedragen pilot meerjarige subsidie (2019-2021) Culturele instelling Subsidiebedrag per jaar Subsidiebedrag totaal (3 jaar) Museum JAN € 225.000,€ 675.000,Amsterdamse Bostheater € 25.000,€ 75.000,Totaal € 250.000,€ 750.000,Tabel 2.

Beide partijen hebben aangegeven in een volgende subsidieronde een aanvraag te doen en graag in aanmerking te komen voor structurele meerjarige subsidie.

2.2 Algemene Subsidieverordeningen Algemene Subsidieverordening 2016

10 https://www.amstelveen.nl/bestuur-organisatie/persbericht/proef-met-meerjarige-

subsidie-voor-culturele-instellingen-geslaagd

Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

5

Het huidige cultuursubsidiesysteem is conform de huidige Algemene Subsidieverordening (ASV) van de gemeente. Deze is van kracht sinds 2016, hiervoor gold de ASV van 2012. Er zijn tot nog toe geen Nadere regels opgesteld voor de structurele cultuursubsidie. In bijlage 1 is een weergave en samenvatting van de huidige en voorgaande ASV’s opgenomen. De doorgevoerde wijzigingen in de vernieuwde ASV’s van 2012 en 2016 waren vooral geënt op - Meer transparantie en eenduidigheid brengen in het subsidiebeleid (teneinde effectiever te kunnen sturen richting de gewenste resultaten) - Meer transparantie in aanvraagprocedure en beschikbare middelen naar de subsidieaanvragers - Verminderen administratieve lastendruk - Verminderen regels en voorschriften (deregulering) ten behoeve van cultureel ondernemerschap - Beperken van risico’s op onrechtmatigheid voor de gemeente - Verzakelijking van relaties tussen de gemeente en subsidieontvangers Uit het Rekenkameronderzoek en de daaruit voortvloeiende motie kan geconcludeerd worden dat deze wijzigingen onvoldoende hebben bijgedragen aan het verbeteren van de transparantie en een effectievere sturing op maatschappelijke effecten. In de Nadere regels die worden opgesteld voor deze meerjarige cultuursubsidie dient dan ook rekening gehouden te worden met deze resultaten en de motie.

2.3 Gezamenlijke input culturele instellingen Tijdens de bijeenkomst aangaande de nieuwe Cultuuragenda op 12 september 2019 hebben de culturele instellingen gezamenlijk hun wens voor een nieuw, transparant financieringsmodel gepresenteerd. De eisen die zij hier destijds voor stelden11 zijn echter niet meer helemaal actueel omdat deze in de loop van de tijd verder zijn aangevuld en genuanceerd. Op 17 september 2021 vond er een bijeenkomst plaats met de LOCO directeuren en de gemeente waarbij onder andere de meerjarige subsidiesystematiek werd besproken. Naar aanleiding van deze bijeenkomst hebben de culturele instellingen gezamenlijk hun standpunten aangaande het plan geformuleerd. Hieronder worden ze kort samengevat, maar in hun volledigheid zijn ze terug te lezen in Bijlage 5: • De culturele instellingen ondersteunen het plan voor een vierjarige subsidiesystematiek, maar pleiten hierin wel voor het vastleggen van de indexering voor de gehele periode en voor het toestaan van een weerstandsreserve van minimaal 10% van de jaarlijkse omzet. • De voorkeur voor de ingangsdatum gaat uit naar 1 januari 2024. • De instellingen stellen voor het IGLO model voor aanvragen en rapportages te laten vervallen. • De voorkeur gaat uit naar een jaarlijkse monitoring (evaluatie jaarplan en jaarrekening) en finale afrekening aan het einde van de subsidietermijn.

• De culturele instellingen zijn geen voorstander van een nieuwe onafhankelijke externe commissie voor de beoordeling van de vierjaren plannen, maar geven de voorkeur aan het uitbreiden van de adviescommissie beeldende kunst (kunstraad) met andere disciplines zodat bij hen advies kan worden ingewonnen over het beleid. • De instellingen achten een aanvullende paragraaf voor de bibliotheek noodzakelijk.

11 Zie kopje ‘Gezamenlijke presentatie van de LOCO-instellingen’ (p. 3).

Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

6

Conclusie stand van zaken Gemeente Amstelveen streeft op gebied van kunst en cultuur ambitieuze doelen na en beschikt over een cultuursubsidiebudget van ruim 7 miljoen euro12. Relatief gezien is dit iets hoger dan bijvoorbeeld het budget van gemeente Almere13, ondanks dat daar wel een meerjarige cultuursubsidie wordt gehanteerd. Cultuursubsidie wordt doorgaans voor een meerjarige termijn toegekend teneinde instellingen financiële zekerheid te bieden voor langere termijn en zo de culturele infrastructuur te bestendigen. Dit blijkt niet alleen uit voorbeelden van gemeentelijke subsidies, maar ook uit het feit dat het landelijke culturele subsidiestelsel (de Basisinfrastructuur) al decennialang een vierjaren systematiek gebruikt.14 De resultaten van het onderzoek naar andere cultuursubsidieregelingen suggereren dat de systematiek in Amstelveen achterhaald is en niet passend bij een gemeente met ambitieuze (lange termijn) doelstellingen voor kunst en cultuur. Aangezien er tot op heden geen aparte regeling is getroffen voor de cultuursubsidie in Amstelveen is deze geheel conform de ASV 2016. Uit het Rekenkameronderzoek kan geconcludeerd worden dat zowel de voorgaande ASV 2012 alsook de ASV 2016 niet, of onvoldoende, de voorziene effecten15 hebben weten te realiseren.

Dit kan worden toegeschreven aan: - Niet-evalueerbare formulering van de maatschappelijke doelen16 - Nadruk op uitvoeringprestaties (in plaats van maatschappelijk effect) in de gevraagde verantwoording van subsidieontvangers17 In het plan voor de herijking van de subsidiesystematiek, in dit geval specifiek voor cultuursubsidie, dient er op deze wijze afdoende aandacht te zijn voor het aanpakken van deze punten. Hierbij ligt er een groot belang bij het herijken van het toetsingskader aangezien deze moet worden verhelderd en uitgebreid. Daarnaast zijn er nog een aantal belangrijke aandachtspunten uit de doelstellingen en input van culturele instellingen voortgekomen. Hiervoor moet de best passende invulling worden gevonden. De thema’s en aandachtspunten zijn als volgt: A. Evaluatie en vaststelling B. Toetsingskader C. Ingangsdatum en subsidietermijn D. Beoordelingsprocedure E. Differentiatie verschillende disciplines F. Mogelijkheid tot additionele projectmatige subsidies

3. Opzet van de meerjarige subsidiestructuur 3.1 Kaders voor de meerjarige subsidiestructuur Het huidige concept van de meerjarige subsidiestructuur bestaat uit de volgende kaders:

12 Zie huidige subsidiebedragen in tabel 1 en 2, p. 3-4. 13 Omgerekend naar bijdrage aan de culturele subsidie per inwoner, zie de tabel in Bijlage 3. 14 In 1988 wordt de zogenoemde ‘kunstenplansystematiek’ ingevoerd, ‘waarbij de Raad voor Cultuur

alle door het Rijk gefinancierde kunstinstellingen eens in de vier jaar op kwaliteit beoordeelt’ (Toekomst Cultuurbeleid: ‘Cultuurbeleid van Rijk en regio: een geschiedenis in vogelvlucht’). 15 Zie Bijlage 1. 16 p. 9. 17 p. 9. Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

7

-

-

Uitsluitend de structureel gesubsidieerde instellingen van het LOCO, waaronder nu ook Museum JAN en het Amsterdamse Bostheater worden gerekend, komen in aanmerking voor de meerjarige regeling. Griffioen wordt niet meegenomen in de nieuwe subsidieregeling wegens hun verhuizing naar Uilenstede. Daarnaast ontvingen zij tot nu toe jaarlijks slechts een subsidiebedrag van €5.000,-. Gezien de relatief kleine omvang van de gemeente en de korte lijnen tussen instellingen en gemeente, is een extern orgaan/fonds niet passend De culturele instellingen worden meegenomen in/tijdig geïnformeerd over de ontwikkeling van de meerjarige subsidiesystematiek

Thema’s en aandachtspunten Binnen de herijking van het huidige subsidiesysteem zijn er een aantal belangrijke thema’s en aandachtspunten: A. Evaluatie en vaststelling B. Toetsingskader C. Ingangsdatum en subsidietermijn D. Beoordelingsprocedure E. Differentiatie verschillende disciplines F. Mogelijkheid tot additionele projectmatige subsidie Om voor ieder van deze thema’s verschillende opties in beeld te brengen is gekeken naar regelingen van diverse andere gemeenten die reeds meerjarige subsidieregelingen hanteren. De opties en bijbehorende voordelen en risico’s worden bij 3.3 per thema behandeld.

3.2 Onderzoek andere gemeenten In het vergelijkend onderzoek naar andere meerjarige subsidiemodellen is voornamelijk gezocht naar voorbeelden van gemeenten die qua grootte en cultuurbudget redelijk vergelijkbaar zijn met Amstelveen. Er is gekeken naar de regelingen van de gemeenten Almere, Den Haag, Amersfoort, Arnhem, Nijmegen, ’s Hertogenbosch en Amsterdam. De eigenschappen van deze regelingen zijn vervolgens ontleed en in een schema weergegeven. Dit schema is bijgevoegd als Bijlage 2. Vervolgens wordt er in 3.3 voor elk thema een advies geformuleerd voor de gemeente Amstelveen. Binnen deze adviezen wegen de volgende factoren mee: a. Aansluiting bij de doelen van zowel de gemeente als de culturele instellingen b. Juridische consequenties (advies vanuit Juridische Zaken) c. Financiële consequenties (advies vanuit Financiën) Motivatie en voordelen meerjarig subsidiesysteem Binnen het vergelijkend onderzoek van andere meerjarige regelingen is onder andere gekeken naar de beweegredenen van gemeenten om een dergelijk systeem te hanteren. Doel was om zo beter inzicht te krijgen in de voordelen van een meerjarige structuur en of de beoogde resultaten hiermee daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd. De belangrijkste beweegredenen voor het hanteren van een meerjarige cultuursubsidie zijn: A. Stevigere basis bieden voor de bedrijfsvoering van culturele instellingen18 B.

Impuls geven aan onderlinge samenwerking van culturele partijen19

18 Gemeente Tilburg, Cultuurplan 2021-2024: p. 44. 19 Gemeente Tilburg, Cultuurplan 2021-2024: p. 44.

Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

8

C. Meer mogelijkheden voor culturele instellingen op het vlak van acquisitie en fondsenwerving20 D. Bij vierjarige termijn: betere afstemming met andere overheden op het gebied van cultuurbeleid21 Voor nadere toelichting van ieder van deze redenen kan Bijlage 4 worden geraadpleegd. Mogelijke risico’s meerjarig subsidiesysteem In de gesprekken met medewerkers van Financiën en Juridische Zaken werd de toename van het financiële risico van de gemeente aangedragen als tegenargument voor een meerjarige systematiek. Nalatigheid omtrent de gemaakte afspraken of tegenvallende resultaten zouden hierdoor te laat aan het licht gebracht kunnen worden. Daarnaast brengt het aangaan van een langdurige subsidierelatie extra verplichtingen met zich mee voor de subsidieverlener. Zo is in de AWB vastgelegd dat bij een subsidierelatie die langer is dan drie jaar slechts ‘met inachtneming van een redelijke termijn’22 gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie mag plaatsvinden voor de volgende periode.

Dit risico kan echter worden ondervangen door middel van: - Tussentijdse (jaarlijkse) evaluaties waarbij een financiële check de gemeente aanleiding kan geven op tijd bij te kunnen sturen waar nodig - Een vermelding in de subsidieregeling dat, als blijkt dat de subsidieontvanger niet of deels heeft voldaan aan de prestatieafspraken, het college de subsidie gewijzigd (lager) kan vaststellen23 Conclusies vergelijkend onderzoek gemeenten De beweegredenen van andere gemeenten om te kiezen voor een meerjarig cultuursubsidiesysteem sluiten aan bij de doelen die de gemeente Amstelveen nastreeft met de herijking. Dit bevestigt dat een dergelijk model zou kunnen bijdragen aan de eerdergenoemde doelstellingen. Het meerjarig subsidiesysteem van de gemeente Almere blijkt voor het grootste gedeelte passend te zijn voor de gemeente Amstelveen.

3.3 Opties per thema en advies Evaluatie en vaststelling In de huidige gang van zaken vindt er na iedere subsidietermijn, dus jaarlijks, een evaluatie plaats van de geleverde prestaties door de culturele instellingen. Om er als gemeente op toe te zien dat de culturele instellingen zich houden aan de gemaakte afspraken is het zaak om tussentijdse evaluaties te blijven doorvoeren. Vrijwel alle gemeenten met een meerjarige subsidieregeling hanteren een tussentijdse evaluatie. Een aantal voorbeelden: A. De gemeente Almere heeft in haar ‘Nadere regels subsidie cultuur 2021-2024’ opgenomen dat de gesubsidieerde instellingen ‘verplicht zijn tot medewerking aan 20 Gemeente Tilburg, Cultuurplan 2021-2024: p. 44, en website Cultuurfonds Almere: ‘Almeers

subsidiestelsel voor cultuur gewijzigd’. 21 Gemeente Tilburg, Cultuurplan 2021-2024: p. 44. 22 Algemene Wet Bestuursrecht, Artikel 4:51, lid 1: “Indien aan een subsidie-ontvanger voor drie of meer achtereenvolgende jaren subsidie is verstrekt voor dezelfde of in hoofdzaak dezelfde voortdurende activiteiten, geschiedt gehele of gedeeltelijke weigering van de subsidie voor een daarop aansluitend tijdvak op de grond, dat veranderde omstandigheden of gewijzigde inzichten zich tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van de subsidie verzetten, slechts met inachtneming van een redelijke termijn.” 23 Zoals bijvoorbeeld in de Regeling meerjarige projectsubsidies Kunst en Cultuur 2021-2024 van gemeente Amersfoort is opgenomen (artikel 13, lid 2). Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

9

monitoring, voortgangsgesprekken en (tussentijdse) inhoudelijke en financiële evaluatie van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt’24. Hiervoor staat in de regeling geen vaste termijn vermeld, maar uit het gesprek met een van de beleidsmedewerkers bleek dat deze evaluatie jaarlijks plaatsvindt. B. Ook de gemeente Nijmegen noemt geen vaste termijn voor evaluatie in haar regeling. Er worden echter wel tussentijds visitaties uitgevoerd door de adviescommissie, waarbij zij langsgaan bij de culturele instellingen en met hen in gesprek gaan over de voortgang.25 C. De gemeenten ’s Hertogenbosch, Den Haag en Amersfoort vragen de culturele instellingen om jaarlijks een jaarrekening en jaarverslag in te dienen. Bij grote subsidiebedragen vragen gemeenten ’s Hertogenbosch en Den Haag tevens om een controleverklaring van een accountant.26 Advies Een tussentijdse evaluatie op jaarbasis met financiële check (voorbeeld C) is voor Amstelveen een passende mogelijkheid. Redenen hiervoor zijn: 1. Door een jaarlijkse verantwoording te vragen van de culturele instellingen in de vorm van een jaarverslag en jaarrekening wordt gehoor gegeven aan het advies vanuit de afdeling Financiën. Men voorkomt zo dat na vier jaar pas blijkt dat een instelling niet heeft voldaan aan de gemaakte afspraken of dat de resultaten tegenvallen. 2.

De gemeente wil graag meer sturing in de activiteiten van de culturele instellingen om er zo voor te zorgen dat deze een effectieve bijdrage leveren aan de ambities uit de Cultuuragenda. Middels tussentijdse monitoring wordt er zorg voor gedragen dat tijdig bijgestuurd kan worden indien de activiteiten onvoldoende bijdragen aan de gemeentelijke langetermijnvisie. In het geval een instelling financieel in de problemen dreigt te komen, kan de gemeente alsnog tussentijds ingrijpen. 3. De culturele instellingen hechten belang aan transparantie. Een vaste evaluatietermijn en -vorm zorgt voor duidelijkheid omtrent de verwachtingen van de gemeente. Bij voorkeur wordt dan ook ieder jaar dezelfde uiterste inleverdatum gehanteerd. 4. Het heeft de voorkeur van de culturele instellingen om de vaststelling aan het einde van de termijn plaats te laten vinden, omdat het hen meer mogelijkheden biedt om het ene jaar meer te investeren dan in andere jaren voor de ontwikkeling van (lange termijn) projecten. De uiteindelijke resultaten van deze investeringen zijn vaak pas na langere tijd (twee tot drie jaar) zichtbaar. 5. Een jaarlijkse evaluatie stelt de gemeente en culturele instellingen in staat om, in samenspraak, de eerder gemaakte plannen en ambities tussentijds te concretiseren en eventueel aan te passen waar nodig.

Toetsingskader In de huidige systematiek worden de subsidieaanvragen van de culturele instellingen uitsluitend getoetst op hun bijdrage aan de speerpunten uit de Cultuuragenda. Hierdoor is het toetsingskader vrij smal. Omdat er elke vier jaar een nieuwe Cultuuragenda wordt opgesteld zit er weinig continuïteit in de thema’s waaraan waarde wordt gehecht. Door het huidige toetsingskader uit te gaan breiden met een aantal terugkerende ‘algemene criteria’ wordt er meer duidelijkheid geschept in de waarden waartoe de culturele instellingen zich in de basis dienen te verhouden. Hiervoor kan inspiratie geput worden uit de criteria die andere gemeenten hanteren. 24 Nadere regels subsidie cultuur 2021-2024, artikel 10 lid 1. 25 Subsidieregeling Cultuur Nijmegen, artikel 10. 26 Voor ’s Hertogenbosch vanaf € 50.000, voor Den Haag vanaf € 100.000.

Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

10

Veel andere gemeenten maken daarnaast gebruik van een standaardformulier wat ingevuld dient te worden bij de subsidieaanvraag. In het formulier dient de aanvrager voor ieder van de meewegende criteria toe te lichten hoe de eigen activiteiten hieraan voldoen. Dit zou de transparantie van de beoordelingswijze en het toetsingskader ten goede kunnen komen. Daarnaast zal het de lastendruk van de beoordeling doen afnemen voor de gemeente, doordat zij de toelichtingen van de culturele instellingen in hetzelfde format aangereikt krijgen. Advies De voorkeur gaat ernaar uit om in de basis een voorbeeld te nemen aan het toetsingskader dat door de meeste andere gemeenten wordt gehanteerd. Het voorstel is om gebruik te maken van een standaard aanvraagformulier en het toetsingskader uit te breiden met aanvullende criteria. In aanvulling daarop wordt geadviseerd om twee belangrijke suggesties uit de publicatie ‘Niet tellen maar wegen’27 van Claartje Bunnik en Edwin van Huis mee te nemen wanneer het toetsingskader in werking wordt gesteld, welke hieronder worden toegelicht. Het voorstel is om het aanvraagformulier uit de volgende componenten op te bouwen: 1. Bijdrage aan de Cultuuragenda In het eerste deel worden de culturele instellingen verzocht om hun bijdrage aan elk van de beleidsspeerpunten uit de actuele Cultuuragenda toe te lichten.

Dit wordt in de huidige aanvragen voor cultuursubsidie reeds gedaan en is ook gebruikelijk binnen andere gemeenten. Het komt dan ook vaak voor dat de subsidietermijnen in de pas lopen met de Cultuuragenda28. Aangezien de culturele instellingen een essentiële rol spelen in het behalen van de gemeentelijke cultuur doelstellingen is het belangrijk dat de bijdrage aan de beleidsplannen uit de Cultuuragenda het voornaamste criterium blijven. 2. Aanvullende criteria Op dit moment is het toetsingskader voor cultuursubsidiëring dat Amstelveen toepast vrij smal. Andere gemeenten kiezen er doorgaans voor om de beleidsdoelen uit de Cultuuragenda aan te vullen met een vaste set criteria. Zodoende wordt er tevens meer continuïteit gebracht in de eisen die worden gesteld aan de culturele instellingen. Zolang de criteria gepaard gaan met een concrete beschrijving en heldere vragen kan dit de transparantie van het toetsingsmodel in de hand helpen, aangezien de instellingen hun activiteitenplan voor elke termijn dienen af te stemmen op dezelfde criteria. De algemene criteria die door andere gemeenten worden gehanteerd en tevens toepasbaar zijn op de activiteiten van de Amstelveense culturele instellingen zijn als volgt: 1. Betekenis of belang voor de stad 2. Artistieke en/of inhoudelijk culturele kwaliteit 3. Organisatorische kwaliteit 4. Samenwerking 5. Publiek 6. Innovatieve kwaliteit 7.

Duurzaamheid 3. Governance Code, Fair Practice Code en Code Culturele Diversiteit 27 Bunnik, C. & Van Huis, E. (2012). ‘Niet tellen maar wegen’. Boekmanstichting. 28 In andere gemeenten wordt de Cultuuragenda ook wel ‘Kunstenplan’, ‘Cultuurplan’ of

‘Meerjarenbeleidsplan Kunst en Cultuur’ genoemd. In dit document wordt de benaming ‘Cultuuragenda’ gehanteerd om verwarring te voorkomen. Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

11

Alle bestudeerde modellen beroepen zich in de subsidievoorwaarden voor culturele instellingen op de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Culturele Diversiteit. Deze codes vertalen zich naar een duidelijke standaard voor het culturele veld op het gebied van professionaliteit en een eerlijke en ethische bedrijfsvoering. Hierin ligt ook voor het culturele veld van de gemeente Amstelveen een groot belang. Andere gemeenten kiezen er vaak voor om de wijze waarop de instellingen zich verhouden tot deze codes op te nemen in de algemene subsidiecriteria. Bij gemeente Almere valt dit bijvoorbeeld onder het criterium ‘organisatorische kwaliteit’. Door expliciet naar de kernwaarden van de drie codes te verwijzen in het aanvraagformulier en het ‘pas toe, leg uit’-principe te gaan inzetten worden de culturele instellingen ertoe aangezet om deze waarden actief mee te nemen in de bedrijfsvoering. 4. Aanvullende suggesties uit ‘Niet tellen maar wegen’ In ‘Niet tellen maar wegen’ stellen Claartje Bunnik en Edwin van Huis dat in de huidige gang van zaken overheden en culturele instellingen vaak niet tot zinvolle prestatieafspraken komen. Volgens hen ontbreekt het aan een goede ‘gemeenschappelijke taal’ wanneer overheids- en cultuurinstellingen met elkaar om de tafel gaan zitten.

De afspraken die tussen de twee partijen worden gemaakt vaak ‘beperkt en overwegend boekhoudkundig van karakter’, waarmee vaak aan de maatschappelijke effecten wordt voorbijgegaan. Ook binnen het huidige subsidiesysteem van gemeente Amstelveen is dit een zwaktebod, zo blijkt uit de resultaten van het Rekenkameronderzoek van februari 2021. De suggesties uit ‘Niet tellen maar wegen’ en ‘Naar waarde gewogen’ leiden tot een aanvullend advies op de voorgestelde subsidiecriteria: - Houd ruimte voor een (inhoudelijke) dialoog tussen gemeente en culturele instellingen De nadruk moet in de beoordeling niet teveel op normen en prestatiecijfers komen te liggen. In plaats daarvan moet de (inhoudelijke) dialoog tussen gemeente en instellingen verder worden gefaciliteerd. Dit kan bijvoorbeeld worden gedaan om een presentatiemoment voor de culturele instellingen te organiseren na indiening van de subsidieaanvragen. - Vergroot de rol van de instellingen in de beoordeling en het toetsingskader De gemeente moet de instellingen daarom stimuleren om zelf een duidelijkere rol aan te nemen in het meten en weergeven van hun maatschappelijke waarde.

Dit kan gerealiseerd worden door bijvoorbeeld een (of meerdere) gezamenlijke sessie(s) te organiseren waarbij in gesprek wordt gegaan met de instellingen over hun maatschappelijke impact, hoe zij hier meer inzicht in kunnen krijgen en deze kunnen vergroten. Ingangsdatum en subsidietermijn Er zijn drie opties overwogen voor de ingangsdatum van het vernieuwde subsidiesysteem: A. 1 januari 2023 (deadline subsidieaanvragen: vóór 1 juli 2022) B. 1 januari 2024 (deadline subsidieaanvragen: vóór 1 juli 2023) C. 1 januari 2025 (deadline subsidieaanvragen: vóór 1 juli 2024) Voor alle drie de opties zijn verschillende voor- en nadelen aan te dragen. Deze zijn deels afhankelijk van de lengte van termijn waarvoor uiteindelijk wordt geopteerd. Hiervoor zijn drie opties besproken: A. Driejarige termijn B. Vierjarige termijn C. Hybride vorm: eerste termijn drie jaar, daarna overstappen op vier jaar Onderzoek meerjarige subsidiestructuur cultuur gemeente Amstelveen

12

Advies In het geval dat de regeling vanaf 2024 in werking wordt gesteld (optie B) is een vierjarige termijn met overtuiging de meest voordelige optie voor de gemeente (optie B). Dit blijkt ook de meest gangbare keuze voor een meerjarige regeling te zijn als we kijken naar voorbeelden van andere gemeenten, zoals Almere, Amersfoort, ‘s Hertogenbosch en Arnhem. De belangrijkste redenen om voor een vierjarige termijn te kiezen met ingang van 2024 zijn: 1. Samenloop met nieuwe Cultuuragenda: - Culturele instellingen dienen hun bijdrage aan de ambities van de actuele Cultuuragenda toe te lichten in hun subsidieaanvraag. Door de subsidietermijnen samen te laten vallen met de Cultuuragenda blijft het duidelijk voor de instellingen wat de actuele subsidie eisen van de gemeente zijn. - De periode waarin met culturele instellingen wordt gewerkt aan de ontwikkeling van de nieuwe cultuuragenda gaat voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvragen voor de komende termijn. Het feit dat deze de ontwikkeling van een nieuwe cultuuragenda direct opvolgen zorgt voor een logische planning. 2. Door de nieuwe subsidieregeling in 2024 in te voeren hebben de culturele instellingen een extra jaar ‘speling’ om hun weg te vinden in het nieuwe subsidiesysteem. Dit is van belang aangezien zij hun subsidieaanvragen en beleidsplannen dienen aan te passen op een langere termijn. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=681fbc5f-56be-44a2-8083-fb8df4de3b12