Transcript raadsvergadering 18 oktober 2022
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE ALTENA d.d. 18 oktober 2022
1.
Opening en vaststellen agenda De voorzitter: Dames en heren we gaan beginnen. En we beginnen met het gebed. Here, voorafgaand aan onze vergadering vragen wij u om uw zegen over onze werkzaamheden. Geef ons besef van onze afhankelijkheid van u bij al onze overleggen en besluiten. Geef ons kennis en inzicht opdat wij in staat zijn onze taak juist te vervullen en de belangen van de gemeente Altena te behartigen. Wij vragen u dit om Jezus’ wil. Amen. Daarmee open ik deze vergadering van de gemeenteraad van Altena op de achttiende oktober. Met de mededeling dat de heer Meijboom afwezig is, aan het genieten is van een mooie reis naar zijn dochter in Amerika en inmiddels wederom opa geworden is. Heeft hij laten weten aan onze griffier met een mooie foto. En de heer Nieuwenhuizen heeft laten weten dat hij wat later is en mevrouw Van Ooijen is gewoon op tijd. Zou mogelijk ook niet op tijd zijn geweest, maar is er wel. Ja, stond hier op mijn briefje. Zo gaat dat bij het college. Dames en heren, bij de opening van deze vergadering en het vaststellen van de agenda wil ik u meegeven dat er een interpellatieverzoek is binnengekomen van de heer Kolff en de heer Bouman van de VVD-fractie. Het is aan u als raad om die interpellatie toe te laten en ik zou u willen voorstellen om ook bij agendapunt 6 deze interpellatie te laten plaatsvinden.
Dus eerst de hamerstukken, maar dan met de interpellatie te gaan beginnen. Kunt u daarmee instemmen? En ik zie dat u dat kunt, dan gaan we dat bij agendapunt 6 behandelen.
2.
Vragenkwartier (VERVALT) De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 2. Het vragenkwartier. Daar zijn geen vragen ingediend.
Hamerstukken 3.
Ontwikkeling plan Cronenburg Uitwijk (grondexploitatie) De voorzitter: Gaan we naar de hamerstukken. Agendapunt 3, de ontwikkeling van het plan Cronenburg Uitwijk, de grondexploitatie. Is daar nog behoefte aan een stemverklaring? Niemand. Behoefte aan stemming? Ook niemand. Dan aldus besloten.
4.
Verordening BIZ Centrum Werkendam De voorzitter: De verordening BIZ Centrum Werkendam. We gaan naar punt 4. Behoefte aan stemverklaring? Behoefte aan stemming? Niemand. Dan aldus besloten.
5.
Richtlijnen voor de ontwerpbegrotingen 2024 gemeenschappelijke regelingen De voorzitter: Agendapunt 5, de richtlijnen voor de ontwerpbegrotingen 2024 voor onze gemeenschappelijke regelingen. Is daar behoefte aan een stemverklaring? Of stemming? Niemand. Dan aldus besloten.
Debatstukken 6.
Interpellatie Kolff en Bouman (VVD) - Huisvesting arbeidsmigranten nabij Andel De voorzitter: Gaan we naar de debatstukken. Agendapunt 6, de interpellatie. Even voor iedereen, de interpellatie is aangevraagd over de huisvesting arbeidsmigranten Middenweg in Andel. De indiener van de interpellatie krijgt zo direct het eerste het woord om de vragen te stellen aan het college. Het college krijgt dan de gelegenheid daarop te antwoorden en daarna gaan we in een normale termijn, waarbij als eerste weer de interpellant de kans krijgt te reageren, maar gaan we daarna de raad de gelegenheid geven om ook te reageren op de interpellant en op de reactie van het college. En dat doen we dan in twee termijnen, waarbij we in de eerste termijn naar mekaar luisteren en de tweede termijn onderling kunnen debatteren. Tot slot, na laatste termijn van het college krijgt de interpellant het slotwoord om de conclusies op basis van het debat te formuleren. Dat is de werkwijze. En dan wil ik de VVD-fractie naar voren vragen om het debat in te leiden. Ga uw gang mijnheer Bouman. De heer Bouman: Dank u wel voorzitter, ik neem aan dat er naast het stellen van de vier vragen ook wel gelegenheid is tot een korte toelichting en inleiding. De voorzitter: Zeker, ga uw gang. De heer Bouman: Want, zoals u weet voorzitter, stonden we hier een tijdje terug ook al. Was overigens niet hier, was in een gastlocatie.
Toen hebben we het uitgebreid gehad over de huisvesting van arbeidsmigranten in Andel en toen hebben we met elkaar ook geconcludeerd, en ik denk dat iedereen het daar wel met elkaar eens is dat we met elkaar fouten hebben gemaakt als gemeente zijnde. Niet alleen het college, maar ook als raad. Wij hebben namelijk met mekaar een bestemmingsplan vastgesteld waar geen maximaal aantal in zat. En we hebben beleidsregels waar het maximum ook niet in zit. En daar heeft een ondernemer gebruik van gemaakt. Daar zijn we verder niet boos over, maar dat vinden wij wel heel vervelend want het aantal van 274 op een dorp van 2.500, dat is niet de manier waarop wij dat in Altena willen doen. Dat heeft het vertrouwen van het dorp Andel wel geschaad in ons als overheid. Dat vonden wij destijds vervelend, vinden we nog steeds. Wel zijn er destijds, daarna door de gemeente wel goede stappen gezet. Want we hebben met elkaar de beleidsregels ingetrokken, we zijn aan het werk aan nieuwe beleidsregels die beter zijn. We hebben een voorbereidingsbesluit genomen waarin we het bestemmingsplan op slot hebben gezet. Dus er zijn wel stappen gemaakt. Daarnaast heeft het college ook de lopende aanvraag voor de huisvesting buiten behandeling gelaten. Dat was ook goede stap en ik denk dat het dorp Andel daar heel blij en opgelucht was dat dat gedaan was. En nou zijn we in een keer bijna een vol jaar verder.
Er is waarschijnlijk van alles gebeurd, maar voor de grote buitenwacht wordt nou in een keer medegedeeld: goh jongens, we hadden toch niet die vergunning buiten behandeling moeten laten. We zijn voornemens hem te vergunnen. En ik kan me voorstellen, en ik weet ook uit betrouwbare bron, dat het dorp Andel daar erg van geschrokken is en daar niet al te blij mee is. Dus dan hebben we het als gemeente gepresteerd om eerst een dorp teleur te stellen door fouten te maken in het bestemmingsplan en de beleidsregels, vervolgens presteren we het met elkaar om een dorp de valse hoop te geven door een vergunning buiten behandeling te laten. En tot slot blijkt, dat er juridische fouten zijn gemaakt bij de buiten behandeling lating waardoor die helemaal niet kon. En als kers op de taart is het college nou ook van plan om de vergunning dan maar te verlenen. En dat is de reden waarom wij hier staan, voorzitter, want daar moet in de openbaarheid gewoon discussie en debat over gevoerd kunnen worden, over zo’n belangrijk onderwerp. Om dat debat een beetje in goede banen te leiden hebben wij vier vragen geformuleerd, om het college beetje op weg te helpen. De vier vragen zijn als volgt. Vraag een: waarom is in december 2021 besloten de vergunning buiten behandeling te laten? Wat waren precies daarbij de
overwegingen? En twee: wat heeft het college doen besluiten om nu de vergunning wel te verlenen? Welke rol speelt het advies van de bezwaarschriftencommissie daarbij? En drie: is er door het college gekeken naar manieren om de vergunning alsnog te weigeren? En voldoet de aanvraag daadwerkelijk in alle voorwaarden die opgesomd staan in het bestemmingsplan? En vier, dat is misschien wel de meest belangrijke: hoe denkt het college het vertrouwen van de inwoners van Andel dit keer wel weer te herwinnen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman, voor uw inleiding en voor uw vragen. Dan ga ik naar het college bij portefeuillehouder Sheikkariem voor de eerste reactie en het antwoord op die vragen. Wethouder Sheikkariem: Dank u wel voorzitter. En ook dank aan de indieners van de vragen, verwoord door mijnheer Bouman. U geeft ook uw gevoelens en een stukje context wat er is gebeurd en wat de samenleving ook heeft aangedaan. Ga ik proberen toch op vraag vier even te kijken of ik daarop terug kan komen. Maar uw eerste vraag is, goed, u heeft ooit besloten om het buiten behandeling te stellen en op basis waarvan. Toen wij de aanvraag hadden ontvangen hebben wij dat getoetst en dat was gewoon onvolledig. Een aantal zaken ontbraken gewoon en een aantal zaken waren onvoldoende gemotiveerd.
Welke zaken ontbraken? U moet zich voorstellen, als u 274 arbeidsmigranten wilt huisvesten, dan willen wij een onderbouwing of uw bedrijf dat ook daadwerkelijk nodig heeft. Kunt u dat aantonen? En kunt u de behoefte ook laten zien wanneer u die arbeidsmigranten nodig heeft? Daarnaast hadden wij ook echt wel behoefte om meer te weten met welke andere bedrijven, agrarische bedrijven er zaken werden gedaan. Dat misschien arbeidsmigranten daar zouden werken, maar gehuisvest zouden worden in Andel. Ook die motivatie ontbrak op dat moment. Was voor ons reden om te zeggen, dit is onvoldoende. Dan zijn er nog een aantal andere zaken die we hebben getoetst, die ook, of ontbraken of niet volledig waren. Dan moet u denken aan bijvoorbeeld een communicatieplan die voorgeschreven staat, die er niet was. We hebben gesproken over een actueel verkeersbewegingen, of daar een onderzoek van was. Dat was er niet. En we hebben ook geconstateerd dat we rondom het leef- en woonklimaat nog best wel wat vragen hadden hoe dat zat. Dat bij elkaar opgeteld hebben wij doen besluiten, nadat we herhaaldelijk gevraagd hebben om het aanleveren van de gegevens die achterwege bleven, hebben we besloten om de aanvraag buiten behandeling te laten. Dat was voor ons de reden en die mogelijkheid hadden we ook.
Dan is uw vraag: en nu heeft u te horen gekregen dat de commissie van bezwaarschriften zegt: nee, dit is fout, juridisch niet juist. De commissie heeft gemeend dat de indiener, de initiatiefnemer, wel alles heeft ingeleverd. Maar daar gaat natuurlijk wel een periode aan vooraf. In september 2021 hebben wij de aanvraag buiten behandeling gelaten. We hebben wel getracht om met de initiatiefnemer in gesprek te gaan, om te kijken of we elkaar konden vinden en in de aantallen, ook die hele stevige aantallen waarom gevraagd werd, want het was in oorsprong zelfs de gedachte van de initiatiefnemer om meer dan 500 arbeidsmigranten te plaatsen. Daar hebben we van geconstateerd in de hele tussenliggende periode dat we eruit konden komen als, maar we moeten wel goede omgevingsdialogen ook voeren. Omgevingsdialogen zijn gevoerd begin van dit jaar en in die tussenliggende periode zijn de aanvullende, ontbrekende zaken door de initiatiefnemer alsnog aangeleverd. Toen hadden wij het besluit al genomen van buiten behandeling stellen. En de commissie is van mening dat wij als overheid hierin te rigide zijn geweest naar de initiatiefnemer. Maar omdat wij nog herhaaldelijk gevraagd hebben, maar misschien nog specifieker moesten vragen welke zaken ontbraken. Wij waren een andere mening toen toegedaan.
De commissie heeft besloten: wij verwerpen het en we zien geen reden waarom u de aanvraag niet in behandeling neemt. Dat hebben wij gedaan, en op dat moment gaan we kijken naar procedureel, ontbreken er nu stukken? Nee, nu is de aanvraag compleet en dan ga je de afweging maken, hebben wij voldoende argumenten om de afwijking die er was binnen het bestemmingsplan, om die nu te weigeren? Nee, het traject is nog niet klaar, maar we hebben onvoldoende argumenten om dat te weigeren. Dat is wikken en wegen geweest, we hebben ook gezien dat in het traject, en met nadruk ook de wijze waarop commissie van bezwaren aangeeft: let op, het is compleet u had het wel in
behandeling moeten nemen. Dat de kans groot is dat als we het af zouden wijzen dat de initiatiefnemer in beroep zou gaan. Die afweging hebben we ook gemaakt hier binnen het college en gezien, op het moment als we een initiatiefnemer gaan duperen, wij ook te maken kunnen krijgen met een schadeloosheidsstelling die we ook weer afwimpelen op onze samenleving. We zitten er als overheid voor het algemeen belang. In eerste instantie mag elke initiatiefnemer, elke inwoner een aanvraag bij ons indienen en wij behoren het gewoon naar oprechtheid te beoordelen en te toetsen of het kan of niet kan. Wij waren ons ook goed bewust van de impact die het initiatief had op de samenleving in Andel en ook wij waren geschrokken van de aantallen. Vandaar dat wij ook de intentie hadden om eruit te komen op andere aantallen. Dat is niet gelukt. Uw vraag is daarna, heeft u mogelijkheden ondernomen om dan de aanvraag te weigeren, de vergunning te weigeren. Dat zit eigenlijk al in mijn antwoord die ik daarnet gaf. Je toetst het aan de hand van wat je binnen hebt. En uw vraag, wat doet u om het vertrouwen weer terug te winnen. Die vind ik een beetje tweeledig. Ik ben blij en waardeer het dat u ook aangeeft dat we met z’n allen onoplettend zijn geweest dat we een aantal zaken hebben laten plaatsvinden.
Toen het college het signaal kreeg dit kunnen er 500 of 550 worden hebben wij direct aan de bel getrokken en hebben wij intern, met het college gekeken kunnen wij maatregelen treffen om te voorkomen dat die aanvraag die in nu ligt van 274 uitmondt in een aantal die dubbel wordt. We hebben daarom ook de raad voorgesteld om een voorbereidingsbesluit te nemen op het bestemmingsplan, zodat daar in ieder geval dat niet meer mogelijk is. En wij hebben geadviseerd om de beleidsregels arbeidsmigranten in te trekken, want daarin zat gewoon verborgen dat er ongelimiteerd arbeidsmigranten geplaatst konden worden. Dat waren de twee oneffenheden in ons beleid. Wat doen wij om het vertrouwen terug te winnen? Dat is ontzettend lastig, zeker in de huidige tijd. U moet zich voorstellen, we staan er als college, als dagelijks bestuur om vooral toezicht te houden en uit te voeren wat de raad vaststelt. U kunt niet, en mag niet van mij verwachten dat als een raad een bestemmingsplan vaststelt, dat ik als college zeg: ik ga dat niet uitvoeren. Ik hoor dat juist uit te voeren, want dat is de gelijkheid en de rechtsbeginselen die beginnen daarbij. Het zou in strijd zijn als ik dat niet doe. Wij proberen dat, maar dan komt het: van hoe gaan wij om met de samenleving.
Dat traject gaan we ook daarbij betrekken want wij hebben een voorbereidingsbesluit genomen, de intentie uitgesproken dat we voornemens zijn de vergunning te verlenen, maar de definitieve vorm in het traject ronden we af nadat we ook de zienswijze hebben gehad, dat jullie die beoordelen, mee laten wegen wat de impact is. En tot die tijd kunt u natuurlijk van mij verwachten dat het niet verstandig is om daar vooruitlopend een uitspraak over te doen, want dat moet ik gewoon inhoudelijk toetsen. Voorzitter, volgens mij heeft het college de vier vragen hiermee kunnen beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Dan gaan we nu naar de volgende ronde. De eerste reactie is van degene die het interpellatiedebat heeft aangevraagd en dan kijken we zo of er behoefte is vanuit andere fracties om daarover het debat aan te gaan. Mijnheer Bouman, ga uw gang. De heer Bouman: Dank u wel, voorzitter. De eerste vraag die ging over: waarom heb je destijds besloten die vergunning buiten behandeling te laten? Omdat dat nou achteraf bleek niet te hebben te kunnen. In ieder geval, het college heeft besloten dat dat achteraf niet kon. Ik vind het antwoord van de wethouder een beetje lastig, want inmiddels hebben wij ook wat stukken achterhaald en gekregen van de organisatie, waarvoor dank, waaronder ook het bewuste advies van de bezwaarschriftencommissie.
En een van de meer pijnlijke dingen die ik daarin heb moeten lezen, is dat het college in het begin de verkeerde procedure heeft toegepast bij de aanvraag. Het college heeft gezegd: deze aanvraag moest ik binnen 8 weken afhandelen. Achteraf bleek dat die aanvraag gewoon binnen 26 weken afgehandeld had mogen worden en dat er helemaal geen fatale termijn was. Een fatale termijn is, dat als je de termijn overschrijdt dat de vergunning verleend wordt. Dat was helemaal niet aan de orde en er is hier destijds een bepaalde tijdsdruk gepresenteerd, waarmee men iets moest met die vergunning en dan heeft men dus hier op het gemeentehuis onder tijdsdruk die buiten
behandeling lating geformuleerd en eruit gedaan. Ik vraag me eigen nu af, als het college wel de juiste procedure had toegepast en geweten had dat ze meer tijd hadden, hadden ze dan misschien die buiten behandeling lating anders aangevlogen? En had die dan wel standgehouden? Ik ben erg benieuwd wat het college daarvan vindt en of het college iets wil zeggen waarom ze in eerste instantie de verkeerde procedure hebben toegepast. Dat is toch wel zonde. De tweede vraag, waarom ga je nu dan die vergunning verlenen en dan in samenhang met de derde vraag, heb je niet gekeken naar of je hem kon weigeren. De wethouder zegt eigenlijk heel simpelweg, je hebt een setje met voorwaarden en je hebt een bestemmingsplan, als daaraan wordt voldaan, dan moeten wij die vergunning wel verlenen, dan kunnen wij niet anders, we zullen toch het bestemmingsplan moeten uitvoeren. Dat is eigenlijk wat hij zegt. Dat is ten dele waar. Ten eerste, ik weet niet of volledig wordt voldaan aan dat hele setje eisen. Het is nogal een setje, daar zitten ook subjectieve eisen tussen dus ik vraag me af, zitten daar inderdaad geen haakjes aan waar je toch zou moeten overwegen, die vergunning had je eigenlijk moeten weigeren. Het zou kunnen, ik ben benieuwd.
Ten tweede, en dat is ook wel een belangrijke, het is niet zo dat, als je automatisch voldoet aan dat setje eisen, dat je dan die vergunning moet verlenen als college. Het is een zogenaamde Kan-bepaling, er staat: het college kan de vergunning verlenen indien voldaan wordt aan de volgende eisen. Dat betekent, dat als er voldaan wordt aan die eisen, je ook kan besluiten die vergunning niet te verlenen. Daar moet je dan wel hele goede redenen voor hebben, en er zijn er grofweg twee. Eén, het is in strijd met de goede ruimtelijke ordening. En dan moet het dan wel gaan om aspecten die je niet hebt afgewogen in dat rijtje. En twee, aan de hand van een belangenafweging. Als ik dan kijk naar dat rijtje en ik vooral kijk wat er ontbreekt in dat rijtje, een concreet aantal toegestane arbeidsmigranten, dan zou je ook kunnen zeggen: is dat rijtje wel voldoende en ontbreken er geen aspecten in dat rijtje en kan ik die aspecten, zoals een totaalaantal, niet gebruiken om alsnog de vergunning te weigeren. Vind ik een interessante gedachtegang, ik ben benieuwd of daar bij het college over na is gedacht. En je zou ook kunnen zeggen: dit aantal dat doet wel wat met het dorp Andel. Dat doet meer dan we in eerste instantie waarschijnlijk hadden gedacht bij het vaststellen van dit bestemmingsplan.
Kunnen we die belangen niet een rol geven in het uiteindelijke besluit? Is daar voldoende over nagedacht bij het voorgenomen besluit, vragen wij ons ook ernstig af. Wij zijn overigens wel blij dat een van de voordelen van dat achteraf een andere procedure van toepassing is, dat er nu ook een zienswijze direct inzit. Dat is dan een bijkomstig voordeel, want dan kan inderdaad het dorp Andel nog een nadrukkelijke rol krijgen in het uiteindelijke besluit. En ik denk dat het dorp Andel ook van harte uitgenodigd moet worden om dat gewoon te doen, al dan niet bijgestaan met enige juridische hulp om te komen tot een goede spiegel, afweging van de afweging die het college dan maakt. En dan kunnen we uiteindelijk kijken wat uiteindelijk het juiste besluit moet zijn. Maar dat is meer het juridische aspect waar ik ook naar op zoek ben en dat mis ik een beetje in het antwoord van de wethouder. Stel nou dat die vergunning in stand blijft, dan doet dat wat met een dorp. U zegt het is goed dat u heeft gezegd dat de raad ook fouten heeft gemaakt, en dat klopt ook, maar uiteindelijk wat nu het dorp gaat steken is dat je in eerste instantie zegt, we laten hem buiten behandeling, je geeft een dorp hoop en die hoop blijkt achteraf vals te zijn geweest. Dat doet wat, als uiteindelijk die vergunning verleend is.
En wat gaan doen we met dat signaal wat we op dat moment gaan afgeven? Daar moeten we nu al over nadenken. Dat gaat niet lekker vallen, dat kan ik u alvast zeggen. Daar moeten we met z’n allen over nadenken en heeft het college toch echt wel de leiding in om daar iets van te vinden. Dat kunt u niet bij ons als raad zeggen, want u bent hier dagelijks op het gemeentehuis, u bent dagelijks in het dorp. Dus u heeft daar wel degelijk een nadrukkelijke taak in om te zorgen dat het besluit wat u dadelijk moet gaan nemen, want het is een collegebesluit, het is geen raadsbesluit, ligt dadelijk in uw handen om uw besluit goed te laten landen in het dorp. Dus daar moeten we ook nog even over nadenken, wat mij betreft. Daar wou ik het even bij laten, voorzitter.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ik kijk rond of er behoefte is vanuit de andere fracties om in de eerste termijn te reageren op het interpellatiedebat. Ik zie de heer Bouman van het CDA overeind komen, als eerste. Even pasje insteken, ga uw gang. De heer Bouman: Dank u wel voorzitter, ook dank aan de VVD om dit onderwerp hier vanavond op de agenda te zetten zodat wij er in de raad en in openbaarheid met elkaar, en ook met het college, van gedachte over kunnen wisselen. Ik denk dat dat altijd goed is om dat in transparantie te doen met elkaar. Als ik naar de beantwoording luister van de wethouder, dan geeft hij ook eigenlijk wel een beetje het gevoel aan dat wij als CDA-fractie ook wel hebben. We balen natuurlijk van de ontstane situatie, ik denk dat dat zo’n beetje voor iedereen geldt hier in deze raadszaal. Dat eigenlijk niemand op dit traject zat te wachten en er is een ondernemer die willens en wetens, denk ik, een businessmodel maakt van het huisvesten van arbeidsmigranten. Dat was niet onze insteek toen wij die beleidsregels ooit gingen vaststellen al een tijdje terug. In de beantwoording van de wethouder, gaf hij eigenlijk aan: er waren onvoldoende argumenten om de vergunning te weigeren. Dat impliceert misschien ook dat er wel argumenten waren om ze wel te weigeren.
Eigenlijk hebben wij de vraag: wat waren de argumenten die dan in de afweging, in de balans niet wel, aan de kant stonden om die vergunning eventueel wel te weigeren. Zou u daar misschien toch nog wat inzicht in kunnen geven? Een tweede vraag die we eigenlijk hebben, ook naar aanleiding van de beantwoording, de heer Bouman van de VVD gaf het eigenlijk ook al aan, het traject laat nu toe dat er zienswijzen ingediend kunnen worden en u gaf daar eigenlijk ook een haakje aan, die moeten wij meenemen uiteindelijk in de afweging. Nou is eigenlijk de vraag: welke zienswijzen zouden er nu kunnen komen die juist ook in het belang zouden kunnen zijn om die vergunning dan eventueel toch nog te weigeren? Op wat voor vlakken is dat mogelijk, of is dat gewoon onmogelijk? En dan wil ik niet, net zoals de VVD net, spreken over dat er valse hoop geboden is. Ik denk dat, wij hebben ernaar gekeken, dat volgens mij nu het uiterste geprobeerd wordt en ook geprobeerd is om toch te kijken dat we die vergunning uiteindelijk niet kunnen verlenen. Daar is in elk geval tijd in gestoken en ook heel veel energie in gestoken en tot op heden is er nog geen witte rook, het wordt misschien ook wel heel erg lastig om die te bieden, denk ik als ik het verhaal zo’n beetje aanhoor. We moeten denk ik wel het uiterste daarin proberen, vandaar even nog deze vragen vanuit onze kant.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ik kijk even rond, de heer Timmermans van de VVA-fractie. De heer Timmermans: Dank u wel voorzitter, dank ook mijnheer Bouman voor de vragen waar ik me eigenlijk volledig in kan vinden. Daarnaast heeft de wethouder iets aangegeven wat bij mij weer vragen oproept. Want hij heeft het over de basis van toetsing en daar zijn eigenlijk een paar dingen van. Het is begonnen in vroegtijdig 2021 met deze aanvraag. De situatie in de wereld is dusdanig veranderd dat die nu ook heel anders is voor de huidige ondernemer, denk ik. Dus ik vind het aantonen van nodig, we praten over 275 arbeidsmigranten, is dat nog steeds actueel. Want je ziet links en rechts, zie je zeer veel glastuinbouwbedrijven bijna omvallen of op stil staan. Is dat nog steeds actueel, of is dat dan een genomen besluit op oude gegevens die u daar heeft? Betreffende de verkeerssituatie, daar hebben we hier in de gemeenteraad volgens mij over dat stukje weg ook al een paar keer gehad, dat dat ook niet zo’n succes is geweest. Dus, komen daar zoveel bewegingen bij, lijkt mij dat de situatie wederom niet veel beter wordt. Dus dat vind ik wel zeer zwaarwegende aspecten, dat ook wel van mening kan veranderen of dat het wel kan überhaupt in de omgeving. Daarnaast is het zo, u heeft het over eventuele schadeclaims die kunnen ontstaan.
Nou is het zo, als ik vanavond hier wegrijd en ik rijd door rood heen, dan krijg ik een boete. Dan kan ik twee dingen doen, dan kan ik bezwaar aantekenen of ik kan hem netjes betalen. Op het moment dat, of stoppen, inderdaad, maar stel ik rijd per ongeluk door rood heen, doe ik niet expres. Maar, dus dat kan gebeuren. Ik kan dan verschillende dingen heb je als mogelijkheid, om te zeggen het was toch zo of zo. Heeft het college daar
een berekening van gemaakt, überhaupt? Van een schadeloosstelling, mocht het zo zijn dat als we toch als gemeente besluiten om te weigeren, wat het dan zou kosten voor de gemeente. Is dat niet veel goedkoper als dergelijke dramasessies op te zoeken om het toch door te laten gaan? Dat waren mijn vragen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Dank u wel voorzitter. Een korte reactie, vooral even dank aan de VVD om deze vragen in te stellen, want de controlerende functie van de raad, die komt hier wel heel erg nadrukkelijk naar voren. Daar zijn we als AltenaLokaal zeker mee eens dat een keer moet kunnen en zeker dit geval zou dat inderdaad misschien wel helemaal op zijn plaats zijn. En gelukkig, want zondagavond, toen ging de app, die ging rammelen en formeel 36 uur was wel even lekker, maar ik heb ook een werkende fractie, dus we moesten ook nog wel even kijken hoe we dit met zijn allen zouden voorbereiden. Maar dat is gelukt. Dus wat dat betreft prima, dus formeel allemaal prima, maar dat was wel even lastig. U stelde vier vragen en gelukkig in uw inleiding gaf u eigenlijk al aan, dat begon ik ook toen ik uw vragen las, begon ik ook te lezen, ja wij hebben inderdaad rondom het bestemmingsplan als raad en ook in de beleidsregels hebben we kennelijk fouten gemaakt. En dat kan gebeuren. Dat wil je niet, maar dat kan gebeuren.
Er is ook een behoorlijke maatschappelijke onrust ontstaan en wij hebben volgens mij, en u heeft die tijdlijn ook wel een beetje geschetst, en ook de inleiding van de heer Bouman van het CDA, die onderschrijf ik dat als het gaat over balen, dat wil je niet, dat is niet de intentie om op die manier beleid te maken, hebben wij gezegd: er is maatschappelijke onrust ontstaan, want dat gaf u ook in vraag vier aan. Hoe gaan we dat vertrouwen herstellen? En volgens mij heeft u dat meerdere keren uitgelegd, dat dat best goed leeft in de kern Andel en dat snappen wij ook. Maar volgens ons is dat destijds wel getracht, en volgens mij heeft de wethouder dat ook uitgelegd, waar wij als raad ook bij waren, getracht om dat te herstellen. En dat is uiteindelijk, dat is uiteindelijk ook niet gelukt. En dat maakt het dan het zwaartepunt dat je analytisch achteraf gaat kijken en waar is dat dan fout gegaan. In onze beleving zijn de antwoorden van de portefeuillehouder, die zijn wat ons betreft voldoende omdat je dan ook in dat democratische bestel terecht komt van als het dan niet lukt, en ik ben dan ook wel benieuwd naar de antwoorden naar de vragen die u gesteld heeft.
Maar als het dan niet lukt, dan gaat dat democratische bestel opnieuw in werking en betekent dus inderdaad dat dan die zienswijzen er moeten komen en dat je dan ook daar probeert ook vanuit het contact wat je hebt met de bevolking, daar te ondersteunen. Want ik heb dat al eerder gehoord, die ene, en volgens mij ook van u, dat die ene ondernemer dan de kans ziet om in deze periode, waarin dat toch al heel lastig ligt, dat hele vraagstuk rondom arbeidsmigranten, de kans heeft gezien om de wet, of misschien wel het gelijk te gebruiken om toch die maatschappelijke onrust te creëren. Wij gaan er echt vanuit dat we proberen te herstellen wat we verkeerd gedaan hebben. Daar vertrouwen we het college wel in en dat is wat ons betreft, voor AltenaLokaal op dit moment in de richting van de toekomst denk ik het enige wat we op dit moment kunnen doen. En dat er vragen nog overblijven, ja dat geloof ik zeker en ik ben heel benieuwd naar de antwoorden. Maar voor ons is dat in ieder geval op dit moment voldoende. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Den Haan. De heer Versluis van de SGP-fractie, gaat uw gang. De heer Versluis: Ja, voorzitter, als u het idee heeft dat SGP in ieder geval de oplossing voor dit grote probleem heeft, dat hebben wij helaas ook niet.
Maar goed, dit is toch wel een onderwerp waarop we met z’n allen heel veel pijn van in de buik hebben en ook allemaal al heel wat uren aan besteed hebben, zonder dat wij tot een afrondende oplossing kwamen. Natuurlijk blijven er vragen liggen en daarom ook VVD dank voor deze vragen en wethouder dank voor de antwoorden. Ik denk dat wij het allergrootste deel van de antwoorden een kleine twee weken geleden al in besloten kring hebben gehoord omdat de volgende dag in ieder geval het
publiekelijk werd. Ik denk dat het goed is dat het ook vanavond in ieder geval publiek wordt, zonder dat dat natuurlijk direct een oplossing biedt. En ik denk ook, de SGP, in lijn met de andere sprekers, we kunnen natuurlijk allerlei superlatieven bedenken, dat we het zuur vinden en dat er alleen maar verliezers zijn. Niet alleen zuur voor de inwoners van Andel, maar ook ik denk zuur voor ons als raadsleden. Waar we wellicht ook in het verleden wat andere dingen hadden kunnen doen. Dat geldt ook voor het college, maar dat zijn constateringen waar we op dit moment niet zo heel veel mee kunnen. Als ik de toelichting van de wethouder ook hoor in de antwoorden, ja dan heeft onze fractie in ieder geval het idee het college heeft er op dit moment alles aan gedaan om in ieder geval proberen daar een andere richting in te krijgen. Natuurlijk is ook de SGP blij met de mogelijkheid dat er nog bezwaar en beroep mogelijk is, maar ik hoop het van ganser harte dat dat zo is. Maar goed, ik ga er ook van uit, maar dat is ook een beetje een vraag richting de portefeuillehouder, als er nog haakjes zijn, en ik vind echt ook wat ook de heer Timmermans aangeeft, ook andere sprekers trouwens, als het gaat om, zijn deze aantallen nog nodig. Klopt het nou echt qua verkeersontwikkeling wel, we kennen de situatie, we hebben daar ook een fietspad nodig vanwege een hele onveilige situatie.
Dus er speelt daar wel echt wel iets. En hoe zit het met die koppeling van bouwen en huisvesting? Gaan we straks huisvesting krijgen en geen kassen omdat we geen behoefte meer hebben aan die producten, of het wordt te duur of wat dan ook. Hoe zit dat dan? Dus zo zien we ook allerlei dingen nog, maar ik kan me bijna niet voorstellen dat dit haakjes zijn die wij als raadslid inbrengen waar in het college niet over nagedacht is. Dus zou ik wel graag een reflectie over willen. En misschien ook richting de VVD, ik ken de heer Bouman, voorzitter, als een jurist natuurlijk, van professie. Dus wat dat betreft luister ik heel graag naar hem. Als hij echt nog concrete ideeën heeft, wellicht kunnen wij dan toch als raad ook nog wat hulp bieden aan de inwoners van Andel om ook ze daar een weg in te wijzen. En nogmaals, maar dat zal iedereen vinden, we betreuren natuurlijk dat een ondernemer gewoon doorgaat op deze weg. Je moet dit natuurlijk gewoon niet willen als ondernemer, om in ieder geval op deze manier tot een vergunning te komen. Dus ik ben ook heel benieuwd hoe de ondernemer gaat handelen om dat vertrouwen, niet eens te gaan herwinnen, maar die moet dat nog gaan winnen bij de inwoners van Andel.
En ook een vraag naar de portefeuillehouder daarin, wat zijn de verplichtingen en wat worden de afspraken met de ondernemer ook als het gaat om de communicatie en de dialoog ook in de omgeving. Hoe krijgt dat nog gestalte, want dat vinden we natuurlijk met elkaar ook belangrijk. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Versluis. Inmiddels even ook voor de notulen, de heer Nieuwenhuizen is in de vergadering gearriveerd. Zodat dat ook goed wordt vastgelegd. Mijnheer Alderliesten van Progressief Altena, ga uw gang. De heer Alderliesten: Ja, dank u voorzitter. Ja, wat moet er nog gezegd worden? Er is eigenlijk door de hele raad is er een mening geuit over de situatie zoals die nu ontstaan is en we zitten eigenlijk met z’n allen ontzettend in ons maag met de situatie en niet in het minst natuurlijk het college. Er zijn een aantal dingen genoemd, mogelijke haakjes, de zienswijzen die eventueel nog ingediend kunnen worden. Goed, daar zal ongetwijfeld iedereen al aan gedacht hebben. De heer Bouman heeft volgens mij zelf ook die wat meer subjectieve criteria die ook leidend gemaakt worden nog steeds aan de mogelijke huisvesting die nog beoordeeld moet worden. En dan gaat het over gebruiksmogelijkheden in de omgeving mogen niet belemmerd worden, landschappelijke kwaliteiten moeten gehaald worden of gehandhaafd blijven.
Verkeer, parkeren, milieu, veiligheidsaspecten, allemaal zaken die uiteraard aan de voorkant ook bedacht zijn en aan de voorkant ook door de initiatiefnemer ongetwijfeld afgevinkt zullen gaan worden. Dus het wordt heel erg lastig, zeg ik maar even op eigen titel. Ik heb wel, daarentegen, alle vertrouwen in dat er alles aan gedaan wordt. We hebben allemaal, we hebben de hand heel diep in eigen boezem gestoken, dat moge duidelijk zijn. Er zijn fouten gemaakt, er zijn dingen over het hoofd gezien, we hebben ons verlaten op, misschien net het
verkeerde advies. Hier staan we nu en de zaak is nu: hoe gaan we dit oplossen? Hoe gaan we het oplossen voor het dorp, hoe gaan we het oplossen voor het aanzien van de raad en de politiek als geheel? Het is niet makkelijk, er zijn nog haakjes, maar ik wil tegelijkertijd absoluut geen valse hoop wekken. Dat is ook al genoemd. Maar laten we in ieder geval kijken dat we zoveel mogelijk gezamenlijk hierin optrekken, want de conclusie, volgens mij heeft de heer Bouman hem ook genoemd, dat met goede bedoelingen eigenlijk een verkeerde weg is ingeslagen, dat er op een oneigenlijke wijze gebruik gemaakt is van een maas in de door ons ontstane wet. Daar zitten we allemaal mee in onze maag en laten we hopen dat dat zo goed mogelijk, zo klein mogelijk gehouden kan worden. Ik denk dat dat is waar we met z’n allen voor staan. Ik hoor graag van de wethouder een reactie op de handreikingen die geboden worden nu. Maar ik heb er eigenlijk alle vertrouwen in dat dat niet nieuw is voor het college. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Alderliesten. De heer Van der Hoeven van de ChristenUnie. De heer Van der Hoeven: Dank u wel, voorzitter.
Ik denk in die zin dat het college en ook wel de raad alles heeft gedaan om het plan onmogelijk te maken en daarbij heel scherp aan de wind heeft gevaren en wat er juridisch mogelijk is en dat onze bezwaar- en beroepscommissie uiteindelijk heeft geconstateerd dat we te scherp hebben gevaren op die wind. We hebben destijds het besluit genomen om regels buiten beschouwing te stellen en om een bestemmingsplan te wijzigen op het feit dat de vergunning buiten werking was gesteld. Dus we zijn in die zin, hebben we ook besluiten genomen op informatie die tenminste discutabel is geweest. De wethouder zegt, we hebben dat unaniem allemaal besloten, ik krijg niet graag gelijk, maar we hebben het wel gekregen in dit verhaal. Wij hebben zelf ook over de regel van aantallen gekeken toen we de eerste keer de regels vaststelden, maar we hebben elke stap gewaarschuwd, en ook tegengestemd op de stappen die wij genomen hebben. Dat is gewoon jammer, ik weet niet of het daarom beter was geworden, maar dat het niet gezegd is dat we er niet over gesproken hebben vind ik gewoon pertinent de verkeerd weergave van zaken die ook richting de inwoners niet zuiver is. Als wij kijken naar hoe kunnen we het vertrouwen herstellen, want dat vind ik wel een relevante vraag, denk ik dat onze grootste kans zit in uiteindelijk de gebruiksovereenkomst die we moeten sluiten met de exploitant.
Daar kan je hele strenge regels gaan stellen over toezicht, over nakomen van afspraken waarmee hij zijn vergunning op het spel zet. Ik denk dat dat onze sterkste troef is en ik vraag aan de wethouder in hoeverre deze al onderdeel uitmaken van de stukken die er nu liggen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Hoeven. Volgens mij hebben we alle fracties in de eerste termijn nu gehad. Gaan we naar het college voor de beantwoording in deze termijn. Als de wethouder daartoe in staat is. Ja, en hij staat op. De heer Sheikkariem, gaat uw gang. Wethouder Sheikkariem: Dank u wel, voorzitter. U merkt het, het is een vraagstuk waar niemand gewoon het antwoord op heeft en het ook even zo uit zijn mouw kan schudden. En ook in de tweede termijn zie ik de reacties en de vragen, maar ook een stukje onmacht van wat kunnen we als volksvertegenwoordigers. Ik denk de wijze waarop mijnheer Van der Hoeven afsluit toch ook wel een heel goed haakje geeft. Op het moment als dat plaatsvindt, hoe gaan we dat proces ook goed monitoren en begeleiden. Maar even van vooraf aan beginnen, voorzitter, vanuit de VVD zijn er nog een aantal vragen gekomen. Waarbij de eerste vraag van mijnheer Bouman was, wij lezen dat het college de verkeerde procedure heeft gevolgd, heeft dat nog consequenties, had het kunnen hebben als we in plaats van acht weken de zesentwintig weken waren gestart.
Nee, totaal niet, want u moet het zo zien, we hebben toen de achtwekentermijn bijna verstreek duidelijk gemaakt dat er nog andere zaken nodig zijn, zoals brandveiligheid, en daarbij de termijn verlengd en is er geen situatie ontstaan die anders had kunnen zijn. U geeft ook de vraag, en dat doen meerdere partijen maar doet u ook wel recht omdat u ook de indiener bent, om even bij u te beginnen, zijn er geen haakjes om te weigeren.
U kunt zich voorstellen dat we als dagelijks bestuur niet daarop uit zijn. Op het moment, want het is ook dezelfde raad die het college op de vingers tikt, er zijn ondernemers die willen wat, maar u werkt niet mee als overheid. Dus als, ik zit er niet om te kijken op welke manier kan ik zorgen dat er haakjes zijn om het te weigeren, maar we gaan alles wel zorgvuldig beoordelen. Voldoet het aan de criteria en de impact die het heeft op de omgeving, milieu, alle zaken of het nou gaat om vervoersbewegingen. Die gaan we wel heel streng beoordelen en daarin zullen we ook de haakjes proberen te vinden als de zaken gewoon niet toereikend zijn. Daar mag u van op aan. Als ik kijk naar de ruimtelijke ontwikkeling, maar met name de ruimtelijke afwegingen, die zullen we ook heel scherp mee laten wegen. U geeft ook aan, het totaalaantal is enorm op het aantal inwoners van Andel. Daar zijn we ons ook van bewust, dat was ook de aanleiding waarom wij getracht hebben bij de ondernemer in gesprek te gaan om te kijken of die aantallen lager konden gaan. Daarmee waren wij ons ook bewust dat we daarmee dus wel mee wilden werken aan het huisvesten van arbeidsmigranten op die locatie, maar in een omvang waarvan wij dachten, dat zou acceptabel zijn en dat ook goed uit te leggen zijn. Daar zijn we helaas niet uitgekomen.
Het dorp Andel en de impact van dorp Andel, ik kan u verzekeren het houdt ons als college allemaal bezig. We zijn er echt wel op elk moment als we erover praten, wat gaat de impact zijn en hoe kunnen we de schade daar beperken. Dat trekken we ons allemaal aan, en ik niet specifiek alleen. Vanuit CDA, u vraagt wat waren de afwegingen om eventueel te kunnen weigeren. Dat zijn eigenlijk die zaken die ik net heb benoemd. Maar ik geef nogmaals mee, de zienswijzen die vanuit de inwoners komen, want dat is uw vraag, kan je het weigeren of ga je dat kunnen weigeren? Je laat het meewegen in de uiteindelijke beoordeling. En het is gewoon niet zuiver vanuit het college om vooruitlopend op zo’n traject van zienswijze nu adviezen te gaan geven aan inwoners van, moet u luisteren, als u dat opschrijft in uw zienswijze, dan maakt u kans dat het geweigerd wordt. We zitten als dagelijks bestuur ook voor de ondernemer. U moet zich voorstelen dat de ondernemer zegt, hier staat de wethouder te vertellen als u dat opschrijft, dan gaat mijn aanvraag in ieder geval geweigerd worden. Dat kan ik niet maken. Lijkt me ook niet de rol die bij ons hoort. Maar ik snap wel dat u als volksvertegenwoordigers een andere rol heeft en die respecteer ik ook. Dat is eigenlijk een beetje mijn antwoord als het gaat over de afwegingen om te weigeren. Uw tweede vraag was de zienswijze. Daar heb ik op geantwoord.
Mijnheer Timmermans heeft een andere invalshoek die ook een belangrijke is. Want wij hebben ons ook al eerder afgevraagd, is dit nog haalbaar voor een onderneming. Als u kijkt, en volgens mij hebben ook andere partijen dat gezegd in de behandeling die we hadden, heeft mijnheer Kolff, weet ik nog, gerefereerd aan het Westland waar meerdere tuinbedrijven omvallen omdat gewoon de energierekeningen niet te betalen zijn. Het is een totaalpakket wat we gaan meenemen in de afweging. Maar dit kan niet de actuele stand van zaken, u moet zich voorstellen, we zijn op de vingers getikt door de bezwarencommissie en de bezwarencommissie zal zeggen: de ingangsdatum was september, toen had u moeten toetsen, u heeft nu alles compleet, gaat u nu de spelregels veranderen. Ik moet daar gewoon eventjes ook met onze adviseurs juridische zaken en de advocaat over praten of dat mee kan wegen. Die verkeerswetgeving, wat u aangeeft, nemen we sowieso mee. Ik vroeg me wel af bij uw derde vraag, gaf u een heel mooi voorbeeld, als u wegrijdt en door rood rijdt vroeg ik me af, waar staan de verkeerslichten hier in Altena? Nee, is een grapje, u moet heel ver rijden om een rood verkeerslicht tegen te komen. Maar ik snap dat dat een afweging die u mij meegeeft als college, ga nou eens kijken, is de boete afkopen niet interessanter.
Ik heb de opdracht en de analyse gehoord en wij gaan dat gewoon wel onderzoeken. Ik geef u wel mee, als we het onderzoeken zal dat ook in de volledige geheimhouding plaatsvinden omdat daar gewoon ook heel veel zaken meespelen. Vanuit AltenaLokaal, helder wat u meegeeft, mijnheer Den Haan. U geeft ook aan, oké het is nu zaak om te gaan kijken op welke wijze we de schade kunnen beperken voor de inwoners en wij daarop toezien, dat die leefbaarheid niet ernstig wordt aangetast en op welke wijze we kunnen zorgen dat de bedrijfsvoering, de impact daarvan, geen nadelige gevolgen heeft. Dat is eigenlijk vanuit de SGP komt u ook, kunt u nog kijken of er haakjes zijn en u geeft ook terecht aan, u zal ongetwijfeld aan al die zaken gedacht hebben. Het voltallige college denkt daarover na om dat stuk door de organisatie. Bouwen en huisvesting,
daar heeft u wel een toegevoegd punt ingebracht die wij ook hebben meegenomen in het voornemen van de vergunningverlening. Daarvan hebben we in ieder geval het voornemen uitgesproken, dat als we de vergunning gaan verlenen voor het huisvesten van arbeidsmigranten, is dat gekoppeld aan de uitbreiding van de glastuinbouwbedrijf. Daar kun je dus termijnen aan koppelen dat als je met een start moet binnen zoveel periode ook het andere gerealiseerd worden. Anders kunt u ook gewoon uw vergunning verliezen. Dat kunnen we daaraan koppelen, die intentie hebben we ook om het op zo’n manier uit voeren. U geeft aan, wat zijn de verplichtingen als we kijken naar de omgeving en de omwonenden. Daar hebben wij echt nog wel wat werk te doen. We zullen dat ook in kaart brengen, dat is ook eigenlijk wat mijnheer Alderliesten aangeeft: probeer nou eventjes te kijken op welke wijze u dat doet. De mogelijkheden die er zijn, vanuit de ChristenUnie heb ik het al gezegd, gebruikersovereenkomst, dat biedt natuurlijk een handvat om dat te vergelijken. Maar dan is er wel al vergunningverlening, heeft dan al plaatsgevonden. Dus dat is het traject daarna, maar we nemen dit in ieder geval mee als stukje nazorg, op het moment dat dat er is, dat je dat daarbij wel geregeld hebt bij de vergunningverlening.
Voorzitter, ik wil nog even meegeven dat het traject dat doorlopen is, nu dus een kleine anderhalve jaar gaande is, iets meer zelfs. En je merkt ook dat het ontzettend lastig is, want ik wil even reageren op opmerkingen, dat is natuurlijk uw goed recht, wij hebben als college nooit valse hoop willen geven aan de inwoners. We hebben ook nooit gezegd, als wij het buiten behandeling stellen is het daarmee dus van de baan. Wij hebben alleen gezegd, we stellen het buiten behandeling omdat het op dit moment niet voldoet aan de criteria en er onvoldoende zaken zijn om tot vergunningverlening over te gaan. En op het moment als wij nu overgaan tot de intentie om vergunning te willen verlenen, dan is dat een heel vervelend besluit, de intentie die we uitspreken en ik kan me voorstellen dat als het een jaar geleden anders de vlag ervoor hing, dat je denkt: jammer het doek is gevallen. Maar we moeten het traject nog gewoon doorlopen. Dat tot slot, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Sheikkariem. Gaan we naar de tweede termijn, ik zie de heer Bouman al opstaan. Hij heeft ook het goede recht om meteen te reageren. Ga uw gang mijnheer Bouman. De heer Bouman: Ja, dank u wel. Ja wethouder, niemand wil valse hoop geven. Je wil hoop geven en dan geef je per ongeluk valse hoop. U kunt zeggen, dat wilden we niet doen, maar het is wel gebeurd natuurlijk.
Want u kunt zeggen: we wilden alleen maar buiten behandeling laten omdat die niet voldeed aan de eisen Dat snap ik, alleen zo’n dorp interpreteert dat van, we zijn van de aanvraag af. Het gevaar is geweken. En achteraf bleek dat natuurlijk niet te kloppen. Dus de valse hoop is wel gegeven. U wilde dat niet doen, maar het is wel gebeurd. Ik ben wel blij met een paar dingen die u zegt overigens. Daar zal ik mee beginnen, voorzitter, want dat is wel zo netjes. U zegt ik ben van plan een nadrukkelijke koppeling te maken tussen de huisvesting en het glastuinbouwbedrijf. Daar zijn we blij mee, want dat is een wijd gehoord zorg dat alleen maar de huisvesting er komt en dan nooit meer een glastuinbouwbedrijf. Dus heel goed dat u die koppeling nadrukkelijk gaat opnemen in de vergunning, als u de vergunning gaat verlenen. Want u heeft ook gezegd, ik ga nadrukkelijk de inhoud van de zienswijze meenemen in mijn vergunningverlening. Dat is ook goed dat u dat doet. Dan hoop ik dat u ook wat breder dan dat u nu waarschijnlijk heeft gedaan, gaat kijken dan alleen maar het setje met eisen uit het bestemmingsplan. Want u heeft nou wel gezegd, ik ben voornemens die vergunning te verlenen. Dus u heeft naar dat setje gekeken, u heeft tot de voorlopige conclusie gemaakt: daar zit niks tussen op basis waarvan ik kan weigeren, dus ik moet verlenen. Want zo werkt het spel.
Ik nodig u daar nog een keer toe uit, en ik denk dat de rest van de raad dat ook doet om daar nog een keer nadrukkelijk naar de kijken of u niet wat breder kan kijken dan dat lijstje. Want er zijn voorbeelden van dat dat echt wel kan. Als er gewoon manco’s zitten in dat lijstje, en dat lijstje regelt bepaalde dingen niet, dat je die wel mag betrekken in je afwegingen. Dus dat kan. Dat is een, voorzitter. Dan vind ik het wel bijzonder dat we hier als raad met elkaar zeggen, er zijn fouten gemaakt, dat klopt, wij hebben ook fouten gemaakt. Maar daarna is er nog wel een fout gemaakt, te
weten door het college. Want die heeft namelijk op onrechtmatige manier die vergunning buiten behandeling gelaten, terwijl dat niet mocht. Daar stappen we nu als raad wel even vrij snel makkelijk overheen. Net zozeer als dat we vrij snel en makkelijk overheen stappen dat het college een hele tijd vanuit is gegaan dat gewoon een totaal verkeerde procedure van toepassing was. En u zegt, dat heeft uiteindelijk niet uitgemaakt bij mijn beslissing, bij onze beslissing als college, maar ik denk dat dat stiekem wel uitgemaakt heeft. Want u heeft de hele tijd hier een bepaalde tijdsdruk gepresenteerd. U heeft waarschijnlijk intern ook een bepaalde tijdsdruk ervaren die er niet was. U had heel lang kunnen nadenken en kunnen doen, hoe ga ik nou op een goede manier om met die aanvraag. Maar nee, er was tijdsdruk. Die er niet was. Dus ik denk, daar wordt vrij snel overheen gestapt. Het is niet zo dat, nadat wij de fout als gemeenteraad hebben gemaakt, dat er daarna geen fouten meer zijn gemaakt. Zo is het ook weer niet. Ik ben blij overigens, voorzitter, met de bijdragen van al mijn collega’s hier, komt weer een hele goede aan voel ik. Dit keer alleen namens het CDA, overigens. De voorzitter: De heer Bouman, CDA, bij interruptie. Ga uw gang. De heer Bouman: Dank u wel, voorzitter.
Misschien toch nog even een vraag naar aanleiding van de opmerking die de heer Bouman van de VVD net maakt, waarin hij eigenlijk zegt: er is een fout gemaakt door het college en daar stappen wij nu eigenlijk heel makkelijk overheen. Dat is misschien juridisch, u bent jurist, ik ben dat niet, dat is misschien een juridisch woordenspel. Vraag hier eigenlijk die, en die wil ik eigenlijk dan ook aan u te stellen, als het college daar nou mee gewacht had en die had bij wijze van spreken niet die aanvraag buiten behandeling gesteld, maar na vier maanden voornemens geweest om die vergunning toch te verlenen, na een langere periode van denken, dan waren we toch net zover als dat we nu zijn? Dan hebben we nog steeds een teleurgesteld dorp en zitten wij met zijn allen hier met kromme tenen te kijken naar een ondernemer die daar een exorbitant aantal arbeidsmigranten wil huisvesten. Dat maakt toch in de uitkomst nu niet uit? De heer Bouman: Als u ervan uitgaat dat de enige uitkomst was dat het college per se de vergunning in behandeling moest nemen, dan heeft u gelijk. Alleen, als je dat advies leest van de bezwaarschriftencommissie, dan lees je daar ook in dat vooral nu de conclusie moet zijn dat die in behandeling genomen moet worden, door de handelswijze van het college. Er staat niet in, er was geen enkele manier geweest om hem buiten behandeling te laten.
De wijze waarop het college heeft gehandeld leidt tot het feit dat die in behandeling genomen moet worden. De heer Bouman: Dat is denk ik een juridisch woordenspel, maar … De heer Bouman: Dat is geen juridisch woordenspel, mijnheer Bouman … De heer Bouman: Eventjes de zin afmaken … De heer Bouman: U heeft geen toestemming gevraagd voor interruptie, dus ik … De heer Bouman: Maar ik heb een blijkbaar wel gekregen, dan hoef ik dat ook niet te doen toch. De voorzitter: Mijnheer Bouman van het CDA heeft de kans om de interrumperen. De heer Bouman: U gaf eigenlijk aan, doordat het college, die bezwarencommissie die heeft ook niet gezegd, u draait het om, maar dan kan ik het ook omdraaien, ze hebben ook niet gezegd dat er wel argumenten waren om dat te weigeren. Uiteindelijk komt het onderaan de streep neer, we zitten denk ik met een situatie waar u
en ik volgens mij honderd procent met elkaar eens zijn, die onmenselijk is. En waar we denk ik moeten kijken, en dat is misschien ook nog wel een vraag richting de wethouder. U gaf aan, ik ben er nu eigenlijk ook, en u heeft ons als raad de opdracht gegeven om dingen mogelijk te maken. In dit geval willen wij er als CDA-fractie, en ik denk ook wel anderen, best een uitzondering op maken en dan eens te kijken hoe kunnen we dat dan hier inderdaad onmogelijk maken. Om daar het uiterste in te doen. En dat u geen uitspraken daarin doet, dat snap ik. De voorzitter: We gaan even toch weer terug, interrumperen op mijnheer Bouman, niet bezig met uw eigen tweede termijn die krijgt u nog. De heer Bouman: Ik dacht ik probeer het ook even stiekem. De voorzitter: De heer Bouman van de VVD. De heer Bouman: Dank u wel. Ik denk dat de heren Bouman inderdaad allebei een andere rol hebben, alleen dat is niet je rol van raadslid en je rol van jurist. Dat is de rol van een scherp oppositielid en de rol van een coalitielid. U zegt, we moeten vooral kijken naar de toekomst en niet te veel kijken naar het verleden, wat er gebeurd is. Kijk, we hebben twee rollen, de heer Den Haan duidt het al, we hebben ook een controlerende rol. We moeten kijken, heeft het college gedaan wat het college moest doen. En de feiten wijzen uit dat dat niet gedaan is.
Want anders was dit advies van de bezwaarschriftencommissie, die u misschien wel, misschien niet gelezen heeft, niet gekomen. De voorzitter: Mijnheer Bouman van het CDA nog een keer. De heer Bouman: Ja, ik denk dat we hier beide als raadslid staan en volgens mij hebben we beide dezelfde intentie, dat we die vergunning het liefst niet verlenen. En u zegt, u insinueert nu een klein beetje dat door de handelswijze van het college die vergunning er dan misschien wel komt, terwijl die anders niet had kunnen komen. En dan vraag ik u dan toch, meent u dat nou echt dat dat zo is en welke argumenten zijn daar nou voor, want het kan misschien de zienswijzen van bevolking van Andel ook nog een beetje helpen. Mijnheer Bouman: De heer Bouman, ik nodig u en de bevolking van Andel ook van harte uit om het advies van de bezwaarschriftencommissie goed te lezen, want daar staat duidelijk in wat er allemaal niet goed is gebeurd in de procedure. En het feit dat die fouten zijn gemaakt leidt nu ook tot het in behandeling nemen van die aanvraag. Ik weet niet, als het college alles goed had gedaan dat de aanvraag ook buiten behandeling was gelaten, maar dan hadden we in ieder geval nog een kans erop. En nou niet meer.
En die kans is voor eeuwig verkeken, want het college heeft het besluit op het bezwaarschrift al genomen en daarin expliciet schriftelijk aangegeven aan de aanvrager dat hij in behandeling genomen wordt. Dus de kans om hem buiten behandeling te laten, is voor eeuwig verkeken. De enige kans die er nu nog is, en daar vinden wij elkaar, is kijken hoe kan die vergunning nog geweigerd worden. Daar gaan we elkaar vinden en ik denk dat we daar allebei wel haken hebben. De voorzitter: Bij interruptie zie ik nog twee kandidaten staan. Mijnheer Versluis van de SGP was eerste. De heer Versluis: Ja, op zich natuurlijk een prachtig betoog, maar ik dacht eigenlijk dat we best redelijk al een beetje als raad een beetje in dezelfde lijn kwamen te zitten. U reflecteert nog heel erg op fouten en ik vind dat u wel heel gemakkelijk de fouten van uzelf en ook van mij, dus van ons als hele raad, wat makkelijk naast u neerlegt. Mijn zin is nog niet klaar.
De voorzitter: Hij mag hem even afmaken, mijnheer Bouman. Even wachten. De heer Versluis: Ik zal zeggen, voorzitter, wanneer mijn punt staat in mijn zin. Maar ik werd toch een beetje getriggerd in het verhaal zoals u begon met hoop en valse hoop en de definitie die u daarvan aangaf. Daar was ik het op zich voor een deel mee eens, maar in uw betoog gaat u natuurlijk precies dezelfde kant op als wat u het college nu verwijt. Want u geeft eigenlijk nu aan, college ga nog eens goed kijken en kijk nog eens breder. We hebben een zaal met betrokken inwoners uit Andel en dat is fijn, maar u moet wel oppassen dat u hier als raadslid ook nu niet geen valse verwachtingen gaat wekken. Laten we het professioneel houden waar we staan, laten we proberen te doen wat we kunnen, maar laten we er ook niet als raad opnieuw de fouten nemen om in ieder geval ook, zoals u het dan noemt, valse hoop te wekken, ook richting de inwoners. De voorzitter: Mijnheer Versluis, dank u wel. De heer Bouman. De heer Bouman: De heer Versluis, wij hebben nooit makkelijk over onze fouten heengestapt. Want wij hebben en public in de raadzaal namens onszelf excuses aangeboden aan het dorp Andel voor de fouten die wij hebben gemaakt. Want wij hebben gewoon gruwelijk zitten slaapkoppen bij het vaststellen van dat bestemmingsplan. Dat geef ik ruiterlijk toe. Ik schaam mij nog steeds kapot.
En sterker nog, ik heb het dan meer gedaan, ik heb wel meer bestemmingsplannen per ongeluk goedgekeurd met fouten erin omdat ik niet scherp genoeg was. Daar schaam ik me eigen hartstikke verrot voor. Maar dat ontslaat mij niet om mijn taak om anderen ook nog te controleren in dit huis. Want daar ben ik nou eenmaal voor in dienst. Dus ik verdoezel helemaal mijn eigen fouten niet. Onze eigen fout is de grootste fout van allemaal. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Bouman. De heer Bouman: Zo ver was ik nog niet, voorzitter, met uw toestemming. Valse hoop, want wij wekken hier ook helemaal geen valse hoop. Wij doen eigenlijk niks anders dan bijna alle andere raadsfracties hier, oproep aan het college om het maximale te doen wat de maatschappij hier wil. En ik ga niet zeggen tegen de bevolking van Andel, dat die vergunning geweigerd gaat worden. Want ik weet ook wel dat het moeilijk is. Maar dat ontslaat ons niet van de oproep aan het college te zeggen, doe nog wat u kan. Want de race is nog niet helemaal gelopen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Was uw antwoord op de interruptie. Dan heeft u er nog eentje tegoed van de heer Den Haan van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Dank u wel, voorzitter. Op het gevaar af om de heer Bouman ook juridisch uit te dagen, en dan ga ik op voorhand al zeggen: dat ga ik verliezen.
Maar, was ik eigenlijk ook wel een klein beetje de mening toegedaan toen we deze gesprekken gevoerd hadden, dat ik dacht ik ben benieuwd hoe die tweede termijn gaat beginnen. Het begon redelijk positief, maar dan komt weer het verhaal tussen coalitie en oppositie. En waar ik vooral door getriggerd was, was het verhaal van, we hebben zelf fouten gemaakt, volgens mij hebben we ook voldoende gehoord dat het college daar ook fouten in heeft gemaakt. Maar u blijft daarop doorgaan. En dan heb ik eigenlijk maar een vraag, dan heb ik maar een vraag: wat wilt u dan? Wat wilt u dan, is het dan zo erg dat er misschien nog iets moet gaan volgen of zo? Maar zeg dat dan, want anders blijven we er omheen draaien en dat is eigenlijk het enige wat ik heb. Maar volgens mij konden we elkaar ergens wel in vinden, dat we onderaan de streep, zoals de heer Bouman van het CDA zei, eigenlijk toch ook wel verder moeten. De heer Bouman: De heer Den Haan, als ik mag voorzitter?
De voorzitter: Natuurlijk, zeker, ga uw gang. De heer Bouman: Dank u wel. Het zijn, ik blijf doorhameren op fouten omdat het nieuwe fouten zijn. Wij hebben de vorige keer dat we hier stonden, hebben we al uitgebreid elkaars fouten besproken. Dat is waar. Maar dit zijn nieuwe fouten. Dit zijn fouten gemaakt bij het buiten behandeling laten van die vergunningaanvraag. En dat moet gewoon benoemd worden. En daar moeten we het over hebben. Dat is helemaal geen zuurdoenerij of niks, maar ik ben, de heer Kolff en ik zijn nooit uit geweest op enige persoonlijke consequentie voor wie dan ook in het college. Nooit. En nu ook niet, als dat uw vraag is. We willen alleen erkenning dat er bepaalde fouten zijn gemaakt en openheid van zaken daarin. Dat is het enige wat we daarin willen. En we willen in het vervolg dat het maximale gedaan wordt om alsnog te kijken, hoe kan ik nou een besluit krijgen waar het dorp Andel wel blij mee is. Dat is het enige wat we hier willen, de heer Den Haan. De heer Den Haan: Volgens mij kunnen wij dan elkaar wel vinden. En dan zou ik er niet te veel mee blijven zitten op welke fouten dan gemaakt zijn, want uiteindelijk moeten we ook wel weer verder. De heer Bouman: Voorzitter, als ik nog een keer mag? De voorzitter: Ja. De heer Bouman: Te veel blijven zitten op gemaakte fouten? Wij zijn de enigen die erop ingaan, de heer Den Haan.
De enige hier, op deze nieuwe fout. Dus u doet nou net van, mijnheer Bouman, hou nou eens op over die gemaakte fout. Het is gewoon een cruciale fout. Ik zou zeggen, lees dat advies gewoon eens. Waarschijnlijk heeft u dat nog niet gedaan omdat dat niet automatisch toegezonden is, dat moest je opvragen. Maar ik zou zeggen, lees dat, dan zie je wat er gebeurd is. De voorzitter: Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Die uitdaging ga ik zeker aan, maar waar we ook hier voor zitten, is dat we ook uitleg krijgen van het college en dat is voor ons voldoende om dan daarmee verder te gaan. U zegt, ik ben de enige die hier staat om hier duidelijk te maken dat er nog meer fouten zijn gemaakt, volgens mij erkennen we dat ook wel. En daar hebben we ook best wel last van. En daar hebben de inwoners van Andel ook last van. Maar onderaan de streep, ik herhaal nog een keer de woorden van de heer Bouman van het CDA, onderaan de streep zal het toch zo moeten zijn, en ik kijk naar u en ik hoop dat u dat ook vindt, zullen we toch moeten kijken hoe we dat moeten gaan herstellen. En als het dan zo is zoals een haakje, want er zijn heel veel haakjes genoemd, als er dan haakjes zijn die het college kan gebruiken om bijvoorbeeld te zeggen, ik ga wel kijken wat er niet kan in dit geval. Want ik snap de beantwoording van de portefeuillehouder als hij zegt: ik ben er ook voor de ondernemer.