Gewijzigde Nota van zienswijze Ontwerp bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem herziening 2018
Tekst van het document
(Gewijzigde) Nota van zienswijzen Ontwerp bestemmingsplan “Buitengebied Woudrichem herziening 2018” Vanaf 11 april 2019 heeft het ontwerpbestemmingsplan “Buitengebied Woudrichem herziening 2018” voor 6 weken ter inzage gelegen. In deze periode kon iedereen bij de gemeenteraad zijn/haar zienswijze geven op het ontwerpbestemmingsplan. In deze nota staan de ontvangen zienswijzen, de gemeentelijke reactie daarop op de ontvankelijke zienswijzen en de ambtelijke wijzigingen in het bestemmingsplan. Waar gaat het bestemmingsplan over? Het plangebied betreft het gehele buitengebied van de voormalige gemeente Woudrichem, zoals begrensd in het geldende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem’. Bij de toepassing van het bestemmingsplan zijn verbeterpunten aan het licht gekomen. Daarnaast zijn op enkele punten de beleidsinzichten gewijzigd. In de partiële herziening ‘Buitengebied Woudrichem herziening 2018’ worden deze verbeterpunten en gewijzigde inzichten doorgevoerd. Bovendien worden correcties en herzieningen op locatieniveau doorgevoerd. Ook is de geldende versie van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant in deze herziening meegenomen. Met het opstellen van deze herziening zorgt de gemeente er voor dat haar beleid voor het buitengebied van de voormalige gemeente Woudrichem weer geactualiseerd is.
Op het adres Waardhuizenseweg 10 bestaat het voornemen van initiatiefnemer om de huidige woning te herbouwen. Het voornemen is meegenomen in de herziening. De procedure is bekendgemaakt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Wie heeft er een zienswijze gestuurd? In de periode van terinzagelegging zijn er 26 zienswijzen ontvangen: 1. Provincie Noord-Brabant (ontvangen d.d. 17 mei 2019) 2. Gasunie Transport Service (ontvangen d.d. 15 mei 2019) 3. Dutch Marine Service (ontvangen d.d. 13 mei 2019) 4. ZLTO Altena-Biesbosch (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 5. ForFarmers Farmconsult inzake Middenweg 16 (ontvangen d.d. 21 mei 2019) 6. Van den Berg Ruimtelijke Ordening inzake Hoekje 14 (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 7. Reclamant inzake Laagt 10 (ontvangen d.d. 16 mei 2019) 8. Bergs Advies B.V. inzake Poortweg 7 (pro forma ontvangen d.d. 24 mei 2019, aangevuld d.d. 26 juni 2019) 9. Van den Berg Ruimtelijke Ordening inzake Eng 8 en Eng 10 (ontvangen d.d. 22 mei 2019, aangevuld 11 juni 2019) 10. Bergs Advies B.V. inzake Uppelse Hoek 25 (pro forma ontvangen d.d. 24 mei 2019, aangevuld d.d. 26 juni 2019) 11. Buro Kours inzake Hoofdgraaf 38 (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 12. Van den Berg Ruimtelijke Ordening inzake Middelvaart 5a (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 13. Reclamant inzake ligplaats afgedamde Maas (ontvangen d.d. 15 mei 2019) 14.
Van den Berg Ruimtelijke Ordening inzake Hoofdgraaf 75a (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 15. ARAG SE Nederland inzake Merwededijk ong. (ontvangen d.d. 23 mei 2019) 16. Linssen cs Advocaten inzake Lageweg 44 (ontvangen d.d.22 mei 2019, aangevuld d.d. 23 mei 2019 en d.d.25 juni 2019) 17. Reclamant inzake ligplaats afgedamde Maas (ontvangen d.d. 14 mei 2019)
Pagina 2 van 45
18. Van den Berg Ruimtelijke Ordening inzake Oudendijk 72a (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 19. Reclamant inzake Almkerkseweg 10 (ontvangen 24 mei 2019, aangevuld 26 juni 2019) 20. Van den Berg Ruimtelijke Ordening inzake Lageweg 46 (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 21. Landbouwbedrijf Straver (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 22. Tankens Projectontwikkeling B.V. (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 23. Van Dun Advies inzake Bloemweg 7 (ontvangen d.d. 20 mei 2019) 24. DLV Advies & Resultaat inzake Hazenkamp 1 (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 25. Melkveebedrijf ’t Hulpgat (ontvangen d.d. 22 mei 2019) 26. Adviesbureau Mol- van Zelst inzake Middenweg 9/ Achterdijk ong. (ontvangen d.d.17 mei 2019) Hoe ziet de inhoud van deze nota er uit? Hoofdstuk 1: Samenvatting van de zienswijzen met gemeentelijke beantwoording en conclusie. Hoofdstuk 2: Overige, ambtshalve wijzigingen die doorgevoerd worden.
Pagina 2 van 45
1. Beantwoording zienswijzen Zienswijze: 1 Inhoud zienswijze Zie zienswijze
Zienswijze: 2 Inhoud zienswijze 1. In het plangebied ligt een viertal regionale aardgastransportleidingen en één hoofd aardgastransportleiding. De ligging van de regionale aardgastransportleiding inclusief de bijbehorende belemmeringenstrook van 4 meter ter weerszijden van de hartlijn is niet overal juist weergegeven of ontbreekt op de verbeelding. De hoofdaardgastransportleiding inclusief de bijbehorende belemmeringenstrook van 5 meter ter weerszijden van de hartlijn van de gasleiding ontbreekt op de verbeelding. Verzocht wordt om de ligging van de aardgastransportleidingen met de bijbehorende belemmeringenstrook in het gehele plangebied te controleren en correct op de verbeelding op te nemen. 2. In de toelichting is onvoldoende aandacht besteed aan de externe veiligheidsaspecten van de gastransportleidingen. Verzocht wordt om in de toelichting aandacht te besteden aan externe veiligheidsaspecten van de gastransportleidingen met behulp van het rekenpakket ‘CAROLA’. 3. Verzocht wordt om de beoogde wijzigingen voor te leggen alvorens wordt overgegaan tot vaststelling.
Beantwoording gemeente In verband met de leesbaarheid is de beantwoording gegeven in een apart document.
Beantwoording gemeente Het bestemmingsplan heeft enkel tot doel om provinciaal beleid door te voeren en ontwikkelingen op specifieke locaties te reguleren. Het betreft hier derhalve een partiele herziening, geen integrale. De aardgasleiding zit correct in het moederplan.
Zienswijze ongegrond Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan.
Pagina 2 van 45
Zienswijze: 3 Inhoud reactie Reclamant is vergunninghouder van twee ligplaatsen in de Afgedamde Maas, evenwijdig liggend aan Hoge Maasdijk 1-5 te Woudrichem. De ligplaats wordt gebruikt voor het afmeren van bedrijfsmatig in gebruik zijnde drijvend materieel. Bij overname van de vergunningen is uitgegaan van het geschetste beeld in de Visie Woudrichemse Waterkant, waarin is vastgelegd dat de (woon)schepen aldaar zullen worden gedoogd dan wel gelegaliseerd. Tevens is bij overname van de vergunningen uitgegaan dat aankoop van een gedeelte van het voormalige Fort-terrein mogelijk zou worden en dat schepen vervolgens tegen de wal zouden kunnen worden afgemeerd. Op uitnodiging van de gemeente Woudrichem is op 1 november 2018 op het gemeentehuis gesprek gevoerd over het legaliseren van de ligplaatsen. Deze zouden in het nieuwe bestemmingsplan worden opgenomen. In het nieuwe ontwerp wordt echter nergens meer gesproken over, of verwezen naar, ligplaatsen. Bedrijfsvoering van reclamant is afhankelijk van een goede en legale ligplaats voor schepen. Verzocht wordt om ligplaatsen in het bestemmingsplan op te nemen.
Beantwoording gemeente De noodzaak van het reguleren van de ligplaatsen wordt onderkend. De ligplaatsen zijn vergund door Rijkswaterstaat en zullen worden meegenomen in het vast te stellen bestemmingsplan buitengebied Woudrichem herziening 2018. In het noorden van de gemeente zijn in de Afgedamde Maas een 5-tal ligplaatsen gesitueerd, maar in het huidige bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem niet voorzien van een planologische regeling. Voor twee van deze ligplaatsen (van de vijf de meest noordelijke drijvende steiger en de meest zuidelijke drijvende steiger en ponton) is door Rijkswaterstaat vergunning verleend aan reclamant. De noordelijke ligplaats is sinds 1992 in gebruik. De ligplaats is door Rijkswaterstaat in 1992 ook reeds vergund. Vergunning is door eigenaarswisseling gewijzigd, maar momenteel nog steeds van kracht. De ligplaats is momenteel in gebruik als drijvende steiger, er bevindt zich geen woonschip. Ter plaatse is momenteel ook geen sprake van een inschrijving in het GBA. De tweede, meest zuidelijke, ligplaats is ook door Rijkswaterstaat vergund. De ligplaats is feitelijk in gebruik als drijvende steiger en ponton. Er is geen inschrijving in de GBA.
Bovenstaande ligplaatsen zijn in het vast te stellen bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem, herziening 2018 conform de feitelijke en door Rijkswaterstaat vergunde situatie binnen de geldende bestemming Water en dubbelbestemming ‘Waterstaat – Stroomvoerend rivierbed’ voorzien van de aanduiding ‘ligplaats 2’, waarmee tijdelijk afmeren kan worden toegestaan. Een woonschip is ter plaatse niet toegestaan.
Zienswijze gegrond Conclusie De zienswijze leidt tot de volgende aanpassing: de twee genoemde ligplaatsen
Pagina 2 van 45
worden aangegeven op de verbeelding en gereguleerd in de regels. In de plantoelichting wordt de wijziging toegelicht.
Zienswijze: 4 Inhoud reactie 1. In verband met de bekendmaking van de herziening wordt het volgende opgemerkt: de wettelijke termijn voor het aanpassen van het bestemmingsplan aan de Verordening Ruimte is nog niet verstreken en met de recente fusie van de 3 gemeenten werd verwacht dat de bestemmingsplannen van het buitengebied van de voormalige buurgemeentes zouden worden samengevoegd. De gekozen vorm van publicatie heeft ertoe geleid dat veel bewoners van het gebied belangrijke informatie hebben gemist of deze pas laat onder ogen kregen.
2. Verzocht wordt om verschillende organisaties (in het bijzonder de landbouw als grootste gebruiker van het buitengebied) bij het bekendmaken van nieuwe plannen in het voortraject beter te informeren. 3. Verzocht wordt om de totstandkomingsprocedure van het ontwerp toe te lichten. 4. In verband met de totstandkoming van ruimtelijke plannen in het algemeen wordt opgemerkt dat externe bureaus die betrokken zijn bij de opmaak en aanpassingen van gebiedsplannen een algemene werkwijze hanteren waarbij vanuit een algemeen (beleids)kader wordt gekeken naar gebiedsspecifieke onderwerpen. Dit zou andersom
Beantwoording gemeente Met het nieuwe bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudrichem herziening 2018’ wordt niet beoogd een nieuw alomvattend plan voor het buitengebied op te stellen. Het is een partiele herziening, waarbij alleen die onderdelen zijn aangepast die aanpassen behoeven: bij de toepassing van het beleid en de regeling zijn enkele verbeterpunten aan het licht gekomen. Daarnaast zijn op enkele (ondergeschikte) punten de inzichten gewijzigd. Met deze partiële herziening worden de geconstateerde verbeterpunten en gewijzigde inzichten doorgevoerd. Bovendien worden diverse correcties en herzieningen op locatieniveau doorgevoerd. Voorts zijn nieuwe, vastgestelde, provinciale verordeningsregels doorvertaald. De insteek van de aanpassingen heeft meer het karakter van een reparatie dan van een planherziening. Voor de voorbereidingen en ontwikkeling van het plan acht de gemeente derhalve een uitgebreide overlegstructuur niet doelmatig De opmerking wordt voor kennisneming aangenomen
Zie reactie onder 1.
Onduidelijk is wat met deze opmerking wordt beoogd. Niet is aangegeven wat de effecten zouden zijn van de voorgesteld aanpak. De opmerking wordt voor kennisneming aangenomen
Pagina 2 van 45
moeten zijn: een uitvoerige beschrijving van het gebied als uitgangspunt, om van daaruit de beleidskaders in te vullen. 5. Om een goede transitie naar zorgvuldige veehouderij in gang te zetten is speelruimte nodig om nieuwe (technologische) ontwikkelingen in praktijk te brengen. Technologische ontwikkeling gaat snel en gaat gepaard met veel onzekerheden. Een bestemmingsplan moet daarom voldoende ruimte bieden voor innovatie en experimenten, bijvoorbeeld met een flexibiliteitsregeling. Dergelijke innovaties zijn nu vaak alleen mogelijk met afwijking van bestemmingsplannen. 6. De consequenties van verandering van regels t.a.v. de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn niet inzichtelijk. De toelichting lijkt ook niet overeen te komen met de regels.
Zoals in de reactie onder 1 reeds verwoord, is het doel van deze partiele herziening om in hoofdzaak het plan op onderdelen aan te passen aan provinciaal beleid en om omissies te verwerken. Vooralsnog worden er derhalve geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden opgenomen. Daarvoor dient sprake te zijn van een integrale planherziening.
Grote delen van het plangebied zijn op grond van de Interim omgevingsverordening van de provincie gelegen in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Terecht wordt geconstateerd dat de doorvertaling in het ontwerp niet op een juiste wijze is geschied. Dit is aangepast.
7. Artikel 3.3.11 Geitenhouderij: Verzocht wordt om bij de bepaling die de ontwikkeling van de geitenhouderij stilzet een toevoeging op te nemen dat deze passage komt te vervallen wanneer de provinciale bouwstop wordt opgeheven.
De bepaling uit de verordening voor geitenhouderijen werkt rechtsreeks. Een wijzigingsbevoegdheid moet voldoende worden gespecificeerd en begrensd. Niet bekend is waar en onder welke voorwaarden de bouwstop voor geitenhouderijen kan worden verwijderd uit het plan. Op dit moment is het opnemen van een flexibilteitsregeling dan ook niet mogelijk.
8. Artikel 3.3.3 biedt geen mogelijkheden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak. Ten opzichte van andere Brabantse gemeenten is in dit verband sprake van een strenger regime. Met name voor de fruitteelt zullen de geformuleerde regels t.a.v. teeltondersteunende voorzieningen leiden tot grote problemen bij bijvoorbeeld het gebruiken van hagelnetten. Reclamant vraagt zich verder af of teeltondersteunende voorzieningen
De regeling voor teeltondersteunende voorzieningen is niet aangepast binnen deze partiele herziening. Daartoe bestaat vooralsnog geen aanleiding. Het enkele feit dat de provincie hiertoe ruimere mogelijkheden biedt, is geen reden. De definitie van overige teeltondersteunende voorzieningen is opgenomen in het plan en luidt als volgt: teeltondersteunende voorzieningen anders dan de bovenstaande teeltondersteunende voorzieningen, bijvoorbeeld stellages met regenkappen bij de grondgebonden teelt van zachtfruit, boomteelthekken,
Pagina 2 van 45
uit de fruitteelt zoals hagelnetten geschaard onder de ‘tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen’, zodat de palen mogen blijven staan. Dat wordt wenselijk geacht. Verzocht wordt om de mogelijkheid van permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak te verruimen, eventueel via aparte differentievlakken. 9. Het artikel huisvesting seizoenarbeiders is geschrapt. Aangegeven wordt dat buitenplans medewerking zal worden verleend. Ten aanzien van tijdelijke units zou het bestemmingsplan een rechtstreekse mogelijkheid moeten bieden. Daarnaast is het wenselijk dat er in het bestemmingsplan een vergunningsmogelijkheid wordt opgenomen ten aanzien van permanente verblijven voor arbeidsmigranten.
hagelnetten en vraatnetten; Overige teeltondersteunende voorzieningen kunnen buiten het bouwvlak, voorzover niet gelegen binnen een ecologische verbindingszone.
10. Verzocht wordt om o.a. in artikel
Zoals in de reactie onder 1 reeds verwoord, is het doel van deze partiele herziening om in hoofdzaak het plan op onderdelen aan te passen aan provinciaal beleid en om omissies te verwerken. Vooralsnog worden er derhalve geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden opgenomen. Daarvoor dient sprake te zijn van een integrale planherziening. Bovendien zijn nut en noodzaak van een hogere bouwhoogte in relatie tot emissie-arme stalsystemen of energiebesparende oplossingen niet nader beargumenteerd door reclamant.
3.2.5 de mogelijkheid op te nemen om van maatvoering af te wijken ten behoeve van nieuwe emissie-arme stalsystemen of bijvoorbeeld energiebesparende oplossingen voor een koelhuis voor fruitopslag.
11. Artikel 3.7.5 maakt mogelijk om een agrarisch bouwvlak te vergroten. Artikel 3.7.17 maakt het mogelijk om met de aanduiding ‘overige zone – ruwvoervoorziening’ de opslag van ruwvoer buiten het bouwvlak toe te staan. In beide gevallen betreft het een uitbreiding of aanduiding van
De gemeente wenst het toestaan van huisvesting voor arbeidsmigranten zodanig te regelen, dat het beleid kan worden afgestemd op de actuele situatie. De gemeente had hiervoor ter tijde van het ontwerpbestemmingsplan ter inzage werd gelegd nieuw beleid in voorbereiding, dat inmiddels op 2 juni 2020 is vastgesteld. Derhalve is in deze herziening de eerdere binnenplanse afwijkingsregel voor tijdelijke huisvesting in een bedrijfsgebouw of een deel van de bedrijfswoning verwijderd. Via een buitenplanse afwijking kan de gemeente meewerken aan verzoeken tot huisvesting van arbeidsmigranten, waaronder ook voor huisvesting in units. De regeling zal derhalve geen onderdeel uitmaken van de partiele herziening.
Zoals eerder aangegeven betreft het hier een partiele herziening, met name ingegeven door de noodzaak van doorvertaling van provinciaal beleid. Daarbij worden ook geconstateerde emissies of tekortkomingen hersteld. Voor ontwikkelingen die niet binnen het bestemmingsplan passen, kan altijd
Pagina 2 van 45
max. 05 ha. Niet het oppervlak in gemeten maat (max 2 ha) moet leidend zijn, maar onder meer de gewenste landschappelijke inpassing en infrastructurele optimalisatie op en van/naar het erf voor de bedrijven waar afwijken van de regel wenselijk is. In enkele gevallen zou een maatwerkoplossing, ook boven de 2 ha oppervlak en mede afhankelijk van locatie, tot betere oplossingen leiden. Verzocht wordt om deze mogelijkheid tot maatwerk in de artikelen op te nemen. 12. Artikel 3.7.9 staat gebruik van de wijzigingsbevoegdheid wonen in een plattelandswoning slechts toe wanneer er twee woningen op een bouwperceel aanwezig zijn . Verzocht wordt om de zinsnede te schrappen: ‘er in de bestaande situatie sprake is van meer dan één bedrijfswoning en er na wijziging nog één bedrijfswoning als zodanig in gebruik blijft.
maatwerk buitenplans – mits passend binnen provinciaal beleid - worden overwogen.
Het gemeentelijk beleid met betrekking tot het toestaan van plattelandswoningen is restrictief en maakt het vooralsnog uitsluitend mogelijk indien sprake is van twee bedrijfswoningen op een bouwperceel, waarvan 1 bedrijfswoning zijn functie als bedrijfswoning is verloren. Er is vooralsnog geen reden om dit beleid aan te passen.
13. In de specifieke gebruiksregels Dit artikel stelt regels aan het agrarisch t.a.v. de bestemming ‘Agrarisch – 2’ gebruik van gronden waarbij gebruik van wordt als strijdig gebruik bestrijdingsmiddelen wordt gemaakt. aangemerkt o.a. ‘het gebruik van Daarbij kan echter worden geconstateerd, gronden voor tuinbouw met open dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij grondteelt, fruitteelt en/of bestaande boom en fruitteelt kan zorgen voor drift. boom- en sierteelt’. Het artikel Teneinde alleen datgene te regelen dat betreft echter de hogere fruitteelten. regeling behoeft, wordt de voorwaarde Daarom wordt verzocht het strijdig zodanig aangepast dat deze regel niet gebruik te beperken tot boom- en gelden voor open grondteelt. Het plan is fruitteelt. conform deze reactie gewijzigd. 14. Nevenactiviteiten worden slechts Zoals in de reactie onder 1 reeds verwoord, toegestaan in bestaande is het doel van deze partiele herziening om gebouwen. Het zou echter mogelijk in hoofdzaak het plan op onderdelen aan te moeten zijn om ook nieuwe passen aan provinciaal beleid en om gebouwen op te richten voor omissies te verwerken. Het beleid met nevenactiviteiten. Ruimtelijke betrekking tot nevenactiviteiten is kwaliteit is belangrijker dan de vraag vooralsnog niet aangepast. of de nevenactiviteit in een nieuw of oud gebouw plaatsvindt.
Zienswijze gedeeltelijk gegrond Conclusie De regels met betrekking tot NHW zijn zodanig aangepast, dat regels, verbeelding en toelichting op elkaar zijn afgestemd. De voorwaarde m.b.t. het gebruik van bestrijdingsmiddelen wordt zodanig aangepast, dat deze regel niet geldt voor open grondteelt
Pagina 2 van 45
Zienswijze: 5 Inhoud reactie 1. Reclamant heeft een melkveebedrijf met melkkoeien, bijbehorend jongvee en schapen. Tevens is er een akkerbouwtak en een mini-camping. Reclamant is voornemens de bestaande melkveehouderij af te bouwen en te ontwikkelen naar een bedrijf met akkerbouw en schapen, waarvoor gedeelten van de bestaande bebouwing zullen worden gebruikt. De bestaande minicamping blijft. Reclamant stelt dat de begrippen ‘Grondgebonden veehouderij’ (art. 1.69) en ‘Intensieve veehouderij’ (art. 1.81) ten aanzien van schapenhouderij een tegenstrijdigheid opleveren. Schapen worden een groot deel van het jaar geweid en komen slechts een korte periode in het voorjaar in een stal om te lammeren. Schapenhouderij is daarom als grondgebonden veehouderij aan te merken, en dus niet als intensieve veehouderij. Verzocht wordt om ‘schapenhouderij’ uit de begripsomschrijving van ‘intensieve veehouderij’ (artikel 1.81) te schrappen. 2.
De voorschriften uit de artikelen 3.5.1 onder b en 3.7.11 onder g staan een geleidelijke overgang van het gebruik van gebouwen als stal naar ander gebruik in de weg. Artikel 3.5.1 onder b bepaalt dat nevenactiviteiten ondergeschikt dienen te zijn aan de bestemming agrarisch, en dat statische opslag beperkt dient te zijn tot 500 m2. Deze oppervlakte wijkt af van de oppervlakte genoemd onder artikel 3.7.11 onder g. De mogelijkheid om de bestemmingsaanduiding te wijzigen van ‘agrarisch’ naar ‘wonen met statische opslag’ maakt een geleidelijke overgang via statische opslag binnen de agrarische bestemming onmogelijk.
Beantwoording gemeente Het is juist dat een schapenhouderij provinciaal gezien in de afgelopen jaren als een intensief agrarisch bedrijf werd aangemerkt; de wijze van reguleren van de schapenhouderijen werd ingegeven door een zeer restrictief beleid van de provincie, dit in het kader van de gevaren van Qkoorts. Ondertussen is het beleid voor de schapenhouderij weer verruimd. Dit betekent dat schapenhouderijen vallen onder de definitie van grondgebonden agrarische bedrijven. Het plan zal hierop worden aangepast.
In artikel 3.5.1 onder b is bepaald dat een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf kan worden toegestaan, mits is voldaan aan o.a. de voorwaarde dat de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, maximaal 500 m2 mag bedragen, met dien verstande dat het totaal aan nevenactiviteit ondergeschikt moet blijven aan de hoofdactiviteit […]. Echter artikel 3.1.2. onder e zegt: Bij het agrarisch bedrijf is inpandige statische opslag toegestaan als nevenactiviteit, tot een maximale vloeroppervlakte van 400 m2. Het bepaalde in artikel 3.5.1 onder b en 3.1.2. onder e.is niet in tegenspraak met artikel 3.7.11, omdat dit een wijzigingsbevoegdheid betreft, die mogelijk maakt de agrarische bestemming te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’ met een aanduiding ten behoeve van inpandige statische opslag. Het gaat
Pagina 2 van 45
dus om bestemmingswijziging van grond die in beginsel als ‘Agrarisch’ is bestemd, maar waarvan agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet meer mogelijk is (art. 7.3.11 onder a). Een binnenplanse verruiming in de mogelijkheden voor inpandige opslag kan alleen indien dit een onderdeel is van een nieuw gemeentelijk beleid. En dat is hier niet het geval. 3.
Meer aansluitend bij de praktijk van het afbouwen van veehouderij zou zijn om binnen de bestemming ‘agrarisch’ overgang naar statische opslag mogelijk te maken. Dit levert geen strijdigheid op met de Verordening Ruimte ten aanzien van de maximale oppervlakte van 5000 m2. Verzocht wordt om artikel 3.5.1 lid b te schrappen en artikel 3.7.11 te wijzigen met dien verstande dat in het kader van het overgangsproces afgebouwd agrarisch gebruik mogelijk is.
In artikel 3.5.1 onder b is bepaald dat een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf kan worden toegestaan, mits is voldaan aan o.a. de voorwaarde dat de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, maximaal 500 m2 mag bedragen, met dien verstande dat het totaal aan nevenactiviteit ondergeschikt moet blijven aan de hoofdactiviteit […]. Echter artikel 3.1.2. onder e zegt: Bij het agrarisch bedrijf is inpandige statische opslag toegestaan als nevenactiviteit, tot een maximale vloeroppervlakte van 400 m2. Het bepaalde in artikel 3.5.1 onder b en 3.1.2. onder e.is niet in tegenspraak met artikel 3.7.11, omdat dit een wijzigingsbevoegdheid betreft, die mogelijk maakt de agrarische bestemming te wijzigen naar de bestemming ‘Wonen’ met een aanduiding ten behoeve van inpandige statische opslag. Het gaat dus om bestemmingswijziging van grond die in beginsel als ‘Agrarisch’ is bestemd, maar waarvan agrarisch hergebruik redelijkerwijs niet meer mogelijk is (art. 7.3.11 onder a). Een binnenplanse verruiming in de mogelijkheden voor inpandige opslag kan alleen indien dit een onderdeel is van een nieuw gemeentelijk beleid. En dat is hier niet het geval.
Zienswijze gedeeltelijk gegrond Conclusie Het beleid met betrekking tot schapenhouderijen zal worden afgestemd op de laatste provinciale (interim) verordening. Dit betekent dat de schapenhouderij uit de definitie van intensieve veehouderij wordt geschrapt.
Zienswijze: 6 Inhoud reactie 1. Verzocht wordt om de woonbestemming op het perceel Hoekje 14 te Almkerk zodanig te vergroten zodat deze aan de achterzijde gelijk ligt met de naastliggende percelen Hoekje 11
Beantwoording gemeente Het verzoek betreft een verzoek tot vergroting van de woonbestemming. Dit verzoek wordt ingegeven door een verzoek om ter plaatse een bijgebouw te mogen plaatsen. Slechts in bijzondere gevallen kan tegemoet gekomen worden aan vergroting van de bestemming Wonen. Wanneer uit onderzoek blijkt
Pagina 2 van 45
en 13 (zie verbeelding). De omvang van de kleine woonbestemming sluit immers niet aan bij het reeds langdurig bestaande gebruik van de locatie en de planologische mogelijkheden op naburige percelen.
dat reeds bij de opstelling van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem feitelijk sprake was van een bij de woning behorend gebruik, is zo’n geval. In zo’n geval is, gelet op alle belangen, beoordeeld of vergroting aanvaardbaar is. In die gevallen blijkt er soms sprake te zijn van een situatie die op grond van het overgangsrecht kan blijven bestaan. Voor een gedeelte van het perceel waar de gevraagde vergroting op ziet (namelijk perceel met nummer 178) is sprake van een bestaand woongebruik waarvoor aanspraak gemaakt kan worden op het gebruiksovergangsrecht. Het gebruik als tuin is in elk geval op de luchtfoto van 2003 te zien. Er staat dan ook een bijgebouw. Er geldt in het vigerend bestemmingsplan een agrarische bestemming met waarden, en een gebiedsaanduiding wro-zone – aanlegvergunning kleinschalig landschap. Hierom dient het verzoek afgewogen te worden in het belang van behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Er zijn ter plaatse geen specifieke ecologische of cultuurhistorische belangen in het geding. De vergroting van de woonbestemming aan de achterzijde tast de landschappelijke openheid en doorzichten niet verder aan. Het vergroten van de woonbestemming is redelijk, gelet op de zeer beperkte omvang en de bestaande situatie (onder het gebruiksovergangsrecht).
Niet geheel in overeenstemming met het verzoek, wordt de bestemming Wonen verruimd ter plaatse van het perceel met nummer 178. De omvang van de woonbestemming blijft onder de 1500m2. Volgens gemeentelijk beleid in het kader van kwaliteitsverbetering valt het vergroten van een woonbestemmingsvlak tot maximaal 1500 m2 onder categorie 1; dat wil zeggen dat hiervoor geen kwaliteitsverbetering wordt vereist. Het betreft hier een aanpassing waarbij aangesloten wordt op de mogelijkheden van de belendende percelen.
Zienswijze gegrond Conclusie Niet geheel in overeenstemming met het verzoek, wordt de bestemming Wonen verruimd ter plaatse van het perceel met nummer 178.
Zienswijze: 7 Inhoud reactie
Beantwoording gemeente
Pagina 2 van 45
1. Verzocht wordt om de oppervlakte van de woonbestemming te vergroten zodat de mogelijkheid ontstaat om een bijgebouw te plaatsen. Voorstel is om de achtergrens gelijk te trekken met dat van de buren op het zuidelijk gelegen perceel op Laagt 9.
Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied’
Het verzoek betreft een verzoek tot vergroting van de woonbestemming. Dit verzoek wordt ingegeven door een verzoek om ter plaatse een bijgebouw te mogen plaatsen. Kadastraal perceel met nummer 546 is in eigendom van reclamant. Slechts in bijzondere gevallen kan tegemoet gekomen worden aan vergroting van de bestemming Wonen. Wanneer uit onderzoek blijkt dat reeds bij de opstelling van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem feitelijk sprake was van een bij de woning behorend gebruik, is zo’n geval. In zo’n geval is, gelet op alle belangen, beoordeeld of vergroting aanvaardbaar is. In die gevallen blijkt er soms sprake te zijn van een situatie die op grond van het overgangsrecht kan blijven bestaan. Uit oude luchtfoto’s blijkt dat al decennia lang een gedeelte van het perceel in gebruik was bij de woonbestemming Laagt 10. Er geldt in het vigerend bestemmingsplan een agrarische bestemming met waarden, en een gebiedsaanduiding wro-zone – aanlegvergunning openheid. Hierom dient het verzoek afgewogen te worden in het belang van het behoud en bescherming van de landschappelijke openheid en doorzichten Er zijn ter plaatse geen specifieke ecologische of cultuurhistorische belangen in het geding. Landschappelijk gezien heeft reclamant reeds een kwaliteitsbijdrage geleverd.
De vergroting van de woonbestemming aan de achterzijde tast de landschappelijke openheid en doorzichten niet aan door de gebruiksmogelijkheden van de bestaande woonbestemming en reeds aanwezige beplanting van het betreffende en omliggende percelen, en bermbeplanting. Het vergroten van de woonbestemming is redelijk gelet op de aanwezige landschappelijke waarde van het overige deel van het perceel, de zeer beperkte omvang en de ongelukkige situering van de huidige woonbestemming In overeenstemming met het verzoek, wordt de bestemming Wonen verruimd. De omvang van de woonbestemming blijft onder de 1500m2. Volgens gemeentelijk beleid in het kader van kwaliteitsverbetering valt het vergroten van een woonbestemmingsvlak tot maximaal 1500 m2 onder categorie 1; dat wil zeggen dat hiervoor geen
Pagina 2 van 45
kwaliteitsverbetering wordt vereist. Het betreft hier een aanpassing waarbij aangesloten wordt op de mogelijkheden van de belendende percelen.
Zienswijze (on)gegrond Conclusie In overeenstemming met het verzoek, wordt de bestemming Wonen verruimd.
Zienswijze: 8 Inhoud reactie In het ontwerp-bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudrichem herziening 2018’ zijn voor de eerste keer alle (rechtsreeks werkende) regels uit Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant verwerkt. Daarnaast zijn in de planregels ook regels opgenomen ten aanzien van toename van de stikstofemissie en -depositie vanuit (agrarische) bedrijven en hebben wijzigingen in de bouwen gebruiksregels plaatsgevonden. Appellant wenst de impact en invloed van deze regeling op de dagelijkse bedrijfsvoering goed te kunnen beoordelen. 1. Indiener wijst op het wegvallen van de juridische basis van de stikstofregeling in het bestemmingsplan, doordat de PAS niet meer in werking is. De vraag is hoe de gemeente hiermee omgaat; gezien de effecten kan een nieuwe regeling niet zomaar bij vaststelling worden opgenomen.
Beantwoording gemeente Doorvertaling van nieuwe stikstofregels is het gevolg van (inter)nationaal beleid en wetgeving. Hier heeft de gemeente geen eigenstandige keuze in. De regels zijn zodanig streng, dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan met zekerheid moet kunnen worden gesteld, dat het plan niet leidt tot significante effecten op natura 2000 gebieden. Teneinde te kunnen voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming, is in het plan een verbod op toename van ammoniakemissie opgenomen. Wat onder een toename wordt verstaan, is verwoord in een daartoe in het plan opgenomen de begripsbepaling. Aangezien de reeds verleende natuurvergunningen, waarvoor een passende beoordeling heeft plaatsgevonden (dus niet in het het kader van de PAS zijn afgegeven) emissierechten bevatten, zijn deze vergunningen opgenomen in de bijlage van het bestemmingsplan
2.
Datum natuurvergunning klopt De natuurvergunning dateert van 11 juni 2013. Dit niet zal worden gecorrigeerd.
3.
Indiener maakt bezwaar tegen de doorvertaling van de rechtstreeks werkende regels uit de provinciale verordening , vanwege het feit dat ze onnodig beperkend werken
De rechtstreekse werking van onderdelen van de Interim omgevingsverordening geeft al aan dat deze regels door vertaald moeten worden. Ook hier is er geen sprake van gemeentelijke keuzevrijheid.
Aangezien er sprake is van aanpassing van het Indiener verzoekt gegrondverklaring ontwerpbestemmingsplan op onderdelen, en van zijn zienswijze en om het opnieuw aangezien de doorvertaling van zowel landelijk ter visie leggen van het als provinciaal beleid in het kader de van
Pagina 2 van 45
ontwerpbestemmingsplan met / stikstofproblematiek geen nadere gemeentelijke vanwege een nieuwe stikstofregeling afweging mogelijk maakt, zou het tervisieleggen van een nieuw ontwerpbestemmingsplan een beleidskeuze suggereren, die er niet is.
Zienswijze gegrond Conclusie De natuurvergunning dateert van 11 juni 2013. Dit zal worden gecorrigeerd.
Zienswijze: 9 Inhoud reactie 1. Ter plaatse van de bestemming ‘Wonen’ zijn sinds de jaren '50 van de vorige eeuw 2 woningen aanwezig, hoewel de planregels slechts één woning is toegestaan. Met aanpassing van regels binnen de bestemming ‘Wonen’ wordt het huidige gebruik, ter plaatse van Eng 8 en 10, 4288 JT Uitwijk (de 2 woningen) planologisch vastgelegd;
Beantwoording gemeente De zienswijze betreft een verzoek tot vergroting van de woonbestemming. Dit verzoek wordt ingegeven door de aanname, dat de gronden reeds sinds 1955 worden gebruikt als tuin. Slechts in bijzondere gevallen kan tegemoet gekomen worden aan vergroting van de bestemming Wonen. Wanneer uit onderzoek blijkt dat reeds bij de opstelling van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem feitelijk sprake was van een bij de woning behorend gebruik, is zo’n geval. In zo’n geval is, gelet op alle belangen, beoordeeld of vergroting aanvaardbaar is. In die gevallen blijkt er soms sprake te zijn van een situatie die op grond van Met deze aanpassing komt de het overgangsrecht kan blijven bestaan. wijze van bestemmen nog niet In elk geval op de plankaart behorende bij bestemmingsplan Buitengebied 1997 zijn de overeen met de bestaande bijgebouwen reeds aangeduid bij de woning. situatie. Een belangrijk deel van de locatie wordt sinds de jaren ’50 gebruikt als tuin bij de bestaande woningen en is ook als zodanig ingericht. De tuin is in de bestaande omvang sinds de bedrijfsbeëindiging in 1955 op het perceel aanwezig. Tegen het gebruik als tuin van de gronden rondom de voormalige boerderij op Eng 8 en 10 is nimmer handhavend opgetreden. 2.
Volgens de overgangsbepalingen van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudrichem’ mag het gebruik dat aanwezig was op De op dat moment bestaande grotere oppervlakte het moment van het bijgebouwen dan was toegelaten (50m2) en valt onherroepelijk worden van het daarmee onder het bouwovergangsrecht van bestemmingsplan "Buitengebied datzelfde bestemmingsplan. De gronden die bij de 1997" en dat in strijd was met dit betreffende woning horen waren in dat plan mede bestemd voor wonen, zo blijkt uit artikel 14 lid 1 onder bestemmingplan, volgens a. Op de verbeelding is de kadastrale ondergrond overgangsbepalingen worden gebruikt waardoor bepaald kan worden welke voorgezet, tenzij uw college
Pagina 2 van 45
voorafgaand aan het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan "Buitengebied 1997" een handhavingsprocedure tegen dat strijdige gebruik heeft gestart. Dit leidt ertoe dat het gebruik van de gronden rondom de boerderij als tuin bij de woningen, onder de beschermende werking van het overgangsrecht van het voorheen geldende bestemmingsplan viel (evenals als het gebruik van de boerderij voor 2 woningen). Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is het niet toegestaan om een situatie tweemaal onder de werking van het overgangsrecht te plaatsen. 3.
Mede gezien het feit dat daartegen geen zwaarwegende ruimtelijke bezwaren bestaan, wordt verzocht het perceel dat thans in gebruik is als tuin bij de woningen te worden bestemd als ‘Wonen’. Het noordelijk deel van het perceel kan de reeds toegekende agrarische bestemming behouden. De voorgestelde manier van bestemmen is weergegeven op bijgevoegde afbeelding.
gronden bij de woning behoorden. Het huidig kadastraal perceel is kennelijk ontstaan door samenvoeging. Het zogenoemde verbale bouwperceel uit het plan van 1997 heeft niet zijn weerslag gekregen in het opvolgende bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem (2011). Hierom valt het gebruik van de bij de woning behorende gronden (het kadastraal perceel ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied 1997’) onder het gebruiksovergangrecht van bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem 2011. Er geldt in het vigerend bestemmingsplan een agrarische bestemming met waarden, en een gebiedsaanduiding wro-zone – aanlegvergunning kleinschalig landschap, wro-zone – groenblauwe mantel en wro-zone – aanlegvergunning schootsveld. Hierom dient het verzoek afgewogen te worden in het belang van behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken en het behoud en herstel van de herkenbaarheid van het schootsveld. Het ongewijzigd in stand laten van de agrarische bestemming draagt niet bij aan de doeleinden als hiervoor bedoeld omdat het afwijkende gebruik voor het wonen op grond van het gebruiksovergangsrecht kan worden voortgezet. De zienswijze is gedeeltelijk terecht.
De bestemming Wonen wordt overeenkomstig het bestaande jarenlange gebruik verruimd, maar uitsluitend zodat de bestaande vergunde opstallen binnen het bestemmingsvlak vallen. Op de achterliggende onbebouwde strook tot aan de Oude Alm blijft, mede gelet op de lokale natuur- en landschapswaarden, de agrarische bestemming gehandhaafd. De voorgestelde vergroting leidt tot een bestemmingsvlak van ca. 1500 m2. Volgens gemeentelijk beleid in het kader van kwaliteitsverbetering, valt het vergroten van een woonbestemmingsvlak tot maximaal 1500 m2 onder categorie 1; dat wil zeggen dat hiervoor geen kwaliteitsverbetering wordt vereist. De (grotere) oppervlakte bijgebouwen is met de nieuwe planregels voor Wonen toelaatbaar.
4. Aan de medewerking die is verleend aan de ontwikkeling van de ruimte voor ruimte-woningen op de locatie ten noorden van de boerderij dat de woonbestemming wordt begrensd voor de bebouwingsconcentratie zoals
Uitgaande van de geldende bestemming Wonen is er een breedte van 35 (aan de voorzijde) tot 46 meter (aan de achterzijde) over tot aan de grens van de bebouwingsconcentratie om een nieuwe woonbestemming in te passen. Op basis van die situatie is een principemedewerking toegezegd. Nu is de principemedewerking niet toegezegd op basis van de ligging binnen de
Pagina 2 van 45
aangeduid in het bestemmingsplan “Buitengebied Woudrichem”. Als gevolg van de ligging van deze grens is het onmogelijk om een nieuwe woning op deze locatie te ontwikkelen. Hierom wordt verzocht om het volledige kadastraal perceel aan te duiden als bebouwingsconcentratie.
bebouwingsconcentratie, maar op basis van een landschappelijke afweging. De belangrijkste kwaliteiten van deze bebouwingsconcentratie zijn de doorzichten naar de Alm en het open polderlandschap en daarnaast het solitaire en vrij groene karakter van de individuele erven. Aan de westzijde van het lint dienen open ruimten naar de Alm behouden/ versterkt te worden. Aan de principemedewerking hebben wij om die reden de voorwaarde verbonden dat de nieuwe woonbestemming wordt begrensd door de grens van de bebouwingsconcentratie zoals aangeduid als “wro-zone-wijzigingsgebied bebouwingsconcentratie” om zodoende concentratie van bebouwing en daarmee behoud van open ruimte naar de Alm te bewerkstelligen. Het verruimen van de bebouwingsconcentratie zou niet betekenen dat de principemedewerking een andere betekenis moet toekomen. Immers, de afweging met het oog op het landschappelijk doorzicht is hierin bepalend. De aanduiding hoeft niet te worden aangepast. Na vergroting van de woonbestemming naar aanleiding van de andere onderdelen van de zienswijze blijft er nog een ruimte van ca. 22 tot 33 meter over, dat voldoende is voor 1 woning. De daarmee toe te kennen woonbestemming kan een grootte krijgen van ca. 1400-1500m2. Groter is vanwege het provinciaal en gemeentelijk beleid voor kwaliteitsverbetering sowieso niet wenselijk.
Zienswijze gedeeltelijk gegrond Conclusie De bestemming Wonen wordt overeenkomstig het bestaande gebruik vergroot, uitsluitend zodat de bestaande vergunde opstallen binnen het bestemmingsvlak vallen. De voorgestelde vergroting leidt tot een bestemmingsvlak van ca. 1500 m2. De bestaande situatie wordt daarmee gerespecteerd. Zienswijze: 10 Inhoud reactie In het ontwerpbestemmingsplan "Buitengebied Woudrichem herziening 2018" zijn, zoals ook in de toelichting is omschreven, alle (rechtstreeks werkende) regels uit de verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant verwerkt. Daarnaast zijn in de planregels ook regels opgenomen ten aanzien van toename van de stikstofemissie en depositie vanuit (agrarische) bedrijven. Als laatste hebben wijzigingen in de bouw- en gebruiksregels plaatsgevonden. Alle hiervoor genoemde wijzigingen hebben impact op de bouwen
Beantwoording gemeente Doorvertaling van nieuwe stikstofregels is het gevolg van (inter)nationaal beleid en wetgeving. Hier heeft de gemeente geen eigenstandige keuze in. De regels zijn zodanig streng, dat bij de vaststelling van het bestemmingsplan met zekerheid moet kunnen worden gesteld, dat het plan niet leidt tot significante effecten op natura 2000 gebieden. Teneinde te kunnen voldoen aan de voorwaarden zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming, is in het plan een verbod op toename van ammoniakemissie opgenomen. Wat onder een toename wordt verstaan, is verwoord in een daartoe in het plan opgenomen de begripsbepaling. Aangezien de reeds verleende
Pagina 2 van 45
gebruiksmogelijkheden van de gronden. Voor de huidige bedrijfsvoering zijn op dit moment verschillende omgevingsvergunningen, een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming en planologische regelingen van kracht. Indiener wenst de impact en invloed van deze regeling op de dagelijkse bedrijfsvoering goed te kunnen beoordelen. 1. Indiener wijst op het wegvallen van de juridische basis van de stikstofregeling in het bestemmingsplan, doordat de PAS niet meer in werking is. De vraag is hoe de gemeente hiermee omgaat; gezien de effecten kan een nieuwe regeling niet zomaar bij vaststelling worden opgenomen.
natuurvergunningen, waarvoor een passende beoordeling heeft plaatsgevonden (dus niet in het het kader van de PAS zijn afgegeven) emissierechten bevatten, zijn deze vergunningen opgenomen in de bijlage van het bestemmingsplan
Indiener maakt bezwaar tegen de doorvertaling van de rechtstreeks werkende regels uit de provinciale verordening, vanwege het feit dat ze onnodig beperkend werken Indiener verzoekt gegrondverklaring van zijn zienswijze en om het opnieuw 3. Indiener verzoekt gegrondverklaring van zijn zienswijze en om het opnieuw ter visie leggen van het ontwerpbestemmingsplan met / vanwege een nieuwe stikstofregeling.
De rechtstreekse werking van onderdelen van de Interim omgevingsverordening geeft al aan dat deze regels door vertaald moeten worden. Ook hier is er geen sprake van gemeentelijke keuzevrijheid.
2.
Aangezien er sprake is van aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen, en aangezien de doorvertaling van zowel landelijk als provinciaal beleid in het kader de van stikstofproblematiek geen nadere gemeentelijke afweging mogelijk maakt, zou het tervisie leggen van een nieuw ontwerpbestemmingsplan een beleidskeuze suggereren, die er niet is.
Zienswijze ongegrond Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze: 11 Inhoud reactie Op de Hoofdgraaf 38 te Andel is het volwaardige bedrijf in levering, onderhoud en reparatie/serviceonderhoud van zoetwaren- en frisdrankautomaten (Automaten Totaal Service) van reclamanten gevestigd. Het bedrijf is gevestigd in een schuur van ca. 384 m2 met aanliggende verharding van ca. 450 m2.
Beantwoording gemeente De gemeente onderschrijft de niet bedoelde consequentie van het door vertalen van provinciaal beleid. Het toestaan van verschillende eigenaren binnen een bedrijfsvlak is ruimtelijke niet relevant. Wel relevant is het feit dat dit niet tot gevolg mag hebben dat nieuwe bedrijfslocaties ontstaan. De opslag en de geluidsstudio zijn legale bedrijfsactiviteiten. De bestaande legale situatie op de locatie Hoofdgraaf 38 wordt in de Staat van niet-
Pagina 2 van 45
Volgens het thans geldende agrarische bedrijven van artikel 6.1.2 a apart bestemmingsplan ‘Buitengebied gereguleerd. Woudrichem’ (vastgesteld 21 juni 2011) is aan de locatie van het bedrijf van reclamanten (Hoofdgraaf 38 te Andel) de bestemming ‘Bedrijf’ toegekend met de aanduiding ‘sb-52’. Volgens de bijbehorende ‘Staat van niet-agrarische bedrijven’ van de planregels (6.1.2 a) is op de locatie een bedrijf met activiteiten ‘opslag en geluidsstudio’ toegestaan. De locatie van het bedrijf heeft samen met de Hoofdgraaf 34 en 36 in het verleden onderdeel uitgemaakt van een agrarisch bedrijf. Dit oorspronkelijke bedrijf is na een functiewijziging in drieën opgesplitst. De locatie deelt de aanduiding ‘sb-52’ met Hoofdgraaf 36. Binnen deze aanduiding is dus sprake van twee bedrijven. Beide bedrijven hebben verschillende eigenaren. 1.
Volgens het thans ter inzage liggende ontwerpbestemmingsplan is in artikel 6.1.2 onder a toegevoegd dat per aanduiding één bedrijf toegestaan: ‘Op gronden met deze bestemming zijn overeenkomstig de aanduidingen uitsluitend toegestaan de bedrijven genoemd in de navolgende Staat van niet-agrarische bedrijven, met dien verstande dat per specifieke aanduiding maximaal één bedrijf is toegestaan, waarbinnen uitsluitend binnen de derde kolom opgenomen bedrijfsvormen zijn toegestaan;’ Voor de schuur is op 8 april 1992 door de toenmalige gemeente Woudrichem een bouwvergunning verleend (bijgevoegd). Dat op de locatie Hoofdgraaf 38 een volwaardig bedrijf met opslag en kantoorfunctie aanwezig is, is bekend bij de gemeente. Op 16 januari 2002 is aan dhr. J.C. Kool een vergunning verleend voor het veranderen van een landbouwschuur aan de Hoofdgraaf 38 naar een kantoorruimte (bijgevoegd) Opsplitsing voormalig agrarisch bedrijf in 3 delen was al in 2011
Pagina 2 van 45
bekend bij de gemeente (zie bijlage 1 bij zienswijze) Volgens de regels van het huidige bestemmingsplan is ter plaatse het gebruik als een niet-agrarisch bedrijf (opslag en geluidsstudio) toegestaan Bestaande activiteiten worden uitgeoefend door twee verschillende bedrijven: op locatie Hoofdgraaf 36 (geluidsstudio) en Hoofdgraaf 38 (opslag) Het thans geldende bestemmingsplan sluit de aanwezigheid van meerdere bedrijven binnen één bouwblok niet uit. Het ter inzage liggende ontwerpbestemmingsplan sluit de vestiging van meerdere bedrijven expliciet uit. Hiermee wordt de bestaande bedrijfsvoering aan de Hoofdgraaf 38 onterecht weg bestemd. 2.
Reclamanten verzoeken dat bestaande legale situatie in het nieuwe bestemmingsplan wordt vastgelegd. Hierbij dient de bestaande legale aanwezigheid van 2 bedrijven te worden opgenomen in de verbeelding, en dient de locatie Hoofdgraaf 38 in de Staat van nietagrarische bedrijven van artikel 6.1.2 a apart te worden vermeld.
Zienswijze gegrond Conclusie Het ontwerpbestemmingsplan wordt zodanig aangepast, dat de bestaande legale situatie op de locatie Hoofdgraaf 38 in de Staat van niet-agrarische bedrijven van artikel 6.1.2 a apart wordt gereguleerd.
Zienswijze: 12 Inhoud reactie Reclamanten zijn eigenaar en bewoner van de woning en daarbij behorende perceel Middelvaart 5a te Woudrichem. Voorheen waren op deze locatie een kwekerij en een bureau voor landschaps- en tuinontwerp gevestigd. Deze bedrijfsactiviteiten zijn gestopt, en op locatie wordt enkel gewoond. 1. O.b.v. thans geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied
Beantwoording gemeente De locatie Middelvaart 5a is in het vooroverleg met de provincie Noord-Brabant betrokken. Hieruit is gebleken dat met het initiatief tot functiewijziging naar Wonen niet voldoende kwaliteitsverbetering zou worden gerealiseerd. Hierom is het initiatief en de bijbehorende plannen voor kwaliteitsverbetering zeer uitvoering ambtelijk besproken met initiatiefnemer. Omdat voor de terinzagelegging van het
Pagina 2 van 45
Woudrichem’ heeft de locatie de bestemming ‘Agrarisch’, zonder bouwmogelijkheden. Deze wijze van bestemmen komt niet overeen met de voorheen bestaande situatie dat ter plaatse een agrarisch bedrijf (boomkwekerij) op deze locatie gevestigd was. Reeds geruime tijd is bekend dat er sprake is van een onjuiste wijze van bestemmen. Een aanpassing van deze bestemming is onontkoombaar omdat op basis van de nu van toepassing zijnde bestemming de bestaande bebouwing op de locatie wordt weg bestemd. Dit schaadt de belangen van reclamant. 2.
Bij brief d.d. 30 januari 2018 is door het college van burgemeester en wethouders de toezegging gedaan dat zal worden meegewerkt aan de herbestemming van het perceel ten behoeve van wonen. De locatie Middelvaart 5a is echter op geen enkele wijze bij het ontwerpbestemmingsplan betrokken. De afgelopen periode heeft overleg over herbestemming plaatsgevonden met het gemeentebestuur. Punt van aandacht was de wijze waarop de vereiste landschappelijke kwaliteitsverbetering moet plaatsvinden. - De investering die gemoeid is met de realisatie van het landschapsplan voldoet aan de eisen die de notitie "Toepassing Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio WestBrabant" daaraan stelt. Daarmee wordt voldoende landschappelijke kwaliteit toegevoegd ten behoeve van het in stand houden van de bestaande bijgebouwen op het perceel Middelvaart 5a te Woudrichem bij het veranderen van de agrarische bestemming naar een woonbestemming, waarbij de voormalige kas behouden blijft.
ontwerpbestemmingsplan nog geen plan voor kwaliteitsverbetering was voorgelegd dat voldeed aan de vereisten is besloten om de locatie buiten het ontwerpbestemmingsplan te houden. Naderhand heeft nader overleg plaatsgevonden en met de zienswijze heeft reclamant een plan voorgelegd dat aansluit bij de afspraken die hierover met de portefeuillehouder zijn gemaakt. Het landschapsverbeteringsplan voor de extra oppervlakte bijgebouwen voldoet aan het regionaal en gemeentelijk beleid voor kwaliteitsverbetering. De bestemming voor een gedeelte van het perceel wordt gewijzigd naar Wonen op grond van de bij de zienswijze gevoegde ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende landschapsverbeteringsplan. Voor de ontwikkeling is tevens een anterieure overeenkomst gesloten met reclamant.
Pagina 2 van 45
-
Tegelijkertijd dient het resterende deel van het perceel te worden bestemd als "Natuur", zodat de Instandhouding van de landschappelijke kwaliteiten van dit gebied worden gewaarborgd.
3.
Reclamanten treden graag met het college in overleg over het vastleggen van afspraken over de realisatie en aanleg van de landschappelijke kwaliteitsverbetering in een overeenkomst, zodat voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan deze afspraken zijn vastgelegd. Het betreffende landschapsverbeteringsplan Is bij deze zienswijze als bijlage bijgevoegd.
4.
ten behoeve van de bestemming van locatie Middelvaart 5a is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld die bij de zienswijze is bijgevoegd.
Zienswijze gedeeltelijk gegrond Conclusie Naar aanleiding van de zienswijze wordt niet het in het geldende bestemmingsplan abusievelijk vervallen agrarisch bouwvlak hersteld, maar wordt een bestemming Wonen en Natuur opgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij het bestaande, en toekomstig gewenste, gebruik. Onderdeel van de functiewijziging vormt de sloop van bebouwing en de realisatie van het landschapsverbeteringsplan met een voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan worden geregeld. De grotere oppervlakte bijgebouwen (233m2 kas en bestaande aan-en uitbouwen) en silo die mogelijk is na realisatie van de landschappelijke kwaliteitsverbetering wordt ook in de planregels geborgd, gekoppeld aan een bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – 5’.
Zienswijze: 13 Inhoud reactie 1. Reclamant is bewoner van het motorschip Resnova dat al vele jaren een ligplaats heeft achter het bedrijventerrein aan de Hoge Maasdijk te Woudrichem. Het schip en bijbehorend afmeerponton zijn vergund door Rijkswaterstaat. 2. In de Visie Woudrichem Waterkant is het Raadsbesluit van 26 oktober 2015 vastgelegd om alle (woon)schepen op de Afgedamde Maas ter hoogte van Woudrichem te gedogen of legaliseren.
Beantwoording gemeente De noodzaak van het reguleren van de ligplaats wordt onderkend. De ligplaats is vergund door Rijkswaterstaat en zal worden meegenomen in het vast te stellen bestemmingsplan buitengebied Woudrichem herziening 2018. In het noorden van de gemeente zijn in de Afgedamde Maas een 5-tal ligplaatsen gesitueerd, maar in het huidige bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem niet voorzien van een planologische regeling. Voor één van deze ligplaatsen (van de vijf is het de één na onderste) is door Rijkswaterstaat
Pagina 2 van 45
In dat kader zijn in de aanloop naar het vergunning verleend aan reclamant voor een voorbereiden van het woonschip. Bewoning vindt reeds plaats sinds ontwerpbestemmingsplan 2009. Het woonschip ligt buiten de 50 dB(A) ‘Buitengebied Woudrichem herziening zonecontour van het naburig bedrijventerrein. 2018’ alle ligplaatshouders op het gemeentehuis uitgenodigd om de Bovenstaande ligplaats is in het vast te stellen opname van hun ligplaatsen in het bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem, bestemmingsplan te bespreken. Dit herziening 2018 conform de feitelijke en door heeft geresulteerd in de opname van Rijkswaterstaat vergunde situatie binnen de de ligplaatsen in een eerder ontwerp geldende bestemming Water voorzien van de van het bestemmingsplan. aanduiding ‘specifieke vorm van water - ligplaats 1’, waarmee een woonschip ter plaatse is 3. In het thans voorliggende ontwerp toegestaan. zijn de ligplaatsen geschrapt. Bij navraag blijkt dat dit is gedaan omdat het college nieuw ligplaatsenbeleid wenst te ontwikkelen. Deze handelswijze doet geen recht aan de toezeggingen die in november 2018 aan reclamant en andere ligplaatshouders zijn gedaan in het kader van dit ontwerpbestemmingsplan. 4. Verzocht wordt om de ligplaats van reclamant alsnog op te nemen in het bestemmingsplan.
Zienswijze gegrond Conclusie De zienswijze leidt tot de volgende aanpassing: de genoemde ligplaats wordt aangegeven op de verbeelding en gereguleerd in de regels. In de plantoelichting wordt de wijziging toegelicht.
Zienswijze: 14 Inhoud reactie 1. Reclamanten zijn eigenaar van de percelen aan de Hoofdgraaf 75a te Andel. Op het eigendom van reclamanten staat een aantal schuren, gebouwd in 1956 t.b.v. een aardappelbewaarplaats. Op 31 mei 1983 hebben reclamanten de percelen gekocht. Sindsdien vinden hierop op hobbymatige wijze agrarische activiteiten plaats, bestaande uit het houden van schapen, paarden en pony’s en de opslag van hooi en stro. 2. Ondanks de aanwezigheid van bebouwing sinds 1956, heeft het eigendom van reclamanten volgens het thans geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudrichem’ een agrarische bestemming zonder
Beantwoording gemeente Allereerst wordt opgemerkt dat het overleg met wethouder Koedoot en een verzoek om quickscan van uw kant is afgesloten met een antwoordbrief op 4 juli 2017. De principemedewerking uit 2014 is toegezegd met het uitdrukkelijk voorbehoud dat aantoonbaar voldaan moet worden aan een goede ruimtelijke ordening. Ter plaatse van de locatie Hoofdgraaf 75a bevinden zich een tweetal voormalige agrarische bedrijfsgebouwen, die in het huidige bestemmingsplan niet positief zijn bestemd, aangezien de bedrijfsmatige agrarische activiteiten waren beëindigd. De eigenaar heeft aangeven de gebouwen niet te willen slopen, maar gedeeltelijk te blijven gebruiken voor hobbymatig agrarisch gebruik (waaronder hobbymatig houden van dieren). Daarnaast wil hij de locatie mogelijk gaan herontwikkelen. De rechtszekerheid vereist in het algemeen dat bestaand legaal gebruik overeenkomstig de
Pagina 2 van 45
bouwmogelijkheden. Deze bestemming is niet in overeenstemming met de bestaande situatie en bestaande bebouwing is derhalve wegbestemd.
bestaande situatie wordt opgenomen in een bestemmingsregeling. Dit uitgangspunt kan uitzondering vinden indien een dergelijk gebruik op basis van nieuwe inzichten niet langer in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en het belang bij de beoogde nieuwe bestemming zwaarder weegt dan de gevestigde rechten en belangen. Het college van B&W Woudrichem is van mening geweest dat er een passende bestemming gezocht moet worden in de herziening van bestemmingsplan Buitengebied Woudrichem die recht doet aan de bestaande situatie, voor zover deze onder het (bouwen gebruiks)overgangsrecht valt. Daar de eigenaar in plaats van te slopen, de bestaande gebouwen hobbymatig in gebruik heeft, is gekozen voor een regeling dat recht doet aan de situatie en belangen: sloop kan niet worden afgedwongen, maar het bedrijfsmatige agrarisch gebruik ook niet. Derhalve is gekozen voor het rechtmatig hobbymatig agrarisch kunnen blijven gebruiken van de bestaande gebouwen, door degene die er zelf voor gekozen heeft om het bedrijf te stoppen. Niet-agrarisch hobbymatig gebruik valt niet over het overgangsrecht en hiertegen kan de gemeente handhavend optreden. Voor het hobbymatige agrarische gebruik (in casu het houden van dieren) is in het ontwerpbestemmingsplan zodoende een persoonsgebonden overgangsrecht opgenomen.
3. Het ontwerpbestemmingsplan kent aan de locatie wederom een agrarische bestemming zonder bouwmogelijkheden toe. Tevens is het bestaande gebruik onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht. Reclamanten kunnen zich hier niet mee verenigen. 4. Ten aanzien van het overgangsrecht wordt opgemerkt dat zowel bebouwing als gebruik in de loop van jaren meerdere malen onder de beschermende werking van het overgangsrecht van verschillende bestemmingsplannen is gebracht (Bestemmingsplan ‘Buitengebied 1997’, vervolgens thans geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Woudrichem’) en derhalve het bestaande gebruik worden voortgezet, ongeacht eigenaar of gebruiker. Bovendien is het bestaande gebruik van de gronden en bouwwerken t.b.v. hobbymatig agrarisch gebruik direct toegestaan onder de regels van het ontwerpbestemmingsplan (resp. Een uitsterfregeling biedt evenwel meer artikel 42.3.1 onder b en artikel 4.1) rechtszekerheid. Een uitsterfregeling is een regeling die enerzijds recht doet aan de 5. Reclamanten wensen bestaande bestaande rechten en belangen en anderzijds bebouwing te slopen en opnieuw te perspectief biedt om toe te werken naar een bouwen. Daarom is op 23 december nieuwe, gewenste, planologische situatie.
Het 2013 een principeverzoek ingediend persoonsgebonden overgangsrecht voor het bij het College van burgemeester en hobbymatig agrarisch gebruik wordt in het vast wethouders. Bij brief d.d. 5 februari te stellen bestemmingsplan omgezet naar een 2014 is aan reclamanten uitsterfregeling. medegedeeld dat het college heeft De aanwezige bebouwing die blijkens de BAG besloten in beginsel medewerking reeds voor 1997 bestond valt onder te verlenen aan de herbouw van de bouwovergangsrecht. Het opnieuw onder het loods. In 2016 heeft in dat verlengde bouwovergangsrecht brengen van bestaande overleg plaatsgevonden met legale bebouwing kan slechts onder bijzondere wethouder Koedoot, waarbij is omstandigheden aanvaardbaar zijn. Hiervoor is toegezegd dat hij zich wil inspannen vereist dat zicht bestaat op verwijdering van de om de door het college gedane bebouwing binnen de planperiode. De sloop van toezegging uit te voeren om een de betreffende bebouwing kan niet worden omgevingsvergunning te verlenen. afgedwongen waardoor niet aannemelijk is dat Hieruit blijkt dat de gemeente de de bebouwing binnen de planperiode zal worden herbouw van bebouwing t.b.v. gesloopt. Voor de bebouwing wordt op de