Bijlage Water- en Rioleringsplan 2025-2028 bij RV Water- en Rioleringsplan Altena 2025-2028
Tekst van het document
25
100 millimeter geregistreerd. Dit is bijna het dubbele van de hoogste dagneerslagsommen van de afgelopen decennia. Door klimaatverandering neemt de kans op dergelijke extreme situaties toe. We accepteren hinder, beperken overlast en proberen schade te voorkomen. Voor bestaande knelpunten onderzoeken we met de modelberekeningen gericht naar wat er nodig is om panden te kunnen vrijwaren van wateroverlast bij genoemde buien. De bovengrondse verwerkingscapaciteit van nieuwe systemen toetsen we aan een bui van 70 mm in één uur. Hierbij mag geen ernstige hinder of schade aan gebouwen en infrastructuur optreden. Bij kleine ontwikkelingen mag worden volstaan met een praktische rekenmethode in plaats van een gedetailleerde berekening. Afhankelijk van de situatie vullen we dat in de praktijk per geval concreet in.
Te hoge grondwaterstanden kunnen leiden tot natte kruipruimten en optrekkend vocht in de woning. Dit kan gezondheidsschade tot gevolg hebben. De verantwoordelijkheid voor de staat van het(de) gebouw(en) en terrein ligt primair bij de eigenaar. De afgelopen jaren hebben we echter ook te maken gehad met langdurige perioden van droogte. Hierdoor kan schade ontstaan aan funderingen en gebouwen, aan groenvoorzieningen en mogelijk ook aan infrastructuur. Daarnaast zijn tijdens perioden van droogte aanvullende middelen nodig voor het bewateren van de beplanting. Ook neemt de kans op schade aan de natuur en het risico op waterkwaliteitsproblemen toe. Beperken van grondwateroverlast Doelmatige maatregelen in openbaar gebied voeren we alleen uit als er sprake is van structureel nadelige gevolgen en het geen taak van provincie of waterschap betreft. Maatregelen op particulier terrein en aansluiting op de hoofddrainage zijn altijd voor rekening van de perceeleigenaar. De termen structureel, nadelig en doelmatig hebben we als volgt gedefinieerd: ▪ ▪ ▪
Structureel: (potentiële) terugkerende overlast die gebruiksfuncties op langere termijn aantast of wel als nadelig gevolg regelmatig voorkomt. Nadelige gevolgen: gevaar voor gezondheid, economische schade of aantasting van normaal gebruik van de bovengrondse gebruiksfunctie van betreffende ruimte of terrein. Doelmatig: maatregelen moeten doelmatig zijn op basis van financiële consequenties, omvang en duur van de problemen. Maatregelen pakken wij zoveel mogelijk in samenspraak met alle betrokken partijen op en proberen wij zoveel mogelijk gelijktijdig met andere werkzaamheden te plannen (werk met werk maken).
Drainage leggen we alleen aan wanneer onderzoek aantoont dat dit een doelmatige maatregel is. In bestaand gebied combineren we de aanleg van drainage met andere ingrepen in de ondergrondse ruimte, zoals rioolvervanging.
26
Beperken van droogteschade Het groen in de kernen is gevoelig voor droogte. Zeker als droogte gepaard gaat met langdurige hitte. Dit geldt met name voor de kernen Werkendam, Almkerk, Sleeuwijk, Wijk en Aalburg en Woudrichem. Vijvers en andere wateren in bebouwd gebied kunnen ook vaker (gedeeltelijk) droogvallen met een slechtere waterkwaliteit tot gevolg. Dit geldt met name voor dorpen als Andel, Hank, Nieuwendijk, Sleeuwijk en Woudrichem, Veen en Wijk en Aalburg. Grondwaterstanden kunnen uitzakken als gevolg van droogte. Het risico van uitzakken van grondwaterstanden is dat funderingen kunnen droogvallen. Ook speelt de ondergrond van Altena een rol. Deze bestaat veelal uit klei en in de ondergrond veen, waardoor de bodem in de loop van de tijd langzaam zakt. In Altena staat in vrijwel alle gevallen het waterpeil in de zomer gemiddeld hoger dan in de winter en het voorjaar. In de winter worden de peilen lager gehouden om te zorgen dat de agrarische percelen in het voorjaar droog genoeg zijn om met machines te betreden. In de zomer staan de peilen hoger omdat er dan gewassen groeien en deze water nodig hebben. Deze wijze van peilbeheer in met name het landelijk gebied zorgt voor een versnelde inklinking van de kleigrond en oxidatie van het aanwezige veen/organische materiaal. Een natuurlijk(er) waterpeilbeheer is van belang voor de ecologie.
Bij het robuuster inrichten zijn naast de gemeente Altena meerdere partijen betrokken. Denk hierbij aan particuliere grondeigenaren, Waterschap Rivierenland, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant, de drinkwaterbedrijven, maar ook bijvoorbeeld natuurverenigingen, agrariërs en industrie. Als gemeente zijn we betrokken bij het ‘actualiseren’ van het grondwaterconvenant. Dit convenant wordt een combi van het grondwaterconvenant en het droogte advies. Vanuit de rioleringszorg proberen we het (hemel)water in hoger gelegen gebieden, waar mogelijk, zo min mogelijk af te voeren en zoveel mogelijk vast te houden. Op deze wijze dragen we bij aan het beperken van droogteschade. Meldingen en praktijkmetingen Als gemeente zijn we het eerste aanspreekpunt bij meldingen over grondwateroverlast of -onderlast. Bij meldingen beoordelen we de verantwoordelijkheid en de ernst en omvang door onder andere gebruik te maken van ons grondwatermeetnet en lokale gebiedskennis. Met het huidige grondwatermeetnet houden we een vinger aan de pols voor wat betreft de fluctuatie van het grondwaterpeil. De komende planperiode voeren we een grondige evaluatie uit van ons huidige grondwatermeetnet. We stellen vast in welke mate we kunnen voldoen aan de informatievereisten en welke aanpassingen aan het meetnet noodzakelijk zijn. Mogelijk leidt dit tot een uitbreiding van ons grondwatermeetnet.
Ook leggen we vast hoe we structureel de meetgegevens gaan beheren en analyseren.
27
Waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor voldoende, schoon oppervlaktewater. Als gemeente dragen we daaraan bij door goed rioleringsbeheer. Het rioolstelsel is voorzien van lozingspunten op het oppervlaktewater. Deze noemen we riool overstorten. Tijdens langdurige of zeer hevige neerslag treden de lozingspunten in werking om (afval)water op straat te voorkomen. Hierdoor komt er met hemelwater verdund afvalwater in het milieu terecht. Dit willen we zoveel als mogelijk voorkomen, vanuit volksgezondheid en ecologie. Beperken van de vuiluitworp In het verleden hebben we geïnvesteerd in het terugdringen van de vuiluitworp uit het rioolstelsel. Samen met de waterbeheerder houden we via praktijkmetingen en waarnemingen een vinger aan de pols en zorgen we op doelmatige wijze dat de effecten op het (water)milieu aanvaardbaar zijn. Maatregelen om structurele knelpunten op te lossen bepalen we op basis van een doelmatigheidsafweging. Samen met Waterschap Rivierenland wegen we af, of we dit het beste bron-, systeem- of effectgericht kunnen doen. Het afkoppelen van verhard oppervlak en het aanbrengen van hemelwaterberging (klimaatadaptatie) draagt positief bij aan het verder terugdringen van de vuilemissie. In het buitengebied zijn er veel initiatieven zoals minicampings, tiny houses en horeca die de capaciteit van de drukriolering kunnen beïnvloeden.
In het geval er geen riolering aanwezig is, dient een keuze te worden gemaakt hoe met het afvalwater (wel of niet van huishoudelijke aard) om te gaan. Het effect op de waterkwaliteit wegen we hierbij mee. Beheer en onderhoud Voor gezond en beleefbaar oppervlaktewater werken we doelmatig samen met de beheerders van het oppervlaktewater, de oevers en de openbare ruimte. Het beleid van het waterschap is vastgelegd in het regionaal waterbeheerplan. De watergangen die niet in de legger zijn opgenomen (anders dan Awatergangen) en die in openbaar gebied zijn gelegen (en daarmee dus niet in handen van particulieren zijn) vallen onder de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het gemeentelijk beleid is gericht op omvorming naar een meer ecologisch beheer van watergangen en oevers. Het Baggerbeheerplan Altena 2021 actualiseren we en breiden we uit. Ook koppelen we aan dit beheerplan een programmering en de daarvoor benodigde middelen. Bij het bestrijden/terugdringen van invasieve exoten zoals de grote waternavel en de Aziatische duizendknopen werken we nauw samen met de waterbeheerder. Deze kan dan zo kosteneffectief mogelijk materieel inzetten bij het ruimen van de exoten.
We beschermen via provinciale regelgeving het diepe grondwater en oppervlaktewater zodat het geschikt blijft voor toekomstige drinkwaterwinning. Hier dragen we gezamenlijk zorg voor met de drinkwaterbedrijven, Rijkswaterstaat, de provincie, Waterschap Rivierenland en onze buurgemeenten. Om ons drinkwatergebruik te verminderen, is het noodzakelijk dat we actie ondernemen om hergebruik van verschillende waterstromen te bevorderen (zoals hemelwater, douche- en badwater en toiletwater).
28
Een vitale bodem is, naast bodemvruchtbaarheid, belangrijk vanwege onder andere de draagfunctie, de sponswerking en biodiversiteit. Door goed bodembeheer wordt bodemdaling en daarmee mogelijke verzakkingen voorkomen of beperkt. Naast de sponswerking heeft een vitale bodem ook een infiltrerende en zuiverende functie voor afstromend (vervuild) hemelwater. In een vitale bodem leven allerlei schimmels, bacteriën en bodemdieren in symbiose met elkaar en de aanwezige vegetatie en vormen samen een gezond ecosysteem. Een niet met stenen verharde bodem biedt meer ruimte voor de infiltratie van neerslag en het behoud van water tijdens droge perioden. Door de bodem mee te nemen in de planning en bij ruimtelijke ontwikkelingen kunnen de nadelige effecten van eventuele bodembedekking worden beperkt. In de klimaatadaptatiestrategie stellen we dat we de sponswerking van de bodem benutten door water vast te houden, te bergen en vertraagd af te voeren, groen toe te voegen en de bodemstructuur te verbeteren. Vanuit water en riolering kunnen we hieraan bijdragen door waar mogelijk hemelwater in de bodem te infiltreren. Het waterschap kan hier mogelijk aan bijdragen door het huidige peilbeheer tegen het licht te houden.
Verder zullen ook ecosysteemdiensten zoals voedselproductie, biodiversiteitsverhoging, klimaatregulatie en het streven naar voldoende (schoon) grondwater positief bijdragen aan een vitale bodem.
In de door de gemeenteraad vastgestelde klimaatadaptatiestrategie hebben we opgenomen dat klimaatadaptief het nieuwe normaal wordt in onze gemeente. Zo zijn bijvoorbeeld onderstaande principes opgenomen: ▪
▪
▪
▪
We stellen binnen de gemeente Altena een integraal beleid op voor het klimaatbestendig ontwerpen en inrichten van de leefomgeving/openbare ruimte en nemen de uitgangspunten en inrichtingsprincipes op in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Bij werkzaamheden aan de openbare ruimte is klimaatadaptatie een vast thema. Waar mogelijk treffen we tijdens de werkzaamheden maatregelen waarmee we de klimaatbestendigheid van de openbare ruimte vergroten. Door bovengenoemde maatregelen zorgen we ervoor dat er minder verharding op de gemengde riolering is aangesloten en deze meer berging heeft, zodat we het aantal riooloverstortingsgebeurtenissen verder beperken en het zuiveringsrendement van de RWZI efficiënter wordt. We sturen, in samenwerking met de waterbeheerder, slim met peilen en waterstromen en zoeken naar mogelijkheden om water langer vast te houden in de hogere delen (bijvoorbeeld rond Aalburg). We willen zo min mogelijk gebiedsvreemd water zoals bijvoorbeeld water uit de Maas of Merwede inlaten.
29
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen Een klimaatbestendige(re) omgeving kunnen we alleen samen met inwoners, ondernemers en woningcorporaties bereiken. Bij (her)ontwikkeling kunnen we hierin verder gaan dan in bestaand gebied. Bij alle ruimtelijke plannen is het uitgangspunt waterneutraal (én overstromingsbestendig) en in wateroverlastgevoelige gebieden streven we naar een verbeterde waterrobuustheid. We gaan, samen met het waterschap, door met het ontwikkelen van te stellen normen voor waterrobuustheid.
Er bestaat niet echt een definitie voor klimaatbestendig en waterrobuust. Het zijn doelen die werkenderwijs scherper en concreter moeten worden. De invulling verschilt per situatie en per locatie. Risico’s verschillen en kunnen verschillend worden ervaren. Bewustwording van de effecten van klimaatverandering en de risico’s is een belangrijk begin om Altena klimaatbestendig te maken. Dat is een complexe opgave, die een nauwe samenwerking vraagt tussen overheden, inwoners, bedrijven, agrariërs en terreinbeheerders. Een integrale benadering is nodig, want waar mogelijk sluit de aanpak aan bij andere transities in stedelijk en landelijk gebied, zoals bijvoorbeeld de ontwikkelingen in de landbouw en de energietransitie. Aan het waterrobuust maken van Altena werken we al langer, vooral sinds ons gebied een aantal jaren geleden werd getroffen door zeer heftige buien. Wateroverlast kunnen we echter nooit helemaal voorkomen, maar we proberen het wel zoveel mogelijk te beperken. Ook dat doen gemeente en waterschap samen met alle betrokkenen. Voor ons betekent klimaatbestendig en waterrobuust zo goed mogelijk voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. We accepteren hinder, beperken overlast en proberen schade te voorkomen. Klimaatbestendig zijn, wil dus niet zeggen dat er nooit overlast of schade op kan treden.
Bron: Klimaatadaptatiestrategie Altena Bij ontwikkelplannen denken we als gemeente mee over een klimaatbestendige inrichting en brengen onze kennis in met betrekking tot kwetsbare wateroverlastlocaties, wateropvang bij hevige regenval en wateropslag om langdurig droge perioden beter te kunnen overbruggen. Daarbij hanteren we een bredere blik dan alleen het plangebied. Wanneer hier mogelijkheden voor zijn bij nieuwbouwprojecten kijken we ook naar mogelijkheden om knelpunten in het omringende gebied op te lossen. Voor de verwerking van hemelwater hanteren we de voorkeursvolgorde zoals beschreven in de paragraaf ‘hemelwater’. Waterberging Waterschap Rivierenland schrijft via de keur het aanbrengen van hemelwaterberging voor bij nieuwe lozingen vanaf verhard oppervlak en lozingen van afgekoppeld bestaand verhard oppervlak (artikel 5.16). Deze eis geldt niet als de toename van het verhard oppervlak van de ontwikkeling kleiner is dan 500 m² binnen de bebouwde kom of 1.500 m² buiten de bebouwde kom en er nog geen gebruik is gemaakt van de eenmalige vrijstelling. De hemelwaterberging dient te worden gecreëerd op eigen terrein en/of in het oppervlaktewater en/of in wadi’s. Voor berekening van de benodigde waterberging voor ruimtelijke ontwikkelingen is in principe de bui T=10+10% maatgevend. Daarbij geldt als vuistregel dat er 436 m3
30
waterberging nodig is per hectare verharding. Deze vuistregel geldt alleen bij waterberging in open water. Voor watercompensatie in kunstmatige voorzieningen, zoals bijvoorbeeld wadi’s of kratten, geldt als vuistregel dat er 664 m3 waterberging nodig is per hectare verharding. Voor het dimensioneren van het (hemel)watersysteem bij nieuwbouw (zoals uitbreidingswijken) hanteren wij als gemeente een soortgelijke hemelwaterbergingseis als het waterschap, met dien verstande dat we geen ondergrens stellen en ambitieuzer zijn. De gemeentelijke hemelwaterbergingseisen zijn vastgelegd in de beleidsvisie riolering en water Altena. We hanteren een bepaald percentage ten opzichte van de perceelgrootte. 80% voor percelen tot 250 m² en 65% voor percelen tot 600 m². Zijn de percelen groter dan 600 m2, dan hanteren wij het werkelijk verhard oppervlak met een minimum van 400 m2. Voor bedrijventerreinen hanteren wij een verhard oppervlak van 100% van het perceeloppervlak. Zie tabel 5. Tabel 5: Hemelwaterbergingseis volgens gemeentelijk hemelwaterbeleid.
Totale perceelgrootte
Hemelwaterbergingseis lozing in kunstmatige voorziening per m2
Hemelwaterbergingseis berging in oppervlaktewater per m2
Verhard oppervlak = Perceelgrootte x percentage
<250 m2
66,4 mm
43,6 mm
80%
250 – 600 m2
66,4 mm
43,6 mm
65%
>600 m2
66,4 mm
43,6 mm
100% met een minimum van 400 m2
Bedrijventerrein
66,4 mm
43,6 mm
100%
De gemeentelijke eisen verschillen van de uitgangspunten van het waterschap, wat tot verwarring kan leiden. Het waterschap gaat de waterbergingsnorm tegen het licht houden. Vooralsnog handhaven we onze huidige regels (zie tabel 5) en volgen we dit proces en blijven in overleg. De gemeentelijke regels dienen vervolgens juridisch verankerd te worden in het Omgevingsplan. Het realiseren van de bergingsopgave gebeurt bij voorkeur in openbaar gebied en op plangebied-niveau. Hiermee bestaat de mogelijkheid om robuuste en goed beheerbare waterbergingsvoorzieningen te creëren. Om eigenaren, die niet in staat zijn op eigen terrein te voldoen aan de waterbergingseisen tegemoet te komen, hebben we al gewerkt met een Waterbergingsbank (afkopen verplichting). Via deze financiële constructie kunnen we dan doelmatige bergingsmaatregelen treffen op díe locaties waar dit het meest effectief is en waar we meerwaarde kunnen creëren. Het breder toepassen van deze financiële constructie gaan we de komende planperiode verkennen. Hemelwaterberging realiseren we bij voorkeur bovengronds, in open water of in het groen. Pas wanneer dit aantoonbaar niet mogelijk is, kan gekozen worden voor ondergrondse voorzieningen. Bij bovengrondse voorzieningen is namelijk het functioneren inzichtelijker, beter te onderhouden en het draagt bij aan een groene, klimaatrobuuste leefomgeving.
Het zichtbaar maken van water draagt daarnaast bij aan de bewustwording van onze inwoners en bedrijven.
31
Bestaand gebied In het kader van dit WRP gaan we aan de slag met een verdiepend inzicht in de klimaatbestendigheid van onze gemeente. We willen per dorpskern klimaatadaptatie meetbaar en praktisch maken. Bijvoorbeeld met een klimaatlabel en bijbehorend inzicht in de consequenties van een label. De komende planperiode beginnen we met een onderzoeksfase. Om op een doelmatige wijze invulling te kunnen geven aan dergelijke principes hebben we namelijk eerst een betrouwbaar inzicht nodig in het functioneren van de rioolstelsels en het oppervlaktewatersysteem in Altena. Om deze reden investeren we eerst in betrouwbare modelberekeningen en het uitvoeren van praktijkmetingen (opstellen SSW) en benutten de komende planperiode om de klimaatadaptatiestrategie concreet uit te werken tot ambitieniveaus die aan het gemeentebestuur kunnen worden voorgelegd. In het Jaarplan Openbare Ruimte verwerken we klimaatadaptieve maatregelen uit de uitvoeringsagenda klimaatadaptatie waarvan we op dit moment zeker weten dat ze doelmatig zijn. Het streven is om met het te verkrijgen inzicht een concrete uitvoeringsagenda per kern te maken met te nemen klimaatadaptatiemaatregelen in de openbare ruimte. Waterstructuurkaart Gemeente Altena staat voor de uitdaging om een balans te vinden tussen woningbouw, uitbreiding van bedrijventerreinen, landbouw en landschapsherstel en behoud en ontwikkeling van natuur.
Water en bodem zijn hierbij sturend. De Rijksoverheid roept middels de kamerbrief ’water en bodem sturend’ op om in plaats van ons land en water aan te passen aan onze wensen, onszelf zoveel mogelijk aan te passen aan de grenzen van water en bodem. Dit is een landelijke transitie in ruimtelijke ontwikkeling. In het SSW gaan we een waterstructuurkaart opstellen. Hierin trekken we samen op met het waterschap. We weten na het opstellen van deze plannen waar we wel of niet hemelwater lokaal kunnen verwerken en waar transportaders nodig zijn om het overtollige water uit het gebied te brengen naar wateropvang/waterconserveringsgebieden. Waar mogelijk houden we rekening met droogte door water vast te houden in droogtegevoelige gebieden. In lijn met de opstelling van groenbeleid onderzoeken we of we slimme combinaties kunnen maken tussen water- en groenstructuren.
32
Onderdeel van onze ambitie is het beheer en onderhoud van water en riolering meer planmatig in te richten en de benodigde gegevens en informatie hiervoor te verzamelen en te uniformeren. Communicatie, innovatie en samenwerken horen daar ook bij. Beheerstrategie In de openbare ruimte werken we voor riolering volgens het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte (2023-2026). Projecten pakken we integraal op in het Jaarplan Openbare Ruimte (JOR). De vele kilometers aan riolering en watergangen in Altena willen we meer planmatig gaan beheren. We houden via inspecties en metingen een vinger aan de pols met betrekking tot de toestand en het functioneren, anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, werken doelmatig samen met onze waterpartners en groeien toe naar een planmatig beheer van alle water- en rioleringsobjecten. Eén van de uitgangspunten hierbij is dat we in deze planperiode de frequentie waarmee we op dit moment onze rioolassets reinigen en inspecteren, voortzetten. Deze frequenties zijn opgenomen in hoofdstuk 2. De levensduur van de riolering willen we zover mogelijk oprekken om kosten te besparen en mee te kunnen koppelen met andere ingrepen in de openbare ruimte. Voor een zo doelmatig mogelijke werking van het rioolstelsel werken we samen met onze partners in de waterketen. Stedelijk waterbeheer is namelijk een gezamenlijke opgave.
We stemmen onze beheer- en onderhoudstaken af met het beheer van (ecologisch) groen (bijvoorbeeld wadi’s). We willen actiever communiceren over een duurzame omgang met en ecologisch beheer van ons water en een goed gebruik van de riolering. Voor het actueel houden van onze data gaan we een protocol opstellen. Concreet betekent dit dat we eisen aan revisie stellen met betrekking tot de benodigde gegevens en deze consequent in beheerapplicaties verwerken. Riolering Om een goed functioneren van het rioolstelsel te waarborgen voeren we beheer- en onderhoudsmaatregelen uit. Beheer en onderhoud volgt nog onvoldoende een vaste frequentie (cyclisch), maar vindt gedifferentieerd plaats op basis van een maatschappelijke en economische waarde. Hierdoor kunnen we de personele en financiële middelen efficiënter inzetten. Op termijn willen wij over naar een meer risicogestuurde afweging voor het wel of niet treffen van maatregelen. We onderscheiden vier typen beheer- en onderhoudsmaatregelen voor riolering: 1. Vervanging/relining Vervangingsmaatregelen, zoals vervangen van het bestaande rioolstelsel. Dit combineren we met verbetermaatregelen zoals afkoppelen van verhard oppervlak om ‘werk-met-werk’ te maken en eventuele hinder tot een minimum te beperken. Om kosten te besparen en overlast voor bewoners en bedrijven te beperken, passen we ook relining toe.
Bij relining wordt de bestaande rioolbuis van binnenuit verstevigd door middel van een zogenoemde kous of schaaldelen wat de levensduur verlengt.
33
2. Groot onderhoud/renovaties Onder groot onderhoud verstaan we preventieve maatregelen die levensduur verlengend zijn. Het zijn maatregelen om het rioolstelsel in goede staat te houden of te brengen en de kans op schade te beperken. Waar doelmatig differentiëren we het groot onderhoud op basis van risico’s, meldingen, waarnemingen, metingen en/of omgevingsfactoren. 3. Klein onderhoud Onder klein onderhoud verstaan we reguliere onderhoudsactiviteiten met een kort-cyclisch karakter, zoals reinigen en repareren van kolken, gemalen en riolen. De onderhoudsmaatregelen zijn erop gericht om het systeem te laten functioneren volgens een afgesproken serviceniveau. 4. Correctief onderhoud Soms is onvoorzien onderhoud nodig, bijvoorbeeld bij een calamiteit. De kans hierop proberen we zoveel als mogelijk te beperken door een gedegen uitvoering van het beheer en onderhoud. Waar mogelijk en doelmatig stemmen we onder- en bovengrondse maatregelen in de openbare ruimte integraal op elkaar af (integrale afstemming met weg- en groenbeheer en ruimtelijke ordening). Gebieden met structurele knelpunten geven we een hoge prioriteit. In minder urgente gebieden rekken we in de tijd om mee te kunnen liften met andere werkzaamheden in de openbare ruimte. Waterlopen en hemelwatervoorzieningen De komende planperiode gaan we verder met het in beeld brengen van het watersysteem.
We meten onder andere de dikte van de sliblaag in (in het kader van het baggerbeheerplan), brengen de toestand van de beschoeiingen in beeld en gaan de duikers, uitstroomvoorzieningen en rioleringsobjecten verder inmeten. Nadat we de voorzieningen in beeld hebben gebracht, stellen we een beheer- en onderhoudsplan waterlopen op. Waar mogelijk schakelen we om naar meer ecologisch beheer. In onze gemeente zijn al tientallen groene bergingen aanwezig voor de opvang en infiltratie van hemelwater. Het beheer en onderhoud hebben we de afgelopen jaren omgevormd, zodat ook in de toekomst het functioneren en de inrichting van de groene berging behouden blijft en deze meer bijdraagt aan de biodiversiteit en de leefbaarheid. Voor het beheer en onderhoud hebben we een plan opgesteld met daarin oog voor veiligheid, tijdige lediging en ecologie. Waar nodig passen we grondverbetering toe en verbeteren we de ontwatering. Het beheer en onderhoud van hemelwatervoorzieningen zoals wadi’s is opgenomen in een apart bestek. Een overzicht van de aanwezige voorzieningen is opgenomen in de notitie groene bergingen van 2020. Gegevensbeheer De beheerapplicaties van de verschillende disciplines moeten goed toegankelijk en gebruiksvriendelijk zijn, zodat dit bijdraagt aan onze integrale werkwijze. De beheergegevens moeten actueel, betrouwbaar, compleet, nauwkeurig, consistent en toegankelijk zijn.
Ook de gegevens van ons watersysteem gaan we structureel beheren. Hierbij sluiten we zo veel als mogelijk aan bij landelijke (open) gegevensstandaarden zoals het Gegevenswoordenboek Stedelijk Water (GWSW). We investeren verder in een meldingssysteem. Meldingen worden immers steeds belangijker om gericht en kostenefficiënt te kunnen ingrijpen.
34
Innovatie Het benutten van warmte uit afvalwater (riothermie) of oppervlaktewater (aquathermie), het terugwinnen van grondstoffen uit afvalwater en andere soortgelijke innovaties beschouwen we als een interessante ontwikkeling. Vanuit het WRP hebben dergelijke innovaties geen prioriteit. Waar nodig en mogelijk brengen wij onze (gebieds)kennis in bij initiatieven van anderen. Communicatie en stimulering Al langere tijd informeren, stimuleren en zorgen we voor actie bij onze inwoners en bedrijven. Onder andere door het verspreiden van informatie via: Spraakwater op scholen, het promoten van de subsidieregeling van het waterschap, meedoen met het NK-tegelwippen en afkoppelen van verhard oppervlak. Hiermee gaan we door. Ook brengen we het meer ecologisch ingerichte beheer van het oppervlaktewater onder de aandacht. In onze communicatie richting inwoners en ondernemers richten we ons met name op hetgeen particulieren van de overheid mogen verwachten en andersom. Wij verwachten namelijk van onze inwoners en ondernemers dat ze begrip en vertrouwen in ons hebben en de eigen verantwoordelijkheden nakomen. Ook verwachten we dat ze overlast melden en meedenken en –doen in het oplossen van problemen. We gaan ervan uit dat ze nieuwe of veranderende rioolaansluitingen aanvragen bij de gemeente.
Onze communicatie draait ook om de klimaatrisico’s en de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het klimaat. Waar nodig richten wij ons op educatie en sluiten hierbij aan op regionale en/of landelijke initiatieven zoals de ‘Week van ons Water’ of campagnes van Stichting Rioned. Samenwerken Op het gebied van het water(keten)beheer blijven we de samenwerking met het waterschap opzoeken, met behoud van ieders eigen verantwoordelijkheid. Wij blijven structureel in overleg en stemmen de werkzaamheden af. Ook blijven we zitting nemen in diverse samenwerkingsverbanden en werken we samen met de provincie op het gebied van grondwater.
35
Samenvatting hoofdstuk Strategie Maatregelen: ▪ Inzichtelijk maken staat van het watersysteem voor beheer, inclusief inmeten objecten ▪ Opstellen Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW), inclusief een overkoepelend afkoppelplan ▪ Afkoppelen afvoerend verhard oppervlak (in het kader van Jaarplan Openbare Ruimte) ▪ Opstellen wijkgerichte waterstructuurplannen ▪ Herinrichten meetnet en exploiteren ▪ Communicatie en stimuleringsacties klimaatadaptatie ▪ Opstellen beheer- en onderhoudsplan waterlopen ▪ Opstellen bestek hemelwatervoorzieningen ▪ Actualiseren Besluit perceelaansluitingen en Verordening Hemelwater ▪ Opstellen protocol actueel houden data Procesafspraken: ▪ Afstemmen afvalwaterbeleidsregels met Waterschap Rivierenland ▪ Afstemmen hemelwaterbeleidsregels met Waterschap Rivierenland ▪ Vanuit dagelijks beheer bijdragen aan een strategie voor een vitale bodem
36
In het uitvoeringsprogramma geven we aan welke activiteiten en/of maatregelen we als gemeente Altena al dan niet samen met onze waterpartners nemen om invulling te geven aan de strategie in dit WRP. De algemene tendens voor deze planperiode is dat we onze assets op een goede manier beheren zodat de potentiële technische levensduur optimaal wordt benut. We plannen onze vervangingsmaatregelen realistisch in en vervangen alleen wat echt noodzakelijk en toekomstbestendig is. Tot slot investeren we in kennis, waarmee we voor de lange termijn strategische keuzes kunnen Afbeelding 11: met baggeren houden we de afvoercapaciteit en maken. Zo bereiden we ons voor op de waterkwaliteit op peil. toekomst en voorkomen we dat we keuzes maken die voor de lange termijn niet doelmatig zijn en mogelijk leiden tot desinvesteringen. Het uitvoeringsprogramma koppelt de beoogde maatregelen aan een planning en budget. In de planperiode werken we ook de procesafspraken verder uit. Omdat maatregelen kunnen bijdragen aan meerdere opgaven hebben we deze gegroepeerd per type: beheer en onderhoud, vervangings- en verbeteringsmaatregelen en planvorming en onderzoek. Afbeelding 12 geeft de verhouding tussen de geraamde uitgaven voor de gegroepeerde opgaven weer.
Afbeelding 12: Begroot budget per onderdeel voor deze planperiode.
37
De activiteiten die we volgens onze beheerstrategie uitvoeren zijn weergegeven in Tabel 6. De beheer- en onderhoudskosten maken een significant deel uit van de totale exploitatie van onze gemeente. De beheeren onderhoudswerkzaamheden die we als gemeente uitvoeren, zijn zeer divers. Naast het reinigen, inspecteren en onderhouden van onze vrijverval en mechanische riolering, beheren we een groot areaal aan watergangen en waterpartijen. Deze wateren worden door de gemeente gemaaid en gebaggerd wanneer dit vanuit regelgeving van het waterschap (de waterschapsverordening) vereist is of noodzakelijk is voor de berging en af- en aanvoer van water vanuit gemeentelijk belang. Een ander onderdeel van de beheer- en onderhoudskosten zijn kosten voor elektriciteit om onze rioolgemalen te laten functioneren en facilitaire kosten zoals bijvoorbeeld hostingkosten om onze beheersystemen te laten werken. Aanvullend op onze vaste formatie, wordt er de komende planperiode, net als voorheen, specialistische kennis ingehuurd om uitvoering te kunnen geven aan onze taken. Tabel 6: Onderhoudsmaatregelen (bedragen op vast prijspeil 2024, exclusief indexatie).
Activiteit Onderhoud riolering algemeen * Reinigen en inspecteren vrijverval riolering (25-30 km/jaar) Reinigen en onderhoud mechanisch (conform beheerstrategie) Reinigen kolken en goten (2x/jaar) Rioolaansluitingen** Onkruidbestrijding (bijdrage vegen goten) Onderhoud Watergangen *** Onderhoud Watergangen – stortkosten Gas en Elektra Facilitaire kosten Inhuur derden Doorbelastingen Totaal
2025 € 532.000 € 150.000
2026 € 532.000 € 150.000
2027 € 532.000 € 150.000
2028 € 532.000 € 150.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 500.000
€ 126.000 € 50.000 € 52.000 € 690.000 € 100.000 € 213.000 € 106.000 € 210.000 € 22.000 € 2,75 miljoen
€ 126.000 € 50.000 € 52.000 € 690.000 € 100.000 € 213.000 € 106.000 € 210.000 € 22.000 € 2,75 miljoen
€ 126.000 € 126.000 € 50.000 € 50.000 € 52.000 € 52.000 € 690.000 € 690.000 € 100.000 € 100.000 € 213.000 € 213.000 € 106.000 € 106.000 € 140.000 € 140.000 € 22.000 € 22.000 € 2,68 miljoen € 2,68 miljoen
* incl. herstel foutaansluitingen en beheer/onderhoud meetnet ** Deze kosten worden doorbelast aan de aanvrager van de huisaansluiting. *** incl. watergangen, beschoeiing en damwanden, baggeren, renovatie/optimalisatie watersysteem, fonteinen
38
Voor het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het rioolstelsel en oppervlaktewatersysteem zijn maatregelen nodig in de vorm van rioolvervanging, renovatie of verbeteringen. Gezien de aanlegpiek van riolering in de jaren ’70 en de technische levensduur van 60 jaar, staan we, op basis van de theorie, aan de vooravond van een vervangingspiek. Voor de komende planperiode hebben we kritisch gekeken naar de theoretische vervangingsopgave. Hierbij is op basis van rioolinspecties, praktijk- en gebiedskennis bepaald welke vervangingen de komende planperiode noodzakelijk zijn en waarvan we weten dat ze toekomstbestendig zijn. We vervangen geen riolering wanneer dit niet nodig is, zo voorkomen we kapitaalvernietiging. Naast de benodigde financiële middelen is er ook rekening gehouden met de personele capaciteit om zo de vervangingsopgave uitvoerbaar te houden. Op basis van de voorgaande analyse en onze ervaring van de afgelopen jaren, is de verwachte vervangingsopgave voor deze planperiode ingeschat. Afbeelding 13 geeft de theoretische en verwachte vervangingsopgave weer.
Afbeelding 13: Theoretische versus verwachte vervangingsopgave riolering.
Op basis van inspecties, een doelmatigheidsafweging en het zoveel mogelijk integraal werken in de openbare ruimte bepalen we jaarlijks de definitieve vervangingsopgave. De vervangingsopgave wordt op integrale wijze uitgevoerd door deze op te nemen in het Jaarplan Openbare Ruimte (JOR). We gaan het vervangingsritme geleidelijk verhogen. Dit betekent dat we meer rioolleidingen per jaar gaan vervangen. In de eerste twee jaar vervangen we circa 2,5 kilometer vrijverval riool per jaar en wordt er circa 3 kilometer nieuw riool aangelegd op locaties waar gemengd riool wordt vervangen door een gescheiden stelsel. In 2027 en 2028 zijn dit respectievelijk 3,5 en 5 kilometer. In 2025 en 2026 is hiervoor een totaal vervangingsbudget van € 5,1 miljoen voor nodig. Dit volume groeit naar € 6,1 miljoen in 2027 en 2028.
39
In 2025 en 2026 hebben we € 0,5 miljoen nodig voor de vervanging van de renovatie van gemalen, pompunits en de vervanging van elektromechanische delen van gemalen. Deze vervangingen komen voort uit inspecties en de daaruit volgende risicoanalyses en zijn nodig om de kans op falen te minimaliseren en de gewenste transportcapaciteit te kunnen waarborgen. Naast de reguliere vervangings- en verbeteringsmaatregelen maken we de komende jaren een noodzakelijke inhaalslag. Concreet betekent dit dat we per jaar 15 minigemalen, 3 hoofdgemalen en 20 besturingen van hoofdgemalen gaan vervangen. Van 2025 tot en met 2027 investeren we in het opstellen van het SSW. De toelichting hiervoor is opgenomen in het onderdeel ‘planvorming en onderzoek’. Ook investeren we in 2025 en 2026 in de aanleg van sensoren voor het meten en monitoren van de riolering en het grondwater. Hiermee valideren we het rekenmodel en krijgen we inzicht in het functioneren van onze systemen (zie Tabel 7). Tabel 7: Investeringsuitgaven vervanging/verbetering (bedragen op vast prijspeil 2024, exclusief indexatie).
Activiteit Aanvullend: vervanging pompen en gemalen (mechanisch) Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) Sensoren riolering en grondwater Vervanging Totaal
2025 € 500.000
2026 € 500.000
€ 330.000
€ 325.000
€ 235.000 € 5.100.000 € 6,2 miljoen
€ 225.000 € 5.100.000 € 6,2 miljoen
2027
2028
€ 6.100.000 € 6,1 miljoen
€ 6.100.000 € 6,1 miljoen
investeringen worden afgeschreven conform vastgestelde nota waarderen en afschrijven.
Plannen zijn onmisbare elementen in een doelmatig beheer van ons riool- en watersysteem. Deze planperiode benutten we om ons werk verder planmatig in te richten. Hiervoor stellen we verschillende onderhouds-, inspectie-, en beheerplannen op. Door het opstellen van deze plannen krijgen we meer grip op de inspanningen die we moeten verrichten en de bijbehorende financiële consequenties. Niet alleen voor nu, maar ook voor later. Om deze plannen op een goede manier op te kunnen bouwen, moeten er buiten gegevens worden verzameld in de vorm van metingen in ons riool- en watersysteem. De verordeningen die de riolering raken, zijn gedateerd. Deze worden in deze planperiode geactualiseerd. Ook wordt er een hemelwaterverordening opgesteld waarin we de regels omtrent hemelwater juridisch verankeren. Voor de komende planperiode staan de geplande activiteiten voor planvorming en onderzoek met bijbehorende kosten weergegeven in tabel 8. De genoemde activiteiten vragen om een investering op de korte termijn. De kennis die we hiermee verkrijgen is langjarig bruikbaar en helpt ons om doelmatig en op maatschappelijk verantwoorde wijze te investeren in onze systemen.
40
Tabel 8: Planvorming en onderzoek in de planperiode van dit WRP ((bedragen op vast prijspeil 2024, exclusief indexatie).
Activiteit Opstellen hemelwaterverordening Raamovereenkomst en bestek maaien watergangen Data-analyse riolering t.b.v. veldwerk* Opstellen uitvoeringsbeleid watergangen (onderhoud oevers, beschoeiingen, duikers etc.) Veldwerk meten gegevens riolering* Veldwerk meten gegevens watergangen* Verwerken gegevens riolering en water in GeoVisia* Updaten verordening riolering en beleid perceelaansluitingen Opstellen inspectie- en onderhoudsplan watersysteem-gerelateerde kunstwerken Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSWmodelberekeningen)* Updaten baggerbeheerplan Updaten onderhoudsplan drainage Updaten inspectieplan vrijverval riolering Nul-meting (Inspectie) beschoeiingen Updaten WRP
2025 € 40.000 € 40.000
2026
2027
2028
€ 35.000 € 30.000 € 50.000 € 125.000 € 10.000
€ 100.000 € 10.000 € 40.000 € 25.000 € 175.000
€ 160.000 € 25.000 € 20.000 € 30.000 € 50.000
€ 50.000 € 50.000
*deze activiteit draagt bij aan het bepalen van toekomstige maatregelen en is als vervangings-/verbeteringsinvestering opgenomen.
Activiteiten zoals het opstellen van reguliere plannen, het uitvoeren onderzoeken en inspecties en raamovereenkomsten voeren we periodiek uit. Deze kosten keren (gedeeltelijk) terug in volgende planperiodes van het WRP.
41
Met het beheer en onderhoud van het rioolstelsel en het oppervlaktewatersysteem zijn flinke bedragen gemoeid. Voor het adequaat beheren hiervan zijn bekwame mensen, inzicht in toestand en functioneren van de systemen en voldoende financiële middelen vereist. In de aankomende planperiode hebben we hier gemiddeld € 8 miljoen per jaar aan opbrengsten voor nodig. Geld dat inwoners en ondernemers via de riool- en waterzorgheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde Afbeelding 14: gemiddeld hebben we € 8 miljoen per jaar aan personele en financiële middelen om opbrengsten nodig. invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer in gemeente Altena.
In Altena werken we met een vaste formatie en een flexibele inzet voor bijvoorbeeld specialistische inhuur, om zo efficiënt mogelijk om te kunnen gaan met de beschikbare middelen. Deze aanpak maakt dat we kunnen meebewegen met ontwikkelingen. Met de huidige formatie, het invullen van de twee bestaande vacatures en met gebruikmaking van inhuur zijn we in staat om de voorziene opgave de komende planperiode in te vullen.
42
Uitgangspunten Om tot een kostendekkend tarief te komen, hebben we financiële doorrekeningen gemaakt van de rioolheffing over de gemiddelde levensduur van de riolering. Hierbij hebben we de volgende uitgangspunten gehanteerd: Rioolheffing ▪ De rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid bedraagt in 2024 €239,80. Dit betreft het eigenarentarief voor woningen plus het gebruikerstarief voor woningen met een verbruik t/m 999 m3. ▪ In 2025 t/m 2028 wordt jaarlijks € 123.000 aan rioolheffing kwijtgescholden (vanaf 2029 jaarlijks 1,34% van de heffingsinkomsten). ▪ De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen. ▪ Reserveren voor tariefegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(en) – is toegestaan. Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan. ▪ De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het gemeentelijk rioolstelsel (incl. grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de verbrede watertaken. Heffingseenheden ▪ Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2024 25.436. Dit equivalente aantal volgt uit het delen van de totale inkomsten door het gekozen basistarief (zie hierboven).
▪ Dit aantal stijgt vanaf 2025 met 1.500 eenheden (250 per jaar) tot 26.936 eenheden in 2031, daarna blijft het aantal heffingseenheden gelijk. Voor de prognose van de toename in heffingseenheden wordt de woningbouwmonitor gehanteerd. BTW ▪ Jaarlijks belasten we 21% BTW door aan de rioolheffing op basis van exploitatiekosten en investeringen. In 2025 t/m 2028 hanteren we voor de BTW over investeringen een vast bedrag. Rente en inflatie ▪ De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 0,75%. Deze rente wordt voor het eerst doorbelast aan het einde van het jaar waarin de investering plaatsvindt. ▪ We rekenen geen rente toe op positieve saldi van reserves of voorzieningen. ▪ Aanname in de kostendekkingsberekening is dat er 2% indexatie plaatsvindt per jaar van de uitgaven, saldo’s op voorzieningen en de boekwaarde (als gevolg van inflatie). Bij de aanpassing van de begroting wordt de werkelijke inflatie gebruikt. De rekenresultaten in dit rapport zijn gepresenteerd op vast
43
prijspeil, exclusief indexatie. Als gevolg van inflatie dient de rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd. Investeringen ▪ Voor de investeringen op korte termijn (2024 t/m 2028) hanteren we de projectenplanningen (JOR). ▪ De lange termijn vervangingsinvesteringen (vanaf 2029) zijn bepaald op basis van de aanlegjaren in het beheersysteem en de volgende technische levensduren: - Elektrische delen van gemalen en drukriolering: 15 jaar - Mechanische delen van gemalen en drukriolering: 30 jaar - Drainage: 50 jaar - Vrijvervalriolering en bouwkundige delen van gemalen en drukriolering: 60 jaar ▪ De investeringen voor gemalen en drukriolering zijn bepaald op basis van eigen kostenkengetallen van de gemeente. De investeringen voor vrijvervalriolering en drainage zijn bepaald op basis van de kostenkengetallen van de Kennisbank Stedelijk Water van Stichting RIONED. De kostenkengetallen van de Kennisbank (2021) zijn met 8,94% per jaar geïndexeerd om ze op prijspeil 2024 te brengen ▪ We activeren alle investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen: - Vrijvervalriolering, persleidingen en bouwkundige delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen: 50 jaar - Elektromechanische delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen: 15 jaar. De afschrijving vindt annuïtair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.
Voorzieningen ▪ Het saldo van egalisatievoorziening (BBV 44.2) bedroeg per 1 januari 2024: € 3.240.895 ▪ Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn. ▪ Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot. Toerekening van kosten ▪ De gemeente zet in op een klimaatbestendig Altena en neemt daartoe klimaatadaptatie maatregelen. Veel van deze maatregelen hebben een relatie met de waterhuishouding. De gemeente draagt daarom vanuit de rioolheffing (binnen de kaders van het BBV) bij aan klimaatadaptatie, als dit functioneel bijdraagt aan het waterrobuust en klimaatbestendig maken van het stedelijk watersysteem. De hoogte van de financiële bijdrage wordt per project bepaald naar rato van het positieve effect.
44
Inkomsten De wettelijke waterzorgplichten en ambities bekostigen we uit de rioolheffing. De heffingsgrondslag in de gemeente Altena bestaat uit een vast bedrag voor het eigenarendeel (met onderscheid tussen woningen en niet-woningen) en een bedrag naar categorieën waterverbruik voor het gebruikersdeel (met onderscheid tussen woningen en niet-woningen). Uitgaven We onderscheiden in het overzicht van uitgaven de exploitatiekosten en de investeringsuitgaven: ▪
▪
Exploitatiekosten zijn de directe kosten voor activiteiten zoals beheer, planvorming, onderzoek, en facilitaire zaken. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De onderhoudsactiviteiten betreffen een groot aandeel van de exploitatiekosten. Ook loonkosten en overhead zijn onderdeel van de exploitatiekosten. Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeteringsinvesteringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die daaruit voortkomen (kapitaallasten) bestaan uit rente en afschrijvingen. Kapitaallasten van investeringen uit het verleden, waarvan de afschrijvingstermijn nog niet is verstreken, vallen hier ook onder.
De uitgangspunten, voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het uitgavenpatroon in afbeelding 15. De uitvoering van (verbeter)maatregelen hangt sterk samen met de planning en afstemming met andere boven- en ondergrondse werkzaamheden, de bedrijfsvoering van de gemeentelijke organisatie en de daaraan gekoppelde ambities. Dit zal uiteindelijk van invloed zijn op het werkelijke uitgavenpatroon.
45
Afbeelding 15: Verwacht uitgavenpatroon in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie).
Kostendekking In de aankomende planperiode (met financiële doorkijk t/m 2083) activeren we al onze investeringen. De geactiveerde investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (renteen afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Bovendien leiden de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Het gecombineerde boekwaardeverloop is weergegeven in afbeelding 16.
Afbeelding 16: Boekwaarden (rest)investeringen voor 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie).
46
Het uitgavenpatroon in combinatie met het boekwaardeverloop leidt tot het lastenpatroon zoals weergegeven in afbeelding 17. Hierin zijn ook de benodigde totale inkomsten weergegeven.
Afbeelding 17: Lastenpatroon en inkomsten voor 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie).
De benodigde totale inkomsten zijn vertaald naar de benodigde rioolheffing per eenheid in afbeelding 18. De omrekening van totale inkomsten naar heffing per eenheid betreft het basistarief zoals toegelicht in paragraaf 2.2.1. De exacte tarieven per heffingscategorie (en daarmee het onderscheid tussen woningen en niet-woningen zoals bedrijven) volgt in de verordening rioolheffing van de gemeente.
Afbeelding 18: Verwacht heffingsverloop in de periode 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie).
47
Tabel 9 geeft de heffingsontwikkeling (exclusief indexatie) uit de planperiode van dit WRP weer. Tabel 9: Verwacht heffingsverloop voor de planperiode. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie)
Jaar
Benodigde inkomsten uit rioolheffing
Rioolheffing per eenheid *
Stijging maandelijkse lasten per eenheid
Percentage stijging per 31/12
per 1/1 2024
€ 6.099.534
€ 239,80
14%
2025
€ 6.939.469
€ 272,82
€2,75
14%
2026
€ 7.974.906
€ 310,48
€3,14
6%
2027
€ 8.529.985
€ 328,89
€1,53
5%
2028
€ 9.038.199
€ 345,15
€1,36
3,5%
* De werkelijke tarieven per heffingscategorie worden bepaald in de verordening rioolheffing.
Om de hoogte van de benodigde inkomsten (verloop van de heffing) te bepalen, is een evenwicht gezocht tussen het zo goed mogelijk aansluiten bij het lastenpatroon enerzijds en het niet laten schommelen van het tarief anderzijds. Ter bevordering van de lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de voorziening Egalisatie Riolering (art. 44.2 BBV). Daarbij is de wettelijke regel in acht genomen dat het saldo in die voorziening in geen enkel jaar negatief mag zijn. Het verloop van de egalisatievoorziening (saldo’s per einde van het betreffende jaar) is weergegeven in afbeelding 19. Bij de rioolheffing zou sprake moeten zijn van 100% kostendekkende tarieven. Ten tijde van de fusie is bij de harmonisatie van de tarieven rioolheffing besloten om een deel van de toenmalige voorziening riolering terug te laten vloeien naar de inwoners. Dit is geëffectueerd door een niet kostendekkende rioolheffing te hanteren en als gevolg daarvan in te teren op de voorziening. Daarbij is een ondergrens van € 1 miljoen gesteld. Dit bedrag is minimaal nodig om eventuele calamiteiten en grote onvoorziene prijsstijgingen voor een jaar te kunnen opvangen. Sindsdien is de stijging van de rioolheffing gebaseerd op het uitgangspunt om niet-kostendekkende tarieven te laten stijgen (overeenkomstig het algemene tarievenbeleid) met 2% plus inflatie.
Een recente doorrekening laat zien dat door de gekozen marsroute de voorziening in het meerjarenperspectief in 2025 onder de € 1 miljoen zal zakken en later zelfs negatief wordt. Dit is wettelijk niet toegestaan. Mede met het oog op de generieke prijspeilstijging en de oplopende vervangingsopgave in de komende jaren is het noodzakelijk om de rioolheffing extra te laten stijgen, startend in 2025. Met deze extra stijging herstelt de voorziening zich relatief snel tot een niveau ruim boven de 1 miljoen euro.
48
Afbeelding 19: Verwacht saldoverloop van de egalisatievoorziening voor 2024 t/m 2083. Bedragen op prijspeil 2024 (exclusief indexatie).
Risico’s en sturing Het langjarig verloop van de rioolheffing (buiten de planperiode van dit WRP) is berekend op basis de huidige beste inzichten. Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden met onzekerheden die de rioolheffing beïnvloeden. Dat kunnen kostenontwikkelingen zijn, zoals prijsstijging van (bouw)materialen, energiekosten, en toenemende opgaven rondom klimaatadaptatie. Ook andere onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Met name een rentewijziging kan een aanzienlijke impact hebben op het verloop van de rioolheffing. Middels de gemeentelijke P&C-cyclus wordt de voortgang van de exploitatiebudgetten, investeringen en overige plannen in dit WRP gemonitord en verantwoord. Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de hier weergegeven rioolheffing telkens te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Jaarlijks wordt, bij het vaststellen van de nieuwe programmabegroting, het te hanteren indexatiepercentage bepaald. Naast deze indexatie moet tenminste de beleidsmatige verhoging behouden blijven voor een rioolheffing die aansluit bij dit WRP.
49
In de Omgevingswet - Artikel 2.16 (gemeentelijke taken voor de fysieke leefomgeving) zijn de wettelijke watertaken van de gemeente opgenomen (cursief is een korte toelichting opgenomen). 1. Bij het gemeentebestuur berusten, naast de elders in deze wet en op grond van andere wetten aan dat bestuur toegedeelde taken voor de fysieke leefomgeving, de volgende taken: a. op het gebied van het beheer van watersystemen en waterketenbeheer: i. de doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater, voor zover de houder het afvloeiend hemelwater redelijkerwijs niet op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan brengen, en het transport en de verwerking daarvan (dit is de zorgplicht hemelwater) ii het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijke gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de op grond van deze wet aan de fysieke leefomgeving toegedeelde functies zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet op grond van artikel 2.17, 2.18 of 2.19 tot de taak van een waterschap, een provincie of het Rijk behoort (dit is de zorgplicht grondwater) iii de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater (dit is de zorgplicht stedelijk afvalwater) iv.
het beheer van watersystemen, voor zover toegedeeld bij omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.18, tweede lid, of bij ministeriële regeling als bedoeld in artikel 2.20, derde lid, (art. 2.18: als beheer van specifieke provinciale wateren niet aan waterschap, maar aan gemeente is toegewezen, art. 2.20: als beheer van specifieke rijkswateren aan gemeente is toegewezen) v. de zuivering van stedelijk afvalwater, in gevallen waarin toepassing is gegeven aan artikel 2.17, derde lid (als met waterschap is overeengekomen dat zuivering door gemeente doelmatiger is, bijvoorbeeld via een IBA) b. het behoeden van de staat en werking van openbare wegen, voor zover niet in beheer bij een waterschap, een provincie of het Rijk, voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die wegen, c. de beheersing van geluid afkomstig van wegen in beheer bij de gemeente, lokale spoorwegen, voor zover deze niet zijn aangewezen op grond van artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder b, en industrieterreinen, voor zover deze niet zijn aangewezen op grond van artikel 2.12a, eerste lid. 2. Op grond van het eerste lid, onder a, onder 3°, wordt stedelijk afvalwater ingezameld en getransporteerd naar een zuiveringstechnisch werk als dat vrijkomt: a.
op de percelen, gelegen binnen een bebouwde kom van waaruit stedelijk afvalwater met een vervuilingswaarde van ten minste tweeduizend inwonerequivalenten als bedoeld in de richtlijn stedelijk afvalwater wordt geloosd, door middel van een openbaar vuilwaterriool, (als een bebouwde kom al boven de drempel van 2000 VE zit moet elk nieuw perceel daarbinnen gerioleerd worden). b. op andere percelen, voor zover dit doelmatig kan worden uitgevoerd door middel van een openbaar vuilwaterriool. (De landelijke afstands- en vervuilingscriteria komen vooralsnog in de bruidsschat terecht en blijven daarmee van kracht tot waterschap en gemeente(n) daar samen een eventuele nieuwe invulling aan geven)
50
3. In plaats van een openbaar vuilwaterriool en een zuiveringstechnisch werk kunnen andere passende systemen in beheer bij een gemeente, een waterschap of een rechtspersoon die door een gemeente of waterschap met het beheer is belast, worden toegepast, als daarmee hetzelfde niveau van het beschermen van het milieu wordt bereikt. (Dit biedt de mogelijkheid om alternatieve zuiveringen toe te staan). Ad 2a. De Europese Commissie wil de richtlijn voor behandeling van stedelijk afvalwater aanscherpen. Naast aangescherpte lozingsregels bestaat het voornemen om gemeenten met 1.000 inwoners te verplichten om water te zuiveren (tegenover 2.000 inwoners nu).
Nadere informatie over waterbeleid is te vinden op: www.helpdeskwater.nl www.infomil.nl www.riool.net www.stowa.nl www.wetten.overheid.nl www.samenwerkenaanwater.nl www.ruimtelijkeadaptatie.nl www.omgevingswet.nl www.iplo.nl
51
Bij het uitvoeren van dit WRP hebben we te maken met verschillende taken en bevoegdheden van de diverse waterpartners en nieuwe uitdagingen en ontwikkelingen waar we op willen anticiperen. De zorg en verantwoordelijkheid voor het water is in handen van gemeenten, waterschappen, waterbedrijven, provincie en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid. Actor Europa
Rijk
Provincie
Waterbeheerder
Taken bevoegdheden Op 22 december 2000 is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden. In 2027 moeten alle EUlidstaten voldoen aan de doelen die de Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt. Provincies stellen de ecologische doelen en de begrenzing van de regionale KRWwaterlichamen vast en zijn daarnaast verantwoordelijk voor grondwater. Het beheer van regionale KRW-waterlichamen is in handen van de waterschappen. Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. Op grond van Europese regelgeving en de nationale Waterwet zijn iedere 6 jaar nationale plannen voor water nodig. In het NWP komen het oude Nationaal Waterplan (voor beleid) en het Beheeren ontwikkelplan voor de rijkswateren (voor beheer) samen. Daarnaast zijn het Programma Noordzee, de stroomgebiedbeheerplannen en de overstromingsrisicobeheerplannen onderdeel van het NWP. Hiermee geeft het programma invulling aan de Europese richtlijnen voor water. Volgens Omgevingsbesluit artikel 8.14 dient het Nationaal Waterprogramma elke zes jaar te worden geactualiseerd door het Rijk.
De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. De provincie is opsteller van het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP). Dit is de opvolger van het Provinciaal Milieu en Waterplan. Het is onderdeel van het planstelsel voor de wateropgaven in Nederland, samen met het Nationaal Waterprogramma (NWP) en de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen. De provincie is tevens bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties: ▪ Grote industriële onttrekkingen ▪ Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning ▪ Bodemenergiesystemen Ten aanzien van het WRP heeft de provincie een adviserende en toetsende rol. De provincie kan een aanwijzing geven indien er tegenstrijdigheden zijn tussen het WRP en de provinciale plannen. De provincie is opsteller van de Brabantse Omgevingsvisie (2018). De waterbeheerder is verantwoordelijk voor het operationeel regionaal waterbeheer. De waterbeheerder draagt zorg voor droge voeten (veiligheid), schoon, voldoende en aantrekkelijk water. Conform artikel 3.7 uit de Omgevingswet stelt de waterbeheerder periodiek een Waterbeheerprogramma op, wat rekening houdt met het Regionale
52
Drinkwater beheerder
Gemeente
Waterprogramma. De waterbeheerder heeft een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is bevoegd gezag voor directe lozingen op de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) en (in)directe lozingen op het oppervlaktewater. Voor de regulering van lozingen op de riolering heeft de waterbeheerder een adviserende rol naar gemeenten. De waterbeheerder heeft ook een zorgplicht voor het beheer van regionale wateren en keringen. Handelingen in het oppervlaktewatersysteem reguleren waterschappen via de waterschapsverordening (keur). De waterbeheerder is verantwoordelijk vergunningverlening, toezicht en handhaving van grondwateronttrekkingen en infiltraties binnen het beheergebied (met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is). Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschap en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de watertoetsprocedure. Ten aanzien van het WRP heeft het waterschap een adviserende rol. Drinkwaterbedrijven zorgen voor schoon drinkwater. Overheden die (in)direct betrokken zijn bij de bescherming van drinkwater hebben een verantwoordelijkheid voor de invulling van de zorgplicht drinkwater. Deze zorgplicht is opgenomen in de Drinkwaterwet. De zorgplicht drinkwater geldt zowel voor de bescherming van bronnen van drinkwater als voor de infrastructuur.
De gemeente heeft drie zorgplichten t.a.v. stedelijk waterbeheer: ▪ Doelmatige inzameling en transport van stedelijk afvalwater naar een zuiveringstechnisch werk (Wm art. 10.33) ▪ Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceeleigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken (Ww art. 3.5) ▪ Treffen van doelmatige maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren. De gemeente is het loket te voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied (Ww art.3.6). Ook is de gemeente deels bevoegd gezag voor bodemenergiesystemen.
Omgevingsdienst
Regionaal samenwerkingsverband