Eindproduct Omgevingsadviesraad Wind op Isselt
Tekst van het document
1
Eindproduct Omgevingsadviesraad Wind
op Isselt
Verslaglegging en product participatieproces
Voorzitter Secretaris
(geanonimiseerd)
2
5
Verslaglegging vanuit de betrokken in de OAR en Bewonersplatform Verslag OAR Wind op lsselt vanuit voorzitter en secretaris Reflectie van voorzitter en secretaris op de input van de OAR en de procesmatige opbrengst Vanuit onze rol als voorzitter en secretaris reflecteren wij op de bijdrage van de Omgevingsadviesraad {OAR) aan het participatieproces Wind op lsselt en op de procesmatige opbrengst zoals vastgelegd in dit eindproduct. Het geheel biedt inzicht in het verloop van het traject , de wijze waarop participatie is vormgegeven en de inhoudelijke en procedurele resultaten die dit heeft opgeleverd. Inbreng en positionering van de OAR De OAR heeft haar rol als adviserend participatieorgaan zorgvuldig en consistent ingevuld. Binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders is actief meegedacht over de verdere invulling van het project richting vergunningverlening. Daarbij is steeds onderkend dat de OAR geen besluitvormende bevoegdheid heeft en dat participatie plaatsvindt binnen reeds genomen besluiten. Deze rolzuiverheid is gedurende het traject bewaakt , zowel in de interne werkwijze van de OAR als in de relatie met gemeente en ontwikkelaar. De inbreng van de OAR kenmerkt zich door inhoudelijke betrokkenheid , kritische reflectie en een voortdurende aandacht voor de belangen van de omgeving.
De OAR heeft niet gefunctioneerd als een homogeen orgaan met één standpunt , maar als een overlegplatform waarin uiteenlopende perspectieven , zorgen en belangen naast elkaar hebben bestaan. Deze diversiteit is niet alleen toegestaan , maar bewust gefaciliteerd en zichtbaar gemaakt , zodat het eindproduct een reëel en genuanceerd beeld geeft van de breedte aan opvattingen binnen de omgeving. Procesverloop en participatie De OAR is eind 2023 ingesteld als participatief adviesorgaan bij het voornemen tot realisatie van twee windturbines op bedrijventerrein De lsselt. De samenstelling weerspiegelt een brede afspiegeling van belangen , waaronder omwonenden , maatschappelijke organisaties , ondernemers , natuur-en milieuorganisaties en lokale energie-initiatieven. De OAR werkt op basis van consensus en stemt niet; standpunten , overeenstemming en verschillen van inzicht worden expliciet vastgelegd en betrokken bij de verdere duiding. Naast de OAR is een bewonersplatform ingericht dat fungeerde als achterban en klankbord voor bewonersvertegenwoordigers. De participatie kreeg vorm via voorbereidende overleggen , terugkoppeling van DAR-besprekingen en het bundelen van zorgen , vragen en wensen
vanuit de omgeving. Deze inzet heeft bijgedragen aan een sterke inhoudelijke
verbinding tussen formele participatie en de beleving in de directe leefomgeving.
6 Ontwikkeling van het proces In de startfase lag de nadruk op procesinrichting , rolverduidelijking en het vaststellen van het mandaat van de OAR. Dit heeft geleid tot afspraken over openbaarheid , verslaglegging , agendering en de positionering van de OAR ten opzichte van college en gemeenteraad , waarmee een solide basis is gelegd voor verdere participatie. In een volgende fase verschoof het accent naar inhoudelijke verdieping via een thematische áanpak. Onderwerpen als hinderbeleving en gezondheid , ecologie , externe veiligheid , lokaal eigendom en het omgevingsfonds zijn besproken in beeldvormende en oordeelsvormende bijeenkomsten , ondersteund door kennissessies en schriftelijke inbreng. Hierbij is zowel ervaringskennis als externe expertise benut. In 2025 is het proces verder geïntensiveerd door de inrichting van thematische subgroepen , waarin leden gezamenlijk voorstellen voorbereidden voor het omgevingsconvenant. In deze fase is ook de ontwikkelaar structureel betrokken geraakt. Afgesproken is dat subgroepen voorbereidende voorstellen doen , die transparant worden besproken en teruggekoppeld aan de volledige OAR , waarbij de OAR eindverantwoordelijk bleef voor de weging en vastlegging. Knelpunten en vertragingen Gedurende het traject zijn meerdere knelpunten zichtbaar geworden die het tempo en de beleving van de participatie hebben beïnvloed.
Een belangrijk knelpunt betrof de samenloop participatie en formele besluitvorming in een context waarin landelijke normstelling voor windturbines lange tijd ontbrak of wijzigde. Hierdoor moesten deelnemers standpunten innemen terwijl juridische kaders nog in ontwikkeling waren. van
Daarnaast speelde de complexiteit van governance en contractuele verhoudingen een rol. De combinatie van uitwerkingsvoorstel , aanbesteding van grondposities , het late moment waarop de ontwikkelaar aanschoof en interactie met de gemeenteraad , maakte het proces voor deelnemers minder transparant , met name waar het ging om verantwoordelijkheden , risicoverdeling en juridische borging van afspraken. Dit leidde tot herhaalde verzoeken om
verduidelijking. Een derde knelpunt betrof de beperkte toegankelijkheid of late beschikbaarheid van bepaalde onderzoeken , met name op het thema externe veiligheid. Vertrouwelijkheid en afstemming met bevoegde instanties beperkten de mogelijkheid tot een volledige inhoudelijke beoordeling en raakten daarmee het vertrouwen in het proces. Vanuit de OAR is expliciet vastgesteld dat vertragingen niet het gevolg zijn geweest van tegenwerkende participatie , maar van inhoudelijke en procedurele randvoorwaarden buiten de directe invloedssfeer van deelnemers. Bewust is gekozen voor zorgvuldigheid boven het
7
halen van vooraf gestelde deadlines , om te voorkomen dat participatie een louter formeel karakter zou krijgen. Duiding van de participatie en kwaliteit van de input
De participatie kan worden gekarakteriseerd als intensief , inhoudelijk verdiepend en kritisch. De OAR heeft zich niet beperkt tot het reageren op voorgelegde plannen , maar actief bijgedragen aan het formuleren van randvoorwaarden , het signaleren van lacunes in onderzoeken en het benoemen van risico's en onzekerheden. Waar afspraken mogelijk waren , zijn deze uitgewerkt en vastgelegd; waar dit niet het geval was , zijn de grenzen daarvan expliciet gemaakt.
Tegelijkertijd is zichtbaar dat de intensiteit van het proces een grote tijdsinvestering en belasting vergde van deelnemers , met name bij complexe en technische onderwerpen. De lange looptijd en onzekerheden rondom besluitvorming hebben druk gezet op vertrouwen en draagkracht , wat gedurende het traject ook expliciet is benoemd. Het omgevingsconvenant als eindproduct
Het omgevingsconvenant vormt het inhoudelijke eindproduct van het participatieproces en sluit in opzet en structuur aan bij de behoeften die deelnemers hebben geuit , met name op het gebied van zekerheid , borging , transparantie , beperking van hinder en blijvende betrokkenheid van de omgeving. Dit komt tot uitdrukking in juridische borging van afspraken , thematische uitwerking , monitoring en evaluatie , en expliciete vastlegging van non-consensus.
Het convenant biedt daarmee geen volledige oplossing voor alle zorgen , maar wel een transparant en navolgbaar overzicht van wat binnen de participatie is bereikt en waar grenzen zijn ervaren. Conclusie Op basis van de vastgelegde input concluderen wij dat dit eindproduct procesmatig voldoet aan de participatiekaders zoals opgenomen in het Uitwerkingsvoorstel Wind op lsselt van de gemeente Amersfoort. De OAR is tijdig en structureel betrokken , heeft inhoudelijke invloed kunnen uitoefenen binnen de vastgestelde kaders en heeft haar bevindingen op een transparante en navolgbare wijze kunnen vastleggen. Het eindproduct maakt inzichtelijk hoe participatie is vormgegeven , welke inbreng is geleverd , welke afspraken zijn bereikt en waar verschillen van inzicht zijn blijven bestaan. Daarmee biedt het college en gemeenteraad een zorgvuldige basis voor een gemotiveerde bestuurlijke afweging. Het document bevat geen oordeel over de wenselijkheid van het project zelf , maar vormt een reflectie op de kwaliteit en betekenis van het participatieproces en een juiste
weergave van de rol en bijdrage van de OAR binnen de gestelde kaders.
8
Verslag en reflectie van het Bewonersplatform op het participatieproces Ervaring van het proces
De deelnemers aan het Bewonersplatform (BP) hebben het participatieproces ervaren als intensief , inhoudelijk complex en frustrerend. Zij werden gedurende het traject geconfronteerd met veranderende kaders , geregeld niet tijdig beschikbare informatie en een hoge mate van (soms technische) complexiteit. Enerzijds werd het proces gewaardeerd vanwege de mogelijkheid om structureel deel te nemen aan overleg en invloed uit te oefenen; anderzijds was er veel frustratie over het tempo , de lange doorlooptijd en de ervaren onzekerheid over de daadwerkelijke beïnvloedingsruimte. Gaandeweg kwam het vertrouwen steeds meer onder druk te staan , met name door vertragingen en onduidelijkheid over besluitvorming en de toegepaste normen. Hieronder lichten we een aantal punten toe. Grote tijdsinvesteri ng Deelname vroeg een zeer grote tijdsinvestering. Er waren veel bijeenkomsten (16 BP overleggen , voor de delegatieleden ook 16 OAR vergaderingen en voor deelnemers aan subgroepen ook 10+ subgroep-overleggen). Deze bijeenkomsten vroegen voorbereidingstijd , er waren veel documenten te lezen en e-mails om door te nemen. Deelnemers aan het BP vinden dit een te grote tijdsinvestering dan kan worden verwacht van bewoners die dit op vrijwillige basis doen , vaak naast een reguliere baan , en die geen expertise of ervaring hebben met het onderwerp of de procedure.
Beperkte daadwerkelijke invloed Bij alle onderwerpen vonden bewoners het lastig om hun belangen daadwerkelijk serieus genomen te laten worden. Zij zijn van mening dat ze moesten 'duwen en trekken' om de aandacht hiervoor vast te houden. Ook werden toezeggingen en afspraken herhaaldelijk niet nagekomen (denk aan tekstwijzigingen doorvoeren of een voorstel onderzoeken) , waardoor zij onderwerpen blijvend in de gaten moesten houden en teksten moesten controleren. Dit resulteerde in toenemende frustratie en afname van vertrouwen.
Bij het thema ecologie bijvoorbeeld , bleek het op diverse punten niet mogelijk tot afspraken of concrete toezeggingen te komen (zoals aanvullend onderzoek naar kwetsbare locaties of soorten). Sommige van deze punten zijn juridisch verplicht voor de vergunningsaanvraag (o. a. effecten op beschermde soorten en NNN gebieden). Met name bij het onderwerp externe veiligheid hebben bewoners ervaren dat:
a) b)
Soms informatie niet werd gedeeld (waardoor bewoners niet gelijkwaardig aan tafel zaten) , of rapportages pas op het laatste moment beschikbaar kwamen (waardoor er geen tijd was voor een goede voorbereiding); en Bewoners beperkt werden betrokken bij gesprekken en gestelde vragen niet werden ho:inhAlnnrn
9 Dit is een belangrijk punt omdat bewoners vanaf het begin hebben aangegeven dat externe veiligheid voor hen het voornaamste aandachtspunt is bij het gesprek over de komst van de windturbines. Dat zij juist op dit onderwerp niet volledig geïnformeerd zijn en voor hun gevoel niet actief betrokken werden bij het maken van afspraken , versterkt het gevoel niet serieus genomen te worden in hun zorgen. De 2 punten lichten we hieronder toe.
a) Beperkte beschikbaarheid van informatie Gedurende het traject zijn diverse onderzoeken en rapporten niet op tijd afgerond en geleverd. Ook zijn belangrijke vragen die door bewoners zijn gesteld niet beantwoord. Hierdoor was niet alle benodigde informatie beschikbaar om een goed gesprek te kunnen voeren over de inhoud en de mogelijke gevolgen van de windturbines , en kon er over die onderwerpen niet goed afspraken gemaakt worden. Dat was bij dit onderwerp extra relevant vanwege de beoogde locatie van de windturbines (namelijk naast een chemische fabriek met opslagtanks met gevaarlijke stoffen , en dichterbij woningen dan de landelijke conceptnorm toestaat). Het BP is van mening dat hier de randen worden opgezocht van wat wettelijk is toegestaan , en vindt daarom bovenwettelijke afspraken gerechtvaardigd om aan de zorgen van bewoners tegemoet te komen. Ook bij andere onderwerpen illustratie: •
speelde de beperkte beschikbaarheid van informatie. Ter
Het gebrek aan aandacht voor de verwachte effecten op bewoners van woonwagens en woonschepen. Ondanks toezeggingen , zijn deze niet meegenomen bij updates van de onderzoeken , en is er nog steeds onduidelijkheid over de verwachte effecten van windturbines op woonwagens of hoe het verwachte geluid en trillingen zich verplaatsen door het water richting woonschepen. We zullen moeten afwachten hoeveel overlast de bewoners gaan ervaren.
•
Het gezondheidsrisico van windturbines voor kinderen. Hierover zijn geen onderzoeken beschikbaar , niet wat betreft effecten op ontwikkeling noch wat betreft effecten op gezondheid. Hierdoor is onbekend wat de gevolgen zijn van de komst van windturbines in de leefomgeving voor kinderen. Hoewel het BP heeft aangegeven dit een belangrijk onderwerp te vinden , was het vanwege het ontbreken van onderzoeken hierover niet
mogelijk om er aandacht aan te bestreden in het proces. b) Beperkte betrokkenheid Wat betreft externe veiligheid vinden het BP en de bewoners die hebben deelgenomen aan de subgroep dat onderzoeken en rapporten over de externe veiligheid niet , niet op tijd , of slechts ten dele zijn geleverd; dat veel van de vragen die zij hebben gesteld niet zijn beantwoord; en dat de zorgen die zij hebben geuit niet serieus zijn behandeld. Bijvoorbeeld: •
Binnen de niet toegestane gevarenzone wordt slechts 1 gebouw beschouwd , het daarbij opgetelde effect van 28 andere gebouwen wordt niet beoordeeld (terwijl voor 1 gebouw al zware motivatie gegeven moet worden);
10 • •
Geen inzicht in risico's voor kwetsbaar gebouw van de chemische fabriek; Geen inzage in gegevens die zijn gebruikt voor berekeningen die toelaatbaarheid van
plaatsing beïnvloeden. Hierdoor beschikten de bewoners niet over de benodigde informatie om veiligheidsrisico's (o. a. omvallende mast of afbrekende wieken op de opslagtanks van de chemische fabriek) goed te kunnen inschatten en daarover bovenwettelijke afspraken te kunnen maken. Bovendien beschikten zij niet over dezelfde informatie als andere partijen in het gesprek. Grote verantwoordelijkheid Het feit dat bewoners samen met experts konden meepraten over grote zaken als hinder , gezondheid en externe veiligheid en de afspraken die daaromtrent nodig waren , gaf hen onvermijdelijk het gevoel dat ze ook expert moesten worden op deze thema's en dat is natuurlijk onmogelijk. Toen bewoners fouten ontdekten in rapporten van externe adviesbureaus (over externe veiligheid en ecologie) , versterkte dat het gevoel er bovenop te moeten zitten en zelf expert te moeten worden.
Eigenlijk is dit een te grote verantwoordelijkheid voor bewoners , die doorgaans geen inhoudelijk expert zijn op de betreffende onderwerpen. Zij voelden zich overvraagd en hadden behoefte aan de betrokkenheid van meer externe expertise in het proces om gelijkwaardiger te
kunnen deelnemen aan het gesprek en de onderhandeling met de veel ervarener ontwikkelaar. Hoewel hieraan deels is tegemoetgekomen , voelden bewoners zich tegelijkertijd genoodzaakt deze rol toch te vervullen omdat het ging over hun leefgebied en de veiligheid daarvan. Zorgen over governance en lokaal eigendom Wat betreft lokaal eigendom heeft het BP zorgen over de organisatie , de governance. Deze is ingewikkeld en niet helder omschreven {2 grondeigenaren , de exploitant wordt een BV bestaande uit 2 niet gelijkwaardige eigenaren en een 3e partij die daaronder valt). Ook vraagt het BP zich af in hoeverre het eigendom daadwerkelijk lokaal zal zijn met slechts 40% eigendom bij de lokale energie coöperatie , die niet in de directe omgeving van de beoogde locatie gevestigd is. Bovendien heeft de lokale energie coöperatie zich tijdens het traject getoond als een nog niet professionele of georganiseerde partij , die geen prioriteit geeft aan het terugvloeien van lusten naar de directe omgeving. Dat schept geen vertrouwen voor een goede samenwerking in de toekomst. Boodschap van het BP aan de Gemeenteraad Het BP wil aan de Gemeenteraad meegeven dat zij vindt dat er tijdens het traject voor een aantal onderwerpen niet de benodigde informatie beschikbaar is gekomen om op een goede manier in participatie een compleet convenant op te kunnen stellen.
Dat komt doordat sommige benodigde onderzoeken niet werden uitgevoerd , en sommige rapporten niet werden gedeeld of niet op tijd beschikbaar waren. Daarnaast zijn over een aantal onderwerpen geen afspraken gemaakt waarbij de wensen en ideeen van bewoners goed zijn meegenomen. Dat komt doordat zij niet werden betrokken bij overleggen of onderzoeken.
11
Dit geldt niet voor alle onderwerpen , zo is voor hinder en gezondheid het proces goed doorlopen en zijn hier over het geheel redelijke afspraken gemaakt. Maar ook over dit onderwerp houdt het BP zorgen , omdat het niet is gelukt om concrete en afdwingbare afspraken te maken over bijvoorbeeld laagfrequent geluid. Over het meest prangende onderwerp , externe veiligheid , hebben de OAR en de ontwikkelaar geen consensus bereikt over een groot deel van de ingebrachte punten. Juist hierover vindt het BP extra bovenwettelijke afspraken noodzakelijk vanwege de risico's van de beoogde locatie.
12
Verslag
en
reflectie van de subgroep Gezondheid en Hinderbeleving
Inleiding Sinds begin 2025 is er door de subgroep intensief gewerkt aan de totstandkoming van een omgevingsconvenant inzake het thema Gezondheid en Hinderbeleving. Dit deel van het convenant beoogt duidelijke en breed gedragen afspraken te maken over de inpassing van windmolens , met oog op het welzijn van omwonenden. De noodzaak tot bovenwettelijke afspraken ligt in de groeiende maatschappelijke discussie over de impact van windenergie óp het gebied van geluidsoverlast en gezondheid. De subgroep bestond uit vertegenwoordigers van het BP en OAR. Regelgeving: WHO versus Nederlandse normen versus lsselt Een bijkomende complicatie is het feit dat Nederland {conceptnorm: 2 keer tiphoogte 486m) veel minder strikte afstandsnormen kent dan de WHO (4 keer tiphoogte 972m). De situatie bij de lsselt is dat de dichtstbijzijnde huizen op het industriegebied minder dan 200 m van de molens vandaan liggen en de dichtstbijzijnde huizen buiten het industriegebied op 410m en 435m liggen. Wij als vertegenwoordigers van de bewoners kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de normen van zowel WHO als Nederlandse overheid niet voor niets zo zijn opgesteld. De wettelijke kaders voor windturbines zijn ruim en hebben in de praktijk bewezen overlast te veroorzaken.
Dit spanningsveld maakte het voor ons als leken lastig om tot afspraken te komen waar voldoende waarborgen zijn opgenomen om mogelijke geluidsen gezondheids-effecten te vermijden. Procesverloop: constructief en tegelijkertijd moeizaam Het proces kenmerkte zich door een constructieve samenwerking tussen REF en de subgroep. De grootste uitdaging binnen het proces was het omgaan met onzekerheid over de gevolgen van geluid. Deze verschillen veroorzaakten onzekerheid bij de vertegenwoordigers van de bewoners en OAR. Discussies spitsten zich toe op laagfrequent geluid , tonaal geluid en de mogelijke effecten op gezondheid en slaap. Vanaf het begin werd ingezet op openheid en het zoeken naar consensus. Op sommige thema's , zoals slagschaduw in woningen , monitoring werd relatief snel consensus bereikt.
Tegelijkertijd verliep het proces niet zonder hobbels. Vooral de laatste , meest gevoelige punten rondom geluidsoverlast bleken hardnekkig. Het duurde aanzienlijk langer om hier tot een vergelijk te komen , mede omdat de belangen uiteenliepen. De subgroep uitte zorgen over mogelijke gezondheidsrisico's en geluidsoverlast , terwijl REF het belang van haalbare en uitvoerbare afspraken benadrukte. Doordat bescherming vaak rendement kost loop je daar al snel tegen een belangen muur. Een muur waar de REF beperkt in kan bewegen doordat het tender bod al is afgegeven. Dit maakt het maken van afspraken een moeizaam
onmogelijk proces. Voor het beschermen van omwonenden zou het convenant voor de marktuitvraag moeten zijn opgesteld zodat bescherming ook rendement mag kosten. en soms
Daarnaast had de gemeente voor het uitgeven van de tender zich moeten verdiepen in
13 aanvullende bovenwettelijke maatregelen om omwonenden beter te beschermen , deze zijn er weldegelijk. Door het vraag/antwoord spel met experts heeft de subgroep geleerd dat er in de windindustrie wel degelijk Europese normen zijn die strenger zijn dan de NL concept norm.
Deze strengere {geluids) normen worden afgesproken met turbineleveranciers indien
de ontwikkelaar genoeg hefboom heeft richting de turbine fabrikant om deze af te dwingen en vast te leggen in contracten wat vooral het geval is bij grotere windparken. Het kan toch niet zo zijn doordat de schaal hier in Amersfoort beperkt is omwonenden minder worden beschermd ten koste van hinder en gezondheid. Dat is helaas wel het geval omdat delen van de afspraken over geluid niet afdwingbaar zijn geformuleerd in het convenant vanwege de afhankelijkheid van de turbineleveranciers. Conclusie: huidige stand van zaken en gevoelens Het proces rondom het omgevingsconvenant " Gezondheid en Hinderbeleving " heeft geleid tot een basis voor samenwerking zoals uitgewerkt in dit deel van het convenant. Door REF
zijn voorstellen aangedragen en uitgewerkt inzake een lagere geluidsnorm , monitoring van geluid en opvolging van incidenten. Desalniettemin is de subgroep van mening dat de windmolens te dicht bij de huizen staan , waardoor {toekomstige) risico's ondanks de bovenwettelijke afspraken niet kunnen worden weggenomen. Wel is het nu mogelijk voor bewoners om bij incidenten actie te kunnen nemen , maar dan heeft de overlast al plaatsgevonden. Bovendien is REF voor de oplossing veelal afhankelijk van de welwillendheid van de turbineleveranciers. Zoals aangegeven mist REF naar alle waarschijnlijkheid de schaal om dwingende afspraken te maken met de leveranciers over de oplossing van laagfrequent geluid en tonaal geluid incidenten. Het gevoel overheerst dat het proces constructief is geweest. Alle partijen erkennen dat blijvende monitoring en dialoog nodig zijn , zolang er onzekerheden en risico's bestaan. Mocht de vergunning worden verleend , dan is essentieel dat er aandacht blijft voor de zorgen van omwonenden bij de contractonderhandelingen inzake de aankoop van windturbines en ook tijdens de werkingsperiode van de windmolens.
14
Verslag
en
reflectie van de subgroep Externe Veiligheid
Reflectie , Bevindingen en Conclusies Commissie Externe Veiligheid Omgevingsadviesraad Wind op lsselt Inleiding De leden van de commissie 'Externe Veiligheid' van de OAR Wind op lsselt hebben zich gedurende twee jaar terdege verdiept in het uiterst complexe onderwerp van de externe veiligheid rond de voorgenomen plaatsing van twee windturbines op industrieterrein De lsselt. Met het doel om a) de juiste toepassing van de geldende regelgeving voor een dergelijk project te controleren , en b) het waar mogelijk tot stand brengen van (bovenwettelijke) afspraken met de ontwikkelaar , die de veiligheidsrisico's voor de omgeving zouden kunnen beperken. De gemeente Amersfoort heeft de commissie EV de mogelijkheid geboden om een 'second opinion' te laten verrichten op de EV-rapporten van de ontwikkelaar. Het adviesbureau DGMR heeft dit tegenonderzoek uitgevoerd , in opdracht van de gemeente Amersfoort , op verzoek van de OAR. De commissie EV heeft zich in haar bevindingen en conclusies mede op deze second opinion gebaseerd. Procesreflectie Externe veiligheid is vanaf de initiatie van de OAR als belangrijkste punt van zorg benoemd door de omgeving. Het is tevens het meest complexe onderwerp gebleken.
Tijdens het proces werd duidelijk dat het kunnen voldoen aan externe veiligheidseisen ook voor de ontwikkelaar en het bevoegd gezag veel complexiteit en belemmeringen voor een vergunningsaanvraag opleverde , waar dan telkens weer nieuwe versies van veiligheidsrapporten voor opgeleverd moesten worden , om deze belemmeringen , althans op papier , te kunnen adresseren. De veiligheidsproblematiek wordt naar de overtuiging van de commissie primair veroorzaakt door de risico's die inherent verbonden zijn aan de beoogde locatie: pal naast het enige Seveso-bedrijf {bedrijf met gevaarlijke stoffen) in Amersfoort , pal boven de rioolwaterzuivering en de Eem , met zowel woningen als een aanzienlijke hoeveelheid bedrijfspanden binnen de risicocontouren rond de beoogde turbines. Deze complexiteit en locatie-gedreven problematiek hebben geleid tot een uiterst moeizaam en onbevredigend proces. Moeizaam vanwege de vele vertragingen en steeds weer nieuwe informatie die door de commissie in zeer korte tijd geanalyseerd en verwerkt moest worden , onder hoge (politieke) druk. Exemplarisch hiervoor is dat er inmiddels 5 versies van veiligheidsrapporten zijn opgeleverd door de ontwikkelaar , waarbij de laatste , naar verluidt definitieve versie 6 nog niet beschikbaar is op het moment van het schrijven van dit document. Waardoor de EV-
15 commissie wordt geacht een omgevingsconvenant te sanctioneren zonder te beschikken over de veiligheidsrapportage die uiteindelijk in de vergunningsaanvraag wordt verwerkt. Onbevredigend omdat de ontwikkelaar niet bereid of in staat is gebleken enige risicoverlagende afspraak van betekenis , laat staan bovenwettelijke afspraken overeen te komen met de commissie EV en de omgeving. Afspraken waarin aanvullende waarborgen voor de
veiligheid opgenomen zouden moeten worden , zoals (op zijn minst} het voldoen aan de standaardwaarde voor veiligheid volgens de omgevingswet en het concept nieuwe normen voor windturbines. Onderbouwing conclusies en advies van de commissie EV Mede omdat er door de ontwikkelaar , op een zeer problematische locatie qua externe veiligheid , geen materiële extra veiligheidswaarborgen gegeven kunnen worden , adviseert de commissie EV dringend om af te zien van het plaatsen van deze turbines op de beoogde locatie. Dit zal hierna op hoofdlijnen worden toegelicht. De uitgebreide toelichting en onderbouwende rapporten zijn op aanvraag beschikbaar. Concept nieuwe normen windturbines Amersfoort heeft zich verbonden aan de 'concept nieuwe normen windturbines'. De commissie heeft als deel van haar taak de 'Nota van toelichting' betreffende de nieuwe concept normen bestudeerd. Dit was noodzakelijk omdat er zich binnen de belangrijkste veiligheidscontour (de PR 10-6 contour} rond de beoogde turbines op de lsselt 29 (beperkt
kwetsbare} bedrijfspanden bevinden. Sinds de vuurwerkramp in Enschede wordt ernaar gestreefd om binnen een dergelijke veiligheidscontour menselijke aanwezigheid te beperken. Dat geldt uiteraard voor de aanwezigheid van woningen binnen die contour , maar ook , zoals hier op de lsselt , voor de aanwezigheid van bedrijfsgebouwen. De situatie doet zich nu voor , dat de ontwikkelaar niet bereid of in staat blijkt te zijn (bijvoorbeeld via de toepassing van sectormanagement -het aanpassen van de draaisnelheid afhankelijk van de draairichting) , aan de standaardwaarden voor veiligheid te voldoen , en zo het risico voor de betreffende bedrijfspanden te verlagen. Het gevolg daarvan is , dat het nu het bevoegd gezag is om een verantwoorde en goed onderbouwde afweging te maken. Een afweging die moet uitwijzen of het afwijken van de voorgeschreven standaardwaarde voor veiligheid (wat neerkomt op het toestaan dat 29 beperkt kwetsbare gebouwen zich aan
binnen de betreffende risicocontour bevinden) al dan niet als een acceptabel veiligheidsrisico wordt gezien. De opstellers van 'nota van toelichting' behorende bij het 'ontwerpbesluit' zeggen hierover het volgende: Een standaardwaarde houdt een inhoudelijke sturing in van de belangenafweging die aan het besluit ten grondslag ligt , zonder de uitkomst van de belangenafweging op voorhand "
dwingend vast te leggen. De regel waarin de waarde is opgenomen , biedt dan een inherente
16 beoordelingsruimte voor het bevoegd gezag om in besluiten gemotiveerd van de standaardwaarde af te wijken. Dit betekent dat er bij de te verrichten belangenafweging in
concrete gevallen nog enige ruimte blijft voor afstemming op de lokale situatie. Daarbij kunnen het veiligheidsbelang en het belang van een duurzame energievoorziening op een evenwichtige manier worden gewogen. Weliswaar is het de bedoeling om de standaardwaarde te realiseren , maar niet tot elke prijs , ten koste van de andere belangen die in het geding zijn. De wetgever is ervan uitgegaan dat van die mogelijkheid terughoudend gebruik zal worden gemaakt. " De instructie aan het bevoegd gezag is duidelijk: er is sprake van enige speelruimte waar terughoudend gebruik van kan worden gemaakt. De commissie is van mening dat het toestaan van 29 bedrijfsgebouwen , vele met een 'gemiddeld tot hoge populatiedichtheid' (DGMR} niet als 'terughoudend' kan worden beschouwd. Beoordeling gebruikte faalkansen in de berekeningen voor Externe Veiligheid Voor het bepalen van de risico's van windturbines voor de omgeving zijn geen gecontroleerde , empirische gegevens beschikbaar. Het RIVM heeft voor het berekenen van faalkansen gebruik gemaakt van een database met incidenten met windturbines , bijgehouden door vrijwilligers en tegenstanders van windturbines , de Caithness database. De Caithness groep is in 2021 gestopt met het bijhouden van incidenten. Sindsdien is er geen nieuwe bruikbare database beschikbaar. Ondertussen zijn windturbines wel steeds groter geworden.
Het officiële rekenprogramma voor het berekenen van risicocontouren en werpafstanden {SAVE-W) is mede hierdoor , ook volgens het RIVM niet optimaal toegerust voor grotere turbines. Wordt in deze 'tool' een vermogen ingevoerd van groter dan 5 MW (hetgeen voor Wind op lsselt aan de orde is} , dan verschijnt de volgende waarschuwing: Let op: deze rekenmethode is ontworpen voor een bandbreedte van 1 tot 5 MW. De berekening wordt voortgezet , maar de rekenresultaten moeten als indicatief worden beschouwd In een echte wereld , met echte mensen en echte risico's , kan het niet zo zijn dat indicatieve gegevens ten grondslag liggèn aan een veiligheidsbeoordeling. Voor Wind op lsselt is dit nu echter wel de situatie. Nieuwe rekenregels Mogelijk worden later dit jaar nieuwe rekenregels voor externe veiligheid van kracht. Zou men gebruik willen gaan maken van deze nog veel complexere nieuwe rekenregels , dan dient men zich te realiseren dat de 'Caithness database' , die niet representatief is voor de geplande turbines van 6MW tot 7MW , hieraan nog steeds ten grondslag ligt.
17 Over die nieuwe rekenregels valt verder nog op te merken dat een nieuw faalscenario toegevoegd wordt. Dat is het 'bladbreuk in delen' scenario: de mogelijkheid dat een wiekblad niet in zijn totaliteit van de turbine afvliegt , maar dat wieken in stukken van de turbine loskomen. Dat kan als resultaat hebben dat tipstukken van bijvoorbeeld 5000kg met een snelheid van tegen de 300 km per uur door de lucht geslingerd worden. Het effectgebied voor 'bladbreuk in delen' is groter dan de risicocontour. De commissie herhaalt dan ook dat , met een in feite niet te kennen risico , plaatsing van de turbines sterk ontraden zou moeten worden. Deze opvatting sluit naadloos aan bij de toelichting 'concept nieuwe normen windturbines' , waar de nadrukkelijke instructie aan het bevoegd gezag is om terughoudend' te zijn met het toestaan van (beperkt kwetsbare} bedrijfsgebouwen binnen de PR 10-6 risicocontour. Gevolgen van incidenten met de windturbines In het EV-rapport van de exploitant worden vooral kansen op incidenten berekend. Er is weinig aandacht voor de gevolgen van deze incidenten. Toch is dit een belangrijk aspect in een veiligheidsanalyse. Denk maar aan de problemen die het uitvallen van de waterzuivering veroorzaken. Het EV-rapport van de exploitant schiet hier tekort.
Een risico wordt in de regel gedefinieerd als een kans dat iets gebeurt , vermenigvuldigd met het effect van die gebeurtenis. De kansen zijn in de EV-rapportages beschreven , de effecten zijn dat niet of nauwelijks , waardoor er eerder sprake is van een kans inventarisatie dan een integrale risicoanalyse. Risico voor passanten op wegen , fietspaden en waterwegen Onder de 'overdraai' van de wieken bevinden zich wegen , (toekomstige} fietspaden en waterwegen. In het EV-rapport zijn berekeningen gemaakt voor de kans dat passanten geraakt worden door delen van de turbine bij grote calamiteiten. Er is echter geen aandacht besteed aan het risico van kleine afvallende onderdelen voor passanten. In het Rekenvoorschrift omgevingsveiligheid module IV (jan 2025} staat: 'Wanneer echter een onbeschermd persoon wordt getroffen door een naar beneden vallende bout kan dit dodelijk zijn. ' Omdat er voor dit soort incidenten geen statistische gegevens beschikbaar zijn , is een kwalitatieve analyse nodig. Deze analyse ontbreekt in het EV-rapport van de ontwikkelaar. IJsafworp In lijn met voorgaande is het totaal ontbreken van statistische gegevens over ijsafworp voor de commissie een bron van zorg. De exploitant is verplicht een ijsdetectiesysteem te installeren.
De commissie EV heeft gevraagd inzicht te verschaffen in de risicocontour van rondvliegend ijs , indien het ijsdetectiesysteem faalt en de turbine blijft doordraaien bij ijsafzetting. De exploitant heeft aangegeven dat inzicht niet objectief en reproduceerbaar te kunnen geven.
18 Beleving van het werken binnen de prl0-6 risicocontour voor de medewerkers. Bij het toestaan van 29 gebouwen binnen de risicocontour , ontstaat de volgende situatie: De medewerker in een bedrijfsgebouw op 80 meter afstand van de turbine , heeft op 150 meter hoogte , drie turbinebladen van 90 meter lengte , een gewicht van 25 ton (25. 000 kilo) en een tipsnelheid van 322 kilometer per uur boven zijn werkplek ronddraaien (worst case lsselt). Dat betekend 27x per minuut , 12960 maal op een werkdag dat er een gigantische wiek langs zwiept .
.._ ,,
Het objectieve risico vertaalt zich in de beleving van een permanent gevoel van onveiligheid voor de mensen die hun werkplek binnen de prl0-6 contour hebben. Natuurlijk , de gemiddelde afstand in de risicocontour is groter en ook richting en toerental zal variëren , maar de commissie vraagt het bevoegd gezag om zich deze situatie goed voor te stellen en na te gaan of zij een dergelijke werkplek voor zichzelf nog acceptabel zou achten Nog ...
afgezien van de geluidsoverlast van de turbine in de risico cirkel.
Seveso-bedrijf naast geplande noordelijke turbine Na 5 versies van EV-rapporten betreffende de veiligheidsrisico's van de turbines , en een geactualiseerd 'Quality & Risk Assessment' (QRA-contour) van het enige Seveso-bedrijf met gevaarlijke stoffen in Amersfoort , dat zich uitgerekend naast de geplande noordelijke turbine bevindt , lijkt nu via een mastverzwaring van deze turbine alsnog marginaal aan
wettelijke veiligheidseisen te kunnen worden voldaan. De commissie is van mening dat hier de grenzen van het toelaatbare worden opgezocht , o. a. omdat de QRA-risicocontour van het Seveso-bedrijf vlak naast een woning komt te liggen. Die grenzen worden de facto overschreden als ook de eerder genoemde onzekerheden in faalkansen en berekeningen in ogenschouw worden genomen. Daarnaast is het uiterst onbevredigend te constateren dat de ontwikkelaar , omdat het voor de vergunning noodzakelijk werd , in staat bleek toch aanvullende investeringen in veiligheid te kunnen doen , terwijl hij niet heeft willen ingaan op verzoeken van de omgeving om risico-verlagende afspraken te maken. Samenvattende conclusie en advies De precaire veiligheidssituatie rond Wind op lsselt , zoals in het voorgaande toegelicht en onderbouwd , laat zich samenvatten als een optelsom van vier zeer risicovolle omstandigheden: 1. Het voor een vergunning noodzakelijke loslaten van de standaardwaarden voor externe veiligheid door het bevoegd gezag; 2. Het ontbreken van extra veiligheidswaarborgen door de ontwikkelaar; 3. De onzekerheid rond de empirische onderbouwing van de daadwerkelijke
veiligheidsrisico's , en 4. De veelheid van aanzienlijke veiligheidsknelpunten , die alle direct of indirect het gevolg zijn van een zeer problematische , zo niet inherent onveilige locatieke\. fie.
19 Naar het oordeel van de commissie EV van de OAR Wind op lsselt , is elke risicofactor in zichzelf voldoende aanleiding om niet tot vergunningverlening over te gaan. Alle factoren bij elkaar opgeteld leiden voor de commissie EV tot het zeer dringende advies aan het bevoegd gezag , om met het oog op de veiligheid en het welzijn van de omgeving , af te zien van plaatsing van de beoogde turbines op de beoogde locaties.
20
Verslag en reflectie van de subgroep Ecologie Reflectie op het proces van de Omgevingsadviesraad door de NMU Meer dan tien jaar geleden namen bewoners van Amersfoort via energiecoöperatie Soesterwijkwiek , nu Samen Energie Amersfoort , het initiatief voor een windpark op bedrijventerrein De lsselt. Op dit moment , in 2026 , ligt er een omgevingsconvenant waar de Omgevingsadviesraad (OAR) in een zeer intensief proces naartoe heeft gewerkt. We waarderen het enorm dat de gemeente Amersfoort ervoor koos om direct omwonenden en andere belanghebbenden via een OAR te betrekken en actief mee laat denken en mee laat doen bij de verdere ontwikkeling van windenergie op De lsselt. In het Omgevingsconvenant is een breed pakket aan bovenwettelijke maatregelen opgenomen op verschillende onderwerpen om de voor-en nadelen van energieopwek via windturbines met elkaar in balans te brengen. Hiermee worden direct omwonenden én dieren die in en om het plangebied leven beter beschermt. De Natuur en Milieufederatie Utrecht is in 2023 gevraagd om binnen de OAR het belang van natuur te vertegenwoordigen. Een bedrijventerrein is doorgaans geen omgeving met veel natuurwaarde. Maar met de nabijheid van natuurgebied De Melksteeg én de ontwikkeling van windturbines op het terrein van de RWZI , het groenste stukje bedrijventerrein , is natuur wel een factor waar extra rekening mee gehouden moet worden.
Het proces van de OAR is een zeer intensief proces , zeker voor de beperkte capaciteit van de NMU. De NMU staat samen met de andere Natuur en Milieufederaties voor een natuurinclusieve energietransitie. Onze expertise ligt op het thema natuur en ecologie , niet op techniek , veiligheid en gezondheid. Op deze thema's konden wij geen inzet leveren. Daarom is in 2024 in overleg met de secretaris besloten om voortaan als agenda-lid aan te sluiten en weer een actievere rol op te pakken wanneer natuur en ecologie op de agenda stonden. Dit was het geval vanaf de kennissessie natuur en ecologie , sindsdien zijn we weer intensiever betrokken geweest. Daarbij was het in het begin wel zoeken naar onze positie en rol. In 2025 werd een start gemaakt met het schrijven aan het omgevingsconvenant. Dat bleek voor ons de juiste plek om onze kennis en expertise in te zetten. De basis voor de ecologieparagraaf lag er al in de vorm van het amendement " Voor groene en diervriendelijke energie " van de Partij voor de Dieren in Amersfoort. Dit amendement is verder uitgewerkt in de ecologieparagraaf. In de zomer van 2025 bood de gemeente ondersteuning van en extra ecoloog aan. De inzichten van deze ecoloog bleken van grote waarde om tot een betere natuurtoets te komen én betere bovenwettelijke afspraken in het convenant.
Renewable Energy Factory toonde tijdens alle gesprekken grote betrokkenheid op het thema natuur de samenwerking met hen hebben wij als prettig hebben ervaren. Als we kijken naar alle bovenwettelijke afspraken en toezeggingen die er nu liggen vinden wij dat met deze ecologieparagraaf het meest optimale resultaat is behaald om vogels en
2
vleermuizen te beschermen bij de komst
twee windturbines
van
bedrijventerrein
op
De
Isselt. willen
We
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) bedanken an
onafhankelijke ondersteuning tijdens de
van
bedanken
gemeente
ondersteunen
in
Reflectie door
een
aanleiding
Naar
hun
voor
kennisvergaring om lid uit het
het hele proces.
tot de
subgroep ecologie graag mijn reflectie delen en
de
op de
De
subgroep ecologie (OAR) heeft verzocht
aansluiting
professionele en willen de ambtelijk betrokkenen
We
OAR-leden
om
veel
zo
mogelijk
juiste bovenwettelijke afspraken
bewoenersplatform
het hoofdstuk 15 in het
van
inzet
enorme
hun
voor
in de
wil ik als lid
Convenant
van
de
invulling van de ecologische toezeggingen
wettelijke verplichtingen voorafgaand om
komen.
te
subgroep Ecologie
Omgevings op de
te
toezeggingen
de
aan
vergunningaanvraag.
dat in de komende
jaren
voldoende onderzoek zal plaatsvinden volgens het internationaal erkende Flux Collision Model de
(FCM), inclusief benoeming
en
exploitanten blijkt dat er geen aparte verplichting
opgenomen,
maar
dat jaarrond
structureel de effecten
van
structurele
en
monitoring
kwantificering
van
niet
maar
verplicht,
het kan
rapportages specifiek
voor
Ten aanzien
van
van
mogelijk
en
zou
wordt
state-of-the-art vogel detectie dat
een
te onderbouwen
van
concrete
huidige invulling biedt onvoldoende zekerheid
over
bij de planning
en
vogelsterfte.
broedvogels heeft de subgroep ecologie (OAR) gevraagd
lokale
van
zijn ontbreekt. Juridisch gezien is FCM
vogelsterfte
om
dat het onderzoek voldoet
wettelijke
normen, met
duidelijke onderzoeks-
dat
broedvogels
structureel
aan
FCM-onderzoek
mitigatie erkennen, merken wij op
waarde zijn
meerjarig onderzoek, inclusief borging geven
voor
Uit de reactie
windturbines op vogels monitoren. Hoewel wij de inzet
risico’s zoals met FCM
De
oplevermomenten.
ecologisch veldonderzoek
technische
vergunningaanvraag.
en
onderzoeks-
van
worden
en
aan
geldende ecologische
oplevermomenten.
meegenomen
in het
om
De
exploitanten
jaarrond ecologisch
veldonderzoek, zonder aparte verplichting of gespecificeerde rapportages. Wij
constateren
dat
een
voor
transparantie
en
toetsbaarheid tijdens
en
na
de vergunningprocedure
duidelijke planning en toezegging voor rapportage per soortgroep ontbreekt. Voor de vergunning
is het wel
significant worden Ook met
maakt dat broedvogels niet
verstoord.
betrekking tot wintervogels heeft de subgroep ecologie (OAR) gevraagd
minimaal tien het
vereist dat onderzoek aantoonbaar
wintertellingen inclusief oplevermomenten.
jaarrond ecologisch
veldonderzoek als
dekking,
maar
De
om
exploitanten verwijzen
leggen
geen
naar
minimumaantal
tellingen vast. Hoewel het exacte aantal wettelijk niet is voorgeschreven, is het wel noodzakelijk dat het wintervogelonderzoek voldoende robuust is om effecten in te schatten en
vergunningprocedures goed te ondersteunen.
22 Voor vleermuizen is door de subgroep ecologie {OAR) verzocht om onderzoek naar voortplantings- en rustplaatsen , inclusief locaties zoals het terrein van de rioolwaterzuivering , met onderzoeks-en rapportagemomenten. De exploitanten zetten in op akoestische monitoring op rotorhoogte en veldonderzoek , zonder specifieke toezeggingen locaties of planning van rapportages. Juridisch is onderzoek naar beschermde soorten verplicht en moet aantonen dat significante verstoring wordt voorkomen. Het convenant biedt monitoring mogelijkheden , maar biedt volgens onze beoordeling onvoldoende over
concrete borging en planning.
Wat betreft de effecten op nabijgelegen NNN-gebieden wenst de subgroep ecologie (OAR) een afzonderlijke toets vóór de vergunningaanvraag. De exploitanten verwijzen naar de reguliere toetsing in de vergunningprocedure en nemen dit niet als aparte convenantverplichting op. Wij benadrukken dat toetsing van effecten op NNN-gebieden
wettelijk verplicht is en dat het convenant dit niet kan vervangen. Het is vanuit juridisch perspectief wenselijk dat deze borging expliciet wordt opgenomen. Ten slotte merken wij op dat de OAR heeft aangegeven dat het gebruik van FCM kan helpen om de effecten van verschillende rotorhoogtes op vogelsterfte inzichtelijk te maken. De exploitanten kiezen voor een maximale tiplaagte van 575, meter en mitigatie via detectie en stilstandvoorzieningen , zonder kwantificering met FCM. Hoewel de technische maatregelen waardevol zijn , ontbreekt hierdoor kwantitatieve onderbouwing van de effecten. Juridisch is FCM niet verplicht , maar kan het de vergunning onderbouwing robuuster maken. De Subgroep erkent de inspanningen van de exploitanten om structureel ecologisch onderzoek en monitoring te borgen. Tegelijkertijd constateren wij dat het convenant op enkele punten niet volledig aansluit bij onze wensen voor concrete toezeggingen , planning en rapportage , te. rwijl bepaalde onderzoeken wel juridisch verplicht zijn voor de vergunningaanvraag , zoals effecten op beschermde soorten en NNN-gebieden. Wij adviseren daarom om voor de vergunningsaanvraag duidelijke onderzoeks-en rapportagemomenten per soortgroep vast te leggen en uit te voeren.
Verder adviseren wij om voor de vergunningsaanvraag aanvullend onderzoek naar kwetsbare locaties of soorten uit te voeren en expliciet te vermelden dat effecten op NNN-gebieden ook vóór de vergunningaanvraag worden getoetst.
23
Verslag
en
reflectie van de subgroep Lokaal Eigendom
Door de OAR is een subgroep gevormd die zich bezig heeft gehouden met de vormgeving van het Lokaal Eigendom. De subgroep heeft bestaan uit twee leden waarvan één ook lid was van het Bewoners Platvorm , waarmee we ook daar korte lijntjes mee hadden. De relatie tussen de DAR-subgroep en het BP is vanaf het begin positief geweest. Tussentijdse {onderhandelings)resultaten zijn voorgelegd aan het BP , waarmee onze (onderhandelings)positie met de REF en de SEA altijd heel duidelijk geweest. Zoals dit voor veel relevante onderwerpen gold , is ook voor de vormgeving van Lokaal Eigendom een kennissessie voor de leden van OAR en BP georganiseerd. Hierbij zijn door ter zake kundigen verschillende aspecten naar voren gebracht mbt de vormgeving van het Lokaal Eigendom , wat de subgroep de mogelijkheid bood op verschillende deelonderwerpen onze onderhandelingspositie te bepalen.
Uiteindelijk heeft dat geleid tot een eerste document van de subgroep aan de OAR in april 2025 waarin de inzet van de onderhandelingen met de exploitant verwoord is. Nadat de OAR akkoord was , konden de onderhandelingen beginnen. De onderhandelingen zelf hebben zich als een soort tweetrapsraket ontwikkeld. In eerste instantie is met de REF onderhandelt , en nam SEA geen deel aan de gesprekken. Reden daarvoor was dat op dat moment SEA nog geen formeel onderhandelingspartner was omdat er nog geen Samenwerkingsovereenkomst (SOK) bestond tussen REF en SEA. De onderhandelingen tussen subgroep OAR en REF verliepen relatief gezien goed. Op de onderwerpen waar REF direct afspraken kon maken , zijn ook daadwerkelijk afspraken gemaakt en uiteindelijk terecht gekomen in het Convenant. Dit geldt bv op onderwerpen als burenregeling , groenvoorziening en planschadeafspraken. De samenwerking met de SEA heeft meer energie gevraagd. Daar zijn naar ons oordeel meerdere redenen voor: -
-
de snelheid waarmee de minder ervaren SEA tot afspraken moest komen met verschillende partners. Niet alleen de SOK met de REF moest ontwikkeld worden , maar ook het samenwerkingsverband met de Windvogel had zijn tijd nodig. Daarmee kwam de vraag van de subgroep wat de bijdrage van de SEA zou worden aan de lokale ontwikkeling op een moment dat zij daar nog niet klaar voor waren. Met de publicatie van hun Profijtplan , waarin de SEA de (im} materiële voordelen voor de lokale omgeving verwoorde , werden de onderhandelingen concreter en hebben ze tot resultaten geleid zoals verwoord in het Convenant. het beleid van de cooperatie SEA wijkt op een aantal punten af van de behoefte van een deel van de (direct) omwonenden. SEA heeft duidelijk haar eigen (maatschappelijke)
24
doelstellingen en had moeite deze te verruimen in het belang van de direct omwonenden. Mede daardoor zijn niet alle ingebrachte punten gerealiseerd. Specifiek punt daarbij was dat het beleid van de coöperatie SEA bepaald wordt door de leden op een ALV In die zin werden onderhandelingen tussen vertegenwoordigers van SEA de subgroep bemoeilijkt omdat de ALV uiteindelijk het laatste woord heeft , mede omdat de SEA er niet voor koos een tussentijdse ALV te organiseren om bv de onderhandelingsruimte af te tasten. en
Het feit dat de onderhandelingen met SEA op sommige punten 'stroef' verliepen is slechts deels neer te leggen bij de coöperatie zelf. Bij het opstellen van de kaders voor windturbines op lsselt heeft de gemeente inhoudelijke kaders opgesteld over lokaal eigendom. De gemeente heeft echter geen kwaliteit , governance of professionaliteit criteria opgesteld waar een coöperatie aan moet voldoen. Het effect daarvan werd duidelijk op het moment dat SEA concreet om antwoorden werd gevraagd en inhoud aan moest leveren. Het besef dat er geen kwaliteitseisen aan de coöperatie worden gesteld heeft de vraag opgeroepen bij de subgroep of de verantwoordelijkheid van een windmolen exploitatie van meerdere miljoenen per jaar voor een duur van 25 jaar zonder kwaliteit of professionaliteit toets zomaar gegund kan worden aan een coöperatie zonder trackrecord. Deze zorg is niet weggenomen met de afspraken in het convenant. Wel mag verwacht worden dat het betrekken van de Coöperatie Windvogels geleid heeft tot een stevige kwaliteitsimpuls. Naast de onderhandelingen zoals ze gevoerd zijn met REF en SEA , hebben er ook gesprekken plaatsgevonden met de Gemeente en (indirect) met de waterzuivering.
De redenering van de subgroep is dat door de komst van de molens de eigenaren van de grond tonnen extra per jaar zouden genereren aan huur , dit terwijl de nadelen van de molens met name gedragen worden door direct omwonenden en omliggende bedrijven. Dat leidde er bij de subgroep toe dat zij in gesprek wilde met de beide grondeigenaren om te bezien om er extra middelen beschikbaar konden komen voor infrastructurele projecten voor de directe omgeving van beide turbines. De Gemeente Amersfoort heeft daar positief op gereageerd , het waterzuiveringsbedrijf wil daar niet aan meedoen. Slotconclusie van dit procesverslag en reflectie is dat er tussen subgroep en beide onderhandelingspartners REF en SEA in een goede sfeer onderhandelingen zijn gevoerd die geleid hebben tot redelijke uitkomsten , afgezet tegen de inzet zoals aan het begin van het onderhandelingsproces door de subgroep is verwoord.
25
Verslag
en
reflectie van de ontwikkelaar
Als ontwikkelaars kijken wij terug op een intensief en inhoudelijk zwaar participatieproces. Vanaf de start van de dialoog met de Omgevingsadviesraad {OAR} en het Bewonersplatform hebben wij de insteek gehad om constructief samen te werken en om , waar mogelijk , mee
Daarbij hebben wij steeds als uitgangspunt gehanteerd dat afspraken alleen gemaakt kunnen worden indien zij het project niet on realiseerbaar maken , technisch , financieel én juridisch. te bewegen met wensen uit de omgeving.
Met deze insteek is in gezamenlijkheid een breed palet aan onderwerpen besproken en uitgewerkt. Dit heeft geleid tot een aanzienlijk aantal bovenwettelijke afspraken , onder op het gebied van hinderbeleving , monitoring , transparantie , externe veiligheid en compensatie richting de omgeving. Wij constateren dat het Convenant op veel onderdelen verder gaat dan wettelijk vereist en daarmee recht doet aan de zorgen en belangen die in d~ omgeving leven. meer
Tegelijkertijd zijn er ook wensen vanuit de OAR en het Bewonersplatform geweest die wij niet hebben kunnen honoreren. Dit betrof voorstellen die naar ons oordeel een te groot risico met zich zouden brengen voor de technische haalbaarheid , de financiële uitvoerbaarheid of de juridische houdbaarheid van het project. Wij hebben deze afwegingen steeds zo transparant mogelijk toegelicht , maar realiseren ons dat dit niet voor alle betrokkenen tot een bevredigende uitkomst heeft geleid.
Wij begrijpen dat niet iedereen positief op het proces kan terugkijken. Het traject kenmerkte zich door een grote hoeveelheid inhoud , specialistische kennis en complexe regelgeving. Daarnaast waren wij voor beantwoording en uitwerking van verschillende onderwerpen afhankelijk van externe partijen , zoals adviseurs , fabrikanten en overheden. Dit heeft ertoe geleid dat informatie soms later beschikbaar kwam dan gewenst , niet altijd direct werd begrepen of niet binnen de door de OAR gewenste planning kon worden aangeleverd. Wij erkennen dat dit bij betrokkenen frustratie kan hebben veroorzaakt. Desalniettemin voelen wij ons gedurende het proces nadrukkelijk uitgedaagd door de OAR om bovenwettelijk extra ruimte te zoeken voor bescherming van de leefomgeving , verbeterde informatievoorziening en aanvullende compensatie voor de omgeving. Deze uitdaging heeft ons scherp gehouden en bijgedragen aan de kwaliteit en diepgang van het uiteindelijke Convenant. Tot slot willen wij onze waardering uitspreken voor alle leden van de OAR , het Bewonersplatform en andere betrokkenen die zich -veelal op vrijwillige basis -hebben ingezet in dit proces. Wij realiseren ons dat dit een aanzienlijke tijdsinvestering en mentale belasting met zich heeft meegebracht. Wij danken iedereen oprecht voor de betrokkenheid , de kritische houding en de energie die in dit traject is gestoken.
26
27
OmgevingsConvenant Wind 26
Paraaf
Exploitanten:
(geanonimise rd)
op Isselt
januari
2026
Paraaf Voorzitter
"ER(geanonimise rd)
28
Inhoudsopgave Inhoudsopgave LE
Dr
ZED
OCS
Convenant
Convenant
ne
Convenant
AR
Wieiistwie
eniuitgangsp Un Len
…
ennn
…
MRelevantepartije
SMEKEettinebedin
nensteanenateandenrenn
nessen
Ondertekening
…
neen
SP
Bovenliggende/afspraken
eneen
Evaluatie,
klachten
GEER
el Ard erde
Ae
SA
mRechtspositieivanide
9.2.
Gedeeld
10.
Bouw-,
aaternteae
eenn
A
…
……
…
…
36
…
36
svenvenseenseneeenvennvenvenseensennvenvennvenvennvennenneeenerenvenvenneenvenn
37
…
nnee
EEE
OARING
38 40
ven
en
andere
ennen
eevenveneen
belanghebbenden eenen
in
vevenvenvenceneeneenennenvenn
eerreennennensnennseenenvetneneneeete
nnen
personen onder
aanbestedingsdocument
NDA
…
proef- en ontmantelingsfase
…
noren
ene
nas
nonr
venevonereveneeenveenvenvennveenereneenn
46
esoonenensonssensenenvenenseneneerenesern
46
oneenvennereneeneennsenvennvennvensernvenneen
Bouwfase
en
groot onderhoud
10:25
"Hinderen
verkeersbewegingen
103
Proefperiode
eeen
10:45TOntmantellng
dens
En
aaen
eee
eneen
Einderbelevingienigezondheidi 11.1.
Voldoen
LL
Game
Paraaf
Exploitanten:
(geanonimise rd)
aan
…
anssen
…
mn
sro
47 eesenvenensennensenvenvenvenvenvenvenvenvenn
47
annees sene ne 47
sverononsesserveneaennaennoeseeenenoreonnnnacnndenneno
48
eeN
eenen
neee 48
ge (id
conceptnorm 45 dB Lden
die
46
werkzaamheden tbv groot onderhoud tijdens
en
LC
10.1.
43
45
HEREN
…
40
44
EOL
de windturbines
van
33 353)
eneenenr veren
COMMUNIEAÛE
en
via aangewezen
Inzage
teen
sn
8.2.
9.1.
e
attent
de windturbines
van
Aanbesteding
neen
nennen veneenvenvenennveneenennenen
…
_ Stichting voor de belangen van de omwonenden
de omgeving
denete
36
kettingbeding en boetebeding
ondertekening
en
EESWIjZEN
8.1.
dere
33 33
neee
TR
EKO
nnveneneneenevenvensersvenneeneernennvenserenvenvendeenvennvenneendennn
ge
Geldigheid, wijzigingen
9.
ene
senearsnsentennens
Kwalitatieve verplichting c.q.
6.1.
28
33
me
Aelegitimatieivanideipartijens
6.
venvenvenvenenvenvenvenenseenennenneenennensensenvenne
[in
Reikwijdte
5.1.
even
52,
3.
42
ennensenneenenn
50 …
enn
nennen envenvenvenvenvenvenvenveneenn
bainmntGoesoaseonneoronntdoendeddomoomweddsndomdrndteodsennnnnd
Paraaf Voorzitter OAR:
50 50
(geanonimise rd)
29
1E
GEVO
Bil
TrANRGeluiddempendewieken/iilenveren AN 1185
mTerugschakelenibijfoverschrijding
AIG
TOnaal
11.7.
Laagfrequent geluid
11.8.
Monitoring...
geld
RO Dn
115
smsen
eeneneeeennee
55
renrenvenvennneenservenneennevenvenneennvenvennvenden
56
evonneennseeonverenerrnnervennvernneennvenneeveneveernssenneerenseennsevenvenennveenn
59
…
eeen
enn
enne
60
LE
Uitgebreide monitoring binnen 750 meter.
11.11.
Maatregelen bij klachten
11.12.
Maatwerk
voor
Hinderbeleving
en
61
..nnnnanvenrenenvensensenvenreneenvensvenenvenvenvenvenvenve
62
gezondheid
Slagschaduw:op: woningen
12.2.
Slagschaduw
12.3.
Stopknop slagschaduw/25
124
Verlicht
12.5.
Lichtschittering. NC
op
onvensennensenneneenvensenn
woonwagens
1251
bedrijven
—
en
NC
woonboten
sevens
.…
nnn
slagschaduw, verlichting
nnnnnenoonenneveneeneneeneneenen
lichtschittering
en
…
…
…
en
of kantoren
m-contour.
NC
…
66
envenenneneneenenvenveneneenenen
67
anno eeneneneeneenenenveneneenenvenen
68
…
nues
ensen
69
….…..vanvornennennenrensenennenseenverensensenerenenvenvenvenvenrenrenenevenvenerene
annen
…
63
66
Zee
ISR,
Gezondheid
13%
53
ennen
Zee
11.10.
112),
52
Cn
70
onnrenvennvenvennvenneennvenvenerenvensvenseennennvenneererenvenneenvennvenn
13.1.
Gezondheidsmonitor
13.2.
Geen
1359
mmmToekomstigeinonmenANGAeeessentersaesneensennre neden rentnantesen nenten dn dentener venen deense tanasen 74
134
Stijstandibijinegatieve stroomprijzen
binnen straal
woningen
1315:mBisfenollASNG
Teen
eenen
van
ChemischerstoffenrenthydraullekAN
13.7.
Audiologisch
eeen
nennen
Transparantie
14.3.
Veiligheidscontouren
14.4.
Voldoen
aan
over
78
als onderdeel 79
en
Exploitanten:
onderhoud
sectormanagement.………
en
incidenten
sens
veiligheidscontouren zoals afgesproken
Toepassing turbinemast
81 82
eene
veiligheidsberekeningen,
vergunningsaanvraag gehanteerd
(geanonimise rd)
Eens 77
eenen:
14.2.
Paraaf
eed enn dees sena teevee denn 75
nnensndentennnansee
Caen
mmsdetectiesysteemieniijsprotoco leenen
14.5.
73
GEen
14
zoals in de
nennen
‘Uitwerkingsvoorstel wind op Isselt’ opnemen
advies
ExterneWwelligheid
14.
NG
NC
eneen
136
vanlConvenantiN
viermaal tiphoogte (WHO-norm).
…
…
…
85
……
saaoronvensvenseonvensvense
in het definitieve
EV-rapport
nssensnrornenenenonveeorenonenenennenenenenenen
uit zwaardere windklasse
…
87
90
oone renee 91
neen
Paraaf Voorzitter OAR
(geanonimise rd)
30
14.6.
Classificatie toekomstig gebouw RWZI
TA
mmBeschermingiwitale objecten
14.8.
Veiligheid
14.9.
Veiligheidsfonds, aansprakelijkheid risico
paragraaf
en
LAT
CU
1412
MeERisico's voonwegentenifletspaden
…
mlnisicO conto
Vergunningaanvraag
15.2.
Generieke
15.3.
State-of-the-art
Uren
enen
neenn
eenen
voor
snersseenvennvensennsenvennernsersvennersvenneerseensensn
snee
mWerkgroeplEcologie
nnn
vleermuizen
107
ensssenneerneenserennevenneerenerenseeenseeen
…
uns
vensennennvenseenserseen
15.8.
Juridische
15.9.
Boeteclausule
…
an
verankering ecologische verplichtingen enen
Aanvullende ecologische onderzoeken. NC
15.11.
Maximale
tiplaagte.
1 MMO MEEeVIngsfo nds
NC
da
nanos
…
eneneenensenenenvenenvenenn:
nnen
nnn
oneens eneenseenveren
…..….nsnenenenenenenenenenvenenenenenenenenenenensenevensmenenenenvenn
gebiedsfonds…
eneen
unseren ereeeneeeneensvenseenernseen
MBurenregeling
16.3.
Nadeelcompensatie
inenen
nnee
eee
16:4Zichtbeperkingienibeplanting Lokale investeringsregeling
…
…
…
…
vennen
en
eenven
eenen
ONdENLEKEn Vanuit delOARS
17/2
NamensidelExploitanteniWElsselti
1753
mVoorzitterientsecretarnis
17.4.
Mede
Paraaf
correcte
120
errseeneerserse
nente
zenreeneronnearnnesnnadenenentendetententeneeattenvsonneltenentnnenentencnee
smeer
BVA
neden
eneen
nanne
122
123)
eeens
123
deerne
ondertekenaars vanuit de OAR. Hiermee bevestigen zij dat het Convenant weergave
Exploitanten:
(geanonimise rd)
15
122
1715
éen
114
119
Ze
…
113
al
denn
(Molenaar-obligaties)
112
115
AEN
162:
112 112
vaneen
enenveneneneeneneeveneneenenunvenenvenenenvenenvenenvenenenveneenenen
15.10.
en
110
Meenen
…
107
110
reren
Beperken ecologische schade tijdens bouw
107
109
eeen
15.7.
Lokaal eigendom
105
ne
…
100 103
vogeldetectie/ best beschikbare techniek (bbt)…
15:6mMonitoringtenrevaluatielEcologie
17.
96
99
arseen
na
vooroverleg
en
stilstandvoorziening
15:4REcologielfond
16.5.
nenten
snee
15.1.
16
nee
afbraakverplichting…
vane
m U latielva
Ecologieseninatuun
16.
veen nanne
95
in alle fasen
Integrale
155
venne
aaan rnersneerneenvenneeneeenen
eeens
14.10.
ds
…
Is van
de
gemaakte afspraken...
versen, 123
nsesesronvonvenvenseneserseneeenenn
Paraaf Voorzitter OA
(geanonimise rd)
Spil
Vervolg overzicht Mede ondertekenaars Convenant 175
Bijlage 2
Paraaf
correcte weergave
is van de gemaakte
mBeschikbaarstelling: enipublicatie
Bijlage
Ens
een
—
vanuit de OAR.
Hiermee
afspraken.
bevestigen zij dat het …
ee
sns
Exploitanten:
(geanonimise rd)
woningen
binnen
de straal
van
de
125 11227
Sn
Overzicht
124
burenregeling…
nnen
Paraaf Voorzitter OAR
128
(geanonimise rd)
32
1.
Inleiding Dit
initiatiefnemer Samen te
is het tweede
omgevingsconvenant ‘de
noemen:
OAR').
De
‘Partijen’. van
Exploitanten’)
Amersfoort
zoals
28 mei
van
2024
vanuit verschillende
perspectieven
inhoud
een
verslag voorafgaand
aan
te verwerken.
met de
afspraken
De OAR
bestaat
maken
de
is gelukt.
met de
beschermen
en
(hierna
is dit
Alle
De
Partijen de
de OAR
van
en
hebben
bedoeld
omwonenden
mee
de
omgeving
vormen
geen
helder te maken
om
op
deel
een
biedt
inzichten
of
afspraken
aan
Voor
informatie
meer
Gemeente