Formats zienswijzen GR-begrotingen 2022
Tekst van het document
Veiligheidsregio Midden- en West Brabant..................................................................................... 1 Streekarchief Langstraat Heusden Altena ......................................................................................5 Gemeenschappelijke regeling: GGD West-Brabant ....................................................................... 9 Regionale Ambulance Voorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV) ...................................... 14 Regio West Brabant (RWB) ........................................................................................................... 17 Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten (Regionaal Bureau Leren (RBL) WestBrabant) .......................................................................................................................................22 Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) .................... 26 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant................................................................................ 30 Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen ....................................................... 37 MidZuid ........................................................................................................................................ 38
1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Reactie: Tijdig aangeleverd.
2
Is voldaan aan de nieuwe BBV De begroting 2022 is conform BBV-voorschriften opgesteld.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. In 2019 heeft de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant een meerjaren beleidsplan opgesteld voor de periode 2019-2023. In dit beleidsplan zijn de ambities opgenomen van de Veiligheidsregio met de daarbij horende plannen voor de komende jaren. Om deze ambities te bereiken zet de veiligheidsregio in op een drietal pijlers: Pijler 1, Stimuleren van redzaamheid in de samenleving Pijler 2, Bijdragen aan een veilige leefomgeving Pijler 3, Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet Daarnaast heeft de veiligheidsregio voor haar eigen organisatie het streven om een wendbare en duurzame organisatie te zijn. Op basis van de begroting zijn een aantal aandachtspunten te benoemen: - Risk factory: in 2022 wil men 100% deelname van de basisscholen hebben. Het is niet duidelijk welke activiteiten er worden ondernomen om 100% van de scholen te werven. Ook is het onbekend wat de financiële consequenties zijn als het aantal scholen dat gebruik maakt van de Risk Factory achterblijft. - Verhuizing meldkamer: in 2020 heeft de verhuizing van de meldkamer plaats gevonden, wat zijn de prestaties tot nu toe sinds de verhuizing naar Bergen op Zoom? - Bevolkingszorg: in de begroting is niet iets specifiek opgenomen over bevolkingszorg. Tijdens de Coronacrisis is gebleken dat dit onderdeel onderbelicht is.
De wens is dat dit in de begroting concreet benoemd en uitgelicht gaat worden. De Veiligheidsregio MWB geeft aan in haar begroting dat de verwachting is dat Corona, net zoals afgelopen jaar, nog steeds zijn invloed zal hebben. De coronacrisis vraagt ook dit jaar nog steeds capaciteit van de organisatie dus de verwachting is dat bepaalde beleidsvoornemens van het jaar 2021 doorschuiven naar 2022.
1
4
Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2020 De accountant heeft een goedkeurende controleverklaring afgegeven. De jaarrekening sluit met een batig resultaat van € 3.326.152 Voorstel is om het batig resultaat als volgt te bestemmen: 1. Toevoeging aan Reserve reorganisatie - € 739.300 2. FLO Akkoord additioneel reserveren - € 394.000 3. Initiële storting software SaaS-oplossingen - € 450.000 4. Toevoeging reserve Rijksbijdrage strategische projecten - € 498.923 5. Opheffen reserve Risicobeheersing + € 8.000 --------------Resteert € 1.251.929 Na resultaatbestemming bedraagt het te verdelen resultaat voor 2020 € 1.251.929. Dit bedrag kan worden uitgekeerd aan de Gemeenten. Voor Altena gaat het om een bedrag van € 55.432,-. Advies: Kennisnemen van de jaarrekening 2020.
Begroting 2022 Herijking beleid Voor de beleidsbegroting 2022 zijn er geen nieuwe voorstellen herijking beleid. Bij wijzigingen in het beleid is de lijn gevolgd “nieuw voor oud”. Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2022. De kernpunten van de systematiek om de loon- en prijsontwikkeling te verwerken, zijn: - Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. - Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands product. Op basis van de bovenstaande indexen kan een gewogen gemiddelde index berekend worden waarmee de bijdrage in de begroting wordt aangepast. De gewogen index is voor 2022 0,92% Bezuinigingen Het Algemeen Bestuur heeft besloten vanaf 2021 een structurele besparing van 2,5% door te voeren. In de begroting 2022 is deze besparing verwerkt. Deze besparing is structureel en zal ook zijn effect krijgen in de begroting van 2023 en verder. Daarnaast zal er verder onderzoek gedaan worden naar toekomstige besparingen. Het Algemeen Bestuur heeft de VR opdracht gegeven om de bezuiniging scenario’s nader uit te werken en hiervan de gevolgen voor zowel VR als gemeenten aan te geven. Er is gevraagd om bij 2
de eerste begroting waar de nieuwe gemeenteraden over gaan, namelijk begroting 2023, de mogelijkheden inzichtelijk te maken en met concrete voorstellen te komen. Exploitatiebijdrage gemeenten Met ingang van de begroting 2013 is het kostenverdeelmodel geïntroduceerd voor het verdelen van de kosten van Veiligheidsregio MWB over de deelnemende gemeenten. Aanpassing van de sleutel van het kostenverdeelmodel vanaf 2021 vindt plaats na uitkomst van de meicirculaire 2021. Omdat deze uitkomst niet beschikbaar is ten tijde van het opstellen van de Beleidsbegroting 2022, wordt volstaan met een budgettair neutrale verwerking. Na het bekend worden van de gegevens worden deze verwerkt en aangepast in het model en wordt dit als begrotingswijziging ingebracht. Risico’s De risico’s van de VR staan beschreven in de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s( € 4.612.500) en de weerstandscapaciteit ( € 1.611.576) laat dit de factor 0,35 zien. Het AB heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Elke deelnemende gemeente houdt een algemene reserve aan die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen.
Advies: Instemmen met de begroting 2022.
5
Financieel overzicht Veiligheidsregio
Begroting
Resultaat
Begroting
Ontwerpbegroting
2020
2020
2021
2022
Totaal GR (x 1.000)
89.633
3.326
92.802
91.038
Bijdrage gemeente Altena
2.917.604
3.037.457
3.065.401
6 Overige aandachtspunten •
Aandacht voor de genoemde risico’s in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing en de relatie naar de weerstandsratio van 0,35. Ondanks dat deze ratio in principe 0 kan zijn, omdat de deelnemende gemeenten reserves aanhouden voor de risico’s van de VR, is het wenselijk dat wel wordt gemonitord op de beschreven risico’s.
3
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt al dan niet een zienswijze opgenomen. (Deze tekst wordt opgenomen in het raadsbesluit.) Gelet op bovenstaande wordt de raad voorgesteld akkoord te gaan met de begroting en géén zienswijze in te dienen.
4
1 Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? (Tijdig is: kaderbrief voor 1 februari; ontwerpbegroting y+1 en jaarrekening y-1 voor 15 april. Zo nee, maak hierover dan een opmerking in de zienswijze. Idem, indien de geboden tijd voor het indienen van een zienswijze (t/m 30 juni) onvoldoende is.) Reactie: De op 1 februari 2021 gedateerde kaderbrief is op 1 februari 2021 per e-mail door de behandelend ambtenaar ontvangen. De op 15 april 2021 gedateerde officiële aanbiedingsbrief van de ontwerpbegroting 2022 en jaarrekening 2020 is op 16 april 2021 per post door de behandelend ambtenaar ontvangen. 2 Is voldaan aan de nieuwe BBV Ja 3 Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Hoofdpunten (ontleend aan de kadernota Verbonden partijen West-Brabant): - (Nieuwe) beleidsontwikkelingen, speerpunten en/of beleidsdoelen - Inzet van capaciteit - Te bereiken effecten/effectindicatoren - Andere relevante opmerkingen N.B. relateer dit ook aan de gemeentelijke aandachtspunten, o.a. opgenomen in de paragraaf verbonden partijen in de gemeentebegroting. Reactie: In de kaderbrief 2020 wordt aangegeven dat verder wordt gewerkt aan de realisering van de doelen uit het strategisch beleidsplan 2020-2022. Het e-depot en de digitale dienstverlening zullen worden doorontwikkeld.
De digitale beschikbaarheid van archiefstukken heeft door de coronapandemie een impuls gekregen en zal, naast de andere doelen uit het beleidsplan, een vast agendapunt blijven. Inmiddels heeft de gemeente een bijdrage toegezegd van € 156.267,- excl. BTW voor de digitalisering van de bouwdossiers. Dit project is inmiddels gestart. Tenslotte de huisvesting. Als gevolg van de sterke groei die de organisatie in het afgelopen decennium heeft doorgemaakt, maakt het Streekarchief tegenwoordig gebruik van drie verschillende locaties, in Heusden en Zaltbommel. Deze driedeling is niet erg efficiënt (in 5
verband met klimaatregeling en alarmering) en brengt relatief hoge kosten voor huisvesting met zich mee. Alle bestaande huurovereenkomsten lopen af per medio 2025, waarbij dient te worden opgemerkt dat de huur van de archiefbewaarplaats met de meeste depotruimte, namelijk die in Zaltbommel, niet kan worden verlengd. Er is dus alle reden om al in de komende beleidsperiode de eerste voorbereidingen te treffen voor een nieuwe situatie vanaf 2025. 4 Financiële aandachtspunten Hoofdpunten (ontleend aan de kadernota Verbonden partijen West-Brabant): Jaarlijkse indexering van loon- en prijsontwikkeling Wordt voldoende invulling gegeven aan een eventuele opdracht tot algemene ombuiging en bezuinigingen van een bepaalde omvang? - Algemene en bestemmingsreserve - Risico’s en de beheersing ervan - Andere relevante opmerkingen N.B. relateer dit ook aan de gemeentelijke aandachtspunten, o.a. opgenomen in de paragraaf verbonden partijen in de gemeentebegroting. -
Reactie: Jaarrekening 2020 De jaarrekening van het Streekarchief over 2020 geeft een positief resultaat te zien van € 13.783,00. Dat resultaat is hoofdzakelijk het gevolg van extra Inhuur vanwege a) langdurige ziekte van een vla Baanbrekers gedetacheerde medewerker en b) van een medewerker ten behoeve van de ontwikkeling van het e-depot (zie pagina 12). De extra personeelskosten zijn voor een bedrag van € 34.223,58 gedekt uit de bestemmingsreserve ontwikkeling e-depot. Het saldo van het exploitatiereserve bedraagt per 1 januari 2021 € 142.979,50, dat is na verrekening van het positieve resultaat van € 13.783,- over 2020. Dit saldo valt binnen de toegestane bandbreedte (minimaal € 75.000 tot maximaal €150.000). Het dagelijks bestuur van het Streekarchief heeft in 2020 eenmalig een bedrag van € 50.000 onttrokken aan de algemene reserve ten behoeve van de verdere digitalisering van archieven en collecties, conform het beleidsplan. Begroting 2022 De bijdrage per inwoner is voor 2022 geraamd op € 7,137 per inwoner, hetgeen ten opzichte van 2021 een geringe stijging betekent van € 0,105, welke toename uitsluitend het gevolg is van een prijsindexering van 1,8 % en een voorziene (CAO-conforme) loonstijging van 1,5 % (zie pagina 26).
6
De boekwaarde van de investeringen van het Streekarchief per 31-12-2020 is € 47.682,81. De omvangrijkste investering betreft de inrichting van de nieuwe huisvesting met een boekwaarde van € 18.846 per 31-12-2020. Deze wordt gefinancierd middels een dekkingsreserve. Het weerstandsvermogen per 01-01-2021 is € 142.979,50. De totaalstand van de reserves per 01-01-2021 is € 238.037,96. 5 Financieel overzicht Vul onderstaande tabel in. Neem in het raadsvoorstel met alle zienswijzen een totaal financieel overzicht van alle GR’en op. Streekarchief Langstraat Heusden Altena
Begroting
Resultaat
Begroting
Ontwerpbegroting
2020
2020
2021
2022
Totaal GR
€1.119.085
€1.076.772
€1.162.944 €1.170.946
Bijdrage gemeente Altena
€386.773
€393.507
€402.354
6 Overige aandachtspunten (Indien de zienswijze regionaal is voorbereid, is hier ook ruimte voor lokale aandachtspunten.) Reactie: Conform de afspraak in 2020 heeft de streekarchivaris een nieuwe accountant gevonden. De accountantscontrole 2020 heeft inmiddels plaatsgevonden en is meegenomen in de jaarrekening. 7 De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt al dan niet een zienswijze opgenomen. (Deze tekst wordt opgenomen in het raadsbesluit.) 1. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom.
7
2. De raad veronderstelt dat de termijnen genoemd in de artikelen 29, 30 en 31 van de gemeenschappelijke regeling (i.c. kaderbrief, ontwerpbegroting en – jaarrekening) worden nageleefd.) 3. In verband met de aflopende huurcontracten van de huisvestingslocaties in 2025 dringt de gemeenteraad er op aan om tijdig een duidelijk beeld te verschaffen in de voorbereidingen voor een nieuwe huisvestingssituatie in 2025.
8
1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, op 15 april 2020 zijn de jaarrekening 2020 en de beleidsbegroting 2022 voor zienswijze aan uw gemeenteraad aangeboden.
2
Is voldaan aan de BBV? De ontwerpbegroting 2022 voldoet niet volledig aan de indeling zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Bij de financiële opstelling van lasten en baten dient een kolom jaarrekening 2020 en begroting 2021 opgenomen te zijn. Dit met als doel inzicht te geven in het verloop van lasten en baten in de tijd. Positief is dat in het meerjarig perspectief nu ook de meerjarige deelnemersbijdrage uiteen is gezet.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De beleidsbegroting is op passende wijze geformuleerd. Mocht er een opdracht voor 2022 vanuit het ministerie van VWS ten behoeve van de bestrijding van het coronavirus komen, dan kan dit prima naast de reguliere publieke gezondheid die in opdracht van de gemeenten uitgevoerd worden en in deze beleidsbegroting uiteengezet worden. Beleidsbegroting 2022 ‘Op naar de gezondste regio van Nederland.’ Dat is en blijft de ambitie van de GGD WestBrabant ondanks de coronacrisis. In 2022 gaat de GGD verder met de strategische ambities uit de Agenda van de Toekomst en zet vooral in op de maatschappelijke gevolgen van de coronacrisis en het effect hiervan op de Publieke Gezondheid in West-Brabant. Deze ambities worden met de wettelijke taken voortdurend bepaald door ontwikkelingen om ons heen. 1. Gezonde en veilige leefomgeving De coronacrisis maakt de relatie tussen gezondheid en omgeving meer dan duidelijk. Hierbij is van belang om de kennis te vergroten over het effect van omgevingsfactoren (grond- en luchtkwaliteit), een betrouwbare en robuuste crisisorganisatie te blijven en bij in werking treden van de Omgevingswet de gemeenten te voorzien van adviezen en informatie. Evenzeer blijft van belang om een gezonde, groene en duurzame woon- en leefomgeving in samenwerking met de gemeenten na te streven. 2.
Preventie verbreden en verdiepen In het kader van het Nationaal Preventieakkoord ‘Een gezonder Nederland’ wordt ingezet op leefstijlthema’s roken, overgewicht en problematisch alcoholgebruik. Er is aandacht voor de
9
mentale gezondheid voor zowel jong als oud. Lokaal kunnen gemeenten eigen accenten in een op maat gemaakt preventieakkoord aanbrengen. Naar verwachting zal het Rijksvaccinatieprogramma verder uitgebreid worden; er vindt in ieder geval een HPV inhaalcampagne plaats. 3. Gelijke gezondheidskansen voor iedereen Sociaaleconomische gezondheidsverschillen zullen nog groter worden als gevolg van de coronapandemie. Om deze te verkleinen zet de GGD in op de community-aanpak. Dichtbij kinderen en ouders om kwetsbare kinderen vroegtijdig te kunnen signaleren en te ondersteunen. Naast M@ZL VO en MBO ook uitrol van M@ZL PO om ziekteverzuim eerder op te merken en passende hulp te bieden. Mogelijk volgt er landelijke financiering hiervoor vanuit het Deltaplan Jeugd. Er gaat extra aandacht uit naar laaggeletterden, arbeidsmigranten en andere mensen met een niet-Nederlandse achtergrond. Tevens wordt gewerkt aan regionale dekking van het programma Nu Niet Zwanger. In het AB van juli 2021 vindt definitieve besluitvorming plaats over het uitstapprogramma prostituees. Er is vanaf 2021 sprake van een Decentralisatie-uitkering uitstapprogramma’s voor prostituees (DUUP, voorheen RUPS). Voor een effectieve en succesvolle aanpak in de hele regio is medefinanciering door alle gemeenten heel gewenst. 4.
Borging van onze moderne, eigentijdse dienstverlening ‘zelfredzaamheid waar mogelijk, professionele ondersteuning waar nodig’. De toepassing van online en datagedreven werken en e-Health heeft mede door de coronacrisis een grote vlucht genomen. Via de jaarrekening zal inzicht gegeven gaan worden hoe de eenmalige bestemmingsreserve wordt ingezet, in 2021 en 2022. Hoofduitgangspunten zijn de bereikbaarheid van de GGD en haar medewerkers meer laten aansluiten op moderne communicatievormen en de wens/behoefte van de klanten, datagedreven publieke gezondheid en waarborgen van privacy van onze klanten. Ook naar goed functionerende ICT gaat nadrukkelijk aandacht uit. In de Beleidsbegroting worden per basistaak/productgroep de belangrijkste Indicatoren in beeld gebracht. Mede op verzoek van de raden is met de GGD een traject gestart om tot optimalisering van de prestatie-indicatoren te komen. Door de grote druk op de GGD vanwege de coronacrisis is hier vertraging op ontstaan. Met betrekking tot de JGZ is het traject al wel ver gevorderd. In aanloop naar de Kadernota/Beleidsbegroting 2023 gaat de GGD met gemeenten in gesprek over plusproducten. Onderzocht gaat worden of sommige producten uit het basispakket gehaald kunnen worden en in het vervolg door gemeenten als plusproduct ingekocht.
Mocht dit mogelijk blijken, dan kunnen gemeenten daarmee (meer) zelf bepalen of zij bepaalde producten nog blijven afnemen bij de GGD.
10
4
Financiële aandachtspunten De ontwerpbegroting 2022 is beoordeeld a.d.h.v. de financiële richtlijnen 2022. Aandachtspunten: 1. De ontwerpbegroting 2022 wordt structureel financieel sluitend gepresenteerd. De structurele exploitatie ruimte is moeilijk te beoordelen omdat: • het vergelijk met de jaarrekening 2020 en begroting 2021 ontbreekt; • de lastenstijging volledig verwerkt is op de ‘overige bedrijfskosten’ zonder toelichting. Vermoedelijk is dit de prijs- en loonindexeringen die op 1 kostenpost is verwerkt • de structurele toevoegingen aan de reserves duiden op groei van de algemene risicoreserve, maar dit voor de ramingen 2023 en verder, niet wordt toegelicht. Gelet op de financiële tekorten bij gemeenten en mogelijk exploitatieruimte bij de GGD is dit relevant. 2. Het bestuur van de GGD geeft aan af te wijken van de richtlijn: “De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022.” In haar reactie schrijft de GGD dat een uitzondering wordt gemaakt voor de indexering, omdat dit een structurele autonome ontwikkeling betreft. Daarnaast geeft de GGD aan dat zij bij een mogelijke bezuinigingstaakstelling graag in gesprek gaat met de betreffende gemeente over de plusproducten.
Formeel gesproken is de bedoeling van de richtlijn eigenlijk een andere. De deelnemende gemeenten verkeren in moeilijke financiële omstandigheden en vragen daarom juist aan hun verbonden partijen om ook mee te bewegen en juist binnen de bedrijfsvoering kosten te besparen, zodat niet geïndexeerd hoeft te worden en geen beleidsmatige keuzes gemaakt hoeven te worden om plusproducten niet meer af te nemen. Gelet op de bijzondere omstandigheden rondom de corona bestrijding geeft dit voor nu echter onvoldoende aanleiding voor een formele zienswijze. Wel lijkt de structurele dotatie aan een algemene risicoreserve op gespannen voet te staan met het indexeren conform septembercirculaire 2020 zoals de GGD dit in haar begroting 2022 heeft gedaan. De GGD zal hier voor de beleidscyclus van 2023 op geattendeerd worden. De controlerende accountant heeft op zowel getrouwheid als rechtmatigheid een goedkeurende verklaring afgegeven voor het boekjaar 2020. In de laatste jaren gold dit deels niet op rechtmatigheid. Een mooie prestatie gezien de uitdagingen rondom corona in 2020. Meerjarig laat de ontwerpbegroting 2022 GGD ten opzichte van de huidige begroting van Altena het volgende beeld zien:
11
bedragen x € 1.000 Bijdrage GGD Kadernota 2022 GGD Bijdrage GGD begroting 2021 Altena Verschil (- = nadelig)
2022 € 2.204 € 2.179 -€ 25
2023 € 2.238 € 2.179 -€ 59
2024 € 2.272 € 2.179 -€ 93
2025 € 2.307 € 2.179 -€ 128
De GGD heeft in de ontwerpbegroting voor 2022 een gemeentelijke bijdrage opgenomen van € 2.204.000. Dit bedrag valt hoger uit dan de gemeentelijke bijdrage in 2021 door de toegepaste indexering van € 25.000. Ook de meerjarige stijging van de gemeentelijke bijdrage aan de GGD wordt veroorzaakt door de toegepaste jaarlijkse indexering door de GGD. De hierboven vermelde nadelen ten opzichte van de huidige gemeentebegroting zijn meegenomen in de Kadernota 2022.
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,GR (apparaatskosten)
Begroting 2020
Resultaat 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Totaal GR
18.898
797.000
19.683
19.920
Bijdrage gemeente Altena
2.124
-
2.179
2.204
6 Overige aandachtspunten Voor 2020 en 2021 zijn afspraken gemaakt met het ministerie van VWS over de compensatie van de kosten die de GGD maakt voor de bestrijding van het coronavirus. Het is onduidelijk hoe lang deze pandemie nog duurt en in welke mate die ook in 2022 inzet van de GGD vraagt. De GGD verwacht dat de gemaakte compensatie-afspraken van kracht blijven. De GGD benoemt in de beleidsbegroting een aantal ontwikkelingen die in de komende jaren impact kunnen hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage: -
Doorontwikkeling van het ICT-systeem ‘GGD-contact’ (kosten deels GGD, rest door VWS) Prenataal huisbezoek bij kwetsbare zwangere vrouwen Regionale dekking Nu Niet Zwanger Uitbreiding van het Rijksvaccinatieprogramma Meer druk (inhoudelijk en financieel) op het basistakenpakket als gevolg van toename kwetsbare situaties door corona Financiële risico’s door corona voor reguliere taken ( bijv. minder reizigersvaccinaties) 12
Het is afwachten of deze ontwikkelingen daadwerkelijk tot meerkosten zullen leiden. In het verleden is namelijk gebleken dat sommige nieuwe of uitbreiding van taken volledig gecompenseerd worden vanuit het Gemeentefonds. 7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2020/jaarstukken 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2022 naar voren te brengen
13
(ontwerpbegroting 2022)
1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de RAV heeft de stukken tijdig aangeleverd.
2
Is voldaan aan de nieuwe BBV Ja, de begroting voldoet aan de BBV-voorschriften.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. De RAV noemt in haar ontwerpbegroting voor 2022 de volgende beleidsthema’s. Wet Ambulancezorgvoorzieningen In januari 2021 werd de nieuwe Wet ambulancezorgvoorzieningen van kracht. Hiermee is de vergunning tot ambulancezorg verleend aan de huidige aanbieders, onder strakke overheidsregulering. De overheid gaat nauwlettend volgen of Regionale Ambulancevoorzieningen aan de strenge eisen voldoen. Het Ministerie van VWS heeft een denkrichting gepresenteerd voor aanpassing van de acute zorg op de langere termijn. Speerpunten die van belang zijn voor de ambulancezorg: acute zorg thuis, samenwerking tussen ketenpartners voor zorgcoördinatie en bij het bestrijden van het personeelstekort. De visie van de RAV sluit aan bij deze denkrichting. Zorgdifferentiatie In 2022 biedt de RAV een breed aanbod in ambulancezorg, waarbij de patiënt wordt vervoerd of ter plaatse geholpen wordt. In het vervoersegment verzorgt de RAV (laag- en midden-complex) planbaar vervoer en (hoogcomplex) spoedvervoer.
In de ambulancezorg die ter plaatse geboden wordt, zijn naast de standaardzorg, meer mogelijkheden in behandeling en diagnosestelling, door de inzet van verpleegkundig specialisten. Landelijk Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 De ambulancesector heeft een kwaliteitskader ontwikkeld dat 26 indicatoren bevat waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg gemeten kan worden. Tijdigheid in het spoedvervoer is hier één van. De indicatoren zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. In het nog vast te stellen verlengde meerjarenbeleidsplan 2022 t/m 2025 (Algemeen Bestuur 1 juli 2021) beschrijft de RAV hoe zij voldoet aan het nieuwe
14
kwaliteitskader. Prestatiecontracten zorgverzekeraars De ambulancesector heeft een dynamisch karakter. Al jarenlang is er sprake van volumegroei in het ritaanbod en een fors tekort aan acute-zorgpersoneel. In samenwerking met de zorgverzekeraars zijn verbeterplannen uitgewerkt met als doel het zo vaak mogelijk behalen van 15-minuten-norm bij urgentie A1. Het daadwerkelijk kunnen uitvoeren van de paraatheidsuitbreidingen valt of staat met het beschikbaar zijn van voldoende geschikt personeel, met name ambulanceverpleegkundigen. Bij volledige invulling van de paraatheid én onder normale omstandigheden verwacht de RAV in 2022 95% dekking te kunnen behalen. De RAV verwacht voor de regio Noord in 2022 57.000 ritten (2021: 57.000) en voor de regio Midden-West 105.000 ritten (2021: 106.000). In de ontwerpbegroting is geen informatie opgenomen over (het proces voor) de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV. Eerder besloot het Algemeen Bestuur de besluitvorming hierover over te schorten totdat er duidelijkheid was over de nieuwe wet ambulancezorgvoorziening. Uit navraag bij de RAV blijkt dat een eventuele aanpassing van de rechtsvorm wordt besproken in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 1 juli 2021.
In de ontwerpbegroting is niet terug te lezen op welke wijze de RAV extra aandacht gaat besteden aan gemeenten waar het overschrijdingspercentage op basis van de jaarstukken en cijfers over 2018 voor de A1 ritten hoger is dan 12,5%. In de zienswijze op de ontwerpbegroting wordt de RAV gevraagd hier in 2022 invulling aan te geven en hierover in overleg te treden met de betreffende gemeenten. 4
Financiële aandachtspunten Begroting 2022 Het ambulancevervoer in de regio vindt plaats binnen de kaders van de op 1 januari 2014 ingevoerde bekostigingssystematiek voor de ambulancezorg. De RAV ontvangt geen gemeentelijke bijdragen, maar ontvangt middelen van de zorgverzekeraars. Uitgangspunt voor de begroting zijn de met de zorgverzekeraars overeengekomen prestatieafspraken. Om deze reden valt de RAV dan ook niet onder de financiële kaders zoals deze zijn opgenomen in de Nota Verbonden Partijen onder spelregel 5 “Begroting en Jaarrekening” en de vastgestelde algemene financiële richtlijnen 2021 voor de verbonden partijen. Het begrote resultaat 2022 van de RAV Brabant Midden-West-Noord komt uit op € 0. Het saldo is opgebouwd uit een overschot van € 26.000 bij de MKA Brabant Noord en € 201.000 bij de MKA Midden West-Brabant. Daarnaast wordt een overschot van € 3.168.000 verwacht bij de RAV Brabant Noord en een overschot van € 5.647.000 bij de RAV Midden West Brabant. In totaal geeft dit een overschot van € 9.043.000 Daar staat € 9.301.000 aan overheadkosten tegenover. Dit geeft per saldo een tekort van € 258.000. Het tekort van € 258.000 wordt onttrokken aan de Reserve onderhoud panden.
15
Het weerstandsvermogen is voldoende om de in de beleidsbegroting genoemde risico’s op te vangen. 5
Financieel overzicht Bedragen x € 1.000 RAV Totaal GR Bijdrage gemeente
Begroting 2020 66.661 0
Resultaat 2020 174 0
Begroting Ontwerpbegroting 2021 2022 70.862 75.385 0 0
6 Overige aandachtspunten Het AB van de RAV zal in juli een besluit nemen over de resultaatbestemming 2020. Het voorstel is om het voordelig resultaat te bestemmen voor de reserve aanvaardbare kosten. Daarnaast wordt het AB voorgesteld om in 2021 € 5.000 per gemeente beschikbaar te stellen om vrij te besteden aan versterking of verbetering van het AED-netwerk binnen de gemeente. 7
De zienswijze 1. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom. 2. De raad vraagt nogmaals aandacht bij het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur voor de afgegeven beleidsmatige richtlijn waarin de RAV Brabant Midden-West-Noord wordt opgeroepen extra aandacht te besteden aan gemeenten waar de overschrijding van A1 ritten, op basis van de jaarstukken en cijfers over 2018, hoger ligt dan 12,5% en hierover in overleg te treden met de betreffende gemeenten.
16
1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente?
2
De jaarstukken 2020 en de ontwerpbegroting 2022 zijn tijdig ontvangen. Is voldaan aan de BBV? De begroting 2022 van de Regio West-Brabant voldoet aan de BBV richtlijnen en is overzichtelijk en goed leesbaar.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Actieprogramma 2019-2023 “Werken aan een krachtige regio” Het algemeen bestuur stelde in 2019 na consultatie van de raden het Actieprogramma RWB 2019-2023 vast. In 2020 zijn veel van de opgaven opgewerkt tot concrete aanpakken en producten, zoals bv het raamwerk Circulaire Economie, de regionale aanpak Bedrijventerreinen, een raamwerk Vrijetijdseconomie, een afsprakenkader Arbeidsmigranten, een nieuw meerjarig uitvoeringsprogramma arbeidsmarkt ‘West-Brabant werkt met Talent’, een subsidieregeling ter bestrijding van de negatieve effecten van corona op de arbeidsmarkt, een nieuw uitvoeringsprogramma Mobiliteit, een position paper Sterke Steden en een aanpak op Vitaal platteland op basis van gebiedscoalities. De Regio-West Brabant is een collegeregeling, waarbij alle gemeenten vertegenwoordigd zijn in het Algemeen Bestuur. Daarnaast is Altena nog vertegenwoordigd in het strategisch beraad (het dagelijks bestuur), door wethouder van Oosten vanuit de topsector Maintenance. Samenwerkingsafspraken Provincie en RWB In 2020 is gewerkt aan samenwerkingsafspraken met de provincie Noord-Brabant. De agenda’s van het nieuwe college van Gedeputeerde Staten en RWB zijn naast elkaar gelegd. Op de gezamenlijke doelen zijn afspraken gemaakt.
De versterking van de Innovatiekracht van de Topsectoren in West-Brabant en van de Agglomeratiekracht staan daarbij centraal. Economic Board West-Brabant Regionale bestuurders zijn ook actief in de Economic Board West-Brabant, die vorig jaar de Economische Agenda met als thema ‘Hub voor vernieuwend ondernemerschap’ vaststelde. De uitwerking daarvan vindt plaats in uitvoeringsprogramma’s, waarvan een viertal gericht is op de West-Brabantse topsectoren Logistiek, Agrofood/Biobased, Hightech Maintenance en Creatieve dienstverlening. Daarbinnen wordt o.a. gewerkt aan icoonprojecten. Ontwerpbegroting 2022
17
Het algemeen bestuur RWB stelde op 9 december 2020 de kadernota 2022 vast. Daarin is de belangrijkste richtlijn van gemeenten, het hanteren van de 0-lijn voor wat betreft de bijdrage/inwoner die gemeenten betalen voor de apparaatskosten RWB, verwerkt. Hiervoor spreken we waardering uit. Samen met de inkomstenderving door het vertrek van Tholen leidt dit tot een bezuinigingsopgave van € 57.000 in 2022. Deze loopt op naar € 270.000 in 2025. De bezuiniging wordt voornamelijk gevonden in het programma Algemeen en heeft feitelijk al vanaf 2023 tot gevolg dat de mogelijkheid om in te springen op onvoorziene kansen en ontwikkelingen, zonder schrappen van andere activiteiten, miniem is. De ontwerpbegroting 2022 is uitgewerkt conform de kadernota RWB 2022. 4
Financiële aandachtspunten 1.
Resultaatbestemmingsvoorstellen 2020 De jaarrekening van 2020 sluit af met een positief resultaat van € 423.000. Dit resultaat is incidenteel van aard. De RWB stelt voor om het resultaat als volgt te bestemmen: a. Reserve Basis op orde (bedrijfsvoering): € 50.000. De verwachting is dat personeel na corona deels thuis en deels op kantoor werkt. Op kantoor zal hybride gewerkt gaan worden. Dit vraagt om herinrichting en bijzondere voorzieningen, zoals hybride vergaderruimten en belcabines. De kosten daarvan zijn niet voorzien. b. Knelpuntenpot personeel: € 18.000. Vanuit het positief resultaat van regioarcheologie (totaal € 37.000) toevoegen aan de knelpuntenpot personeel (bedrijfsvoering). Uit deze pot is vorig jaar een negatief resultaat op Regioarcheologie 2019 afgedekt onder voorwaarde dat dit een jaar later weer aangezuiverd zou worden (zo nodig vanuit extra bijdragen van de gemeenten die producten Regioarcheologie afnemen). In 2020 draaide het team Regioarcheologie weer op volle toeren, waardoor de aanvulling plaats kan vinden zonder extra belasting van de afnemende gemeenten. c. Egalisatiereserve Regioarcheologie: € 19.000. Het restant van het positief resultaat Regioarcheologie storten in een egalisatiereserve voor deze uitvoeringsgerichte taak. Hiermee kunnen de toekomstige schommelingen in de exploitatie opgevangen worden.
Omdat niet alle gemeenten producten afnemen van Regioarcheologie is het gewenst dat specifiek voor deze uitvoeringsgerichte taak een egalisatiereserve wordt ingesteld. d. Egalisatiereserve KCV: € 18.000. De bestuurscommissie KCV acht het noodzakelijk dat het positieve KCV-resultaat van € 18.000 toegevoegd wordt aan de egalisatiereserve KCV. Dit is nodig omdat de provincie Noord-Brabant haar bijdrage in 2021 en 2022 flink afschaalt. Opdat dit niet meteen tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage leidt wil de bestuurscommissie KCV de plus van 2020 inzetten voor demping van dit effect. e. Egalisatiereserve Routebureau: € 3.000. Het positief resultaat van het Routebureau wordt in de egalisatiereserve voor deze uitvoeringsgerichte taak gestort om schommelingen in kosten en opbrengsten op te vangen. f. Egalisatiereserve Mobiliteitscentrum: € 18.000. Vastgesteld is dat het Mobiliteitscentrum, met uitzondering van de PuMa’s, niet over de mogelijkheid beschikt om tegenvallers in de exploitatie op te vangen. Daarom wordt voorgesteld voor deze 18
uitvoeringsgerichte taak een beperkte egalisatiereserve in te richten. De reserve wordt gevuld met het positief resultaat op het MBC van 2020, bereikt door het genereren van subsidie. g. Rewin: € 210.000. Voor de dekking van de programma’s Creatieve Dienstverlening en Start-up ondersteuning in 2022. In 2019 hebben de gemeenten op basis van verdiepende studies ingestemd met het starten van de onderwerpen startup ondersteuning en Creatieve Dienstverlening door REWIN. Daarbij is incidenteel voor de duur van twee jaar financiering gevonden. Deze financiering loopt tot eind 2021. In 2020 is tijdens verschillende sessies bestuurlijk en ambtelijk stilgestaan bij nut en noodzaak van deze programma´s voor West-Brabant. Met name vanwege de precaire financiële situaties van gemeenten heeft dit niet geleid tot een besluit over structurele financiering van deze 2 programma’s. Dit vergt een langer proces waarvan afgesproken is dat dit in het najaar richting vaststelling van de kadernota voor 2023 zorgvuldig wordt doorlopen. h. Uitkeren aan gemeenten: € 87.000 (resterend saldo). Er kan worden ingestemd met deze resultaatbestemmingsvoorstellen. 2. Te verrekenen bedragen Flex West-Brabant (ca. € 888.000) Dit is het saldo op de inhuur via Flex West-Brabant (betaalde fee van opdrachtnemers min uitvoeringskosten) in 2020.
Dit wordt in 2021 aan de organisaties die werven via Flex WestBrabant uitgekeerd. Onderzoek & Ontwikkelfonds (€ 2.000) Afspraak is dat we het restantbedrag van het Onderzoek- & Ontwikkelfonds (O&O-fonds) jaarlijks aan gemeenten uitbetalen. In 2020 is het O&O-fonds (€ 475.000) helemaal besteed. Er resteert een bedrag van ca. € 2.000 dat naar rato van inwoneraantallen aan de deelnemende gemeenten wordt uitgekeerd.
19
5
Financieel overzicht Bedragen in onderstaande tabel x € 1.000,Regio West-Brabant
Begroting 2020
Resultaat 2020
Begroting 2021
Ontwerpbegroting 2022
Totaal GR
20.605
423
22.286
21.249
Bijdrage gemeente Altena apparaatskosten
207
7
246
248
*dit is incl. programmakosten Economie Programmakosten gemeente Altena Rewin
Begroting 2020
Begroting 2021
157
164
Ontwerpbegroting 2022 169
O&O fonds
36
36
36
Economie
25
-
-
KCV (deeltaxi)
786
839
791
Mobiliteitscentrum
36
82
41
Regioarcheologie
31
46
45
Totaal
1.071
1.167
1.082
6 Overige aandachtspunten Een indringend gesprek over de regionale economische ambities en de daarvoor benodigde middelen is noodzakelijk RWB meldt dat als we als regio serieus werk willen maken van de economische ambities de huidige inspanningen niet volstaan. RWB verwijst hiervoor naar het gesprek over de structurele financiering van twee programma’s door REWIN. Zoals eerder genoemd gaat het om Creatieve Dienstverlening en start up ondersteuning. Met name de laatste is voor Altena ook relevant om over mee te denken. Ook om de RWB-opgaven op het gebied van het vestigingsklimaat het hoofd te bieden zijn extra middelen nodig. Verder ziet RWB diverse kansen in de vorm van Europese en Rijksgelden, waarop ze aanspraak kunnen maken. Bijna altijd vergt dat echter ook een inzet van RWB (lees: de gemeenten) zelf, in de vorm van ambtelijke capaciteit en/of geld. Een en ander vereist een indringend gesprek met de colleges en raden.
20
De heren Depla, Adriaansen en Adank nemen hiervoor het initiatief. RWB hoopt dat dit in het najaar van 2021 leidt tot een breed gedragen koers voor 2023, waarin ook de nieuwe raden zich kunnen vinden. 7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de jaarrekening 2020 en in te stemmen met de daarin opgenomen resultaatbestemmingsvoorstellen. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2022 naar voren te brengen.
21
1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja, de stukken zijn tijdig ingediend. De Ontwerpbegroting 2022 en de Jaarstukken 2020 zijn vóór de gestelde termijn van 15 april aan de deelnemers toegestuurd.
2
Is voldaan aan de BBV-voorschriften? Ontwerpbegroting 2022 De ontwerpbegroting 2022 voldoet aan de indeling zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De verplichte paragrafen worden genoemd in hoofdstuk 3, waarvan de meeste niet van toepassing zijn op het RBL. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is niet gekwantificeerd. Echter is het enige benoemde risico dat van uittreding van een deelnemer. De impact hiervan is afhankelijk van de deelnemer die uittreedt en moeilijk te kwantificeren. Een presentatie van financiële kengetallen, conform de wet- en regelgeving BBV, is niet opgenomen. Dit voegt voor het RBL niets toe, omdat gemeenten risicodrager zijn. Het RBL heeft namelijk geen reserves / eigen vermogen. Er is aandacht voor de incidentele baten en lasten, die voor het RBL volledig bestaan uit VSVprojecten. Deze zijn ook geraamd in 2022. Het overzicht van baten en lasten in hoofdstuk 6 is gecombineerd met de bijlage van baten en lasten per taakveld, alsook de toelichting. De toelichting op de balans ontbreekt. Jaarstukken 2020 De jaarstukken voldoen aan het BBV. Het overzicht van incidentele baten en lasten ontbreekt, maar deze worden wel toegelicht in hoofdstuk 6.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Ontwerpbegroting 2022 Inhoudelijk en beleidsmatig willen we geen zienswijze indienen t.a.v. de Ontwerpbegroting 2022. Er zijn geen beleidsmatige richtlijnen vastgesteld voor het RBL. Er is dan ook geen afwijking. Jaarstukken 2020 De stelpost is in 2020 ingezet voor de intensivering van de uitvoering waarover in het traject van de begroting 2021 is besloten. Er is een bedrag van € 51.500,00 extra ingezet op personeel voor de administratie en uitvoering leerplicht. Door de personele uitbreiding zijn ook meer indirecte kosten gemaakt voor huisvesting en facilitaire zaken, waarvoor het restant van de stelpost is aangewend.
22
4
Financiële aandachtspunten De ontwerpbegroting 2022 is beoordeeld a.d.h.v. de financiële richtlijnen 2022. Omdat niet alle deelnemers dezelfde richtlijnen hanteren worden deze puntsgewijs behandeld. 3. De ontwerpbegroting 2022 is structureel financieel sluitend, de begrotingsuitgangspunten zijn inzichtelijk gemaakt en er is een overzicht van de meerjarige bijdrage (2022 t/m 2025) per deelnemer opgenomen. 4. De ontwerpbegroting 2022 voldoet aan het BBV. 5. De ontwerpbegroting 2022 is opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. 6. Het RBL heeft geen reserves. Een overzicht van het verloop van de reserves is daarom niet zinvol. 7. Het bestuur van het RBL geeft aan af te wijken van de richtlijn: “De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022.” De mutaties in 2022 bestaan uit: Pilot Projectaanjager Leerplicht (0,6 Fte) € 57.503,00 Indexering personele en materiële kosten € 32.513,00 Voor de Pilot Projectaanjager is al separaat een besluit genomen om dit op te nemen als extra projectopdracht namens de gemeenten van Niveau 2 en 2A. Deze pilot staat los van de gemeentelijke bedrage voor de reguliere bedrijfsvoering.
De stijging in “reguliere” gemeentelijke bedrage bestaat louter uit loon- en prijsontwikkeling, conform de septembercirculaire 2020. Wanneer het RBL geen rekening houdt met loon- en prijsontwikkeling is er niet langer sprake van een reëele begroting. Ook geeft het RBL dat dat ten koste gaat van de uitvoering en resultaten van de regionale opdracht. Het RBL is een “platte” organisatie die formatief en bedrijfsvoering technisch geen “knoppen” heeft om aan te draaien. Aanpassingen in de formatie zijn niet wenselijk, omdat het RBL maar net boven de ondergrens van de door Ingrado (landelijk) bepaalde formatiewijzer zit. Ongeveer 80 – 85% van de begroting bestaat uit personeelslasten. Qua huisvesting en bedrijfsvoering valt het RBL onder de dienstverleningsovereenkomst van de gemeente Breda. Zij volgen hier de prijsontwikkelingen uit die overeenkomst. Tot slot heeft het RBL, conform de financiële richtlijnen, geen reserves om uit te putten 8. Het resultaat over 2020 vloeit terug naar de deelnemers. 9. In pararaaf weerstandsvermogen en risicobeheersering is aandacht voor risico’s. Het kwantificeren gecompliceerd. 10. De regeling is in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het afwijken van richtlijn 5 geeft niet voldoende aanleiding voor een formele zienswijze op de ontwerpbegroting 2022. Aanpassingen in de formatie gaan ten kosten van de uitvoering van de 23
regionale opdracht en het resultaat. Daarbij is bewust gekeken naar de kosten van huisvesting en facilitair. Jaarstukken 2020 Het jaarrekening resultaat bedraag € 131.316,00. Dit is voornamelijk het gevolg van een eenmalige afrekening van een regionale ESF-subsidie van € 153.515,00 waarvoor het RBL inzet voor heeft gepleegd. De gemeentes op niveau 2 en 2a namen deel aan dit project en ontvangen nu conform de verdeelsleutel de ESF subsidie van € 153.515,00 terug. Het operationele resultaat, exclusief de afwikkeling van de ESF actieve inclusie, bedraagt € 22.199,00 negatief. Dit negatieve resultaat is vooral ontstaan door de inzet van interimmanagement in de eerste maanden van 2020. Omdat het RBL geen eigen vermogen wordt dit negatieve resultaat conform de gebruikelijke verdeelsystematiek onder de deelnemers verrekend. In de bijlagen 1, 2 en 3 van de jaarstukken is de resultaatbestemming uitgebreid toegelicht. In het overzicht van baten en lasten vallen de niet begrote personeelskosten op. Deze zijn ingezet voor de uitvoering van regionale VSV projecten (ongeveer € 182.000,00). De VSV opbrengsten die hiertegenover staan zijn gelijk aan de VSV kosten, waardoor voor de uitvoering van de regionale VSV projecten geen budgettair effect optreedt. Om te voorkomen dat dergelijke overschrijdingen worden gepresenteerd, worden de baten en lasten vanaf 2022 meegenomen in de raming.
1e begrotingswijziging 2021 De 1e begrotingswijziging 2021 bestaat uit een Pilot Projectaanjager RBL en een drietal VSVprojecten. Deze projecten waren nog niet opgenomen in de Beleidsbegroting 2021, wat nu d.m.v. deze wijziging wordt geformaliseerd. Voor een wijziging van de begroting gelden dezelfde regels als voor de begroting zelf. De raden van de deelnemende gemeenten mogen ook een zienswijze indienen over de voorgestelde wijziging. Op 8 februari 2021 is overeenstemming bereikt over het vanuit de VSV-gelden voor het RBL budgettair neutraal uitvoeren van een drietal VSV-projecten. Daarnaast hebben de 10 gemeenten van niveau 2- en 2A reeds ingestemd met de Pilot Projectaanjager RBL 2021 en dragen zelf de kosten daarvan. In de ontwerpbegroting 2022 is de pilot Projectaanjager verwerkt als extra projectopdracht namens deze gemeenten. De begrotingswijziging is hierdoor technisch van aard. Een bedrag voor VSV projecten van € 182.405,00 en € 48.333,00 voor de projectaanjager, totaal € 230.738,00 wordt aan zowel de lasten- als batenkant de Beleidsbegroting 2021 toegevoegd. 5
Financieel overzicht RBL West-Brabant
Begroting 2020
Resultaat 2020
Begroting 2021
Totaal GR
1.521.982
131.316
1.597.292
Ontwerp begroting 2022 1.687.308
Altena
33.328
-486
35.646
35.819
Alphen-Chaam
35.940
2.944
37.095
38.612
Baarle-Nassau
19.996
1.734
21.064
22.562
Bergen op Zoom
34.781
-507
37.178
37.423
24
Breda
701.891
59.100
729.879
772.000
Drimmelen
92.337
7.816
96.814
102.022
Etten-Leur
64.078
15.046
69.725
76.043
Geertruidenberg
74.942
6.572
79.651
85.338
Halderberge
15.063
-220
16.178
16.403
Moerdijk
131.162
11.072
136.324
144.572
Oosterhout
190.550
16.368
200.446
213.187
Roosendaal
41.253
-602
43.545
43.398
Rucphen
30.616
6.343
33.696
36.598
Steenbergen
12.861
-188
13.395
12.746
Woensdrecht
10.987
-160
11.623
11.617
Zundert
32.197
6.484
35.033
38.972
RBL West-Brabant
2023
2024
2025
Totaal GR
1.712.100
1.752.700
1.783.400
Altena
36.345
37.207
37.859
Alphen-Chaam
39.179
40.108
40.811
Baarle-Nassau
22.893
23.436
23.846
Bergen op Zoom
37.972
38.873
39.554
Breda
783.343
801.918
815.965
Drimmelen
103.521
105.975
107.832
Etten-Leur
77.160
78.990
80.373
Geertruidenberg
86.592
88.645
90.198
Halderberge
16.644
17.038
17.337
Moerdijk
146.696
150.175
152.805
Oosterhout
216.319
221.449
225.327
Roosendaal
44.035
45.080
45.869
Rucphen
37.135
38.016
38.682
Steenbergen
12.934
13.240
13.472
Woensdrecht
11.788
12.068
12.279
Zundert 39.545 6 Overige aandachtspunten
40.482
41.191
7
De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 25
1. Geen zienswijze t.a.v. de Ontwerpbegroting 2022 RBL West-Brabant in te dienen; 2. Geen zienswijze t.a.v. de 1e begrotingswijziging 2021 RBL West-Brabant in te dienen; 3. Geen opmerkingen te maken t.a.v. de Jaarstukken 2020 RBL West-Brabant.
1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? (Tijdig is: kaderbrief voor 1 februari; ontwerpbegroting y+1 en jaarrekening y-1 voor 15 april. Zo nee, maak hierover dan een opmerking in de zienswijze. Idem, indien de geboden tijd voor het indienen van een zienswijze (t/m 30 juni) onvoldoende is.) Reactie: De stukken zijn als volgt ingediend: • Kadernota 2022 op 3 februari 2022 (niet tijdig ingediend); • Ontwerpbegroting 2022 op 30 maart 2022 (tijdig ingediend); • Jaarrekening 2020 op 30 maart 2022 (tijdig ingediend).
2
SVHW wil de zienswijze op de Ontwerpbegroting 2020 op 9 juni doch uiterlijk 16 juni 2020 ontvangen. De planning van de gemeente Altena is als volgt: • 3 mei 2021 komt de concept zienswijze in het POHO. • 25 mei 2021 komt de concept zienswijze in het college. • 8 juni 2021 komt de concept zienswijze in een Altenaronde. • 15 juni 2021 komt de concept zienswijze in een Altenatafel. • 22 juni 2021 wordt de zienswijze vastgesteld door de raad. Derhalve kan de gemeente Altena op 16 juni 2021 nog geen definitieve zienswijze indienen bij het SVHW. Als oplossing, waar ook SVHW mee in kan stemmen, wordt voor die tijd een concept zienswijze toegezonden en na vaststelling in de raad de definitieve zienwijze. Is voldaan aan de nieuwe BBV Ja, er is voldaan aan de nieuwe BBV.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Hoofdpunten (ontleend aan de kadernota Verbonden partijen West-Brabant): -
(Nieuwe) beleidsontwikkelingen, speerpunten en/of beleidsdoelen Inzet van capaciteit Te bereiken effecten/effectindicatoren Andere relevante opmerkingen 26
N.B. relateer dit ook aan de gemeentelijke aandachtspunten, o.a. opgenomen in de paragraaf verbonden partijen in de gemeentebegroting. Reactie: Strategie SVHW SVHW heeft als strategie om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij een laag kostenniveau gehandhaafd blijft. Daarnaast moet de dienstverlening continu doorontwikkeld worden, aangezien deze passend dient te blijven binnen de context van een veranderende omgeving. De omgeving van SVHW is onderhevig aan veel (snelle) veranderingen op het gebied wetgeving en technologie. In 2021 onderneemt SVHW gerichte acties om de samenwerking tussen de deelnemers en SVHW verder te ontwikkelen. SVHW neemt namelijk een integratie/ samenwerkings-platform voor de BAG/WOZ en de informatie-uitwisseling met de BGT in gebruik en stelt het ook ter beschikking aan de deelnemers. Naast de ingebruikname van het platform zal SVHW in 2021 in samenhang met de voortgang van het landelijke SOR-project met de deelnemers inventariseren op welke wijze de samenwerking het beste vorm gegeven kan worden. In 2022 kunnen de deelnemers en SVHW dan verdere concrete stappen nemen in de richting van de ingebruikname van de SOR eind 2025 SVHW verwacht dat de kosten voor de uitvoering de komende jaren zullen stijgen. Ontwikkelingen zoals Common Ground, de Digitale Overheid en regie op gegevens vragen van overheden en dus ook van SVHW de nodige investeringen.
Het stellen van zeer hoge eisen aan beveiliging en privacy binnen deze digitaliseringsgolf is daarbij een belangrijk element. Daarnaast werken de voorzieningen die getroffen moeten worden in verband met gewijzigde wet- en regelgeving (o.a. op het gebied van invordering) kostenverhogend. Het volgen van deze externe ontwikkelingen is geen keuze. De consequenties van deze externe ontwikkelingen moeten worden geïmplementeerd binnen de bedrijfsvoering en systemen van SVHW. Tevens dient de dienstverlening aan particulieren, ondernemers en de deelnemers hierop te worden aangepast. SVHW ziet geen mogelijkheden om de kostentoename verder binnen de exploitatie op te vangen, zonder dat dit consequenties heeft voor de kwaliteit en de uitvoering van de dienstverlening. De deelnemersbijdrage moet daarom met € 432.432 stijgen. Voor Altena betekent dit een stijging met € 39.000 van € 571.000 naar € 600.000.
4
De Waarderingskamer heeft het algemeen oordeel over de uitvoering van de WOZ-processen bij SVHW, voor het derde jaar op rij met “goed” beoordeeld. De hoogste categorie is “bestendig goed” en deze wordt toegekend nadat een organisatie over meerdere jaren heeft aangetoond de WOZ-processen op een goede wijze uit te voeren. Financiële aandachtspunten Hoofdpunten (ontleend aan de kadernota Verbonden partijen West-Brabant): -
Jaarlijkse indexering van loon- en prijsontwikkeling 27
Wordt voldoende invulling gegeven aan een eventuele opdracht tot algemene ombuiging en bezuinigingen van een bepaalde omvang? - Algemene en bestemmingsreserve - Risico’s en de beheersing ervan - Andere relevante opmerkingen N.B. relateer dit ook aan de gemeentelijke aandachtspunten, o.a. opgenomen in de paragraaf verbonden partijen in de gemeentebegroting. -
Reactie: Resultaat 2020 De Jaarrekening 2020 sluit per saldo met een nadelig resultaat van € 102.000. Dit is een afwijking van € 67.000 ten opzichte van de Begroting 2020, waarin een nadelig resultaat van € 35.000 was begroot. De totale exploitatie 2020 bedraagt € 13.362.000 ten opzichte van € 12.536.000 begroot. De totale opbrengsten 2020 bedragen € 13.260.000 ten opzichte van € 12.501.000 begroot. Het Algemeen bestuur van SVHW heeft besloten om het nadelig resultaat van € 102.000 te onttrekken aan het weerstandsvermogen van SVHW dat daardoor € 598.000 gaat bedragen. Daarmee blijft deze binnen de door het Algemeen Bestuur SVHW vastgestelde bandbreedte van € 400.000 - € 700.000.
5
Ontwikkeling deelnemersbijdrage In drie jaar tijd is er ingegroeid naar een nieuw verrekenmodel voor de deelnemersbijdrage. In de Begroting van 2020 was het niveau van de nieuwe tariefstructuur bereikt. Deelnemersbijdrage 2020 € 550.000 (voorschot € 552.000). Deelnemersbijdrage 2021 € 583.000. Deelnemersbijdrage 2022 € 600.000. SVHW verzorgt dienstverlening voor deelnemers in verschillende provincies waardoor het niet mogelijk is om aan alle, van elkaar verschillende, kadernota’s verbonden partijen te voldoen. Mede met het oog daarop heeft het Algemeen Bestuur van SVHW op 1 februari 2017 afgesproken dat een structurele indexering wordt gehanteerd. Voor die indexering wordt de meest recente gepubliceerde CBS-Consumentenprijsindex gehanteerd. De gemeenteraad heeft bij het behandelen van de 1e begrotingswijziging 2021 van de GR SVHW het signaal afgegeven dat een nullijn moet worden nagestreefd. Financieel overzicht Vul onderstaande tabel in. Neem in het raadsvoorstel met alle zienswijzen een totaal financieel overzicht van alle GR’en op.
Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW)
Begroting 2020
28
Rekening 2020
begroting 2021
Begroting 2022
Totaal GR Bijdrage Altena
9.890.000 552.000
9.921.000 10.295.000 10.727.000 550.000*
583.000
600.000
* voor resultaatbestemming en eindafrekening. Voor Altena leidt dit tot een eenmalig voordeel van per saldo € 2.000. In de meerjarenbegroting 2022-2025 van Altena is voor 2022 een bedrag van € 558.466 gereserveerd voor de deelnemersbijdrage aan SVHW. Rekening houdend met de verrekenbare BTW uit het BCF (BTW compensatiefonds) is het gereserveerde bedrag voldoende. 6 Overige aandachtspunten (Indien de zienswijze regionaal is voorbereid, is hier ook ruimte voor lokale aandachtspunten.)
7
Reactie: N.v.t. De zienswijze Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt al dan niet een zienswijze opgenomen. (Deze tekst wordt opgenomen in het raadsbesluit.) 1. De raad gaat er vanuit dat het bestuur de begroting vaststelt met inachtneming van deze zienswijze en dat de raad hierover wordt geïnformeerd, met daarbij een verantwoording aan welke onderdelen van zijn zienswijze is tegemoetgekomen en aan welke onderdelen niet en waarom. 2. De raad neemt met waardering kennis van de begroting maar heeft een bemerking voor wat betreft de deelnemersbijdrage. SVHW zou, behoudens de afgesproken inflatiecorrectie, de nullijn moeten hanteren.
29
1
Zijn de stukken tijdig ingediend door de GR bij de gemeente? Ja Reactie: De stukken zijn tijdig door de GR ontvangen bij de gemeente (kaderbrief 2022 op 29 januari, de ontwerpbegroting 2022 op 31 maart, de jaarrekening 2020 op 31 maart). “Overeenkomstig het bepaalde in artikel 59, lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de in de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant opgenomen bepaling over de te volgen procedure bij het vaststellen van de begroting, stellen wij in de gelegenheid om tot uiterlijk 9 juni 2021 uw zienswijze ten aanzien van deze ontwerpbegroting aan ons kenbaar te maken. Wij stellen het op prijs om, vooruitlopen op de behandeling van uw raad,/Staten, het collegevoorstel aan uw raad/Staten te mogen ontvangen, zodat wij tijdig een inhoudelijke reactie kunnen voorbereiden.”
2
Is voldaan aan de nieuwe BBV Ja De ontwerpbegroting 2022 OMWB is opgesteld op basis van het BBV.
3
Inhoudelijke aandachtspunten, beleidsontwikkelingen e.d. Reactie: In de aanbiedingsbrief van de ontwerpbegroting worden de belangrijkste taken en/of werkzaamheden genoemd die in 2022 bijzondere aandacht krijgen. In de beleidsbegroting wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op verschillende interne en externe trends en ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op de producten en werkwijze van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant in 2022. Bovengenoemde ontwikkelingen en speerpunten, die invloed uit kunnen oefenen op de producten en werkwijze van de OMWB zijn onder meer: -
De inwerkingtreding van de Omgevingswet; De overdracht van bevoegd gezag inzake bodem en ondergrond van provincie naar gemeenten; De nieuwe taak normerende regeling werkgebonden personenmobiliteit; Taken op het gebied van geluid;
30
-
Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS), transitie veehouderij, het Schone Lucht akkoord en energie.
4 Financiële aandachtspunten Jaarrekening 2020 De jaarrekening 2020 sluit met een batig resultaat van € 542.000. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 wordt aan het algemeen bestuur een voorstel gedaan voor de bestemming van het resultaat. De belangrijkste oorzaken voor het positieve resultaat staan hieronder vermeld.
Advies: kennisnemen van de jaarrekening 2020 Opmerkingen: Afrekening door de OMWB vindt plaats op basis van het werkprogramma 2020. Begroting 2022 Algemene uitgangspunten begroting 2022 De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten bij het opstellen van de begroting: a. De begroting 2022 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten van de genoemde beleidsontwikkelingen in hoofdstuk 2; b. De begroting 2022, inclusief de meerjarenraming 2023–2025, is sluitend; c. De begroting 2022 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
31
Indexering Voor de indexering wordt gebruik gemaakt van de indexen uit de Macro Economische Verkenningen 2020, die zijn gepubliceerd in de septembercirculaire 2020 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De volgende indexen worden toegepast naar (mix van) kostensoorten: · Loonvoet sector overheid 1,5% · Prijs netto materiele overheidsconsumptie 1,5%.
Investeringen De OMWB kent een beperkt aantal investeringen. Het betreft met name vervangingsinvesteringen. Naar verwachting is het huidige niveau van investeringen toereikend. Weerstandsvermogen Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, is een afdoende weerstandsvermogen voor de OMWB gewenst. Hoe groot die weerstandscapaciteit moet zijn, is afhankelijk van de risico-inschatting en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft een voldoende weerstandscapaciteit na, dat betekent een weerstandsratio tussen 1,0 en 1,4. Voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers heeft het Algemeen Bestuur besloten een model vast te stellen dat erop neerkomt dat 5% van het (begrotings/jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening wordt aangehouden als weerstandsvermogen, met een bandbreedte van plus en min 1. Binnen deze bandbreedte is het weerstandsvermogen toereikend vanuit de optiek van het Algemeen Bestuur. Uitgaande van het actuele risicoprofiel is het weerstandsvermogen: 0,71. Dit wordt gekwalificeerd als ‘onvoldoende.’ Het hogere risico komt voort uit een aantal majeure ontwikkelingen. De kans dat deze risico’s zich gelijktijdig voordoen acht de OMWB niet reëel. De organisatie zal scherp aan de wind moeten zeilen om de risico’s beheersbaar te houden.
Het Bestuur wordt hiervan op gezette tijden geïnformeerd. Risico’s Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met de kansen en bedreigingen die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor is het van belang dat er een continu proces wordt ingericht van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar risico’s zoveel als mogelijk te vermijden, verzekeringen ervoor af te sluiten of ze te ondervangen door beheersmaatregelen te treffen. In de geactualiseerde risico32