Bestuurlijke reactie rekenkamerrapport Inburgering
Tekst van het document
Praktische beperkingen ziet gemeente ook De afdeling Arbeidsintegratie ziet dat het toeleiden richting werk ook wordt belemmerd doordat de combinatie van werken en het volgen van taallessen soms praktisch onmogelijk is, net zoals Integratiewerk benoemt. Het inzetten van avondlessen creëert mogelijkheden. Verder ziet de afdeling Arbeidsintegratie ook de beperkingen rondom kinderopvang. Wanneer de randvoorwaarden, zoals kinderopvang nog niet op orde zijn, is het ook voor hen niet mogelijk om iemand richting werk te begeleiden. Mogelijkheden in de regio In de regio Amersfoort is een Regioverbinder statushouders aangesteld, die zich richt op duurzame uitstroom van statushouders naar werk.78 Er is geïnventariseerd welke behoeften er zijn, zowel kwantitatief (aantallen, taalniveau, voorkeurssectoren) als kwalitatief (begeleidingstrajecten). Op basis hiervan worden regionale leerwerktrajecten ontwikkeld in de toekomst.
78 Voor meer informatie zie: Regionale verbinders | Divosa
58
De sociale basis op orde In het interview met wethouder Nadya Aboyaakoub-Akkouh constateert ze dat de sociale basis nog niet altijd is ingericht op het bereiken en bedienen van kwetsbare inwoners, die niet snel zelf om hulp vragen. Er is een tekort aan stageplekken en inclusie werkplekken, dit geldt niet alleen voor statushouders, maar ook voor andere doelgroepen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De wethouder verwacht dat B1-route cursisten en jongeren op eigen kracht hun weg zullen vinden, maar ziet uitdagingen voor Z-route cursisten. Voor deze groep is de taal leren een uitdaging en weinig passend aanbod. Volgens de wethouder is maatwerk van belang en het opdoen van praktijkervaring en het opbouwen van een netwerk. Uitvoering MAP In Amersfoort verzorgen taaldocenten de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), terwijl Integratiebegeleiders het participatiegedeelte begeleiden, bestaande uit het opdoen van 40 uur praktijkervaring. Tijdens de training krijgen inburgeraars informatie over de Nederlandse arbeidsmarkt, het solliciteren en hun werkmogelijkheden. Docenten ervaren dat de hoeveelheid lesstof die in 18 lessen overgebracht moet worden groot is. Specifiek voor Z-route cursisten is de lesstof daarnaast vaak te abstract en het taalniveau te hoog.
Taaldocenten benoemen dat zij zichzelf niet altijd de juiste persoon vinden om met cursisten over werk te praten, aangezien hun primaire taak het taalonderwijs is. Wanneer taaldocenten starten met de MAP-training, informeren zij de begeleiders van de statushouders. De begeleiders zijn vervolgens aan zet om samen met de statushouders een geschikte stageplek te vinden. De taaldocenten benoemen dat deze aansluiting nog niet altijd optimaal verloopt: “In de ideale wereld zou er een synergie zijn tussen stage en MAP, maar dat is niet zo. Ik vraag me af of – als ik klaar ben met MAP - of iedereen dan überhaupt een stage heeft gelopen.”
Statushouders Uit de interviews met statushouders komen drie thema’s naar voren: werk komt pas laat in het traject aan bod, participatie is nog beperkt en de focus ligt sterk op taal. Omdat de statushouders die wij spraken nog nauwelijks ervaring hadden met begeleiding naar werk, konden zij hierover nog nauwelijks ervaringen delen. Statushouders die wij spraken binnen de jongerenroute, Z-route en B1-route geven aan over het algemeen tevreden te zijn met de begeleiding die zij ontvangen van hun integratiebegeleider. Ze worden in het kader van de MAP ondersteund bij het vinden van een stageplek of vrijwilligerswerk. Informatie over het vinden van werk beperkt zich voornamelijk tot de MAP training en Stap in training. Daarnaast krijgen ze onder begeleiding van Integratiewerk een rondleiding bij Werkcentrum regio Amersfoort waar ze meer informatie krijgen over mogelijkheden tot werk. Uit de gesprekken met statushouders komt naar voren dat werk nog nauwelijks aan bod komt in de begeleiding, ondanks dat verschillende statushouders al aan het einde van hun traject zitten. De focus ligt op taal, zoals zij meekrijgen van hun begeleiders. De statushouders in de B1-route die wij hebben geïnterviewd, stellen dat ze soms te horen krijgen dat ze nog niet kunnen beginnen met vrijwilligerswerk, omdat ze de taal nog onvoldoende beheersen.
Dit terwijl ze behoefte hebben aan het oefenen van de taal in de praktijk.
59
‘’Eerst A2 halen, dat is de voorwaarde als ik als vrijwilliger wil beginnen. Dat zegt Integratiewerk’’. (Groepsinterview inburgeraars B1-route). En ‘’Ik had me aangemeld vorig jaar bij het Werkcentrum regio Amersfoort, maar ik sprak nog niet goed genoeg de taal dus ik moest wachten. Als je wel Engels spreekt dan is het makkelijker en krijg je sneller een baan.’’ (Groepsinterview inburgeraars B1-route) Statushouders die deelnemen aan de Z-route vullen nu de verplichte 800 participatie-uren grotendeels in via vrijwilligerswerk. Ze geven aan dat dit werk, onder begeleiding van Integratiewerk, specifiek is gezocht omdat het aansluit bij hun toekomstige baanwensen. De statushouders in de B1-route zijn zeer tevreden over de MAP-training. Ze vertellen dat ze veel informatie hebben gekregen tijdens de training, onder andere op welke websites ze werk kunnen zoeken, welke opleiding ze nodig hebben voor welke baan en het schrijven van een CV en motivatiebrief. In de training hebben ze onderzocht wat hun persoonlijke eigenschappen, kwaliteiten en motivaties zijn voor een baan. Dit wordt als ondersteunend gezien om een baan te vinden. Binnen de MAP moet 40 uur aan praktijkuren gemaakt worden. De geïnterviewde statushouders zijn hierover in gesprek met hun begeleider om dit vorm te geven.
Een enkeling heeft al een vrijwilligerswerkplek en ervaart dat het helpend is om op die plek ook Nederlands te oefenen. De statushouders in de Z-route benoemen dat ze tijdens de MAP-training zijn geïnformeerd over betaald werk. De individuele wensen van de statushouders op het gebied van betaald werk zijn aan bod gekomen in relatie tot het zoeken naar passend vrijwilligerswerk.
5.4 Normenkader In de onderstaande tabel is het normenkader opgenomen. Hierin wordt de relatie gelegd tussen de normen en de beoordeling. Werk •
• • •
De toeleiding naar werk is effectief en doelgericht. Hierbij is er een duidelijke route van inburgering naar werk. Dualiteit vindt plaats vanaf de start van de inburgering. Er is een helder afwegingskader om te bepalen of een inburgeraar arbeidsfit is. Samenwerking met lokale partners is structureel en afgestemd op de arbeidsmarkt.
Oranje: De opzet van de toeleiding naar werk is logisch en sluit aan bij de Wi2021 in Amersfoort, maar de uitvoering kent knelpunten. Dualiteit komt niet consequent vanaf de start tot stand en werk krijgt in de praktijk vaak pas laat aandacht. Een helder en gedeeld afwegingskader voor werkfitheid ontbreekt, waardoor overdracht tussen Integratiewerk en Arbeidsintegratie niet altijd soepel verloopt. Samenwerking tussen Integratiewerk en de afdeling Arbeidsintegratie van de gemeente is in ontwikkeling maar nog niet structureel geborgd. Daarnaast beperken praktische belemmeringen, zoals taalniveau, kinderopvang en beperkte participatiemogelijkheden, een tijdige en doelgerichte uitstroom richting (vrijwilligers)werk. Samenwerking met lokale partners vindt nauwelijks plaats. Ondanks dit laten de Amersfoortse resultaten rond werk en onderwijs wel een bovengemiddelde arbeidsparticipatie zien. De gemeente Amersfoort en 60
De rollen van de betrokkenen bij de inburgering (gemeente, partners in de stad en inburgeraars) zijn duidelijk geformuleerd Het inburgeringsaanbod en ondersteuning sluit aan bij de behoeften van inburgeraars
De gemeente bereikt de gestelde doelen in het beleid en monitort of deze doelen worden behaald
Integratiewerk hebben in 2025 stappen gezet om de samenwerking te verbeteren. Oranje: de rollen zijn (pas) in het Plan van Aanpak 2025 helder geformuleerd. In de praktijk moet nog blijken of dit voldoende is. Oranje: werk komt volgens statushouders (te) laat aan bod in het traject. De nadruk ligt sterk op taal, terwijl ze behoefte hebben aan praktijkervaring om taal en werkvaardigheden gelijktijdig te ontwikkelen. Oranje: er vindt nauwelijks begeleiding richting werk plaats aan het begin van de inburgering. De gemeente en Integratiewerk hebben een werkplan opgesteld om de samenwerking op dit punt te verbeteren. De gemeente monitort de resultaten. Uit cijfermatige data blijkt dat in de gemeente Amersfoort bovengemiddeld veel statushouders aan het werk zijn ten opzichte van de Arbeidsmarktregio en het landelijke gemiddelde.
61
HOOFDSTUK 6 GEZINSMIGRANTEN In dit hoofdstuk beantwoorden we de volgende deelvragen voor gezinsmigranten: • •
Hoe werkt het inburgeringsbeleid in de praktijk op de onderdelen maatschappelijke begeleiding, leerroutes en toeleiding richting werk? Wat zijn de succesfactoren en knelpunten van de inburgering vanuit het perspectief van de inburgeraars, met een focus op de leerroutes, maatschappelijke begeleiding en toeleiding richting werk?
6.1 Gezinsmigranten in de Wi2021 Gemeenten voeren, zoals eerder genoemd, onder de Wi2021 de regie op de inburgering. Dit geldt ook voor gezinsmigranten79, die doorgaans met een andere startpositie aan het traject beginnen dan statushouders. Gezinsmigranten komen naar Nederland om zich te voegen bij een familielid of partner. In dat kader leggen zij voorafgaand aan hun komst het basisexamen inburgering af in het buitenland. Bij aankomst beschikken zij daardoor meestal over een basiskennis van het Nederlands (niveau A1). Daarnaast hebben gezinsmigranten doorgaans een partner met een (voldoende hoog) inkomen en vaak toegang tot het (sociale netwerk) van die partner. Tegelijkertijd is deze groep zeer divers; voor sommige gezinsmigranten is de startpositie vergelijkbaar met die van statushouders. Het wordt door de wetgever belangrijk gevonden dat ook gezinsmigranten begeleiding en ondersteuning ontvangen tijdens hun inburgeringstraject.80 Door verschillen in startpositie wijkt het inburgeringstraject van gezinsmigranten op onderdelen af van statushouders. Zo krijgen gezinsmigranten geen maatschappelijke begeleiding, worden zij niet financieel ontzorgd en moeten zij de taallessen en KNM zelf betalen, eventueel door een lening af te sluiten bij DUO81. De Brede intake, PIP, de begeleiding bij het inburgeren door de gemeente, MAP en PVT worden wel voor hen bekostigd.82
6.2 De Amersfoortse aanpak De gemeente Amersfoort heeft de verplichte onderdelen van de WI2021 voor gezinsmigranten, Brede Intake, PIP, PVT, MAP en ook de casusregie, uitbesteed aan Integratiewerk. Op basis van de documentstudie en de interviews met professionals – wordt in deze paragraaf omschreven hoe het inburgeringstraject voor gezinsmigranten in de praktijk wordt vormgegeven.
79 Zoals toegelicht in paragraaf 1.2 hanteren we in dit onderzoek de term gezinsmigrant als een verzamelbegrip voor zowel
gezins- als overige migranten in de context van beleid en uitvoering. Bij de bespreking van ervaringen ligt de focus echter op gezinsmigranten; overige migranten zijn hierin niet expliciet meegenomen. 80 Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2021, 410. (2021, 1 september). Besluit van 27 augustus 2021 tot vaststelling van het Besluit inburgering 2021. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Geraadpleegd op 8 juni 2025, van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-410.html 81 Er wordt een inkomenstoets uitgevoerd om te bepalen of een inburgeringsplichtige in aanmerking komt voor een DUOlening en om de hoogte van de lening vast te stellen. Deze lening kan worden gebruikt voor cursus- en examenkosten bij erkende aanbieders van de B1-, Z- of onderwijsroute. De lening mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten en bedraagt maximaal €10.000. Zie artikel 6.1 en 6.2 van het Besluit inburgering 2021, Stb. 2021, 410. Beschikbaar via: Regeling - Besluit inburgering 2021 82 MvT ibid., p.11-12
62
Brede Intake en PIP Tijdens de Brede Intake maakt de gezinsmigrant kennis met de vaste Integratiebegeleider, en wordt de leerbaarheidstoets afgenomen, eventueel gevolgd door een toets voor het taalniveau. Vervolgens wordt in samenspraak met de gezinsmigrant bepaald welke leerroute - B1- of Z-route - passend is. Aangezien gezinsmigranten hun inburgeringsonderwijs zelf bekostigen, heeft de Integratiebegeleider hier slechts een adviserende rol. •
•
Bij een keuze voor de Z-route moet verplicht 800 uur les gevolgd worden op school met een Blik op Werk keurmerk.83 Integratiewerk de enige beschikbare BOW-taalaanbieder in Amersfoort. Als een gezinsmigrant in de Z-route in Amersfoort taallessen wil volgen, dan is zij of hij aangewezen op Integratiewerk. Indien nodig kan een lening worden afgesloten bij DUO om de kosten te dekken. Statushouders in de B1-route kiezen zelf of zij taallessen willen afnemen (bij een aanbieder naar keuze), of dat zij via zelfstudie zich willen voorbereiden op de inburgeringsexamens. Als ze taallessen inkopen, dan kunnen zij hiervoor een lening afsluiten. Om, wanneer blijkt dat een B1-niveau niet haalbaar is, te kunnen afschalen naar A2 dient echter wel 600 uur les gevolgd te worden bij een BIW-school.
Het is de taak van de Integratiebegeleider om de gezinsmigrant te informeren over de verschillende mogelijkheden en een passend advies te geven. Leidraad die wordt gehanteerd is dat Integratiewerk alle gezinsmigranten adviseert ten minste enkele lessen bij Integratiewerk in te kopen.84
Stap-in training Voor gezinsmigranten is een aangepaste versie van de Stap-in training ontwikkeld. Dit omvat de PVT en een module over financiële zelfredzaamheid, die beschikbaar is voor alle gezinsmigranten, ook als zij geen taallessen afnemen. De training duurt vijf weken (één dag per week) en wordt gegeven in het Nederlands of Engels. Ook kan de PVT training regelmatig gedurende één week in de vakantie gevolgd worden.
MAP Voor gezinsmigranten die taallessen afnemen bij Integratiewerk is de MAP geïntegreerd in het taalonderwijs.
Begeleiding/casusregie Integratiewerk is namens de gemeente verantwoordelijk voor het monitoren van de voortgang van de inburgering bij gezinsmigranten, ook diegenen die geen taallessen bij Integratiewerk volgen. Gezinsmigranten hebben regelmatig contact met de vaste integratiebegeleider. Gezinsmigranten ontvangen geen maatschappelijke begeleiding. Er wordt uitgegaan van een grotere mate van zelfstandigheid ten opzichte van de doelgroep statushouders. De Nederlandse partner wordt geacht waar nodig de weg te weten naar de juiste ondersteuning. In het interview met Integratiebegeleiders wordt aangegeven dat gezinsmigranten met vragen bij hun vaste integratiebegeleider terecht kunnen. Omdat gezinsmigranten niet uitkeringsgerechtigd zijn (“nuggers”), worden zij ook niet actief naar werk begeleid door Integratiewerk of Arbeidsintegratie. Wel kunnen zij terecht bij het Werkcentrum. In juni 2023 noteert de gemeente in de ‘Notitie staf inclusieve stad’ met als thema gezinsmigranten inburgering dat de gemeente de verwachting had dat het bredere inburgeringsaanbod – waaronder
83 Het Blik op Werk Keurmerk Inburgering is een kwaliteitskeurmerk voor organisaties die inburgeringscursussen aanbieden.
Het keurmerk geeft aan dat een aanbieder voldoet aan strikte kwaliteitseisen en dat de kwaliteit jaarlijks onafhankelijk wordt getoetst, zie Homepage - Samen werken aan duurzame participatie 84 Gemeente Amersfoort (2023). Notitie staf inclusieve stad. Gezinsmigranten inburgeren (intern document).
63
maatschappelijke begeleiding en participatie – beschikbaar zou zijn voor gezinsmigranten vanwege de horizontale samenwerking met Integratiewerk. In de praktijk kon echter niet voldaan worden aan de gestelde ambitie om het aanbod aan gezinsmigranten en statushouders zoveel mogelijk gelijk te trekken. Hoewel er ook andere knelpunten zijn die hieraan hebben bijgedragen – die in de volgende paragrafen worden besproken – vormde financiering het grootste struikelblok. Integratiewerk ontvangt geen financiering voor de uitgebreidere begeleiding van gezinsmigranten. Ook het flexibel inzetten van budgetten is lastig, vanwege de krapte en complexiteit van de financiering in de inburgeringswet, en de onvoorspelbaarheid van hoe dit aan het einde van de inburgeringstrajecten ‘uitkomt’. Hierdoor bood Integratiewerk tot 2023 geen extra dienstverlening aan gezinsmigranten. Om toch maatwerk te kunnen bieden aan de meest kwetsbare gezinsmigranten – die qua ondersteuningsbehoefte overeenkomsten vertonen met asielmigranten – ontvangt Integratiewerk vanaf 2023 een budget van € 33.000 voor het bieden van extra dienstverlening aan deze ‘gezinsmigranten met een asielprofiel’. Verder wil de gemeente inzetten op compensatie voor gezinsmigranten die aan het einde van hun inburgeringstraject in de problemen komen vanwege de lening die ze af hebben moeten sluiten voor taallessen.85
6.3 Ervaringen begeleiding Professionals Diversiteit van de groep gezinsmigranten Integratiebegeleiders van Integratiewerk geven aan dat in de begeleiding van gezinsmigranten een grotere mate van zelfstandigheid wordt verwacht. Zij spreken al enigszins Nederlands en hebben een partner. “Die [de partner] is vaak de gids voor de sociale kaart van Amersfoort en alles daaromheen”. Volgens de Integratiebegeleiders wordt de begeleiding van gezinsmigranten afgestemd op de individuele ondersteuningsbehoefte van de gezinsmigrant, de afspraakfrequentie varieert dan ook sterk per gezinsmigrant. “In sommige gevallen is dat één keer per kwartaal via whatsapp, en anderen spreek je bijna wekelijks.” Gezinsmigranten kunnen bij vragen contact opnemen met hun integratiebegeleider. Het overgrote deel van de gezinsmigranten volgt de B1-route. Het feit dat deze gezinsmigranten vrije keuze hebben hoe zij hun taalonderwijs invullen, en dit ook zelf betalen, heeft tot gevolg dat hun inburgeringstraject er vaak anders uitziet dan dat van statushouders. Geïnterviewde professionals hebben de ervaring dat gezinsmigranten er vaak (aanvankelijk) voor kiezen om via zelfstudie aan taal te werken. Dit heeft als risico dat men niet op tijd de taal leert. Daarnaast biedt deelname aan taallessen de gelegenheid om waardevolle contacten op te doen. Gezinsmigranten die geen taallessen afnemen, lopen deze kans mis.
De diversiteit van de groep gezinsmigranten en bijbehorende ondersteuningsbehoefte wordt ook benoemd in het interview met beleidsmedewerkers. Zij verwijzen naar de speciale regeling voor ‘gezinsmigranten met een asielprofiel’ die is opgezet om in de ondersteuningsbehoefte van deze doelgroep te voorzien. De beleidsmedewerkers geven aan dat zij geen signalen hebben ontvangen dat er meer vraag naar extra ondersteuning is dan waar de subsidie in voorziet.
85 Gemeente Amersfoort (2025). Gezinsmigranten aanvullende begroting.
64
Gezinsmigranten Gezinsmigranten hebben behoefte aan informatie over en ondersteuning bij het zoeken naar werk of opleiding. De geïnterviewde gezinsmigranten zijn over het algemeen positief over de Brede intake en het opstellen van het PIP. De integratiebegeleider heeft duidelijk uitgelegd wat er van hen wordt verwacht in het inburgeringsproces. De keuze voor de leerroute is prettig verlopen. Ná het opstellen van het PIP ervaren de geïnterviewde gezinsmigranten minder ondersteuning. Volgens hen blijft dit vooral beperkt rondom kwesties die met het leren van de taal en taallessen te maken hebben. Uit het groepsinterview met gezinsmigranten komt naar voren dat zij ook behoefte hebben aan ondersteuning bij het vinden van werk, of het volgen van een opleiding. “Vorig jaar stuurde die [contactpersoon] mij elke keer websites waar ik Nederlands kon leren. Dit jaar had ik maar twee keer een afspraak: Eén keer voor diplomawaardering. En de tweede keer voor het inschrijven voor B1 taallessen. Ik wil heel graag hulp voor werk of opleiding of stage doen. Maar dat komt later zegt de contactpersoon.” (Groepsinterview gezinsmigranten) De geïnterviewde gezinsmigranten vertellen dat hun integratiebegeleider aangeeft dat zij eerst Nederlands moeten leren, voordat gekeken wordt naar (vrijwilligers)werk of stage. Maar deze aanpak sluit niet aan bij hun realiteit.
Gezinsmigranten krijgen geen uitkering, waardoor ze naast de kosten voor taallessen vaak genoodzaakt zijn om te gaan werken. “I only talk to contactperson about schooling. I worked in [a shop] voordat ik aan de lessen begon. I also want to find work now, but I can't find one. [the contactperson says]: Now focus on school, en daarna weer werken. It is difficult to not have any income and pay for classes.” (Groepsinterview gezinsmigranten) Hoewel het leren van de taal en aansluiten bij carrièrewensen belangrijk is voor de toekomst, hebben veel gezinsmigranten juist behoefte aan concrete handvatten voor werk dat wél mogelijk is voordat zij voldoende Nederlands spreken. De geïnterviewde gezinsmigranten zouden graag zien dat hun integratiebegeleider hen zou kunnen adviseren hierover. “Het zou goed zijn als zij advies kunnen geven over welk werk je kunt doen als je nog geen Nederlands spreekt, zodat je weet wat jouw opties zijn. Maar de contactpersoon zei: ‘Wat wil je?’ Maar ik weet niet wat er is, en hoe het werkt. Dus hoe kan ik kiezen?” (Groepsinterview gezinsmigranten) Naast financiële motieven, werden ook zorgen geuit over de positie op de arbeidsmarkt bij het gebrek aan werkervaring wanneer de inburgering afgerond is. En tot slot werd benoemd dat werken ook een belangrijke rol speelt voor het algemene welzijn en sociale contacten.
“Ik heb de voorkeur voor meteen werken en daarnaast Nederlands leren. En niet 2 of 3 jaar wachten, en dan alleen inburgering doen. Ik heb een depressie hier in Nederland, omdat je niet kan werken. Ik had een goed sociaal leven in Marokko, ik werkte als manager, ik was altijd bezig, ik had mijn collega’s en mijn bedrijf. Maar hier ben ik altijd thuis, aan het wachten, en een beetje naar school.” (Groepsinterview gezinsmigranten) In het groepsinterview met gezinsmigranten kwam naar voren dat de deelnemers zélf verschillende stappen hebben ondernomen om werk te vinden – zoals binnenlopen bij een bedrijf of langsgaan bij een uitzendbureau. Drie van de vier deelnemers hebben momenteel enige vorm van betaald werk, of 65
hadden dit in het verleden. Maar allemaal zijn zij op zoek naar (ander) werk, bijvoorbeeld omdat het tot dan toe alleen lukte om zwart werk te vinden. In het vinden van werk, blijkt ondersteuning vanuit (het netwerk van) de partner ook niet vanzelfsprekend. Bij twee van de vier spreekt de partner ook geen Nederlands. De twee anderen zien ook binnen het netwerk van de partner geen passende mogelijkheden. Verder ontbreekt het de deelnemers aan kennis van andere bedrijven en organisaties waar zij terecht kunnen voor ondersteuning bij het vinden van werk – zoals het Werkcentrum regio Amersfoort of uitzendbureaus. Eén deelnemer aan het groepsinterview heeft op eigen initiatief contact opgenomen met het Werkcentrum Amersfoort.
6.4 Ervaringen met inburgeren Professionals Lang niet alle gezinsmigranten maken gebruik van (voldoende) taallessen Gezinsmigranten moeten taallessen zelf betalen en kunnen hiervoor een lening afsluiten bij DUO. In 2023 concludeerde de gemeente in de eerdergenoemde 'Notitie inclusieve stad’ dat – ondanks de gemaakte prijsafspraken – een groot deel van de gezinsmigranten geen formele lessen inkoopt bij Integratiewerk vanwege de kosten die hiermee gepaard gaan. Een reden die hiervoor gegeven wordt is dat gezinsmigranten vaak financieel afhankelijk zijn van hun partner en hun partner niet verder willen belasten. Gezinsmigranten durven vaak geen lening af te sluiten om de taallessen te bekostigen. Slechts 5 procent van de gezinsmigranten leent geld bij DUO. Uit de interviews met beleidsmedewerkers, integratiebegeleiders en taaldocenten wordt duidelijk dat zij de zorgen van de gemeente omtrent de grote groep gezinsmigranten die niet deelneemt aan formele taallessen delen. Veel gezinsmigranten kiezen voor – deels – zelfstudie. In het interview met Integratiewerk werd geschat dat rond de 100 gezinsmigranten tot dan toe taallessen hebben afgenomen bij Integratiewerk. Op basis van de instroomcijfers, schatten wij in dat minder dan een kwart van de gezinsmigranten taallessen inkoopt bij Integratiewerk.
Als alternatief wijken gezinsmigranten vaak uit naar vormen van informeel taalonderwijs, maar dit onderwijs is van onvoldoende kwaliteit om aan de inburgeringsplicht te kunnen voldoen, aldus de gemeente in de ‘Notitie inclusieve stad’. Hierbij benoemt de gemeente dat gezinsmigranten die inburgeringsexamen doen op B1-niveau helemaal vrij zijn wat betreft de voorbereiding op, maar dat gezinsmigranten in de B1-route die willen afschalen en op A2 niveau examen willen doen, moeten voldoen aan de vereiste dat zij ten minste 600 uur taalles bij een taalaanbieder met een Blik Op Werk keurmerk hebben gevolgd. Dit kost minimaal € 7.800. Voor de enkele gezinsmigranten die de Z-route volgen, geldt de verplichting om 800 uur taalles te volgen bij een taalaanbieder met een Blik op Werk keurmerk. Ook zij moeten dit zelf betalen.86 Het informele onderwijs dat wordt ingezet zijn een ‘taalmaatje’ via de Bibliotheek, lessen bij ontmoetingscentrum Entree of oefenen met de eigen partner en andere naasten. Als inburgeringsplichtigen zijn gezinsmigranten uitgesloten van algemene middelen voor volwasseneneducatie en laaggeletterdheid, daardoor mogen zij niet deelnemen aan het aanbod van gratis Nederlandse taallessen in Amersfoort. De gemeente voorziet dat als gezinsmigranten geen
86 De kosten hiervoor zijn €12.000 terwijl de DUO lening maximaal €10.000 bedraagt.
66
formele taallessen inkopen, dat de kans groter is dat ze de Nederlandse taal onvoldoende leren en hierdoor geen passende baan vinden.
Gezinsmigranten Geïnterviewde gezinsmigranten zien inburgering als opstap naar meedoen in Nederland In het groepsinterview geven gezinsmigranten unaniem aan dat zij het zeer belangrijk vinden Nederlands te leren en in te burgeren. Zij zijn gemotiveerd om te werken en/of studeren, en zien het leren van de taal als essentiële stap hiernaartoe. Ook de inhoud van de lessen KNM en MAP, die geïntegreerd zijn in het taalonderwijs, zien zij als zeer waardevol voor hun toekomst in Nederland. Ook zijn zij te spreken over de bekwaamheid van de docenten en de kwaliteit van de taallessen. We tekenen hier aan dat we in dit onderzoek alleen gezinsmigranten hebben gesproken die taallessen volgen bij Integratiewerk. We hebben hierdoor geen zicht op de ervaringen van de grote groep gezinsmigranten die geen taallessen volgt bij Integratiewerk. Gezinsmigranten ervaren financiële belemmeringen bij het inburgeren Gezinsmigranten ervaren financiële obstakels bij inburgering in de vorm van de hoge kosten van de inburgeringslessen. Ook onder de deelnemers aan ons interview, die allen wél taallessen hebben ingekocht bij Integratiewerk, is het effect van financiële overwegingen terug te zien in de invulling en voortgang van hun inburgeringstraject.
Zij kiezen er bijvoorbeeld voor om alleen voor B1-niveau lessen te nemen, volgen noodgedwongen minder lesuren per week dan aanbevolen en gewenst of stellen de start van taallessen na opstellen van de PIP uit omdat er geen geld was. “Ik heb alleen twee uur op maandag en twee uur op donderdag. Ik wil graag meer uren doen, maar dat kan niet want het is te duur.” (Groepsinterview gezinsmigranten) Slechts één geïnterviewde gezinsmigrant durfde het aan een lening af te sluiten, de rest geeft aan dat zij bang zijn dit niet te kunnen terugbetalen. Onder invloed van onder andere de kosten van de inburgering, in combinatie met geen of ontoereikend eigen inkomen, en in sommige gevallen een lening, rapporteren de deelnemende gezinsmigranten een hoge mate van stress. Er is een grote motivatie om zo snel mogelijk Nederlands te leren en te kunnen werken en studeren, maar het leertempo wordt beperkt door óf - en hoeveel - lessen een gezinsmigrant zich kan permitteren. In lijn met wat de gemeente concludeerde in de ‘Notitie inclusieve stad’ werd het volgen van een opleiding vanwege de kosten in zijn geheel niet als optie gezien. Een 22-jarige deelnemer stelt: “Ik wilde naar de universiteit gaan, maar dan ben ik straks 20.000 euro kwijt.”. Voor extra gratis taalondersteuning zijn gezinsmigranten vaak aangewezen op taalcoaches, taalcafés of hun partner.
In de praktijk blijkt de ondersteuning vanuit de partner niet vanzelfsprekend. De partner van meerdere gezinsmigranten spreekt bijvoorbeeld zelf geen Nederlands. Vanuit Integratiewerk hebben de gezinsmigranten toegang tot een app waarmee buiten de lessen geoefend kan worden, maar voor het regelen van extra ondersteuning moeten zij zelf het initiatief nemen. Er lijkt hier niet actief op te worden ingezet door Integratiewerk, en er is weinig bekendheid over deze mogelijkheden onder de gezinsmigranten die wij spraken. De deelnemers die hier wel van wisten, hebben dit óf zelf uitgezocht, óf er bij hun integratiebegeleider specifiek om gevraagd. Geïnterviewde gezinsmigranten minder tevreden over de (taal)lessen en studiedruk In Amersfoort is de verplichte PVT ondergebracht in de Stap-in training die alle inburgeraars volgen, meestal vroeg in het inburgeringstraject. De deelnemers rapporteerden dat de Stap-in training in het Nederlands werd gegeven. Het ontbrak aan vertaling, waardoor sommige deelnemers niet alleen niets
67
hebben meegekregen van de training, maar ook de PVT hebben ondertekend zonder te weten wat dit precies inhield. Hoewel de taallessen en docenten door gezinsmigranten positief worden beoordeeld, zouden zij graag zien dat er meer aandacht wordt besteed aan gespreksvaardigheden en het oefenen van de Nederlandse taal in de praktijk. “Wij leren bij een thema misschien dertig woorden. Wij schrijven ze op, en klaar. Maar we oefenen niet met die woorden. Dus die zitten in je hoofd alleen voor de toets, en dan is het weg.” (Groepsinterview gezinsmigranten) Als onderdeel van de taallessen, volgen de gezinsmigranten vanaf niveau A2 ook lessen voor MAP en KNM. De informatie in zowel MAP als KNM wordt door de gezinsmigranten als erg nuttig beschouwd, “KNM is echt belangrijk. Zoals belasting betalen hoe moet dat, rekeningen betalen”. Maar zij vinden dat er te weinig tijd aan wordt besteed. De docent gaat te snel door het materiaal heen, en de deelnemers moeten dan een groot deel van de stof zelf thuis doorwerken. Maar thuisstudie wordt bemoeilijkt doordat met name het boek en de lesmaterialen van de MAP qua taalniveau als te moeilijk wordt beschouwd. Er wordt geopperd dat het beter is later te starten als de gezinsmigranten een hoger taalniveau hebben. “Ik had A2 niveau en toen kreeg ik het MAP boek. Het heeft hele moeilijke woorden, nieuwe woorden, ik begrijp er niks van.
En we hebben korte tijd. Het gaat te snel. In een uur bespreken we twee thema’s. Het is te snel. Het is beter voor B1-niveau. Wij hebben meer tijd nodig. In drie of vier [weken] zijn wij klaar, maar wat heb ik begrepen? Niks.” (Groepsinterview gezinsmigranten) In relatie tot de MAP missen de deelnemers, zoals we hierboven hebben beschreven, het opdoen van praktijkervaring, en praktische hulp bij het vinden van werk. Tot slot vinden de geïnterviewde statushouders het moeilijk om de taallessen te combineren met werk. De taallessen worden op maandag, dinsdag en donderdagmiddag gegeven, wat het lastig maakt daarnaast te werken. Avondlessen zijn niet altijd beschikbaar, en er is geen keuzevrijheid wat betreft tijden en lesgroep. Geïnterviewde gezinsmigranten vinden de diversiteit van de groep waarin zij taalles volgen te groot De geïnterviewde gezinsmigranten volgen taalles bij Integratiewerk. Zij zitten in groepen samen met statushouders. Dat deze statushouders de taallessen niet, en zij wél zelf betalen, is volgens hen goed merkbaar. Statushouders in hun groep zijn minder gemotiveerd. De geïnterviewde schrijven dit toe aan het feit dat er voor statushouders die een uitkering ontvangen minder urgentie is om snel Nederlands te leren en te kunnen werken, met name onder oudere cursisten. Dit uit zich volgens de gezinsmigranten in afwezigheid en het verstoren van lessen.
“Ik moet betalen, dus ik heb meer motivatie dan andere cursisten. Dat was niet handig, dat sommige mensen wel betalen, en anderen niet. Want voor mij, ik wil zo snel mogelijk leren. Ik moet betalen, dit is mijn tijd. Anderen praten veel in de les, over andere dingen.” (Groepsinterview gezinsmigranten) Daarnaast vinden de geïnterviewde gezinsmigranten dat er in hun groep te veel niveauverschillen zijn als het gaat om opleidingsniveau en leertempo. Concreet benoemen zij dat er in hun groep personen zitten die langzamer leren dan zijzelf. Ook dit draagt er volgens hen aan bij dat zij minder dan gewenst kunnen profiteren van de lessen.
68
Gezinsmigranten hebben behoefte aan meer informatie en ondersteuning bij het vinden van hun weg in Amersfoort Bij gezinsmigranten wordt aangenomen dat de partner hen wegwijs kan maken in Amersfoort de sociale voorzieningen. Gezinsmigranten benoemen echter dat ze moeite ervaren om mee te doen in de samenleving. De wens om te werken, al dan niet vrijwillig, of stage te lopen is een herhaaldelijk terugkerend onderwerp tijdens het interview, zo zagen we al hierboven. De meerderheid van hen heeft al enige betaalde werkzaamheden verricht wat hen vrijstelt van MAP participatie-uren, maar hiermee wordt nog niet voldaan aan hun achterliggende behoeften: het oefenen van de Nederlandse taal in de praktijk, het opdoen van relevante werkervaring en sociale contacten. Hoewel er verschillende organisaties en initiatieven zijn in Amersfoort die kunnen ondersteunen bij sociale contacten en het vinden vaan werk, of andere vormen van participatie, is de bekendheid hiervan onder geïnterviewde gezinsmigranten minimaal, zo blijkt uit het groepsinterview. En dat wat zij weten, hebben zij zelf uitgezocht. De mate waarin de partner hierin de zogenoemde gids kan zijn, lijkt overschat. Een mogelijke verklaring is dat partners zich niet bewust zijn van voorzieningen die voor hen persoonlijk nooit relevant zijn geweest, zoals bijvoorbeeld Buddy to Buddy voor een maatje, buurtcentra, of het Werkcentrum.
6.5 Normenkader In de onderstaande tabel is het normenkader opgenomen. Hierin wordt de relatie gelegd tussen de normen en de beoordeling. De invulling van het gemeentelijk beleid is rechtmatig (conform de Wi2021). Begeleiding: • In de brede intake is ruimte voor maatwerk. • De begeleiding draagt bij aan het tijdig en snel afronden van de inburgering. • De doelen in het PIP sluiten aan bij de individuele inburgeraar. • De begeleiding is in samenhang met het PIP en er is ruimte voor maatwerk in inhoud en duur van begeleiding Onderwijs/leerroutes • In de leerroutes wordt maatwerk geboden. • De randvoorwaarden zijn op orde om de inburgeringsactiviteiten in de leerroute te volgen. • De gemeente stuurt op kwaliteit van de leerroutes.
Groen: de gemeente heeft het beleid voor gezinsmigranten volledig rechtmatig vormgegeven. Groen: in de begeleiding is ruimte voor maatwerk. Gezinsmigranten die het nodig hebben, kunnen gebruik maken van het extra begeleidingsaanbod van Integratiewerk. Begeleiding van gezinsmigranten is verder zeer beperkt binnen de Wi2021.
Oranje: In de leerroutes wordt maatwerk geboden aan gezinsmigranten. De behoeften van gezinsmigranten wijken echter af van het aanbod van Integratiewerk doordat de kosten van de inburgeringslessen hoger liggen dan zij zich kunnen veroorloven. Ze starten daarom later met de (formele) taallessen en combineren de lessen met informeel taalaanbod. Het informele taalonderwijs in de vorm van taalcoaches, taalcafés of zelfstudie waar gezinsmigranten vaak op terugvallen omdat ze geen lening af willen sluiten, is volgens professionals van onvoldoende kwaliteit om aan de inburgering te voldoen. 69
Het inburgeringsaanbod en ondersteuning sluit aan bij de behoeften van gezinsmigranten
De gemeente bereikt de gestelde doelen in het beleid en monitort of deze doelen worden behaald
Oranje: Gezinsmigranten maken in Amersfoort, net als landelijk, vaak geen of onvoldoende gebruik van formeel taalonderwijs. Dit vormt een risico voor het tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht. Hoewel zij worden geadviseerd lessen te volgen bij een Blik-op-Werk-taalschool, blijken de hoge kosten voor veel gezinsmigranten een drempel om formele lessen in te kopen. Ook wanneer zij wél taallessen bij Integratiewerk volgen, beïnvloeden financiële beperkingen de invulling van hun traject, waardoor zij later starten of minder lessen volgen dan geadviseerd. Gezinsmigranten zouden graag begeleid worden richting werk en meer informatie ontvangen over (voorzieningen voor) meedoen in Amersfoort. De PVT was voor gezinsmigranten moeilijk te volgen, omdat het vroeg in het traject in het Nederlands werd aangeboden. De MAP zou meer praktijkgericht moeten zijn. Integratiewerk kan in beperkte mate in ondersteuningsbehoeften rondom werk voorzien en van dienstverlening vanuit de gemeente (voor nietuitkeringsgerechtigden in het kader van de Participatiewet) lijkt nog nauwelijks sprake te zijn. Groen: de doelen worden gemonitord en behaald. Aanvankelijk waren de doelen voor gezinsmigranten breder geformuleerd dan in de praktijk haalbaar was. Dit is tussentijds bijgesteld en extra budget voor beschikbaar gesteld.
70
DEEL 3 BIJLAGEN
71
BIJLAGE 1 DEELVRAGEN Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden zijn de volgende deelvragen geformuleerd door de rekenkamer: 1. Hoe geeft de gemeente Amersfoort invulling aan de uitvoering van de Wi2021? a. Welke ambities heeft de gemeente en hoe zijn deze ambities vertaald in de Amersfoortse aanpak? b. Welke accenten zijn er lokaal gelegd in het beleid? 2. Hoe werkt het inburgeringsbeleid in de praktijk op de onderdelen maatschappelijke begeleiding, leerroutes en toeleiding richting werk? a. Hoe verloopt de maatschappelijke begeleiding in de praktijk, welke rol spelen vrijwilligers en informele initiatieven hierbij en welke succesfactoren en knelpunten kunnen hierbij gesignaleerd worden? b. Hoe zijn de drie leerroutes vormgegeven in de praktijk en welke succesfactoren en knelpunten kunnen hierbij gesignaleerd worden? c. Hoe verloopt de toeleiding naar werk? In hoeverre worden onderwijs en bedrijfsleven hierbij betrokken en andere instanties met kennis van de lokale arbeidsmarkt? Welke succesfactoren en knelpunten kunnen hierbij gesignaleerd worden? 3. Welke monitoringsgegevens zijn er beschikbaar bij de gemeente (en daarbuiten, zoals bij het UWV/CBS/landelijke benchmark) en welke inzichten bieden de monitorgegevens? 4. Wat is het maatschappelijk effect van het beleid? Focus op: verworven taalvaardigheid, arbeidsmarktparticipatie en zelfredzaamheid? 5.
Wat gebeurt er ná de verplichte inburgering en in hoeverre is dat afgestemd met de dienstverlening tijdens de inburgering? 6. Wat zijn de succesfactoren en knelpunten van de inburgering vanuit het perspectief van de inburgeraars, met een focus op de leerroutes, maatschappelijke begeleiding en toeleiding richting werk? 7. Welke lessen zijn er geleerd tijdens de uitvoering van de Wi2021 en hoe vindt bijstelling plaats in de praktijk?
72
BIJLAGE 2 NORMENKADER Het toetsen van de bevindingen aan het normenkader resulteert in een overzicht waarin wordt aangegeven in welke mate in de praktijk aan de normen wordt voldaan.
Norm De doelen van het Amersfoortse inburgeringsbeleid zijn SMART geformuleerd op het gebied van onderwijs, werk en begeleiding. De invulling van het gemeentelijk beleid is rechtmatig (conform de Wi2021) De rollen van de betrokkenen bij de inburgering (gemeente, partners in de stad en inburgeraars) zijn duidelijk geformuleerd
Van toepassing op deelvraag
Komt aan bod in hoofdstuk
Deelvraag 1
Hoofdstuk 2 t/m 6
Deelvraag 1 en 2
Hoofdstuk 2
Deelvraag 1 en 2
Hoofdstuk 2 t/m 6
Indien lokaal beleid afwijkt van de Wi2021, wordt dit onderbouwd Deelvraag 1 en 2 Begeleiding: • In de brede intake is ruimte voor maatwerk. • De begeleiding draagt bij aan het tijdig en snel afronden van de inburgering. • De doelen in het PIP sluiten aan bij de individuele inburgeraar. • De begeleiding is in samenhang met het PIP en er is ruimte voor maatwerk in inhoud en duur van begeleiding • De resultaten van de begeleiding zijn aantoonbaar (bijvoorbeeld op gebied van zelfredzaamheid, wegwijs worden in gemeente en participatie in gemeente). • De verdeling tussen verschillende medewerkers (zowel betaald als onbetaald) is uitgewerkt en helder voor statushouders. Deelvraag 2b, 4 Onderwijs/leerroutes • In de leerroutes wordt maatwerk geboden. • De randvoorwaarden zijn op orde om de inburgeringsactiviteiten in de leerroute te volgen. • De gemeente stuurt op kwaliteit van de leerroutes. Deelvraag 2a, 4 Werk • De toeleiding naar werk is effectief en doelgericht. Hierbij is er een duidelijke route van inburgering naar werk. • Dualiteit vindt plaats vanaf de start van de inburgering. • Er is een helder afwegingskader om te bepalen of een inburgeraar arbeidsfit is. • Samenwerking met lokale partners is structureel en afgestemd op de arbeidsmarkt.
Deelvraag 2c, 4 Inburgeringscijfers zijn op orde en bieden inzicht in de voortgang en effectiviteit van het inburgeringsbeleid Deelvraag 3 Na afronding van het inburgeringsaanbod worden inburgeraars begeleid naar vervolgaanbod Deelvraag 5 Het inburgeringsaanbod en ondersteuning sluit aan bij de behoeften van inburgeraars Deelvraag 4 en 6 Er vindt tussentijdse monitoring plaats en waar nodig bijsturing van het beleid Deelvraag 7
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3 en 6
Hoofdstuk 4 en 6
Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 3 t/m 6 Hoofdstuk 2
73
De gemeente bereikt de gestelde doelen in het beleid en monitort of deze doelen worden behaald Alle De gemeenteraad wordt periodiek geïnformeerd over de voortgang van de inburgering en de informatievoorziening aan de gemeenteraad is voldoende om kaderstellende en controlerende rol uit te voeren Alle
Hoofdstuk 3 t/m 6
Hoofdstuk 2
74
BIJLAGE 3 ONDERZOEKSOPZET EN VERANTWOORDING Het rekenkameronderzoek kent vier fasen: afstemming met de klankbordgroep van raadsleden, de aankondiging, de deskresearch, het veldwerk en tot slot de analyse en rapportage.
Fase 0: Klankbordgroep raadsleden De rekenkamer werkt met een klankbordgroep van raadsleden. Voor dit onderzoek zijn vijf raadsleden uit de commissie Sociaal bereid gevonden om deel te nemen aan de klankbordgroep. De klankbordgroep heeft meegedacht over de onderzoeksvragen en -aanpak.
Fase 1: Aankondiging Het onderzoek begon met een aankondigingsgesprek van dit onderzoek bij de portefeuillehouder en de ambtelijk contactpersoon van het onderzoek. Na het aankondigingsgesprek zijn er afspraken gemaakt met de ambtelijk contactpersonen over het verkrijgen van relevante informatie, de lijst met te interviewen ambtelijk betrokkenen, de te interviewen externe actoren en overige zaken.
Fase 2: Document- en literatuurstudie We zijn gestart met een document- en literatuurstudie op basis waarvan we de landelijke wet- en regelgeving en de specifieke Amersfoortse aanpak uiteen hebben gezet. Hiervoor hebben we de Wi2021 en bijbehorende besluiten en regelingen bestudeerd, net als uitvoeringsonderzoeken naar de Wi2021 en beleidsdocumenten, aanbestedingsdocumenten, subsidieaanvragen en raadsinformatiebrieven van de gemeente Amersfoort, waaruit duidelijk wordt hoe de Wi2021 in Amersfoort is geïmplementeerd, wat de opdracht aan uitvoerders is, welke (beleids)keuzes zijn gemaakt en wat de knelpunten hierbij zijn. Om meer zicht te krijgen op het verloop van de implementatie van de Wi2021 hebben we de Divosa Benchmark Statushouders en Inburgering van Amersfoort 2024 en de Statistiek Wet Inburgering 2024 bestudeerd, aangevuld met gegevens die zijn aangeleverd door de gemeente zelf.
Fase 3: Veldwerk Groepsinterviews met beleidsmakers en uitvoerders Voor het veldwerk zijn vijf groepsinterviews gehouden met beleidsmakers en uitvoerders van de Wi2021. Het eerste groepsinterview vond plaats met beleidsambtenaren van de gemeente Amersfoort, waarbij is besproken hoe de Wi2021 door de gemeente is vertaald naar specifieke uitvoeringsprocessen en afspraken met betrokken organisaties. Daarbij is stilgestaan bij het verloop van de uitvoering, de diverse onderdelen van inburgering, potentiële knelpunten, effectieve elementen en de samenwerking met partners. Het tweede groepsinterview werd uitgevoerd met medewerkers van Integratiewerk. In dit gesprek lag de nadruk op de begeleiding van inburgeraars richting zelfredzaamheid, arbeidsdeelname en deelname aan leerroutes. Onderzocht is welke elementen deze begeleiding omvat, wie verantwoordelijk is voor de uitvoering, succesfactoren en eventuele uitdagingen. Het derde groepsinterview vond plaats met taaldocenten van Integratiewerk. De focus lag hier op de inrichting van de taallessen en andere onderdelen van de leerroute binnen de verschillende trajecten. Tevens zijn werkzame aspecten en verbeterpunten besproken. Het vierde groepsinterview had betrekking op arbeidsintegratie en is afgenomen met een jobcoach en medewerkers van Arbeidsintegratie, afdeling Werk, Inkomen en Zorg van de gemeente Amersfoort. Bij 75
dit gesprek is ook de regionaal verbinder aangesloten. Tijdens dit interview stonden de toeleiding naar werk, effectieve begeleidingsmethoden richting werk en aandachtspunten in de begeleiding richting werk van statushouders centraal. Het laatste groepsinterview is gehouden met vertegenwoordigers van informele initiatieven die een rol spelen in het inburgeringsproces. Hierbij was het doel inzicht te krijgen in hun bijdrage aan de inburgering in Amersfoort. Gesprek met wethouder en raadsleden Het veldwerk is afgerond met een gesprek met wethouder Nadya Aboyaakoub-Akkouh over haar visie op de Amersfoortse inburgering en een bespreking met vier gemeenteraadsleden waarin bevindingen zijn getoetst en de mate waarin de raad zijn controlerende taak kan vervullen nader is besproken. Groepsinterviews met inburgeraars We hebben vier groepsinterviews gehouden met inburgeraars. Zo kregen we zicht op hun ervaringen met begeleiding, de gekozen leerroute en ondersteuning richting werk. We hebben de volgende interviews afgenomen: • • • •
Een groepsinterview met vijf statushouders die deelnemen aan de Z-route. Een groepsinterview met vier statushouders in de B1-route. Een groepsinterview met drie statushouders in de Jongerenroute. Een groepsinterview met vier gezinsmigranten.
Integratiewerk selecteerde de inburgeraars die deelnamen aan het interview met statushouders in de Z-, de B1-route en de gezinsmigranten. De jongeren die deelnamen aan de jongerenroute zijn geselecteerd via het mbo. Van de elf jongeren die door het mbo waren benaderd, konden uiteindelijk drie aanwezig zijn bij het groepsinterview. Van de drie jongeren waren er ook twee jongeren uitgenodigd die niet woonachtig zijn in Amersfoort. Hierdoor kan het interview slechts beperkt gebruikt worden; wel sluit de informatie uit het interview aan bij bevindingen uit het onderzoek uitgevoerd door Regioplan (zie paragraaf 2.3).87
Fase 4: Analyse en rapportage In deze fase zijn de uitkomsten van het onderzoek geanalyseerd om te komen tot de beantwoording van de onderzoeksvragen. De bevindingen zijn getoetst aan het normenkader en beschreven in een conceptrapport.
Fase 5: Hoor en wederhoor De rekenkamer maakt een onderscheid tussen technisch en bestuurlijk wederhoor. Het conceptrapport is door de rekenkamer voor technisch wederhoor naar de betrokkenen gestuurd voor een check op feitelijke onjuistheden. Vervolgens zijn, na aanpassingen uit het technisch wederhoor, de conclusies en aanbevelingen toegevoegd aan het rapport. Daarna is het volledige rapport aan het college aangeboden en is verzocht om een bestuurlijke reactie. Bij het onderzoek is een infographic beschikbaar die in één oogopslag de resultaten van het onderzoek weergeeft.
87
Belhaj-Haddou, S., Ansem, N. van, Bleeker, Y., & Machk, A. (2025). Kwalitatieve monitoring inburgering gemeente Amersfoort. Amsterdam: Regioplan. 76
Fase 6: Raadsbehandeling De behandeling van het onderzoek door de raad vindt op twee momenten plaats. In eerste instantie wordt in een informatiebijeenkomst het onderzoek gepresenteerd en kunnen er feitelijke vragen gesteld worden over het onderzoek. Vervolgens vindt in de raadscommissie het debat plaats tussen raadsleden en de portefeuillehouder over de uitkomsten en aanbevelingen van het onderzoek. De onderzoeksbegeleider van de rekenkamer en Verwey-Jonker zijn in de desbetreffende vergaderingen aanwezig om toelichting te verschaffen op het rapport.
77
BIJLAGE 4 LIJST MET GEÏNTERVIEWDE PERSONEN Tabel 1 Geïnterviewden Organisatie
Functie
1
Gemeente Amersfoort
Beleidsadviseur Inburgering
2 3
Gemeente Amersfoort Gemeente Amersfoort
Beleidsadviseur inburgering Teammanager arbeidsintegratie
4 5
Gemeente Amersfoort Integratiewerk
Adviseur proces en strategie Integratiebegeleider B1-route
6
Integratiewerk
Integratiebegeleider Z-route
7 8
Integratiewerk Integratiewerk
Integratiebegeleider #Jong Integratiebegeleider Vroege Start
9 10
Integratiewerk Integratiewerk
Integratiebegeleider Werk(fit) en gezinsmigranten Teamleider
11 12
Integratiewerk Integratiewerk
Teamleider Taaldocent Z-route
13
Integratiewerk
Taaldocent B1-route
14 15
Integratiewerk Integratiewerk
Taaldocent B1-route Taaldocent Jongeren
16 17
Integratiewerk Gemeente Amersfoort
Begeleider Stap-in/PVT Trajectbegeleider werk
18
Gemeente Amersfoort
Trajectbegeleider werk
19 20
Gemeente Amersfoort Gemeente Amersfoort
Jobhunter Teamleider Werk en inkomen
21 22
Gemeente Amersfoort Gemeente Amersfoort
Projectleider Regioverbinder
23 24
Buddy to Buddy Humanitas
Medewerker Medewerker
25
(Digi)taalhuis
Medewerker
26 t/m 30 31 t/m 34
Nvt Nvt
Statushouders Z-route Statushouders B1-route
35 t/m 37 38 t/m 41
Nvt Nvt
Statushouders Jongerenroute Gezinsmigranten
Aanwezigen raadsgesprek 21 januari 2026 Marcel Koning (ChristenUnie) Tom van Lamoen (Amersfoort voor Vrijheid) Wouter van Schagen (D66) David van Swol (CDA)
Leden klankbordgroep Dillian Hos (GroenLinks) Hanske Mulder - van Maanen Gerrit van Nieuwenhuizen Wouter van Schagen (D66) David van Swol (CDA) 78
BIJLAGE 5 OVERZICHT GEBRUIKTE DOCUMENTEN Algemeen • • • • • •
•
Belhaj-Haddou, S., Ansem, N. van, Bleeker, Y., & Machk, A. (2025). Kwalitatieve monitoring inburgering gemeente Amersfoort. Amsterdam: Regioplan. Clemens, I. & Huisman, M. (2025). Evaluatie Vroege Start Inburgering. Gemeente Amersfoort. Significant Public. Divosa. (2022). Handreiking Inburgeringsplichtige gezinsmigranten. Begrippenlijst | Divosa Divosa (2025). Wet inburgering in vraag en antwoord. DUO | Divosa Memorie van Toelichting (MvT). Tweede Kamer der Staten-Generaal, 35480. Regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 2021) Pankras, M., Kootstra, A., Mogendorff, M., Pattianakotta, Z., Schöpping, L., Walz, G., Wasser, M., Witkamp, A. (2024). Uitvoering eerste fase Wet inburgering 2021. Rapportage onderzoek uitvoering eerste fase Wi2021. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. RadarAdvies. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden 2021, 410. (2021, 1 september). Besluit van 27 augustus 2021 tot vaststelling van het Besluit inburgering 2021. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Geraadpleegd op 8 juni.
Gemeente Amersfoort • • • • • • • • • •
• •
Boswell-Beta. (2025). Lest-Best uiteenzetting Onderwijsroute. (intern document) Gemeente Amersfoort. (2025). Gezinsmigranten aanvullende begroting. (intern document) Gemeente Amersfoort. (2023). Notitie staf inclusieve stad. Gezinsmigranten inburgering. (intern document) Gemeente Amersfoort. (2024). Plan van aanpak Inburgering 2024. Gemeente Amersfoort. (intern document) Gemeente Amersfoort. (2025). Plan van aanpak Inburgering 2025. Gemeente Amersfoort. (intern document) Gemeente Amersfoort. (2021). Raadsinformatiebrief 2021-027: Veranderopgave Inburgering. Gemeente Amersfoort. (2021). Raadsinformatiebrief 2021-096: Afhandeling motie “Inburgering 2.0”. Gemeente Amersfoort. Gemeente Amersfoort. (2023). Raadsinformatiebrief 2023-039: Beleid en uitvoering van de Wet Inburgering. Gemeente Amersfoort. Gemeente Amersfoort. (2024). Raadsinformatiebrief 2024-118: Stand van zaken uitvoering Wet Inburgering. Gemeente Amersfoort. Gemeente Amersfoort. (2026). Raadsinformatiebrief 2026-013: Stand van zaken inburgering, Monitor Inburgering 2022-2024, Evaluatierapport Vroege Start Inburgering en Actiepunten Inburgering Amersfoort 2026-2027. Gemeente Amersfoort. Gemeente Amersfoort & Stichting Integratiewerk. (2022). Samenwerkingsovereenkomst inzake de uitvoering van de Wet Inburgering 2021. Gemeente Amersfoort Integratiewerk. (nd).
Jongerenroute Integratiewerk, onderdeel B1-route, specifiek voor jongeren 18-25 jaar. Intern document.
79
BIJLAGE 6 AANSLUITING AMERSFOORTSE AANPAK BIJ BREDER BELEID In onderstaande tabel heeft de gemeente Amersfoort uiteengezet hoe de Amersfoortse Inburgeringsaanpak aansluit bij de leidende principes uit het beleidskader Inclusieve Stad.88
88 Raadsinformatiebrief, p. 14
80
Postbus 4000 3800 EA Amersfoort 033 469 43 12
Aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort
Onderwerp
Ons kenmerk
Verzoek bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek Inburgering onder één dak, de kracht van de Amersfoortse inburgeringsaanpak’
545708 Datum
29 april 2026
Geacht college,
Woensdag 27 mei 2026 wordt het rekenkameronderzoek ‘Inburgering onder één dak, de kracht van de Amersfoortse inburgeringsaanpak’ aangeboden aan de gemeenteraad. Als bijlage bij deze brief treft u het rekenkamerrapport aan. Tot aanbieding aan de raad is het rapport niet openbaar. Hierbij stelt de rekenkamer u in de gelegenheid om een bestuurlijke reactie op het rapport te formuleren. Ik wil u vragen de bestuurlijke reactie uiterlijk 26 mei 2026 aan de rekenkamer te doen toekomen. Dit kan via rekenkamer@amersfoort.nl. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zie uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
H.G.M. Overbeek - Janssen voorzitter
Bijlage(n): Rekenkamerrapport Inburgering onder één dak, de kracht van de Amersfoortse inburgeringsaanpak’
Inlichtingen bij
Martine van Engen (033) 469 40 65
Bezoekadres Stadhuisplein 5 Amersfoort www.amersfoort.nl/rekenkamer