Transcript raadsvergadering 23 mei 2023
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE ALTENA d.d. 23 mei 2023
1.
Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren, we gaan beginnen. Het is acht uur. Het is tijd. Heere, voorafgaande aan onze vergadering vragen wij U om Uw zegen over onze werkzaamheden. Geef ons besef van onze afhankelijkheid van U bij al onze overleggen en besluiten. Geef ons kennis en inzicht opdat wij in staat zijn onze taak juist te vervullen en de belangen van de gemeente Altena te behartigen. Wij vragen dit om Jezus’ wil. Amen. Hierbij open ik de vergadering van de gemeenteraad, die bij uitzondering een keer om acht uur begint. Ik kan u meedelen dat er twee raadsleden vanavond verhinderd zijn. Dat zijn de heren Versluis en Bakker. Voor de rest is iedereen aanwezig. Iedereen die ook kijkt via de livestream ofwel via de uitzending van Altena TV ook van harte welkom bij deze vergadering. Bij de opening en de vaststelling van de agenda wil ik u als raad vragen om bij acclamatie in te stemmen met het toelaten van het interpellatieverzoek op grond van artikel 58 lid 3 van ons reglement van orde. In overleg met het presidium ook te besluiten om dat toe te staan als agendapunt 14, als eerste debatstuk aan de agenda toe te voegen. Ik neem aan dat dat akkoord is. Dan is dat akkoord. Dan vraag ik of er anderen zijn die voor de vaststelling van de agenda daar nog vragen over hebben? Zo niet, dan gaan we met deze agenda aan de slag.
2.
Vragenkwartier (VERVALT) De voorzitter: Het vragen kwartier. Er zijn geen vragen ingediend.
3.
Benoemen Adriaan de Jong als nieuw burgerlid De voorzitter: Dan gaan we verder met de benoeming en de beëdiging van de heer Adriaan de Jong als nieuw burgerlid. Daarvoor is een commissie van onderzoek van geloofsbrieven ingesteld onder voorzitterschap van mevrouw Schipper, mevrouw Hofstede en de heer Duizer. Ik wil mevrouw Schipper vragen om het rapport van bevindingen met uw raad te delen. Mevrouw Schipper: Dank u wel, voorzitter. Nou doet hij het wel. Rapport inzake het onderzoek van geloofsbrieven van burgerleden. Aan de gemeenteraad, datum 23 mei 2023.De commissie uit de raad van de gemeente Altena, op 23 mei 2023 ingesteld op grond van artikel 3 van de Regeling op de vergaderingen en organisatie van de werkzaamheden van de gemeenteraad, heeft de geloofsbrieven en verdere bij de Kieswet en Gemeentewet gevorderde stukken ontvangen van één door de raadsfractie Altena Lokaal voorgedragen burgerlid. De commissie rapporteert de raad daarover. De geloofsbrieven zijn ingezonden door A.C. de Jong, Adriaan. Op 11 April 2023 is bovengenoemde persoon voorgedragen als burgerlid van de gemeenteraad voor de fractie van Altena Lokaal. De commissie rapporteert de raad dat zij bovengenoemde bescheiden van het voorgedragen burgerlid heeft onderzocht en in orde heeft bevonden. Gebleken is dat de genoemde persoon aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen voldoet.
De commissie adviseert uw raad tot benoeming van bovengenoemde persoon als burgerlid van de gemeenteraad van Altena. Daarbij merkte de commissie op dat de gemeenteraad in gevolge artikel 15 lid 3 Gemeentewet een Gedragscode Integriteit heeft vastgesteld. Burgerleden van de raad zijn eraan gehouden. Deze code is uitgereikt aan de heer De Jong. Wanneer posities, relaties of gedragingen mogelijk van invloed zijn op het functioneren als burgerlid wordt geadviseerd deze bespreekbaar te maken en indien nodig het handelen daarop af te stemmen. De commissie voornoemd, was getekend Anne Duizer, Marloes Hofstede, Claudia Schipper. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schipper. Bij deze dank ik uw hele commissie, kan ik die ontbinden en vraag ik u als raad om bij acclamatie in te stemmen dat de heer De Jong wordt benoemd als burgerlid. Ik zie dat u dat doet. Dan wil ik de heer De Jong vragen om naar voren te komen voor het afleggen van de eed en verzoek ik u allen om te gaan staan. Kom even lekker kort voor me staan. Een plechtig moment. Ik zweer dat ik, om tot burgerlid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige gelofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als burgerlid naar eer en geweten zal vervullen. Wat is daarop uw antwoord? De heer De Jong: Zo waarlijk helpe mij God Almachtig. De voorzitter: Dank u wel. Feliciteer ik u met applaus en bloemen. Dan heb ik een bos bloemen voor u. Er moet even natuurlijk een foto gemaakt worden. Ik schors de vergadering voor enkele minuten. Dan kun je even rondlopen en de felicitaties van iedereen in ontvangst nemen. Dames en heren, ik heropen de vergadering. HAMERSTUKKEN De voorzitter: Voordat wij naar de debatstukken gaan, hebben wij nog een aantal hamerstukken af te werken.
4.
Verantwoording fractievergoedingen 2022 De voorzitter: Ga ik naar agendapunt 4, de verantwoording van de fractievergoedingen 2022. Is daar nog behoefte aan een stemverklaring? Behoefte aan stemming? Niemand. Dan aldus besloten.
5.
Gedragscode en Handreiking integriteit De voorzitter: Agendapunt 5, de Gedragscode en de Handreiking integriteit. Behoefte aan stemverklaring? Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, de Vrije Volkspartij Altena staat voor een openbaarheid in alles. Daarom kunnen wij niet selectief zijn in integriteit en zijn daarom van mening dat elk geschenk die een raadslid of een burgerlid krijgt gemeld moet worden, vastgelegd moet worden bij de griffie. Ook als dit een geschenk betreft die afkomstig is van de gemeente zelf. Vanuit dit voorstel kunnen wij daarom ook niet instemmen met dit voorstel. De voorzitter: U stemt niet in met dit voorstel. Dat betekent dat de Gedragscode en de Handreiking integriteit ... De heer Timmermans: Dat komt omdat hij niet volledig is, volgens ons. De voorzitter: Dat is uw stemverklaring. Gehoord deze stemverklaring kan ik concluderen, want we zijn met 29 raadsleden, dat 27 raadsleden voor zijn en de fractie van de VVA tegen is. Dan is aldus besloten.
6.
Meerjaren Beleidsstukken 2023-2027 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant De voorzitter: Gaan we een agendapunt 6, de Meerjaren Beleidsstukken 2023 tot 27 van Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Behoefte aan stemverklaring, stemming? Niemand. Dan aldus besloten.
7.
Havenbeheerplan 2023-2027 De voorzitter: Agendapunt 7, het Havenbeheerplan 2023-227. Behoefte aan stemverklaring of stemming? Ook niemand. Dan aldus besloten.
8.
Bestemmingsplan “Wijk en Aalburg, Maasdijk 66” De voorzitter: Agendapunt, het Bestemmingsplan “Wijk en Aalburg, Maasdijk 66”. Behoefte aan stemverklaring, stemming? Niemand. Dan aldus besloten.
9.
Aankoopbesluit Kooikamp 11 Sleeuwijk De voorzitter: Aankoopbesluit Kooikamp 11 in Sleewijk, agendapunt 9. Behoefte aan stemverklaring, stemming? Ook niemand. Dan aldus besloten.
10. Onderzoeksrapport Onderuitputting Rekenkamercommissie Altena De voorzitter: Agendapunt 10, het Onderzoeksrapport Onderuitputting Rekenkamercommissie Altena. Behoefte aan stemverklaring, stemming? Ook niemand. 11. Grondaankoop Oudendijk 7 Woudrichem De voorzitter: Dan agendapunt 11, grondaankoop Oudendijk 7 in Woudrichem. Behoefte aan stemverklaring of stemming? Ook niemand. Dan ook aldus besloten. 12. Zienswijze begrotingswijziging 2023 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant De voorzitter: Agendapunt 12, de zienswijze begrotingswijziging 2023 van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Behoefte aan stemverklaring of stemming? Ook niemand. Dan aldus besloten 13. Facet beheersverordening Archeologie De voorzitter: Agendapunt 13, de fase beheerserordening Archeologie. Behoefte aan stemverklaring of stemming? Ook niemand. Aldus besloten. Dan is de kop eraf. Zijn we tien minuten onderweg en we hebben dertien agendapunten vastgesteld. DEBATSTUKKEN 14. Interpellatie Bouman en Kolff (VVD) over huisvesting arbeidsmigranten Middenweg Andel. De voorzitter: Gaan we naar agendapunt 14, het interpellatiedebat waardoor de VVD-fractie, bij monde van de heer Bouman en Kolff over de huisvesting van arbeidsmigranten Middenweg Andel is aangevraagd. Even voor de goede orde van het verloop van een interpellatiedebat. Zo direct krijgt de heer Bouman als eerste, als
indiener van de interpellatie het woord. Hij houdt zijn interpellatie. Legt een aantal vragen voor aan het college. Het college heeft dan de kans te reageren op die vragen. Daarna reageert de interpellant weer op de antwoorden van het college. Waarna aansluitend voor alle fracties de gelegenheid is om zich in het debat te mengen, te reageren op de interpellatie dan wel op de antwoorden van het college en met elkaar in debat te gaan. Dan heeft nog tot slot het college de kans om te reageren op de inbreng. Daarna krijgt de interpellant het slotwoord. Als er nog behoefte is aan een vervolgende termijn, dat zien we daarna. Dat is even de volgorde. Voor de goede uitwerking van het debat wil ik u eraan herinneren, u heeft als raad niet alleen alle openbare informatie gekregen vanuit het Woo-verzoek, maar ook alle informatie waar nog geheimhouding is opgelegd. Ik wil u vragen daarbij rekening te houden in het debat en niet te citeren uit stukken die zwartgelakt waren. Het ging met name ook om namen van betrokken ambtenaren. Maar dat spreekt vanzelf. Het woord is aan de heer Bouman. Gaat uw gang. De heer P. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Ik had trouwens aan de heer Kolff gevraagd of hij het samen wilde doen, om en om een alinea, maar dat wilde hij niet. Ik zal het zelf doen. Maar alles wat ik vanavond ga voordragen is uit de openbare stukken. Dat is ook even gecheckt met de griffie.
Daar kunnen we het veilig over hebben. Wat ik hier bij me heb, heb ik ook de griffie in het RIS laten zetten, het Raadsinformatiesysteem. Collega's en geïnteresseerden kunnen ook gewoon meelezen met wat hier staat. Op sommige plekken is dat handig, omdat we ook uit documenten quoten. Ander woordje vooraf voorzitter, is dat we hier het college aanspreken als geheel. Er wordt dadelijk een wethouder aangewezen, waarschijnlijk door loting, die daar moet gaan staan. Maar we spreken het college als geheel aan, niet alleen deze wethouder. Verder, ik heb hier wat uitgewerkt. Geheel tegen mijn eigen stijl in. Normaal gesproken zeg ik maar wat, gewoon uit mijn hoofd, maar heb ik nu even wat uitgewerkt, omdat het nogal zorgvuldig komt en een heel belangrijk onderwerp is voor onszelf. Het is iets minder vlot dan normaal. Het is op tekst, maar dan kunt u ook meelezen. We gaan het hebben voorzitter wederom over het bestemmingsplan Middenweg. Dat is niet de eerste keer. We hebben ook al een keer een interpellatiedebat zelfs hier over dit onderwerp gehad. Maar het gaat nu over stukken die wij hebben geconstateerd in het dossier over het Woo-verzoek en enkele discrepanties die wij daarin hebben ontdekt, tegenstellingen met wat het college eerder heeft beweerd en wat het dossier weer in een ander daglicht zet. Daarom zijn we hier vanavond. Het begon allemaal met het bestemmingsplan Middenweg.
Dat hebben wij in februari ‘21 als raad vastgesteld. Met het vaststellen van dat bestemmingsplan hebben wij, zonder dat we dat echt goed beseften als raad, de huisvesting mogelijk gemaakt van een onbeperkt aantal arbeidsmigranten op die locatie. Dat hadden we niet mogen doen. Daar hebben we het meerdere keren met elkaar over gehad. Daar is een Woo-verzoek ingediend door een groep inwoners. Dank daarvoor. Dat heeft echt wat opgeleverd. Heel groot dossier met stukken. Daar hebben wij vervolgens als raad ook de ongecensureerde versies van gehad. Daar mogen we het niet over hebben, maar we kennen ze wel. Deze set met stukken, overigens de openbare set, die zet alles al in een ander daglicht. We hebben in juli ‘21 als VVD al vragen gesteld. Wij hebben toen gevraagd van, hoelang is het college op de hoogte van deze huisvestingsplannen van deze ondernemer? Heel kort samengevat, geeft het college dan in juli ‘21 aan dat zij al wel wat langer op de hoogte zijn van die huisvestingsplannen, maar dat de concrete plannen bij het college pas bekend waren bij het indienen van de aanvraag maart, april ‘21. Maar dat blijkt niet waar te zijn. Dat kunnen we uit die stukken halen. Want als je de set met stukken nakijkt, dan vind je daar correspondentie die refereert naar een conceptaanvraag. Vervolgens hebben wij de conceptaanvraag opgevraagd als VVD.
Daaruit blijkt dat de conceptaanvraag al in november 2020 hier op het gemeentehuis was. In die conceptaanvraag staat het bewust aantal van 274 arbeidsmigranten al in. Vanaf dat moment was het college gewoon op de hoogte van de plannen. Want als de college straks wil beweren dat deze aanvraag alleen op ambtelijk niveau bekend was, dan willen we het college er graag aan herinneren dat het college wat ons betreft ook gewoon de ambtelijke organisatie is, omdat het college verantwoordelijk is wat er gebeurt bij de ambtelijke organisatie.
Dat is misschien een beetje flauw. Maar zodra hier iets landt, is wat ons betreft het college daarvan op de hoogte. Bovendien kan je uit die stukken halen dat het hele dossier al een voorgeschiedenis had, teruggaand tot de gemeente Woudrichem. Dan zie je ook gewoon hele grote aantallen al voorbijkomen. Conclusie één, deelconclusie, is dat het college naar aanleiding van onze vragen in juli ‘21 niet de waarheid heeft verteld. Het college was in november 2020 op de hoogte van de exacte aantallen. In juli 21 stelden we ook de volgende vraag. Waarom heeft u als college de raad niet expliciet en direct geïnformeerd nadat u op de hoogte was? Dan gaat het college in op wat ze hebben gedaan nadat de aanvraag is ontvangen. Het college vergeet hierbij gemakshalve dat er in november ‘20 er al een concrete conceptaanvraag hier op het gemeentehuis lag. Daar wordt helemaal niet naar gerefereerd in de antwoorden die ... Op de vragen die wij hebben gesteld. Gelijktijdig aan dat proces, dat die conceptaanvraag hier lag, werd vrolijk door het college de bestemmingsplanprocedure voor de raad voorbereid. Dat heeft de raad vastgesteld in februari ’21. Er was eigenlijk nog tijd tussen het landen van de conceptaanvraag en het vaststellen van het bestemmingsplan om het tij te keren.
Maar het college heeft de raad niet geïnformeerd en is vrolijk verdergegaan met het voorbereiden van het bestemmingsplan. Conclusie twee is daarom ook, college was bekend met de plannen van de ondernemer, maar heeft de bestemmingsplanprocedure voortgezet. Verder. Uit de stukken komt naar voren dat de verantwoordelijk wethouder op 12 april in ’21 al betrokken is. Er is een interne mail waarin hij zegt van, er is politieke druk, maatschappelijke onrust. Toch wordt er pas aan de raad geïnformeerd op 7 juli. Dat is 3 maanden daarna, om de raad actief te informeren over wat er precies aan de hand is. De VVD heeft al in mei ‘21 vragen gesteld, maar de antwoorden kwamen er op 30 juni. Deelconclusie drie is, college wist op dat moment al een half jaar van de plannen van de ondernemer. Op 12 april waren ze al bewust van dat er onrust was in de maatschappij. Op 7 juli wordt de raad pas geïnformeerd. College heeft verzaakt de raad actief te informeren. Dat bovenstaande, die drie conclusies, die schetsen in zijn eentje een beeld van een college dat op de hoogte was van de exacte plannen van de ondernemer en de raad doelbewust door laat gaan met het vaststellen van het bestemmingsplan dat die plannen mogelijk moet maken en de raad ook niet actief informeert.
Maar het wordt nog een stapje erger mensen, want er is namelijk ook sprake van een afspraak dat de aanvraag van de ondernemer pas wordt gepubliceerd nadat bestemmingsplan onherroepelijk is. Dat wordt niet benoemd in de stukken, maar dat zal waarschijnlijk zo zijn om beroepszaken tegen het bestemmingsplan te voorkomen. Dat vindt u op pagina 378 van de gecensureerde en openbare stukken. Waarbij ik ook nog leuk vind om te vermelden dat dezelfde passage ook eerder voorkomt in de stukken en daarbij heel zwart is. Er is een poging geweest om deze passage niet openbaar te maken. Vervolgens is het college vergeten om een latere paar pagina's zwart te maken, waardoor we er nu vrolijk uit kunnen gaan citeren. Wat ik ook ga doen. Met uw toestemming voorzitter, een klein stukje proza uit de eigen organisatie. “In het kader van behoorlijk bestuur moeten wij eens goed overwegen wanneer er voor de buitenwereld bekend wordt dat het gaat om het huisvesten van 274 arbeidsmigranten. Wat zijn inspanningen van de heer X hierin?” De heer X is de aanvrager. “Door mee te gaan in de toezegging, die de heer X eerder heeft gekregen, de vergunningaanvraag pas te publiceren na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, zou het kunnen lijken dat we de belangen van de omgeving niet meewegen.
Op grond van het bestemmingsplan kan de vergunning dan namelijk niet meer geweigerd worden.” Dat getuigt van dat degene die dit schrijft in ieder geval een goed ontwikkeld moreel heeft. Maar die lijn is in ieder geval niet gevolgd. Dat is jammer, want het bestemmingsplan dat is gepubliceerd op 24 maart ‘21 en dat is onherroepelijk op 5 mei ’21. Val me niet af op één dag minder of meer. Maar de vergunningaanvraag is pas gepubliceerd op 26 mei ’21. Dat is wel opvallend, want de aanvraag was er al in april 21. Normaal gesproken publiceer je één, twee weken nadat je een aanvraag krijgt hem in de krant. De bovenstaande afspraak met de ondernemer is netjes nagekomen door de gemeente, wat fijn is voor de ondernemer. Maar niet zo fijn voor de mensen uit Andel, want die is namelijk de kans ontnomen om zich te verweren tegen het bestemmingsplan. Zoals we allemaal weten is het erg moeilijk om je te verweren tegen de vergunning, want die past namelijk in het bestemmingsplan. Dat leidt tot deelconclusie vier, voorzitter. Dan
ben ik erbij hoor. Er bestond een afspraak tussen de gemeente en de ondernemer om te wachten met het publiceren van de aanvraag tot het bestemmingsplan onherroepelijk was. Dan kom je tot de algemene conclusie, volgens ons. Hier mag het college zo wat van vinden. Dat het college in plaats van april, maart ‘21 al in november 2020 op de hoogte was van het exacte aantal arbeidsmigranten. Dat was op tijd om de raad nog te informeren en de koers bij te kunnen stellen, voordat het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Daarnaast heeft het college bewust gewacht met het publiceren van de aanvraag totdat de beroepstermijn tegen het bestemmingsplan is verstreken. Dat was het. Nou snapt u dat ik dit ook even netjes heb voorbereid, want het is nogal wat. Dat leidt ons tot vijf vragen, waarbij wij het college graag de kans willen bieden die te beantwoorden. Wij hebben voor onszelf ook nog niet besloten wat we hierna gaan doen? We stellen in alle openheid die vijf vragen. Afhankelijk van wat het college gaat zeggen, beraden wij op onze volgende stappen. Wellicht is er nog een schorsing nodig. De vragen staan op papier. Maar ik ben toch al lang aan het woord, ik kan ze nog voorlezen ook.
Waarom heeft het college in antwoord op ons eerdere vraag in juli ‘21 niet de waarheid verteld? Waarom heeft het college ondanks dat hij op de hoogte was van de exacte aantal toch de bestemmingsplanprocedure voortgezet? Waarom maakt het college afspraken met de ondernemer om publicatie van een aanvraag uit te stellen om zo beroepszaken tegen het bestemmingsplan te voorkomen? Waarom heeft het college gewacht tot 7 juli ‘21 om de raad actief te informeren over de maatschappelijke onrust die in Andel was ontstaan? Welke conclusie trekt het college hieruit omtrent zijn functioneren rond dit dossier? Oftewel, wat vindt u hier zelf van? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Dan gaan we naar het college om te reageren. Dat zal de portefeuillehouder, de heer Sheikkariem doen. De heer Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan mijnheer Bouman voor zijn scherpe analyse en inbreng en de vragen die hij stelt. Want u ziet zo’n instrument dat u nu ook mooi toepast, een interpellatiedebat houdt ons allemaal scherp en brengt ook gewoon zaken aan het licht waar wij als bestuurders dagelijks geconfronteerd worden met ons handelen en wat wij achterlaten en nalaten. U heeft een aantal vragen gesteld. Maar voorzitter, het is al goed om even te kijken die vragen niet, want dat zou ook het werk van de VVD tekort worden gedaan, in zijn algemeenheid te beantwoorden.
Misschien handig om bij het laatste te beginnen, waarbij u vraagt, wat vindt u als college van uw optreden? U heeft in uw betoog het zelfs al aangehaald dat het gaat over meerdere colleges, meerdere collegeperioden. Ik sta hier. Namens dit college kan ik zeggen dat wij vinden, op het moment dat het bij ons bekend was, wij adequaat hebben gereageerd en gehandeld. Ik weet ook dat het vorige college dat heeft gedaan, want u rept over een periode die de vorige keer collegeperiode afspeelde. U heeft het over data, de bewuste 12 april 2021. Om u even mee te nemen. Op het moment dat het signaal van buiten ons bereikte, hebben we het binnen het college besproken of het bekend is in het college. Dat was het niet. Wij hebben deze vraag ook uitgezet binnen de organisatie, om helder te krijgen of dit bij anderen bekend is. Daar hebben we een bevestiging op gekregen. De week daarna hebben wij direct gehandeld. Ik ben zelf met de teammanager op bezoek gegaan bij de initiatiefnemer, dat is op 29 april half 8 's morgens geweest, om te zien wat de plannen waren. Toen hebben we kennisgenomen. Dat heb ik gedeeld met het college. Het college is op dat moment direct in de actieve stand gekomen en gezegd van, wat betekent dit? Er wordt gesproken.
U moet zich voorstellen, op bezoek bij zo'n ondernemer laat hij zijn plannen zien en geeft ook aan dat hij de omgevingsdialoog gevoerd heeft, de omgeving op de hoogte heeft gesteld en vanuit zijn initiatief goed handelt. Wat wij horen te doen als dagelijks bestuur is, ga verifiëren hoe valt dit bij de rest en wat vindt de omgeving er daadwerkelijk van? Dat hebben wij in mei ook gedaan. U geeft het zelf al aan, op 25 mei heeft u als VVD vragen gesteld. Kort daarna, op 7 juni, hebben wij brieven ontvangen van de omgeving die zich zorgen maakte. Er zijn overigens op 21 juni nog vervolgbrieven binnengekomen. Maar in die tussenliggende periode hebben wij getracht de raad op de hoogte
te brengen, want toen wij de onrust in juni ontdekte, hebben wij ook direct gehandeld en ook niet gewacht, maar met de initiatiefnemer afgesproken om omgevingsdialogen in bijzijn van de gemeente te voeren. Die zijn op drie avonden gevoerd 25, 28 en 30 juni. Die avonden hebben wij het rechtstreeks gehoord wat de bezwaren waren. In de tussenliggende periode waren we ons ervan bewust van, dit heeft een grote impact. We hebben op 29 juni een verzoek aan de griffie gestuurd van, mogen we alstublieft de raad zo snel mogelijk op de hoogte stellen? Het liefst in vertrouwen. De griffie heeft daaraan meegewerkt. Via het presidium heeft u een uitnodiging gekregen. Wat in uw agenda paste, in juli, zijn we ook verschenen om u te vertellen waar we tegenaan zijn gelopen. Dat is de adequate wijze waarop wij hebben gehandeld. Vanaf het moment in juli wil ik er nog twee dingen aan toevoegen, mijnheer Bouman. Waar blijkt het uit? We hebben direct een risicoanalyse gemaakt van, waar is het fout gegaan en hoe kunnen we de schade beperken? Wij hebben gemeend u als raad mee te delen dat wij als college onvoldoende bewust waren dat het beleid wat wij aan u hadden voorgelegd over de beleidsregels arbeidsmigranten, dat daar geen gelimiteerde aantallen in stonden. Wij hebben u dat voorgesteld en u heeft er als raad mee ingestemd. Wij hebben dat met u meegedeeld. Dat is geen verstandige keuze geweest.
Beste raad, trek alstublieft die beleidsregels in, zodat we kunnen voorkomen dat dit verder gaat escaleren en dit soort aantallen op andere plekken, maar misschien ook bij deze aanvraag kunnen escaleren. We hebben u ook voorgesteld van, let op beste raad, in de wandelgangen en ook bij de presentatie die ik heb gekregen van de initiatiefnemer waren zijn plannen gericht op vijfhonderd arbeidsmigranten te huisvesten. Wij hebben daarom ook verzocht om een voorbereidingsbesluit te nemen op het bestemmingsplan, zodat we in ieder geval het aantal van die vijfhonderd niet hoeven te honoreren. Dat is even in het kort hoe het college destijds heeft gehandeld. We hebben daarna alles in het werk gesteld om de omgevingsvergunning zo zorgvuldig mogelijk te toetsen aan het reeds vastgestelde bestemmingsplan. Daar zitten we ook aan de ene kant aan het belang van een inwoner aan een initiatiefnemer die zegt van, beste wethouder, de gemeenteraad wat u dient, nu heeft u beleidsregels vastgesteld. Gaat u hun beleid ter discussie stellen of gaat u daar inhoud en vorm aan geven? Zo heeft ook de ambtelijke organisatie gehandeld. We hebben in mei 2020 de gemeenteraad een besluit laten nemen om die beleidsregels vast te stellen. De ambtelijke organisatie is daarop gaan lopen. Zij hebben invulling gegeven aan de wens van de raad.
Dat wil zeggen dat als die mogelijkheid er is binnen het bestemmingsplan om daar zoveel en zo goed mogelijk aan mee te werken. Dat kan ik ze kwalijk nemen. Aan de andere kant ben ik juist blij dat er zo snel wordt gehandeld vanuit de wens van de raad. Maar waar gaat het mis? Wij hebben geconstateerd, wat u ook terecht opmerkt, dat er een discrepantie is tussen kennis op het ambtelijke niveau en bestuurlijke niveau. U mag natuurlijk zeggen, wij beschouwen dat als één. Dat mag u ook zeker doen. Alleen is de realiteit zo dat het de collegetafel niet eerder dan medio april heeft bereikt, medio april van 2021. Als het gaat over de medewerking die ambtelijk is verleend, moet ik ook zeggen dat wij het betreuren, maar dat heb ik vorig jaar en het jaar daarvoor namens het vorige college ook al aan u medegedeeld, dat wij het betreuren dat wij hebben gemerkt dat het stukje integraliteit binnen onze organisatie nog veel aandacht behoeft en dat ook de bestuurlijke en politieke sensitiviteit nog verder ontwikkeld moet worden. Die zaken hebben we ook opgepakt organisatorisch om te zorgen dat dit soort zaken in de toekomst zo min mogelijk kunnen plaatsvinden. Het liefst helemaal niet. Dat is de handelswijze geweest. Daarmee hoop ik ook een beetje een antwoord te geven op vraag vier en vraag vijf van u.
Als u kijkt wat er dan overblijft, geeft u terecht een opmerking, want daar zit ook best wel een lastig punt in een overgangssituatie bij vraag drie, waarin u stelt van, let op, als je dan medio april op de hoogte bent van het feit dat dit speelt, waarom heeft u afspraken gemaakt met de initiatiefnemer om het nog niet te publiceren? Klinkt heel flauw, maar die afspraken hebben we niet gemaakt. Als die afspraken gemaakt zijn, moet ik u zeggen dat het college daar niet van op de hoogte is. Als het ambtelijk toen is gebeurd of bestuurlijk op de hoogte is gebracht, is het een gebruik, wat ik u ook meegeef, dat wij bij een omgevingsvergunning altijd, of dat zuiver is of niet, want ik ben ook blij dat dit soort Woo-onderzoeken, dit soort zaken ook aan het licht brengt, kunnen we onze processen nog verder op finetunen. Dan is de vraag wat
we hadden kunnen doen. We hebben de gemeenteraad in oktober 2020 en in februari 2021 het bestemmingsplan tot twee keer toe voorgelegd. Bij de tweede keer zijn ook de beleidsregels arbeidsmigranten eraan toegevoegd. Die lagen ter inzage. De mensen hadden, iedereen had de gelegenheid om vanaf dat moment bezwaar aan te kunnen tekenen. De termijn, dat traject liep al vier weken. U moet zich voorstellen dat u nu zegt, vanaf 12 april had u de boel kunnen stilzetten. Nee, mijnheer Bouman, want een gerucht die ik buiten opvang hoor ik te onderzoeken. Wij hebben als college ook gemeend dat te gaan verifiëren. We hebben daarom ook die omgevingsdialogen gevoerd. Toen het bij ons bevestigd werd van, dit zorgt voor veel onrust, dan zijn we ook direct gaan handelen. Het heeft helaas een overlap in die twee periodes. Dat kunnen we helaas niet terugdraaien. Als we kijken naar vraag één en vraag twee die u stelt, waar u zegt van, waarom heeft u bewust ons niet de waarheid verteld? Als u de analyse maakt zoals ik hem schets, kunt u daaruit concluderen dat ik vraag één en vraag twee verwerp en zeg van, alles wat wij wisten, hebben wij u eerlijk verteld. We hebben ook gehandeld naar de informatie die bij ons bekend was. Ik wil u meegeven dat ik me ook realiseer dat wij als college ons terdege ervan bewust zijn van, die informatievoorziening die moet gewoon op één niveau zijn.
Als er ambtelijk iets binnenkomt wat zo'n impact kan hebben, dan hoort dat ook op bestuurlijk niveau gewoon bekend te zijn. Dat is de stap die we nog willen maken. Voorzitter, volgens mij heb ik hier in hoofdlijnen de vragen beantwoord. De voorzitter: U heeft namens het college alle vijf vragen beantwoord. We gaan nu luisteren naar de heer Bouman wat hij van die beantwoording vindt. De heer P. Bouman: Er is voorafgaand aan de vergadering een paar keer gevraagd van, hoe denk je dat het gaat lopen? Dan zeg ik altijd van, dat ligt er een beetje aan wat het college gaat vertellen. Dan vragen ze, wat denk je dat het college gaat vertellen. Dan zeg ik, dat weet ik niet, maar ik hoop dat ze in ieder geval niet gaan duiken of dat ze er omheen gaan draaien. Dat is eigenlijk wel precies exact wat er nu gaat gebeuren. Want als je heel goed luistert, dan is niks van alles wat er gebeurd is de schuld van het college hier. Niks. Er wordt geen enkele fout, geen enkele verantwoordelijkheid genomen. Eigenlijk wordt de blaam ook nog een beetje bij de ambtelijke organisatie gelegd. De wethouder zegt, op vraag één en twee, ik kan me voorstellen dat u niet meer uit uw hoofd weet wat vraag één en twee zijn. Dat heb ik ook weleens. We hebben de vraag gesteld in juli, wanneer was het college op de hoogte van de exacte aantallen? Krijgen we een brief terug in april’ 21.
In april ‘21 ligt er al een half jaar een complete conceptaanvraag hier, in een redelijk beladen dossier, een belangrijk onderwerp. Wat ook meerdere keren in een collegevergadering moet zijn geweest, want het moet door naar de raad. Dat gaat via het college. Het college weet van niks. Kan zijn dat het college feitelijk van niks weet, maar het college had het moeten weten en het college is verantwoordelijk voor de ambtelijke organisatie. Als er in november 2020 een conceptaanvraag uitgewerkt al ligt van 274 arbeidsmigranten en zonder er één iets aan te wijden, doordenderen naar de bestuurlijke besluitvorming, dat is gewoon uw verantwoordelijkheid. Niet alleen van u hoor mijnheer Sheikkariem, maar u als college. Daar bent u gewoon verantwoordelijk voor. Die verantwoordelijkheid moet u nemen en niet omheen gaan zitten draaien. Sorry. U doet net of ik voorstel dat u in april ‘21 had kunnen keren het schip. Dat is niet waar. U had in november ‘20 het schip kunnen keren en daarna nog totdat de raad hier het hamerslag gaf. Dat was uw kans geweest om de boot bij te sturen. Hadden wij als raad ook kunnen doen. Klopt hè? Ik bedoel, wij hebben als raad hier zitten snurken met zijn eenendertigen. Wij hebben ook fouten gemaakt, maar er zijn ook bij het college fouten gemaakt. Erken dat gewoon eens. Dat is beter.
Die afspraken met de ondernemer, u zegt eigenlijk zegt heel hard, die zijn niet gemaakt. Er staat hier op papier en we mogen geen namen noemen, maar diegene die dat geschreven heeft, dat is geen onbekende van u en van ons. Dat is ook geen doetje. Die werkt hier ook al even. Dat is niet een niemand. Als die dat opschrijft dat dat zo is, dan neem ik aan dat die afspraken er zijn. Dat die de bestuurlijke tafel misschien niet bereikt hebben, kan zijn. Maar op een of ander niveau zijn die afspraken
gemaakt. Wat erger is, ze zijn nagekomen. Er is gewacht met het publiceren van de aanvraag. Iedereen weet, als je afspraken nakomt, dan zijn ze ook gemaakt. Het actief informeren van de raad. U heeft uiteindelijk wel de raad actief geïnformeerd. Wij zeggen niet dat u niks gedaan heeft. U heeft op een gegeven moment vanaf, je denkt van hier intern eerder, maar vanaf juni hebben wij kunnen zien dat u inderdaad aan het rennen was. U heeft van alles gedaan, maar allemaal na juni ‘21 of in ieder geval kort daarvoor. Ik heb het over de periode daarvoor. Daarvoor heeft u te weinig gedaan. Daarvoor heeft u te weinig geïnformeerd. U heeft best wat gedaan hoor. Het is niet dat ik zeg dat u lui bent als college en zeker u als wethouder niet, maar het gaat daarvoor. Het grote falen zit daarvoor. Ik vraag, welke conclusie trekt u zelf? Uw conclusie is dat u niks fout gedaan heeft. Vind ik erg. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Dan kijk ik rond naar welke andere fracties in het debat willen reageren op de interpellant dan wel op de antwoorden van het college. Mijnheer Bouman van het CDA. De heer A. Bouman: Dank je wel, voorzitter. Ik heb net een beetje mee proberen te schrijven natuurlijk, ook niet wetende wat er vanavond allemaal precies zou gaan gebeuren.
Het was een dossier wat zwaar op de maag ligt, het is een dossier wat zwaar op de maag ligt en het zal altijd een dossier blijven denk ik wat zwaar op de maag ligt. Want 7 juli 2021, die datum kwam toen straks ook terug in het verhaal van collega Bouman, hebben we er als raad eigenlijk als eerste over gesproken, volgens mij, in het Altena College. Toen heb ik namens een aantal fracties, ook bijvoorbeeld namens de CDA-fractie, uitgesproken dat het ons spijt hoe dat het een en ander is gelopen en dat we dat ook ons persoonlijk aantrekken. Inmiddels zijn we een hele periode verder natuurlijk, tussen juli 2021 en mei 2023. Door onder andere een heel Hemelvaartsweekend eens in allerlei documenten te grasduinen, is dat niet minder geworden dat gevoel. Want je hebt inderdaad wel het idee, als je dat leest van, hier had echt heel veel dingen anders gemoeten in elk geval. Dan komt het een klein beetje inderdaad aan van, in welke mate gebeuren dingen bewust of onbewust? Kijk, formeel vind ik dat de heer Bouman gelijk heeft en inderdaad een scherpe analyse maakt en ook zegt van, als iets op het gemeentehuis aanwezig is, dan is het college er ook van op de hoogte. Formeel gezien is dat denk ik ook wel juist. Praktisch gezien ligt de situatie denk ik iets anders.
Ik zit ook een beetje te worstelen, wat moeten we nu? Want je hebt eigenlijk gezien toen dat indaalde, dat gevoel, in juni eigenlijk, toen begon het allemaal echt in te dalen. Vanaf half mei en juni begon het in te dalen. U gaf het net zelf ook aan, mijnheer Bouman, toen is iedereen eigenlijk in het college hard gaan rennen en alle zeilen gaan bijtrekken, alle registers zijn opengetrokken om te kijken, wat is er nog te redden wat er te redden valt en hoe kunnen we de schade zoveel mogelijk beperken? Het zou natuurlijk heel raar zijn als je eerst bewust, zal ik maar zeggen, het ene gaat doen en daarna heel hard gaat rennen. Dat geloof ik niet. We hebben als CDA-fractie echt het idee van, dit had heel anders gemoeten. We hebben daar inderdaad al allerlei kenschetsen bij gegeven van dat het ons spijt. Ik heb ook wel het idee, maar goed, daar is het college mans genoeg om dat dadelijk zelf misschien ook wel te verwoorden, misschien nog wat scherper te verwoorden, dat dat gevoel daar ook wel zo is. Want u vat het samen en u zegt, ik hoor eigenlijk alleen maar zeggen, wij hebben alles perfect gedaan. Maak het nog even iets strakker, als u het letterlijk verwoordde. Zo heb ik het net niet gehoord, in elk geval.
Uiteindelijk probeer je ook te kijken, wat hebben we dan, als wij hier uren over debatteren en misschien nog drie interpellatiedebatten of weet ik het wat, dan aan vervolgen? Wat verandert erdoor voor de inwoners van Andel? Ik ben bang niet zo heel veel. Ik zit echt een beetje te worstelen wat we daar verder mee moeten. Maar ik ben ook benieuwd hoe andere partijen daar tegenaan kijken. Maar dit was in elk geval even een eerste reactie op basis van het verhaal, zoals ik het gelezen heb in elk geval afgelopen weken en zeker ook het afgelopen weekend. Net ook weer eens even samengevat heb gehoord. Ik heb een deel dezelfde analyse gemaakt als u, mijnheer Bouman. We moeten maar eens kijken wat we daar verder ook richting de inwoners van Andel mee kunnen. Kijk, formeel ligt die vergunning en nu de bezwaren er, zal ik maar zeggen. Dit gaat
allemaal over de periode, zal ik maar zeggen, van twee jaar geleden. Na juli 21 denk ik dat wij beiden ook wel vinden dat er inderdaad alles aan gedaan is om zoveel mogelijk die schade te beperken. Ik hoop dat we die lijn in elk geval ook verder met elkaar kunnen doorzetten. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. De heer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Dank u, mijnheer Bouman, voor het starten van dit debat, want het is nogal een beetje. Als gemeenteraad en college hebben we vaak onze mond vol van betrouwbaarheid, betrouwbare overheid. Zojuist hebben bijvoorbeeld een stuk waar dat wij dan tegen gestemd hebben, maar er staat in dat een overheid ook op veel terreinen een monopoliepositie heeft. Ook belangrijk is dat ze dan open en transparant functioneren. Als ik dan iets uit uw stukken haal wat u dan aandraagt over de publicatie van iets wat dan bewust achter de hand gehouden wordt, dat is voor mij de meest zwaarwegende eigenlijk in uw betoog. Zoiets hoort gewoon niet. Zoiets hoor je gewoon open en transparant te communiceren met je inwoners van, dit is als een aanvraag binnenkomt. Of dat het vijfhonderd mensen zijn die er gevraagd worden op die locatie of tweehonderd, het maakt eigenlijk niet zoveel uit. Het gaat erom, je moet open en transparant communiceren.
Inderdaad, ik constateer samen met mijnheer Bouman dat het college daar toch wel aardig de mist mee ingaat, zo zal ik het maar even noemen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. De heer Van der Hoeven van de ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Dank u wel, voorzitter. De ChristenUnie heeft altijd wat anders in dit dossier gezeten. We hebben eigenlijk als enige tegen de meeste voorstellen gestemd, maar dat heeft me ook niet zoveel uitgemaakt. Altijd een voorstander geweest liever van wat grotere locaties waar zaken goed geregeld zijn als versnipperd overal. Wij geloven niet in sprookjes rond huisvesting. Het is gewoon keiharde business, waar het over geld verdienen gaat. Daar willen wij de menselijke maat, zowel voor die inwoners als voor de arbeidsmigranten in de gaten houden. Ook ik heb het dossier gelezen, alle bladzijden. Ook wij hebben onze vragen. Zijn we tijdig en volledig geïnformeerd? Is het dossier compleet? Vraagteken. Alleen onze kritiek op het dossier en de ingewikkeldheid gaat verder als de eerste fase die de heer Bouman heeft aangetoond, want ook in de periode begin ‘21 lagen er zowel ambtelijk als juridische adviezen en dat het eigenlijk niet meer tegen te houden was, dit proces. Hebben wij de juiste verwachting naar de inwoners gewekt door, maak maar bezwaar, dan kunt u het wel tegenhouden? Negenhonderd brieven.
Zijn we straight geweest naar die ondernemer? Anderhalf jaar rekken. Weten kiezers keuzes maken en hoe we die vergunning buiten werking zouden stellen? Wij vinden dat nogal wat. Alles om dat plan van tafel af te krijgen. We snappen de politieke druk en de maatschappelijke onrust. Dat is ook niet verboden, maar het heeft wel te maken, wat de heer Timmersmans ook zei, hoe sta je als overheid in de wedstrijd? Ook een slechte afspraak is een afspraak. Wij vinden het interpellatiedebat begrijpelijk en wij bewegen daar zeker ook in mee, omdat wij ook aanwijzingen hebben dat wij, ook naar ons gevoel, niet volledig geïnformeerd zijn. Dat we misschien als raad wel beslissingen hebben genomen met die informatie, die we anders hadden genomen. Maar je hebt eigenlijk meer behoefte aan een complete en een eerlijke evaluatie van het college, want er zitten zoveel lessen, als ik het dossier lees. Het is bijna een spannend boek. Ik weet niet of dan deze vorm de beste is. Ook juridisch is er een verklaring voor wondere wendingen in dit dossier. Wel aantallen locatie, studie, geen locatie, alleen kassen, wel woningen opeens erin, dingen in het bestemmingsplan. Dat is ook de aanleiding dat wij niet weten of het dossier compleet is. Wij kunnen niet begrijpen hoe bepaalde stappen tot stand zijn gekomen in dit dossier. Tenslotte ook even als reageren.
Wij hebben destijds wel vastgesteld dat die beleidsregels voor arbeidsmigranten een-op-een toegevoegd zijn aan het bestemmingsplan. Alleen ook niet de focus gehad op de aantallen. Daar willen we ook eerlijk over zijn dat we dat ook niet gezien hebben. Maar goed, toen ik las dat
die regels die, hebben we trouwens ook tegen gestemd, een-op-een zijn opgenomen in het bestemmingsplan, denk ik van, dat is prima. Achteraf gezien wel vreemd om te doen. Normaal niet. Dat zijn de vragen die er leven. Waarom is dat gebeurd op deze wijze? Dan even los van de timing die best lastig is om helemaal te volgen vanuit het dossier. Rot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Ik kijk even rond. De heer Den Haan van AltenaLokaal. De heer De Haan: Voorzitter, dank je wel. Onze gewaardeerde collega's van de VVD gebruiken een democratisch instrument om verdiepende vragen in het openbaar te stellen aan het college, over een, zoals dat zo mooi heet, heikel onderwerp. Iedereen mag daar dan iets van vinden. Heel breed gaat het over arbeidsmigranten en steeds smaller gaat het over hoe we daar als gemeente, als college, als raad als ondernemer en niet te vergeten onze inwoners mee omgaan, mee om moeten gaan of mee om kunnen gaan. Wat hier voorligt, ik benadruk toch maar even, is een onderwerp of beter gezegd een dossier dat ons al allemaal lange tijd bezighoudt. Natuurlijk mag u dan ook van AltenaLokaal verwachten dat we daar een reactie op hebben, omdat wij ook in dat brede en smalle deel, waar ik het net over had, betrokken zijn. Want ergens moet je namelijk als raad, ik beperk het even tot raad, er wat van vinden en besluiten.
Dat doe je, als het goed is, naar eer en geweten en op basis van de beschikbare informatie en, niet te vergeten, in het belang van Altena. In deze kwestie, voorzitter, waar data en verslagen, ik heb ook geprobeerd om alles te lezen, elkaar afwisselen. In grove lijnen gaat het over een aanvraag die we al vanuit 2016 voor uitbreiding van het bedrijf gepaard gaat met het verzoek tot het plaatsen van toen ongeveer ruim 270 arbeidsmigranten of meer ging. Dat leverde onrust op onder de bevolking en over de tijdstippen van hoe en wanneer? Daar ben ik nog niet echt helemaal achter. Maar goed, we hebben inmiddels wel een heleboel dingen gezien, ook als het gaat over de handtekeningenactie. De onrust is ons wel bekend. In dit geval was dat in Andel. De ondernemer heeft vanaf 2016 onderzocht wat zijn mogelijkheden waren. Dat is ook zijn goed recht. Maar zoals nu blijkt is er onvoldoende bewustwording geweest van de impact hierover. Volgens mij heb ik dat de portefeuillehouder ook al horen zeggen of namens het college, ook de integraliteit, het niet als een op zichzelf staand dossier zien, maar samenhang te zoeken, was hier kennelijk ook onvoldoende. Althans, dat is wel onze conclusie.
Vervolgens moet er ook nog in een tijd, waarin een nieuwe gemeente ontstaat, naast deze aanvraag en onrust gedeald worden met hoe ons overkoepelende beleid rond arbeidsmigranten er in de toekomst uit komt te zien. Dat is beleidsmatig, juridisch, vergunningstechnisch, gevoelsmatig, et cetera geen gemakkelijke opgave. Ik hoorde ooit good old René Hoegee regelmatig bij ons zeggen, in dat soort dingen doe je het of fout of je doet het verkeerd, want er is altijd wel iemand of iets of meerdere mensen die de beslissing, het besluit niet in hun straatje vinden passen. Vanaf het begin hebben wij ook geworsteld met dit dossier, dat ons bleef achtervolgen en eigenlijk nog. Nog steeds met het grotere vraagstuk, waar doet Altena wijs aan? Wat zijn de mogelijkheden of de onmogelijkheden? Uitgangspunt voor ons is, was, is, was, is wel de grote onrust onder de bevolking van Andel, in dit geval. Dat gekoppeld aan de vraag, what’s in it for Altena, bij dergelijke aanvragen? Dat zorgt nog altijd voor twijfels bij AltenaLokaal. We hebben ergens in het midden van het traject als raad een besluit genomen naar aanleiding van het participatietraject. Een klankbordgroep over het vraagstuk arbeidsmigranten en hoe tot een acceptabel beleid te komen. Daar bleek een unaniem standpunt uit te zijn gekomen.
Ik zeg dat met eigen woorden, dat het onder voorwaarden mogelijk zou moeten zijn om arbeidsmigranten te huisvesten in Altena. Misschien hadden we daar als raad, misschien is dat wel te vervangen door zeker, door moeten gaan met vragen. Het leert ons in ieder geval dat het belangrijk is dat we goed op de hoogte gehouden moeten worden en zelf ook aan de bak mogen gaan om zo goed mogelijk geïnformeerd te worden om een besluit te nemen. Informatie kent hier, wat mij betreft, een breng- en een haalplicht. In dat streven kun je ook fouten maken. Dat is gebeurd. Wij vinden dat richting alle betrokkenen, zeker de inwoners van Altena, geen goed signaal. Het college, dat is al eerder gememoreerd, heeft eerder
geantwoord op de interpellatievragen van 2021. Daar is mij in ieder geval bijgebleven dat iedereen er zich van bewust was en zo ook heeft uitgesproken dat dit dossier niet de schoonheidsprijs verdient, op meerdere onderdelen. We betreuren het en hebben daarom het college ook meegegeven dat ze alle energie moeten steken om de overlast voor de inwoners zo klein mogelijk te laten zijn. Volgens mij gebeurt dat ook. Wij kijken uit naar, noem het de impactanalyse die wellicht nieuwe inzichten geeft, hoe te komen tot, dat het zo min mogelijk impact heeft voor de inwoners? Dat we ook stevig in moeten zetten en moeten leren in het bewaken van de afspraken met de ondernemer, om die afspraken ook na te komen. Adequaat optreden als de afspraken onvoldoende worden nageleefd, mocht het tot dat besluit komen. De toelichting van het college, die ik zojuist hoorde, die bevestigt datgene wat we toen reeds vermoeden. Een dossier waar de fouten uit het verleden, zo hoor ik het wel, een grote impact hebben op de verwachtingen voor de toekomst. Maar desondanks of eigenlijk wens ik toch het college veel succes in dit traject en dossier en spreek in ieder geval vanaf hier het vertrouwen uit dat ze het juiste doen. Dan, ik zeg het nog maar een keer, voor de inwoners van Altena. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer de Haan. De heer Meijboom van de SGP.
De heer Meijboom: Dank u wel, voorzitter. “Leren doe je op een plek der moeite.” Dat zet ik boven mijn bijdrage, namens de fractie van de SGP. Dit is een quote van professor A. Wierdsma. Die professor A. Wierdsma is een hoogleraar Organiseren en College-creëren aan de Nyenrode Business University. “Leren doe je op een plek der moeite.“ Er wordt dan een voorbeeld bij gegeven dat, soms kunnen we wat van de Amerikanen leren, failliet gaan is een afgang, vinden wij in Nederland. Je komt na een faillissement ook niet zo gemakkelijk meer aan de bak, maar in Amerika werkt het anders. Daar zet je gewoon op je cv dat je failliet bent gegaan, vanuit de gedachte dat dit een fout is die je niet meer maakt. Een faillissement is hier niet aan de orde. Helemaal niet. Gelukkig niet, zou ik bijna zeggen. Maar het is natuurlijk wel zo dat het dossier arbeidsmigranten Middenweg kun je zonder overdrijven noemen een plek der moeite. Er is veel te leren van dit langlopende dossier. De fractie van de VVD heeft in de loop van de tijd op meerdere momenten een aantal vragen gesteld en ook een interpellatiedebat gevoerd. Dat is ook correct vanuit de controlerende taak die de gemeenteraad heeft. Daarop heeft het college ook een en andermaal geantwoord. Ook vanavond hebben wij de heer Sheikkariem, namens het college, zijn beantwoording gehoord.
Ambtenaren zijn in dit dossier, in hun voortvarendheid om een langlopend dossier, al daterend uit de gemeente Woudrichem, vlot te trekken. Daarmee zijn ze aan de gang gegaan. Maar dat deden ze wel met een door onze gemeenteraad, met onze raad van Altena vastgestelde beleidsregels onder de arm, waarin geen maximumaantal te huisvesten arbeidsmigranten op een locatie was opgenomen. Daaraan voorafgaand was een klankbordgroep, de heer De Haan wees er ook al op, aan de gang gegaan om een concept beleidsregels op te stellen. Of althans om daar hun bijdrage aan te leveren. Dan kan de vraag worden gesteld, was die samenstelling van die klankbordgroep wel evenwichtig genoeg? Heeft de gemeenteraad, dat is weer een andere vraag, niet collectief zitten slapen bij de vaststelling van de beleidsregels? Of is door onze raad een inschattingsfout gemaakt over de consequenties van het beleid wat is vastgesteld? Daarom is het goed dat de gemeenteraad ook in de spiegel kijkt. Ik ben ook blij, dat heeft de heer Bouman duidelijk in zijn bijdrage genoemd, dat dat nodig is. Een andere vraag.
Was er voldoende bestuurlijke, politieke sensitiviteit bij de betrokken ambtenaren? Zat het college er wel voldoende bovenop? Zijn er inschattingsfouten gemaakt? Was er voldoende integraliteit bij de behandeling van dit complexe dossier? Allemaal vragen, voorzitter, die door de verschillende gremia, uit den treure, ook in het verleden, ook naar aanleiding van eerdere gesprekken hierover zijn geëvalueerd en waaruit lessen zijn getrokken en waaruit lessen worden getrokken. Een kwalijke factor is dat dit Kafka-dossier het vertrouwen in de gemeentelijke politiek, met name bij een deel van de inwoners van Andel, een grote deuk heeft gegeven. Dan helpt het tijdstip van dit debat, op de dag dat wederom wordt gedebatteerd in de Tweede
Kamer over de toeslagen affaire, dat werkt daar dan ook al niet aan mee. Eerder heeft de gemeenteraad van Altena al zijn spijt uitgesproken aan de inwoners van Andel. Wat mij betreft onderstrepen we die spijt ook. Die spijtbetuiging, onderstrepen we dat ook vanavond, ook richting de inwoners van Andel? Maar voorzitter, ik kom er nog even op terug. “Leren doe je op een plek der moeite.” Uit de beantwoording door het college, waarvoor dank, blijkt dat een aantal leerpunten ook daadwerkelijk zijn opgepakt. Er is geleerd van deze moeite en er wordt geleerd van deze moeite. Voor de gemeenteraad, in elk geval voor mijn fractie, geldt dat we ons nog beter moeten realiseren wat de impact is van zulke belangrijke beleidsregels als in dit geval voor de huisvesting van arbeidsmigranten, als die door onze raad worden vastgesteld. Voorzitter, ik wil de VVD bedanken dat zij dit vanavond geagendeerd hebben. Bedanken ook vooral om ook dat vertrouwen in de politiek, wat ik al zei dat dat ook richting de inwoners van met name Andel, een aantal inwoners, een behoorlijke deuk heeft gekregen, dat het ook belangrijk is om dat nog weer uit te spreken. Daar krijgen we dan ook nu de gelegenheid voor. Maar dat zeg ik ook in het vertrouwen dat een aantal acties in gang zijn gezet om herhaling te voorkomen.
Daarom pleiten wij er wel voor, als SGP-fractie, om vanavond hier dan wel een punt achter te zetten. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Meijboom. Als laatste in deze termijn de heer Alderliesten, van Progressief Altena. De heer Alderliesten: Dank u wel, voorzitter. Dank ook VVD voor het aanvragen van dit debat. We hebben heel wat bespiegelingen gehoord inmiddels. We hebben ook heel wat fouten voorbij horen komen. Zo kunnen we het rustig zeggen. Volgens mij zijn die fouten ook ruiterlijk erkent. Waar het mis gaat, denk ik, bij sommige bijdragen, is dat de suggestie gewekt wordt dat die fouten bewust gemaakt zijn. Ik heb de portefeuillehouder, of ik moet zeggen het college ook horen schetsen hoe de situatie in de praktijk werkt. Zelf ambtenaar zijnde kan ik me daar heel veel bij voorstellen. Toch is de stelling van de heer Bouman, dat is zijn goed recht, volgens mij is daar de andere heer Bouman in deze ook al over begonnen, het moment dat het hier in huis bekend is. Er is ontzettend veel in huis bekend wat niet op de collegetafel heeft gelegen. Daar kun je heel veel van vinden. College is verantwoordelijk. Dat klopt.
Tegelijkertijd is het natuurlijk wel zo dat, waarom zouden ze, in de wetenschap dat, zo lang hebben gewacht? Waarom zouden al die fouten gecumuleerd zijn, ik heb de datums, ik heb van alles meegeschreven, maar op het moment dat het dan openbaar was, dat we erover gesproken hebben, dat gaf de heer Bouman van de VVD ook ruiterlijk toe, is ineens ontzettend gaan rennen om de zaak zo goed mogelijk te kanaliseren en te beperken en eigenlijk te redden wat er nog te redden valt. Ik denk dat dat het beste bewijs is dat die stelling, die eigenlijk tot gevolg heeft, vraagt één en twee, dat die niet klopt. Feitelijk klopt hij, maar ik vertrouw erop en ik durf daar mijn handen voor het vuur te steken, dat het college niet op de hoogte was. Dat blijkt uit alles. Dat geeft de heer Bouman van de VVD ook toe. Belangrijk verder, want we hebben heel veel bespiegeling al gehoord, andere fracties hebben ook punten er uitgelicht, maar ik denk dat de heer Meijboom de belangrijkste er uitlicht. Volgens mij de heer De Haan heeft er ook een aantal genoemd. Wat leren we hier uit? Hoe gaan we hier op door? Hoe gaan we hiermee verder? Want terugdraaien lukt niet meer. Ook wij als gemeenteraad hebben daar willens en wetens blijkbaar, want dat kun je ook zo stellen, aan meegewerkt. Wij hebben zitten snurken, zegt de heer Bouma zelf.
Wat doen we om enerzijds het vertrouwen te winnen, of terug te winnen eigenlijk, vertrouwen terug te krijgen? Wat doen wij om die fouten niet meer in de toekomst te gaan maken? Wat doen we om te zorgen dat lessen getrokken worden, nooit meer deze fouten gemaakt worden en voor de toekomst eigenlijk alleen maar beterschap te kunnen beloven? Wat doen we daaraan? Dan denk ik: als ik zie wat in gang gezet is sinds dat we weten waar het feitelijk over gaat en wat er uiteindelijk in het verschiet ligt bijna, dan denk ik dat dat de belangrijkste punten zijn om ons aan vast te houden en ook het vertrouwen te geven aan het college dat de lessen geleerd zijn, getrokken worden en geacteerd wordt naar de toekomst toe om dit in het vervolg te voorkomen. Waar
gewerkt wordt, daar gaan dingen mis. Dat zal altijd zo blijven. Belangrijk daarbij is dat, zodra je weet wat er aan de hand is, zodra je weet dat er ergens iets misgaat, dat je ook ruiterlijk daar actie op onderneemt. Dat zijn denk ik de belangrijkste lessen die we moeten leren van deze, ik heb het al gehoord, steen op de maag, een vlek, een ... Niemand is trots op de gang van zaken, niemand is blij met waar we nu in terecht gekomen zijn, maar ik denk dat de opdracht die wij moeten omarmen is dat we hier uitkomen en dat we hier nooit meer in terecht zullen komen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Dan gaan we, want dit is eigenlijk een eerste termijn, naar het college voor een reactie op dit debat. Dan kijken we zo direct naar de tweede termijn, waar nog behoefte aan is. De heer Sheikkariem: Voorzitter. De voorzitter: Wil het college een momentje schorsing? De heer Sheikkariem: Ja, Ik wilde dat even netjes aan u vragen. Voorzitter, het college wordt bevraagd en we moeten een reactie geven. Geeft u onze de gelegenheid om even met elkaar af te kunnen stemmen? De voorzitter: Hoelang heeft u nodig? De heer Sheikkariem: Rekening houdend met de snelheid van het college om naar de tafel te komen, is een kwartier acceptabel, twintig minuten? De voorzitter: Een kwartier is tot vijf voor half negen. Dan heeft u een klein beetje speling.
Dan kijken we of half negen uiterlijk haalbaar is. De heer Sheikkariem: Half tien. De voorzitter: Half tien. De wens is de vader van de gedachte, maar dat gaan we niet ... De heer Sheikkariem: Dat gaan we niet meer redden. De voorzitter: Half tien. Ik schors de vergadering tot half tien. Het is half tien. Ik heropen de vergadering. De schorsing is geweest. Het woord is aan het college. Namens het college portefeuillehouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Voorzitter, dank u wel. Ook dank voor het feit dat wij even de beraadslaging hebben kunnen plegen. We hebben de vragen, de opmerkingen en de signalen tot ons genomen en even met elkaar gedeelde beelden uitgewisseld. Maar goed, wat horen wij en wat horen we ook van de indieners, de aanvragers van het interpellatiedebat. We horen mijnheer Bouman toch nadrukkelijk zeggen van, u wekt de indruk dat overal fout gemaakt zijn, behalve bij het college. Laat dat duidelijk zijn, we hebben gespard met elkaar. Misschien ben ik in het eerste termijn daar niet duidelijk over geweest, maar ook wij erkennen dat als deze informatie in ons gemeentehuis bekend is, dat wij dat horen te weten. Als wij dat horen te weten, horen we dat ook met u te delen. Dat hebben wij daarin niet gedaan. Daar balen wij ook verschrikkelijk van. We vinden het jammer dat we die informatie niet eerder tot ons hebben genomen en hebben gedeeld.
Dat maakt dat we in het proces ... Wat u ook zelf aangeeft van, hoe gaat u nu verder, vindt u dat u goed heeft gehandeld? We hebben de processen toegepast. We hebben de evaluaties ingezet. Wij hebben ook met elkaar afgesproken, hoe gaan we zorgen dat het samenspel tussen bestuur en organisatie verder op een hoger niveau komt te staan? Daarvoor hebben we niet alleen naar de ambtenaren gekeken, maar ook naar onze
eigen rol als bestuurders, want het is een samenspel. Hebben we ook al eerder met u als gemeenteraad afgesproken dat we die organisatieontwikkeling twee keer per jaar aan uw mededelen en één keer per jaar ook door middel van een presentatie. Eind van dit jaar staat dat al gepland, dat we u vertellen hoe de organisatieontwikkeling vordert, wat er plaatsvindt. Wij stellen voor, ook het signaal die mijnheer Van der Hoeven aangeeft vanuit de ChristenUnie, dat we ook lering moeten trekken en zo'n casus als middenweg zou een hele mooie intervisiecasus zijn die we daarbij betrekken en nu ook al toepassen, om te voorkomen dat dit in de toekomst plaatsvindt. Dat zijn de twee dingen die ik in ieder geval, voorzitter, namens het college als reactie wil meegeven. Als we kijken naar de toekomst, hebben wij al heel veel dingen gereedstaan om dat op te pakken. Maar wij snappen dat vanuit uw positie u zegt van, het is niet alleen de ambtelijke organisatie. U bent het ook als college. Dan zeg ik, dat klopt. Voorzitter, volgens mij is dat de beantwoording. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Sheikkariem. Dan kijk ik rond voor de tweede termijn. Dan mag de heer Bouman natuurlijk ook weer aftrappen. Mijnheer Bouman, gaat uw gaan. De heer P.
Bouman: Ik zou vooropstellen, voorzitter, dat deze reactie van de wethouder aanzienlijk beter te pruimen is wel dan de eerste, want die werkte in ieder geval bij mij de indruk dat het college vond dat hij zelf niks fout had gedaan. Nou erkent het college in ieder geval dat ze het hadden behoren te weten. Ik neem aan dat de wethouder het dan heeft over, ze hadden behoren te weten dat die aanvraag hier al lag vanaf november 2020. Wat ik jammer vind, is dat hij niet terugkomt op de eerdere woorden over het feit dat de gemeente bewust gewacht heeft met het niet publiceren van de definitieve aanvraag, om zo te zorgen dat er geen beroep werd ingesteld tegen het bestemmingsplan, want dat is ook nog wel een moreel verwerpelijk aspect van deze kwestie. Daar hoor ik in deze tweede sessie niks over. Nou hebben een aantal van u, waaronder de wethouder gezegd van, bestuurlijk niks bekend. Nou heb ik van een derde partij een document gehad. Dat zit ook bij de stukken, op pagina 150. Maar dat document is om mysterieuze reden geheel geheim. Maar ik heb deze deels gearceerde tekst gehad van een derde, die niet bij de gemeente hoort. Die kan ik gerust met u delen, want blijkbaar is dat document al openbaar. Dat is een verslag van 5 juli 2021, voorzitter. Daarin zegt de heer Sheikkariem ... Hij geeft aan dat hij in september ‘22 is gestart als wethouder. Dat klopt.