Transcript raadsvergadering 18 oktober 2022
Tekst van het document
hebben we ideeën waar bedrijfsverzamelgebouwen ook geplaatst en ontwikkeld zouden kunnen worden. U krijgt dan de indicatie en dat geldt dan als antwoord voor allebei. Dan de overgebleven motie, voorzitter, en de vraag van mijnheer Duizer, die kan ik niet zo specifiek beantwoorden. Kunt u mij zeggen wat de provincie te maken heeft met die twee bedrijven? Nee, de provincie kijkt naar onze motivering, de onderbouwing, de landschappelijke inpassing, de ecologische verbindingszone, het totaalplaatje, de veiligheid, de ontsluitingswegen, en nu zegt deze specifieke situatie zoals jullie het ontwerpen, daar hebben we dus de stappen voor doorlopen, die kunnen we ondersteunen. Niet meer en niet minder. De voorzitter: Mijnheer Duizer, bij interruptie. De heer Duizer: Dank u, voorzitter, maar het ging me specifiek over de vraag, waarom wordt dit maar aan twee bedrijven toegekend. Want als je 40.000 vierkante meter aan één bedrijf kunt toekennen, dan kun je ook twee keer 20.000 aan twee bedrijven of vier keer 10.000 aan vier bedrijven toekennen. Dat maakt naar mijn mening in de ruimtelijke onderbouwing geen verschil. Dus nogmaals de vraag: waarom is die twee heilig voor de provincie? Wethouder Sheikkariem: Ik blijf bij mijn beantwoording, dat die twee niet heilig voor de provincie was.
Een van die twee was voor ons wel randvoorwaardelijk om een veilige ontsluiting te maken, we hadden gronden van die ondernemer nodig om als, in ieder geval op een hoogwaardig bedrijventerrein te ontwikkelen. En als u kijkt naar een aanvullende vraag. Uw tweede vraag blijf ik dan gewoon schuldig. De vraag die mijnheer Alderliesten heeft gesteld, kunt u nog de risico’s nog eens even duiden. En de risico’s zitten hem erin dat we een gemotiveerde onderbouwing hebben. U moet zich voorstellen, eigenlijk het hele stedenbouwkundig advies geldt als een rode draad in het hele ontwerpbestemmingsplan. En die is hierin leidend. Op het moment als we daarin gaan knippen, plakken of wijzigen of vertragen, dan zal ik opnieuw om tafel moeten en daarvan zeg ik: doe dat niet. Dat is niet verstandig en de provincie zal ook zeker zeggen, de motivering zal opnieuw gemaakt moeten worden. U weet dat de provincie niet alleen de zienswijze kan inbrengen, maar ook op het moment als wij afwijken van datgene wat we hebben gemaakt, zij de mogelijkheid hebben om een relatieve aanwijzing te doen. En het risico zou ik u in ieder geval ontraden. De voorzitter: De heer Duizer nog, bij interruptie. En daarna mijnheer Alderliesten. De heer Duizer: Dank u, voorzitter, maar in heel de beantwoording heb ik nog steeds niet gehoord dat die twee heilig is.
U heeft daarstraks aangegeven dat het niet verstandig is om dat richting de provincie te doen. Als ik uw antwoord nu hoor, wilt u dat zelf niet en lijkt het erop dat een van de ondernemers heeft gezegd er mogen er niet meer als twee groter worden dan 5.000 vierkante meter. Dus lijkt het, zoals u de beantwoording nu geeft, dat dit komt vanuit een van de ondernemers die daar een stuk grond wil kopen. En niet dat die vanuit de provincie komt. Klopt dat? De voorzitter: Mijnheer Sheikkariem. Wethouder Sheikkariem: Het spijt me, dat klopt niet. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Ter verduidelijking, want de vraag die ik juist stelde was: is het risico groter? Want ik ken het risico, ik snap het risico, alleen het risico wat de heer Duizer in zijn motie aandroeg was, wat nou als onverhoopt, om welke reden dan ook, de verkoop aan die ene partij niet doorgaat, wij inmiddels een andere
ontsluitingsweg gemaakt hebben en hier alsnog een ontsluitingsweg moeten maken waardoor we significant achteruitboeren in opbrengsten. Die risico’s moeten gewogen worden om uiteindelijk een goed besluit te kunnen nemen natuurlijk. De voorzitter: Wethouder Sheikkariem. Wethouder Sheikkariem: Zoals ik die ken, mijnheer Alderliesten, maakt u ook altijd een totaalafweging. En als u hem bedrijfseconomisch alleen zou benaderen, dan heeft u misschien financieel achteruitgang. Maar als u zo’n hoogwaardig bedrijventerrein ontwikkelt, waarbij de vraag, zeker aan de oostkant van Altena, enorm is om daar gevestigd te kunnen worden, gaan we niet achteruitboeren. Want u moet kijken, u heeft de plannen gezien, u heeft gezien hoe de landschappelijke ontwikkeling plaats gaat vinden, de ecologische. U kent dat stukje Rietdijk, dat bedrijventerrein wat we nu hebben, dat voldoet niet aan de kwaliteit van de hoogwaardige bedrijventerrein. Dus we gaan niet achteruitboeren, het is maar wat u als meetlat hanteert wat u belangrijk vindt. De voorzitter: Mijnheer Alderliesten. De heer Alderliesten: Ja, geheel tegen mijn natuur in, achteruitboeren bedoelde ik in dit geval dat we financieel flink achteruit stappen. Want we moeten daar die ontsluitingsweg realiseren voordat we die kleiner geworden perceeltjes alsnog kunnen uitgeven.
Dus ik ben het helemaal eens met die kwalificaties omtrent de kwaliteiten, maar het achteruitboeren hier, puur in financiële zin, afgezet tegen de risico’s die u net noemde, dan moeten we de onderbouwing overnieuw enzovoort enzovoorts. Wethouder Sheikkariem: Ik durf met enige zekerheid te zeggen dat we niet gaan achteruitboeren. De ruimtevraag is zo groot dat de investering die er gedaan gaat worden, als een koop om wat voor reden ook niet door zou gaan, want ik hoor mijn collega ook heel nadrukkelijk zeggen dat er dus ontbindende voorwaarden worden gesteld, dan heb je natuurlijk wel die kavel en de ruimte en dan gaat het om de invulling die je daar zoekt. En dat gaat geen verlies zijn. Dank u. De voorzitter: Mijnheer Duizer, de laatste keer dat u een interruptie krijgt in dit debat. De heer Duizer: Kijk, ik hoor de wethouder steeds dingen zeggen dus volgens mij is het dan heel normaal dat we er in een debat op reageren. De voorzitter: Ja, maar het debat duurt al een hele tijd en u heeft al een heleboel keren de kans gehad om te reageren en de interrumperen. Dus het is de laatste keer. De heer Duizer: Sorry, nou ben ik even kwijt, het laatste punt van de wethouder waar ik op ging reageren. Risico, financieel risico, als de ene ondernemer dat grote perceel niet koopt. U geeft aan dat daar geen financieel risico aan zit.
Maar betekent dat, dat u, omdat daar geen fatsoenlijke ontsluiting, voldoende ontsluiting in zit, dat u dat ene perceel dus in zijn geheel moet gaan verkopen aan een andere ondernemer die die 40.000 vierkante meter wil afnemen? Wethouder Sheikkariem: Nee, nog even, geef ik het even u aan. Op een of andere manier is die verbinding op deze afstand, zoals ik het uitleg, komt het steeds net wat anders aan bij u. Moeten we daar wat op gaan vinden om die lijn in ieder geval wat korter te krijgen. De vraag die mijnheer Alderliesten stelde: welke risico’s wegen dan zwaarder? Is het een tegen het ander, daarvan heb ik gezegd, dat het investeren hierin niet
zwaarder weegt, geen grotere risico’s zijn. Wil niet zeggen dat je nooit een risico loopt. Bij elke ontwikkeling loopt elke organisatie een risico. Want je investeert en je moet het dan nog wel terug gaan verdienen. Maar daar maak je natuurlijk een Grex voor. En uw tweede vraag is, zijn wij helemaal afhankelijk van één ondernemer. Nee, helemaal niet. We gaan vanavond voorleggen aan de raad om het bestemmingsplan waar hard aan gewerkt is, heel veel energie in is gestoken, om dit nog voor eind van het jaar er doorheen te krijgen en het ter inzage te kunnen leggen. En dat is het college in ieder geval heel veel waard. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Sheikkariem. Daarmee is een einde gekomen aan dit debat. Ik kijk wel even naar de heer Duizer, maar ik denk dat ik het antwoord wel weet dat hij beide, wat zei u? ‘…’ (Buiten microfoon) De voorzitter: Wat zei u? Oh ja, dat klopt, sorry. De heer Tanis gaat ook nog antwoord geven op zijn motie. Wethouder Tanis: Ja, misschien toch voorzitter, om nog even iets, als ik nog even iets mag zeggen richting van de heer Alderliesten? Dan is zijn zorg van tafel.
Alhoewel ik het wel een beetje ingewikkeld vindt, want ik sta hier wel erg te citeren uit de afspraken die we hebben gemaakt met de reserveringsovereenkomst, maar het is in ieder geval zo dat er afgesproken is, dat als het niet door de verkoop aan de ene partij waar we het nu over hebben, niet door zou gaan, dat is de partij die dus ook een stuk grond in bezit heeft waar die ontsluitingsweg zou moeten komen, dat we in de reserveringsovereenkomst hebben opgenomen dat dan alsnog die grond beschikbaar gesteld wordt. Dat is volgens mij, wat dat betreft, een afdekking van het risico waar u op duidt. Tenzij ik u verkeerd begrepen heb. Dan nog twee dingen, voorzitter. Dat is een, dat nog even terugkomen op het Didam-arrest. Ik zal het maar even letterlijk citeren, ik hou het kort voorzitter, maak u geen zorgen. De conclusie die AKD trekt is: wij concluderen op basis van de huidige stand van de rechtspraak, heb ik trouwens ook in de eerste termijn gezegd, dat het ROB niet gehouden zal zijn om bij de uitgifte van grond zich te houden aan de normen van het Didam-arrest. Dat is een. Dat is voor het college, en ook voor het ROB, dusdanig onderbouwd dat het college, of de algemene vergadering van aandeelhouders van het ROB hiermee ingestemd heeft. Dat betekent niet dat er de komende periode niet nadere rechtspraak zal kunnen ontstaan.
Vanmiddag hadden wij daar ook nog een sessie over in het college met iemand die er ook best wel veel verstand van heeft, zeg ik dan maar, die ook zei, je ziet de afgelopen maanden daar dus rechtspraak ontstaan. En dat zou best kunnen zijn, dat er dus in de praktijk rechtspraak gaat komen waardoor het toch zo zou moeten zijn dat ook deze verkoop onderworpen is aan het Didam-arrest. Wat wij ook in de reserveringsovereenkomst hebben opgesteld, dat mocht dat relevant zijn, dat daar dan ook de spelregels in opgenomen zijn die dan van toepassing zijn, inclusief mogelijke ontbindende voorwaarden. Dus wat dat betreft hebben we daar ook, ik hoop oprecht ten overvloede, maar wel op geanticipeerd. En dan de laatste, voorzitter, die vind ik eigenlijk nog het meest ingewikkelde en ik ga er eigenlijk heel weinig woorden aan vuil maken. Als mij de vraag gesteld wordt, in de richting van mij als persoon, als je nou actief bent in een verbonden partij, hanteer je dan dezelfde normen en waarden als het gemeentehuis? Dan ga je bij mij de grens over. De voorzitter: Waarvan akte. Daarmee is het debat teneinde. Ik kijk mijnheer Duizer even aan, ik wil alleen maar een antwoord hebben of hij zijn moties handhaaft of niet. Of dat u nog per interruptie op de heer Tanis wilt reageren, mag. De heer Duizer: Ik zal dan bij interruptie, het is niet tegen hem persoonlijk gericht.
De vraag is gesteld vanuit zijn bestuurlijke rol, of hij als wethouder hier dezelfde manier van handelen heeft als wij bij elke organisatie,
bv, wat dan ook, waar hij als bestuurslid ook in zit. En ja, de moties blijven beide gehandhaafd en de VVD had sowieso een schorsing gevraagd. De voorzitter: Dat klopt. Ik kijk de VVD even aan, hoe lang men nu nodig heeft voor de schorsing. ‘…’ (Buiten microfoon) De voorzitter: Zegt u het maar, wat vindt u dan redelijk? Vijf minuten? ‘…’ (Buiten microfoon) De voorzitter: Kwartier, dat is wel lang, maar maakt niet uit. Ik gun iedereen een kwartier schorsing. Maar dan bent u stipt om tien voor half elf weer terug. De vergadering is geschorst. De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering. Het woord is aan de heer Bouman van de VVD, want die had de schorsing gevraagd. Mijnheer Kolff van de VVD, want die had de schorsing gevraagd. Mijnheer Kolff. De heer Kolff: Dank u wel voorzitter, in het voorplein hebben we allemaal samen vergaderd daar, dus het was niet alleen de VVD met de ChristenUnie. Wij willen toch tegen deze moties in stemmen. De antwoording van het college vinden wij dusdanig, en we hopen en vertrouwen erop dat dat uitkomt. Ik moet wel de complimenten geven aan de ChristenUnie, aan de heer Duizer, dat hij het opgepakt heeft, boven water gekregen heeft. Ik denk dat het toch een heel zinvolle discussie is geweest hier vanavond.
Maar om nu te zeggen we gaan tegenstemmen, zijn de afwegingen van de portefeuillehouders, alle twee, dusdanig dat we dat niet te gaan doen, De tijd, de stikstof, de toezegging wat het met de provincie, ambtelijke ondersteuning gelukkig nu even bijgesprongen, dat we toch doen besluiten om tegen deze moties te gaan stemmen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kolff. Dan zijn we bij de terugkoppeling na de beraadslaging van de schorsing. Dan gaan we over tot stemming en dan vraag ik even of er nog behoefte is aan een stemverklaring. Vast, mijnheer Duizer ga uw gang. En dan gaan we een stemverklaring over de motie van orde, want die breng ik als eerste in stemming. Of wilt u meteen over alles een stemverklaring geven? De heer Duizer: Ja, ze zitten beide in dezelfde lijn, dus ik denk dat we dat in één keer kunnen doen. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Duizer: We gaan ze beide in stemming brengen. We zijn teleurgesteld, niet, we snappen dat de noodzaak er is om dingen door te zetten, we zijn alleen teleurgesteld dat er dusdanige grote risico’s wordt genomen en dat er niemand zich echt uitsteekt om het op een eerlijke manier vanaf nu te doen. Er wordt heel makkelijk gezocht naar de manier waarop we oude patronen kunnen doorrommelen. We zien het in de beantwoording, die steeds een stukje wijzigt. Dan blijkt iets wel te zijn, dan iets niet te zijn.
Daar maken wij ons ontzettende zorgen over. De voorzitter: Mijnheer Duizer, uw stemverklaring is kort, hé? Ja. De heer Duizer: En we vinden het jammer.
De voorzitter: Behoefte aan andere stemverklaringen? Nee, dan gaan we over tot stemming. Breng ik als eerste in stemming de motie van orde van de heer Duizer bij handopsteken. Wie is voor deze motie? Dat is de fractie van de ChristenUnie en de fractie van de VVA. Dat is 6 stemmen voor. Wie is tegen? Dat zijn alle overige fracties, dat zijn dan 24 stemmen, want we zijn met z’n dertigen een vanavond. Is de motie verworpen. Dan breng ik instemming het bestemmingsplan uitbreiding subregionaal bedrijventerrein Giessen bij handopsteken. Wie is daar voor? Wie is daar tegen? Dan zijn de fracties van de ChristenUnie en de VVA tegen. De andere raadsleden zijn voor. Is het bestemmingsplan aangenomen. Dan gaan we naar de motie vreemd, zoals de heer Duizer dat heeft genoemd, over de verkoop grond SRBT Giessen. Wie is voor deze motie? Dat is de ChristenUnie en de VVA. Wie is tegen? Dat zijn de andere fracties. Dan is die motie met 24 tegen 6 verworpen. 8.
Sluiting De voorzitter: En daarmee komt een einde aan deze raadsvergadering en wens ik u allen een fijne thuisreis. We hebben nog een nazit, hier mag dat. Hoeveel mensen hebben er meegekeken thuis? Is dat, niet meer gekeken? Rond de tweehonderd hebben we meegekregen, hebben dit debat kunnen volgen. Dank u wel en een fijne avond nog.