Transcript Gemeenteraad 20.06.2023
Tekst van het document
En van de SGP horen we graag dat ze hun keutel terug intrekken. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Van Gammeren van de SGP.
De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me even af in welke volgorde dat de heer Bouman beantwoording wil? Eerst van het college of eerst van de SGP? Eerst de keutel? Eerst de keutel. Voorzitter, ik vroeg me al af ... Wij hebben inderdaad een pracht van een motie ingediend, die bijna raadsbreed is ondersteund. Er is één partij die hem niet ondersteunt, dat hoor ik zojuist, die is in slaap gevallen. Het is hem vergeven, want dan wil ik hem vanavond gerust nog een keertje indienen, namens de heer Versluis dan. Maar om heel serieus te zijn, ik denk dat wij toentertijd die discussie, bij monde van de heer Versluis, uitentreuren hebben gevoerd. Dat wij als SGP, en raadsbreed werd dat wel ondersteund, onze focus lag op die derde haven en niet zozeer die insteekhaven. Ware het niet dat gaandeweg het traject tussen ‘21 en waar we nu staan ‘23 ook de provincie heeft gezegd van, die insteekhaven dat zien we als een stapsteen naar het vervolg. Afgelopen, moet ik even kijken, 27 maart, volgens mij, hebben we nog een raadsinformatiebrief gekregen. En dat gaat ook over die havenontwikkeling en het integraal riviermanagement. En dat het allemaal langer duurt, mijnheer Bouman, als wat de SGP voor ogen had, dat is een feit, maar we staan er nog steeds achter. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. U mag gewoon interrumperen.
Voor zo lang als u bezig bent, gaat het college nog niet antwoorden. Maar gaat uw gang. De heer P. Bouman: Dit kunnen we maar uitgediept hebben. Maar u zegt, we staan er nog steeds achter. U staat nog steeds achter de insteekhaven of staat u nog steeds achter uw motie dat die einde ‘21 gerealiseerd had moeten zijn of dat u anders ermee gaat stoppen? De heer Van Gammeren: Voorzitter, waar de SGP nog steeds achterstaat, is dat we zo snel mogelijk door willen naar die derde haven. En als het uiteindelijk noodzakelijk is dat die insteekhaven er komt vanuit het beleid van de provincie, dan zullen we daaraan moeten voldoen om uiteindelijk dat doel van die derde haven te realiseren. En in die zin ben ik ook wel weer benieuwd naar de beantwoording van het college, om te kijken van, zit daar wat vooruitgang in? De heer P. Bouman: U trekt uw ultimatum omtrent de insteekhaven in? Niet dat een ultimatum nog veel waard is als die anderhalf jaar verjaard is, maar toch ... De heer Van Gammeren: Ik kan moeilijk zeggen, die blijft staan, want hij is al verlopen. De heer P. Bouman: Ik weet genoeg. De voorzitter: Ik zal het college vragen om te reageren op de vraag over de stand van zaken. Wethouder Tanis.
Wethouder Tanis: Voorzitter, naar aanleiding van een vraag van de heer Timmermans heb ik de afgelopen vijf minuten mijn collega ernstig zien zoeken, samen met de gemeentesecretaris, of er nu een beantwoording opgestuurd is naar de gemeenteraad of niet. En datzelfde gevoel bekruipt mij nu ook, zowel in de richting van de heer Bouman als in de richting van de heer Van Gammeren, want naar mijn bescheiden mening heeft het college op 10 mei jongstleden, naast de brief waar de heer Van Gammeren aan refereert een raadsinformatiebrief gestuurd. Weliswaar kort en bondig, ben ik met iedereen eens. Maar dat het college een opdracht heeft gegeven aan het ROB om een plan te maken met betrekking tot herstructurering voor de werkhaven. En of we het werkhaven moeten noemen of insteekhaven, dat is een ander verhaal. Daar staat in ieder geval heel kort en bondig de huidige stand van zaken in. Ik ga hem niet voordragen voorzitter, want ik neem aan dat hij in het raadsinformatiesysteem staat. Ik heb het niet gecheckt. De hele korte stand van zaken is dat er van één van de betrokken bedrijven inmiddels al anderhalf jaar geleden ongeveer een plan is
ingediend. De bedoeling van deze portefeuillehouder was om vervolgens alle betrokken bedrijven te verleiden tot het ondertekenen van een intentieovereenkomst. Helaas is dat niet gelukt, maar was er wel de bereidheid bij alle partijen om te kijken wat de haalbaarheid is van het definitieve plan. He college heeft daar het ROB een opdracht voor gegeven. En deze portefeuillehouder zit er wel zo in dat we voor eind van het jaar helderheid moeten hebben of de insteekhaven haalbaar is en of we daar de handen voor op elkaar kunnen krijgen, of nee? Omdat het belang wat u schetst ook door het college onderstreept wordt dat de provincie heel nadrukkelijk een relatie legt tussen de derde haven en de insteekhaven. En dat is eerlijk gezegd ook, naast het belang van de sector, het argument voor het college en deze portefeuillehouder om een ultieme poging te doen om deze haven alsnog te realiseren. De voorzitter: Dank. Mijnheer Nieuwenhuizen wil zich nog in het debat mengen. En dan mag u zo direct afronden. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Als je kijkt naar het belang van de insteekhaven, zoals die geschetst wordt met het oog op de ontwikkeling van een derde haven, dan zul je aan moeten tonen dat er belangstelling voor is en dat het bedrijfsleven wat er zit ook graag mee wil werken. Maar ik beluister eigenlijk het tegenovergestelde.
Wordt dat een grotere barrière op weg naar een derde haven, of hoe ziet u dat? Want als ik het zo beluister, dan zijn we daar nog lang niet. Een tweede vraag is, wat de rol van het ROB dan is hierin? Dank u wel. De voorzitter: Wethouder Tanis, dat is een interruptie op u. De heer Tanis: Er waren inderdaad partijen die afgerond een jaar geleden niet de intentieovereenkomst wilden tekenen. Dat viel mij tegen of dat viel het college tegen. In die zin hadden we alle handen niet op elkaar. Maar alle partijen, ook de partij die moeite hadden met het ondertekenen van de intentieovereenkomst, hebben gezegd, wij willen graag met elkaar verder die haalbaarheidsstudie uitlopen. Dat betekent dat er eigenlijk de afgelopen maanden, maar ook de komende maanden dat verder uitgewerkt gaat worden. Dat helder wordt of het technisch en financieel haalbaar is. En ik ga ervanuit voorzitter, dat als dat op dat moment helder is ook de vragen beantwoord zijn die voor één van de betrokken partijen de trigger was om de intentieovereenkomst niet te tekenen. Want het belang van de haven is niet alleen in relatie tot de derde haven, maar is ook natuurlijk in het belang van het ontbreken van voldoende havencapaciteit of kadercapaciteit in de haven zelf.
Het tweede, waarom heeft het college ervoor gekozen om het ROB daar een rol in te geven? Omdat het college het goed leek, gezien het voortraject wat er de afgelopen jaren is geweest, om dat ROB, die toch een wat andere positie heeft dan de gemeente, ook een zekere afstand heeft ten opzichte van de gemeente, makkelijker bij de bedrijven binnenkwam, ook de taal van de bedrijven spreekt. En dat was eigenlijk de belangrijkste reden om het ROB te vragen. Overigens wel via een formele opdracht, die het college via de Ava bij het ROB neergelegd heeft. Er is weldegelijk sturing ook vanuit het college in de ambtelijke organisatie richting het ROB. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Alderliesten, ook nog bij interruptie. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter. Excuus. Mij bekruipt toch een beetje het gevoel dat we wat missen in middelen om voortgang te boeken. En de vraag is eigenlijk van, hebben wij ook nog een stok achter de deur? Ik kan me voorstellen, er zijn landelijk allerlei situaties rondom het zoeken naar natte bedrijventerreinen, die steeds verder afnemen. We hebben allerlei stimuleringsfondsen, maar ook regelingen voor intensief ruimtegebruik. Hebben we daar iets aan of missen we daarin iets? Heeft de wethouder iets extra's nodig wat wij als raad kunnen bieden om hier voortgang op te boeken? Want het is inderdaad wel een situatie die zich
natuurlijk al jaren voortzet. En van heel veel voortgang is nog niet veel sprake, maar uiteindelijk, die grote prijs aan het eind, die is pas binnen handbereik op het moment dat we deze kleine prijs binnengehaald hebben. De voorzitter: De wethouder. De heer Tanis: Voorzitter, we hebben het hier natuurlijk met elkaar meer over gehad. Toen heb ik ook, blijkbaar ben ik niet duidelijk genoeg geweest, de heer Bouman, anders had u deze vragen niet meer gehad, niet helder genoeg geweest. Kijk, het college zit wel in de modus, en dat weten de betrokken partijen, dat het uitwerken van die haalbaarheidsstudie eind van het jaar op tafel moet liggen. Misschien dat het begin volgend jaar wordt, maar rond de jaarwisseling. En dat er dan hom of kuit gegeven moet worden. En als de provincie in de modus blijft zitten van, je moet echt de insteekhaven realiseren voordat wij überhaupt mee willen werken aan de derde haven ontwikkeling, dan rest er, dat heb ik ook heel expliciet aangegeven in de richting van de betrokken partijen, dat er dan twee mogelijkheden zijn. Dat is, of de gemeente trekt zijn handen ervan af en legt het bij het bedrijfsleven en dan zien we het verder wel, of, maar dan zal ik terug moeten naar u, al of niet via het ROB, om mogelijk een andere kaart te trekken.
En dat zou dan de kaart mogelijk kunnen zijn van onteigening of van het leggen van WVG en alles wat ermee te maken heeft. Maar nogmaals, zover zijn we nog niet, voorzitter. En ik hoop oprecht dat we richting eind van het jaar helderheid hebben en een keuze kunnen maken. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Volgens mij voldoende informatie gedeeld. De heer Bouman, u heeft nu wel heel veel meegekregen? De heer P. Bouman: Zeker. De voorzitter: Mijnheer Van Gammeren staat nu ook weer op, maar ik wil eigenlijk wel tot een afronding komen op dit punt. Ik wilde nu het laatste woord aan mijnheer Bouman geven. Of wilt u nog interrumperen op de wethouder? Volgende onderwerp? U wil de vaart erin houden. Heel goed. Daar ben ik altijd voorstander van. Mijnheer Bouman, rondt u af. De heer P. Bouman: Ik was ook bereid om af te ronden, voorzitter. Dank aan de wethouder. Er hoeft geen onduidelijkheid te zijn over of we die raadsinformatiebrief gehad hebben. Die hebben we gewoon gehad. Alleen de informatie die erin stond, was een beetje beperkt. En de informatie die in de financiële stukken stond, was nog wat beperkter. Dat was denk ik in extract van dit. U heeft een goede duiding gegeven. Dank u wel. Ik ben qua college weer volledig op de hoogte. We weten ook dat de SGP niet meer achter die motie staat. En zo te horen, niemand zegt hier jongens, we moeten die motie doen.
Die motie beschouw ik als zijnde weg. En daarmee is ons doel bereikt, want wij waren destijds tegen die motie. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Soms kunt u toveren. De SGP gaat het volgende onderwerp inleiden. Dat gaat over de tarieven van de havengelden. Mijnheer Van Gammeren, aan u het woord. De heer Van Gammeren: Voorzitter, ik wilde eigenlijk nog interrumperen op de heer Bouman, dat wij in ieder geval toch het blij zijn dat het doel van deze motie is dat het college daar nog steeds in volle vaart werk van maakt. Maar dat is even een geintje, voorzitter. Wat me in ieder geval van deze afgelopen discussie is bijgebleven, is ook het belang wat wij als raad hebben bij de havens. En dat brengt me bij de tarieven van de havengelden. Op 1 januari 2023 is er een nieuwe systematiek voor het beprijzen van de havengelden. Dit houdt in dat we per vierkante meter berekenen per dag. En naar ons idee, van de SGP, zou de berekening per tonnage redelijker zijn, omdat het tonnage ook het verdienmodel is van de schippers. Als we een vergelijk
maken, en we hebben een kleine benchmark gedaan, dan valt op dat voornamelijk de kleine schepen substantieel meer moeten betalen. En dat is niet ten opzichte van andere havens, maar dat is ook ten opzichte van 2022. En dat is soms wel 50 procent meer. Terwijl we juist dan in de Jaarrekening zien dat we een kostendekkendheid hebben die ruim boven 100 procent zit. Ik dacht 120 procent. Wat ons betreft is het juist wenselijk om zeker ook langdurig verblijf, voor onderhoud en reparaties, een wat lager tarief te hanteren, omdat het momenteel te hoog ligt in vergelijking met andere havens. En op lange termijn kan een dure ligplaats ook alweer contraproductief werken, omdat het onze concurrentiepositie ondermijnt en daaraan gekoppeld ook de werkgelegenheid. Voorzitter, mijn vraag is aan onze collega's, zijn ze hier zich ook van bewust en vinden ze net als de SGP en bijvoorbeeld ook de belangenvereniging van de branchevereniging van de binnenvaart, dat we hier iets aan moeten doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Ik kijk rond. Mijnheer Nieuwenhuizen meldt zich, van de ChristenUnie. Gaat uw gang. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. De heer Van Gammeren stelt een vragen aan ons. En uiteraard onderschrijven wij het belang van de binnenvaart en ook het belang van de haven daarin.
Alleen ben even wel benieuwd hoe dit zit met de belangenvereniging van de binnenvaart, Schuttevaer. Want volgens mij is er ook wel een tendens om tarieven te uniformeren in Nederland. En daar past volgens mij deze wijziging in. Misschien dat de portefeuillehouder dat nog toe kan lichten. Maar volgens mij past het daarin. Wij zijn wel verheugd om te zien, want ik even gekeken naar de tarieven, dat er in ieder geval een korting is voor schepen die meer duurzaam zijn. Want dat is wel een beloning. Hoe duurzamer je schip, hoe meer korting je krijgt op de gelden. En dat vinden we belangrijker, denk ik. Maar in ieder geval die uniformering is volgens mij een landelijke trend. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. We zullen zo naar het college luisteren. Mijnheer Vos van het CDA. De heer Vos: Dank u wel, voorzitter. Ik zou ook graag willen weten, u heeft het over een dekkingspercentage van 120 procent, begrijp ik. En we hebben het met alles over kostendekkend. Ik zou graag ook van de wethouder willen weten hoe dat dat precies zit, voordat we daarover verder kunnen praten. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Dank u wel. Het eerste wat zei van, je zou het eigenlijk moeten baseren op tonnages in plaats van oppervlaktes.
Ik twijfel daaraan of dat de juiste manier is, want het gaat ook niet alleen om wat men verdient, het gaat ook om hoeveel plek men inneemt in een haven natuurlijk. Je kan allebei de kanten op redeneren. Als u zegt van, de kleintjes worden relatief bij ons overbelast ten opzichte van de groten en ten opzichte van een andere gemeenten en ten opzichte van vorig jaar, wie zijn wij om onderzoeken of we onze wat kleinere ondernemers daarbij kunnen helpen? Als er een onderzoek komt naar of die leges, zijn het leges, nee gelden, of die wat anders verdeeld kunnen worden, dan zijn we daar op zich niet op tegen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Bouman. Anderen nog? Mijnheer Bakker, AltenaLokaal. De heer Bakker: Voorzitter, dank u wel. Het maakt ons eigenlijk niet zo gek veel uit hoe die havengelden worden geïnd en wat voor tarieven eraan vasthangen. Daar zit het ook met ... Qua kostendekkendheid ben ik het op zich wel met mijnheer Van Gammeren eens. Als het boven de honderd procent is, dan moeten we ons ergens af gaan vragen van, zijn we het op de juiste manier aan het doen? En vragen we niet te veel? Aan de
andere kant, zo meteen komen we weer met een verhaal over ... Krijgen we zo direct nog een verhaal over de Waal of de wal, sorry, stroomvoorzieningen. Gaat ook weer geld kosten. Ik zit even te zoeken naar van hoe we dat dan bij elkaar kunnen brengen. In zijn totaliteit vind ik wel, we zijn niet voor niks een hele belangrijke binnenhaven in Nederland. En daar moeten we niet alleen trots op zijn, maar die moeten we ook vooral in stand houden. Ook daar zit wel weer een discussiepuntje, wat mij betreft nog, of wat ons betreft, moet ik eerlijk zeggen. Maar goed, dan wil ik wel graag even een beetje van het college horen van, hoe zit het hele verhaal ook financieel in elkaar? Is 120 procent te veel? Is 100 procent voldoende? Dat soort zaken wil ik dan graag even van het college horen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bakker. En ik zie niemand meer. Zullen we dan naar het college gaan, mijnheer Van Gammeren? Dan is dat in dit geval portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dat was goed voor mijn stappenteller, mijnheer Noordergraaf. Mijnheer Van Gammeren heeft het goed gezegd, sinds 1 januari hebben wij een nieuwe tariefstructuur waarin we tarieven per dag in rekening brengen. De vorige structuur zorgde ervoor dat langer liggen soms goedkoper was dan korter liggen. En in de nieuwe structuur passen we geen staffels meer toe.
We brengen het tarief per dag in rekening. En dit vermenigvuldigen we dan met het daadwerkelijke aantal dagen dat gebruik wordt gemaakt van een faciliteit, de haven. Korter liggen is nu goedkoper dan voorheen. Ik heb een aantal technische vragen gehoord, voorzitter. Daar wil ik graag later schriftelijk op terugkomen, zodat we een completer beeld hebben. En wat ik ook nog wel wil meegeven, is dat de Schuttevaer betrokken is bij de nieuwe tariefstructuur, zoals we die nu hebben sinds 1 januari. In deze nieuwe tariefstructuur zijn we ook voornemens om aan het einde van dit jaar, in het laatste kwartaal te evalueren om te kijken hoe dat is gegaan. Dat is nog even wat ik mee wilde geven. En dan op de technische vragen die gesteld zijn over kostendekkendheid, wil ik graag schriftelijk terugkomen. De voorzitter: En heeft u een ... Wanneer kunt u die toezegging gestand doen? Dat moet in ieder geval voor over twee weken. Mevrouw Van Ooijen: Daarvoor. De voorzitter: Over een week zou dat toch wel moeten lukken, denk ik? Mevrouw Van Ooijen: Over een week moet dat vast lukken. De voorzitter: We gaan ervanuit dat het over een week is. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht maar even reageren op de portefeuillehouder. En die geeft inderdaad aan, terecht, sinds dit jaar hanteren we geen staffels meer.
Vanuit de visie van de SGP vinden we het eigenlijk juist een gemis, die staffels, dat die er niet meer inzitten. Want juist bij langdurig verblijf in de haven voor of reparaties of onderhoud zou een stapel wenselijk zijn, omdat dat juist de concurrentiepositie voor onze haven ten goede komt. Wij gaan er als fractie zich toch even over beraden. En dan wil ik er ook op wijzen dat bijvoorbeeld BLN, de branchevereniging van de binnenvaart, ook hier al een vraag over gesteld heeft, omdat dit niet is wat ze juist willen. En zeker als je kijkt in vergelijking met andere havens zijn we gewoon als havenverwerker namelijk echt heel erg duur. En dat brengt me ook bij de bijdrage van de heer Nieuwenhuizen, die zegt, alles moet gelijkgetrokken worden en ook in vergelijking met andere havens. We steken er met kop en schouders bovenuit qua tarifering. Wat dat betreft, dan denk ik dat er geen egalisatie is. Dank u wel, voorzitter. Dat was dit stuk. Ik wacht de beantwoording af en wij gaan nog eventjes ons beraden.
De voorzitter: Daar gaat u voor zitten. Dank u wel. Blijft u staan ook voor agendapunt 3.8, de walstroomvoorziening? De heer Van Gammeren: Als u dat goed vindt wel. De voorzitter: Ik vind dat helemaal goed. De heer Van Gammeren: De inleiding heb ik zojuist al gegeven. Die laat ik deze keer maar achterwege. Voorzitter, als we het hebben over de walstroom in de haven van Werkendam, dan blijkt dat er per kilowatt 66 cent moet afgerekend worden door de schippers, waarbij de voorzieningen onbetrouwbaar zijn en verouderd en ook niet aan de behoefte voldoen. De meeste schepen hebben tegenwoordig 400 volt nodig, terwijl dat er niet meer dan 230 wordt gegeven. Kassen staan ook vaak in storing. En als er een schip aangemeerd wordt, dan moet de havenmeester meelopen om kasten om te zetten. Bij moderne havens zien we dat dat gewoon via pasjes of apps of wat dan ook gerealiseerd wordt. We hebben hier ook wat technische vragen over gesteld. En het antwoord wat u dan geeft, is dat we aangesloten zijn bij een zogenaamd Walstroomcollectief, om te zorgen voor een aantal standaarden. Weer de standaarden, zoals we dat net ook benoemd hebben. En dit bevreemdt ons, want er lijkt weinig standaards aan te zijn. Als we dan zien op de tarieven 66 cent. Ik ben ze in Nederland nergens zo hoog tegenkomen, onze voorzieningen en ook de beschikbaarheid van de stroom.
En wij vragen ons dan specifiek ook aan het college af van, wat betekent dan dat collectief werken? Is het op basis van een contract? En kunnen wij hier versneld een verbetering in bewerkstelligen? De heer Bakker duidde er net al op van, we moeten wellicht iets met de havens. Dit kunnen we meenemen. Onze vraag is, hoe flexibel zijn we hier en kunnen we hier op korte termijn ook een voorstel indienen, of heeft het geen zin, omdat we ergens aan verbonden zitten? En bent u dan ook bereid uw raad hierin mee te nemen, om nieuwe keuzes te maken? Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Gezien de aard van de vragen kan ik mij voorstellen dat we op dit punt eerst even naar het college luisteren, voordat iedereen zich mengt in dit technische debat over hoeveel volt het moet zijn. En we begrepen dat portefeuillehouder Van Vugt bereid was de beantwoording op zijn conto te nemen. De heer Van Vugt: Voorzitter, het klopt inderdaad, u refereert inderdaad aan het Walstroomcollectief. Laat ik vooropstellen dat het college met u van mening is dat op het vlak van walstroom, dat we daar wel nog een aantal slagen te maken hebben. Wij zien ook dat het op dit moment onvoldoende voldoet aan wat we willen daar. Maar even los van de financiën hebben we daar best een uitdaging, omdat we ook aanlopen tegen netcongestie.
Even simpel, nu op korte termijn een verzwaring toepassen is ingewikkeld. Wat ernaast speelt voorzitter, en dat staat inderdaad in de technische vragen, wij zijn aangesloten bij het Walstroomcollectief. Wat houdt dat dan precies in? Dat is een collectief van havenbedrijven, havengemeenten, maar ook Rijkswaterstaat die inderdaad zoekt naar standaardisering, maar die zoekt ook naar een collectieve aanbesteding van onder andere ... Specifiek in ons geval Altena op de haven Werkendam gerichte maatregelen. En door dat collectief op te pakken, hopen wij ook aanspraak te kunnen maken op Europese fondsen, die daar ook voor in het leven zijn geroepen. Dat maakt onze positie wat steviger. Dat heeft ook het voordeel dat we daar wellicht ook externe financiering kunnen verwerven. En wij zijn nu in de fase van het Walstroomcollectief om dat ook gezamenlijk op te pakken. Dat is nog even los van de uitdaging die we hebben met het hele netwerk en de heel beperkt beschikbare capaciteit die er op dit moment is. We kijken niet alleen, we werken er ook aan en we zijn bij het collectief aangesloten. We zoeken naar extern geld, zoals ik zei. En wat ook nog speelt, en dat is misschien ook nog een element, de stikstofbesparing die dit kan opleveren, die
willen we ook benutten voor het realiseren van de insteekhaven. Dat is, voorzitter, het antwoord wat ik op dit moment kan geven. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Vugt. Ik kijk even rond of dat aanleiding geeft voor anderen om zich in het debat te mengen. Ik zie niemand opstaan. Dan mijnheer Van Gammeren, slotwoord aan u. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Een antwoord waar we enerzijds wel blij mee zijn, portefeuille, dat u ook de ruiterlijke erkenning geeft dat er heel veel verbeterslagen gedaan moeten worden. Dan zijn we het daar in ieder geval over eens met elkaar. En aan de andere kant moet ik ook eerlijk zeggen, dan mis ik ook de concrete stappen of concrete proces. Want u zegt van, we hebben een netprobleem. Maar wanneer en wat gaan we er dan aan doen? Gezamenlijk oppakken vanuit het collectief. Maar wat voor doelen stellen we ons dan? Dat mis ik heel erg in uw beantwoording. En ik wil graag voorkomen voorzitter, dat ik hier over twee jaar weer sta en dat dan de heer Bouman weer wakker is geworden en zegt van, en wat hebben we nu gedaan? Ik wil nu iets concreter gaan worden. De voorzitter: Ik kijk nog even naar de portefeuillehouder of die nog wat concreter zou kunnen zijn.
De heer Van Vugt: Voorzitter, omdat het toch wat complex is, zeker als het gaat over netcongestie, lijkt het me verstandig dat we daar even schriftelijk op reageren, binnen een week, richting u. Dan kunt u op basis daarvan ook uw mind opmaken. De voorzitter: U heeft twee keer een schriftelijke toezegging te pakken, mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Dat wordt weer vervolgd. De voorzitter: Dank u wel. Gaan we naar agendapunt 3.9, de Rib. Dat gaat dan niet om een raadsinformatiebrief, maar dat gaat over iets anders in Andel. En daar wil het CDA de aftrap van verrichten. Mijnheer Bouman. De heer A. Bouman: Dank je wel. Mijn eerste grap heeft u al weggekaapt. Die ga ik niet meer maken. De voorzitter: Sorry. De heer A. Bouman: Nee hoor, het valt gelukkig mee. Maar voor de mensen die het nog niet weten, ik ben geboren en getogen in Andel. En in mijn jeugdjaren was ik regelmatig te vinden aan de Rip. Een terrein wat ligt aan de overzijde van de Julianastraat, aan de stoep van Julianastraat. Daar woonden mijn grootouders. Elke zondag gingen we daarnaartoe. En daar lag onder andere een ponton in het water waar je fantastisch af kon vissen en ook een duik in het verfrissende water van de Afgedamde Maas kon nemen. Vele uren werd daar gespeeld, onder andere door mij en mijn vriendjes.
En eens per jaar was er ook een rommelmarkt waar het hele dorp tezamen kwam. En op dit moment is de Rip een honderd procent versteend en verwaarloosd terrein, waar eigenlijk niets mee gebeurt. En wat vroeger nog deels toegankelijk was of voor een gedeelte toegankelijk was, dat is nu ook een afgesloten terrein geworden. En tijdens de Altenaronde, die we in Andel hebben gehad, hebben we een presentatie gekregen van een burgerinitiatief om van de Rip in Andel een ontmoetingsplaats te maken voor alle inwoners van Andel. En mede door de jeugdherinneringen werd ik natuurlijk gelijk enthousiast. Niet iedereen was erbij. Alle raadsleden die erbij waren, waren denk ik ook enthousiast. Maar misschien is het goed, en dit heb ik even aan de griffie gevraagd, dat we heel snel een paar plaatjes laten zien hoe dat er eventueel uit kan komen te zien zijn. Het is helemaal perfect, één
gecombineerde ansichtkaart geworden, zie ik. Dat is helemaal fantastisch. Een plaats waar je inderdaad heel laagdrempelig een verbinding maakt met het water en het dorp, waar bootjes te water gelaten kunnen worden, waar een camperplaats was voorzien, ook een, ik noem het maar even, koekenzopietent. Dat is misschien niet helemaal de goede bewoording, maar er was in elk geval versnapering, eventueel gefaciliteerde verenigingen. Kortom iedereen. Wat zeg ik? Wellicht een vegetarisch hapje, op verzoek van de heer Timmermans. Als u hier voor bent, zal ik me daar hard voor proberen te maken. Maar even alle gekheid op een stokje. Altena is een gebied dat omringd wordt door rivieren en door water. En Andel is een dorp wat ligt aan het water. En ik denk dat het heel goed zou zijn als ... Dit symboliseert, denk ik, een plek waar de verbinding tussen de inwoners en het water op een ideale manier gemaakt kan worden. En dat vindt het burgerinitiatief ook. En die zijn er hard mee aan de slag gegaan. En ze wilden dit ook blijven zien als een burgerinitiatief, waar ze zich ook keihard voor willen blijven inzetten, ook bij de realisatie van het initiatief. En ze zitten ook totaal niet in de modus om het maar op het bordje van de gemeente te leggen. Daar pleit ik ook hier niet voor. Maar zij lopen wel tegen wat praktische problemen aan.
Ze hebben inmiddels al contacten gelegd met belangrijke bedrijven in het dorp en ook wel breder dan het dorp, want we hebben ook hele goede bedrijven die in de wateraannemerij zitten. En ze hebben ook contact gelegd met het Curio College. En allemaal hebben ze enthousiasme. Maar de praktische problemen waar men tegenaan loopt, liggen eigenlijk op vier terreinen. En één van die terreinen is het aanvragen, verkrijgen van mogelijke subsidies, eventueel vanuit provinciale, landelijke en Europese potjes, zodat het benodigde budget zo sluitend mogelijk gemaakt kan worden. Dat is probleem één. Tweede is, hoe moeten ze omgaan met de vergunningverlening? Daar zouden ze eigenlijk ook graag wat hulp bij krijgen. En uiteindelijk, onderaan de streep, moet ook wel een beetje duidelijk worden, wat willen we eventueel als gemeente daar wel of niet in investeren? En als laatste, hoe zit het nu met de eigendomspositie van de gronden en wat voor constructies zijn daar nu technisch allemaal mogelijk? En dan valt bijvoorbeeld te denken aan een erfpachtconstructie. Kortom, ze hebben daar eigenlijk wat hulp nodig, een extra zetje in de rug om dit initiatief helemaal rond gerekend en ook realiseerbaar te kunnen krijgen.
Daarom hebben we eigenlijk aan jullie, alle andere fracties, de vraag, vinden jullie, net als het CDA Altena, dat dit burgerinitiatief warme ondersteuning verdient, waarbij de gemeente als mede mogelijk maker kan optreden? En aan het college de vraag. Herkent het college zich in de uitdagingen waarmee dit burgerinitiatief speelt? Want ik weet dat ze ook contact hebben met de gemeente. En wat heeft het college nu eventueel nodig van de raad om dit burgerinitiatief zo kansrijk mogelijk te maken? Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Ik zag de heer Hoegee toch als eerste opstaan. Mijnheer Hoegee van AltenaLokaal, gaat uw gang. De heer Hoegee: Dank, voorzitter. Het plan van de Rip is zeker een mooi plan. Het is ook al een wat ouder plan. Ik denk dat het al ... In Woerkum is het al een keer besproken. Ik denk dat het al een jaar of tien oud is. Het verdient ook aandacht, wat ons betreft. En als wij daar als gemeente bij kunnen helpen met vergunningverlening en dergelijke, dan moet je dat zeker doen. Maar er zal in mijn optiek ook wel wat geld voor nodig zijn. En ook daar is een mogelijkheid, want volgens mij is het bustransferium, waar we geld voor gereserveerd hebben, eigenlijk overbodig geworden. Als we dat geld vrij laten vallen, kunnen we een mooie bijdrage leven aan dit plan. En dan kan dat ook in korte tijd gerealiseerd worden. Dank u wel.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Hoegee. Mijnheer Alderliesten, u stond even uit mijn blikveld. De heer Alderliesten: Ik denk, ik wacht keurig mijn beurt af. Dank, heer Bouman, voor het inbrengen van dit punt. Volgens mij noemde u als een van de eerste problemen het verkrijgen van subsidies. Nou hebben we een subsidioloog in dienst, ik denk dat daar niet de grootste problemen vandaan hoeven te komen. Wat ik me
wel afvroeg, maar misschien is dat ook een vraag aan het college hoor, of dat wij er wel over gaan? Ik denk dat daar de gronden ook in eigendom van het waterschap zijn en dat die ook een grote zeggenschap hebben rondom wat daar mogelijk is en wat niet. En persoonlijk zou ik zeggen, er zit wat veel verharding in daar waar ik wat meer vergroening zou willen zien. Maar misschien kunnen we dat strakjes bij punt 4.2 ook nog een keer samenvatten. Warm voorstander van het burgerinitiatief. Groene ontmoetingsplekken in de buitenruimte, u kunt ons aan uw kant vinden. Dank, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. En mijnheer Bouman, een mooi plan. Mijnheer Alderliesten, een paar bomen erbij. En subsidie hoorde ik net ook al. Maar waar hebben we het eigenlijk over? Want dat is eigenlijk de alles omringende vraag waar het ... U heeft al een mooie schets, al is het met te weinig bomen. Maar daar heeft u ook waarschijnlijk een beetje een kostenidee geraamd. Kijk, het waterschap schat ik in dat die alleen maar zoiets zal toejuichen als het nu een terrein is wat niet zo toegankelijk is. Dan zijn ze er alleen maar blij mee, denk ik, als dat aangepakt wordt. Op zich liggen daar denk ik wel de kansen. Alleen waar praat je dan over? Want dat is wel een belangrijk punt.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Duizer. De heer Duizer: Dank u, voorzitter. U vindt ons aan uw zijde. Wij hebben toen al aangegeven dat we het een mooi plan vinden. Uiteraard is ons portemonnee niet onbeperkt. Het moet gewoon een realistisch plan zijn. Maar volgens mij zijn de mensen die er hier mee bezig zijn zich daar ook terdege van bewust. Wat betreft de grond. Volgens mij is die eigendom van het naastgelegen De Heus, het bedrijf. Maar wellicht kan de heer Bouman dat beter beantwoorden. Maar dat heb ik begrepen uit toen we daar zijn geweest. Maar ik heb toch nog een vraag en dat is niet aan de heer Bouman, maar dat is aan de heer Hoegee. Want waar komt nu ineens vandaan dat het geld van het bustransferium over is? Heb ik iets gemist? We missen meer Rips, heb ik begrepen vanavond. Die Rip had ik niet gemist, maar wellicht kunt u dan iets vertellen of het college waarom het geld van de bushalte, het bustransferium niet meer nodig is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duizer. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. En de heer Bouman, ook bedankt voor het indienen van dit onderwerp. Wij zijn er zelf ook bij geweest, bij het presenteren van de Rip plannen, zal ik maar zeggen. Wij vinden het een mooi burgerinitiatief, met een hele hoge ambitie. En of dat dat allemaal haalbaar is, die ambitie, dat zal de tijd leren.
Dat is niet aan ons om dat nu te bepalen. Maar de nadruk ligt wel op het burgerinitiatief. En wat ik daarvan heb begrepen, en ook vanuit de gesprekken met die commissie, is dat ze zelf onwijs ver al zijn gekomen in de realisatie van de plannen, offertes op vragen. Het bevreemdt mij dat u dan met het onderwerp komt en dat ik er niet een of andere aanvraag via de Dorpsraad zelf zou hebben gezien van wat ze al echt concreet willen? Want u noemt vier punten, maar volgens mij als je het platslaat, gaat het uiteindelijk maar om één ding. En dat zijn de euro’s. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Gammeren. Mijnheer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Dank u wel. Wij waren ook wel enthousiast over het plan. En we vinden het ook mooi dat de inwoners van Andel zelf aan de slag gaan met zoiets. En wij willen ze graag helpen het verder te concretiseren, want ik denk dat dat gewoon het stadium is waar we nu zijn. We hoeven nog niet over zakken met geld te praten. We moeten eerst die mensen gewoon helpen hun plan verder te verduidelijken. En daar is
niks mis mee. En ik denk dat we dat kunnen doen. En ik vind het persoonlijk ook wel mooi dat we een keer iets positiefs kunnen doen voor het dorp Andel. Dat hebben ze ook wel verdiend, denk ik, na alles wat we hier gedaan hebben. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Zullen we eerst naar het college gaan, andere mijnheer Bouman? Namens het college, portefeuillehouder Tanis. De heer Tanis: Dank u wel, voorzitter. De vragen in de richting van het college zijn helder, heer Bouman. Als u zegt van, ondersteunt de gemeente het initiatief? Het is helder dat wij ook kennis hebben genomen van het initiatief, waarbij we ook onder indruk zijn van de wijze waarop het door de preekgroep gepresenteerd is. Wij hebben ambtelijk en bestuurlijk al een aantal keer contacten gehad. En er lopen nog steeds ambtelijke contacten. Volgens mij is dat vorige week of die week daarvoor ook weer geweest. De ambtelijke organisatie zit inderdaad in de modus om mee te denken. En als dat ertoe leidt dat wij iets moeten doen op het gebied van subsidieaanvraag om wat te ondersteunen daarin of te helpen met het aanvragen van een vergunning, dan willen we dat zeker doen. Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant, weet ik ook dat de projectgroep zoekt naar mogelijkheden om de kosten in kaart te brengen.
Om vervolgens te kijken of het eventueel gefaseerd gerealiseerd zou kunnen worden en of het mogelijk is naast subsidie ook om bedrijven, die wellicht een bepaalde bijdrage willen leveren, al of niet in natura. Deze portefeuillehouder is kernwethouder van Andel. Zit wat dat betreft even in de wachtstand en wacht af. Nogmaals, met nadrukkelijke afstemming en medewerking van de ambtelijke organisatie welk ik voorstel er uiteindelijk bij het college komt, waarbij ik dan maar een keer graag het gesprek met de raad wil voeren daarover. Want uiteindelijk zal het zomaar kunnen zijn dat er inderdaad een financiële vraag gaat komen. En verder dan toch maar even ... De vraag is niet aan mij gesteld, voorzitter, maar ik ben ook wat verrast. Laat ik hem anders formuleren. Ik heb geen Rip gestuurd. Wel even ter informatie, dat de negenentwintigste is er een avond in de Buitenhof waar de plannen voor het bustransferium gepresenteerd worden. Ik was ook wat verrast waar u die kennis vandaan heeft, maar mij is het niet bekend. En het college gaat gewoon verder met de route van het bestemmingsplan om het bustransferium te realiseren. De voorzitter: Waarvan akte. Dank u wel, portefeuillehouder. Mijnheer Bouman, tot slot. De heer A.
Bouman: Ik was al blij, want ik dacht een mogelijke financiering is gelijk al rond, maar nu begrijp ik gelijk waarom het in de gemeente Woudrichem tien jaar geleden niet gelukt is. Maar in elk geval fijn om te horen, en had het eigenlijk ook wel een beetje verwacht en gehoopt, dat alle partijen de meerwaarde zien van dit plan. Ook wel tot bepaalde hoogte blij met de reactie vanuit het college. U zegt, we willen daar best aan meewerken. U zei net, en misschien interpreteer ik dat niet helemaal goed, ik ga even in de wachtstand. Ik denk dat een van die acties juist die gevraagd wordt om ... Misschien moeten we iets minder in de wachtstand en kijken hoe we in de meewerkstand kunnen komen. Want het gaat er inderdaad om van, hoe kunnen we dit plan uiteindelijk tot een concreet plan maken? En is de haalbaarheid op een gegeven moment ook duidelijk of het inderdaad mogelijk is, of nee? En wat er dan uiteindelijk onderaan de streep misschien nog door ons gefinancierd zou moeten worden, met al die andere mogelijkheden, die terecht ook door de wethouder net al benoemd werden. Is goed in elk geval de toezegging die u doet. Wij staan daar in elk geval ook in de meewerkstand en we houden daar denk de komende maanden evengoed de vinger aan de pols. We hebben ook de goede contacten met de werkgroep. De grond is inderdaad eigendom van De Heus.
Dat was even een vraagje wat daarnet nog langskwam. En ik ben in elk geval blij met de warme steun. En ik denk dat de mensen van het burgerinitiatief, die het ook echt een burgerinitiatief willen laten blijven, er nog veel blijer mee zijn.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Dan ronden we daarmee het programma 3 af. En volgens onze planning zitten we precies op schema om met programma 4, duurzaam Altena, verder te gaan. En Siri heeft gevonden dat we met programma 4, duurzaam Altena, verdergaan. Agendapunt 4.1, de inzameling oud papier of een andere bijdrage aan de samenleving. De ChristenUnie, mevrouw Schermers. En dan wilde ik eigenlijk daarna meteen het CDA vragen om ook de hervorming van de subsidieregeling muziekverenigingen in te brengen, zodat die in één keer behandeld kan worden. Mevrouw Schermers, gaat uw gang. Mevrouw Schermers: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat het ook een heel goed voorstel is, want ik denk dat inderdaad het CDA en ChristenUnie wellicht tot dezelfde gedachte zijn gekomen. Het staat er eigenlijk ook al een beetje achter, namelijk dat we hebben natuurlijk ... We hadden altijd een hele mooie oud papier regeling. Dat was een win-winsituatie, want verenigingen deden daarvoor echt iets in de samenleving en kregen daarvoor als het ware een soort tegenprestatie in de vorm van een betaling daarvoor. Dat is weggevallen. Dat weten we. Daar is ook een afbouwregeling. Die is ook netjes geregeld door de wethouder.
Alleen hoe mooi zou het zijn als verenigingen zelf met initiatieven kunnen komen om te zeggen, dit zouden wij heel graag willen doen in het kader van die verantwoordelijkheid voor de samenleving. En daarmee dan als het ware, zoals we de regeling hadden rondom oud papier, iets zouden kunnen doen. En we hebben daar twee suggesties bij gedaan. Misschien wel het adopteren van de Rip in Andel of het adopteren van een andere groenstrook, zoals bijvoorbeeld in de oude gemeente Aalburg mogelijk was. Ik weet dat bij Meerkerk bijvoorbeeld een vereniging kan ook zeggen, we adopteren een speeltuin. En we zorgen dat daar het netjes bijgehouden wordt en dat er ook toezicht is. Op die manier zou je dat kunnen aanvliegen. Bij het CDA vinden we heel veel hetzelfde, dezelfde ideeën, alleen die spitsen het echt toe op muziekverenigingen. Misschien kunnen we jullie nog verleiden om dat iets uit te breiden, want het oud papier werd niet alleen opgehaald door muziekverenigingen, maar was veel breder. Dat was ook sportverenigingen en allerlei andere verenigingen die daar ook aan meededen. Dat is wellicht even nog een optie, mijnheer Bouman. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Bouman. U heeft weer beltegoed. De heer A. Bouman: Dank je wel. Inderdaad, mevrouw Schermers, ik denk dat we voor een heel groot gedeelte hetzelfde betogen. Wij hebben ook artikel 53-vragen hierover gesteld.
De beantwoording en het indienen van de onderwerpen kruisten elkaar een klein beetje, moet ik heel eerlijk bekennen, want in de beantwoording van de artikel 53-vragen, die 16 juni jongstleden binnen zijn gekomen, in elk geval vervolgens het RIB, staat eigenlijk dat de gemeente, a right to challenge, en dat is eigenlijk ook wat u net, zal ik maar zeggen, verwoordt, dat wil omarmen en dat ze daarmee aan de slag willen gaan. Het tweede stukje wat erin staat, en dat wil ik toch nog wel eventjes namens het CDA benadrukken, wij maken ons oprecht zorgen over met name ook wel die muziekverenigingen. Omdat we vinden dat muziekverenigingen echt best een essentieel onderdeel zijn van de identiteit van Altena. We hebben ook altijd die Altena Dagen, waar al die verenigingen en al die korpsen dan optreden. Zijn vele dorpen waar korpsen zijn. En dat is gewoon echt een onderdeel van Altena. En we zouden heel graag willen dat het op een goede manier in stand kan blijven. Misschien nog een iets verdere concretisering van de vraag die beantwoord is op basis van onze artikel 53-vragen. Daar staat, we gaan ermee aan de slag.
Eigenlijk zouden we het college willen vragen, kunnen jullie toezeggen dat we echt in 2024, wanneer die afbouwregeling nog op een redelijk acceptabel niveau is, dat dan het right to challenge verhaal en die hervorming van die subsidieregeling voor die muziekverenigingen, dat we dat ook echt concreet aangeboden krijgen als raad, want er zijn die verenigingen denk ik heel erg mee geholpen. Dat zou ik eigenlijk graag willen horen. Dan zijn wij al, en ik hoop ook collega Schermers, denk ik daar tevreden mee.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Gaan we even naar anderen luisteren. Mijnheer Timmermans, gaat uw gang. De heer Timmermans: Voorzitter, ik wil er eigenlijk iets aan toevoegen, want we vergeten eigenlijk een grote doelgroepen, namelijk de kerken, hierin, die ook daarin actief waren, in het oud papier ophalen. En ik zie het ook niet voor me dat een kerk zegt, we gaan een groenstrook adopteren, omdat dan bij te houden. Ik wil dan ook een keer de waardering uitspreken voor de kerken die altijd dat vrijwilligerswerk eigenlijk onbetaald op zich nemen en daar niet altijd iets voor terugkrijgen. Ik vind het ook wel dat die weldegelijk meegenomen moet worden als je zegt van, compenseren. Er wordt altijd vrijwilligers, en dan zijn het vaak kerken die worden geïnformeerd hierover, neem dan ook die mee om die te compenseren in plaats van alleen muziekverenigingen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Den Haan van AltenaLokaal. De heer Den Haan: Dank je wel, voorzitter. Voordat ik de bijdrage van de heer Timmermans hoorde, had ik zoiets van, en dat heb ik nog wel, de woorden van de heer Bouman van het CDA onderschrijft dat de muziekverenigingen grote culturele waarde hebben voor Altena. Dat is alleen maar voor mij een waarheid als een koe. Ook het verhaal van mevrouw Schermers, als het gaat over het right to challenge, dat juichen wij gewoon enorm toe.
Ik zou juist ook willen zoeken naar heel veel mogelijkheden om te kijken van, waar zit die wederkerigheid in? Waar kunnen we die in bevorderen? En als ze daar zelf mee komen in right to challenge, dan zouden we dat als raad moeten omarmen. En wij hebben dat als AltenaLokaal altijd al geroepen over die wederkerigheid in relatie tot subsidie. Ik voeg daar nog even aan toe, misschien wel bij kinderboerderijen gaan helpen. We hebben ook nog een motie liggen, die we unaniem hebben aangenomen, over de bereikbaarheidsarmoede, waarbij het gaat over dat er nog een onderzoek gaat komen over of we eventueel met het openbaar vervoer nog wat dingen kunnen gaan doen waar mensen in right to challenge ook nog kunnen gaan helpen. Volgens mij zijn er in Altena mogelijkheden genoeg om dat te compenseren, voor een situatie die we eigenlijk allemaal willen. Waarvan we gezien hebben dat het wegvalt. Alleen dan komt de bijdrage van de heer Timmermans. En er zit dan weer gelijk een hele grote maar aan van, denken we ook hieraan, hebben we ook daaraan gedacht en denken we ... En dan komen we geen steek verder. Want ik denk juist dat we ook gewoon een keer een stap moeten nemen naar die doelgroep toe. En dan valt er misschien ergens een doelgroep buiten, maar dat is dan zo. Daar gaan we dan een andere situatie voor bedenken.
Maar als we dan nu gelijk al het negatieve pakken, dan blijkt gewoon dat we helemaal niet verder komen, terwijl dit onderwerp ... Maar ik bedoel te zeggen ... U bezwaar zegt dan gelijk van, dan moeten we ook gelijk naar andere organisaties kijken die ook vrijwilligerswerk doen. Dan dacht ik van ... Ook oud papier doen. Sorry, dan heb ik het verkeerd begrepen. Mooie bijdrage, mijnheer Timmermans. Ik ben het volledig met u eens. Het is ook al wat later op de avond. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter. Ik val van lieverlee van mijn stoel. De heer Timmermans die het voor de kerk opneemt. En de heer Den Haan die het dan een geweldige bijdrage vindt. Wat dat betreft, ik kan het alleen maar onderschrijven en ik kan alleen maar mijn zegeningen tellen. En dat doen we dan ook. Maar nou even serieus naar mevrouw Schermers toe, want dat was inderdaad ook mijn vraag die wij hadden. U noemt eigenlijk verenigingen in het algemeen. En mijn vraag is, bedoelt u voornamelijk dan de verenigingen die nu een financiële bijdrage missen, omdat ze niet meer het oud papier op kunnen halen of bedoelt u het in de volle breedte? Dat is even de eerste vraag. En de tweede, de heer Timmermans had het ook over, ik zie een kerk niet zomaar een groenstrook adopteren.
Misschien even out of the box denken, maar ik denk wel dat er
bijvoorbeeld kerkelijke verenigingen zijn die een begraafplaats kunnen adopteren, om dat netjes en waardig bij te houden. Want ook daar zien we soms weleens wat achterstallig onderhoud, laat ik het dan maar voorzichtig formuleren. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer van Gammeren. U mag interrumperen, mevrouw Schermers. Geef maar meteen antwoord op de vraag. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dat was inderdaad mijn vraag voorzitter, vindt u het goed dat ik daar gelijk even antwoord op geef? In eerste instantie was het bedoeld om de subsidie die wegvalt met het niet meer kunnen ophalen van oud papier, omdat die regeling gewoon veranderd is, om daarnaar te kijken. Maar in het kader van right to challenge, dat ze zelf met een goed voorstel komen, zou ik het juist niet willen beperken tot alleen maar de doelgroep die eerder het oud papier ophaalde. En dat kerken daar wat mij beter in kunnen passen, omdat zij ook diegene waren die oud papier ophaalden, die ook heel vaak dingen doen. Ik weet dat bijvoorbeeld hier in Almkerk de diaconie een enorme moestuin heeft, die er weer voor zorgt dat mensen met een laag inkomen een gezonde maaltijd op tafel kunnen zetten. Zo zijn er natuurlijk veel kerken die niet alleen maar zorgen voor een goede preek op zondag, maar echte maatschappelijke betrokkenheid tonen. Wat mij betreft zou dat ook in het right tot challenge kunnen.
Als dat een antwoord is op uw vraag? De voorzitter: Mevrouw Hofstede nog. Mevrouw Hofstede: Namens Progressief Altena inderdaad belangrijk dat wat voor stichtingen, verenigingen die een bijdrage willen leveren aan de gemeente Altena, dat daar een manier gezocht wordt, zodat zij niet in de financiële problemen komen. En die right to challenge is daar een goed middel voor. De voorzitter: Dank u wel. Dan stel ik voor dat we naar het college gaan bij monde van portefeuillehouder Sheikkariem. Met volgens mij één concrete vraag vanuit de heer Bouman, of in we 2024 daar een concreet antwoord kunnen bieden. De heer Sheikkariem: Voorzitter, het onderwerp speelt al een tijdje binnen het college. Wij hebben er al meerdere malen over gesproken. Ook wij zien dat de samenleving zelf veel meer initiatief toont. Wij hebben ook in ons samenleving grote behoefte aan vrijwilligers, die overigens steeds moeilijker bereid zijn om zich in te zetten. De vrijwilligers die we hebben, koesteren we en proberen we op een andere manier ook andere vrijwilligers te verleiden. De initiatieven die u aangeeft zijn een aantal verschillende. Het punt van mevrouw Schermers en wat u ingebracht heeft, dat is die doelgroep waar wat wegvalt. Daar heeft u van aangegeven, heeft het college met de portefeuillehouder voorop een goed plan bedacht.
Maar we hebben de tijd nodig om op zoek te gaan naar een alternatief En dat doen we, ik hoor u ook allemaal praten over ideeën, de right to challenge is een idee. Maar dat zit met name, gaat u taken van de overheid aan een stichting of een vereniging of een andere vorm uitbesteden. Daar zitten wat juridische haken en ogen aan. Maar we hebben ook de initiatieven rondom wederkerigheid. En dat wil zeggen, initiatieven die vanuit de vereniging opgezet worden om deelname aan die samenleving te bevorderen. Daar zijn allemaal verschillende methodieken voor. En we hebben binnen het college afgesproken, laten we nu eerst de evaluatie doen van ons subsidiebeleid. Zo staat het ook in ons bestuursakkoord, dat we dat zouden evalueren. Aan de hand daarvan in ieder geval de plussen en de minnen met u delen. En volgend jaar met een gedegen plan komen hoe wij al deze zaken willen aanvliegen en u ook daarin willen betrekken, zodat u ook mee kunt draaien aan de knoppen. En daarmee hoop ik ook het te beantwoorden aan het CDA, mijnheer Bouman. We willen voor 2024 voor het totale landschap in ieder geval in beeld brengen, dit zijn de zaken en dan kunnen we daarmee aan de slag. Dat is het idee.
De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder. Ik kijk even rond naar de twee inbrengers of dat voldoende is. Mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Voorzitter, ik hoorde op zich heel veel steun voor het initiatief, ook vanuit het college eigenlijk. Alleen ik hoor mijnheer Sheikkariem wel zeggen, heb even geduld a.u.b. En niet omdat het beeld op storing staat, maar meer omdat u zegt van, ik heb gewoon tijd nodig om het juridisch goed uit te zoeken. We hebben die vier jaarstermijn natuurlijk, maar ik wil wel benadrukken, net als mijnheer Bouman al zei van, laten we dan niet wachten totdat die regeling compleet is afgebouwd en dan nog gaan kijken. Want ik denk dat als een vereniging, een kerk, een muziekvereniging, wie dan ook komt met een enorm goed plan, dat we dan niet moeten zeggen, sorry, zet die maar even twee jaar in de ijskast. En ik kijk even naar de raad, want ik hoor zoveel positieve berichten dat het misschien toch wel mooi is om er wel een soort motie van te maken, die we dan raadsbreed zouden kunnen indienen. Waarbij we dan kunnen zeggen, als college en raad vinden we dit heel belangrijk met elkaar. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. Mijnheer Bouman. De heer A. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Ook wethouder dank voor de concrete toezegging.
Volgend jaar ligt er een voldragen plan, een voldragen allesomvattend plan zou ik het misschien beter kunnen noemen, want zo presenteerde u het. We gaan er inderdaad vanuit dat, eigenlijk wat mevrouw Schermers zegt, dat het nog een paar jaar gaat duren, dat dat risico eigenlijk niet aanwezig is met die toezegging. Misschien één dingetje wat ik mee wil geven bij het verder vormgeven van het plan, ook met dat right to challenge, het is goed dat we misschien breder kijken, maar laten we in elk geval waarborgen dat met name die partijen, die inkomsten die wegvallen door het oud papier, die er in elk geval goed mee geholpen zijn. En dat niet dadelijk andere verenigingen, die misschien al goed bij kas zitten, ook dit dan gaan invullen. Dat is misschien nog eventjes iets dat ik aan de voorkant mee wil geven bij het vormgeven van het allesomvattende plan in 2024. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman en mevrouw Schermers voor het indienen. En het is verder aan u om te kijken of u nog over twee weken daarmee iets wil. Gaan we naar agendapunt 4.2. En 4.2, zijn er twee die ik ook weer tegelijkertijd wil behandelen. Dat is Progressief Altena en die van de ChristenUnie. Progressief Altena kondigde het daarstraks al een beetje aan bij de Rip over Andel dat ze het ook nog over bomen wilden hebben. Ga uw gang. De heer Alderliesten: Dank, voorzitter.
Bomen over bomen, toch een pakkende titel. Ik zat even te denken, komt er nu al een interruptie. Het kan heel snel gaan natuurlijk in deze dynamische wereld. Maar bomen over bomen. Het zal eenieder niet ontgaan zijn, bomen zijn in heel veel gevallen het antwoord op problemen waar we als samenleving steeds vaker en steeds heftiger mee geconfronteerd worden. Klimaatadaptatie, waterberging, hittestress, biodiversiteit, bodemgesteldheid, CO2, fijnstof, maar ook het stimuleren van bewegen en ontmoetingen voor een vitalere samenleving. Allemaal kunnen ze gekoppeld worden aan het toevoegen van bomen in onze woon- en leefomgeving. Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat de gemiddelde boom echter pas na 33 jaar CO2-neutraal is. Het is dan ook ongelooflijk jammer te constateren dat bomen in de gebouwde omgeving zelden deze leeftijd bereiken. Hoeveel waardevoller een boom die zijn volle potentie bereikt heeft tegenover de jonge aanplant die we als herplant vaak terugzetten, dat is ook onderzocht. Vele tientallen, zo niet honderden nieuwe bomen zijn nodig om de waarde van één volwassen boom te compenseren. En we hebben als gemeente inmiddels een Bomenfonds opgericht, dat particuliere kan helpen bij het onderhouden van grote bomen op privégrond. Maar nog altijd staat ons totale bomenbestand permanent onder druk, soms door ontwikkelingen, maar vaak ook vanwege onderhoud.
Onderhoud van wegen of kabels, leidingen. De zoektocht is eigenlijk, hoe we ervoor kunnen zorgen dat bomen daadwerkelijk
hun volle potentie kunnen bereiken. Veel kennis daarvoor is in het gemeentehuis aanwezig, maar zeker zoveel kennis zit ook in de samenleving. Graag zouden we zien dat we meer dan ons deel van de 15.000 hectare nieuwe bomenaanplant, zoals we dat landelijk hebben afgesproken te gaan verwezenlijken, gaan realiseren. Alleen dan samen met onze inwoners. En sommige gemeenten, zoals recentelijk Den Haag, maar ook buurgemeente Gorinchem, hebben daar in het verleden gratis bomen toe uitgedeeld. En ik zag zojuist in de lijst dat het hier ook voorgesteld wordt. De inwoners kunnen deze dan in eigen tuin planten. Andere gemeenten die realiseren tiny forests en ook wij hebben natuurlijk onze eigen plukroutes. Daarnaast zijn we in de gebiedsgerichte aanpak aan het werk met de invulling geven van het tien procent groenblauwe dooradering, waarmee we ook in het buitengebied meer ruimte gaan geven voor bomen en hagen. Maar er is meer nodig. En gelukkig is er ook meer mogelijk, als we de creativiteit en de kennis van onze samenleving weten te bundelen met ons duurzame, groene gemeentebestuur, dan weet ik zeker dat we geen stappen, maar sprongen vooruit kunnen maken.
De vraag aan de collega-raadsleden is, pakken we gezamenlijk deze handschoen op? En misschien een schot voor de boeg, je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan een speelbos, aantrekkelijke koele, schaduwrijke fiets- en wandelroutes, vergroening van een woonomgeving, versterking van het buitengebied, waarbij ook het vee de mogelijkheid krijgt om onder een bladerdak in de schaduw te staan. En natuurlijk verkoelende ontmoetingsplekken, zoals bijvoorbeeld in elke kern een moeierboom. En ik heb de griffie gevraagd om een foto van een dergelijke boom te plaatsen. Dit is volgens mij een voorbeeld in Etten-Leur. Maar zou het niet prachtig zijn als elke kern een groene ontmoetingsplek krijgt waar samen ontmoeten in de buitenruimte onder het verkoelende dak van een volwassen boom realiteit wordt. Het is zijn zomaar wat voorbeelden, voorzitter. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Alderliesten. Dan wil ik de ChristenUnie vragen om hun punt over het investeren door middel van gratis bomen en klimaatadaptatie ook toe te lichten. Mijnheer Nieuwenhuizen. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Ons voorstel gaat wat minder ver dan het hele verhaal van de heer Alderliesten. Is wat minder uitgebreid en wat beknopter, maar uiteindelijk heeft het wel hetzelfde vertrekpunt. Het gaat erom om inwoners en bedrijven meer te betrekken en meer te stimuleren om ook te zorgen voor meer groen.
Want uiteindelijk gaat het erom van, iedereen ziet wat er gebeurt de afgelopen periode, een droogteperiode en een hitteperiode die heel lang duurt, en dat heeft gevolgen voor je tuin. En als je wat meer groen in je tuin hebt, dan zie je daar wat andere effecten dan als je een hele stenen tuin hebt. En dat merk je ook als je buiten zit, het verschil in temperatuur. Je hebt minder snelle waterafvoer. Een nat voorjaar, dan hou je water langer vast. Maar we hebben ook vogels en insecten nodig. Insecten voor bevruchting. Vogels voor de ecologische keten. Al met al helpt het alleen als we bewoners ook enthousiast maken daarvoor. Want heel veel bomen in openbare ruimte die verdwijnen ook, omdat mensen daar geen genot van hebben, maar dat als last ervaren. Die bewustwording willen wij stimuleren. En dat willen wij stimuleren door gratis bomen beschikbaar te stellen. En hoe dat uitgevoerd moet worden, dat kan op verschillende manieren. Buurgemeente Gorinchem heeft het gedaan, maar ook buurgemeente Oosterhout heeft dat gedaan. En die heeft dat ook gedaan in samenwerking met lokale hoveniers en leveranciers van bomen of struiken. Want een struik kan ook een positieve werking hebben in je tuin. En daar kan ook nog fruit aan komen. Daar zouden wij voor willen pleiten. Er is ook een andere mogelijkheid. Dat is Urgenda. Die werken met zaailingen. En die stellen ze dan gratis beschikbaar.
Er zijn ook gemeentes die daar gebruik van maken. Qua uitvoering zijn er verschillende mogelijkheden, maar daar zijn hier in huis voldoende mensen voor om daar vorm aan te geven. Maar wij zouden daar graag aandacht aan willen geven. Het mes snijdt aan twee kanten. Fysiek levert het wat op, maar ook qua bewustwording hoe mensen ermee omgaan.
De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Nieuwenhuizen. En dank u wel, mijnheer Alderliesten. Ik heb inmiddels begrepen dat zelfs Vincent van Gogh nog onder die moeierboom heeft gezeten in Etten-Leur. Als we dan toch weetjes aan de delen zijn. Mijnheer Timmermans, uw bijdrage in dit debat. De heer Timmermans: Ik wil ook even mee hakketakken. Ik zag net een boom langskomen. Dan gaan we weer terug naar de tijd van Wodan en Donar om de bomen te vereren midden in het dorpen. Maar zeker. Ik ben het met u eens, mijnheer Alderliesten, bomen zijn belangrijk, in allerlei vormen. En daarop aanhakend, wil ik ook gelijk beantwoording richting de ChristenUnie, want het gratis bomen geven, en zo zie je ook al dat de gemeente in de afgelopen periode altijd op het moment dat ze een boom gaan planten, is het een ontzettend klein boompje. En er worden inderdaad, wat de heer Alderliesten zegt, grote bomen weggehaald, een kleintje wordt ervoor teruggeplaatst. En dan denken we, we hebben het opgelost. En uiteindelijk is dat niet het doel wat je wil. Anders duurt het wel heel lang eer dat je weer op hetzelfde niveau zit. Als we die kant opgaan van de ChristenUnie dat we zeggen we gaan gratis bomen verstrekken, dan moeten dat ook wel forse bomen zijn, anders heeft het geen zin. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mijnheer Van Gammeren. De heer Van Gammeren: Dank u wel, voorzitter.