Omgevingsprogramma Mobiliteit 2025-2035
Tekst van het document
Omgevingsprogramma Mobiliteit 2025-2035 Amersfoort aantrekkelijk en bereikbaar
2
Voorwoord Amersfoort is een fijne stad om te wonen, te werken, te winkelen en te ontspannen. Dat wil dit college graag zo houden. Zeker nu het aantal inwoners hard groeit en er meer woningen nodig zijn. Om de stad ook in de toekomst bereikbaar, leefbaar en klimaatbestendig te houden, zijn keuzes nodig op het gebied van mobiliteit en slim gebruik van de openbare ruimte. Die liggen voor in dit Omgevingsprogramma.
Ik ben trots op dit Omgevingsprogramma Mobiliteit waar we samen met diverse organisaties, ondernemers, inwoners en andere betrokkenen aan hebben gewerkt. De opbrengst van alle gesprekken, bijeenkomsten en enquêtes over mobiliteit hebben we hiervoor gebruikt. Het is een integraal verhaal geworden waarmee we de komende jaren aan de slag willen samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen. Met als doel: een bereikbare, inclusieve en leefbare stad waar iedereen gemakkelijk, veilig en snel van A naar B gaat en waarin meer ruimte is voor groen, wonen, voorzieningen, werken, spelen en ontmoeten.
Mobiliteit gaat over hoe we ons verplaatsen in en rond de stad. We gaan allemaal iedere dag de straat op om naar school of werk te gaan, boodschappen te doen of te ontspannen. Om onze stad bereikbaar en leefbaar te houden is het in de toekomst nodig ons anders te verplaatsen. Daarom willen we meer ruimte voor lopen, fietsen en deelmobiliteit en is het belangrijk dat openbaar vervoer aantrekkelijker wordt. Om inwoners, ondernemers en andere betrokkenen te betrekken bij de keuzes waar we voor staan en te weten te komen wat er bij hen leeft, spraken we het afgelopen jaar met veel mensen en organisaties over mobiliteit. Het waren waardevolle en soms stevige gesprekken. Vooral over parkeren. Er blijven natuurlijk bewoners die tegen het nieuwe parkeerbeleid zijn, maar er is ook meer begrip ontstaan dat niets doen geen optie is. Daarnaast zijn er inwoners die liever vandaag dan morgen parkeerregulering willen in hun wijk. Vooral in wijken rondom het centrum en de stations waar nu veel parkeeroverlast is.
Tyas Bijlholt, Wethouder Mobiliteit 3
Samenvatting
Om Amersfoort ook in de toekomst bereikbaar en leefbaar te houden voor iedereen die hier woont, werkt en ontspant, is het nodig dat we anders met mobiliteit omgaan. De Omgevingsvisie Amersfoort 2030 - 40, die de gemeenteraad eind 2023 vaststelde, is hiervoor de basis. In dit omgevingsprogramma werken we de pijler ‘Een stad die duurzame mobiliteit omarmt’ verder uit tot concreet beleid tot projecten. Dit document is mede tot stand gekomen door intensieve gesprekken met de stad: in mobiliteitscafé’s, met online vragenlijsten en gesprekken rond parkeren. Dat leverde waardevolle inzichten op die bijdroegen aan dit document. Het Omgevingsprogramma Mobiliteit gaat uit van drie basisprincipes: STOMP is een uitgangspunt dat draait om het vooropstellen van actieve vormen van mobiliteit. We stimuleren mensen in de stad om Stappen, Trappen, met het Openbaar vervoer te reizen, gebruik te maken van Mobility as a Service (deelmobiliteit), in plaats van de Privéauto als uitgangspunt te nemen. STOMP is geen star principe en draait om maatwerk. Levensaders zijn doorgaande routes die ruimte bieden voor ontmoeten en waar voetgangers en fietsers voorop staan. De beleving staat centraal. Levensaders verbinden ontmoetingsplekken; plekken in de buurt met maatschappelijke en/of commerciële voorzieningen. Ten slotte willen we een bereikbare stad voor iedereen. Inclusie is dus ons derde basisprincipe.
Inclusieve mobiliteit betekent dat 4
iedereen op een redelijke wijze een bestemming kan bereiken. Beperkingen in lichamelijke, psychische, financiële zin of welke zin dan ook, mogen daarin zo min mogelijk een rol spelen.
op drie belangrijke corridors waaronder meer snelle verbindingen naar Utrecht Science Park gebruik van maken. We zorgen voor toegankelijke haltes van hoge kwaliteit. De doorontwikkeling van openbaar vervoer doen we in samenhang met onze verstedelijking.
In de Omgevingsvisie staan drie doelstellingen voor de mobiliteitsopgave. We hebben elke doelstelling uitgewerkt in beleid en projecten.
We stimuleren deelmobiliteit Deelmobiliteit in de hele stad, de toegankelijk, betrouwbaar, flexibel, divers en uitstootvrij is, zorgt voor een alternatief voor eigen autobezit. We reguleren en stimuleren deelmobiliteit en stellen regels op voor projectontwikkelaars en aanbieders van deelvervoer. Ontwikkelaars kunnen bij nieuwbouw kiezen voor twee opties: deelmobiliteit zelf invullen of dit uitbesteden aan de gemeente.
Een bereikbare stad die actieve mobiliteit omarmt We maken de stad loopvriendelijk Lopen is voor bijna iedereen de eenvoudigste manier van verplaatsen. Het is bovendien gezond en het maakt de stad aantrekkelijk. We investeren daarom in ons loopnetwerk door toegankelijke, veilige en directe looproutes om zowel noodzakelijke, recreatieve als sportieve verplaatsingen te stimuleren.
We gaan anders om met parkeren Om te zorgen dat de groeiende stad leefbaar en bereikbaar blijft, zetten we parkeerbeleid in in een groot deel van de stad. Bij nieuwbouw komen, waar mogelijk, geconcentreerde parkeervoorzieningen, zodat in de rest van het gebied meer ruimte voor groen en ontmoeten is.
We geven fietsers de ruimte In een compacte stad als Amersfoort is de fiets heel geschikt om de stad en haar omgeving te bereiken voor werken, winkelen en ontspanning. We werken aan een veilig en comfortabel fietsnetwerk dat voor een groot deel samenvalt met de levensaders. Daarnaast investeren we in betere veiligheid voor fietsers, bijvoorbeeld door het verbreden van fietspaden. We zorgen voor snellere busroutes met toegankelijke haltes
Bij betaald parkeren onderscheiden we vijf zones met elk hun eigen doel en daarbij horende regels . Waar mogelijk stimuleren we parkeren in garages. Winkelcentra krijgen een onderling gelijk tarief. Voor houders van een gehandicaptenparkeerkaart blijft parkeren gratis. Er komen aanvullende regelingen voor bezoekers.
Om het openbaar vervoer verder te verbeteren zetten we in op snellere routes, vooral daar waar er veel bussen rijden. We zetten in
In de zones met betaald parkeren is het mogelijk om met een vergunning te parkeren. Het aantal bewonersvergunningen per 5
Transitie naar uitstootvrije mobiliteit
gebied wordt bepaald aan de hand van het huidige aantal openbare parkeerplaatsen. Er zijn verschillende soorten vergunningen beschikbaar voor de diverse doelgroepen. Een bewonersvergunning voor een eerste auto kost € 30,- per jaar. Volgende vergunningen kosten meer.
We maken uitstootvrije alternatieven mogelijk We breiden het aantal laadpalen uit. We zorgen ervoor dat dit niet ten koste gaat van ruimte op de stoep. We sluiten de laadvoorzieningen aan op de hubontwikkeling. Een belangrijk vraagstuk is het volle stroomnet. We zetten daarom in op slim laden.
Een stelsel van corridor-, stadsrand-, wijk- en buurthubs zorgt voor geclusterde parkeerruimte in combinatie met een aanbod van OVen/of deelmobiliteit, aangevuld met andere voorzieningen.
Zero-emissiezones We verbeteren de wegenstructuur en het verkeersmanagement Voor goederenvervoer voeren we zero-emissiezones in. We beginnen met het kernwinkelgebied in 2025 en breiden die in 2027 uit tot het autoluwe gebied. Voor verschillende soorten voertuigen geldt een overgangsperiode.
Om veiligheid en leefbaarheid te bevorderen, verlagen we de maximumsnelheid op meer plekken naar 30 kilometer per uur. We kijken hierbij naar de gevolgen voor bijvoorbeeld het openbaar vervoer. Alle gemeentelijke wegen buiten de bebouwde kom worden 60 km per uur, met uitzondering van Rondweg Zuid. Deze blijft 80 km per uur. Met slim regionaal verkeersmanagement geven we voorrang aan de voetganger, fiets en openbaar vervoer daar waar dat kan.
Versterken landelijke en regionale bereikbaarheid Samenwerking tussen regio en rijk Amersfoort staat niet op zichzelf. We werken daarom nauw samen met de andere gemeenten in de Regio Amersfoort, de U10, de Provincie Utrecht en het Rijk via verschillende samenwerkingsverbanden, zoals de Metropoolregio Utrecht en U Ned. Belangrijke overlegmomenten met het Rijk zijn het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving en het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport.
We kijken naar de mogelijkheid om de Stadsring te veranderen in een aantrekkelijke levensader. We streven naar een stadsweg met maximaal twee rijstroken voor autoverkeer en voldoende ruimte voor het openbaar vervoer waarbij we waken voor verplaatsing van knelpunten naar andere wegen in de gemeente.
6
Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040
van 3 mobiliteitsdoelstellingen uit de Omgevingsvisie. De eerste doelstelling splitsen we daarbij uit in 3 criteria:
Voor de Regio Amersfoort is de Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 uitgewerkt. Hierin staan 25 maatregelen die zorgen voor een samenhangend mobiliteitssysteem voor de lange termijn. Dit pakket bestaat uit vier onderdelen: fiets, het openbaar vervoer en hubs, de auto’s en de inzet op andere mobiliteitskeuzes. Deze maatregelen die voor Amersfoort van belang zijn zijn opgenomen in dit omgevingsprogramma.
1. Bijdrage aan terugdringen van het autogebruik 2. Bijdrage aan verbetering van leefklimaat en veilighid 3. Samenhang met de woningbouwopgave We zoeken de samenwerking met andere (omgevings)programma’s en sluiten waar mogelijk slim aan om zo werk met werk te maken.
Amersfoort in het spoornetwerk
Monitoring en bijsturing
Het spoor vormt de ruggengraat van het (inter)nationale en regionale OV-netwerk. De huidige (goede) verbindingen willen we behouden en waar nodig uitbouwen, zoals richting Utrecht en Harderwijk en het behoud van een snel treinproduct richting Amsterdam Centraal.
Om te kijken of we onze doelen ook halen, monitoren we op een groot aantal vlakken actief. Waar nodig stellen we onze maatregelen bij om de doelen te halen. De monitoring vindt elke 2 jaar plaats. Het programma heeft hiermee een adaptief karakter. Elke 4 jaar (aansluitend op de cyclus van de Omgevingsvisie, bij het uitkomen van een nieuw collegeprogramma) evalueren we ook het beleid en stellen we dat waar nodig bij.
Uitvoeringsprogramma Dit programma beslaat 10 jaar met een groot aantal projecten en maatregelen om de stad bereikbaar en leefbaar te houden. Een deel van de projecten zijn afspraken met regio en Rijk. Het is niet mogelijk om alles tegelijk uit te voeren. Daarom zijn de projecten geprioriteerd in 5 categorieën. De bestaande projecten, studieprojecten en quick wins voeren we het eerste uit. De vierde en vijfde categorie zijn nieuwe uitvoeringsprojecten boven de € 50.000, -. Deze grote projecten hebben we ingedeeld naar eerste en tweede prioriteit aan de hand
7
8
Inhoud Voorwoord Samenvatting
3 4
1. Inleiding: duurzame mobiliteit in een leefbare stad 1.1. Amersfoort in ontwikkeling 1.2 Opzet Omgevingsprogramma Mobiliteit 1.3 Participatie over het Omgevingsprogramma Mobiliteit 1.4 Belangrijkste resultaten van de participatie
11 11 13 15 16
2. Onze basisprincipes: ruimte voor mensen en duurzame mobiliteit voor iedereen 2.1 Het STOMP-principe: meer actieve en duurzame vormen van mobiliteit 2.2 Het principe levensaders en ontmoetingsplekken 2.3 Het principe van inclusieve mobiliteit: Mobiliteit voor iedereen 3. Een bereikbare stad die actieve mobiliteit omarmt 3.1 We maken de stad loopvriendelijk 3.2 We geven fietsers de ruimte 3.3 We zorgen voor snellere busroutes met toegankelijke haltes 3.4 We stimuleren het gebruik van deelmobiliteit 3.5 We gaan anders om met parkeren 3.6 We verbeteren de wegenstructuur en het verkeersmanagement
4. Transitie naar uitstootvrije mobiliteit 59 4.1 Mogelijk maken uitstootvrije alternatieven 59 4.2 Zero-emissiezones: schonere bevoorrading en een gezonder stadshart 60
19 20 22 24 25 25 27 31 35 38
5. Versterken landelijke en regionale bereikbaarheid 5.1 Samenwerking in de regio en met het Rijk 5.2 De Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort 2040 5.3 Amersfoort in het spoornetwerk
63 63 64 67
6. Het uitvoeringsprogramma mobiliteit 6.1 Soorten maatregelen en systematiek van prioritering 6.2 Projecten en maatregelen met eerste prioriteit 6.3 Grote uitvoeringsprojecten met eerste en tweede prioriteit 6.4 Projecten uit andere programma’s 6.5 Projecten rond Knooppunt Hoevelaken 6.6 Samenhang met andere (omgevings)programma’s 6.7 Handhaving
71 71 74 79 80 83 84 85
7. Monitoring en bijsturing van het programma 7.1 Regelmatige monitoring van effecten 7.2 Werken volgens de beleidscyclus onder de Omgevingswet
87 87 93
Bijlagen 94 Bijlage A: Operationele kwaliteitseisen fietsnetwerk 94 Bijlage B: M obiliteitsplan inzet deelmobiliteit 96 Bijlage C: Parkeren 98 Bijlage D: Prognoses laadpalen en snellaadpunten 2025 en 2030 100 Bijlage E: Begrippenlijst en afkortingen 112
53
9
10
1. Inleiding: duurzame mobiliteit in een leefbare stad 1.1. Amersfoort in ontwikkeling
Meer woningen en voorzieningen betekent dat de druk op de openbare ruimte groter wordt. Om Amersfoort leefbaar en bereikbaar te houden is een mobiliteitstransitie, een verandering in de manier van reizen, noodzakelijk. Als we onze manier van verplaatsen in, door, van en naar de stad niet veranderen, loopt het verkeer in de stad vast. De wegen raken dan te vol, waardoor de bereikbaarheid en leefbaarheid verslechteren. We kiezen daarom voor het aanmoedigen van duurzame en actieve vormen van mobilitet met meer ruimte voor voetgangers en fietsers We bekijken de straten door de ogen van een kind van 8. Het uitgangspunt bij inrichting van straten is dat zij het recht hebben om zelfstandig te lopen of fietsen naar bijvoorbeeld school, vriendjes en de sport- of muziekles. We stellen de menselijke maat centraal in de openbare ruimte, door meer ruimte te geven aan groen en ontmoeten. Dat doen we onder andere aan de hand van het principe ‘levensaders en ontmoetingsplekken’ (zie paragraaf 2.2) zoals beschreven in de ‘Omgevingsvisie Amersfoort 2030-40’. Daarbij werken we voor de hele stad en dorpen met het gedrag- en ontwerpprincipe ‘STOMP’: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobility as a Service, Privéauto (zie paragraaf 2.1).
Amersfoort staat voor grote opgaven. De stad is voor veel mensen een aantrekkelijke plek om te wonen, te werken en te recreëren. Het aantal inwoners stijgt, zowel in de stad als in de regio. En daarmee groeit ook het aantal verplaatsingen van, naar en binnen de stad. Om die groei en grote maatschappelijke opgaven op te kunnen vangen, zijn complete oplossingen nodig. Het gaat over opgaven op het gebied van wonen, economie, gezondheid, klimaatverandering, energie en mobiliteit. Alleen op die manier houden wij in tijden van groei de stad een prettige plek om in te wonen, te werken en te ontspannen. De ‘Omgevingsvisie Amersfoort 2030-40’ legt daarvoor de basis met een langetermijnvisie voor de leefomgeving van Amersfoort: “Amersfoort wil een inclusieve en bereikbare stad zijn, waar iedereen gezond kan samenleven in een leefbare omgeving, nu en in de toekomst. Amersfoort wil bijdragen aan de verstedelijkingsopgave, zodat er voor iedereen in de stad een plek is om te wonen en ook dat bedrijven en voorzieningen in de stad behouden blijven of kunnen groeien. Er komen duizenden extra woningen bij, grotendeels binnen de bestaande stad en dicht bij de stations Amersfoort Centraal en Amersfoort Schothorst. Groei vraagt om slim ruimtegebruik en een andere kijk op mobiliteit.”
Hoe we de verandering in mobiliteit bereiken, verschilt per plek in de gemeente. Om letterlijk en figuurlijk ruimte te maken voor de wensen en ambities die we hebben, streven naar een verlaging van autobezit en -gebruik. Dat doen we door (dagelijkse) voorzieningen zoveel mogelijk in de buurt te realiseren,
11
De keuzes die wij met dit Omgevingsprogramma Mobiliteit maken hebben effect op de gehele regio Amersfoort. En andersom, de keuzes van de regio hebben invloed op Amersfoort. Daarom is de Regio Amersfoort ook bij de totstandkoming van dit plan betrokken. En is er intensief contact met andere regionale en nationale onderzoeken en ontwikkelingen. Het programma vormt een belangrijke bouwsteen voor de gezamenlijke regionale visie op gezond groeien in nabijheid.
Een stad met een duurzame mobiliteit Een stad met een duurzame mobiliteit is één van de zes ontwikkelopgaven die invulling moet geven aan de ambities uit de ‘Omgevingsvisie Amersfoort 2030-40’. Dit Omgevingsprogramma Mobiliteit is de uitwerking van deze ontwikkelopgave en van de drie mobiliteitsdoelstellingen uit de Omgevingsvisie: Het Omgevingsprogramma Mobiliteit is de uitwerking van de Omgevingsvisie Amersfoort voor de opgave ‘Een stad met duurzame mobiliteit’.
Doelen 1.
minder parkeerruimte voor auto’s aan te bieden (vooral in de ontwikkelgebieden). Maar ook meer ruimte voor voetgangers en fietsers te creëren en sneller openbaar vervoer. Naast het mogelijk maken van een aanvullend aanbod van deelmobiliteit en het doorgaande autoverkeer door het centrum en de wijken te beperken. De hele mobiliteitstransitie moet daarnaast bijdragen aan de doelstelling van 55% CO²-reductie in 2030 ten opzichte van 1990, zoals in het klimaatakkoord staat’. Dit draagt ook bij aan een verbetering van de luchtkwaliteit, een vermindering van stikstofuitstoot en een vermindering van geluidsoverlast.
Een bereikbare stad die actieve mobiliteit omarmt;
2. De transitie naar emissieloze mobiliteit; 3. De versterking van de landelijke en regionale bereikbaarheid.
Dit Omgevingsprogramma Mobiliteit is sterk verbonden met de bredere ontwikkelopgaven voor Amersfoort, zoals woningbouw, economie, leefbaarheid en aanpassingen aan het veranderende 12
klimaat. Alleen door mobiliteit in samenhang met deze thema’s te bekijken, kan de stad de ambitieuze doelen voor 2030 en 2040 realiseren. Met een verschuiving naar de keuze voor meer actief en duurzam vervoer (‘modal shift’) als centraal uitgangspunt, werken we aan een gezonde, inclusieve, leefbare en toekomstbestendige stedelijke omgeving.
In de hoofdstukken 3 t/m 5 leest u de uitgangspunten en het beleid van de verschillende thema’s rond mobiliteit. Deze uitgangspunten zijn gekoppeld aan de drie mobiliteitsdoelen uit de Omgevingsvisie. Op basis van deze uitgangspunten is een uitvoeringsprogramma van maatregelen en projecten samengesteld. Dit uitvoeringsprogramma leest u in hoofdstuk 6.
1.2 Opzet Omgevingsprogramma Mobiliteit
Vervolgens leest u in hoofdstuk 7 hoe we de gevolgen van de maatregelen gaan monitoren om te kunnen beoordelen of we de gewenste resultaten bereiken. Het Omgevingsprogramma Mobiliteit is geschreven voor een periode van ongeveer 10 jaar (tot 2035). Omdat er veel nieuwe ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit zijn en het nog niet altijd bekend is wat het effect is van sommige projecten of maatregelen, monitoren we dit programma intensief. Elke twee jaar stellen we het uitvoeringsprogramma waar nodig bij, zodat we in kunnen blijven spelen op actuele ontwikkelingen, nieuwe inzichten en de uitkomst van studieprojecten. Meer hierover leest u in hoofdstuk 7. Tot slot vindt u aan het eind van dit document enkele bijlagen als ondersteuning.
Het Omgevingsprogramma Mobiliteit is geschreven met de ‘Omgevingsvisie Amersfoort 2030-40’ als basis. Dit Omgevingsprogramma Mobiliteit is de uitwerking van de ontwikkelopgave ‘Een stad met een duurzame mobiliteit’ waarin wordt aangegeven welke maatregelen er worden genomen om de eerdergenoemde doelen uit de omgevingsvisie te behalen. In hoofdstuk 2 leest u hoe we aan de hand van de volgende drie basisprincipes Amersfoort inclusief, gezond, leefbaar en bereikbaar houden:
In gesprekken met de stad en de raad in aanloop naar de totstandkoming van dit omgevingsprogramma, is gewerkt met de 7 v’s. Deze 7 v’s gaan over 7 verschillende mobiliteitsthema’s: verdichten, verbinden, verknopen, verleiden, veraangenamen, verschonen en versterken.
• Het stimuleren van duurzame en actieve vormen van mobiliteit. • Levensaders en ontmoetingsplekken: een netwerk van fijne, leefbare routes en ontmoetingsplekken in de hele stad, met meer ruimte voor voetgangers en fietsers. • Het principe van inclusieve mobiliteit: mobiliteit voor iedereen.
In figuur 1 vindt u de symbolen die in dit document in de kantlijn staan om aan te geven op welk thema de maatregel of het beleid van toepassing is.
13
Verdichten
Verleiden
Welke ruimtelijke mix van wonen - werken - voorzieningen zorgt voor minder (lange) verplaatsingen? • Compacte stad met gemengde functies (verstedelijkingsopgave) • Woningbouw nabij OV-knooppunten • Voetganger- en fietsvriendelijke wijken • Parkeerbeleid aanpassen per wijk
Kun je bewoners, ondernemers en bezoekers verleiden vaker te lopen, de fiets te pakken of gebruik te maken van deelmobiliteit of OV, door in te zetten op parkeren op grotere afstand van het eigen huis? • Beïnvloeden van mobiliteitsgedrag naar duurzame vervoerswijzen • Proposities ontwikkelen bij nieuwbouwontwikkelingen voor duurzame mobiliteit
Verbinden
Veraangenamen
Hoe bouw je een fijnmazige voetganger- en fietsstructuur op met directe fietsroutes die aansluiten op hoofdfietsroutes? Hoe stimuleer je ketenmobiliteit door het aanbod van fietsenstallingen, parkeren en deelmobiliteit nabij OV-haltes? • Veilige en prettige verplaatsing voor iedereen • Voetgangers- en fietsroutes verbeteren • OV-routes optimaliseren
Hoe creëer je aantrekkelijke routes door in te zetten op beleving? Hoe ontwerp je verkeersveilige routes? En hoe zorg je voor ruimte voor groen, verblijven en spelen om zo de verblijfskwaliteit en de sociale veiligheid te optimaliseren? • Kwaliteitsvolle openbare ruimte met menselijke maat • Groenere en levendigere straten • Toegankelijke mobiliteit voor iedereen • Betere oversteekbaarheid en minder barrières
Verknopen
Verschonen
Kun je deelmobiliteit aanbieden zoals deel-(e)bikes, -bakfietsen en -auto’s? Is selectieve toegankelijkheid voor logistiek in te regelen? • Stimuleren van diverse vervoerswijzen en mobiliteitsservices • Stations als centrale knooppunten verbeteren • Parkeerhubs aan stadsrand creëren • Buurt- en wijkhubs met deelvervoer ontwikkelen
Hoe kunnen we gebruikers van gemotoriseerd wegverkeer zo goed mogelijk stimuleren om te kiezen voor duurzamere alternatieven? • Transitie naar emissieloze mobiliteit • Uitbreiden laadinfrastructuur • Emissievrije bevoorrading en taxi’s in binnenstad
Versterken Hoe behouden en verbeteren we de plek van Amersfoort in het regionale en landelijke verkeers- en vervoersnetwerk? • Verbeteren van regionale en landelijke bereikbaarheid • Samenwerking met regionale en landelijke partners
Figuur 1: De 7V’s van verschillende mobiliteitsthema’s 14
1.3 Participatie over het Omgevingsprogramma Mobiliteit De richting voor het Omgevingsprogramma Mobiliteit staat in de ‘Omgevingsvisie Amersfoort 2030-40’. Daarover is vanaf 2019 op allerlei manieren geparticipeerd: online en buiten op straat en op andere plekken in de stad. Ook was inspraak op het concept van de Omgevingsvisie mogelijk. In de Omgevingsvisie staat beschreven hoe we participatie rond omgevingsprogramma’s invullen. Doel van deze participatie is om zo veel mogelijk aan te sluiten bij de verschillende aandachtspunten, wensen en ideeën van belanghebbenden. We zoeken daarnaast naar samenwerking met de stad om de doelen te realiseren. Bij het opstellen van het Omgevingsprogramma Mobiliteit hebben we op verschillende manieren inwoners, bedrijven en belanghebbenden betrokken. We haalden de wensen, ideeën en zorgen op, maar ook mobiliteitsinitiatieven. We betrokken inwoners, bedrijven en belanghebbenden op de volgende manieren:
• De uitwerking van het parkeerbeleid is tot stand gekomen met behulp van de inbreng van bewoners, ondernemers, winkeliers, instellingen en verenigingen. Al deze inzichten zijn gebruikt bij de uitwerking van het beleid. Meer informatie hierover kunt u vinden op Praten over parkeren.
• We organiseerden twee Mobiliteitscafé’s over het concept Omgevingsprogramma. De opgehaalde inbreng hiervan is meegenomen bij de uitwerking van dit omgevingsprogramma. • We riepen inwoners en belanghebbenden via verschillende mediakanalen op om een online vragenlijst in te vullen via www.metamersfoort.nl. Een papieren versie was ook beschikbaar;
Het Omgevingsprogramma Mobiliteit en de uitwerking van het parkeerbeleid lagen van eind december 2024 tot en met 16 februari 2025 ter inzage. In die periode zijn ongeveer 460 zienswijzen ingediend. De binnengekomen reacties (zienswijzen) zijn beantwoord in de zienswijzennota. Daarin staat ook of een reactie leidt tot een wijziging van het omgevingsprogramma of in één van de documenten over parkeren. 15
1.4 Belangrijkste resultaten van de participatie
De online vragenlijst, ingevuld door 271 deelnemers, bracht belangrijke punten naar voren, zoals de behoefte aan beter en goedkoper/gratis openbaar vervoer, veilige fietsroutes, meer groen in de stad, en verbeterde toegankelijkheid voor kwetsbare groepen. Deelnemers benadrukten onder andere het belang van groen, goede parkeervoorzieningen, en toegankelijke hubs voor openbaar vervoer en deelmobiliteit. Ook werden zorgen geuit over parkeerkosten en de druk op de Stadsring.
Uit de Mobiliteitscafés kwam naar voren dat veel mensen nieuwsgierig zijn naar de daadwerkelijke uitvoering. Waar komen bijvoorbeeld de hubs en hoe komen die eruit te zien? Hoe kan de gemeente zorgen voor goed openbaar vervoer als alternatief voor de auto en welke effecten zijn er als de snelheid op veel wegen in de stad wordt verlaagd?
Parkeren Er zijn inwoners voor wie het invoeren van het nieuwe parkeerbeleid niet snel genoeg kan gaan. Maar er is ook nog steeds onbegrip in de stad over het voortzetten van het parkeerbeleid nadat een meerderheid van de inwoners tijdens het referendum aangaf tegen betaald parkeren te zijn. Wat duidelijk werd tijdens het participatietraject over de uitwerking van het parkeerbeleid was dat de gemeente concreter moet zijn over wat het parkeerbeleid voor inwoners van een bepaalde wijk betekent. Zoals: waar komt een parkeerautomaat, waar komt meer groen en waar komen de hubs. Zorgen zijn er onder meer over de kosten voor parkeren voor mensen met een laag inkomen, de impact van het parkeerbeleid op het dagelijks leven, de handhaving, de sociale veiligheid bij parkeren in hubs en de betaalbaarheid en frequentie van het openbaar vervoer als alternatief voor de auto. In dit programma geven we daar zoveel mogelijk duidelijkheid over. En waar die duidelijkheid nog niet gegeven kan worden, motiveren we dat.
16
17
18
2. Onze basisprincipes: ruimte voor mensen en duurzame mobiliteit voor iedereen Amersfoort wil een bereikbare, inclusieve stad zijn, waar iedereen gezond kan samenleven. Een stad met goede verbindingen en voldoende ruimte voor ontmoeten, bewegen, groen en natuur. Een stad waarin de menselijke maat (zie pagina 15 van de ‘Omgevingsvisie Amersfoort 2030-40) één van de belangrijkste kenmerken blijft en verder wordt versterkt. De druk op de openbare ruimte maakt het niet mogelijk om het autobezit en -gebruik zoals we dat nu kennen mee te laten groeien met de groei en ambities van de stad. De wegen raken dan vol, waardoor de bereikbaarheid en leefbaarheid verslechteren. We kiezen daarom voor het aanmoedigen van duurzame en actieve mobiliteit met meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Ook omdat duurzame en actieve vervoerswijzen om minder ruimte vragen dan de auto (zie figuur 2). Ook willen we het openbaar vervoer (ov) goed door laten stromen zodat dit een goed alternatief is voor het gebruik van de auto. Waar nodig delen we de ruimte anders in. We maken meer ruimte voor groen en ontmoeten, en zorgen ook dat de stad bereikbaar blijft. Daarbij gebruiken we voor de hele stad het STOMP-principe. Daarbij hebben we veel aandacht voor gedrag en de ketenreis. Dat is een combinatie van vervoersmiddelen in één reis (zie 2.1).
Verder hebben we extra aandacht voor de levensaders en ontmoetingsplekken (zie 2.2). Vervolgens gaan we ook in op het principe van inclusieve mobiliteit, oftewel mobiliteit voor iedereen (zie 2.3).
Figuur 2: Ruimtegebruik per reiziger per modaliteit (bron: Loopfeiten, Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM), ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, oktober 2019). 19
2.1 Het STOMP-principe: meer actieve en duurzame vormen van mobiliteit STOMP gaat vooral over verandering van gedrag. Amersfoort zet in op actieve mobiliteit. Dat betekent dat we mensen willen stimuleren om te Stappen, Trappen, met het Openbaar vervoer reizen of van deelmobiliteit gebruik maken (Mobility as a Service) in plaats van dat ze voor de het gebruik van hun Privéauto kiezen. Dat wil niet zeggen dat er geen plek meer is voor auto’s, maar mogelijk wel minder of op andere plekken. STOMP staat voor: • • • • •
Stappen (lopen) Trappen (fietsen) Openbaar vervoer Mobility as a Service (deelmobiliteit) Privéauto
We willen bereiken dat bij elke verplaatsing mensen die in Amersfoort wonen of Amersfoort bezoeken de afweging maken welk vervoersmiddel of welke combinatie van vervoersmiddelen het meest geschikt is voor het bereiken van de bestemming. Met maatregelen die sommige keuzes aantrekkelijker maken en andere minder, proberen we de keuze voor een duurzaam vervoersmiddel te beïnvloeden. Meer reizen volgens het STOMP-principe betekent dat we meer aandacht moeten hebben voor het (slim) combineren van verschillende vervoersmiddelen (de ketenreis).
Figuur 3: De omgekeerde STOMP-piramide 20
Mensen zullen bijvoorbeeld vaker lopen of fietsen naar een bushalte of treinstation. Voor het succes van STOMP is het belangrijk dat deze verschillende manieren van reizen goed op elkaar aansluiten.
sneller rijden, waardoor je makkelijker leefbaarheidsmaatregelen kan nemen binnen de stad. Ook dat draagt uiteindelijk bij aan meer ruimte voor lopen, fietsen, openbaar vervoer en andere functies, zoals groen en ontmoetingsplekken.
STOMP is echter niet star. Het vraagt om keuzes die afhankelijk zijn van de situatie en de plek in de stad. Zo kan het zijn dat op bepaalde plekken, zoals bij kruispunten, het openbaar vervoer voorrang krijgt boven stappen of trappen. Omdat we daarmee ons doel voor sneller en beter openbaar vervoer kunnen waarmaken en de ketenreis verbeteren en aantrekkelijker maken. Ook de privéauto kan op sommige plekken een hogere prioriteit krijgen. Door het autoverkeer meer voorrang te geven bij ring- en rondwegen, leid je het doorgaande verkeer om de stad heen. Daar mogen auto’s
Traditioneel lag de nadruk bij het inrichten van steden vaak op de auto, ook in Amersfoort. Een goed voorbeeld is de Stadsring, die voor voetgangers en fietsers een hindernis is en sterk gericht is op doorstroming van het autoverkeer. Door eerst te kijken naar de behoeften van voetgangers, fietsers en gebruikers van openbaar vervoer, kom je tot een ander ontwerp van de ruimte, waarbij de auto een minder belangrijke rol krijgt. Dat heeft een positieve invloed op een gezonde leefomgeving. 21
2.2 Het principe levensaders en ontmoetingsplekken Levensaders zijn doorgaande routes die ruimte bieden voor ontmoeten en waar voetgangers en fietsers voorop staan. De beleving staat centraal. De routes nodigen uit tot lopen of fietsen, omdat ze aantrekkelijk, levendig, ruim opgezet en groen zijn. De levensaders verschillen van elkaar, maar ze zijn herkenbaar door hun levendigheid en ruimte voor voetgangers en fietsers. Ze verbinden de stadsdelen en nieuwe en bestaande wijken. Aan de randen van de stad gaan de levensaders over in groene recreatieve routes als verbinding tussen de stad en het buitengebied. Waar levensaders samenvallen of kruisen met verbindingen die van belang zijn voor het openbaar vervoer (zie paragraaf 3.3), wegen we de belangen zorgvuldig af en streven we naar voldoende kwaliteit voor fietsen, lopen en openbaar vervoer. Daarnaast verbinden levensaders de ontmoetingsplekken met elkaar. Ontmoetingsplekken zijn de plekken in de buurt of wijk waar maatschappelijke en commerciële voorzieningen zijn samengevoegd en waar verschillende groepen uit de samenleving gebruik van maken. Door deze plekken en voorzieningen te verbinden met levensaders zijn ze makkelijk te vinden. Door in te zetten op deze routes, verbeteren we de samenhang in de stad én de verbinding met nieuwe wijken zoals Langs Eem en Spoor en het Hoefkwartier.
Zo ontstaat er een netwerk van fijne, leefbare routes en ontmoetingsplekken in de hele stad.
22
ARKEMHEEN
40
EEMLAND
LEVENSADERS EN ONTMOETINGSPLEKKEN
GELDERSE VA LLE I
UTRECHTSE HEUVELRUG
0 km
1
2
Figuur4: Levensaders en ontmoetingsplekken
18
23
Dat je kunt komen waar je wil, zorgt ervoor dat je mee kunt doen. Dat je bijvoorbeeld op school of op je werk kunt komen, dat je kan winkelen en afspreken met vrienden en familie. We spreken van vervoersarmoede als iemand door gebrek aan vervoersmogelijkheden een reis niet kan maken die hij wel zou willen maken. Bijvoorbeeld omdat er ’s avonds laat geen bus rijdt, omdat iemand niet kan fietsen of omdat er geen geld is. Op dit moment hebben we nog onvoldoende inzicht over waar mensen tegenaan lopen bij het voorbereiden en maken van hun reis. We gaan dit de komende jaren onderzoeken, zodat we beter weten wat de gevolgen van onze beleidskeuzes zijn. En in beeld krijgen waar we moeten bijsturen of aanvullende maatregelen moeten nemen. Ondertussen gaan we ook al aan de slag met concrete maatregelen, zoals verbetering van de fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte en gerichte voorlichting- en trainingsinzet voor het gebruik van fiets en openbaar vervoer. Daarover leest u meer in hoofdstuk 3. Net als STOMP vraagt inclusieve mobiliteit soms ook om keuzes die afhankelijk zijn van de plek in de stad. Bijvoorbeeld bij tunnels of bruggen. Toegankelijke hellingen vragen veel ruimte en liften zijn kostbaar.
Er kunnen zich situaties voordoen waarin we niet op redelijke wijze aan de voorwaarden van toegankelijkheid voor iedereen kunnen voldoen, maar waarbij een extra verbinding voor het grootste deel van de mogelijke gebruikers wel van grote toegevoegde waarde is. In die situaties maken we vanuit de bredere ambities van de Omgevingsvisie en dit Omgevingsprogramma Mobiliteit een afweging voor de plek waar het overgaat. Een belangrijk uitgangspunt daarbij is dat bestemmingen voor iedereen bereikbaar zijn. Dat betekent dat er een redelijk alternatief beschikbaar is voor mensen die niet van de nieuwe verbinding gebruik kunnen maken.
2.3 Het principe van inclusieve mobiliteit: Mobiliteit voor iedereen In de inleiding gaven we het al aan: we willen een bereikbare stad voor iedereen. Tot nu toe ging het dan vaak over inwoners met een fysieke beperking. Maar het begrip ‘inclusie’ gaat veel verder dan dat. Inclusieve mobiliteit betekent voor ons dat iedereen op een redelijke wijze een bestemming kan bereiken. Beperkingen in lichamelijke, psychische, financiële zin of welke zin dan ook, moeten daarin zo min mogelijk een rol spelen. 24
3. Een bereikbare stad die actieve mobiliteit omarmt In het vorige hoofdstuk maakte u kennis met de drie basisprincipes. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we deze principes willen toepassen op de verschillende thema’s uit het Omgevingsprogramma Mobiliteit.
Lopen in de stad lijkt vanzelfsprekend. Bijna overal zijn voetpaden en trottoirs. Daardoor lijkt lopen al vrij goed geregeld voor voetgangers in het verkeer. De ruimte voor de voetganger in de schaarse openbare ruimte staat echter onder druk. Denk bijvoorbeeld aan zaken die plek innemen op de stoep zoals laadpalen, fout geparkeerde auto’s, ondergrondse containers en overhangend groen. Ook voorzieningen voor voetgangers zijn niet overal op orde, zoals een bankjes. Er was niet altijd genoeg aandacht voor aantrekkelijke en toegankelijke looproutes.
3.1 We maken de stad loopvriendelijk •
•
Lopen wordt aantrekkelijker en maakt gezond
Veilig en toegankelijk: We investeren in ons loopnetwerk door toegankelijke en veilige looproutes, met brede stoepen, veiliger oversteken en minder obstakels.
Ons doel is om van Amersfoort een loopvriendelijke stad voor iedereen te maken, waar mensen in de openbare ruimte vaker en verder gaan lopen en verblijven. Om meer mensen aan te moedigen om te lopen, richten we onze openbare ruimte groen, aantrekkelijk, verkeersveilig en toegankelijk in. En halen we barrières voor voetgangers zoveel mogelijk weg. Ook verbeteren we looproutes en maken nieuwe verbindingen. We spelen hierbij slim in bij het bestaande onderhoudsprogramma van de openbare ruimte om zo werk met werk te maken.
Rechtstreeks en comfortabel: We verbinden looproutes aan elkaar en maken meer rechtstreekse routes. Waar mogelijk krijgen voetgangers meer voorrang en kortere wachttijden bij oversteekplaatsen.
Lopen is voor bijna iedereen de meest toegankelijke vorm van verplaatsen. Het geeft vrijheid en zelfstandigheid. Daarbij maakt lopen de stad ook aantrekkelijk, omdat er meer aandacht is voor de kwaliteit en beleving van de looproute en minder voor de snelheid van verplaatsing.
Waar mobiliteit meestal gericht is om je snel en comfortabel te verplaatsen naar je gewenste bestemming, heeft lopen meerdere functies. Naast de noodzakelijke verplaatsing van A naar B, gebeurt 25
• We zetten in op een rechtstreeks en comfortabel loopnetwerk. We verbinden looproutes met elkaar en maken het loopnetwerk uitnodigend. We maken meer directe routes over en onder (snel) wegen, spoor en water. Waar mogelijk geven we voetgangers en fietsers bij kruispunten meer voorrang en verminderen de wachttijden. We hebben daarbij aandacht voor groene, levendige looproutes met genoeg schaduw (Omgevingsprogramma Groen-Blauw 2040). Ook zorgen we voor bewegwijzering en voorzieningen zoals bankjes en openbare toiletten. lopen recreatief (wandelen in het park, beweegrondjes), sociaal (lunchwandeling, winkelen), zakelijk (wandelend vergaderen) en sportief (hardlopen). Deze redenen om te lopen dragen niet direct bij aan de mobiliteitstransitie, maar zijn wel belangrijk voor een gezonde en leefbare stad. Ook vinden deze verschillende vormen van lopen meestal plaats op hetzelfde netwerk van voetpaden. Daarom is er in dit omgevingsprogramma aandacht voor alle loopvormen. Daarnaast vergroot vaker recreatief lopen de kans op een keuze voor lopen in het dagelijks vervoer van mensen.
• We zorgen voor een veilig en toegankelijk loopnetwerk. En voor meer doorlopende voetpaden, waardoor men minder hoeft over te steken. We verlichten de looproutes waar dat nodig en wenselijk is. We richten looproutes in voor iedereen, door te letten op de toegankelijkheid voor mensen met een (visuele) beperking en ouderen. De minimale obstakelvrije loopruimte is 2 meter. Dit is de ondergrens voor de benodigde ruimte voor voetgangers om elkaar te kunnen passeren. Op hoogwaardige looproutes van het loopnetwerk - die intensiever worden gebruikt - is deze minimale maat niet toereikend. Op basis van de richtlijnen van het CROW wordt voor elke route de gewenste loopruimte bepaald.
Recreatieve looproutes zijn ook onderdeel van het Omgevingsprogramma Groen-Blauw 2040 en het Deelomgevingsprogramma Beleefbaar groen.
Het loopnetwerk vormt de basis voor het meer en verder kunnen lopen in de stad. Looproutes over dit netwerk zijn heel belangrijk om mensen meer in beweging te krijgen. We maken en verbeteren daarom looproutes en beweegrondjes en ontmoetingsplekken.
Het loopnetwerk Voor voetgangers verbeteren we het loopnetwerk en maken we het aantrekkelijker om te lopen. Het actuele loopnetwerk is te vinden op Amersfoort in Beeld. Het netwerk bestaat uit (functionele) en groene (recreatieve) routes van hoge kwaliteit. Voor dit loopnetwerk gelden de volgende uitgangspunten:
We gaan daarnaast de voetganger meer aandacht geven bij wegwerkzaamheden, omleidingsroutes en bij gladheidsbestrijding.
26
3.2 We geven fietsers de ruimte •
Vlot, veilig en comfortabel: We investeren in veilige, comfortabele fietspaden, breiden het fietsnetwerk uit en leggen nieuwe verbindingen aan tussen wijken en voorzieningen.
•
Kwalitatieve voorzieningen voor fietsparkeren: We breiden het aantal stallingen uit. In het centrum moedigen we gebruik van gratis en bewaakte stallingen aan.
verbinden alle belangrijke bestemmingen met elkaar: woongebieden, werklocaties, stations, middelbare scholen, centrum, ziekenhuis, verpleegcentra, sportcomplexen en winkelcentra. De doorfietsroutes zijn vooral regionale routes over langere afstanden. Hier fietsen fietsers vlot door omdat er genoeg ruimte is, minder obstakels zijn en fietsers vaker voorrang op ander verkeer krijgen. Alle andere fietspaden en wegen waarop men kan fietsen, beschouwen we als het basisfietsnetwerk. De eisen waaraan aan het fietsnetwerk moet voldoen (zoals breedte en soort verharding) staan in bijlage A. Aanpassingen proberen we zoveel mogelijk in samenhang met standaard onderhoud te realiseren. Er ontbreken een aantal schakels in het fietsnetwerk. Waar mogelijk voegen we hier nog nieuwe verbindingen toe, zoals naar en door Bovenduist. Hiermee maken we het netwerk nog beter en zorgen we voor kortere en snellere routes. Bij verkeerslichten verminderen we de wachttijd voor voetgangers en fietsers, maar met behoud van ‘doorstroming van het openbaar vervoer’. Op een paar drukke kruispunten zien we mogelijkheden voor goed toegankelijke, ongelijkvloerse kruispunten (fiets- en voetgangerstunnels of -bruggen). Verder geven we op belangrijke fiets- en looproutes vaker voorrang voor voetgangers en fietsers, zolang dat niet ten koste gaat van de veiligheid.
De fiets vervult een sleutelrol voor mobiliteit in de stad en daarbuiten. In een compacte gemeente als Amersfoort is de fiets heel erg geschikt om de stad en haar omgeving te bereiken voor werken, winkelen, recreatie en ontspanning. Omdat bijna iedereen kan (leren) fietsen en de fiets in verhouding een betaalbaar vervoersmiddel is, speelt de fiets ook een belangrijke rol in de inclusieve stad die we willen zijn. Het brengt gezondheid, vrijheid en de mogelijkheid om mee te doen aan de maatschappij.
Een vlot, veilig en comfortabel fietsnetwerk
De fietsveiligheid staat onder druk. Het aandeel fietsers in de ongevallencijfers stijgt. Binnen de Regionale Uitvoeringsagenda Verkeersveiligheid werken we samen met Provincie Utrecht en andere wegbeheerders aan maatregelen gericht op de grootste risico’s. Als het gaat over infrastructuur dan zijn dat drukke fietspaden, onveilig ingerichte fietspaden en 30- en 50-wegen zonder fietsvoorzieningen waar de inrichting niet aansluit bij de
Om meer mensen te verleiden om de fiets te gebruiken, werken we aan een verbindend, veilig en comfortabel fietsnetwerk (figuur 5). De levensaders vallen daar vaak mee samen. We maken hierbij onderscheid in hoofdfietsroutes, doorfietsroutes en een basisfietsnetwerk. De hoofdfietsroutes 27
Bunschoten
Nijkerk
Hoevelaken Soest/Hilversum
Barneveld
Fietsroutes Legenda
Utrecht
hoofdfietsroute bestaand
Leusden
hoofdfietsroute uitbreiding doorfietsroute bestaand doorfietsroute gewenst ontbrekende schakel ongelijkvloerse kruising gewenst
Zeist/Utrecht Science Park
bebouwing water spoorlijn met station
Maarn/Doorn
autosnelweg gemeentegrens
Veenendaal 0 km
28
1
2
Figuur 5: Het Fietsnetwerk
maximumsnelheid. In Amersfoort pakken we dat op de volgende manier aan.
waar meer kwaliteit en bewegingsruimte voor fietsers (op de rijbaan) hand in hand is gegaan met meer ruimte voor groen en voetganger. Dat lukt alleen als de veiligheid en het gemak voor fietsers daardoor verbeteren.
Door de groei van het aantal fietsers en de verschillende soorten fietsen op het fietspad (zoals elektrische fietsen en bakfietsen), zoeken we naar mogelijkheden om bestaande fietspaden te verbreden. Waar het kan, halen we obstakels (zoals paaltjes en stoepranden) weg of maken ze beter zichtbaar. Ook gaan we verder met de aanpak van plekken waar veel fietsongevallen gebeuren. Op veel wegen binnen de bebouwde kom in Amersfoort brengen we de snelheid op de rijbaan terug naar 30 km per uur (zie ook paragraaf 3.6). Op wegen waar fietsers de rijbaan delen met ander verkeer zorgt dat voor een lager risico op ongevallen tussen fietsers en auto’s. 50 km per uur rijden is vaak te hard om op tijd te stoppen. En als er tóch nog een ongeval plaatsvindt, dan is er bij een lagere snelheid veel minder kans op ernstig letsel.
Veilig lopen en fietsen naar school Een veilige schoolomgeving is een omgeving waar jonge fietsers en voetgangers zonder conflicten met gemotoriseerd verkeer de school kunnen bereiken en verlaten. Het halen en brengen met de auto zorgt voor het meeste gemotoriseerde verkeer op school(fiets)routes en in de schoolomgeving. Daarmee zorgt het autogebruik van ouders voor het grootste risico op verkeersonveiligheid van kinderen. Het Omgevingsprogramma zet in op een mobiliteitstransitie richting duurzame en actieve mobiliteit en minder verplaatsingen met de auto. Daarmee wordt de verkeersveiligheid op schoolroutes en in schoolomgevingen ook verbeterd.
Het verleden leert ons dat meer ruimte voor de fiets vaak ter plekke ten koste is gegaan van voetpaden en groen. En ook in de toekomst zullen er plekken zijn waar noodzakelijke verbeteringen aan fietsen voetpaden ten koste gaan van groen. Dat groen komt terug op andere plekken in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld door in andere projecten te kiezen voor minder bestrating of een smallere rijbaan. We willen dat meer ruimte voor de fiets in beginsel ten koste gaat van de ruimte voor gemotoriseerd verkeer. Per saldo willen we ook meer groen winnen dan verliezen..
Op scholen gaan we actief aan de slag met fietsstimulering. De stimuleringsinzet is er enerzijds op gericht om leerlingen te enthousiasmeren en vaardigheden aan te leren, en anderzijds om ouders te verleiden hun kinderen te voet of fiets naar school te brengen. We staan ook open voor experimenten met een Schoolstraat. Dat houdt in dat de straat vóór school wordt afgesloten voor auto’s tijdens breng- en haaltijden. Ervaringen in andere gemeenten leren wel dat de slagingskans afhankelijk is van de inzet vanuit de school zelf. Daarom verbinden we onze medewerking hier alleen aan indien het initiatief vanuit school/ouders wordt genomen en
Er zijn ook straten waar de aanpassing naar 30 km per uur samen kan gaan met het weghalen van vrijliggende fietspaden. Bijvoorbeeld op de Hooglandseweg-noord en Vermeerstraat, 29
zij ook verantwoordelijkheid dragen voor de (dagelijkse) inzet van ouders rondom de afsluiting.
(zie ook de Amersfoortse bouwbrief) en kijken we naar mogelijkheden om bij ontwikkelingen meer ruimte te maken voor (brom) fietsen die vervoer met de auto kunnen vervangen, zoals een elektrische (deel)bakfiets of een scooter.
Voorzieningen voor fietsparkeren Meer fietsen betekent ook dat er meer en betere plekken nodig zijn om je fiets te stallen. De fiets wordt veel gebruikt in combinatie met het openbaar vervoer. Daarom zijn vooral rondom de ov-knopen meer en betere stallingen nodig. Op de stations Amersfoort Centraal (zuid- en noordzijde), Schothorst en Vathorst werken we samen met ProRail, NS en Provincie Utrecht aan aantrekkelijke stationsomgevingen, met meer stallingsplaatsen binnen.
In de vooral oude wijken is voor bewoners niet altijd ruimte om de fiets in de woning, schuur of tuin te stallen. Waar mogelijk breiden we het aantal stallingsplaatsen in de openbare ruimte uitbreiden en onderzoeken we of hier ook behoefte is aan buurtstallingen.
Gedragsbeïnvloeding en stimulering Fietsstimulering houdt niet op bij het verbeteren van infrastructuur en stallingsvoorzieningen. Het gaat ook over gedragsbeïnvloeding en het wegnemen van andere belemmeringen. Met gerichte voorlichting en educatie en probeeren lesaanbod proberen we ook het veilige fietsgebruik onder forenzen, ouderen, nieuwe Nederlanders en rondom basisscholen te vergroten. Dat doen we in samenwerking met onze partners zoals Provincie Utrecht, Goedopweg, SRO, SportUtrecht en Stichting Integratiewerk.
In het centrum moedigen we fietsers aan om meer gebruik te maken van de gratis en bewaakte stallingen. Minder geparkeerde fietsen op straat, betekent hier meer ruimte voor voetgangers en een aantrekkelijke openbare ruimte. We kiezen in het kernwinkelgebied en op de pleinen niet voor een algeheel fietsparkeerverbod. We zien de fiets als oplossing, niet als probleem. De (inpandige) stallingen hebben niet genoeg plek om het straatparkeren volledig te vervangen en we hebben niet de middelen om hierop voldoende te handhaven. We blijven monitoren of het fietsen op straat stallen op een veilige en manier gebeurt en niet zorgt voor ontoegankelijkheid en een rommelig straatbeeld. Voor nieuwbouw introduceren we fietsparkeernormen zodat we kunnen toetsen of er voldoende fietsparkeervoorzieningen komen voor de beoogde doelgroep en hun bezoeker. Daarnaast stellen we eisen aan de kwaliteit en toegankelijkheid van fietsenstallingen 30
3.3 We zorgen voor snellere busroutes met toegankelijke haltes •
Snellere routes: We zetten in op snellere routes en geven bussen meer prioriteit bij kruispunten. We zetten in op drie belangrijke corridors en snelle regionale verbindingen zoals naar Utrecht Science Park.
•
Toegankelijke haltes: We richten haltes toegankelijk in, verbeteren de instap voor iedereen en verbeteren het aanbod van voorzieningen.
zijn vormen van Bus Rapid Transit (BRT): een netwerk van snelle bussen die vaak rijden. U-link zijn stadsbussen die met een hoge betrouwbaarheid en frequentie de stad en de direct omliggende gebieden verbinden, net als een metro. U-liners zijn de bussen die zoveel mogelijk over de snelweg over langere afstanden rijden, met ‘intercity’- kwaliteit. Vooral voor de verbindingen naar de noordelijke wijken van Amersfoort en naar omliggende kernen is het belangrijk dat buslijnen sneller worden en vaker rijden. Hierdoor kunnen we de verstedelijking in de regio mogelijk maken en een aantrekkelijk alternatief bieden voor de auto. Dit speelt binnen onze gemeente en op de regionale verbindingen, bijvoorbeeld naar Leusden, Soest, Utrecht Science Park, Bunschoten en Woudenberg/Veenendaal. Vanaf eind 2025 zal het lijnennet beetje bij beetje, via de jaarlijkse vervoerplannen, worden aangepast.
Het HOV-Anker van Amersfoort: GA voor Goud Om de bus aantrekkelijker te maken als alternatief voor de auto zijn grote veranderingen voor het openbaar vervoer noodzakelijk. De Provincie Utrecht is hierbij een belangrijke partner voor ons, omdat ze opdrachtgever voor het openbaar vervoer per bus zijn. Om de bus vaker te laten rijden, zijn snellere busroutes nodig, vooral dáár waar de meeste bussen rijden. Een belangrijk voorbeeld hiervan is de verbinding Amersfoort – Utrecht Science Park die in het kader van MIRT-afspraken tussen Rijk en Regio nu verder wordt uitgewerkt.
Een goed openbaar vervoer is de ruggengraat van een duurzaam mobiliteitsnetwerk waarmee de stad verbonden is met de regio en daarbuiten.
Provinciale plannen
Op basis van het bovengenoemde OV-netwerkperspectief van de Provincie Utrecht, de lokale en regionale hubvisies en de ruimtelijke plannen, werken gemeente en provincie samen aan ‘Het HOV-Anker van Amersfoort: GA voor Goud’. Een visie voor de langere termijn, waarin we ons netwerk vastleggen, rekening houdend met wat we nu al weten over de ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken en bewegen in de stad.
De Provincie Utrecht beschrijft in het OV-netwerkperspectief 20252035 een systeem met U-liner, U-link en U-bus. U-liner en U-link
Binnen deze visie is ‘Het Anker’ de kern van het BRT-netwerk met als middelpunt Metropoolpoort Amersfoort Centraal. Van hieruit 31
loopt een as die verbinding maakt met de Stadsring en de Nieuwe Poort naar hubs aan de randen van de stad en naar de regio. We gaan op deze routes, corridors genoemd, voor goud. Dat betekent dat de bus op deze corridors voorrang en ruimte krijgt, waardoor de bus als het gaat om reistijd en betrouwbaarheid concurrerend is in vergelijking met de auto. Door in te zetten op snellere bus routes, zeker op de corridors van het ‘HOV-Anker’ is het mogelijk om bussen in een hogere frequentie te laten rijden. Een hoge frequentie wordt door de busreiziger het sterkst gewaardeerd.
• De verbindingsroute Oost gaat via de Stationsstraat en de Van Asch Van Wijckstraat de andere kant de Stadsring op en loopt vervolgens via de Hogeweg naar een stadsrandhub ter hoogte van de A28. Van deze hub kunnen ook Liendert, Rustenburg, De Wieken en Hoevelaken profiteren en biedt daarbij een aantrekkelijke P&Roptie voor bestemmingsverkeer naar Amersfoort. Een route via de Kersenbaan is ook een optie die we nader onderzoeken. Om deze corridor succesvol te laten zijn, is wel extra aanbod van openbaar vervoer nodig. We onderzoeken de mogelijkheden samen met de provincie Utrecht en de provincie Gelderland als opdrachtgevers van het openbaar vervoer. • De verbindingsroute Zuid/West verbindt Amersfoort met Utrecht Science Park, Soest en/of Zeist. Afhankelijk van een ongelijkvloerse kruising met de Barchman Wuytierslaan kan deze corridor lopen via de Daam Fockemalaan, de Prins Frederiklaan of de Utrechtseweg.
Een Metropoolpoort is een hoogstedelijk centrumgebied in de MRU. Een Metropoolpoort heeft een hoge tot zeer hoge bebouwingsdichtheid met veel ruimte voor wonen, werken, detailhandel en voorzieningen. Om dit te kunnen realiseren is een optimale ontsluiting met hoogwaardig openbaar vervoer minimaal vereist, evenals goede fietsverbindingen.
In figuur 6 op pagina 32 staan de routes. We zien in de toekomst, in samenhang met twee stadsrandhubs, (zie ook paragraaf 3.5.5) drie corridors waar verschillende lijnen (zowel U-liner, U-link en U-bus) van profiteren.
Om dit mogelijk te maken, richten we ons als wegbeheerder, vooral op de belangrijkste openbaar vervoerroutes, op een zo goed mogelijke doorstroming van de bus. Bijvoorbeeld door vrijliggende busbanen, voorrang voor busverkeer bij kruispunten en waar mogelijk het beperken van conflicterende verkeersstromen. Zwaartepunt van het openbaar vervoer, niet alleen voor de stad maar voor de hele regio, is het busstation bij Amersfoort Centraal met ongeveer 2000 busbewegingen per dag. Ook op de Stationsstraat/Van Asch Van Wijckstraat rijden 1700 bussen per dag. De routes vanaf het station via De Nieuwe Poort naar de Bunschoterstraat en via de Stadsring naar Leusden vormen het openbaar vervoer-ankerpunt van Amersfoort.
• De verbindingsroute Noord loopt van Amersfoort Centraal via de Stationsstraat, Van Asch Van Wijckstraat, Stadsring, De Nieuwe Poort, Amsterdamseweg, Industrieweg, Maatweg en de N199 naar een nog te realiseren stadsrand-/corridorhub ter hoogte van de A1. Deze corridor verbindt de noordelijke wijken, waaronder Bovenduist, maar ook Bunschoten snel met het stadscentrum en Amersfoort Centraal. En biedt daarbij een aantrekkelijke P&R-optie voor bestemmingsverkeer naar Amersfoort. 32
Noord (
Bunschoten)
Vathorst
Schothorst
Hoevelaken
Oost (
Centraal
Hoevelaken)
Corridors Legenda Hub Noord Oost Zuid/West opties bebouwing water
Soesterberg (
spoorlijn met station
USP)
autosnelweg gemeentegrens 0 km
Figuur 6: Het BRT-netwerk van Amersfoort
33
1
2
Afspraken over de routes met provincie Om het (hoogwaardig) openbaar vervoer als ruggengraat voor een duurzaam mobiliteitssysteem te laten werken, zijn langetermijnafspraken nodig tussen de provincie als opdrachtgever van het openbaar vervoer en de gemeente als wegbeheerder. We zijn in overleg met Provincie Utrecht over het vastleggen van het netwerk van de BRT-routes en ‘het HOV-Anker’ voor een langere periode. Dit in samenhang met de verstedelijking in de stad. Meer hierover staat in het uitvoeringsprogramma in hoofdstuk 6.
U-bus Het openbaar vervoer heeft ook een sociale functie. Ook minder mobiele reizigers, zoals ouderen en mensen met lichamelijke klachten, willen met het ov naar hun bestemming kunnen reizen. We hebben daarom niet alleen oog voor de reiziger die snel van A naar B wil, maar ook voor de kleinere groep reizigers die liever dichtbij instapt en daarbij een lagere frequentie voor lief neemt. We willen dat deze fijnmazige bus (‘U-bus’) minimaal 2 keer per uur blijft rijden in meeste bestaande wijken. We streven naar een maximale (hemelsbrede) afstand tussen haltes van 400 meter. Soms is het beter dat de U-bus wordt vervangen door een oplossing op maat. Een voorbeeld hiervan is de wijkbus die door het Soesterkwartier rijdt. Bij oplossingen op maat blijft goed openbaar vervoer, volgens bovengenoemde uitgangspunten, in de wijk centraal staan. Op dit moment wordt de wijkbus Soesterkwartier door vrijwilligers gereden. Dit kan een toevoeging zijn op het bestaande openbaar vervoer, maar de basis van het openbaar vervoer in de wijk moet gedragen worden door een professioneel openbaar vervoersbedrijf met betaalde chauffeurs. Daarom is er behoefte aan
een professionele buslijn in het Soesterkwartier. De professionele buslijn met betaalde chauffeurs moet goed aansluiten bij de behoefte van de wijk.
Toegankelijke haltes en superhaltes We richten in 2025 zoveel mogelijk bushaltes volledig toegankelijk in. Dat betekent dat haltes op de goede hoogte zijn. Ze zijn vanuit de omgeving gelijkvloers te bereiken. Ook zijn ze voorzien van geleide lijnen voor reizigers met een visuele beperking. 34
Ook andere reizigers hebben voordeel van toegankelijke bushaltes. Bijvoorbeeld die met bagage of een kinderwagen. Ook zij hebben behoefte aan een comfortabele in- en uitstap.
uitstootvrij is. Dit netwerk is beschikbaar in alle wijken, bij OVknooppunten, bedrijventerreinen, stadsranden en in buurthubs. Het netwerk bedient verschillende doelgroepen voor korte en langere ritten. Het doel is om deelvervoer en openbaar vervoer naadloos samen te voegen via Mobility as a Service (MaaS). Hierdoor vereenvoudigen en stimuleren we het gebruik. MaaS is het concept voor het plannen, boeken en betalen van al het mogelijke vervoer via één platform of app. Daarmee kunnen inwoners op maat van deur-tot-deur reizen met de deelfiets, -auto, -scooter, trein, tram, bus en zelfs de eigen auto en fiets. In de regio Utrecht werken we samen om ervaring op te doen met MaaSpartijen.
Langs de belangrijke openbaar vervoer-routes maken we superhaltes. Deze bieden meer voorzieningen dan een gewone bushalte en liggen wat verder uit elkaar. De afstand naar de halte vanuit de wijk is soms langer. De halte moet daarom een aantrekkelijke plek zijn. Bij een superhalte is het gemakkelijk om je fiets te parkeren, kun je overdekt wachten en is de toegankelijkheid van het hoogste niveau. Ook is de actuele reisinformatie duidelijk zichtbaar. Deelvervoer is beschikbaar, en bij sommige haltes werken we aan uitgebreidere voorzieningen zoals een watertappunt, kiosk, pakketkluis of de mogelijkheid voor het parkeren van de auto in de buurt.
We reguleren en stimuleren deelmobiliteit en stellen regels op voor projectontwikkelaars en aanbieders van deelvervoer. Ook ondersteunen we bewoners die overstappen op deelauto’s, zoals vaste parkeerplaatsen en de aanleg van meer groen in de straat. We gaan probeertegoeden verstrekken voor deelmobiliteit en openbaar vervoer en we proberen inwoners te stimuleren hun eigen auto tijdelijk elders te parkeren. Na een proefperiode kiezen ze definitief voor deelmobiliteit of hun eigen auto of een combinatie daarvan. Daarnaast moedigen we via GoedopWeg werkgevers aan om duurzame mobiliteit voor hun medewerkers te stimuleren.
3.4 We stimuleren het gebruik van deelmobiliteit •
We zetten in op een toegankelijk, betrouwbaar, flexibel, divers en uitstootvrij aanbod van deelvervoer (deelfietsen, -scooters en -auto’s).
•
We reguleren en stimuleren deelmobiliteit in de bestaande stad en bij nieuwbouw.
Marktontwikkelingen en vergunningsstelsel De markt van deelmobiliteit is op dit moment nog steeds in ontwikkeling. Er zijn overnames, faillissementen en fusies. Het grootste deel van deelvervoeraanbieders is op dit moment nog niet bereid langjarige contracten aan te gaan. Bijvoorbeeld via een
We streven naar een uitgebreid en toegankelijk netwerk van deelmobiliteit in de hele stad, dat betrouwbaar, flexibel, divers en 35
Deelmobiliteit in hubs Om de vindbaarheid en bereikbaarheid van deelmobiliteit te vergroten, leggen we buurthubs aan waar deelmobiliteit wordt aangeboden. We zorgen voor goede zichtbaarheid en toegankelijkheid van deelvoertuigen, vooral bij overstappunten. We werken ook aan een zo goed mogelijke plaatsing in parkeergarages en bij parkeerterreinen. Ook onderzoeken we welke combinaties van deelmobiliteit goed werken.