CConstaterende datAmersfoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Detailhandel Amersfoort

Commissie Bedrijvigheid 10 juni 2026, gemeente AmersfoortBij agendapunt: Raadsacademie: Economie en Citymarketing (beeldvorming)14.721 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Winkelen, boodschappen doen, ontmoeten

Nota Detailhandel 2021

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

2

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Inhoudsopgave Voorwoord .............................................................................................................................................................. 5 Inleiding................................................................................................................................................................... 7 Participatie .......................................................................................................................................................... 7 Retailagenda ....................................................................................................................................................... 8 Ontwikkelingen detailhandel 2014‐2020 .............................................................................................................. 10 Landelijke trends en ontwikkelingen ................................................................................................................ 10 Ontwikkelingen Amersfoortse detailhandel 2014‐2021 ................................................................................... 13 Effecten van de coronapandemie .....................................................................................................................

23 Uitgangspunten detailhandelsbeleid .................................................................................................................... 25 Handhaven bestaande detailhandelsstructuur ................................................................................................. 25 Faciliteren bezoekmotieven per type gebied.................................................................................................... 25 Inventarisatie plancapaciteit en verminderen detailhandelsmeters ................................................................ 27 Stimuleren en clusteren circulaire detailhandel ............................................................................................... 28 Terughoudendheid bij binnenstedelijke herontwikkelingen ............................................................................ 28 Supermarkten ................................................................................................................................................... 28 Uitwerking detailhandelsbeleid ............................................................................................................................ 30 Stadshart ...........................................................................................................................................................

30 Stadsdeelcentra ................................................................................................................................................ 40 Wijkwinkelcentra .............................................................................................................................................. 40 Winkels buiten de detailhandelsstructuur ........................................................................................................ 41 Leegstand en transformatie .............................................................................................................................. 44 Bijlagen.................................................................................................................................................................. 46 Definitie bezoekmotieven ................................................................................................................................. 46 Voorbeelden moodboards deelgebieden ......................................................................................................... 48 Nota Detailhandel 2021 en de Omgevingswet ................................................................................................. 51

3

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

4

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Voorwoord De detailhandel is belangrijk voor onze economie. De branche zorgt voor werk en biedt mensen de mogelijkheid om te kopen wat ze nodig hebben. Door beleid vorm te geven en in een nota vast te leggen, wil de gemeente de aard en toekomst van de lokale detailhandel stroomlijnen. De vorige nota detailhandel stamt uit 2018 en werd begin 2019 geëvalueerd. Met als voornaamste conclusie dat het beleid nog grotendeels voldoet. De nota die voor u ligt is dan ook niet volledig nieuw, maar een actualisatie van het bestaande beleid. Op het moment van het vaststellen van deze geactualiseerde nota is het ruim een jaar geleden dat de coronacrisis in Nederland uitbrak. De maatschappelijke gevolgen zijn groot en ook de economie zal er mogelijk nog jaren effecten van ondervinden. Een wereldwijde virusuitbraak is uitzonderlijk maar ontwikkelingen die de detailhandel beïnvloeden, zijn altijd aan de orde: veranderende behoeften van de consument, ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, groei van technologische mogelijkheden. Winkels komen en gaan en de detailhandel is constant in verandering. Het beleid vraagt daarom om flexibiliteit, om in te kunnen spelen op dat wat zich niet laat voorspellen. Deze nota dient de komende jaren als leidraad voor het beleid.

Beleid dat de detailhandel in Amersfoort tot zijn recht laat komen en zorgt dat het winkelaanbod bij blijft dragen aan de veelzijdigheid van onze gemeente.

Fatma Koşer Kaya Wethouder Economie

5

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

6

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Inleiding Het detailhandelsbeleid van de gemeente Amersfoort maakt deel van het programma Economie. Als onderdeel van de beleidsevaluatie van dit programma dient ook het detailhandelsbeleid te worden geëvalueerd. Eind 2018, begin 2019 heeft deze evaluatie plaatsgevonden. Belangrijkste conclusie van deze evaluatie was dat het detailhandelsbeleid van de gemeente nog altijd voldoet, maar op een aantal punten moet worden aangepast. In deze geactualiseerde nota is dit gebeurd. De detailhandelssector is in verschillende opzichten van groot belang voor de stad Amersfoort. Allereerst vormen de winkels natuurlijk een belangrijke voorziening voor de inwoners van de stad. Hoewel er andere aankoopkanalen zijn, waarbij het internet de grootste rol speelt, worden nog altijd verreweg de meeste aankopen gedaan in fysieke winkels. Daarnaast is er een sociaal aspect: in de winkelgebieden ontmoeten bewoners van de stad elkaar. Verder is winkelen een belangrijke recreatieve bezigheid, waardoor niet alleen de Amersfoorters zelf, maar ook consumenten uit de regio en, als toerist voor een dag of enkele dagen, van ver daarbuiten. Maar ook in economisch opzicht is de detailhandel een belangrijke sector in Amersfoort. De sector is qua aantal vestigingen weliswaar de laatste vijf jaar wat teruggelopen, maar is met 13,3% van het aantal vestigingen nog altijd de op twee na grootste sector in Amersfoort.

In aantal arbeidsplaatsen is deze sector met 19% zelfs de grootste in Amersfoort. En van de bijna achthonderd ‘echte’ winkels in de stad bestaat ruim meer dan de helft uit zelfstandige ondernemingen, waar dus lokale ondernemers bijdragen aan de Amersfoortse economie. Ten opzichte van 2014 is er veel veranderd in de detailhandel. De crisis in de sector, als gevolg van zowel de economische conjunctuur als van nieuwe consumentenvoorkeuren en daarmee samenhangende ontwikkelingen zoals de toename van de online verkoop, zorgden ervoor dat veel gerenommeerde namen uit het straatbeeld verdwenen. Het hoogtepunt van de leegstand was in 2015, daarna trok het weer aan om in 2019 landelijk weer flink te stijgen. Ook dit is in Amersfoort terug te zien. Mede als gevolg van de oplopende leegstand heeft ook de provincie Utrecht detailhandelsbeleid opgesteld (Retailvisie provincie Utrecht, 2018). Dit beleid is er op gericht om de bestaande winkelstructuur in de steden en de dorpen zo veel mogelijk overeind te houden. Het terugdringen van de (plan)voorraad aan ‘detailhandelsmeters’ is daarbij een belangrijk provinciaal instrument, dat ook dient te worden vertaald in het gemeentelijk beleid. De uitbraak van het coronavirus begin 2020 heeft waarschijnlijk een versnellende invloed op de ontwikkelingen in de detailhandel.

Het is denkbaar dat de terugloop van het aantal winkels sneller zal plaatsvinden dan verwacht, onder meer door een toename van het aantal faillissementen en de snellere omschakeling van de consument naar online winkelen. Het is belangrijk om binnen het detailhandelsbeleid voldoende flexibiliteit in te bouwen zodat zowel conjuncturele schommelingen kunnen worden opgevangen, maar ook met structurele veranderingen kan worden omgegaan. In deze nota worden eerst de actuele trends en ontwikkelingen op detailhandelsgebied in brede zin besproken en laten we zien wat er in de afgelopen jaren in Amersfoort is gebeurd. Vervolgens geven we aan wat de uitgangspunten zijn voor het beleid. Voor een deel komt dit overeen met de uitgangspunten van de Nota Detailhandel 2014. We zetten het te voeren beleid voor de komende jaren uiteen voor de diverse soorten winkelgebieden en voor een aantal bijzondere detailhandelssectoren. Tot slot geven we aan hoe dit beleid kan worden uitgevoerd. De Nota Detailhandel 2021 biedt inzicht in trends en ontwikkelingen op het gebied van detailhandel, zowel landelijk als in Amersfoort, en geeft daarmee richting aan beleidsmakers, ondernemers en vastgoedeigenaren. Daarnaast dient de Nota als toetsingskader voor alle ontwikkelingen en initiatieven op het gebied van detailhandel in de stad en als leidraad voor het opstellen van Omgevingsplannen.

Participatie Belangrijke input voor het opstellen van deze nota waren op‐ en aanmerkingen die zijn verzameld tijdens de evaluatie van de Nota Detailhandel 2014.Er is toen overleg geweest met onder meer OBA, VEBA, KHN en een 7

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

aantal vertegenwoordigers van winkelcentra. Daarnaast is ook de Visie Stadshart een belangrijke bron geweest. Een participatietraject maakt een belangrijk onderdeel uit van het opstellen van die visie. Verder is er tijdens de raadspeiling in 2020 de mogelijkheid geweest om in te spreken. Daarvan is onder meer gebruik gemaakt door de VEBA.

Retailagenda De Retailagenda is in 2015 gestart op initiatief van het ministerie van Economische Zaken en betrokken organisaties en marktpartijen die streven naar een gezonde en toekomstbestendige detailhandelssector. Aanleiding voor de Retailagenda zijn de grote structurele veranderingen in de detailhandel die de afgelopen jaren sterk zichtbaar werden met vele faillissementen en leegstand als gevolg. Deze veranderingen zijn van invloed op de leefbaarheid van stadcentra, dorpskernen en centrumgebieden. Aan de ene kant is er (nationaal) sprake van een teveel aan winkelmeters dat moet worden teruggebracht, aan de andere kant is er innovatiekracht nodig om aan de veranderende eisen van de consument te voldoen. Die slag kan alleen worden gemaakt als alle betrokken partijen samenwerken. Begin 2018 sloot de gemeente Amersfoort zich bij de Retailagenda aan met het ondertekenen van de zogenaamde RetailDeal. In deze afspraak tussen gemeente en het Rijk is afgesproken om:     

In nauw overleg met de belangrijkste stakeholders (detailhandel, vastgoed, horeca, kunst en cultuur) een visie op de detailhandel en/of bredere binnenstad (door) te ontwikkelen; Hierbij concreet beleid en een actieplan met prioriteiten te ontwikkelen; Daarin het toekomstig winkelareaal te benoemen en duidelijke keuzes te maken in welk deel kansrijk is en welk kansarm; De visie, het beleid en het actieplan in regionaal verband af te stemmen, zo nodig onder regie van de provincie; De continuïteit en progressie van de RetailDeal te waarborgen door het onderwerp actief in het overdrachtsdossier voor de volgende collegeperiode op te nemen.

Met deze Detailhandelsnota en de Visie Stadshart is voor een belangrijk deel aan deze afspraken voldaan.

F IGUUR 1 O P 9 MAART 2020 WAS WETHOUDER F ATMA K OSER K AYA (ECONOMIE ) AANWEZIG OP HET R ETAILAGENDA V OORJAARSCONGRES IN DE P RODENTFABRIEK IN A MERSFOORT .

8

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Inmiddels is de Retailagenda een effectieve aanpak gebleken en is deze daarom met vier jaar verlengd. Voor de periode 2020‐2024 zijn twee hoofdpijlers vastgesteld:  

Lokale transformatie; Ondernemerschap, human capital en nieuwe verdienmodellen.

Het Amersfoortse detailhandelsbeleid sluit aan bij deze hoofdpijlers. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van kennis die binnen de Retailagenda wordt opgedaan en gedeeld, onder meer via onderzoeken, living labs, het kennisplatform Retailinsiders en retailinnovatielabs.

9

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Ontwikkelingen detailhandel 2014-2020 Landelijke trends en ontwikkelingen1 Diverse nationale en internationale trends en ontwikkelingen hebben invloed op de detailhandel. De belangrijkste zijn:

Internet, social media en big data Consumenten verwachten op Internet informatie over producten te kunnen vinden, en ze ook online te kunnen bestellen. De digitale consument is een geïnformeerde expert, communiceert en verzamelt informatie die leidt tot een aankoop online of offline. Dit betekent dat retailers een omnichannelstrategie moeten hebben (integratie van fysieke winkel met online aanwezigheid), zodat het niet meer uitmaakt of de consument naar de winkel komt of online bestelt. De online aanwezigheid komt ook van pas bij het gebruik van social media. Consumenten gebruiken social media om te praten over de producten die ze (willen) kopen, maar consumenten worden ook beïnvloed om producten te kopen via social media. Het is voor een retailer dus van belang om ook op social media aanwezig te zijn om mee te kunnen praten en te vertellen over het assortiment, acties en andere consumenteninformatie. Naast traditionele marketing zijn er steeds meer bedrijven die uitsluitend influencers inzetten die reclame voor hun producten maken via social media. Door directe links naar pagina’s waar de producten te koop zijn verandert de marketingstrategie van veel bedrijven2. Ook klantenservice vindt steeds meer plaats via social media, bijvoorbeeld via Twitter, Facebook, Instagram of WhatsApp.

F IGUUR 2 D E OMNICHANNELBENADERING VAN H UNKEMÖLLER : IN DE WINKEL WORDT VERWEZEN NAAR DE MOGELIJKHEID OM OFWEL VIA EEN APP TE BESTELLEN , OFWEL IN DE WINKEL TE BESTELLEN EN THUIS TE LATEN BEZORGEN , OF ONLINE TE BESTELLEN EN IN DE WINKEL AF TE KOMEN HALEN .

Door middel van big data kunnen tot slot consumenten in kaart worden gebracht en kan hun koopgedrag worden voorspeld. Zo kunnen er persoonlijke, passende aanbiedingen worden gedaan. Consumenten delen data met retailers om sneller en beter geïnformeerd en geholpen te worden. Partijen als Amazon en Albert Heijn testen momenteel kassa‐loze winkels uit waar de smartphone, sensoren en camera’s klanten kunnen herkennen, volgen en automatisch de meegenomen producten laten afschrijven van de bankrekening van de consument.

F IGUUR 3 A UTOMATISCH AFREKENEN IN DE TESTWINKEL VAN A LBERT H EIJN .

Polarisatie van de markt Door de economische crisis en het veranderende consumentengedrag is het middensegment onder druk komen te staan: consumenten gaan voor óf de laagste prijs, óf voor exclusief. Het concurrentieveld is voor veel

1 2

Bron: ING, bewerkt. Bron: INRetail – Retail richting 2030 10

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021 retailers veranderd: de traditionele onderkant van de markt is volgens INRetail ‘het nieuwe midden’3. In dit midden is price‐value (vooral gefocussed op een extreem lage prijs; goede kwaliteit en een aantrekkelijke winkelomgeving zijn minder van belang) en het assortiment steeds belangrijker geworden. Het assortiment wisselt daarbij snel om de klant enerzijds druk op te leggen om producten aan te schaffen en anderzijds terug te laten komen.

(Prijs)bewustwording van consumenten Consumenten zijn zich steeds bewuster wat ze kopen, consumeren en vooral bij wie.2 De (prijs)bewuste consument wil transparantie over de opbouw van de prijs maar ook over de retailer: wie is hij en wat doet hij. Consumenten hechten steeds meer waarde aan lokale producten maar ook de natuur en het milieu, duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid, hoewel er nog weinig bereidheid is om hier ook extra voor te betalen. Dankzij een continue toegang aan informatie op het internet wil de consument steeds meer weten over waar hun product vandaan komt of waar het product het goedkoopst aangeschaft kan worden. Doordat via Internet eenvoudig prijzen kunnen worden vergeleken is er in sommige sectoren een ‘race to the bottom’ ontstaan. Ook de deeleconomie maakt deel uit van de bewustwording van consumenten: meer maatschappelijk verantwoord consumeren. Er wordt dus meer gedeeld (ook via slimme online platforms) en tweedehandsproducten aangeschaft, overigens met name in economisch zwaardere tijden. Dit gaat vaak ten koste van de traditionele detailhandel. Ook wordt voorzien dat de consument steeds meer producten gaat leasen (fiets, wasmachine, matras, koffiemachine en kleding).

Internationalisering, ketenintegratie en het belang van service Internationale ketens die in eigen land te maken hebben met een verzadigde markt zien nog uitbreidingsruimte in het buitenland. Hierdoor gaan deze ketens steeds meer het beeld in onze winkelstraten bepalen. Om in te spelen op de snel veranderende vraag van klanten moeten leverancier en retailer nauwer dan voorheen samenwerken. Dit leidt ook tot de komst van (web)winkels door de leverancier, zodat er rechtstreeks aan de particuliere klant kan worden verkocht en de klantvraag ook sneller bij de leverancier ligt. Juist door de opkomst van het online winkelen is beleving en service in de fysieke winkel een ‘unique selling point’, of, zoals we dat tegenwoordig noemen, een ‘unique buying reason’. Met ‘als het er niet bij hangt dan hebben we het niet’ kom je er niet; om goede service te kunnen leveren is goed opgeleid (en vaak anders gekwalificeerd) personeel nodig. Op de arbeidsmarkt is een tekort aan mensen met de juiste vaardigheden.

Branchevervaging, blurring en technologische ontwikkelingen Steeds meer retailers voegen andere, branchevreemde producten toe aan hun assortiment. Daarnaast zien we steeds vaker ‘blurring’, het toevoegen van meer ‘beleving’ in de winkel om daarmee de klant langer in de winkel te houden. Dit gebeurt wel in de vorm van het toevoegen van horecaconcepten aan retail. Verder zien we technologische ontwikkelingen in de winkels verschijnen, van een virtuele passpiegel tot iBeacons die klanten herkennen en robots op de winkelvloer.

Demografie verandert, andere consumenten De demografische samenstelling in Nederland verandert bijvoorbeeld door meer vergrijzing en meer eenpersoonshuishoudens. Ook zijn er steeds sterkere regionale verschillen te zien door toegenomen verstedelijking en regio’s die met sterke krimp van de bevolking te maken hebben. Dit zorgt voor meer differentiatie in doelgroepen en vraagt om minder homogene retailconcepten, bijvoorbeeld bouwmarkten die kleine winkels openen in de binnenstad.3 Ook andere branches maken de ‘omgekeerde beweging’ door naast de winkels op perifere locaties ook in de binnensteden winkels te openen (Decathlon, IKEA, Gamma, Praxis).

3

Bron: INretail – Trends in retail 11

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Individualisering Het personaliseren van producten wordt, gedreven door technologische ontwikkelingen, steeds belangrijker. De consument wil een product dat speciaal voor hem gemaakt is. Dit betekent maatwerk in zowel producten, communicatie en service. Omdat een fysieke winkel altijd beperkingen blijft kennen in de vorm van distributie en aanbod, bieden webwinkels de kans om als verlengstuk van de stenen winkel op te treden. Hier kan de consument andere producten laten bestellen omdat online eenmaal meer mogelijkheden zijn.

Gemak versus beleving

F IGUUR 4 P RAXIS C ITY , EEN ' STADSBOUWMARKT '. GAMMA HEEFT EEN VERGELIJKBAAR CONCEPT .

De beschikbare tijd en de behoefte van de consument zijn bepalend hoe zij winkelen: de ene keer gaat de consument voor gemak (runshopping) en daarbij behorende producten. Gemak is voor de consument ook wanneer zij zelf kunnen bepalen wanneer, waar en hoe een pakket bezorgd wordt. Naast gemak speelt hierbij snelheid ook een rol, die in het Click & Collect bezorgsysteem bijvoorbeeld vooral leidt tot meer efficiëntie dan de huidige rondrijdende pakketbezorging. Een andere keer gaat de consument winkelen als deel van zijn of haar vrijetijdsbesteding (funshopping). Een prettige winkelomgeving is hierbij steeds belangrijker. In dit geval is de winkel voor de consument geen transactie, maar een attractie. Volgens INretail is er tegen 2030 nog maar een aantal steden waar mensen komen om voor hun plezier te winkelen. Amersfoort heeft zeker potentie om daar bij te horen. Immers: consumenten zoeken een vitaal en multifunctioneel verblijfsgebied. Een aantrekkelijke binnenstad heeft een compleet aanbod van detailhandel, horeca, cultuur en historie. Ook na sluitingstijd van de winkels is voldoende te zien en doen in de omgeving (de zogenaamde nachteconomie).

Het overgrote deel van de binnensteden – de kleine en de middelgrote – profiteren weinig van de economische opgang en kan nog niet voldoende mee gaan in deze F IGUUR 5 P ICNIC , GESTART IN 2015 IN A MERSFOORT, COMBINEERT ontwikkelingen4. Daar wordt het stiller op straat en EEN AANTAL TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELINGEN MET DE stijgt de leegstand, ondanks transformaties die LEVENSMIDDELENBRANCHE TOT EEN NIEUW BUSINESSMODEL . plaatsvonden. Toch hebben ook goede en populaire plaatsen in toenemende mate te maken met leegstand en minder bezoekers.5

4 5

Bron: Platform 31 Bron: Rabobank Retail Update, augustus 2019 12

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

F IGUUR 6 O P 19 F EBRUARI 2018 TEKENDE TOENMALIG WETHOUDER ECONOMIE W ILLEM ‐J AN S TEGEMAN – MET NOG ACHT ANDERE GEMEENTEN – DE R ETAIL D EAL MET STAATSSECRETARIS M ONA K EIJZER .

Ontwikkelingen Amersfoortse detailhandel 2014-2021 In het algemeen kan worden gesteld dat de Amersfoortse detailhandel tot 2019 redelijk tot goed functioneerde. De winkelleegstand is hiervan een goede indicator. Tot begin 2019 was deze teruggelopen tot 4,82% (in verkoopvloeroppervlak) en 4,77% (in panden). Onder meer door het faillissement van enkele grote ketens (met name Hudson’s Bay maar ook bijvoorbeeld CoolCat) steeg de leegstand in 2020 flink. In de loop van 2020 is Hudson’s Bay weer (tijdelijk) ingevuld; dit is meteen terug te zien in de leegstandscijfers: een flinke daling 4,74% in winkelvloeroppervlak maar een lichte stijging naar 6,44% in panden

Leegstand panden (aantal) 140 120 100 80 60 40 20 0

Leegstand panden % 7,0% 6,0% 5,0% 4,0% 3,0% 2,0% 1,0% 0,0%

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021

Leegstand panden

Leegstand panden %

Leegstandspercentage in wvo, Amersfoort en Nederland

Leegstand in m² wvo 50.000 10,0%

40.000

8,0%

30.000

6,0%

20.000

4,0%

10.000

2,0%

‐

0,0% 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021

2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Leegstand m²

Amersfoort

13

Nederland

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Onderstaand kaartje geeft een goed beeld van de verspreiding van de winkelcentra over de verschillende wijken van de stad, en van de verhouding tussen het stadshart en de overige winkelgebieden voor wat betreft het aantal verkooppunten.

22

60

17

5

11

10

79

21

55

46 13

37 12

26

592

6

19

26

27

51

86

F IGUUR 7 A ANTAL VERKOOPPUNTEN PER WINKELGEBIED , JANUARI 2020 B RON : L OCATUS

Begin 2020 bedroeg het totaal aantal verkooppunten in Amersfoort 1.802 waarvan 761 winkels. Naast de op het kaartje afgebeelde verkooppunten binnen de winkelgebieden zijn er nog 190 verkooppunten op bedrijventerreinen, 273 verspreid binnen de bebouwde kom en 85 buiten de bebouwde kom. Dit zijn alle verkooppunten, dus bijvoorbeeld ook benzinestations langs de snelwegen.

14

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Koopstromenonderzoeken De afgelopen jaren zijn diverse koopstromenonderzoeken uitgevoerd. Het onderzoek van 2011 voor de hele Randstad lag ten grondslag aan de vorige nota, daarna is er in 2015 nog een separaat onderzoek uitgevoerd in opdracht van de provincie Utrecht ten behoeve van de provinciale Retailnota. Voor deze Nota Detailhandel zijn vooral de onderzoeken van 2016 en 2018 van belang en kijken we ook naar de cijfers van 2011. Het koopstromenonderzoek is een grootschalig consumentenonderzoek onder inwoners van de Randstad en de ring van gemeenten er omheen. Dit gebeurt door middel van een online enquête onder inwoners die via een steekproef worden bepaald, aangevuld met enquêtes onder inwoners die zichzelf aanmelden. Door het koopstromenonderzoek wordt duidelijk waar de Amersfoorters hun aankopen doen in zowel de dagelijkse, als de niet‐dagelijkse sector, én waar de mensen die in Amersfoort aankopen doen vandaan komen. Dagelijkse goederen De meeste consumenten doen hun aankopen van dagelijkse goederen (boodschappen, maar ook bijvoorbeeld drogisterijartikelen, bloemen en dierenvoeding) dicht bij huis. Dat is ook in Amersfoort goed te zien. Van al het geld dat de Amersfoorters besteden aan dagelijkse goederen werd in 2018 91% in Amersfoort zelf uitgegeven. In 2016 was dat 92%, in 2011 91%.

Opvallend is hier de stijging van het aandeel online (bijvoorbeeld Picnic of Albert Heijn). Dat was in 2011 nog 1%, in 2016 3% en in 2018 al 5%. Dit is ongeveer de omzet van drie normale supermarkten, en het is de verwachting dat dit aandeel inmiddels al is toegenomen en nog verder zal toenemen. Voor dagelijkse goederen is de toevloeiing logischerwijs ook beperkt. Slechts 4% van de omzet komt vanuit andere gemeenten, nog eens 2% vanuit toeristische bestedingen. Niet-dagelijkse goederen Voor niet‐dagelijkse goederen geldt dat de concur‐ rentie van zowel andere winkelgebieden als online nog veel sterker is. De koopkrachtbinding, dus het percentage van het bedrag dat Amersfoorters uitgeven aan niet‐dagelijkse goederen dat in Amersfoort zelf wordt besteed, daalt gestaag: van 73% in 2011 via 67% in 2016 naar 63% in 2018. De belangrijkste oorzaak is hier het online winkelen: inmiddels wordt bijna een kwart van alle niet‐ dagelijkse goederen via webshops besteld.

100% 90% 80% 70% 60%

2011

50% 40%

2016

30%

2018

20% 10% 0% Binnen In andere Amersfoort gemeenten

Online

F IGUUR 8 P ROCENTUELE VERDELING VAN DE BESTEDINGEN VAN DE INWONERS VAN A MERSFOORT IN DAGELIJKSE GOEDEREN . B RON : KSO 2016, 2018

80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%

2011 2016 2018

10% 0%

Binnen In andere Online Uit de koopstromenonderzoeken blijkt ook dat de Amersfoort gemeenten regiofunctie van Amersfoort voor niet‐dagelijkse F IGUUR 9 P ROCENTUELE VERDELING VAN DE BESTEDINGEN VAN DE goederen nog altijd substantieel is. Het totale INWONERS VAN A MERSFOORT IN NIET ‐ DAGELIJKSE GOEDEREN . B RON : KSO 2016, 2018 aandeel van bezoekers van buiten Amersfoort in de omzet van de niet‐dagelijkse detailhandel binnen de gemeente steeg van 35% in 2011, via 43% in 2016 naar 47% in 2018. Op onderstaand kaartje is te zien waar de omzet van de Amersfoortse winkels vandaan komt. De percentages lijken misschien laag maar de regiopositie van Amersfoort wordt nog duidelijker wanneer ‘andersom’ wordt gekeken. Zo wordt door de inwoners van

15

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Leusden 34% van de bestedingen in niet‐dagelijkse goederen in Amersfoort gedaan, voor de inwoners van Soest is dat 21% en voor Baarn 17%. Ook voor een gemeente als Bunschoten, waar slechts 2% van de Amersfoortse omzet vandaan komt, is Amersfoort van belang: 23% van de bestedingen doen de Bunschotenaren in onze stad.

Almere

1%

Zeewolde

1% Gooise Meren

1%

Huizen

1% Putten

Bunschoten Hilversum

2%

1%

2%

Nijkerk

Baarn

5%

3% Amersfoort Soest

6%

53%

Barneveld

2%

Leusden

6%

Zeist

1%

Woudenberg

1% Utrechtse Heuvelrug

1%

F IGUUR 10 H ERKOMST VAN DE OMZET VAN A MERSFOORTSE WINKELS IN NIET‐ DAGELIJKSE GOEDEREN . B RON : KSO 2018.

16

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Stadshart Als we de coronacrisis buiten beschouwing laten draait de Amersfoortse detailhandel nog altijd relatief goed. Wel baart de recent toegenomen leegstand zorgen. In m² wvo valt die mee; de (weliswaar tijdelijke) komst van de KOOPman in het pand Hudson’s Bay draagt daar flink aan bij. Het valt op dat er weinig grote panden leegstaan; van de 53 lege panden in de binnenstad zijn er op dit moment slechts vier groter dan 500 m² wvo. Naast het pand dat Aldi na de verplaatsing naar het Neptunusplein heeft achtergelaten in de Kreupelstraat staat er nog een flinke winkel leeg op het Sint Jorisplein en twee grote units in Amicitia aan de Stadsring.

700

600

98

92

88

89

91

81

86

88 65‐Diensten

500 166

165

170

173

174

173

59‐Leisure 163

170

400 21 46 300

44

17 43

17 42

16 44

12 44

12 44

42

39

32

33

34

38‐Detailh Overig 37‐In/Om Huis

11 37 30

10 35 30

35‐Vrije Tijd 22‐Mode & Luxe 11‐Dagelijks

200

178

179

175

170

166

167

172

159

49

51

50

49

53

53

44

43

30

33

44

49

40

39

49

53

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

100

00‐Leegstand

0

F IGUUR 11 A ANTAL VESTIGINGEN IN DE BINNENSTAD VAN A MERSFOORT PER HOOFDBRANCHE . B RON : L OCATUS

Kijken we naar het aantal vestigingen, dan zien we dat de branche ‘Leisure’ (waar horeca onder valt) de gehele periode redelijk stabiel is gebleven. De branche Mode & Luxe heeft flink ingeleverd. Het aantal leegstaande panden stond begin 2021 op een recordhoogte van 53.

17

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Sinds 2014 is een flink aantal winkelketens failliet gegaan. Deze ketens hebben dus ook hun vestiging in Amersfoort moeten sluiten. Er zijn echter ook nieuwe ketens – zowel winkelketens als horecaketens ‐ in het Nederlandse winkellandschap verschenen. We kunnen constateren dat Amersfoort ook voor die ketens nog altijd interessant is.

Verdwenen…

Gekomen…

Ontwikkeling horeca in het stadshart Uit de evaluatie van de Nota Detailhandel 2014 bleek de zorg van veel ondernemers, met name in de binnenstad, over de ontwikkeling van de horeca. Horeca is inmiddels nauw met detailhandel verweven en we zien steeds meer menging, niet alleen binnen straten maar ook binnen ondernemingen (het inmiddels befaamde ‘blurring’). Daarom is het ook in deze nota van belang om de ontwikkelingen in de horeca te bespreken. In het bestemmingsplan Binnenstad uit 2015 is gevolg gegeven aan de uitgangspunten uit de Nota Detailhandel 2014, waaronder een verdere verstedelijking door meer functiemenging, intensivering en het versterken van de ontmoetingsfunctie van de stad. Horeca vervult hierin een belangrijke rol. De horeca was al een belangrijke drager van (delen van) de binnenstad. In het huidige beleid is horeca A(1), dus daghoreca, restaurants en dergelijke, een verrijking van die delen van het Stadshart met een gemengd, 'publiek' karakter, zoals de pleinen, winkelgebieden, aanloopstraten, de routes tussen het station, Eemplein en de binnenstad, De Nieuwe Stad, Eemhaven, Eemplein en Zonnehof. In dergelijke gebieden is de gemeente in het vestigingsbeleid ruimhartig bij nieuwe initiatieven voor horeca A(1). Voor het kernwinkelgebied staat de gemeente open voor meer menging van winkelen en horeca.

Dit kan betekenen dat er nieuwe horeca A(1)‐gelegenheden kunnen

18

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

komen. Ook het ontplooien van horeca‐achtige activiteiten in winkels (additionele horeca) blijft toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit. Een logisch gevolg van het toevoegen van daghoreca aan de centrumbestemming van het kernwinkelgebied is dat er in leegstaande panden meer horeca wordt gevestigd. Er zijn in de afgelopen jaren dan ook wel geluiden geweest ‘dat er wel erg veel horeca bij komt’. Daarom is het goed om objectief naar de cijfers te kijken. In Figuur 12 is het verloop van het aantal horecavestigingen per soort weergegeven. Opvallend is dat het aantal cafés behoorlijk is afgenomen en het aantal café‐restaurants juist is toegenomen. Dit is conform de landelijke trend en het gevolg van een veranderende vraag (andere manier van uitgaan) en het instellen van de minimumleeftijd voor alcohol op 18 jaar. Verder valt op dat het aantal lunchrooms (die onder horeca A(1) vallen) tot 2018 sterk stijgt, maar daarna weer afneemt. Dit is deels te verklaren door een andere indeling (sinds 2020 vormt een deel van deze vestigingen de aparte categorie Koffiebar) maar het lijkt er ook op dat de marktwerking hier een rol speelt.

Horeca naar type in aantal vestigingen 45 Restaurant

40

Café Café‐Restaurant

35

Lunchroom Fastfood

30

Bezorg/Halen Grillroom/Shoarma

25

Koffiebar Hotel

20

Coffeeshop Discotheek

15

Hotel‐Restaurant 10

IJssalon Pannenkoeken

5

Partycentrum Horeca Overig

0 2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

F IGUUR 12 O NTWIKKELING AANTAL HORECAVESTIGINGEN IN A MERSFOORT ‐ CENTRUM TUSSEN 2014 EN 2021. B RON : L OCATUS

19

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

8

Continu horeca

13 4

8

Horeca, leeg gestaan in periode 2014‐2018 Nieuw gevestigd Transformatie van winkel naar horeca 125

Transformatie van winkel naar horeca na leegstand

F IGUUR 13 O NTWIKKELING HORECA BINNENSTAD A MERSFOORT 2014‐2018. B RON : L OCATUS , BEWERKING GEMEENTE A MERSFOORT

Er kan dus worden geconcludeerd dat het doel om meer daghoreca in het centrum te faciliteren is bereikt. Toch roept dit bij sommigen de vraag op ‘hoeveel horeca kan een winkelgebied hebben’. Deze vraag is echter niet eenvoudig te beantwoorden. We kunnen wel kijken naar vergelijkbare gemeenten (gemeenten met een vergelijkbare economische structuur6 én een vergelijkbaar historisch aantrekkelijk centrum). In Figuur 14 is een vergelijking gemaakt tussen Amersfoort, Haarlem, Den Bosch en Zwolle. Hieruit blijkt dat het aantal vestigingen in de branche ‘Leisure’ (naast horeca vallen hier ook bijvoorbeeld musea onder) per 1.000 inwoners nog onder het landelijk gemiddelde ligt, en vergelijkbaar is met een stad als Zwolle. In Haarlem en Den Bosch zijn echter beduidend meer horecavestigingen per 1.000 inwoners. Ook als we zuiver naar horecavestigingen kijken zien we hetzelfde beeld. Er zijn in Amersfoort per 1.000 inwoners 2,39 horecavestigingen, net iets meer dan in Zwolle (2,27) en minder dan in Den Bosch (2,91) en Haarlem (3,16). 16 14

2,87

65‐Diensten

2,39

12 10

2,05 2,22

3,74

59‐Leisure 45‐Transp&Brand

3,44 2,7

8

2,16 3,08

2,85

38‐Detailh Overig 37‐In/Om Huis 35‐Vrije Tijd

6

22‐Mode & Luxe

4

2,55

2,52

1,96

1,65

11‐Dagelijks

1,44

1,71

1,54

1,43

1,63

00‐Leegstand

Amersfoort

Haarlem

Den Bosch

Zwolle

Nederland

1,62 2 0

F IGUUR 14 A ANTAL VESTIGINGEN PER BRANCHE PER 1000 INWONERS IN A MERSFOORT, VERGELIJKBARE PLAATSEN EN N EDERLAND , 2020. B RON : LOCATUS

Er wordt door de consument de laatste jaren onmiskenbaar meer geld uitgegeven in de horeca. Ook uit het Onderzoek Toeristisch bezoek aan steden van het NBTC/NIPO uit 2019 blijkt bijna de helft van de toeristen die Amersfoort bezoeken komen voor het winkelen (voor bijna een derde is dat zelfs het belangrijkste bezoekmotief), en meer dan de helft om te lunchen of te dineren. Ruim twintig procent van de bezoekers komt 6

Gelijkenisscore op basis van 106 indicatoren, door Bureau Louter. Zie http://bureaulouter.nl.

20

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

(onder meer) om op een terrasje te zitten. Vooralsnog lijken maatregelen om de groei van horeca af te remmen niet nodig. Wel verdient het de aanbeveling om het horecabeleid zoals vastgelegd in de Horecanota uit 2013 nog eens tegen het licht te houden en waar nodig te actualiseren.

Stadsdeelwinkelcentra In de detailhandelsnota worden naast het stadscentrum nog drie grotere winkelcentra benoemd. De belangrijkste ontwikkelingen sinds 2014 zijn: Emiclaer Emiclaer is een planmatig ontwikkeld stadsdeelcentrum en wordt in de detailhandelsnota gezien als een aanvulling op het kernwinkelgebied, dat niet alleen een boodschappenfunctie maar ook een recreatieve functie heeft. In 2015 is het winkelcentrum verkocht door eigenaar Klépierre aan Wereldhave, dat het begin 2021 doorverkocht aan Urban Interest. Op dit moment is nog niet bekend of de nieuwe eigenaar een even intensief beheer gaat voeren met een actief verhuurbeleid inclusief een uitgewerkte brancheringsstrategie, een goede samenwerking met de zittende huurders en aandacht voor promotionele activiteiten. De leegstand in Emiclaer is de laatste jaren iets toegenomen maar naar verwachting is dit geen structureel probleem. Er is geen toename van het aantal horecavestigingen. Hier is dan ook niet het bestemmingsplan zoals in de binnenstad aangepast. Met de vorige eigenaar zijn de mogelijkheden besproken om op strategische plaatsen in het winkelcentrum horeca toe te kunnen voegen en om kwaliteit toe te voegen aan de openbare ruimte. Op dit moment is niet duidelijk welke plannen de nieuwe eigenaar heeft.

In Emiclaer waren op 1 januari 2020 in totaal 83 verkooppunten met een totale winkelvloeroppervlakte van 13.602 m². Vathorst Vathorst was ten tijde van het opstellen van de Nota Detailhandel 2014 nog in ontwikkeling. In die nota wordt het winkelcentrum nog als “wijkcentrum groot” beschouwd maar wordt al aangegeven dat het centrum kan doorgroeien naar stadsdeelcentrum. Met de ontwikkeling van het nieuwste gedeelte met onder meer een grote vestiging van Lidl is deze schaalsprong inmiddels gemaakt: in vijf jaar is het aantal winkels gestegen van 47 naar 62 (totale winkelvloeroppervlakte van 13.086 m²). De eigendomssituatie is iets ingewikkelder dan in Emiclaer: de panden zijn eigendom van a.s.r. vastgoed en Lidl Vastgoed, en ook de gemeente heeft panden in haar bezit (waaronder het ICOONtheater). Leusderweg De Leusderweg is een zogenaamde “binnenstedelijke winkelstraat”. Doordat deze straat niet planmatig is ontwikkeld en vrij langgerekt is, heeft het gebied voornamelijk een boodschappenfunctie. Er zijn hier sinds 2014 niet heel veel ontwikkelingen geweest. Naast twee supermarkten zijn hier behoorlijk wat verszaken, wat het ‘boodschappenkarakter’ van de straat onderstreept. De Leusderweg is gelegen in een gebied met veel bewoners in de hogere inkomensgroepen.

Dat verklaart dat de verszaken vaak in het luxere segment zitten, maar ook bijvoorbeeld de aanwezigheid van een prominente boekhandel: een functie die minder vaak in de stadsdeelwinkelcentra wordt aangetroffen. De eigendomssituatie is op de Leusderweg anders dan bij de twee andere (planmatig ontwikkelde) stadsdeelwinkelcentra: vrijwel elk pand heeft een andere eigenaar. Dit maakt het lastiger om te ‘sturen’. Ook de ondernemers zijn minder goed georganiseerd; er is wel een winkeliersvereniging maar die is niet erg actief. Op de Leusderweg waren op 1 januari 2020 in totaal 87 verkooppunten met een totale winkelvloeroppervlakte van 10.658 m².

Buurt- en wijkwinkelcentra Behalve de drie grotere winkelcentra zijn er in Amersfoort nog zeven buurt‐ en wijkwinkelcentra: Euterpeplein, Hamseweg, Kraailandhof, Neptunusplein, Nieuwe Hof, Noordewierweg en Schothorst/Pieter Stastokerf. Deze zeven centra worden onverminderd als kansrijk gezien. Schaalvergroting en extra detailhandelsmeters worden alleen hier gefaciliteerd.

21

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Die extra detailhandelsmeters kwamen de afgelopen jaren vooral op het conto van supermarktontwikkelingen (zie hiervoor ook de paragraaf Supermarkten op pagina 28). In de afgelopen jaren zijn er diverse supermarktontwikkelingen geweest waarbij opvalt dat deze niet altijd zonder juridische procedures zijn afgerond. De vestiging van Aldi in de binnenstad (Kreupelstraat) is verplaatst naar het Neptunusplein (en vergroot van 755 m² naar 995 m² wvo), die op de Hamseweg is vergroot van 807 m² naar 1.085 m² wvo, en er is een extra Boni‐supermarkt gekomen op het Euterpeplein van 1.200 m² wvo. Buiten de genoemde centra is de vestiging van Lidl op de Rietzangerstraat verplaatst naar de Wiekslag (en vergroot van 694 m² naar 1.277m² wvo). Verder is de vestiging van Hoogvliet op het Operaplein meegenomen in de herontwikkelingsplannen aldaar en geldt hetzelfde voor de vesting van Lidl op de Balladelaan binnen de ontwikkeling van woningbouw op de Kop van Schothorst.

Locaties voor perifere en grootschalige detailhandel (PDV/GDV)

Appingedam en de Europese Dienstenrichtlijn

In de Nota Detailhandel 2014 was het expliciete beleids‐ voornemen opgenomen om de schaalvergroting in de detailhandel te faciliteren, behalve voor de branches dagelijks, ontspanning en mode/luxe. Specifiek ging het om ‘laagfrequente en doelgerichte branches’ sport, fietsen en elektronica. Deze vorm van detailhandel zou geclusterd moeten worden op de bedrijventerreinen Vathorst en Isselt. In de eerste jaren na vaststelling van de Nota Detailhandel 2014 zijn er inderdaad enkele ontwikkelingen geweest in de ‘laagfrequente en doelgerichte branches’ als gevolg van het detailhandelsbeleid. Zo heeft de Fietsvoordeelshop zich gevestigd op de Nijverheidsweg‐Noord op Isselt, maar is het niet gelukt om enkele serieuze gegadigden in deze branches te faciliteren op een locatie op bedrijventerrein Vathorst. Juist op dit punt zijn er diverse meningsverschillen geweest met de provincie Utrecht. In haar Retailvisie die eind 2017 is vastgesteld en een uitwerking is van de Provinciale Ruimtelijke Verordening, sluit de provincie de vestiging van detailhandel buiten de aangewezen contouren (de bestaande winkelgebieden) uit.

Op 20 juni 2018 deed de Raad van State uitspraak in een zaak die speelde in de gemeente Appingedam. De gemeente weigerde op een perifere locatie reguliere detailhandel toe te staan, om de binnenstadretailers te beschermen. Het Europees Hof had eerder dat jaar bepaald dat detailhandel moet worden aangemerkt als een ‘dienst’ en dus is de Europese Dienstenrichtlijn van toepassing. Dat betekent dat gemeenten wel zogenoemde territoriale beperkingen (‘waar mag iets wel, waar mag iets niet’) mogen opleggen, maar dan moet wel voldaan worden aan de volgende drie voorwaarden: 1. Non‐discriminatoir: de beperking mag geen onder‐ scheid maken naar nationaliteit; 2. Noodzakelijk: er moet een duidelijke noodzaak zijn met een aanwijsbare reden van algemeen belang; 3. Evenredig: kan het niet op een andere, minder ingrijp‐ ende manier? In de zaak in Appingedam speelde de vraag of de gemeente het recht had om op een woonboulevard reguliere detailhandel in het bestemmingsplan uit te sluiten. Vervolgens kreeg de gemeente de tijd om een deugdelijke, niet‐economische onderbouwing te schrijven. In dit geval is dit gelukt, waarbij de perifere ligging van Appingedam zeker meegespeeld heeft.

De keuze in de Nota Detailhandel 2014 om bepaalde branches te faciliteren op bedrijventerreinen is begrijpelijk, maar is in de praktijk moeilijk realiseerbaar gebleken en kan Deze zaak kan grote gevolgen hebben voor alle gemeenten inmiddels als achterhaald worden beschouwd. Het was en dus ook voor Amersfoort. sowieso al lastig om als gemeente een brancheringsbeleid toe te passen. De procedure uit 2019 in Appingedam (zie kader) heeft geleid tot een nog strengere eis aan de ruimtelijke onderbouwing.

22

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Effecten van de coronapandemie De effecten van de coronapandemie waar de wereld vanaf maart 2020 mee te maken had op de Amersfoortse detailhandel zijn op het moment van schrijven van deze Nota Detailhandel nog niet helemaal duidelijk. In de loop van 2020 zijn er wel enkele landelijke studies verschenen die daar enige voorspellingen over doen. Over het algemeen is het beeld dat de hardste klappen tijdens de coronapandemie vallen in de winkelgebieden die het moeten hebben van de bezoekmotieven snuffelen/dwalen, niet‐gericht winkelen, koffiedrinken/lunchen/dineren en uitgaan/evenementen (zie de paragraaf Faciliteren bezoekmotieven per type gebied op pagina 25). In Amersfoort is dat met name de binnenstad en in mindere mate de stadsdeelwinkelcentra. De wijkwinkelcentra, die meer drijven op ‘essentiële goederen’ hebben daar in het algemeen iets minder last van, al worden ook daar de effecten van corona gevoeld. In het rapport Veerkracht op de proef gesteld van het Planbureau voor de Leefomgeving wordt (de binnenstad van) Amersfoort op grond van een clusteranalyse uit een eerder rapport geclassificeerd als profiel B (uit een reeks A‐E): Solide en regionaal voorzienend. Voor de binnenstad wordt het effect van corona op een aantal aspecten van de binnenstad behandeld: wonen, werken, bezoeken en beleggen.

Wonen Het is niet duidelijk of corona het wonen in de binnenstad populairder of juist minder populair zal maken. Sommigen wijzen op de ervaring van mensen die de lockdown doorbrachten in kleine woningen zonder tuin en geschikte thuiswerkruimte, en op het risico van besmetting in gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid of ov‐afhankelijkheid. Bovendien is gebleken dat online werken voor veel mensen goed werkt en je dus ook buiten de Randstad in een betaalbare, groene omgeving kunt wonen. Aan de andere kant wordt gesteld dat als gevolg van corona de vraag toeneemt naar hoogstedelijke woonruimte met voorzieningen op loop‐ of fietsafstand. Ook binnensteden met open of groene ruimte binnen bereik zijn relatief aantrekkelijker. Voor het wonen in de binnenstad van Amersfoort is dat goed nieuws, al is niet helemaal duidelijk of deze consumentenvoorkeuren na corona blijvend zijn.

Werken Voor steden als Amersfoort geldt dat de werkgelegenheid redelijk het landelijk gemiddelde volgt. De laatste jaren is vooral de werkgelegenheid in detailhandel en financiële instellingen gedaald. Corona zou dit nog verder kunnen versnellen. Wel denkbaar is een groeiende behoefte aan fysieke plekken om online te kunnen werken. Met het verder teruglopen van de vraag naar winkelmeters zou dat een goede invulling van het vastgoed kunnen zijn.

23

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Bezoeken Over het algemeen is het bezoek aan de Nederlandse binnensteden in 2020 enorm teruggelopen. In Amsterdam is dat, vanwege de afhankelijkheid van het internationaal toerisme, het sterkst voelbaar, maar ook in andere steden zien we dat het bezoek sterk is teruggelopen. Na de eerste lockdown in het voorjaar bleef het aantal passanten in hoofdwinkelstraten op zaterdag op ongeveer de helft van het ‘normale’ percentage steken. Dit heeft directe gevolgen voor de levensvatbaarheid van ondernemingen in de binnenstad. De kosten lopen door, maar daar staan (te) weinig inkomsten tegenover. Dit is het meest acuut voor seizoensgevoelige branches zoals schoenen en kleding want de ingekochte voorjaars‐ en zomercollecties zijn nauwelijks verkocht, net als de wintercollecties voor het seizoen 2020‐2021. Sommige, maar niet alle, ondernemers, hebben dit ten dele ondervangen door thuisbezorging en onlineverkoop. Winkelen op afspraak is voor sommige branches een uitkomst en zal misschien na de pandemie blijven. Verder wordt op veel plaatsen de noodklok geluid en klinken pessimistische geluiden over het technisch failliet van vijftig procent van de horecaondernemers in sommige binnensteden. Dit zal ook voor Amersfoort flinke gevolgen hebben.

Beleggen Over het algemeen zijn vastgoedbeleggers risicomijdend; de waarde van vastgoed schommelt meestal minder dan die van aandelen. Door de coronacrisis wordt echter de positie van huurders lastiger. Op het moment van schrijven van deze nota lijken investeerders nog niet diep geraakt; de huurcontracten lopen nog door en huurders kunnen door financiële regelingen van de overheid de huur blijven betalen. Het is de vraag hoe lang dit nog kan duren. Kortom, het vooruitzicht voor winkelvastgoed is ongunstig. Voor kantoren zal veel afhangen van het al dan niet doorzetten van het thuiswerken. De binnenstad kan wel een geschikte plek zijn voor flexkantoren of dependances voor werknemers die de trein willen vermijden. Voor wat betreft het transformeren van winkelvastgoed naar wonen geldt dat dit op de echte toplocaties (denk aan de Kalverstraat in Amsterdam) niet voor de hand ligt. Voor de Langestraat geldt waarschijnlijk hetzelfde, maar op andere plekken wordt wonen voor de vastgoedeigenaar wellicht snel aantrekkelijker.

24

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Uitgangspunten detailhandelsbeleid Handhaven bestaande detailhandelsstructuur Net als in veel andere Nederlandse steden kent Amersfoort een geplande, hiërarchische detailhandelsstructuur die grotendeels in de tweede helft van de twintigste eeuw is ontwikkeld. Bovenaan de hiërarchie staat het kernwinkelgebied: het stadshart. Daaronder zien we een fijnmazig aanbod van stadsdeelwinkelcentra, wijkwinkelcentra en tot slot nog enkele buurtwinkelcentra. Tot slot is er een aantal (perifere) locaties waar met name volumineuze detailhandel plaatsvindt. Natuurlijk is de huidige manier waarop de consument winkelt en boodschappen doet onvergelijkbaar met die in de periode waarin deze structuur is opgezet. Toch is de structuur nog altijd relevant: hierdoor profiteren de verschillende functies optimaal van elkaar, blijven de winkelgebieden zo vitaal mogelijk en zijn er voor elke Amersfoorter op aanvaardbare afstand winkelvoorzieningen beschikbaar. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen er niet toe moeten leiden dat de huidige voorzieningenstructuur wordt aangetast. Ontwrichting van de structuur moet worden voorkomen; daarnaast profiteert de Amersfoortse economie optimaal als er zoveel mogelijk koopkracht binnen de gemeente wordt besteed.

Faciliteren bezoekmotieven per type gebied Consumenten kunnen diverse motieven hebben om een winkel‐ of centrumgebied te bezoeken. In onderstaande figuur zijn deze motieven afgezet tegen twee assen: de noodzakelijkheid (moeten vs. willen) en een as die loopt van materieel en commercieel, via immaterieel en commercieel, naar immaterieel en niet‐ commercieel. In de bijlage op pagina 46 staan de bezoekmotieven verder uitgewerkt.

materieel/commercieel gericht aankopen doen

gericht winkelen

boodschappen doen

koffie drinken

lunchen

niet‐gericht winkelen

dineren

‘snuffelen’ /dwalen

kapper/pers. verzorging

uitgaan/dansen/ festival/bioscoop

(flex)werken

moeten

willen diensten, w.o. reparaties

bewegen/ sporten museum/rond‐ leiding/theater

ontmoeten in de openbare ruimte

(tand)arts, instanties etc.

immaterieel/niet‐commercieel Met deze figuur wordt duidelijk welke functie de verschillende winkelgebieden in de stad vervullen. Voor de gemeente geeft het ook aan waarin het moet of kan sturen: voor de bezoekmotieven aan de linkerkant van het schema moet de gemeente vooral faciliteren: voorzieningen moeten er zijn maar ‘meer’ is niet ‘beter’. Aan de rechterkant kan er ook worden gekozen voor stimuleren waar de winkelgebieden als geheel van profiteren. 25

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

In de volgende paragrafen wordt per type gebied besproken welke bezoekmotieven vooral van toepassing zijn en welke beleidsuitgangspunten daar bij horen. Stadshart In het Stadshart komen alle bezoekmotieven voor, maar de nadruk ligt hier meer aan de rechterkant van het schema: meer ‘willen’ dan ‘moeten’. Consumenten maken dus een duidelijke keuze wanneer ze ‘naar de stad’ gaan. Deze keuze kan sterk worden beïnvloed door het gebied aantrekkelijker te maken, in aanbod van voorzieningen (winkels, horeca, evenementen), maar ook bijvoorbeeld in fysieke uitstraling, veiligheid en vertrouwdheid, bereikbaarheid en beleving. In de Nota Detailhandel 2014 werd gesproken over ‘recreatief winkelen/funshoppen’ maar het Stadshart heeft een bredere functie – niet alleen voor de Amersfoorters zelf, maar voor de hele regio. In de Nota Detailhandel 2014 is er voor het Stadshart alleen een differentiatie gemaakt tussen het kernwinkelgebied (binnenstad, Eemplein en Oppidium) en de overige delen (Zonnehof, Stationsomgeving, De Nieuwe Stad, de Wagenwerkplaats en de Stadhuisomgeving). Deze indeling is in feite te grof als wordt ingezoomd op de verschillende bezoekmotieven. Daarom wordt in deze nota een onderscheid gemaakt tussen de winkelketengebieden, de aanloopstraten/snuffelgebieden, de horecagebieden en de ‘special destinations’.

Dit betekent dat in het detailhandelsbeleid in het Stadshart met name is gericht op het optimaliseren van gericht en niet‐gericht winkelen, ‘snuffelen’/dwalen, uitgaan en het horeca‐aanbod. Daarbij is het belangrijk dat ook de minder commerciële functies zoals de culturele en de sociale functies behouden blijven of worden versterkt. Om aanknopingspunten te hebben voor eventueel gedifferentieerd beleid worden de diverse deelgebieden apart benoemd en beschreven. Stadsdeelwinkelcentra De drie stadsdeelwinkelcentra zitten qua grootte maar ook qua functie tussen het Stadshart en de wijkwinkelcentra in. Ze hebben een ruim aanbod aan dagelijkse goederen maar zeker ook mogelijkheden voor gericht winkelen, (ondersteunende) horeca, persoonlijke verzorging, diensten en bewegen/sporten. Dit betekent dat we in de stadsdeelcentra zowel een compleet dagelijks aanbod willen hebben als aanvullende functies zoals niet‐dagelijkse winkels voor gericht winkelen en alle soorten dienstverlening. Ook past hier (lichte) horeca en andere ontmoetingsfuncties zoals bewegen/sport. Wijkwinkelcentra De wijkwinkelcentra zitten meer aan de linkerkant van het schema: het ‘moeten’. Hier doet de consument vooral boodschappen – in de Nota Detailhandel 2014 noemden we dit ‘het doen van dagelijkse aankopen (boodschappen)’ – aangevuld met andere functies die meer met ‘moeten’ te maken hebben.

Deze gebieden hebben voldoende volume om in de toekomst vitaal en aantrekkelijk te blijven. Voor deze gebieden geldt dat het consumentengedrag minder goed beïnvloed kan worden: wel geoptimaliseerd maar niet gemaximaliseerd. Het is dus belangrijk er voor te zorgen dat de consument goed in zijn behoefte wordt voorzien. Neptunusplein Schothorst Euterpeplein Noordewierweg Hamseweg Hoogland‐Kraailandhof De Nieuwe Hof

Aantal verkooppunten 57 22 27 40 28 17 23

Winkelvloeroppervlak 7.776 3.921 3.472 3.266 13.731 3.503 3.375

Dit betekent dat we voor de wijkwinkelcentra streven naar een compleet dagelijks aanbod, eventueel aangevuld met winkels voor gerichte aankopen en persoonlijke en andere diensten. Ondersteunende horeca is hier minder van belang.

26

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021 Winkelstrips buiten de wijkwinkelcentra Buiten de eerder genoemde winkelcentra is er nog een aantal winkelstrips dat minder goed functioneert. Uitbreiding is hier niet gewenst, al kan een beperkte boodschappenfunctie blijven bestaan. Ook zien we hier soms persoonlijke verzorging en verschillende soorten dienstverlening. Vaak is op deze plekken niet zozeer de potentie van de locatie of de synergie met andere ondernemingen van belang maar kiezen ondernemers vooral voor de lagere huren hier. Dit betekent dat we verzoeken om uitbreiding van het aantal winkelmeters op deze plek niet toestaan, en eventueel meewerken aan verplaatsing van winkels in deze gebieden naar locaties binnen de detailhandelsstructuur en transformatie van het winkelvastgoed dat wordt achtergelaten. Locaties voor perifere en grootschalige detailhandel Locaties voor perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen (PDV/GDV) worden in principe uitsluitend bezocht door consumenten die gericht aankopen willen doen of gericht willen winkelen. We zagen al dat het aandeel aan niet‐dagelijkse goederen dat online wordt gekocht in Amersfoort verder toegenomen: in 2016 was dit toegenomen naar 19%, in 2018, al 24%. De artikelen die online worden gekocht vallen vaak in de categorie ‘doelgericht en laagfrequent’.

In de Nota Detailhandel 2014 werden in dat kader op bepaalde plekken in de periferie (Vathorst, Isselt) naast de al toegestane branches (meubelzaken, tuincentra, bouwmarkten, auto’s, boten, caravans en sanitair) ook nog bruin‐ en witgoed, sport, fietsen en dierenzaken toegestaan. De huidige ontwikkelingen binnen de detailhandel maken het echter noodzakelijk dat ook deze ‘doelgerichte en laagfrequente’ branches binnen de winkelgebieden worden ingepast. Daarnaast verbiedt het provinciaal beleid (PRV en Retailvisie) vestiging van deze branches buiten de bestaande winkelgebieden. Ook op nationaal niveau en in andere provincies is dat meestal het beleidsuitgangspunt. De diverse gerechtelijke procedures rond het al dan niet perifeer vestigen van een filiaal van de sportartikelenketen Decathlon zijn daarvan een duidelijk bewijs. Als gevolg hiervan zien we dat ketens van strategie wijzigen en toch filialen openen in binnensteden. Zo is Decathlon inmiddels onder meer gevestigd in de binnensteden van Nijmegen, Utrecht, Den Haag, Rotterdam en Enschede. Met name voor de (Kop van) Isselt is er een aantal winkels in volumineuze detailhandel (vooral in de woonbranche) dat wellicht verplaatst moet worden om hier wonen de ruimte te geven. Wellicht kan voor deze ondernemingen elders in de stad een cluster worden ontwikkeld.

Dit betekent dat de uitzondering voor bruin‐ en witgoed, sport en fietsen wordt geschrapt uit het detailhandelsbeleid. Hiermee versterken we de aantrekkingskracht van de bestaande winkelgebieden en wordt het Amerfoortse beleid bovendien in overeenstemming gebracht met het provinciaal beleid. Voor uit te plaatsen vestigingen van volumineuze detailhandel bekijken we of er een locatie gevonden kan worden waar deze winkels kunnen worden geclusterd.

Inventarisatie plancapaciteit en verminderen detailhandelsmeters Het Amersfoortse detailhandelsbeleid richt zich eenvoudig gezegd op ‘consolideren en concentreren’. We streven naar het behoud van de bestaande, kansrijke winkelgebieden. Diverse hier eerder besproken trends zorgen er echter voor dat de behoefte aan winkelmeters afneemt en nog verder zal afnemen. Om leegstand, en daarmee mogelijke verloedering en vermindering van de leefbaarheid, te voorkomen is het dus belangrijk dat er ‘meters uit de markt genomen worden’. Dit creëert daarbij vaak goede kansen voor transformatie naar woningen met het oog op de woonopgave die we als gemeente hebben. Om dit op een zorgvuldige manier te stimuleren inventariseren we de (verborgen) plancapaciteit. We beogen hier nadrukkelijk niet mee schaarste te creëren, maar proberen wel het overschot zo veel mogelijk terug te dringen. Dit betekent dat we een strategie zullen ontwikkelen met als doel om van die locaties, waar wel een detailhandelsbestemming op rust, maar die niet als zodanig in gebruik zijn, niet gelegen zijn in kansrijke gebieden en waarbij het niet aannemelijk is dat ze binnen afzienbare tijd als winkel in gebruik zullen worden genomen, de detailhandelsbestemming af te halen.

27

Winkelen, Boodschappen doen, Ontmoeten ‐ Nota Detailhandel 2021

Stimuleren en clusteren circulaire detailhandel De afgelopen jaren zijn er in Amersfoort steeds meer bedrijven actief geworden die die een waardevolle bijdrage leveren op het gebied van levensduurverlenging en upcycling van reststromen. Een aantal van deze bedrijven, waaronder diverse circulaire winkels, heeft zich gevestigd op bedrijventerrein Isselt. De bijzondere aard van deze bedrijven maakt dat het praktisch, maar ook bedrijfseconomisch, niet mogelijk is om de bedrijfsvoering binnen de bestaande winkelgebieden uit te oefenen. Bovendien is het de politieke ambitie is om deze bedrijven, en bedrijven elders in stad, te ondersteunen in hun activiteiten door ze een upgrade te geven naar een “Retourboulevard of Cirkelboulevard”. Dit betekent dat wij in overleg met de provincie onderzoeken of het mogelijk is om circulaire winkels (ideële kringloopwinkels, commerciële kringloopwinkels en/of commerciële vintagewinkels) onder voorwaarden toe te staan om hun bedrijfsactiviteiten op Isselt uit te oefenen.

Terughoudendheid bij binnenstedelijke herontwikkelingen Op diverse plaatsen in de stad worden gebieden herontwikkeld: van monofunctionele terreinen naar levendige stadswijken, waar wonen en diverse andere functies worden gemengd. Denk bijvoorbeeld aan de Wagenwerkplaats, De Kop van Isselt en het Hoefkwartier. Vanuit de gebiedsontwikkeling wordt vaak gestreefd naar ‘levendige plinten’. Als het gaat om functies7 dan kunnen dat woningen op de begane grond zijn, of diverse andere (buurtgerichte) functies, zoals medische of sociale voorzieningen. Het toevoegen van winkels op deze plekken ligt niet voor de hand: die moeten vooral geconcentreerd blijven in de winkelgebieden. Daar profiteren winkels ook het meest van elkaars nabijheid; vaak blijkt een solitaire winkel het niet te redden en wordt een ‘levendige plint’ al snel een ‘lege plint’. Daarnaast zijn de extra bewoners van de nieuwe gebieden hard nodig om het draagvlak van de bestaande winkelgebieden op peil te houden. Dit betekent niet dat er geen bedrijfsonroerend goed kan worden ontwikkeld, maar wel dat we hier erg terughoudend mee om moeten gaan. Naast de eerder genoemde functies kunnen ook kleinschalige ambachtelijke bedrijfjes of woon‐werkwoningen voor levendigheid zorgen. Dit betekent dat we per gebied bekijken of er een noodzakelijke behoefte is aan extra winkelmeters.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16970200/1