6. Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ)
Tekst van het document
in gebruik nemen van de ruimte onder het maaiveld (zoals kelders en parkeergarages); 1.93 ondergeschikte horeca: horeca vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen horeca is en waarvan de hoofdfunctie aantoonbaar is, zoals een kantine bij een sportaccommodatie; 1.94 onderkomens: voor verblijf geschikte – al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming en/of gebruik onttrokken – voertuigen, vaartuigen, woonschepen, toercaravans, stacaravans, tenten of gedeelten daarvan, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.95 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.96 opslag: het bedrijfsmatig opslaan, verhandelen of verpakken van goederen; 1.97 peil: a. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk, waarvan de gevel direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van die gevel;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
b. voor een zich op een perceel bevindend bouwwerk in het talud van de dijk, waarvan de gevel niet direct aan de weg grenst en in alle andere gevallen: de hoogte van het bestaande aansluitende, afgewerkte maaiveld ter plaatse van de naar de dijk of weg gekeerde gevel, waarbij plaatselijke, niet bij het verdere verloop van het terrein passende ophogingen anders dan noodzakelijk voor de bouw, buiten beschouwing blijven; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil dan wel een ander plaatselijk aan te houden oppervlaktewaterpeil; 1.98 permanente bewoning: het gebruik van een kampeermiddel, recreatieverblijf of vakantiehuis door een persoon, gezin of andere groep van personen, op een wijze die ingevolge de Wet gemeenschappelijke basisadministratie persoonsgegevens noopt tot inschrijving van bewoner(s) in de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Amstelveen, terwijl deze perso(o)n(en) niet aannemelijk kan/kunnen maken elders over een hoofdverblijf te beschikken; 1.99 platte afdekking: een horizontaal vlak ter afdekking van een gebouw; 1.100 plattelandswoning Een voormalige agrarische bedrijfswoning als bedoeld in artikel 1.1a sub 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
1.101 P&R terrein een parkeervoorziening bij een halte of station die bedoeld is voor automobilisten die vervolgens met het openbaar vervoer verder reizen; 1.102 praktijkruimte: een gebouw of een gedeelte van een gebouw, dat door zijn inrichting en indeling geschikt is om te worden gebruikt door beoefenaren van vrije beroepen; onder vrije beroepen worden in dit plan verstaan (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerptechnische, administratieve, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen; 1.103 reclame-object: bouwwerk of werk opgericht en/of in stand gehouden met het doel te functioneren als of als drager van reclame-uiting(en); 1.104 reclame-uiting: een op enige wijze met een bouwwerk verbonden zijnde, openbare aanprijzing om de afzet of het gebruik van goederen of diensten te bevorderen. Onder aanprijzing wordt mede begrepen de naam van de verkoper, dienstverlener etcetera; 1.105 risicovolle inrichting: een inrichting, waarvoor ingevolge het Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q.
een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.106 scheidingslijn: een aangegeven lijn, die de grens aangeeft tussen delen van bestemmings- en/of bouwvlakken, waardoor verschillende, in de regels nader aangegeven, regelingen van toepassing zijn; 1.107 seksinrichting:
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.108 souterrain: bijzondere bouwlaag waarvan de vloer onder het gemiddelde aangrenzende straatpeil is gelegen en waarbij de vloer van de bovengelegen bouwlaag maximaal 1,5 meter boven het peil is gelegen; 1.109 straatmeubilair: de bij of op de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder begrepen: abri´s, afvalbakken, (ondergrondse) afvalcontainers, alarmeringsinstallaties met bijbehorende antennes, bloemen- of plantenbakken, brandkranen, draagconstructies voor reclame, fietsenrekken, gedenktekens, lichtmasten, parkeermeters, schakelkasten, speeltoestellen, straatverlichting, telefooncellen met bijbehorende antennes, urinoirs, verkeersborden, verkeersgeleiders, verkeerslichten, vitrines, voorwerpen van beeldende kunst, bewegwijzering en zitbanken; onder straatmeubilair worden niet begrepen verkooppunten voor motorbrandstoffen; 1.110 talud: het schuine vlak langs een weg, watergang of van een dijk; 1.111 terras: een buiten een gebouw
gelegen gebied behorende bij een horecabedrijf waar zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen betaling dranken worden geschonken en/of etenswaren verstrekt; 1.112 toeristisch bedrijf: economische bedrijfsactiviteiten gericht op het aantrekken van toeristen en bezoekers; 1.113 tuinbouwbedrijf: een bedrijf, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, door gebruik te maken van kassen en/of van open (onbebouwde) grond; 1.114 verdieping: een boven de begane grond gelegen bouwlaag; 1.115 verkooppunt voor motorbrandstoffen: een inrichting, waar door middel van één of meer pompinstallaties motorbrandstoffen worden verkocht en geleverd eventueel in combinatie met ondergeschikte detailhandel en/of wasstraat; 1.116 volumineuze detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van volumineuze goederen (waaronder ten dezen in ieder geval wordt verstaan grootschalige meubeldetailhandel, bouwmarkten en tuincentra) aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.117 voorgevel: de naar het openbaar toegankelijk gebied gekeerde gevel van een gebouw, of indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de gevel die door de ligging, de situatie ter plaatse en/of de
indeling van het gebouw als voorgevel moet worden aangemerkt; vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
1.118 voorgevelrooilijn: dit is de denkbeeldige lijn langs de voor- of zijgevel van een hoofdgebouw die naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; 1.119 voorkeursgrenswaarde: de maximale waarde voor de geluidbelasting, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder c.q. het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.120 vrij beroep: de uitoefening van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend door een bewoner van het perceel, waaronder niet wordt begrepen de uitoefening van detailhandel; 1.121 waterberging: de tijdelijke opslag van een overmaat aan (oppervlakte) water in (oppervlakte) watersystemen.
Waterberging kan worden onderverdeeld in drie categorieën: <0000> natuurlijke overstroming (water dat buiten de beekbedding treedt zonder dat hier speciale voorzieningen zijn aangelegd); <0000> gestuurde overstroming (retentie) (water dat buiten de beekbedding treedt en waarvoor voorzieningen zijn aangebracht zodat dit met vooraf bepaalde frequentie wordt toegepast in gebieden die hiervoor zijn ingericht); <0000> noodoverloopgebieden (gebieden die met een zeer lage frequentie worden ingezet in geval van noodsituaties); 1.122 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingbelang dienen, zoals watergangen (sloten), kunstwerken, bruggen, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang en dergelijke; 1.123 waterkering: grondlichamen (dijk) of constructie met als functie bescherming van lager gelegen gebied (veelal polders) tegen water buiten dat gebied; 1.124 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.125 Wet: de Wet ruimtelijke ordening, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van dit plan; 1.126 Wonen het met het oogmerk daar permanent verblijf te houden gebruiken van
woonruimte door één huishouden; 1.127 woning: zelfstandige woonruimte; 1.128 woongebouw:
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.129 woonruimte besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; 1.130 zelfstandige woonruimte woonruimte die een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. 1.131 zone: een op de verbeelding aangegeven gebied, waarvoor aanvullende bepalingen gelden; 1.132 zoneringsregeling: de op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan geldende regels inzake de zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen en watertransportleidingen.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 bebouwingspercentage: het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de dakhelling: de hoek, gemeten in graden, van een hellend dakvlak ten opzichte van een horizontaal vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil (maaiveld) tot aan de bovenkant van de goot, c.q.
de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de ashoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; 2.6 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 vloeroppervlakte woning: de som van de oppervlakten van alle bouwlagen, deel uitmakende van het hoofdgebouw, daar onder begrepen kelderruimten en zolderruimten voor zover de vrije hoogte ten minste 1.50 meter bedraagt, en met uitzondering van: ruimten waar kleinere vrije hoogte dan 1.50 meter aanwezig is, alsmede balkons, bijbehorende bouwwerken, gemeenschappelijke berg-, verkeers- en wasruimten en loggia's; 2.9 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.10 vrije hoogte: de verticale afstand tussen de bovenkant van een afgewerkte vloer of het maaiveld en de onderkant van het laagste, daarboven gelegen constructiedeel.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 3
Agrarisch - Agrarisch Bedrijf
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch - Agrarisch Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van de uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. bedrijfswoningen met de daarbij behorende bijgebouwen; met daarbij behorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. verhardingen; met daaraan ondergeschikt: e. openbare nutsvoorzieningen; f. infrastructurele voorzieningen; g. parkeer voorzieningen; h. waterhuishoudkundige voorzieningen en sloten. 3.2 bouwregels 3.2.1 agrarische bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. agrarische bedrijfsgebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd; b. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan zoals aangeduid op de verbeelding; c. het maximale bebouwingspercentage van het bouwvlak bedraagt 100%; 3.2.2 agrarische bedrijfswoning Voor het bouwen van agrarische bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. agrarische bedrijfswoningen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd; b. per agrarisch bedrijf mag één agrarische bedrijfswoning worden gebouwd; c. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan zoals aangeduid op de verbeelding; d. de inhoud van een agrarische bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 650 m³; e. de dakhelling mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor ten minste twee dakvlakken.
3.2.3 bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van erfafscheidingen mag maximaal 2 meter mag bedragen; b. de hoogte van palen en (licht-)masten mag maximaal 6 meter bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 3 meter bedragen. 3.3 Parkeren en laden en lossen 3.3.1 Bouwregels a. De gronden zoals aangewezen in de bestemming mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede dat voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein. b. Bij omgevingsvergunning om te bouwen wordt aan de hand van de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 3.3.2 Gebruiksregels Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’. 3.3.3 Binnenplanse afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 3.3.1 en 3.3.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en mits wordt voldaan aan de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe beleidsregels.
3.3.4 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 3.4 specifieke gebruiksregels 3.4.1 strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het plaatsen of het geplaatst hebben van onderkomens; b. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; d. het opslaan of opgeslagen hebben van goederen, waarvan de aanwezigheid voor de agrarische bedrijfsvoering niet noodzakelijk is; e. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen, bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van agrarische produkten afkomstig van het op het betrokken bouwperceel gevestigde agrarische bedrijf; f.
het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van produkten afkomstig van het betrokken agrarische bedrijf; g. een uitsluitend of overwegend gebruik: 1. als tussenhandel voor agrarische produkten, toeristisch bedrijf en daarmee vergelijkbaar gebruik; 2. ten dienste van: de levering van goederen en/of diensten voor het agrarisch-, tuinbouw- en/of ander bedrijf. vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
3.4.2 Geluid en geur 3.4.2.1 Algemeen a. Aan de specifieke gebruiksregels geluid en geur voor inrichtingen bij een agrarisch bedrijf wordt voldaan door degene die de inrichting drijft. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels voor de inrichting; b. het is verboden een inrichting in gebruik te nemen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden; c. lid b is niet van toepassing op activiteiten die in het Activiteitenbesluit zijn aangewezen als type A-inrichtingen; d. een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: 1. de aanduiding van de activiteit; 2. het adres waarop de activiteit wordt verricht; 3. de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht; 4. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 5. de dagtekening; 6. een onderbouwing dat kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde regels voor geluid en geur; e. De geluid- en geurbelasting van een agrarisch bedrijf, die in strijd is met een daarvoor in dit bestemmingsplan gestelde regel en die aantoonbaar bestond op het moment van de inwerkingtreding van die regel, mag worden voortgezet. 3.4.2.2 Geluid a.
voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamhedenen activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat wordt voldaan aan de navolgende normen: Geluidruimte voor inrichtingen gelegen binnen de aanduiding Specifieke vorm van Agrarisch - Agrarisch bedrijf - geluidruimte zone 1 Specifieke vorm van Agrarisch Agrarisch bedrijf - geluidruimte zone 2 Specifieke vorm van Agrarisch - Agrarisch bedrijf - geluidruimte zone 3 Specifieke vorm van Agrarisch - Agrarisch bedrijf - geluidruimte zone 4
Afstand vanaf grens inrichting
07.00-19.00uur
19.00-23.00uur
23.00-07.00uur
30 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
50 meter
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. bij de toepassing van het bepaalde onder a en b wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied tussen de grens van de inrichting en de afstand van 30 of 50 meter vanaf die grens;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
d. de normen zijn niet van toepassing op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; e. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zone geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt. 3.4.2.3 Geur a. indien vanuit een inrichting emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt voldaan aan de navolgende normen voor toelaatbare geur: Geurruimte voor inrichtingen gelegen binnen de aanduiding: Specifieke vorm van Agrarisch - Agrarisch bedrijf geurruimte zone 1 Specifieke vorm van Agrarisch - Agrarisch bedrijf geurruimte zone 2 Specifieke vorm van Agrarisch - Agrarisch bedrijf geurruimte zone 3
Afstand vanaf grens inrichtin:
Als 98 percentiel:
Als 99,9 percentiel:
30 meter
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
50 meter
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
50 meter
1 ouE/m3 of 1*H=-1
4 ouE/m3 of 4*H=-1
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. de term H=-0,5 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -0,5. De term H=-1 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -1; d. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zonde geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt; 3.4.2.4 Afwijken van geluidnormen a. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 3.4.2.2 onder a; b. de vergunning wordt alleen verleend als: 1. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; 2. andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; 3. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad; c. het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften over de normen, die maximaal 10 dB(A) hoger zijn dan de waarden, genoemd in 3.4.2.2 onder a. 3.4.2.5 Afwijken van de geurnormen met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 3.4.2.3 onder a, deze vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b.
andere maatregelen mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; c. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
3.5 wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bij bedrijfsbeeindiging bevoegd om de agrarische bedrijfswoning te wijzigen in een 'plattelandswoning' indien kan worden aangetoond dat: a. sprake is van een goede ruimtelijke ordening; b. de wijziging op het moment van de aanvraag tot wijziging niet in strijd is met provinciaal of lokaal beleid.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 4
Bedrijf
4.1 bestemmingsomschrijving De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven; b. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg, indien en voorzover de gronden hiertoe zijn voorzien van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg'; c. onzelfstandige kantoorruimte verbonden aan de bedrijfsactiviteiten voor maximaal 30% van de brutobedrijfsvloeroppervlakte met een maximum van 2000 m², voor de bedrijfsbestemming gelegen aan de N 201 geldt een maximaal kantoorruimte verbonden aan de bedrijfsactiviteiten van 50 %; d. een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; met daaraan ondergeschikt: e. detailhandel; met de daarbij behorende: f. laad- en losvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. tuinen, erven en terreinen; i. een centraal logistiek systeem; j. nutsvoorzieningen k. groenvoorzieningen; l. geluidwerende voorzieningen; m. water en waterpartijen; n. wegen, straten en paden; 4.2 bouwregels 4.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van de in lid 4.1 genoemde gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. het bebouwd oppervlak mag 100% van het aangegeven bouwvlak bedragen; c. technische installaties op het dak mogen niet hoger zijn dan 5 meter en dienen minimaal 5 meter uit de dakrand te worden geplaatst d.
ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte', mag de bouwhoogte van een gebouw niet meer bedragen dan is aangeduid; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte', mag de goothoogte van een gebouw niet meer bedragen dan is aangeduid; 4.2.2 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van de in lid 4.1 sub d. genoemde bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. het gebouw mag uitsluitend binnen het bouwvlak met de aanduiding 'bedrijfswoning' worden gebouwd; b. per bedrijf mag ten hoogste één bedrijfswoning worden opgericht; c. de goot- en bouwhoogte mogen, tenzij anders aangeduid, niet meer bedragen dan respectievelijk 6 meter en 11 meter; d. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 650 m³ bedragen; e. de dakhelling van een bedrijfswoning mag niet meer dan 60° bedragen. Deze contouren gelden voor tenminste twee dakvlakken. 4.2.3 Bijbehorende bouwwerken vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. indien de gronden nader zijn aangeduid als 'bedrijfswoning', zijn bijgebouwen en overkappingen toegestaan; b. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 60 m²; c. indien de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum oppervlakte' mag de maximale oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen gezamenlijk afwijken van het gestelde onder c; d. de goot- en bouwhoogte van een bijgebouw mogen maximaal 3 meter en 4.50 meter bedragen; e. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 3 meter; f. de dakhelling van een bijgebouw mag niet meer dan 60° bedragen. 4.2.4 Ondergrondse bouwwerken Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken mogen gesitueerd worden zowel binnen als buiten het bouwvlak van de bedrijfswoning; b. de diepte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan één bouwlaag met een diepte (vrije hoogte) van 3 meter; c. voor zover gelegen buiten het bouwvlak gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte van de ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan 40% van de buiten het bouwvlak bestemde gronden met een maximum van 45 m²; 2.
voor gronden gelegen buiten het bouwvlak behorende bij de bestemming met een oppervlakte van 250 m² of meer mag de gezamenlijke oppervlakte van ondergrondse bouwwerken maximaal 75 m² bedragen; d. het realiseren van ondergrondse bouwwerken mag geen nadelige effecten hebben op de bodem- en waterhuishouding. Hiertoe dient de aanvrager (vooraf) een watervergunning aan te vragen bij de Waterbeheerder. 4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de hoogte van palen en (licht)masten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de hoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 4 meter bedragen. 4.2.6 In- en uitritten a. per perceel zijn maximaal twee in/uitritten toegestaan; b. de afstand van een in/uitrit tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 2 meter. 4.3 Parkeren en laden en lossen 4.3.1 Bouwregels a. De gronden zoals aangewezen in de bestemming mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede dat voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein. b.
Bij omgevingsvergunning om te bouwen wordt aan de hand van de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
4.3.2 Gebruiksregels Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’. 4.3.3 Binnenplanse afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 4.3.1 en 4.3.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en mits wordt voldaan aan de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe beleidsregels. 4.3.4 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.
4.4 Afwijken van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan een windturbine worden gerealiseerd met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. de windturbine mag geen hinder in de zin van geluid, slagschaduw en/of gevaar voor omwonenden veroorzaken; b. de landschappelijke inpasbaarheid in voldoende mate is gewaarborgd; c. de ashoogte van de windturbine mag niet meer bedragen dan 7 meter; d. de rotordiameter van de windturbine is maximaal 5 meter; e. de afstand van een windturbine tot de dichtsbijzijnde belendingen dient ten minste tweemaal de ashoogte te bedragen en de uiteinden van de rotor dienen ten minste 2 meter binnen de perceelsgrenzen blijven. 4.5 nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval, nadere eisen stellen aan: a. de situering van erfafscheidingen, voor zover dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke en functionele structuur ter plaatse, voor een verantwoorde stedenbouwkundige/landschappelijke inpassing en ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. de situering en omvang van onderdelen van het waterhuishoudingssyteem; c. (technische) voorzieningen in het kader van de externe veiligheid; d.
de situering en/of oriëntatie van gebouwen en (nood)uitgangen in het kader van de externe veiligheid; e. de uitvoering van gebouwen in het kader van de externe veiligheid.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
4.6 specifieke gebruiksregels 4.6.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande (bij)gebouwen voor bewoning, tenzij aangeduid als bedrijfswoning; b. het gebruik van gebouwen voor meer dan 30% voor kantoordoeleinden verbonden aan de bedrijfsactiviteiten met een maximum brutobedrijfsvloeroppervlakte van 2000 m² en voor alle kantooractiviteiten niet verbonden aan een bedrijfsactiviteit; c. het gebruik van gebouwen voor meer dan 50% voor kantoordoeleinden verbonden aan de bedrijfsactiviteiten met een maximum brutobedrijfsvloeroppervlakte van 2000 m² en voor alle kantooractiviteiten niet verbonden aan een bedrijfsactiviteit, alleen geldend voor de bouwstrook ten zuiden van het plangebied langs de N201; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van zelfstandige detailhandel; e. het gebruik van gronden t.b.v. de horeca; f. het gebruik van gronden t.b.v. maatschappelijke voorzieningen; g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; h.
het gebruik van de gronden als opslag-, stort- of bergplaats voor puin of afvalstoffen, voor zover dit niet betrekking heeft op geringe hoeveelheden afvalstoffen die afkomstig zijn van het onderhoud van de in het plan begrepen gronden dan wel puin en/of afvalstoffen die verband houden met de verwerkelijking van de bestemming; 4.6.2 Geluid en geur 4.6.2.1 Algemeen a. Aan de specifieke gebruiksregels geluid en geur voor inrichtingen bij een bedrijf wordt voldaan door degene die de inrichting drijft. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels voor de inrichting; b. het is verboden een inrichting in gebruik te nemen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden; c. lid b is niet van toepassing op activiteiten die in het Activiteitenbesluit zijn aangewezen als type A-inrichtingen; d. een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: 1. de aanduiding van de activiteit; 2. het adres waarop de activiteit wordt verricht; 3. de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht; 4. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 5. de dagtekening; 6. een onderbouwing dat kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde regels voor geluid en geur; e.
De geluid- en geurbelasting van een bedrijf, die in strijd is met een daarvoor in dit bestemmingsplan gestelde regel en die aantoonbaar bestond op het moment van de inwerkingtreding van die regel, mag worden voortgezet. 4.6.2.2 Geluid a. voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamhedenen activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat wordt voldaan aan de navolgende normen:
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Geluidruimte voor inrichtingen gelegen binnen de aanduiding Specifieke vorm van bedrijf - geluidruimte zone 1 Specifieke vorm van bedrijf - geluidruimte zone 2 Specifieke vorm van bedrijf - geluidruimte zone 3 Specifieke vorm van bedrijf - geluidruimte zone 4
Afstand vanaf grens inrichting
07.00-19.00uur
19.00-23.00uur
23.00-07.00uur
30 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
50 meter
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. bij de toepassing van het bepaalde onder a en b wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied tussen de grens van de inrichting en de afstand van 30 of 50 meter vanaf die grens; d. de normen zijn niet van toepassing op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; e. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zone geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt. 4.6.2.3 Geur a. indien vanuit een inrichting emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt voldaan aan de navolgende normen voor toelaatbare geur: Geurruimte voor inrichtingen gelegen binnen de aanduiding: Specifieke vorm van bedrijf geurruimte zone 1 Specifieke vorm van bedrijf geurruimte zone 2 Specifieke vorm van bedrijf geurruimte zone 3
Afstand vanaf grens inrichtin:
Als 98 percentiel:
Als 99,9 percentiel:
30 meter
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
50 meter
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
50 meter
1 ouE/m3 of 1*H=-1
4 ouE/m3 of 4*H=-1
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. de term H=-0,5 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -0,5. De term H=-1 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -1; d. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zonde geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt;
4.6.2.4 Afwijken van geluidnormen a. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 4.6.2.2 onder a; vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
b. de vergunning wordt alleen verleend als: 1. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; 2. andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; 3. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad; c. het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften over de normen, die maximaal 10 dB(A) hoger zijn dan de waarden, genoemd in 4.6.2.2 onder a. 4.6.2.5 Afwijken van de geurnormen met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 4.6.2.3 onder a, deze vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b. andere maatregelen mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; c. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 5
Bedrijventerrein
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven; b. onzelfstandige kantoorfuncties, met dien verstande dat niet meer dan 30%, maar in ieder geval niet meer dan 2000 m2 van het brutovloeroppervlak per bedrijf gebruikt mag worden ten behoeve van onzelfstandige kantoorfunctie; c. automobielbedrijven; d. uitsluitend een gemeentewerf en afvalbrengstation ter plaatse van de aanduiding 'gemeentewerf-afvalbrengstation'; e. ontsluitingswegen, erftoegangswegen en fiets- en voetpaden; f. parkeervoorzieningen; g. groenvoorzieningen; h. geluidwerende voorzieningen; i. nutsvoorzieningen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met de daarbij behorende: k. gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en verhardingen; met daaraan ondergeschikt: l. horeca categorie 1 en horeca categorie 2 ten dienste van de bestemming; binnen de bestemming zijn uitgesloten: m. IPPC-activiteiten in de zin van de Richtlijn industriële emissies (RIE); n. activiteiten in de zin van het Bevi; o. activiteiten in de zin van de Wet geluidhinder; p. milieuvergunningplichtige activiteiten die tevens MER-(beoordelings)plichtig zijn in de zin van het Besluit milieueffectrapportage; q. datacenters.
5.2 Bouwregels Ter plaatse van de in deze bestemming bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de bestemming met inachtneming van de volgende regels. 5.2.1 Gebouwen en percelen Ten aanzien van het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. het bouwen van gebouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het bebouwingspercentage van het op het bouwperceel gelegen bouwvlak mag niet meer bedragen dan 70%; c. de afstand van een gebouw tot een perceelsgrens moet minimaal 3 meter bedragen; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; e. indien sprake is van een kap, mag de goothoogte niet meer bedragen dan is aangeduid op de verbeelding; f. het maximaal oppervlak van een bouwperceel is 25.000 m2; g. een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 1' uitsluitend verleend indien de capaciteit van de Zijdelweg is verruimd door wegverbreding en/of rotonde-aanpassing; h. een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 2' uitsluitend verleend indien de aanleg van vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
de beoogde groenstructuur binnen de bestemming Groen ten zuiden van deze bestemming is gerealiseerd; Voor gebouwen en percelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 3 gelden aanvullend de volgende regels: i. gebouwen dienen met tenminste 70% van de breedte van de voorgevel te worden gebouwd op de naar de N201 of de openbare weg gekeerde grens van het bouwvlak; j. de breedte van de voorgevel bedraagt minimaal 70% van de breedte van het bouwperceel; k. in afwijking van het bepaalde onder i. mag de onderste bouwlaag maximaal 2 meter achter de grens van het bouwvlak worden gebouwd indien tenminste één deel van de constructie boven de onderste bouwlaag wél op de grens van het bouwvlak wordt gerealiseerd; l. de minimale breedte van bouwpercelen bedraagt 60 meter; m. de minimale bouwhoogte bedraagt 7 meter. Voor gebouwen en percelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 4' gelden aanvullend de volgende regels: n. gebouwen dienen met tenminste 70% van de breedte van de voorgevel te worden gebouwd op de naar de openbare weg of waterpartij gekeerde grens van het bouwvlak; o. de breedte van de voorgevel bedraagt minimaal 70% van de breedte van het bouwperceel; p.
de maximale breedte van bouwpercelen bedraagt 80 meter; Voor gebouwen en percelen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 5' gelden aanvullend de volgende regels: q. gebouwen dienen met tenminste 50% van de breedte van de gevel te worden gebouwd in op de naar de Zijdelweg gekeerde grens van het bouwvlak; r. de maximale breedte van bouwpercelen bedraagt 80 meter; s. de ontsluiting van bouwpercelen vindt uitsluitend plaats vanaf de westzijde van het bestemmingsvlak naar het aanpalende bestemmingsvlak met de bestemming Verkeer; t. de afstand van een gebouw tot de bestemmingsgrens van de bestemming Bedrijf dient tenminste 6 meter te bedragen; 5.2.2 Bedrijfswoningen Bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. 5.2.3 Nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag maximaal 3 meter bedragen; b. de maximale inhoud van overige nutsvoorzieningen mag per gebouw niet meer bedragen dan 90 m3 . 5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden opgericht, met uitzondering van palen en masten en terrein- en erfafscheidingen; b.
de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen mag voor de voorgevel niet meer bedragen dan 1 meter; c. de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen mag achter de voorgevel niet meer bedragen dan 2 meter; vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
d. erf- of terreinafscheidingen voor de voorgevel dienen evenwijdig aan of op de voorste perceelsgrens gebouwd te worden; e. de bouwhoogte van palen en masten is maximaal 10 meter; f. de bouwhoogte van overkappingen bij bedrijfsgebouwen is maximaal 6 meter; g. de bouwhoogte van silo's is maximaal 15 meter; h. de bouwhoogte van telecommasten is maximaal 20 meter; i. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de bliksemafleiding is maximaal 25 meter; j. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde is maximaal 4 meter; 5.2.5 Beleidsregels Een omgevingsvergunning voor het bouwen, het uitbreiden en het wijzigen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt slechts verleend, indien tevens: a. in voldoende mate een bijdrage wordt geleverd aan verduurzaming van de fysieke leefomgeving; of hiervan sprake is wordt getoetst op basis van criteria voor duurzaambouwen, energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit en het voorkomen van hittestress zoals is vastgelegd in de beleidsregels 'Leidraad Duurzaam Bouwen en Gebiedsontwikkeling BTAZ', zoals die op het moment van de indiening van de aanvraag gelden; b.
in voldoende mate een bijdrage wordt geleverd aan een goede ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit; of hiervan sprake is wordt getoetst op basis van de regels voor het uiterlijk van bouwwerken en inrichting zoals opgenomen in de beleidsregels 'Beeldkwaliteitsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid', zoals die op het moment van de indiening van de aanvraag gelden; 5.2.6 Verkeer a. Na in werking treding van het bestemmingsplan zal het college van burgemeester en wethouders een jaarlijkse monitoring van de verkeerssituatie op de Zijdelweg uitvoeren dat wordt afgerond met een verslag. In dit verslag wordt aangegeven of de resultaten aanleiding geven tot verkeersmaatregelen in het volgende jaar; b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Bedrijventerrein - 1' kunnen omgevingsvergunningen voor het bouwen worden verleend mits er met in achtneming van het onder a benoemde verslag is aangetoond dat geen belemmeringen optreden op de verkeersafwikkeling op de wegvakken en kruispunten op het omliggende wegennet; c. Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder a en b van dit lid zodra een afdoende wegreconstructie van de Zijdelweg is voltooid. 5.3 Parkeren en laden en lossen 5.3.1 Bouwregels a.
De gronden zoals aangewezen in de bestemming mogen slechts worden bebouwd onder de voorwaarde dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede dat voor het laden en lossen van goederen voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein. b. Bij omgevingsvergunning om te bouwen wordt aan de hand van de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ bepaald of sprake is van voldoende parkeergelegenheid met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels worden gewijzigd, aan de hand van die nieuwe beleidsregels wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. 5.3.2 Gebruiksregels
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Als gebruik in strijd met het bestemmingsplan geldt het (veranderen van het) gebruik van gronden of bouwwerken, indien niet in voldoende mate parkeergelegenheid op eigen terrein wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden, alsmede voor het laden en lossen van goederen niet voldoende voorzieningen worden getroffen op eigen terrein, een en ander volgens de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’. 5.3.3 Binnenplanse afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 5.3.1 en 5.3.2 indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit en mits wordt voldaan aan de ‘Nota Parkeernormen Amstelveen’ met dien verstande dat indien de hiervoor genoemde beleidsregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, voldaan moet worden aan die nieuwe beleidsregels. 5.3.4 Nadere eisen parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval, nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b. de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden.
5.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen in incidentele gevallen, indien de vergunningaanvraag daar aanleiding toe geeft, met het oog op een goede planologische inpassing van het bouwplan in het concrete geval nadere eisen stellen met betrekking tot de situering en maatvoering van de in lid 5.2 genoemde gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, indien en voor zover dit noodzakelijk is voor: a. de ruimtelijke samenhang met de overige bebouwing in overeenstemming met de bepalingen onder 5.2.5; b. milieuhygiënische redenen; c. de sociale veiligheid; d. het aanwezige woon- en leefklimaat; e. de verkeersveiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.5 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van: a. het bepaalde in lid 5.2.1 onder b voor een groter bebouwingspercentage, mits: 1. het bebouwingspercentage niet meer bedraagt dan 80%; 2. rekening gehouden wordt met het bepaalde in lid 5.2.5; b. het bepaalde in lid 5.2.4 onder a voor een hogere bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn tot 2 meter mits hierbij rekening wordt gehouden met het bepaalde in lid 5.2.5 d. het bepaalde onder 5.2.1 onder f voor grotere bouwpercelen tot 40.000 m2 indien geen sprake is van distributie- en transportbedrijven en de ontwikkeling past binnen het bepaalde onder 5.2.5; e.
het bepaalde onder 5.2.1 onder c indien kan worden aangetoond dat een kortere afstand van het gebouw tot de perceelsgrens in overeenstemming is met het bepaalde onder 5.2.5 en brandweereisen;
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
5.6 Specifieke gebruiksregels 5.6.1 Strijdig gebruik Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming waaronder in ieder geval wordt begrepen het gebruik: a. van een aansluiting op een voorziening voor-, en/of het gebruik van-, aardgas, olie of overige fossiele brandstoffen met uitzondering van gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - emissie toegestaan'; b. als datacenter; c. als seksinrichting; d. ten behoeve van een internetwinkel; e. ten behoeve van een verkooppunt van motorbrandstoffen waarbij ook lpg, lng, cng en/of waterstof verkocht mag worden; f. ten behoeve van de opslag van meer dan 10.000 kilogram consumentenvuurwerk; g. ten behoeve van buitenopslag, indien: 1. deze opslag hoger is dan 4 meter; 2. deze opslag gelegen is vóór de achtergevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; 3. deze opslag is gelegen binnen 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens; h. ten behoeve van de uitstalling van motorvoertuigen ten behoeve van de verkoop, indien: 1. deze uitstalling gelegen is vóór de achtergevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; 2. deze uitstalling is gelegen binnen 2 meter van de zijdelingse perceelsgrens. 5.6.2 Geluid en geur 5.6.2.1 Algemeen a.
Aan de specifieke gebruiksregels geluid en geur voor inrichtingen op een bedrijventerrein wordt voldaan door degene die de inrichting drijft. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels voor de inrichting; b. het is verboden een inrichting in gebruik te nemen zonder dit ten minste vier weken voor het begin ervan te melden; c. lid b is niet van toepassing op activiteiten die in het Activiteitenbesluit zijn aangewezen als type A-inrichtingen; d. een melding wordt ondertekend en bevat ten minste: 1. de aanduiding van de activiteit; 2. het adres waarop de activiteit wordt verricht; 3. de begrenzing van de locatie waar de activiteit wordt verricht; 4. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; 5. de dagtekening; 6. een onderbouwing dat kan worden voldaan aan de van toepassing zijnde regels voor geluid en geur; 5.6.2.2 Geluid a. voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamhedenen activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat wordt voldaan aan de navolgende normen:
Geluidruimte voor inrichtingen gelegen
Afstand vanaf grens inrichting
07.00-19.00uur
19.00-23.00uur
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
23.00-07.00uur
binnen de aanduiding Specifieke vorm van bedrijventerrein geluidruimte zone 1 Specifieke vorm van bedrijventerrein geluidruimte zone 2 Specifieke vorm van bedrijventerrein geluidruimte zone 3 Specifieke vorm van bedrijventerrein geluidruimte zone 4
30 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
50 meter
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
50 meter
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. bij de toepassing van het bepaalde onder a en b wordt geen rekening gehouden met het effect van bebouwing die aanwezig is in het gebied tussen de grens van de inrichting en de afstand van 30 of 50 meter vanaf die grens; d. de normen zijn niet van toepassing op incidentele bedrijfssituaties als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai; e. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zone geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt. 5.6.2.3 Geur a. indien vanuit een inrichting emissies naar de lucht plaatsvinden, wordt voldaan aan de navolgende normen voor toelaatbare geur: Geurruimte voor inrichtingen gelegen binnen de aanduiding: Specifieke vorm van bedrijventerrein - geurruimte zone 1 Specifieke vorm van bedrijventerrein - geurruimte zone 2 Specifieke vorm van bedrijventerrein - geurruimte zone 3
Afstand vanaf grens inrichtin:
Als 98 percentiel:
Als 99,9 percentiel:
30 meter
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
50 meter
0,5 ouE/m3 of H=-0,5
2 ouE/m3 of 4*H=-0,5
50 meter
1 ouE/m3 of 1*H=-1
4 ouE/m3 of 4*H=-1
b. de normen gelden op de in de tabel vermelde afstand van 30 of 50 meter vanaf de grens van de inrichting; c. de term H=-0,5 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -0,5. De term H=-1 is gelijk aan een (uurgemiddelde) geurconcentratie in ouE/m3 die overeenkomt met een hedonische waarde van -1; d. als de inrichting in meer dan één zone als bedoeld in lid a ligt, geldt de voor de betreffende zonde geldende norm voor de gehele inrichting, waarbij de norm bij de grootste afstand telt; 5.6.2.4 Afwijken van geluidnormen a. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 5.6.2.2 onder a; b. de vergunning wordt alleen verleend als:
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
1. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; 2. andere maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; 3. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad; c. het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften over de normen, die maximaal 10 dB(A) hoger zijn dan de waarden, genoemd in 5.6.2.2 onder a. 5.6.2.5 Afwijken van de geurnormen met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de normen in 5.6.2.3 onder a, deze vergunning wordt alleen verleend als: a. onevenredig ingrijpende maatregelen nodig zijn om te voldoen aan de normen; b. andere maatregelen mogelijk zijn om de geurbelasting zoveel mogelijk te verminderen: die andere maatregelen wel worden getroffen; c. derden niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. 5.7 Afwijken van de gebruiksregels Het bevoegd gezag is bevoegd om af te wijken van: a. lid 5.6.1 onder d voor de vestiging van internetwinkels waar alleen een elektronische transactie tot stand komt en/of een een internetwinkel met alleen een opslag– en verzendfunctie, mits: 1. het pand blijft voldoen aan het Bouwbesluit en de Bouwverordening; 2. de internetwinkel qua aard, omvang en ruimtelijke uitstraling past in de omgeving; 3.
geen vergunning- en/of meldingsplicht op grond van de Wet milieubeheer en/of andere milieuwetgeving van toepassing is; 4. geen verkoop van goederen vanuit het pand en uitstallen van goederen plaatsvindt; 5. geen inloop- en kijkdagen worden gehouden; 6. de levering van goederen niet leidt tot onveilige verkeerssituaties; 7. er rekening wordt gehouden met het bepaalde in lid 5.2.5 b. lid 5.6.1 onder e ten behoeve van het toestaan van verkooppunt van motorbrandstoffen waarbij ook lpg, lng, cng en/of waterstof verkocht mag worden, met dien verstande dat de risicocontouren als gevolg van de inrichting binnen de grenzen van de inrichting zijn gelegen, dan wel dat door middel van een onderzoek is aangetoond dat er als gevolg van de ontwikkeling geen toename ontstaat van de externe veiligheidsrisico's; c. lid 5.6.1 onder g onder 1 ten behoeve van het toestaan van een hogere hoogte van buitenopslag tot maximaal 6 meter, met dien verstande dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de milieusituatie; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; 4.
de brandveiligheid; 5.8 Wijzigingsbevoegdheid 5.8.1 Wijziging bevi-inrichting Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Bedrijventerrein te wijzigen en een Bevi-inrichting toe te staan, mits middels een extern veiligheidsonderzoek is aangetoond dat het externe veiligheidsrisico buiten de inrichtingsgrenzen niet toeneemt.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 6
Groen
6.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: b. parkeervoorzieningen; c. in- en uitritten voor naastgelegen bedrijven; d. fiets-, voet en ruiterpaden; e. speelvoorzieningen; f. water, waterlopen en waterpartijen; g. nutsvoorzieningen; h. bruggen; i. geluidwerende voorzieningen; j. geluidwal ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal', met een minimale lengte van 46 meter, een minimale breedte van 4 meter en een minimale hoogte van 2 meter; met de daarbij behorende: k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2 bouwregels 6.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van kunstwerken en kunstobjecten mogen niet meer bedragen dan 6 meter; b. de hoogte van palen en masten mag niet meer bedragen dan 10 meter; c. de hoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter. 6.3 specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a.
in tegenstelling tot het bepaalde onder 6.1 onder b en c zijn ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van Groen - 1' geen parkeervoorzieningen en in- of uitritten toegestaan; b. het gebruik van gronden als opslag-, stort- of bergplaats van al dan niet afgedankte voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het gebruik van gronden als staan- of ligplaats, alsmede kampeerterrein; d. het gebruik van gronden voor het beproeven van voer- of vaartuigen, voor het beoefenen van auto- of motorsport of de (model) vliegsport en voor het houden wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; e. het gebruik van gronden voor sport- of wedstrijdterrein, parkeerterrein, landingsplaats, dagcamping dan wel voor de ruitersport.
vastgesteld regels Chw bestemmingsplan Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) pagina
Artikel 7
Horeca
7.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Horeca' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Horeca in de categorie 2; a. gebouwen ten behoeve van horecavoorzieningen; met de daarbij behorende: b. bouwwerken geen gebouwen zijnde; c. terrassen; d. speelvoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. ontsluitingswegen en andere verhardingen; f. groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. 7.2 bouwregels 7.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd; b. de maximale bouwhoogte is 6 meter; 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. 6 meter voor palen en masten met uitzondering van 1 reclamemast die een maximale hoogte mag hebben van 15 meter; c. 3 meter voor overige bouwwerken. 7.3 Parkeren en laden en lossen 7.3.1 Bouwregels a.