Transcript gemeenteraad 21 juni 2022
Tekst van het document
Wat wij dan meer ophalen bij de samenleving, laten we dat dan ook meer uitkeren aan de samenleving. Dat lijkt ons als VVD het meest eerlijke. De heer Van der Hoeven: Wij zijn ook niet helemaal tevreden met die 3 procent. Wel met de houding van het college. Dat ze daar gewoon over mee willen denken. Zo moeten we gewoon even kijken of de daar inderdaad formuleringen doen maar ik denk dat we in moeten duiken. Energielasten zijn voor die clubs ook vaak een grote post. Dus ik denk inderdaad dat we niet bij die 3 procent kunnen blijven. Dan moeten we daar gewoon met een voorstel komen. Opdracht aan het college om daar toch nog wat extra’s te vinden in een begroting om dat inderdaad richting ten minste 5 procent te gaan halen. De voorzitter: Dank u wel. Ik veronderstel dat daarmee het debat voldoende gevoerd is en u kunt elkaar wel vinden als u elkaar nodig heeft komende week. Dan gaan wij naar agendapunt 2.2: de wachttijden cliënten WMO door het CDA aangevraagd. Mevrouw Buchholtz. Mevrouw Buchholtz: Dank u wel voorzitter. Het CDA Altena heeft de afgelopen tijd meerdere verontrustende geluiden ontvangen van inwoners die te maken krijgen met lange wachtlijsten en wachttijden binnen de Wmo. Zo sprak ik laatst bijvoorbeeld een moeder van een zoontje die voor hem een rolstoel wilde aanvragen. Dat deed ze al een half jaar van te voren.
Want ze wist, er is sprake van een hele lange wachttijd. Daarnaast kregen
we ook geluiden binnen dat we simpele informatieaanvragen, zoals hoe werkt het deeltaxi-pasje, of hoe vraag ik zoiets aan, wekenlang op antwoord laat wachten. GPK-aanvragen die een half jaar lang op een stapel blijven liggen terwijl de keuringsarts allang zijn of haar goedkeuring heeft gegeven. Een meneer die ontzettend lang op zijn traplicht moet wachten, een half jaar lang. Uit gekheid maar naar ‘…’ loopt te zoeken om toch traplicht te krijgen omdat zijn gezondheid er echt naar vraagt. Voorzitter zo kan ik nog wel even doorgaan met deze voorbeelden. Het CDA vindt het ontzettend jammer dat deze berichten er zijn. We weten dat er de komende tijd flink geïnvesteerd gaat worden in het versterken van personeel. Dat vinden we erg fijn. Maar we hopen toch dat er iets eerder aan deze wachtlijsten gedaan kan worden. Het kan toch niet zo zijn dat het welzijn van onze inwoners op deze manier achteruit gaat? Voorzitter, het CDA hoopt op beterschap hierin en vraagt aandacht hiervoor. Mijn vraag aan andere partijen is: hoe staan jullie hier in en horen jullie deze berichten ook? Daarnaast ben ik uiteraard benieuwd naar uw mening of de wethouder hiervan op de hoogte is. Zo ja, wat de wethouder hier van plan is om hiermee te doen. Tot zover voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Buchholtz.
Ik kijk rond of er vanuit de andere fracties op dit onderwerp een bijdrage, een debat geleverd wordt. Mevrouw Hofstede van Progressief Altena. Mevrouw Hofstede: Sorry. Je kan wel zien wie de beginners zijn. Dank u wel voorzitter en dank u wel mevrouw Buchholtz voor het inbrengen van dit punt. De situaties die u noemt zijn natuurlijk niet mooi. Ik kan mij eigenlijk niet voorstellen dat er een fractie is die wel voor wachtlijsten is. Dus ik ben heel erg benieuwd naar de reactie van de portefeuillehouder. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Hofstede. Dan weet ik niet meer wie, gaat uw gang mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank u wel voorzitter. Ik kan heel kort aansluiten bij de woorden van mevrouw Hofstede. Ik kan mij niet voorstellen dat er geen enkele fractie dit niet belangrijk vindt. Het zijn inderdaad veel gehoorde verhalen die je hoort en ook wij zijn benieuwd wat de portefeuillehouder hierin te melden heeft. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Noordergraaf. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers: Eigenlijk bijna geen aanvullingen inderdaad nieuwsgierig. Zijn het dan bepaalde deelgebieden? U noemt bijvoorbeeld wat vroeger de Wet voorzieningen gehandicapten was, wat natuurlijk opgegaan is in het sociaal domein.
Zijn het specifieke vragen of is dit over de hele linie? En ja, natuurlijk ook de ChristenUnie staat ervoor om die wachtlijsten weg te werken, laat dat voorop staan. De voorzitter: Dank u wel. Ik doe eerst mijnheer Den Haan dan krijgt u nog mevrouw Buchholtz. Mijnheer Den Haan. De heer Den Haan: Dank u wel voorzitter. Dank aan mevrouw Buchholtz voor dit verhaal en dit pleidooi. Dat zullen wij zeker ondersteunen. Natuurlijk willen wij ook geen wachtrijen. De reden dat ik hier sta, normaal gesproken niet vanuit de zorg of Wmo maar heeft toch te maken met het eerste onderwerp wat we al hadden. Ging over dienstverlening. Dus echt daar waar het onze organisatie aangaat hoort dit nu mijnheer Van der Hoeven bij een van die prioriteiten? Ik zag het al staan op de agenda. Dus over het hoe en waarom en wat er dan moet gebeuren. Dan is dit inderdaad wel het punt waar een van de prioriteiten zijn en wat wij met zijn allen tegen moeten vechten om dat te voorkomen. Want dat is niet netjes om het maar even zachtjes uit te drukken. Dank je wel.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Den Haan. Mevrouw Buchholtz nog de vraag van mevrouw Schermers. Mevrouw Buchholtz: Dank u wel voorzitter. De berichten die wij hebben gekregen gaat over heel het sociaal domein breed. Dus van jeugd tot aan Wmo tot aan Participatiewet. Maar voor nu, berichten die ik veel heb gehoord gaan wel echt specifiek een beetje over de Wmo, die kant. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Buchholtz. Zullen we eens naar het college gaan? Mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, dank. Dank ook aan de raad want ik hoor ik denk ik eigenlijk een heel erg breed signaal wat we als college in die zin ook wel gedeeltelijk herkennen. Want we hebben iets te doen in het sociaal domein en we hebben ook zeker iets te doen rondom de Wmo. Als een reactie daarop zeg ik in de eerste instantie richting het CDA maar uiteraard richting de gehele raad dat we daar druk mee bezig zijn. U refereerde zelf al, zeg ik via de voorzitter tegen u, dat we beter zijn met een kwaliteitsslag. Dat we ook aan het kijken zijn naar de personeelsbezetting daarin. Want we moeten daarin denk ik ook realistisch blijven met elkaar. Wat ik u daar in ieder geval mee kan geven is dat we op dit moment een inhaalslag aan het maken zijn. Dus ik zeg niet dat we er al helemaal zijn. Maar als we kijken naar de aanvragen die we binnen hebben gekregen en dan kijk ik even voorzitter op mijn lijstje.
Dan zien we dat daar wel het aantal ‘…’ op de wachtlijsten dat dat afneemt vanuit de werkvoorraad. Dat er nu acht aanvragen zouden liggen vanuit april. Dat de rest allemaal van daarna is. Dat wil niet zeggen dat er geen wachtlijst is meer op dit moment maar dat we wel degelijk een inhaalslag aan het maken zijn. Dat we ook wel zien dat daar op dit moment een afvlakking in komt. Nu kan ik natuurlijk niet zeggen hoe dat er in de toekomst uit gaan zien omdat we daarin ook afhankelijk zijn natuurlijk van de aanvragen die we binnenkrijgen als gemeente. Dat we daar niet direct op kunnen sturen, gelukkig ook maar zou ik bijna zeggen. Maar dat we wel zien dat daar een positieve ontwikkeling in is en dat we die vooral ook moeten gaan voortzetten met elkaar. Dat daar dus ook wel degelijk een opdracht ligt en dat we dat vanuit het college ook zien. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Buchholtz, is het debat voldoende gevoerd voor u? Mevrouw Buchholtz: Mag ik nog iets teruggeven aan de wethouder of? De voorzitter: U mag even interrumperen op de wethouder en dan geeft u vanzelf iets terug op haar. Mevrouw Buchholtz: U gaf aan, aanvraag ‘…’ of april. Hoe ik daar tegenaan kijk is: iemand kan een aanvraag doen maar de aanvraag kan nog heel lang doorlopen. Het kan nog wel een half jaar duren voordat iemand echt daadwerkelijk het traplicht krijgt bijvoorbeeld.
Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, we zijn voor een deel daarin natuurlijk ook afhankelijk van partners. We maken en leveren zelf geen trapliften bijvoorbeeld. Hoe graag ik dat ook zo snel mogelijk zou willen regelen is dat natuurlijk ook een samenwerking die we hebben. Dus vanuit de gemeente stellen we daarin alles in het werk om dat zo snel mogelijk te doen. Op dit moment vanuit het team toegang kijken we ook: wat kunnen we aan de voorkant al wegvangen? Dus alle enkelvoudige vragen die we binnen krijgen bij de gemeente die pakken we daar wel op. Dus die gaan eigenlijk versneld als het ware door. Dus we doen wel ons best om daar zo veel mogelijk in te versnellen en ook daarin zijn we afhankelijk van samenwerking. Maar ik hoor daar ook heel duidelijk het signaal in om die wel mee te gaan nemen. Te kijken of we daar iets in kunnen. Tegelijkertijd voorzitter, denk ik dat het ook goed is om daarin ook realistisch te zijn naar de raad en weet ik niet in hoeverre we daarin, waarbij we ook afhankelijk zijn van derden hoeveel versnellingen we daar nog in kunnen maken.
De voorzitter: Dank u wel. Voldoende mevrouw Buchholtz? Dank u wel. Dan gaan we naar agendapunt 2.3, dat gaat over leerlingenvervoer taalklassen, door de ChristenUnie aangekondigd. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers: Dank u wel voorzitter. Ook hierin staat weer heel duidelijk het doel wat wij voor ogen hebben. Op dit moment is het zo dat Oekraïense kinderen die naar een taalklas gaan dat daarvoor het leerlingenvervoer volledig vergoed wordt. Maar we hebben ook een taalklas in heel Altena al voordat het conflict ontstond in Oekraïne waar kinderen uit Syrië of welk vluchtelingengebied dan ook taalles krijgen waarvoor er geen leerlingenvervoer is. Wij denken dat, dat wel heel erg belangrijk is om dat wel te organiseren om daarmee een stukje kansenongelijkheid weg te nemen. Ik weet ook dat er initiatieven zijn bijvoorbeeld bij Hartenbrigade, Trema. Er zijn toen op werkbezoek geweest bij Kozakken Boys die ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben genomen en ook gekeken hebben of dat zij in het kader van de P-wet re-integratie dingen kunnen doen en daarbij ook nadachten over bijvoorbeeld de aanschaf van een busje. Dus mijn oproep is aan het college om te kijken of dat er toch een vorm van leerlingenvervoer gerealiseerd kan worden voor de leerlingen die afhankelijk zijn van een taalklas in Altena. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Schermers. Ik kijk even rond.
Ik zie mevrouw Verbeek van Progressief Altena. Mevrouw Verbeek: Dank je wel voor de ChristenUnie voor het inbrengen van dit punt. namens Progressief Altena kan ik eigenlijk alleen maar aangeven dat wij dit ook een heel belangrijk onderwerp vinden en dat wij ons eigenlijk daar wel gewoon in kunnen vinden. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Den Haan van Altena Lokaal. De heer Den Haan: Voorzitter. Mijn fractie die heeft mij weer naar voren gestuurd. Dat is om mijn knieën in beweging te houden. Maar dank voor de inbreng voor dit verhaal. Want rechtsongelijkheid dat is ook wat Altena Lokaal betreft niet aan de orde als dat kan. We horen graag ook wel de uitleg van de portefeuillehouder ervan. Maar goed, we weten ook wel dat nu in Nederland, je ziet wat er nu in Nederland gebeurt waarop er over heel veel vlakken rechtsongelijkheid gaat bestaan. Hoop ik dat we dat in Altena toch wel kunnen voorkomen. Want u heeft een terecht punt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Den Haan. Mevrouw Zaal van CDA. Mevrouw Zaal: Voorzitter dank u wel. Dank ook aan mevrouw Schermers voor het inbrengen van dit punt. Een heel belangrijk punt zo vinden wij ook. Ik denk dat ik als voorbeeld ook nog kan meegeven vanavond aan de raad en aan het college dat er ook regelmatig oproepen werden gedaan op social media en dat vond ik vaak schrijnend. Er vindt weer een taalklas plaats.
Zijn er mensen die kunnen gaan rijden en die kinderen her en der moeten willen ophalen, zo moet ik het zeggen. Willen ophalen. Ik denk dat dat niet de bedoeling is. Dus uw pleidooi om het college mee te geven te gaan kijken wat er mogelijk is, dat ondersteunen we van harte. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Zaal. Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank voorzitter en dank ook aan de ChristenUnie voor dit onderwerp. Het was mij onbekend dat dit zou gebeuren maar het is inderdaad wat u zegt, ongelijkheid op dat vlak moeten we zeker niet willen. Dus wat ons betreft kunnen wij dit zeker onderschrijven. Ik ben ook wel even benieuwd vanuit de portefeuillehouder: is dit omdat het een tijdelijk karakter is of waarom is deze ongelijkheid ontstaan? Hoe
gaan we ervoor zorgen dat als we het breder gaan trekken dat we dan ook iedereen daarin meenemen die daar ook echt recht op heeft. Dus dat we het dan in een keer wel alle ongelijkheid weghalen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer De Raad. Andere fracties nog? Mevrouw Schermers u nog behoefte om te reageren op andere fracties? Anders dan ga ik de portefeuillehouder vragen. Mevrouw Schermers: Eigenlijk alleen maar dank voor de steun. Ik ben inderdaad hoopvol richting de portefeuillehouder dat die het ook gelijk kan oplossen. De voorzitter: Mevrouw Van Ooijen. Dat is even het leegmaken van het geheugen. Dat had ik de vorige keer uitgelegd. Portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Het geheugen is weer leeg dank u wel. Dank u wel voorzitter. De bestuurlijke lijn is op dit moment dat wij geen onderscheid maken tussen Oekraïense kinderen, kinderen die naar de taalklas gaan of kinderen die recht hebben op die regeling van bekostiging voor leerlingenvervoer van onze gemeente. Recentelijk is vanuit de VNG, en recentelijk dan bedoel ik vorige week, is wel het bericht gekomen dat omtrent het vervoer rondom Oekraïense kinderen dat daar wel nieuwe uitgangspunten voor geformuleerd zijn. Daar moeten wij met elkaar nog over praten hoe we daar een vervolg aan gaan geven. Als u zegt, dat heb ik ook gehoord over de taalklas, de kinderen die nu ook naar de taalklas gaan.
Als u zegt: dat moeten we anders gaan regelen. Dan moet ik dat meenemen en dan kunnen we kijken of daar integraal de afweging gemaakt kan worden voor de begroting van volgend jaar. Want het heeft natuurlijk wel financiële gevolgen. De voorzitter: Mevrouw Schermers. Tot slot of ter interruptie moet u maar zelf bekijken. Mevrouw Schermers: Ik hoor u eigenlijk een beetje cryptisch zeggen: er is eigenlijk een nieuw VN-verdrag gekomen of in ieder geval er is een nieuwe uitspraak gekomen over vervoer, nieuwe regeling Oekraïense leerlingen. Betekent dat dan dat bijvoorbeeld een vervoersregeling de kosten die u kunt verhalen op de overheid met betrekking tot het vervoeren van Oekraïense kinderen voor 1-2-2-onderwijs? Want dan zou daar dan weer een gelijkheid zijn. Alhoewel ik vind het nog steeds heel belangrijk, en dan niet in het kader van dat er een ongelijkheid is tussen kinderen uit Oekraïne of uit Syrië of uit welk land dan ook. Maar ook: we vinden het allemaal ongelofelijk belangrijk dat vluchtelingen zo snel mogelijk kunnen meedoen en mee participeren in de samenleving. Daarvoor hebben ze het nodig dat ze de taal zo snel mogelijk leren. Dus ik denk dat we allemaal hier als raadsleden nut en noodzaak onderschrijven van het hebben van een goed 1-2-2-onderwijs. Daar hoort gewoon leerlingenvervoer bij.
Want mevrouw Zaal die zei het al, het was gewoon echt schrijnend hoe dat er telkens weer oproepen werden gedaan om mensen gewoon met hun eigen personenauto leerlingen van weet ik waar allemaal door heel Land van Heusden en Altena te crossen om ze maar bij die taalklas te krijgen. Dan viel er weer iemand uit en dan lukte het weer niet. Dus het zou zo mooi zijn als dat wel bij de taakstelling van de gemeente gaat horen. Mevrouw Van Ooijen: Op uw eerste vraag als ik mag voorzitter, is het antwoord ja. Vanuit de VNG is nu berichtgeving over de bekostiging van die Oekraïense kinderen. Maar we moeten even kijken wat daar precies in staat. Twee, nogmaals dan val ik in herhaling. Wat ik al heb gezegd, als wij met elkaar vinden dat we daar iets mee moeten dan moeten we die integrale afweging wel maken want daar zit wel een prijskaartje aan verbonden. Als wij met elkaar vinden, het vervoer moet bekostigd worden voor alle leerlingen die naar de taalklas gaan, dan moeten daar die afwegingen maken.
Mevrouw Schermers: Even ter interruptie dan voorzitter, dan zou ik het in ieder geval op prijs stellen als u die kosten in beeld kunt brengen zodat wij ook wellicht met een motie kunnen komen zodat we ook weten waar we over praten en op welke manier dat we dan de dekking daarvoor ook rond krijgen. Mevrouw Van Ooijen: Voorzitter, die kosten zullen rond de 50 duizend euro structureel jaarlijks zijn. Mevrouw Schermers: Los van het aantal kinderen? Mevrouw Van Ooijen: Daar zit nu met het aantal kinderen die we nu hebben komen we op een bedrag van 50.000 euro per jaar, structureel. Mevrouw Schermers: Oké. De voorzitter: Mevrouw Schermers, het debat voldoende gevoerd? U heeft alle informatie? U kunt nadenken wat u daarmee wil gaan doen. Dan gaan we naar agendapunt 2.4, de inclusieve samenleving. Ook door de ChristenUnie aangereikt. Wie van de ChristenUnie, wie van de vier? Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers: Sorry voorzitter ik zat nog even bij te komen met het snelle antwoord van wethouder Van Ooijen dat ik dacht, hoe krijgt ze dat zo snel voor elkaar. Is dat voertuig, is dat brandstof, is dat naja. Maar we gaan verder. De inclusieve samenleving. In de jaarstukken staat heel nadrukkelijk: we omarmen het VNverdrag wat gaat over bijvoorbeeld het VN-verdrag Handicap. Dan gaat het met name over het fysiek toegankelijk maken van gebouwen. Er zou een lokaal plan van aanpak komen.
Maar door capaciteitsproblemen, capaciteitstekorten is het niet gelukt om daar aandacht voor te krijgen. Nu staat inclusiviteit opnieuw in het bestuursakkoord. Wij willen graag dat het niet alleen maar woorden zijn maar ook daden worden. Dus vandaar de oproep. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Schermers. Mevrouw Maris, Progressief Altena. Mevrouw Maris: Dank u wel voorzitter. Dank u wel mevrouw Schermers, een oproep naar mijn hart. Of in ieder geval, naar ons hart. Progressief Altena staat hier altijd voor inclusiviteit en heeft mij ook toch een beetje teleurgesteld dat in de terugblik een rapportage staat dat het door capaciteitsproblemen is blijven liggen. We weten allemaal dat er capaciteitsproblemen zijn. Dat is hier het meest gevallen woord, op onwelwillend volgens mij na. Maar of niet onwelwillend. In ieder geval zou ik toch voor willen pleiten om dit ook op de prioriteitenlijst dan te krijgen. Of in ieder geval daar toch wat meer toezeggingen over te krijgen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Maris. Mijnheer Den Haan wordt weer naar voren gestuurd door zijn fractie. De heer Den Haan: Dank je wel voorzitter. Ze tikten mij aan en ze zeiden: dit gaat ongeveer weer over capaciteitstekort en over dienstverlening dus ga jij maar weer.
Dus ik had gehoopt dat mevrouw Schermers zou zeggen: we hebben het daar al over gehad over die dienstverlening en over capaciteitstekort en dus ook weer over prioritering. Dus het zijn voor mij weer dezelfde woorden. Ook de noodzaak die zien wij dus laten we gaan prioriteren en dan kijken wat er uit kan komen, wat we kunnen doen. De voorzitter: Ik kijk nog even rond of er andere fracties zijn. Mevrouw Schermers: Heel even een korte interruptie naar mijnheer Den Haan.
De voorzitter: Dat mag en mevrouw Buchholtz mag wat vragen. Mevrouw Buchholtz: Betekent dit vrij vertaald dat u steun gaat geven om eventueel met een motie te komen? De heer Den Haan: Wat ik niet gezegd heb maar wat ik wel bedoel is dat ik ook nog even afwacht wat de portefeuillehouder gaat zeggen. Mevrouw Buchholtz: Helder. De heer Den Haan: Dan hebben we nog even tijd om met elkaar te sparren. Mevrouw Buchholtz: Voordat u nog drie keer moet heen en weer lopen. De voorzitter: Mevrouw Buchholtz van het CDA. Mevrouw Buchholtz: Dank u wel voorzitter. Het CDA kan ook achter het punt staan van mevrouw Schermers. Een leuke anekdote misschien van mijzelf. Van de week heb ik mogen ervaren tijdens een inclusiemiddag hoe het is om in een scootmobiel te rijden en in een rolstoel. Ook fysiek gebouwen in moeten rijden. Dus ik kan mij helemaal voorstellen hoe het is als een gebouw niet toegankelijk is. Hoe fijn is het als het gewoon wel voor iedereen toegankelijk is. Dus wij onderschrijven het punt. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Buchholtz. Ik kijk nog even rond. Andere fracties? Niet. Mevrouw Schermers nog tot slot even kort. We kunnen ook even naar de portefeuillehouder gaan hoor. Zullen we dat doen? Mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter dank u wel. De inclusieve samenleving, wat verstaan we daar dan onder? Dat is dan natuurlijk meteen een interessante vraag die op popt.
Wat dat betreft dank aan mevrouw Schermers zeg ik via u voorzitter, dat zij daar in ieder geval meteen al een clustering heeft aangebracht. Dat maakt het voor ons ook wat makkelijker om deze vraag te beantwoorden vanuit het college zal ik maar even zeggen. Dan denk ik voorzitter dat ik daar toch met enigszins goed nieuws mag komen. Dat heeft ermee te maken dat wij ook in het college hebben gekeken: hoe gaan we hier nu mee om met die toegankelijkheid? Omdat het wel degelijk een heel belangrijk punt is. Hoe gaan we dat nu laten landen ook in ons eigen beleid? Gelukkig komt er een strategisch accommodatiebeleid waar we dit ook in terug gaan laten komen. Dat zal u niet van mij krijgen zeg ik tegen de raad, maar van mijn collega de heer Sheikkariem. Waarbij we dit wel degelijk mee gaan nemen waar dus die toegankelijkheid ook een heel belangrijk punt gaat zijn. Direct na de zomer mag de raad daarvoor een uitgangspunten document ontvangen zodat we daarover in ieder geval met elkaar in gesprek gaan waarna dat verder uitgewerkt kan worden. Daar zal toegankelijkheid dus ook een belangrijk punt in zijn. Dus in die zin heeft het college hem zeker op het netvlies en gaan we die ook meenemen. De voorzitter: Mevrouw Schermers, debat voldoende gevoerd? Mevrouw Schermers: Ja zeker. Dank met de toezegging.
Dat betekent dat we ons opnieuw moeten beraden of dat het dan inderdaad de noodzaak heeft om het met een motie te bekrachtigen of dat het eigenlijk al in het stukje uitvoering nu verankerd zit. De voorzitter: Dank u wel. Daar gaat u over nadenken. Daar zoekt u eventueel andere partijen over. Gaan we naar agendapunt 2.5, het project Geweld hoort nergens thuis. Mevrouw Schermers stond al klaar. Gaat uw gang.
Mevrouw Schermers: Dank u wel voorzitter. Het wordt bijna saai, mijnheer Den Haan gaat u maar vast lopen. Want ook dit gaat weer over een capaciteitsprobleem, dus een stukje dienstverlening wellicht. Maar waar we het net nog hadden over het oranje gebied zit dit stukje zelfs in het rood. Dus er staat daadwerkelijk zo een rode smiley met zijn gezichtje naar beneden. Ik denk ook dat het een heel belangrijk aandachtspunt is. Want het kan toch niet zo zijn dat kinderen, maar ook volwassenen de dupe kunnen worden van een capaciteitsprobleem bij de gemeente en dat daardoor zo een belangrijk punt als Geweld hoort nergens thuis en daar dus geen plan van aanpak is op dit onderwerp. Dus vandaar dat wij hem hier op de agenda willen plaatsen om daar nadrukkelijk aandacht voor te vragen. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Schermers. Ik kijk rond of er andere fracties zijn. Ik zie de heer Noordergraaf als eerste lopen. De heer Noordergraaf: Dank u wel voorzitter. Dank voor de ChristenUnie voor het inbrengen van dit punt. Het wordt een beetje een repeterend verhaal. Ook dit is uiteraard niet wenselijk dat dit vanwege capaciteitsprobleem nog niet opgepakt is. Dus graag urgentie hierop en we horen ook van de portefeuillehouder graag de uitleg hierbij. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel voorzitter.
Inderdaad, repeterend verhaal maar oprecht weer hartelijk dank voor het agenderen van dit onderwerp. Ik zag wel in het bestuursakkoord staan dat we aan de regionale strategie of zelfs een uitvoeringsprogramma gaan werken voor huiselijk geweld. Dus wellicht dat hier toch wel ook wat goed nieuws te melden is. Maar goed dat hoor ik ook graag van portefeuillehouder. Maar zeker steun vanuit Progressief Altena. De voorzitter: De heer Den Haan van Altena Lokaal, gaat uw gang. De heer Den Haan: Dank u wel voorzitter. U weet het wel wat ik ga zeggen. Ik had gehoopt dat mevrouw Schermers dat zou zeggen dan had ik niet op hoeven te staan. Want dat had u namens mij gewoon mogen zeggen, namens Altena Lokaal. Had u gewoon mogen zeggen. Maar ook hier geldt, en de vorige sprekers hebben dat ook al aangehaald, het capaciteitstekort. Het is een prioriteit en laten we dan met elkaar kijken welke prioriteiten dat we aan moeten gaan pakken want we kunnen niet alles. Dat vertrouwen geef ik wel het college dat we daar, dat hebben we ook al kunnen lezen, dat we daar wel mee bezig zijn. Dat heeft tijd nodig. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Den Haan. Mevrouw Schermers: Even reagerend op mijnheer Den Haan dan toch weer.
Maar betekent dit dan dat u dus zegt, als het dan in het lijstje staat wij, wat heeft dan een hele prioriteit, dan is dit onderwerp zijn wij het eens met de ChristenUnie dat dit een enorme hoge urgentie heeft. De heer Den Haan: Dat heeft net als heel veel andere onderwerpen een hoge … Mevrouw Schermers: Ja maar u snapt net zoals wij dat als je de focus op honderd onderwerpen legt … De heer Den Haan: Ja dat snap ik ook. Mevrouw Schermers: Dat het dan wel heel erg …
De heer Den Haan: Maar die snapt u ook toch. Mevrouw Schermers: Die snap ik ook. Maar daarom heeft de ChristenUnie juist een aantal keuzes gemaakt. De heer Den Haan: Ik heb onderwerpen van de week gehoord dat ging over lekkende riolering, het ging over piepende deuren. Zo hebben we nog een heleboel zaken maar dit … Mevrouw Schermers: Maar even alle gekheid op een stokje mijnheer Den Haan, het kan toch niet zo zijn dat een piepende deur vergelijkbaar is met Geweld hoort nergens thuis. Dat kinderen daardoor … De heer Den Haan: Zeker niet. Mevrouw Schermers: In een onveilige situatie zitten. De heer Den Haan: Als u dat probeert in mijn mond te leggen … Mevrouw Schermers: Nee precies. De heer Den Haan: Nee dat is niet zo. Mevrouw Schermers: Ik wil het debat zo scherp voeren. De heer Den Haan: Wij zijn het met elkaar eens. Mevrouw Schermers: Dat wilde ik graag horen. De voorzitter: Mooi dit debatje. Dan zullen we even naar de portefeuillehouder gaan voor een reactie. Mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, we vliegen er doorheen op deze manier. Het programma Geweld hoort nergens thuis. Ik denk dat ik in algemene zin mag constateren dat er veel te doen is in het sociaal domein en dat dat een heel flinke uitdaging is met de arbeidscapaciteit die we daar op dit moment voor hebben.
Dat betekent inderdaad dat daar keuzes in zijn gemaakt en dit is een van de programma’s die daarin nog niet tot uitvoering is gekomen. Daarmee zeg ik volgens mij voor niemand iets nieuws. Juist daarom hebben we ook hier ingezet op juist toevoeging van die ambtelijke capaciteit zodat we daar wel invulling aan kunnen gaan geven. Want ook wij zien vanuit het college die prioriteit. Daar moet dus iets in gebeuren. Daar hebben we een belangrijke taak te doen. Die voeren we niet alleen uit vanuit de Gemeente Altena. Voor een deel hebben we onze taken ook belegd bij Veilig Thuis. Veilig Thuis is een organisatie die daar ook mee aan de slag is. Dat is ook een samenwerking daarin. Ik kan het niet mooier maker dan het is, al zou ik dat misschien soms wel willen. Ook bij Veilig Thuis is het soms lastig om zaken goed, snel en direct op te pakken. Dus dat is ook een wisselwerking en een samenwerking daarin. We zullen in ieder geval in de begroting 2023 met een voorstel komen om weer te kunnen gaan effectueren om het ook op te kunnen gaan pakken. Op dit moment is het ook gewoon wel lastig om hier ruimte voor te maken naast ook alle andere prioriteiten die vanuit de raad al zijn aangegeven. Los van wat er natuurlijk wel al loopt. De voorzitter: Mevrouw Schermers.
Mevrouw Schermers: Dank u wel voor het antwoord. Dit nood mij aan de andere kant dan wel dat ik denk: dat betekent dus dat u eigenlijk zegt, we willen wel maar we kunnen nog steeds niet en er is zo veel wat op ons bordje ligt. Dan wil ik nogmaals benadrukken dat wij als ChristenUnie dit toch wel een hele prioritering gaan geven. Dat het dus niet weer mag verzanden in de hoeveelheid taken die er liggen omdat dit voor ons een hele belangrijke is. De voorzitter: Portefeuillehouder gaat uw gang. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter. Die hoor ik ook heel duidelijk dat daar prioriteit aan wordt gegeven. Ik heb ook eerder in de raad gehoord dat er heel duidelijk ook prioriteit wordt gegeven aan armoede. Dat zijn ook allemaal onderwerpen die natuurlijk wel met elkaar in verband staan, aan elkaar gelieerd zijn. De vraag is hoe gaan we dat nu laten landen? Geweld hoort nergens thuis is natuurlijk een heel specifiek programma. Wat daar eerder al in een pilotfase nu breder wordt uitgerold, ook landelijk, is waar we bij aan kunnen haken. Daar ligt inderdaad een puzzel. Dus in die zin onderschrijf ik zeker wat de ChristenUnie hier naar voren brengt en hebben we daar iets in te doen en hebben we daar dus uiteindelijk ook wel de menskracht voor nodig om dat voor elkaar te gaan krijgen. De voorzitter: Dank u wel.
Mevrouw Schermers debat voldoende gevoerd? Mevrouw Schermers: Wellicht krijgt het inderdaad nog een vervolg. Heel kort nog een prangende vraag. Is op dit moment dan wel de ambtelijke capaciteit al in huis om hier aandacht aan te geven? Want als u zegt 2023 dan is dat niet meer zo heel erg ver weg want dan hebben we het al over een half jaar. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter ik denk dat het een heel terechte concrete vraag is waar ik even schriftelijk op terug ga komen want die heb ik niet zo direct paraat maar daar komen we even op terug. De voorzitter: U heeft een toezegging te pakken mevrouw Schermers en daar krijgt u een antwoord op. Dan gaan we naar programma 3, Veelzijdig Altena. Dan beginnen we bij 3.1, dat gaat over bedrijventerreinen door twee fracties aangegeven. De VVD en de SGP. Ik kijk wie er als eerste naar de microfoon gaat lopen. Ik zie de heer Versluis van de SGP. De heer Versluis: Voorzitter, dat was inderdaad afgestemd dus ik ben blij dat ik eerst blij. Want ik denk nog even terug op het moment dat bestuursakkoord hier gepresenteerd werd en dat de VVD toen de bedrijventerreinen miste in het bestuursakkoord. Daarom heb ik hem eigenlijk vanavond op de agenda gezet. Want ik zou haast zeggen tegen de VVD, het is een van de speerpunten van de SGP. Als die niet in het bestuursakkoord had gekomen hadden we misschien helemaal niet meegedaan.
Zeg ik met een lichte knipoog. Dus wij vinden dat heel erg belangrijk. Dat wil niet zeggen dat wij geen vertrouwen hebben dat het niet goed gaat komen. Maar het is wel een item die ook heel erg spannend gaat worden en een bepaald capaciteitsprobleem kent van heel andere orde als programma twee. Maar een figuurlijk capaciteitsprobleem. Wil in ieder geval richting het college toch wel oproepen om in ieder geval vol te houden om ons ook volgens de motie van vorig jaar ons vier keer per jaar te informeren: wat heeft u gedaan, wat heeft u bereikt, waar staat u. Het was een opdracht aan het oude college maar we gaan er vanuit dat het nieuwe college ook deze afspraak voortzet. Ik zou zeggen, kijkt u goed naar de kalender want het kwartaal is volgens mij inmiddels bijna weer voorbij. Verder, wij maken ons toch wel een beetje zorgen om de stand van zaken en de beantwoording naar aanleiding van artikel 53 vragen. Daar wordt gesproken van: we hebben een nieuw zoekgebied in Werkendam. Maar moet u toch wel rekenen op een minimale zeven jaar voorbereiding. In onze ogen gaat dat te lang duren en moeten we te veel bedrijven teleur gaan stellen. Dat zal ook zijn weerslag hebben op de
economie en de werkgelegenheid. Dus we zouden u toch in ieder geval op willen roepen om daar proberen wat versnelling in te krijgen. Maar wij hebben daar toch wel een andere zorg aan gekoppeld. Giessen dat gaat straks lopen. We hebben begrepen dat er heel veel interesse is. Veel meer interesse als dat we gronden hebben. Ik kan mij ook voorstellen dat bedrijven uit Giessen niet in de toekomst naar Werkendam willen komen. Dus zit u eigenlijk wel op het goede spoor om met een zoekgebied te werken? Dus alleen voor Werkendam en niet breder. Wat we ons eigenlijk ook gelet op de situatie waar we in zitten op dit moment, dus we hebben niks beschikbaar. We hebben heel veel verkocht maar er wordt weinig gebruik van gemaakt. De zogenaamde schaarste die eigenlijk onbenut worden. We zouden haast een beetje stiekem denken: gebeurt hier iets van grondspeculatie? Je kunt het maar hebben maar we zien wel wanneer we het gaan gebruiken. Maakt u als college niet te gemakkelijk gebruik van het artikel om uitstel te verlenen op een bouwplicht. Het steekt ons als SGP zeer dat er misschien wel 60 procent van de bedrijventerreinen in Werkendam onbebouwd blijft liggen met afspraken, u mag nog wel even wachten. We weten niet wanneer ze het wel gaan gebruiken.
We zijn eigenlijk een beetje aan het zoeken: kunnen we hier een iets andere beweging in krijgen? Natuurlijk, u heeft afspraak gemaakt in het verleden maar we zijn eigenlijk een beetje aan het nadenken: wat kunnen ze daarmee om in ieder geval de schaarse middelen tijdig te kunnen gebruiken maar ook bovenal nog sterker, harder in te zetten in niet alleen het zoeken maar het realiseren van nieuwe bedrijventerreinen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Versluis. Mijnheer Kolff van de VVD. De heer Kolff: Dank u wel voorzitter. Het college, Arjan Versluis heeft het al gezegd. De VVD ‘…’ industrieterrein. Dus ik wil het even aanvullen. Zijn pleidooi was redelijk tot goed. Alleen wij wilden hem toch breder trekken en gaan onderzoeken of aan het college opdragen om te gaan onderzoeken wat de behoefte is in onze gemeente. Niet alleen in Werkendam. Er zijn heel veel plaatsen, heel veel bedrijven die ruimte hebben, nodig hebben en in de toekomst zeer veel nodig hebben. Dus we dragen het college op te gaan onderzoeken wat de behoefte is en wat de vraag is om dat in kaart te brengen en zeker niet jaren erop laten wachten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Kolff. Mijnheer Timmermans van de VVA. De heer Timmermans: Dank u voorzitter. Ik wil het ook even onderstrepen wat mijnheer Versluis net zegt. Ik heb ook even het dingetje erbij gepakt wat in het programma staat.
Inderdaad, ik lees Werkendam en Giessen maar ik lees niks over het oude Aalburg. Dat bevreemde mij een tijdje geleden al dat er eigenlijk niet op ingezoomd werd en nu lees ik het weer. Ik denk dat daar voldoende mogelijkheden nog liggen op industrieterrein in Veen die ook gewoon onbenut blijven. Dus college ik zou daar toch willen vragen om daar doelgericht eens even naar te kijken. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Timmermans. Het oude Aalburg is ook het nieuwe Altena. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u voorzitter. Ik denk dat het terecht is gesteld dat er echt inderdaad serieus moet worden gekeken naar de industrieterreinen. Maar ik zou hem toch eventjes iets breder willen trekken en ook richting mijn collega-raadsleden. Want inderdaad, we kunnen het college oproepen om die inventarisatie te maken en kijken wat er nodig is. Maar goed, ook wij hebben een aantal schriftelijke vragen gesteld en daar blijkt inderdaad uit dat de vraag groter is dan dat wij op de regionale bedrijventerreinen Werkendam en Giessen kunnen huisvesten dat er gewoon meer vraag is. Dat ze die gewoon dus niet kunnen leveren. Wat mij nog meer bevreemd heeft in de beantwoording is dat er pas een industrieterrein wordt ontwikkeld als er een concrete vraag is. Dus we hebben hier ook met een beetje een raar mechanisme te maken. Bijvoorbeeld in
Giessen is er iemand die vijf hectare industrieterrein wil en dan pas gaat men de ontwikkeling opstarten. Vervolgens daarmee is dus ook de helft van het industrieterrein al verkocht voordat de gemeente überhaupt begint met de ontwikkeling van een industrieterrein. Dan denk ik dat wij als gemeente op de verkeerde manier bezig zijn. Volgens mij moeten we ook als raad veel proactiever zijn in wat willen we wel, wat willen we niet. Want ook daarin zien wij nog best wel wat problemen. Bijvoorbeeld terug naar Giessen, iemand vraagt 5 hectare. Dat is prima, doen we. Maar hier wordt niet de vraag gesteld, is dat het juiste bedrijf op dat industrieterrein? Ook daar moeten we denk ik als raad beter en als college of de opdracht meegeven aan het college, om daar beter in te sturen en daar echt een actieve rol in te pakken. Ik zou dus het pleidooi wat willen verbreden dat we echt goed gaan kijken: welke industrie willen we hier wel, welke willen we hier niet en waar willen we het. Inderdaad zijn twee industrieterreinen voldoende of moeten we echt naar alle kernen kijken of er breder behoefte is aan ruimte waar we kunnen bouwen aan bedrijfspanden. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Duizer. Ik zie de heer Alderliesten al achter de microfoon staan. Dan krijgt de heer Vos het woord. Mijnheer Alderliesten.
De heer Alderliesten: Ik denk ik zie de heer Alderliesten en ik geef de heer Vos eerst het woord maar dat was andersom. Dank voorzitter. De voorzitter: Dat zou zomaar een keer ook wel voor kunnen komen, nu niet. De heer Alderliesten: Ik was opgestaan omdat ik eigenlijk een discussie hoorde die vooral ging over kwantiteit maar gelukkig hoor ik de heer Duizer, en zo ken ik hem ook, de kwaliteitskaart ook trekken. Want ik denk dat dat ook een belangrijk punt is wat node gemist wordt in in ieder geval de inleiding van de SGP. Wat ik wel wil doen is behalve dank zeggen voor de vraag, want dat hoort erbij, is in ieder geval onderstrepen ook dat het intensief gebruik van de bestaande bedrijventerreinen dat dat iets is wat ons ook aan het hart gegrepen is. Tegelijkertijd zien wij dat niet elk bedrijf noodzakelijk op een bedrijventerrein zich hoeft te gaan vestigen omdat er natuurlijk ook bedrijvigheid is wat zich prima in de huidige kern kan blijven bestaan. Bij gebrek aan betere woorden. Waar wel die bedrijventerreinen juist voor geschikt zijn, zijn natuurlijk de bedrijven die te groot geworden zijn om op een huidige locatie te kunnen blijven bestaan. Vandaar dat die ruimte, die schuifruimte er zeker moet zijn.
Als we horen dat er inderdaad een groot tekort is gezien ook de huidige actieve vraag die bij bedrijven al speelt, dan is dat zoekgebied naar verruiming van bedrijfsterreinen is natuurlijk heel logisch ook vanuit de leefbaarheid die we graag in de kernen willen behouden en de ruimte voor ondernemerschap die we willen bieden. Nadrukkelijk wil ik dus onderstrepen het belang daarvan van voldoende schuifruimte. Juist ook om die kwaliteitskaart te kunnen spelen in de kern. Daarbij het intensief benutten van bestaande bedrijventerreinen. Waar de heer Versluis ook terecht van zegt: we hebben zoveel ongebruikte gronden liggen die eigenlijk liggen te wachten nu. Tot slot, de laatste onderstreping van de kwaliteitskaart noem ik het maar even, welke bedrijven we dan graag willen faciliteren binnen onze gemeente. Want we hebben natuurlijk een aantal topsectoren noem ik het maar even. Daar zien we graag zoveel mogelijk ruimte voor komen. Wat wij minder graag zien en dat hebben we in het verleden natuurlijk wel gezien is dat wij naar buiten kijken om onze bedrijventerreinen te vullen met bedrijven die nauwelijks een bijdrage leveren aan die structuur die we zo graag als topsector willen onderstrepen. Dus de kwaliteitskaart hierbij nog even onderstreept. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Alderliesten. Mijnheer Vos van het CDA. De heer Vos: Dank u wel voorzitter.
Dank u wel mijnheer Versluis, heel erg helder denk ik wat u aan de orde stelt. Daar kunnen wij best mee leven. Ik zou wel graag ook willen dat wij de visie waar we het een poosje
terug over gehad hebben, Werken in Altena, dat we die misschien ook nog erbij kunnen betrekken. Dus ik zou van de wethouder ook wel willen weten of dat daar mogelijkheden voor zijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Vos. Mijnheer Versluis u staat nog steeds maar ik stel voor dat we … Wethouder Tanis. De heer Tanis: Dank voorzitter. Ik ben overigens bang dat ook de heer Den Haan nog komt en mevrouw Schermers. Dus blijf rustig zitten. Daarom. Voorzitter, de eerste vraag van de heer Versluis kan ik natuurlijk makkelijk beantwoorden. Kijk er zijn in het verleden toezeggingen gedaan met betrekking tot de informatieplicht over dit thema in de richting van de raad. Dus het is logisch dat het nieuwe college dit ook nakomt. Dat is een. Twee, als u zegt: doe je best om de termijn van zeven jaar te bekorten. Dat zullen we zeker doen. Maar ik kan gewoon, daar moet ik gewoon heel eerlijk in zijn voorzitter, geen garantie op succes geven. Wij zijn nu bezig met een zoekgebied ten noorden van Werkendam in relatie tot de mogelijke uitbreidingslocatie ook voor woningbouw en de nieuwe ontsluitingsweg. Daar bent u over bijgepraat in de oude setting. Daar is toegezegd dat u rond de zomer de voortgang daarvan komt. Ik heb het conceptrapport gezien dus dan kunnen we daar meters mee maken.
Maar u weet ook dat als het gaat over dat gebied, en dat geldt eigenlijk voor alle gebieden, dat we A: pas kunnen acteren richting de provincie op het moment dat er sprake is van een concrete vraag. Die vraag is er dus dat probleem is er niet. Maar dan zullen we vervolgens met de provincie in gesprek moeten gaan, zullen we vervolgens met de regio in gesprek moeten gaan. Dat staat dan nog los van alle ruimtelijke procedures die we met elkaar moeten lopen tot en met het daadwerkelijk inrichten van het gebied. Dan is het gewoon zo. Ik kan het ook niet mooier maken dan dat het is. Dat daar al heel snel zes zeven acht jaar voor nodig is. Dat betekent niet dat deze portefeuillehouder zich daar op voorhand bij neerlegt. Maar het is wel de werkelijkheid zoals die geldt voor dit soort ontwikkelingen voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kolff bij interruptie. De heer Kolff: Dank u wel voorzitter. Ik kan de wethouder gedeeltelijk volgen. Wij willen meer uitgaan van visie. Je kan wachten tot de bedrijven komen: wij willen grond. Je kan ook een visie neerleggen en met die visie kan je naar de provincie gaan. Eerst moet je wachten tot de grond, inderdaad. Dan ben je vijf tot acht jaar verder. Als je een visie hebt dan kunnen de bedrijven erop inspelen. Dus je gaat onderzoeken wat de visie is en wat de vraag is en niet eerst wachten tot mensen komen. De voorzitter: Portefeuillehouder.
De heer Tanis: Dank u voor de aanvulling. U haalt voor een deel de woorden uit mijn mond. Want ik was eerlijk gezegd ook nog niet klaar voorzitter met mijn betoog. Ik heb even de volgorde van de opmerkingen van de heer Versluis maar even gepakt om mijn verhaal even op te bouwen. Als het over de ontwikkeling van het bedrijventerrein Giessen gaat, dan is het inderdaad zo dat er veel belangstelling is voor dat gebied. Dat is een. Ik hou van transparantie voorzitter. Dus ik zeg het maar zoals het is. Ik heb dit ook besproken met het ROB. Ook deze portefeuillehouder vindt dat bij de ontwikkeling van nieuwe gebieden wij in de toekomst vooraf uitgiftecriteria vast moeten stellen. Dus wat dat betreft zitten wij exact in dezelfde lijn. Het voelt bij mij ongemakkelijk zeg ik heel eerlijk dat er nu een lijst is van potentiële geïnteresseerde bedrijven. Formuleer het nadrukkelijk zo want dat is natuurlijk niet allemaal hard wat er nu op de lijst staat. Dat we nu na moeten gaan denken over uitgiftecriteria. Ik vind dat zelf de omgekeerde wereld. Ik hou van transparantie aan de voorkant zodat bedrijven die zich melden bij bijvoorbeeld Giessen helder hebben welke criteria de gemeente hanteert. Anders zou er iets kunnen ontstaan van een zweem van onzekerheid en onduidelijkheid. In het kader van de
beantwoording van uw vragen hebben we daar ook over gesproken. Dat wil deze portefeuillehouder en het college absoluut voorkomen. Dan de kop van Brabant. Voorzitter dat is natuurlijk een ongelofelijk ingewikkeld punt. Dat hebben we ook gewoon geprobeerd aan te geven richting de raad ook bij de beantwoording van de raadsinformatiebrief. Een deel is natuurlijk al jaren geleden verkocht. Dat was niet de tijd van de hoogconjunctuur. Daar liggen, ik kan het ook niet mooier maken dan dat het is, heel concreet contracten onder waarin bepaalde toezeggingen zijn gedaan en waarbij ook niet direct bouwplicht opgenomen is. Dus juridisch staat de gemeente, in casu dus het ROB wanneer die contracten in het verleden heeft gesloten, zwak. Ik zeg u wel toe, toeval of niet, morgenmiddag hebben wij een aandeelhoudersvergadering van het ROB. Ik zal dit punt daar ook zeker op de agenda zetten om nog eens even te kijken welke mogelijkheden hebben wij juridisch en als we juridisch geen mogelijkheden hebben zouden we wellicht ook gewoon eens het gesprek aan kunnen gaan met een aantal bedrijven die daar kavels hebben liggen die maar gedeeltelijk bebouwd zijn om te kijken wat hun plannen zijn en zijn er misschien in der minne mogelijkheden. Maar juridisch zijn onze mogelijkheden beperkt om op dit moment dingen af te dwingen.
Dan het laatste punt voorzitter en dat sluit aan bij de opmerking van de heer Kolff. Ik ben het volledig met hem eens. Als ik kijk naar wat op dit moment de vraag is vanuit het maritieme cluster rond Werkendam, dat is een. Twee, als we dan vervolgens ook nog constateren dat ik nog steeds hoop of dat ik nog steeds, dat ik hoop dat we voortgang kunnen bereiken op het dossier van de derde haven waardoor het mogelijk zou moeten zijn op termijn ook vervangende ruimte te vinden voor een paar bedrijven die mogelijk verplaatst zouden moeten worden. Dan moeten we daar op anticiperen. Datzelfde geldt voor de lijst die wij recent hebben gezien van geïnteresseerde bedrijven rond Giessen. Ook daar zullen we met elkaar over moeten praten. Ik wil daar graag met de raad nog eens een keer verder over praten voorzitter. Want ook deze portefeuillehouder en het college zit in een modus dat we verder moeten kijken dan Werkendam-Noord en Giessen. Wat mij betreft op korte termijn om ook het bedrijfsleven binnen Altena een plek te geven. Mijn allerlaatste uitsmijter voorzitter. Heel recent heeft de raad de economische visie vastgesteld waar ook de heer Vos aan refereert. Ik hoor wat sprekers roepen: let op dat we niet de deur open zetten voor allerlei bedrijven. Het uitgangspunt in de economische visie is glashelder.
De bedrijventerreinen ontwikkeling is in principe voorbehouden voor bedrijven vanuit Altena. Dat is het uitgangspunt wat het college en dus ook het ROB namens de Gemeente Altena hanteert. De voorzitter: Mijnheer Duizer, bij interruptie. De heer Duizer: Dank u voorzitter. Ik hoor de wethouder beamen dat het inderdaad belangrijk is dat we als raad daar nog eens binnenkort een keer over hebben en onze visie wat verder aanscherpen. Maar is er ook voldoende capaciteit binnen dit huis om zo een visie ook aan ons voor te leggen? Ik wil ook wel namens u maar ik wil Hennie erbij vragen hoor als dat makkelijker is. Dat wordt onderstreept door Altena Lokaal. Maar goed we kunnen hier met zijn allen zeggen: we moeten er op korte termijn op terug komen maar we moeten ook realistisch zijn. Heeft u ook de capaciteit om daar in het najaar bijvoorbeeld echt een keer weer op verder te kijken. Want we zitten toch wel met het punt Giessen is straks het enige wat grotere ontwikkeling die in deze komende bestuursperiode wordt uitgegeven. Waarin we ook iets kunnen doen voor de ondernemers. Als we daar heel veel mensen gaan teleurstellen dan creëren we ons eigen probleem. Dus ik zit toch wel een beetje te kijken: hoe gaan we dit op een goede manier aanvliegen. Hebben we daar ook wel de capaciteit voor? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Duizer. De heer Tanis.
De heer Tanis: Voor een deel voorzitter kan ik die vraag beantwoorden. De problematiek rond de ambtelijke capaciteit hier hebben we het vandaag al voldoende over gehad. De andere kant is natuurlijk zo dat het ROB
namens de gemeente ook capaciteit beschikbaar heeft. Ik wil dit thema ook nadrukkelijk daar op de agenda zetten omdat natuurlijk de uitgifte van bedrijventerreinen en de inventarisatie, wij zijn op dit moment bezig met de actualisatie van dat rapport. Dat is rapport is in concept klaar. Dat komt ook uw kant op, waarin er prognose en doorkijk gegeven wordt van de prognosticeerde behoefte aan bedrijventerreinen tot ongeveer 2030. Wat ook een onderligger is van deze discussie. Dus ik kom daar gewoon op terug voorzitter. Ik kan hier even geen ja of nee op zeggen. Ik vind namelijk ook een deel van een rol van het ROB. Het ROB zou er natuurlijk ook een opdracht voor kunnen krijgen namens de gemeente. De voorzitter: Mijnheer Duizer nog een keer. Mijnheer Duizer: Mag ik daar ook uit concluderen dat de ROB iets meer de regie neemt op het industrieterrein in Giessen? Want in de beantwoording op de vragen die wij hebben gesteld leek de regie over dat industrieterrein volledig buiten de gemeente te liggen en bij een particuliere ontwikkelaar. De heer Tanis: De verkoop, nog geen eens de verkoop, het loket waar bedrijven zich aan kunnen melden voor Giessen lig inderdaad buiten het ROB. Maar de keuze die daarvoor gemaakt is, is omdat een deel van de gronden die we nodig hebben voor de ontwikkeling van het gebied van het ROB ook eigenaar was van die desbetreffende partij.
Dat is de reden dat voor dit project voor deze constructie is gekozen. De voorzitter; Mijnheer Duizer nog een keer. De heer Duizer: Mag ik de wethouder er wel op wijzen dat 80 procent van de grond wel van de gemeente is en dat alleen het uiterste strookje, ik geloof zo een 15 procent van die andere ontwikkelaar is. Dus misschien iets meer ballen tonen en gewoon ook zelf de regie nemen. Maar goed wellicht liggen er afspraken die wij niet weten. Dat vind toch wel een beetje bijzonder. Maar als wij 80 procent van de grond bezitten vind ik het raar dat we zeggen: we laten de regie volledig bij een ander. De voorzitter: Portefeuillehouder tot slot. De heer Tanis: Voorzitter, op suggesties ga ik niet reageren. De voorzitter: Dat snap ik. Mijnheer Versluis. Wilt u interrumperen nog op mijnheer Duizer of op de portefeuillehouder of het einde van het debat aankondigen? De heer Versluis: Als ik alleen maar interruptie krijg van u dan zou ik het een interruptie moeten noemen. Maar volgens mij gaat u straks vragen: wat is de samenvatting. Ik ben blij met het debat. Ook de punten die door allerlei collega’s zijn binnen gebracht. Ik denk dat we wat dat betreft allemaal behoorlijk hetzelfde spoor zitten hoewel kwantitatief kwalitatief vind ik wel een gevaarlijke. Maar goed daar spreken we nog wel een keer in de gang over natuurlijk. Dus we zijn blij dat het in ieder geval gewoon helder.
Aanvullingen, u heeft voldoende kaders en huiswerk meegekregen. Ook blij met, dat is denk ik het maximum wat u kunt doen op dit moment. De toezegging, ik ga het overleggen met ROB als het gaat om afspraken uit het verleden. Want het blijft natuurlijk heel erg zuur dat er een groot internationaal bedrijf heel lang geleden misschien wel 30 procent van de bedrijventerreinen verkocht maar er niets mee doet terwijl er zo veel mensen zitten te wachten en ongetwijfeld is dat wel op de manier gegaan destijds in overleg binnen de regels. Maar ik denk dat er ook een aantal gevallen zijn waar we misschien wel iets strenger kunnen zijn. Een aannemer die daar 15 duizend vierkante meter heeft liggen en die even mag wachten omdat eerst een oude locatie klaar moet zijn. Dat is toch een beetje een non-argument. Is de vraag: als iemand het gewoon op dit moment niet nodig heeft
of de eerste drie jaar, dan zou ik haast zeggen: geen uitstel meer verlenen maar dan moet je het gewoon weer terug verkopen aan de gemeente. Wat ons betreft zou dat ook een beetje uw inzet zijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Versluis. Dat was een beetje een afronding van het debat. Volgens mij heeft de portefeuillehouder hier voldoende richting aan gegeven. Ik dank u wel. Dan gaan we naar agendapunt 3.2, het meerjarenprogramma grondexploitaties. ChristenUnie aangekondigd. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u voorzitter. In de NPG hebben wij gelezen, een voorbeeld: de Blokland in Wijk en Aalburg die is nagenoeg gereed. Daar ligt nog een stukje van 5000 meter vrij. Dat stukje ligt er al een aantal jaren en we hebben gelezen dat dat nu in een tender wordt uitgezet richting neem ik aan dan projectontwikkelaars om daar iets te gaan bouwen. Wij willen toch de oproep doen om daar toch nog weer eens een keer te kijken naar een CPO-project. Waarom? Er is al een bestemmingsplan. We zeggen altijd: mensen moeten zelf de regie kunnen nemen. Daar kun je vrij snel iets realiseren. Dus daar kun je ook met toekomstige bewoners heel snel iets doen. Een tweede wat daarvoor pleit is: er is op die locatie al een keer een CPO-project ontwikkeld. Namelijk recht er tegenover. Dat is heel goed bevallen.
Dus waarom zouden we dat concept ook niet daar nog eens een keer doortrekken? Ten derde, de projectontwikkelaar zal de prijs best opdrijven voor de woningen die daar gebouwd worden. Dat lijkt nu al grootschalig dus ook op dat punt pleiten we voor betaalbaar wonen waar mensen zelf de regie hebben en daar heb je een locatie voor, dat kan. Dus laten we dat graag inzetten. Hetzelfde zien wij een beetje op de vrijkomende schoollocaties. De locaties die er nu zijn genoemd zijn locaties die natuurlijk al langer geleden zijn toegewezen aan projectontwikkelaars. Maar er komen nog steeds locaties vrij van de gemeente, van oude scholen. Dat is maatschappelijke grond. Dat is grond die we met zijn allen hebben gebruikt. Dus laten we daar ook vooral de dorpen en de mensen uit de dorpen zelf de regie geven om daar een nieuwe invulling aan te geven in plaats van aan een projectontwikkelaar. Heel vaak ook nog eens van buiten ons gebied die daar eventjes wat komt neerzetten. Je mag het terugkopen voor een hoop geld en je hebt er geen zeggenschap over. We zijn er met zijn allen voor dat mensen meer zeggenschap hebben. Het kan op die locaties. Laten we dat ook vooral doen. De voorzitter: Dat was ‘ie? De heer Duizer: Een derde puntje stond er nog vermeld. Omdat u straks anders gaat vragen, er stond nog een puntje. Optimalisatie over de grotere projecten.
Maar ik heb zelf vanmiddag eventjes de stukken na zitten luisteren. We hebben er twee jaar geleden al over gehad. Ik denk dat de wethouder daar op zich een terecht antwoord heeft gegeven op Achter de Schans. Daar zat een groot verlies op. Dat heeft hij proberen te beperken. Hij heeft het wellicht nog een stukje meer proberen te beperken maar dat zien we niet terug in de NPG. Dus dat vinden we jammer. Maar wel even het signaal afgeven bij dat soort grotere ontwikkelingen vinden wij toch op zijn minst en zeker als dat aan een projectontwikkelaar wordt overgelaten dat dat de gemeente geen geld mag kosten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Duizer. Ik kijk rond. Ik zie de heer Bouman van het CDA opstaan. De heer Bouman: Dank je wel voorzitter. Even reagerend op het punt wat de ChristenUnie inbrengt. Wij hebben in het verleden als CDA eigenlijk elke keer als CPO aan de orde kwam daar positief op gereageerd. We hebben daar ook warme gevoelens op zich voor. De wijze waar bijvoorbeeld het Blokland-terrein zegt: er is al een tender en wellicht al projectontwikkelaars. Wij zouden zeggen: daar zou CPO prima in mee kunnen doen. Het is bij ons niet zo dat een projectontwikkelaar per definitie slecht is. Want we hebben die projectontwikkelaars ook keihard nodig om al die woningen te kunnen realiseren die we hier in Altena willen realiseren voor senioren en ook starters.
Dus dat punt wilde ik wel even maken. Tegelijkertijd als wij als
gemeente wat proactiever kunnen zijn in het stimuleren van CPO-projecten op locaties waar wij in elk geval de eigen regie hebben. Wij zijn ook altijd een warm voorstander van actieve grondpolitiek. Dus daar hebben we de eigen regie. Dan is het CDA daar in elk geval ook van harte mee eens. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Bouman. Ik zie de heer Versluis al in de coulisse staan. Gaat uw gang. De heer Versluis: Voorzitter dank u. Ook aansluitend op het CDA. De SGP heeft natuurlijk ook altijd de voorstellen gesteund om ook naast alle mogelijkheden die we binnen de woonvisie hebben ook in ieder geval mogelijkheden voor CPO te geven. Daarover geen verschil van mening. Hij staat geagendeerd op de NPG. Dus puur het financiële kader. Het is wel een beetje als ik het misschien zo mag zeggen een stokpaardje van u maar het gaat nu over geld binnen het NPG en dus toch eigenlijk iets anders. Uw pleidooi is bekend. Maar het gaat hier natuurlijk om het financiële kader en gelukkig trok u het al een beetje in. Want of dat je door CPO de financiën zou kunnen optimaliseren dat is natuurlijk niet aan de orde. Maar eigenlijk ook een beetje een vraag aan u: u pleit natuurlijk heel erg daarvoor. Maar als het zo breed leeft in de maatschappij, wij als raadsleden kunnen geen CPO-trajecten tevoorschijn toveren.
Hoe zou het dan komen dat er uit onze maatschappij, uit onze gemeente niet gewoon mensen hier bij gemeentes aankloppen met tien of twaalf mensen zegt: hier is een club, een CPO-vereniging, wij willen iets in dit gebied. Heeft u voor ons een positie? Want, als er zo een actieve club zou zijn van tien of twaalf CPO-ers kunnen ze ook met een tender meedoen. Kunnen ze ook inschrijven. Dus, toch een beetje dubbel voor ons. Maar, nogmaals, CPO onderschrijven, maar er moet ook wel initiatief uit de markt komen van de mensen zelf. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Versluis. De heer Duizer: Als ik daarop mag reageren? De voorzitter: Ja, gaat uw gang mijnheer Duizer. De heer Duizer: Want, hij vroeg mij inderdaad iets. Nu moet u wel realiseren dat een CPO-traject een ander verhaal is dan een projectontwikkelaar. Een projectontwikkelaar heeft een zeker vermogen waarin hij aan de voorkant kan schakelen. Bij een CPO zul je dat op een andere manier moeten organiseren. Daar heb je een ander soort ruimte moet je creëren om die mensen de kans te geven. Als die kans er niet is dan zullen ze ook niet opstaan. We hebben het bij de vragenronde hier in het gemeentehuis hebben we het over de woontafel bijvoorbeeld gehad. Wie zitten daar? De projectontwikkelaars, de woningcorporaties en de gemeente.
Daar heeft niemand een belang bij dat individuen een rol gaan spelen in het bouwen van huizen, want daar zit een ander mechanisme achter. Dus, we moeten ook wel echt als gemeente bewust actief die rol moeten gaan creëren en nee we vinden niet dat alles in CPO moet gebeuren. Er is een groot deel wat gewoon een woning van de markt wil afnemen, maar er is wel degelijk een grotere groep die daar echt zelf de regie wel in kan en wil nemen. Maar, ik denk dat er op dit moment, dat zie je bij deze ook, zie maar eens een groep, allemaal individuen, die moeten dan naar de bank, die moeten een bepaald geldbedrag op tafel leggen, die moeten een garantie kunnen afgeven om na zo een tender die grond te kunnen afnemen en dan pas het traject starten en dan kijken of ze over drie jaar de woning hebben gerealiseerd. Dat is een te groot risico voor een individu. Dat kunnen alleen bedrijven en grote coöperaties. Daarom pleit ik ervoor dat we dat, en dan heeft het wel degelijk met de NPG en met ons geld te maken, dan zullen we op een andere manier onze middelen moeten inzetten om dat mogelijk te maken. Vandaar dat ik het hier weer inbreng. En ja, ik blijf het doen totdat het ook landt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Duizer. Mijnheer Alderliesten.
De heer Alderliesten: Ja, dank voorzitter. Dank ook aan de heer Duizer voor de wat verhelderende tekst ook over de optimalisatie van de grondexploitaties, want ik las er even in dat we eigenlijk moesten gaan intensiveren daarin en daar zijn we niet zo een voorstander van, maar logisch dat we graag ook de grondexploitaties op nul of het liefst positief uit zien laten komen. Wat betreft de CPO, daar hebben we het inderdaad ook bij de technische vragenronde even over gehad en Progressief Altena is daar ook altijd warm voorstander van geweest en hebben volgens mij een gezamenlijk een keer iets van een motie of amendement ingediend. Nou, maakt even niet uit. Warm voorstander ook van CPO. We hebben volgens mij ook bij de technische vragen in ieder geval bij de ambtenaar weggelegd dat we eens kijken dat we bij die woontafel voortaan ook bureaus die juist die CPO ‘…’ zeg maar in het veld om die daar op uit te nodigen. Dat is natuurlijk de proactieve houden die we als gemeente eigenlijk zouden moeten uitstralen naar potentiële mensen die graag een CPO-constructie zouden willen aangaan. Want, inderdaad wat de heer Duizer zegt, heel vaak zitten mensen met de handen in hun haren, weten ze niet hoe ze het aan moeten pakken. Als we daar die hand kunnen reiken dan denk ik dat we verder kunnen komen. Verder louter steun voor wat de heer Duizer zegt.