CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript raadsvergadering 23 mei 2023

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Opening en vaststellen agenda18.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Aanvankelijk tot medio juni ‘21 verkeerde de wethouder in de veronderstelling dat het initiatief niet in deze mate intern bekend was. Echter uit navraag en zijn onderzoek is gebleken dat het initiatief zowel ambtelijk als bestuurlijk was gedeeld. Ik geloof de wethouder best dat hij een hele tijd niets wist, maar iemand wist iets. Want u bent op onderzoek uitgegaan en u heeft iets ontdekt. We hoeven hier niet over namen te gaan speculeren. Dat gaan we niet doen. Maar iemand wist bestuurlijk ook iets. Dat is nog geeneens het belangrijkste, want het belangrijkste is dat dat ding hier gewoon zes maanden binnen lag en dat er niks mee is gedaan. Dat is een treurige situatie, voorzitter. Als het mag van u nog even een paar minuten tijd om te reageren op mijn collega's, want dat hebben ze ook wel verdiend, want die hebben er weldegelijk werk van gemaakt. Ik ben blij dat collega Bouman mijn analyse deelt. Hij zegt van, de praktijk is anders dan de theorie. Dat klopt, maar de praktijk blijkt nu ook weer wat anders dan die een paar minuten geleden nog was. Ik hoop dat u dat nog wat inzichten geeft. U zegt van, wat verandert er voor de inwoners van Andel? Niks. Maar waarheidsvinding en erkenning en verantwoordelijkheid nemen is ook belangrijk. Dat hoort ook bij ons werk. Ik ben blij met de bijdrage van de heer Timmermans. Die spreekt over de nota integriteit. Goed gevonden.

Wij zijn het volgens mij met elkaar eens. De ChristenUnie vond ik interessant, want die werpt als eerste de vraag op, is dit dossier compleet? Nee, dit dossier is niet compleet, want het hele proces rondom de beleidsvorming ontbreekt. Dit dossier is niet compleet. Ik weet niet wat erin staat, ga ik niet over speculeren, maar het is niet compleet. AltenaLokaal zegt van, dit gaat in de breedte over arbeidsmigranten en hoe wij daarmee omgaan. Nee, dit wat we vanavond aan het doen zijn, gaat over de waarheid en verantwoordelijkheid nemen en het juiste doen. Dit gaat niet meer over arbeidsmigranten. Dit gaat over dat je niet onwaarheden moet vertellen

als de raad je vragen stelt. Dit gaat erover dat je niet bewust een aanvraag niet moet publiceren in de hoop dat mensen geen beroep instellen tegen het bestemmingsplan. Daar gaat dit vanavond over. Dit gaat over eerlijk en open bestuur. Dit gaat niet over arbeidsmigranten. De SGP zegt een aantal dingen. Maar ik kreeg een beetje de indruk dat de SGP het dossier heel graag wil afronden. Dat willen wij ook, maar dan moeten wij wel een punt kunnen zetten. Dat is voor ons heel erg moeilijk als er niet erkenning wordt gegeven voor bepaalde feiten. Dat is lastig. Dan hebben we het gevoel dat we ons werk niet volledig doen, heer Meijboom. Progressief Altena heb ik net even laten zien, voordat ik begon, wat ik net voorgelezen heb, want die zei van, het college was niet op de hoogte, want dat kan niet, dan hadden ze ons ook niet op de hoogte gehouden. Ik geloof u dat vast niet iedereen van het college alles wist, ik geloof ook best dat het misschien niet aan de collegetafel is besproken, maar iemand wist wel iets, ambtelijk. Maar het is niet onze rol om ambtenaren aan te spreken. Maar hier binnen de organisatie was het ook bekend en had het college moeten weten wat is nu eindelijk ook erkend is door het college. Over het algemeen, voorzitter, toch wel nog steeds een nare afdronk eigenlijk aan de hele situatie.

Het college wil wel erkennen dat ze het eerder hadden moeten weten dat die aanvraag er lag, maar over die hele beetje viezige afspraak, over wachten met publiceren, daar zegt het college eigenlijk nog steeds niks over. Wat ook fascinerend is, is dat wij stellen die vragen over wanneer wist het college iets? Krijg je antwoord op, in juli ’21. Dan had het college best wel goed intern navraag kunnen doen. Dan schrijf je op als college zijnde, wij wisten pas de exacte aantallen in april. Dan ga je niet even dieper graven, wanneer was dat dan hier in de organisatie bekend? Nee, daar schrijf je gewoon gemakshalve niks over op. Vind ik fascinerend. Dat betekent twee dingen. Ofwel je hebt het wel intern nagevraagd en je hebt niet naar boven gekregen. Dan ben je niet echt goed de baas van de ambtelijke organisatie. Of je wist wel iets. Ik neig naar het eerste. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ik kijk even rond of er nog behoefte is vanuit andere fracties voor een tweede termijn. Mijnheer Van der Hoeven van de ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Ik kan mijnheer Bouman helpen. Bladzijdes 645 staat het door u citeerde gedeelte ook gewoon in. Er staat gewoon in de stukken, die ook gewoon in de Woo, staat exact dat stukje wat u citeert. Het gevoel wat wij houden voorzitter, is dat er weldegelijk geweten is dat dit in de lucht hing.

Dat die aantallen bekend was, was toen 250, maar dat maakt niet zo heel veel uit. Dat op het moment dat de onrust ontstond, dat toen de paniek is uitgebroken en dat er vanuit paniek gehandeld is. Dat erkennen wij ook wel. Zelfs te veel gehandeld is, naar onze mening, want het zou het college gesierd hebben op dat moment te zeggen, jongens, dit is een fait accompli. Wij moeten daarvan uit handelen. Dan hadden we waarschijnlijk die ondernemer een jaar sneller kunnen helpen, moeten helpen. Hadden we dit gedraai en dit gezeur niet gehad met elkaar. Daar wringt voor ons de schoen. Sorry seems to be the hardest word, heeft mijnheer Elton John al een keer gezongen. Dat gevoel blijft bij ons ook hangen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Anderen nog? Niemand. Dan kijk ik nog een keer naar het college voor de laatste reactie in deze tweede termijn. Daarna mag u concluderen van het debat, mijnheer Bouman. Wellicht nog even goed in te gaan op de vraag van de heer Bouman over wel of niet de vermeende afspraak voor de publicatie. U heeft daar volgens mij in de eerste termijn iets over gezegd, maar wellicht is dat niet helemaal genoeg helder. De heer Sheikkariem: Voorzitter, ik bevestig het nogmaals. Als die afspraak al gemaakt is, mijnheer Bouman, wat u ook vermoedt en de suggesties probeert te onderbouwen, dan is hij in ieder geval niet bewust gemaakt.

Wat ik in eerste termijn aangaf, is het een goed gebruik binnen onze organisatie, op het moment dat een

concept of een omgevingsvergunning aangevraagd wordt, dat men wacht met te publiceren tot bijvoorbeeld in dit geval dit bestemmingsplan definitief was. De voorzitter: Mijnheer Bouman, bij interruptie. De heer P. Bouman: Het gaat niet om het wachten tot het publiceren van het concept, maar het wachten van de definitieve aanvraag. Daar is mee gewacht. Ik suggereer niet dat die afspraak er is, ik lees dingen voor die hier in de interne organisatie gewoon zijn geschreven door gezaghebbende, ambtelijke medewerkers. Die afspraak is er gewoon. Als men daartoe ten onrechte in de veronderstelling was, ambtelijk, dat die afspraak er was, wat ik raar zou vinden, dan is hij in ieder geval wel nagekomen. Mijn vraag aan u is van, wat vindt u dan van zo’n afspraak? De voorzitter: Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u, voorzitter. Mijn eerste reactie zou zeggen, erg onhandig en onvoldoende doordacht wat de consequenties en de impact zal zijn van zo'n afspraak. Dat is mijn primaire reactie, mijnheer Bouman. De voorzitter: Het is uw termijn, wethouder. Als u klaar bent met de beantwoording, dan is dat de beantwoording van het college geweest. De heer Sheikkariem: Ik heb volgens mij de beantwoording al gegeven over die periode.

Nogmaals, wij betreuren het dat dit zo gelopen is in die periode van april en mei, waarin je ziet aan de ene kant dat het bestemmingsplan op een periode afloopt en er ontstaat een omgevingsvergunningsaanvraag. Dat bevestig ik nu voor de derde keer, mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Voorzitter, nou de heer Sheikkariem hier toch staat, wat vond hij van die stuk tekst die ik net voorlas, waarin hij zelf onderzoek heeft gedaan en waar bekend was bestuurlijk dat het initiatief er was? Staat u nog steeds achter die zinsnede, want het is gewoon een verslag. De voorzitter: Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: U heeft meerdere dingen gezegd, maar ik denk dat u doelt op hetgeen wat u net zei over 5 juli verslaglegging. Wat daar gebeurt, is dat ik in gesprek ben samen met de ambtelijke ondersteuning en de initiatiefnemer en dat dan dingen op tafel komen waarvan ik aangeef van, ik kom hier en hier achter. Als u zegt, staat u daar nu achter met de kennis en de wijsheid van nu, dan had ik iets anders verteld. Dan had ik natuurlijk kunnen vertellen dat ik het al veel eerder wist, dat die aanvraag liep. Maar op dat moment heb ik de waarheid verteld wat bij mij bekend was. De heer P. Bouma: Ik geloof ook wel dat u daar de waarheid vertelt. Maar dat betekent dat er een bestuurder was die op de hoogte was van het initiatief.

De heer Sheikkariem: Mijnheer Bouman, ik vind het fijn dat u vindt en erkent dat ik daar waarschijnlijk de waarheid heb verteld, maar dat doe ik nu ook. De heer P. Bouman: Zeker.

De heer Sheikkariem: Maar of er bestuur was die daarvan op de hoogte was, dat vind ik heel vervelend als dat zo naar voren komt en is het jammer dat er ook vanuit die integraliteit ik niet heb kunnen handelen. De heer P. Bouman: Voorzitter, als ik mag ik? Ik verzin dat niet. Ik verzin niet dat dat zo is. Ik quoteer uw woorden uit een verslag. Die woorden zijn juist. De voorzitter: Wethouder Sheikkariem nog tot slot. De heer Sheikkariem: Ik weet niet of een reactie nodig is. De voorzitter: Dat is ook goed. Als dat de beantwoording was wethouder Sheikkariem, dan dank ik het college. Dan is het slotwoord van zo'n interpellatiedebat aan de indiener. Mijnheer Bouman, aan u het woord. De heer P. Bouman: Ik wil graag even schorsen om te overleggen met de heer Kolff en met de hoofdgriffier. De voorzitter: Hoelang heeft u nodig voor overleg? De heer P. Bouman: Niet langer dan een uur. Hoelang was het college weg, voorzitter? De voorzitter: Het college was twintig minuten weg. De heer P. Bouman: Dan doen wij het in achttien. Nee, vijftien. Komt goed. De voorzitter: Vijftien minuten. Ik schors de vergadering tot tien uur. Dames en heren, ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Dank je wel, voorzitter. Er is al door diverse partijen gezegd dat we hier met zijn allen heel lang mee bezig zijn. Wij als VVD ook.

We hebben we het al in mei ‘21 aangeslingerd. Wat ons steekt als raadsleden, maar ook gewoon als mens, is dat je telkens actief moet gaan trekken aan, wat is de waarheid? Wat is alle informatie? Hoe is het precies gebeurd? Dat je telkens mondjesmaat wel wat informatie krijgt, maar achteraf gezien is het telkens toch net weer wat anders. De vragen die ik vanavond gesteld heb hier, namens onze partij, zijn vooraf gedeeld. Het college heeft vooraf kunnen nadenken van, hoe ga ik erop reageren? Dan komt er een eerste termijn. Eigenlijk wordt daar helemaal geen erkenning en verantwoordelijkheid in genomen. Dan blaas je nog een keer, in mijn tweede termijn. Dan komt er in de tweede termijn wel wat, maar nog niet alles. Dan moet je weer zo'n verslag erbij trekken en dan moet je zeggen, wethouder, kijk eens wat u hier zelf gezegd heeft. Dan komt er weer wat anders. Dat steekt. Dat is niet goed. Ik herhaal nog een keer mijn woorden die ik tegen heer De Haan heb gezegd, het gaat vanavond eigenlijk nog geeneens zozeer over dit dossier en over arbeidsmigranten. Het gaat over de waarheid spreken, het gaat over verantwoordelijkheid nemen, erkennen dat zaken niet goed zijn gegaan en het gaat over hoe een college zich verhoudt tot de ambtelijke organisatie en dat die rekenschap moet nemen voor wat daar gebeurt en rekenschap hoort af te leggen aan de raad.

Net zozeer als de raad al rekenschap moet afleggen aan de inwoners door te zeggen, we hebben het verpest met zijn allen. Zo moet het college ook rekenschap afnemen. Dat komt te weinig los, voorzitter. Ik heb daar in een hok gezeten, samen met collega Kolff, ChristenUnie erbij gehaald, VVA erbij gehaald. Sorry, ik werd bijna een beetje emotioneel, voorzitter. We zijn eigenlijk van mening dat dit gedrag, wat het college heeft ontplooid de afgelopen tijd en vanavond ook weer, afkeuring waardig is. Wij dienen vanavond een motie van afkeuring in. Dat is de eerste die wij indienen. Dat is de eerste ook van Altena. Ik had gehoopt hem nooit te hoeven indienen in mijn carrière hier. Maar het is

gewoon nodig, want het college heeft hem nodig, voorzitter, want anders gaat het nooit beter. Het is ook bedoeld voor verbetering, voorzitter. Het is niet bedoeld dat het college weg moet. We keuren dit af en het moet. Het moet, want het college leert niet. Voorzitter, hij staat daar. Wat wilt u dat ik voorlees? Want hij is natuurlijk niet vooraf gedeeld. De voorzitter: Als u de overwegingen ... Iedereen kan hem natuurlijk ook lezen. Hij staat nu in het RIS? De heer P. Bouman: Hij staat in het RIS nu. De voorzitter: Misschien is het goed om de vier punten van uw overweging voor te ... De heer P. Bouman: Als ik alleen het dictum doe, zijn we snel klaar natuurlijk. De voorzitter: Precies. Doe de overwegingen even voorlezen, dan heeft iedereen dat ook. Voor de mensen die misschien wat minder goed kunnen lezen. De heer P. Bouman: De overwegingen. Die begint altijd, met overwegende dat. Vandaar dat de zinnen niet goed lopen. Overwegende dat het college richting de raad niet de waarheid heeft verteld over het moment waarop hij op de hoogte was van de aantallen arbeidsmigranten die in Andel worden gehuisvest. De raad hierdoor niet over alle noodzakelijke informatie beschikte tijdens het nemen van het besluit over het bestemmingsplan. Het college ook na het ontstaan van de maatschappelijke onrust niet goed en tijdig heeft geïnformeerd.

Vanuit de gemeente afspraken zijn gemaakt met de ondernemer, die de belangen van de ondernemer boven die van de gemeenschap plaatsen. Daarbij spreekt de raad zijn afkeuring af over het handelen van het college. Ingediend door de VVD, VVA en de ChristenUnie. De voltallige oppositie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Dan stel ik voor dat we deze behandelen, zoals wij normaal een motie behandelen, maar dat we dat wel in één termijn doen. Dat hiermee de motie is ingediend. Dan geef ik nu de kans aan andere fracties om op die motie te reageren. Dan het college. Mijnheer Van der Hoeven, mag u als eerste. De heer Van der Hoeven: Voorzitter, wij ondersteunen deze motie van harte. Er zijn twee elementen waar wij wel iets genuanceerder naar kijken als totaal, maar desalniettemin steunen wij deze motie van afkeuring. Wij weten niet of een-op-een de belangen van de ondernemer hoger zijn gezet als die van de gemeenschap. Bij B, wij kunnen niet hard maken of de belangen van de Andel daarmee gelijk ook honderd procent geschaad zijn. Die nuance maken we, maar voor de rest de constateringen en wat er gebeurd is, dat verdient ook onze afkeuring. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Dank je wel, voorzitter. Is misschien een beetje een modetrend geworden deze avond, maar nou heb ik wel een keer behoefte om even te schorsen.

De voorzitter: Dat is uw goed recht. Hoelang heeft u nodig voor de schorsing? De heer A. Bouman: Net duurde het langer dan twintig minuten. Maar ik probeer het dan wel in vijftien minuten te regelen.

De voorzitter: Dat is dan vijf voor half elf. Dan schors ik de vergadering tot vijf voor half lef, maar dan kom ik na afloop ook even met u terug met een voorstel van orde hoe we de rest van de vergadering dan nog op een ordelijke manier wel of niet kunnen behandelen. De vergadering is geschorst. Ik heropen de vergadering. Ik geef zo direct het woord aan de heer Bouman, die om de schorsing vroeg, maar ik wil nu eerst een voorstel van orde voorleggen. Ik heb overleg gevoerd met de griffie, maar ook met het college. Ik wil u eigenlijk voorstellen om agendapunt 15, het beleid huisvesting arbeidsmigranten, waar ook een aantal amendementen en moties voor staan, dat zal de nodige tijd vergen, om dat door te schuiven naar een reguliere volgende raadsvergadering op 20 juni en niet heel lang door te vergaderen vanavond, waarbij iedereen op het tandvlees loopt. Ook niet een nieuwe vergadering uit te schrijven voor morgenavond, want dat hebben we ook heel veel mensen niet in hun agenda staan. Het kan volgens het college ook prima op 20 juni behandeld worden. De andere twee onderwerpen, agendapunt 16 bestemmingsplan Langestraat en de motie, dat vergt nu wel besluitvorming. Ik wil u voorstellen om die punten wel te behandelen en het beleid arbeidsmigranten dan om 20 juni. Ik kijk even rond of dat voorstel op uw steun kan rekenen. Ik zie geknik. Dan gaan we dat als volt zo dadelijk doen.

Dan is het woord voor het vervolg van het interpellatiedebat aan de heer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Dank je wel, voorzitter. Allereerst excuses dat het ook ons niet gelukt was om het binnen de tijd af te handelen. Dat onderstreept denk ik nog maar eens waar ik mee begon in de eerste reactie, toen wij het woord kregen, dat dit dossier ons zwaar op de maag ligt. Dat ligt het nog steeds. We hebben vanavond natuurlijk alles gehoord, meegekregen, daar zelf actief aan meegedaan. Uiteindelijk ligt er dan een zwaar politiek middel. Motie van afkeuring ligt er voor. Waar eigenlijk uit gedestilleerd kan worden. Ik kan op alle punten ingaan, maar dat ga ik niet doen, want dan wordt het een hele lange avond. Eigenlijk wordt gezegd, het college leert niet en handelt niet. Dat is iets waar wij eigenlijk in die orde van grootte niet achter kunnen staan. Wij betreuren de hele gang van zaken, zoals het is gelopen. Dat spijt ons en wij trekken ons dat ook persoonlijk aan. Dat hebben we meerdere keren benadrukt. Maar meegaan in de motie van afkeuring, dat is wat ons betreft in elk geval een stap te ver. Wij zullen die motie in deze vorm niet steunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. U krijgt een interruptie van de heer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Als u de situatie betreurt, dient u dan een motie van treurnis in? De heer A. Bouman: Ik heb het al uitgesproken.

Dan hoef ik het denk ik ook niet nog een keertje extra op papier te zetten. Het is gewoon iets wat wij betreuren hoe het is gegaan en hoe het is gelopen vanaf het moment van het vaststellen van de beleidsregels tot en met, zal ik maar zeggen, laat ik maar zeggen, juni 2021. Om het een beetje grof te schetsen qua tijd. Ik ga daar geen motie van treurnis voor indienen en daar zelf het initiatief voor nemen, maar ik spreek hem wel uit die treurnis. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer De Haan van AltenaLokaal. De heer De Haan: Dank je wel, voorzitter. Voor een deel heeft mijn collega Bouman van het CDA al het een en ander verteld, maar ik wil eens benadrukken dat dit dossier heeft in voetbaltermen heel duidelijk de gele kaart gekregen. Daar is geen VAR voor nodig. Maar we zien ook, dan kijkend even naar de motie die er ligt, in tegenstelling tot die motie dat dit college die lijn van verbetering inzet. Volgens mij zien we dat redelijk breed. Ze komen met een evaluatie over de verbeteringen, om dit soort zaken zoveel mogelijk te voorkomen. Dat dat nooit helemaal kan, dat weet ik ook, maar zoveel mogelijk. Daar kunnen wij dan allemaal weer, tijdens die evaluatie, wat van vinden om die verbetering in te brengen. Daarom, voorzitter, zullen wij deze motie die er ligt ook niet ondersteunen.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Haan. De heer Meijboom van de SGP. Dat mag. Gaat uw gang, mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Dat is altijd het gevaar als je de sport erbij haalt, maar welke kaart geeft u dan? Want we geven geen rode kaart, we geven een gele kaart. Dat is een waarschuwing. Die geeft u ook eigenlijk. Maar wat hoort er dan bij? De voorzitter: Mijnheer De Haan. De heer De Haan: Ik probeer u te begrijpen, maar volgens mij leg ik uit dat je in de sport, in de voetbalsport, krijg je een gele kaart. Dan moeten de spelers die die gele kaart hebben gehad uitkijken dat je niet nog een gele kaart krijgt, want dan krijg je een rode kaart. Volgens mij is na het feit van die gele kaart, die hebben we al uitgedeeld, zie je nu dat het college op de weg is om zoveel mogelijk die fouten te voorkomen en niet in diezelfde fout te trappen, want anders zou je de rode kaart kunnen krijgen. Maar dat gebeurt niet. Vandaar, dat is mijn beeldspraak zoals ik ernaar kijk. Maar ik hoop dat dat voldoende antwoord geeft, want ik begreep uw vraag echt niet. De voorzitter: Mijnheer Van der Hoeven. De heer Van der Hoeven: Volgens mij is het de ultieme gele kaart die wij uitreiken aan het college. U geeft in feite aan in uw debat dat u ook een gele kaart geeft. Geen twee, geen drie. U stuurt ze niet van het veld af. Doen wij ook niet.

Maar u geeft in feite aan dat u de gele kaart steunt. Dan steunt u de motie. De voorzitter: Mijnheer De Haan. De heer De Haan: Nee, die steun ik niet. U legt het op die manier uit. Maar als je een gele kaart hebt, dan kun je gewoon nog in het veld blijven. Wij hebben het erover gehad dat wij ook, ik zal het woord betreuren, maar dan krijg ik weer een interruptie van, steun je dan wel een motie van treurnis? Volgens mij hebben wij duidelijk een aantal keren aangegeven dat de manier waarop dit dossier is aangepakt, dat dat wel verbetering behoeft. Dan druk ik me zachtjes uit. Dat is dan die gele kaart. Verder ga ik die discussie met u niet meer aan. De heer Van der Hoeven: Ik concludeer alleen dat hij in woorden een gele kaart geeft, maar niet het lef heeft om hem uit te reiken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Dank u wel, mijnheer De Haan. Het woord is aan de heer Meijboom van de SGP. De heer Meijboom: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, de spits van mijn betoog was, we leren uit de moeite. Volgens mijn fractie is dat ook daadwerkelijk gebeurd. Daar heeft de heer Sheikkariem, namens het college, duidelijke voorbeelden van gegeven. Ook dat daar in het najaar een evaluatie op plaats zal vinden, als het in het algeheel van de dienstverlening gaat. Mijnheer Bouman, ik betreur het heel erg, maar ik betreur misschien iets anders heel erg.

Dat is dat de kiem van dit gebeuren lag in het feit, wat ik ook aangegeven heb in mijn eerste termijn, dat de ambtenaren in hun voortvarendheid, in een dossier wat al heel erg lang liep, al jaren liep, aan de gang zijn gegaan met onder hun arm de beleidsregels die door deze raad nog maar kort ervoor waren vastgesteld. Waarin geen aantallen zijn aangegeven. In dat opzicht betreur ik dat. En er valt nog veel meer te betreuren, maar daar is volgens mij al genoeg over gezegd vanavond.

De voorzitter: Mijnheer Bouman, bij interruptie. De heer P. Bouman: Wees gerust, ik wil het niet hebben over treuren. Ik wilde alleen aan de heer Meijboom vragen van, hoe kan je leren van fouten als je ze niet erkent? De heer Meijboom: Maar dat is dan een verschil van mening. Dan luistert u anders naar college dan dat ik doe. De heer P. Bouman: Nee hoor, het staat gewoon op papier. U bent gewoon gezagsgetrouw en u wil het college niet afvallen. Zeg dat dan gewoon. De heer Meijboom: Ik ben wel gezagsgetrouw, dat hoop ik wel tenminste. Dat probeer ik wel te zijn. Maar het is niet zo dat ik coûte que coûte het college steun, maar ik luister anders naar de uitleg dan dat u doet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Het zal niet verbazen, ook gehoord onze bijdrage in eerste termijn, dat we vooral kijken naar ook de toekomst. Dat we het betreuren dat alle fouten die gemaakt zijn, daar hebben we het al genoegzaam over gehad. Wellicht dat er alvast een interruptie kan komen. Dat ga ik niet herhalen. Belangrijkste voor ons is dat er lering getrokken wordt, dat we een lerende organisatie zijn, dat we lessen trekken uit de situatie die ontstaan is. De zinsnede die hier eigenlijk na overwegende dat, spreekt uit zijn afkeuren over het handelen van het college.

Wij zien een college dat leert, dat ook getuigt geleerd te hebben, daar processen op ingericht heeft en daarop terugkomt. Wij hebben vertrouwen dat deze motie in ieder geval overbodig is. De voorzitter: Mijnheer Bouman, bij interruptie. De heer P. Bouman: Die motie is zeker niet overbodig, heer Alderliesten. Ik denk dat u dat zelf eigenlijk diep van binnen ook niet vindt. Weet je voorzitter, ik heb gelukkig nooit debattraining gehad, want dan ga je gemakkelijke dingen doen. Eén van die gemakkelijke dingen is de scoop van het onderwerp leggen op iets anders. Dat gebeurt heel veel. Heel veel van mijn collega's zeggen van, we gaan het verbeteren. In de toekomst gaan we dit doen en zus en zo. In de toekomst. Daar gaat het helemaal niet om, wat we in de toekomst gaan doen. Het gaat om erkennen van fouten die zijn gemaakt in het verleden. Daar gaat het om. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten, tot slot. De heer Alderliesten: Korte reactie daarop. Volgens mij zijn de fouten erkent en heeft het college al aangetoond, u heeft het zelf ook aangehaald, dat er heel druk gerend is op het moment dat die fouten erkent en gezien zijn. Vanaf dat moment is het college druk in de weer geweest om die voor de toekomst te voorkomen en te leren van die fouten die gemaakt zijn. De voorzitter: Mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u. Sorry, voorzitter.

U weet heel goed, heer Alderliesten, dat ik het niet heb over feitelijke fouten die gemaakt zijn. Het bestemmingsplan zo maken, het beleid met zijn lacunes. Daar hebben we het al over gehad. Het gaat hier over de belangen van een ondernemer vooropstellen, de raad niet informeren, verkeerde antwoorden geven op vragen, informatie achterhouden. Daar gaat het om. Dat is niet erkend. Dat wordt niet erkend. Wordt vanavond weer niet erkend. Daarom is deze nodig, deze mooie gele kaart.

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mijnheer Timmermans van de VVA. Excuus. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Ik wil ook nog een kleine duit in het zakje doen. Het is belangrijk, zoals de heer De Haan natuurlijk zegt, om die gele kaart ook een keer uit te delen, waar het dan nog nodig is. Dat is dit ook gewoon. Dit is ook gewoon een gele kaart. Het is niet bedoeld, dat heeft de heer Bouman ook ruiterlijk al een paar keer herhaald, om een college ergens te laten struikelen. Het is bedoeld om te zeggen, stop hier en niet verder, want dit kan gewoon niet nog een keer gebeuren. Het is gewoon kleur bekennen. Er staat niks feitelijk onwaarheid in de motie. Het zijn allemaal waarheden die erin staan, die ook gewoon geciteerd worden uit het stuk, uit de verschillende verslagleggingen. Ik zou het betreuren als u hier tegen zou stemmen. Daar zou u eigenlijk geen gele kaart mee uitreiken aan het college. Dan zou u eigenlijk zeggen, college, u heeft het nog steeds goed gedaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Dan gaan we naar het college, bij monde van wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter.

We hebben vanuit het college ook gekeken en de analyse op de motie gedaan en de spiegel voorgehouden van, zitten daar elementen en het besluit wat er voorligt, waarvan wij zeggen van, zit daar twijfel bij ons? Ik kan u meegeven dat we als college unaniem er zo instaan dat we uw raad deze motie ontraden en wij deze motie zeker niet als steun zien, omdat wij in de afgelopen periode zichtbaar wel hebben gemaakt, door de fouten die we weldegelijk erkennen, dat we daar maatregelen op hebben getroffen om dat in de toekomst te voorkomen. Dat we ook processen daarop hebben aangepast. De voorzitter: Mijnheer Bouman, bij interruptie. De heer P. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het enigszins vervelend dat ik hier de hele avond tegen de heer Sheikkariem moet staan, want ik weet dat u ook in een lastig parket zit. Ik weet het. Ik weet meer dan ik uit en u ook. Vat het niet verkeerd op, maar bij een motie van afkeuring zit ik niet te wachten op uw aanraden of afraden van de motie. Want ik snap zelf ook heel goed dat u een motie van afkeuring afraadt. De voorzitter: Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Ik zal dat onthouden, maar ik wilde voorkomen, mijnheer Bouman, dat ik mijn actieve adviesrol als college nu na zou laten. Ik denk voor de zekerheid geef ik u in ieder geval mijn mening mee. De voorzitter: Dank u wel.

Mijnheer Bouman, ik neem aan dat u de motie in stemming wil brengen. Of is er nog behoefte ... Niet meer nog een keer een termijn? We gaan de motie in stemming brengen. Dan wil ik even rondkijken. Is er nog behoefte aan een stemverklaring? Anders gaan we over tot stemming. Mag ik dan bij handopsteken wie voor deze motie is? Dat is de fractie van de VVD, de fractie van de VVA, de fractie van de ChristenUnie. Dat zijn 8 stemmen voor. Wie is tegen deze motie? Dat zijn de andere fracties. 21. Dan is de motie met 8 stemmen voor, 21 stemmen tegen verworpen. Daarmee is het interpellatiedebat tot een einde gekomen. Het is een lange zit geweest. Goed gesproken met elkaar. 16. Bestemmingsplan Langestraat Wijk en Aalburg De voorzitter: We gaan naar agendapunt 16. Die gaan we afmaken. Bestemmingsplan Langestraat Wijk en Aalburg. Daar is een motie ingediend door de heer Timmermans van de VVA. Ik wacht eventjes dat mensen

van de tribune die naar huis willen, kan ik me voorstellen. Er komen gelukkig ook nog mensen binnen. Mijnheer Timmermans, aan u het woord om uw motie Ontsluiting nieuwbouwwijken toe te lichten. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, de afgelopen vergaderingen, dan heb ik het niet over eentje, maar al meerderen, dat wordt citeert in de motie bestemmingsplan Hof van Courtine. Daar komt eigenlijk steeds vaker naar voren dat het college met plannen komt om iedere keer maar één ontsluiting in een toch wel groot bouwwerk, meerdere woningen, dat ze dan maar aan één ontsluiting denken. Ik heb ook geproefd bij de andere partijen dat die aardig op dezelfde lijn zaten als ons, als Vrije Volkspartij. Dat het nodig is om daarom maar een motie in te dienen, want iedere keer een toezegging van de wethouder, zoals ook bij de Hof van Courtine is gedaan en ook is gedaan bij de Langestraat, wat niet voorligt. Dat er gekeken wordt naar een extra ontsluiting, maar daar blijft het dan ook waarschijnlijk bij. Dat is eigenlijk jammer om iedere keer die wethouder hetzelfde te horen zeggen. Vervolgens vind ik het veel belangrijker voor de inwoners dat ze een leefbare omgeving hebben. Vandaar ook deze motie. Ik hoor graag mijn collega’s hierover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Alderliesten ging al staan.

Ik weet niet of dat om fysieke redenen was of omdat hij de volgende onderwerpen ... Hij had ook zo'n pasje bij de .... Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Het onderdrukt inderdaad een lichte kramp, voorzitter. Dank. De voorzitter: Ik zag het. De heer Alderliesten: De heer Timmermans heeft gelijk. Bij de raadsvergadering of bij, ik moet zeggen, de Altenatafel hebben wij ook ons druk gemaakt over de enkele ontsluiting die er was. Nochtans hebben wij ons vooral druk gemaakt over de wijze waarop aangesloten werd op het omliggende wegennet. Met name die situatie voor ons de reden was om daar het debat nog een aantal keer over aan te gaan van, is het niet mogelijk om? Daar hebben we uiteindelijk een toezegging op gekregen. Zoals de motie nu is ingesteld, lijkt het alsof verkeerskunde en stedenbouw een soort wiskundigheid is, waarbij je bij een X-aantal woningen tenminste twee ontsluitingen moet hebben. Ik weet er iets van, maar alles is gebaseerd op de situatie. Zo willen wij ook elke situatie op zijn eigen merites beoordelen. Sommigen zijn heel gemakkelijk aan te sluiten met één en andere, kleinere plannen hebben er twee nodig. Dat willen we elke keer opnieuw bekijken. Wij zullen tegen de motie stemmen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Voordat ik het woord geef aan de heer Nieuwenhuizen even een correctie.

Mijnheer Van Gammeren heeft intussen de vergadering verlaten. Even voor de verslaglegging, de motie is met 20 stemmen tegen niet aangenomen, niet met 21. Even voor de notulen. Mijnheer Nieuwenhuizen, het woord is aan u. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Eerst nog even over het bestemmingsplan. Dat wil ik toch nog wel even benadrukken wat we in de Altenatafel gezegd hebben, dat met name de bezwaren technisch oplosbaar zijn en dat er ook toezeggingen voor gedaan zijn door de wethouder. Daar bleek ook uit dat met name daar de grote bezwaren lagen en niet zozeer tegen het bestemmingsplan inhoudelijk. Wij vinden de motie niet wenselijk en ook te rigide. Het houdt te weinig rekening met de omstandigheden die de verschillende plannen hebben. Er is net als in dit plan een externe toets veiligheid gedaan. De veiligheid is gewaarborgd. Het plan voldoet aan goede ruimtelijke ordening, want anders moeten wij, als we dat niet vinden, niet instemmen. Als je deze motie aanneemt, dan zou je het oneens zijn met jezelf dat dit

bestemmingsplan wel voldoet aan de uitgangspunten voor goede ruimtelijke ordening. We zouden het een slechte zaak vinden als die motie aangenomen wordt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. Het woord is aan de heer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. We hebben bij het bestemmingsplan rondom de Hof van Courtine en ook rondom de bespreking van de Langestraat aandacht gevraagd voor een extra aansluitingsweg. Ook bij deze wil ik dan nogmaals wel het belang ervan onderstrepen dat wij daar zeker wel met u meevoelen dat er voldoende ontsluitingswegen moeten zijn. Dat neemt echter niet weg dat dat volgens ons ook in beleid vastgezet moet worden. Wat u zegt, dat er op veertig woningen uiteindelijk minimaal een aantal ontsluitingswegen moet zijn. Wat ons betreft moet dat wel per situatie en per project bekeken worden. Wat dat betreft zullen wij de motie niet steunen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer De Raad. Wie was er eerst? Mijnheer Hoegee van AltenaLokaal. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Ook wij zullen de motie niet steunen. Wij zijn het erover eens dat ieder plan moet een goede en veilige ontsluiting hebben. Verkeersveiligheid in zijn algemeen moet goed zijn. Daarom hebben we ook gepleit om de hele, in dit geval, verkeerssituatie van Aalburg te gaan bekijken en niet alleen dit plan.

Zoals anderen ook gezegd hebben, het is te rigide om nu te stellen dat bij ieder plan van X-woningen je twee ontsluitingen zou moeten hebben. Vandaar dat wij niet instemmen met uw motie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Kolff van de VVD. De heer Kolff: Dank je wel, voorzitter. Er is aardig wat gezegd. Wij kunnen wel aardig meegaan, als er iets wijzigt dat je zegt van, het streven is naar twee wegen. Om een bouwlocatie helemaal weg te gaan strepen, dertig, veertig woningen, dat er geen twee mogelijk zijn, dat vinden we te ver gaan. Maar je kan ook in die motie zetten, het is wenselijk om er twee te hebben. Als dat erin staat, dan kunnen we wel meegaan. Dank je wel. De voorzitter: Mijnheer Vos van het CDA. De heer Vos: Dank u, voorzitter. Ik had eigenlijk nog een vraag aan de heer Timmermans. Waar komt de veertig vandaan? Waar heeft u die vandaan? Daar zouden wij eigenlijk eerst graag nog een antwoord op hebben. De voorzitter: Dat kan. De vraag kan u stellen. Dan was u ook de laatste fractie in de eerste termijn. Dan is het woord aan de heer Timmermans. De heer Timmermans: Dank, voorzitter. Voorzitter, ik ben niet van gisteren. Laten we daar maar eventjes op uitlopen. Ik draai al eventjes mee. Ik zie al de verschillende projecten die door de voorgaande gemeentes zijn afgerond, ik zie projecten die nu lopen en ik zie projecten die nog gaan komen.

Als ik u wel op een volgend project ga wijzen, dat is bijvoorbeeld de Engerveen, die wordt dadelijk uitgebreid. Dat ligt dadelijk ook weer aan deze gemeenteraad. Daar zie ik hetzelfde verhaal, weer één ontsluitingsweg. Het is niet zo, zo zie je, dat ik iets uit de lucht roep, iets ergens vandaan tover of denk van, ik zit iets om de college te plagen. Er wordt stelselmatig in ieder bestemmingsplan niet nagedacht over ontsluitingswegen. Dat is heel het probleem. Waar ik die veertig vandaan haal? Kijk, dat is niet zo moeilijk als je daar een beetje ruimtelijk inzicht in hebt. Je kan het ook bij dertig zeggen en bij vijftig zeggen, ik ben het met u eens, maar de middelgrote projecten beginnen

ongeveer vanaf veertig, vijftig woningen. Daarin zie je ook het aantal verkeersbewegingen, twee auto's per gezin. Om op het CDA reageren, is het vaak nodig dat er dan twee ontsluitingen zijn. De rest van de partijen zijn eigenlijk aardig een beetje hetzelfde. Ik zie een heel groot grijs gebied, voorzitter, tussen de meningen. Maar om alvast even aan te geven, de volgende vergadering, als er een nieuw bestemmingsplan komt, dan notuleert u graag eventjes een motie van gehoor of zo. Dat u dan weer terug kan horen op deze vergadering. De voorzitter: Moties mag u zelf indienen. Dat weet u. Dank. We gaan, voordat we naar de tweede termijn gaan, naar het college. Portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, als een bestemmingsplan voorbereidingen plaatsvinden, worden heel veel adviezen opgevraagd en wordt er heel veel deskundigheid naar binnengehaald. Dat is niet alleen ruimtelijk, maar ook de verkeersdeskundigen worden erbij betrokken om te analyseren hoeveel verkeersbewegingen een weg kan hebben. Doorsnee is rond de vijf- tot zesduizend, als we het over dat soort wegen hebben. Dan wordt ook de analyse gemaakt van, wat gaat een extra ontsluiting aan sociale veiligheid opleveren ten opzichte van risico's die ook toenemen? Die afweging wordt gemaakt. Want een extra ontsluiting, beste raad, is niet altijd een oplossing.

Wij worden ook als college regelmatig gevraagd van, kunt u geen maatregelen treffen en een ontsluiting juist dichtgooien, want we hebben heel veel last van sluipverkeer, wat weer de veiligheid vermindert. Dat zijn die vraagstukken waar deze deskundigen zich over buigen en op basis van hun advies wij dit hebben opgenomen in onze bestemmingsplan. Wij hebben ook als college toegezegd dat we zeker in fase twee dit mee willen nemen. We hebben ook toegezegd dat we in gesprek gaan over de mogelijkheden. Alleen op basis van fase één, wat er aan verkeersbewegingen nodig zijn, is het niet noodzakelijk. Desondanks gaan we als college toch, omdat we ook met fase twee aan de slag willen, wel al voorwerk doen. Wij ontraden deze motie, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Gaan we naar de tweede termijn. Ik stel voor dat we eerst naar andere fracties kijken en aan het eind de heer Timmermans. Mijnheer Vos van het CDA, u mag beginnen, want u heeft een antwoord gekregen op uw vraag. De heer Vos: Dank je wel, voorzitter. Het antwoord was, het kan veertig zijn, maar het kan nog dertig of vijftig of zestig zijn. Dan blijkt dat we toch naar het maatwerk toegaan. Ook het antwoord wat we de wethouder gaf, geeft wel duidelijkheid, ook een tweede ontsluiting kan een sluipweg veroorzaken. Wij zullen deze motie dan ook niet steunen. De voorzitter: Dank u wel.

Mijnheer Kolff van de VVD. De heer Kolff: Dank je wel, voorzitter. Die vraag die wij gesteld hebben, heb ik geen antwoord op gekregen. Dank je wel. De voorzitter: Dat mag bij interruptie. Mijnheer Timmermans, gaat uw gang. De heer Timmers: Dank u, voorzitter. Inderdaad, ik heb niet gereageerd op de VVD, omdat ik eerst eigenlijk even het college af wilde wachten, op hun reactie. Het college komt vanavond met sociale veiligheid. Dan stel ik mijn wedervraag, is één ontsluiting dan veilig? We hebben verschillende momenten in Nederland meegemaakt dat er brand uitbreekt en dat er dan één ontsluitingsweg is, waardoor er allerlei andere problemen ontstaan. U zegt, verkeersdeskundigen hebben gekeken naar het plan om één weg te ontsluiten. In dit plan bijvoorbeeld de Langestraat. Ondanks dat de verkeersdeskundigen, dat waren uw woorden, zeggen van het is niet nodig, zegt u toch toe dat u wel wil inzetten voor een tweede ontsluiting. U bent eigenlijk hier

een beetje tegenstrijdig tegen elkaar dat u wel wil toezeggen, maar u wil er geen stok achter de deur hebben van ons om te zeggen van, we gaan voor een tweede ontsluiting bij grotere plannen. Nu praten we niet over veertig woningen, maar meer als honderd woningen uiteindelijk. Het is weldegelijk, om dan gelijk op het CDA terug te komen, ik heb het ook niet altijd gelijk over een klein plan, dit gaat over een best groot plan. Ik heb hem ook bewust ingediend bij dit plan. De wethouder wil ernaar kijken, heb ik ook gehoord. Alleen ik vind het mager. De volgende plannen kennende, ik vind het te mager. Ik wil gewoon een stok achter de deur hebben dat we gewoon van tevoren weten, we moeten meer ontsluiting hebben en het beter geregeld hebben voor onze inwoners. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Ik kijk nog even rond. Ik beschouwde uw reactie maar als een interruptie en een antwoord op de VVD. De heer Timmermans: De VVD inderdaad. U zegt, het eventueel te wijzigen naar te streven naar twee. Dat blijft ook wel een beetje tussen beiden. Ik neem het in overweging even mee. Ik proef aan de rest van de partijen dat er niet veel steun is voor de motie. Ik wil uw punt meenemen en eventueel de motie daarin wijzigen. De voorzitter: Dan kijk ik even rond of er nog andere fracties zijn die zich in tweede termijn willen mengen in het debat. Ik zie niemand opstaan.

Volgens mij zijn er ook geen vragen meer aan het college gesteld. Het is even aan u. Besluit u nu om de motie te wijzigen, mondeling? Dat te veranderen? Dan brengen we een mondeling amendement aan op de motie. De heer Timmermans: Dan wordt het waarschijnlijk, draagt het college van burgemeester en wethouders op, even kijken hoor, altijd te voorzien van minimaal twee ontsluitingen, te streven naar altijd twee ontsluiting. De voorzitter: Het moet op meerdere plekken veranderd worden, maar hij spreekt uit het streven. Dat gaan we daaraan toevoegen. Als u de griffier vertrouwt... De heer Timmermans: Ik wil er graag bij hebben inderdaad, omwille van de veiligheid. De voorzitter: Dat maakt het lastig om ... Dat spreekt uit gaan we aanpassen. Wat u gezegd heeft, dat is bij het debat over deze motie gezegd. Op die manier is ... Als u de griffier vertrouwt, dat doen we allemaal hier, dan wordt dat tekstueel prima verwoord. Dan gaan we over tot stemming. Als er nog behoefte is aan stemverklaringen. Dan ga ik als eerste over naar de stemming over het voorstel. Mag ik bij handopsteken wie voor het voorstel is? Voor het voorstel. Het gaat niet over de motie, over het voorstel. Even voor de goede orde. Het is al laat. Dan zie ik dat alle fracties ... Wie is tegen? Dat is de fractie van de VVA. Dan is het voorstel met 26 stemmen voor en 2 stemmen tegen aangenomen.

Breng ik in stemming de motie. Mag ik bij handopsteken wie voor de motie is. Dat zijn 4 stemmen. Wie is tegen de motie? Dat zijn de andere stemmen. Dan is de motie met 24 stemmen tegen en 4 stemmen voor verworpen. MOTIES VREEMD AAN DE ORDE 17. Motie Van Breugel (CDA) en Kolff (VVD) - Bergsche Maasveren De voorzitter: Dan gaan we tot slot over naar agendapunt 17, de motie van de heer Van Breugel van het CDA en de heer Kolff van de VVD over de Bergsche Maasveren. Deze is mede ingediend volgens mij door alle fracties. Het woord is aan de heer van Breugel, gaat uw gang.

De heer Van Breugel: Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, we hebben geluisterd naar wat de inwoners ons hebben laten weten over het voorstel invoeren van tarifering voor de Bergsche Maasveren. Er zijn verschillende meningen binnen de vier gemeenten. Altena heeft een ander standpunt dan de andere drie gemeenten. Wij willen dat de overtochten voor de inwoners van Altena gratis of zo goedkoop mogelijk blijven. Afgelopen dinsdag, tijdens de Alterronde hebben wij wethouder Tanis erop uitgestuurd, maar zonder echte steun van de raad en een duidelijke opdracht. Voorzitter, dit voelde niet goed voor ons en ook niet voor de andere raadsfracties, waarover ik en de heer Kolff met de woordvoerders hebben gesproken. We willen onze wethouder niet zonder steun en een duidelijke opdracht op pad gaan sturen. Daarom hebben we deze motie opgesteld, een duidelijke opdracht met financiën waarmee we de wethouder op pad kunnen sturen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Breugel. Ik kijk even rond of er nog toevoegingen zijn. Volgens mij heeft u namens alle fracties gesproken. Kijk ik naar het college, bij monde van wethouder Tanis. De heer Tanis: Heel kort, wat mij betreft, voorzitter. De heer Van Breugel refereert aan de gesprekken die we beeldvormend en oordeelsvormend hebben gevoerd met elkaar. De opdracht die de raad mij meegeeft, is helder. Ik ga daarmee aan de gang.

We hebben vorige week en die week ervoor uitvoerig gesproken over de situatie, u refereert er ook aan, dat we met vier gemeenten samenwerken. De opdracht is helder. Ik ga kijken hoever ik kan komen. Ik hou u op de hoogte. De voorzitter: Volgens mij is dat een helder antwoord van het college. Ik kijk even naar de tweede termijn. Of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Mijnheer Van Breugel, dan mag u weer namens alle fracties reageren, denk ik. De heer Van Breugel: Voorzitter, eigenlijk ben ik trots op deze gemeenteraad van Altena. Ze steunen unaniem de motie van CDA Altena en de VVD voor een plan om overtochten op de Bergsche Maasveren gratis en zo goedkoop mogelijk te maken. Dit laat zien dat het bestuur echt opkomt voor de belangen van de inwoners van Altena. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan breng ik de motie in stemming. Behoefte nog aan stemverklaring? Niet. Mag ik dan bij handopsteking wie voor deze motie is? Het zal me niet verbazen als alle handen omhooggaan. Er werd nog even overleg gevoerd. Dan is de motie unaniem aangenomen. 18. Sluiting De voorzitter: Daarmee hebben we toch op een enigszins tijdstip de vergadering voor vanavond afgerond. Het was een lange avond. Het was een stevig debat met elkaar. Maar ik sluit de vergadering en ik wens u allen een goede nacht toe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12813294/2