CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Raadsvergadering 16 maart 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Bestemmingsplan Eikenlaan 9-11 Sleeuwijk21.129 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven. In het verlengde van de in paragraaf 5.8 genoemde gemeentelijke archeologische beleidskaart en Erfgoedverordening is ook een cultuurhistorische beleidsadvieskaart opgesteld, de zogenaamde Erfgoedkaart. Op deze beleidskaart is aangegeven waar cultuurhistorische elementen (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, beeldbepalende en beeldondersteunende bebouwing), waardevolle lijnelementen (wegen, dijken en ontginningsassen), alsook waardevolle ruimtelijke patronen en/of structuren (zoals historische kern, beschermd stadsgezicht) voorkomen. Deze informatie is gekoppeld aan een beleidsadvies. Cultuurhistorie in relatie tot het plangebied Blijkens de gemeentelijke cultuurhistorische beleidsadvieskaart zijn er in het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen, waardevolle

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

51

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

Uitsnede Cultuurhistorische beleidsadvieskaart voormalige gemeente Werkendam met ligging plangebied (groen omlijnd)

lijnelementen of waardevolle ruimtelijke patronen en/of structuren aanwezig. Derhalve herbergt het plangebied geen specifieke cultuurhistorische waarden die bescherming vanuit het bestemmingsplan behoeven. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect cultuurhistorie.

5.10

Bedrijven en milieuzonering

Beleid en regelgeving Om tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijven op milieuhygiënische aspecten te komen wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. De milieuzonering zorgt voor voldoende afstand tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) in ruimtelijke plannen. Hiertoe zijn bedrijven voorzien van een zone waar mogelijke nadelige effecten zijn voor woningen. Maatgevend zijn de thema’s geur, geluid, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten van belang. Daarnaast mogen bedrijven niet worden beperkt in hun mogelijkheden. Om mogelijke hinder van niet-agrarische bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties.

Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. Zijn de afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies kleiner dan de voorgeschreven afstanden uit de VNG-publicatie, dan zal door middel van onderzoek aangetoond moeten worden of de realisatie van een bedrijf toch mogelijk is en welke maatregelen moeten worden genomen om te komen tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aan de hand hiervan kan dan gemotiveerd worden afgeweken van de standaard adviesafstanden. Milieuzonering in relatie tot het plangebied Invloed omgeving op plangebied Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van zorgwoningen. Zorgwoningen zijn aan te merken als een milieugevoelige functie. In de directe omgeving van het plangebied zijn echter geen bedrijven gesitueerd die een belemmering kunnen vormen voor de bouw van de zorgwoningen. Bedrijven zullen ook niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering door de komst van de zorgwoningen.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

52

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

Invloed plangebied op omgeving In de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ worden zorgwoningen niet aangemerkt als een milieubelastende functie. De zorgwoningen kennen dus geen milieuzonering waarmee rekening gehouden dient te worden. Derhalve zijn er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan vanuit het aspect milieuzonering. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering.

5.10

Explosieven

Beleid en regelgeving De potentiële aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE's) kan een bedreiging zijn bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging in de planuitvoering leiden. Daarom is het wenselijk om voorafgaand aan dergelijke werkzaamheden na te gaan of er redelijkerwijs NGE’s te verwachten zijn. Explosieven in relatie tot het plangebied Het voorliggende bestemmingsplan maakt het oprichten van een gebouw met 26 zorgwoningen mogelijk. Op de locatie van het nieuwe gebouw bevindt zich thans een groepswoning. Deze groepswoning is na de Tweede Wereldoorlog gebouwd. Dat geldt ook voor het gebouw van De Tuinderij, ten westen van de groepswoning. Door de bouw van de groepswoning en het gebouw van De Tuinderij alsmede het gebruik van omliggende gronden ten behoeve van een moes- en siertuin, hebben er na de Tweede Wereldoorlog al grootschalige grondroerende werkzaamheden in het plangebied plaatsgevonden. Indien er in het plangebied NGE’s aanwezig waren, dan zullen die destijds aangetroffen en geruimd zijn. Het ligt daarom niet in de verwachting dat op de locatie van de nieuwe zorgwoningen (nog) NGE’s aanwezig zijn. Mochten er tijdens de bouwwerkzaamheden toch nog NGE’s worden aangetroffen, dan zullen deze worden geruimd. Dit staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg.

Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect explosieven.

5.11

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Regelgeving De milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit mer en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een:  C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden;

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

53

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.-procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.-plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.-beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. 

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEGrichtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de 3 volgende hoofdcriteria: o de kenmerken van het project; o de plaats van het project; o de kenmerken van de potentiële effecten. Beoordeling plan In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:  Een oppervlakte van 100 hectare of meer,  Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of  Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het onderhavige plan voorziet in de ontwikkeling van een gebouw met 26 zorgappartementen binnen een plangebied met een oppervlakte van circa 0,45 ha. Daarmee valt deze ontwikkeling ruim onder de bovenstaande drempelwaarden en is niet rechtstreeks m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig. Omdat de ontwikkeling in onderdeel D van het Besluit m.e.r. voorkomt, dient wel middels een Vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden nagegaan of sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu die de uitvoering van een m.e.r. noodzakelijk maken. Daarom zijn alle mogelijke milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling onderzocht en beschreven in de ‘Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling zorgwoningen Eikenlaan 9-11 Sleeuwijk8’.

Deze aanmeldnotitie is opgenomen als bijlage. Hieruit blijkt dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Op grond van deze aanmeldnotitie is voor het plan dan ook geen merprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Conclusie Concluderend kan gesteld worden dat voor dit bestemmingsplan geen MER hoeft te worden gemaakt.

8

mRO bv, ‘Aanmeldnotitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling zorgwoningen Eikenlaan 9-11 Sleeuwijk’, december 2020

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

54

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

6.

JURIDISCHE ASPECTEN

6.1

Algemeen

Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe de nieuwe situatie is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de (analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan.

Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliserings- verplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

55

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO Standaarden 2012, als opvolger van de RO Standaarden 2008, verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze nieuwe standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden. Het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig deze nieuwe vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor een ieder.

6.2

Analoge verbeelding (plankaart)

Uit de landelijke standaard volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond. Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, alsmede de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes zijn verplicht voorgeschreven. Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), aangevuld met de kadastrale gegevens.

6.3

De planregels

De planregels zijn opgesteld volgens het SVBP2012 en voldoen tevens aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. De systematiek van de regels sluit zoveel mogelijk aan op de regels van het bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met ‘Inleidende regels’ (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de ‘Bestemmingsregels’, de ‘Algemene regels’ (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de ‘Overgangs- en slotregels’. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: - Bestemmingsomschrijving; - Bouwregels; - Nadere eisen; - Afwijken van de bouwregels; - Specifieke gebruiksregels; - Afwijken van de gebruiksregels; - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. - Wijzigingsbevoegdheid Opgemerkt wordt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten, dit verschilt per bestemming.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

56

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

6.4

Artikelgewijze toelichting

Artikel 1 en 2 Begrippen en wijze van meten Voor de begripsomschrijvingen en wijze van meten is aangesloten bij de SVBP2012 en de begrippen uit het bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’. Artikel 3 Maatschappelijk Het gehele perceel Eikenlaan 9-11 heeft de bestemming ‘Maatschappelijk’ gekregen. Dit betreft de gronden waarop de nieuwe zorgwoningen worden gerealiseerd, alsmede de gronden die ten behoeve van de Tuinderij in gebruik blijven. Gronden met de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn bestemd voor activiteiten gericht op sociale, maatschappelijke en (para)medische dienstverlening, in de vorm van begeleiding, behandeling, dagbesteding en ondersteuning van mensen met een verstandelijke, geestelijke en/of somatische aandoening/beperking alsmede daaraan verbonden ondersteunende activiteiten, met daarbij behorende voorzieningen, zoals groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en water. De gronden waar de zorgwoningen zijn gepland, zijn voorzien van de aanduiding ‘zorgwoning’. Deze gronden kunnen daardoor worden gebruikt voor zorgwoningen en bijbehorende voorzieningen. Binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ zijn ook bijbehorende tuinen toegestaan. Dit maakt het gebruik van gronden voor de moes- en siertuin van de Tuinderij mogelijk. Op de verbeelding is binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ een bouwvlak aangegeven voor de zorgwoningen.

Gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd. De zorgwoningen dienen dus binnen het aangegeven bouwvlak te worden gerealiseerd. Het bouwvlak van de zorgwoningen kan worden bebouwd tot het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage. Het kan dus niet volledig worden bebouwd. Tevens is een bouwvlak opgenomen op de verbeelding voor het bestaande gebouw van de Tuinderij. Hiermee is dit gebouw positief bestemd. De maximale goot- en bouwhoogte van de gebouwen is op de verbeelding aangeduid. Een bedrijfswoning is niet toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- en terreinafscheidingen, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. Artikel 4 Waarde-Archeologie 5 De voor ‘Waarde-Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van middelhoge archeologische verwachtingswaarden. De bestemming ‘Waarde-Archeologie 5’ is toegekend aan het gehele plangebied omdat daar ingevolge de gemeentelijke archeologische beleidskaart sprake is van een middelhoge archeologische verwachting. Op deze gronden mag niet worden gebouwd zonder dat archeologisch onderzoek is verricht. Hierop gelden enkele uitzonderingen.

Zo is voor bebouwing waarvan de diepte niet meer dan 3 meter onder het bestaande maaiveld bedraagt of waarvan de oppervlakte niet meer dan 500 m² bedraagt geen archeologisch onderzoek vereist.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

57

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

Binnen de bestemming ‘Waarde-Archeologie 5’ geldt ook een omgevingsvergunningenstelsel voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarden. Alleen als archeologisch onderzoek is verricht kan een vergunning worden verkregen. Uitgezonderd van de vergunningplicht zijn onder meer werken en werkzaamheden die een kleinere oppervlakte hebben 500 m² of niet dieper gaan dan 3 meter onder het bestaande maaiveld. Eveneens zijn werkzaamheden die behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden uitgezonderd van de vergunningplicht. Artikel 5 Anti-dubbeltelregel In het Besluit ruimtelijke ordening is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het Bro verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen. De anti-dubbeltelbepaling beoogt te voorkomen dat door het herhaaldelijk gebruik van dezelfde oppervlakte van gronden als berekeningsgrondslag voor de oppervlaktebepaling van met name gebouwen, er op het betreffende of het aangrenzende perceel een situatie ontstaat die in strijd is met het bestemmingsplan. Door het ‘overhevelen’ van gronden tussen percelen, via al of niet tijdelijke huurcontracten of eigendomsoverdrachten, zou op een van de percelen of op alle betrokken percelen uiteindelijk een bebouwde oppervlakte kunnen ontstaan, die groter is dan het bestemmingsplan blijkens de regels beoogt toe te staan.

Artikel 6 Algemene bouwregels In dit bestemmingsplan zijn binnen de bestemmingen regels opgenomen voor de maatvoering van bouwwerken. Er kunnen echter over- of onderschrijdingen voorkomen, waarvoor in het verleden omgevingsvergunningen voor het bouwen (voorheen bouwvergunningen) zijn verleend. Deze vergunde over- of onderschrijdingen zijn hier positief bestemd. Anders dan onder het overgangrecht geldt voor deze positief bestemde over- of onderschrijdingen dus niet de beperking dat slechts een gedeeltelijke vervanging mag plaatsvinden. Sloop en vervangende nieuwbouw is gewoon toegestaan. Wel dient dit op dezelfde plaats te geschieden. Artikel 7 Algemene gebruiksregels Het verbod om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan (zonder omgevingsvergunning) is opgenomen in artikel 2.1, lid 1, sub c van de Wabo. Bij de algemene gebruiksregels is dan ook enkel aangegeven welk gebruik in ieder geval als strijdig met dit bestemmingsplan moet worden aangemerkt. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Hier zijn algemene afwijkingsregels (onder voorwaarden) opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Het betreft onder meer een afwijkingsmogelijkheid om maximaal 10% van de voorgeschreven maatvoering af kunnen te wijken. Artikel 9 Overige regels In dit artikel zijn onder meer regels opgenomen inzake wettelijke regelingen waarnaar verwezen wordt in de regels.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

58

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

Artikel 10 Overgangsrecht Deze overgangsregels zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. De grootste verandering ten opzichte van de tot voor kort gebruikelijke overgangsregels is dat de peildatum voor bouwen en gebruik, gelijk is getrokken. Ook voor het bouwen is nu de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan beslissend. Dat was voorheen de datum van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De wetgever heeft met die gelijkschakeling beoogd eenduidigheid te scheppen. Indien bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen teniet gaan ten gevolge van een calamiteit, dan bestaat de mogelijkheid om terug te bouwen. Onder een calamiteit wordt hier verstaan: een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig, buiten schuld van de indiener van de bouwaanvraag veroorzaakt onheil. Artikel 11 Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

59

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

7.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan moet een exploitatieplan (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Eveneens hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld als:  Er geen sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro;  Het totaal der exploitatiebijdragen dat met toepassing van artikel 6.19 van de Wro kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000,-;  Er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro;  De verhaalbare kosten, bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro, uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 26 zorgwoningen mogelijk. De gemeente Altena zal met de initiatiefnemer van het plan, zorgaanbieder SOVAK, een anterieure overeenkomst afsluiten waarin afspraken worden vastgelegd over de ontwikkelingen in het plangebied, waaronder het kostenverhaal en eventuele planschade. Het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig.

De realisatie van de zorgwoningen is een initiatief van zorgaanbieder SOVAK. De financiering van alle kosten die verbonden zijn aan de uitvoering van het bestemmingsplan komen voor rekening van SOVAK. Hierdoor zijn er geen kosten voor de gemeente Altena aan de ontwikkeling verbonden. Geconcludeerd kan worden dat het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is en het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

60

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

8.

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

8.1

Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro

In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het voorontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners in het kader van de ruimtelijke ordening. In totaal hebben 2 overlegpartners gereageerd, de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Rivierenland. In het ontwerpplan is rekening gehouden met deze reacties. Daarbij moet opgemerkt worden dat dit voorontwerp bestemmingsplan van een andere ruimtelijke invulling uitging dan het huidige ontwerpbestemmingsplan. Het voorontwerp ging uit van de realisatie van zorgwoningen ten zuiden van het perceel Eikenlaan 9-11, op de gronden die in het verleden in gebruik waren voor de paarden- en ponyclub. Het huidige ontwerpplan voorziet in de bouw van zorgwoningen op het perceel Eikenlaan 9-11 zelf, deels op de locatie van de bestaande groepswoning en deels op gronden die thans nog in gebruik zijn als moes- en siertuin voor de Tuinderij.

8.2

Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen, van 24 december 2020 tot en met 3 februari 2021. Binnen die termijn kon een ieder zijn of haar zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen. Er zijn geen zienswijzen ontvangen.

8.3

Ambtshalve wijzigingen ontwerpbestemmingsplan

Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn er op verzoek van omwonenden en in overleg met SOVAK bij de vaststelling van het plan twee ambtshalve wijzigingen doorgevoerd:  De bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Maatschappelijk’ in de regels is zodanig aangepast dat ter plaatse alleen de functies van SOVAK en maximaal 26 zorgwoningen zijn toegestaan. Daartoe is artikel 3.1, lid a, van de regels gewijzigd in: het uitoefenen van activiteiten gericht op sociale, maatschappelijke en (para)medische dienstverlening in de vorm van begeleiding, behandeling, dagbesteding en ondersteuning van mensen met een verstandelijke, geestelijke en/of somatische aandoening/ beperking alsmede daaraan verbonden ondersteunende activiteiten.  Voor de schuur van de Tuinderij is een maximale goothoogte opgenomen van 3,5 meter. Daartoe is op de verbeelding ter plaatse van de schuur de aanduiding ‘maximum bouwhoogte: 8 m’ vervangen door de aanduiding ‘maximum goothoogte: 3,5 m, maximum bouwhoogte: 8 m’.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Eikenlaan 9-11 mRO b.v. / TOE / 99.438-15 / februari 2021

61

NL.IMRO.1959.SleBP051Eiknln911-VG01 Vastgesteld d.d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9835632/1