CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde toelichting - versie aug 2024

Raadsvergadering 18 juni 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Kern Sleeuwijk Tienhont'23.322 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op deze beleidskaart is aangegeven waar cultuurhistorische elementen (rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten, beeldbepalende en beeldondersteunende bebouwing), waardevolle lijnelementen (wegen, dijken en ontginningsassen), alsook waardevolle ruimtelijke patronen en/of structuren (zoals historische kern, beschermd stadsgezicht) voorkomen. Deze informatie is gekoppeld aan een beleidsadvies. 5.11.2 Cultuurhistorie in relatie tot het plangebied Blijkens de gemeentelijke cultuurhistorische beleidsadvieskaart in figuur 18 zijn er in het plangebied of in de directe omgeving daarvan, géén cultuurhistorisch waardevolle elementen, waardevolle lijnelementen of waardevolle ruimtelijke patronen en/of structuren aanwezig. Derhalve herbergt het plangebied geen specifieke cultuurhistorische waarden die bescherming vanuit het bestemmingsplan behoeven.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

51

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

Figuur 18 – Uitsnede Cultuurhistorische beleidsadvieskaart met globale ligging plangebied (rood aangepijld)

5.11.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect cultuurhistorie. 5.12

KABELS EN LEIDINGEN

Voor planologisch relevante kabels en leidingen gelden verschillende beschermingsen veiligheidsafstanden waar bij de bestemmingslegging van onder andere nieuwe functies rekening mee moet worden gehouden. Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Ook in de nabijheid van het plangebied, zoals aan de Tienhont en Vijfmorgen, zijn geen leidingen met gevaarlijke stoffen aanwezig (zie hiervoor ook paragraaf 5.7 van deze plantoelichting). Kabels en leidingen vormen derhalve geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan. 5.13

VERKEER EN PARKEREN

5.13.1 Algemeen Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het noodzakelijk om te analyseren of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot extra verkeersgeneratie om zo eventuele nadelige effecten op de leefbaarheid te voorkomen. Tevens dient binnen nieuwbouwontwikkelingen sprake te zijn van een sluitende parkeeroplossing. 5.13.2 Planspecifiek Parkeren Zoals reeds in paragraaf 3.4.8 van deze plantoelichting is aangegeven is het parkeerbeleid in de gemeente Altena verwoord in de beleidsnota

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

52

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

‘Parkeerbeleid gemeente Altena’, met in het verlengde daarvan de ‘Nota Parkeernormen Altena’, die beiden op 15 december 2020 door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Daarin is aangegeven dat de gemeentelijke parkeereis bij nieuwe ontwikkelingen moet worden berekend, waarbij geldt dat in de basis binnen het plan zelf (op eigen terrein) voldoende parkeercapaciteit wordt gecreëerd en deze niet wordt afgewenteld op de (directe) omgeving. In bijzondere gevallen kan hiervan worden afgeweken, mits goed gemotiveerd en aangetoond dat dit geen negatieve invloed heeft. In tabel 3 zijn de gemeentelijke parkeernormen voor woningen in beeld gebracht. Voor andere functies dan de hoofdgroep ‘wonen’ dient voor het bepalen van de parkeernorm aangesloten te worden bij de meest recente publicatie van de parkeerkencijfers van het CROW. Momenteel is dat de CROWpublicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ (december 2018).

Tabel 3 - Parkeernormen hoofdgroep wonen. *Goedkoop, midden en duur verwijzen naar de prijs van de woning in verhouding tot de als gemiddelde of normaal beschouwde prijs van woningen en dus niet de prijs van alle woningen tezamen. (bron: Nota Parkeernormen Altena)

Om de parkeerbehoefte van het voorliggende nieuwe woningbouwplan in beeld te brengen, is door adviesbureau DataCount een parkeeronderzoek 10 uitgevoerd. De rapportage van dit parkeeronderzoek is als bijlage 7 bij deze plantoelichting gevoegd. De belangrijkste resultaten en conclusies worden hierna weergegeven. Parkeerbehoefte De Tuin van Morgen Uitgaande van het beoogde woningbouwprogramma (60 appartementen, waarvan 32 goedkope, 28 middeldure en dure appartementen) zijn op grond van de parkeernorm voor de woningen 104 parkeerplaatsen nodig; 86 voor bewoners en 18 voor bezoekers. En voor het beoogde paviljoen (ca. 100 m2) moet nog rekening worden gehouden met een (theoretische) vraag van 7 parkeerplaatsen. Het totaal aantal parkeerplaatsen komt daarmee uit op 111. Omdat de bewoners en de bezoekers niet op alle momenten tegelijkertijd aanwezig zijn, mag gerekend worden met aanwezigheidspercentages (Nota Parkeernormen, tabel 3). Daarmee kan per maatgevend moment de daadwerkelijke, totale vraag berekend worden. In het parkeeronderzoek zijn de aanwezigheidspercentages voor verschillende dagdelen vergeleken (werkdagmiddag, werkdagavond, werkdagnacht, zaterdagochtend, zaterdagmiddag, zaterdagavond en zondagochtend). Uit deze vergelijking blijkt dat de avond van een werkdag (WA) het maatgevende moment 10

DataCount, Parkeeronderzoek De Tuin van Morgen – Sleeuwijk, 27 juni 2024

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

53

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

is. Voor dit maatgevende moment moet rekening worden gehouden met (afgerond) 92 parkeerplaatsen. De toekomstige parkeervraag dient in principe opgevangen te worden op eigen terrein. Daarvan kan worden afgeweken als de parkeerdruk in de omgeving dit toelaat. Huidige parkeerdruk In het parkeeronderzoek is de huidige parkeerdruk in de omgeving van het plangebied bepaald door deze te meten. Hiervoor is er binnen een loopafstand van 250 meter rondom het ontwikkelgebied geteld hoeveel voertuigen aanwezig waren

Figuur 19 – Meetgebieden uit het parkeeronderzoek, onderverdeeld in een loopgebied van 100 meter en 250 meter (bron: DataCount) Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

54

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

op de maatgevende momenten. Dit aantal is afgezet tegen de capaciteit van het onderzoeksgebied om te komen tot een bezettingspercentage. In figuur 19 is het meetgebied weergegeven, waarbij onderscheid is aangebracht in 100 meter (paars) en 250 meter (blauw). En in tabel 4 is de huidige parkeerdruk in beeld gebracht. Binnen 250 meter van het plangebied zijn in totaal 450 parkeerplekken geteld (=capaciteit), met een parkeerdruk / bezettingspercentage die varieert van 40% tot 72%. Binnen 100 meter van het plangebied bedraagt de capaciteit 96 parkeerplekken, met een bezettingspercentage die varieert tussen de 19% en 83%.

Tabel 4 – Parkeerdruk in de omgeving van het plangebied (Meetgebied 250m en 100m) op verschillende meetmomenten (bron: Parkeeronderzoek, DataCount)

Toekomstige situatie Als onderdeel van het project zullen 54 extra parkeerplaatsen binnen het plangebied (op eigen terrein) worden gerealiseerd; 38 in een parkeergarage en 16 extra plekken op maaiveld. Zie hiervoor ook figuur 13 van deze plantoelichting en de begeleidende tekst onder ‘Ontsluiting en parkeren’ in paragraaf 4.2. Deze 54 parkeerplaatsen mogen in mindering worden gebracht op de parkeerbehoefte per meetmoment. Omdat het voor een deel (38 plaatsen) om een afgesloten parkeergarage gaat, moet voor deze plekken rekening gehouden worden met een omrekenfactor van 0,7. Dit geeft 26,6 (afgerond 27) plekken die in mindering gebracht kunnen worden op de parkeerbehoefte per meetmoment. De overige 16 parkeerplaatsen worden op maaiveld gerealiseerd en tellen volwaardig mee. Wanneer dit gedaan wordt, blijft er op het drukste moment (WA) nog een theoretische vraag van 92 – 43 (27+16) = 49 over. Deze extra theoretische parkeerdruk dient opgevangen te worden in de directe omgeving.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

55

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

Om de haalbaarheid van het project vervolgens te kunnen toetsen is het van belang dat de huidige bezetting wordt aangevuld met de extra theoretische vraag die het project veroorzaakt. Het resultaat is de bezetting na de ontwikkeling. Daarbij heeft de gemeente aangegeven dat maximaal gerekend mag worden met 85% van de totale capaciteit. Wanneer 85% wordt verrekend met de totale capaciteit van 450 plekken komt dit neer op een maximale bezetting van 382 plekken binnen 250 meter van het plangebied. Om de haalbaarheid van het project vervolgens te kunnen toetsen is het van belang dat de huidige bezetting wordt aangevuld met de extra theoretische vraag die het project veroorzaakt buiten het plangebied (i.c. 49 parkeerplaatsen). Het resultaat is de bezetting na de ontwikkeling. Als deze dan vervolgens van de maximale 85% van de capaciteit afgetrokken worden, blijft er een restcapaciteit over welke niet onder de 0 mag komen om voldoende restcapaciteit te hebben in het onderzoeksgebied. Uit tabel 5 blijkt dat op alle meetmomenten er voldoende restcapaciteit aanwezig is om in het gehele onderzoeksgebied met de theoretische toevoeging van de ontwikkeling de parkeerdruk onder 85% te houden.

Tabel 5 – Restcapaciteit in de omgeving van het plangebied (Meetgebied) op verschillende meetmomenten (bron: Parkeeronderzoek, DataCount)

Conclusie Als onderdeel van het project zullen 54 extra parkeerplaatsen binnen het plangebied (op eigen terrein) worden gerealiseerd; 38 in een afgesloten parkeergarage en 16 extra plekken op maaiveld. Voor de overige parkeervraag (i.c. de extra theoretische parkeerdruk op het drukste moment, zijnde 49 parkeerplaatsen) kan gebruik gemaakt worden van

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

56

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

reeds bestaande parkeerplaatsen in de directe omgeving (binnen 250 meter loopafstand). Aan de hand van het uitgevoerde parkeeronderzoek (incl. parkeerdrukmeting) wordt namelijk gesteld dat er in de directe omgeving voldoende beschikbare parkeerplaatsen aanwezig zijn om aan de theoretische parkeervraag van de nieuwe ontwikkeling te voldoen. Het plan is dan ook uitvoerbaar. Tegelijkertijd wordt er dus gemotiveerd afgeweken van de "Nota Parkeernormen Altena" uit 2020. Belangrijk onderdeel van deze motivering is dat de genoemde 54 parkeerplaatsen binnen het plangebied ook daadwerkelijk aangelegd worden. Hiervoor is in de regels van het bestemmingsplan (artikel 4.4.4) een voorwaardelijke verplichting opgenomen inhoudende dat het gebruik van de gronden en bouwwerken voor wonen uitsluitend is toegestaan indien er voldoende parkeergelegenheid is gerealiseerd en in stand wordt gehouden overeenkomstig het bepaalde in artikel 10.2.1. In dit artikel is opgenomen dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen (en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik), is verzekerd dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Er is sprake van voldoende parkeergelegenheid als binnen het plangebied minimaal 54 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Daarbij wordt opgemerkt dat er als onderdeel van het project bewust minder parkeerplaatsen binnen het plangebied gerealiseerd worden en juist de bestaande en beschikbare parkeercapaciteit in de omgeving wordt aangewend. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan de wens om het gebied zo groen mogelijk in te richten. Behalve dat dit voor een groene uitstraling zorgt, heeft dit ook een positief effect met betrekking tot klimaatadaptatie (o.a. het bufferen van hemelwater en het tegengaan van hittestress). Verkeersgeneratie Voor de bepaling van het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling, zijn de kencijfers van CROW-publicatie 381 gebruikt. In lijn met de ‘Nota Parkeernormen Altena’ zijn daarbij de door het CROW benoemde normen voor het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ aangehouden (van toepassing op de gehele gemeente Altena). En voor de stedelijkheidsgraad wordt aangesloten bij ‘weinig stedelijk’, gebaseerd op de demografische kerncijfers per gemeente van het CBS. Hoewel inmiddels wat meer duidelijkheid bestaat over de verdeling van de appartementen naar prijsklasse (verdeling goedkoop / midden / duur), is voor deze fase nog aangesloten bij het kengetal voor dure koopappartementen. Omdat de verkeersgeneratie bij dit type woningen het hoogst is, is daarmee sprake van een worstcasescenario.

Voor deze dure woningen dient rekening gehouden te worden met 7,8 motorvoertuigbewegingen (mvt) per etmaal per woning. In totaal zal het aantal verkeerbewegingen als gevolg van de ontwikkeling dus theoretisch neerkomen op maximaal 7,8 x 60 = 468 mvt/etmaal. Het plangebied wordt voor gemotoriseerd ontsloten op de Tienhont en/of de Vijfmorgen. De precieze inrichting hierover is echter nog niet bekend. Hoewel het aantal verkeersbewegingen op deze wegen zal toenemen, zal de capaciteit van deze wegen niet overschreden worden. De inrichting van deze wegen is hierop voldoende toegerust. Daarbij wordt opgemerkt dat de voormalige basisschool op deze locatie ook al voor de nodige verkeersbewegingen zorgde op de Tienhont en Vijfmorgen.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

57

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

Vervolgens zullen de verkeersbewegingen probleemloos opgaan in het huidige verkeersbeeld van het bestaande en omliggende wegennet, met onder andere de Notenlaan, Transvaal en de Rijksstraatweg. 5.14

ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

5.14.1 Beleid en regelgeving Als gevolg van de oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog zijn er in ons land niet tot ontploffing gekomen ontplofbare oorlogsresten (achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie die explosieve stoffen bevat) in de bodem achtergebleven. Dit is ook in de gemeente Altena het geval. In de Tweede Wereldoorlog hebben vele gevechtshandelingen in de gemeente Altena plaatsgevonden. In de winter van 1944 en het voorjaar van 1945 was hier een frontlinie. Een deel van de hierbij gebruikte munitie is niet gedetoneerd en mogelijk in de bodem achtergebleven. Om die reden is de gemeente Altena een risicogemeente voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) uit de Tweede Wereldoorlog. In de afgelopen decennia zijn bij grondroerende werkzaamheden met enige regelmaat OO aangetroffen. De gemeente Altena blijft nu en in de toekomst te maken houden met de risico’s van het aantreffen van OO. Vanwege de veiligheid en ruimtelijke ontwikkelingen kan het noodzakelijk zijn om OO op te sporen en op te ruimen. In 2023 heeft de gemeente Altena nieuw beleid opgesteld voor OO. Voor de gehele gemeente Altena is op basis van historisch onderzoek een Bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: risicokaart) opgesteld waarop inzichtelijk is gemaakt welke gebieden verdacht zijn voor de aanwezigheid van OO.

Het nieuwe beleid is gekoppeld aan de risicokaart. Het nieuwe beleid is opgenomen in de nota ‘Beleid Ontplofbare Oorlogsresten 2023’ en is op 3 oktober 2023 in concept vastgesteld. Dit beleid wordt doorvertaald in het ‘Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten’ dat thans als voorontwerp is gepubliceerd. Wanneer een activiteit wordt uitgevoerd in gebieden die op de risicokaart als verdacht op OO zijn aangegeven, dient er een Locatiegebonden Explosieven Inventarisatie (LEI) uitgevoerd te worden. Middels de LEI wordt onderzocht of nader onderzoek naar de aanwezigheid van OO noodzakelijk is. Dit kan aanvullend bureauonderzoek zijn, het uitvoeren van een risicoanalyse of het uitvoeren van opsporingswerkzaamheden. 5.14.2 Ontplofbare oorlogsresten in relatie tot het plan Het voorliggende bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een nieuw park met daarin drie compacte appartementengebouwen met maximaal 60 woningen aan de Tienhont in de kern Sleeuwijk mogelijk. Uit de risicokaart blijkt dat het plangebied gelegen is in een gebied dat niet verdacht is op OO. Dit betekent dat er voor de beoogde ontwikkeling geen onderzoek naar OO hoeft plaats te vinden. De kans dat er OO worden aangetroffen is immers klein.

Indien er bij werkzaamheden toch spontaan OO worden aangetroffen dient er te worden gehandeld overeenkomstig het Protocol Spontane Vondst OO dat in het gemeentelijk OO-beleid is opgenomen. Een spontane vondst van een OO moet worden gemeld bij de politie.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

58

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

5.14.3 Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor het plan vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten. 5.15

VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

5.15.1 Regelgeving De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit m.e.r. en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: • C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; • D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de 3 volgende hoofdcriteria: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. 5.15.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling in relatie tot het plangebied In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2) mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen (indicatieve drempelwaarden): • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer. Met voorliggend bestemmingsplan worden nieuwe woningen op een inbreidingslocatie binnen de bebouwde kom van de kern Sleeuwijk (locatie van de voormalige school De Morgenster dat in totaal circa 10.600 m2 / 1,06 hectare groot is) mogelijk gemaakt. Het betreft een woningbouwplan waarbij uitgegaan wordt van ten hoogste 60 appartementen. De ontwikkeling blijft daarmee ver onder de drempelwaarden. Derhalve is deze ontwikkeling niet rechtstreeks m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Omdat de ontwikkeling in onderdeel D van het Besluit m.e.r.

voorkomt, dient wel te worden nagegaan of sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

59

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

milieu die de uitvoering van een m.e.r. noodzakelijk maken. Daarom zijn alle mogelijke milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling onderzocht en beschreven in de ‘Notitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling Tienhont Sleeuwijk’11. Deze notitie is opgenomen als bijlage bij de toelichting. Hieruit blijkt dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Op grond van deze (aanmeld)notitie is voor het bestemmingsplan dan ook geen mer-procedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.. 5.15.3 Conclusie Voor dit bestemmingsplan is geen m.e.r.-procedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.

11

mRO bv, ‘Notitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling Tienhont Sleeuwijk’, 6 december 2023

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

60

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

6

JURIDISCHE ASPECTEN

6.1

INLEIDING

6.1.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe de nieuwe situatie is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de (analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan.

Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. 6.1.2 Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliserings- verplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten.

Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO Standaarden 2012 verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze nieuwe standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden. Het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig deze nieuwe vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor eenieder.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

61

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

6.2

OPBOUW REGELS EN VERBEELDING

6.2.1 De planregels Zoals gezegd is voor de planregels de gestandaardiseerde opbouw uit de SVBP2012 aangehouden. Daarbij is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met Inleidende regels (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de bestemmingsregels, de algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de overgangs- en slotregels. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels; • Nadere eisen; • Afwijking van de bouwregels; • Specifieke gebruiksregels; • Afwijking van de gebruiksregels; • Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; • Wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten, dit verschilt per bestemming. De systematiek van de regels sluit zoveel mogelijk aan op de regels van het bestemmingsplan ‘Kern Sleeuwijk’. 6.2.2 Analoge verbeelding (plankaart) Uit de landelijke standaarden volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond. Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, alsmede de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes zijn verplicht voorgeschreven.

Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), aangevuld met de Basisregistratie Kadaster (BRK). 6.3

TOELICHTING OP DE ARTIKELEN

In deze paragraaf wordt slechts waar dat noodzakelijk en nuttig wordt geacht een nadere toelichting gegeven op specifieke onderdelen van de planregels. Sommige regelingen zijn daarom hierna niet opgenomen: deze worden geacht voor zich te spreken. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen De begrippen die in het bestemmingsplan gebruikt worden, zijn in dit artikel gedefinieerd. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel maakt duidelijk hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van gronden en bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen waarin maten en waarden voorkomen worden in dit artikel verklaard.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

62

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Binnen deze bestemming zijn de groenvoorzieningen in het plangebied opgenomen. De bestemming is van toepassing op de buitenste rand rondom het woongebied. Gronden met de bestemming ‘Groen’ zijn onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, zoals plantsoenen, bermen en overige beplantingen. Ook verkeersvoorzieningen, zoals in- en uitritten en paden, en waterhuishoudkundigeen nutsvoorzieningen zijn hier toegestaan, evenals de nieuw te realiseren parkeerplaatsen aan de Vijfmorgen. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. In de regels is vastgelegd dat de totale oppervlakte aan verharding, dat wil zeggen bebouwing en terreinverharding (zoals bestrating, etc.) bij elkaar opgeteld, inclusief de oppervlakte van een (half) ondergrondse parkeergarage (die dus ook als verharding wordt gerekend), in de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Woongebied’ gezamenlijk, niet meer mag bedragen dan 4.150 m². Dit in verband met de wateropgave, zie paragraaf 5.5.2. Indien een grotere oppervlakte aan verharding zou worden aangebracht, dan wordt dit aangemerkt als strijdig gebruik waartegen handhavend kan worden opgetreden. Er is wel een afwijkingsbevoegdheid voor de realisatie van een grotere oppervlakte aan verharding in het plan opgenomen, zie hiervoor de onderstaande toelichting van de bestemming Woongebied.

Artikel 4 Woongebied Deze bestemming is van toepassing op de gronden waar woningbouw ontwikkeld zal worden. Naast woningen zijn ook maatschappelijke voorzieningen (tot maximaal 120 m²) toegestaan. Tevens zijn binnen deze bestemming ook onder andere verkeers-, parkeer-, groen-, waterhuishoudkundige en nutsvoorzieningen mogelijk. Hoofdgebouwen In de bouwregels is expliciet aangegeven dat uitsluitend gestapelde woningen zijn toegestaan, al dan niet in combinatie met een hoofdgebouw voor maatschappelijke voorzieningen. Het maximum aantal te bouwen woningen (wooneenheden) is op de verbeelding aangeduid, waarbij in de regels expliciet is bepaald dat minimaal 25% van de woningen uit sociale huurwoningen dient te bestaan en minimaal 30% uit sociale koopwoningen en/ of middeldure huurwoningen. Ook de maximaal toegestane bouwhoogte van de gebouwen en het maximum bebouwingspercentage is op de verbeelding aangeduid. Dit percentage wordt berekend over alle gronden die binnen het bouwvlak gelegen zijn. De oppervlakte van een (half) ondergrondse parkeergarage dient daarbij te worden meegenomen in de berekening. Overigens is in de regels specifiek bepaald dat de bouwhoogte van een hoofdgebouw voor maatschappelijke voorzieningen maximaal 4 meter mag bedragen.

Daarbij geldt sowieso dat de totale oppervlakte aan verharding binnen het plangebied (dus binnen de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Woongebied’ tezamen) niet meer mag bedragen dan 4.150 m2. Dit betreft de gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing en terreinverharding, dus de som van de oppervlakte van de gebouwen, de (half) ondergrondse parkeervoorzieningen, in- en uitritten, ontsluitingspaden, etc. Indien een grotere oppervlakte aan verharding zou worden aangebracht, dan wordt dit aangemerkt als strijdig gebruik waartegen handhavend kan worden opgetreden. Wel is er een afwijkingsbevoegdheid voor de realisatie van een grotere oppervlakte aan verharding in het plan opgenomen. Hieraan zijn diverse voorwaarden

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

63

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

verbonden. Zo mag dit niet leiden tot negatieve effecten voor de waterhuishouding in het plangebied en omgeving en dient er voldoende watercompensatie plaats te vinden van het verhard oppervlak boven 4.150 m² overeenkomstig de regels van het waterschap. Hiervoor moet ook een watercompensatieplan opgesteld worden. Tot slot moet de watercompensatie in overleg met het waterschap plaatsvinden en moet het waterschap schriftelijk over het watercompensatieplan hebben geadviseerd. Alleen als aan al deze voorwaarden wordt voldaan kan gebruik worden gemaakt van deze afwijkingsbevoegdheid en een grotere oppervlakte aan verharding binnen het plangebied worden gerealiseerd. (Half) ondergrondse parkeergarage Onder of buiten een hoofdgebouw is een (half) ondergrondse parkeergarage toegestaan. Met buiten een hoofdgebouw wordt bedoeld dat de garage (deels) buiten de gevelvlakken van het hoofdgebouw is gelegen. In dat geval zorgt de parkeergarage voor extra bebouwing en verharding aangezien de oppervlakte van de garage ook wordt meegerekend in het bebouwingspercentage en de oppervlakte aan verharding. Voor zover een (half) ondergrondse parkeergarage buiten een hoofdgebouw is gelegen, dient deze (het dak en de gevels) groen, oftewel met beplanting, te worden afgedekt. Hiervoor is ook een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen.

Mede vanwege deze groene afdekking mag de bouwhoogte van een (half) ondergrondse parkeergarage niet meer bedragen dan 1,8 meter. Bijbehorende bouwwerken In de regels is bepaald dat bijbehorende bouwwerken niet zijn toegestaan. Bergingen voor de woningen zijn daardoor alleen binnen het ‘hoofdgebouw’ toegestaan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Verder zijn regels opgenomen voor het realiseren van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- en terreinafscheidingen. Voor de voorgevellijn van een hoofdgebouw mogen erf- en terreinafscheidingen niet hoger zijn dan 1 meter en daarachter niet hoger dan 2 meter. Beroep of bedrijf aan huis en bed and breakfast Een woning mag via een afwijking bij omgevingsvergunning onder voorwaarden worden gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf of bed and breakfast. Deze regeling is afgestemd op het paraplubestemmingsplan ’Beleidsharmonisatie’. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de regeling voor het gebruik van gebouwen voor mantelzorg niet (meer) in het bestemmingsplan is opgenomen. Hiervoor geldt de wettelijke regeling in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel In het Besluit ruimtelijke ordening is hiervoor een standaard bepaling opgenomen. Het Bro verplicht om deze bepaling in het bestemmingsplan op te nemen.

De anti-dubbeltelbepaling beoogt te voorkomen dat door het herhaaldelijk gebruik van dezelfde oppervlakte van gronden als berekeningsgrondslag voor de oppervlaktebepaling van met name gebouwen, er op het betreffende of het aangrenzende perceel een situatie ontstaat die in strijd is met het bestemmingsplan. Door het ‘overhevelen’ van gronden tussen percelen, via al of

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

64

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

niet tijdelijke huurcontracten of eigendomsoverdrachten, zou op een van de percelen of op alle betrokken percelen uiteindelijk een bebouwde oppervlakte kunnen ontstaan, die groter is dan het bestemmingsplan blijkens de regels beoogt toe te staan. Artikel 6 Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn onder andere regels opgenomen die gelden voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, niet zijnde een (half) ondergrondse parkeergarage, zoals genoemd bij artikel 4. Artikel 7 Algemene gebruiksregels Het verbod om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met het bestemmingsplan (zonder omgevingsvergunning) is opgenomen in artikel 2.1, lid 1, sub c van de Wabo. Bij de algemene gebruiksregels is dan ook enkel aangegeven welk gebruik in ieder geval als strijdig met dit bestemmingsplan moet worden aangemerkt. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Hier zijn algemene afwijkingsregels (onder voorwaarden) opgenomen die voor alle bestemmingen gelden. Het betreft onder meer een afwijkingsmogelijkheid om maximaal 10% van de voorgeschreven maatvoering af kunnen te wijken. Artikel 9 Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn enkele algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Deze maken het onder meer mogelijk om onder voorwaarden de bestemmingsgrenzen tot maximaal 2 meter te verschuiven.

Artikel 10 Overige regels In dit artikel zijn regels opgenomen inzake wettelijke regelingen waarnaar verwezen wordt in de regels. Ook zijn in dit artikel parkeerbepalingen opgenomen. Specifiek voor dit plan is aangegeven dat indien binnen het plangebied minimaal 54 parkeerplaatsen worden gerealiseerd (en in stand worden gehouden), sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Deze overgangsregels zijn overgenomen uit het Besluit ruimtelijke ordening. De grootste verandering ten opzichte van de tot voor kort gebruikelijke overgangsregels is dat de peildatum voor bouwen en gebruik, gelijk is getrokken. Ook voor het bouwen is nu de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan beslissend. Dat was voorheen de datum van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. De wetgever heeft met die gelijkschakeling beoogd eenduidigheid te scheppen. Indien bouwwerken die onder het overgangsrecht vallen tenietgaan ten gevolge van een calamiteit, dan bestaat de mogelijkheid om terug te bouwen. Onder een calamiteit wordt hier verstaan: een verwoesting door een onvermijdelijk, eenmalig, buiten schuld van de indiener van de bouwaanvraag veroorzaakt onheil. Artikel 12 Slotregel Hier is bepaald hoe de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

65

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

7

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Tegelijkertijd met de vaststelling van een bestemmingsplan moet een exploitatieplan (ex. art. 6.12 Wro) worden vastgesteld. Op basis van het exploitatieplan kunnen (plan)kosten worden verhaald. Een exploitatieplan hoeft niet opgesteld te worden als het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd’ is, door middel van bijvoorbeeld anterieure overeenkomsten of als de gemeente eigenaar is van de gronden. Eveneens hoeft geen exploitatieplan te worden opgesteld als: • Er geen sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, lid 1 van de Wro; • Het totaal der exploitatiebijdragen dat met toepassing van artikel 6.19 van de Wro kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000,-; • Er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro; • De verhaalbare kosten, bedoeld in artikel 6.2.4, onderdelen b tot en met f, van het Bro, uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. Het voorliggende bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de voormalige schoollocatie aan de Tienhont te Sleeuwijk (voormalige locatie De Morgenster) mogelijk. De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom bij de gemeente en worden doorverkocht aan een ontwikkelende partij.

In de hiervoor op te stellen koopovereenkomst worden de kosten van het bouwrijp maken en de realisatie van openbare voorzieningen meegenomen. Het kostenverhaal is zodoende voldoende zeker gesteld. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Hieruit blijkt dat het bestemmingsplan in financieel-economische zin haalbaar moet worden geacht. Concluderend kan worden gesteld dat het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig is en het plan economisch uitvoerbaar is.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

66

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

8

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

8.1

VOOROVERLEG EX ART. 3.1.1 BRO

In het kader van artikel 3.1.1 Bro is overleg gevoerd over het concept ontwerp bestemmingsplan met de gebruikelijke overlegpartners in het kader van de ruimtelijke ordening. De provincie Noord-Brabant en de Veiligheidsregio (brandweer) Midden- en West-Brabant, hebben gereageerd op het plan. De provincie geeft aan in te kunnen stemmen met het plan en verder geen aandachtspunten te hebben. De Veiligheidsregio geeft aan dat er vanuit de aspecten externe veiligheid en opkomsttijd brandweer, geen nadere voorwaarden van toepassing zijn. Wel adviseert de Veiligheidsregio om voor dit plangebied de bereikbaarheid van met name het woongebouw aan de zijde Esdoornlaan, de parkeerkelder en paviljoen nader inzichtelijk te laten maken. Voor de parkeerkelder zijn mogelijke meerdere brandweeringangen noodzakelijk. Tevens dient nader aangegeven te worden op welke wijze er voor dit plangebied voorzien kan worden in een toereikende bluswatervoorziening. Ook wordt geadviseerd om vroegtijdig een vooroverleg te hebben over de bouwkundige en installatietechnische aspecten op het gebied van brandveiligheid. Met name de brandveiligheid van de parkeergarage lijkt hierbij een essentieel onderdeel van dit plan. Bij de uitwerking van de plannen zal met de Veiligheidsregio hieromtrent zeker overleg worden gevoerd. In dit kader wordt ook verwezen naar paragraaf 5.8.2 van deze plantoelichting.

Ook is er in het voortraject van dit woningbouwplan meerdere keren overleg gevoerd met het waterschap Rivierenland. Zo zijn er afspraken gemaakt over de verharding en watercompensatie. In de waterparagraaf (paragraaf 5.5.2) is dit nader toegelicht. In de regels van het bestemmingsplan is de oppervlaktegrens van verhard oppervlak vastgelegd vanaf wanneer ook watercompensatie noodzakelijk is. Voor aan nadere toelichting hierop wordt ook verwezen naar paragraaf 6.3 van deze plantoelichting. 8.2

ONTWERPBESTEMMINGSPLAN

Het ontwerpbestemmingsplan “Kern Sleeuwijk; Tienhont” heeft vanaf 22 december 2024 voor 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende die periode kon eenieder een zienswijze bij de gemeenteraad indienen. Binnen de gestelde termijn zijn vier zienswijzen tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediend. In bijlage is de ‘Nota van zienswijze’ behorend bij dit bestemmingsplan opgenomen, met daarin de samenvatting en beantwoording van de ingekomen zienswijzen. Hiernaar wordt verwezen. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen van het bestemmingsplan. Ook zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. In de ‘Nota van zienswijzen’ is een overzicht van de wijzigingen weergegeven.

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

67

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

68

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01 Ontwerp

BIJLAGE 1. AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

BIJLAGE 2. ACTUALISEREND VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

BIJLAGE 3. MEMO COMPENSATIE VERHARDING CENTRUM SLEEUWIJK

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

BIJLAGE 4. QUICKSCAN FLORA EN FAUNA

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

BIJLAGE 5. NOTITIE STIKSTOFDEPOSITIEONDERZOEK

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

BIJLAGE 6. NOTITIE VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

BIJLAGE 7. PARKEERONDERZOEK

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

BIJLAGE 8. NOTA VAN ZIENSWIJZEN

Gemeente Altena Bestemmingsplan Kern Sleeuwijk: Tienhont mRO b.v. / TOE / 84.43 – v8 / augustus 2024

NL.IMRO.1959.SleBP127KSTienhont-VG01

mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16 H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15568964/1