CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcript Gemeenteraad 20.06.2023

Raadsvergadering 20 juni 2023, gemeente AltenaBij agendapunt: Opening en vaststellen agenda61.456 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

En wij denken dat met de nieuwe Omgevingswet, en die Omgevingsdialoog die daar ook in plaatsvindt, dat het ook nog een extra stukje inhoud geeft aan die borging van die betrokkenheid van direct belanghebbenden. Om een extra burgerforum in te stellen, zien wij op dit moment wel als een beetje lastig. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer De Raad van de SGP. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Na het betoog van de heer Bouman had ik bijna alweer kunnen gaan zitten, maar inderdaad ook wel een beetje zoekende van welke kant u op wil. Wat de heer Bouman ook al zegt, we hebben al verschillende, de Sportraad, de BASDA, we hebben dorpsraden. Het vertrouwen in de politiek is laag, weten we allemaal. We moeten zoeken naar mogelijkheden hoe we dat zeker weer kunnen verbeteren. We zijn al een beetje zoekende naar van, ziet u dit dan alles extra laag of ter vervanging van al bestaande organen of kunt u daar misschien nog wat meer over toelichten? De voorzitter: Dank u wel. En de heer Den Haan van AltenaLokaal.

De heer Den Haan: Dank je wel, voorzitter. Dat laatste ook even in de richting van mijn collega, mevrouw Maris. Net wat de andere collega's hebben gezegd, we hebben natuurlijk al veel van dat soort organen die ons van advies voorzien en niet de minsten. Maar ik begreep een klein beetje uit uw verhaal dat het ook over hele specifieke dingen zou gaan. En dan ben ik er wel weer een voorstander van, als wij in staat zijn vanuit de maatschappij, onze samenleving echt kennis van de materie waar het op dat moment om gaat, als we die kunnen gaan raadplegen, dan moet dat nog wel handjes en voetjes gaan krijgen, maar dan loop ik er wat meer warm voor namens onze fractie. Maar als het gaat over als vervanging voor wat we nu inmiddels al hebben, dan wordt het wat ons betreft wat lastiger. Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Den Haan. Anderen nog? Namens het college, wethouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Voorzitter, dank u wel. Eigenlijk wilde ik hier gaan opnoemen wat wij allemaal al hebben om die inwoners maar te betrekken bij ons beleid en de uitvoering daarvan, maar gelukkig hoor ik hier terug bij de raadsleden wat er allemaal al bekend is. De BASDA is genoemd, de Nieuwe Economische Adviesraad die straks er zal zijn, Jongerenraad.

Ik wilde ook de gebiedsregisseurs nog noemen, die heel veel contacten hebben met onze dorpsraden en inwoners en weten wat er speelt in de verschillende dorpen. En wat ik ook nog wilde noemen, want die heb ik nog niet gehoord, is het inwonerspanel wat we hebben gekoppeld aan ons platform Aan De Slag. Inmiddels 746 inwoners die daarbij aangesloten zijn. En die wij ook ondervragen hoe zij kijken tegen ons beleid en andere zaken. Dat wilde ik nog als aanvulling geven. En als u als raad vindt dat daar nog een aanvulling bij hoort, dan hoor ik dat graag. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Het was in ieder geval een heel leerzaam rondje. Dank je wel allemaal voor jullie input. Het mooie juist van een burgerforum is ... Of ik ga het nu gelijk burgerraad noemen, geloof ik met ingang .... Dank u wel voor de tip. Is natuurlijk dat je een aselecte groep hebt of in ieder geval juist een goede vertegenwoordiging van je bevolking hebt. En al die adviesraden, ik vind ze ook heel nuttig en daar zit ook heel veel deskundigheid in, zijn natuurlijk wel vaak dezelfde mensen. En met een burgerraad, met die loting, bereik je ook mensen die niet zo gauw geneigd zijn om mee te doen aan dergelijke onderzoeken, mensen die zich niet aangeven bij het platform Aan De Slag. Dat is juist denk ik een aanvulling op wat wij eigenlijk hebben.

Maar ik ben het natuurlijk helemaal eens met de wethouder, we hebben ook al heel veel. Maar dat wil niet zeggen dat je niet altijd kan blijven verbeteren en goed scherp met elkaar moet kijken hoe je toch inderdaad die kloof tussen inwoners en politiek kan blijven verkleinen. En dat blijft altijd onze inzet in ieder geval. Dank je wel. De voorzitter: Bij interruptie, mijnheer Van der Hoeven. Dat mag. De heer Van der Hoeven: Misschien dat het helpt, voorzitter, naar mevrouw Maris toe van, ik denk dat we binnen dat platform best kritisch kunnen zijn over welke vormen, welke vragen en welke onderwerpen we daar uitzetten en hoe dan die reactie er ook op is. En dat je daar dan uit leert naar volgende stappen toe en dat dan misschien een burgerplatform uiteindelijk wel een idee is. Maar ik denk dat je eerst moet gaan werken met de zeshonderd man die er gewoon zijn, of zevenhonderd. En dan wel heel gericht kijken wat voor soort vragen stellen we en wat komt er nu uit en is dat waar we op zitten te wachten? De voorzitter: Mijnheer Timmermans, ook nog. Dan mag u tot slot reageren op mevrouw Maris.

De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Mevrouw Maris, ik hoorde net als u de beantwoording van de wethouder. En ik wil graag met u meedenken voor eventueel een ... Ik voel daar echt wel wat voor. Alleen net dat stukje van die loting en zo, dat vind ik dan een beetje een gevaarlijk puntje worden. En wat de wethouder ook zegt, een dorpsraad en dat soort dingen kunnen vaak wel nuttig zijn. Maar als ik dan even in mijn eigen kennissenkring kijk, ik heb nooit niemand van de dorpsraad gesproken. Daar gaat het op mis. En dat bedoelt u denk ik ook van, dan heb je een andere inspraakmogelijkheid bij een gemeente om betrokken te raken bij de politiek. En dat steun ik dan van harte. De voorzitter: Mevrouw Maris, tot slot. Volgens mij heeft ze nu weer beltegoed. Kun kan ze. Mevrouw Maris: Is het nu weer rood? De voorzitter: Ja. Mevrouw Maris: Ja, ik ben rood. Dat is ook ... Groen is trouwens ook goed hoor. Maar goed, dat geheel terzijde. Dank je wel wederom voor de steun en ook de suggestie. Ik denk dat we dit zeker ter harte kunnen nemen en we nemen het gewoon mee in ons beraad, hoe we hier verder mee omgaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Maris. Dan hebben we agendapunt 1.2 ook gehad. Dan gaan we naar agendapunt 1.3. En daar draag ik het voorzitterschap even over aan de waarnemend voorzitter, de heer Meijboom. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel.

Dan gaan we snel door. Dan wil ik de heer De Raad, namens de SGP-fractie, het woord geven, omdat hij namens de fractie heeft ingebracht het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Aan u het woord. De heer De Raad: Dank u, voorzitter. Blij dat u in ieder geval een goede titel genoemd heeft hier. Er stond op het agendapunt, zag ik vandaag, iets anders vermeld. Ik hoop dat u zich niet helemaal heeft voor zitten bereiden op welke sloten er allemaal op de markt zijn, maar het gaat inderdaad over het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Veiligheid is een belangrijke factor in onze samenleving. Het Politiekeurmerk Veilig Wonen levert een bijdrage om deze veiligheid ook te waarborgen. Het is een keurmerk dat wordt afgegeven aan woningen die voldoen aan bepaalde veiligheidseisen. Woningen met het keurmerk zijn minder aantrekkelijk voor inbrekers en daardoor ook veiliger voor onze bewoners. Door middel van dit keurmerk wordt een bijdrage geleverd aan de veiligheid van onze samenleving. Het voorkomen van inbraak is niet alleen belangrijk voor de individuele bewoners, maar ook voor de samenleving als geheel. Inbraken zorgen voor slachtoffers en ook financiële schade. Daarnaast kan een inbraak ook leiden tot een gevoel van onveiligheid bij bewoners en een verminderd gevoel van veiligheid in de wijk. Als SP-fractie willen we er daarom voor pleiten om het Keurmerk Veilig Wonen te stimuleren door de gemeente.

Door het verstrekken van subsidies aan woningeigenaren die investeren in veiligheid of door het vereisen van het keurmerk bij nieuwbouwprojecten en/of woningcorporaties kan de gemeente bijdragen aan een veiligere leefomgeving voor onze inwoners. Samengevat is het Politiekeurmerk Veilig Wonen een belangrijk instrument om de veiligheid van onze samenleving te waarborgen. Met elkaar kunnen we ervoor zorgen dat dit keurmerk meer bekendheid krijgt en meer woningeigenaren worden gestimuleerd om te investeren in veiligheid. Ik hoop natuurlijk dat jullie allemaal achter deze oproep staan, dat we het met elkaar ook verder vorm kunnen gaan geven. Tot zover, voorzitter. Dank u.

De plaatsvervangend voorzitter: Wie mag ik het woord geven? De heer Timmermans namens de VVA, aan u het woord. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, ik schilder een straat en daar loopt een inbreker doorheen. En dan ziet die inbreker een stickertje van een Politiekeurmerk. Dan moet ik toch wel een beetje gaan lachen bijna, want dan denkt die inbreker echt niet van, hier ga ik even doorwandelen en hier ga ik dit huis voorbij, want dat heeft een keurmerkje toevallig, omdat mijnheer agent drie weken geleden is geweest om het huis te controleren. Dan gaat het helemaal niet om. Het gaat gewoon om waardevolle spullen die er liggen ter opraping of als iemand op vakantie is. En of dat er aan een keurmerk is, maakt helemaal niets. Ik zie er ook niks in. De plaatsvervangend voorzitter: Dat is duidelijk. De heer Bouman namens de CDA-fractie. De heer A. Bouman: Dank u wel, voorzitter. Ik was nog even de straat aan het bekijken die net getekend was. Misschien toch even nog een vraag aan de heer De Raad over het punt wat hij inbrengt. Kijk, het is natuurlijk goed als een gemeente een stimulerende rol heeft in van, bewustwording richting veiligheid. Dan heb ik zoiets, dat is goed. Ik denk dat verzekeringsmaatschappijen daar overigens ook een rol in zouden hebben.

Hoe ziet u dat dan in verhouding tot de gemeente? En beperkt u zich inderdaad door bewustwording of vindt u nu ook dat de gemeente zou moeten gaan meebetalen aan sloten bijvoorbeeld voor een woning om het veiliger te maken? Daar ben ik wel even benieuwd naar hoe u dit nu eigenlijk precies concreet voor u ziet. De plaatsvervangend voorzitter: U mag daar ook wel meteen op reageren hoor. De heer De Raad: Dan begin ik eerst even bij de heer Timmermans, als het mag, voorzitter? De plaatsvervangend voorzitter: Nee, dan laten we het maar eventjes zitten. Mijnheer Nieuwenhuizen namens de CU. De heer Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Ik wil wel aansluiten bij de laatste vraag van de heer Bouman, of het gaat om subsidiëren van mensen om een slot te kopen. Ik hoor ook nieuwbouw, maar bestaande bouw is misschien nog wel belangrijker, denk ik, want in nieuwbouw is vaak al heel goed materiaal gebruikt. Maar het Politiekeurmerk Veilig Wonen is volgens mij al redelijk ingeburgerd, maar dat horen we graag van de portefeuillehouder. Maar dat betekent ook wat voor de gemeente. En hebben we daar als gemeente dan ook geld voor over, voor de inrichting van onze openbare ruimte? De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. De heer Nieuwenhuizen: Graag gedaan. Dank u wel. De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Maris namens Progressief Altena. Mevrouw Maris: Dank je wel, voorzitter.

Ik zit ook eigenlijk even met ... Ik was ook even aan het zoeken. Even op het verkeerde been gezet inderdaad door de omschrijving van het onderwerp. Maar is het niet zo dat de veiligheid van de woonomgeving ook al meegenomen wordt in het maken van plannen, zoals goede ontsluiting achtergangen, ingangen? Is dat ook al niet onderdeel van het hele veiligheidskeurmerk waar u het ook over hebt? Dat heb ik net even snel opgezocht en ik dacht mij mezelf, dat hoort er ook bij. Als het niet

over sloten gaat, gaat het ook over omgeving. En die sociale omgeving moet natuurlijk ook veilig zijn. En volgens mij investeren we daar al in. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan, u mag daarop reageren. Gaat uw gang. De heer De Raad: Dank u. De plaatsvervangend voorzitter: En u mag zelf de volgorde bepalen. De heer De Raad: Ook nog. Dan begin ik met de meest positieve bijdrage van het hele rondje. Uiteraard de heer Timmermans gaat het ons niet om het stickertje wat op het huis geplakt wordt, maar uiteindelijk natuurlijk om het stickertje te behalen moet je aan heel veel voorwaarden voldoen. Denk aan sloten, maar ook aan buitenverlichting en van allerlei punten om die sticker te behalen. En uiteindelijk is die sticker niet het doel op zich, maar wel om je woning veilig te maken en daardoor ook de wijk natuurlijk veiliger te maken. En een feitje, wijken waar veelvuldig dit keurmerk gebruikt wordt, is uiteindelijk bewezen dat ongeveer tachtig procent van de inbraken ze maar omlaaggaan. De inbraken die lukken, gaat met tachtig procent omlaag. En niet door het stickertje dat op de voordeur zit, maar door de maatregelen die genomen zijn. En hoe ik het voor me zie, de heer Bouman en nog andere sprekers ook, er zijn gemeentes waarvan ze bijvoorbeeld stellen dat je ... Daar kun je bijvoorbeeld 250 euro, 300 euro subsidie krijgen.

Als je zegt, ik ga eraan werken om mijn bestaande woning verder te ontwikkelen en veilig te maken en ik ga zorgen dat ik dat keurmerk krijg, kun je een subsidie bij de gemeente krijgen om gewoon als kleine stimulans een kleine bijdrage daarin op weg geholpen te worden. En of je daar nu een buitenlamp voor koopt of een slot of wat dan ook, dat doet er dan niet toe. Maar wel gewoon om de inwoners te stimuleren om ook met veiligheid bezig te zijn. Volgens mij heb ik trouwens zo’n beetje alle vragen daarmee beantwoord, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Ik kijk even rond. Gaat uw gang hoor, mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Voorzitter, laat ik vooropstellen dat het eigenlijk een individuele verantwoording is van de inwoners zelf hoe die zijn huis wil beveiligen of wil doen. Daar staan wij voor. Dat is ook een vrijheidsvorm. En even naar het onderzoek, wat u dan noemt, dat het tachtig procent naar beneden is gegaan. Dat is in jaren 2021 en ’22. En toevallig waren er heel veel mensen toen thuis in plaats van dat ze weg waren. Dat onderzoek is niet helemaal op juiste feiten gebaseerd. Ik snap wel wat u bedoelt, dat u zegt van, u wil iets veiliger maken en de omgeving veiliger maken. Ik denk dat dan een burgernetwerk als wat je in heel veel straten ziet, buurtpreventie, dat dat veel effectiever werkt als individuele keurmerken als dit.

De plaatsvervangend voorzitter: Gaat uw gang. De heer De Raad: Ik ga denk ik hier maar niet discussiëren over onderzoeken, want daar verschillen we wel vaker over van mening, over of onderzoeken wel of niet op waarheid gebaseerd zijn. Dat doet er eigenlijk ook niet zoveel toe. Ik denk als gemeente hebben we er uiteindelijk natuurlijk wel baat bij als het aantal inbraken omlaaggaat en niet alleen voor de individuele bewoner, maar ook gewoon voor de sociale cohesie in een wijk. Het veiligheidsgevoel van de mensen die daar ook in die wijk ik wonen. In die zin willen we dit punt graag inbrengen. De plaatsvervangend voorzitter: Ik kijk even om me heen. Als er verder geen reacties zijn, dan wil ik nu graag de portefeuillehouder, de heer Lichtenberg, het woord geven. Aan u het woord.

De heer Lichtenberg: Voorzitter, Dank u wel. Wij hebben zeer recent ... Heeft uw raad het Integraal Veiligheidsplan vastgesteld. En één van de onderwerpen daarvan is een veilige woon- en leefomgeving. En het college heeft dat ook goed begrepen om daar samen met alle partners in de samenleving ook handen en voeten aan te geven. En het Politiekeurmerk Veilig Wonen is één van de onderdelen die bij kan dragen aan een veilige woon- en leefomgeving. We maken daar ook gebruik van om dat onder de aandacht te brengen van allerlei mensen. Dat doen we ook door middel van onze buurtpreventieteams, waar we in ieder geval nu in Werkendam en Andel recent een nieuw buurtpreventieteam hebben en inmiddels voor Sleewijk, Hank en Almkerk dat komend jaar aan het opstarten zijn, nog los van alle bestaande Whatsappgroepen en groepen die er ook in onze gemeente zijn. Er wordt werk van gemaakt om dat beter onder de aandacht te brengen. We zullen dat voor de komende vakantieperiode ook weer doen, samen met onze partners, om mensen daarop te attenderen. Als het gaat van, zou dan de gemeente ook nog zover moeten willen gaan om een subsidieregeling voor individuele aanpak van de woningen mogelijk te maken, dan zou ik u dat toch willen ontraden, vooral omdat het vaak om kleine bedragen gaat en dit een uitvoeringsregeling gaat zijn die meer gaat kosten dan het feitelijk gaat opleveren.

Maar vooral ook omdat je je de vraag kunt stellen, moet de gemeentelijke bemoeienis zover gaan op dit terrein, terwijl verzekeringsmaatschappijen hier kortingen aanbieden op de premies en volgens mij daarmee al, behalve dat het al sowieso een stimulans voor mensen zou moeten zijn om hun woning op die manier te beveiligen, dat ook door verzekeringsmaatschappijen nog gesteund wordt. Laat helder zijn voorzitter, alle vormen om inbraken en mobiel banditisme, want dat is het vaak, in Altena tegen te gaan, daar zullen we als college aandacht ook voor vragen. Meldt vooral verdachte situaties. Als mensen deurcamera's hebben, meldt ze ook aan bij Camera in Beeld. Dat helpt in toenemende mate in opsporing en vervolging, ook van dat mobiel banditisme. Dat zou ik vooral willen adviseren. En daarmee heb ik volgens mij voldoende antwoord gegeven. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik u, mijnheer De Raad, als indiener het laatste woord geven. Heeft u voldoende informatie opgedaan? De heer De Raad: Dank voor de reactie, portefeuillehouder. Goed om te horen. We weten het allemaal dat er al heel veel aan gebeurt. Daarom dien ik het punt ook niet in. We weten dat er heel veel aan gebeurt. Ik proef een hele brede steun bij mijn collega's. We gaan alsnog beraden wat hier verder mee te doen, voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel.

En dan wil ik het voorzitterschap graag weer aan de heer Lichtenberg overgeven. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we verder met programma 2, Altena samenredzaam. Agendapunt 2.1, de Altenabon, ingebracht door de VVD-fractie. Mijnheer Bouman, aan u het woord. De heer P. Bouman: Dank u wel. Vorig jaar bij de begrotingsbehandeling hebben wij het idee hier ingebracht voor de Altenabon. En dat idee had ook draagvlak binnen de raad. En het idee daarachter was om één keer per jaar, op een nog nader te kiezen moment, bijvoorbeeld met kerst of de zomervakantie, iets leuks te doen voor mensen in Altena die het net wat minder hebben. Het idee was dat ze iets fysieks konden krijgen, halen tegen inwisseling van een bon bij lokale ondernemers, zodat ze ook iets fysieks in handen hadden en niet een klein bedrag wat op de grote hoop gegooid zou worden. Dat was het idee erachter. En de opdracht aan het college was van, zoek dat uit. We hebben onlangs een raadsinformatiebrief gehad, met daarbij een onderzoek van het college. En we moeten zeggen, het college heeft dat ook gewoon goed onderzocht. Daar ligt een mooi documentje met voor- en nadelen, manieren waarop je dat kan doen, wat het eventueel zou kunnen kosten.

Er ontbreekt echter wel iets in dat onderzoek en in de raadsinformatiebrief en dat is een conclusie van, gaan we dat wel doen of gaan we dat niet doen? En dat is op zich ook wel terecht dat die conclusie ontbreekt, want

daar zijn we zelf als raad ook bij. Maar wat je wel kan zien in de Kamernota, is dat er nul euro voor staat. Daar zullen we iets mee moeten doen als raad. Nou hebben wij als VVD ook even nagedacht over alles wat het college zegt. En als je een beetje tussen de regels doorleest en soms ook gewoon de regels, dan zegt het college eigenlijk van, er is al een en ander en er komt waarschijnlijk ook nog meer, want we zijn al met dingen bezig. Is nou weer zo'n losse bon erbij de meest beste methode? En kan je het niet integreren in andere plannen die we hebben? En er wordt ook bijvoorbeeld een pas genoemd. Je hebt in Den Haag al zo’n pas, die heet Ooievaarspas inderdaad. Dank u wel, mijnheer Sheikkariem. Die bestaat al. En die is op meer plekken. En die wordt aan alle inwoners verstrekt. En nou zou je daar ook op die pas iets extra's kunnen doen voor minima. Zo'n soort systeem zouden wij als VVD ook wel op prijs stellen. Dat past volgens mij wel bij de strekking van de bon. Ons voorstel als VVD aan de rest van de raad is, geef het college nog even de kans om nog langer en wat beter na te denken over de perfecte manier om de Altenabon te integreren in al het goede wat het college aan het verzinnen is. Laten we de Altenabon niet afschrijven, maar laten we het idee handhaven en laten we aan het college de opdracht meegeven, integreer dat in uw plannen die u al heeft.

En om het college het wat makkelijker te maken, dat hoeft van ons niet per se dit jaar of het hoeft zelfs nog geeneens per se volgend jaar, maar we zouden het wel heel mooi vinden als dit idee op een of andere manier er komt. Want we gunnen het echt onze minima om één keer per jaar iets leuks, extra's, fysieks in handen te krijgen. Dat gunnen we ze gewoon en we willen dat dit lukt. En daarom zijn we ook bereid wat ruimte te geven aan het college om het op een goede manier te doen. Ik hoor graag hoe de rest erin staat. Dan kunnen we daar misschien iets mee richting over twee weken, om een wat concretere opdracht aan het college mee te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, het lijkt eventjes of dat de heer Bouman deel uitmaakt bijna van de coalitie, dat hij zo vriendelijk is over dat soort dingen. Wij waren toen ook warm voorstander van uw voorstel wat u vorig jaar heeft gelanceerd. We hadden het zelfs over een munt en u had het over een bon. Maar moeten we daarmee wachten, want u zegt, het maakt niet zoveel uit of dat we dat dit jaar doen of misschien ook niet volgend jaar. Dan gaan we het een beetje uit het oog verliezen als we het niet concretiseren, zou ik zeggen. Ik kan nog niks ter tafel brengen wat dan ter beslissing kan komen. Dank u.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mevrouw Schermers van de ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dank u wel, voorzitter. Ook de vorige keer hebben we dit al bestempeld als een heel sympathiek voorstel, maar de uitvoering heeft het college inderdaad ter hand genomen. Het is wel zo dat als we bijvoorbeeld kijken naar de doelgroep die ook gebruikmaakt van de voedselbank, dan zie je wel met kerst bijvoorbeeld al zoiets dergelijks ook heeft, om bij plaatselijke ondernemers dan naar eigen keuze daar iets fysieks te ontvangen. En ook bijvoorbeeld dat ze regelmatig een kerstpakket krijgen van bedrijven. In die zin is er gelukkig al heel veel om juist voor deze minima ook iets te betekenen. Ik vind het nog steeds heel waardevol om te kijken, is het dan echt sec de doelgroep die ook gebruikmaakt van de voedselbank of kunnen we die iets verruimen? Ik zie u bedenkelijk kijken, maar wellicht geeft dat wat soelaas. Maar ik ben het wel eens met het college, we moeten wel goed kijken of dat dit dan het juiste middel is. Maar dat zegt u zelf eigenlijk ook al. Het gaat meer om de geest van uw voorstel dan de letterlijke uitvoering. En mijn fractiegenoot die zei, kunnen we dan niet meteen een paar mooie tickets erop zetten om over te varen bij de Bergsche Veren. De voorzitter: Mevrouw Buchholtz van het CDA.

Mevrouw Buchholtz: Dank u wel, voorzitter. Wij als CDA Altena staan ook nog steeds achter het idee. En we willen ook graag voor ogen houden van, wat is de bedoeling geweest van dit idee? We willen dat mensen gewoon laagdrempelig een financiële tegemoetkoming krijgen, waarin ze niet hoeven te verantwoorden wat ze met het geld doen. Gewoon iets plezierig kunnen kopen. En maak dit idee ook niet te moeilijk met een app, heel veel kosten. Ooievaarspas, prima of wat voor idee dan ook, maar laten we dit in de uitvoering wel zo laagdrempelig mogelijk houden. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz. Mevrouw Hofstede van Progressief Altena. Mevrouw Hofstede: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben vorig jaar inderdaad ook uw plan omarmd met betrekking tot de Altenabon. En we hebben uiteraard ook het onderzoek gelezen. Wij hebben er binnen de fractie ook al over zitten filosoferen dat zo'n Altenapas een heel mooi middel kan zijn. En daar zijn, als je in den lande gaat kijken, zoveel verschillende mogelijkheden die je daarmee kan doen. Je kan dat heel op maat ... Als iedereen zo'n pas heeft en bij iedereen zitten er dan andere tegoeden of andere mogelijkheden in, denken wij dat dat heel veel mogelijkheden biedt om mensen tegemoet te komen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter.

Ik heb net even bij onze fractievoorzitter geïnformeerd of hij ook zo’n pas wil. Zonder gekheid, sympathiek, zeker met de eerdere voorstellen die gedaan zijn. En volgens mij is er ruimte inmiddels genoeg om de wethouder haar werk te doen. Het liefst wat op kortere termijn dan de heer Bouman uiteindelijk schetst. Dat mag in die zin dit jaar en anders begin volgend jaar wel zijn, om het wat concreet te houden. De voorzitter: Mijnheer Bakker van AltenaLokaal. De heer Bakker: Voorzitter, dank u wel. Volgens mij is het wel duidelijk dat we ongeveer raadsbreed er wel over eens is dat we iets moeten gaan doen. Hoe we het precies moeten gaan doen, dagen we volgens mij het college terecht ook uit, wat de heer Bouman zegt, om daarin met een voorstel te komen. We horen Maasveren, we kunnen het ook over sport hebben, we kunnen het over cultuur hebben, we kunnen het over ... Weet je, zo hebben we ongeveer alle beleidsvelden gehad zo’n beetje. Laten we daar vooral het college eens een voorstel voor maken en dan kijken we eventjes zo metten wat mijnheer Bouman van plan is om aan te bieden. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zullen we eerst nog even naar een reactie van het college gaan voordat u afsluit, mijnheer Bouman? Ja? Mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Van Hunnik: Dank u, voorzitter. Om allereerst maar even te reageren inderdaad, een inventarisatie en een onderzoek zonder conclusie.

Ik geef u daarbij graag mee dat we dat ook wel bewust hebben gedaan vanuit het college, om u ook de ruimte te geven op basis van de motie die er lag om daar zelf uw conclusies uit te kunnen trekken. Ik denk ook dat dat passend is vanuit het initiatief wat er vanuit de raad is gekomen. Als we dan kijken, want dan ga ik graag verder op het inhoudelijke gesprek wat ook hier op gang kwam, zitten er best wel wat puzzels in om dit goed voor elkaar te krijgen en waar we ook in het college echt wel met elkaar de afweging hebben gemaakt. Want we willen graag iets doen wat werkt, wat laagdrempelig is, waar mensen makkelijk gebruik van kunnen maken, wat uitnodigend is om gebruik van te kunnen maken. Tegelijkertijd zien we dat het wel een onderwerp is, armoede, waar nog steeds veel taboe op heerst, wat lastig is om over te praten, laat staan als het jezelf overkomt. Hoe gaan we dat in het goede vat gieten? Inderdaad, een bredere

pas zou er een voorbeeld van kunnen zijn. Ik hoorde u ook meerdere voorbeelden noemen. Ik hoorde vanuit andere fracties ook allerlei vormen en onderwerpen noemen waar het wellicht op zou kunnen aansluiten. Dat vraagt ook echt nog wel wat uitzoekwerk. Als we kijken naar de voorbeelden die er zijn, de Ooievaarspas werd aangehaald, dat is eigenlijk hetzelfde principe wat ook wordt gebruikt in Amsterdam en in Utrecht, waarbij het zich vooral richt op de minimaregelingen en die beschikbaar worden gesteld vanuit de pas. Aan de andere kant is er ook bijvoorbeeld een voorbeeld in Rotterdam, de Rotterdampas, waarbij het zich vooral concentreert op sport, activiteiten, bezigheden die kunnen worden gedaan tegen geen of een gereduceerd tarief, maar wat juist een pas is wat voor elke inwoner beschikbaar is dan wel gratis vanuit de minimaregeling dan wel tegen een tarief waarmee er ook gebruik gemaakt kan worden van die pas. Er zijn verschillende vormen in te vinden. Dat vraagt echt nog wat uitzoekwerk als u dat zou willen als raad. En dan zou ik ook wel vanuit het college willen pleiten als u dit wil, geef ons ook echt de tijd om dit goed te doen.

Want dit is wel een onderwerp, dat kunnen we één keer goed doen met elkaar op een manier waarop we niet stigmatiseren, onze inwoners goed bereiken, het laagdrempelig doen, het aan de voorkant voor ons inwoners makkelijk maken, maar ook aan de achterkant makkelijk maken, zodat het uitvoerbaar blijft, waarbij we graag willen dat er dan ook lokale initiatieven een vorm in zouden kunnen krijgen. Dat kost echt tijd met elkaar. Dat zou ik graag wel nog een keer willen benadrukken. En dan uiteindelijk was het een inventarisatie en onderzoek waar u om heeft verzocht. En is het ook aan u om daar vervolgens mee verder te gaan, denk ik. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Hunnik. Tot slot mijnheer Bouman. De heer P. Bouman: Dank u wel. De wethouder zei van, we hebben bewust de conclusie opengelaten, want dan kan de raad die conclusie trekken. Ik durf hier voorzichtig wel nog de conclusie te trekken dat we allemaal achter het idee van de pas staan. De bon, sorry. Eenmaal op een jaar onze minima iets extra’s geven, te besteden bij lokale ondernemers. Dat idee leeft nog steeds. Die conclusie trek ik eventjes voorzichtig. De heer Timmermans zei van, u kan net zo goed bij de coalitie gaan zitten, of het lijkt wel of u bij de coalitie zit. Misschien een les. Je kan niet elk onderwerp afgeven op het college, zeker als ze het niet verdienen.

Laten we het gewoon een beetje half-om-half doen. Ik geef u van tevoren voortaan wel een sein, dat als ik wat zachtjes ben, dan kunt u weer wat gemener worden. Maar u zei van, waarom wachten? Dat is ook uw inhoudelijke punt, waarom wachten en verliezen we het niet uit het oog? Waarom je zou wachten? Ik denk dat mevrouw Van Hunnik het nog net het beste verwoordde, geef ons de kans om het in één keer goed te doen. Dit is iets wat je goed wil doen. Zoiets zei ze. En dat is een reden om te wachten. Maar dat is niet een reden om eeuwig te wachten. En u zei ook van, hoe verliezen we het niet uit het oog? Als we er allemaal nog achter zouden staan, dan zouden we bijvoorbeeld over twee weken, wanneer we de Kadernota daadwerkelijk bespreken, een nieuwe motie kunnen maken met daarin een nieuwe opdracht aan het college, met ook de opdracht om budget te zoeken voor jaartal X. Om dat jaartal X uit te zoeken, heb ik nog een vraag als dat mag voorzitter, aan het college. Hoeveel tijd denkt u nodig te hebben om dit idee, in welke vorm dan ook, op een zorgvuldige manier te implementeren. En er is een bovengrens, dat snapt u ook, mevrouw Van Hunnik. Dat is mijn laatste vraag aan het college. Dan krijg ik wat huiswerk voor volgende week. Dan weet ik wat ik volgende week mag doen op mijn zolderkamer.

De voorzitter: Is er een reactie op te geven, portefeuillehouder? Of kan dat ook schriftelijk nog? Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, dat is een vraag die heel makkelijk is gesteld en een antwoord wat lastiger is om te geven, met name omdat het ook de vraag is, hoe ga je het inrichten? Er zijn verschillende vormen die we daarvoor kunnen gebruiken. Het één zal ook makkelijker zijn dan het andere. Ik denk dat ik daar niks nieuws zeg voor de heer Bouman. Je moet in ieder geval, neem ik maar even mee ... Ongeacht wat we gaan

doen, moeten we daar een vorm voor vinden, moeten we daar de achterkant op inrichten. Dat moet goed gebruiksvriendelijk worden ingericht. U geeft ook aan, we zouden daarin willen aansluiten bij lokale ondernemers. Dan hebben we daar ook nog iets te doen met elkaar. Dan ben je al heel gauw een jaar op weg met elkaar om dat goed geregeld te hebben, want het is niet alleen dat we het gebruiksvriendelijk willen hebben voor de inwoners die er gebruik van gaan maken, we willen ook dat de partij die iets aan zou kunnen bieden via een dergelijke pas dat op een goede manier kan doen. We willen dat als gemeente goed inrichten. We willen daarbij ook dat wel de privacy gewaarborgd is. Dat vraagt ook een stukje informatiebeveiliging. Er zitten gewoon heel veel aspecten aan zo'n voorstel. De voorzitter: U heeft een tijdsindicatie gekregen, mijnheer Bouman? De heer P. Bouman: Nou nee. De voorzitter: Jawel. De heer P. Bouman: Maar ik vul wel wat in. Ik hoor 2025. Dat is wat ik hoor. De voorzitter: Volgens mij heeft u voldoende munitie voor over twee weken. Ik sluit daarmee het debat over het programma Altena samenredzaam af. Gaan we naar programma 3, Veelzijdig Altena. Agendapunt 3.1, de subsidie voor het muziekonderwijs, door de SGP aangekondigd. De heer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank u wel, voorzitter.

Voorzitter, er ligt mij bij dat anderhalf jaar geleden wij het individueel muziekonderwijs, de subsidie daarvan geschrapt hebben en tot een nieuw beleid gekomen zijn, waarbij het op scholen gegeven wordt. Zoals beloofd zou het college in 2022 met een evaluatie komen, maar dat is naar ons idee nog niet gebeurd. We waren destijds sowieso kritisch op de stap die gezet werd. We hebben daar toen ook destijds een motie over ingediend, om toch het individuele subsidiebedrag te handhaven. Als ik diep graaf werd met een minimale meerderheid die motie verworpen. De vraag is van, wanneer kunnen we de evaluatie rondom die subsidie verwachten en wat is de stand van zaken? En ook wel benieuwd hoe andere fracties daar instaan. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Omdat uw vraag in eerste instantie gericht is op het college ... Maar ik kijk even rond, is het misschien handig om meteen even het college de kans te geven een antwoord te geven, voordat er een heleboel debat komt en dan nog een keer het college misschien een snel antwoord kan geven. Ik kijk even naar portefeuillehouder Van Hunnik of ze de administratie bij ... Die is aan het optellen hoelang het duurt. Mevrouw Van Hunnik, gaat uw gang. Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, ik schrijf geen noot en ik ga het ook niet zingen. Dan gaat u allemaal meteen naar huis. Om even te reageren op de vraag.

En er is inderdaad eerder toegezegd dat u in 2022 informatie zou krijgen. Op 13 juli is er een raadsinformatiebrief gestuurd, waar u ook bent meegenomen in de voortgang van het project. Nu is bijna schooljaar 2022-2023 afgerond. En dat betekent ook dat er vanuit het CultuurPunt opnieuw een evaluatie is uitgevraagd. Die informatie is nu binnen en wordt op dit moment verwerkt. Die verwachten we voor de zomer te ontvangen. En net voor het zomerreces of direct na het zomerreces hopen we daar ook u over te kunnen informeren, over de voortgang. Daarnaast vroeg u volgens mij ook naar, hoe loopt het project nu? Als we kijken naar het aantal scholen dat deelneemt, daar is nog even contact over geweest, kunnen we u in ieder geval zeggen dat, voor het schooljaar 2023-2024 is dat dan, er in ieder geval achttien scholen direct bij de start van het schooljaar deel zullen gaan nemen aan het muziekonderwijs programma. En dat er nog met vier scholen gesprekken worden gevoerd, om in de loop van het schooljaar

wellicht aan te sluiten. Ook daar zien we wel een stijging in het aantal scholen wat deelneemt aan het programma. En de evaluatie komen we zo snel mogelijk op terug. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Hunnik. En kijk ik even rond of er nog behoefte is om verder in het debat wat mee te doen? Mijnheer Van der Hoeven, gaat uw gang. De heer Van der Hoeven: Het aantal scholen wat meedoet, is één criterium. Het andere criterium is, hoeveel mensen gaan dan inderdaad ook actief muziek maken en gaan door naar muziekles toe? En in die zin, we stonden toen ook al aan dezelfde kant als SGP. En we hebben toen het project inderdaad een kans gegeven. Maar de signalen die wij uit de muziekwereld krijgen, is dat het toch in ieder geval op het particuliere muziekonderwijs toch wel effect heeft. Wij hopen inderdaad zo snel mogelijk die cijfers wel te krijgen. En wij staan open voor suggesties om naast het onderwijs op scholen toch ook het particuliere muziekonderwijs ruimte te geven, in financiële zin vanuit de gemeente. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog op dit onderwerp? De heer Noordergraaf, u heeft het debat ingeleid. U mag nog wel even komen staan zo. Mevrouw Maris. Mevrouw Maris: Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, wethouder, voor de informatie. En ontzettend blij om te horen dat het programma zo goed loopt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Verbaarschot.

De heer Verbaarschot: Dank u, voorzitter. Voordat we allerhande subsidiepotten willen opentrekken voor muziekonderwijs, ik denk dat muziek best wel een gedetailleerd deel is van onze maatschappij, waar niet iedereen gevoel voor heeft. Desalniettemin is het wel nuttig om het op school op een bepaalde manier te krijgen. En in die zin ben ik ook best wel nieuwsgierig van wat de SGP zich voorstelt van muziekonderwijs op school? Dat is niet het eenvoudigste onderwerp. De voorzitter: Mijnheer Noordergraaf, als zich niemand anders meer meldt in het debat. De heer Noordergraaf: Misschien om op het laatste in te gaan, dat de heer Verbaarschot misschien wat bijgepraat moet worden wat het nu op dit moment inhoudt, want het gaat niet over welk beeld wij hebben bij muziekonderwijs op school. Er is een programma gekomen voor muziekonderwijs op school in plaats van dat het een individuele muzieksubsidie was waarin iedereen individueel een aanvraag kon doen. En het enthousiasme wat ik bijvoorbeeld van Progressief Altena van mevrouw Maris hoor, dat enthousiasme heb ik absoluut niet als ik de aantallen op dit moment hoor, 18 scholen. Volgens mij, uit mijn hoofd gezegd, zijn er 53 scholen die eraan deel zouden kunnen nemen of nog meer zelfs, maar goed, dat zijn zeker niet de aantallen met de verwachting die we in eerste instantie hadden.

Wij zullen dit zeker over twee weken inbrengen, met een motie. De voorzitter: Even voor de mensen die dit niet allemaal meekrijgen, er wordt af en toe vanuit de collegebanken wat gesouffleerd. Het ging om maximaal 33 scholen, hoorde ik de wethouder zeggen. Voor de liefhebber. Anders weten mensen dat niet. Het is niet meer de bedoeling om te reageren meteen, of het moest nog bij interruptie, maar dan ... Gaat uw gang nog. Mevrouw Van Ooijen: Ik wilde graag inderdaad toch nog even. Het gaat volgens mij om 33 scholen. Want ik wil dat even graag helder hebben, want anders dan ...

De voorzitter: Maar dat heb ik gehoord net. Gesouffleerd, 33 scholen die maximaal mee kunnen doen. Mevrouw Van Ooijen: 33 scholen. Precies. De voorzitter: Waarvan akte. Dan is dit debatpunt behandeld en dan zullen we merken wat dat gaat opleveren. Dan gaan we naar agendapunt 3.2, de gratis bibliotheek voor laaggeletterden. Door Progressief Altena wordt dat ingeleid. Mevrouw Hofstede. Mevrouw Hofstede: Dank u wel, voorzitter. Altena kent een relatief grote groep mensen met laaggeletterdheid. Dat heeft invloed op hun persoonlijk leven. Uit onderzoek blijkt dat als je niet goed kunt lezen, schrijven of rekenen, je minder snel een baan vindt, het invloed heeft op je gezondheid en je minder grip hebt op je geldzaken. Gelukkig wordt onder andere via het Digi-Taalhuis van de bibliotheek hulp geboden. Je kunt er hulp krijgen bij beter lezen, schrijven en praten, begrijpen van formulieren en brieven, je woordenschat vergroten, et cetera. De bibliotheek heeft ook speciale materialen, zoals literatuur en kranten in begrijpelijke taal. Voor het lenen van deze materialen moet je als volwassene echter lid zijn van de bibliotheek. Dit kan belemmerend werken.

Progressief Altena stelt dan ook voor het gebruik van de materialen van de bibliotheek voor mensen met laaggeletterdheid gratis te maken, zodat zij op een laagdrempelige manier gebruik kunnen maken van deze voorziening, zonder al te veel op de hoe-stoel te gaan zitten. Toch om een beetje een idee te geven van, wat voor aantallen gaat het dan? Je zou dit kunnen doen door bijvoorbeeld de mensen die een individueel taaltraject of deelnemen aan taaloefengroepen bij de bibliotheek een jaar lang gratis lidmaatschap te geven, eventueel nog met een uitloop naar twee jaar. Je zou dit ook nog kunnen uitbreiden met mensen die een formeel taaltraject volgen via Da Vinci. Je hebt het dan over ergens tussen de 50 en 100 mensen à 45 euro per jaar. Wat dat betreft lijkt mij een minimale investering, met waarbij we een hoop kunnen bereiken. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Ik kijk rond wie wil reageren. Mijnheer Timmermans, u staat het dichtste bij de microfoon. Mijnheer Timmermans, gaat uw gang. De heer Timmermans: Dank je wel, voorzitter. Voorzitter, de omgeving kennende, analfabeet is iets anders als een getalalfabeet. Want er zijn inderdaad wel wat laaggeletterden in onze streek. Dat ben ik met u eens. Maar als het om getallen gaat, dan valt het nog wel mee.

Het zakenwereldleven kan zich weelderig voortvloeien hier, want veel mensen die zijn school niet hebben afgemaakt hier in de omgeving, zijn heel goed met getallen en geld verdienen. Ik ben daar weer niet met u eens. Daarnaast, als je aanspreekt een grote groep, u zegt een grote groep laaggeletterden en u wil voor heel die groep een gratis toegang maken tot de bibliotheek, dan draait u uiteindelijk ook de financiële situatie van de bibliotheek om de nek. Want ze moeten ergens hun inkomsten uithalen. Stelt u dan voor om de bibliotheek extra subsidie toe te kennen of wat voor gedachte heeft u er dan achter? Dat hoor ik dan graag zo. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mevrouw Schermers van de ChristenUnie. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dank u wel, voorzitter. Ik ben een stuk minder kritisch dan mijnheer Timmermans. En ik hoop dat het tot wellicht een goede samenwerking komt om dit agendapunt samen op te pakken, want ik denk dat er eigenlijk zo min mogelijk drempels moeten zijn voor mensen die laaggeletterd zijn om uiteindelijk te zorgen dat ze wel geletterd worden en dat ze gewoon mee kunnen doen in deze samenleving. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Schermers. De heer Bouman van de VVD.

De heer P. Bouman: Dank u wel. Volgens mij, ik heb het niet gecontroleerd, maar zijn lang niet alle laaggeletterden arm. En wat ik wel net gecontroleerd heb, is dat de bibliotheek bijna gratis is hier. Wat overigens goed is, want een bibliotheek hoort laagdrempelig te zijn. Maar je hebt hier een proefabonnement, o nee, een flex abonnement, sorry, voor 25 euro per jaar en een standaard abonnement voor 45 euro per jaar. Dat is niet duur. Kijk voor sommige mensen is dat misschien wel te duur, maar dan moeten we voor sommige mensen iets doen en niet voor alle mensen. Als er mensen zijn die inderdaad niet goed kunnen lezen en schrijven en die graag van de bieb gebruik willen maken en waar die het niet kunnen betalen, dan moeten we daar iets voor doen, bijvoorbeeld in het kader van bijzondere bijstand of iets dergelijks. Maar we moeten niet heel de groep gelijk gratis toegang geven tot de bieb, terwijl waarschijnlijk negentig procent van de groep gewoon de bieb kan betalen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Zaal van het CDA. Mevrouw Zaal-van der Steen: Dank u wel, voorzitter. Laat ik vooropstellen dat voor het CDA laaggeletterdheid tegengaan ook zeer zeker onze steun heeft en dat we daar ook een groot voorstander van zijn.

Na uw betoog gehoord te hebben, kwam ook bij ons even de vraag naar boven, en ook daarvoor al, gaan we er nu niet te veel vanuit dat laaggeletterden ook minder te besteden hebben? En zochten we nog even naar de vorm, want wat willen we dan concreet gratis gaan maken? U heeft daar net wel iets over verteld, maar we hebben ook gezocht even op internet bij Bibliotheek Altena. En dan lezen wij het volgende. Wil je beter leren lezen, schrijven of praten, heb je vragen of wil je hulp, wil je oefenen in de bibliotheek of thuis via internet, dat kan. Hulp is gratis en je hoeft geen lid te zijn. Zijn er al niet heel veel mogelijkheden? En daarin willen we ook graag wel het antwoord van de wethouder, de reactie afwachten, want uw voorstel brengt waarschijnlijk ook kosten met zich mee. En hoe verhoudt zich dat dan? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Zaal. Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank je wel, voorzitter. Aansluitend op wat het CDA ook aangeeft, er zijn denk ik al heel veel initiatieven rondom laaggeletterdheid. Het is een belangrijk thema wat we eerder ook al meerdere keren hier besproken hebben. Het is voor ons ook wel de vraag van, wat voegt dit extra toe? En ook eens met met name de heer Bouman die ook zegt van, is dit per se altijd gratis nodig voor deze mensen, naast alle dingen die er al zijn? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf.

Mevrouw Hofstede, wilt u eerst een reactie nog van het college of wilt u al reageren? Zullen we eerst ... Portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Van Ooijen: Dank u wel, voorzitter. Ik ga graag in gesprek met de bibliotheek, om samen te kijken wat de mogelijkheden zijn. Weten we om wie het gaat? U noemde al een aantal suggesties. Om hoeveel personen gaat het en wat kan de bibliotheek hier ook in betekenen? En het is hier ook al genoemd, misschien is is financiële ondersteuning niet voor iedereen een noodzaak, want als je laaggeletterd bent, en dat wil ik hier ook nog eens benoemen, heb je niet per definitie financiële problemen. Want misschien moeten we laaggeletterden wel meer op de inhoud overtuigen van het nut van een lidmaatschap van de bibliotheek. Want een lidmaatschap van de bibliotheek heeft zeker nut en kan een bijdrage leveren aan het vergroten van de taal- en leesvaardigheid. Zoals u weet, zijn we bezig met de evaluatie van het bibliotheekwerk en de samenwerking met de gemeente. En dit punt zouden we ook zeker kunnen meenemen in deze evaluatie. De voorzitter: Dank u wel, portefeuillehouder Van Ooijen. Mevrouw Hofstede.

Mevrouw Hofstede: Dank u wel, voorzitter. Inderdaad is het niet zo dat iedereen die laaggeletterdheid ... Dat die ook arm is. Het is bedoeld om op een laagdrempelige manier de toegang tot de bibliotheek te faciliteren, dat je mensen die daar al een traject volgen, zoals ik inderdaad eerder al zei, of door een individueel traject of in groepen, dat ze daarnaast dan ook gebruik kunnen maken van de materialen die de bieb daarvoor te bieden heeft. En aan de andere kant kan het wellicht ook mensen helpen, als je weet dat er zo'n lidmaatschap bij zit, om vervolgens juist mee te doen aan de begeleiding die er vanuit de bibliotheek te volgen is. Nog één ding wat ik daarover wil zeggen, is dat het wordt ook vaak ... Wat je ziet dat er een bepaalde ... Dat je het terugziet binnen gezinnen en dat het dan ook belangrijk is dat kinderen ook zien van, lezen is belangrijk, lezen kan ook leuk zijn, zodat ze het ook zien, zodat je ook kan proberen om dat te doorbreken. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Hofstede. Ik denk, het debat is voldoende gevoerd. En het is even aan u om te kijken of u daar over twee weken al dan niet aan de hand van een motie wellicht op terug wilt komen. Dat zullen we dan merken. Gaan we naar agendapunt 3.4, accommodatiebeleid. Dat is door de VVA aangekondigd. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter.

Voorzitter, afgelopen maart stond ik hier ook op deze plek met de vragen richting het college om naar het accommodatiebeleid te kijken. En dan met name bijvoorbeeld naar De Jager. En toen werd erop gereageerd dat het college binnen een week of acht, dat was een toezegging, terug zou komen op die vraag. Alleen we zijn nu verder als acht weken en ik heb nog niks gehad van het college. Nu blijkt het zo te zijn dat het na de vakantie geschoven wordt. Waarom is dat? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Dit is ook een vraag voor het college. Zullen we het college eerst de kans geven om daarop te reageren? Wethouder Sheikkariem. De heer Sheikkariem: Voorzitter, ik ben een beetje verrast door die vraag. En ik verkeer in de veronderstelling dat u wel de beantwoording heeft gekregen. Ik heb in ieder geval de beantwoording wel gezien en was al een paar weken geleden. Tot in detail hoe het gaat, want het ging om met name ... Een collega van u vanuit de VVA heeft die vragen toen gesteld. Die heb ik ook nog naderhand gesproken en ook toegelicht hoe het zit. Maar ik ga dat wel even intern uitzoeken of dat niet verstuurd is, want dat zou heel vervelend zijn. De heer Timmermans: Graag voorzitter. De heer Sheikkariem: Ik heb de beantwoording nu nog op mijn netvlies. De heer Timmermans: Dan ontvang ik was alsnog graag voor de volgende vergadering.

De voorzitter: Die check wordt gedaan. Is daarmee voldoende voor u het debat gevoerd? Ik kijk even rond of anderen ook voldoende? Dan is daarmee agendapunt 3.4 behandeld. Dan gaan we naar 3.5, de sociale coöperatie door Progressief Altena. Mevrouw Verbeek. Mevrouw Vos: Dank je wel, voorzitter. Het is inmiddels mevrouw Vos. De voorzitter: Sorry, mevrouw Vos. Mevrouw Vos: Maakt niet uit. De sociale coöperatie is een redelijk nieuw concept in Nederland. Het is een oplossing voor mensen die vanuit een uitkering willen ondernemen, maar voor wie de stap om op eigen kracht een onderneming te starten nog te groot is. Sociale coöperaties geven een nieuwe vorm aan participatie van

mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Meer mensen kunnen zodoende actief meedoen in de samenleving. De gemeente is hierbij een belangrijke partner in dit initiatief. Zij verleent namelijk toestemming aan bijstandsgerechtigden om deel te nemen aan de sociale coöperatie. Voor de één betekent lid worden van een sociale coöperatie volledig uitstromen uit de uitkering en financieel op eigen benen staan en voor de ander betekent het om vanuit de sociale onderneming te blijven ondernemen. Sociale coöperaties hebben hun impact al bewezen in onder andere de gemeente Breda en Alkmaar. De leden van de sociale coöperatie staan weer zelf aan het stuur van hun eigen ontwikkeling, waardoor ook hun eigen waarden en positief zelfbeeld en het algemeen welzijn enorm toeneemt. Het voordeel voor de gemeente daarbij is dat het minder uitgaven aan zorg en uitkeringen met zich meebrengt. Een succesvol eigen bedrijf is een mooi streven, maar helaas niet altijd haalbaar. Belangrijk is dan dat je mensen wel weer een kans geeft om iemand te zijn. Geen vluchteling, maar bijvoorbeeld een cateraar. Niet een hobbyist met autisme, maar een computerreparateur. Geen bijstandsgerechtigde, maar bijvoorbeeld een tuinman, naaister, nail artist, grafisch ontwerper, et cetera. Zo ondernemen mensen zichzelf deels of geheel uit de bijstand met de sociale coöperatie als broedplaats en springplank.

De Participatiewet maakt het mogelijk om via een sociale coöperatie te ondernemen met behoud van bijstand. Met wat het coöperatielid verdient als ondernemer wordt een deel geïnvesteerd in het eigen bedrijf en een deel in de persoonlijke ontwikkeling. Het andere deel gaat naar de sociale coöperatie, die daar bijvoorbeeld de huur en energiekosten van betaalt. In sommige gemeenten wordt er ook afgesproken dat er een deel eventueel teruggaat naar de gemeente als vergoeding voor de bijstandsuitkering. Iedere sociale coöperatie maakt daarover zelf afspraken met de gemeente. Een sociale coöperatie is een nieuw concept binnen Nederland en bedoelt voor mensen met een uitkering die op een ondernemende, praktische, duurzame manier willen participeren, want werk, in welke vorm dan ook, is heel belangrijk voor mensen. Het geeft een doel, zorgt voor zingeving, ritme, sociale interactie en mogelijkheden om zichzelf verder te ontwikkelen. Brabantse Helden heeft tijdens de inloop in Dussen aangegeven graag een sociale coöperatie te willen opstarten. Wij willen dan ook het college vragen om een haalbaarheidsonderzoek uit te laten voeren en vervolgens een verzoek in te dienen bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op basis van het tijdelijk besluit experimenten Participatiewet, ten behoeve van de opstartkosten van de sociale coöperatie die Brabantse Helden graag wil.

De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vos. Ik kijk even rond of anderen zich willen mengen in dit debat. Ik zie twee mensen opstaan. Mevrouw Schermers is net eerder bij de microfoon. Gaat uw gang, mevrouw Schermers. Mevrouw Schermers-van Elderen: Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af, ik denk dit plan is al eerder gepresenteerd en dat was inderdaad in Dussen. Dat vroeg ik me al af inderdaad, is dat hetzelfde? En toen was ik al heel enthousiast, omdat ik denk dat inderdaad mensen gewoon weer in hun kracht zetten enorm belangrijk is. Is niet alleen maar via de centen, dan in ieder geval via een stuk zelfvertrouwen. Wij zijn zeker bereid om mee te denken en mij in te dienen. De voorzitter: Mijnheer Bouman van de VVD. De heer P. Bouman: Ik zal allereerst ruiterlijk erkennen dat ik niet precies weet hoe zo'n coöperatie werkt en hoe dat helemaal in elkaar zit, maar dat zal dan nog wel volgen. Maar met uw pleidooi zijn wij het als VVD natuurlijk heel erg eens. We hebben ooit gehoord van een zeker iemand, dat heb ik hier al meer gezegd van, werk is de beste vorm van zorg. Ik zal niet zeggen van wie ik het gehoord heb, maar hij is nabij. En daar zijn wij het mee eens. Wij vinden het heel belangrijk dat mensen een bepaalde zin hebben in het leven. Dat je bezig blijft, dat je ergens midden in de maatschappij staat. En dat op een normaal mogelijke manier in te vullen, is

met werk. Een normale levenssituatie is dat je op een gegeven moment opstaat, je gaat naar je werk, je werkt met andere mensen en je komt weer thuis. En zo'n soort normaal leven, dat gunnen wij als VVD iedereen. En als je daar ook nog eens bijdraagt met zo’n initiatief dat mensen weer re-integreren en misschien wel op een reguliere manier aan het werk gaan of inderdaad ondernemer worden of wat dan ook, wij willen dat best een kans geven om dat te onderzoeken. Dat past best binnen ons gedachtegoed. Wij willen dat zeker een kans geven. Maar hoe het allemaal precies werkt, vraag het me niet. Ik weet het niet, maar het klinkt goed. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bouman. Mevrouw Buchholtz. Mevrouw Buchholtz: Ik sluit me daar ook wel een beetje bij aan, voorzitter. Ik vraag me alleen even af, we hebben natuurlijk ook Stichting MEE die daarin ondersteunt, bij dat soort vragen. We hebben de Werkmakelaars, we hebben participatie bij consulenten die al veel daarin investeren. Ik vraag me ook af van, wat zou er uit dit haalbaarheidsonderzoek komen? En hoe zit het dan met hulp die vanuit die andere professionals wordt geboden? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Buchholtz. Mijnheer Noordergraaf. De heer Noordergraaf: Dank je wel, voorzitter.

Ik denk, ik zal bewust langer wachten, want misschien dat collega-raadsleden mij verder uitleg kunnen geven hoe dat het precies werkt, maar dat wordt hem ook niet. Een haalbaarheidsonderzoek op zich, zeker niet verkeerd om dat te doen. En dan hebben wij in de tussen misschien ook wel de tijd om ons wat meer te verdiepen in wat het specifiek inhoudt om er ook daadwerkelijk wat van te gaan vinden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Noordergraaf. Mijnheer Timmermans. De heer Timmermans: Dank u, voorzitter. Voorzitter, het plan klinkt inderdaad mooi. Alleen wij zijn wel bang dat het een soort gaas is die over de pleister heen gaat, in plaats van dat het gaasje onder de pleister zit. Daar wil ik mee zeggen, onze wet- en regelgeving is zo ingesteld in Nederland dat als je inderdaad in de bijstand zit en je gaat iets verdienen, dan word je eigenlijk gelijk gekort op je bijstand. En dat motiveert niet altijd om dan door te bijten tot het volgende moment dat je weer meer gaat verdienen. Ik ben wel heel erg geïnteresseerd in uw plan. Ik heb daar ook verder geen verdieping in gehoord nog. Dat wil ik dan graag afwachten. Maar ik heb mijn kanttekening erbij. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Timmermans. Mevrouw Vos, zullen we naar het college luisteren voordat u afsluit? Portefeuillehouder Van Hunnik.

Mevrouw Van Hunnik: Voorzitter, een sociale coöperatie, ik denk dat de basis daarvan een mooi initiatief zou kunnen zijn. Daarmee zou kunnen worden voorzien in een soort tussenvorm voor mensen die op dit moment nog niet deelnemen op de arbeidsmarkt en ook nog niet ver genoeg zijn op de participatieladder om bijvoorbeeld gebruik te kunnen maken van de bijstand voor zelfstandigen, maar juist een tussenvorm zou kunnen zijn waarbij in een coöperatieve setting en onder begeleiding juist bedrijvigheid ook kan worden ontwikkeld. Dat klinkt heel mooi. In de gemeente Altena hebben we daar nog niet eerder onderzoek naar gedaan. Dat zou zeker iets kunnen zijn. Vanuit het college zou ik er wel voor willen pleiten om, op het moment dat we hiermee aan de slag gaan, in eerste instantie echt eerst een onderzoek te doen en daarbij ook echt een maatschappelijke kosten-batenanalyse te maken. Daarin te kijken, wat zijn de voorwaarden om hier ook echt meerwaarde van te gaan maken in Altena? En dat betekent ook dat we daarbij een inschatting moeten maken op basis van het bestand wat we nu hebben van mensen bij re-integratie voor wie dit passend zou kunnen zijn,

hoe groot is die doelgroep en hoeveel meerwaarde heeft het? Lukt het om die coöperatie dan ook echt goed van de grond te krijgen? En daarbij zou ik dan ook willen kijken, er werd al aangehaald, er zijn initiatieven, ik weet dat er ook landelijke stichtingen zijn die hierbij ondersteuning bieden, hoe dat we dat dan in zouden moeten kunnen richten. Wat het college betreft zou daar nog wel veel onderzoek ook aan voorafgaan om te kijken, waar zit die meerwaarde in, hoe kunnen we die meerwaarde realiseren, komt dat ook echt naar voren uit een maatschappelijke kosten-batenanalyse en wat wordt daar dan een structuur op? Dat zou ik daar graag op willen meegeven. En zo'n onderzoek kan zeker uitgevoerd worden. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Hunnik. Mevrouw Vos, tot slot. Mevrouw Vos: Dank je wel, voorzitter. Fijn om te horen dat de meeste collega's wel enthousiast reageren. Wat het precies inhoudt, ik kan het hier vertellen, maar ik denk dat de mensen, onder andere van Brabantse Helden, dat zelf heel enthousiast en heel goed ook kunnen vertellen. Wellicht dat ze nog eens een keer langs willen komen. Even op mijnheer Timmermans, hij geeft aan van, als je in de bijstand zit en je gaat werken, je verdient geld, dan word je vaak gekort op je uitkering.

Dat is juist het mooie van dit concept, dat op basis van het Tijdelijk besluit experimenten in de Participatiewet die mensen niet gekort worden op hun bijstandsuitkering. En dat ze eigenlijk pas echt losgelaten worden door de sociale coöperatie op het moment dat ze hun eigen broek op kunnen houden, dat ze echt winstgevend zijn. En tot die tijd dat ze de coöperatie als vangnet hebben. En dat was denk ik zo, voorzitter. De voorzitter: Ik denk het ook. Dank u wel, mevrouw Vos. U heeft voldoende munitie, denk ik, voor over twee weken. Dan gaan we naar agendapunt 3.6. Dat is de insteekhaven. En daar wil de VVD de aftrap van verrichten. De heer P. Bouman: Dank u wel. De insteekhaven is er nog niet. Als VVD zijnde zitten wij niet zozeer met smart te wachten op de insteekhaven zelf, want dat is natuurlijk maar een relatief kleine haven en een relatief kleine bijdrage aan de oplossing van ons probleem. Het probleem zijnde, we hebben te weinig kaderruimte. De echte oplossing is die derde haven. Maar om die strategisch te zien te kunnen bereiken, zou het natuurlijk wel ontzettend handig zijn dat je die insteekhaven al bereikt hebt, waardoor je aan je partners kan laten zien, kijk eens, wij hebben geen ruimte beschikbaar meer.

Want het staat natuurlijk wel een klein beetje voor aap als je mensen wil enthousiasmeren voor een derde haven, dat je dan nog een groot braakliggend terrein hebt in je bestaande haven. Daarom hechten wij waarde aan die insteekhaven. Neem ik u even mee terug naar halverwege 2021. De SGP vond het lang genoeg duren met die insteekhaven. Die zei van, nou is het klaar met dat gemieter, hij moet er maar eens komen. En als er aan het einde van 2021 geen overeenstemming is, dan stoppen we ermee. Daarna was ik even in slaap gevallen. Maar toen ik wakker werd, was het inmiddels 2023. Naar mijn berekeningen is 2023 na het einde van ‘21. En hij is het nog niet. Mijn vraag aan de SGP is van, SGP, bent u nog steeds van mening dat we eens moeten stoppen met die insteekhaven? En zo ja, per wanneer? En zo nee, mag ik u dan misschien nog proberen te overtuigen om die motie los te laten en gewoon te gaan voor die insteekhaven, ongeacht hoelang dat duurt, want we hebben hem nou eenmaal nodig om de partners te overtuigen. En tot slot zijn we ook gewoon echt intrinsiek gemotiveerd van, hoe zit het met die insteekhaven? Want als we de bestuursrapportage lezen, dan staat er één zinnetje met een rood balkje, duurt langer. Zoiets komt het op neer. En ergens in de Kadernota staat ook één alineaatje. Wij weten ook gewoon echt niet hoe het zit met die insteekhaven. Dat horen we graag van het college.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12994474/2