CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingsprogramma Erfgoed gemeente Amersfoort 2026-2040

Raadsvergadering 27 mei 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Omgevingsprogramma Erfgoed 2026-204036.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Actueel beleid van rijk en provincie We sluiten met het Omgevingsprogramma Erfgoed aan bij beleid, trends en accenten van Rijk en Provincie. Landelijk gezien richt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zich op de bescherming en de duurzame ontwikkeling van het cultureel Erfgoed. OCW is verantwoordelijk voor de beleidsontwikkeling en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, Amersfoort) adviseert en voert dit beleid uit. Provincie Utrecht heeft doelstellingen voor Erfgoed vastgesteld in haar Provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de provinciale verordening. De provinciale doelstellingen zijn uitgewerkt in het Omgevingswetprogramma Cultuur en Erfgoed 2025-2028. Naast de algemene doelstellingen voor de bescherming van erfgoed, zijn er in het erfgoedbeleid van het rijk en provincie diverse speerpunten geformuleerd, zoals:

Beeldbepalende en beeldondersteunende panden

• • • •

Beeldbepalende panden hebben een cultuurhistorische waarde, vaak in relatie tot hun omgeving. Meestal gaat het om de voorgevel of het uiterlijk van het pand. Eerder zijn bij het opstellen van bestemmingsplannen, met name in beschermde stadgezichten, beeldbepalend panden vastgelegd.

• • •

Het verbinden van een cultuurhistorische waardering aan panden (zonder monumentenstatus) kan ook in de toekomst onderdeel zijn van een actualisering van het Omgevingsplan. Deze panden kunnen (deels) worden beschermd met de bestaande ruimtelijke regels van het Omgevingsplan en met de algemene welstandsregels. Naast de term beeldbepalende panden wordt ook de term beeldondersteunende panden gebruikt. Wanneer er voor een goede bescherming van deze panden aanvullende juridische regels gewenst zijn, bv met een aanvullende sloopvergunningplicht, vraagt dat meer: hier zal eerst een integrale afweging moeten worden gemaakt via een actualisatie van het Omgevingsprogramma, waarna de waarden via een thematische wijziging kunnen worden geborgd in het Omgevingsplan. Omgevingsprogramma Erfgoed Gemeente Amersfoort

• • • •

•

De complexe verduurzamingsopgave en energietransitie voor het erfgoed. Klimaatadaptatie (voor archeologie: is in situ behoud nog mogelijk?); De inpassing van erfgoed in ruimtelijke transities. Toekomstig archeologisch onderzoek en omgang met het bodemarchief bij grootschalige ruimtelijke opgaven. Groen- en landschappelijk erfgoed. De actualisering van de monumentenlijst met de Post ’65 periode. Erfgoedparticipatie en de maatschappelijke waarden van erfgoed, beleefbaar erfgoed (Verdrag van Faro - kadertekst toevoegen in hoofdstuk Erfgoed Verbindt). Provincie Utrecht: Gemeentegrens-overschrijdende structuren zoals de Grebbelinie; Toekomst Religieus Erfgoed. Militair erfgoed en Conflicterfgoed uit de Tweede Wereldoorlog. Provincie Utrecht: Het bekend en beleefbaar maken van de Utrechtse archeologie en bijbehorende verhalen. De provincie stelt geld beschikbaar voor publieksbereik en ook door publieksprojecten rond opgravingen aan te moedigen. De provincie Utrecht stimuleert het opstellen van gemeentelijke archeologische onderzoeksagenda’s en geeft daarvoor subsidie.

83

STAMU en MEBUG

Aanbevelingen MEBUG rapport voor de Amersfoortse erfgoedzorg uit 2022

Bij de uitvoering van erfgoedtaken en het opstellen van erfgoedbeleid werkt de gemeente Amersfoort samen met regionale en provinciale partners, waaronder het STAMU, Het Steunpunt Archeologie en Monumenten Utrecht. Het STAMU is een samenwerkingsverband van Landschap Erfgoed Utrecht en Mooisticht en wordt gefinancierd door de provincie Utrecht.

Een belangrijke aanbeveling uit het MEBUG-rapport voor Amersfoort is om de cultuurhistorische waarden goed in beeld te brengen met kaarten en documenten, zoals de Cultuurhistorische Waardenkaart. Met de Waardenkaart brengen we in beeld welke erfgoedwaarden nog een vertaling vragen naar het Omgevingsplan (daar waar dit nieuwe juridische consequenties heeft volgt eerst een (aanwijs)procedure). Ook wordt geadviseerd om duidelijke regels op te nemen in het beleid, zodat erfgoed bij ruimtelijke ontwikkelingen niet verloren gaat.

Elke vier jaar doet het STAMU een groots opgezet onderzoek naar het Erfgoedbeleid van de gemeenten in de provincie Utrecht: de Monitor Erfgoedbeleid Utrechtse Gemeenten (MEBUG). Het STAMU geeft daarmee ook uitvoering aan de taak van het rijk om toe te zien op de kwaliteit van de gedecentraliseerde erfgoedzorg door de gemeenten. Voorheen was dit een taak van de landelijke Erfgoedinspectie. De zorgvuldige rapportages hebben daarmee ook een formele basis in het stelsel van de zorg van de overheid voor het erfgoed. In 2022 verscheen het MEBUG-rapport de Wegwijzer voor de Toekomst. De algemene conclusie is dat veel gemeenten in de provincie moeite hebben om hun wettelijke erfgoedtaken uit te voeren, door beperkte capaciteit, grote transitieopgaven en andere nieuwe aandachtspunten zoals verduurzaming, groen erfgoed en participatie. Ook neemt de specialistische kennis en deskundigheid op het gebied van erfgoed af. Dit sluit aan bij de uitkomsten van het landelijke onderzoek Erfgoed en Overheid. Het MEBUG-rapport geeft adviezen om het erfgoed in Amersfoort beter te beschermen en zichtbaar te maken. Het gaat om gebouwen, landschappen, archeologie en structuren met historische waarde. De opbrengsten van dit rapport zijn verwerkt in dit Omgevingsprogramma Erfgoed.

Omgevingsprogramma Erfgoed Gemeente Amersfoort

Daarnaast vraagt het rapport aandacht voor groen erfgoed, zoals parken, oude bomen, lanen, houtwallen en historische watergangen. Deze elementen zijn belangrijk voor de identiteit van de stad én voor het klimaat. Ze kunnen helpen bij het zichtbaar maken van routes en het verbinden van gebieden. Ook thema’s als militair erfgoed, religieus erfgoed, en gebouwen uit de periode na 1965 (de zogenaamde Post65-architectuur) worden in het rapport genoemd als waardevol. Tot slot benadrukt het rapport het belang van participatie en samenwerking. Inwoners, erfgoedorganisaties en andere betrokkenen moeten actief worden meegenomen bij het maken van plannen. Ook wordt geadviseerd om de kennis over erfgoed te vergroten, bijvoorbeeld via educatie, informatie, bijeenkomsten en het delen van goede voorbeelden. Op deze manier blijft het erfgoed van Amersfoort niet alleen goed beschermd, maar ook beleefbaar voor iedereen - nu en in de toekomst.

Algemene uitgangspunten voor gebouwd erfgoed Gebouwd erfgoed wordt beschermd en beheerd op basis van een aantal algemene, langdurig geldende uitgangspunten. Het belangrijkste principe is “behoud gaat voor vernieuwen”: het streven is om bestaande monumentale waarden zoveel mogelijk te behouden en her te gebruiken, in plaats van te vervangen door nieuwbouw. Daarbij wordt gewerkt volgens de restauratieladder, die stap voor stap afweegt welke ingrepen nodig en verantwoord zijn - van onderhoud en herstel tot eventuele reconstructie. Deze aanpak sluit aan bij nationale en internationale verdragen en richtlijnen, zoals het Verdrag van Granada (1985) en het Verdrag van Faro (2005), die benadrukken dat erfgoed niet alleen materiële waarde heeft, maar ook betekenis

84

voor identiteit, leefomgeving en gemeenschapsgevoel. Samen vormen deze principes het fundament voor zorgvuldig omgaan met gebouwd erfgoed, waarbij kwaliteit, duurzaamheid en respect voor de geschiedenis centraal staan.

Algemeen (inter)nationaal archeologisch beleid In het landelijk archeologisch beleid zijn spelregels opgesteld voor het opsporen, waarderen en veiligstellen van archeologische resten. Het landelijke archeologische beleid is geregeld in de Erfgoedwet en de Omgevingswet. De basis van het beleid is het Verdrag van Malta dat in 1992 door de lidstaten van de Europese Unie is ondertekend. Vijf belangrijke afspraken uit dit verdrag zijn in de Erfgoedwet en de Omgevingswet overgenomen.

1 Behoud in situ Een van de afspraken gaat over behoud in situ van archeologische resten. Archeologische resten zijn direct verbonden met de bodem. Wanneer iemand in de bodem wil graven bijvoorbeeld omdat hij een huis wil bouwen, verliezen archeologische resten hun informatie of kunnen de resten worden helemaal worden vernietigd. Omdat de bodem vaak de beste garantie is voor een goede conservering van archeologische resten moeten deze zo veel als mogelijk op de oorspronkelijke plek in de bodem bewaard blijven. Archeologen kunnen dan in de toekomst de resten onderzoeken met betere methodes en andere vragen. Er wordt dus alleen opgegraven als bewaren in de bodem niet mogelijk is.

2 Ruimtelijke proces Een andere afspraak uit het Verdrag van Malta heeft met het ruimtelijke proces te maken. Om behoud in situ mogelijk te maken, is het belangrijk dat iedereen al vroeg in het proces van de ruimtelijke ordening rekening houdt met de archeologische resten die mogelijk de grond zitten. In de Omgevingswet is dit op verschillende manieren geregeld. Belangrijk is dat duidelijk moet zijn welke archeologische resten waar aanwezig zouden kunnen zijn.

Omgevingsprogramma Erfgoed Gemeente Amersfoort

85

3 Opgraven

Algemene beleidskaders voor bouwhistorie

Soms is het niet te voorkomen dat archeologische resten verdwijnen door nieuwbouw of graafwerk. In dat geval moet er eerst archeologisch onderzoek worden gedaan. In de Erfgoedwet staat wanneer en onder welke voorwaarden archeologische resten mogen worden opgespoord en onderzocht.

Zowel op Europees als landelijk en regionaal niveau zijn er beleidskaders voor bouwhistorie geformuleerd.

• Dit mag alleen als het opgravingsbedrijf een certificaat heeft. • De organisatie moet het onderzoek volgens vastgestelde regels uitvoeren. Er moet bijvoorbeeld binnen twee jaar een rapport worden geschreven waarin de resultaten van het uitgevoerde onderzoek staan. • De vondsten moeten worden overgedragen aan een archeologisch depot. Ook moeten kwetsbare vondsten worden geconserveerd. • Het depot is de eigenaar van de vondsten die tijdens een archeologisch onderzoek zijn gevonden. Voorwerpen die niet tijdens zo’n onderzoek zijn gevonden, maar bijvoorbeeld met een metaaldetector, noemen we toevalsvondsten. Een archeologische toevalsvondst moet worden gemeld bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Bij een toevalsvondst treedt de zogenaamde schatvindersregeling in werking: als de eigenaar van het object niet meer kan worden achterhaald, is de vondst het gedeelde eigendom van de vinder en de grondeigenaar van de plaats waar het object is gevonden.

4 De verstoorder betaalt In Nederland is ervoor gekozen om de ‘verstoorder’ te laten betalen voor het archeologisch onderzoek, ofwel de opdrachtgever van de graafwerkzaamheden. Dit staat ook in de Erfgoedwet. Zijn de kosten voor het onderzoek te hoog? Dan kan het een goede oplossing zijn om de plannen aan te passen, zodat de resten in de grond kunnen blijven liggen.

5 Uitwisseling van kennis Twee andere belangrijke afspraken uit het Verdrag van Malta zijn niet in een wet geregeld. Het gaat om de uitwisseling van kennis met andere archeologen in het binnen- en buitenland. Ook moeten de onderzoeksresultaten zo veel als mogelijk worden verteld aan de samenleving. Dit sluit aan bij het Verdrag van Faro.

Omgevingsprogramma Erfgoed Gemeente Amersfoort

1 Europees beleid: Verdrag van Malta Met het ondertekenen van het verdrag van Malta (officieel: het Verdrag van Valletta, 1992) verplichtten de deelnemende Europese landen zich om erfgoedwaarden vroegtijdig mee te nemen bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of infrastructurele werken. Toegespitst op de bouwhistorie betekent dit dat ook historische gebouwen en structuren - zeker als ze nog niet beschermd zijn - tijdig onderzocht moeten worden bij plannen voor verbouwing, sloop of herontwikkeling. Zo kan belangrijke kennis over bouwfasen, technieken of oorspronkelijke functies worden veiliggesteld, voordat een gebouw verandert of verdwijnt.

2 Landelijk beleid: Erfgoedwet en Omgevingswet Bij de implementatie van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving is bouwhistorie te beperkt ingevuld - feitelijk door een simpele vertaalfout: bouwhistorie valt in internationale context namelijk onder het begrip archaeology, zoals in het Verdrag van Malta is gehanteerd, maar niet onder de Nederlandse vertaling archeologie, zoals het in de Erfgoedwet (2016) is opgenomen. Bouwhistorie mist daardoor een wettelijk beleids- en financieringskader, zoals archeologie dit bijvoorbeeld wél heeft.

3 Landelijk beleid: Faro Het Verdrag van Faro stelt niet specifiek de bouwhistorie centraal, maar richt zich op de maatschappelijke en verbindende waarde van cultureel erfgoed in het algemeen. Het benadrukt de participatie en de maatschappelijke waarde van erfgoed, waaronder bouwkundig erfgoed, en stimuleert burgers om deel te nemen aan het bepalen, bewaren en doorgeven van erfgoed, waardoor de betrokkenheid bij en het behoud van gebouwen worden vergroot en erfgoed beter kan worden ingezet voor sociaal-maatschappelijke doelen.

86

4 Provinciaal beleid: Omgevingsprogramma De provincie Utrecht ziet bouwhistorie niet als opzichzelfstaand beleidsterrein, maar als integraal onderdeel van erfgoed- en ruimtelijke ordening, waarvoor ze in het provinciaal Omgevingsprogramma de bescherming van cultureel erfgoed, kennisdeling en netwerkvorming, stimuleren van kwaliteitsbehoud en de bevordering van regionale samenwerking als doelen heeft geformuleerd.

5 Gemeentelijk beleid Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is cultuurhistorie (inclusief bouwhistorie) expliciet genoemd in de wet als belang om rekening mee te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het wordt gestimuleerd en ondersteund door de overheid, vooral via de RCE, maar de concrete toepassing en verplichtstelling ligt grotendeels bij gemeenten. Het moet in Nederland dus op lokaal niveau worden geregeld. Er bestaan duidelijke verschillen in de manier waarop de gemeenten het bouwhistorisch onderzoek regelen, maar in de meeste gemeenten speelt bouwhistorie (nog steeds) een ondergeschikte rol in het beleid. Bouwhistorisch onderzoek vindt in Amersfoort voor het overgrote deel plaats naar aanleiding van vergunningverlening. Hierbij wordt waarde gehecht aan het verkrijgen van medewerking door overreding en enthousiasmering van de eigenaar dan aan het vastleggen in strikte regelgeving. Door bouwhistorisch onderzoek in een vroeg stadium van de planvorming te (laten) uitvoeren, kunnen de restauratie- en verbouwingsplannen indien nodig tijdig worden bijgesteld, waardoor de extra kosten die de planaanpassing met zich meebrengen voor de eigenaar beperkt kunnen blijven. Aansturing vindt plaats vanuit Monumentenzorg, uitvoering gebeurt door externe bouwhistorici.

Amersfoort heeft korte tijd - vanaf 2002 - een gemeentelijke bouwhistoricus gehad, waardoor naar een aantal afzonderlijke panden uitgebreid onderzoek kon worden gedaan. De resultaten hiervan zijn voor een belangrijk deel onder de aandacht van een breed publiek gebracht in het boek Middeleeuwse huizen in Amersfoort dat in 2005 werd gepubliceerd.

Omgevingsprogramma Erfgoed Gemeente Amersfoort

87

Colofon Uitgave

Gemeente Amersfoort

Citaat gedicht pagina 2

Stadsdichter Tanja ter Brake | tanjaterbrake.nl

Fotografie

Gemeente Amersfoort, Afbeelding Rietveldpaviljoen p. 72 - Foto Cas Oorthuys - Nederlands Fotomuseum

Grafische vormgeving

studioharryprins.nl

Gemeente Amersfoort

Postadres

Bezoekadres

T

14 033

Postbus 4000

Stadhuisplein 1

E

info@amersfoort.nl

3800 EA Amersfoort​

3811 LM Amersfoort

I

www.amersfoort.nl

88

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16910380/1