Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45)’
3 JUNI 2021 STATUS: ONTWERP
NL.IMRO.1959.NieOV071KldijkNB45-ON01
Gemeente Altena Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45)’
Gegevens opdrachtgever Naam : Daverveld Reuvers Projectontwikkeling B.V. Adres : Maaskade 18 Postcode : 5347 KD Plaats : OSS
Gegevens adviesbureau Naam : Pittiger in planologie Adres : Verwestraat 32 Postcode : 5491BZ Plaats : Sint Oedenrode Telefoon : 06-19743337 Internet : www.pittiger.com
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding........................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 4 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................................. 4 1.3 Vigerend bestemmingsplan .......................................................................................................... 5
2
Bestaande en toekomstige situatie ................................................................................................. 7 2.1 Bestaande situatie ......................................................................................................................... 7 2.2 Toekomstige situatie ..................................................................................................................... 8
3
Beleidskader .................................................................................................................................. 11 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 11 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 11 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 15
4
Milieuhygiënische aspecten .......................................................................................................... 23 4.1 Algemeen. ................................................................................................................................... 23 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 23 4.3 Archeologie en cultuurhistorie.................................................................................................... 24 4.4 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................... 28 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 29 4.6 Externe Veiligheid ....................................................................................................................... 31 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 34 4.8 Kabels en leidingen .....................................................................................................................
35 4.9 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 35 4.10 Brandveiligheid ......................................................................................................................... 37 4.11 Water ........................................................................................................................................ 37 4.12 Verkeer en parkeren ................................................................................................................. 42 4.13 Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................................................... 43 4.14 Niet-gesprongen explosieven.................................................................................................... 44
5
Uitvoeringsaspecten ..................................................................................................................... 45 5.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 45 5.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 45
6
Bijlagen .......................................................................................................................................... 47
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Aan Kildijk 45 in Nieuwendijk is een vrijstaande woning met grote achtertuin gelegen. De achtertuin grenst aan het nieuwbouwplan ‘Westerhei’. De eigenaar van de achtertuin heeft deze verkocht aan Daverveld Reuvers Projectontwikkeling B.V. (initiatiefnemer), die ter hoogte van deze achtertuin een zevental levensloopbestendige woningen wil realiseren. Daverveld Reuvers Projectontwikkeling B.V. heeft het beoogde plafn voorgelegd aan de gemeente Altena. De gemeente heeft vervolgens besloten in principe medewerking te willen verlenen aan het initiatief. Dit heeft zij op 10 december 2019 per brief aan Daverveld Reuvers Projectontwikkeling B.V. laten weten. Het initiatief past niet in het vigerende bestemmingsplan. Voorwaarde om medewerking te verlenen aan de plannen is dan ook dat deze voldoen aan een goede ruimtelijke ordening en een ruimtelijke procedure doorlopen wordt om het plan juridisch-planologisch te kunnen regelen. De intiatiefnemer heeft in overleg met de gemeente besloten een uitgebreide procedure omgevingsvergunning te doorlopen (artikel 2.1, eerste lid, onder c met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 van de Wabo). Met een dergelijke vergunning wordt afgeweken van het bestemmingsplan.
Hiervoor moet de initiatiefnemer bij de gemeente een aanvraag omgevingsvergunning indienen die in ieder geval bestaat uit de activiteit ‘Handelen in strijd met R.O.’. Bij aanvraag van deze activiteit dient de initiatiefnemer een ruimtelijke onderbouwing in. De ruimtelijke onderbouwing motiveert dat het beoogde plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit document betreft de ruimtelijke onderbouwing voor dit initiatief. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in het noordwestelijke gedeelte van de bebouwde kom van Nieuwendijk. Ten noorden wordt het plangebied begrensd door woningen, ten oosten door een parkeerplaats, ten zuiden door de vrijstaande woning met tuin waar het plangebied eerst onderdeel van was en ten westen van de begraafplaats van Nieuwendijk. De afbeelding hieronder geeft het plangebied (groen gearceerde gedeelte) op de luchtfoto met kadastrale kaart weer en laat ook de omgeving ervan zien.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
4
Het plangebied is circa 2200 m² groot. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie T, nummer 2051, gedeeltelijk. Het plangebied is in gebruik als tuin en is deels bebouwd met bijgebouwen. 1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor onderhavig plangebied geldt het volgende bestemmingsplan: Bestemmingsplan
Raadsbesluit
Uitspraak ABRvS
“Kern Nieuwendijk”
27 september 2011
n.v.t.
“Paraplubestemmingsplan wonen”
19 november 2019
n.v.t.
Het plangebied heeft de bestemming ‘Wonen’. Ook is in een deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ van kracht. De gronden die bestemd zijn voor ‘Wonen’ zijn bedoeld voor wonen en daarbij behorende voorzieningen. Hoofdgebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak. Ter plaatse van het plangebied is geen sprake van een bouwvlak. De gronden mogen nu dus alleen gebruikt worden voor bijbehorende bouwwerken en als tuin/ erf en andere bij het wonen behorende voorzieningen. Voor het gedeelte binnen het plangebied waar de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ van kracht is geldt dat zonder onderzoek waaruit de archeologische waarde blijkt niet meer dan 50 m2 dieper dan 0,3 meter mag worden geroerd. Hieronder is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven. Zie het rode pijltje voor de locatie.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
5
Uit bovenstaande blijkt dat het initiatief niet past in het vigerende bestemmingsplan.
1.4 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zullen in hoofdstuk 2 de bestaande en toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de uitvoeringsaspecten en hoofdstuk 6 een algehele motivatie (samenvatting) voor wat betreft de planologische aanvaardbaarheid van het initiatief.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
6
2 Bestaande en toekomstige situatie 2.1 Bestaande situatie In deze paragraaf wordt de bestaande situatie ter plaatse uiteengezet. 2.1.1 Locatie in groter verband Het plangebied ligt ten noordwesten van Nieuwendijk. Nieuwendijk telt ongeveer 3.500 inwoners die sterk zijn gericht op het eigen centrum. In de nabijheid liggen de kernen Werkendam en Sleeuwijk. Nieuwendijk is ontstaan aan een kenmerkend landschappelijk element, de noordzuidverlopende ‘nieuwe dijk’, aangelegd als tweede zeewering. Het fraaie contrast tussen binnendijks en buitendijks gebied met dorpsbebouwing en het open landschap ‘buitendijks’ is één van de bijzondere kwaliteiten van het dorp. De dijk maakt een sterke slinger op de plaats waar de dijk de Alm (en de overwal van de Alm) kruist. Het knooppunt met gemaal en karakteristieke bebouwing was in vroeger tijden een belangwekkende plek met een haventje aan de Bleeke Kil. Hoewel het de havenfunctie verloren heeft, is het nog steeds een intrigerende plek in het dorp. Van oorsprong bestond een knooppunt (vlak naast de doorsteek Alm – Bleeke Kil) ter plaatse van de aanuiding op de Rijksweg. Dit knooppunt is de kern van eht dorp. Uitleg van het dorp vond (in de tweede helft van de 20e eeuw) plaats aan weerszijden van de Rijksweg.
De A27 is door zijn nabije ligging zowel een positieve (zeer goede ontsluiting) als een negatieve (geluidshinder, sluipverkeer, begrenzing) factor. Hieronder is een uitsnede van de luchtfoto opgenomen ter illustratie van bovenstaande tekst.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
7
2.1.2 Locatie en directe omgeving Het plangebied bestaat momenteel uit een achtertuin behorende bij de woning aan Kildijk 45 (zuidelijk). Aan de noord- en oostzijde van het plangebied ligt de meest recente uitbreidingswijk van Nieuwendijk, Westerhei. Aan de westzijde is de begraafplaats incl. uitbreidingsgebied aan de Zandsteeg gelegen. Het plangebied kent hierdoor een besloten ligging, het plangebied grenst aan geen enkele zijde aan (agrarisch) buitengebied. De afbeelding hieronder illustreert de tekst hierboven.
2.2 Toekomstige situatie 2.2.1 Planbeschrijving Ter plaatse van het plangebied is het de bedoeling zeven nieuwe levensloopbestendige woningen op te richten. Voor alle woningen geldt één bouwlaag met kap en een eenlaagse uitbouw. De beoogde goothoogte is ca. 4,5 meter met een nokhoogte van ca. 8 meter. Daarbij wordt het volledige programma op de begane grond gesitueerd (0-treden). Zie onderstaande situatieschets (ook bijlage 7), waarop het toekomstbeeld zichtbaar is.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
8
Deze situatieschets is ook civieltechnisch uitgewerkt. De uitwerking is bijgevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing (bijlage 5). 2.2.2 Stedenbouw en groen Het project bestaat uit 7 woningen te weten 3 vrijstaand geschakelde wonigen en 4 tweeonder-één-kapwoningen. Het plan vormt een afronding van de wijk Westerhei te Nieuwendijk. Inspelend op de uitvraag van levensloopbestendige- en/of seniorwoningen is de typologie door deze insteek vastgelegd. Met een afwijkende begane grond, waar een volledig woonprogramma gevraagd wordt, is dit een aanvulling op deze wijk waarbij senioren uit het dorp en de directe omgeving een woning kunnen vinden die past bij de wens om nog lang zelfstandig te kunnen wonen. Deze nieuwe bewoners zorgen hoogstwaarschijnlijk voor enige doorstroming voor nieuwe gezinnen op de koopmarkt. Een levensloop bestendige- en/of seniorenwoning heeft op de begane grond al een redelijk groot volume maar om zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestaande twee onder één kap woningen, is er gekozen voor een zadeldak met donkere keramische dakpannen op de voorbouw (hoofdmassa). De achterbouw met patio is een platdak met een beeld vanaf de straatzijde als bijgebouw. De goten en de noklijnen zijn lager dan de twee onder één kap woningen (resp. lager dan 4,5 en 8,5m) en zorgen voor een afsluiting van de Kildijk op een ingetogen en stijl kenmerkende opbouw en detaillering.
Denk daarbij aan de rollagen en de raamdorpelbanden met neuzen. De basis donkere plint van de bestaande woningen nabij het plan is in de ontwerpen meegenomen voor de 7 nieuwe woningen. Daarbij zijn diverse kenmerken uit de jaren 30 stijl verwerkt in een wat eigentijdse uitvoering van prefab beton elementen en rode metselwerk gevels. De voordeuren zijn uitgevoerd in een prefab betonnen lijstwerk om de entrees te versterken. Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
9
De tuinafscheidingen worden als een groene erfafscheiding standaard meegenomen om een zachte wand te creëren. De invulling van het groen in de toekomstige openbare ruimte wordt later in het kader van het woonrijp maken van het project door de initiatiefnemer van de ontwikkeling in overleg met de gemeente nader bepaald. Aanvullend geldt dat voor de invulling van het overige toekomstige openbare gebied de gemeentelijke HIOR van toepassing is. 2.2.3 Bezonningsanalyse Door JongZeeuw architecten is een bezonningsanalyse voor het plan uitgevoerd. Deze analyse is als bijlage 1 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Op verschillende momenten in het jaar is bekeken in hoeverre belendende percelen hinder van schaduw ondervinden ten gevolge van het plan. Er zijn figuren getekend voor de data 21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december. 21 Juni is de langste dag met de kortste schaduwen, 21 december is de kortste dag met daardoor de langste schaduwen. Voor deze vier data is telkens (voor zover van toepassing) de beschaduwing getekend voor de tijdstippen 09:00 uur, 12:00 uur, 15:00 uur en 17:30 uur. In principe is de baan van de zon op 21 maart en 21 september nagenoeg gelijk. Voor de beschouwde tijdstippen op 09.00 uur, 12.00 uur en 15.00 uur vallen de schaduwen hoofdzakelijk op de eigen percelen bij de woningen, of op de openbare weg.
Aan het eind van de middag om 18.00 uur worden de schaduwen duidelijk langer en vallen ook op het naastgelegen perceel. Deze schaduwen vallen dan wel op het perceel, maar niet op de gevels van de woningen. Op 21 juni is de stand van de zon het hoogste in het jaar. De schaduwen zijn daardoor het kortst. De figuren in bijlage 1 laten zien, dat de schaduwen in hoofdzaak alleen op de eigen percelen vallen. Pas aan het eind van de middag vallen de schaduwen duidelijk verder, op een klein deel van het naastgelegen perceel Dirkappel 17. Op 21 december is de stand van de zon het laagst in het jaar. De schaduwen zijn daardoor het langst. Dat geldt echter niet alleen voor de schaduwen van deze nieuwe woningen, maar ook voor de schaduwen van bestaande woningen in de omgeving. Ook de bestaande, gedeeltelijk te kappen, bomen op de locatie van het bouwplan geven in de bestaande situatie lange schaduwen. In de winterperiode reiken de schaduwen tot op de begraafplaats en op de woning en tuin van Dirkappel 17. Voor de figuren waarop de beschaduwing in beeld is te zien wordt verwezen naar de bijlage. Beschaduwing vormt – in vergelijking tot de huidige situatie waarin sprake is van een schutting op de erfgrens tussen het plangebied en Dirkappel 17 geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
10
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)/ Barro/ Rarro De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, volgt de Nota Ruimte op. Het Rijk heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) op 14 maart 2012 vastgesteld, met het daarbij behorende Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met de SVIR heeft het Rijk een andere sturingsfilosofie vastgesteld, waarbij zij zich scherper dan voorheen richt op de nationale belangen. In deze structuurvisie, die diverse rijksnota’s vervangt, staan de plannen van het Rijk voor ruimte en mobiliteit. Er wordt aangegeven in welke infrastructuurprojecten het Rijk de komende tijd wil investeren en op welke wijze de bestaande infrastructuur beter benut kan worden. Provincies en gemeenten krijgen in de plannen meer bewegingsvrijheid op het gebied van ruimtelijke ordening. Onder het motto ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ streeft het kabinet tot 2028 (middellange termijn) naar de volgende drie hoofddoelstellingen: 1. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3.
Het waarborgen van een leefbare en veilige leefomgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie Rijksdoelen worden door het Rijk 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Om de 13 nationale belangen door te laten werken in ruimtelijke plannen van lagere overheden zijn naast de SVIR het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2014) en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro, 2014) in werking getreden. Onderhavig plan is niet strijdig met de SVIR. Daarnaast geldt ten aanzien van onderhavig plangebied dat de ontwikkelingen geen specifieke betrekking hebben op de nationale belangen die in het Barro of Rarro worden genoemd.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wilt daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
11
disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Noord-Brabant. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant worden nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Na 1 januari 2021 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden.
Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening NoordBrabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan. 3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Deze partiële herziening richt zich alleen op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal niveau al heeft plaatsgehad. De grootste wijzigingen ten opzichte van de vigerende provinciale structuurvisie hebben te maken met ‘De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’ en met ‘Brabant als onderdeel van de top van de Europese kennis- en innovatieregio’. De provincie wil, meer dan voorheen, het denken en handelen van burgers en ondernemers vertrekpunt laten zijn voor ontwikkelingen. De overheid stuurt daarbij vanuit een heldere visie op randvoorwaarden, die burgers, ondernemers en hun organisaties invullen en realiseren.
Maatschappelijke participatie wordt de focus, de overheid neemt het oplossen van maatschappelijke problemen niet over, maar ondersteunt deze. De provincie daagt burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
12
een vitaal Brabant. Een onderdeel hiervan is de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Voor een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau is onder andere een sterke agglomeratiekracht nodig. De provincie wil zich daarom meer gaan richten op het versterken van het stedelijk netwerk in Brabant (samen met alle overige betrokken partijen). Verder bevat de nieuwe structuurvisie zaken die de voormalige structuurvisie ook al bevatte. Zo geeft de provincie Noord-Brabant in haar structuurvisie nog steeds de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer, is de visie bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en biedt het een basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Er wordt aandacht besteed aan zaken zoals concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen.
De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het aspect ‘concentratie van verstedelijking’ en ‘zorgvuldig ruimtegebruik’ doordat binnenstedelijk wordt ontwikkeld. Hierdoor is uitbreiding richting het ommeland niet noodzakelijk. De beleidsdoelstellingen vanuit de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 zijn nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn regels gesteld waaraan gemeenten zich moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen. In de paragraaf hierna wordt onderhavig initiatief aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant getoetst. 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Het beleid zoals opgenomen in de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 is door de provincie Noord-Brabant vertaald in een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn.
Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de instructieregels voor gemeenten voor de ‘Landelijke kern’. Zie de uitsnede van de kaart van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pijltje) hieronder.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
13
De ontwikkeling waar het hier om gaat betreft het invullen van een braakliggende inbreidingslocatie in de kern Nieuwendijk met zeven levensloopbestendige woningen. Op onderhavige ontwikkeling is artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van toepassing. In dit artikel is geregeld dat ontwikkelingen die voorzien in de functie ‘Wonen’ binnen het stedelijk gebied moeten zijn gelegen. Onderhavige ontwikkeling (stedelijk van aard) ligt in het bestaand stedelijk gebied. Ook moet de ontwikkeling passen in de regionale afspraken. In paragraaf 3.3.3. Regionale Agenda Wonen 2017 is dit gemotiveerd. Naar deze paragraaf wordt verwezen. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt met uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke ontwikkeling betreft, hieraan invulling gegeven. Het plan is gelegen in de bebouwde kom van Nieuwendijk. Door hier zeven woningen toe te voegen is dergelijk ruimtebeslag niet op een uitbreidingslocatie benodigd.
Het plangebied is aan alle zijden reeds ingekapseld door stedelijke voorzieningen. De nieuwe woningen worden in duurzame materialen en energiezuinig uitgevoerd en zijn qua architectuur, vorm, massa en materiaalgebruik passend in het landschap en de
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
14
omgeving. Zie ook paragraaf 2.2.2. ‘Stedenbouw’. Onder paragraaf 4.13 ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk hoofdzakelijk is geënt. Op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is er in verband met het voorgenomen initiatief geen sprake van strijdigheden. Voldaan wordt aan de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Land van Heusden en Altena De voormalige gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem hebben gezamenlijk de Structuurvisie Land van Heusden en Altena opgesteld. Deze is op 25 juni 2013 door de voormalige gemeenteraad van Werkendam vastgesteld. Met deze structuurvisie is het gewenste ruimtelijke beleid richting 2025 op hoofdlijnen vastgelegd. Een belangrijk uitgangspunt voor de opzet van de structuurvisie vormt de sturingsfilosofie die de gemeenten voor de planperiode in de ruimtelijke ordening willen hanteren. Het is om deze reden dat de gemeenten voor alle vijf beleidsvelden die in hun onderlinge samenhang in deze structuurvisie langskomen - wonen, voorzieningen, economie, omgeving en eigenheid, verkeer en mobiliteit - steeds vier vormen van gemeentelijke regie onderscheiden.
Het gaat dan om ruimtelijke ontwikkelingen die de gemeenten tot hun basisverantwoordelijkheid rekenen (moeten), ontwikkelingen die hun ambities betreffen (willen), ontwikkelingen die veelal van derden afkomstig zijn maar waarbij de gemeenten zo goed mogelijk kansen willen benutten (kunnen) en tenslotte ontwikkelingen die de gemeenten willen voorkomen omdat ze kwaliteiten en waarden aantasten (voorkomen). Voor het plangebied is met name het beleidsveld ‘Economie’ van belang, uitgesplitst in het onderdeel ‘maatschappelijke voorzieningen’. Voor het plangebied is met name het beleidsveld ‘wonen’ van belang. De gemeente wil voor dit thema op basis van de volgende uitgangspunten sturen: - Een woningvoorraad moet geschikt zijn voor alle doelgroepen (moeten); o de prioriteit ligt hier bij woningen en woonomgevingen die het Land van Heusden en Altena geschikt maken voor jonge huishoudens en bij woningen die mensen in staat stellen om ook in hun latere levensfase te kunnen blijven wonen; o inbreiding mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid, dan is uitbreiding een beter alternatief. Specifiek zijn benoemd de uitbreidingslocaties voor Werkendam en Genderen; o de gemeente stuurt bij nieuwbouw- of verbouwprojecten aan op levensloopbestendig bouwen. - Voldoen aan de prestatieafspraken (willen); o In het kader van onderhavige ontwikkeling is dit onderdeel niet van toepassing.
De ontwikkelaar is geen woningbouwcorporatie of particulier. - Woningbouwinitiatieven die bijdragen aan de woonkwaliteit (kunnen);
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
15
Hiervoor heeft de gemeente en toetsingskader voor woningbouwplannen ontwikkeld per type locatie en doelgroep. In onderhavige situatie is het toetsingskader voor woningbouwplannen in de kernen van toepassing. De gemeenten in het Land van Heusden en Altena zullen plannen en initiatieven voor woningbouw en herstructurering / renovatie van de bestaande woningvoorraad beoordelen op de bijdrage aan de kwaliteiten van de dorpen en bij de grotere dorpen de kwaliteit van de woonbuurten waar dat bouwplan gerealiseerd gaat worden. Daarnaast worden initiatieven en plannen beoordeeld op de bijdrage aan het vergroten en versterken van de woningvoorraad voor de kwetsbare doelgroepen (bijvoorbeeld in het kader van de extramuralisering). Flexibel en levensloopbestendig bouwen is daarbij uitgangspunt, aangezien op deze wijze (op termijn) meerdere doelgroepen kunnen worden bediend.
Als criteria hanteren de gemeenten: § de bijdrage aan de gewenste diversiteit van de opbouw van de woningvoorraad in de dorpen; § de bijdrage aan de gewenste verhuisdynamiek (doorstroming, terugkeer oud-inwoners) in de dorpen; § de bijdrage aan gewenste stimulering van prioritaire doelgroepen (starters/ jonge gezinnen en eht zo lang mogelijk zelfstandig kunnen laten wonen van senioren); § de bijdrage aan de ruimtelijke karakteristiek en omgevingskwaliteit van de dorpen; § de wijze waarop rekening is gehouden met duurzaamheidsaspecten (energie, klimaat, materiaalgebruik, parkeren, waterhuishoudkundige aspecten en milieuaspecten); § de wijze waarop rekening gehouden is met (hoog)waterveiligheid; § de verhouding bebouwing en openbare ruimte (recreatie, spelen, groene ruimte). - Verlies van leefbaarheid door verval van woningen en woonomgeving (voorkomen). o De gemeente wil voorkomen dat initiatieven die sociaal-maatschappelijke kwaliteiten verstoren zoveel mogelijk voorkomen; o De kwaliteit van woningen is de verantwoordelijkheid van de eigenaar. Hij wordt eriop aangesproken als de algehele kwaliteit van de woonomgeving achteruit gaat door zijn toedoen. De initiatiefnemer van onderhavige ontwikkeling bouwt voor een prioritaire doelgroep, namelijk senioren. De locatie is gelegen aan de rand van nieuwbouwplan Westerhei en betreft nu een achtertuin.
Geen sprake is van behoudenswaardige doorzichten of kwalitatief en tevens openbaar bruikbaar groen. Inbreiding hier zorgt voor afronding van de wijk Westerhei, zonder dat het de leefbaarheid onder druk zet. De woningen worden levensloopbestendig gebouwd. Het volledige woonprogramma is op de begane grond gesitueerd (0-treden). Op de verdieping (onder de kap) is het mogelijk (een of meerdere) logeerkamer(s) voor de kleinkinderen in te richten. Er is een tekort aan woningen voor de seniore doelgroep. Onderhavige ontwikkeling speelt hierop in en draagt daarmee bij aan de gewenste diversiteit van de opbouw van o
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
16
de woningvoorraad in Nieuwendijk. Door deze woningen te realiseren komen woningen voor gezinnen beschikbaar die hun starterswoning zijn ontgroeid die vervolgens ook weer op de markt komen voor jonge gezinnen (prioritaire doelgroep). Onderhavige ontwikkeling sluit aan bij de stedenbouwkundige karakteristiek van de wijk Westerhei en een goede ruimtelijke ordening (milieuaspecten, waterhuishoudkundige aspecten, parkeren). Daarbij worden de woningen voorzien van een goede schil, duurzame materialen, excellente kierdichting en ventilatie. Het totale plangebied is ca. 2210 m2, 22% hiervan is openbaar gebied (488 m2), 36% bebouwd (800m2) en en het overige is bedoeld voor tuin. De kwaliteit van de woningen die door de initiatiefnemer worden opgeleverd is goed. Zoveel mogelijk wordt gewerkt met onderhoudsarme materialen, zodat de toekomstig eigenaar hieraan minimaal hoeft uit te geven. Voldaan wordt aan de structuurvisie Land van Heusden en Altena. 3.3.2 Regionale woonvisie Land van Heusden en Altena Op 15 december 2015 heeft de gemeenteraad van Werkendam de regionale woonvisie Land van Heusen en Altena vastgesteld. Deze regionale woonvisie is een gezamenlijk product van de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem en de corporaties Stichting Woonlinie, Woonservice Meander en Woonstichting Land van Altena. De woonvisie heeft betrekking op de periode 2016-2019.
De woonvisie beschrijft de bouwstenen voor het wonen van het Land van Heusden en Altena. De belangrijkste bouwsteen is de bewoners van dit gebied. Het zijn mensen met een hoog arbeidsethos, een hoge betalingsmoraal, spaarzaamheid, gebondenheid aan de eigen gemeenschap/kern, ingetogen gedrag, lagere verhuisdrang, gemeenschapszin, waardering voor traditie en vakmanschap, sterkere drang tot vrijwilligerswerk, maar ook sociale controle en morele beoordeling. Dit biedt ingrediënten voor gemeenschapsvorming, die goed kan aansluiten op het proces van toenemende individuele verantwoordelijkheid in het domein van wonen, leven en zorg. In het Land van Heusden en Altena is sprake van een hoogwaardige woon- en leefomgeving in de buurt van werkgelegenheidsconcentraties. Er is geconstateerd dat de woningvoorraad niet meer op alle punten aansluit bij de behoeften van de wijzigende bevolking. Er komen veel meer 1- en 2-persoonshuishoudens en veel meer ouderen. Dit zal leiden tot een vraag op de woningmarkt naar andere woonvormen en ook goedkopere woningen. Meer en betere communicatie tussen partijen en vooral met de bevolking zal eraan bijdragen dat behoeften scherper in beeld worden gebracht en investeringen op elkaar worden afgestemd, waardoor meer bereikt kan worden. De gemeenten hebben 10 principes benoemd die ze als richtinggevend beschouwen voor het beleid en de uitvoering.
Deze zijn hieronder opgesomd. Deze principes sluiten goed aan op de lokale cultuur en de vraagstukken waar de gemeenten zich de komende jaren voor gesteld zien. De richtinggevende principes zijn de volgende.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
17
1. Wij willen bouwen waar de bevolking (ook op termijn) behoefte aan heeft. We
houden rekening met de toename van het aantal kleine huishoudens en met de ouder wordende bevolking. 2. Wij willen kansen benutten die zich in de bestaande voorraad voordoen. De bestaande voorraad is gebouwd voor grotere huishoudens. Dat betekent dat de bestaande voorraad ruimte biedt om meer kleine huishoudens te huisvesten. 3. Wij hebben oog voor eigen identiteit en authenticiteit. Er is sprake van identiteitsverschillen tussen de kernen en gemeenten. We waarderen deze verschillen en vinden het belangrijk dat we dat terugzien in de manier waarop we onze woon- en leefomgeving vormgeven. Op het niveau van het Land van Heusden en Altena trekken we gezamenlijk op. 4. Wij sturen vanuit organische ontwikkeling. Dat betekent dat we de (menselijke) maat van onze huizen en dorpen willen terugzien in de bouw van nieuwe woningen: kleinschalig, divers en hoge kwaliteit. 5. Wij koesteren ondernemerschap en eigen initiatief. We vinden het belangrijk dat de bevolking zoveel mogelijk bijdraagt aan het maken van de eigen woon- en leefomgeving. 6. Wij geven ruimte aan innovatie en experimenten. We denken dat innovatie belangrijk is voor de inspiratie van de gehele bevolking. 7. Wij houden oog voor de onderkant en geven ruimte aan de bovenkant. De betaalbaarheid wordt belangrijker. Daarom zorgen we voor voldoende goedkope woningen in de woningvoorraad.
Maar iedere (potentiele) bewoner van de regio krijgt de ruimte. 8. Wij willen de woningvoorraad verder verduurzamen. De corporaties investeren in duurzaamheid van hun woningen. Wij willen particuliere huiseigenaren middels voorlichting stimuleren om ook te investeren in duurzaamheid. 9. Wij faciliteren het zorgen voor elkaar. We zijn een regio, waarin zorgzaamheid tot de kernwaarden behoort. We zullen deze attitude met investeringen in infrastructuur versterken. 10. Wij willen bijdragen aan het zorgeloos grijs worden. We zorgen voor meer initiatieven en experimenten om beter in de woonbehoeften van ouderen te voorzien. Met onderhavig initiatief wordt invulling gegeven aan de woonvisie. Gebouwd wordt voor de ouder wordende bevolking. Het gaat om grondgebonden levensloopbestendige 0-tredenwoningen. Het project is kleinschalig (7 woningen) en van goede kwaliteit. Het product dat wordt geleverd is sleutelklaar. 3.3.3 Regionale Agenda Wonen 2017 Op 1 december 2016 hebben provincie Noord-Brabant en de Regio West-Brabant en de daarin gelegen gemeenten de Regionale Agenda Wonen (RAW) voor de regio WestBrabant opgesteld. In de RAW wordt ingegaan op: - De actuele woningmarkt ontwikkelingen; - De regionale woningbouwafspraken 2016; - De actuele woonagenda subregio's 2017.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
18
Het plangebied is gelegen in de subregio Land van Heusden en Altena. Voor de woningbehoefte is uitgegaan van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose die periodiek (in de regel 1 maal per drie jaar) wordt geactualiseerd. Hierin is bepaald dat in de (voormalige) gemeente Werkendam behoefte is aan 1.295 extra woningen (2016 t/m 2025). Circa 40% van deze benodigde woningbouw is vastgelegd in zogenaamde harde plannen.
Kwantiatief gezien geldt dat de beoogde ontwikkeling voorziet in de toevoeging van zeven woningen. Hiermee kan een bijdrage geleverd worden aan het benodigde aantal woningen. Gezien het hier om een project van zeven woningen gaat die in één keer worden gerealiseerd is het niet aannemelijk dat de bestaande markt van Nieuwendijk hierdoor wordt ontwricht. Kwalitatief gezien geldt dat voor Nieuwendijk de laatste jaren veel gebouwd is voor eenzelfde groep mensen, nl. middeldure en dure koopwoningen. (woningen > €200.000). Nagenoeg allemaal grondgebonden. In Nieuwendijk is voor de komende jaren nog behoefte aan woningbouw, maar dan moet het aanbod anders zijn dan de recent gebouwde woningen in de Westerhei. Dit project bevindt zich in dezelfde prijsklasse, echter hebben de woningen een volledig woonprogramma op de begane grond. Daarmee zijn ze geschikt voor ouderen of mensen met een beperking. In de Westerhei is hier alleen in voorzien in de vorm van appartementen. Onderhavig plan voorziet daarmee in een behoefte aan woningen geschikt voor ouderen. Het beoogde plan past in de Regionale Agenda Wonen 2017. 3.3.4 Waterbeheerprogramma Waterschap Rivierenland 2015-2021 Koers houden, kansen benutten is het Waterbeheerprogramma van het Waterschap Rivierenland voor de periode 2016-2021.
Het waterbeheerprogramma geeft richting aan het aan het waterbeheer in het hele rivierengebied voor de periode 2016-2021. Met dit programma blijft het waterschap op koers om het rivierengebied veilig te houden tegen overstromingen, om voldoende en schoon water te hebben en om het afvalwater effectief te zuiveren. Bij de uitvoering van het programma wordt meebewogen met veranderingen en worden kansen benut die zich voordoen in de regio. Het
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
19
waterbeheerprogramma beschrijft de doelen die het waterschap wil bereiken en de wijze waarop die doelen bereikt moeten worden. Een van de speerpunten in het waterbeheerprogramma is het ontwikkelen van een klimaatbestendig watersysteem. Een onderdeel van dit speerpunt is het tegengaan van de overlast die veroorzaakt wordt door extreme neerslag. Het waterschap wil nauw samenwerken met de andere partijen die (mede) verantwoordelijk zijn voor de ruimtelijke ordening en het waterbeheer in het beheergebied van het waterschap. Het waterbeheerprogramma beschrijft dat de watertoets een belangrijk instrument blijft. Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt een watertoets uitgevoerd. Zie daarvoor paragraaf 4.11, waarin beschreven wordt wat de uitgangspunten zijn voor het aspect water. 3.3.5 Groenstructuurplan In het Groenstructuurplan (GSP) is het ruimtelijk beleid voor het openbaar groen vastgelegd. Het GSP geeft inzicht in de kwaliteit van het openbaar groen en geeft aan waar verbeteringen nodig zijn. Het GSP is een beleidsplan voor een periode van 10 jaar en is in 2009 vastgesteld. Het beleidskader voor het GSP is afgeleid van het GSP uit 1998. Op hoofdlijnen is dit beleid voortgezet en in onderliggend GSP overgenomen. Per kern is aangegeven wat de kwaliteit binnen het betreffende gebied is en waar eventuele verbeteringen liggen.
Voor Nieuwendijk is de groenstructuur op de afbeelding hieronder weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
20
Hieruit blijkt dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van bomen die onderdeel zijn van de hoofdstructuur of dat andere waardevolle elementen aanwezig zijn. Het plangebied grenst wel aan een begraafplaats die als waardevolle groene ruimte is bestempeld. Onderhavige ontwikkeling heeft hierop geen invloed. 3.3.6 Beleidsvisie riolering en water Vooruitlopend op de fusie van de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem (die per 1 januari 2019 tot stand is gekomen) hebben deze voormalige gemeenten in 2017 een gezamenlijke ‘Beleidsvisie riolering en water’ opgesteld. De visie vormt de basis voor het nog op te stellen rioleringsprogramma. Tezamen vervangen zij het traditionele en wettelijke planinstrument Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP). In de waterparagraaf (paragraaf 4.11) is dit onderdeel nader uitgewerkt. 3.3.7 Beleidsvisie externe veiligheid Voor de gemeente Altena geldt een Beleidsvisie externe veiligheid, die op 19 december 2017 door de toenmalige raad van de gemeente Werkendam is vastgesteld. In deze visie is beschreven hoe wordt omgegaan met de ruimtelijke scheiding tussen risicobronnen en kwetsbare objecten. De kern van het externe veiligheidsbeleid is om zo verstandig mogelijk om te gaan met risico’s.
Zo worden er geen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen) toegestaan in de directe nabijheid van reeds aanwezige risicobronnen en is vestiging van nieuwe risicobronnen alleen toegestaan op locaties waar dat veilig kan. In de Beleidsvisie zijn kaders aangegeven, waardoor bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en vergunningverlening op een verantwoorde manier wordt omgegaan met externe veiligheid. Voor het plangebied is dit onderdeel uitgewerkt in paragraaf 4.6. 3.3.8 Welstand De gemeente Werkendam heeft op 29 maart 2011 haar meest recente welstandbeleid vastgesteld. In dit beleid heeft de gemeente ervoor gekozen om een indeling te maken in gebieden met een welstandtoets en welstandsvrije gebieden. Per bebouwingstype is bepaald of in een gebied een welstandstoets plaats dient te vinden of dat een gebied niet wordt getoetst op welstand. Per gebied waarin een welstandstoets plaatsvindt, is een set met welstandscriteria opgesteld. Voor de overige bebouwingstypen kan worden volstaan met een korte beschrijving en een motivering waarom hier een welstandstoets achterwege kan blijven.
Voor de volgende bebouwingstypen in Werkendam moet een welstandstoets uitgevoerd worden: historische dorpse bebouwingslinten, historische stedelijke bebouwing, dijkbebouwing, tuindorpen en tuinwijken, bedrijventerrein (zichtlocaties), buitenplaatsen en landgoederen, boerenerven en dijkbebouwing, lintbebouwing en agrarische clusters in het agrarisch buitengebied. Het plangebied ligt in een welstandsvrij gebied. Er zijn geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. Er is geen sprake van een beeldbepalend pand, beeldondersteunend pand of gemeentelijke beschermd dorpsgezicht in het plangebied. In welstandsvrije gebieden worden bouwwerken niet getoetst aan redelijke eisen van
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
21
welstand. Gezien de ligging in een welstandsvrij gebied, hoeft geen toetsing aan de welstandsnota plaats te vinden. 3.3.9 Archeologie en cultuurhistorie Sinds de invoering van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) op 1 september 2007, en nu via de Erfgoedwet, ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van de archeologische erfgoedzorg grotendeels bij de gemeentelijke overheden. Het gemeentelijk beleid ten aanzien van archeologische monumentenzorg is vastgelegd in de “Nota Archeologie. Tot op de bodem. Update 2018”. In paragraaf 4.3 wordt het aspect archeologie en cultuurhistorie nader toegelicht.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
22
4
Milieuhygiënische aspecten 4.1 Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen is het van belang dat sprake is van een verantwoord woon- en leefklimaat. Om die reden moet in een bestemmingsplan (alsook een ruimtelijke onderbouwing) aannemelijk worden gemaakt dat aan de milieuwetgeving kan worden voldaan. Het milieubeleid bestaat uit diverse wet- en regelgeving, waarvan een deel ruimtelijk relevant is. Deze milieunormen hebben een indirecte (zonering) en directe (sectorale wetgeving die opgenomen wordt in het bestemmingsplan (alsook een ruimtelijke onderbouwing), zoals de Wet Geluidshinder, Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen) werking. In dit hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. 4.2 Akoestiek Beleidskader De Wet geluidhinder geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan (alsook een ruimtelijke onderbouwing), indien het plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai.
Indien een nieuwe geluidsbron mogelijk wordt gemaakt dient volgens de Wet geluidhinder in beeld gebracht te worden of en welke gevolgen dit heeft voor eventuele naastgelegen geluidsgevoelige objecten. Consequenties Wegverkeerslawaai In het plangebied worden nieuwe woningen ontwikkeld. Woningen zijn geluidgevoelige objecten. De nieuwe woningen zijn niet gelegen binnen een geluidszone van een geluidsgezoneerde weg. In de omgeving van onderhavig plan is enkel sprake van een woonerf (Dirkappel) en een verderweg gelegen 30 km/ uur-weg (Kildijk). Omdat de Dirkappel een lage verkeersintensiteit kent (alleen bestemmingsverkeer) waar slechts stapvoets mag worden gereden (max. 15 km/ uur) is het niet aannemelijk dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel ten gevolge van wegverkeerslawaai op de Dirkappel wordt overschreden. Voor de Kildijk geldt dat de weg smal is. Er wordt ook op de weg geparkeerd. Het is daardoor niet eenvoudig elkaar per auto te passeren. Dit heeft een snelheidsbeperkend effect. Daarnaast is tussen de Kildijk en het plangebied bebouwing gelegen, welke een geluidswerende werking heeft voor wat betreft de nieuwe woningen in het plangebied. Dit maakt dat het ook ten gevolge van het verkeer op de Kildijk niet aannemelijk is dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevel wordt overschreden.
Uit het onderzoek naar wegverkeerslawaai dat is uitgevoerd voor het naastgelegen nieuwbouwproject Westerhei waarin de Dirkappel is gelegen bleek eveneens dat ten gevolge van wegverkeerslawaai de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevels niet
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
23
werd overschreden. Nader onderzoek naar geluid ten gevolge van wegverkeerslawaai is niet noodzakelijk. Een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is een begraafplaats gelegen. Deze functie kan een belemmering vormen voor onderhavige ontwikkeling of andersom. Voor een begraafplaats geldt op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering dat voor geluid een richtafstand van 10 meter in acht moet worden genomen. Het gaat hierbij om de afstand tussen de grens van het bestemmingsvlak van de begraafplaats en de dichtst daarbij gesitueerde gevel van het gevoelige object. Deze afstand is 2,295 meter. Deze afstand is korter dan 10 meter. Dit leidt echter niet tot problemen, omdat ter hoogte van de begraafplaats een transportleiding voor water komt te liggen (uitplaatsing plangebied) waarbij een ‘vrije zone’ hoort. Binnen die zone is het niet mogelijk begraafplaatsen te realiseren. Door de verplichte vrije zone voor de transportleiding voor het water wordt ook de in acht te nemen afstand in verband met bedrijven en milieuzonering tussen de begraafplaats en de woningen gewaarborgd. Het woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd, de begraafplaats wordt niet in haar bedrijfsvoering belemmerd. Rail- of luchtverkeerlawaai Spoorwegen hebben een door de Minister vastgestelde geluidszone.
De woningen liggen niet in een geluidszone van spoorwegen, waardoor er vanuit spoorweglawaai geen beperkingen zijn. Voor wat betreft luchtverkeerslawaai geldt dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een in acht te nemen Ke-contour. Akoestiek vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omliggende functies worden niet beperkt. 4.3 Archeologie en cultuurhistorie 4.3.1 Archeologie Beleidskader Het verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Nederland heeft dit verdrag in 1992 ondertekend en in 1998 geratificeerd. Het Verdrag van Malta (ook wel Verdrag van Valletta genoemd) was geïmplementeerd in de Monumentenwet, tot deze wet op 1 juli 2016 vervangen werd door de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Een belangrijk doel is de bescherming van het archeologische materiaal in de bodem (in situ), omdat de bodem doorgaans de beste
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
24
garantie biedt voor een goede conservering. Het is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologisch waarden. Dit was in de voorgaande periode reeds een gebruikelijke praktijk. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die naar verwachting in 2022 in werking zal treden. Consequenties Volgens de archeologische beleidskaart uit 2010/ het vigerende bestemmingsplan en de archeologische beleidskaart uit 2018 is er in circa de helft van het plangebied een archeologisch onderzoek nodig bij bodemingrepen groter dan 50/ 100 m2. Voor de aanleg van het nieuwbouwplan Westerhei ten noorden van het plangebied (incl. het plangebied) is in 2005 al een bureauonderzoek uitgevoerd. Op basis van de beleidskaart worden hier met name resten van het historische lint van Nieuwendijk verwacht. Echter, op basis van het onderzoek in 2005, het raadplegen van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) en het ontbreken van bebouwing op de kadastrale minuut kan gesteld worden dat er ter hoogte van het plangebied geen sprake is van archeologische resten die te relateren zijn aan het historische lint. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 2 van deze ruimtelijke onderbouwing. Overige delen van het plangebied kennen een lage archeologische verwachting.
Gelet op bovenstaande is voor onderhavige locatie geen aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het is echter niet volledig uit te sluiten dat binnen het onderzochte gebied toch nog archeologische resten voorkomen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3.2 Cultuurhistorie en monumenten Beleidskader Wettelijk toetsingskader Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten.
In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
25
archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen. Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven.
Beleid gemeente Altena De voormalige gemeenten Werkendam en Aalburg hebben samen een Cultuurhistoriekaart gemaakt (Deelrapport I van de Erfgoedkaart voor de gemeenten Aalburg en Werkendam, RAAP-rapport 2190, kaartbijlage 2). Hieraan moet in de motivering van ruimtelijke besluiten zoals onderhavige ruimtelijke onderbouwing worden getoetst.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
26
Consequenties Uit raadpleging van de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart blijkt dat het gebied ten noorden van het plangebied een redelijk hoge historisch geografische waardering heeft. Het betreft het inundatiegebied van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Daarnaast is de bebouwing aan de Kildijk ten zuiden van het plangebied aangeduid als een gebied met een redelijk hoge historisch stedenbouwkundige waarde. Dit betreft de historische (lint)bebouwing langs de Kildijk. De beoogde planontwikkeling heeft geen effect op het inundatiegebied en het karakter van de Kildijk en directe omgeving wordt er ook niet door aangetast. Uit raadpleging van de gemeentelijke Cultuurhistoriekaart die ter plaatse van het plangebied van kracht is blijkt dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van cultuurhistorische waarden die door de beoogde ontwikkeling worden aangetast. Zie de uitsnede van de kaart ter hoogte van het plangebied hieronder.
In en nabij het plangebied zijn geen beschermde rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. Evenmin zijn er andere gekwalificeerde karakteristieke panden aanwezig. Gezien bovenstaande constateringen wordt op het gebied van cultuurhistorie derhalve geen belemmering verwacht voor de beoogde planontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Kern Nieuwendijk: Kildijk ong. (nabij 45) – 3 juni 2021
27
4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van zeven nieuwe woningen: gevoelige objecten. In de omgeving van het plangebied zijn twee functies gelegen die een belemmering kunnen vormen voor onderhavige ontwikkeling of andersom waar de ontwikkeling een belemmering voor zou kunnen zijn. Het gaat om een nabijgelegen begraafplaats en een agrarisch bedrijf aan Kooisteeg 1. Een maatschappelijke voorziening in de vorm van een begraafplaats kent op basis van de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering de SBI-code: 96031 en de volgende richtafstanden voor geur: 0m, stof: 0m, geluid: 10m en gevaar: 0m. Dat betekent dat alleen voor geluid een richtafstand van 10 meter in acht moet worden genomen. Het gaat hierbij om de afstand tussen de grens van het bestemmingsvlak van de begraafplaats en de dichtst daarbij gesitueerde gevel van het gevoelige object. Deze afstand is 2,295 meter.