Motivering buitenplanse omgevingsplanactiviteit Soesterweg 342
Tekst van het document
Rapport 2500109.3200.r01 Woningbouw Soesterweg 342 in Amersfoort Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA)
www.SPAWNP.nl
Rapport 2500109.3200.r01
Klinkenbergerweg 30a | 6711 MK EDE | 0318 614 383 Vrijlandstraat 33-c | 4337 EA MIDDELBURG | 0118 227 466 Ceresstraat 13| 4811 CA BREDA | 076 303 00 17
IN
17 maart 2026 Bouw- en Aannemingsbedrijf Schoonderbeek De heer S. Pouwelse MSc De heer ing. M. de Witte De heer ing. D.J. Hobert
DENKKRACHT
Datum : Opdrachtgever : Behandeld door : Adviseur : Goedgekeurd :
BOUW - MILIEU - RUIMTE
Woningbouw Soesterweg 342 in Amersfoort Motivering Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA)
| ISO 9001:2015 | KvK 0909.2661 | btw NL8053.02.530.B01 | info@SPAWNP.nl | www.SPAWNP.nl
SPA WNP ingenieurs
INHOUD
2500109.3200.r01
PAGINA
1
INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied
4 4 4
2
SITUATIE PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie 2.3 Planologische situatie 2.4 Strijdigheden initiatief in relatie tot planologische situatie
5 5 6 7 9
3
PARTICIPATIE 3.1 Participatiegids Amersfoort 3.2 Participatie omgeving 3.3 Uitwerkingsvoorstel 3.4 Vaststellingsprocedure 3.5 Bezwaar/ beroep
10 10 10 10 11 11
4
BELEIDSKADER 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
11 11 13 16
5
ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU 5.1 Duurzaamheid en klimaatadaptatie 5.2 Verkeer- en parkeren 5.3 Flora en Fauna 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Geluid 5.6 Trillingen 5.7 Omgevingsveiligheid 5.8 Archeologie, cultuurhistorie en landschap 5.9 Bodem 5.10 Weging van het waterbelang 5.11 Gezondheid 5.12 M.e.r. -beoordeling 5.13 Onontplofte oorlogsresten 5.14 Energie en netinfrastructuur
20 20 23 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 34 35
6
KOSTENVERHAAL
36
7
AFWEGING EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES
36
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem/haar worden gebruikt voor het doel waarvoor het is opgesteld. Niets uit dit document mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of van SPA WNP ingenieurs. Kwaliteit en verbetering van product en proces zijn bij SPA WNP ingenieurs gewaarborgd middels een kwaliteitsmanagementsysteem dat is gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO 9001:2015.
Pagina 2
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
BIJLAGEN 1
Ontwerpboek
2
Participatie
3
Puntentelling groencompensatie
4
Onderzoek natuurinclusief bouwen
5
Mobiliteitsplan
6
Verkeerstoets
7
Parkeerbalans
8
Onderzoek stikstofdepositie
9
Quickscan flora en fauna
10
Akoestisch onderzoek (spoor)wegen
11
Akoestisch onderzoek industrie en bedrijven
12
Akoestisch onderzoek bandbunker
13
Akoestisch onderzoek gezamenlijk geluid
14
Quickscan geluidwering gevels
15
Quickscan omgevingsveiligheid
16
Bodemonderzoek
17
Asbestonderzoek
18
Berekening waterberging
19
Aanmeldnotitie m.e.r.
20
Projectplan opsporen ontplofbare oorlogsresten
Pagina 3
SPA WNP ingenieurs
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding
2500109.3200.r01
Initiatiefnemer is voornemens ter plaatse van de Soesterweg 342 in Amersfoort, 56 woningen en commerciële ruimten te realiseren. De plannen passen niet binnen het van toepassing zijnde omgevingsplan. Om die reden wordt een vergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. Onderliggende motivering behoort bij de omgevingsvergunning. In dit document is toegelicht op welke wijze het plan zich verhoudt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). 1.2
Ligging plangebied In afbeelding 1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Het plan is gelegen aan de Soesterweg 342 in Amersfoort. Kadastraal is het plangebied bekend als gemeente Amersfoort, sectie D, nummers 8367 en 8370. De omgeving betreft een stedelijk gebied waar voornamelijk woningen en bedrijven aanwezig zijn. Het plangebied grenst aan de Wagenwerkplaats, een gebied dat voorheen dienst heeft gedaan als onderhoudsterrein voor goederenwagons en waar hedendaags en voor de toekomst wordt ingezet op een menging van functies. Afbeelding 1:
Ligging plangebied (geel omlijnd)
Pagina 4
SPA WNP ingenieurs
2
SITUATIE PLANGEBIED
2.1
Huidige situatie
2500109.3200.r01
In de huidige situatie bevindt zich binnen het plangebied het terrein van voormalig hoveniersbedrijf Van Rijnsoever, dat eind 2024 is verhuisd naar een andere locatie. Nadat de bedrijfsactiviteiten van het hoveniersbedrijf zijn gestaakt, is het perceel in gebruik genomen voor opslag en stallingsactiviteiten. De planlocatie is circa 4.500 m2 groot en volledig verhard. De huidige invulling bestaat uit circa 1.000m2 aan bebouwing en grenst aan de portiersloge van de Wagenwerkplaats. De Wagenwerkplaats is een voormalige onderhoudswerkplaats van NS en zal de komende jaren transformeren naar een gebied waar wonen, werken, cultuur en evenementen samenkomen. De portiersloge (Soesterweg 318) behoort niet tot de planlocatie. De huidige functies en gebruiken binnen het plangebied worden voorafgaand aan de beoogde planontwikkeling beëindigd. In afbeelding 2 is de huidige situatie van het plangebied weergegeven, gevolgd door een vogelvluchtweergave in afbeelding 3. Afbeelding 2:
Ligging plangebied (geel omlijnd)
Pagina 5
SPA WNP ingenieurs
Afbeelding 3:
2.2
2500109.3200.r01
Vogelvluchtweergave plangebied
Toekomstige situatie De beoogde ruimtelijke ontwikkeling betreft het realiseren van 56 woningen en commerciële ruimten aan de Soesterweg 342 in Amersfoort. Het initiatief sluit in positie en bouwhoogte aan bij de bebouwing aan de Soesterweg door de oost-, west- en zuidgrenzen van het perceel stedenbouwkundig te begeleiden, waardoor er een gesloten bouwblok ontstaat dat harmonieus aansluit op de bestaande woningen aan de Soesterweg. Dit gesloten bouwblok creëert een rustig en veilig binnengebied. De achtertuinen vormen daarin een beschutte en serene omgeving. Door de randen zoveel mogelijk te voorzien van bebouwing, wordt het binnengebied afgeschermd. Rondom het plangebied creëert het voornemen, met aan alle zijden entrees en leefruimtes, sociale interactie tussen de nieuwe bewoners en de omliggende openbare ruimte. Afbeelding 4:
Ontwerp plangebied
De nieuwe bebouwing volgt de stedenbouwkundige en beeldkwalitatieve principes van de Wagenwerkplaats (kloek met eigentijdse uitstraling). Dit is terug te vinden in het repeterende karakter van de bebouwing, welke door een spel van gevelopeningen en voegkleuren, nader genuanceerd wordt.
Pagina 6
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
De keuze voor gebakken metselstenen vindt grondslag in zowel de Wagenwerkplaats als de Soesterweg. Daarmee zal de nieuwe planinvulling als schakel functioneren tussen de Wagenwerkplaats en de Soesterweg. Met het plan is sprake van een gevarieerd woonprogramma, de invulling is als volgt: · 1 vrijstaande woning; · 22 rijwoningen; · 33 appartementen (waarvan 20 sociale huur, 10 middenhuur en 3 hoekblok appartementen, koop). Voor de commerciële ruimten is 346 m² BVO beoogd. Uitgangspunt voor de commerciële voorziening is dat het een zelfstandige creatieve bedrijvigheid, kantoor en/of zakelijke dienstverlening betreft. Vanuit participatie met de buurt is ook de wens geuit voor een mogelijke voorziening voor de wijk. Daarvoor zijn plattegronden gekozen die zich goed lenen voor zowel een maatschappelijke functie als commerciële functie. De ruimten zijn aan de oostzijde binnen het plangebied beoogd. Verder worden ook bijbehorende tuinen, infrastructuur en bergingen gerealiseerd. In bijlage 1 (ontwerpboek 25-11-2025) van deze rapportage is het definitieve ontwerpboek bijgevoegd. Hierin wordt ingegaan op het stedenbouwkundig ontwerp en de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling. Het ontwerpboek voorziet in een situatietekening en een vogelvluchtimpressie van het project. De impressie is eveneens in de volgende afbeelding weergegeven. Afbeelding 5:
2.3
Impressie initiatief
Planologische situatie Ter plaatse van het plangebied is ‘Omgevingsplan gemeente Amersfoort’ van toepassing. Dit omgevingsplan is een Omgevingsplan van rechtswege. Het nieuwe deel van het Omgevingsplan is nog niet gevuld, hierdoor geldt als planologische situatie het geldende bestemmingsplan. Voor een deel van het plangebied (perceelnummer 8367), waar de vrijstaande woning wordt gerealiseerd, geldt bestemmingsplan ‘Soesterkwartier’, vastgesteld op 20 december 2011. Binnen dit deel van het plangebied geldt de bestemming ‘Wonen’. Er ontbreekt hier echter een bouwvlak. Hiernaast is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Deze dubbelbestemming wordt echter vervangen door dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ wegens de vaststelling van bestemmingsplan ‘Veegplan B’ en wijzigingsplan ‘Partiële herziening Veegplan B – Archeologie’. In afbeelding 6 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.
Pagina 7
SPA WNP ingenieurs
Afbeelding 6:
2500109.3200.r01
Uitsnede verbeelding ‘Soesterkwartier’ (plangebied rood omlijnd)
Voor het overige deel van het plangebied (perceelnummer 8370) geldt beheersverordening ‘Wagenwerkplaats e.o.’, vastgesteld op 26 maart 2019. Voor dit gebied geldt de bestemming ‘Bedrijf – Hovenier’. Hiernaast geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Verder is Partiele herziening Veegplan B – Archeologie 3 van toepassing, maar omdat de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ al in de beheersverordening is opgenomen, is deze niet verder relevant. In afbeelding 7 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.
Pagina 8
SPA WNP ingenieurs
Afbeelding 7:
2.4
2500109.3200.r01
Verbeelding beheersverordening ‘Wagenwerkplaats e.o.’ (plangebied rood omlijnd)
Strijdigheden initiatief in relatie tot planologische situatie Met het initiatief is sprake van woningbouw en van commerciële ruimten. Het plan is in strijd met de vigerende bestemmingsplannen: binnen de geldende bestemmingen ‘Wonen’(zonder bouwvlak) en ‘Bedrijf – Hovenier’ zijn de beoogde plannen voor woningbouw en commerciële ruimten niet toegestaan. Hiernaast reiken de aanwezige bouwvlakken niet volledig tot over het gehele plangebied, of zijn deze niet aanwezig. Om deze reden wordt een vergunning Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA) aangevraagd. Voorliggend initiatief wordt mogelijk gemaakt door middel van een aanvraag om omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Pagina 9
SPA WNP ingenieurs
3
2500109.3200.r01
PARTICIPATIE Ruimtelijke plannen hebben effect op omwonenden en gebruikers van de ruimte en om die reden dient het opstellen van ruimtelijke plannen zorgvuldig te gebeuren. In dat kader is het van belang dat er vooroverleg met betrokken partijen plaatsvindt. Op deze manier kunnen in een vroeg stadium knelpunten en verbeterpunten worden gesignaleerd.
3.1
Participatiegids Amersfoort Als kader van dit hoofdstuk participatie dient het document ‘Participatiegids Amersfoort’ gehanteerd te worden. Hiermee wordt beoordeeld of het aspect participatie wel of niet goed doorlopen is bij een ruimtelijke ontwikkeling. Het beoogde initiatief betreft een complexe ontwikkeling. Op basis van het document is een kaderstellende notitie en uitwerkingsvoorstel benodigd. Dit is doorlopen bij het voorliggende initiatief, waardoor het initiatief voldoet aan de eisen gesteld in de ‘Participatiegids Amersfoort’. In het onderstaande wordt ingegaan op het uitwerkingsvoorstel. In het ontwerpboek (bijlage 1) is ingegaan op de kaderstellende notitie.
3.2
Participatie omgeving In april 2022 is door de initiatiefnemer en de gemeente een eerste informatiebijeenkomst georganiseerd waar de verkenningen van een herontwikkeling gepresenteerd zijn. Naar aanleiding van de opbrengsten is een eerste plan op 5 juli 2023 gepresenteerd aan de omgeving. Daarna is het concept kaderstellende notitie opgesteld. De omgeving die ook op beide avonden aanwezig was, heeft een uitnodigingsbrief ontvangen om te reageren op het concept kaderstellende notitie. Eind 2023 kreeg de omgeving via een spreekuur en diverse schriftelijke mogelijkheden de gelegenheid om te reageren op de kaderstellende notitie. Naar aanleiding van de reacties is het concept kaderstellende notitie inhoudelijk niet gewijzigd. Vervolgens is op basis van de kaderstellende notitie door de initiatiefnemers in 2024 het ontwerp verder uitgewerkt. Tijdens de uitwerking heeft er individueel overleg plaatsgevonden met een aantal directe belanghebbenden. In november 2024 en januari 2025 zijn nog een tweetal inloopavonden georganiseerd. Verder heeft in juli 2025 de initiatiefnemer opnieuw een inloopavond georganiseerd om de buurt bij te praten. Op deze avond is gesproken over de gewijzigde planvorming, de gedeelde erfafscheiding en het proces. Vanuit participatie met de buurt is ook de wens geuit voor een mogelijke voorziening voor de wijk.
Daarvoor zijn plattegronden gekozen die zich zowel goed lenen voor zowel een maatschappelijke functie als commerciële functie.
3.3
Uitwerkingsvoorstel Op basis van de kaderstellende notitie is het stedenbouwkundig plan verder uitgewerkt in een uitwerkingsvoorstel. In het uitwerkingsvoorstel is een naderende onderbouwing gegeven hoe het plan aan gestelde kaders voldoet en invulling geeft aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Daarnaast zijn in het uitwerkingsvoorstel de kaders verder uitgewerkt. Het uitwerkingsvoorstel is in mei 2025 vastgesteld. Op basis van het uitwerkingsvoorstel werken initiatiefnemers de plannen voor de ontwikkelingen verder uit naar een definitief ontwerp voor de woningen. Het uiteindelijke plan wordt gepresenteerd aan de omgeving. Hiermee wordt het participatietraject afgesloten.
Pagina 10
SPA WNP ingenieurs
3.4
2500109.3200.r01
Vaststellingsprocedure De aanvraag van de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 2 van de Beleidsregel ‘toepassing uitgebreide procedure op aanvraag omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsactiviteit’ de uitgebreide procedure van afdeling 3.4 Awb van toepassing, omdat in het beoogde plan meer dan 10 woningen worden gerealiseerd. De beslistermijn is normaliter zes maanden. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmaal met maximaal zes weken verlengen. Het bevoegd gezag maakt het besluit tot verlenging bekend aan de aanvrager binnen de beslistermijn.
3.5
Bezwaar/ beroep De mogelijkheid van bezwaar komt alleen in de reguliere procedure voor. Tijdens de uitgebreide procedure maakt het bevoegd gezag een ontwerpbesluit. Hierop is het indienen van een zienswijze mogelijk. Nadat het besluit is genomen, is er nog beroep mogelijk. In een beroepsprocedure geeft de rechter een oordeel over een besluit van het bevoegd gezag. In beginsel zal de rechtbank zich hierover buigen. Daarna kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
4
BELEIDSKADER
4.1
Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie (Novi) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten met en zonder wettelijke grondslag en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1 2 3 4
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Toetsing De NOVI is niet specifiek van toepassing op de beoogde ontwikkeling. De ontwikkeling moet echter wel in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking verantwoord worden. Deze verantwoording is later in dit hoofdstuk opgenomen.
Pagina 11
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels van het Rijk opgenomen voor het omgevingsplan. De instructieregels gaan over: algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1); waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4); beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); · behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); · behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); · bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). · · · · ·
Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels gaan over: · voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen; · lokale spoorwegen binnen vervoerregio's; · lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool; · bebouwingscontour jacht; · bebouwingscontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijn instructieregels. Ladder van duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. De essentie van de laddertoets is dat bij een voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling steeds sprake moet zijn van een aantoonbare actuele marktbehoefte en dat er uitdrukkelijk moet worden gekeken naar de ruimtelijke effecten.
Toetsing Toetsing aan de Ladder houdt in dat bij een ruimtelijke procedure, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving wordt bijgevoegd van de behoefte aan die ontwikkeling en een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het initiatief betreft de realisatie van 56 woningen. Voor wonen geldt dat bij woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is dus ladderplichtig. Omdat het initiatief binnen stedelijk gebied wordt gerealiseerd, is een onderbouwing waarom het initiatief niet binnenstedelijk kan worden gerealiseerd niet van toepassing. Relevant blijft of er behoefte is aan het woningbouwplan.
Pagina 12
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Op alle beleidsterreinen is de laatste jaren veelvuldig beleid opgesteld met daarin de focus op het vergroten van de woningvoorraad. Zo is de grote woningbouwopgave ook verwerkt in de Omgevingsvisie van de provincie Utrecht en de Omgevingsvisie van de gemeente Amersfoort. Specifiek woonbeleid is opgesteld in de vorm van het Deltaplan Wonen van de gemeente Amersfoort. Deze beleidsstukken worden verder behandeld in paragrafen 4.2 en 4.3 van deze motivering. Samenvattend volgt uit alle beleidsstukken dat het doel is de bestaande woningvoorraad te verduurzamen, woningaanbod toe te voegen en woningen aan te bieden voor een grote diversiteit aan doelgroepen. Met project Soesterweg 342 wordt met de bouw van 56 woningen bijgedragen aan de woningbouwopgave van de gemeente en de provincie. De toevoeging van de commerciële ruimten is passend bij de woningen en is verder van kleine schaal. Het plan wordt binnenstedelijk gerealiseerd en zorgt voor een mix aan woningtypes voor verschillend publiek. Hiermee is de behoefte aan het project zeer aantoonbaar. Conclusie nationaal beleid Het nationaal beleid vormt geen belemmering voor het realiseren van het beoogde plan. 4.2
Provinciaal beleid Omgevingsvisie provincie Utrecht De Omgevingsvisie Provincie Utrecht is op 10 maart 2021 vastgesteld. In de visie staan verschillende beleidsthema’s, welke de ambities van de provincie weergeven. Per beleidsthema worden keuzes gemaakt voor de toekomst. Op de onderstaande afbeelding zijn de zeven beleidsthema’s van de provincie te zien. Samen zorgen de zeven thema’s voor een gezonde en veilige leefomgeving. Afbeelding 8:
Beleidsthema’s Omgevingsvisie Provincie Utrecht
Voor het onderhavige plan zijn alle beleidsthema’s tot zekere hoogte relevant.
Pagina 13
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Per beleidsthema worden de belangrijkste ambities weergegeven: Stad en land gezond: De provincie streeft naar een gezonde en veilige leefomgeving met goede milieukwaliteit, gewaarborgde veiligheid, en voldoende ontspanningsmogelijkheden tegen 2050. Geluidshinder moet niet toenemen, en risico's van gevaarlijke stoffen en straling moeten beperkt worden. Klimaatbestendig en waterrobuust: In 2050 moet het bodem- en watersysteem robuust en veerkrachtig zijn, duurzaam gebruikt worden, en bijdragen aan duurzame energie. Er moet altijd voldoende en schoon drinkwater zijn tegen 2040. Duurzame energie: Utrecht wil uiterlijk in 2050 CO2-neutraal zijn. Tegen 2030 moet minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik hernieuwbaar opgewekt worden, met optimale benutting van daken voor energieopwekking. Vitale steden en dorpen: De provincie zet in op circulaire en energieneutrale woningen, een sterk woon- en leefklimaat, en tegen 2040 voldoende passende woonruimte voor iedereen. Nieuwbouw moet tegen 2030 50% minder primaire abiotische grondstoffen gebruiken. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: Utrecht streeft ernaar in 2040 goed bereikbaar te zijn per fiets, openbaar vervoer en auto, in een gezonde en verkeersveilige omgeving. Alle belangrijke locaties moeten duurzaam, gezond en veilig bereikbaar zijn.
Levend landschap, erfgoed en cultuur: Ontwikkelingen moeten voortbouwen op de kernkwaliteiten van landschappen, met zichtbare aardkundige waarden en monumenten die bijdragen aan recreatieve beleving (2050/2030). Toekomstbestendige natuur en landbouw: Tegen 2050 wil Utrecht een robuust en klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteit hebben. De biodiversiteit moet zijn toegenomen en de natuur moet een hoge belevingswaarde hebben. Houtopstanden moeten bijdragen aan schone lucht en CO2-vastlegging (2040). Toetsing De realisatie van het woningbouwplan vindt, ondanks de beperkte schaal van het project, raakvlakken met veel beleidsthema’s. Zo wordt bij het plan onder andere gestreefd naar een gezond en veilig leefmilieu, wordt er duurzaam gebouwd met veel aandacht voor natuurinclusiviteit, wordt woningaanbod gecreëerd en wordt gebouwd in een bereikbare omgeving. Bij het initiatief is sprake van de realisatie van woningen binnen stedelijk gebied. Bestaand stedelijk gebied wordt getransformeerd, waardoor er sprake is van inbreiding en een duurzame herstructurering. Het plangebied wordt in de toekomstige situatie optimaal benut met het verzorgen van een divers aanbod op de woningmarkt. Het bezwaar dient ingediend te worden bij het bevoegd gezag dat het besluit heeft genomen. Het initiatief past binnen de Omgevingsvisie Provincie Utrecht.
Omgevingsverordening Provincie Utrecht De omgevingsverordening is opgesteld, omdat de Omgevingswet bepaalt in artikel 2.6 dat provinciale staten één omgevingsverordening vaststellen waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. De omgevingsverordening bevat instructieregels over taken en bevoegdheden van gemeenten en waterschappen. Daarnaast bevat de verordening direct werkende regels.
Pagina 14
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Belangrijke onderwerpen met een provinciaal belang zijn de volgende: · · · · · · ·
Stad en land gezond Klimaatbestendig en water robuust Duurzame energie Vitale steden en dorpen Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Levend landschap, erfgoed en cultuur Toekomstbestendige natuur en landbouw
Toetsing Het beoogde woningbouwplan heeft binnen de omgevingsverordening verschillende aanduidingen, waaronder enkelen niet relevant zijn voor het plan. Deze hebben betrekking tot bodemenergiesysteem, detailhandel, glastuinbouw en biomassa. Wel relevant is de aanduiding ‘stedelijk gebied’. Voor woningbouw is in artikel 9.17 bepaald dat bij een bestemmingsplan (of omgevingsvergunning) moet worden onderbouwd, dat de woningbouw past binnen het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken. Het voorliggende plan is een nieuwbouwplan waar een transitie plaatsvindt van bedrijvigheid naar wonen (met een klein deel bedrijvigheid). De woningbouw past binnen het belangrijkste basisprincipe voor verstedelijking uit het provinciaal programma Wonen en werken. Dit basisprincipe houdt in dat verstedelijking zo veel mogelijk binnenstedelijk nabij knooppunten plaatsvindt. Het gebied bevindt zich op korte afstand van belangrijke ontsluitingswegen en het Centraal Station van Amersfoort. Daarnaast moet op basis van lid 2 worden gemotiveerd dat het woningbouwprogramma niet zal leiden tot extra bodemdaling ter plaatse van het plangebied. Met de beoogde ontwikkeling wordt geen bodemdaling verwacht; op basis van het bodemonderzoek (bijlage 16) wordt geconcludeerd dat de bodem in het plangebied zandgrond betreft. Bodemdaling is voornamelijk aan de orde bij veen- en kleigronden.
Ook is de aanduiding ‘Waterschap Vallei en Veluwe binnen de bebouwde kom’ relevant. Het plan voldoet aan de regels uit de verordening door het opnemen van maatregelen ten aanzien van de waterbergingsopgave, zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 5. Conform artikel 5.11 van de Omgevingsverordening geldt ten aanzien van elektriciteits-infrastructuur het volgende: Voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe functies, niet zijnde minder dan 10 woningen, die tot een aanvullende belasting van de elektriciteits-infrastructuur kunnen leiden, wordt rekening gehouden met de aansluitbaarheid op de elektriciteits-infrastructuur. De motivering van een omgevingsplan bevat een energieparagraaf met daarin een verslag van het inventariserend overleg tussen de netbeheerder en de initiatiefnemer of de gemeente, waarin weergegeven wordt dat de ontwikkeling past binnen de energie-infrastructuur van de netbeheerder en andere relevante ontwikkelingen voor energiebeheer in de leefomgeving. De energieparagraaf is opgenomen in paragraaf 5.14 van deze rapportage. Gesteld kan worden dat het voorliggende initiatief past binnen de omgevingsverordening van de provincie Utrecht.
Pagina 15
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Conclusie provinciaal beleid Het provinciaal beleid vormt geen belemmering voor het realiseren van het beoogde plan. 4.3
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Amersfoort 2023-2040 Op 19 december 2023 is de omgevingsvisie Amersfoort 2023-2040 vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de gemeente Amersfoort richting aan alle keuzes over het gebruik en de inrichting van de ruimte in de stad waar we de komende periode mee te maken hebben. Zo vormt de omgevingsvisie de basis voor beleid en de regels die meer gericht zijn op de uitvoering: de omgevingsprogramma’s, -plannen, en -vergunningen. En zo is de omgevingsvisie het afwegingskader als een ruimtelijk initiatief niet in een bestemmingsplan of het omgevingsplan past. Amersfoort wil een inclusieve en aantrekkelijke stad zijn om in te wonen. Hiervoor wordt gehandeld met het principe: Amersfoort biedt een thuis voor iedereen, er wordt gekozen voor gezond groeien met voldoende diversiteit. Veel verschillende mensen kunnen hier naast en met elkaar leven, waarbij iedereen zichzelf kan zijn en zich verbonden kan voelen. Binnen de Omgevingsvisie zijn zes ontwikkelopgaven opgesteld welke van belang zijn voor de ontwikkeling van de gemeente. Deze thema’s zijn als volgt uitgewerkt, gevolgd door het principe van de opgave: 1. Een groene stad in een groene omgeving die water omarmt Principe: er wordt gekozen om het natuurlijk systeem leidend te laten zijn bij de inrichting van de (openbare) ruimte. 2.
Een duurzame CO2-neutrale stad Principe: hernieuwbare energie en materialen zijn van belang. 3. Een stad met een duurzame mobiliteit Principe: inzet op duurzame en actieve mobiliteit met prioriteit voor fietsers en voetgangers 4. Een inclusieve en aantrekkelijke stad om in te wonen. Principe: een thuis voor iedereen aanbieden en kiezen voor gezond groeien met voldoende diversiteit. 5. Een stad met een veelzijdige en veerkrachtige economie Principe: groei van het aantal arbeidsplaatsen met de groei van het aantal inwoners en dat economie een bijdrage levert aan een duurzame, circulaire, inclusieve, gezonde en leefbare stad. 6. Een stad waarin voorzieningen meegroeien Principe: groei van de voorzieningen met de groei van het aantal inwoners. Toetsing Het voorliggende initiatief betreft de realisatie van woningen en commerciële ruimten. Hiermee heeft het initiatief voornamelijk een link met de ontwikkelopgaves gericht op duurzame ontwikkeling, en het realiseren van een inclusieve aantrekkelijke stad om in te wonen. Natuurinclusiviteit en duurzame mobiliteit krijgen namelijk prioriteit in het ontwerp van de woningen en de omgeving, maar ook wordt er gekeken naar andere toepassingen van duurzaam ontwerp. Ook is er sprake van de realisatie van een divers woningaanbod, met verschillende woningtypes voor verschillende doelgroepen zoals gezinnen en een aandeel sociale huur.
Pagina 16
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
De toevoeging van de commerciële ruimten zorgt voor extra faciliteiten en is verder van kleine schaal. Mede door deze onderwerpen past het initiatief goed binnen de Omgevingsvisie Amersfoort 2030-2040. Deltaplan Wonen Op 28 mei 2019 heeft de gemeenteraad van Amersfoort het Deltaplan Wonen vastgesteld. Dit plan bevat een uitbreiding en aanscherping van de strategie sociale woningbouw. Het woonbeleid is erop gericht dat er voldoende, betaalbare en passende woningen worden gebouwd. Ondanks de vaststelling van de omgevingsvisie van de gemeente Amersfoort blijft het Deltaplan in werking; omdat het Deltaplan ook veel beleid bevat dat richtinggevend is voor de uitvoering blijft dit plan vooralsnog van kracht. Het Deltaplan is nodig totdat deze is geactualiseerd of vertaald in een omgevingsprogramma als bedoeld in de Omgevingswet. Amersfoort wil de lange wachtlijsten voor woningzoekenden oplossen en zorgen dat ook inwoners met een kleinere portemonnee nu en in de toekomst een woning kunnen kopen of huren. Tot 2030 zet Amersfoort daarom in op een groei van 1.000 woningen per jaar, zoals is vastgesteld in het Deltaplan Wonen. Het aandeel binnenstedelijke groei van de 1.000 woningen per jaar is 70%. In totaal worden in de projecten Langs Eem en Spoor tussen de 4.000 en 5.000 woningen gebouwd. Dat betekent dat er in hoge dichtheid gebouwd gaat worden.
Vanuit het Deltaplan wordt middels beleid en maatregelen niet alleen gefocust op sociale huur, maar inmiddels ook op speciale doelgroepen. Bij projecten geldt de verplichting dat minimaal 35% als sociale huurwoningen wordt gerealiseerd. Er zijn mogelijkheden voor maatwerk. Daarbij geldt dat binnen de 35% sociale huur minimaal 75% wordt verhuurd tot de eerste aftoppingsgrens. Daarnaast geldt dat sociale huurwoningen een woonoppervlak moeten hebben van minimaal 40 m2. Naast de behoefte aan sociale huurwoningen zijn ook meer woningen nodig in het middensegment voor middeninkomens. Daarom is het bij projecten verplicht om minimaal 20% woningen in het middensegment te realiseren, waarvan minimaal 10% met een lage middenhuur en minimaal 10% met een hoge middenhuur. Aan deze percentages kan ook worden voldaan met koopwoningen in het middensegment, mits er afspraken worden gemaakt over antispeculatie. Om een goede prijs-kwaliteitverhouding te borgen, moeten vrijesectorwoningen in het middensegment een woonoppervlak hebben van minimaal 50m2. Toetsing Binnen het initiatief is initieel een toevoeging van in totaal 56 woningen beoogd, met een mix van koop en (sociale) huur. Met 20 sociale huurwoningen is er sprake van een aandeel van afgerond 36% aan sociale huurwoningen binnen het plan.
Hiernaast is ruimte voor startende gezinnen, doordat de middensegment woningen beduidend groter zijn dan de minimale oppervlakte vanuit het Deltaplan. Door de realisatie van in totaal 56 woningen wordt bijgedragen aan de woningopgave binnen de gemeente en de behoefte aan woningen in Amersfoort. Omgevingsprogramma Werklocaties Het Omgevingsprogramma Werklocaties beschrijft hoe de gemeente Amersfoort uitvoering geeft aan het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen, kantoorlocaties en overige werklocaties in de stad.
Pagina 17
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Het programma richt zich op een toekomstbestendige ontwikkeling en beheer van bedrijventerreinen en andere werklocaties binnen de gemeente. Het programma heeft als primair doel het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven, waarbij een balans wordt gezocht tussen economische groei, duurzaamheid en een goede leefomgeving. Een belangrijk aspect is het optimaliseren van de ruimtebenutting, onder andere door het stimuleren van verdichting en transformatie van verouderde gebieden. Het programma zet in op de modernisering van bestaande bedrijventerreinen en de ontwikkeling van nieuwe, hoogwaardige werklocaties die voldoen aan de eisen van de moderne economie. Er is veel aandacht voor duurzaamheid, bijvoorbeeld door het stimuleren van circulaire economie, energiezuinige bedrijfsvoering en klimaatadaptatie. Daarnaast beoogt het programma de bereikbaarheid van werklocaties te verbeteren, zowel voor werknemers als voor goederenvervoer, met aandacht voor diverse vervoersmodaliteiten. Toetsing Het beoogde plan sluit aan bij het Omgevingsprogramma doordat het een transformatie betreft van een voormalige werklocatie. Duurzaamheidsthema’s als circulaire economie, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit krijgen veel aandacht in de planuitwerking. Welstandsnota 2017 Gemeente Amersfoort De gemeente Amersfoort hecht waarde aan een aantrekkelijke bebouwde omgeving.
Daarom heeft de gemeente in haar welstandsnota uitgangspunten en criteria voor de welstandsbeoordeling geformuleerd, die een belangrijke bijdrage moeten leveren aan het ontwikkelen en versterken van de ruimtelijke karakteristieken en kwaliteiten binnen de gemeente. Deze welstandsregels leiden niet altijd tot een pasklaar antwoord op de vraag of een ingreep wenselijk is of niet. Er zijn altijd initiatieven, ideeën en oplossingen die niet in regels te voorzien waren. Een helder geformuleerde ambitie is een belangrijk hulpmiddel bij de communicatie over ruimtelijke kwaliteit tussen bouwaanvrager, commissie Ruimtelijke Kwaliteit en het gemeentebestuur. Op basis van de welstandsnota ligt het plangebied buiten beschermde stadsgezichten. Wel zijn delen van de bebouwing aan de Soesterweg onderdeel van gemeentelijk beschermde stadsgezichten. Ter plaatse van het plangebied is langs de Soesterweg sprake van gebiedsgerichte criterium ‘bebouwing langs oude linten’, hier gelden specifieke regels met betrekking tot nieuwbouw. Aan deze bebouwingslinten staat een historisch gegroeide diversiteit aan functies en bebouwing, georiënteerd op de weg.
Uitgangspunt is het herkenbaar houden en/of herstellen van de historische routes, linten en kernen, het tegengaan van schaalvergroting in een niet passende omvang en het vasthouden aan het bindende element: eenheid in verscheidenheid, de afleesbare ontstaansgeschiedenis, de rooilijn en de continue openbare ruimte (de weg of de straat). De (grote) diversiteit in bebouwing aan de linten maakt het mogelijk om bij nieuw- of verbouw nieuwe ontwikkelingen toe te staan. Hoe meer de bestaande ruimte tussen en voor de huizen wordt ingericht als groene tuin, hoe sterker de ontspannen sfeer van de agrarische linten. Hagen en transparante erfafscheidingen die het zicht op de tuinen vrijlaten, dragen hieraan bij.
Pagina 18
SPA WNP ingenieurs
Afbeelding 9:
2500109.3200.r01
Kaart welstandsnota
Plangebied
Toetsing Het plan is gelegen aan de Soesterweg. De woningen zijn vanaf het lint deels zichtbaar. De beeldbepalende rol van de Soesterweg voor de stad vormt een extra aandachtspunt bij de welstandsbeoordeling. In het planontwerp is hier ook rekening mee gehouden door aan te sluiten op de maat, schaal en bouwhoogte aan de Soesterweg. Het in het uitwerkingsvoorstel opgenomen ontwerp is meermaals besproken met de Gemeentelijke Adviescommissie Omgevingskwaliteit en kan op instemming van deze Commissie rekenen. Omgevingsprogramma Mobiliteit 2025-2030 Het Omgevingsprogramma 2025-2035 werkt op basis van de Omgevingsvisie 2030-2040 voor de komende 10 jaar uit, hoe in Amersfoort wordt omgegaan met beleid. Het maakt duidelijk wat het beleid voor mobiliteit is en aan welke projecten en maatregelen komende jaren gewerkt wordt om de mobiliteitstransitie te bewerkstellingen. Een belangrijk onderdeel van het programma is anders om gaan met parkeren. Om te zorgen dat de groeiende stad leefbaar en bereikbaar blijft, wordt parkeerbeleid ingezet. Bij nieuwbouw komen, waar mogelijk, geconcentreerde parkeervoorzieningen, zodat in de rest van het gebied meer ruimte voor groen en ontmoeten is. Een stelsel van corridor-, stadsrand-, wijk- en buurthubs zorgt voor geclusterde parkeerruimte in combinatie met een aanbod van OV- en/of deelmobiliteit, aangevuld met andere voorzieningen.
Toetsing Het plan sluit aan op het omgevingsprogramma, door het opnemen van een reservering voor deelauto’s in de nabijgelegen parkeerhub, waar ook de parkeerplaatsen voor de woningen worden gesitueerd. De parkeerhub maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Wagenwerkplaats en is een voorbeeld van de geclusterde parkeerruimte uit het parkeerbeleid. In paragraaf 5.2 is nader ingegaan op mobiliteit.
Pagina 19
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Groencompensatiebeleid Op 31 mei 2022 heeft de raad het Groencompensatiebeleid vastgesteld. Het Groencompensatiebeleid van Amersfoort verplicht dat ruimtelijke ontwikkelingen natuurinclusief worden uitgevoerd om de biodiversiteit en klimaatbestendigheid te waarborgen. De stad Amersfoort wil in de toekomst gezond, groen en slim groeien. Samen met o.a. de Groenkaart en de Bomenleidraad zorgt dit compensatiebeleid voor behoud en versterking van de groene waarden van Amersfoort. Toetsing Het plangebied is niet opgenomen op de gemeentelijke Groenkaart. In de directe omgeving van het plangebied zijn wel enkele structuren vastgelegd. Meer concreet gaat het over de bestaande boomstructuur langs de Soesterweg en de beoogde lijnbeplanting over de wagenwerkplaats (het groene spoor). De planontwikkeling heeft geen effect op deze structuren. Het groencompensatiebeleid is gestoeld op een maatregelentabel. Deze tabel is onderverdeeld in maatregelen ten aanzien van bomen, omgeving, gebouw en verblijf. De tabel is ingevuld conform het onderzoek van Groenewold Adviesbureau voor Milieu & natuur (Mogelijkheden natuurinclusief bouwen Soesterweg 342 te Amersfoort, augustus 2024), welke beiden onderdeel uitmaken van de bijlagen. De beoogde ontwikkeling kwalificeert zich als kleinschalig project. Uitgangspunt is dat het gehele terrein momenteel bebouwd en verhard is.
De ingevulde tabel toont dat het plan in totaliteit qua puntenaantal voldoet. Voor de punten ‘bomen’ en ‘gebouw’ wordt individueel niet voldaan aan het vereiste aantal punten. Desondanks is door de gemeente akkoord gegeven op de huidige inzet. Conclusie gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid vormt geen belemmering voor het realiseren van het beoogde plan.
5
ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU
5.1
Duurzaamheid en klimaatadaptatie Een duurzaam project realiseren, is de samenhang vinden op ruimtelijk, sociaal-cultureel, economisch en ecologisch vlak. De lange termijnopgaven, zoals klimaatbestendigheid, beheersing van de verkeersdruk en energie neutrale gebouwen, moeten in zicht blijven. Aandacht voor duurzaam en milieubewust bouwen in alle stadia van het ontwerp en bouwproces is belangrijk. Daarbij is de ambitie om het plan zoveel mogelijk energie- en stromen neutraal te realiseren. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn duurzame energie, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Vanuit de ligging in het stedelijk gebied en de daarmee samenhangende kansen, is in overleg tussen initiatiefnemers en de gemeente gekozen om de duurzaamheidsaspecten van natuurinclusiviteit en duurzame mobiliteit te prioriteren. Duurzame energie Voor de toekomstbestendigheid van het plan, is het noodzakelijk om de energievraag van gebouwen te beperken. Het initiatief wordt volledig aardgasvrij opgeleverd. Om aan de duurzaamheidambitie te voldoen, is het belangrijk dat al op stedenbouwkundig niveau keuzes gemaakt worden, voor de duurzame energie-infrastructuur. Alle woningen zullen extra goed worden geïsoleerd. Triple glas, extra gevel- en dakisolatie leiden tot een vermindering van energievraag.
Pagina 20
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Energiebesparing vindt in het plan plaats door het gebruik van isolerende maatregelen en het verwerken van energiebesparende elementen in het stedenbouwkundig ontwerp. Duurzame mobiliteit Duurzame mobiliteit is naast natuurinclusiviteit het thema waar prioriteit aan wordt gegeven in de duurzaamheidsopgave. De ontwikkeling aan de Soesterweg 342 is gelegen in een gebied dat zich bij uitstek leent voor een duurzaam mobiliteitsprofiel. De multimodale ligging, met station Amersfoort Centraal binnen 800 meter, een bushalte op enkele tientallen meters, vrijliggende toekomstige fietsstructuren en een groot pakket aan voorzieningen in loopafstand, reduceert de noodzaak van privéautobezit substantieel. Ten behoeve van het initiatief is een mobiliteitsplan uitgevoerd welke is opgenomen in bijlage 5. Uit het plan blijkt dat de ontwikkeling aan de Soesterweg 342 een actieve en aantoonbare bijdrage levert aan de principes van STOMP: Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten en Privéauto. Deze ontwikkelvolgorde vormt het fundament onder het mobiliteitsconcept van het project en sluit rechtstreeks aan op zowel het gemeentelijk mobiliteitsbeleid als de uitgangspunten uit de gebiedsontwikkeling Wagenwerkplaats. Stappen en Trappen vormen het uitgangspunt voor alle verplaatsingen.
De locatie ligt in een fijnmazig netwerk van trottoirs en fietsroutes, en vrijwel alle dagelijkse voorzieningen zijn binnen 800 meter te bereiken. Door een verbreed trottoir langs de planlocatie en hoogwaardige, ruime fietsparkeervoorzieningen bij elke woning wordt lopen en fietsen actief gefaciliteerd. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving en maakt korte verplaatsingen aantrekkelijker dan de auto. Onder Openbaar Vervoer beschikt de locatie over excellente OV-bereikbaarheid, met station Amersfoort Centraal en buslijn 501 op zeer korte loopafstand. Deze nabijheid maakt het aantrekkelijk en logisch om OV te gebruiken voor langere verplaatsingen, waardoor het aantal autonome autobewegingen beperkt blijft. Met het structureel inzetten van Mobiliteitsdiensten, in de vorm van twee deelauto’s in de openbare ruimte, wordt een reëel alternatief geboden voor het bezit van een tweede of zelfs eerste auto. De strategische plaatsing, het kennismakingsaanbod voor nieuwe bewoners, en de toekomstige integratie in de mobiliteitshub versterken de bruikbaarheid en toegankelijkheid van deze diensten. De samenwerking met de toekomstige ontwikkelaar van de Wagenwerkplaats biedt bovendien kansen voor een gebiedsdekkend, robuust netwerk van deelmobiliteit. Daarmee wordt het gebruik van deelmobiliteit nadrukkelijk gestimuleerd. Pas als laatste stap komt de Privéauto aan bod.
Geheel conform STOMP wordt deze modaliteit ondergeschikt gemaakt aan de overige en duurzamere vervoerswijzen. Parkeren wordt geconcentreerd in de mobiliteitshub van de Wagenwerkplaats, uit het zicht en op afstand van de woningen. Voor de tijdelijke periode wordt uitgeweken naar P+R Mondriaanplein, zodat ook in die fase autogebruik niet onnodig wordt gefaciliteerd. De parkeerplaatsen in de toekomstige mobiliteitshub van de Wagenwerkplaats worden buiten het zicht van de openbare ruimte gerealiseerd en voorzien van laadcapaciteit voor elektrische voertuigen. Klimaatadaptatie Klimaatverandering speelt in toenemende mate een rol bij gebiedsontwikkeling en heeft dan ook betekenis bij het formuleren van kaders en ambities in het plangebied.
Pagina 21
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Kernbegrippen in het kader van klimaat zijn compensatie en adaptatie. Compensatie is het tegengaan en verminderen van negatieve effecten op het klimaat. Dit gebeurt door energiegebruik te beperken en/of duurzame energiebronnen te gebruiken en door gebruik te maken van materialen uit vernieuwbare bronnen. Adaptatie is het aanpassen aan de zich wijzigende omstandigheden zoals extremere weersomstandigheden en een stijgende energieprijs. Voorbeelden hiervan zijn het voorkomen van oververhitting, aandacht voor het realiseren van grotere piekbergingen voor neerslag en meervoudig gebruik van de bodem. In de gebouwde omgeving zijn voor energiegebruik en oververhitting, de oriëntatie van de bebouwing en de manier waarop met de bezonning is omgegaan bepalende factoren. Het microklimaat wordt bepaald door de verhouding tussen bebouwd en groen oppervlak en de relatie tussen bebouwde en groene structuren. Een goed groenontwerp helpt oververhitting tegen te gaan en vangt neerslag en luchtverontreiniging op. Om wateroverlast tegen te gaan wordt er uitgegaan van het principe; ‘‘Vasthouden - Bergen - Afvoeren’’. De ondergrond in het plangebied is goed doorlatend, waardoor normale regenbuien direct kunnen infiltreren.
Voor bijzondere situaties, zoals een zware regenbui, zijn een aantal voorzieningen opgenomen zoals groen- en bruindaken, de realisatie van een wadi en plaatsing van infiltratiekratten. Natuurinclusiviteit Het plangebied draagt met de prioritering aan natuurinclusiviteit bij aan de ecologische structuur in de omgeving. Zo wordt rond en aan gebouwen aan de oostzijde van het plangebied waar mogelijk groen gerealiseerd en is er een groen dak beoogd. Om de ecologische connectiviteit te waarborgen, worden faunapassages in het hekwerk opgenomen. De bebouwing zelf wordt eveneens benut als habitat door de integratie van nestvoorzieningen voor vogels en vleermuizen. Conform het onderzoek natuurinclusief bouwen, welke is opgenomen in de bijlagen, worden hoogwaardige habitats gerealiseerd voor enkele soorten: · · · · · ·
15x vleermuiskast gewone dwergvleermuis; 4x vleermuiskast geschikt voor laatvlieger; 1x vleermuiskast kraamverblijf; 27x gierzwaluw/huismuskasten; 3x zwarte roodstaartkasten; 2x vlinderstenen.
Bij de grondgebonden woningen zullen regentonnen worden geplaatst. Deze bieden niet alleen de mogelijkheid om drinkwater te besparen, maar ze bieden ook beperkte opbergcapaciteit bij wateroverlast. Verder wordt nog onderzocht of het mogelijk is om hemelwater op te slaan bij het appartementengebouw, waarbij het water gebruikt kan worden voor beregening van de collectieve tuin en voor het bieden van opbergcapaciteit bij wateroverlast. Conclusie Vanuit het aspect duurzaamheid en klimaatadaptatie is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
Pagina 22
SPA WNP ingenieurs
5.2
2500109.3200.r01
Verkeer- en parkeren Verkeer Verkeersontsluiting De Soesterweg, ten noorden van het plangebied, vormt de voornaamste ontsluitingsweg. Deze weg is ingericht als een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom. Het gebied is momenteel ook via de zuidoostkant bereikbaar via het Piet Mondriaanplein, maar uit een verkeersmodel van de gemeente Amersfoort blijkt dat een knip is aangebracht in deze route, vanwege toekomstige ontwikkelingen aan het terrein van de Wagenwerkplaats. Hiermee komt deze route in de toekomst dus te vervallen. Verder is er ten westen van het plangebied een langzaamverkeersroute vanaf de Soesterweg naar het terrein van de Wagenwerkplaats gesitueerd. Verkeersgeneratie De huidige functies op het perceel genereren verkeer. Om het effect van het planvoornemen te duiden is aan de hand van verkeerskengetallen berekend wat de toename van de verkeersgeneratie is, uitgaande van gemiddelde kengetallen. Er is uitgegaan van stedelijkheidsgraad ‘sterk stedelijk’, ligging ‘rest bebouwde kom’. In de huidige situatie is in het verkeersonderzoek (bijlage 1) uitgegaan van een totale verkeersgeneratie van 47 bewegingen per etmaal. Vanwege een planwijziging in het ontwerp is er ten opzichte van de eerdere berekening uit het verkeersonderzoek, voor de toekomstige situatie een aangepaste berekening gemaakt, weergegeven in tabel 1. Tabel 1: Beoogde ontwikkeling Type woning
Wonen
Kengetal
Bewegingen
(omschrijving CROW)
(aantal woningen)
(per woning)
(mvt per etmaal)
Koop, huis, vrijstaand
1
8,2
8,2
Koop, huis, tussen/hoek*
22
7,1
156,2
3
5,6
16,8
10
3,0
30
Koop, appartement, 75 - 100 m2 bvo huur, appartement, vrije sector <75 m2 bvo huur, appartement, sociale huur <75 m2 bvo Voorziening commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)
20
2,6
52
Oppervlakte in m² BVO
Kengetal (per 100 m² BVO)
Bewegingen (mvt per etmaal)
346
10,6
36,7
TOTAAL
299,9
Uit de resultaten van de berekening blijkt, dat er per gemiddelde weekdag in de toekomstige situatie afgerond 300 motorvoertuigbewegingen per etmaal plaatsvinden. Er is sprake van een toename van 253 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Op basis van de verkeerstoets (bijlage 6) is de conclusie dat de toename opgevangen kan worden in het heersende verkeersbeeld en dit niet leidt tot onevenredige milieuhinder. In de verkeerstoets is overigens nog gerekend met een oud ontwerp van het plan, welke leidde tot een verkeersgeneratie van 275 bewegingen per weekdag. De Soesterweg is ingericht als een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en kan het extra verkeer eenvoudig afwikkelen.
Pagina 23
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Er is voldoende restcapaciteit. Ook het kruispunt met de Soesterweg zorgt niet voor problemen. De spitsintensiteiten zijn dermate laag dat er voldoende restcapaciteit is waardoor er geen wachttijden ontstaan. Hiermee zal de ontwikkeling niet leiden tot knelpunten in afwikkeling van verkeer. Parkeren Het aspect parkeren, voor de beoogde 56 woningen en commerciële ruimten, is met de gemeente afgestemd door middel van het vastgestelde uitwerkingsvoorstel. Voor het initiatief zijn in totaal 15 autoparkeerplaatsen nodig, waarvan één bij de woning aan de Soesterweg. De overige 14 parkeerplaatsen worden gerealiseerd in de nabijgelegen parkeerhub. Deze parkeerhub, weergegeven in afbeelding 10, ligt ten westen van het plangebied en maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Wagenwerkplaats (deelgebied Midden). Hiertoe zijn nadere afspraken gemaakt tussen de gemeente Amersfoort, NS en NU!. Afbeelding 10: Ligging van de parkeerhub
Plangebied Parkeerhub
Ten aanzien van het fietsparkeren zijn er 23 plaatsen nodig bij de rijwoningen en 11 plaatsen bij de commerciële ruimten en de appartementen. De fietsparkeerplaatsen bij de rijwoningen zijn voorzien in de voortuinen, bij de appartementen en commerciële ruimten zijn gemeenschappelijke fietsenbergingen aanwezig en buiten is ruimte voor 11 fietsnietjes. In afbeelding 11 is de uitwerking van het fietsparkeren weergegeven. De parkeerbalans voor de auto en fiets is opgenomen in bijlage 7 van deze motivering.
Pagina 24
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Afbeelding 11: Uitwerking fietsparkeren
Conclusie Het aspect verkeer- en parkeren vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.3
Flora en Fauna Algemeen Natuur maakt onderdeel uit van de fysieke leefomgeving en in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor natuur. Volgens nationale- en internationale regelgeving is het verplicht om voorafgaand aan ruimtelijke plannen onderzoek te doen naar de effecten op beschermde soorten. Bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden is in Nederland vanaf 1 januari 2024 geregeld via de Aanvullingswet natuur en het Aanvullingsbesluit natuur. Onderzoek Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Arkemheen) bevindt zich ten noorden van het plangebied op ruim 8,4 kilometer meter afstand. Dit gebied is niet stikstofgevoelig. Op 15,6 kilometer afstand ten westen van het plangebied ligt het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied, de Oostelijke Vechtplassen. Voor het project is een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd welke deel uitmaakt van de bijlagen. Uit de AERIUS-berekeningen volgt dat er geen natuurgebieden zijn met rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Het onderdeel stikstofdepositie hiermee geen consequenties voor de ruimtelijke procedure. Soortenbescherming Voor de realisatie van het beoogde plan is een onderzoek flora- en fauna uitgevoerd, welke onderdeel is van de bijlagen. Een verblijfsplaats voor vleermuizen is binnen het plangebied op voorhand niet uit te sluiten.
Daarom is normaal gesproken een verdiepend onderzoek nodig om verblijfplaatsen aan te tonen of te kunnen uitsluiten. De gemeente Amersfoort heeft een Soorten Management Plan (SMP). In deze ontwikkeling wordt aangesloten bij dit SMP.
Pagina 25
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
In de nieuwbouw zijn voldoende verblijfplaatsen te realiseren voor de laatvlieger en voor gewone dwergvleermuizen. De werkplaats is eenvoudig diervriendelijk te slopen door het toepassen van exclusion flaps, deze maatregel is reeds getroffen. Door gebruik te maken van het SMP is uitvoering van verdiepend onderzoek niet nodig. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt, met inachtneming van de aanbevelingen uit het onderzoek, geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.4
Luchtkwaliteit Niet in betekende mate (NIBM) Conform artikel 5.53 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, dragen activiteiten niet in betekenende mate bij aan de concentratie van stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10) in de buitenlucht, als de immissies maximaal 3% van de jaargemiddelde omgevingswaarde bedragen. Dit betekent dat voor zowel stikstofdioxide, als fijnstof feitelijk een toename van 1,2 µg/m³ op de jaargemiddelde concentratie toelaatbaar wordt geacht. Een aantal veelvoorkomende activiteiten dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Daarom is het niet nodig deze 'standaardgevallen' te toetsen aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Onderzoek Niet in betekende mate (NIBM) Amersfoort ligt niet in een aandachtsgebied voor luchtkwaliteit en daarmee dient voor de bouw geen toets uitgevoerd te worden. Volledigheidshalve Is het initiatief wel nader beschouwd middels de NIBM-tool. Binnen het plangebied worden 56 nieuwe woningen en commerciële ruimten gerealiseerd. De verkeersbijdrage is berekend met de NIBM-tool en op basis hiervan blijkt dat het bouwplan ruim binnen de Niet in Betekende Mate (NIBM)-grens valt. Met andere woorden, de realisatie van het plan draagt niet of nauwelijks bij aan de luchtverontreiniging en is in dat opzicht niet in betekenende mate. Afbeelding 12: Resultaat berekening NIBM-tool
Pagina 26
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Achtergrondconcentraties In de navolgende tabel is een overzicht van de totale hoogste waarden en van de kalenderjaargemiddelde achtergrondconcentraties weergegeven van de componenten stikstofdioxide (N02), fijn stof (PM10), fijne fractie fijn stof (PM2,5) en elementair koolstof (EC). Dit geeft een goed beeld van de luchtkwaliteit ter plaatse, die hoofdzakelijk wordt veroorzaakt door de lokale wegen. Tabel 2: (Achtergrond)concentraties binnen het plangebied
*
Stof Jaar 2024 Jaar 2030 Grenswaarde NO2 10-15 ug/m³ 0-10 ug/m³ 40 PM10 14-16 ug/m³ 14-16 ug/m³ 40 PM2,5 8-10 ug/m³ 6-8 ug/m³ 25 EC 0,2-0,3 ug/m³ 0,2-0,3 ug/m³ -* Voor elementair koolstof (EC) is geen omgevingswaarde vastgesteld
Advieswaarde WHO** 40 20 10 -
De huidige en de voor 2030 bekende achtergrondconcentraties aan de luchtkwaliteit zijn lager dan de vastgestelde grenswaarden. De concentraties voldoen ook aan de advieswaarden van de WHO. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.5
Geluid Veel functies in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid. Ze maken geluid of ze worden eraan blootgesteld. De regels over geluid gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Ook zijn regels in het omgevingsplan opgenomen. Dit zijn de regels voor het bepalen en beoordelen van geluid door een toegelaten activiteit. Onderzoek Voor de (buitenplanse) omgevingsplanactiviteit zijn diverse akoestische onderzoeken uitgevoerd en is de situatie beoordeeld aan de hand van de Omgevingswet en het omgevingsplan. Zo is de geluidbelasting onderzocht van de naastliggende Bankbunker, parkeergarage, Boulderhal, het Railcenter, het rangeerterrein en omliggende (spoor)wegen. Deze onderzoeken zijn opgenomen in de bijlage van deze motivering. Vanwege het industrieterrein en de bedrijven buiten het industrieterrein is, ter plaatse van de nieuwe woningen, geen sprake van een overschrijding van de wettelijke grenswaarde van 55 dB(A) volgens de Wet geluidhinder. Vanwege het industrieterrein bedraagt het geluid ten hoogste 51 dB(A) en dient een hogere waarde van het geluid te worden vastgesteld. Om enige ontwikkelruimte voor de omliggende bedrijven te borgen wordt de berekende geluidbelasting plus 2 dB gehanteerd.
De vast te stellen hogere waarde bedraagt hiermee 53 dB(A) op de zuidgevel van de nieuwe woningen. Uit de resultaten blijkt dat vanwege de Bandbunker, de parkeergarage en Kei Boulder (klimhal) en het Railcenter het berekende geluid hoger is dan de standaardwaarden uit het Omgevingsplan. Met de minimaal vereiste geluidwering van 20 dB, wordt tot en met een geluidniveau op de gevels van 55, 50 en 45 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode nog aan de standaardwaarde van respectievelijk 35, 30 en 25 dB(A) in de woning voldaan.
Pagina 27
SPA WNP ingenieurs
2500109.3200.r01
Omdat de geluidniveaus lager zijn, wordt het bevoegd gezag verzocht om vanwege de bedrijven een maatwerkvoorschrift vast te stellen. Aangezien het geluid van Kei Boulder, zoals eerder aangegeven, volgens de zonebeheerder een overschatting betreft, hoeft voor Kei Boulder geen maatwerkvoorschrift te worden vastgesteld. Uit het onderzoek naar het geluid van wegen en spoorwegen blijkt dat geen sprake is van een hogere waarde voor het geluid dan de standaardwaarden uit het Bkl. Onderzoek naar geluid reducerende maatregelen en verdere toetsing aan de voorwaarden uit het Omgevingsplan is daarom, vanwege het geluid door wegen en spoorwegen, in deze situatie niet nodig. Omdat vanwege het industrieterrein sprake is van een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde dient het geluid van de verschillende bronnen te worden gecumuleerd. Daarnaast dient het gezamenlijk geluid te worden bepaald. Gecumuleerd geluid Vanwege de gemeentewegen, spoorwegen, het industrieterrein en de gedezoneerde bedrijven bedraagt het gecumuleerde geluid ten hoogste 61 dB. Gezamenlijk geluid Vanwege de gemeentewegen, spoorwegen, het industrieterrein en de gedezoneerde bedrijven bedraagt het gezamenlijk geluid ten hoogste 59 dB.
Uit de rekenresultaten blijkt dat in de situatie met de gedezoneerde bedrijven sprake is van een 2 dB hogere waarde voor het geluid dan in de situatie met alleen de bedrijven met een geluidaandachtsgebied. Geadviseerd wordt om bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de gevels het gezamenlijk geluid van het totale terrein te hanteren. Uit het onderzoek ter bepaling van de gevelgeluidwering volgt dat in de woningen aanvullende geluidwerende voorzieningen nodig zijn om aan het Bbl te voldoen. In het onderzoek zijn voorzieningen genoemd waarmee kan worden voldaan. Conclusie Het aspect geluid vormt, met inachtneming van het treffen van geluidwerende voorzieningen, geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. 5.6