Zienswijzennota Skaeve Huse
Tekst van het document
Het ensemble of het geheel van de woonunits en de begeleidersunit is significant kleiner dan het agrarische bouwvlak. Aanvullend zijn er minder bouwmogelijkheden mogelijk in de nieuwe bestemming. Hiermee is er aantoonbaar voldaan aan de eis in de provinciale verordening om het bouwperceel te verkleinen. Aanvullend is het woonensemble zo compact mogelijk ingericht waarbij rekening is gehouden met de privacy van de bewoners. Dit omdat rust en privacy kernwaarde zijn in het Skaeve Huse principe.
20
d. de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden worden behouden; en Uit de zienswijze blijkt niet duidelijk wat de indiener specifiek ziet als de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden die verloren gaan bij de realisatie van de Skaeve Huse units. Dit specifieke punt van de provincie staat ook in het huidige bestemmingsplan en het nieuw opgestelde omgevingsplan als een toetsingscriteria. Hierbij is het plan getoetst op basis van cultuurhistorie, landschap en de natuurwaarden. Met betrekking tot dit punt verwijzen wij naar hoofdstuk 2.2.1 van de toelichting van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22p Skaeve Huse die ingaat op de cultuurhistorische-, landschappelijke- en natuurwaarden van dit initiatief. Waarmee wordt aangetoond dat de Skaeve Huse ook gelet op deze waarden passend wordt ingepast in de omgeving. “In het ontwerp blijven de bestaande bomen en struiken zoveel mogelijk staan. De bomen en struiken rondom het plangebied zorgen voor natuurlijke verblijfplaatsen van diverse dieren. Het project zorgt hiermee voor een verbetering aan biodiversiteit en hoogwaardig groen, ten opzichte van het huidige landschap. Verder worden de woonunits passend in het landschap geplaatst door ze in een paar groepjes te zetten die met elkaar de uitstraling hebben van een 'boerenerf'.
Er komt daarnaast extra groen om de woonunits af te schermen van de omliggende omgeving om de leefkwaliteit van de woonomgeving te verhogen en te zorgen voor privacy van de bewoners. Het perceel wordt groen omringd met een hek, rijtje bomen en struiken en sluiten we aan op de groenstructuur en inrichting van de open omgeving. Hiermee is het in lijn met het omliggende open slagenlandschap. Een slagenlandschap wordt gekenmerkt als een landschap met veel strokenverkaveling. Wat kenmerkend is voor een agrarisch gebied. Met de uitstraling van een erfensemble wordt ook rekening gehouden met de agrarische omgeving. Aanvullend is er sprake van niet meer dan 2% verharding op de locatie buiten de beheerders- en woonunits.” e. de omliggende agrarische bedrijven worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Voor dit plan zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd die aantonen dat er geen omliggende agrarische bedrijven worden gehinderd in hun bedrijfsvoering met de realisatie van de Skaeve Huse. Dit wordt beschrijven in hoofdstuk 4 Aspecten Fysieke leefomgeving van de toelichting bij het TAMomgevingsplan. Aanvullend is er in de verbeelding van het omgevingsplan een spuitzone opgenomen rond de woonunits. Deze zone beperkt het gebruik van gewasbescherming rond de woonunits. De omliggende agrarische percelen worden hierdoor echter niet feitelijk belemmerd in de agrarische doeleinden.
Er zijn daar nimmer activiteiten verricht die zien op gewasteelt. Het opleggen van deze zone beperkt de huidige bedrijven niet.
Conclusie gemeente zienswijzen 9 Geconcludeerd kan worden dat er voldaan wordt aan artikel 9.3 en 9.11 van de provinciale verordening van de Provincie Utrecht en dat het plan op dit punt niet strijdig is. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerp omgevingsvergunning.
21
Zienswijze 10 (inwoners Amersfoort) Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn binnengekomen (ontvangen op 21 januari 2026) en van een digitale ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting Dit stuk buitengebied grenst aan een drukke route van recreanten: bijvoorbeeld hardlopers. Daarnaast grenst het ook aan de route om van Het Hammetje naar de speelpolder te lopen. En het grenst aan een gebied waar kinderen wonen, buiten spelen en zelfstandig naar school fietsen. Ook voor woon werk verkeer komt er nogal wat verkeer langs, o.a. fietsers. De doelgroep voor Skaeve Huse betreft mensen met een alcohol en of drugsverslaving. Wat als zij niet tijdig in hun verslavingsbehoefte kunnen voorzien? Daarnaast is de kans groot dat er nog meer drugs gedeald gaat worden in en om Vathorst. Dat is nu al op diverse plekken in de wijk en zal zeker niet afnemen. De politie kan dit nu al niet handhaven. Ook de overlast van jongeren, vuurwerk, gevaarlijk rijden (fatbikes etc.) kan niet gehandhaafd worden vanwege capaciteitsgebrek. Laat als gemeente eerst maar zien dat die overlast en drugsdealers verdwijnen. Dat is namelijk al jaren gaande en is zeker nog niets verbeterd ondanks meerdere meldingen. Deze beoogde groep mensen past niet in een gebied zo dicht tegen een recreatiegebied.
Reactie gemeente zienswijzen 10 In de eerste plaats wordt voor de openbare orde en veiligheidaspecten en locatiekeuze verwezen naar de reactie van de gemeente onder paragraaf 2.1 en 2.2. van deze zienswijzennota. Aanvullend doet de reclamant een aantal aannames. Het kan voorkomen dat onder de bewoners personen zijn met (een verleden van) verslavingsproblematiek. Dat is echter niet bepalend voor de doelgroep van Skaeve Huse. De voorziening is niet bedoeld als opvanglocatie voor mensen met een actieve verslaving of als verslavingszorgvoorziening. Net als in de reguliere samenleving kan het wel voorkomen dat bewoners middelen gebruiken. Het gaat hier nadrukkelijk om mensen die groepsongeschikt zijn en die juist gebaat zijn bij een prikkelarme en rustige woonomgeving, waar zij zelfstandig kunnen wonen met passende begeleiding. Veel bewoners kiezen er bewust voor drukte en prikkels te vermijden. Door middel van afspraken met begeleiders die op het erf aanwezig zijn en met BOA’s van Gemeente Amersfoort zijn er voorzorgsmaatregelen genomen om mogelijk overlast te voorkomen. Ervaren overlast van drugscriminaliteit en jongeren is een probleem wat niet direct te maken heeft met dit initiatief. Uiteindelijk is het hoofddoel van dit initiaitef om overlastsituaties te verminderen door mensen die elders moeilijk kunnen wonen een passende plek te bieden, met begeleiding en duidelijke kaders.
Conclusie gemeente zienswijzen 10 De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerp omgevingsvergunning.
Zienswijze 11 (inwoner Amersfoort) Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn binnengekomen (ontvangen op 21 januari 2026) en van een digitale ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Volledige zienswijze 22
In het ontwerp wijziging omgevingsplan ontbreekt een deugdelijke motivering waaruit blijkt dat wordt voldaan aan artikel 7.11a van de Omgevingsverordening provincie Utrecht. Dit artikel stelt specifieke instructieregels voor locaties die zijn gelegen binnen een aangewezen landschap. Op grond van artikel 7.11a, eerste lid, dient een omgevingsplan regels te bevatten ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten van het landschap en mogen geen nieuwe activiteiten worden toegestaan die deze kernkwaliteiten onevenredig aantasten. In het tweede lid is vastgelegd dat deze kernkwaliteiten per gebied zijn beschreven in Bijlage XVI bij de Omgevingsverordening. Het derde lid verplicht bovendien tot een expliciete motivering in het omgevingsplan, bestaande uit: a) een beschrijving van de aanwezige kernkwaliteiten, en b) een toelichting op de wijze waarop de bescherming van deze kernkwaliteiten is gewaarborgd. In de toelichting bij het ontwerp wijziging omgevingsplan ontbreekt zowel een concrete beschrijving van de voor het betreffende gebied geldende kernkwaliteiten als een inzichtelijke afweging waaruit blijkt hoe met de bescherming daarvan is omgegaan. Evenmin wordt gemotiveerd waarom de toegestane ontwikkelingen of activiteiten niet leiden tot een onevenredige aantasting van deze kernkwaliteiten.
Nu deze motivering ontbreekt, is niet toetsbaar of het omgevingsplan in overeenstemming is met artikel 7.11a van de Omgevingsverordening. Daarmee is het plan op dit punt onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. Verzocht wordt dit gebrek te herstellen door alsnog expliciet inzicht te geven in de aanwezige kernkwaliteiten en de wijze waarop deze planologisch worden beschermd, dan wel het plan op dit punt aan te passen. Samenvatting Het plan is onvoldoende gemotiveerd op de instructieregel 7.11a van de provinciale verordening. Reactie gemeente zienwijzen 11 De Instructieregels opgenomen in artikel 9.3. en artikel 9.11 zijn een verbijzondering op meer algemenere instructieregels opgenomen in artikel 7.11a van de provinciale verordening. Het plan is landschapschappelijk beoordeeld. Planologisch is dit aspect meegenomen door een regel op te nemen dat het gebied deels gebruikt dient te worden voor de “instandhouding, bescherming en ontwikkeling van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het open landschap”. Hiermee worden de kernkwaliteiten van het landschap beschermt. Een aanvullende motivatie hoe dit is gedaan wordt ook beschreven in hoofdstuk 2.2.1 Landschap van de toelichting van het TAMomgevingsplan ‘Hoofstuk 22p Skaeve Huse’.
Conclusie gemeente zienswijzen 11 De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerp omgevingsvergunning.
Zienswijze 12 (namens bewoners aan de Palissaden) Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn binnengekomen (ontvangen op 21 januari 2026) en van een digitale ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk. Samenvatting Vanwege de omvang van de zienswijze wordt de gemeentelijke reactie na elk punt gegeven.
1. Evenwichtig toedeling en kwetsbare doelgroep (12.1) In de toelichting wordt geconcludeerd dat met de realisatie van de Skaeve Huse sprake is van 23
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als bedoeld in artikel 4.2 Omgevingswet, mede omdat wordt bijgedragen aan een inclusieve stad en de huisvesting van een kwetsbare doelgroep. Tegelijkertijd ligt de locatie in een gebied met meerdere omgevingsrisico's: • • • •
binnen het gifwolkaandachtsgebied van de A28; binnen het brandaandachtsgebied en de PR 10⁻⁸-contour van twee hogedrukaardgasleidingen (A-510-01 en W-500-01); in de nabijheid van een intensieve pluimveehouderij met relevante fijnstof- en geurbelasting; binnen de invloedssfeer van de Rijksweg A28.
De externe-veiligheidsnotitie kwalificeert de Skaeve Huse als "kwetsbaar gebouw" na toetsing aan bijlage VI Bkl, en gaat er tegelijk vanuit dat bewoners – met aanwijzingen van de begeleiding – voldoende zelfredzaam zijn. In de planbeschrijving worden de bewoners als mensen die niet zelfstandig in een gewone woonomgeving kunnen wonen. Het is hierbij logischer om het gebouw te beoordelen als zeer kwetsbaar, net zoals bijvoorbeeld een ziekenhuis Daarnaast is de stelling dat wordt bijgedragen ‘aan een inclusieve stad’ veel te algemeen en niet op zijn plek. De locatie ligt buiten de stedelijke omgeving van Amersfoort. Aanvullend valt niet uit te leggen vanuit een evenredige toedeling van functies aan locaties dat woningen in het buitengebied logisch zijn. Aanvullend ligt het recreatiegebied ’t Hammetje te dicht bij dit initiatief. Dit zorgt ervoor dat er een risico ontstaat dat één van de bewoners een psychose kan krijgen en agressief wordt in dit recreatiegebied. Verzoek 1: de evenwichtigheidsafweging te herzien en daarin expliciet en integraal te wegen dat hier een zeer kwetsbare doelgroep wordt geconcentreerd in een gebied met cumulatieve veiligheids- en gezondheidsrisico's.
Reactie gemeente zienwijzen 12.1 Met betrekking tot de reactie op deze zienswijze is er overlap met het tweede, derde en vierde punt van de zienswijze van reclamant, de punten externe veiligheid, geur en luchtkwaliteit. Voor deze onderwerpen verwijzen wij daarom naar de reactie van de gemeente onder de betreffende kopjes hieronder. Tot slot delen wij de mening van reclamant niet dat de stelling ‘dat wordt bijgedragen aan een inclusieve stad’ veel te algemeen zou zijn. Het grondgebied van de gemeente Amersfoort behelst immers veel meer dan alleen het stedelijke gebied. Voor de locatie van ‘t Hammetje verwijzen wij naar paragraaf 2.1 en 2.2 van deze zienswijzennota waarin wordt ingegaan op de openbare ore en veilgheidsaspecten en de locatiekeuze. Conclusie 12.1 De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerp omgevingsvergunning.
2. Externe veiligheid en onvoldoende borging van maatregelen (12.2) Externe veiligheid is onvoldoende geborgd in het omgevingsplan. Het verzoek is om dit beter te borgen doormiddel van de volgende regels op te nemen. a. in de planregels een expliciete verplichting op te nemen tot: i. het opstellen, periodiek actualiseren en uitvoeren van een evacuatie- en ontruimingsplan bij werkzaamheden aan de leidingen; 24
ii. het duurzaam realiseren en in stand houden van de in de externeveiligheidsnotitie genoemde bouwkundige en organisatorische maatregelen (ventilatie-afschakeling, vluchtroutes, bereikbaarheid hulpdiensten, bluswatervoorzieningen, risicocommunicatie); b. het maximaal aantal bewoners planologisch te begrenzen (bijvoorbeeld in artikel 13 Maatschappelijk – Skaeve Huse) overeenkomstig de uitgangspunten van de groepsrisicoverantwoording. Bij gebreke van dergelijke borging is de conclusie, dat de ontwikkeling uit oogpunt van externe veiligheid aanvaardbaar zou zijn, naar onze mening onvoldoende onderbouwd. Reactie gemeente zienswijzen 12.2 Het gaat hier om een kwetsbare doelgroep, niet om een zeer kwetsbare doelgroep. In de notitie externe veiligheid heeft dit verschil specifiek impact op het voorschrijven van een brand- en/of explosievoorschriftengebied. De definitie van een zeer kwetsbare doelgroep is dat ze niet zelfredzaam zijn. Een ziekenhuis is daar een terecht voorbeeld van. Vanuit externe veiligheid wordt het volgende met zelfredzaamheid bedoeld: het vermogen van mensen om zichzelf in veiligheid te brengen bij een ramp met gevaarlijke stoffen, brand of explosie. De conclusie is dat de doelgroep van de Skaeve Huse hiertoe wel in staat is en daarmee vanuit de externe veiligheid niet als een zeer kwetsbare doelgroep wordt beschouwd.
Met betrekking tot de punten van het gifwolkaandachtsgebied en de invloedsfeer van de Rijksweg A28 geldt ook dat er sprake is van een kwetsbare doelgroep en niet van een zeer kwetsbare doelgroep. Met de maatregelen die worden genomen en hieronder worden benoemd, wordt er voldaan aan de ETFAL. In paragraaf 4.10 van de toelichting is hier nader op ingegaan. In de verantwoording van het groepsrisico worden er diverse maatregelen opgesomd die moeten worden genomen om het groepsrisico te verkleinen. De bouwkundige maatregelen worden meegenomen in de omgevingsvergunning, de organisatorische maatregelen (ventilatie-afschakeling, vluchtroutes, bereikbaarheid hulpdiensten, bluswatervoorzieningen, risicocommunicatie) zijn afgestemd met de VRU. Door het treffen van de voorgestelde maatregelen is het plan akkoord bevonden door de VRU. Aan de onderstaande specifieke maatregelen voldoet het plan: • De bouwvlakken liggen buiten de 100% letaliteitszone van leiding A-510-01 gebouwd – zie digitale verbeelding; • Als voorschrift is in de omgevingsvergunning opgenomen dat er preventief moet worden ontruimd bij geplande graaf- of onderhoudswerkzaamheden die vlakbij of aan de leiding W500-01 worden gebouwd; • Vier van de acht woonunits voldoen aan het advies om in- en uitgangen woningen van de risicobron af gericht te situeren. De overige vier woonunits zijn verder van de bron afgelegen.
Overigens is de opsomming in het advies van de VRU niet limitatief; • Er zijn twee vluchtroutes om het gebied te verlaten; • Een heldere communicatie over de veilige vluchtroute (bewegwijzering) is een aspect wat niet publiekelijk wordt geborgd; • Het is mogelijk om - door de stekker uit het stopcontact te halen - een mechanisch ventilatiesysteem met de hand uit te schakelen; • Uit de bouwtekening blijkt dat voldoende bluswatervoorzieningen zijn aangebracht (geboorde put, open water of bluskraan); 25
• •
Als voorschrift wordt in omgevingsvergunning opgenomen dat er een juist handelingsperspectief aan bewoners moet worden gegeven over de inzet van hulpdiensten; De kwaliteitsborger (van de WKB) voert de technische toets uit voor de woonunits. Zij kunnen eventueel bijzondere lokale omstandigheden meenemen in deze technische toets.
Gelet hierop is er ook voor externe veiligheid aangesloten bij de geldende wettelijke systematiek (aandachtsgebieden, groepsrisico, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid). De conclusie dat de effecten aanvaardbaar zijn, is dan ook gebaseerd op objectieve berekeningen en toetsing aan landelijke normen. Er wordt voldaan aan een goede onderbouwing en waaruit gebleken is dat de combinatie van ‘doelgroep kenmerken’ en ligging binnen aandachtsgebieden leidt tot een planologisch aanvaardbare situatie. Ook is er geen zodanige cumulatie van risico’s aanwezig dat het plan in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke onderbouwing van de fysieke leefomgeving. Conclusie gemeente zienswijzen 12.2 De zienswijze leidt op dit punt tot aanpassing van de ontwerp omgevingsvergunning. Er worden aanvullende voorwaarden in de vergunning opgenomen om preventief ontruiming en handelingsperspectief aan bewoners met inzet van hulpdiensten te garanderen. De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan.
3. Luchtkwaliteit en gezondheid van een kwetsbare groep (12.3) Het luchtkwaliteitsonderzoek concludeert dat: • het project niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM) aan de concentraties NO₂ en PM10; • ter plaatse van de locatie wordt voldaan aan de huidige rijksgrenswaarden en aan de toekomstige EU-grenswaarde voor PM10 (jaargemiddeld circa 16,4 μg/m³, bij achtergrond circa 15,7 μg/m³) • niet wordt voldaan aan de WHO-advieswaarde van 15 μg/m³, vooral door de hoge achtergrondconcentratie. De planonderbouwing geeft aan dat de gemeente geen eigen toetsingskader hanteert voor "goed woon- en leefklimaat" op het punt van luchtkwaliteit en legt de beslissing daarover volledig bij het bevoegd gezag, zonder nadere motivering waarom de overschrijding van de WHO-advieswaarde voor deze specifieke kwetsbare doelgroep aanvaardbaar wordt geacht. Daarbij ligt de locatie direct tegenover een pluimveehouderij, waarvan de emissies expliciet zijn doorgerekend en aantoonbaar bijdragen aan de lokale fijnstofbelasting. Gegeven de erkende gezondheidseffecten van luchtverontreiniging en de extra gevoeligheid van (psychisch en somatisch) kwetsbare bewoners, is niet duidelijk waarom hier niet wordt gekozen voor een meer beschermend beleidsstandpunt of aanvullende maatregelen (bijvoorbeeld strengere ventilatie- en filtereisen, beperkingen van buitengebruik bij ongunstige omstandigheden).
Verzocht wordt om: a. nader te motiveren waarom het voor deze doelgroep aanvaardbaar wordt geacht om hen te huisvesten op een locatie waar de WHO-advieswaarde voor PM10 reeds op basis van de achtergrondconcentratie wordt overschreden; b. in overleg met de GGD een aanvullend gezondheidskundig advies te vragen en eventuele aanvullende voorwaarden (bijvoorbeeld ten aanzien van ventilatie, verblijfsduur buiten, informatievoorziening aan bewoners) in de planregels of vergunning vast te leggen.
26
Reactie gemeente zienswijzen 12.3 In het ontwerp TAM-omgevingsplan staat dat de gemeente het SLA (Schone Lucht Accoord) heeft ondertekend. Dit betekent dat de gemeente bij de afweging van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, hooggevoelige groepen extra in bescherming neemt met betrekking tot vervuilende bronnen. Onder hooggevoelige groepen wordt verstaan de definitie zoals deze in het 'advies bescherming hooggevoelige groepen' als onderdeel van het SLA staat beschreven. Het gaat daarbij om ouderen, kinderen, zwangere vrouwen en mensen met gezondheidsklachten zoals luchtwegaandoeningen, hart- en vaataandoeningen en diabetes. De doelgroep van Skaeve Huse wordt niet als hooggevoelige groep beschouwd door de gemeente. De GGD is om advies gevraagd. Zij beschrijven hooggevoelige groepen ook als kinderen, ouderen, zwangere vrouwen of mensen met een zwakke gezondheid. In hun advies lichten ze toe dat overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger niet universeel als oplossing worden gezien. In het plan is rekening gehouden met de minimale afstand van 150 m tot de snelweg, zoals geadviseerd door de GGD. Overigens wordt in de gehele gemeente niet voldaan aan de WHO-advieswaarde. De advieswaarde wordt gezien als streefwaarde, en niet als normering voor een plan.
In de zoektocht naar een prikkelarme omgeving die het meest geschikt is voor deze doelgroep, wegen de prikkels als stadsgeluiden en drukte door mensen zwaarder dan het voldoen aan het WHO-advies of de streefwaarde. Conclusie gemeente zienswijzen 12.3 De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerp omgevingsvergunning.
4. Geur en prikkelarme omgeving (12.4) Het geuronderzoek concludeert dat: • de planlocatie niet binnen de contour van 14 oue/m³ P98 van omliggende veehouderijen ligt; • de maximale voorgrondbelasting circa 2,6 oue/m³ P98 bedraagt; • dit overeenkomt met 5–10% gehinderden en dat de milieukwaliteit kan worden aangemerkt als "goed". Deze beoordeling is gebaseerd op algemene hinderpercentages en een gemiddelde bewonerspopulatie. De Skaeve Huse zijn echter expliciet bedoeld voor bewoners die gebaat zijn bij rust, overzicht en zo min mogelijk prikkels. Het plan maakt niet inzichtelijk of en hoe rekening is gehouden met de grotere gevoeligheid van deze doelgroep voor geur- en stankhinder, noch hoe wordt voorkomen dat (lichte) geurhinder sneller leidt tot onrust, verergering van problematiek of escalatie. Verzocht wordt om de beoordeling van het woon- en leefklimaat ten aanzien van geur aan te vullen met een doelgroep-specifieke analyse (bij voorkeur in overleg met de GGD en zorgaanbieders) en de uitkomst daarvan te verankeren in aanvullende voorwaarden in plan/vergunning (bijvoorbeeld ten aanzien van gebruik buitenruimte, situering verblijfsfuncties en communicatie naar bewoners). Reactie gemeente zienwijzen 12.4 Het plangebied voldoet aan de normen van de gemeente zoals in paragraaf 4.9 van de toelichting van het ontwerp TAM-omgevingsplan valt te lezen.
Binnen het plangebied bedraagt de voorgrondbelasting 2,6 odeurunits per m3. Dit geeft binnen het plangebied een hinderpercentage tussen de 5 en 10%, dit betekent dat de milieukwaliteit in de klasse 'goed' valt. In het algemeen kan dit worden gezien als een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 27
De gemeente heeft daarnaast de GGD om advies gevraagd. De GGD hanteert een maximum voorgrondbelasting van 5,0 odeurunits per m3 in het buitengebied, waaraan het plangebied ruim voldoet. Hierbij voldoet het niet alleen aan de normen van Amersfoort maar ook aan de normen van de GGD. Overigens wordt de doelgroep van Skaeve Huse niet beschouwd als een hooggevoelige groep of kwetsbare groep als het gaat om extra gezondheidsmaatregelen. Conclusie gemeente zienswijzen 12.4 De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerpomgevingsvergunning.
5. Natuur, soortenbescherming en afhankelijkheid van vergunningen (12.5) Uit de ecologische quickscan, het nader onderzoek en de mer-aanmeldingsnotitie blijkt dat het plangebied een functie vervult voor onder meer steenmarter (foerageergebied), haas (met legers) en bunzing (mogelijke verblijfsplaatsen in de groenstrook). De onderzoeken concluderen dat: • •
een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit noodzakelijk is in verband met haas en mogelijk bunzing; mitigerende maatregelen vereist zijn, waaronder behoud van groenstroken en greppels, werken tussen zonsopkomst en zonsondergang, beperking van kunstlicht, voorafgaande controles op soorten en broedende vogels.
De conclusie dat de milieueffecten "niet aanzienlijk" zijn, is uitdrukkelijk gebaseerd op de veronderstelling dat deze vergunning wordt verkregen en dat de genoemde maatregelen daadwerkelijk worden getroffen. Tegelijkertijd worden die mitigerende maatregelen in het TAM omgevingsplan en de toelichting slechts beperkt en algemeen opgenomen, zonder duidelijke, handhaafbare verplichtingen en zonder koppeling aan de uitvoeringsfase. Verzoek: a. in de planregels expliciet vast te leggen dat realisatie van de Skaeve Huse alleen is toegestaan na inwerkingtreding van een onherroepelijke omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit, waarin de mitigerende maatregelen zijn opgenomen; b. de belangrijkste mitigerende maatregelen (instandhouding groenstrook en greppels, beperkingen werktijden en verlichting, controle op beschermde soorten en broedvogels) als harde gebruiks- en uitvoeringsvoorwaarden in het omgevingsplan op te nemen. Reactie gemeente zienswijzen 12.5 De Omgevingswet verbiedt de realisatie van de Skaeve Huse zonder omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit. Deze omgevingsvergunning moet dus eerst worden verleend, voordat tot realisatie mag worden overgegaan. De Provincie Utrecht is bevoegd gezag voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit. Het is dan ook niet aan de gemeente Amersfoort om daar planregels voor op te nemen.
De realisatie van mitigerende maatregelen wordt als voorschrift in de omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit van de Provincie Utrecht opgenomen. Hiermee voorziet deze omgevingsvergunning in duidelijke, handhaafbare verplichtingen, met een koppeling aan de uitvoeringsfase. Door het behouden van de groenstroken en de greppels en door het opnemen van de eisen van de zorgplicht in de omgevingsvergunning flora en fauna, wordt er voor de realisatie van de Skaeve Huse voldoende rekening gehouden met natuur en ecologie bij de uitvoering en realisatie van het plan. 28
Conclusie gemeente zienswijzen 12.5 De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerpomgevingsvergunning.
6. Participatie, alternatieven en locatiekeuze (12.6) Ondanks de gevoerde participatie is voor omwonenden en andere belanghebbenden de mogelijkheid om wezenlijk invloed uit te oefenen op de vraag "of" deze locatie geschikt is te beperkt geweest. Dit in schril contrast met de procedure die thans wordt gevolgd ten aanzien van de geplande AZC’s binnen de gemeente. Er is al snel een focus geweest op de nu voorgestelde locatie. Daarnaast vermeldt de toelichting dat de gemeente meerdere locaties heeft onderzocht en dat de Palestinaweg-Oost als meest geschikt is gekozen, maar een transparante vergelijking van (minder risicovolle) alternatieve locaties ontbreekt in de onderbouwing. Aanrijdtijden zijn discutabel. De uiterste planningsnorm van 15 minuten is doorgaans niet haalbaar. Daarnaast ontbreekt een integrale risicoanalyse waarin de kwetsbaarheid van de doelgroep, de ligging binnen meerdere aandachtsgebieden (gifwolk en buisleidingen) en de mogelijke noodzaak tot grootschalige evacuatie in samenhang worden beoordeeld. Ook is er geen aandacht voor de overlast die onder andere omwonenden, sporters, (schoolgaande) fietsers en recreanten door de Skaeve Huse zullen ervaren. Zowel vanwege gedrag als het toename in verkeer. Aanvullend is de uitwerking van de externe veiligheidsnotitie te globaal.
De nadruk ligt op modelmatige begrippen als aandachtsgebieden, groepsrisico en bluswatervoorzieningen, terwijl nauwelijks concreet wordt gemaakt wat incidenten met deze doelgroep in de praktijk kunnen betekenen voor de veiligheid van de directe omgeving en de inzet van politie en andere hulpdiensten. Onderbelicht is wat de feitelijke belasting kan zijn op politie, handhaving en ambulancediensten en welke gevolgen dat heeft voor omwonenden en gebruikers van het omliggende recreatie- en buitengebied. Hierbij zijn geen harde prestatieafspraken vastgelegd met politie en Boa’s. Ook is niet inzichtelijk gemaakt hoe wordt omgegaan met situaties waarin de veiligheidsinschatting van zorgaanbieder en politie uiteenloopt, of hoe vaak en onder welke voorwaarden een bewoner bij herhaald gevaarlijk gedrag nog op de locatie kan blijven. Voor de bescherming van de belangen van bewoners, omwonenden en recreanten dient er sprake te zijn van de mogelijkheid om snel te kunnen reageren op incidenten. Er is niet gebleken dat hier voldoende rekening mee is gehouden. Speelpolder en Ontwikkelingsvisie Over de Laak In de omgeving van de Skaeve Huse bevindt zich de Speelpolder en dit is een kwetsbare locatie. In het plan voor de Speelpolder wordt verwezen naar de Ontwikkelingsvisie Over de Laak. Deze ontwikkelingsvisie is tevens van toepassing op de locatie aan de Palestinaweg.
In de paragraaf 3.3.4 wordt kort en onvoldoende op deze visie ingegaan. De toelichting stelt namelijk dat de ontwikkelingsvisie niet van toepassing zou zijn omdat de betreffende gronden niet in eigendom van de gemeente zijn. Dit is echter een onjuiste redenering: een ontwikkelingsvisie ziet immers op de ruimtelijke ontwikkelingsrichting van een gebied, ongeacht de eigendomsverhoudingen van de gronden binnen dat gebied. Bovendien ontbreekt er een ruimtelijk argument waarom van de ontwikkelvisie wordt afgeweken. Dit terwijl het plan niet aansluit bij de neergelegde groene en recreatieve overgangszone naar de 29
polder. De conclusie is dat het plan in strijd is met de door de gemeenteraad vastgestelde Ontwikkelingsvisie Over de Laak en dat de raad deze strijdigheid dient te onderkennen en daaraan consequenties dient te verbinden in haar besluitvorming. Gelet hierop wordt verlangd dat: • een uitgewerkte, door de veiligheidsregio, politie en GGD gedragen veiligheidsparagraaf wordt opgesteld, met realistische incident-scenario’s en concrete operationele afspraken ter bescherming van bewoners en omwonenden; • de afspraken over bereikbaarheid, responstijden (aanrijdtijden), structureel overleg en escalatie-criteria juridisch worden geborgd in planregels, vergunning en woonzorgplan; • periodieke, openbare evaluaties van veiligheid en hulpdienstinzet worden gegarandeerd. En om het volgende meer inzichtelijk te maken: • Welke concrete locaties als alternatief zijn onderzocht, welke omgevingsrisico’s enkwaliteiten daar golden, en op basis van welke criteria en weging de keuze voor juist deze om verschillende redenen risico belaste locatie is gemaakt Waarbij het volgende wordt bepaald: • Het plan is in strijd met de Ontwikkelvisie Over de Laak en daarom geen doorgang dient plaats te vinden. Reactie gemeente zienswijzen 12.6 Bij dit plan is de participatiegids van de gemeente Amersfoort gevolgd.
Hierin staan alle stappen beschreven die de gemeente onderneemt met betrekking tot participatie bij ruimtelijke plannen. Bij dit initiatief is uitgegaan van de meest uitgebreide vorm van participatie en is er rekening gehouden met de meest complexe vorm van ontwikkeling. Alle stappen van participatie zijn doorlopen. Hierbij is er sprake geweest van informatiebijeenkomsten, een kaderstellende notitie, een klankbordgroep en een second opinion op het woonzorgplan. De gemeente heeft ook kritische reacties meegenomen in de uiteindelijke planontwikkeling. Verder is het goed te benoemen dat participatie niet betekent dat alle opmerkingen één op één worden overgenomen. Het gesprek met bewoners heeft mede tot doel om tot een zo goed mogelijke planvorming te komen. Uiteindelijk heeft de gemeente wel een belangenafweging te maken waarbij keuzes zo goed mogelijk worden afgewogen. Met betrekking tot de realisatie van de Skaeve Huse is er een maatschappelijk belang en een belang van de dichtstbijzijnde bewoners. Door middel van het opstellen van uitvoeren van verschillende onderzoeken, het doorlopen van het participatieproces, het opstellen van een woonzorgplan en het onafhankelijk laten toetsen van dit woonzorgplan (op verzoek van de bewoners) is geprobeerd om een juiste balans te vinden tussen alle belangen. De belangen van bewoners, recreanten en omwonden zijn meegenomen.
De vergelijking met de procedure rond andere opvanglocaties (zoals azc’s) gaat niet op. Het gaat hier om een andere voorziening, doelgroep, schaal en juridisch kader. Per project wordt een zelfstandige belangenafweging gemaakt. Voorts verwijzen wij voor de openbare orde en veiligheidaspecten naar de reactie van de gemeente in paragraaf 2.1, 2.2 en 2.3 van deze zienswijzennota. Aanvullend is het plan is ook onderzocht op het gebied van verkeer. Het betreft een ontwikkeling met een beperkte verkeersgeneratie wat kan worden opgevangen in de bestaande infrastructuur. Aanrijdtijden en hulpverlening
30
De bereikbaarheid voor hulpdiensten is afgestemd met de hulpverleningsinstanties. De wettelijke planningsnorm voor ambulances betreft een inspanningsverplichting op regionaal niveau en is geen harde garantie per individueel adres. De inzet van politie en andere hulpdiensten vindt plaats op basis van een landelijk gehanteerde prioriteringssystematiek waarbij meldingen door de meldkamer worden beoordeeld op urgentie en risico. Hierbij wordt gewerkt met drie hoofdcategorieën: • Prioriteit 1 (spoed): direct levensbedreigende of zeer gevaarlijke situaties waarbij met optische en geluidssignalen wordt uitgerukt; •
Prioriteit 2 (dringend): situaties met verhoogd risico waarbij snelle inzet gewenst is maar geen directe levensbedreiging bestaat;
•
Prioriteit 3 (geen spoed): meldingen zonder acute dreiging, waarbij inzet planbaar is.
Deze prioritering is dynamisch en afhankelijk van regionale capaciteitsbeschikbaarheid en gelijktijdige incidenten. Dit betekent dat de feitelijke inzet en aanrijtijd niet alleen worden bepaald door afstand, maar ook door de relatieve urgentie ten opzichte van andere meldingen. Voor politie bestaan geen wettelijk afdwingbare responstijden; er wordt gewerkt met operationele streefnormen (bij spoedmeldingen circa 15 minuten), maar deze zijn nadrukkelijk afhankelijk van capaciteit en kunnen in de praktijk worden overschreden, met name in buitengebieden of bij gelijktijdige incidenten. De locatie is bereikbaar via bestaande infrastructuur en voldoet aan de geldende richtlijnen voor bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen. Er is geen sprake van een zodanige afwijking van normen of richtlijnen dat om die reden sprake zou zijn van een onaanvaardbaar veiligheidsrisico. Dat in individuele gevallen langere aanrijdtijden kunnen voorkomen, maakt niet dat de locatie planologisch ongeschikt is. Dat geldt temeer nu het hier gaat om een kleinschalige woonvorm met professionele begeleiding. De ruimtelijke onderbouwing richt zich uiteindelijk op planologisch relevante aspecten zoals externe veiligheid, bereikbaarheid, brandveiligheid en zelfredzaamheid.
Incidentmanagement, operationele politie-inzet en individuele gedragsinterventies vallen primair onder de uitvoering en het openbareorde-instrumentarium en niet onder de ruimtelijke planvorming. Het ontbreken van uitgewerkte escalatiescenario’s in de planstukken betekent niet dat er geen afspraken bestaan tussen zorgaanbieder, gemeente en veiligheidsketen. De inzet van politie en handhaving wordt geregeld via bestaande wettelijke kaders en reguliere werkprocessen. Het ruimtelijk besluit hoeft geen prestatieafspraken over responstijden of minimale aanwezigheid van Boa’s te bevatten. Een goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving verplicht niet tot het opnemen van: • operationele politieafspraken in planregels; • juridisch afdwingbare responstijden in een omgevingsplan; • uitgewerkte escalatieprotocollen in een ruimtelijk besluit. Operationele afspraken tussen zorgaanbieder, gemeente, politie, GGD en veiligheidsregio behoren tot de uitvoeringsfase en het openbare-ordedomein. Dit zijn geen ruimtelijke normen en hoeven daarom niet planologisch te worden geborgd. Wel wordt echter voorzien in structurele aanwezigheid en betrokkenheid van begeleiding, waarbij in samenwerking met politie en handhaving (Boa’s) regelmatig contactmomenten en toezicht plaatsvindt.
Deze zichtbare aanwezigheid draagt bij aan vroegsignalering, het behouden van overzicht op de leefbaarheid en het voorkomen van escalaties, waardoor potentiële risico’s in een vroeg stadium kunnen worden ondervangen. 31
De combinatie van zorgvuldige selectie, duidelijke afspraken, begeleiding en preventieve aanwezigheid van ketenpartners maakt dat de verwachting is dat incidenten beheersbaar blijven en dat de woonvorm juist bijdraagt aan stabiliteit en rust, zowel voor bewoners als voor de omgeving. Gelet op het vorenstaande zijn wij van mening dat er ook vanuit de openbare orde en veiligheid sprake is van een goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving zodat voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van de komst van Skaeve Huse aan de Palestinaweg-Oost. Speelpolder en Ontwikkelingsvisie Over de Laak Een ontwikkelvisie dient als richtlijn van een gebied waarbij er op lange termijn wordt gekeken naar een gebied. Het dient als stip op de horizon waarin staat hoe een gebied verder wordt ontwikkeld. Het heeft hiermee een mate van abstractie. Voor de ontwikkeling van de Skaeve Huse is naar de ontwikkelvisie gekeken omdat de locatie zich hierin bevindt. Meerdere malen in de ontwikkelvisie wordt aangegeven dat de ontwikkelvisie zich beperkt tot locaties die in bezit zijn van de gemeente Amersfoort. De ontwikkeling van de Skaeve Huse bevindt zich op privaatgebied, niet op gemeentelijke grond. Dit betekent dat de ontwikkelvisie niet is ingegaan op de algemene ruimtelijke ontwikkeling voor deze specifieke locatie.
Van belang is om specifiek te kijken naar de ruimtelijke mogelijkheden die in de ontwikkelvisie worden besproken. Reclamant geeft aan dat het plan strijdig is met de ontwikkelvisie omdat het niet aansluit bij de groene en recreatieve ambities van Over de Laak als overgangsgebied naar Arkemheen. Hoewel een grote focus van de ontwikkelvisie inderdaad gebaseerd is op recreatie en groen betekent dat niet dat een woonconcept als de Skaeve Huse direct strijdig is. De beoogde Skaeve Huse betreft een kleinschalige voorziening (8–10 eenheden), landschappelijk ingepast en fysiek afgeschermd. Daarmee wordt de groene en recreatieve overgangszone niet doorbroken of structureel aangetast. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan is niet strijdig met het ontwikkelkader en voldoet aan de ETFAL. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3 voor nadere reactie van de gemeente. Verder wordt er in het woonzorgplan ingegaan op de toekomstige bewoners van Skaeve Huse. Hiervoor willen wij opnieuw verwijzen naar paragraaf 2.1 en 2.2 openbare orde en veiligheid. Op voorhand is het niet aannemelijk gemaakt door reclamant dat de mensen die komen te wonen in de Skaeve Huse een negatieve impact hebben op de beleving van de Speelpolder.
Conclusie gemeente zienswijzen 12.6 Alle relevante belangen, waaronder die van omwonenden, recreanten en toekomstige gebruikers van het omliggende gebied zijn betrokken in de besluitvorming. De locatie is onderzocht op alle relevante omgevingsaspecten, ook die van externe veiligheid, milieuaspecten en ruimtelijke inpassing. Op basis van de beschikbare onderzoeken en de getroffen maatregelen is voldoende gemotiveerd dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de veiligheid van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast. De zienswijze leidt op dit punt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerpomgevingsvergunning.
7. Toepasselijkheid artikel 9.11 Omgevingsverordening Utrecht (12.7) Artikel 9.11 Omgevingsverordening Utrecht is naar zijn aard en strekking bedoeld om functiewijziging van agrarische bedrijfspercelen in het landelijk gebied mogelijk te maken, onder 32
strikte voorwaarden. Bij dit plan wordt onvoldoende aangetoond dat aan dit artikel wordt voldaan. Waarbij het plan strijdig is op de volgende punten: - Het voorziet niet in een kleinschalige woonzorgvoorziening met circa 25 zorgvragers en planologisch geborgde zorg- en dagactiviteiten; - Het maakt een woonfunctie en nieuwbouw van losse units mogelijk, terwijl het artikel ziet - Op een stedelijke functie, niet zijnde wonen, in (rest)bebouwing; - De gebouwen worden niet compact binnen het voormalige bouwperceel gesitueerd; - Cultuurhistorische en landschappelijke waarden worden aangetast; - Omliggende agrarische bedrijven worden door de spuitzone in hun bedrijfsvoering belemmerd; - En het perceel is juist wél optimaal voor grondgebonden landbouw. Verzoek: • Het plan op tal van punten in strijd is met de Omgevingsverordening Utrecht en er daarom geen medewerking aan het plan kan worden verleend. Reactie gemeente zienswijzen 12.7 Omdat er naast deze zienswijze ook een andere zienswijze op dit plan heeft gereageerd met betrekking tot de provinciale verordening hebben wij één algemene reactie opgesteld. Deze gemeentelijke reactie is terug te lezen in zienswijze 9. Hierbij zijn ook specifieke punten die in deze zienswijze worden benoemd meegenomen. Het gaat hierbij om punten zoals de spuitzone en het punt met betrekking tot woonaccomodaties voor zorgvragers.
Conclusie gemeente zienswijzen 12.7 De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerpomgevingsvergunning.
8. Financiële afspraken Omnia (12.8) Op grond van de via een Woo-verzoek openbaar gemaakte brief van Omnia Wonen aan de gemeente Amersfoort blijkt dat Omnia en de gemeente reeds in 2022 afspraken in voorbereiding hadden over de locatie Palestinaweg-Oost 3-5, waarbij voor Omnia onder meer van belang was dat: • • •
de Skaeve-Huse-locatie een permanente woonbestemming krijgt; de grond eigendom van Omnia blijft; de gemeente de sociale begeleiding op deze locatie garandeert en financiert, zolang de beoogde doelgroep daar woont;
Deze afspraken impliceren dat de gemeente zich in vergaande mate committeert aan zowel Omnia als juist deze locatie, los van de uiteindelijke resultaten, mogelijke overlast of de beschikbaarheid van andere geschiktere locaties in de toekomst. Daarmee wordt de gemeentelijke beleidsruimte om in het kader van ETFAL nog vrijelijk de belangen van omwonenden, natuur, veiligheid en alternatieve locaties af te wegen, feitelijk ingeperkt door eerdere financiële en grondbeleidsafspraken met een private partij. Dit kan daarover worden vastgesteld: • •
door het bedingen van een permanente woonbestemming is de gemeente niet meer vrij is om de belangen van omwonenden af te wegen en dat een echt democratisch besluitvormingsproces feitelijk niet meer mogelijk is; uit de Woo-documenten blijkt dat de participatie van belanghebbenden intern als onbeduidend wordt beschouwd en het plan als "NIMBY-project" wordt getypeerd; 33
•
dit het vertrouwen van bewoners in Vathorst ernstig schaadt en cynisme voedt over de oprechtheid van de participatie en besluitvorming;
Deze gang van zaken staat haaks op de in de toelichting geschetste ambitie om via het stappenplan "Complexe ruimtelijke ontwikkelingen" te komen tot een zorgvuldig, open participatieproces met een reële invloed van belanghebbenden op de locatiekeuze. Als de locatiekeuze feitelijk al vooraf via grond- en financiële afspraken is "vastgezet", wordt de latere planologische afweging gereduceerd tot het juridisch passend maken van een reeds politiek financieel besloten locatie. Reactie gemeente zienswijzen 12.8 Naar aanleiding van deze reactie merken wij op dat het privaatrechtelijke spoor dat gevolgd moet worden om ontwikkelingen mogelijk te maken, naast en gelijk kan oplopen met het publiekrechtelijke spoor. Deze sporen staan inhoudelijke gezien geheel los van elkaar. Het staat los van elkaar omdat er andere wettelijke grondslagen en vereisten gelden. Het is zelfs gebruikelijk en juridisch toegestaan dat een gemeente voorafgaand aan een ruimtelijke procedure afspraken maakt over grondpositie, kostenverhaal, begeleiding en exploitatie. Dergelijke afspraken worden doorgaans vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Een anterieure overeenkomst kan echter niet vooruitlopen op of in de plaats treden van de publiekrechtelijke besluitvorming.
Bij het vaststellen van het TAM-omgevingsplan dient de gemeenteraad zelfstandig te beoordelen of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Privaatrechtelijke afspraken mogen deze publiekrechtelijke afweging niet binden of uitsluiten. Indien dat wel het geval zou zijn, zou dat besluit kwetsbaar zijn in rechte. Daarvan is hier geen sprake. De planologische afweging heeft plaatsgevonden op basis van ruimtelijke criteria en belangenafweging, onafhankelijk van civielrechtelijke afspraken. Voor het wijzigen van het omgevingsplan voor het planologisch juridisch mogelijk maken van de Skaeve Huse zijn de stappen uit de Participatiegids gevolgd en is er een zorgvuldig en uitgebreid participatietraject doorlopen. Uit alle onderzoeken blijkt dat voldaan kan worden aan de alle wettelijke vereisten en dat kan worden voldaan aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Tot slot wordt verwezen naar paragraaf 2.1, 2.2 en 2.3 van deze zienswijzennota. Conclusie gemeente zienswijzen 12.8 Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerpomgevingsvergunning.
9. Waarom geen tijdelijke vergunning? (12.9) In verschillende gemeenten wordt gebruik gemaakt van een tijdelijk vergunning. Hierbij niet. Waarom niet, want een tijdelijke vergunning was passender geweest. Reactie gemeente zienswijzen 12.9 De Omgevingswet en het Omgevingsbesluit hanteren het uitgangspunt dat de initiatiefnemer zelf bepaalt of en wanneer hij een aanvraag indient en wat voor een soort aanvraag er wordt ingediend. Het initiatief voor het indienen van een aanvraag ligt dus altijd bij de aanvrager/initiatiefnemer. Dit betekent dat het bevoegd gezag niet kan afdwingen dat een aanvraag wordt ingediend in een specifieke vorm, bijvoorbeeld met een tijdelijk karakter.
34
Vanuit de gemeente kunnen wij natuurlijk wel adviseren een niet passende procedure op inhoudelijke gronden gemotiveerd te weigeren. De beoordeling is echter geweest dat de procedure voor een omgevingsplanwijziging passend is voor dit initiatief. Aanvullend merken wij op dat de gemeenteraad vrij is om belangen af te wegen. Een wijziging van het omgevingsplan wordt pas juridisch bindend na vaststelling door de gemeenteraad. Privaatrechtelijke afspraken die separaat worden voorbereid of gesloten om een wijziging van een omgevingsplan te kunnen uitvoeren kunnen worden meegewogen in een belangenafweging bij de raad. Eventuele financiële consequenties van een andere keuze maken de ruimtelijke afweging daarmee niet onvrij; zij vormen hoogstens een onderdeel bij het uitvoeringsaspect. De afspraak dat sociale begeleiding wordt gegarandeerd en gefinancierd zolang de doelgroep daar woont, betreft een uitvoerings- en zorginhoudelijk aspect. Dit is geen beperking van beleidsruimte, maar juist een randvoorwaarde om de voorziening ruimtelijk aanvaardbaar te laten functioneren. Dat de gemeente verantwoordelijkheid neemt voor begeleiding, versterkt de beheersbaarheid van de locatie. Participatie en kwalificaties in interne stukken Verwijzingen naar interne kwalificaties of typeringen in Woo-documenten maken op zichzelf niet dat het participatieproces juridisch ondeugdelijk zou zijn verlopen.
Voor de rechtmatigheid van het besluit is bepalend: • of belanghebbenden tijdig zijn geïnformeerd; • of zij hun zienswijze hebben kunnen indienen; • of die zienswijzen kenbaar en inhoudelijk zijn betrokken bij de besluitvorming. Aan deze vereisten is voldaan. Dat intern verschillende opvattingen of bewoordingen zijn gebruikt, is niet bepalend voor de vraag of de formele participatie en belangenafweging zorgvuldig zijn geweest. Conclusie gemeente zienwijzen 12.9 De afspraken met Omnia Wonen hebben de publiekrechtelijke besluitvorming niet vervangen en evenmin de beleidsruimte van de gemeenteraad opgeheven. De raad heeft zelfstandig beoordeeld of de wijziging van het omgevingsplan voldoet aan een goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving en strekt ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Er is geen sprake van een situatie waarin de locatiekeuze juridisch reeds was vastgelegd voordat de planologische procedure werd doorlopen. De zienswijze geeft geen aanleiding om te concluderen dat het besluitvormingsproces in strijd is met democratische beginselen, zorgvuldigheid of geldende jurisprudentie. Dit punt van de zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp TAM-omgevingsplan of van de ontwerpomgevingsvergunning.
10 Conclusie reclamant (12.10) Zienswijzen Gelet op het bovenstaande is de onderbouwing dat op deze locatie voor deze specifieke doelgroep sprake zou zijn van een veilige, gezonde en prikkelarme woonomgeving onvoldoende en onvoldoende juridisch geborgd in de planregels en vergunning. Daarom wordt verzocht om: 1. Het ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p "Skaeve Huse" en de ontwerpomgevingsvergunning niet vast te stellen wegens strijd met diverse regelgeving en daarmee de ontwikkeling niet op deze locatie mogelijk te 35
maken en terug te keren naar een bredere, transparante locatiescan waarbij ook minder risicovolle locaties serieus worden overwogen; 2. Mocht er toch besloten worden tot het bieden van een mogelijkheid om de ontwikkeling op de voorgestelde locatie te laten plaatsvinden, deze alleen te laten plaatsvinden middels een tijdelijke vergunning. Reactie gemeente zienwijzen 12.10 Hoewel deze zienswijzen er voor heeft gezorgd dat het plan op een paar onderdelen wordt aangescherpt, leiden de zienswijzen van de reclamanten er niet toe dat voorliggende wijziging van het omgevingsplan niet zou kunnen worden vastgesteld. Voorliggende wijziging van het omgevingsplan voldoet aan een goede onderbouwing van de fysieke leefomgeving en strekt ten behoeve van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Conclusie gemeente zienswijzen 12.10 De zienswijzen leiden als volgt tot aanpassing van de ontwerpomgevingsvergunning: Er worden aanvullende voorwaarden in de vergunning opgenomen om preventief ontruiming en handelingsperspectief aan bewoners met inzet van hulpdiensten te garanderen. De zienswijzen leiden niet tot aanpassingen aan het TAM-omgevingsplan.
Zienswijze 13 (inwoner Amersfoort) Ontvankelijkheid De zienswijze is binnen de termijn binnengekomen (ontvangen op 21 januari 2026) en van een digitale ondertekening voorzien. De zienswijze is ontvankelijk.
Samenvatting 13 Het ontwerpplan in zijn huidige vorm is onvoldoende zorgvuldig voorbereid, ontoereikend gemotiveerd en voldoet niet aan de eisen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals bedoeld in de Omgevingswet. Hierna zet ik de belangrijkste bezwaren uiteen. 1. Schending van het evenredigheidsbeginsel Bij de vaststelling van een omgevingsplan dient het bevoegd gezag op grond van artikel 3:4, tweede lid, Awb te waarborgen dat de nadelige gevolgen van het plan niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. In het ontwerpplan ontbreekt een kenbare en concrete afweging tussen: • •
het publieke belang van het realiseren van deze specifieke woonvorm op deze locatie, en de nadelige gevolgen voor de directe omgeving, waaronder aantasting van de leefbaarheid, veiligheidsbeleving en het gebruik van de openbare ruimte. Zonder een dergelijke inzichtelijke belangenafweging is niet vast te stellen dat de gekozen planregeling evenredig is. Dit klemt temeer nu het gaat om een woonvorm waarvan bekend is dat deze verhoogde eisen stelt aan beheer, begeleiding en omgevingsveiligheid.
2. Ontbreken van een deugdelijk onderzoek naar risico’s en beheersmaatregelen Voor vergelijkbare projecten is in de jurisprudentie onderkend dat een specifiek omgevings- en risico-onderzoek noodzakelijk kan zijn om de ruimtelijke aanvaardbaarheid te beoordelen, met name waar het gaat om veiligheidsbeleving, geluidsoverlast en interactie met de omgeving (vgl. ECLI:NL:RBNNE:2025:4797). In het voorliggende ontwerpplan: 36
• • •
ontbreekt een actueel en locatie-specifiek onderzoek naar deze risico’s; is niet inzichtelijk gemaakt welke risico’s voor de omgeving worden voorzien; zijn geen conclusies getrokken over de noodzaak van beheersmaatregelen.
Hierdoor is niet vast te stellen of het plan ruimtelijk aanvaardbaar is en of de belangen van omwonenden voldoende zijn betrokken. 3. Ontbreken van publiekrechtelijke borging van beheer en omgevingswaarborgen Voor zover in de toelichting wordt uitgegaan van beheer, begeleiding en toezicht, geldt dat deze elementen niet publiekrechtelijk zijn geborgd in de planregels. Indien beheersmaatregelen noodzakelijk zijn voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan, dienen deze – uit het oogpunt van rechtszekerheid en uitvoerbaarheid – te worden vastgelegd in juridisch bindende regels. Het ontbreken daarvan betekent dat: • niet verzekerd is dat het plan in de praktijk overeenkomstig de uitgangspunten zal functioneren; • omwonenden geen afdwingbare waarborgen hebben. Dit is in strijd met de vereisten van een goede ruimtelijke ordening en de rechtszekerheid. 4. Geen borging en onvolledige terinzagelegging van het woonzorgplan In de plantoelichting wordt verwezen naar een woonzorgplan en (kennelijk) een second opinion daarop. Deze second opinion • maakt geen deel uit van de ter inzage gelegde stukken; • is derhalve niet toetsbaar voor belanghebbenden. Daarnaast is het woonzorgplan niet juridisch bindend verankerd in het omgevingsplan.
Nu de aanvaardbaarheid van het plan mede lijkt te steunen op de veronderstelde werking van dit woonzorgplan, is het ontwerpplan onvoldoende controleerbaar en onzorgvuldig voorbereid. 5. Ontbreken stedenbouwkundig plan en motivering stedenbouwkundige aanvaardbaarheid. Het ontwerpplan verwijst naar een stedenbouwkundig plan, maar dit document is niet ter inzage gelegd. Hierdoor ontbreekt: • • • •
inzicht in de ruimtelijke inpassing; een toetsbare onderbouwing van de stedenbouwkundige aanvaardbaarheid; de mogelijkheid voor belanghebbenden om hierop te reageren. Dit vormt een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel en tast de draagkracht van de planmotivering aan.
6. Onvoldoende onderbouwing van de behoefte en ontbreken borging maximum aantal bewoners. Volgens vaste jurisprudentie dient de behoefte aan een ontwikkeling te worden onderbouwd in het kader van de uitvoerbaarheid van het plan. In dit geval: • •
ontbreekt een actuele, cijfermatige onderbouwing van de behoefte aan deze voorziening op deze locatie; wordt gesproken over een maximaal aantal bewoners (bijvoorbeeld tien), maar dit maximum is niet vastgelegd in de planregels. Het ontbreken van een dergelijke borging leidt tot rechtsonzekerheid en maakt dat de feitelijke impact van het plan niet vaststaat
7. Ontbreken van publiekrechtelijke borging van de groene inpassing. In de toelichting wordt gesteld dat een groene inpassing noodzakelijk is voor leefkwaliteit, privacy en inpassing in de omgeving. Indien een dergelijke maatregel noodzakelijk wordt geacht voor de 37
ruimtelijke aanvaardbaarheid, vereist de rechtszekerheid dat deze publiekrechtelijk wordt geborgd (vgl. ECLI:NL:RVS:2025:3076).Het ontwerpplan bevat echter: • geen planregels die de aanleg en instandhouding van groen verplicht stellen; • geen voorwaardelijke verplichting of andere juridische waarborg. Daarmee is niet verzekerd dat de groene inpassing daadwerkelijk wordt gerealiseerd en behouden. Conclusie Gelet op het voorgaande is het ontwerp tot wijziging van het omgevingsplan: • onvoldoende zorgvuldig voorbereid; • ontoereikend gemotiveerd; • en in strijd met de vereisten van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Reactie gemeente zienswijzen 13 1. Schending van het evenredigheidsbeginsel (13.1) Bij het wijzigen van een omgevingsplan moet het bestuursorgaan altijd het evenredigheidsbeginsel toepassen door een zorgvuldige belangenafweging te maken, de wijzigingsbevoegdheid objectief te begrenzen, en te zorgen dat de nadelige gevolgen niet onevenredig zijn in verhouding tot het te dienen doel. Dit betekent dat het bestuursorgaan de belangen van alle betrokkenen moet afwegen en kan besluiten het plan niet te wijzigen als de nadelige gevolgen onevenredig zijn. Wij zijn van mening dat voorliggende wijziging voldoet aan het evenredigheidsbeginsel. In Amersfoort willen we immers bereiken dat er voor iedereen een menswaardig thuis is. Ook voor mensen die niet makkelijk in de samenleving kunnen wonen. Met het realiseren van acht woonunits en één beheerdersunit willen we zorgen voor passende huisvesting voor deze groep mensen. We willen de leefomstandigheden van deze mensen verbeteren door hen een duurzame woonoplossing te bieden, zonder dat dit nadelige effecten heeft voor de veiligheid en leefbaarheid in aangrenzende gebieden en woningen. Hiermee beperken we ook structurele woonoverlast in de wijk(en) waar deze bewoners nu wonen. Het wijzigen van het omgevingsplan is een van de stappen die vereist is om het doel - het realiseren van de Skaeve Huse – te bereiken.
Daarnaast merken wij op dat doordat is aangetoond in de plantoelichting dat voldaan kan worden aan de ETFAL, het aannemelijk is gemaakt dat er geen onevenredige nadelige gevolgen zullen optreden. Bovendien zijn alle betrokken belangen in beeld gebracht. Tot slot verwijzen wij ook naar de openbare orde en veiligheidaspecten, het locatieonderzoek en de ETFAL in de paragrafen 2.1, 2.2 en 2.3. van deze zienswijzennota. 2. Ontbreken van een deugdelijk onderzoek naar risico’s en beheersmaatregelen (13.2) Voor dit plan is een woonzorgplan opgesteld dat specifiek ingaat op risico’s en beheersmaatregelen. Aanvullend is het plan uitgewerkt in lijn met eerdere Skaeve Huse projecten in Nederland. Waarbij er gekozen is voor een perifere locatie enigszins op afstand van de naastgelegen woonbuurt, die wel toegankelijk is voor de bewoners van de Skaeve Huse voor benodigde dagelijkse voorzieningen. Mogelijke overlast is afgestemd in het woonzorgplan en er zijn afspraken gemaakt met Boa’s. Waarbij bewoners zich dienen te houden aan de huisregels van het woonzorgplan. Er wordt samengewerkt met externe partners zoals boa’s en de wijkagent wanneer dat nodig is voor leefbaarheid of veiligheid. Hiermee zijn de risico’s van het initiatief inzichtelijk gemaakt. De Boa: • Is verantwoordelijk voor bewaking van de leefbaarheid in de directe omgeving van de locatie. 38
• • •
Zal handhaven op openbare orde en overlastsituaties en zorgt voor naleving van lokale regelgeving. Werkt nauw samen met de zorgaanbieder en wijkagent bij signalen van verward of grensoverschrijdend gedrag. Is aanwezig bij structurele overleggen en is laagdrempelig bereikbaar voor signalen van uit de buurt.
Aanvullend wordt opgemerkt dat de uitspraak van Rechtbank Noord Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:4797) waarnaar door reclamant wordt verwezen handelt over een verzoek om voorlopige voorziening ‘omgevingsvergunning beschermd wonen’ welke door de Voorzitter is afgewezen. In punt 14.4 oordeelt de Voorzitter dat in deel I van het SEV-advies onder 5 als tip voor een succesvol Skaeve Huse-project aan de minister wordt gegeven: “Ligging op minimaal 75 à 100 meter van woonbebouwing of andere gevoelige functies.” Verder is in 4.1 van het SEV-advies aangegeven: “Een afstand van minstens honderd meter en een visuele afscherming zijn aan te bevelen. Een nadere empirische onderbouwing van deze praktijknorm om visuele, geluids- en geuroverlast te voorkomen is aan te bevelen. Dit zou helpen om bezwaarprocedures te bekorten.” Wij merken op dat voorliggend initiatief voldoet aan het SEV- advies dat gegeven is aan de minister. Voor de volledigheid verwijzen wij tot slot ook nog naar de openbare ore en veiligheidaspecten, het locatieonderzoek en de ETFAL in de paragrafen 2.1, 2.2 en 2.3. van deze zienswijzennota. 3. Ontbreken van publiekrechtelijke borging van beheer en omgevingswaarborgen (13.3) In de afweging of kan worden voldaan aan de ETFAL vormen het woonzorgplan, de second opinion en selectieprocedure voor toekomstige bewoners van de Skaeve Huse een belangrijke rol.