CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Tam omgevingsplan Stoutenburgerlaan 16 Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 Hoogland

Commissie Omgeving 15 april 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland21.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hieruit blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling resulteert in het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenuil, kerkuil, steenmarter en huiszwaluw, maar zal dit door het nemen van maatregelen geen wezenlijke invloed hebben op de instandhouding van de soorten. Er is daarom een activiteitenplan7 opgesteld waarin maatregelen staan opgenomen en er is op basis van dit activiteitenplan op 1 mei 2025 een vergunning flora- en faunaactiviteit afgegeven. Bij de ontwikkeling dienen de maatregelen uit het activiteitenplan in acht worden genomen. Er zijn in het kader van de Omgevingswet verder geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft overige soorten, mits maatregelen worden genomen, mede in het kader van de algemene en specifieke zorgplicht. Toetsing soortenbescherming locatie Coelhorsterweg 34 Op basis van de quickscan is niet uit te sluiten dat de huismus, steenuil, kerkuil of gebouwbewonende vleermuizen vaste rust- of verblijfplaatsen bezetten binnen het plangebied in te slopen bebouwing. De ontwikkeling leidt mogelijk tot nadelige gevolgen op voorgaand genoemde soorten, zoals het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Daarnaast is niet uit te sluiten dat de huismus, gierzwaluw of gebouwbewonende vleermuizen vestigingsplaatsen bezetten in de te behouden woning.

Er dient nader onderzoek gedaan te worden naar of de huismus, steenuil, kerkuil of gebouwbewonende vleermuizen gebruik maken van het plangebied als leefgebied en of vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn om vast te stellen of een omgevingsvergunning

6

7

FF Solutions, Nader onderzoek soortenbescherming Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg-Noord, 26NO09-23, Nijkerk, 30 september 2024 FF Solutions, Activiteitenplan soortenbescherming Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg-Noord, 26EB09A-23, Nijkerk, 8 oktober 2024

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

28

voor een flora- en fauna-activiteit aangevraagd moet worden. Indien blijkt uit het nader onderzoek soortenbescherming dat een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aangevraagd moet worden, is nader onderzoek noodzakelijk naar de inzet van een erkend belang Voor potentiële verblijfplaatsen van de huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen in de te behouden woning dienen maatregelen genomen te worden, als beschreven in de quickscan. Er zijn in het kader van de Omgevingswet verder geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling wat betreft overige soorten, mits maatregelen worden genomen, mede in het kader van de algemene en specifieke zorgplicht. 4.5.4. Conclusie Bij de ontwikkeling dienen de maatregelen uit het activiteitenplan aan de locatie Stoutenburgerlaan 16 en de maatregelen die gelden ten aanzien van de zorgplicht in acht te worden genomen. Voor de locatie Coelhorsterweg 34 geldt dat er nader onderzoek uitgevoerd dient te worden naar de huismus, steenuil, kerkuil en gebouwbewonende vleermuizen. Op basis van dat onderzoek moet bepaald worden of deze soorten aanwezig zijn om vast te stellen of een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit aangevraagd moet worden.

Verder dienen maatregelen ten aanzien van de huismus, gierzwaluw en gebouwbewonende vleermuizen plus maatregelen ten aanzien van de algemene en specifieke zorgplicht in acht te worden genomen op de locatie Coelhorsterweg 34.

4.6.

Luchtkwaliteit Algemeen Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; ▪ het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Toetsing locatie Stoutenburgerlaan 16 Omdat in het plangebied het aantal woningen met twee toeneemt, kan worden geconcludeerd dat de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2022, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (10-12 microgram per m³) en fijn stof (15-18 6icrogram

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

29

per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (8-9 microgram per m³) bevindt beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Toetsing locatie Coelhorsterweg 34 Omdat in het plangebied het aantal woningen niet toeneemt, kan worden geconcludeerd dat de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2022, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (8-12 microgram per m³) en fijn stof (14-15 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (8-9 microgram per m³) bevindt beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.7.

Geluid Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Een gemeente legt in het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vast. In afdeling 3.5 van het Bkl zijn regels voor belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen opgenomen. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen (voor functies zoals wonen, onderwijs of zorg) en locaties nabij een geluidsbron. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) (lokale spoorwegen die zijn aangewezen bij omgevingsverordening, rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen en industrieterreinen) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Voor lokale wegen (een verharde gemeente- of waterschapsweg met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal) en lokale spoorwegen (een spoorweg die niet is aangewezen bij omgevingsverordening) geldt een basisgeluidemissie (bge).

Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Binnen het geluidaandachtsgebied is akoestisch onderzoek nodig om een geluidgevoelig gebouw toe te laten.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

30

Afbeelding 12: Standaardwaarden en grenswaarden. Geluidbronsoorten Rijkswegen en provinciale wegen Gemeentewegen en waterschapswegen Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde

Grenswaarde 50 Lden 53 Lden 55 Lden 50 Lden 40 Lnight

65 Lden 70 Lden 70 Lden 60 Lden 50 Lnight

Toetsing locatie Stoutenburgerlaan 16 In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen (gezoneerd) industrieterrein. Verder ligt het plangebied binnen het geluidsaandachtsgebied van gemeenteweg(en), rijksweg(en) en spoorweg(en). In het kader van de voorgenomen ontwikkeling op de locatie Stoutenburgerlaan 16 is daarom akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai 8 uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat het geluid op de nieuwe: ▪ noordelijke woning alleen ten gevolge van de rijkswegen hoger is dan de standaardwaarde, maar lager dan de grenswaarde(maximaal 54 dB-Lden). Ten gevolge van de gemeentewegen zal het geluid lager zijn dan de standaardwaarde; ▪ zuidelijke woning ten gevolge van zowel de gemeentewegen als de rijkswegen hoger is dan de standaardwaarde, maar lager dan de grenswaarde (maximaal respectievelijk 56 en 54 dB-Lden). Rekening houdend met alle geluidbronsoorten geldt voor beide woningen dat de zuidgevel geluidluw is en dat de buitenruimte aan deze zuidgevel geluidluw is. Gezien de situatie en het berekende geluid zijn er binnen het bouwplan geen reële maatregelen mogelijk om het geluid bij de twee nieuwe woningen te reduceren tot de standaardwaarde. Ter beoordeling van de aanvaardbaarheid van het geluid is het gecumuleerde geluid bepaald. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen wat aanvaardbaar is.

Het gecumuleerde geluid bedraagt maximaal 55 dB op de noordelijke woning en 57 dB op de zuidelijke woning. Rekening houdend met alle geluidbronsoorten, beschikken beide nieuwe woningen over een geluidluwe gevel waaraan een slaapkamer en een geluidluwe buitenruimte is gelegen. Hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijke beleid. Op basis hiervan wordt gesteld dat er bij het plan sprake is van een aanvaardbare geluidssituatie. Om een goed leefklimaat te realiseren, geldt er een minimum aan de karakteristieke geluidwering (GA;k) van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied en een verblijfsruimte. Hierbij moet worden uitgegaan van een gezamenlijk geluid van 55 dB op de noordelijke woning en 57 dB op de zuidelijke woning. De gemeente moet het gezamenlijke geluid op de gevel(s) vastleggen in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsactiviteit.

8

SWP, Akoestisch onderzoek omgevingsplan Stoutenburgerlaan 16 in Stoutenburg-Noord, 2500386.3400.r01, Ede, 9 juli 2025

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

31

Toetsing locatie Coelhorsterweg 34 In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen spoorweg en/of (gezoneerd) industrieterrein. Verder ligt het plangebied binnen het geluidsaandachtsgebied van enkele gemeentewegen. Geluidaandachtsgebieden zijn echter niet van toepassing op geluidgevoelige gebouwen die al rechtmatig op een locatie zijn toegestaan. De bestaande woonfunctie wordt (op dezelfde plaats) voortgezet ook al is dat niet in de vorm van een bedrijfswoning maar in het kader van burger-bewoning. Derhalve hoeft voor de bestaande woning in het kader van het Bkl geen akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd omdat er geen nieuwe woonfunctie wordt toegekend. Conclusie Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal met een gevelweringsonderzoek moeten worden aangetoond dat wordt voldaan aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Indien dat het geval is levert het aspect geluid geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8.

Geur Algemeen Er bestaan diverse sectoren waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb's. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Conform de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat (BS) bevat regels over: ▪ geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); ▪ geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); ▪ geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); ▪ geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal).

In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

32

Toetsing locatie Stoutenburgerlaan 16 Rondom de locatie Stoutenburgerlaan bevinden zich enkele agrarische bedrijven. Voor deze veehouderijen geldt dat hier enkel dieren worden gehouden waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Buiten de bebouwde kom dient ten aanzien van een dergelijke veehouderij een afstand aangehouden van ten minste 50 meter. Hieraan wordt voor al deze bedrijven ruim voldaan. Toetsing locatie Coelhorsterweg 34 Rondom de locatie Coelhorsterweg bevinden zich enkele agrarische bedrijven. Voor deze veehouderijen geldt dat hier enkel dieren worden gehouden waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Buiten de bebouwde kom dient ten aanzien van een dergelijke veehouderij een afstand aangehouden van ten minste 50 meter. Hieraan wordt voor al deze bedrijven ruim voldaan. Conclusie Het aspect geur levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9.

Milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven (of andersom) mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygiënische aspecten van die bedrijven. Het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer bestaat onder de Omgevingswet niet meer; deze is vervangen door regels voor milieubelastende activiteiten. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Lozingsactiviteiten op oppervlaktewater of een zuiveringsinstallatie of wateronttrekking vallen niet onder de definitie van een 'milieubelastende activiteit'. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen, wel is de systematiek gewijzigd. De rijksregels voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor activiteiten die niet in H3 van het Bal zijn aangewezen, kan een gemeente regels opnemen in het Omgevingsplan. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing. Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen, is ook onder de Omgevingswet een goede afstemming noodzakelijk. Milieuzonering zorgt ervoor dat bij de bouw van nieuwe woningen voldoende afstand in acht wordt genomen tot milieubelastende activiteiten (tussen bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen).

Zo worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

33

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in de brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) een handreiking gedaan ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies, zoals woningen. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de grond die is aangewezen voor de functie bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. Momenteel is de VNG bezig met de voorbereiding van een nieuwe handreiking over dit onderwerp. Vooralsnog wordt voor deze onderbouwing de 'oude' brochure gehanteerd. De richtafstanden hangen samen met de gebiedskenmerken. De VNG-publicatie hanteert twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht.

De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Afbeelding 13: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter

Toetsing locatie Stoutenburgerlaan 16 Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet in een burgerwoning en wordt de agrarische functie van het perceel ingeruild voor een woonfunctie. Daarnaast worden er twee nieuwe woningen opgericht. Daarmee verdwijnt een milieubelastende functie maar worden er ook nieuwe milieugevoelige objecten toegevoegd. Er bevinden zich in de omgeving van het plangebied echter geen bedrijven waarvan de richtafstand tot het plangebied rijkt. De volgende bedrijven met bijhorende richtafstanden liggen in de nabijheid van het plangebied:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

34

▪ Stoutenburgerlaan 17b overige groothandel, richtafstand 100 meter; ▪ Zwarte Goorderweg 2a opslag van goederen, niet zijnde gevaarlijke stoffen, richtafstand 30 meter ▪ Zwarte Goorderweg 2b overige grafische activiteiten, richtafstand 30 meter Aan de richtafstanden die gelden in een ‘rustig buitengebied’ kan worden voldaan. Omdat er agrarische percelen rondom het plangebied liggen waar een woonfunctie aan wordt toegekend moet wel worden gekeken naar spuitzones in het kader van de gewassenbescherming. Het agrarisch perceel grenzen aan het erf is in eigendom van initiatiefnemers en gevolg van het toekennen van de woonbestemming aan het perceel is dat op (een deel van) dit perceel geen gewassenbeschermingsmiddelen (meer) mogen worden toegepast. De bedrijfsvoering op de overige omliggende agrarische percelen wordt met de voorgenomen ontwikkeling niet belemmerd, omdat de woonfunctie op het perceel Stoutenburgerlaan 14 en Stoutenburgerlaan 15, dat dichter bij deze percelen ligt dan de woning op de locatie Stoutenburgerlaan 16 en de twee nieuw te bouwen woningen en hier dus al beperkingen aan stelt. Op basis daarvan kan gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt.

Toetsing locatie Coelhorsterweg 34 Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet in een burgerwoning en wordt de agrarische functie van het perceel ingeruild voor een woonfunctie. Daarmee verdwijnt een milieubelastende functie. Een woning is daarentegen een milieugevoelige functie. Er bevinden zich in de omgeving van het plangebied echter geen bedrijven waarvan de richtafstand tot het plangebied rijkt. Het dichtstbijzijnde bedrijf is het loonbedrijf Verbeek op het perceel Coelhorsterweg 30. Voor een loonbedrijf geldt een richtafstand van 50 meter waaraan ruimschoots kan worden voldaan. Omdat er agrarische percelen rondom het plangebied liggen waar een woonfunctie aan wordt toegekend moet wel worden gekeken naar spuitzones in het kader van de gewassenbescherming. Het agrarisch perceel grenzen aan het erf is in eigendom van initiatiefnemers en gevolg van het toekennen van de woonbestemming aan het perceel is dat op (een deel van) dit perceel geen gewassenbeschermingsmiddelen (meer) mogen worden toegepast. De bedrijfsvoering op de overige omliggende agrarische percelen wordt met de voorgenomen ontwikkeling niet belemmerd, omdat de woonfunctie op het perceel Coelhorsterweg 32, dat dichter bij deze percelen ligt dan de locatie Coelhorsterweg 30 en hier dus al beperkingen aan stelt.

Op basis daarvan kan gesteld worden dat er sprake is van een goed woonen leefklimaat en omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Conclusie Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

35

4.10. Omgevingsveiligheid Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: ▪ activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). ▪ buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (artikel 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (artikel 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Een aandachtsgebied geldt van rechtswege, en is een gebied rond activiteiten met gevaarlijke stoffen dat zichtbaar maakt waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk.

Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

36

een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (artikel 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Toetsing locatie Stoutenburgerlaan 16 Uit de risicokaart blijkt dat er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Hoewel het plangebied wel nabij een route- en buisleiding voor gevaarlijke stoffen ligt, ligt het plangebied hier niet binnen en is nader onderzoek naar dit aspect niet noodzakelijk. Afbeelding 14: Fragment risicokaart

Toetsing locatie Coelhorsterweg 34 Uit de risicokaart blijkt dat er in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Evenmin is er sprake van routes en/of buisleidingen voor gevaarlijke stoffen.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

37

Afbeelding 15: Fragment risicokaart

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11. Trilling Algemeen Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Toetsing Er zijn geen activiteiten in de omgeving van zowel de locatie Stoutenburgerlaan 16 als de locatie Coelhorsterweg 34 die trillingshinder veroorzaken. Conclusie Het aspect trilling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12. Welstand Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot:

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

38

▪ repressief welstand (artikel 22.7), oftewel de excessenregeling, en ▪ beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (artikel 22.29). Als een gemeente geen welstandsnota en ook geen beleidsregels voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken heeft, dan gelden de regels in de bruidsschat niet. De bruidsschat geldt ook niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Toetsing De welstandsnota van de gemeente Amersoort (origineel uit 2008) is in 2017 geactualiseerd vanuit de behoefte aan een beter hanteerbaar beleid voor de ruimtelijke kwaliteiten van de stad. Met de criteria en uitgangspunten voor de welstandsbeoordeling wordt een bijdrage geleverd aan het ontwikkelen en versterken van de ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten binnen de gemeente Amersfoort. Naast de algemene criteria geldt er gebiedsgerichte criteria voor de 13 verschillende gebiedstypen die in de welstandsnota zijn onderscheiden. Het plangebied ligt in een gebied dat is aangewezen als ‘Buitengebied: Vallei en Eemland’. In het welstandsbeleid voor het buitengebied staat behoud van de ruimtelijke kwaliteit en continuïteit centraal. Het van oorsprong agrarische landschap staat onder toenemende druk vanuit de stad.

De gemeente streeft naar het versterken de herkenbaarheid van het landschap en de overgangen daartussen, van de (oorspronkelijke) agrarische bebouwingskarakteristieken en naar behoud van de harmonieuze relatie tussen bebouwing en landschap. Ontwikkeling in het buitengebied is mogelijk als de landschappelijke inpassing van bebouwing de kwaliteit en leefbaarheid van het landschap versterken. Voorwaarde voor ontwikkeling is daarom de landschappelijke inpassing van het erf in het landschap, waarbij boerderij en erf als een eenheid worden gezien en bebouwing een compact erfensemble dient te vormen. Een aantal hallehuizen in het buitengebied van Amersfoort is aangewezen als monument. Het beleid is erop gericht de kwaliteit van de hallehuisboerderijen, en dan met name die ouder zijn dan 50 jaar, te behouden. Het welstandsbeleid is er dan ook op gericht de belangrijkste karakteristieken van de hallehuisboerderij (ook de niet-monumenten) te beschermen, evenals de relatie tussen boerderij en erf.

Hier gelden de volgende de gebiedsgerichte criteria ▪ Algemeen: o de bestaande landschappelijke omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder bouwinitiatief; o de (oorspronkelijke) agrarische karakteristieken van de bebouwing zal herkenbaar moeten blijven, waarbij de harmonieuze relatie tussen bebouwing en het landschap speciale aandacht krijgt; ▪ Ligging en plaatsing: o bebouwing is georiënteerd op de weg en sluit aan bij de bestaande inrichting van het terrein;

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

39

▪ Massa en hoofdvorm o bebouwing heeft een individuele uitstraling en een hiërarchische opbouw; o bebouwing is voorzien van een kap met een hellingshoek tot 60 graden; o hallehuisboerderijen zijn voorzien van een ononderbroken kap met wolfseinden; o de oorspronkelijke indeling naar woon- en bedrijfsgedeelten is herkenbaar in de gevelopzet; o aan- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw, sober vormgegeven en terugliggend geplaatst; o de nokrichting van vrijstaande bijgebouwen is evenwijdig aan die van het hoofdgebouw; ▪ Detaillering, kleur- en materiaalgebruik: o details en materialen zijn hoogwaardig, gebaseerd op de oorspronkelijke detaillering en gericht op het voorkómen van snelle veroudering; o de bestaande ornamentiek en specifieke details worden bij verbouwingen gerespecteerd; o het kleurgebruik is terughoudend en afgestemd op de omgeving; o gevels kennen een hiërarchische geleding en zijn uitgevoerd in natuurlijke materialen (metselwerk, pleisterwerk, hout), donkere tinten en voorzien van een zichtbare plint; o dakvlakken zijn uitgevoerd in pannen of riet. De voorgenomen ontwikkeling is zorgvuldig stedenbouwkundig en landschappelijk ingepast wat is vastgelegd in het landschappelijk inpassingsplan en in dit TAM-omgevingsplan. Bij de vormgeving van de twee nieuwe woningen wordt rekening gehouden met de gebiedsgerichte criteria uit de welstandsnota.

Het conceptplan is ook reeds besproken met de stadsbouwmeester en akkoord bevonden. Conclusie Het definitieve bouwplan zal ter zijne tijd worden voorgelegd aan de welstandscommissie.

4.13. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.13.1. Algemeen In de Omgevingswet wordt onder cultuur erfgoed verstaan monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. In artikel 5.130 Bkl zijn bepalingen opgenomen om in het omgevingsplan cultureel erfgoed te beschermen. Daarnaast staan in afdeling 8.8 van het Bkl regels voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 4.13.2. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

40

natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening. De uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Artikel 5.130, lid 3 Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over de uitvoering van onderzoek bij activiteiten die een te verwachten archeologisch monument kunnen verstoren. Voor projecten kleiner dan 100 m² mag geen archeologisch onderzoek gevraagd worden, tenzij in het omgevingsplan anders is bepaald. Toetsing locatie Stoutenburgerlaan 16 Zoals in paragraaf 1.3.4. aangegeven heeft het plangebied te plaatse van de locatie Stoutenburgerlaan 16 de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 meter is archeologisch onderzoek noodzakelijk. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling wordt dit oppervlak overschreden en daarom is archeologisch onderzoek9 uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat er tijdens het proefsleuvenonderzoek geen archeologische vindplaats is aangetroffen.

Er zijn enkele greppels aangetroffen naast een grootaantal recente verstoringen. De greppels kunnen gerekend worden tot sporen van agrarische activiteit maar kunnen niet geclassificeerd worden als een archeologische vindplaats. Op basis van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek wordt geadviseerd het terrein voor het aspect archeologie vrij te geven voor de geplande werkzaamheden. Toetsing locatie Coelhorsterweg 34 Zoals in paragraaf 1.3.4. aangegeven heeft het plangebied te plaatse van de locatie Coelhorsterweg 34 de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Bij bodemingrepen dieper dan 0,3 meter is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Er is echter geen onderzoek nodig indien sprake is van vervanging, vernieuwing of verandering van de bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van bestaande fundering. Met de voorgenomen ontwikkeling vindt uitsluitend sloop plaats van een bestaande schuur. Daarmee vinden geen bodemingepen plaats buiten de- of dieper dan de bestaande fundering. Archeologisch onderzoek kan daarom achterwege blijven Conclusie Het aspect archeologie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

9

Laagland archeologie, Inventariserend veldonderzoek – proefsleuven Stoutenburglaan 16 te Stoutenburg Noord, Rapport 1628, Almelo, juli 2025

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

41

4.13.3. Cultuurhistorie Toetsing locatie Stoutenburgerlaan 16 De locatie ligt in het buurtschap Stoutenburg (tot 1969 een aparte gemeente), direct ten zuiden van de Esvelderbeek. De naam Stoutenburg gaat terug tot het kasteel dat ongeveer 800 meter ten zuiden van het plangebied ligt. Op de kadastrale minuutplan uit 1832 is het plangebied in gebruik als akker behorend bij boerderij Nieuw Middelaar (vanaf 1750) die aan de overkant van de weg ligt (Stoutenburgerweg 15). Deze situatie blijft gelijk tot dat de huidige boerderij van Stoutenburgerlaan 14 in 1935 wordt gebouwd. In 1950 wordt de boerderij van nummer 16 gebouwd. De decennia daarna worden geleidelijk alle andere opstallen gebouwd. In de jaren 1960 en 1970 lijken ter plaatse van het onderzoeksgebied twee schuren aanwezig. Op de locatie Stoutenburgerlaan 16 zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook anderszins is het perceel in cultuurhistorisch opzicht niet waardevol. De nieuwbouw wordt landschappelijk ingepast, zodat de bebouwing opgaat in de landschappelijke kwaliteiten van het buitengebied. Toetsing locatie Coelhorsterweg 34 De Coelhorsterweg in Amersfoort heeft een rijke historie, vooral verbonden met het landgoed Coelhorst en de kapel van Coelhorst.

Het landgoed, met zijn oorsprong in de 12e eeuw, is altijd een belangrijk deel geweest van de omgeving en de weg is er in de loop der tijd omheen aangelegd, voornamelijk om akkerbouwgrond te bereiken. De kapel, die dateert uit de 14e eeuw, heeft een belangrijke rol gespeeld in de lokale geschiedenis en was vroeger verbonden met de buurtschap Coelhorst. De woonboerderij op het perceel Coelhorsterweg 34 heeft, zoals in paragraaf 1.3.2. ook staat aangegeven, in het geldende bestemmingsplan de functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ voor het behoud en bescherming van de cultuurhistorische waarde van dit gebouw. Aan dit gebouw vinden echter geen werkzaamheden plaats. Er wordt enkel een bestaande schuur gesloopt die geen cultuurhistorische waarde kent. Met het toekennen van de woonfunctie aan het perceel wordt een duurzaam toekomstperspectief geboden aan de woonboerderij, waarmee deze behouden kan blijven voor de toekomst. Naast de sloop van eenschuur wordt een deel van het perceel ook (landschappelijk) heringericht dat ten goede komt aan de historische beleving van het perceel. Conclusie Het aspect cultuurhistorie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.14. Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor het aspect bodem instructieregels in het opgenomen. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. Het wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: ▪ het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie);

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

42

▪ het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); ▪ het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen). De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Toetsing locatie Stoutenburgerlaan 16 In het kader van de voorgenomen ontwikkeling op de locatie Stoutenburgerlaan 16 zijn verschillende bodemonderzoeken10 uitgevoerd. Op basis van deze onderzoeken wordt geconcludeerd dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in voldoende mate vastgelegd. De voormalige bovengrondse tanks / olieopslag ter plaatse van het erf, voormalige watergangen/weg, (voormalige) dammetjes en wegbermen hebben (definitief) niet geleid tot een (ernstige) bodem- en/of asbestverontreiniging en/of verslechtering van de bodemkwaliteit. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan er geen belemmeringen tegen de voorgenomen ontwikkeling.

Geadviseerd wordt om (bij toekomstige herontwikkeling en/of civieltechnische werkzaamheden), na verwijdering van de momenteel aanwezige verhardingen, nog aanvullend een maaiveldinspectie uit te voeren om een definitieve uitspraak te kunnen doen over de contactzone. Toetsing locatie Coelhorsterweg 34 Op de locatie Coelhorsterweg 34 vindt uitsluitend de sloop van een bestaande schuur plaats. Er vinden geen bodemingrepen plaats en er worden geen nieuwe gebouwen opgericht. De ontwikkeling betreft verder dat de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet in een burgerwoning. De eisen die worden gesteld aan de bodem voor een bedrijfswoning zijn echter hetzelfde als voor een burgerwoning. Conclusie Met inachtneming van het advies om een maaiveldinspectie op de locatie Stoutenburgerlaan 16 uit te voeren vormt het aspect bodem geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.15. Weging van het waterbelang Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op grond van artikel 5.37 Bkl rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken. Dit betekent dat een zogenaamde 'weging van het waterbelang' (voorheen: watertoets) dient plaats te vinden.

10

Verhoven Milieutechniek BV, Diverse (bodem)onderzoeken Stoutenburgerlaan 16 e.o. te Stoutenburg‐Noord, B21.8250, Zaltbommel, 29 juli 2021

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

43

Toetsing locatie Stoutenburgerlaan 16 Met de voorgenomen ontwikkeling vindt een aanzienlijke afname aan verharding plaats. Daarnaast wordt het hemelwater opgevangen in wadi’s zodat dit kan infiltreren in de bodem. In de huidige situatie loopt er door het perceel Stoutenburgerlaan een watergang. Deze watergang wordt verlegd naar de achterzijde van het perceel en vormt daarmee meteen de begrenzing van de woonpercelen. De greppel tussen het plangebied en de Stoutenburgerlaan blijft op de huidige locatie gehandhaafd en dient voor de afwatering. In de huidige situatie wordt de nodige wateroverlast ervaren aan de voorzijde van het perceel Stoutenburgerlaan 14. Het waterschap Vallei & Veluwe heeft vergunning verleend voor het omleggen van deze watergang. De buffercapaciteit is gegarandeerd en er is rekening gehouden met afname van de verharding ten opzichte van de huidige situatie. De nieuwe beschoeiing vormt een verbetering, aangezien de oude in slechte staat verkeert. Toetsing locatie Coelhorsterweg 34 Op de locatie Coelhorsterweg 34 vindt er fysiek uitsluitend de sloop van bestaande bebouwing en herinrichting van het erf plaats. Dit heeft geen invloed op de waterhuishouding en hier zijn geen belangen van het waterschap mee gemoeid. Conclusie De plannen zijn in overleg met het waterschap opgesteld en er is voor het verleggen van de watergang een vergunning verleend.

Het aspect weging van het waterbelang levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

44

5.

Uitvoerbaarheid

5.1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er heeft overleg plaatsgevonden met de omwonenden van het perceel Stoutenburgerlaan 16 over de plannen. Het wordt als positief ervaren dat de boerderij met varkens en koeien is verdwenen. De nieuwe greppel voor waterafvoer tussen de percelen wordt ook als zeer positief ervaren, omdat er regelmatig wateroverlast is. Het ontwerp van de nieuwe woning vindt men passend in de omgeving. Op het perceel Coelhorsterweg 34 verdwijnt de agrarische functie en wordt uitsluitend een schuur gesloopt, het erf wordt heringericht en de bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Dat zijn zaken die geen negatieve invloed hebben op de omgeving. De omwonenden zullen echter wel op de hoogte worden gebracht van het voornemen en de procedure die hiervoor wordt doorlopen.

5.2.

Financiële haalbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld door de initiatiefnemers. Deze initiatiefnemers zijn ook de eigenaar van de gronden. De financiering van alle kosten die samenhangen met de ontwikkeling van de bebouwing komt voor rekening van de initiatiefnemers. Er zijn derhalve geen kosten voor de gemeente aan het bouwplan verbonden. Dit zal tussen de gemeente en initiatiefnemer met een anterieure overeenkomst worden vastgelegd.

5.3.

Belangenafweging Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Verder gelden de beleidskaders en instructieregels. In Hoofdstuk 0 Beleidskader en Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu is aangegeven dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In deze paragraaf worden de conclusies uit de genoemde hoofdstukken beschreven. Conclusie beleid De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op sloop van voormalige bedrijfsbebouwing, het omzetten van twee bedrijfswoningen naar burgerwoningen en ter compensatie van de sloop van de voormalige agrarische bebouwing worden er twee nieuwe woningen opgericht. De nieuwbouw vindt plaats binnen de kaders die gelden vanuit de provincie en gemeente voor vrijgekomen agrarische bebouwing en worden dan ook landschappelijk ingepast. Daarnaast is er in de eerdere hoofdstukken aangetoond dat er behoefte is aan nieuwe woningen. Het betreft een initiatief dat zowel uit sociaal-maatschappelijk als landschappelijk oogpunt een gewenste ontwikkeling is, dat past in het beleid van de gemeente Amersfoort en het beleid van het Rijk en de provincie.

Conclusie omgevingsaspecten Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat er geen nadelige gevolgen voor het milieu en andere relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving zijn. Wat betreft ecologie dient voor de

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

45

Coelhorsterweg nog nader onderzoek plaats te vinden naar mogelijk aanwezige beschermde soorten en dienen mogelijk maatregelen getroffen te worden. Dit levert op voorhand achter geen belemmering op.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

46

Bijlagen Bijlage 1 Quickscan ecologie locatie Stoutenburgerlaan 16 Bijlage 2 Quickscan ecologie locatie Coelhorsterweg 34 Bijlage 3 Stikstofdepositieonderzoek Stoutenburgerlaan 16 Bijlage 4 Stikstofdepositieonderzoek Coelhorsterweg 34 Bijlage 5 Activiteitenplan soortenbescherming Stoutenburgerlaan 16 Bijlage 6 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stoutenburgerlaan 16 Bijlage 7 Inventariserend veldonderzoek proefsleuven Stoutenburgerlaan 16 Bijlage 8 Landschappelijk inpassingsplan Stoutenburgerlaan 16 Bijlage 9 Bodemonderzoek Stoutenburgerlaan 16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

Regels

2

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Artikel 1 Begripsbepalingen Meet- en rekenvoorschriften

4 4 7

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Integratie omgevingsplan Toepassingsbereik

8 8

Hoofdstuk 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Thematische regels Algemeen Archeologische waarden Cultuurhistorische waarden Geluid Groen Parkeren

9 9 10 13 14 15 16

Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Activiteitgerichte regels Algemeen Bouwen Hoofdgebouw Bijbehorende bouwwerken Andere bouwwerken Ondergrondse bouwwerken Bouwactiviteiten met nadere afweging

17 17 18 19 20 21 22 23

Hoofdstuk 5 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21

Gebruiksactiviteiten Algemeen Agrarisch Agrarisch met waarden - Hoevenlandschap Tuin Wonen

24 24 25 26 27 28

Hoofdstuk 6 Artikel 22

Overgangsrecht Overgangsrecht

29 29

Bijlagen regels Bijlage 1 Bijlage 2

Landschappelijk inpassingsplan Stoutenburgerlaan 16 Akoetisch onderzoek wegverkeerslawaai Stoutenburgerlaan 16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

3

Pre-ambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van een gebiedsontwikkeling op de locatie 'Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland' en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22t.) van het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22t. van het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22t.' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage '22t.' gelezen worden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

4

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het omgevingsplan, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22t. Aanvullend op deze begripsbepalingen gelden voor de toepassing van dit hoofdstuk de volgende begripsbepalingen:

1.1

TAM-omgevingsplan Het TAM-omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t met identificatienummer NL.IMRO.0307.TAM17-0201 van de gemeente Amersfoort.

1.2

Omgevingsplan Het omgevingsplan van de gemeente Amersfoort.

1.3

bebouwing Eén of meer bouwwerken.

1.4

bebouwingspercentage Het in procenten uitgedrukte deel van het werkingsgebied bouwvlak dat ten hoogste mag worden bebouwd.

1.5

beroeps- of bedrijfactiviteiten aan huis Beroeps- of bedrijfsactiviteit waarvan de activiteiten niet specifiek publiekgericht zijn en dat op kleine schaal in een woning en of in het bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend.

1.6

bouwwerk Constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren, met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bouwwerkgebonden installaties anders dan een schip dat wordt gebruikt voor verblijf van personen en dat is bestemd en wordt gebruikt voor de vaart.

1.7

buitenopslag Goederen die buiten worden opgeslagen bij een gebouw.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

5

1.8

dagbesteding Iedere voorziening die activiteiten biedt waarmee aan een inwoner een daginvulling wordt gegeven, kan worden gerekend tot dagbesteding. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie vormen: ontwikkelingsgerichte dagbesteding is gericht op leren en het vergroten van zelfredzaamheid. arbeidsmatige dagbesteding biedt ontwikkelingsgericht dagbesteding die zich ook richt op leren hoe je arbeid verricht. Belevingsgerichte dagbesteding heeft als doel 'onder de mensen zijn'.

1.9

erf Al dan niet bebouwde perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw.

1.10

kunstwerk Civiel-technisch werk voor de infrastructuur van wegen, water, spoorbanen waterkeringen en of leidingen en niet bedoeld voor permanent menselijk verblijf, zoals een brug, duiker of viaduct.

1.11

nutsvoorziening Voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes/kasten, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

1.12

ondergronds bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen.

1.13

publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis Beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten aan huis bestaande uit hoofdzakelijk baliewerkzaamheden of andere diensten die publiek aantrekken, zoals stomerijen, wasserettes, kappers, pedicures, makelaars, reis- en uitzendbureaus, kinderopvang, ateliers en dergelijke, in tegenstelling tot (niet-publieksgerichte) beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis.

1.14

zorgwoning een woning die gekoppeld is aan een zorgfunctie ten behoeve van de bewoner(s) met een geïndiceerde zorgbehoefte.

1.15

voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan kennelijk als zodanig aangemerkt diende te worden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

6

1.16

werkingsgebied Het werkingsgebied begrenst (met coördinaten/geometrie) de juridische werking van de tekst: het duidt aan dat de tekst alleen binnen dit werkingsgebied een juridische werking heeft.

1.17

woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waarbij zowel de traditionele vorm van gezin als de minder traditionele vorm is toegestaan, mits sprake is van nagenoeg zelfstandige bewoning met een zekere mate van onderlinge verbondenheid tussen de bewoners en continuïteit in de samenstelling.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

7

Artikel 2

Meet- en rekenvoorschriften

Het bepaalde in artikel 22.24 van het omgevingsplan Amersfoort is van toepassing op de regels in hoofdstuk 22t. Daarnaast gelden de volgende meetbepalingen bij toepassing van de regels.

2.1

afstand tot de perceelgrens: de kortste afstand van enig punt van een bouwwerk tot een bepaalde grens van het erf;

2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.3

de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.4

de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.5

de hoogte van een windturbine: vanaf het straatpeil tot aan de (wieken)as van de windturbine;

2.6

de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.7

de lengte, breedte en de diepte van een bouwwerk: tussen de lijnen, getrokken door de buitenzijde van de gevelvlakken en/of het hart van de scheidsmuren;

2.8

oppervlakte van bijbehorende bouwwerken: bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken worden niet meegerekend (gedeelten van) bijbehorende bouwwerken gelegen binnen het bouwvlak, met dien verstande dat erkers, etc. voor de voorgevel niet meetellen bij de berekening van de oppervlakte;

2.9

de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

8

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Integratie omgevingsplan

Toepassingsbereik

Geometrische afbakening De regels in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t zijn van toepassing op de locaties waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0307.TAM17-0201, zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.

3.2

Integratie omgevingsplan gemeente Amersfoort De regels in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t zijn integraal onderdeel van de geconsolideerde versie van het 'Omgevingsplan gemeente Amersfoort zoals dat is gepubliceerd op de landelijke voorziening https://omgevingswet.overheid.nl/home.

3.3

Buitenwerkingstelling eerdere besluiten De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locaties in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t.

3.4

Integratie tijdelijk deel omgevingsplan

3.4.1

Integratie bruidsschat De regels in hoofdstuk 22 (zonder lettertoevoeging) van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort zijn van overeenkomstige toepassing op de locaties in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t. Als de regels uit hoofdstuk 22 (zonder lettertoevoeging) van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort op enig moment een andere plek in de structuur van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort krijgen, blijven die regels van overeenkomstige toepassing met inachtneming van de daarop doorgevoerde wijzigingen.

3.4.2

Voorrangsregeling specifieke bepalingen TAM-omgevingsplan In afwijking van 3.4.1 zijn de geluidsbepalingen in paragraaf 22.3.4 van het Omgevingsplan gemeente Amersfoort niet van toepassing, voor zover het bepaalde in die paragraaf in strijd is met regels in dit TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

9

Hoofdstuk 3 Artikel 4 4.1

Thematische regels

Algemeen

Oogmerk De regels in Hoofdstuk 3 Thematische regels zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen en in stand houden van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; c. het behoud van cultureel erfgoed; d. het beschermen van archeologische waarden; e. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; f. het waarborgen van de veiligheid; g. het beschermen van het milieu.

4.2

Normadressaat Aan de regels van Hoofdstuk 3 Thematische regels wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22t Gemeente Amersfoort – Stoutenburgerlaan 16 te Stoutenburg Noord en Coelhorsterweg 34 te Hoogland

10

Artikel 5

Archeologische waarden

5.1

Waarde - Archeologie 1

5.1.1

Toepassingsbereik 1. Dit artikel gaat over het verrichten van grondwerkzaamheden en het ophogen van de bodem in een gebied met 'Waarde - Archeologie 1'. 2. Onder de in onderdeel 1 bedoelde grondwerkzaamheden wordt verstaan: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waaronder afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond; e. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; f. het aanleggen van bos of boomgaard met diepwortelende beplanting; g. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16788497/1