CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

VU research. Ervaringen met burgertoppen

Commissie Bestuur 3 juni 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Raadsacademie Participatie (beeldvorming)37.169 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Hoewel deze stereotypische tweedeling in de dagelijkse praktijk een stuk diffuser zal zijn, is het relevant om in ogenschouw te nemen wat de invloeden van metis en techne kunnen zijn in een G1000-setting.

.

G    W I J K B I J E E N K O M S T E N K R U I S K A M P

De zes bijeenkomsten van de G1000 in Kruiskamp worden hierna beschreven, waarbij aandacht besteed wordt aan de locatie, het programma van de bijeenkomst en het proces dat er plaatsvindt. 6.2.1

Bijeenkomst 1 (zaterdag 15 november 2014)

In de aula van een lokale vakschool staan tafels klaar waar vier personen kunnen aanschuiven. Er worden ruim honderd deelnemers verwacht. Bij binnenkomst staat er koffie en thee met erbij koekjes en baklava. Initiator en moderator Harm van Dijk licht het programma toe en vertelt dat het de bewoners zijn die in kaart gaan brengen wat belangrijk is voor de wijk en dat het geen avond van de gemeente of professionals is. Iedereen wordt gevraagd om aan een tafel te gaan zitten waar je de mensen niet of nauwelijks kent. Hier doet iedereen aan mee, ook de aanwezige ambtenaren. Er zijn enkele afspraken: ‘Vermijd discussies, probeer het niet met elkaar eens te worden en schrijf belangrijke woorden en thema’s in het gesprek op het tafelkleed’ (grote vellen papier). De avond bestaat uit drie gespreksrondes van 20 minuten, waarbij telkens een vraag centraal staat. Aan het einde van iedere ronde schrijven de deelnemers voor

6 De rol van dialoog: G1000 Kruiskamp in microperspectief



zichzelf op een post-it een woord dat ze geraakt heeft tijdens het gesprek. De post-its worden opgehaald en verwerkt in een word cloud. De vragen die centraal staan tijdens de gespreksrondes zijn: 1. Wat vind je belangrijk voor Kruiskamp? 2. Wat is er nodig om dat te realiseren? 3. Wat kun jij daaraan bijdragen? Met name bij de derde ronde komen de gesprekken direct op gang. Het geroezemoes in de ruimte neemt sterk toe. De thema’s die op de grote vellen papier geschreven worden, zijn nu concreter. Op het eind van deze ronde wordt een andere kleur post-its gebruikt om in één woord op te schrijven wat indruk gemaakt heeft. Vlak voor de pauze wordt er uitgelegd dat er in groepen van tien mensen verder gewerkt wordt. Van Dijk vraagt de deelnemers om twee tafels en de bijbehorende stoelen bij elkaar te zetten. Tijdens de pauze, waarin de deelnemers wat drinken en eten, wordt door vrijwilligers van de organisatie de laatste hand gelegd aan de verwerking van de post-its. De woorden zijn verwerkt in een word cloud per ronde en een gecombineerde versie van de verschillende rondes (zie figuur 6.1). Na de pauze geeft Van Dijk aan dat het de bedoeling is dat iedere tafel een populair thema uit de finale versie van de word cloud adopteert. Daarna kan iedereen het onderwerp van interesse opzoeken en Figuur 6.1

Word clouds van de gespreksrondes

Bron: Platform G1000



G1000. Ervaringen met burgertoppen

verhuizen naar de desbetreffende tafel. Er ontstaat een nieuwe tafelstelling rondom de volgende thema’s: Veiligheid (11 deelnemers), Ontmoeten (9 deelnemers), Betrokkenheid (10 deelnemers), Respect (7 deelnemers), Saamhorigheid (8 deelnemers), Initiatief (10 deelnemers), Samen (8 deelnemers), Contact (11 deelnemers), Saamhorigheid (8 deelnemers), Jongeren (12 deelnemers). Na een gespreksronde over het thema brengt een woordvoerder per tafel verslag uit. Een voorbeeld is het thema Ontmoeten, waarbij aangegeven wordt dat de groep wil kijken naar wat mensen bindt, bijvoorbeeld samen de hond uitlaten, muziek maken en kinderen. Als mensen elkaar ontmoeten, verhoogt dat de veiligheid. Zulke ontmoetingen moeten gefaciliteerd worden. Een ander voorbeeld is de groep rondom het thema Veiligheid, die heeft aangegeven dat veiligheid noodzakelijk is voor een prettig leven. Er zijn namelijk veel ‘korte lontjes’. Het is daarom van belang om buren te kennen. Zij hebben samen met een aanwezige agent besproken of mensen aan tafel zich veilig voelen in Kruiskamp. De antwoorden hierop waren divers. Een nieuwe bewoner vertelt dat zij zichzelf tot dan toe veilig voelde in de wijk, maar geschrokken is van de nare verhalen die zij heeft gehoord tijdens de bijeenkomst. Harm van Dijk eindigt de avond met te zeggen dat dit een mooi begin is, maar geen eindpunt.

Mensen die verder willen met een thema kunnen hun naamkaartje achterlaten en worden verwacht op woensdag 5 november in buurthuis De Witte Vlinder om door te praten over de thema’s. 67 van de 98 deelnemers geven aan door te willen gaan. Dat is een hoge score, aldus Van Dijk, normaal is dat volgens hem ongeveer een derde van de deelnemers bij avonden die georganiseerd worden door een gemeente. 6.2.2

Bijeenkomst 2 (woensdag 5 november 2014)

Op de tweede bijeenkomst, deze keer in buurthuis De Witte Vlinder in Kruiskamp, komen circa 35 deelnemers af; de helft van het aantal aanmeldingen voor deze avond. Zij nemen plaats aan de acht tafels die uitgerust zijn met stiften, vellen papier, laptops en beamers. Aan iedere tafel zit een tafelsecretaris en een ‘buddy’ die de besproken punten opneemt in een prezi-presentatie. Acht ‘inspiratoren’ (burgers en ondernemers die een maatschappelijk initiatief zijn gestart: onder meer een groenplan, zorgnetwerk, buurthuis gerund door bewoners, stadsarchitectuur en buurtonderneming) vertellen in twee rondes over hun initiatief. De deelnemers schuiven aan bij de tafel van hun voorkeur. Er ontstaan levendige gesprekken over gedeelde ervaringen en opvattingen over allerlei plekken in Amersfoort. Tijdens de koffiepauze wordt er druk doorgepraat. Als aan een deelneemster gevraagd wordt wat maakt dat zij na de eerste bijeenkomst terug is gekomen, zegt zij: ‘Ik kreeg zo’n enorme lading energie hiervan! Ik hoefde niet eens te twijfelen. Iedereen is vol enthousiasme tijdens zo’n avond. Ik vertelde mijn buren erover en die zeiden dat ze ook een uitnodiging hadden gehad maar er niets mee hadden gedaan. Nou ja, dat geloof je toch niet!’

6 De rol van dialoog: G1000 Kruiskamp in microperspectief



Na de pauze vraagt Harm van Dijk iedereen één van de thema’s te kiezen die tijdens de vorige bijeenkomst zijn ontstaan. Nadat hier een zeer ongelijke verdeling van deelnemers uit voortkomt, vraagt Van Dijk de groep: ‘Hoe gaan we dit oplossen?’ Na een plenair gesprek en heen-en-weergeloop van deelnemers ontstaan er vijf themagroepen: 1) Veiligheid, 2) Betrokkenheid, 3) Ontmoeten, 4) Jongeren, 5) Initiatief. De themagroepen gaan aan de slag met de vragen: ‘Wat is je droom betreffende dit thema?’ en ‘Wat hebben wij gemeenschappelijk, wat delen we?’ Van Dijk benadrukt voorafgaand aan de ronde om onderlinge verschillen van inzicht te parkeren: ‘Al is het een vastgeroeste gewoonte: vermijd discussies. Als je je focust op wat je wél deelt maak je de ruimte om naar elkaar te luisteren veel groter.’ De gesprekken aan de tafels zijn levendig en er wordt veel geschreven. Toch ligt bij een aantal tafels de focus op dat wat niet goed gaat in plaats van op het delen van dromen. Zo wordt er bij de tafel Veiligheid gesproken over de vele inbraken in de wijk en dat de woningbouw geen zorg draagt voor het hang- en sluitwerk van de woningen. Bij de tafel ‘Jongeren’ ligt de nadruk op het ontbreken van voorzieningen voor jongeren. Er wordt besproken of dat vroeger wel of niet beter was.

Bij andere tafels, ‘Ontmoeten’ en ‘Initiatief’, worden er in rap tempo dromen en ideeën op grote vellen papier geschreven. Ten slotte is er van wat besproken is aan iedere tafel een korte presentatie. Deelnemers wordt verzocht aan te geven wie zij bij de volgende bijeenkomst als gast/expert zouden willen uitnodigen. Hierna is een overzicht van wat er bij de presentaties aan bod komt: Tafel Veiligheid: Dromen van een veilige wijk. Wijkagent of iemand van de woningbouw uitnodigen. Tafel Betrokkenheid: Nabuurschap, contact maken, vrijblijvendheid. Tafel Ontmoeten: Praatje beginnen, groeten op straat, wandelingen maken. Tafel Jongeren: Speeltuin ruimer openstellen, meer vrijwilligers, 12+-jongeren hebben weinig te doen in de wijk, De Witte Vlinder tot jongerencentrum maken met een ervaren jongerenwerker, Johan Cruyff uitnodigen. Tafel Initiatief: ‘Kruistochten’ (wandelingen door Kruiskamp), exposities, open podium, verhalen, eetevenement. Na de afsluiting is er een borrel. Veel deelnemers blijven napraten. Enkele reacties zijn: ‘Ik vind het geweldig wat hier gebeurt! Er gaat zo’n positieve energie uit van het samenzijn. Je kent je eigen buurt, en de mensen met wie je om tafel zitten kennen die ook. En we geven allemaal om die buurt.’ (man, circa 60 jaar) ‘Kijk om je heen! Hier gebeurt iets. Hier zijn wij in control. Er zijn geen tegenstanders. Je hoeft nergens tegen op te boksen.

We willen allemaal hetzelfde: iets heel goeds voor de omgeving waar jezelf in leeft.’ (man, circa 20 jaar)

 6.2.3

G1000. Ervaringen met burgertoppen

Bijeenkomst 3 (donderdag 20 november 2014)

Aan de derde bijeenkomst nemen 24 mannen en 9 vrouwen deel, waarvan 2 een nietwesterse achtergrond hebben, waaronder de voorzitter van de lokale Turkse moskee. Deze avond staat in het teken van ‘Denken’. De groep Ontmoeten had al eerder met elkaar afgesproken en zijn samen naar het buurthuis gewandeld. Vandaag zijn er vijf inspiratoren die praten over hun ervaringen met verschillende vormen van participatie: de verbetering van de leefbaarheid van de Arnhemse achterstandswijk Het Spijkerkwartier, een kleine zorgcoöperatie in Bronkhorst en omstreken, zelfbeheer van maatschappelijk vastgoed in Amsterdam en de sociale onderneming de Krachtfabriek die werkt aan een meer humane en duurzame samenleving, het opwekken van ecostroom in Amersfoort. Er volgen twee inspiratierondes van 25 minuten, waarna deelnemers van tafel kunnen wisselen. Na de pauze (met koffie en taart) komen er nieuwe samenstellingen van deelnemers aan de tafels. De thema’s van de groepen zijn: Veiligheid (7 deelnemers), Ontmoeten (6 deelnemers), Jongeren (3 deelnemers), Initiatief (9 deelnemers), Betrokkenheid (3 deelnemers). De groepen Jongeren en Betrokkenheid zijn erg klein, hetgeen de zes deelnemers aanzet om samen verder te gaan als nieuwe groep Jongeren. Ineens staat er een agent in vol ornaat binnen, inclusief pistool, knuppel en fietshelm met camera erop.

Deze wijkagent is uitgenodigd door de groep Veiligheid. Als hij binnenkomt, valt er een grote stilte. Het gesprek komt pas na enkele minuten weer op gang. Harm van Dijk gaat door met zijn uitleg van het programma na de pauze. Hij laat de word cloud nog eens zien om terug te halen wat er belangrijk gevonden werd in Kruiskamp. Ieder krijgt de tijd zo veel mogelijk ideeën te bedenken. Vervolgens kan dat veertien dagen rusten alvorens een keuze gemaakt wordt. Intussen wordt de wijkagent voorgesteld. Van Dijk verwijst hem naar het groepje Veiligheid met de woorden ‘Ga bij de tafel zitten en help de mensen verder.’ Aan de vier tafels worden veel ideeën gegenereerd, maar uiteindelijk moet er een top drie komen. Er is veel interactie in de groepen en ideeën worden geïnventariseerd met behulp van een prezi. De verschillende groepen presenteren wat ze bedacht hebben. De groep Initiatief wil iets organiseren samen met het bestaande project ‘Kruiskamp onderneemt’. Ze willen ook een proeverij organiseren ‘Proef Kruiskamp’ in navolging van het bestaande ‘Proef Amersfoort’. Bij de groep Veiligheid gaat de agent weg. De deelnemers vertellen dat er vijf à zes ideeën zijn. De groep geeft aan dat de wijkagent hen heeft geholpen door te vertellen wat er al in de buurt gebeurt. De groepsleden vragen zich af wat veiligheid eigenlijk is en willen hier een enquête over gaan houden.

Bovendien verdient de overlast van jongeren ook aandacht. Dat kan samen met de groep Jongeren opgepakt worden. Hiervoor kan samengewerkt worden met de politie en de woningbouwcorporatie.

6 De rol van dialoog: G1000 Kruiskamp in microperspectief



Volgende keer gaan de groepen keuzes maken over waar ze mee doorgaan. Een aantal deelnemers heeft zich afgemeld voor deze avond, maar ‘zal waarschijnlijk een volgende keer wel komen’, aldus Harm van Dijk. Als de thema’s uitgewerkt zijn binnen de werkgroepen, zullen deze opgeheven worden tijdens een feestelijke eindconferentie in januari 2015, waar wijkbewoners, politiek en pers aanwezig zullen zijn. Na de bijeenkomst is er nog een borrel, maar voor de borrel begint, komt de voorzitter van de Turkse moskee langs bij Van Dijk om te zeggen dat het allemaal te lang duurt. Hij kan niet iedere keer komen, omdat hij familie heeft en dat geldt ook voor zijn achterban. Hij benadrukt dat het hier moet gaan om de bewoners en niet om de G1000-organisatie. 6.2.4

Bijeenkomst 4 (woensdag 3 december 2014)

Zo vlak voor Sinterklaas staat er bij binnenkomst koffie en gevulde speculaas klaar. Mede-initiator Jerphaas Donner is deze avond moderator en geeft een korte introductie. De ideeën uit de vorige sessie, inclusief een presentatie hiervan, moeten uitgewerkt worden. Tijdens een korte plenaire rondvraag komt onder andere naar voren dat de themagroep Initiatief bezig is met de voorbereidingen voor een culinair festival ‘Proef Kruiskamp’, waarbij buurtbewoners koken en dat verkopen in kraampjes, gepland voor 12-13 juni. Twee deelnemers van de groep Jongeren hebben samen met het Vathorstcollege het Wijk Ontwikkelings Laboratorium Kruiskamp opgericht: een ‘fablab’ voor 3D printing en marketing. Donner vertelt dat er vier deelnemers zijn die er vorige keer niet waren. Bovendien is er een nieuwe deelnemer die door zijn buren is meegenomen. Hij heeft ervaring met het organiseren van grote evenementen en wil deze vaardigheden en kennis inzetten. Bij de verschillende groepen zitten inspiratoren, zoals een wijkmanager, iemand van een woningbouwcorporatie, raadslid en mensen van het G1000-team. Bij de groep Veiligheid, waar iemand van een woningcorporatie bij zit, is bij diverse deelnemers de behoefte ontstaan om te gaan inventariseren wat bewoners willen en wie de veiligheidsfunctionarissen zijn en wat hun taken zijn. Andere deelnemers vallen stil.

Tegelijkertijd is er bij de groep Ontmoeten een heel andere dynamiek te zien, waar deelnemers naar elkaar toe gebogen zitten en elkaar aanvullen. Donner vraagt of alle groepen een concreet idee kunnen noemen. De groep Initiatief gaat aan de slag met Proef Kruiskamp. De groep Veiligheid wil vraag en aanbod op het gebied van veiligheid bij elkaar brengen. De groep Jongeren gaat zich richten op het opzetten van een Jeugd Onwikkellab (JOL). Ten slotte, de groep Ontmoeten gaat wandelingen organiseren in het voorjaar van 2015. De avond wordt afgesloten met korte prezi-presentaties van alle groepen. Bij de presentatie van de groep Veiligheid wordt gezegd:



G1000. Ervaringen met burgertoppen ‘We hebben ermee zitten klooien. Want toen de wijkagent er was die zei dat er al veel gebeurt, en dat wisten we niet. Er moet een inventarisatie komen van wat er al gebeurt. Die informatie willen we overbrengen op bewoners. Het gaat om de thema’s criminaliteit, overlast en inbraak. Er wordt wel veel schriftelijk materiaal verspreid maar dat is te moeilijk voor analfabeten en etnische groepen.’

De groep Initiatief daarentegen zit vol met ideeën. Ze willen een muziekfeest organiseren, waarbij de school, muzikanten en bewoners betrokken zijn. De muzikanten van de Harmonie Wilskracht kunnen dan vanaf de balkons spelen en vanuit de school. Hierbij worden dan ouders en kinderen betrokken, die zich dan mengen met andere bewoners. ‘De school is zwart, maar we willen er ook witte ouders bij.’ Donner geeft aan dat wie zaken nog verder wil uitwerken, dat kan doen bij de borrel. Hij licht het programma van 16 en 17 januari toe en vraagt om suggesties voor het uitnodigen van specialisten tijdens de presentaties op 17 januari. 6.2.5

Bijeenkomst 5a (vrijdag 16 januari 2015)

Vrijdag om 17.00 uur begint de tweedaagse slotconferentie van de G1000 Kruiskamp. In zijn openingswoord vermeldt Harm van Dijk dat de opkomst lager is dan gehoopt. Tijdens de eerste bijeenkomst waren er 100 deelnemers; nu zijn er 13 deelnemende Kruiskampers, 9 vrijwilligers en 5 waarnemers (onderzoekers en journalisten). Vanuit de zaal komen geluiden dat sommige deelnemers niet aanwezig konden zijn, maar nog wel steeds betrokken zijn. Van Dijk loopt de afgelopen periode door met behulp van een prezi-presentatie: Dromen (wat wil je), Denken (hoe doe je dat?), Doen (wat kun je zelf doen?). Hij vertelt dat de begeleiding door de G1000-organisatie morgen eindigt en dat de deelnemers het dan zelf moeten gaan doen en nodigt de themagroepen uit om hun plannen te presenteren. Wanneer de groepen over hun vorderingen vertellen, valt op dat het betrekken van allochtone buurtbewoners als probleem wordt gezien: ‘Hoe voorkom je dat het een wit feestje wordt? De G1000-bijeenkomsten werden steeds maar witter’, aldus een deelnemer. De groep Veiligheid zegt dat zij niet veel verder zijn gekomen, omdat er al van alles gebeurt in de wijk op het gebied van veiligheid. Ze willen, in lijn met wat de wijkagent zei, niet opnieuw het wiel uitvinden: ‘Maar veel mensen weten niet wat er gebeurt; er is een communicatieprobleem.

Daarnaast hebben we met de woningbouw gesproken over het hang- en sluitwerk van de huizen. Maar er is geen geld om daar iets aan te doen. Wat kun je dan nog?’ Een andere deelnemer vertelt dat zij uit de groep Veiligheid is gestapt, omdat zij als burger hier niets mee kan. Vanuit de zaal geeft Jerphaas Donner aan dat ook bij de centrale G1000 Amersfoort mensen afhaakten bij het thema Veiligheid: ‘Er is iets aan de hand met dit thema. Het is moeilijk aan te raken.’ Van Dijk kondigt aan dat er morgen gestemd gaat worden over welke thema’s doorgaan. ‘De groepen zijn hierbij opgeheven. Jullie zijn weer burgers!’ Vervolgens is er

6 De rol van dialoog: G1000 Kruiskamp in microperspectief



een borrel en wordt er daarna aangeschoven aan een lange, gedekte tafel voor het diner. Het buffet bestaat uit gerechten die door de deelnemers zijn gemaakt en meegenomen. Er wordt geproost met wijn, er worden foto’s gemaakt en nagepraat over de afgelopen periode. 6.2.6

Bijeenkomst 5b (zaterdag 17 januari 2015)

Aan een lange tafel nemen 13 deelnemende Kruiskampers (10 mannen, 3 vrouwen) plaats, waaronder ook 2 wijkmanagers en de beheerster van De Witte Vlinder. Een deelnemer van Indonesische komaf geeft aan dat hij het erg vindt dat hij als enige allochtoon aan een ‘witte’ tafel zit. De andere deelnemers beamen dat. Als eerste formuleren de deelnemers, begeleid door Jerphaas Donner, hun gezamenlijke missie op basis van de woorden uit de word cloud: ‘Wij nemen samen het initiatief om vanuit betrokkenheid bij de wijk met respect voor elkaar contact en veiligheid te bevorderen, van jong tot oud zodat iedereen zich thuis voelt in de wijk.’ Vervolgens staan er vier workshops op het programma: van een notaris, wijkmanager, beheerster van De Witte Vlinder en Jerphaas Donner over budgetmonitoring. De deelnemers verspreiden zich over de tafels met de workshop van hun keuze. De wijkmanager start zijn workshop door te zeggen dat hij verbaasd is dat er niemand van de groep Veiligheid aan tafel zit: ‘Ze waren zo kritisch gisteren op de communicatie van de gemeente. Op de website van de gemeente is wel degelijk gemakkelijk te vinden wat er gebeurt aan veiligheid in de wijk.’ Een van de deelnemers zegt: ‘Ik vind veiligheid een heel negatief onderwerp. Ik wil gewoon ontmoeten. Ik wil contacten leggen, ook met allochtone bewoners.

En dan zonder budget van de gemeente.’ De wijkmanager vertelt over zijn ‘manieren om met allochtonen in contact te komen’: bijvoorbeeld altijd mensen via hun netwerken benaderen en duidelijk zijn over de bedoeling. Na de workshops stemmen de deelnemers op de ideeën die de afgelopen periode zijn ontwikkeld. Iedere deelnemer krijgt vier stickers die op de post-its met de ideeën van voorkeur geplakt worden. Na enige weerstand uit de groep – enkele deelnemers willen niet stickeren, vanwege het risico dat mensen elkaar beïnvloeden in hun keuze – benadrukt Harm van Dijk dat hij niet bang is voor beïnvloeding, omdat er voldoende bewustzijn in de groep is. De stickers worden geplakt, de post-its zonder stickers worden verwijderd. De groep krijgt de opdracht om zonder te praten het eens te worden over een clustering van de ideeën, waarbij de briefjes verplaatst en samengevoegd worden. De uiteindelijke clustering van thema’s is: De Witte Vlinder, Feest en cultuur, Veiligheid, Communicatie, Ontmoeten. De vijf thema’s krijgen ieder een groepstrekker en tafel, waar deelnemers aan de hand van hun voorkeur kunnen aanschuiven. Dan ontstaat er discussie over de gang van zaken. Een van de deelnemers is het er niet mee eens dat er nadat de themagroepen de afgelopen periode zelfstandig geopereerd hebben, opeens sturing van buitenaf komt



G1000. Ervaringen met burgertoppen

en dat wordt besloten een nieuwe indeling te maken. Van Dijk benadrukt dat het overgaan naar nieuwe subgroepen commitment tussen de groep als geheel creëert. Vervolgens wordt er aan de tafels in kaart gebracht welke stappen nodig zijn om de ideeën uit te voeren. Terug aan de grote tafel worden praktische zaken besproken, zoals het oprichten van een stichting, een naam voor de groep en het opzetten van een website. Later die middag stromen genodigden en belangstellenden (wijkbewoners, wethouder, gemeenteraadsleden, welzijnswerkers, pers, enz.) binnen voor de eindpresentaties van de groepen.

.

AANDACHTSPUNTEN DIALOOG

De kracht van de G1000-bijeenkomsten in Kruiskamp zit in de personificatie van de communicatie tussen deelnemers. Door te werken met een dialoog en ervaringen te stapelen, ontstaat een gezamenlijke basis om een groep te vormen die de fases van dromen, denken en doen doorloopt. Een belangrijk concept dat door de bevindingen heenloopt, is de ‘gezamenlijke basis’ en ‘gedeeld eigenaarschap’ van de deelnemers. Het is niet causaal vast te stellen wanneer een gezamenlijke basis en gedeeld eigenaarschap ontstaan en welke indicatoren daar exact voor nodig zijn. Wel kunnen we zien dat bepaalde processen zich tegelijkertijd afspelen en waaruit gezamenlijkheid dan wel verwijdering valt af te lezen aan de gesprekstafels (zie tabel 6.2). Tabel 6.2

Observaties gezamenlijkheid en verwijdering

Gezamenlijkheid

Verwijdering

Lichaamshouding naar voren, deelnemers buigen zich naar elkaar toe.

Deelnemers hangen achterover en draaien zich

regelmatig van de tafel af. Er wordt geluisterd naar elkaar, verhalen worden positief gewaardeerd en Discussie, verhalen worden weerlegd. aangevuld. Alle deelnemers aan tafel zijn actief in het gesprek.

Het gesprek wordt voornamelijk door bepaalde deelnemers gevoerd, anderen zijn stil.

Er ontstaat een ‘flow’, het gesprek lijkt als vanzelf te gaan. Deelnemers

Het enthousiasme en de energie lijken tijdens het

zijn energiek en willen doorgaan met het gesprek, ook als de ronde is

gesprek af te nemen.

afgelopen.

Hoewel tijdens de G1000 in Kruiskamp het stimuleren van gezamenlijkheid centraal stond, is tegelijkertijd te zien dat het aantal deelnemers drastisch afnam tijdens de serie bijeenkomsten (zie ook hoofdstuk 5). Kennelijk is een aantal randvoorwaarden nodig om een gedeelde basis zich duurzaam te laten manifesteren. Aandachtspunten voor het dialoogproces vanuit onze observaties worden hierna besproken.

6 De rol van dialoog: G1000 Kruiskamp in microperspectief



• Het is van belang dat het delen van eigen ervaringen vanuit de leefwereld centraal staat tijdens de gespreksrondes. Interventies zoals die van de wijkagent in uniform kunnen mensen uit hun groepsproces halen en werpen hen mogelijk terug in verticale afhankelijkheidsrelaties van ‘burger en professional’ of ‘leek en expert’. Hier speelt de spanning tussen metis en techne (waarbij metis wordt gedomineerd door techne) en is te zien dat de dialoog stagneert. • Tijdens de G1000 Kruiskamp wordt de dialoog gestimuleerd door de vragen waarmee de gespreksrondes worden ingegaan te baseren op de stappen dromen, denken, doen. Te zien is dat deelnemers op deze manier over het algemeen hun eigen verhalen en ervaringen delen over een bepaald thema en er een gedeelde basis lijkt te ontstaan. Wanneer er in de vraagstellingen voor de gespreksrondes een stuk meer gestuurd wordt op het intellectuele/rationele niveau, zoals wij bij andere burgertoppen hebben gezien, lijkt het vormen van een gezamenlijke basis aan tafel lastiger te zijn. • Het concretiseren van groepsdoelen: Wanneer het een groep niet lukt om vanuit dromen en ervaringen vervolgens doelen en taken te concretiseren, kan de groep in een premature fase blijven hangen.

Te zien is dat er dan gezocht wordt naar externe invulling (zoals de wijkagent bij de themagroep Veiligheid), die niet vanzelfsprekend een positieve impuls aan het dialoogproces geeft. Het gesprek raakt uit balans, doordat hiërarchische posities van deelnemers domineren. De tafelsecretaris kan een rol spelen om termen uit de dromenfase te helpen vertalen naar concrete activiteiten. Dit wil niet zeggen dat hij inhoudelijke sturing geeft, maar wel door het stellen van de juiste vragen de deelnemers ondersteunt in de concretisering. • De regelmatige reshuffle-momenten van de groepen lijken het groepsproces te stimuleren. Een gedeelde basis lijkt niet zozeer te ontstaan wanneer dezelfde mensen lang met elkaar aan tafel zitten. Sterker nog, er kunnen juist dan hiërarchische onderlinge verhoudingen ontstaan die horizontale interactie en het zo creëren van die gedeelde basis in de weg staan (vgl. Remmerswaal, 2008). • De aanwezigheid van deelnemers gedurende alle bijeenkomsten lijkt van belang bij de ontwikkeling van een gezamenlijke basis. Wanneer er wisselende samenstellingen tijdens het traject zijn, door bijvoorbeeld de bijeenkomsten op verschillende avonden te plannen of door tussentijds nieuwe deelnemers uit te nodigen, zal het gezamenlijke groepsproces steeds weer enigszins opnieuw moeten beginnen. Zelfs de toevoeging van één nieuwe deelnemer kan het proces al verstoren.

De wisselende samenstelling van deelnemers in Kruiskamp had deels te maken met aanvankelijke verwarring onder deelnemers over het aantal geplande bijeenkomsten en wisseling van de dagen waarop de bijeenkomsten plaatsvonden (woensdag, donderdag en in het weekend). Daarnaast gaven deelnemers aan dat ze de reeks bijeenkomsten te lang vonden. Meer duidelijkheid over het aantal bijeenkomsten en beperking van dit aantal zal het activeringsproces makkelijker kunnen laten verlopen. • Het gebruik van technologische hulpmiddelen zoals laptops, word clouds en prezi’s kunnen het proces van dialoog ondersteunen. Zo zien we in Kruiskamp dat het beeldscherm op iedere tafel met daarop de door de tafelvoorzitter getypte punten die tijdens het tafelgesprek langskomen eraan bijdraagt dat de ogen niet zozeer op



G1000. Ervaringen met burgertoppen

de tafelvoorzitter gericht zijn, maar op elkaar en op de prezi op het beeldscherm. De word clouds die na de gespreksrondes ontstaan, geven een visueel inzichtelijk beeld van de thema’s die spelen en hoe breed deze gedragen worden. Een te sterke technologisering kan de dialoog echter ondergraven, zoals te zien was bij andere burgertoppen. Hier waren ingenieuze elektronische procedures bedacht voor de selectie van de thema’s, waarbij tafelvoorzitters de draad kwijtraakten en maar pragmatisch keuzes maakten. Hierbij haakten deelnemers af in het gesprek, dat meer ging om de procedures dan om inhoudelijke thema’s.

.

CONCLUSIE

Tijdens de serie G1000-bijeenkomsten in Kruiskamp worden de verschillende fasen van groepsontwikkeling doorlopen: oriëntatiefase, machtsfase, affectiefase en autonome fase. De overgang tussen de verschillende fasen verloopt niet zozeer lineair, maar beweegt heen en weer door de opeenvolgende bijeenkomsten, waarbij er soms een stap terug en soms een stap vooruit wordt gezet. De continue focus hierbij op interpersoonlijke uitwisseling op een horizontale – en niet hiërarchische – wijze komt tot uiting in onder andere de vraagstelling in de gespreksrondes (gericht op eigen ervaringen van de deelnemers) en de terugkerende reshuffle-momenten van de groepen (om dominantieverhoudingen te minimaliseren). Te zien is, zeker in vergelijking met burgertoppen waar op dit vlak andere keuzes gemaakt worden, dat hier een potentie ligt om mensen via dialoog een gezamenlijke basis, en gedeeld eigenaarschap over een bepaald thema, met elkaar te laten vormen. Waar Van Reybrouck pleit voor het ‘hele systeem’ aan tafel tijdens een G1000, willen wij benadrukken dat de leefwereld van burgers in eerste instantie centraal zou moeten staan tijdens de gespreksrondes. Te sterke techne-invloeden, vooral wanneer deelnemers of genodigden vanuit hun professionele functie spreken, kunnen de dialoog en daarmee de gezamenlijke basis en eigenaarschap ondermijnen.

Als voorbeeld van een tegenbeweging op de, in Habermas’ woorden, ‘kolonisatie van de leefwereld’ zal bij een G1000 vooral de nadruk dienen te liggen op het delen van persoonlijke verhalen uit de samenleving. De potentie van het hele systeem aan tafel is er wel degelijk, maar is volgens ons meer indirect van karakter. Alleen degenen vanuit de ‘systeemwereld’ die erin slagen om beide werelden te begrijpen, kunnen een goede brugfunctie tussen metis en techne vormen en daarmee bijdragen aan de creatie van een gezamenlijke basis en eigenaarschap die een G1000 beoogt.

LITERATUUR Brown, J., D. Isaacs & N. Margulies (2002). The World Café Creating the Future: One Conversation at the Time. ASCD Newsletter, januari, 1-7.

6 De rol van dialoog: G1000 Kruiskamp in microperspectief



Cohen, J. (2015). De vierde D (inaugurele rede Thorbecke leerstoel). Bestuurswetenschappen, 69(2), 9-23. Etzioni, A. (1991). The socio-economics of property. In: F.W. Rudmin (ed.) To have possessions: a handbook on ownership and property. Journal of Social Behavior and Personality, 6(6), 465-468. Fishkin, S. & R.C. Luskin (2005). Experimenting with a democratic ideal: deliberative polling and public opinion, Acta Politica, 40, 284-298. Fung, A. & E. Wright (2001). Deepening democracy: Innovations in empowered participatory governance. Politics & Society, 29(1), 4-41. Geer van der, P. (2011). Effectief in debat en dialoog. Groningen/Houten: Noordhoff. Habermas, J. (2012). Civil Society, Public Opninion, and Communicative Power (1996). In: S.A. Appelrouth & L.D. Edles (ed.) Classical and contemporary sociological theory (pp. 696-707). Los Angeles: Sage. Janssens, M. & C. Steyaert (2001). Meerstemmigheid: Organiseren met verschil. Assen: Koninklijke Van Gorcum; Leuven: Universitaire Pers Leuven. Jongh, M. de (2013). Group dynamics in the citizens assembly on electoral reform (PhD thesis Universiteit Utrecht). Levine, P., A. Fung & J. Gastil (2005). Future directions for public deliberation. Journal of public deliberation, 1(1), article 3. Pierce, J., T. Kostova & K. Dirks (2011). Toward a Theory of Psychological Ownership in Organizations.

The Academy of Management Review, 26(2), 298-310. Remmerswaal, J. (2008). Handboek groepsdynamica. Een inleiding op theorie en praktijk. Soest: Nelissen. Scott, J. (1998). Seeing like a state: Why certain schemes to improve the human conditions have failed. New Haven: Yale University Press. Taylor, M. (2007). Community participation in the real world: Opportunities and pitfalls in new governance spaces. Urban Studies, 44(2), 297-317. Tonkens, E. (2009). Tussen onderschatten en overvragen. Actief burgerschap en activerende organisaties in de wijk. Amsterdam: SUN-Boom. Tonkens, E., M. Trappenburg, M. Hurenkamp & J. Schmidt (2015). Montessori democratie. Spanningen tussen burgerparticipatie en de lokale politiek. Amsterdam: Amsterdam University Press. Van Reybrouck, D. et al. (2011). Het manifest van de G1000. De Morgen, 11 juni.

DIVERSITEIT ALS UITDAGING VOOR DE NIEUWE DEMOCRATIE Peer Smets en Marloes Vlind

INLEIDING ‘Hoe voorkom je dat het een wit feestje is?’, aldus een deelnemer aan de voorbereiding van de afsluiting van de G1000 Kruiskamp. Hierbij blijft het niet. Tijdens de slotbijeenkomst van de G1000 Kruiskamp geeft een deelnemer van Indonesische komaf aan, dat hij het erg vindt dat hij als enige allochtoon aan een ‘witte’ tafel zit. Bovenstaande citaten zijn niet uitzonderlijk. De Nederlandse samenleving wordt etnisch diverser, maar deze diversiteit zien we nog weinig terug binnen instituties in onze samenleving. Ook de G1000’en en andere door ons onderzochte burgertoppen hebben vaak een homogene samenstelling: de deelnemers bestaan vooral uit ‘witte’ mannen en vrouwen van 45 jaar en ouder. De organisaties van deze burgertoppen worstelen met dit thema. Op 26 februari 2015 was er een bijeenkomst van de ontwikkelgroep G1000 in Leusden, waar het thema diversiteit ter sprake kwam. Tijdens deze bijeenkomst werd het thema door de organisatie beschouwd als iets wat zich waarschijnlijk vanzelf zou ontwikkelen naarmate G1000’en meer bekend worden en meer geïntegreerd raken in de samenleving. ‘Mensen met verschillende etnische achtergronden worden uitgenodigd, maar komen vaak niet. Dat ligt niet aan ons; zij zijn welkom’, aldus initiator Harm van Dijk. Het lijkt een issue te zijn dat weliswaar gezien wordt, maar waar de organisatie zelf niet veel aan kan doen.

In tegenstelling tot de hiervoor beschreven bijeenkomst was tijdens de G1000University-bijeenkomst in Leusden op 3 september 2015 diversiteit wel een belangrijk thema van discussie, ook juist als het gaat om de wijze van organiseren. Tijdens deze bijeenkomst kwamen G1000-organisatoren, ambtenaren, wetenschappers, experts en andere geïnteresseerden bijeen om over verschillende aspecten van de G1000 met elkaar in gesprek te gaan. Een van de discussiepunten is of er uitgegaan moet worden van representativiteit of van het bij elkaar brengen van een diversiteit aan opvattingen en geluiden. En zou hiervoor de methode van werving (loting) aangepast moeten worden? We zien hier dat het belang van diversiteit breed gedragen wordt, maar dat het zeker niet makkelijk is om dit voor elkaar te krijgen. Om zicht te krijgen op het belang van diversiteit binnen de voor deze bundel onderzochte burgertoppen en de voorwaarden daarvoor, is gebruikgemaakt van



G1000. Ervaringen met burgertoppen

participerende observatie tijdens de burgertoppen, tijdens de follow-up en tijdens reflectiebijeenkomsten over de G1000. Bovendien hebben informele gesprekken plaatsgevonden met deelnemers en organisatoren van de burgertoppen. Dit hoofdstuk laat zien hoe G1000’en en burgertoppen omgaan met die diversiteit en wat de impact hiervan is. Dit levert inzichten op waarom diversiteit zo moeilijk te bereiken is en wat hieraan gedaan kan worden. Eerst zal het thema diversiteit verder uitgediept worden. Vervolgens zal er aandacht besteed worden aan de Amsterdamse burgertop, met name omdat hier op een andere manier dan de bij G1000’en gangbare loting, gestreefd werd om de diversiteit onder de deelnemers te bevorderen. Tijdens de analyse zullen vergelijkingen met andere G1000’en en burgertoppen in Nederland gemaakt worden. Dit hoofdstuk zal afgesloten worden met een conclusie.

.

DE WENSELIJKHEID VAN DIVERSITEIT

Een van de grote uitdagingen van deze tijd is hoe de samenleving omgaat met de toegenomen diversiteit qua sociale klasse, leeftijd, sekse, leefstijl en etniciteit. Dit zien we terug in het gebruik van de stedelijke (semi)publieke ruimte, waar mensen met verschillende achtergronden elkaar (kunnen) ontmoeten (Bottomley & Moore, 2007: 172; Smets & Watt, 2013). De toegenomen diversiteit in de samenleving, die Vertovec (2007) superdiversiteit noemt, kan leiden tot meer sociale menging waarbij er een bereidheid is om te delen met andere groepen, maar er zijn ook segregatiestrategieën die sociale menging uit de weg gaan (Bridge et al., 2014: 1134-35). Zo kunnen er fricties en ongemakkelijkheden ontstaan in ontmoetingen tussen burgers met verschillende etnische achtergronden of leefstijl (Rose, 2004: 281; Verhaar, 2002). We zien ook dat diegenen die etnisch diverse activiteiten opzoeken in buurten dit vaak niet omzetten in alledaagse interactie met mensen met andere etnische achtergronden. Net als anderen, opereren actieve, sociale participanten vaak in homogene groepen en zien die diversiteit meer als een context; of als het behang dat de omgeving waarin ze zitten, kleurt (o.a. Smets & Hellinga, 2014; Smets & Sneep, te verschijnen). Binnen organisatiestudies spelen diversiteitsissues een grote rol.

Zo geven Ghorashi en Sabelis (2013) aan dat er behoefte is aan het kritisch kijken naar de aard van diversiteit en de rol die deze diversiteit speelt bij de hedendaagse samenwerking binnen organisaties en daarbuiten. Hierbij dient aandacht besteed te worden aan experimenteren en de verandering die dat teweegbrengt. Foucault spreekt in dit verband over discursieve macht. Deze machtsvorm gaat niet over dominantie of verzet van groepen, maar over routinisering, formalisering en alledaagse praktijken die overal aanwezig zijn. Doordat deze opvattingen en gebruiken breed geïnternaliseerd zijn, betekent macht hier een hiërarchie van de meerderheid over minderheden. Vaak is er de neiging om een minderheid en leden van die minderheid te vragen zich totaal

7 Diversiteit als uitdaging voor de nieuwe democratie



aan te passen en te assimileren, op straffe van marginalisering in de organisatie. Hierbij wordt de ander vanuit het dominante discours als minderwaardig gezien. Waar mensen zich ook organiseren binnen de samenleving, diversiteit lijkt altijd een uitdaging, zo ook voor burgertoppen. Binnen groepen is voor het creëren van een gezamenlijke basis belangrijk dat er dialoog of deliberatie plaatsvindt, waarbij naar elkaar geluisterd wordt en verschillende visies gewaardeerd worden (zie ook hoofdstuk 6). Het zijn juist de persoonlijke verhalen waar, ondanks individuele verschillen, een gezamenlijke basis in gevonden wordt die gezamenlijke actie stimuleert (o.a. Fishkin & Luskin, 2005; Fung & Wright, 2001; Levine et al., 2005). Het vinden van een gezamenlijke basis is een proces waarin individuele trajecten uitmonden in een collectief verhaal met elkaar overlappende identiteiten, dat overbruggend sociaal kapitaal omzet in samenbindende verbanden. Als de individuele verhalen belangrijk zijn bij het creëren van nieuwe verbindingen, dan kunnen de gezamenlijke verhalen over behaalde successen en het overwinnen van obstakels van groot belang zijn om deze verbanden te verduurzamen (Putnam & Feldstein, 2003: 284). Met behulp van deliberatie kan naar een consensus toegewerkt worden (o.a.

Levine et al., 2005), maar daarbij kan men het gezamenlijke verliezen als er een mengsel van ideeën ontstaat waarin de afzonderlijke deelnemers zich niet meer herkennen. Binnen deliberatieve processen ligt dan ook steeds meer het accent op het verkrijgen van een gezamenlijke basis, waarbij met behulp van een dialoog gezocht wordt naar overlappende zaken. Het is juist die gezamenlijke basis die mogelijkheden schept om de dualiteit van gelijk zijn en anders zijn te overbruggen. Hier zien we dat er overeenstemming ontstaat zonder hetzelfde te zijn of te worden. In de woorden van Oseen (1997: 55): ‘[W]e can assert (…) difference without inevitably and simultaneously reconstructing hierarchy, by theorizing difference as contiguity, or difference side by side, without sameness as the norm or the anchor by which difference is constituted.’

De diversiteit van een groep is goed voor de creativiteit ervan. Surowiecki (2005) geeft aan dat diversiteit de mogelijkheid schept om verschillende perspectieven en visies te gebruiken die veelal ontbreken in besluiten van homogene groepen. Homogene groepen specialiseren en neigen sterk naar groepsdenken, wat het zoeken naar alternatieve oplossingen belemmert. Dit is tekenend voor bijvoorbeeld blauwdruk-denken, focus op efficiëntie en algemeen geaccepteerd jargon binnen de min of meer homogene systeemwereld. Ook ontmoetingen tussen burgers met veel onderlinge overeenkomsten en daaruit voortkomende (vaak onzichtbare) gedeelde vanzelfsprekendheden hebben te maken met deze belemmering. Diversiteit biedt hier een mogelijke oplossing (p. 29-32). Surowiecki (2005) beschrijft diverse voorbeelden van de rol van diversiteit bij het vinden van oplossingen tegen de achtergrond van de wisdom of the crowds. Deze



G1000. Ervaringen met burgertoppen

voorbeelden laten zien dat een grote groep met meer diverse individuen tot betere en meer robuuste voorspellingen en meer intelligente oplossingen komt dan de best geschoolde beslisser. Het verhaal van de os biedt een goede illustratie hiervan. Er konden prijzen gewonnen worden door te raden wat het gewicht van een tentoongestelde os zou zijn na slachting. Onder de 800 deelnemers zaten boeren, slagers en leken die allemaal een gokje waagden. De schattingen van het gewicht liepen aardig uiteen, maar opvallend is dat het gemiddelde van de verstrekte schattingen het gewicht van de geslachte os accuraat weergaf (Surowiecki, 2005: XI-XIII). Hoewel een heterogene groep met uiteenlopende perspectieven tot wisdom of the crowds kan leiden, is het bereiken van diversiteit lang niet altijd makkelijk. In de hoofdstukken 5 en 6 kwam naar voren dat G1000’en en vergelijkbare initiatieven vooral worden bezocht door ‘witte’, hoogopgeleide mensen van middelbare leeftijd en ouder. Hoofdstuk 6 liet in het bijzonder zien hoe er tijdens de WijkG1000 in de Amersfoortse wijk Kruiskamp een open houding lijkt te heersen, maar dat er in de praktijk impliciete waarden worden gehanteerd waar buitenstaanders zich aan moeten aanpassen.

Het delen van ervaringen en verhalen met onbekenden, in de setting van subgroepen aan tafels in een grote zaal, veronderstelt zowel communicatieve en taalkundige vaardigheden als de moed om kwetsbaarheid te tonen. Dit vraagt om een veilige omgeving, die voor velen niet vanzelfsprekend is wanneer zij zich onzeker voelen over bijvoorbeeld het beheersen van de Nederlandse taal en gebruiken (etnische drempel), het niveau van communicatie (intellectuele drempel) en de alcoholische ‘borrel na afloop’ (religieuze drempel). In het huidige sociale en politieke klimaat, waarin de nadruk op polarisatie regelmatig de boventoon voert, zijn ook ontmoetingen op een kleinschaliger niveau tussen mensen die verschillen in leeftijd, sekse, etniciteit, religie en opleidingsniveau allesbehalve vanzelfsprekend (Smets & Kreuk, 2008). Zoals hiervoor vermeld, helpt diversiteit om meer creativiteit in een deliberatief proces te laten plaatsvinden. Duurzame sociale innovatie gaat niet zozeer om de hoogopgeleide denkers en experts, maar veel meer om wat totaal uiteenlopende individuen met elkaar kunnen vinden (Page, in Chwalisz, 2015; Owen, 1993: 13). Voor het zoeken naar nieuwe vormen van verbinding waarbij diversiteit essentieel is, spreekt Ghorashi (2012) over zogenoemde vertraagde tussenruimtes waar verhalen gedeeld kunnen worden.

Zo’n tussenruimte is een ruimte ‘zonder vooropgestelde oordelen, waardoor het mogelijk wordt te experimenteren met verschillende invalshoeken, perspectieven en patronen’ (Ghorashi, 2010: 41). Een G1000 kan gezien worden als zo’n tussenruimte. Hoewel het belang van diversiteit breed gedragen wordt, ook door diverse initiatiefnemers van G1000’en en burgertoppen, is het bij de tot nu toe onderzochte initiatieven nog niet gelukt om daadwerkelijk diversiteits-inclusief te zijn. De pogingen om een diversiteit aan deelnemers aan te trekken worden vooral gezocht in de manier van werving. Een in Arnhem gehouden burgertop, genoemd Werkconferentie Arnhem

7 Diversiteit als uitdaging voor de nieuwe democratie



Agenda, laat zien dat de wijze van werving inderdaad een manier kan zijn om de diversiteit van deelnemers enigszins te vergroten. Bij de loting – inclusief een grotere sample in wijken met een lage opkomst bij verkiezingen – bleken de ingelote personen die zich gemeld hebben voor deelname ondanks de grotere sample weinig divers te zijn; overwegend ‘wit’, middelbare leeftijd en hoogopgeleid. Vervolgens zijn wild cards uitgedeeld aan mensen uit slecht vertegenwoordigde groepen. Dit zorgde voor de opkomst van deelnemers met een etnisch diverse achtergrond, maar weliswaar nog steeds een minderheid. Het streven naar diversiteit behoeft dan ook meer en andere aandacht. De Burgertop Amsterdam had hier een forse ambitie en zal daarom meer in detail geanalyseerd worden.

.

VOORBEREIDING BURGERTOP AMSTERDAM

Bij de voorbereiding van de Burgertop Amsterdam was de insteek om een zo goed mogelijke afspiegeling van de Amsterdamse bevolking te krijgen. Hiervoor werd de gemeente gevraagd om hulp bij de uitnodiging van deelnemers. Toen de gemeente hier niet aan wilde meewerken, besloot het organisatieteam zelf deelnemers te mobiliseren. De organisatoren en betrokken vrijwilligers zijn de straat op gegaan om deelnemers te werven. Ook werden (lokale) media ingezet als Het Parool, AT5, AmsterdamFM, De Echo en www.Dichtbij.nl. Daarnaast werd gebruikgemaakt van twintig ambassadeurs: vooraanstaande Amsterdammers met diverse achterbannen (Burgertop Amsterdam 2015). Bij het selecteren van ambassadeurs werd rekening gehouden met hun diverse netwerken en achterbannen, onderscheidend in onder meer etniciteit, sociaaleconomische positie en stadsdelen. Tabel 7.1 geeft een overzicht van de geworven ambassadeurs. We zien hier een zekere etnische diversiteit, maar wel overwegend hoogopgeleid. De ambassadeurs is gevraagd om mensen uit hun netwerk te werven voor deelname aan de Burgertop. Twee maanden voor de Burgertop werden ook filmpjes gemaakt van de ambassadeurs die op een eigen videokanaal geplaatst werden en gedeeld werden via Facebook en Twitter.

Bovendien is de ambassadeurs gevraagd te bloggen over hun standpunten en die te delen via hun eigen Facebook- en Twitter-accounts (Burgertop Amsterdam 2015). In de aanloop naar de Burgertop Amsterdam vond er in de Amsterdamse buurt De Pijp op zaterdag 7 maart 2015 een G250-buurttop plaats. Het initiatief van deze buurttop lag bij enkele burgers die zich bezighouden met budgetmonitoring, waarbij een buurtbegroting door bewoners zelf wordt gemaakt. Om de wensen vanuit de buurt in kaart te brengen stelden zij de G250 voor. Nadat de bestuurscommissie van stadsdeel Zuid het plan omarmd had, is er een werkgroep ter voorbereiding van de top ontstaan van bewoners, ondernemers, leden van de bestuurscommissie en ambtenaren.

 Tabel 7.1

G1000. Ervaringen met burgertoppen

Ambassadeurs Burgertop Amsterdam

Naam

Functie

Quote

Glenn Helberg

Voorzitter van Overlegorgaan Caribische

‘Hoe veranderen we BV Nederland, naar een

Nederlanders

Nederland voor ons allemaal?’

Josien Pieterse

Directeur Netwerk Democratie

‘Lokaal vormgeven aan het recht op participatie.’

Godfrey Lado

Artiest en verbinder, actief in Nieuw-West

‘Let’s Brainstorm to Brainform.’

Dorèndel Overmars

Zelfstandig én sociaal communicatieadviseur in

‘Wat een goed plan om met elkaar de

Amsterdam Nieuw-West

maatschappij te gaan runnen. Ik doe mee!’

Rob van Veelen

Participatiemakelaar Indische Buurt

‘Ik steun dit initiatief om te komen tot een nieuwe

Maaike Miedema

Civic journalist & Urban Management. Focus

vorm van lokale basisdemocratie.’ 2015: de transformatie van de postmoderne naar de netwerksamenleving. City-to-City-learning. ‘Ken je mede-Amsterdammers. En er samen

Martin Verbeet

Bioloog, Keti Koti festival, World science festival

Nel de Jager

Ik ben winkelstraatmanager oftewel een

‘Ik vind het belangrijk dat de diversiteit van

buurtbemoeial bij uitstek in de meest positieve zin

Amsterdam elkaar ontmoet!’

tegen aan.’

van het woord. Je hebt pas een ketting als je alle kralen aan elkaar hebt geregen. Kenan Ergin

Zakenman, directeur

Ewoud Butter

Politicoloog, hoofdredacteur Republiek Allochtonië

‘De wijze waarop we in Nederland democratische inspraak hebben georganiseerd, is niet meer van deze tijd. Het is de hoogste tijd om nieuwe vormen te onderzoeken.’

Youssef Yaghdi

Bewonersondersteuner Amsterdam Nieuw-West

‘Ik doe mee en praat graag met mijn medeAmsterdammers over ons Amsterdam. Geweldig project dat ik graag steun.’

Sofie Marien

Universitair Docent, afdeling politicologie

‘Debat is het hart van de democratie. Dit is een

Universiteit van Amsterdam

initiatief dat onze democratie nodig heeft.’

Orhan Kayar

Raadslid gemeente Amsterdam

‘Dit project past bij Amsterdam.’

Hein de Haan

Architect, Hein de Haan A+S, voorzitter bestuur

‘De opstand moet gesteund worden.’

Urban Resort Sylvana Simons

Moeder, TV Host, DJ, Performancecoach, Public Speaker(coach), Columnist Viva, Co-Founder The House Of Power

Dick Glastra van

Directeur Stichting Eigenwijks

Loon Barbara van

‘Het moet echt anders, het kan ook anders, de tijd is er rijp voor, dus ik doe mee!’

Oud-hoofdredacteur van Het Parool

Beukering Henna Goudzand

Journaliste en schrijfster, woont in

Nahar

Amsterdam-Oost

Ben Ahmed Ben Yerrou

Community Organizer

Bron: Burgertop Amsterdam 2015

‘Opdat we samen in harmonie leven!’ ‘Van kralen naar ketting, laat je horen en doe mee!’

7 Diversiteit als uitdaging voor de nieuwe democratie



Bewoners van De Pijp konden zich online aanmelden voor de buurttop. Uit de aanmeldingen zouden 250 bewoners geloot worden die daadwerkelijk deel mochten nemen. Uiteindelijk is besloten om iedere aangemelde persoon toegang te geven. Voorafgaand aan de buurttop is een enquête gehouden onder bewoners over welke thema’s zij belangrijk vinden voor de buurt. De enquête is door 1047 burgers en ondernemers ingevuld, waarvan 80 procent hoogopgeleid is. Aan de hand hiervan heeft de werkgroep 26 thema’s samengesteld die de gespreksonderwerpen aan de tafels tijdens de top zijn (G250 Buurttop De Pijp). De buurttop, gehouden op de bovenste verdieping van de Heineken Experience (brouwerij museum), werd druk bezocht door een vrijwel volledig ‘wit’ publiek.

.

BURGERTOP AMSTERDAM

Op zaterdag 6 juni 2015 begint de Burgertop Amsterdam in de Zuiderkerk in de Amsterdamse binnenstad om 9.30 uur. Deelnemers lopen de kerk binnen, krijgen een naamsticker en registreren zich voor een thema waar ze zich die dag mee bezig willen houden. Vrijwilligers houden zich bezig met de registratie en ontvangstteams begeleiden deelnemers naar hun tafels. Op twee verdiepingen (met balkon) staan 35 ronde tafels, waaraan tien personen per tafel kunnen zitten. De centrale moderator verwelkomt de aanwezigen plenair. In een kort vraaggesprek met de initiatiefnemers Bart Cosijn en Yvette Jeuken wordt benadrukt dat er na de Burgertop geen wensenlijstje naar de gemeenteraad wordt gestuurd. Het gaat vooral om wat burgers zelf kunnen doen op korte en lange termijn. Vervolgens is het woord aan wethouder/ locoburgemeester Laurens Ivens, die het waardeert dat mensen hun denkkracht ter beschikking stellen. Hij benadrukt dat hoe lokaler, hoe meer er samengewerkt kan worden, in tegenstelling tot de politiek met zijn voors en tegens. Ten slotte dienen in zijn ogen de ideeën wel ‘juridisch haalbaar en financieel betaalbaar’ te zijn. Pas dan kunnen ze gerealiseerd worden.

Als daarna de oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen op het podium staat, vraagt hij de deelnemers zich niet te veel aan te trekken van de oproep van Ivens om de ideeën ‘juridisch haalbaar en financieel betaalbaar’ te laten zijn. Volgens hem moeten de deelnemers zich daar juist niet door laten beperken. De gemeente zou dingen moeten faciliteren en niet bedenken, volgens Cohen. Vervolgens vertelt hij over het onderzoek naar de G1000’en in Nederland. Aan het eind van de plenaire introductie presenteert Bart Cosijn met behulp van een powerpoint-presentatie de vijf principes van de Burgertop: 1. onafhankelijke top; 2. voor en door burgers; 3. uit de hele stad; 4. wij zijn allemaal Amsterdammers; 5. geen spreekbuis voor belangengroepen.



G1000. Ervaringen met burgertoppen

Hij benadrukt dat het belangrijk is veel te luisteren, vooral voor de mensen die normaal gesproken veel praten. Nadere instructies zijn: ‘Spreek vanuit jezelf en niet als vertegenwoordiger van een groep. Als je ambtenaar bent, laat dan je functie los en ben hier als mens. Deelnemers mogen tussen de rondes door een ander thema kiezen als ze dat willen.’ Om een indruk te krijgen van het dagprogramma, zie figuur 7.1. Figuur 7.1

Programma Burgertop Amsterdam

Ontvangst

Opening en welkom

& keuze onderwerp Stap 1 9:30 –10:00

10:00 –10:45

Stap 1

Stap 2

Onderwerpen verkennen

oplossingen/ plannen bedenken

lunch

13:30 –15:00 th

ee

11:00 – 12:30

Stap 3 oplossingen/ plannen uitwerken 15:30 – 16:30

Resultaten delen 16:30 –17:00

Borrel & muziek

17:00 – 18:00

Bron: Burgertop Amsterdam, 2015: 19

Tijdens stap 1 wordt het thema verkend en worden er persoonlijke ervaringen uitgewisseld. Opvallend is dat sommige tafels te weinig of zelfs geen deelnemers hebben, waarna tafels samengevoegd worden. Aan de tafels wordt druk gepraat over de thema’s, maar daarbij wordt vooral rationeel-intellectueel gedebatteerd. Persoonlijke ervaringen worden weinig gedeeld. Opvallend is het dat er veel doorgepraat wordt over definities en formuleringen van woorden en zinnen. De ronde eindigt in het formuleren van een ‘uitdagende vraag’ waar een oplossing voor bedacht kan worden, hetgeen niet makkelijk tot stand komt. Tijdens de lunch zegt de van Marokkaanse afkomst Achmed Baâdoud, stadsdeelvoorzitter Nieuw West: ‘Waar zijn mijn mensen hier?’ Hij mist een afspiegeling

7 Diversiteit als uitdaging voor de nieuwe democratie



van de Amsterdamse bevolking en benadrukt dat de plaats waar de burgertop gehouden wordt niet uitnodigend is voor zijn achterban. Tijdens stap 2 wordt de deelnemers gevraagd om met ideeën en oplossingen te komen voor de in de vorige ronde geformuleerde vraag. Met name de mondige deelnemers komen met ideeën. Uit alle ideeën van de tafel moeten nu vijf kansrijke ideeën geselecteerd worden. Na een plenaire energizer waarin de centrale moderator op het balkon danst op Afrikaanse muziek begint stap 3. In deze laatste gespreksronde worden de ideeën verder uitgewerkt en gesproken over wat ervoor nodig is om ze uit te voeren. De tafelvoorzitter introduceert de ronde met dat het nu gaat om ‘wie, wat, waar, met wie en waarom’. De energie ligt laag, mensen kijken op hun telefoon of door de zaal. De tafelvoorzitter leest voor van het script: ‘Geef een beschrijving van het idee in enkele zinnen.’ Er valt een stilte, er wordt diep nagedacht over een juiste formulering. Een deelnemer merkt op dat je niet te veel aan burgers moet overlaten, ‘dat zou wel eens een zooitje kunnen worden’. Een andere deelnemer zegt daarop: ‘Waarom zit hier iemand van stadsdeel Noord die niet meepraat? We hebben u juist ook nodig!’ Een reactie blijft uit.

De tafelvoorzitter zegt dat iedereen nogal moe is, maar dat we nog even door moeten: ‘Hoe zou het persbericht heten van het initiatief?’ en vervolgens: ‘Maar dat mogen we wat mij betreft overslaan hoor.’ Volgende punt: ‘Hoe is het succes meetbaar te maken?’ Ten slotte nog een volzin die de lading dekt. De tafelvoorzitter zegt: ‘Ik ben een beetje leeg. Dat is een punt voor de evaluatie: het duurt te lang.’ De tafelvoorzitter schrijft vervolgens een volzin op en vraagt de groep deze te redigeren. Ten slotte moet er nog een slogan bedacht worden. Dit wordt achterwege gelaten. Na de laatste ronde zijn alle ideeën te zien in een powerpoint-presentatie op grootscherm. Opvallend is dat veel van de ideeën vrij abstract blijven en/of geen duidelijke voortrekker of uitvoerder hebben. Voorbeelden hiervan zijn een burgerbuurtplatform waar burgers, overheid, instellingen en ondernemers samen ideeën en kennis kunnen delen, in het sociaal domein en op straat; meer groen aanleggen om vervuiling terug te dringen en één dag per jaar geven we Amsterdam terug aan de Amsterdammers. Intussen is het aantal deelnemers aan de Burgertop afgenomen. In de ochtend om 11.00 uur waren er 182 deelnemers aan de tafels. Bij een telling ’s middags om 15.00 uur waren dat er 1361.

Bart Cosijn en vrijwilliger Marijke Krabbenbos sluiten plenair af met de boodschap dat het nu aan de burgers zelf is en dat de burgertoporganisatie hierbij kan faciliteren, bijvoorbeeld door een ontmoeting met een ambtenaar te regelen. Iedereen wordt uitgenodigd voor de vervolgbijeenkomst op zaterdag 26 september 2015. 1. Gebaseerd op tellingen van Benjamin Jansen, bachelor student sociologie aan de Vrije Universiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://research.vu.nl/ws/portalfiles/portal/21809331/Boogaard_et_al_2016_G1000_ervaringen_met_burgertoppen_webpd.pdf