Kadernota 2022
Tekst van het document
Op dit moment wordt de fiets vooral gebruikt op korte afstanden. Mede door de opkomst van de efiets zien we grote kansen om het fietsgebruik binnen Altena verder te vergroten. Het stimuleren van het fietsgebruik draagt fors bij aan de doelen van Altena. Het is een duurzaam vervoermiddel zonder uitstoot. Als meer mensen gaan fietsen wordt het in de kernen rustiger qua autoverkeer waardoor leefbaarheid en de veiligheid worden versterkt, mits de routes op een goede manier worden vormgegeven. Een gangbare afstand voor een gewone fiets is 7,5 km, voor een e-fiets 15 km. Door te investeren in de (e-)fiets verbeteren we de bereikbaarheid van Altena, waarbij integratie met het OV-netwerk en de veren belangrijk is.
Voor een deel van onze inwoners vervullen de veren een belangrijke rol in hun dagelijkse verplaatsingen. De hoofdnetwerken voor fiets en auto lopen altijd via de vaste oeververbindingen. Voornamelijk voor fietsverbindingen (onder andere scholieren) zijn de veerdiensten van groter belang. Hoewel een route via de vaste oeververbinding vaak sneller is, nemen veel fietsers toch een veer, omdat de af te leggen afstand dan korter is. Het onderzoeken van het belang en functie van elk van de veren is noodzakelijk. Daarbij kijken we naar de rol van de veren in het auto-, OV- en fietsnetwerk, maar ook naar hun rol voor landbouwverkeer en op vlak van recreatie. Dit doen we samen met omliggende gemeenten Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Waalwijk, Zaltbommel en Dordrecht. Daarbij kijken eveneens hoe we het gebruik kunnen optimaliseren.
25
In 2022 geven we verder uitvoering aan het in 2020 door de raad vastgestelde Integraal Beheerkader Openbare Ruimte. Dit Beheerkader herijken we eveneens in 2022. Dit doen we op basis van de in 2021 afgeronde invulling van het integrale beheerpakket. Het aanvullen, verbeteren en op orde houden van de data in het beheerpakket is een doorlopende activiteit en levert op diverse beheerobjecten actuele inzichten in hoeveelheden van de diverse beheerobjecten. We werken met de teams Ruimtelijk Beheer en Projectbureau verder aan het verbeteren van de integrale meerjarenplanning van de openbare ruimte op basis van de data in het beheerpakket. Hierbij houden we rekening met de in het Integraal Beheerkader opgenomen uitgangspunten. Duurzaamheid en klimaatadaptatie zijn daarbij belangrijke uitgangspunten waarvoor we als gemeente het goede voorbeeld geven. We geven daarmee invulling aan de ambitie van een veilige, duurzame en toegankelijke openbare ruimte in Altena. In 2022 continueren wij het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte, waarbij wij het beleid nader actualiseren, verder uitkristalliseren en implementeren met diverse andere taakvelden. Zo is in 2021 een start gemaakt met bomenbeleid. In 2022 richten we ons vooral op een vernieuwde landschapsvisie en een richtlijn voor landschappelijke inpassing.
We verwachten de ambitie om 20% groen in planontwikkelingen te realiseren ook in 2022 nader te concretiseren.
(bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Onontkoombaar
97 N
26 N
30 N
34 N
Kapitaallasten
-
22 N
40 N
40 N
Kapitaallasten - mobiliteit
-
200 N
400 N
600 N
97 N
248 N
470 N
674 N
Totaal mutaties
Onontkoombaar - Conform de Mobiliteitsvisie zullen onderzoek en de nodige maatregelen moeten worden uitgevoerd om de veerdiensten aantrekkelijk te maken en te houden, zoals de aanleg van moderne fiets voorzieningen. Het budget van 2021 van € 20.000 wordt daartoe structureel gemaakt. - Vanuit Mobiliteitsvisie wordt voorgesteld het traject Bandijk-Sasdijk qua veiligheid voor fietsers te verbeteren. De kosten hiervan bedragen in 2022 incidenteel € 25.000. - Aanpassingen in de inrichting van de Kerkstraat Hank in combinatie met rioolrenovatie kost in 2022 incidenteel € 50.000. Kapitaallasten De kapitaallasten houden verband met de volgende voorgestelde investeringen. - Walstroom insteekhaven. Berekeningen tonen dat de insteekhaven leidt tot een toename van stikstof. Deze toename moet worden gecompenseerd. Dat kan door in de haven walstroomvoorzieningen te optimaliseren en extra walstroomvoorzieningen te realiseren. Dit 26
-
-
draagt bovendien bij aan verduurzaming van de haven maar maakt ook het verlenen van de natuurvergunning voor de haven mogelijk. De investering in 2022 bedraagt € 250.000. Een investering van € 215.000 in 2022 en € 105.000 in 2023 om verlichting te plaatsen langs verbindingswegen in het buitengebied ter verbetering van de fietsveiligheid. Het betreft wegen die op de fiets bereden kunnen worden, maar niet of onvoldoende verlicht zijn, waar geen goede alternatieve routes tussen de kernen in zijn, die uitdrukkelijk gebruikt worden door fietsers en passen in de mobiliteitsvisie De uitkomst van het integrale beheerkader openbare ruimte geeft aan dat er voor de vervanging van lichtmasten en armaturen jaarlijks een investering nodig is van € 400.000. Voor 2022 dient het investeringsbudget met € 220.000 verhoogd te worden.
Kapitaallasten - mobiliteit Parallel aan de Kadernota is de mobiliteitsvisie in procedure gebracht. De financiële consequenties daarvan worden op dit moment nog nader tegen het licht gehouden. Zowel financiële omvang als de planning is onderwerp van nadere beschouwing. Daarbij wordt tevens gekeken naar mogelijke bijdragen van samenwerkingspartners als Regio, Provincie en Rijk. De eerste inventarisatie toont wel aan dat het financiële volume van de benodigde investeringen omvangrijk is. Daarbij hebben we nu een globale inschatting gedaan van de financiële impact, resulterend in lasten die oplopen van € 200.000 in 2023 tot € 600.000 in 2025. Dit betreft een eerste inschatting van de projecten waarvoor de raad opdracht heeft gegeven aan het college om voorstellen voor te bereiden. Richting begroting 2022 zullen we toewerken naar een nadere planning van de investeringen waarbij we tevens de mogelijkheden zullen onderzoeken voor de vorming van een investeringsfonds om de druk op de exploitatie terug te brengen. Dit is noodzakelijk omdat nog niet alle projecten zich op inhoud, planning en financiën laten vangen. In financiële zin willen we echter wel anticiperen.
27
Gegeven de ambities en opgaven waar we voor staan blijft behoedzaam manoeuvreren nodig. Vanuit de Begroting 2021 is het financieel perspectief vanaf 2022 sluitend. Naast het zoeken van ruimte binnen bestaande budgetten is de opdracht tevens gericht op het in beeld brengen van mogelijkheden voor beleidsextensivering. Het verder verbeteren van de (producten uit de) planning- en controlcyclus is ook in 2022 een aandachtspunt. Dat betekent dat we blijven kijken naar meer uniformiteit in de wijze van rapporteren en naar een hogere kwaliteit van de rapportages. Daarbij brengen we ook in beeld welke sturingsinformatie de raad nodig heeft om zijn taken goed te kunnen uitoefenen.
Door de omvang van de vastgoedportefeuille is professioneel beheer noodzakelijk. Dat betekent onder andere strategisch sturen op de inhoud van de portefeuille en verstandige keuzes maken in vraagstukken rondom beheer en onderhoud. Maar ook zicht houden op leegstand en daar waar nodig tijdig actie ondernemen. We werken hiervoor aan een strategisch vastgoedbeleid waarin onze vastgoedportefeuille helder uiteengezet wordt gezet en waarin we de onderhoudsorganisatie toelichten. Daarnaast krijgen thema’s als vastgoedbehoefte, onderhoudsbeleid, aan- en verkoopstrategie, risicomanagement en financiën een prominente plaats. Een integrale duurzaamheidsparagraaf maakt ook onderdeel uit van dit plan. De conceptkaders van het vastgoedbeleid toetsen we bij betrokken partijen. Conform het Bestuursakkoord wordt het strategisch vastgoedbeleid van de gemeente Altena eind 2021 ter vaststelling aangeboden aan de raad. De eind 2020 opgestelde meerjarenonderhoudsplannen van ons vastgoed worden momenteel gespiegeld met de beschikbare onderhoudsbudgetten. Om dit op een juiste wijze te doen hanteren we een gewenste onderhoudsconditie niveau 3, zijnde sober en doelmatig onderhoud. Hiermee continueren we de uitgangspunten zoals die ook in eerdere begrotingen zijn gehanteerd. Dit conditieniveau is landelijk het meest toegepaste onderhoudsniveau met betrekking tot maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed.
Eventuele bijstellingen van de onderhoudsbudgetten naar aanleiding van de nieuwe meerjarenonderhoudsplannen worden meegenomen in het strategisch beheerplan eind 2021 en krijgen hun beslag in 2022.
Na twee jaar ervaring te hebben opgedaan vinden wij het als college noodzakelijk de organisatie op sterkte te brengen. Daarmee zetten we ook een volgende stap in het meegroeien met de schaalsprong, zodat de organisatie voldoende is toegerust om de taken uit te voeren die voortvloeien uit het bestuursakkoord en ambities van uw raad. We gaan hiervoor structureel extra 28
capaciteit aantrekken. De kosten hiervan zijn € 2 miljoen. Een groot deel kunnen we bekostigen uit het beschikbare personeelsbudget. In deze Kadernota 2022 wordt voor het ontbrekende gedeelte een voorstel voor dekking gedaan. Zie het financieel perspectief onder 8. Het invullen van de benodigde capaciteit betekent geen eindpunt. We gaan door met de ontwikkeling van de organisatie. In dat kader werken we onder meer aan een proces van strategische personeelsplanning om onze organisatie ook op de langere termijn toe te rusten op de opgaven die voor ons liggen. Ook versterking van het projectmatig en opgavegericht werken staat op de planning, naast een nog effectiever samenspel tussen bestuur –directie –teams – medewerkers, vanuit strategie en prioriteiten. Door de organisatie op sterkte te brengen kunnen we de doorgroei structureren en faciliteren. Zo creëren we de uitgangspositie die nodig is om Altena ook op langere termijn toekomstbestendig te houden.
Bij het opstellen van de Begroting 2021 was het de verwachting dat wij u in de eerste helft van 2021 voorstellen voor de huisvesting van de gemeentelijke organisatie zouden kunnen voorleggen. Dit als uitvloeisel van de in november 2019 in de raad aangenomen motie waarin het college wordt opgedragen drie zaken voor te leggen: dienstverleningsconcept, efficiënte organisatie en huisvesting. Het huisvestingsonderzoek is in voorbereiding, het is echter niet gelukt dit in de eerste helft van 2021 aan te bieden. Wij streven ernaar in de voorbereiding van de Begroting 2022 een reële inschatting te kunnen maken van de financiële impact van mogelijke huisvestingsscenario’s en op basis hiervan een bedrag ter dekking hiervan in de Begroting 2022 op te nemen.
Op 26 januari 2021 is de Wijzigingswet ‘Open Overheid’ (WOO) aangenomen door de Tweede Kamer. Indien de Eerste Kamer het wetsvoorstel ook aanneemt en de wet vervolgens inwerking treedt, zal de Woo de Wet Openbaarheid van bestuur vervangen. Naar verwachting gebeurt dit op 1 januari 2022. De Woo beoogt een transparante en actief openbaar makende overheid. Met dit doel kan het belang van openbaarheid van publieke informatie voor de democratische rechtsstaat, de burger, het bestuur en economische ontwikkeling beter worden gediend. De Woo kent daarom de verplichting voor overheden om bepaalde categorieën informatie uit eigen beweging openbaar te maken. Om actieve openbaarmaking structureel en duurzaam te kunnen organiseren is het tevens van belang dat de informatiehuishouding van overheden op orde is. De Woo bevat een algemene zorgplicht om documenten in goede, geordende en toegankelijke staat te houden en schrijft maatregelen voor om digitale documenten duurzaam toegankelijk te maken. In Q2 van 2021 worden de consequenties van deze wijziging in Altena geïnventariseerd. Op dit moment kan nog niet worden aangegeven welke impact het heeft op de ambtelijke werkzaamheden. Een exacter beeld kan worden geboden bij de behandeling van de Begroting 2022.
29
(bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Onontkoombaar
5N
-
-
-
Totaal mutaties
5N
-
-
-
De concept-Begroting 2022 van SVHW leidt per saldo tot een kleine aanpassing van de deelnemersbijdrage.
(bedragen x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Onontkoombaar
6N
6N
6N
6N
Kapitaallasten
-
133 N
231 N
282 N
Totaal mutaties
6N
138 N
237 N
287 N
In het kader van het op een hoger peil brengen van de informatiebeveiliging zal bij het intern aanloggen een extra controle op authenticatie plaatsvinden.
Hier zijn de kapitaallasten opgenomen van de investeringen met betrekking tot de aanschaf van elektrische voertuigen en overige materialen. In het kader van energietransitie wil gemeente Altena zo duurzaam mogelijk handelen, onder meer door het vastgoed en het materieel verder te verduurzamen. Een adviesrapport, uitgevoerd door adviesbureau Vibber, vormt de leidraad om het wagenpark van de buitendienst te verduurzamen. In het vervangingsplan is dit rapport als uitgangspunt gebruikt. Op een enkele wijziging na wordt dit rapport uitgevoerd. Zo worden 1 of 2 extra dieselvoertuigen gehandhaafd om de gladheidsbestrijding naar behoren te kunnen blijven uitoefenen. Voor de huidige 22 dieselvoertuigen zullen 17 elektrische voertuigen aangeschaft worden. Tevens worden de komende 3 jaar alle materialen voor de gladheidsbestrijding eveneens vervangen door meer modernere machines. Ook zullen de kleine handgereedschappen, zoals kettingzagen en bosmaaiers zoveel als mogelijk vervangen worden door accu-machines. Om dit te realiseren zijn de huidige budgetten voor afschrijving en vervanging niet toereikend en zal er extra geïnvesteerd moeten worden. Ook het materiaal voor de gladheidsbestrijding is aan vervanging toe wegens sterke veroudering. De jongste strooier en / of sneeuwschuif is 10 jaar oud, de rest is ouder. Ook hier gaan we verjongen en moderniseren.
Vervanging binnen drie jaar is noodzakelijk wegens de sterk verouderde toestand van de huidige voertuigen en materialen.
30
Om verduurzaming en co2-reductie te realiseren worden elektrische voertuigen en ander materieel aangeschaft. Medio 2023 zal dit volledig gerealiseerd zijn en is de CO2 reductie ca. 140 ton/jaar. Huidige budgetten zijn ontoereikend om de aanschafkosten en vervangingen voor duurdere elektrische voertuigen en overige materialen op langere termijn te realiseren. Met extra budget kunnen de vervangingen, die door het gemeentelijke fusietraject jaren doorgeschoven zijn, duurzaam en noodzakelijk worden uitgevoerd. In 2021 zal een start gemaakt worden met het beschikbaar kapitaal op de investeringslijst. De bestaande investeringsbudgetten zijn vanaf 2022 niet toereikend. De extra per jaarschijf benodigde kredieten zijn onderstaande tabel weergegeven. De kapitaallasten die met deze kredieten samenhangen zijn 2022 Tractie jaarschijf 2022
2023
2024
2025
1.014.779
Tractie jaarschijf 2023
762.000
Tractie jaarschijf 2024
388.813
Tractie jaarschijf 2025
388.813
Met dit plan zal de gehele buitendienst voorzien van nieuwe voertuigen en overig materiaal, zodat zij hun taken de komende jaren veilig en verantwoord op een duurzame wijze kunnen uitvoeren. Na volledige realisatie in 2023 van alle vervangingen zullen vanaf 2024 de jaarlijkse kapitaallasten € 388.813 bedragen. Vanaf 2022 kunnen de vaste lasten voor o.a. brandstof, wegenbelasting en onderhoud structureel omlaag. De hoogte hiervan kan pas bepaald worden als de vervanging een feit is.
31
In het bestuursakkoord is als uitgangspunt benoemd dat wij streven naar kostendekkende tarieven voor gemeentelijke tarieven en diensten en producten behalve bij de grafrechten. Wij hanteren daartoe de volgende uitgangspunten: 1. tarieven moeten kostendekkend zijn tenzij er een afwijkend raadsbesluit of een wettelijk maximum voor het betreffende tarief geldt; 2. wanneer de totaalopbrengst van verordening, minder dan kostendekkend is, worden de tarieven binnen die verordening verhoogd met 2% plus inflatie; vanaf de volgende bestuursperiode wordt ernaar gestreefd binnen één periode te groeien naar kostendekkendheid; 3. tarieven worden alleen verlaagd wanneer de geraamde opbrengst van alle in de betreffende belastingverordening voorkomende tarieven meer dan kostendekkend is; 4. er wordt aansluiting gezocht bij landelijk vastgestelde (maximum)tarieven; 5. alle tarieven worden jaarlijks met het inflatiepercentage verhoogd. Dit tenzij het totaal van de verordening daardoor meer dan 100% kostendekkend wordt. Voor 2022 wordt het CBSpercentage van 1,6 gehanteerd; 6. De uitgangspunten voor de toerekening van de kosten worden door het college bepaald binnen de kaders van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. Afwijkingen van dit beleid of beleidsontwikkelingen op het terrein van belastingen worden per belastingsoort vermeld.
In onderstaande tabel wordt per belastingsoort het kostendekkingspercentage weergegeven. Soort heffing
Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Afvalstoffenheffing
91%
99%
Havengelden
86%
75%
Leges
80%
63%
Leges Biesbosch
n.v.t
56%
Lijkbezorgingsrechten
85%
69%
Marktgelden
92%
100%
Rioolheffing
104%
91%
Ieder jaar worden de onroerende zaken opnieuw gewaardeerd zodat ieder jaar de tarieven opnieuw moeten worden vastgesteld en aangepast aan de wijziging van de waarde. Bij een stijging van de waarde daalt het tarief.
32
Kader OZB De OZB-opbrengst stijgt met de inflatie volgens pBBP (Prijs Bruto Binnenlands Product) plus de areaalgroei (groei aantal objecten).
Bij de rioolrechten gaan we in beginsel uit van 100% kostendekkende tarieven. Bij de harmonisatie van de tarieven rioolheffing heeft uw raad besloten om de komende jaren een aanzienlijk deel van de voorziening riolering terug te laten vloeien naar de inwoners. De heffing blijft gedurende een aantal jaren gelijk (behoudens inflatiecorrectie). Kader rioolheffing - Een aanzienlijk deel van de voorziening riolering vloeit de komende jaren terug naar de inwoners. - De heffing blijft gedurende een aantal jaren gelijk (behoudens inflatiecorrectie).
Het product afval is een gesloten systeem. We streven naar 100% kostendekking. Het product is momenteel niet kostendekkend. De tekorten worden gedekt uit een gevormde voorziening die echter niet negatief mag zijn. Er is de afgelopen maanden kritisch naar de toe te rekenen kosten gekeken. Onze conclusie is dat onze tarieven omhoog moeten door onder meer de volgende factoren. In november 2020 is reeds in een Raadsinformatiebrief aangegeven dat de kosten zouden stijgen als gevolg van autonome kostenontwikkelingen in de markt. De stijging bij onze gemeente is, als gevolg van het verlenen van een alleenrecht aan Afvalstoffendienst Den Bosch, lager dan landelijk gemiddeld. Daarnaast werden de kosten van personeel op het milieustation niet toegerekend aan het product afval. Tot nu toe werden deze kosten uit de algemene middelen bekostigd. Verder zien we een trend dat de kosten van zwerfafval structureel stijgen en dat de inkomsten vanuit Nedvang structureel lager uitvallen. Kader reinigingsheffing - De tarieven van afval stijgen in 2022 naar 100% kostendekking.
Op 1 juli 2022 treden de nieuwe Omgevingswet en de nieuwe wet kwaliteitsborging bouw in werking. Dit zorgt voor een verandering van werkwijze en tot andersoortige vergunningen maar ook tot verschuiving van werkzaamheden richting private partijen. Door de VNG is in verband daarmee een geheel nieuwe modelverordening leges opgesteld. Het hoofdstuk inzake bouwen/ruimtelijke ordening is ingrijpend aangepast. In de komende tijd wordt op dit onderdeel een inschatting gemaakt van de werkzaamheden en de hoeveelheid tijd die daarmee is gemoeid. Aan de hand daarvan worden eind van dit jaar bij het vaststellen van de verordening leges voor 2022, nieuwe kostendekkende tarieven voorgesteld. Kader leges - De opbrengst van de leges stijgt met 2% plus de inflatiecorrectie. - Nieuwe tarieven in het kader van de omgevingswet worden op een kostendekkend niveau vastgesteld. 33
De drie verschillende verordeningen lijkbezorgingsrechten van de voormalige gemeenten zijn met ingang van 2021 geharmoniseerd. In de loop van het jaar kan blijken dat een of meer bepalingen en/of tarieven bijgesteld moeten worden. Kader lijkbezorgingsrechten Bij de lijkbezorgingsrechten wordt niet gestreefd naar 100% kostendekking. De tarieven worden enkel met de inflatie verhoogd. Dit kader geldt vanaf 2021 tot en met 2024, daarna zal dit uitgangspunt worden herijkt.
Binnen onze gemeente wordt haven- en kadegeld geheven in de Beatrixhaven, Biesboschhaven en de RWS-haven (voormalig haventje Rijkswaterstaat). Bij de haven- en kadegelden kunnen alleen kosten worden verhaald die verband houden met het gebruik en genot van de havens en de kades. Het tarievenbeleid van het haven- en kadegeld is dat we streven naar 100% kostendekkendheid. De haven- en kadegelden zijn niet kostendekkend. Zolang het havengeld niet kostendekkend is stijgt het tarief conform het algemene tarievenbeleid met 2% plus de inflatiecorrectie. Momenteel wordt gewerkt aan een geheel nieuwe verordening havengeld. Met mogelijk ook een nieuwe tariefstructuur waardoor tarieven voor een bepaalde periode waarover liggeld moet worden betaald met meer of minder dan 2% zullen stijgen. De bedoeling is dat de nieuwe verordening eind van het jaar door uw raad wordt vastgesteld. De huidige opbrengst van het havengeld is zoals gesteld niet kostendekkend. Komende maanden zullen de toegerekende kosten nader kritisch worden bezien. Bij het opstellen van de nieuwe verordening zal rekening worden gehouden met een realistische kostentoerekening. Kader haven- en kadegelden De tarieven/opbrengsten worden verhoogd met 2% plus inflatie.
Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting zijn algemene dekkingsmiddelen en worden geheven voor het houden van verblijf door personen die niet ingeschreven zijn op een adres in de gemeente. Deze belastingen worden in rekening gebracht bij degene die, tegen betaling, gelegenheid tot verblijf biedt. De tarieven worden in beginsel jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Het huidige tarief is € 1,20. Vanuit de toeristische sector is een voorkeur voor tarieven die afronden op 5 eurocent. Reden om bij de toeristenbelasting en watertoeristenbelasting de inflatiecorrectie van een aantal jaren pas door te voeren als, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent wordt overschreden. Kader toeristenbelasting/watertoeristenbelasting De inflatiecorrectie wordt pas doorgevoerd nadat de inflatiecorrectie voor een aantal jaren, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent overschrijdt.
34
De BIZ-heffing is een verplichte bijdrage voor eigenaren en/of gebruikers van niet-woningen in een bepaald gebied. De heffing is bedoeld ter bekostiging van investeringen in dat gebied in bijvoorbeeld de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit etc. Binnen onze gemeente zijn er twee BI-zones actief. Het betreft de BIZ Bruine Kilhaven en de BIZ Centrum Werkendam . De BIZbijdrage is een bestemmingsbelasting. Het bedrag van de bijdrage gaat in de vorm van subsidie naar de BIZ-stichting die de investeringen uitvoert. Een BIZ geldt voor vijf jaar en kan dan eventueel, na een draagvlakmeting onder de eigenaren en/of gebruikers van de niet-woningen in het gebied, worden verlengd. Het tarief blijft gedurende vijf jaar gelijk. Dit jaar zal een nieuwe draagvlakmeting worden gedaan bij de bedrijven binnen de BIZ Bruine Kilhaven. Voorafgaand daaraan zal de nieuwe verordening worden vastgesteld met nieuwe tarieven. Kader BIZ heffing Voor de BIZ Centrum Werkendam blijven de tarieven gelijk. Er komt voor de BIZ Bruine Kilhaven een nieuwe verordening met nieuwe tarieven en vervolgens een draagvlakmeting.
Uitgangspunt bij de marktgelden is een kostendekking van 100%. Het beleid is dat niet kostendekkende tarieven met 2% plus inflatie worden verhoogd. Naar verwachting is het tarief 100% kostendekkend of zelfs iets meer. Als dat laatste het geval is moet het tarief voor 2022 worden verlaagd. Kader marktgelden De tarieven van de marktgelden worden kostendekkend vastgesteld.
Met ingang van 1 januari 2021 heft Staatsbosbeheer voor de gemeenten Altena, Dordrecht en Drimmelen de leges die voorheen door het Parkschap Nationaal Park de Biesbosch werd geheven. De doelstelling is dat de betreffende tarieven in alle drie de gemeenten gelijk zijn. Omdat deze leges niet kostendekkend zijn wordt onderzocht hoe deze meer kostendekkend kunnen worden gemaakt. Voor veel tarieven wordt nu geen leges gevraagd. De insteek van Altena, bij het overleg met de buurgemeenten, is om voor meer vergunningen in de Biesbosch leges te gaan heffen en te streven naar 100% kostendekking. Kader leges Biesbosch De doelstelling bij de leges Biesbosch is 100% kostendekking. De tarieven van Altena, Dordrecht en Drimmelen zijn gelijk. Insteek van Altena is dat voor meer vergunningen in de Biesbosch, leges worden geheven.
Voor 2022 worden op diverse programma (aanvullende) investeringen voorgesteld. De met deze investeringsbudgetten samenhangende kapitaallasten zijn in het meerjarenperspectief van deze Kadernota 2022 verwerkt. De betreffende investeringen zullen, voorzien van een A- of B-codering, 35
bij de Begroting 2022 in het Investeringsplan opgenomen en daarmee onderdeel vormen van de besluitvorming. De voor 2025 voorgestelde investeringen met betrekking tot de diverse beheerplannen leiden in deze Kadernota 2022 niet tot een beslag op de begroting, omdat de kapitaallasten hiervan pas in 2026 effect zullen hebben. Investering
2022
Walstroom insteekhaven
2023
2024
2025
250.000
Tractie jaarschijf 2022
1.014.779
Tractie jaarschijf 2023
762.000
Tractie jaarschijf 2024
388.813
Tractie jaarschijf 2015
388.813
Vervangen damwandconstructie Vissershang en baggeren jachthaven
572.000
Armaturen openbare verlichting
220.000
Openbare verlichting fietsverbindingen kernen
215.000
Civiele kunstwerken beheerplan 2025
105.000 85.680
Wegen beheerplan 2025
3.500.000
Riolering beheerplan 2025
2.980.000
Groen beheerplan 2025
360.000
Openbare verlichting beheerplan 2025 armaturen
220.000
Openbare verlichting beheerplan 2025 masten
180.000
Speeltuinen beheerplan 2025
100.000
Riolering beheerplan 2025
100.000 2.021.779 1.117.000 388.813 7.914.493
36
Zoals in de Inleiding is aangegeven willen wij een volgende stap zetten in het realistisch begroten. Voor deze Kadernota 2020 is daarom bewust gekozen voor een aanpak waarbij naar de beschikbare financiële ruimte is gekeken. Vanuit die invalshoek wordt vervolgens geprioriteerd in de ambities. In onderstaande grafiek wordt de aangegeven financiële ruimte afgezet tegen de financiële voorstellen uit de Bestuusrapportage 2021 en deze Kadernota 2022. Omschrijving
2021
2022
2023
2024
2025
Begrotingssaldo 2021
41 V
-
-
-
-
Structurele ruimte vanuit jaarstukken 2020
4.500 V
4.500 V
4.500 V
4.500 V
4.500 V
Af: reeds ingezet in meerjarenperspectief 2021-2024
1.500 N
1.500 N
1.500 N
1.500 N
1.500 N
Af: reeds ingezet voor organisatieversterking
1.000 N
1.000 N
1.000 N
1.000 N
1.000 N
500 N
1.000 N
1.000 N
1.000 N
1.000 N
Vrijval stelpost loon- en prijsontwikkeling
0
550 V
550 V
550 V
550 V
Areaaluitbreiding: stijging OZB
0
5V
150 V
200 V
250 V
700 V
-
-
-
-
2.241 V
1.625 V
1.700 V
1.750 V
1.800 V
Mutaties Eerste Bestuursrapportage 2021
1.448 N
1.725 N
1.529 N
1.677 N
1.717 N
- waarvan Sociaal Domein
1.097 N
1.620 N
2.035 N
2.251 N
2.241 N
- waarvan meevallers / aframingen
1.054 V
499 V
724 V
724 V
724 V
63 N
64 N
64 N
64 N
64 N
1.341 N
466 N
76 N
9N
59 N
- waarvan kapitaallasten
-
73 N
77 N
77 N
77 N
Mutaties Kadernota 2022
-
568 N
865 N
1.254 N
1.619 N
- waarvan meevallers / aframingen
-
144 V
180 V
187 V
111 V
- waarvan nieuw beleid
-
425 N
425 N
425 N
425 N
- waarvan wettelijk en onontkoombaar
-
288 N
239 N
249 N
288 N
- waarvan kapitaallasten
-
-
380 N
767 N
1.017 N
Totaal aanmeldingen
1.448 N
2.293 N
2.394 N
2.931 N
3.336 N
Waarvan invulling financiële ruimte
1.054 N
643 N
904 N
910 N
834 N
Saldo meerjarenperspectief (1)
261 N
1.311 N
1.598 N
2.092 N
2.371 N
Extra middelen Jeugd
1.500 V
1.500 V
1.500 V
1.500 V
1.500 V
Saldo meerjarenperspectief (2)
1.239 V
189 V
98 N
592 N
871N
Af: te dekken tweede tranche organisatieversterking
Nog niet verwerkt: Meeropbrengsten bouwleges Ruimte in meerjarenperspectief Specificatie aanmeldingen
- waarvan nieuw beleid - waarvan wettelijk en onontkoombaar
37
Het is niet gebruikelijk dat het lopende begrotingsjaar in het perspectief van de Kadernota 2022 wordt opgenomen. De verwevenheid van de Jaarstukken 2020, de Eerste Bestuusrapportage 2021 en de Kadernota 2022 en de aanpak met het zoeken van financiële ruimte maakt het zinvol dat in deze Kadernota 2022 wel te doen. Zoals uit bovenstaande tabel blijkt overtreffen de voorstellen uit de Eerste Bestuursrapportage 2021 en de Kadernota 2022 de financiële ruimte vanaf 2022. Hierdoor onstaat vanaf 2022 in principe meerjarig een negatief begrotingssaldo (zie regel ‘Saldo meerjarenperspectief (1)’). Wanneer de extra middelen voor Jeugd door het Rijk structureel ter beschikking worden gesteld, zal het negatieve begrotingssaldo in 2022 mogelijk omslaan in een positief begrotingssaldo (zie regel ‘Saldo meerjarenperspectief (2)’). Richting de Begroting 2022 hopen wij daarover meer duidelijkheid te hebben. Overigens hebben we ons bij de bepaling van de te ontvangen extra middelen gebaseerd op macrogegevens en adviezen vanuit onder meer FAMO. Daarbij hebben we een voorzichtige lijn gevolgd.
38
Met als vertrekpunt de stand Begroting 2021 en rekening houdend met de gevonden ruimte, de ontwikkelingen in het sociaal domein en de aanmeldingen resulteert het volgende financiële perspectief voor de jaren 2022 tot en met 2025. Omschrijving
2021
2022
2023
2024
2025
Saldo Begroting 2021
41 V
-
-
-
-
Ruimte
2.200 V
1.625 V
1.700 V
1.750 V
1.800 V
Invulling
1.448 N
2.293 N
2.394 N
2.931 N
3.336 N
- waarvan invulling ruimte
1.054 N
643 N
904 N
910 N
834 N
Financieel perspectief 2021-2025
261 N
1.311 N
1.598 N
2.092 N
2.371 N
Extra middelen Jeugd
1.500 V
1.500 V
1.500 V
1.500 V
1.500 V
Financieel perspectief 2021-2025
1.239 V
189 V
98 N
592 N
871N
De Kadernota 2022 laat zien dat wanneer de extra middelen voor Jeugd structureel worden toegekend het mogelijk is om voor het jaar 2022 een sluitende begroting te presenteren.
De raad wordt gevraagd kennis te nemen van de Kadernota 2022 als richtinggevend document voor de opstelling van de Begroting 2022 en de Meerjarenraming 2023-2025.
39
Onderstaand worden de financieel-technische uitgangspunten weergegeven, die bij de opstelling van de Begroting 2022 en de Meerjarenraming 2023-2028 worden gehanteerd. Bestaand beleid
Nieuw beleid
Salarissen
Algemene uitkering
Stelpost prijsontwikkeling
Rentekosten
Nieuwe investeringen Belastingen en tarieven
Weerstandsvermogen
Onvoorziene uitgaven
Bespaarde rente
De Begroting 2022 wordt opgesteld op basis van bestaand beleid. Geen ruimte voor nieuwe zaken, tenzij dit in de Kadernota 2022 is opgenomen en besloten. Geen nieuw beleid anders dan door niet beïnvloedbare externe factoren (wettelijke verplichtingen en / of contractuele afspraken) en / of opgenomen in de Kadernota 2022. Bij het ramen van de salariskosten wordt uitgegaan van de formatie per 1 januari 2021 en eventuele mutaties uit hoofde van de Kadernota 2022. De salarislasten worden geraamd op het maximum van de schaal. Voor de Begroting 2022 wordt uitgegaan van de meest recente Ca0afspraken. De algemene uitkering wordt geraamd in lopende prijzen. De Begroting 2022 wordt gebaseerd op de raming van de algemene uitkering uit de Septembercirculaire 2021. Voor de prijsontwikkeling wordt uitgegaan van de indicator zoals gehanteerd in de gemeentefondscirculaires, te weten de prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (pBBP). Voor de Begroting 2022 wordt gebruik gemaakt van de raming uit de meest recente gemeentefondscirculaire. De rentekosten verbonden aan reeds gedane investeringen worden berekend aan de hand van het schema rentetoerekening jaar t zoals in de Notitie rente 2017 (april 2016) van de Commissie BVV is opgenomen. In de Begroting 2022 worden in principe geen nieuwe investeringen verwerkt, tenzij deze in de Kadernota 2020 zijn opgenomen.
Als uitgangspunt geldt dat de tarieven jaarlijks tenminste worden geïndexeerd. Deze trendmatige aanpassing is gebaseerd op de ontwikkeling van pBBP zoals opgenomen in de meest recente gemeentefondscirculaire. Het vermogen van de gemeente om niet structurele risico’s te kunnen opvangen zonder daarbij de lopende exploitatie in gevaar te brengen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Uitgangspunt is een weerstandsratio gelijk of groter dan 1,0 in de begroting en de meerjarenraming. Dit betreft een stelpost ter dekking van tegenvallers, c.q. niet voorziene uitgaven waar gedurende het begrotingsjaar alsnog prioriteit aan wordt toegekend. Er wordt geen bespaarde rente berekend.
40