CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1A. Toelichting bestemmingsplan Bankrasweg 30_inclusief bijlagen

Raadsvergadering 13 maart 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Bankrasweg 3029.268 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TOELICHTING Bestemmingsplan Bankrasweg 30

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten 2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking 2.3 Motivatie gemaakte keuzes HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 De bestemmingen HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling 4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.4 Handhaving HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED 5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.2 Functioneel gebruik HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 Inleiding 6.2 Rijksbeleid 6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.4 Gemeentelijk beleid 6.5 Conclusie HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSKWALITEIT 7.1 Archeologie 7.2 Bodem 7.3 Duurzaam bouwen, energie en klimaatadaptie 7.4 Ecologie 7.5 Externe veiligheid 7.6 Geluid 7.7 Luchtkwaliteit 7.8 Verkeer en parkeren 7.9 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 7.10 Water

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

3 3 3 3 4 6 6 6 6 9 9 9 11 11 11 11 12 14 14 16 17 17 17 20 21 24 25 25 26 28 29 30 32 33 34 34 35

pagina

HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling Er is een verzoek ingediend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het realiseren twee vrijstaande woningen met bijbehorende bouwwerken aan de Bankrasweg 30 in Amstelveen. Ten behoeve van het plan wordt het bestaande bouwvlak opgedeeld en verplaatst en wordt het perceel gesplitst. Het parkeren ten behoeve van de twee vrijstaande woningen vindt op eigen terrein plaats. Op dit moment bestaat het plangebied uit een braakliggend terrein. Op het perceel stond voorheen een boerderij met bijgebouwen, deze zijn reeds gesloopt.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is circa 2.880 m2 groot en is gelegen aan de Bankrasweg 30 te Amstelveen. Het plangebied ligt aan de oostelijke rand van Amstelveen in de wijk Kostverloren. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan het woonperceel van Bankrasweg 29 en aan de noordzijde aan het woonperceel Machineweg MP 17. De west­ en oostzijde worden gevormd door waterpartijen die onderdeel uitmaken van de water­ en groenstructuur van de wijk. Aan de zuidoostzijde grenst het plangebied aan de Olympiadelaan. De percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Amstelveen sectie I, nummers 2216 en 6367.

Ligging van het plangebied ten opzichte van de (directe) omgeving (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 Geldende bestemmingsplannen Dit bestemmingsplan vervangt gedeeltelijk de volgende plannen: 1. het bestemmingsplan 'Amstelveen Noord­ Oost', vastgesteld bij raadsbesluit van 11 april 2013; 2. het paraplubestemmingsplan 'Herziening Begripsbepaling Peil', vastgesteld bij raadsbesluit van 1 oktober 2014; 3. het paraplubestemmingsplan 'Schipholparkeren en Parkeernormen', vastgesteld bij raadsbesluit van 22 maart 2017;

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

4. het paraplubestemmingsplan 'Archeologie en Cultuurhistorie', vastgesteld bij raadsbesluit van 28 maart 2018; 5. het paraplubestemmingsplan 'Wonen', vastgesteld bij raadsbesluit van 26 maart 2019. Deze geldende bestemmingsplannen komen met het in werking treden van dit bestemmingsplan gedeeltelijk te vervallen. Bestemmingsplan 'Amstelveen Noord­ Oost' De geldende bestemmingen op de locatie is ‘Wonen’ (artikel 26), ‘Tuin’ (artikel 17) en ‘Tuin­Parkeertuin’ (artikel 19). Daarnaast gelden de gebiedsaanduidingen ‘Luchtvaartverkeerzone­ lib art 2.2.2’ en ‘Luchtvaartverkeerzone­ lib art 2.2.3’. Tot slot ligt op het plangebied een bouwvlak met een maximale bouwhoogte van 9 meter en een maximale goothoogte van 6 meter. Het voorliggende plan is in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘Amstelveen Noord – Oost’, omdat een hoofdgebouw uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd (artikel 26.2.1 onder a). Bij voorliggend plan zijn de woningen voorzien buiten het bouwvlak. Om de geplande ontwikkeling mogelijk te maken dient het geldende bestemmingsplan te worden herzien. Door middel van deze herziening, waarbij het huidige bouwvlak gesplitst en verplaatst wordt, wordt de nieuwbouw van twee woningen met de daarbij toegestane bijbehorende bouwwerken mogelijk gemaakt.

Uitsnede bestemmingsplan 'Amstelveen Noord-Oost' (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.4 Leeswijzer Na de inleiding in dit hoofdstuk worden in hoofdstuk twee de uitgangspunten en de uitwerking van het plan beschreven. Hoofdstuk drie bevat de juridische vertaling van de visie van het bestemmingsplan. In hoofdstuk vier komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Om een indruk te krijgen wat met het bestemmingsplan

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

wordt beoogd en hoe het juridisch vertaald wordt, is het lezen van deze hoofdstukken voldoende. Hoofdstuk vijf tot en met zeven geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebben geleid tot de planopzet. In hoofdstuk vijf wordt een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk zes gaat verder in op de beleidskaders en in het laatste hoofdstuk komen de omgevingsaspecten aan bod.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Uitgangspunten Het bestemmingsplan Bankrasweg 30 komt overeen met de Structuurvisie 2025+/ uitvoeringsparagraaf. In hoofdstuk zes wordt nader ingegaan op de relatie tussen het bestemmingsplan en de structuurvisie. Tevens wordt het overige relevante beleid hier behandeld. Onderhavig bestemmingsplan maakt het splitsen en verplaatsen van het bouwvlak mogelijk, waardoor de nieuwbouw van twee woningen aan de rand van het buitengebied mogelijk wordt gemaakt.

2.2 Functionele en ruimtelijke uitwerking Het planvoornemen van de initiatiefnemers betreft de realisatie van een tweetal grondgebonden woningen. Het plangebied wordt daarbij opgesplitst in 2 kavels met elk een eigen bouwvlak, waarbij wordt vastgehouden aan de voorheen aanwezige m2 meter aan bebouwing. Voor beide woningen geldt een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter. Het parkeren wordt voorzien op eigen terrein. De ontsluiting van beide kavels geschiedt vanaf de Olympiadeweg. De aanwezige groenstructuur (bomen) aan langs de noordelijke­ en westelijke rand van het plangebied blijft grotendeels behouden. Het gebruik van de percelen verandert niet. Er blijft sprake van een woonbestemming.

2.3 Motivatie gemaakte keuzes De nieuw te bouwen woningen betekenen esthetisch gezien een kwaliteitswinst voor de directe omgeving. Momenteel is er sprake van een braakliggend terrein aangezien de voormalige vervallen boerderij en bijbehorende stallen en schuren al enkele jaren geleden zijn gesloopt. Gezien de grootte van de kavels is er ruimtelijk geen bezwaar tegen het realiseren van twee bouwvlakken, waarbij de grootte van het bestaande bouwvlak van 280m2 gesplitst wordt naar twee bouwvlakken van 140 m2 met beide percelen een maximum aan 115 m2 aan bijbehorende bouwwerken, vergunningvrij en vergunningplichtig. Hierdoor wordt het aantal m2 aan hoofdgebouw in het plangebied niet vergroot en wordt vastgehouden aan de 510 m2 aan bebouwing die op het perceel aanwezig was en reeds gesloopt is. Hiermee wordt geregeld dat de bebouwingsoppervlakte niet toeneemt en ruimtelijk aanvaardbaar blijft. De kavels aan de Bankrasweg vormen de oostelijke stadsrand richting de polder. De nieuwe bebouwing voegt zich binnen de aanwezige korrelgrootte en ritmiek van de locatie. Daarbij richt de bebouwing van de noordelijke woning zich volgens het grid van de Olympiadelaan en de zuidelijke woning naar de richting van de Bankrasweg en dijk. Hiermee wordt het meer natuurlijke beeld van twee onafhankelijk ontworpen woningen versterkt. Beide woningen verschillen qua kapvorm ten opzichte van elkaar.

Dit refereert aan zowel de oorspronkelijke bebouwing van de boerderij als naar de ontwikkeling van de vrijstaande kavels, die aan de Bankrasweg is ingezet. De aanpassing van het bouwvlak is, gezien de huidige situatie, niet meer dan logisch. De voorgevelrooilijn van de te realiseren woningen ligt dan ook aan de zijde van de Bankrasweg.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

De geldende bouwregels uit het bestemmingsplan Amstelveen Noord­Oost worden bijna niet gewijzigd. Het is van belang dat de in het vigerende bestemmingsplan geldende bouwmaten aangehouden worden. Het bestemmingsplan voorziet in een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 9 meter. Deze afmetingen worden aangehouden voor beide woningen. De mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken worden overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Aan de zijde van de Bankrasweg wordt de bestemming 'Tuin­Parkeertuin' vervangen door de bestemming 'Tuin' zoals aan de zijde van de Olympiadelaan aangezien de ontsluiting via de Olympiadelaan plaats vindt en parkeren en eventuele carports niet in de voorgevelrooilijn kunnen worden geplaatst. Op onderstaande afbeeldingen is de positionering en het bouwplan van de nieuwe woningen weergegeven.

Positionering nieuwe woningen en splitsing kavels (Bron: Blackbox architecten)

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

Voorgevel zuidelijke woning (Bron: Blackbox architecten)

Voorgevel noordelijke woning (Bron: Blackbox architecten)

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch­planologische instrumenten daarbij worden ingezet. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) die per 1 juli 2008 in werking is getreden verplicht gemeenten tot het opstellen van een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend. De regels bevatten samen met de verbeelding het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt als handvat en beleidskader/interpretatiekader voor het bestemmingsplan gebruikt. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Amstelveen.

Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan.

3.2 De bestemmingen Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) Hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt. Wijze van meten (artikel 2) Hierin wordt aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Tuin (artikel 3) Op de bijbehorende gronden van de woning met de bestemming 'Tuin' mag behoudens bouwwerken, geen gebouwen zijnde, van ondergeschikte betekenis en erkers en entreeportalen geen bebouwing of carports worden opgericht. Water (artikel 4) De bestemming water is bedoeld voor waterberging, waterhuishouding en waterlopen. Wonen (artikel 5) De woningen zijn als zodanig bestempeld. Aan huis verbonden activiteiten, hierbij wordt gedacht aan een praktijk voor een (huis)arts of fysiotherapie, dan wel voor een advocaat of een juridisch of financieel adviseur, zijn mogelijk, maar het woonkarakter dient het uitgangspunt te blijven. Daarom behoren deze beroepsactiviteiten ondergeschikt te blijven aan het wonen. Dit is geregeld door het stellen van een maximaal percentage (30%) van de woonoppervlakte voor andere dan woonactiviteiten te bestemmen. Het

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

kenbaar maken van de beroepsactiviteiten door middel van een aanduiding op eigen terrein is in beginsel toegestaan. De woning (oorspronkelijk hoofdgebouw) dient binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd waarbij voldaan dient te worden aan de aangegeven goot­ en bouwhoogten. Daarbuiten kan gebruik worden gemaakt van de regeling voor al dan niet aangebouwde bijbehorende bouwwerken. Naast woningen en aan­ en uitbouwen zijn de gronden aangewezen voor 'wonen' ook bestemd voor parkeervoorzieningen, tuinen en erven en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Waarde­Archeologie (artikel 6) en Waterstaat­Waterkering (artikel 7) Als dubbelbestemming zijn opgenomen archeologie en waterkering. De primaire bestemming mag de belangen welke worden behartigd binnen de dubbelbestemming niet onevenredig schaden. Hiervoor is in de planregels een regeling opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti­dubbeltelregel (artikel 8) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan.

Algemene bouwregels (artikel 9) In dit artikel (toegelaten overschrijdingen) wordt aangegeven in welke gevallen de in dit plan aangegeven bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en/of hoogtematen overschreden mogen worden. Dit betreffen bijvoorbeeld liftkokers, schoorstenen en balkons. Luchtvaartverkeerszone­LIB (artikel 10, 11 en 12) Hier wordt aangegeven waar de gronden binnen de gebiedsaanduidingen en vrijwaringszones (Luchtvaartverkeerzones LIB) voor bedoeld zijn. Algemene afwijkingsregels (artikel 13) In dit artikel wordt bepaald in het kader van welke algemene afwijkingen in het plangebied gebruik gemaakt kan worden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 14) Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 15) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Nieuwe stedelijke ontwikkeling In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van de behoefte aan die ontwikkeling en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen, met een onderlinge ruimtelijke en functionele samenhang, sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. In dit geval is er sprake van nieuwbouw van twee woningen, waarbij het huidige bouwvlak wordt gesplitst en verplaats. De voorgenomen ontwikkeling kan niet worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.2.1 Financieel-economische haalbaarheid De realisatie van de in dit bestemmingsplan rechtstreeks mogelijk gemaakte ontwikkeling is in handen van een ontwikkelende partij. Niet is gebleken dat de ontwikkelende partij over onvoldoende middelen beschikt om de bedoelde ontwikkelingen te kunnen realiseren en de leges aan de gemeente te voldoen. Daarnaast heeft de ontwikkelende partij een planschaderisicoanalyse laten uitvoeren. Uit deze analyse volgt dat er geen sprake is van het ontstaan van een minder gunstige planologische situering door de voorgenomen ontwikkeling. 4.2.2 Verhaal van kosten Op grond van de Grondexploitatiewet dient een exploitatieplan te worden vastgesteld bij het vaststellen van het bestemmingsplan of ander ruimtelijk plan, tenzij de economische uitvoerbaarheid anderszins is gegarandeerd. De procedurekosten voor het plan worden middels de gemeentelijke legeskosten op de initiatiefnemer verhaald. Vanuit het plan vloeien geen overige kosten of risico's voort die voor rekening van de gemeente zijn. De economische uitvoerbaarheid van het plan is daarmee verzekerd.

4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3.1 Participatie Voorafgaand aan het formele besluitvormingsproces hebben de opdrachtgevers hun plannen met de direct omwonenden van het perceel Bankrasweg 30 besproken. De opdrachtgevers hebben de omwonenden per brief geïnformeerd over de plannen voor het perceel aan de Bankrasweg en de wens om de plannen te bespreken. Aan de hand van huisbezoeken is met een situatieschets en een maquette inzicht gegeven aan de plannen. Uit de gesprekken zijn geen verzoeken of bezwaren naar bovengekomen. Het plan wordt gesteund door de omwonenden. 4.3.2 Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het voorontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op 19 oktober 2023.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

De toezending is gedaan met het verzoek om vóór 6 november 2023 te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen, dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Gedeputeerde Staten van Noord­Holland Waternet/ Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht Gasunie Rijkswaterstaat Luchthaven Schiphol Group Brandweer Amsterdam­ Amstelland Liander

De instanties welke staan vermeld onder de nummers 3 en 5 hebben niet gereageerd, zodat mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. De instanties welke staan vermeld onder de nummers 1, 2 , 4 en 7 hebben te kennen gegeven, dat zij geen opmerkingen hebben, dan wel dat het voorontwerp geen onderwerpen raken waarbij deze instanties belang hebben. Brandweer Amsterdam­Amstelland heeft inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. Het volgende is aangegeven en het advies is verwerkt in hoofdstuk 7.5 van deze toelichting: "Wij hebben onderzoek gedaan naar relevante risicobronnen nabij het plangebied. Er is gekeken naar de invloedsgebieden van spoor-, weg-, watervervoer gevaarlijke stoffen, Bevi inrichtingen, buisleidingen. Uit dit onderzoek is gebleken dat het plangebied buiten de grootste risicocontouren ligt van bovengenoemde risicobronnen. Gezien bovenstaande is het niet nodig om verder onderzoek te doen naar het groepsrisico of plaatsgebondenrisico ter plaatse van het plangebied." 4.3.3 Zienswijzen Van 1 december 2023 tot en met 11 januari 2024 heeft het ontwerpbestemmingsplan conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.

4.4 Handhaving

Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven. Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings­ (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug. De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH­ beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings­ als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan.

Een ander belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. Het gehele uitvoerings­ en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. <0000> De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt. <0000> De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. <0000> De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen.

<0000> De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

HOOFDSTUK 5 BESCHRIJVING HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED Dit is een beschrijving van de huidige situatie van het plangebied. Alle ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met dit bestemmingsplan zijn al behandeld in hoofdstuk 2.

5.1 Ruimtelijke karakteristiek 5.1.1 Het plangebied in groter verband Het plangebied van de Bankrasweg 30 gelegen aan de oostelijke rand van de kern Amstelveen, tegen het buitengebied aan. De locatie ligt in de wijk Bankras­Kostverloren op het voormalige A3­tracé aan de rand van de Middelpolder.

Ligging van het plangebied binnen Amstelveen

De wijk Bankras­Kostverloren wordt begrensd door de Beneluxbaan, Saskia van Uylenburgweg, de rijksweg A9 en het voormalige A3­tracé aan de oostkant. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige traditie van de jaren zestig is Bankras­Kostverloren opgebouwd uit vier verwante woonbuurten, die langs de Beneluxbaan en het voormalige A3­tracé worden omzoomd door hoogbouw afgewisseld met voorzieningenzones. De perceelgrens van het plangebied is tevens de grens van de 'Amstelscheg'. Voor het buitengebied is het beeldkwaliteitsplan Amstelscheg opgesteld waarin de uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit in het gebied zijn uiteengezet. Het plangebied is onder andere gebaat bij handhaving van de oorspronkelijke verkavelingstructuur ontstaan als gevolg van de doorlegging van de polders, het behouden van het landelijke karakter, het openhouden van het gebied, en het behouden van het dijkprofiel. De watergang samen met de dijk zorgen voor een overloop van woonkern naar het buitengebied van Amstelveen. 5.1.2 Directe omgeving plangebied Het plangebied is vanuit het zuidwesten ontsloten via de Olympiadelaan. Het plangebied wordt aan drie zijden (west­, noord­ en oostzijde) omsloten door watergangen. Aan de overzijde van het water ten oosten van het plangebied is, boven op de dijk, de Bankrasweg gelegen.

Het plangebied en de Bankrasweg worden gescheiden door een sloot en een agrarisch perceel (weide). Ter plaatse van het plangebied is een loopbrug

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

over de sloot aanwezig. Richting het oosten kent het plangebied over een vrij groen uitzicht. In de overige windrichtingen wordt het plangebied omringd door woonbebouwing, waarbij de perceelsgrenzen veelal zijn vormgegeven middels aanwezige groen­ en waterstructuren.

Zicht op het plangebied vanaf de Bankrasweg (dijk)

De directe omgeving van Bankrasweg 30 kent een groen karakter door de oostelijk gelegen polder en de aanwezige waterpartijen met daarbij behorende groene oeverzones. De kavel maakt in de huidige situatie onderdeel uit van de woonwijk (Bankras­) Kostverloren. Ten westen van de Bankrasweg, grofweg tussen Machineweg MP en Fanny Blankers Koenlaan in, bevindt zich een bebouwingslint, waar dit perceel onderdeel van uit maakt. Dit perceel behoort tot een van de bredere kavels aan de Bankrasweg. Het plangebied is momenteel braakliggend en kent ook zelf, door de aanwezige bomen en bosschages langs met name de rand van het perceel, een groen karakter. De bebouwing nabij het plangebied bestaat uit grondgebonden vrijstaande woningen. De bebouwing is daarbij uitgevoerd in 1 à 2 lagen (met kap). Binnen het plangebied was tot 2020 bebouwing van een (voormalige) boerderij aanwezig. Eind 2018 zijn een aantal stallen en schuren gesloopt. Het woonhuis met de aangrenzende stal is in 2020 gesloopt. 5.1.3 Cultuurhistorie/archeologie Het perceel Bankrasweg 30 ligt in gebied wat in het verleden is afgegraven voor de turfwinning, ingepolderd, drooggemalen en op locatie van de woongebieden opgespoten met zand. Er zijn geen cultuurhistorische­ of landschappelijke waarden in de directe omgeving aanwezig.

Omdat Bankrasweg 30 in een gebied ligt dat is afgegraven en later is opgespoten met zand is de archeologische verwachtingswaarde laag. Het is niet aannemelijk dat er archeologische waardevolle objecten in de bodem zitten. Ter plaatste geldt dan ook Waarde ­ Archeologie 5. Dit houdt in dat er verkennend archeologisch bodemonderzoek nodig is bij ingrepen in de bodem die dieper rijken dan 0.30 meter en groter zijn dan 10000 m2.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

Archeologische verwachtingskaart van het plangebied. De locatie Bankrasweg 30 is rood omcirkelt.

Conclusie De locatie voor de nieuwbouw van twee woningen ligt in archeologisch gebied met archeologie waarde 5. Hier geldt het criterium van maximaal 10000 m2 bodemverstoring. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Derhalve is geen inventariserend archeologisch onderzoek vereist. Daarnaast zijn er in het gebied rond de planlocatie geen cultuurhistorische waardevolle elementen. Ook is er geen sprake van landschappelijke waarden.

5.2 Functioneel gebruik 5.2.1 Tuin De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, erkers, entreeportalen, paden en terrassen, (fietsen­) bergingen en parkeren. 5.2.2 Wonen Deze gronden zijn bestemd voor woningen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan­huis­verbonden beroep of bedrijf tot maximaal 30% van de vloeroppervlakte van de woning, aan­ en uitbouwen en bijgebouwen met de daarbij behorende tuinen en erven en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor het bouwen van hoofdgebouwen geldt onder andere dat een hoofdgebouw uitsluitend binnen het bouwvlak mag worden gebouwd en dat als hoofdgebouw uitsluitend woningen mogen worden gebouwd. Per bouwvlak mag één woning worden gerealiseerd.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

HOOFDSTUK 6 BELEIDSKADER 6.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks­, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 7.

6.2 Rijksbeleid Hieronder volgt het beleid van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit Rijksbeleid rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan. 6.2.1 Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel;

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegings­ proces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: Combineren boven enkelvoudig; Kenmerken & identiteit; Afwentelen voorkomen. Relevantie plangebied Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een NOVI­gebied. De NOVI vormt geen verdere belemmering voor dit initiatief. 6.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast.

De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Relevantie plangebied Onderhavig project omvat geen onderwerpen waarvoor beperking gelden om de nationale belangen zoals omschreven in het Barro te beschermen. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor dit bestemmingsplan. 6.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 en 3 Besluit ruimtelijke ordening). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan een ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied dient tevens een motivering te worden opgenomen waarin wordt onderbouwd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Relevantie plangebied De ladder voor duurzame verstedelijking dan wel artikel 3.1.6, lid 2 Bro is niet van toepassing op onderhavig plan aangezien er twee woningen worden gerealiseerd. Er is

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

pas sprake van een nieuwe stedelijk ontwikkeling bij woninglocaties vanaf 12 woningen (zie onder meer ABRvS 23 december 2014, zaaknummer 201405237/1/R2). 6.2.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen worden toegestaan, indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven.

Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB. De procedures voor een vvgb en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar, maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De hierboven genoemde beperkingen betreffen: de bebouwing en het gebruik van grond in verband met het externe­veiligheidsrisico vanwege het luchtverkeer (artikel 2.2.1, 2.1.1b); de bebouwing en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchtverkeer (artikel 2.2.1a, 2.2.1c); de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchtverkeer (artikel 2.2.2, 2.2.2a); bebouwing die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchtverkeer (artikel 2.2.3). Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen.

In het gebied binnen zone 4 blijft de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd en mogen bestaande geluidgevoelige gebouwen vervangen worden door een nieuw geluidgevoelig gebouw. In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Ke­contour gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. In het landelijk gebied zal een verbod op nieuwe woningbouwlocaties worden verankerd in het LIB. Relevantie plangebied Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB. Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, en artikel 2.2.2.a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogtes zijn gerelateerd aan het N.A.P. Binnen het plangebied geldt een maximale bouwhoogte van 44 meter NAP. Het voorliggende plan met een maximale bouwhoogte van 9 meter blijft duidelijk onder de genoemde bouwhoogte.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

Voor het plangebied gelden tevens beperkingen met betrekking tot de vogel aantrekkende werking. Het plangebied ligt binnen een zone waar geen nieuwe vogel aantrekkende functies (zoals viskwekerijen) zijn toegestaan, hetgeen hier niet aan de orde is.

6.3 Provinciaal en regionaal beleid 6.3.1 Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 De "Omgevingsvisie NH2050 ­ Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord­Holland vastgesteld en is een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord­Holland een relatief hoog welvaarts­ en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richten de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord­Holland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities.

Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon­ en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van Noord­Holland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat Noord­Holland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap.

Relevantie plangebied en conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met het uitgangspunt en sluit aan bij de ambities van de Omgevingsvisie. Het initiatief betreft het toevoegen van één woning binnen bestaand stedelijk gebied door het splitsen van het kavel en het aanwezige bouwvlak. Het initiatief is niet strijdig met het provinciaal beleid. 6.3.2 Omgevingsverordening NH2020 De provincie heeft, voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid, diverse juridische instrumenten tot haar beschikking waaronder een provinciale ruimtelijke verordening. In deze Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. Door middel van de

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

Omgevingsverordening is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. In de verordening is het provinciale beleid in regels vertaald. Relevantie plangebied De omgevingsverordening is t.a.v. de voorgestane planontwikkeling op de volgende onderdelen relevant: Bodemsanering; Datacenters uitgesloten; Ontgrondingen; Peilbesluit; Regionale verdringingsreeks Amstel Gooi en Vecht Beschermingszone regionale waterkering De relevante werkingsgebieden zijn geen belemmeringen voor het plan. Eventuele instructieregels, zoals bescherming van de regionale waterkering zijn verwerkt in de planregels. De omgevingsverordening staan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

6.4 Gemeentelijk beleid 6.4.1 Structuurvisie Amstelveen 2025+ De gemeenteraad van Amstelveen heeft op 21 september 2011 de Structuurvisie Amstelveen 2025+ vastgesteld. Het is op de eerste plaats een ruimtelijke visie, maar ondersteunt ook maatschappelijke ontwikkelingen. Het biedt daarmee helderheid aan inwoners, ondernemers, instellingen en andere overheden over de gewenste ontwikkeling van Amstelveen en de prioriteiten die het bestuur hierbij stelt. De wettelijk verplichte structuurvisie vormt de grondslag voor bindende bestemmingsplannen en exploitatieplannen. Amstelveen is in een aantal decennia stormachtig gegroeid door zijn gunstige ligging en door ondernemend op het juiste moment kansen te grijpen. Inmiddels staat de concurrentiepositie van de metropoolregio Amsterdam onder druk. De tijd dat Amstelveen kon meeliften op de groei van de regio is voorgoed voorbij. Dat vraagt om een andere instelling. Vraag is nu meer wat Amstelveen kan betekenen voor de regio. Een aantal thematische uitgangspunten zijn relevant voor dit plangebied. Wonen Het uitgangspunt is dat de woningmarkt in Amstelveen in beweging gebracht moet worden. Dit wordt bereikt door de doorstroming te bevorderen door nieuwe kwalitatief hoogwaardige woningen toe te voegen, zowel in centrum stedelijk, landelijk als suburbane woonmilieus. Daarnaast wordt ingezet op de verduurzaming van de woningvoorraad.

Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van twee vrijstaande woningen, waarbij één woning wordt toegevoegd. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de verduurzaming van de woningvoorraad met een kwalitatief hoogwaardige woning binnen bestaande woonbebouwing. Duurzame ruimte Dit thema is tweeledig. Enerzijds gaat het over ruimte scheppen voor duurzame oplossingen boven of onder de grond zoals WKO en windenergie. Anderzijds gaat het om het duurzaam ordenen en gebruiken van de ruimte: de juiste functie op de juiste plek. Voor dit plangebied voorziet de gemeente geen grootschalige windenergieopwekking. Nieuwbouwprojecten worden zo veel mogelijk aardgasloos gebouwd. Dit wordt nu ook opgelegd door de wet VET (Voortgang Energietransitie) die vanaf 1 juli 2018 van kracht is. Met deze wet vervalt de plicht om nieuwe woningen aan te sluiten op aardgas. Voor wat betreft duurzaam ruimtegebruik wordt er binnen een ruimtelijke kwaliteitskader gezocht naar slim en zuinig ruimtegebruik.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

Uitvoeringsparagraaf Gelijktijdig met de Structuurvisie heeft de gemeenteraad de uitvoeringsparagraaf vastgesteld. Hierin is aangeven op welke wijze verschillende projecten en programma's die voorvloeien uit de structuurvisie in uitvoering worden gebracht. Een aantal ruimtelijke projecten binnen het plangebied zoals PM zijn al in uitvoering genomen. De ruimtelijke besluitvorming, indien aan de orde, heeft plaatsgevonden en wordt conform bestemd. Conclusie Voorliggend initiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten uit de structuurvisie. 6.4.2 Woonagenda 2020-2023 Op 12 februari 2020 heeft de raad de Amstelveense woonagenda vastgesteld. In de Metropoolregio Amsterdam wordt ingezet op een bouwproductie van 230.000 woningen tot 2040 (huidige prognoses) en ruim 100.000 woningen in de periode 2018 tot 2025. Een bouwproductie met voldoende woningen in alle segmenten, met in het bijzonder voldoende betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens, verspreid over de regio. Amstelveen kent een grote woningbouwopgave. Om aan de vraag te voldoen verwachten wij de aankomende jaren ongeveer 10.000 woningen toe te voegen. De druk binnen alle segmenten is hoog.

De Woonagenda 2020­2023 beschrijft de visie en beleidsmaatregelen die worden ingezet de druk op de Amstelveense woningmark te verlichten, zodat Amstelveen een stad voor jong tot oud blijft, van goede kwaliteit, met volop voorzieningen, ruimte, groen en veiligheid. De volgende speerpunten staan centraal in de Woonagenda 2020­2023: 1. Amstelveense jongeren en starters meer kansen bieden op de woningmarkt Het gaat hierbij om kleinere betaalbare woningen bouwen voor jongeren en starters, tijdelijke woningen bouwen voor spoedzoekers en jongeren, de financiële drempel verlagen om een woning te kopen en daarnaast binnen de sociale huur de lokale ruimte optimaal benutten. 2. Meer woningen voor Amstelveense ouderen en specifieke doelgroepen Ouderen wonen langer zelfstandig. Sommige ouderen redden zich met hulp van familie en vrienden prima, maar er is ook een groep voor wie dit niet geldt. Daarnaast maakt de ambulantisering van de zorg en de invoering van de Wet verplichte ggz (Wvggz) dat steeds meer bewoners, die nu nog bij een instelling wonen, in aanmerking komen voor zelfstandige woonruimte dan wel begeleid wonen. Het woningaanbod moet zich aan deze groepen aanpassen. 3. Een goede dienstverlening en communicatie tussen corporaties en huurders Afspraken met corporaties en bewonersraad worden gemonitord. 4.

Meer (betaalbare) koop en huurwoningen voor Amstelveners met behoud van groene leefbare wijken Wijken moeten bestaan uit een goede mix van appartementen en grondgebonden woningen. In verschillende prijsklassen, zowel huur als koop en voor verschillende doelgroepen. Zo behouden wij goed gemengde en krachtige wijken. Bij de geplande nieuwbouw van woningen is een belangrijke voorwaarde dat Amstelveen het ruimtelijke en groene karakter behoudt. Dit geldt ook bij stadsvernieuwing. 5. Meer sociale huurwoningen beschikbaar voor Amstelveners Er zijn voldoende sociale huurwoningen in Amstelveen. Een deel van de woningen is echter niet beschikbaar voor de doelgroep. Er wordt daarom ingezet op doorstroming.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

Verder wordt bij nieuwbouwprojecten bepaald of voor specifieke doelgroepen sociale huurwoningen moeten worden toegevoegd. 6. Stadsvernieuwing en verduurzaming bevorderen Meerdere akkoorden, zoals het Klimaatakkoord, de landelijke Energieagenda, het regeerakkoord Rutte III en Greendeal aardgasvrije wijken (met Amstelveen als partner), het Rijksbrede programma Nederland circulair 2050 en het collegeprogramma Amstelveen vragen om een aanpak die de woningvoorraad toekomstbestendig maakt voor de korte en lange termijn. Relevantie plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in het realiseren van twee vrijstaande woningen in particulier opdrachtgeverschap. Vanwege de kleine omvang van dit project vormt het plan geen gevaar voor de haalbaarheid van de andere doelstellingen in de woonvisie. 6.4.3 Erfgoednota Amstelveen Op 28 september 2016 is de Erfgoednota vastgesteld door de gemeenteraad. Met de vaststelling van de Erfgoedwet per 1 juli 2016 en het vervallen van de Monumentenwet moest de gemeentelijke Erfgoedverordening geactualiseerd worden. Beleidsstukken van het Amstelveens erfgoed waren versnipperd en moeilijk vindbaar. Met de Erfgoednota is het gehele erfgoedbeleid weer actueel en overzichtelijk gebundeld.

In deze Erfgoednota beschrijft de gemeente de ambitie en de visie van de gemeente op de omgang met haar culturele erfgoed, vervolgens de historische groei en de wijkopbouw tot het aanwezige waardevolle culturele erfgoed en als laatste de middelen die we ter beschikking hebben om onze visie en ambitie waar te maken. Met cultureel erfgoed bedoelen we in deze nota het fysieke, veelal gebouwde en/of ontworpen erfgoed binnen de ruimtelijke omgeving. Dat kunnen zowel aangewezen monumenten zijn, als wel objecten, landschappen of structuren met cultuurhistorische waarde. Relevantie plangebied Voor het gehele plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 5' opgenomen. Dit betekent dat er een lage verwachting is dat er in het plangebied archeologische vondsten worden gedaan. In paragraaf 7.1 wordt nader ingegaan op de archeologische waarde. 6.4.4 Nota Parkeernormen 2021 Op 16 december 2020 heeft de gemeenteraad de 'Nota Parkeernormen 2021' vastgesteld. Voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke voorwaarde voor elke ruimtelijke ontwikkeling. Om ervoor te zorgen dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd voor nieuwe ontwikkelingen wordt in de regels verwezen naar de geldende 'Nota Parkeernorm Amstelveen 2021'. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel (Nota Parkeren).

In een planregel dient dan tot uitdrukking worden gebracht dat bij de toets op het onderdeel parkeren, de beleidsregel betrokken moet worden. Dit mag een dynamische verwijzing zijn. Dat betekent dat in de planregel tot uitdrukking kan worden gebracht dat te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus hangende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk. Hierdoor kan elk initiatief waarvoor een omgevingsvergunning wordt ingediend getoetst worden aan de meest actuele parkeernormen. Bij het toepassen van de parkeernorm worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Elke initiatiefnemer van (bouw)plannen dient zorg te dragen voor het realiseren van voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein. Een bouwinitiatief of wijziging van functie van een locatie mag geen parkeerproblemen of verkeersveiligheidsproblemen in de openbare ruimte veroorzaken of vergroten.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

De Nota parkeernormen is van toepassing op ruimtelijke plannen voor nieuwbouw, verbouw, uitbreiding of wijziging van functie(s) voor zover zij van invloed zijn op het parkeren. Een initiatiefnemer kan een gemotiveerd voorstel indienen om af te wijken van de vastgestelde parkeernorm, onderbouwd door een goed mobiliteits­ en bereikbaarheidsplan en een goed verhaal waarom met minder parkeerplaatsen kan worden volstaan en hoe overlast voorkomen wordt. Burgemeester en wethouders kunnen op basis hiervan gemotiveerd afwijken van de parkeernorm. Indien voor projecten in het voortraject normen zijn vastgesteld in het programma van eisen van deze projecten wort aan deze normen vastgehouden.

Conclusie In het bestemmingsplan worden de parkeernormen uit de Nota Parkeernormen van toepassing verklaard. Hierbij is het uitgangspunt dat in beginsel de parkeerbehoefte op eigen terrein wordt opgelost. Het initiatief voorziet in een parkeerbehoefte op eigen terrein met een minimale parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning.

6.5 Conclusie

Vanuit de uitgangspunten van het rijks­ en het provinciaal beleid bestaan geen belemmeringen voor het realiseren van twee vrijstaande woningen aan de Bankrasweg 30. De ontwikkeling past eveneens in het gemeentelijk beleid.

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

HOOFDSTUK 7 OMGEVINGSKWALITEIT 7.1 Archeologie Wet op de archeologische monumentenzorg De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de archeologie in Nederland. Onderdelen van de voormalige Monumentenwet over archeologie worden overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen) en de vergunningverlening voor het verstoren van archeologische rijksmonumenten. Dit houdt in dat de gemeente bij de voorbereiding van een nieuw bestemmingsplan moet onderzoeken of de grond een archeologische waarde of verwachting bezit. In het bestemmingsplan kunnen archeologische voorschriften worden opgenomen wanneer de gemeente de grond bestemd heeft als archeologisch waardevol of onderzoeksgebied De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta) uit 1992. Dit gaat uit van de bescherming van het archeologische erfgoed als bron van het Europese gemeenschappelijke geheugen en als middel voor geschiedkundige en wetenschappelijke studie. Om dat doel te bereiken moet de wetgever het archeologisch erfgoed betrekken bij de ruimtelijke ordening. Tevens dient de financiering van het archeologisch onderzoek en het behoud in de bodem te worden geregeld.

Kern van de wet is dat gemeenten verantwoordelijk worden voor de archeologische monumentenzorg binnen de gemeentegrenzen. De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt”, dat ervan uitgaat dat de aanvrager van een omgevingsvergunning en een omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten zelf de kosten moet dragen voor het voldoen aan de archeologische voorschriften, worden meer archeologische resten in situ behouden. Het principe dat de veroorzaker betaalt geldt uitsluitend wanneer de wet uitdrukkelijk bepaalt dat er een archeologisch voorschrift aan de vergunning kan worden verbonden. De volgende archeologische voorschriften worden in de wet genoemd: <0000> Het treffen van maatregelen waardoor de archeologische resten in situ behouden blijven; <0000> De verplichting tot het doen van opgravingen; <0000> Het werk laten begeleiden door een deskundige. Het rijk is het bevoegd gezag bij toevalsvondsten, waarvan sprake is wanneer er bij werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen (paragraaf 5.4 Erfgoedwet). Vondsten met archeologische waarde dienen te worden aangegeven bij het provinciaal depot voor archeologie van de provincie Noord­Holland.

Archeologiebeleid gemeente Amstelveen In 2016 is het archeologisch beleid, en de daarbij behorende archeologische verwachtingskaart geactualiseerd. Op deze kaart zijn in verschillende gradaties de verwachte archeologische waarden opgenomen, waaraan criteria met betrekking tot oppervlakte en diepte van bodemverstoring zijn verbonden. Dit geactualiseerde beleid is in 2018 in het paraplubestemmingsplan 'Archeologie en Cultuurhistorie' gemeentebreed verankerd. De gebieden met de hoogste verwachting zijn vermeld als ‘AMK­terrein’ (Archeologische Monumentenkaart) of als ‘historische kern’. Dit zijn de op kaart paars gekleurde gebieden (Amsterdamseweg, oude dorp, bestaande en voormalige buitenplaatsen langs de Amstel en locaties van voormalige molens en posten Linie van Krayenhoff). Hiervoor

vastgesteld toelichting Bankrasweg 30

pagina

geldt dat bij bodemverstoringen van meer dan 50 m2 een archeologisch onderzoek dient te worden gestart. In de zones waar ‘historische bebouwing’ heeft plaatsgevonden (Amsterdamseweg, Handweg, Legmeerdijk, Bovenkerkerweg en de Amsteldijk) geldt verplicht archeologisch onderzoek bij bodemverstoringen groter dan 100 m2. De zone van het onverveend bovenland (gebied ten westen van de Amsteldijk, groot loopveld (tracé ten zuiden van de A9) en het onverveende gebied in het noord­westen van Amstelveen) heeft een middelhoge verwachtingswaarde. Hiervoor geldt dat bij bodemverstoringen van meer dan 1.000 m2 een archeologisch onderzoek dient te worden gestart. Tot deze categorie van middelhoge archeologische verwachtingswaarde behoren ook de getij­inversie­ruggen, die liggen in de Bovenkerkerpolder en de Noorderlegmeerpolder. Hiervoor geldt dat bij bodemverstoringen van meer dan 5.000 m2 een archeologisch onderzoek dient te worden gestart. Het overgrote deel van Amstelveen bestaat uit verveend, drooggemaakt of met zand opgespoten gebied. Binnen dit gebied geldt een lage archeologische verwachtingswaarde. Hiervoor geldt dat bij bodemverstoringen van meer dan 10.000 m2 een archeologisch onderzoek dient te worden gestart. Relevantie plangebied Paragraaf 5.1.3 geeft inzicht in de archeologische verwachtingswaarde van het plangebied.

Het plangebied kent een lage archeologische verwachtingswaarde waarbij archeologisch vooronderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld. Omdat in dit geval de bodemingrepen minder omvangrijk zijn, is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.

7.2 Bodem Wettelijk- en Beleidskader Het bodembeleid heeft tot doel een balans te vinden tussen bodemgebruik en bescherming van bodemfuncties. Met bescherming wordt bedoeld dat een bodemgebruik duurzaam, veilig en gezond is. Bescherming is niet alleen tegen verontreiniging gericht, maar in principe tegen elke aantasting die het gebruik benadeeld. Het beleid voor bodembescherming kent drie sporen. Het eerste spoor bestaat uit het oplossen van de knelpunten die zijn ontstaan door historische verontreinigingen. Hiervoor is een programmatische aanpak opgesteld, die in de Wet bodembescherming is opgenomen. Het doel, om in 2015 geen locaties meer te hebben waar acute gezondheidsrisico optreden, is in Aalsmeer/Amstelveen bereikt. Het 2e spoor richt zich op het voorkomen van nieuwe aantasting door het stellen van regels aan activiteiten in en op de bodem. De Wet Milieubeheer vormt hiervoor de basis. Het 3e en laatste spoor is het ruimtelijke spoor (Wro) dat tot doel heeft te komen tot een ‘goede ruimtelijke ordening. Dit gebeurt door nieuwe gebruiksfunctie (bv. wonen) alleen te bestemmen op gronden met voldoende bodemkwaliteit. Bij bestaand bodemgebruik worden natuurlijk momenten aangegrepen om de bodemkwaliteit zo nodig te verbeteren. Als ijkpunt kunnen de bodemnormen uit de Regeling bodemkwaliteit worden toegepast.

In gebieden met intensief bodemgebruik is het niet altijd mogelijk om de juiste bodemkwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten te bereiken. Het Besluit bodemkwaliteit (Bkk) biedt dan de mogelijkheid om op projectniveau af te wijken van de generieke normen, mits op gebiedsniveau de kwaliteit niet verminderd en dit beleid door lokaal bestuur wordt vastgesteld. In Amstelveen is wel gebied pecifiek beleid opgenomen in de Nota bodembeheer (2013), maar er zijn geen regels opgenomen die het bestemmen van gebruiksfuncties beperken. Daar is ook weinig aanleiding voor, omdat de chemische bodemkwaliteit over het algemeen geen knelpunt vormt voor bestaand en toekomstig bodemgebruik.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=b77786ad-cab8-4dc4-aa66-53b09a437c15