01 Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16
Tekst van het document
Uit het onderzoek blijkt dat een dergelijke rotonde, afhankelijk van het aantal fietsers, een redelijke tot goede verkeersafwikkeling oplevert, mede door het toepassen van een detectielus/filelus op de Van der Hooplaan. De beoogde rotonde zorgt ervoor dat fietsers voorrang hebben, waardoor er bij de Startbaan geen knelpunt in het fietsnetwerk ontstaat. De rotondes met fietsers in de voorrang zijn in Amstelveen en op de Van der Hooplaan een beproefd recept ofwel een oplossing met een goede werking. Met een rotonde kan het verkeer op de Startbaan beter doorstromen. In de huidige situatie is er nog geen directe noodzaak om het kruispunt Startbaan – Van der Hooplaan aan te pakken, zoals is weergegeven in het verkeersonderzoek 2020. Sportlaan – Bovenkerkerweg – Handweg - Noorddammerlaan Dit kruispunt (3) ligt ten noordwesten van het plangebied. In de autonome situatie heeft het kruispunt onvoldoende capaciteit om het verkeer op een goede manier af te wikkelen. Dit komt voornamelijk omdat het kruispunt in de referentiesituatie (2018) al aan zijn capaciteit zit en de extra verkeersgroei door andere ontwikkelingen in de omgeving ervoor zorgt dat het kruispunt overbelast is. In de avondspits is dit voor de huidige situatie al het geval.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
50
In de plansituatie neemt de cyclustijd in de ochtendspits toe van 140 naar 190 seconden. Qua secondes is dit een grote toename. Echter geldt dat bij een oververzadigd kruispunt, wat dit kruispunt in de ochtendspits al is, het toevoegen van enkele voertuigen al tot grote gevolgen kan leiden. In de avondsituatie is de cyclustijd zowel in de autonome als in de plansituatie dermate hoog dat het kruispunt niet regelbaar is. Met name het grote verkeersaanbod vanuit het noorden (Handweg) ligt hier ten grondslag aan. Conclusies Het kruispunt is in beide spitsen overbelast door een groot verkeersaanbod vanuit het noorden (Handweg). De beschikbare capaciteit op de noordtak komt niet overeen met het verkeersaanbod. Daarnaast is door de vele deelconflicten de afrijcapaciteit relatief laag (en de cyclustijd hoog). Dit is nadelig voor de zijrichtingen (Noorddammerlaan en Sportlaan). Uitbreiding van het kruispunt is daarmee gezien de verkeersstromen noodzakelijk. Deze uitbreiding staat in feite los van het onderhavige plan. Mogelijke oplossingsrichtingen Wanneer de noordtak (Handweg) wordt voorzien van een aparte rechtsaffer en de rechtdoorgaande geen deelconflicten heeft, daalt de gemiddelde cyclustijd aanzienlijk. In de ochtendspits ligt de gemiddelde cyclustijd dan in de autonome en plansituatie op circa 90 seconden.
In de avondspits is dit voor de autonome en plansituatie circa 100 seconden. De verkeersafwikkeling is daarmee als redelijk tot goed te beoordelen. Gezien de beperkte fysieke ruimte is het inpassen van een extra signaalgroep op de Handweg een uitdaging. Daarnaast is het de vraag of een aparte rechstaffer op de Handweg wel gewenst is in verband met eerder vastgesteld sluipverkeer. Er wordt daarom reeds nagedacht om een knip voor autoverkeer te realiseren op de Noorddammerlaan, wat invloed heeft op de verkeersstromen op het kruispunt. Het is daarom verstandig om ook dit kruispunt in een groter geheel, zoals de mobiliteitsvisie voor Amstelveen, verder te beschouwen. 7.3.3 Parkeren: parkeerbehoefte en parkeernormen Ten behoeve van de 552 woningen van het project Olympiade worden 617 parkeerplaatsen gerealiseerd. Alle parkeerplaatsen komen op eigen terrein te liggen. Bij de 617 parkeerplaatsen zit het bezoekersparkeren inbegrepen. De meeste parkeerplaatsen worden in de semiverdiepte parkeergarage gerealiseerd, namelijk 480. De overige 137 parkeerplaatsen liggen aan de zuidzijde van het plangebied, aan weerszijden van een nieuwe straat. In het verrichte parkeeronderzoek (zie bijlage 7) is inzicht gegeven in welke parkeernormen en hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn voor het plan Startbaan 16 (project Olympiade).
Om het aantal parkeerplaatsen voor de woningen te bepalen, is een parkeerbehoefteanalyse en parkeerbalans gemaakt. De parkeernormen voor woningen in het parkeerbeleid zijn maar ten dele van toepassing op het onderhavige project Olympiade (Startbaan 16). Er wordt in het onderhavige plan afgeweken van de parkeernormen in de 'Nota Parkeernormen 2021' alsook ten dele van de parkeernormen in de voorgaande 'Nota Parkeernormen 2016'. In het onderhavige plan is ten aanzien van de middeldure huurwoningen en de middeldure koopwoningen (ofwel woningen tot 70 m2) een afwijkende parkeernorm ten opzichte van de 'Nota Parkeernormen' opgenomen, namelijk een parkeernorm van 1,0 parkeerplaats per woning. Voor koopwoningen groter dan 70 m2 geldt een parkeernorm van 1,4, 1,7 of 2,0 parkeerplaats per woning. Alle parkeernormen voor woningen in het plan zijn inclusief het aandeel voor bezoekersparkeren.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
51
Het onderhavige plan heeft voor het grootste deel betrekking op middeldure woningen. Daarbij betreft het merendeel van de woningen middeldure huurwoningen. Daarnaast gaat het plan uit van een deel middeldure koopwoningen, betreffende (in het onderhavige geval) woningen tot 70 m2. Alle woningen betreffen appartementen. Bij het project Olympiade worden worden er 617 parkeerplaatsen op het perceel Startbaan 16 gerealiseerd, in het geval van 552 woningen in totaal waarvan 358 middeldure huurwoningen. In het onderhavige plan gelden voor de duurdere en grotere woningen de parkeernormen opgenomen in de 'Nota Parkeernormen 2016' van Amstelveen. Voor de middeldure huurwoningen, en de middeldure koopwoningen tot 70 m2, geldt in het onderhavige plan een parkeernorm van 1,0 parkeerplaats per woning (incl. bezoek). In het parkeeronderzoek is aangetoond dat voor het project Olympiade (in de Startbaanbuurt) en het onderhavige bestemingsplan Startbaan 16 er gegronde redenen zijn om, voor de middeldure woningen in het plan, een parkeernorm te hanteren van 1,0 parkeerplaats per woning (incl. bezoekersparkeren). Op het plan Startbaan 16 (project Olympiade) is het doelgroepenbeleid van de gemeente Amstelveen van toepassing. Op grond daarvan wordt verwacht dat de toekomstige bewoners overwegend vallen in de middeninkomens, overeenkomstig de in het doelgroepenbeleid omschreven inkomenscategorieën.
De bewonerspopulatie van deze woningen van het onderhavige plan zal daarom vooral bestaan uit starters en young professionals met (gecombineerde) middeninkomens. Daarnaast kan verwacht worden dat deze jongere doelgroep openstaat voor nieuwe ontwikkelingen als minder autogerichte mobiliteit en circulaire economie (deelauto's). Velen van hen zullen zich naar hun werklocatie binnen de Amsterdamse agglomeratie verplaatsen met fiets of openbaar vervoer. Uit de analyse van autobezit in Amstelveen volgt dat de buurten waar relatief meer lage en middeninkomens wonen, het autobezit duidelijk lager ligt (0,8 of minder per woning) dan in buurten met hogere inkomens. Ook maatschappelijk is er een trend naar minder autobezit, een trend die goed aansluit bij de lifestyle van de toekomstige bewoners en goed aansluit bij de goede en dichtbijgelegen openbaar vervoersmogelijkheden (sneltramhalte Poortwachter (metro), bushalte Startbaan/Beneluxbaan en bushalte Bovenkerkerweg/Beneluxbaan). Met het aanwezige OV staat de planlocatie in verbinding met OVknooppunt AmsterdamZuid, waarmee de bewoners de werk en recreatiemogelijkheden binnen de Amsterdamse agglomeratie goed kunnen bereiken. Een parkeernorm van 1,0 parkeerplaats per woning (incl. bezoekersparkeren) voor de middeldure huurwoningen en de middeldure koopwoningen tot 70 m2 is dan ook passend.
De parkeernormen voor woningen zijn inclusief het aandeel voor bezoekersparkeren. In combinatie met de andere van toepassing zijnde parkeernormen voor de andere woningen, uit de 'Nota Parkeernormen 2016', en dubbelgebruik, wordt een parkeervraag van 529 parkeerplaatsen op het drukste moment (de werkdagavond) berekend. De geprojecteerde parkeercapaciteit van 617 parkeerplaatsen van het project Olympiade is dan ook toereikend. Wanneer ook nog rekening wordt gehouden met de realisatie van 10 deelautoplaatsen (die per saldo een reductie van de parkeervraag van 30 parkeerplaatsen kunnen bewerkstelligen) dan zal er sprake zijn van een ruimere resterende parkeercapaciteit. Er bestaat bij de ontwikkelaar de wens om voor een deel van de woningen eigen, toegewezen, parkeerplaatsen te creëren. Deze gereserveerde parkeerplaatsen zijn enkel strikt, op kenteken, toe te wijzen.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
52
Wanneer wordt uitgegaan van 245 toegewezen parkeerplaatsen wordt voor het algemeen te gebruiken deel van de parkeerplaatsen (voornamelijk bedoeld voor bewoners van de huurwoningen en voor bezoekersparkeren) een sluitende parkeerbalans berekend, met op het drukste moment (de zaterdagavond) nog 1 à 2 parkeerplaatsen restcapaciteit. Daarbij is nog geen rekening gehouden met het effect van de inzet van deelmobiliteit, waardoor de parkeervraag effectief met enkele tientallen parkeerplaatsen zal verminderen. Er zijn sterke indicaties dat de algemeen gehanteerde kengetallen voor bezoekersparkeren een factor 2 of meer te hoog zijn, waardoor het aantal benodigde parkeerplaatsen voor bezoekers aanmerkelijk lager zal uitvallen. Er is dan ook te verwachten dat de berekende vrije ruimte, ook op zaterdagavond, groter zal zijn onder invloed van de genoemde factoren (reductie parkeervraag door deelmobiliteit en overschatting capaciteit bezoekersparkeren). Hiermee wordt nog sterker verwacht dat er in de praktijk voldoende parkeerplaatsen op het perceel Startbaan 16 aanwezig zijn en dat er geen aanvullend parkeren zal plaatsvinden in de openbare ruimte.
7.3.4 Conclusie Het onderhavige plan leidt tot wezenlijke veranderingen in de verkeersstromen in de directe omgeving van het plangebied, waarbij ook vanwege de nieuwe/toekomstige woonfunctie (als vervanger van de kantoorfunctie) de verkeersstromen deels omwisselen. De autonome ontwikkelingen hebben echter een veel grotere invloed op het verkeersnetwerk en de verkeersafwikkeling in de omgeving van het plangebied. De Startbaan kan het toekomstige verkeer verwerken. Een aandachtspunt zijn de kruispunten 'Startbaan – Van der Hooplaan' in combinatie met 'Beneluxbaan – Van der Hooplaan', en het kruispunt 'Sportlaan – Bovenkerkerweg – Handweg – Noorddammerlaan'. Afhankelijk van hoeveel verkeer er daadwerkelijk bij komt op de relevante kruispunten in de omgeving van het plangebied, kunnen er eventueel maatregelen worden getroffen. De ontwikkeling van de hoeveelheid verkeer zal de komende jaren (moeten) worden gemonitord. De twee (gekoppelde) kruispunten op de Van der Hooplaan, namelijk met de Startbaan en Beneluxbaan, alsook het kruispunt op de Bovenkerkerweg, kunnen zonder een maatregel de berekende hoeveelheid verkeer in zowel de autonome situatie 2030 als de plansituatie 2030 niet goed afwikkelen. De invloed van het extra verkeer van de planontwikkeling is beperkt.
Afhankelijk van hoe (snel) het verkeer zich ontwikkelt, zijn er (op een bepaalde termijn) mogelijk maatregelen nodig op/bij de Van der Hooplaan. Voor het betreffende kruispunt op de Bovenkerkerweg staat een maatregel los van het onderhavig plan. De maatregelen komen aan bod in het nog vast te stellen Uitvoeringsprogramma Mobiliteitsvisie Amstelveen, en zijn in het kader van autonome ontwikkelingen/groei. Er zijn ook maatregelen voor handen die tevens een directe gunstige invloed kunnen hebben ten aanzien van de realisatie van het plan en project Startbaan 16. Uit de aanvullende verkeersstudie blijkt dat een rotonde, met fietsers in de voorrang, op de kruising Startbaan – Van der Hooplaan mogelijk is. Bij de rotonde kan (wanneer nodig) met een detectielus de hoeveelheid autoverkeer vanaf de Beneluxbaan richting de rotonde gereguleerd worden. Wanneer het plan en project Startbaan 16 gerealiseerd is, kan de hoeveelheid verkeer voldoende worden afgewikkeld, eventueel door middel van te realiseren maatregelen.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
53
Parkeren Bij het plan Startbaan 16 en het project Olympiade worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. Bij de parkeerbehoefte is rekening gehouden met het autobezit in Amstelveen en de doelgroep, en het dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Er worden bij het project Olympiade 617 parkeerplaatsen gerealiseerd voor 552 woningen (appartementen). Om de realisatie van voldoende parkeerplaatsen te borgen, zijn in de regels van dit bestemmingsplan de passende parkeernormen opgenomen. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein, het perceel Startbaan 16, worden gerealiseerd.
7.4 Geluid 7.4.1 Beleidskader en wettelijk kader De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt, voor spoor en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen, zijn grondslag in de Wet geluidhinder. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, met betrekking tot de goede ruimtelijke ordening. In de Wet geluidhinder (Wgh) en het Besluit geluidhinder (Bgh) zijn voorkeursgrenswaarden ten aanzien van de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies opgenomen. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere waarden vast te stellen. Voor de hogere waarden van de geluidsbelasting geldt dat deze lager dienen te zijn dan de maximaal te verlenen hogere waarde, voor verschillende situaties, die zijn neergelegd in de Wgh en het Bgh. De gemeenteraad van Amstelveen heeft de "Deelnota Hogere Waarden" vastgesteld. In deze nota is de procedure uitgewerkt om de hogere waardenprocedure te doorlopen. In het hogere waardenbeleid is een aantal aspecten opgenomen die bij de afweging van een hogere waarde een rol speelt. Deze aspecten zijn: 1. het heersende geluidsniveau; 2. het toetsingskader om af te wijken van het heersende geluidsniveau; 3. cumulatie en compensatie.
Voor de geluidsbelasting vanwege een 50 km/uur weg mag conform artikel 110g van de Wet geluidhinder er 5 dB aftrek worden toegepast. 7.4.2 Geluidsituatie plan(gebied) Het onderhavige plan Startbaan 16 maakt de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen (woningen) mogelijk, en bevindt zich in de omgeving van enkele geluidsbronnen. Ten behoeve van de te realiseren woningen in het appartementencomplex Olympiade (Startbaan 16) is inzicht nodig in de te verwachten geluidsbelastingen vanwege de wegen Beneluxbaan, Bovenkerkerweg en Zetterij. Deze 50 km/u wegen kennen een geluidszone op grond van de Wet geluidhinder. Het bureau DGMR heeft akoestisch onderzoek verricht naar de geluidsbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op de gevels van de nieuw te realiseren woningen op de locatie Startbaan 16. Tevens is de geluidsbelasting vanwege de 30 km/u wegen Startbaan en Wimbledonpark in het kader van een goede ruimtelijke ordening beoordeeld en meegewogen. Zie bijlage 8 voor het geluidsrapport (d.d. 23 september 2020) voor het appartementencomplex Startbaan 16 (Olympiade), met daarin de resultaten van het akoestisch onderzoek.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
54
Beneluxbaan De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Beneluxbaan bedraagt meer dan 48 dB op een aanzienlijk deel van de woningen. Voor de woningen met een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (48 dB) is de geluidsbelasting op de gevel 49 tot 54 dB. Dit betreft de geluidsbelasting inclusief de aftrek van 5 dB conform artikel 110g van de Wet geluidhinder. De geluidsbelastingen zijn ruim lager dan de maximale grens/ontheffingswaarde van 63 dB. Ten aanzien van de geluidsbelastingen van 49 tot 53 dB is planrealisatie niet zonder meer mogelijk. Een hogere grenswaarde voor de Beneluxbaan is noodzakelijk. Voor ongeveer een kwart van de woningen is een hogere waarde benodigd, waarbij voor enkele woningen voor twee gevels een hogere waarde benodigd is. Bovenkerkerweg De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Bovenkerkerweg bedraagt meer dan 48 dB op een aantal van de woningen. Voor de woningen met een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (48 dB) is de geluidsbelasting op de gevel 49 tot 50 dB (incl. 5 dB aftrek). De geluidsbelastingen zijn ruim lager dan de maximale grens/ontheffingswaarde van 63 dB. Ten aanzien van de geluidsbelastingen van 49 tot 50 dB is planrealisatie niet zonder meer mogelijk. Een hogere grenswaarde voor de Bovenkerkerweg is noodzakelijk.
Zetterij De geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de weg Zetterij bedraagt ruim minder dan 48 dB, namelijk ten hoogste 40 dB (incl. 5 dB aftrek). Startbaan De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Startbaan bedraagt minder dan 48 dB, namelijk ten hoogste 47 dB (incl. 5 dB aftrek). Als de geluidsbelasting van deze 30 km/uur weg wordt vergeleken met de waarden uit de Wet geluidhinder, dan voldoet de geluidsbelasting aan de voorkeurgrenswaarde (48 dB). Wimbledonpark De geluidsbelasting ten gevolge van het verkeer op de weg Wimbledonpark bedraagt ruim minder dan 48 dB. Gecumuleerde geluidsbelasting 50 km/uur en 30 km/uur wegen De gecumuleerde geluidsbelasting vanwege alle wegen samen op de gevels van de appartementen bedraagt ten hoogste 59 dB, exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. Inclusief aftrek bedraagt de gecumuleerde geluidsbelasting 54 dB. 7.4.3 Maatregelen(overweging) Volgens de Wet geluidhinder kunnen hogere waarden worden vastgesteld voor een plan wanneer toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting, onvoldoende doeltreffend zal zijn dan wel overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige of financiële aard ontmoeten.
In verband met de geluidsbelastingen hoger dan de voorkeursgrenswaarde is onderzocht of (realistische) maatregelen mogelijk zijn waarmee de geluidsbelasting ter plaatse van de planlocatie en het bouwplan teruggebracht kan worden. Bij het onderzoeken van de maatregelen wordt, conform de Wet geluidhinder, de voorkeursvolgorde bronoverdrachtontvanger aangehouden.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
55
Bronmaatregelen Bronmaatregelen zijn in de onderhavige situatie niet doelmatig en/of niet reëel. Een snelheidsverlaging op de Beneluxbaan en Bovenkerkerweg is verkeerskundig te bezwaarlijk, en lost tevens slechts een deel van de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde op. Op de Beneluxbaan leidt stiller wegdek niet tot het oplossen van de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde, en is bij het kruispunt tevens niet goed toepasbaar. Op de kruispunten van de Bovenkerkerweg is stiller wegdek (een dunne deklaag) niet reëel omdat het wegdek in die situatie eerder wordt kapot gereden, waardoor deze maatregel op verkeerskundige bezwaren stuit. Tevens betreft het voor de Bovenkerkerweg geringe overschrijdingen. Overdrachtsmaatregelen (schermen) De geluidsbelasting op de woningen van het onderhavige (bouw)plan kan verlaagd worden door het toepassen van geluidschermen. In het akoestisch onderzoek zijn twee te plaatsen geluidschermen beschouwd. In beide varianten gaat het om aanzienlijke schermen, gelet op het bouwplan, waarmee sprake is van hoge kosten. De schermen hebben met name effect op de geluidsbelasting op de eerste drie bouwlagen. Het effect van de geluidschermen op de geluidsbelastingen per gebouw en per beoordelingspunt is 0 tot 2 dB.
Een geluidscherm zou slechts ten dele doeltreffend zijn, vanwege de hogere bouwlagen, het kruispunt en de afstand tot de weg en/of het plan. Schermen zijn in de onderhavige situatie niet doelmatig genoeg en niet reëel. Maatregelen bij de ontvanger Als maatregel bij de ontvanger kan gedacht worden aan toepassen van een gebouwgebonden geluidscherm of het optimaliseren van de gebouwvorm en oriëntatie. Gelet op de relatieve beperkte geluidsbelastingen, de geluidsluwe binnenplaats/tuin en de behoefte om veel woningen te realiseren, is het aanpassen van de voorgestane bebouwing niet reëel. Ter plaatse van de zuidelijke woningen van (de zuidelijke blokken van) het appartementencomplex ontbreekt een geluidluwe gevel. Derhalve dient hier bij voorkeur een maatregel te worden gerealiseerd waarmee de geluidsbelasting met 3 dB wordt gereduceerd om alsnog een geluidluwe gevel te hebben. Er is gekozen om de balkons van deze woningen uit te voeren met een gesloten balustrade van 1,2 meter hoog en de onderkant van de bovenliggende plafonds geluidabsorberend uit te voeren. Hierdoor kan er voor de meeste geluidsbelaste woningen een geluidluwe gevel worden gecreëerd, waarmee zoveel mogelijk wordt aangesloten op het compensatieaspect betreffende een geluidluwe gevel.
Afweging Omdat er voldoende geluidwering van de gevel kan worden gerealiseerd, er voor de meeste woningen zonder maatregelen een geluidluwe gevel aanwezig is, en er voor de meeste andere woningen met gesloten balustrades een geluidluwe gevel(deel) wordt gecreëerd en daardoor nagenoeg alle woningen een geluidluwe gevel kennen, en omdat andere maatregelen niet reëel zijn, en omdat er wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid, is het mogelijk om hogere (grens)waarden vast te stellen voor de geluidsbelastingen vanwege het verkeer op de Beneluxbaan en de Bovenkerkerweg. Tevens is met de berekende cumulatieve geluidsbelastingen sprake van een aanvaardbaar woon en leefklimaat.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
56
7.4.4 Conclusie Voor een aanzienlijk aantal woningen moet een hogere waarde vastgesteld worden ten aanzien van de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Beneluxbaan. Voor een klein aantal woningen moet een hogere waarde vastgesteld worden ten aanzien van de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer op de Bovenkerkerweg. De grenswaarden voor de binnenwaarden van nieuwe woningen dienen te worden geborgd. In het Bouwbesluit zijn grenswaarden voor de binnenwaarden opgenomen. Voor de verlening van de omgevingsvergunning bouwen wordt getoetst of een bouwplan voldoet aan de binnenwaarden; in de onderhavige situatie heeft deze toetsing reeds plaatsgevonden. De geluidsbelasting binnen de woningen zal gering zijn, en de meeste woningen kennen een geluidluwe zijde waarbij voor een aantal woningen een gesloten balustrade wordt gerealiseerd, en de cumulatieve geluidsbelasting is acceptabel. Daarmee is de geluidsbelasting op de gevels van de woningen aanvaardbaar.
7.5 Luchtkwaliteit 7.5.1 Wettelijk kader, en beleid Het belangrijkste wettelijke kader is de Wet luchtkwaliteit die is opgenomen in de Wet milieubeheer. Daarnaast zijn enkele Algemene Maatregelen van Bestuur van belang, namelijk het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” en de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Als nationaal beleid is enkele jaren geleden het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgezet en vastgelegd. Een project of plan zal moeten voldoen aan één of meerdere van de andere luchtkwaliteitseisen die zijn vastgesteld bij de invoering van het NSL en in de Wet luchtkwaliteit (wijziging van de Wet milieubeheer) zijn opgenomen. De luchtkwaliteitseisen staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Eén luchtkwaliteitseis is het voldoen aan grenswaarden, aangegeven in tabel 7.5. Tabel 7.5: Grenswaarden stoffenconcentraties, Wlk (Titel 5.2 Wm, Bijlage II)
Met de Wet luchtkwaliteit (Wlk) is gestreefd naar meer flexibiliteit als het gaat om de koppeling van luchtkwaliteitseisen en ruimtelijke ontwikkelingen. Deze flexibiliteit is met name terug te vinden in een verdeling in projecten die in betekende mate (IBM) of niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. NIBMprojecten hoeven niet langer getoetst te worden aan de grenswaarden.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
57
Besluit niet in betekenende mate [NIBM] bijdragen, en Regeling NIBM bijdragen In het “Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” en de daarop gebaseerde “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” is geregeld welke projecten niet meer getoetst hoeven te worden. Projecten, die maximaal 3% van de grenswaarde (= 1,2 µg/m3 voor zowel NO2 als PM10) bijdragen aan de lokale luchtkwaliteit, vallen onder de definitie van NIBM en hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wm. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen waarbij een besluit, aangaande een project, in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt. In de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)” zijn categorieën projecten opgenomen die niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. In de ‘Regeling NIBM bijdragen’ is onder meer opgenomen dat voor woningbouwlocaties van een bepaalde omvang sprake is van niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit ofwel dat het woningbouwproject geen aanmerkelijke negatieve invloed heeft op de luchtkwaliteit.
Voor woningbouwprojecten is de regeling van toepassing op woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen omvat. 7.5.2 Luchtkwaliteitssituatie plan(gebied) Het onderhavige plan omvat 552 woningen. Met dit aantal woningen zal het plan en project Startbaan 16 niet in betekende mate (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Dit kan worden geconstateerd op grond van de “Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Verder blijkt uit de NSLmonitoringstool (2019) dat de concentraties aan de luchtverontreinigende stoffen NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het onderhavige plangebied ruim onder de grenswaarden (voor jaargemiddelde concentraties) liggen, in zowel 2018, 2020 als 2030. Dit volgt uit het toets/rekenpunt van de NSLmonitoringstool liggend vlakbij het plangebied (langs de Beneluxbaan). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse van de onderhavige locatie Startbaan 16 is ruim voldoende zodat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 7.5.3 Conclusie Er is ten aanzien van het onderhavige plan sprake van 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtkwaliteit. Met NIBM bijdragen wordt voldaan aan de eisen van de Wet milieubeheer.
Er is bij het plan en project Startbaan 16 geen relevant effect op de luchtkwaliteit. Tevens is de huidige luchtkwaliteit in de omgeving van het plangebied ruim voldoende. De luchtkwaliteit, of een geringe verandering daarvan, vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan Startbaan 16.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
58
7.6 Externe veiligheid 7.6.1 Beleidskader en wettelijk kader Bij externe veiligheid gaat het om de vraag of de veiligheid van personen in de omgeving van een risicoopleverende activiteit met gevaarlijke stoffen voldoende is gewaarborgd. Het gaat hier met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen en de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de (hoofd)wegen, spoorwegen en waterwegen en door buisleidingen. De veiligheidskaders en normen zijn vastgelegd in respectievelijk het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Besluit externe veiligheid transportroutes en Besluit externe veiligheid buisleidingen. De risicokaart (NoordHolland) geeft inzicht in de risico's in de woon en werkomgeving. Op de risicokaart staan meerdere typen risicobronnen en ongevallen. De gegevens zijn afkomstig van gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk. 7.6.2 Situatie plan(gebied) Uit de risicokaart blijkt dat er in de directe omgeving van het plan(gebied) Startbaan 16 geen risicovolle bedrijven en/of activiteiten zijn vermeld. Er is wel op relatief korte afstand van het onderhavige plan(gebied) een risicobron gelegen, namelijk een buisleiding. Het onderhavige plan(gebied) ligt voor een deel in het invloedsgebied van een gasleiding. Deze buisleiding ligt ten noordwesten van het plangebied.
Tevens ligt het plangebied in het invloedsgebied van het toxisch scenario van de rijksweg A9 (de dichtstbijzijnde Basisnet route). Het plangebied ligt niet in het invloedsgebied van een LPGtankstation, een andere risicovolle inrichting of een opslagplaats met gevaarlijke stoffen, of het hitte en drukgolf gerelateerde invloedsgebied van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Ten aanzien van 'inrichtingen' is een (nadere) beschouwing van het groepsrisico, het plaatsgebonden risico en de zelfredzaamheid niet nodig. De potentiële risicobronnen op ruime afstand van het onderhavige plan(gebied). De luchthaven Schiphol ligt op ruim 5 kilometer ten westen van het plangebied. Het onderhavige plan ligt buiten het gebied waarvoor een afweging geluid en externe veiligheid is voorgeschreven. Het plan voldoet aan de hoogtebeperkingen. In verband met de aanwezige buisleiding/gasleiding is door het bureau DGMR een onderzoek verricht naar de risico's voor het onderhavige plan Startbaan 16, waarin tevens de risicobron rijksweg A9 is beschouwd. Zie bijlage 9 voor het rapport (d.d. 4 augustus 2020) van het externe veiligheid onderzoek. Buisleiding/gasleiding Op circa 65 meter ten (noord)westen van het bouwplan ligt een hogedruk aardgasleiding. Deze gasleiding heeft een invloedsgebied van 140 meter. Omdat de bebouwing binnen dit invloedsgebied ligt, is deze risicobron nader onderzocht.
Een andere buisleiding met een invloedsgebied van 140 meter ligt op circa 450 meter van het plan en hoeft niet te worden beschouwd. Het plaatsgebonden risico (PR) met betrekking tot de buisleiding vormt geen belemmering voor het onderhavige plan. Ter plaatse van het plangebied kent de buisleiding geen PR106/jaarcontour. De ligging van de PRcontouren verandert niet door de voorgenomen ontwikkeling in het onderhavige plan.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
59
Het noordwestelijke gebouw, het dichtsbijgelegen deel van het bouwplan, staat op circa 65 meter van de buisleiding en staat daarmee met één hoek net binnen het 100%letaliteitsgebied. De andere woongebouwen liggen ruim buiten die zone. Het onderhavige plan ligt buiten de belemmeringenstrook op grond van de Regeling externe veiligheid buisleidingen, waarmee deze strook geen belemmering vormt voor het plan. Het groepsrisico met betrekking tot de buisleiding is berekend, voor de huidige/autonome situatie en de nieuwe situatie met het onderhavige plan. De groepsrisico's zijn voor de twee situaties nagenoeg exact gelijk. De bijdrage van het plan in het groepsrisico is verwaarloosbaar, omdat de populatie die dichterbij de leiding ligt een bepaldende invloed op het groepsrisico heeft. Het groeprisico is voor de buisleiding ter hoogte van het plangebied 0,512 keer de oriëntatiewaarde voor zowel de huidige/autonome situatie als de toekomstige situatie met het plan. Het groepsrisico is lager dan de oriëntatiewaarde en verandert minder dan 10% van de oriëntatiewaarde (omdat het verwaarloosbaar vermindert). Daarom volstaat een 'beperkte verantwoording' van het groepsrisico. Ondanks dat het groepsrisico ruim onder de oriëntatiewaarde ligt, en ondanks de verwaarloosbare verandering van het groepsrisico vanwege het plan, is er altijd een restrisico.
In het externe veiligheid onderzoeksrapport is door het bureau DGMR een aanzet tot de verantwoording van het groepsrisico gedaan. De gemeente neemt deze opgestelde verantwoording van het groepsrisico over. Aanvullend wordt geconstateerd dat de risico's/effecten van de risicoscenario's van de buisleiding klein genoeg worden geacht, en dat de bestrijdbaarheid van branden en de zelfredzaamheid in geval van een calamiteit op orde zijn. Rijksweg A9 - transportroute gevaarlijke stoffen De 'Basisnet route' A9 ligt op circa 1,7 kilometer ten noorden van het plangebied. Een ongeval waarbij een zeer toxische stof vrijkomt zou kunnen leiden tot een gifwolk die op dergelijke afstand een risico vormt. Gezien de kleine kans op dit scenario (kleine aantal transporten en specifieke weersomstandigheden) worden voor dit scenario geen aanvullende maatregelen overwogen dan de maatregel die het Bouwbesluit voorschrijft: mechanische ventilatie moet kunnen worden uitgeschakeld. Ondanks dat het toxisch scenario (gezien de afstand) geen invloed heeft op een groepsrisicoberekening, is er altijd een restrisico. In het externe veiligheid onderzoeksrapport is door het bureau DGMR een aanzet tot de verantwoording van het groepsrisico gedaan. De gemeente neemt deze opgestelde verantwoording van het groepsrisico over.
Aanvullend wordt geconstateerd dat het risico van het toxisch risicoscenario van de A9 klein genoeg wordt geacht, en dat de zelfredzaamheid in geval van een calamiteit op orde zijn. De woongebouwen in het plangebied worden voorzien van mechanische ventilatie die kan worden uitgeschakeld, waarmee, als ramen en deuren tevens worden gesloten, er veilig kan worden geschuild in de gebouwen. 7.6.3 Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan Startbaan 16. De risico's van de buisleiding ten (noord)westen van het plan(gebied) voor het onderhavige woningbouwplan zijn dusdanig gering dat deze verantwoord zijn.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
60
7.7 Natuur en Ecologie 7.7.1 Wettelijk kader Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van soorten en leefgebieden. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De Wet natuurbescherming beslaat zowel soortenbescherming als gebiedsbescherming. De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder de andere soorten vallen bijvoorbeeld de ringslang en grote modderkruiper. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen voor de andere soorten. Met betrekking tot de gebiedsbescherming wordt hoofdzakelijk gekeken naar de Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
7.7.2 Ecologische situatie plangebied en project Het bureau de Bouwecoloog heeft middels een quickscan flora en fauna de voorgenomen ontwikkeling met sloopactiviteiten, van het project Startbaan 16, getoetst aan de natuurwetgeving. Door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie is beoordeeld welke natuurwaarden verwacht worden in het projectgebied Startbaan 16 en is gekeken naar de mogelijke aanwezigheid van beschermde planten en diersoorten. De veldverkenning van het flora en faunaonderzoek heeft op 15 mei 2018 plaatsgevonden. Zie bijlage 10 voor het rapport van de quickscan flora en fauna. In het najaar van 2020 is de quickscan geactualiseerd, middels een extra veldbezoek op 23 november 2020. De conclusies van het onderzoek zijn hetzelfde gebleven. Tevens is in verband met de ontwikkeling en werkzaamheden in het kader van het project Startbaan 16 (Olympiade) een stikstofdepositieonderzoek verricht in 2020 en 2021 door het bureau DGMR (beide met AERIUS Calculator 2020, zijnde de meest recente rekensoftware). Na het ontwerpbestemmingsplan is in verband met nieuwe inzichten het stikstofdepositieonderzoek geactualiseerd. In het onderzoek van 2021 is gerekend met een hogere stikstofemissie, waarbij de conclusie hetzelfde is gebleven. Zie bijlagen 11 en 18 voor de rapporten van het stikstofdepositieonderzoeken.
In het kader van het onderdeel soorten van de Wet natuurbescherming moet worden getoetst of er ter plaatse van de ruimtelijke ingrepen, zoals sloop, sprake is/kan zijn van negatieve effecten op beschermde planten en dieren. De beoogde ontwikkeling, met onder meer de sloop van het kantoorgebouw Startbaan 16, kan (indirecte) aantasting of verstoring van verblijfplaatsen en leefgebied tot gevolg hebben. Houtopstanden Er zullen vanwege de nieuwbouw enkele bomen aan de rand van het perceel Startbaan 16 worden gekapt. Het plangebied ligt echter binnen de bebouwde kom. Het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming is hier dan ook niet van toepassing.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
61
Gebiedsbescherming / Natuurgebied Het onderhavige plangebied ligt niet in een natuurgebied of een weidevogelleefgebied. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied Startbaan 16 ligt niet in of direct nabij het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde NNNgebied "Amsterdamse Bos, Nieuwe Meer en Amstelveense Poel" ligt op circa 700 meter afstand, ten noordwesten van het plangebied. Door het uitvoeren van de werkzaamheden gaat geen oppervlakte aan NNN verloren. Gezien de afstand en de lokale aard van het plan kunnen negatieve effecten op het NNN worden uitgesloten. Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied "Botshol" ligt op circa 5,8 kilometer afstand van het plangebied. Door de voorgenomen ontwikkelingen gaat geen oppervlakte aan Natura 2000gebied verloren. Externe effecten op de Natura 2000gebieden dienen ook getoetst te worden. Voor de mogelijke effectfactoren geluid, licht, menselijke aanwezigheid en trillingen geldt dat gezien de aard van het project en de werkzaamheden, de afstand en de tussenliggende elementen geen effecten op de Natura 2000gebieden te verwachten zijn. Ten aanzien van de uitstoot van stikstof kan zonder berekening niet worden uitgesloten dat er geen effect, ofwel stikstofdepositie, op een Natura 2000gebied is. Derhalve is er een berekening van de (mogelijke) stikstofdepositie op Natura 2000gebieden gemaakt.
Stikstofdepositie Bij de stikstofdepositieonderzoeken zijn berekeningen uitgevoerd voor de toekomstige situatie ofwel de gebruiksfase en voor de tijdelijke situatie van de sloop en bouw ofwel de realisatiefase. Voor de stikstofdepositieberekeningen is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2020. In de onderzoeksrapporten staan de uitgangspunten en resultaten van het stikstofdepositieonderzoek beschreven. Bij het stikstofonderzoek is geen rekening gehouden met salderen oftewel het gunstige effect van het verdwijnen van het huidige/voormalige gebruik. Indien negatieve effecten vanwege werkzaamheden en toekomstig gebruik (in verband met een plan of project) op een Natura 2000gebied op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, dan is voor het planologisch besluit een milieueffectrapportage (m.e.r.) noodzakelijk en is voor de verlening van de omgevingsvergunning (voor het bouwen) een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Er is geen sprake van een m.e.r.plicht of een vergunningsplicht bij een stikstofdepositiebijdrage (vanwege de activiteit) van maximaal 0,00 mol N/ha/jaar op een Natura 2000gebied. Realisatiefase (sloop- en bouwfase) project De totale realisatiefase (sloop, grondwerk en bouw) zal circa 31 maanden duren. Voor de stikstofberekeningen 2020 is worsecase uitgegaan van een hogere stikstofuitstoot per maand en dus in een jaar.
De in 2020 gehanteerde stikstofuitstoot per jaar legt echter onnodige beperkingen op voor de fasering. Voor de stikstofberekeningen 2021 is een maatgevend jaar met een hogere stikstofuitstoot bepaald en is aanvullend daarbij rekening gehouden met de stationaire draaiuren van werktuigen. Ten aanzien van de inzet van werktuigen wordt opgemerkt dat de torenkranen elektrisch zijn. De berekeningen van de realisatiefase van het project Startbaan 16 geeft een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000gebied.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
62
Gebruiksfase toekomstige situatie De berekening van het toekomstige gebruik van de projectlocatie, ofwel de situatie met/na de gerealiseerde onwikkeling van het project Startbaan 16, geeft een stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000gebied. Conclusie Voor het project Startbaan 16 is sprake van een stikstofdepositie bijdrage van 0,00 mol/ha/jaar. Het aspect stikstofdepositie is geen belemmering voor het onderhavige bestemmingsplan. Er is, inzake stikstofdepositie, voor het project Startbaan 16 (bij de omgevingsvergunning bouwen) geen sprake van vergunningsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Soortenbescherming / Flora & Fauna Vaatplanten In het plangebied (onderzoeksgebied perceel Startbaan 16) zijn voornamelijk aangeplante soorten aangetroffen. Tussen de verhardingen en in de plantsoenen zijn enkele wilde soorten waargenomen, zoals kleefkruid, melkdistel en paardenbloem. Nabij de watergang zijn onder andere gele lis, kikkerbeet, harig wilgenroosje en braam aangetroffen. De beschermde soorten uit het bronnenonderzoek zijn niet in het plangebied aangetroffen en worden op basis van het locatiebezoek ook niet verwacht. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van beschermde akkerkruiden, of andere beschermde planten. In het plangebied worden dus geen beschermde planten verwacht.
Vleermuizen Het plangebied (onderzoeksgebied perceel Startbaan 16) is bij het locatiebezoek beoordeeld op geschiktheid en toegankelijkheid voor vleermuizen. Het pand heeft rondom metalen gevelpanelen, waardoor het ongeschikt is voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Ook zijn geen geschikte invliegopeningen waargenomen. De parkeergarage van het gebouw is tevens beoordeeld als ongeschikt, ondermeer door het ontbreken van geschikte openingen en door het ventilatiesysteem. Langs de lange zijden van het perceel zijn bomenrijen aanwezig, aan de overzijden van de weg en de watergang staan tevens bomenrijen. De bomenrijen buiten het perceel Startbaan 16 zijn robuuster, waardoor de bomenrijen binnen het perceel geen essentiële vliegroute voor vleermuizen vormen. Aangezien tevens geen geschikt foerageergebied aanwezig is, heeft het plangebied (perceel Startbaan 16) geen beschermde functie voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren In het plangebied (onderzoeksgebied perceel Startbaan 16) zijn tijdens het locatiebezoek geen aanwijzingen voor gebruik door zoogdieren aangetroffen. Aangezien het plangebied niet helemaal verhard is, kan de aanwezigheid van een vrijgestelde soort als de veldmuis niet geheel uitgesloten worden. De overige soorten die verwacht worden op basis van het bronnenonderzoek kunnen wel worden uitgesloten door de verharde situatie.
Reptielen en amfibieën In het plangebied (onderzoeksgebied perceel Startbaan 16) zijn geen geschikte schuilmogelijkheden aangetroffen voor reptielen en amfibieën. Op het droge en voornamelijk verharde terrein ontbreken geschikt winterhabitat en voortplantingsgebied voor de soorten die op basis van het bronnenonderzoek kunnen worden verwacht. Op basis van het locatiebezoek wordt hierdoor niet verwacht dat beschermde reptielen of amfibieën in het plangebied aanwezig zullen zijn.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
63
Vissen Op basis van het bronnenonderzoek worden geen beschermde vissen verwacht. De watergang bij het plangebied is tijdens het locatiebezoek tevens beoordeeld als ongeschikt voor beschermde vissoorten, zoals de grote modderkruiper. Beschermde vissen worden derhalve niet verwacht. Insecten In het plangebied zijn slechts enkele planten aangetroffen die geschikt zijn als waardplant voor insecten, bijvoorbeeld als voedselbron voor bijen en vlinders. Op basis van de verspreidingsgegevens en het ontbreken van zowel soortspecifieke waardplanten als geschikte overwinteringsmogelijkheden kan echter worden uitgesloten dat beschermde insecten (waaronder dag en nachtvlinders) gebruik zullen maken van het plangebied (perceel). Vogels Er zijn waarnemingen bekend van ransuilen, sperwers en buizerds in de omgeving van het plangebied (onderzoeksgebied perceel Startbaan 16), waaronder bij de parkeerplaats ten westen van het perceel. In het plangebied zelf zijn geen aanwijzingen gevonden voor nesten of andere beschermde verblijfplaatsen van deze vogels. Jaarrond beschermde vogels (zoals de huismus, de gierzwaluw en de genoemde roofvogels) zijn niet aangetroffen op het terrein; deze worden tevens niet verwacht door het ontbreken van geschikte nestlocaties.
Aangezien bijna het gehele terrein verhard is, vormt het perceel tevens geen essentieel onderdeel van de leefgebieden van de jaarrond beschermde vogels in de omgeving. Op het dak van het gebouw zijn broedgevallen van de scholekster en de kleine mantelmeeuw aangetroffen. Andere broedende vogels zijn niet vastgesteld binnen de perceelsgrenzen. Buiten de perceelsgrenzen is wel een broedende zwarte kraai waargenomen, aan de overzijde van de watergang in het zuiden. Overige soorten Tijdens de inventarisatie zijn geen slakjes of andere overige soorten aangetroffen. Op basis van de verspreidingsgegevens, de ongeschikte begroeiing en de grotendeels verharde situatie worden tevens geen beschermde overige soorten verwacht. 7.7.3 Randvoorwaarden plan- en projectrealisatie Algemene voorwaarden Twee algemene voorwaarden vanuit de Wet natuurbescherming zijn altijd van toepassing: <0000> De werkzaamheden (sloop en bomenkap) dienen buiten het broedseizoen van vogels (globaal half maart tot half juli) plaats te vinden om verstoring van broedvogels en het broedsucces te voorkomen. Alleen op basis van gericht onderzoek (naar broedende vogels), mag van deze voorwaarde worden afgeweken. <0000> Op basis van de zorgplicht dient bij de uitvoering van de werkzaamheden voldoende zorg in acht te worden genomen voor de in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving.
Verstoring moet worden beperkt en dieren moeten de gelegenheid hebben om uit te wijken en mogen niet opzettelijk worden gedood. Dit kan door: <0000> Werkzaamheden, zoals graafwerkzaamheden en het verwijderen van begroeiing, starten buiten het voortplantingsseizoen (april augustus). <0000> Het beperken van verlichting tijdens de avonduren ten behoeve van vleermuizen en andere nachtdieren. Indien het gebruik van verlichting noodzakelijk is, dient gebruik te worden gemaakt van deels afgeschermde verlichting dat niet uitstraalt richting de bomenrij aan de Beneluxbaan en de nabij gelegen watergang. Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
64
<0000>
Natte plekken tijdens de bouw dienen te worden voorkomen, om kolonisatie door de strikt beschermde rugstreeppad te voorkomen.
Vleermuizen Er mag geen toename van directe of indirecte verlichting optreden op de bomen langs de doorgaande weg; deze bomen kunnen gebruikt worden als vliegroute voor vleermuizen. Meldings- en rapportageplicht vrijgestelde nationaal beschermde soorten Voor de soorten met een provinciale vrijstelling ten behoeve van ruimtelijke ingrepen geldt wel een meldings en rapportageplicht. Voorafgaand aan uitvoering (van de vrijstelling) dient een melding te worden gedaan bij de provincie NoordHolland. Dit staat los van een eventuele ontheffingsaanvraag voor beschermde soorten. 7.7.4 Conclusie Gezien de vrijwel geheel verharde en bebouwde situatie in het te ontwikkelen gebied zijn de huidige potenties van het perceel Startbaan 16 voor natuur laag. Slechts enkele vogelsoorten die in binnenstedelijk groen voorkomen, worden in het plangebied verwacht. In het onderzoeksgebied perceel Startbaan 16 van het onderhavige plangebied zijn geen beschermde planten en geen vaste rust of verblijfplaatsen of essentiële leefgebieden van beschermde diersoorten aanwezig. Wel broeden er vogels op het dak van het gebouw op perceel Startbaan 16. Er is voor de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied geen nader onderzoek en geen ontheffing op de Wet natuurbescherming geen nader onderzoek nodig. Wel moet met de planning van werkzaamheden voldoende rekening te worden gehouden met broedvogels.
Gezien de afstand tot natuurgebieden en de aard van het plan en project Startbaan 16 worden geen negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000gebieden verwacht. De aspecten natuur en ecologie zijn geen belemmering voor het project Startbaan 16 en het onderhavige bestemmingsplan.
7.8 Cultuurhistorie en Archeologie 7.8.1 Cultuurhistorie In het kader van de Erfgoednota Amstelveen zijn voor het Amstelveense grondgebied cultuurhistorische gebiedsbeschrijvingen opgesteld. Het plangebied Startbaan 16 ligt binnen het gebied Amstelveen MiddenWest. Voor dit gebied zijn met name cultuurhistorische waarden vastgesteld voor het Oude Dorp Amstelveen, het Groot Loopveld, de dijklichaam HandwegBovenkerkerweg, de in het gebied aanwezige kerken, de spoorlijn AmsterdamAmstelveenBovenkerk en een aantal verdwenen verdedigingswerken. Voor de locatie Startbaan 16 zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden opgenomen. Met het onderhavige plan wordt het bestaande kantoorgebouw gesloopt en een appartementencomplex opgericht. Het perceel Startbaan 16 en het daarbij behorende gebouw heeft geen cultuurhistorische waarde en betreft geen monument.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
65
7.8.2 Archeologie Voor het plangebied Startbaan 16 geldt de archeologische verwachtingswaarde 5. Dit betekent dat bij bodemingrepen dieper dan 0,30 meter, die tevens groter zijn dan 10.000 m², archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. De verwachtingswaarde is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtings en beleidsadvieskaart. Het te ontwikkelen gebied heeft een oppervlakte van circa 20.000 m². Daarom is archeologisch onderzoek voor het plan en project Startbaan 16 nodig. Voor het perceel Startbaan 16 is een archeologisch bureauonderzoek verricht door het bureau Hamaland Advies. Zie bijlage 12 voor het rapport (d.d. 12 juli 2019) van het archeologisch bureauonderzoek. Archeologische situatie plan(gebied) Het bureauonderzoek toont aan dat het plangebied een hoge verwachting heeft op archeologische resten uit de prehistorie en het heden. Voor de overige periode bestaat een lage verwachting. De bodem is door vervening, agrarische bewerking, bebouwing in 1981, 1988 en 1993 tot een diepte van minimaal 0,500,80 mmv verstoord. Heipalen onder de bestaande bebouwing hebben de diepere bodem tot een diepte van minimaal 10,70 meter gedeeltelijk verstoord. De fundering en infrastructuur van de nieuwe ontwikkeling zal de bodem verstoren tot een diepte variërend van 0,50 mmv voor nutsvoorzieningen en 1,30 mmv voor de aanleg van de semiverdiepte parkeerkelder.
De oorspronkelijke akkerlaag wordt op een diepte van 0,70 mmv verwacht, dit is tevens de top van het Laagpakket van Wormer die na vervening aan de oppervlakte kwam te liggen. Door nieuwe funderingspalen worden de diepere kleilagen, het basisveen en de diepe zandlagen van de Formatie van Boxtel in beperkte mate verstoord. Selectieadvies Door middel van inventariserend veldonderzoek conform de BRL SIKB 4002 kan de mate van intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling aangetoond worden, waaronder de aanwezigheid van krekenstelsels en kreekruggen waarop bewoning mogelijk is in de periode van het Mesolithicum tot en met het Neolithicum. Het pleistocene landschap bevindt zich echter buiten de nieuwe verstoringsdiepte van de geplande semiverdiepte parkeerkelder, met uitzondering van funderingspalen, die naar verwachting voor een beperkte verstoring zorgen van de pleistocene ondergrond. Het bureau Hamaland Advies adviseert derhalve om geen inventariserend veldonderzoek uit te laten voeren. Binnen de toekomstige verstoringsdiepte wordt tussen 0,70 mmv en 1,30 mmv uitsluitend de reeds geroerde top van het Laagpakket van Wormer vergraven, waardoor de kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan, nihil is. Selectiebesluit Het bureauonderzoek en selectieadvies is getoetst door NMF Erfgoedadvies.
In het archeologisch onderzoek voor de Amstelveenlijn zijn geen bijzonderheden gevonden en derhalve neemt NMF Erfgoedadvies namens de gemeente Amstelveen het selectieadvies van Hamaland Advies over om geen verder onderzoek te laten verrichten op de locatie van Startbaan 16. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het onderhavige plan.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
66
7.9 Bezonning en Schaduw De nieuwbouw van het plan Startbaan 16 heeft invloed op de mate van bezonning in de omgeving van het bouwplan, door schaduw vanwege de bebouwing. Er bestaat geen wetgeving met betrekking tot (het verrichten van onderzoek naar) bezonning en schaduw. Wel is er een richtlijn voor de minimale bezonning van een woning op een dag, namelijk de 'TNOnorm'. Het criterium van de waarderingsrichtlijn van TNO is als volgt: de mogelijke bezonningsduur voor het hoofdwoonvertrek (woonkamer) in de periode tussen 19 februari en 23 oktober (zelfde zonnestand) dient minimaal twee uur (120 minuten) te bedragen. De TNOrichtlijn stelt dat de woonkamer minimaal 120 minuten zon moet ontvangen, waarbij 19 februari als maatgevend gehanteerd moet worden. In het kader van het bouwplan Startbaan 16 is een bezonningsonderzoek verricht door het bureau DGMR. Zie bijlage 13 voor het bezonningsonderzoek (notitie d.d. 1 september 2020). De onderzochte mate van bezonning heeft betrekking op de woningen in de omgeving van onderhavige plan. Algemeen Op 19 februari is er in de middag geen schaduwvorming vanwege het onderhavige bouwplan op de woningen in de omgeving van het plan Startbaan 16.
Effecten bezonning woningen Wimbledonflat Uit de bezonningsstudie blijkt dat de invloed van de nieuwbouw van het plan Startbaan 16 op de bezonning van de woningen van de Wimbledon beperkt blijft tot de ochtendperiode. Na 11 uur is er geen invloed meer van de nieuwbouw op de bezonning ter plaatse van de woningen. De bezonning van de woningen voldoet daarmee aan de TNOnorm. In de lente en zomer zal er geen relevante schaduw op de flat vallen. Effecten bezonning woningen Startbaan 12 (Greenstart) De invloed van de nieuwbouw van het plan Startbaan 16 op de bezonning van de woningen ten oosten van het plan beperkt zich tot de avondperiode in de zomermaanden vanaf 19:00/19:30, bij een beperkt aantal woningen in de tuinen. Deze beperkte schaduwvorming en bezonningsafname in (delen van) de zomeravonden is aanvaardbaar. Deze schaduwvorming staat los van de TNOrichtlijn. Conclusie De aspecten bezonning en schaduw(hinder) zijn geen belemmering voor het onderhavige plan.
7.10 Wind De nieuwbouw van het plan Startbaan 16 heeft invloed op de windstromen in de omgeving van het bouwplan. Er bestaat geen wetgeving met betrekking tot (het verrichten van onderzoek naar) windhinder. Wel is er een richtlijn. In principe is bij gebouwen hoger dan 30 meter windonderzoek van belang. Het appartementencomplex Startbaan 16 (Olympiade) is voor een deel hoger dan 30 meter, namelijk maximaal 37 meter (33 meter ten opzichte van NAP).
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
67
In het kader van het bouwplan Startbaan 16 is een windhinderstudie verricht door het bureau DGMR. Met behulp van Computational Fluid Dynamics (CFD) is een onderzoek verricht naar de te verwachten windklimaatsituatie rondom de voorgenomen bebouwing van het plan en project Startbaan 16. Zie bijlage 14 voor de windhinderstudie of het windklimaatonderzoek (rapport d.d. 25 november 2020). Het doel van het onderzoek was het vaststellen en beoordelen van het te verwachten windklimaat in de directe omgeving van de geplande bebouwing. De opzet van het onderzoek en de beoordeling van het windklimaat is gebaseerd op de (Nederlandse norm) NEN 8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving'. Het windklimaat is beschouwd voor de activiteiten doorlopen, slenteren en langdurig zitten, waarbij de beoordeling van het windklimaat is gerelateerd aan de hinderkans. Uit de windhinderstudie ofwel het windklimaatonderzoek blijkt het volgende voor de nieuwe situatie oftewel de situatie met de realisatie van het bouwplan Startbaan 16: Windgevaar Er is geen sprake van windgevaar, en ook geen sprake van een beperkt risico op windgevaarlijke situaties, ten gevolge van de nieuwbouw. Windhinder en windklimaat Er treedt nergens een slecht windklimaat op. Over het algemeen is er bijna overal sprake van een goed windklimaat, zowel in de doorloopgebieden als bij de gebouwtoegangen.
Bij één gebouwtoegang is er sprake van een matig windklimaat. Aan de noordkant van het bouwplan ligt een bestaand fietspad. Het windklimaat op dit fietspad is bijna overal goed. Enkel op de noordwesthoek van het bouwplan is een klein gebied waar een matig windklimaat heerst. Dit wordt niet alleen veroorzaakt door de nieuwbouw, maar ook door de bestaande (hoge) bebouwing ten noordwesten van het plan. Op het verhoogde maaiveld, de binnenplaats, verloopt het windklimaat als volgt: <0000> doorlopen: matig tot goed, maar voor het merendeel een goed windklimaat; <0000> slenteren: slecht tot goed, maar slechts zeer beperkt een slecht windklimaat en voor het merendeel een goed windklimaat; <0000> langdurig zitten: slecht tot goed, maar voor het merendeel een goed windklimaat, waarbij de gebieden met een slecht klimaat minder of niet geschikt zijn voor terrasjes en bankjes. Conclusie Het windklimaat in het plangebied en de omgeving van het plan voldoet, (ook) als het bouwplan is gerealiseerd. Het aspect wind, ofwel de aspecten windklimaat, windhinder en windgevaar, zijn geen belemmering voor het onderhavige plan.
7.11 Milieueffectrapportage (m.e.r.) 7.11.1 Wettelijk kader Het instrument en de procedure milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in (samenhang met) het Besluit milieueffectrapportage. Voor alle plannen en projecten waarbij de activiteit is opgenomen in (Bijlage D van) het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) moet door het bevoegd gezag worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
Toelichting Bestemmingsplan Startbaan 16 (16-4-2021)
68
Via een m.e.r.beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld en beslist of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Volgens onderdeel D 11.2 van de Bijlage bij het Besluit mer dient er voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen een m.e.r.beoordeling te worden gedaan. 7.11.2 M.e.r.-beoordeling Het onderhavige plan betreft een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarom is beoordeeld of voor het onderhavige plan dan wel planologisch besluit een milieueffectrapport (MER) moet worden gemaakt. In het kader van de m.e.r.beoordeling is, in opdracht van de ontwikkelaar, een aanmeldnotitie m.e.r. voor het project Startbaan 16 opgesteld. Uit de notitie en analyse van het bureau Mees Ruimte & Milieu blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen vanwege het plan en project Startbaan 16. Zie bijlage 15 voor de aanmeldnotitie m.e.r. Op basis van de aanmeldnotitie m.e.r. van het bureau Mees Ruimte & Milieu, heeft het bevoegd gezag beoordeeld dat er voor het bestemmingsplan Startbaan 16 geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt. Bij de m.e.r.beoordeling zijn de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect in acht genomen.
Zie bijlage 16 voor het m.e.r.beoordelingsbesluit. 7.11.3 Conclusie Er zijn geen 'belangrijke nadelige milieugevolgen' vanwege het plan en project Startbaan 16 te verwachten. Derhalve hoeft er geen milieueffectrapport te worden gemaakt voor het onderhavige bestemmingsplan Startbaan 16.
7.12 Luchthaven Schiphol 7.12.1 Wettelijk kader - Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit (LIB) Schiphol is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden (zie Staatsblad met nr. 389). Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen toegestaan worden indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB.