3. Toelichting Kostverlorenweg 12
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 27 van 43
ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen wordt in de regels verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernorm Amstelveen 2021'. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren). In een planregel dient dan tot uitdrukking te worden gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit mag een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat ten alle tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus hangende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk. Hierdoor kan elk initiatief waarvoor een omgevingsvergunning wordt ingediend getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen en verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten. De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover zij van invloed zijn op het parkeren.
Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. Indien voor projecten in het voortraject normen zijn vastgesteld in het programma van eisen van deze projecten wordt aan deze normen vastgehouden. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een vrijstaande woning en een bijgebouw op een ruim perceel. Deze woning komt in plaats van een dierenpension en een dienstwoning. Het bebouwde oppervlakte neemt af. Er is voldoende parkeercapaciteit op eigen terrein. 6.4.3 Woonagenda 2020-2023 De Woonagenda 20202023 is door de gemeenteraad op 12 februari 2020 vastgesteld. Om aan de vraag van de grote woningbouwopgave te voldoen moeten er naar verwachting ongeveer 10.000 woningen worden toegevoegd. Er is een tekort aan woningen in de vrije sector (hoog en laag), middeldure koop (hoog en laag) en er zijn lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen. Er is ook een toename aan eenpersoonshuishoudens en er zijn veel jonge mensen die moeizaam aan hun eerste huis kunnen komen.
Door ambulantisering en extramuralisering van de zorg gaan mensen weer zelfstandig woning of blijven juist langer thuis wonen. De visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet worden beschreven in Woonagenda 20202023. Het doel is om de druk op de Amstelveense woningmarkt te verlichten, zodat de stad Amstelveen een stad blijft voor jong en oud. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling betreft de transformatie van een dierenopvang, die niet meer in gebruik is. Deze dierenopvang met dienstwoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Hiermee wordt de beperkte ruimte gebruikt voor wonen. De beoogde ontwikkeling is in lijn met het woonbeleid van Amstelveen. 6.4.4 Erfgoednota Amstelveen Op 28 september 2016 is de Erfgoednota vastgesteld door de gemeenteraad. Met de vaststelling van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 en het vervallen van de Monumentenwet Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 28 van 43
moest de gemeentelijke Erfgoedverordening geactualiseerd worden. Beleidsstukken van het Amstelveens erfgoed waren versnipperd en moeilijk vindbaar. Met de Erfgoednota is het gehele erfgoedbeleid weer actueel en overzichtelijk gebundeld. In deze Erfgoednota beschrijft de gemeente de ambitie en de visie van de gemeente op de omgang met haar culturele erfgoed, vervolgens de historische groei en de wijkopbouw tot het aanwezige waardevolle culturele erfgoed en als laatste de middelen die we ter beschikking hebben om onze visie en ambitie waar te maken. Met cultureel erfgoed bedoelen we in deze nota het fysieke, veelal gebouwde en/of ontworpen erfgoed binnen de ruimtelijke omgeving. Dat kunnen zowel aangewezen monumenten zijn, als wel objecten, landschappen of structuren met cultuurhistorische waarde. Doorwerking plangebied Binnen het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5' opgenomen. Dit betekend dat er een lage verwachting is dat er in het plangebied archeologische vondsten worden gedaan. In paragraaf 7.3 wordt nader ingegaan op de archeologische waarde.
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 29 van 43
HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSKWALITEIT 7.1 Bodem Wettelijk- en Beleidskader Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen verontreiniging gericht, maar in principe tegen elke aantasting die het gebruik benadeeld. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico optreden, is in Amstelveen bereikt. Het tweede spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet Milieubeheer vormt hiervoor de basis. Het derde spoor is het ruimtelijke spoor (Wro en Bro) dat tot doel heeft te komen tot een ‘goede ruimtelijke ordening'. Dit gebeurt door nieuwe gebruiksfunctie (bv. wonen) alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit. Als ijkpunt kunnen de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit worden toegepast. Bij bestaand bodemgebruik worden natuurlijk momenten aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren.
In gebieden met intensief bodemgebruik is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken. Het Besluit bodemkwaliteit (Bkk) biedt dan de mogelijkheid om op projectniveau af te wijken van de generieke normen, mits op gebiedsniveau de kwaliteit niet verminderd en dit beleid door lokaal bestuur wordt vastgesteld. In Amstelveen is wel gebiedspecifiek beleid opgenomen in de Nota bodembeheer (2013), maar er zijn geen regels opgenomen die het bestemmen van gebruiksfuncties beperken. Daar is ook weinig aanleiding voor, omdat de chemische bodemkwaliteit over het algemeen geen knelpunt vormt voor bestaand en toekomstig bodemgebruik. De 3 sporen komen te zijner tijd samen in de Omgevingswet. De uitgangspunten van de Nota bodembeheer worden dan vertaald in de omgevingsvisie en resp. omgevingsplannen. Provinciale milieuverordening De provincie beschermt aardkundig interessante gebieden, 'aardkundige waarden', die iets vertellen over manier waarop het landschap is ontstaan. Ze vormen ons aardkundig erfgoed. In de praktijk betekent dit dat alleen grond mag worden toegepast die voldoet aan de bodemchemische normen en die bodemfysisch vergelijkbaar is met de in het toepassingsgebied voorkomende grondsoort. Dit is vastgelegd in de Provinciale milieuverordening.
Doorwerking plangebied In 2023 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door BK ingenieurs ter plaatse op de Kostverlorenweg 12. Dit onderzoek heeft drie verschillende doelen: Het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit op de locatie. Het bepalen van de indicatieve hergebruiksmogelijkheden van de grond. De hergebruiksmogelijkheden van de grond dienen als indicatief te worden beschouwd, het betreft geen onderzoek conform Besluit bodemkwaliteit. Het vaststellen van de voorlopige veiligheidsklassen voor het werken in de bodem. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 1 van dit bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat er ter plaatse van de Kostverlorenweg 12 geen ernstige bodemverontreinigingen
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 30 van 43
voorkomen en dat sanering dus niet noodzakelijk is. Het aspect bodem staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
7.2 Water Beleidsdoelen water Het doel van waterbeheer in Nederland bestaat van oudsher uit het beschermen tegen overstromingen en het ontwateren van laaggelegen gebieden. Door de klimaatverandering is nieuw beleid gemaakt voor deze taken van veiligheid en peilbeheer. Dit vereist mogelijk ruimte vanwege de versterking en verbreding van dijken en waterkerende werken of voor extra waterberging. Een ander doel betreft het zorgen voor schoon en gezond water. Voor schoon water is een goed functionerend watersysteem vereist met voldoende volume en doorstroming. Een ecologische oeverinrichting is wenselijk, maar legt beslag op de ruimte. Grondwater wordt volop benut voor de productie van drinkwater. De laatste jaren ontwikkelt het grondwater zich tot een bron en/of opslagmedium voor warmte. Dit vormt een bijdrage aan de beperking van het gebruik van fossiele brandstoffen. Efficiëntie van benutting is een van de redenen voor ruimtelijke ordening van de ondergrond. Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EGkaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving, de Waterwet.
De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysischchemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Waterplan Het Nationaal Waterplan 20222027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan 20162021. Het NWP werkt in de geest van de Omgevingswet. Het doel van het NWP is toekomstbestendig water in Nederland voor de periode 20222027 en verder. Daarbij wordt gewerkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Het NWP beschrijft de nationale beleids en beheerdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoetwater & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van rijkswateren. Denk aan het omgaan met droogte, onze dijken, en het borgen van de drinkwatervoorziening en de bevaarbaarheid van onze rivieren en kanalen. Regionaal Waterprogramma Noord-Holland 2022-2027 Op 31 januari 2022 is het Regionaal Waterprogramma NoordHolland 20222027 vastgesteld door de Provinciale Staten. Met dit programma wordt invulling gegeven aan het waterbeleid in de Omgevingsvisie NH 2050 voor zover het uitvoering van Europese richtlijnen over water betreft.
Een goede waterkwaliteit, duurzaam voorraadbeheer en bescherming tegen overstroming zijn de centrale elementen van het programma. Voor de deelprogramma's oppervlaktewater, grondwater en overstromingsrisico's is uitgewerkt welke doelen de provincie wil bereiken en hoe hieraan een bijdrage wordt geleverd met een breed pakket aan maatregelen. Daarbij wordt extra aandacht besteed aan natuurgebieden, drinkwatervoorzieningen en zwemwateren, die volgens Europese richtlijnen worden beschermd vanwege de specifieke eisen die hier gelden. Waterschapsbeleid In het Waterbeheerplan 20222027 beschrijft het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht wensbeelden per thema voor 2030 en daaruit afgeleid doelen voor de planperiode
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 31 van 43
20222027 op hoofdlijnen. Hierin staat wat het waterschap doet aan veiligheid, de beschikbaarheid van voldoende en schoon water, en aan efficiënte zuivering van afvalwater. Ook zet het waterschap zich in voor het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en de natuur. Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en 'robuust' (toekomstbestendig) watersysteem. Het waterschap wil open en toegankelijk zijn, actief naar samenwerking zoeken en de dialoog aangaan. De strategische uitgangspunten voor de langere termijn (2030) zijn: Samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit; Een klimaatbestendig en daarmee waterrobuust gebied; Steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; Een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; Water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; Gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; Gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; Vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit voor burgers en bedrijven; Afstemming over alle watertaken per stroomgebied; Behoud van de zelfstandige bevoegdheid. Tevens is de Keur van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht van toepassing.
Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap een vergunning te worden aangevraagd op basis van de Keur. Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de Keur. Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd. Gemeentelijk rioleringsplan (GRP) 2021-2026 Vanuit de Wet milieubeheer en de Waterwet heeft de gemeente een verbrede zorgplicht voor afvalwater, voor hemelwater en voor grondwater. De functie van riolering is het beschermen van de volksgezondheid door het inzamelen en afvoeren van afvalwater, het tegengaan van wateroverlast en het beschermen van het milieu. In het gemeentelijk rioleringsplan wordt uiteengezet hoe deze zorg wordt ingevuld.
Doorwerking plangebied Bodem en grondwater Het projectgebied is niet gelegen in een waterwingebied of in een grondwaterbeschermingsgebied. De bodem van het plangebied bestaat uit moerige eerdgronden met een moerige bovengrond of moerige tussenlaag op nietgerijpte zwavel of klei, volgens de 'Bodemkaart van Nederland'. Er is sprake van grondwatertrap lb. Dit betekent dat de hoogste grondwaterstand (GHG) 18 centimeter onder maaiveld ligt. De gemiddelde laagste grondwaterstand (GLG) is 68 centimeter. Het maaiveld ligt op circa 4,5 meter van het NAP. Waterkwantiteit- en kwaliteit Binnen het plangebied zijn geen watergangen aanwezig. Ook bevindt het plangebied zich niet in beschermingszones van watergangen, zoals te zien is in onderstaande afbeelding 10.
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 32 van 43
Met de beoogde ontwikkeling neemt de verharding af van circa 530 m2 naar circa 285 m2. Compensatie conform de Keur is daarom niet noodzakelijk. Veiligheid en waterkeringen Het plangebied bevindt zich niet in de kernzone van een waterkering. Wel bevindt het zich in de beschermingszone van een waterkering, zoals is te zien in afbeelding 10. Het betreft hier de binnenkant van de waterkering.
Figuur 10: Uitsnede legger Amstel, Gooi en Vecht Afvalwaterketen en riolering De bestaande bebouwing is aangesloten op het gemeentelijk gemengd rioolstelsel. Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in)filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. Waterbeheer Vanwege de ligging van het plangebied in de beschermingszone van de waterkering dient een ontheffing aangevraagd te worden bij het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht op grond van de Keur. Op 9 mei 2023 is deze watervergunning verleend.
7.3 Archeologie Wet op de archeologische monumentenzorg De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de archeologie in Nederland. Onderdelen van de voormalige Monumentenwet over Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 33 van 43
archeologie worden overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen) en de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten. Dit houdt in dat de gemeente bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan moet onderzoeken of de grond een archeologische waarde of verwachting bezit. In het bestemmingsplan kunnen archeologische voorschriften worden opgenomen wanneer de gemeente de grond bestemd heeft als archeologisch waardevol of onderzoeksgebied De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta) uit 1992. Dit gaat uit van de bescherming van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Om dat doel te bereiken moet de wetgever het archeologisch erfgoed betrekken bij de ruimtelijke ordening. Tevens dient de financiering van het archeologisch onderzoek en het behoud in de bodem te worden geregeld. Kern van de wet is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrenzen. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden.
Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt”, dat ervan uitgaat dat de aanvrager van een omgevingsvergunning en een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten zelf de kosten moet dragen voor het voldoen aan de archeologische voorschriften, worden meer archeologische resten in situ behouden. Het principe dat de veroorzaker betaalt geldt uitsluitend wanneer de wet uitdrukkelijk bepaalt dat er een archeologisch voorschrift aan de vergunning kan worden verbonden. De volgende archeologische voorschriften worden in de wet genoemd: <0000> Het treffen van maatregelen waardoor de archeologische resten in situ behouden blijven; <0000> De verplichting tot het doen van opgravingen; <0000> Het werk laten begeleiden door een deskundige. Het rijk is het bevoegd gezag bij toevalsvondsten, waarvan sprake is wanneer er bij werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen (paragraaf 5.4 Erfgoedwet). Vondsten met archeologische waarde dienen te worden aangegeven bij het provinciaal depot voor archeologie van de provincie NoordHolland. Archeologiebeleid gemeente Amstelveen De gemeente Amstelveen heeft in 2008 archeologisch beleid vastgesteld. Hiertoe is een archeologische verwachtingskaart opgesteld.
Op deze kaart zijn in verschillende gradaties de verwachte archeologische waarden opgenomen, waaraan criteria met betrekking tot oppervlakte en diepte van bodemverstoring zijn verbonden. In 2016 is het archeologisch beleid, en de daarbij behorende archeologische verwachtingskaart geactualiseerd. Dit geactualiseerde beleid zal door een paraplubestemmingsplan gemeentebreed worden verankerd. De gebieden met de hoogste verwachting zijn vermeld als ‘AMKterrein’ (Archeologische Monumentenkaart) of als ‘historische kern’. Dit zijn de op kaart paars gekleurde gebieden (Amsterdamseweg, oude dorp, bestaande en voormalige buitenplaatsen langs de Amstel en locaties van voormalige molens en posten Linie van Krayenhoff). Hiervoor geldt dat bij bodemverstoringen van meer dan 50 m2 een archeologisch onderzoek dient te worden gestart. In de zones waar ‘historische bebouwing’ heeft plaatsgevonden (Amsterdamseweg, Handweg, Legmeerdijk, Bovenkerkerweg en de Amsteldijk) geldt verplicht archeologisch onderzoek bij bodemverstoringen groter dan 100 m2. De zone van het onverveend bovenland (gebied ten westen van de Amsteldijk, groot loopveld (tracé ten zuiden van de A9) en het onverveende gebied in het noordwesten van Amstelveen) heeft een middelhoge verwachtingswaarde. Hiervoor geldt dat bij Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 34 van 43
bodemverstoringen van meer dan 1.000 m2 een archeologisch onderzoek dient te worden gestart. Tot deze categorie van middelhoge archeologische verwachtingswaarde behoren ook de getijinversieruggen, die liggen in de Bovenkerkerpolder en de Noorderlegmeerpolder. Hiervoor geldt dat bij bodemverstoringen van meer dan 5.000 m2 een archeologisch onderzoek dient te worden gestart. Het overgrote deel van Amstelveen bestaat uit verveend, drooggemaakt of met zand opgespoten gebied. Binnen dit gebied geldt een lage archeologische verwachtingswaarde. Hiervoor geldt dat bij bodemverstoringen van meer dan 10.000 m2 een archeologisch onderzoek dient te worden gestart. Doorwerking plangebied Paragraaf 5.1.3 geeft inzicht in de archeologische verwachtingswaarde van het plangebied. Het plangebied kent een lage archeologische verwachtingswaarde waarbij archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld. Omdat in dit geval de bodemingrepen minder omvangrijk zijn, is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.
7.4 Geluid Beleidskader De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt, voor het spoor en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen, zijn grondslag in de Wet geluidhinder. Voor vliegverkeerlawaai wordt het Luchthavenindelingbesluit (op grond van de Wet luchtvaart) als beoordelingskader gehanteerd. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, met betrekking tot de goede ruimtelijke ordening. In de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) zijn voorkeursgrenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies opgenomen. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere waarden vast te stellen. Voor de hogere waarden van de geluidsbelasting geldt dat deze lager dienen te zijn dan de maximale te verlenen hogere waarde, voor verschillende situaties die zijn neergelegd in de Wgh en het Bgh. De gemeenteraad van Amstelveen heeft de "Deelnota Hogere Waarden" vastgesteld. In deze nota is de procedure uitgewerkt om de hogere waardenprocedure te doorlopen. In het hogere waardenbeleid is een aantal aspecten opgenomen die bij de afweging van een hogere waarde een rol speelt. Deze aspecten zijn: 1. het heersende geluidsniveau; 2. het toetsingskader om af te wijken van het heersende geluidsniveau; 3. cumulatie en compensatie.
Wegverkeer Tijdens de voorbereiding van een bestemmingsplan moet inzicht worden gegeven in de geluidsbelasting op nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen die gesitueerd worden binnen de zone van een weg. In geval sprake is van aanleg van een nieuwe weg zal ook de geluidsbelasting veroorzaakt door verkeer op de nieuwe weg op de bestaande geluidgevoelige bestemmingen in beeld moeten worden gebracht. Luchtverkeer Bij de ingebruikname van de vijfde baan van Schiphol (Polderbaan) op 20 februari 2003 is het Luchthavenindelingbesluit (Lib) in werking getreden. Hiermee zijn nieuwe beperkingen gesteld aan het ruimtegebruik rond de luchthaven. Naast het luchthavengebied is een beperkingengebied aangegeven. In het beperkingengebied zijn een aantal deelgebieden onderscheiden, waarvoor verschillende regels gelden. Het gaat om o.a. een geluidssloopzone en een beperkingen geluidszone. Deze bepalingen moeten in de bestemmingsplannen worden verwerkt.
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 35 van 43
Doorwerking plangebied Door EnviroSpace is in juli 2023 onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van wegverkeerslawaai op de woning. Het plangebied is namelijk gelegen binnen de geluidzone van de Kostverlorenweg. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 2. Uit het onderzoek blijkt dat aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt voldaan en dat een hogere waarde besluit dus niet nodig is.
7.5 Luchtkwaliteit Wettelijk kader De hoofdlijnen voor regelgeving van de luchtkwaliteitseisen zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Artikel 5.16 geeft weer onder welke voorwaarden de bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (zoals wijzigingen van een bestemmingsplan), mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in principe geen belemmering: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt per saldo niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Vanaf 1 augustus 2009 is het NSL in werking getreden. In het NSL zijn alle maatregelen opgenomen die de luchtkwaliteit moeten verbeteren en tevens zijn ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Overheden zijn gehouden de in het NSL opgenomen maatregelen uit te voeren en kunnen het NSL gebruiken als onderbouwing bij plannen voor de NSLprojecten. Met het NSL laat de Nederlandse overheid zien hoe zij aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit gaat voldoen.
Grenswaarden Voor de beoordeling van de situatie in de omgeving van het plan zijn met name de volgende grenswaarden uit de Wet milieubeheer relevant: de jaargemiddelde concentraties voor stikstofdioxide (NO2) moeten vanaf 2015 voldoen aan de grenswaarde van 40 µg/m3; voor fijn stof (PM10) geldt vanaf 2011 een grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie; de 24uurgemiddelde waarde voor PM10 mag niet vaker dan 35 keer per jaar overschreden worden (39 keer als rekening wordt gehouden met de zogenoemde zeezoutaftrek); voor PM2,5, deeltjes nog kleiner dan PM10, zijn ook grenswaarden vastgesteld. Deze zijn niet strenger dan de huidige norm voor daggemiddelde concentraties van PM10. Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als het niet meer dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdraagt; concreet betekent dit een bijdrage van maximaal 1,2 µg/m3. Met name NO2 en PM10 zorgen in Nederland nog voor overschrijdingen van grenswaarden, vandaar dat deze grens is gekozen. In de Regeling NIBM is een aantal categorieën met maximale groottes aangewezen die NIBM zijn, waaronder woningbouw, kantoren en bepaalde inrichtingen.
Als een project binnen de grenzen van deze Regeling valt, is verdere toetsing aan de grenswaarden niet nodig. In de 'Regeling NIBM bijdragen' is onder meer opgenomen dat voor woningbouwlocaties van een bepaalde omvang sprake is van niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 36 van 43
de luchtkwaliteit ofwel dat het woningbouwproject geen aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit. Voor woningbouwprojecten is de regeling van toepassing op woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling bestaat uit de vervanging van een dierenopvang met bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het project valt onder de categorie die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit 2022. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Jeanne d'Arclaan, op circa 1 km westelijk gelegen van het plangebied. Uit het CIMLK blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentraties luchtverontreinigende stoffen bedroegen in 2021: 15,3 µg/m³ voor NO2 , 16,7 µg/m³ voor PM10 en 9,3 µg/m³ voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24uur gemiddelde concentratie PM10 bedroeg 6 dagen.
Hierdoor is er ter plaatse van het projectgebied sprake van een aanvaardbaar woon en leefklimaat.
7.6 Externe veiligheid Wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het om de vraag of de veiligheid van personen in de omgeving van een risicoopleverende activiteit met gevaarlijke stoffen voldoende is gewaarborgd. Het gaat hier met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen en van het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoorweg en water en door buisleidingen. De veiligheidsnormen zijn vastgelegd in respectievelijk het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid transportroutes en het Besluit externe veiligheid buisleidingen. De risicokaart NoordHolland geeft inzicht in de risico's in de woon en werkomgeving. Op de kaart staan meerdere typen risicobronnen en ongevallen. De gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling voorziet in een herontwikkeling waarbij een bedrijfswoning met dierenopvang omgezet wordt naar een burgerwoning. Een woning is een kwetsbaar object. Op basis van de risicokaart zijn in de omgeving van de woning een aantal risicobronnen aanwezig. Dit zijn de aardgasleiding A807, de A10, A2, A9 en het spoor. In de omgeving zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Aardgasleiding A-807 Op een afstand van circa 110 meter van de beoogde woning ligt de aardgasleiding A807.
Het bestemmingsplan 'Wester Amstel 2018' heeft de PR 106 contour van de buisleiding weergegeven met een veiligheidszone. De nieuwe woning ligt buiten de PR 106 contour. Met de beoogde ontwikkeling worden dus geen kwetsbare objecten binnen de PR 106 contour mogelijk gemaakt. Het invloedsgebied van de aardgasbuisleiding is 380 meter waar het plangebied binnen valt. Met de beoogde ontwikkeling zal de personendichtheid in het plangebied niet toenemen. Met het verdwijnen van de dierenopvang zal het aantal personen in de dagperiode zelfs afnemen. De woning komt niet dichterbij de buisleiding te liggen dan de huidige woning. Hiermee is een toename in het groepsrisico uitgesloten en volstaat een beperkte verantwoording groepsrisico.
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 37 van 43
Vervoer gevaarlijke stoffen (weg, spoor en water) Hieronder zijn de transportroutes weergegeven met de PR 106 contour, het invloedsgebied en de afstand tot het plangebied. Het plangebied ligt alleen in het invloedsgebied van het spoor. Het spoor ligt op meer dan 200 afstand van het plangebied. Hierdoor volstaat een beknopte verantwoording groepsrisico. Tabel 1: Transportroutes gevaarlijke stoffen. Transportroute PR 106 contour Invloedsgebied A10 A2 A9 Spoor
0 meter 0 meter 0 meter 1 meter
880 meter 880 meter 880 meter 4.000 meter
Afstand tot het plangebied 1.600 meter 1.500 meter 2.400 meter 3.000 meter
LIB zone Het projectgebied ligt in een LIB zone. De LIB zone is behandeld in paragraaf 6.2.4. De ontwikkeling voldoet aan de gestelde regels. Beknopte verantwoording groepsrisico Bestrijdbaarheid en bereikbaarheid Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van 'dagelijkse incidenten', zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende geborgd zijn. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om hun taken goed uit te kunnen voeren en daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Tevens speelt een snelle alarmering ten allen tijde een belangrijke rol. Het plangebied wordt ontsloten via de Kostverlorenweg. De Kostverlorenweg is een doorgaande weg waarmee het plangebied in twee richtingen wordt ontsloten. Het gedegen wegennetwerk komt de bestrijdbaarheid ten goede. Zo kan bijvoorbeeld via meerdere aanvalswegen een mogelijke brand geblust worden. Daarnaast kan via de Kostverlorenweg van de bron af worden gevlucht. Zelfredzaamheid Ter plaatse van het plangebied wordt een woning gerealiseerd.
De aanwezige personen zullen over het algemeen dan ook zelfredzaam zijn. Aanwezige kinderen, ouderen en gehandicapten worden wel beschouwd als verminderd zelfredzame personen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de ouders/verzorgers de verminderd zelfredzame personen kunnen begeleiden, Instructie met betrekking tot de juiste handelwijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid. De alarmering van de aanwezigen wordt momenteel nog gerealiseerd middels het waarschuwings en alameringssysteem (WAS), het luchtalarm. Dit systeem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt de komende jaren uitgefaseerd. Het waarschuwingssysteem wordt vervangen door een totaal pakket aan alarmeringsmiddelen, waaronder de calamiteitenzenders, de sirenes, crisis.nl, NLAlert en het gebruik van sociale media. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de aardgasleiding A807 en het spoor. Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling zal het groepsrisico niet toenemen. Uit de Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 38 van 43
beknopte verantwoording blijkt daarnaast dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Verder zijn in of nabij het plangebied geen relevante risicovolle bronnen aanwezig.
7.7 Wet natuurbescherming Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van soorten en leefgebieden. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De Wet natuurbescherming beslaat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder andere soorten vallen onder andere de ringslang en de grote modderkruiper. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen. Met betrekking tot de gebiedsbescherming wordt hoofdzakelijk gekeken naar de Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Doorwerking plangebied In januari 2023 is een ecologische quickscan uitgevoerd door Adviesbureau Mertens B.V. ter plaatse van de Kostverlorenweg 12.
Het doel van dit verkennende onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 3 bij dit bestemmingsplan. Uit het onderzoek blijkt dat er ter plaatse van het plangebied geen beschermde flora en fauna voorkomen. Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Tevens is een stikstofberekening uitgevoerd om de mogelijke gevolgen van de ontwikkeling voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000gebieden in beeld te brengen. Uit de berekeningen met de AeriusCalculator voor de realisatie en gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekeningen zijn significante negatieve effecten op Natura 2000gebied in de realisatie en gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming. De rapportage met bijbehorende berekeningen zijn opgenomen in bijlagen 4, 5 en 6.
7.8 Verkeer en parkeren Wettelijk kader Indien een ruimtelijk plan voorziet in de toevoeging van verkeersaantrekkende functies dienen de gevolgen voor de verkeer en parkeersituatie te worden beoordeeld. Doorwerking plangebied Onderhavig plan betreft vervangende nieuwbouw, waarbij het huidige dierpension met dienstwoning worden vervangen voor één nieuwe woning. De parkeervraag wordt opgelost op eigen terrein. De verkeersgeneratie zal afnemen ten opzichte van de huidige situatie, omdat de functie van dierpension komt te vervallen.
7.9 Bedrijven en milieuzonering Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 39 van 43
Wettelijk kader Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten (op milieugevoelige functies). Sommige activiteiten die in een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere activiteiten/functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaarbare voorwaarden te vestigen. In het bestemmingsplan kan de afstand tussen milieugevoelige functies en milieubelastende activiteiten worden vastgelegd. Het regelen van die afstand wordt ook wel milieuzonering genoemd. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. De VNGpublicatie "Bedrijven en milieuzonering, handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk" is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. Om een milieuzonering in een concrete situatie te kunnen uitwerken bevat de VNGpublicatie bouwstenen.
De drie belangrijkste bouwstenen zijn: de richtafstandenlijst; twee omgevingstypen; een lijst van toelaatbare activiteiten in gemengd gebied met het oog op functiemenging. De belangrijkste bouwstenen voor milieuzonering zijn de twee richtafstandenlijsten die zijn opgenomen in bijlage 1 van de VNGpublicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Dit zijn afstanden ten opzichte van een rustige woonwijk (of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een rustig buitengebied). In de bijlagen wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling bestaat uit de sloop van een dierenpension met bedrijfswoning. Hiervoor in de plaats komt een reguliere burgerwoning. De nieuwe woning ligt in het buitengebied van Amstelveen in de omgeving staan verschillende woningen en twee dierenopvang, een sportcomplex en een manege. Ten zuidwesten van de nieuwe woning is de RWZI Amstelveen gelegen. De omgeving van het projectgebied kent verschillende functies en ligt in het buitengebied, daarmee kan het getypeerd worden als gemengd gebied. Ten noorden van de beoogde woning is een perceel bestemd voor dierenopvang. Dit ligt op een afstand van 140 meter.
Dierenasiels en pensions vallen onder milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 50 meter in gemengd gebied. Aan de richtafstand wordt voldaan. Ten noordwesten ligt een sportcomplex op een afstand van circa 120 meter. Een veldsportcomplex (met verlichting) valt onder milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Aan de richtafstand wordt voldaan. Ten zuiden van het projectgebied ligt de RWZI Amstelveen. Op basis van het bestemmingsplan 'Amstelveen Noord Oost' kan de RWZI Amstelveen ingedeeld worden in een RWZI met een capaciteit tussen de 100.000 en de 300.000 i.e. (inwonerequivalent) met milieucategorie 4.2 en een richtafstand van 200 meter in gemengd gebied. De nieuwe woninggevel ligt op circa 140 meter afstand, aan de richtafstand wordt niet voldaan. Van een richtafstand kan gemotiveerd afgeweken worden. Het maatgevende aspect is geur (200 meter). Aan de richtafstanden voor geluid (100 meter), stof (0 meter) en gevaar (10 meter) wordt voldaan.
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 40 van 43
Geur Aan de zijde van de woning zijn op het bedrijfsperceel van de RWZI zonnepanelen gelegen. De maatgevende geurbronnen van het bedrijf liggen dan ook op grotere afstand. De geuremitterende bedrijfsactiviteiten liggen in het bouwvlak van het bedrijfsperceel. Het bouwvlak ligt op iets meer dan 200 meter dat verder is dan de richtafstand. Hiermee kan ter plaatse van de beoogde woning een aanvaardbaar woon en leefklimaat gegarandeerd worden. Daarbij liggen op kortere afstand al reeds burgerwoningen waarmee het bedrijf rekening moet houden en waarmee het bedrijf al reeds beperkt wordt in haar bedrijfsmogelijkheden. Ook maakt het Activiteitenbesluit geen onderscheid tussen een burgerwoning en een bedrijfswoning van derden. Het provinciaal geurbeleid maakt geen onderscheid tussen een bedrijfswoning en verspreid liggende woningen. De nieuwe woning komt niet dichterbij het RWZI te liggen dan de huidige bedrijfswoningen. Hiermee wordt als gevolg van de beoogde ontwikkeling de RWZI niet beperkt in haar bedrijfsvoering of milieuruimte. Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon en leefklimaat Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg en nader onderzoek is niet noodzakelijk.
7.10 Duurzaamheid De kaders betreffende duurzaamheid (PLECK 4.0 Amstelveen; 'Plan voor Energietransitie, Circulaire economie en Klimaatadaptatie') zijn vastgesteld door de gemeenteraad op 14 december 2022. Hiermee heeft de gemeenteraad aangegeven dat Amstelveen streeft naar duurzaam beleid in alle keuzes die zij maakt. De gemeentelijke organisatie is in 2030 onafhankelijk van fossiele brandstoffen en werkt CO2 uitstootvrij; In 2040 wil Amstelveen 95% minder CO2 uitstoten ten opzichte van 1990; In 2040 wil het bestuur van de stad onafhankelijk van fossiele brandstoffen functioneren; In 2025 is 50% van de aankopen circulair; en In 2050 zal heel Amstelveen klimaatrobuust ingericht zijn. Leidraad Duurzaam bouwen en Gebiedsontwikkeling De gemeente Amstelveen heeft hoge ambities om duurzaam te bouwen en duurzame gebieden te ontwikkelen. De ambities zijn benoemd in de Leidraad Duurzaam bouwen en Gebiedsontwikkeling (november 2021). Op vijf thema's gaat de gemeente bij elke ontwikkeling kijken wat de mogelijkheden zijn om een project of gebied zo duurzaam mogelijk te realiseren: mobiliteit, energie, circulair bouwen, klimaat adaptief en groen en ecologie. De thema's zijn in onderstaand overzicht getoond.
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 41 van 43
Figuur 11: Thema's uit de Leidraad Duurzaam bouwen en Gebiedsontwikkeling Amstelveen De doelstellingen en ambities komen voort uit verschillende onderliggende beleidsstukken. Op gemeentelijk niveau gaat het onder andere om de Transitievisie Warmte, de Visie op zonneenergie, PLECK 4.0, het Actieplan Klimaatadaptatie, het Groenstructuurplan, de Mobiliteitsvisie en de Nota Parkeernormen. Het ontwerp voor gebouwen en gebieden dient aan te sluiten op al deze ambities en doelstellingen uit de Leidraad en het onderliggende beleid. Doorwerking plangebied Er wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit. De woning wordt gasloos opgeleverd en beter geïsoleerd ten opzichte van de huidige woning. Tevens zal er in de nieuwe situatie minder oppervlak worden teruggebouwd, waardoor er meer ruimte beschikbaar komt voor groen. Het initiatief zal daarmee voldoen aan de duurzaamheidskaders van de gemeente Amstelveen.
7.11 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) Het instrument en de procedure milieueffectrapportage is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage. Voor alle projecten waarbij de activiteit is opgenomen in Bijlage D van dit Besluit, moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. De wijziging van dit Besluit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU van de Europese Unie. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a van de Wet milieubeheer zijn in deze wetgeving voor alle in het Besluit genoemde activiteiten van de Dlijst van toepassing, waarbij het niet uitmaakt of het een activiteit betreft boven of onder de Ddrempel. Via een m.e.r.beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld en beslist of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan leiden tot twee conclusies: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk;
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 42 van 43
belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. Op 3 oktober 2023 hebben burgemeester en wethouders besloten dat het bouwplan niet leidt tot significante nadelige gevolgen voor het milieu. Daarom hoeft geen milieueffectrapport of m.e.r.beoordeling te worden opgesteld.
Toelichting bestemmingsplan Kostverlorenweg 12
pagina 43 van 43