Notitie bestuurlijke vernieuwing in actie
Tekst van het document
Programmateam bestuurlijke vernieuwing en kerngericht werken September 2021
1. Voorwoord Matthijs van Oosten
4
2. Management samenvatting 2.1. Kerngericht werken 2.1.1. Aansluiten 2.1.2. Kallibratie tussen raad, college, ambtelijke organisatie en inwoners 2.1.3. Uitvoering Kerngericht werken 2.2. Right to Challenge 2.2.1. Verschillen Right to Challenge, inwonersinitiatief, maatschappelijk initiatief 2.2.2. Uitvoering Right to Challenge 2.3. Digitale participatie 2.3.1. Uitvoering Digitale participatie
5 5 5
3. Kerngericht werken 3.1. Inleiding 3.2. Achtergrond 3.3. Sturingsprincipes 3.4. Wat is kerngericht werken? 3.5. Themagericht werken 3.6. Nieuwe verhoudingen 3.7. Samenwerking 3.8. Dorpsraden
14 14 14 15 17 17 18 19 19
4. Right to Challenge 4.1. Inleiding 4.2. Definitie 4.3. Achtergrond 4.4. Voor en nadelen 4.5. Right to Challenge als middel 4.5.1. Uitgangspunten in de praktijk 4.5.2. Voorwaarden voor het uitvoeren van een challenge 4.6. De praktijk van Right to Challenge 4.6.1. Rol van inwoners 4.6.2. Rol van de gemeente 4.7. Melding en beoordeling van een challenge 4.8. Evaluatie van een challenge 4.8.1. Experimenteren en leren 4.9. Inwonersinitiatief 4.10. Financiering
20 20 20 20 21 21 22 23 23 24 24 24 24 24 25 26
5. Digitale participatie, ‘Aan De Slag’ 5.1. Inleiding 5.2. Digitale participatie 5.2.1. Waarom digitaal? 5.2.2. Privacy 5.3. Voorbeeld online participatie tool 5.4. Initiatief digitale burgerbetrokkenheid
27 27 27 28 28 29 29
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 2
6 7 9 9 10 11 12
6. Financiën 6.1. Kernenbudget 6.2. Programmateam budget
30 30 30
Bijlage 1. Leidraad samenwerkingsafspraken Bijlage 2 (afwegings)kaders Right to Challenge en inwonersinitiatieven Bijlage 3. Uitvoeringsplan online platform ‘Aan De Slag’
31 34 37
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 3
In deze notitie wordt onze werkwijze op het gebied van kerngericht werken, right to challenge en e-democratie gevangen. Dat is dubbel. Want hoe kan je iets vangen dat eigenlijk vrij moet zijn…? Bestuurlijke vernieuwing is tenslotte iets dat je samen doet. Samen is samen met de inwoners, de politiek en samen met onze partners. Dat vraagt iets van houding en gedrag en de wijze waarop we met elkaar omgaan en communiceren. Het kan niet anders dat de opgaven waar de maatschappij voor staat gezamenlijk worden opgepakt, de energietransitie, de omgevingswet, de uit de hand lopende kosten in de zorg zijn voorbeelden van thema’s die onmogelijk vanuit de lokale overheid alleen kunnen worden beteugeld. Wat nodig is, is dat er andere verhoudingen ontstaan die samenwerken en partnerschap als uitgangspunt hebben. Of, meer nog, moeten we zeggen dat we hopen dat de verhouding tussen inwoners, partijen en de overheid er in de toekomst een zal zijn die gebaseerd is op gelijkwaardig partnerschap? Wat we als overheid kunnen doen is onze wens hiertoe uitspreken en ons hier zoveel en vaak als mogelijk naar te gedragen. Uitnodigend te zijn. Het is aan de inwoners en organisaties om de handschoen op te pakken en met ons mee op pad te gaan. Spannend enerzijds, boeiend en inspirerend anderzijds.
In het gewenste samenspel tussen inwoners, organisaties en de overheid wordt gezocht naar gedeelde verantwoordelijkheid. Er is niet één partij die het voor het zeggen heeft. Er is geen mandaat voor het definiëren van het probleem, het vaststellen van de aanpak en het ter beschikking stellen van de middelen. Dit vraagt van de politiek om betrokkenheid en bescheidenheid, om loslaten, om een ambtenaar nieuwe stijl, om betrokken inwoners en ondernemers en om het delen van informatie. Daarbij, eerlijk is eerlijk, veranderen is niet gemakkelijk. De bestaande verhoudingen tussen politiek, ambtenaren en inwoners zijn in vele jaren ingesleten en doorspekt van (voor)oordelen. Er zal tijd voor nodig zijn om partnerschap vorm te geven en vertrouwen terug te winnen. Tijd die niet te vangen is in planning en control maar die vraagt om een betrokkenheid en een waardevrije beschouwing van alle betrokkenen. Er moet energie zitten in de weg die we gaan. Matthijs van Oosten (portefeuillehouder kerngericht werken en bestuurlijke vernieuwing)
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 4
In deze notitie zijn het kerngericht werken, Right to Challenge en de online participatie (Edemocratie) beschreven en uitgewerkt. Thema’s die alle drie onlosmakelijk verbonden zijn onder de noemer van bestuurlijke vernieuwing. De ambitie van het college en de raad is opgenomen in het bestuursakkoord. Daarbij volgen wij in deze notitie de lijnen zoals vastgesteld in de toekomstagenda, de besturingsfilosofie en de visie op de organisatie ontwikkeling.
2.1. Kerngericht werken De trend die algemeen wordt gesignaleerd is de beweging van inwonersparticipatie en overheidsparticipatie naar samenwerking en partnerschap. Van inwoners ‘mogen meedoen met de overheid’ naar ‘de overheid sluit aan bij de inwoners’. In de voorgestelde werkwijze van het kerngericht werken is gebruik gemaakt van het huidige denken en onderzoek in het land op het gebied van bestuurlijke vernieuwing en participatie. Er is geput uit een veelheid van rapporten en voorbeelden van andere gemeenten. Het uitgangspunt is dat we aansluiten bij verschillende vormen van participatie in de dorpen. Daarmee sturen we niet op eenduidigheid. De basis is dat in alle kernen wordt ingezet op de thema’s die in het netwerk worden geprioriteerd en vastgesteld. Ook als overheid brengen wij maatschappelijk thema’s in. Duurzaamheid, terugdringen gebruik alcohol en drugs onder jongeren, de omgevingsvisie in relatie tot de omgevingswet om een paar voorbeelden te noemen. Als in de kern de thema’s gezamenlijk zijn geprioriteerd gaan partijen, inclusief de gemeente, bepalen op welke wijze ze betrokken zullen zijn. Daar waar geen dorpsraad actief is werken we ad hoc samen met inwoners. In deze netwerken moet de slag naar een verbreding van het kerngericht werken nog worden gemaakt. Samen met betrokken inwoners wordt gezocht naar wat de beste verhouding is.
2.1.1. Uitnodigen & Aansluiten In het perspectief van de participerende overheid staat maatschappelijke energie centraal (pbl, 2011; Van der Steen et al, 2014). Publieke waarde wordt dus niet alleen door de overheid ‘gemaakt’, maar komt net zo goed van anderen. We gaan niet naar buiten om daar bondgenoten te werven voor onze eigen uitvoeringsagenda, maar we willen in aanraking komen met de maatschappelijke dynamiek die er is. Niet alle thema’s die naar voren komen zijn ‘opgaven’. Vaak zijn het vragen die prima vanuit de organisatie van een antwoord kunnen worden voorzien waarbij ‘nee of nu niet’ mogelijke antwoorden zijn. Als de thema’s in de kernen zijn omschreven werken wij* deze samen uit… Vanzelf betekent dit een omslag in denken voor de betrokken partijen.
* wij / we = inwoners, overheid & betrokken partijen.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 5
In het onderstaande schema plaatsen we de vier sturingsprincipes van de overheid. 1. rechtmatig, 2. efficiënt & effectief, 3. netwerken en 4. Verbinden & partnerschap. Het kerngericht werken past in het vierde principe.
2.1.2. Kallibratie tussen raad, college, ambtelijke organisatie en inwoners De ambtelijke organisatie is zich meer en meer aan het organiseren volgens de lijnen van het aangaan van partnerschap en het aansluiten bij maatschappelijke initiatieven. Dit vraagt om het door ontwikkelen van het ambacht. De visie op de organisatieontwikkeling sluit hier op aan. Met de kernwaarden slagvaardig, aansluiten, wendbaar en bevlogen is de intentie uitgesproken om van een taakgerichte organisatie steeds meer naar een proces-, systeem en ketengerichte organisatie te gaan. De politiek zal in processen van bestuurlijke vernieuwing betrokken en faciliterend optreden. Dit betekent dat het wenselijk is dat Raad en College op één lijn opereren als het gaat om de ambities in de bestuurlijke vernieuwing. De raad zal in haar ‘uitnodigende bestuurspraktijk’ kaders stellen die de ruimte voor inwonersinitiatieven op voorhand faciliteert. De kallibratie tussen raad en college zal op haar beurt weer moeten worden vertaald naar de inwoners en naar de ambtelijke organisatie. Het kan dan ook niet anders dan dat we gezamenlijk de verantwoordelijkheid delen voor het succes van deze reeds in gang gezette sociale innovatie.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 6
2.1.3. Uitvoeringsagenda Kerngericht werken Uitvoeringsplan bestuurlijke vernieuwing 2021 e.v. Onderdeel: Kerngericht werken Doel: Verbinding tussen overheid en de kernen vorm geven zodat samenredzaamheid een positief gevolg zijn van het ‘verkregen’ eigenaarschap en zeggenschap. Thema: Dorpsraden en netwerken Regievoerder Onderwerp Actie Wanneer Gebiedsregie, Kerngericht werken De Gebiedsregisseur informeert Doorlopend dorpsraden met de dorpsraden. de dorpsraad actief en vroegtijdig over ontwikkelingen op thema’s of projecten die gevoelig liggen bij de dorps- of wijkraad. Dat zijn in ieder geval ontwikkelingen die raken aan de leefbaarheid en samenhang in het dorp of de wijk. Gebiedsregie Opbouwen van In de kernen zonder dorpsraad Doorlopend netwerken. wordt gewerkt aan het opzetten van netwerken om de thema’s te kunnen beleggen. Daar waar mogelijk kan dit leiden tot de oprichting van een dorpsraad. (Het opzetten van een dorpsraad is geen voorwaarde voor samenwerking in de kern.). Gebiedsregie Campagnes gericht In die kernen waar de relatie Doorlopend op betrokkenheid tussen overheid en inwoners van inwoners. moeizaam tot stand komt zullen we met gerichte acties in contact komen met inwoners. Bijvoorbeeld door markt bezoek en of evenementen. Gebiedsregie Relatie beheer op Ad Gebiedsregie zorgt voor de Doorlopend Hoc thema’s.
verbinding op die dossiers waar de relatie tussen inwoners en de ambtelijke organisatie onder druk is komen te staan. Thema: Themagericht werken in de kern Regievoerder Onderwerp Actie Wanneer Gebiedsregie, Inrichten en In de netwerken worden de Doorlopend inwoners en ondersteunen van thema’s die spelen voorzien van (maatschappelijke) ‘werkgroepen’ een werkgroep. In deze teams partners rondom de wordt het thema verdiept en de geprioriteerde vervolgstappen en mogelijke thema’s in de kern. oplossingen besproken. De werkgroepen worden, indien nodig, ondersteund door de gebiedsregisseur of door een vakinhoudelijke ambtenaar Thema: Informatie delen Notitie bestuurlijke vernieuwing | 7
Regievoerder Gebiedsregie
Onderwerp Bijeenkomst vertegenwoordigers dorpsraden en netwerken
Gebiedsregie, Team Informatie, GEO
Informatie delen.
Gebiedsregie
Opleveren rapportages
Gebiedsregie, (programma) Management diverse dossiers
Vanuit het programmateam nadrukkelijk de verbinding organiseren met centrale dossiers
Thema: leren Regievoerder Gebiedsregie, OT, Directie, P&O, Management
Onderwerp Als we als organisatie de participatie en samenwerking willen vormgeven zullen we de praktijk centraal stellen. (We volgen hierbij het 702010 principe.)
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 8
Actie De dorpsraden en gemeente hebben afgesproken samen met betrokken inwoners uit de netwerken thema’s die overstijgend zijn aan de kernen met elkaar te bespreken en op deze wijze (gelijk) geïnformeerd te worden en kennis uit te wisselen. Bijvoorbeeld op thema’s: Woningbouw, energie transitie, sociaal domein en omgevingswet. Van belang bij het anders beleggen van eigenaarschap is het delen van informatie. Samen met het Team Informatie, onze partners en de dorpen werken we naar een informatievoorziening waarmee inwoners en partners aan de slag kunnen. De dorpen en de raad worden tussentijds geïnformeerd over het verloop en de inhoud van het kern gericht werken. Dit wordt door middel van de raadsinformatiebrief vorm gegeven. Het kerngericht werken heeft in principe betrekking op alle taken van de overheid. (uitgesloten wettelijke uitvoeringstaken). Toch staan een aantal dossiers centraal. Deze dossiers zijn de omgevingswet, energietransitie, sociaal domein, veiligheid en de buitendienst. Op deze onderdelen zal gebiedsregie in alle kernen actief werken aan de betrokkenheid van inwoners.
Wanneer Twee a drie maal per jaar
Actie • Aansluiten bij het raamwerk voor de organisatieontwikkeling • Organiseren van een inspiratiebijeenkomst voor de organisatie. • Inrichten inspiratie hoek participatie op het Altena plein.
Wanneer Doorlopend
Doorlopend
Opleveren raadsinformatiebri ef medio december
Doorlopend
Twee maal per jaar
Doorlopend Doorlopend
Gebiedsregie, Communicatie
Communicatie
• Betrekken van de raad middels het KSG. • Ontwikkelen en bijhouden van een tool box participatie. Zorg voor uitingen van resultaten, strategische uitgangspunten en de leer facetten in de communicatiemiddelen die ter beschikking staan, zowel analoog als digitaal (online, social media).
Doorlopend
Doorlopend
2.2. Right to Challenge Wij zien het Right to Challenge als middel om ruimte te bieden aan de uitvoering van taken die door betrokken inwoners in hun eigen woon- en/of leefomgeving kunnen worden opgepakt. Het gaat zowel om initiatieven die bestaande taken op het gebied van welzijn en maatschappelijke ondersteuning efficiënter en/of beter kunnen uitvoeren, als om initiatieven in een breder perspectief die meerwaarde opleveren voor buurt, wijk of kern. Right to Challenge vindt in Nederland haar oorsprong bij de invoering van de nieuwe Wmo in 2015. Voor onze gemeente heeft het betrekking op meer terreinen dan de Wmo. Wettelijk verankerde activiteiten zijn vanzelfsprekend uitgesloten. Het reguliere marktinitiatief kan meedoen in reguliere subsidie-, aanbesteding- en inkooptrajecten. De middelen zijn opgenomen in de bestaande begroting omdat Right to Challenge tenslotte het uitvoeren van taken betreft die zijn vastgesteld door de raad en waar budget aan is verbonden.
2.2.1. Verschillen Right to Challenge – inwonersinitiatief - maatschappelijk initiatief Een inwonersinitiatief is, wezenlijk anders dan een uitdaging, een initiatief van inwoners om op een specifiek thema activiteiten in de gemeente uit te voeren. Het gaat bij een inwonersinitiatief dus om een aanvulling op de bestaande praktijk en niet om de uitdaging (bestaande) taken uit de begroting op te pakken. Een inwonersinitiatief kan een beroep doen op de gemeente voor (financiële) ondersteuning. We spreken van maatschappelijk initiatief wanneer samenwerkingsverbanden van inwoners, het heft in handen nemen om een maatschappelijk doel na te streven en daarbij zelf de
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 9
uitvoering ter hand te willen nemen. Gedurende het hele proces heeft de gemeente een faciliterende rol door mee te denken, (intern) verbindingen te leggen en eventuele belemmeringen binnen het gemeentelijk beleid aan te pakken. Over de mogelijkheid ‘uit te dagen’ zal nadrukkelijk worden gecommuniceerd. Het voorstel is om bij iedere uitdaging een passende adviescommissie in te richten. Deze wordt bemenst door, op de uitdaging betrokken, partijen en experts uit de gemeente met als doel het college te adviseren op de uitdaging.
2.2.2. Uitvoeringsplan Richt to Challenge Uitvoeringsplan bestuurlijke vernieuwing 2021 e.v. Onderdeel: Right to Challenge Doel: Ruimte te bieden aan initiatieven door betrokken inwoners. Thema: Ruimte bieden Regievoerder Onderwerp Actie Gebiedsregie, In beleid opnemen In beleid maken we een Beleidsadviseurs van de afweging van de mogelijkheid mogelijkheden voor om inwoners de ruimte te inwonersinitiatieven bieden initiatief te nemen en (uitnodigend een (deel) van de uitvoering op besturen). te pakken. Indien de mogelijkheid er is zal hierover naar inwoners worden gecommuniceerd. Gebiedsregie, Beleidsadviseurs
Ondersteuning initiatieven
Thema: Beoordelen Regievoerder Onderwerp Gebiedsregie Per thema opzetten van een tijdelijke commissie op inwonersinitiatieven (Right to Challenge) Gebiedsregie
Opstellen college adviezen Thema: Verantwoorden Regievoerder Onderwerp Gebiedsregie Evaluatie
Gebiedsregie
Rapportage
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 10
Wanneer Doorlopend
Initiatieven worden, daar waar nodig, ondersteund in hun opzet en ontwikkeling.
Doorlopend
Actie Inrichten en installeren van een commissie die het college adviseert aangaande de uitdagingen en inwonersinitiatieven .
Wanneer Op basis van initiatieven
Op alle initiatieven wordt door het college besloten.
Doorlopend
Actie Van alle initiatieven wordt, binnen twee jaar, een evaluatie opgesteld. De dorpen en de raad worden tussentijds geïnformeerd over het verloop en de inhoud van uitdagingen en de inwonersinitiatieven. Dit wordt door middel van de raadsinformatiebrief vorm gegeven.
Wanneer Binnen twee jaar na de start van het initiatief / de challenge Opleveren evaluaties en raadsinformatiebrieven
2.3. Digitale participatie De raad heeft ervoor gekozen dat digitale toepassingen in onze gemeente deel gaan uitmaken van de dialoog tussen inwoners en politiek. Digitale participatie biedt nieuwe kansen om inwoners op een grotere schaal te bereiken en responsiever te zijn in de communicatie. In de praktijk is er vaak sprake van een combinatie van online en offline methoden om inwoners te betrekken. Wat we willen is een online platform waar inwoners initiatieven kunnen delen en, in samenwerking met partijen (incl. de gemeente), tot uitvoering kunnen laten komen. In het tweede kwartaal 2020 is de tool gelanceerd. www.aandeslag.altena.nl
Wat voor ogen staat is een platform waarop op termijn inwoners ideeën kunnen inbrengen en, aan de hand van de steun die het krijgt, kunnen opwerken tot aan de raadsagenda. Een beeld van de functionaliteiten:
www.citizenlab.co De inrichting van het platform is gericht op het genereren van ideeën uit de dorpen en het starten van online discussies op een aantal thema’s. Daarbij kan op dossierniveau gericht worden ingezet op specifieke groepen inwoners. Ook hier geldt; met, voor en door inwoners, waar en wanneer het maar kan… Na een succesvol eerste jaar is het platform uitgebreid met de functies initiatieven indienen, het inwonerspanel Altena en digitale workshops.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 11
2.3.1. Uitvoeringsplan Online participatie Uitvoeringsplan bestuurlijke vernieuwing 2021 e.v. Onderdeel: Online participatie / e-democratie Doel: Digitale burgerbetrokkenheid als een manier om een gelijkwaardige positie te faciliteren tussen overheid en inwoners. Thema: Inrichting en beheer Regievoerder Onderwerp Actie Wanneer Gebiedsregie Beheer van het Functioneel beheer van het Doorlopend platform platform. (gebruikers, instellingen, E-mails, initiatieven, ideeën, privacy, projecten, overzichten en dashboard, content moderatie) Gebiedsregie Toegangsrechten Betrokken partijen uit het Doorlopend geven om externe netwerk kunnen zelf een betrokkenen een project en tijdslijn opzetten en projectmoderator te de nodige informatie (video, maken. documenten, afbeeldingen, …) delen. Ook kan men dan zelf anderen op het platform uitnodigen, waardoor deze binnen het project ideeën kunnen posten, of stemmen en reageren op bestaande ideeën. Gebiedsregie Inwonerspanel Opzetten van het Q3 2021 Altena inwonerspanel Altena op het platform Thema: uitvoering Regievoerder Onderwerp Gebiedsregie, Projecten, ideeën en communicatie, initiatieven organisatie genereren.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 12
Actie Een basisvoorwaarde om online participatie te laten slagen is het installeren van een efficiënt intern proces. Gebiedsregie verbind beleidsuitvoering en inwonersinitiatieven met het platform. Het participatieplatform wordt ingezet voor allerhande inspraakprocessen: Ideeën ophalen, stemmen, discussiëren, enquêtes, polls, burgerbegroting, openbare onderzoeken, online mapping, scenarioplanning, ondersteuning voor adviesraden en comités, etc..
Wanneer Doorlopend
Thema: Communicatie Regievoerder Onderwerp Gebiedsregie Platform promotie communicatie
Thema: rapportage en advies Regievoerder Onderwerp Gebiedsregie Rapportage en advies
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 13
Actie Geen participatie zonder communicatie. Het gebruik van het platform zal blijvend onder de aandacht worden gebracht en gepromoot.
Wanneer Doorlopend
Actie De input (ideeën, stemmen, reacties) die we verzamelen worden verwerkt in inzichten die de finale output (beleidskeuzes) ondersteunen.
Wanneer Doorlopend
Vertel het me en ik zal het vergeten. Laat het me zien en ik zal het onthouden. Laat het me ervaren en ik zal het me eigen maken. (Confucius)
3.1. Inleiding De gemeente wil zich duurzaam verbinden met de samenleving, meedenken in mogelijkheden met inwoners en bedrijven en de verantwoordelijkheden verdelen tussen alle betrokkenen. De Toekomstvisie vormt hiervoor de basis en in de Omgevingsvisie is het “van buiten naar binnen” een rode draad. Kadernota 2020: Met het Bestuursakkoord en het Collegeprogramma hebben het college en de raad vol de ruimte gegeven aan de kernen om betrokken te zijn op de beleidscycli van de gemeente en zelf met initiatieven te komen. Er is een budget voor de kernen en hiermee kunnen initiatieven worden aangejaagd.
Infografiek van de besturingsfilosofie en het dienstverleningsconcept
3.2. Achtergrond De overheid moet manieren vinden om bij de leefwereld van inwoners aan te sluiten. Evenzo moet de leefwereld manieren vinden om aan te sluiten bij de systeemwereld van de overheid… De trend in overheidsland is de beweging van inwonersparticipatie naar overheidsparticipatie. Van inwoners mogen meedoen met de overheid naar de overheid sluit aan bij de inwoners.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 14
Inwonersparticipatie = De gemeente benadert zelf de inwoners met de uitnodiging om mee te denken en te helpen bij gemeentelijke projecten en beleidstrajecten; Overheidsparticipatie = De gemeente sluit aan bij initiatieven/projecten/ideeën van anderen (inwoners, vrijwilligersorganisaties, partners etc.) en ondersteunt eventueel. Samenwerken = delen van het eigenaarschap op de thema’s op het niveau van probleemdefiniëring, oplossingsrichting en inzet van middelen. Dat de overheid inwonersparticipatie een groot goed vindt, blijkt uit het feit dat in de Omgevingswet participatie door initiatiefnemers zelfs expliciet is opgenomen. (omgevingsdialoog)
3.3. Sturingsprincipes Bovenstaande komt ook tot uiting in de vier sturingsprincipes. Sturingsprincipes (NSOB, vd Steen) De NSOB onderscheid de volgende principes:
De rechtmatige overheid De verankering in het democratisch systeem en het recht is de basis van wat overheidsorganisaties doen (Frissen, 2010). De presterende overheid In het perspectief van de presterende overheid gaat het om het bereiken van de vooraf afgesproken resultaten. Dit perspectief komt voort uit het New Public Management, dat sinds de jaren ’90 in publieke organisaties is geïntroduceerd (Pollit & Bouckaert, 2011). De netwerkende overheid Bij de netwerkende overheid staat het principe centraal dat beleidsdoelen vaak worden bereikt in de samenwerking met anderen (Klijn & Koppenjan, 2012). Om de eigen doelen te realiseren, moet de organisatie de weg naar buiten bewandelen. Het bij elkaar brengen van die uiteenlopende belangen vormt de kern van het perspectief van de netwerkende overheid. De participerende overheid In het perspectief van de participerende overheid staat maatschappelijke energie centraal (pbl, 2011; Van der Steen et al, 2014). Publieke waarde wordt niet alleen door de overheid ‘gemaakt’, maar komt net zo goed van anderen. De overheid gaat niet naar buiten om daar bondgenoten te werven voor de eigen uitvoeringsagenda, maar komt in aanraking met maatschappelijke dynamiek die er al is.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 15
Bovenstaande theoretisch verhandeling is van belang omdat het kerngericht werken aansluit bij het vierde principe zonder dat de andere drie geweld wordt aangedaan. De eerste twee principes zijn de meest klassieke, het derde principe is al jaren in ontwikkeling en het vierde principe is als sturingsprincipe de jongste van de vier. Ze zijn allen aan de orde en aan elkaar verbonden, meervoudige sturing. Voor onze gemeente is het model van meervoudige sturing voor de hand liggend. Het sluit aan bij de veel kleurigheid van de kernen en haar inwoners. In beeld gebracht: “Was”:
“Wordt”:
(Was en wordt staan tussen haakjes omdat de vernieuwing ook uitgaat van de zaken die blijven…)
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 16
3.4. Wat is kerngericht werken? Kerngericht werken betekent dat de betrokken organisaties als partners samenwerken aan de leefbaarheid van een dorp / wijk. De onderwerpen kunnen per dorp of wijk verschillen en zijn afhankelijk van de wensen en behoeften inwoners en de partners in de kern of de wijk. Dit kan op initiatief van inwoners en het kan op initiatief van partners of de gemeente zelf. De betrokkenen (organisaties en inwoners) vormen een werkgroep waarvan de samenstelling, afhankelijk van het onderwerp kan variëren. Werkgroepen hebben veelal een coördinator nodig, Zodra voor een dorp of wijk een werkgroep wordt samengesteld, bepalen de partners onderling wie deze rol het beste kan vervullen. De gemeente heeft gebiedsregisseurs benoemd om de initiatieven in de kernen te ondersteunen en de brug te slaan naar de vak inhoudelijk ambtenaren Andere aspecten van kerngericht werken zijn: het is niet meer primair gericht op fysieke zaken, maar op een samenhangende aanpak tussen sociale, economische en fysieke thema’s en kansen; het is niet meer alleen voor de burger, maar door, voor en met de burger; de platforms (dorpsraden) fungeren niet meer alleen als eerste aanspreekpunt of klankbord, maar ook als katalysator voor een brede groep inwoners. Niets is in beton gegoten en de dorpen kunnen en zullen in de uitwerking van elkaar verschillen.
Daarom is het goed een aantal gedeelde uitgangspunten te hanteren die fungeren als (basis) afspraken waar we op kunnen terugvallen. 1. We vullen het kerngericht werken samen (inwoners, partners en overheid) in en hebben er samen regie op door democratische spelregels waar inwoners en initiatiefnemers grip op hebben en op terug kunnen vallen; 2. Inwoners, partners en de gemeente nemen de gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kring betrokkenen bij participatie representatiever en inclusiever te maken; 3. Wat inwoners zelf kunnen doen mogen inwoners zelf doen, ondersteund door de gemeente; 4. Inwoners krijgen naast verantwoordelijkheid ook zeggenschap en middelen voor participatie en ambtelijke ondersteuning; 5. We versterken de relatie tussen representatieve (gemeenteraad) en directe democratie (inwoners); 6. We zetten in op maatschappelijke waarde en een stevige rol voor inwoners en pioniers; 7. We bouwen aan een gelijkwaardiger speelveld. In de relatie overheid-burger is gelijkwaardigheid nodig, en ook in de relatie tot marktpartijen en grote instituties (corporaties, zorginstellingen, welzijn etc.).
3.5. Themagericht werken Het centraal stellen van thema’s in de kernen vraagt om een nieuw perspectief op manieren van organiseren, samenwerken en maatschappelijke waarde creëren. Het loslaten van beleidskokers bijvoorbeeld om in een nieuwe samenstelling van partijen aan thema’s te werken is een belangrijke verandering in het denken van de betrokkenen. In de kernen worden, met elkaar, de thema’s benoemd. Thema’s die er spelen en worden geprioriteerd. Vervolgens wordt vanuit het netwerk op een aantal thema’s een werkgroep geformeerd die het thema gaat uitwerken. In het schema met de vier sturingsprincipes komt naar voren dat samenwerking er toe zal leiden dat het thema centraal komt te staan. Onderdeel van het kerngericht werken is dan ook gebaseerd op het principe van opgavengericht werken. Wat het dus in ieder geval betekent: Er is een overstijgend, vaak complex en maatschappelijk, vraagstuk; Co-creatie met gelijkwaardig partnerschap tussen inwoners, overheid en ketenpartners;
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 17
'Van buiten naar binnen kijken’. Het thema staat centraal. Dus niet je eigen idee, visie, strategie, organisatiestructuur of -cultuur. Daarmee ligt direct de vraag op tafel of je wel aan de slag kan als je niet bereid bent om die aspecten ter discussie te stellen; De omvang is soms groots (‘Ruimtelijke en economische ontwikkeling’), soms overzichtelijk (‘Meer groen in de straat’); Samenwerken om recht te doen aan de complexiteit van het vraagstuk en de wens tot cocreatie; Gezamenlijk zoeken naar de angel (kern) van het vraagstuk, de kiemen (waar verandering al zichtbaar is) en de hefbomen (de meest efficiënte interventies); De keuze van iedere partij om wel of niet bij te dragen en hoe. Van belang is dat de betrokken partijen in het netwerk werken in een ‘leercultuur’ waarin het met elkaar afleren van oude gewoonten en het aanleren van nieuwe de ruimte krijgt. Terugval in overheidsconsumptie, politieke arena of ambtelijk protectionisme zal contraproductief zijn. Het elkaar kunnen aanspreken op effecten van gedrag kan nieuwe vaardigheden brengen en versterken. Dit betekent naast de inhoud met elkaar het gesprek aangaan over de waarde die men ergens aan hecht, de belangen en de emoties die er spelen. Het programmateam kerngericht werken sluit in 2022 met name aan bij de Omgevingswet, de buitendienst, de klimaat/duurzaamheidsagenda en het sociaaldomein.
3.6. Nieuwe verhoudingen Om de samenwerking in het vierde kwadrant vorm te geven zullen partijen zich dus vaker bewust worden van een veranderende rol. Alle actoren hebben in de samenwerking een gelijke verantwoordelijkheid. Het mandaat om het probleem te definiëren, de oplossing vast te stellen en de middelen beschikbaar te stellen ligt niet meer bij één partij. De energietransitie en de uit de hand lopende kosten in de zorg zijn voorbeelden van maatschappelijke vraagstukken die onmogelijk enkel vanuit een (lokaal) overheidsperspectief kunnen worden aangepakt. We zullen dus wel samen moeten! De gemeenteraad is zich in petit comité aan het beraden op de wijze waarop uitnodigend besturen in onze gemeente gestalte kan krijgen. Het wenkend perspectief hierbij is: De gemeente is een partner om in en met de eigen leefomgeving - primair in de kern, waar nodig gemeente breed - een mooie en leefbare gemeenschap vorm te geven. Uitnodigend besturen heeft een tactische betekenis met betrekking tot het aansluiten bij initiatieven in de samenleving en een strategische betekenis in het kader stellend opereren om initiatieven op voorhand de ruimte te geven te ontstaan. Uitnodigend beleid heeft tot doel de beweging naar buiten te maken, de deur open te zetten en het signaal af te geven dat initiatief welkom is.
De andere kant van uitnodigend beleid is dat de ruimte waarbinnen wordt uitgenodigd, ook moet worden afgebakend en begrensd. Besturen heeft immers ook alles te maken met kaders stellen. Kaders geven de grenzen aan waarbinnen overheden willen en kunnen handelen. Zij maken het overheidshandelen voorspelbaar maar ook controleerbaar en navolgbaar.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 18
(Uitnodigend besturen, Het organiseren van ruimte voor initiatief, Arwin van Buuren)
3.7. Samenwerking In de samenleving, de leefwereld, is het niet vanzelfsprekend dat de overheid altijd het initiatief neemt bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Wij hechten dan ook waarde aan een goede samenwerking met dorps- en wijkraden. De samenwerkingsafspraken worden met dorps- of wijkraad en de gebiedsregisseur gemaakt. (zie bijlage 1 voor een richtlijn in de samenwerkingsafspraken.) Let wel, niet in alle dorpen is een dorpsraad actief. Hierbij worden door de gebiedsregisseur, op basis van de thema’s, netwerken gecreëerd om het vraagstuk op te pakken. Het hebben van een dorpsraad is dan ook niet ‘verplicht’. Het is wenselijk voor de continuïteit en voor de verbinding met de inwoners (duidelijke structuur en binding met het dorp).
3.8. Dorpsraden, dorpsplatform, wijkplatform Dorps- en wijkraden of platforms worden gezien als dienend aan de participatieve democratie. Maar wat is een dorpsraad / platform? Een dorpsraad bestaat uit een groep vrijwilligers. Zij zetten zich samen in om de algemene belangen van de inwoners in hun dorp te behartigen. De raden zijn geen extra bestuurslaag of politiek orgaan. Een dorps- of wijkplatform heeft de volgende ‘taken’: Gevraagd en ongevraagd advies geven aan gemeente en haar partners; Fungeren als communicatiekanaal tussen gemeente en dorp of wijk, weten wat speelt in de kern; Organiseren van de samenwerking met partners in kern of wijk en gezamenlijke afspraken maken; Keuze te participeren in bewonersinitiatieven en werkgroepen; Het stimuleren en motiveren van inwoners tot het nemen van initiatieven.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 19
4.1. Inleiding Het is paradoxaal om een beleidsnotitie te schrijven over het initiatief van een ander… De overheid zit tenslotte niet aan de kant van het uitdagen maar van het uitgedaagd worden. Wat in deze paradox blijft is te beschrijven hoe we inwoners kunnen uitdagen om ons uit te dagen… Hoe kunnen wij als overheid ons zodanig organiseren dat we een zo ‘uitdaag vriendelijk’ mogelijke gemeente zijn?
4.2. Definitie Door het Ministerie van VWS is de volgende definitie gegeven van het ‘Right to Challenge’ in relatie tot de Wmo 2015: • Een challenge is een aanbod van een groep georganiseerde bewoners, cliënten en/ of professionals op (een deel van) het aanbod dat de gemeente gecontracteerd heeft in het kader van de Wmo. • Er is altijd sprake van een maatschappelijk initiatief; (zorg)instellingen kunnen geen challenge indienen, maar als georganiseerde bewoners zich bijvoorbeeld verenigd hebben in een zorgcoöperatie dan is dit wel mogelijk. • De challenge biedt (veronderstelde) voordelen ten opzichte van het door de gemeente gecontracteerde aanbod. Deze voordelen kunnen betrekking hebben op de prijs (aanbod wordt meer kostenefficiënt uitgevoerd) en/ of de kwaliteit (aanbod leidt bijvoorbeeld tot hogere klanttevredenheid); • Het aanbod waar de challenge betrekking op heeft, komt altijd (deels) in de plaats van door de gemeente gecontracteerd aanbod. Met andere woorden, er kan geen sprake zijn van (volledig) additioneel aanbod.
4.3. Achtergrond De kern van de aanpak van het Right to Challenge is dat groepen (georganiseerde) inwoners taken van gemeenten kunnen overnemen als zij denken dat het anders, beter, slimmer en/of goedkoper kan. Durven gemeenten en gemeenteraadsleden los te laten en de onzekerheden die inwonersinitiatieven met zich mee brengen te aanvaarden? (VNG: Loslaten en anders vastpakken)
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 20
Uit de ervaringen in de afgelopen jaren blijkt dat de regelgeving alleen onvoldoende is om dit recht succesvol te laten zijn. In samenspraak met Locality (een Britse inwonersorganisatie) is eind 2014 een aangepaste aanpak voor Right to Challenge ontwikkeld en gepresenteerd in Nederland (zie www.righttochallenge.nl). Samengevat bestaat deze aanpak uit de volgende elementen: 1. Samenwerking inwonersinitiatieven en de gemeente. Inwonersinitiatieven en gemeente kijken samen hoe zij de dienstverlening kunnen inrichten. Een optimale samenwerking kent de volgende principes: De lokale behoeften staan centraal; De gemeente denkt vooraf samen met inwoners / organisaties na hoe de dienstverlening slim kan worden ingericht en hoe de samenwerking daarbij vorm kan krijgen; Steeds goede afstemming tussen initiatieven uit de lokale gemeenschap en de gemeente; Inwoners, gemeente en diensten-leveranciers (welzijns- en zorgorganisaties, groenaannemers, etc.) werken steeds samen, gericht op het belang van inwoners; De focus komt te liggen op kwaliteit van leven, gezondheidswinst en welbevinden van inwoners. Welzijn, zorg en wonen, maar dan geïntegreerd. 2. Afspraken hoe inwoners een bod kunnen indienen. Het moet helder zijn hoe inwoners een bod kunnen indienen om diensten over te nemen. Daarvoor moet voldoende ruimte zijn opgenomen (in procedures).
Voor een slimme uitvoering van bijvoorbeeld zorg-, welzijns- en onderhoudsdiensten, kunnen inwonersorganisaties voorstellen indienen om zelf diensten uit te voeren, als zij denken dat zij het slimmer / beter / goedkoper kunnen organiseren. Inwonersorganisaties moeten hiertoe worden uitgedaagd in beleid en voldoende tijd krijgen om met een goed bod te komen. Voorstellen van inwonersorganisaties worden vergeleken met voorstellen van commerciële partijen. 3. Heldere besluitvorming. Vervolgens neemt de gemeente een besluit over de ingediende voorstellen: Wie mag de dienst of het onderhoud de komende tijd uitvoeren? Daarbij rekening houdend met de vier sturingsprincipes, zoals eerder geformuleerd. De gemeente besluit, zo mogelijk in samenspraak met inwoners en organisaties.
4.4. Voor- en nadelen Natuurlijk zijn er voor en nadelen te noemen over het Right to Challenge. Voordelen van het Right to Challenge kunnen zijn dat inwoners meer invloed en verantwoordelijkheid krijgen, onder meer op het gebied van de kwaliteit van zorg en ondersteuning. Mogelijk draagt een challenge bij aan de innovatie van zorg en ondersteuning. Een challenge laat zien of het huidige dienstenaanbod voldoende aansluit bij de lokale behoeften en het zal ertoe leiden dat taken die de gemeente uitbesteedt, efficiënter en beter worden uitgevoerd met dezelfde of minder middelen. Nadeel van het Right to Challenge kan zijn dat, als er veel aanmeldingen zijn, het kan leiden tot extra uitvoeringslasten voor de gemeente in verband met beoordeling en facilitering van de initiatieven. Dat het de vraag is of inwoners duurzaam hun inzet kunnen plegen of afhaken na verloop van tijd. Ook is het voor de reguliere markt een “concurrerend element” waar zij niet op kunnen sturen.
4.5. Right to Challenge als middel Wij zien het Right to Challenge als middel om ruimte te bieden aan uitvoeringsinitiatieven door betrokken inwoners in hun eigen directe omgeving. Het gaat om initiatieven die bestaande taken op het gebied van welzijn en maatschappelijke ondersteuning efficiënter en/of beter kunnen uitvoeren als om initiatieven in een breder perspectief die meerwaarde opleveren voor buurt of wijk. Wettelijk verankerde activiteiten (bijvoorbeeld op gebieden van veiligheid, uitkeringsverstrekking en dienstverlening) activiteiten zijn vanzelfsprekend uitgesloten. Right to Challenge kan leiden tot een betere, efficiëntere uitvoering van publieke taken met meer maatschappelijke waarde en draagvlak
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 21
onder inwoners. Betrokkenheid van inwoners kan toenemen door meer eigenaarschap en minder regels.
4.5.1. Uitgangspunten in de praktijk Voor de raad gaat het kaders stellen bij Right to Challenge anders dan normaal. Het is niet zomaar afrekenen op wat is afgesproken, het gaat ook om de meerwaarde van het feit dat inwoners samen iets voor elkaar willen krijgen. Met betrekking tot het uitvoering geven aan het Right to Challenge zijn verschillende vragen te beantwoorden en keuzes te maken. Vraag en antwoord: 1. Wat is het doel: Ligt de focus op het vergroten van de betrokkenheid van inwoners bij zorg- en ondersteuningstaken in hun eigen omgeving of willen we vooral ruimte bieden aan vernieuwing en nieuwe initiatieven om taken efficiënter en beter te organiseren? Antwoord: Uitgangspunt is ruimte bieden aan initiatieven om taken beter en efficiënter (mogelijk goedkoper) te organiseren. Dit kan op vernieuwende wijze. Vernieuwend wil niet zeggen nieuw of aanvullend op bestaande activiteiten. Right to Challenge vindt in principe plaats binnen de bestaande begrotingskaders. Indien een inwonersinitiatief aanvullend aanbod betreft zal hiertoe eerst de financiële ruimte moeten worden gecreëerd. Vanzelf is het vergroten van betrokkenheid van inwoners op zorg en ondersteuning een belangrijk aspect in het sociaal domein. Bewonersinitiatieven zullen dan ook zo optimaal mogelijk moeten worden ondersteund. Dit valt echter naast de scope van het recht om uit te dagen. 2.
Wie zijn de initiatiefnemers: moet dat een individuele bewoner of een georganiseerd verband zijn? Kunnen ook (sociale) ondernemers meedoen? Mogen initiatiefnemers alleen uit het werkgebied afkomstig zijn of ook van elders? Antwoord: Wij zijn van mening dat in Altena ingeschreven inwoners en lokale verenigingen ons kunnen uitdagen. Zij kunnen in de ondersteuning een beroep doen op ondernemers, maar de ondernemer is niet de uitdagende partij. Zij nemen deel aan reguliere inschrijvingen, doen beroep op subsidie of doen aan acquisitie. 3. Is het Right to Challenge alleen van toepassing op initiatieven die binnen de Wmo vallen of kunnen het ook initiatieven zijn die het sociaal domein overschrijden? Antwoord: De praktijk loopt hier al op vooruit. Ook andere initiatieven dan Wmo komen in aanmerking voor een challenge. Hierin zien we met name in het beheer al goede voorbeelden. 4. Welke rol hebben de initiatiefnemers en de gemeente in de voorbereiding en uitvoering van de challenge? Antwoord: Dat wat door inwoners zelf kan worden opgepakt moet door inwoners worden opgepakt. Een uitdaging is gericht op het uitvoeren van taken binnen een beleidsdomein. Het staat haaks op het uitgangspunt van Right to Challenge als de gemeente de uitvoering overneemt. Er is met andere woorden een hoge mate van samenredzaamheid nodig.
Wel kan de opzet ambtelijk worden ondersteund en kan de gemeente er voor kiezen opstartkosten (deels) met middelen te ondersteunen. 5. Welke voorwaarden stellen we aan kwaliteit en continuïteit? En betekent de challenge een verruiming of juist een beperking van de keuzevrijheid van de gebruiker? Antwoord: Een uitdaging moet voldoende doordacht zijn om een antwoord te geven op deze vraag. Het is maatwerk en mede afhankelijk van het type uitdaging. Een uitdaging op het gebied van de Wmo heeft andere kwaliteits- en duurzaamheidseisen dan een uitdaging in de buitenruimte.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 22
6. Stellen we financiële middelen beschikbaar? Welke en hoe? Antwoord: De gemeente kan in de opstart van een inwonersinitiatief een eenmalige financiële ondersteuning bieden (bijvoorbeeld in oprichtingskosten en het verwerven van rechtspersoonlijkheid). Hiertoe kan een beroep worden gedaan op het kernenbudget. De uitvoeringskosten van de challenge worden gedekt uit het reeds beschikbare budget in de begroting. Het gaat bij een challenge dus niet over aanvullende middelen tenzij de raad hiertoe expliciet besluit. 7. Hoe gaan we om met het geven van vrijwilligersvergoedingen? Antwoord: Een vrijwilligersvergoeding is niet aan de orde tenzij sprake is van vrijwillige inzet op de activiteit. De som van de vergoeding kan niet meer zijn dan de waarde van de uitdaging. 8. Hoe gaan we om met de reguliere aanbestedingen en hoe regelen we de afspraken contractueel? En in hoeverre verdringt vrijwillige inzet de reguliere werkgelegenheid? Antwoord: In het aanbestedingsprotocol en de inkoopvoorwaarden van de gemeente zal Right to Challenge moeten worden verankerd. Bij iedere aanbesteding zal net zoals op de gebieden social return en duurzaamheid de mogelijkheden van Right to Challenge moeten worden meegewogen. In de publicatie zal rekening worden gehouden met mogelijke inwonersinitiatieven en in de planning van de aanbesteding moet de ruimte zijn deze te ontwikkelen. 9.
Voor welke termijn maken we afspraken? Antwoord: Dit is afhankelijk van de challenge. Als een initiatief een bod doet volgt de duur de termijn zoals opgenomen in de gunningscriteria. 10. Hoe wegen we draagvlak en toegankelijkheid van initiatieven bij de beoordeling ervan? Antwoord: Gezien de aard van Right to Challenge ligt het voor de hand maatschappelijke partners als de brede adviesraad sociaal domein, de jeugdraad, de dorpsraden en het netwerk te betrekken bij de afweging. 11. Hoe organiseren we de selectie en toekenning van een uitdaging? Antwoord: De finale instemming met de uitvoering op een challenge ligt bij het college. In het onderliggende ambtelijk advies wordt op bovenstaande vragen tekst en uitleg gegeven. Het voorstel is tevens een adviescommissie Right to Challenge in te richten welke het college adviseert op uitdagingen.
4.5.2. Voorwaarden voor het uitvoeren van een challenge We proberen het zo regelvrij-mogelijk te organiseren en we hebben de uitgangspunten vertaald in voorwaarden. Hier moet bij een challenge aan worden voldaan... Het belangrijkste is dat de initiatiefnemers zijn geworteld in de buurt/wijk waar het aanbod ontwikkeld en ingezet gaat worden. Daarnaast is er aantoonbaar voldoende, representatief draagvlak in de buurt/wijk (de uitdaging wordt gedragen door de wijk/buurt). Het nieuwe aanbod moet voor iedereen toegankelijk zijn (zie bijlage 2 voor het overzicht met (afwegings)kaders Right to Challenge en inwonersinitiatieven).
4.6. De praktijk van Right to Challenge Hoe gaan we om met het Right to Challenge? Om het in de praktijk vorm te geven hebben we uitgangspunten, criteria en voorwaarden nodig (opgesomd in bijlage 2). Met deze kaders zijn we in staat een inwonersinitiatief op de maatschappelijke meerwaarde te beoordelen.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 23
4.6.1. Rol van inwoners Het eigenaarschap van een challenge ligt nadrukkelijk bij onze inwoners: zij nemen het initiatief en zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van een challenge. Ook voor inwoners is het dus een forse afweging om te maken. Voordat actieve inwoners de gemeente kunnen uitdagen is het belangrijk dat zij inzicht hebben in de huidige voorzieningen, activiteiten en in de kosten daarvan. Om dit inzicht te kunnen krijgen, moeten zij een beroep op de gemeente kunnen doen voor ondersteuning (een aanvraag op maat voor inzicht in de begroting).
4.6.2. Rol van de gemeente De rol van de gemeente bestaat dus voornamelijk uit informeren, beoordelen, faciliteren, monitoren en evalueren. De gemeente informeert inwoners actief over de mogelijkheid om een challenge in te dienen en ook over andere relevante zaken zoals de huidige taken en kosten en goede voorbeelden van elders. De gemeente zal in haar beleidspraktijk nadrukkelijk moeten beschrijven wat de challenge mogelijkheden zijn. Een helder inzicht verschaffen in de kaders, de beleidsdoelstellingen en de beschikbare middelen staan daarbij centraal. (uitnodigend bestuur) De initiatiefnemers zijn en blijven eigenaar van het initiatief, de gemeente kan faciliteren door het ontsluiten van netwerken, leggen van verbindingen, meedenken, afstemmen en vinger aan de pols houden. De vakinhoudelijke ambtenaar is het eerste aanspreekpunt binnen de gemeente en de commissie Right to Challenge treedt desgewenst op als meedenker en verbinder. Gedurende het hele proces heeft de gemeente een faciliterende rol door meedenken, (intern) verbindingen leggen en eventuele belemmeringen binnen het gemeentelijk beleid aanpakken. De commissie adviseert het college.
4.7. Melding en beoordeling van een uitdaging Als inwoners een challenge willen indienen, dan melden zij dat via het algemene contactformulier, schriftelijk, gebiedsregie of in het contact met vakinhoudelijke collega’s. Voor de beoordeling en selectie van ingediende Uitdagingen wordt een, op de uitdaging toegeruste, adviescommissie ingesteld die kan bestaan uit inwoners, (sociaal) ondernemers, maatschappelijke partners en ambtenaren (Vanzelfsprekend is een partner die een belang heeft bij de uitdaging uitgesloten van de besluitvorming en enkel adviserend in beeld). De commissie is tijdelijk van aard en kan dus per uitdaging van samenstelling veranderen. De commissie adviseert het college. Na besluit van het college worden met de initiatiefnemers afspraken gemaakt over de verdere aanpak (ontwikkeling, tussentijdse evaluatie en implementatie), planning en financiering (opstart en structureel).
4.8. Evaluatie van een challenge In de opstart-/ontwikkelfase van een challenge is de vakinhoudelijke contactambtenaar het eerste aanspreekpunt voor de initiatiefnemers. Bij de evaluatie van een challenge worden in ieder geval de individuele, sociale en economische aspecten betrokken (zie bijlage 2. Voor het overzicht met afwegingskaders Right to Challenge en inwonersinitiatieven).
4.8.1. Experimenteren en leren De komende jaren kunnen we ervaringen opdoen waarmee de uitgangspunten, voorwaarden en criteria kunnen worden aangescherpt en zo nodig uitgebreid. Omdat we nog onbekend zijn met de aard en de omvang van uitdagingen die we kunnen verwachten, stellen we voor om van start te gaan met een experimenteerfase van 2 jaar. Het aantal challenges of inwonersinitiatieven is afhankelijk van de aard van de challenges die worden gemeld (vragen ze veel of weinig ondersteuning? Welke potentie hebben ze in zich? Hoe duurzaam is het aanbod?) en van de nodige en beschikbare ambtelijke capaciteit om challenges te faciliteren.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 24
4.9. Bewonersinitiatief Een bewonersinitiatief is wezenlijk anders dan een uitdaging. Een bewonersinitiatief is een initiatief van inwoners om op een specifiek thema activiteiten in de gemeente uit te voeren. Het gaat dus om een aanvulling op de bestaande praktijk en niet om de uitdaging (bestaande) taken uit de begroting op te pakken.
Een bewonersinitiatief is een voorstel van inwoners / georganiseerde groep inwoners, geen acquisitie dus… We spreken van maatschappelijk initiatief wanneer samenwerkingsverbanden van inwoners, ondernemers en/of maatschappelijke organisaties het heft in handen nemen om een maatschappelijk doel na te streven en daarbij zelf de uitvoering ter hand te nemen.
Een inwoner met een idee zal helder moeten beschrijven wat het plan is. In het plan moet worden aangeven wat de maatschappelijke meerwaarde is op wijk, buurt, kern of gemeentelijk niveau en hoe uitvoering van het plan bijdraagt aan, dan wel een aanvulling is op, bestaande activiteiten en hoe de relatie wordt vormgegeven (zie bijlage 2. Voor het overzicht met afwegingskaders Right to Challenge en inwonersinitiatieven). De gemeente zal met de partners en inwoners in de kern samen het plan beoordelen op impact, maatschappelijk effect en de samenhang met andere activiteiten en de gevraagde middelen. Er wordt ook wel geredeneerd vanuit de zogenaamde ‘waardendriehoek’ voor het waarderen van maatschappelijke initiatieven (het Instituut voor Publieke Waarden), met drie kernwaarden: a. vanuit de samenleving: betrokkenheid (solidariteit, engagement, inclusie, eigenaarschap); b. vanuit de overheid: legitimiteit (rechtsstaat, grondwet, rechtmatigheid); c. vanuit de markt: rendement (efficiency, effectiviteit).
Het Instituut voor Publieke Waarden, Hoe waardeer je een maatschappelijk initiatief?
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 25
4.10. Financiering Een startend initiatief kan een beroep doen op ambtelijke facilitering door een ambtenaar die meedenkt, (intern) verbindingen legt en eventuele belemmeringen binnen het gemeentelijk beleid oppakt. Als een startend initiatief voldoet aan de voorwaarden dan kan voor de financiële middelen een aanvraag voor subsidie conform de bijbehorende regeling worden ingediend dan wel het aanbod in een overeenkomst worden gevangen. Voor nieuwe (inwoners)initiatieven kan voor ondersteuning naast de ambtelijke organisatie een beroep worden gedaan op de welzijnsinstellingen. Als bij de beleidsvoorbereiding en beleidsontwikkeling door de raad geld beschikbaar is gesteld dan is het goed de middelen, daar waar mogelijk, voor een deel vrij te spelen voor initiatieven van inwoners.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 26
5.1. Inleiding Inwoners hebben behoefte aan meer transparantie en willen onafhankelijk van waar ze zijn en op het tijdstip dat ze zelf kiezen, hun stem kwijt kunnen over de zaken die zij belangrijk vinden. De raad heeft er dan ook voor gekozen dat digitale toepassingen in onze gemeente deel gaan uitmaken van de dialoog tussen burger en politiek.
5.2. Digitale participatie Digitale participatie biedt nieuwe kansen om inwoners op een veel grotere schaal te bereiken, responsiever te zijn in de communicatie en rijkere inzichten te halen uit online interacties.
Het directe doel van digitale democratie is om inwoners ook online een instrument te bieden om hun ideeën te delen, voorkeuren aan te geven en hun stem te laten horen in besluitvorming. Mensen die gewoonlijk niet deelnemen aan inspraakavonden of buurtschouwen, wegens bijvoorbeeld fysieke beperkingen of druk werk, kunnen via online platforms wel meedoen, meedenken en meebeslissen over ontwikkelingen in hun buurt, kern en / of de gemeente.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 27
In de praktijk zal altijd sprake zijn van een combinatie van online en offline methoden om inwoners te betrekken.
5.2.1. Waarom digitaal? De 21 kernen hebben ieder een (sterke) identiteit en worden gekenmerkt door een hoge mate van samenredzaamheid en ‘doenersmentaliteit’. De gemeente geeft in haar toekomstvisie duidelijk aan beter in te willen spelen op de voorkeuren van de samenleving en de initiatieven die daarbij ontstaan. Digitale democratie kan bijdragen om de kloof tussen actieve en niet-actieve inwoners te verkleinen, door inactieve inwoners te informeren, te mobiliseren en te committeren. Er zijn meerdere factoren die een rol spelen in het succes van een digitaal platform. Een belangrijke daarvan is, net als bij andere vormen van participatie, de betrokkenheid van inwoners. Als de doelstelling van het platform niet goed aanhaakt bij de doelen van inwoners of als het onderwerp hen niet na aan het hart ligt dan wordt er ook online weinig in mee gediscussieerd. Juist ook digitaal geldt dat als mensen ergens iets van vinden ze dat graag laten horen. Het onderwerp en de framing daarvan op het digitale platform zijn daarom erg belangrijk. Dit leidt ook gelijk naar een andere belangrijke factor, namelijk de structuur van het digitale platform. De manier waarop een digitale tool gebouwd is, bepaalt voor een groot deel welke resultaten het oplevert. De structuur van een website of app kan er voor zorgen dat ook minder mondige inwoners hun weg erop kunnen vinden.
Het kan een tussenruimte creëren tussen gemeente en inwoners. Maar het gaat verder dan dat: De opzet van het platform is ook van wezenlijk belang om een zo constructief mogelijke discussie te kunnen voeren.
5.2.2. Privacy Een veel genoemde hindernis is privacy, omdat een online platform ongemerkt veel data genereert. Het moet dus duidelijk en transparant zijn hoe er met deze data wordt omgegaan en of de data niet in commerciële handen belandt. Om als een eerlijke brug tussen inwoners en overheid te kunnen dienen, moeten ook de online verhoudingen van het begin af aan op een democratische wijze geprogrammeerd en ontwikkeld worden.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 28
5.3. Onze online participatie tool ‘AanDeSlag’ Op ons platform kunnen thema’s uit de politieke agenda worden geplaatst om reacties te peilen, ideeën te genereren, keuzes voor te leggen en ultimo middelen te verdelen. Een functionaliteit die ook aan de dorpsraden en andere (niet commerciële) belangengroepen ter beschikking is gesteld. Externen kunnen dus net zoals de gemeente projecten op het platform lanceren en worden hierbij ondersteund door de gebiedsregisseurs. Bijvoorbeeld in het kader van een omgevingsdialoog. Externen bepalen dan zelf de inhoud! Hierbij moet duidelijk zijn dat dit niet het gedachtengoed van de gemeente weerspiegelt. De inwoners hebben op dat moment de rol van projectmoderator. Zij worden naast gebiedsregie, waar mogelijk, gesteund door vakinhoudelijke collega’s. Mogelijk kunnen zij op termijn ook via Aan De Slag initiatieven starten en draagvlak zoeken. Het onderscheid tussen gemeente (brede) projecten en kernenprojecten moet duidelijk zijn en terugkomen in de naam van het project op het platform. Helder in de uitnodiging, in mailwisseling (keuze voor het adres) en de communicatie(huis)stijl. Parameters om ideeën al dan niet te behandelen en / of te agenderen zijn: haalbaarheid (timing en budget), gedragenheid (stemmen, reacties) en kwaliteit (mate waarin het voorstel is uitgewerkt en maatschappelijke waarde toevoegt),(zie bijlage 3).
https://aandeslag.gemeentealtena.nl/nl-NL/
Wat we willen voorkomen is dat de online burgerbetrokkenheid blijft steken bij de eerste fasen van het beleidsproces zoals het opstellen van de agenda of beleidsvoorbereiding. De uitdaging is om juist in de belangrijke besluitvormingsfase een brede groep inwoners te laten meebeslissen.
5.4. Initiatief digitale burgerbetrokkenheid Digitale burgerbetrokkenheid zou meer gezien moeten worden als een manier om een gelijkwaardige positie te faciliteren tussen overheid en inwoners. Dit betekent dat: Onze tool niet alleen de gemeente, maar ook inwoners gereedschap biedt om zich effectief tot elkaar te verhouden; Inwoners, op termijn, in staat moeten zijn zelf agendapunten aan te dragen, prioriteiten aan te geven en keuzes te maken die daarna ook echt geïmplementeerd worden ; Digitale burgerbetrokkenheid inclusief moet zijn: Inwoners hebben de keuze om offline en / of online te participeren en worden daarin gefaciliteerd om zelf te bepalen hoe zij online willen participeren.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 29
6.1. Kernenbudget In de huidige begroting is structureel een bedrag van € 26.000 beschikbaar. In 2019 aangevuld met € 29.000, zodat in 2019 in totaal € 55.000 (€ 1,00 per inwoner) beschikbaar was. Vanaf 2020 groeit het kernenbudget met € 10.000 per jaar (tot € 2,00 per inwoner). In het eerste kwartaal 2020 is een subsidieregeling opgesteld om het bedrag te besteden en ontwikkelen we kaders voor de toekenning van bijdragen. Uitgangspunt is de samenwerking en een zo laag mogelijk bureaucratisch regime. De regeling is 2021 aangepast en bied ook ruimte voor structurele subsidiering voor Dorpsvertegenwoordigende organen (zoals de dorpsraden), Oranje verenigingen, Timmerdorpen en muziekkiosken. Ook de 4 mei comités zullen aan de regeling worden toegevoegd.
6.2. Programmateam budget Naast het kernenbudget is er ook een structureel budget voor de uitvoering van het programma kerngericht werken. Dat programma wordt beheerd door een programmateam, dat bestaat uit een drie gebiedsregisseurs die in team samenleving zijn gepositioneerd. De regisseurs werken nauw samen met de kernwethouders en bieden waar nodig ondersteuning. De gebiedsregisseurs zijn zichtbaar aanwezig en aanspreekbaar in al onze kernen. Ze faciliteren ideeën en initiatieven en zoeken draagvlak voor vruchtbare coalities. Vraagstukken en initiatieven kunnen worden doorgeleid naar een ontwikkelteam dat speciaal voor dit doel is gevormd. Voor het programma kerngericht werken is met ingang van 2020 een structureel bedrag beschikbaar van € 25.000. Dit is onder meer bestemd voor (communicatie) materiaal , opleiding, evaluatie en de organisatie van activiteiten en / of bijeenkomsten. Daarnaast houden we rekening met kosten voor aanpassingen op de website en voor het ontwikkelen van een (digitale) kaart op de site van Altena met een overzicht van de initiatieven. Het online participatie platform wordt uit de programmamiddelen gedekt met dien verstande dat op termijn in de kadernota extra budget zal worden geraamd.
Notitie bestuurlijke vernieuwing | 30
De Gebiedsregisseur en de dorps- of wijkraad maken desgewenst samenwerkingsafspraken op maat. Dorps- en wijkraden pakken hierbij verschillende rollen die ook weer kunnen uiteenlopen per onderwerp. Er is behoefte aan maatwerk in samenwerkingsafspraken die recht doet aan de diversiteit van de dorps- en wijkraden en de gebieden. 1. Met onderstaand blokkenschema als hulpmiddel kunnen er concrete afspraken gemaakt worden per dorps- of wijkraad en per onderwerp. Op basis van het blokkenschema maakt de dorps- of wijkraad maatwerkafspraken met de Gebiedsregisseur per thema of project en over de onderwerpen waar bestuurlijk overleg gewenst is. (De vakinhoudelijk ambtenaar is betrokken en blijft de eigenaar van de inhoud.) 2. Door middel van het gebiedsprogramma is voor iedereen duidelijk wat er leeft en speelt in het gebied. Inwoner(s) als:
Wat is het
Initiatiefnemer
Je hebt een idee en je hebt de gemeente nodig om het zelf uit te voeren.
Samenwerkingspartner
Je werkt mee aan de uitvoering van een publieke taak: gemeente en dorps of wijkraad werken samen vanuit ieders verantwoordelijkheid
Adviseur (klankbord)
De gemeente vraagt je om advies op haar plan of je hebt een goed idee om een gemeentelijk plan te verbeteren.
Belangenbehartiger