Bijlage Water- en Rioleringsplan 2025-2028 bij RV Water- en Rioleringsplan Altena 2025-2028
Tekst van het document
Naar een waterrobuust Altena .......................................................................................................................... 1 Inleiding ............................................................................................................................................................. 3 Water in Altena ............................................................................................................................................. 3 Belang van het WRP ...................................................................................................................................... 3 Scope: Water en riolering .............................................................................................................................. 4 Participatie..................................................................................................................................................... 4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 5 2.
Terugblik en huidige situatie ..................................................................................................................... 6 Terugblik ........................................................................................................................................................ 6 Beeld van de huidige situatie ........................................................................................................................ 9 Wettelijke zorgplichten ............................................................................................................................... 12
3. Visie en Ambitie ........................................................................................................................................... 14 4. Strategie....................................................................................................................................................... 16 Stedelijk afvalwater ..................................................................................................................................... 16 Hemelwater ................................................................................................................................................. 18 Grondwater ................................................................................................................................................. 26 Oppervlaktewater........................................................................................................................................ 28 Drinkwater ................................................................................................................................................... 28 Bodem .........................................................................................................................................................
29 Klimaatadaptatie ......................................................................................................................................... 29 Professioneel beheer ................................................................................................................................... 33 5.
Uitvoeringspropgramma ......................................................................................................................... 37 Beheer en onderhoud ................................................................................................................................. 38 Vervanging en verbetering .......................................................................................................................... 39 Planvorming en onderzoek .......................................................................................................................... 40
6.
Middelen.................................................................................................................................................. 42 Personele middelen ..................................................................................................................................... 42 Financiële middelen..................................................................................................................................... 43
Bijlage A Wettelijk kader (Water en riolering) ................................................................................................ 50 Bijlage B Taken en bevoegdheden (Water en riolering).................................................................................. 52
Op 28 juli 2014 en 31 augustus 2015 zorgden zware regenbuien voor veel overlast en schade, vooral in de voormalige gemeenten Werkendam en Woudrichem. In de toenmalige gemeente Aalburg was de schade minder. Recent (mei 2024) heeft Wijk en Aalburg te maken gehad met hevige wateroverlast als gevolg van extreme neerslag. De gemeente Altena heeft samen met het waterschap vanaf 2015 een aanzienlijk pakket aan maatregelen getroffen om de kans op wateroverlast door hoosbuien in de toekomst te verminderen. Zo is de afvoercapaciteit van het riool vergroot, is er extra waterberging bijgekomen, zijn duikers en stuwen vergroot en wegen en straten afgekoppeld van het riool. Dit is een eerste stap, maar hiermee zijn we er nog niet. Er is zoals gezegd al veel gedaan en we zijn goed op weg, maar we hebben nog fundamentele besluiten te nemen en stappen te zetten om voorbereid te zijn op de toekomst. Dit is noodzakelijk vanwege allerlei nieuwe Afbeelding 1: Door extreme regenval in 2014 en 2015 ontwikkelingen: het klimaat verandert, als gevolg van raakten straten vrijwel onbegaanbaar de energietransitie komen er nieuwe kabels en leidingen bij in de ondergrond, we gaan duurzamer om met grondstoffen en de riolering raakt steeds verder op leeftijd.
Daarnaast groeit het areaal aan te onderhouden voorzieningen als gevolg van in- en uitbreidingen die plaatsvinden in het kader van de woningbouwopgave en zijn we ons oppervlaktewatersysteem meer planmatig gaan beheren en onderhouden. Voorliggend Water- en Rioleringsplan (WRP) laat zien welke stappen we moeten en willen zetten voor een gezonde en veilige leefomgeving. Waar de focus in de afgelopen periode lag op het treffen van met name ondergrondse maatregelen (concreet het aanleggen van rioolbuizen) tegen wateroverlast is het nu zaak om ons goed voor te bereiden op het zoveel als mogelijk kunnen integreren van vervangings- en verbetermaatregelen in de gehele openbare ruimte. Met een meer planmatige benadering van de wateren rioleringszorg en meer inzicht in de toestand en het functioneren kunnen we een doelmatige bijdrage leveren aan onder andere de Klimaatadaptatiestrategie 2021-2017 Altena (hierna: klimaatadaptatiestrategie) en beter werken in lijn met de Omgevingsvisie Altena 2040 (hierna: omgevingsvisie). In de omgevingsvisie heeft de gemeenteraad vastgelegd dat Altena klimaatbestendig en waterrobuust wil zijn in 2050. Onder een klimaatbestendig en waterrobuust Altena verstaan we het zo goed mogelijk voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. We accepteren hinder, beperken overlast en proberen schade te voorkomen.
Dit wil niet zeggen dat er nooit meer overlast of schade op kan treden.
1
Onze ambitie voor de komende planperiode is om invulling te geven aan onze zorgplichten door het beheer en onderhoud van water en riolering te continueren en meer planmatig in te richten, aan de slag te gaan met de vervangingsopgave die zich in de komende jaren aandient (en daarvoor het investeringsvolume op peil te brengen) en de benodigde gegevens en informatie compleet te maken en te uniformeren. In combinatie met het actualiseren van onze verouderde hydraulische modelberekeningen krijgen we hiermee meer grip op en inzicht in de benodigde middelen en vergroten we het inzicht in de toestand en het functioneren van ons areaal. Bij het realiseren van die ambitie is actuele en betrouwbare data, gecombineerd met de praktijkkennis van onze systemen, essentieel. Met die data en kennis zijn we beter in staat om onderbouwde keuzes te maken voor onder andere investeringen, onderhoudsstrategieën en een doelmatige inzet op klimaatadaptatie. De komende planperiode zetten we daarom een stap richting data-gedreven beheer, als basis voor toekomstige afwegingen met betrekking tot te hanteren beschermingsniveaus en doelmatige oplossingsrichtingen. Zo houden we in de toekomst droge voeten en kunnen we adequaat handelen bij meldingen door burgers.
In de tussenliggende tijd zetten we de huidige werkzaamheden met betrekking tot beheer en onderhoud en de ingezette koers, voor wat betreft klimaatadaptatie, door en optimaliseren deze waar nodig. Afbeelding 2 geeft op hoofdlijnen de invulling van dit WRP weer.
Afbeelding 2: Hoofdlijnen WRP 2025-2028
2
Het bestuursakkoord 2022-2026 Samen leven, werken en wonen in Vitaal Altena (hierna: bestuursakkoord), geeft voor de komende jaren richting aan de ontwikkeling van onze gemeente. Het ontwikkelingsperspectief op de lange termijn is opgenomen in de omgevingsvisie met als ambities: ▪ ▪ ▪ ▪
Groenblauwe oase Leefbare woonomgeving Klimaatbestendig, CO2-neutraal en circulair Sterk in duurzaam ondernemen.
Via planvorming en regelgeving wordt op deze ambities gestuurd. Het WRP levert een bijdrage aan deze ambities door invulling te geven aan onze zorgplichten voor afval-, hemel-, en grondwater; we beheren ons water- en rioolsysteem op doelmatige wijze, vervangen wat noodzakelijk is en vergroten ons inzicht wat betreft het functioneren van onze riool- en watersystemen. Meer inzicht is noodzakelijk om de juiste koers uit te kunnen zetten Afbeelding 3: Water en groen verrijken de omgeving. en onderbouwde keuzes te maken voor een waterrobuust en klimaatbestendig Altena, zodat we zo goed mogelijk zijn voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering.
Altena is in veel opzichten onlosmakelijk verbonden met het water. De rivieren om ons eiland, de Biesbosch, de haven van Werkendam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie zijn kenmerkend voor onze gemeente en onderdeel van haar identiteit. De geografische ligging, de bodem en de hoogteligging zorgen voor de nodige uitdagingen op het gebied van af- en toevoer van water. De afgelopen jaren hebben we hard gewerkt om de kans op wateroverlast te verkleinen en ervaren dat we ook rekening moeten houden met langdurige perioden van droogte. De ambities op het gebied van water zijn verwerkt in onder meer het bestuursakkoord, de klimaatadaptatiestrategie en de omgevingsvisie.
Riolering en water zijn essentieel voor een gezonde, veilige en leefbare omgeving. Hoewel we er niet dagelijks bij stilstaan, heeft de riolering in anderhalve eeuw de kwaliteit van onze leefomgeving aanzienlijk verbeterd. Met goed beheer en onderhoud zorgen we ervoor dat het systeem ook in de toekomst aan de eisen blijft voldoen. Naast het rioolsysteem beheren we als gemeente een groot areaal aan oppervlaktewater, zoals sloten en vijvers. Dit watersysteem, zorgt er, samen met het rioolsysteem, voor dat Altena droge voeten houdt.
3
Het voorliggende plan beschrijft hoe wij, vanuit de wettelijke zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater, bijdragen aan een robuust water- en rioolsysteem. Via professioneel beheer houden we de voorzieningen in de onder- en bovengrondse ruimte in stand en doen we alleen noodzakelijke vervangingsinvesteringen in ons rioolsysteem. In lijn met de omgevingsvisie streven we naar een gemeente met een leefbare woonomgeving, die klimaatbestendig is en een groenblauwe oase vormt voor mens en dier. Om de juiste focus in dit WRP te waarborgen, is besloten om CO2-neutraal, circulair en duurzaam ondernemen alleen zijdelings mee te nemen waar relevant. Aanvullend op de ambities uit de omgevingsvisie is in dit WRP het thema ‘professioneel beheer’ toegevoegd, aangezien dit plan ook operationeel beleid betreft, zoals eerder vastgelegd in onze Beleidsvisie Riolering en Water uit 2017. Zoals gezegd, Altena is een waterrijke gemeente en moet anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering. Klimaatadaptatie gaat verder dan het beperken van de kans op (grond)wateroverlast en het kunnen overbruggen van langdurige perioden van droogte. Hiervoor hebben we samen met het waterschap de klimaatadaptatiestrategie ontwikkeld. In het WRP verankeren we bepaalde acties en maatregelen uit deze strategie en koppelen deze aan de benodigde middelen.
Het WRP is de opvolger van de Beleidsvisie riolering en water daterend uit 2017, die vooruitlopend op de fusie in 2019 door de drie samengevoegde gemeenten is opgesteld. Gedurende het opstellen van voorliggend plan is besloten het thema 'groen' los te koppelen en de scope te beperken tot water, riolering en klimaatadaptatie. De breedte en zwaarte van de onderwerpen die binnen het thema groen vallen kunnen leiden tot een zeer breed plan zonder duidelijke focus. Dit zou dan ten koste gaan van de onderlinge samenhang tussen sommige thema’s. Het WRP richt zich op het water- en rioolsysteem van de gemeente Altena. De primaire focus ligt hierbij op het invullen van de wettelijke zorgplichten voor afval-, hemel- en grondwater. Daarnaast werken we aan klimaatadaptatie door dit thema integraal mee te nemen in onze werkzaamheden. Voor de komende planperiode beperkt dit zich tot het klimaatadaptief uitvoeren van onze geplande werkzaamheden in het kader van onze zorgplichten.
Tijdens de voorbereiding van het WRP is overleg gevoerd met de verschillende gemeentelijke teams die een raakvlak hebben met water en riolering (o.a. groen, ruimtelijk ordening en financiën), met Waterschap Rivierenland en diverse andere partijen. Omdat dit plan geen MER (Milieu Effect Rapportage)-verplichting heeft, is er geen verplicht participatietraject. Met het WRP wordt voor burgers, bedrijven en organisaties duidelijk wat zij van onze gemeente kunnen verwachten.
4
Als gemeente hebben we een zorgplicht voor stedelijk afval-, hemel- en grondwater. Daarnaast hebben we de ambitie om, binnen de reikwijdte van deze zorgplichten, Altena klimaatbestendiger te maken. Deze zorgplichten en ambitie vormen de rode draad van het WRP. Dit plan vormt een bouwsteen voor de omgevingsvisie, het Omgevingsprogramma en het (tijdelijk) Omgevingsplan. Hoofdstuk 2: Terugblik en huidige situatie Evaluatie afgelopen planperiode en beeld van de huidige situatie. Hoofdstuk 3: Visie en ambities Omschrijving wat we de komende periode en op lange termijn willen bereiken. Hoofdstuk 4: Strategie Hoe we de ambities gaan realiseren, bijbehorende beleidskaders. Hoofdstuk 5: Uitvoeringsprogramma Het maatregelenprogramma voor de komende planperiode. Hoofdstuk 6: Middelen Benodigde personele en financiële middelen, evenals onderbouwing van de rioolheffing (Kostendekkingsplan). Het wettelijk kader en een overzicht van taken en bevoegdheden is opgenomen in de bijlagen.
5
Om de ambities voor de gemeente Altena te kunnen realiseren, is het van belang stil te staan bij wat we tot op heden gedaan hebben. Via een terugblik hebben we inzicht in wat er goed gaat en waar er verbetering gewenst is. Dat vertaalt zich in de aandachtspunten voor het WRP voor de komende planperiode. Daarnaast is inzicht nodig in (de ontwikkeling van) het te beheren areaal, de toestand van de objecten en het functioneren van het systeem. In Altena zijn de areaalgegevens vastgelegd in het integraal beheersysteem GeoVisia. Het Afbeelding 4: Altena bestaat uit 21 kernen. Integraal Beheerkader Openbare Ruimte (2023-2026) beschrijft daarnaast voor meerdere beheerdomeinen per beheerobject het areaal, de huidige kwaliteit en het gewenste kwaliteitsniveau.
Om de koers, indien nodig, te kunnen bijstellen of de aandacht te verleggen, blikken we terug op de afgelopen periode. Beheer, onderhoud en vervangingen We hebben onze riolen gereinigd en geïnspecteerd zodat onze stelsels en systemen volgens een gewenst serviceniveau blijven functioneren (zorgplicht stedelijk afvalwater). Op basis van de inspecties hebben we gerichte acties ondernomen, zoals bijvoorbeeld renoveren of vervangen. In de afgelopen periode is er binnen de beschikbare middelen vrijverval riolering vervangen. Daarnaast is er in het kader van woningbouwprojecten nieuw riool aangelegd en door de gemeente in beheer genomen, of is er nieuw hemelwaterriool aangelegd waar het gemengde riool is vervangen door een gescheiden stelsel. Doordat we ons watersysteem beter in beeld hebben gekregen, zijn we dit steeds planmatiger kunnen gaan beheren. We hebben een inhaalslag gemaakt om de informatie over ons watersysteem vast te leggen in het beheersysteem en hebben het maaien van onze watergangen aanbesteed in een raamovereenkomst. Dit is een proces in ontwikkeling. Samen met het waterschap nemen we hierbij ieder onze verantwoordelijkheid om het waterbeheer in Altena integraal uit te voeren.
Op basis van het huidige inzicht blijkt dat ons jaarlijks investeringsvolume (vervangen en renoveren van riolering) niet toereikend is om de kwaliteit en het functioneren van onze stelsels en systemen richting de toekomst op het gewenste niveau te houden. Gezien de verwachte vervangingspiek in de komende jaren en de fikse prijsstijgingen die zich de afgelopen jaren hebben voorgedaan, zal het investeringsvolume moeten stijgen.
6
Beleid en klimaatadaptatie Ook werkten we (overeenkomstig de zorgplicht hemelwater en de klimaatadaptatiestrategie) de afgelopen jaren aan het water- en klimaatbeleid. Naar aanleiding van de wateroverlast in 2014 en 2015 is in de afgelopen periode samen met het waterschap een groot pakket aan verbetermaatregelen uitgevoerd. Het betreft circa 140 kleine en grote verbetermaatregelen in het rioolstelsel en oppervlaktewatersysteem met een totaal investeringsvolume van circa € 20 miljoen. Zo hebben we de afvoercapaciteit van het riool vergroot, kwam er extra waterberging, werden duikers en stuwen vergroot en wegen en straten afgekoppeld van het riool. Er is gewerkt aan bewustwording, bijvoorbeeld door het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering, het organiseren van regenton- en geveltuinacties voor inwoners en voorlichtingsprojecten op scholen. Verder hebben we maatregelen uitgevoerd die passen binnen onze klimaatadaptatiestrategie. Zo zijn bijvoorbeeld maatregelen genomen aan de inrichting van de ijsbaan en omgeving in Sleeuwijk (onder andere verlaging waterpeil, aansluiten op overig watersysteem, verlaagde oevers en aanpassing van de afstroomrichting van wegen) zodat deze als tijdelijke waterberging kan dienen.
Voor de noodzakelijke verbreding van het taakveld, als gevolg van (nieuwe) ontwikkelingen zoals klimaatadaptatie en de Omgevingswet, zijn er nieuwe beleidssporen opgezet. Zo is de verordening riolering vastgesteld en is op basis van de klimaatadaptatiestrategie een bijbehorende uitvoeringsagenda op- en vastgesteld. Het onderhouden van onze watergangen is voornamelijk gestuurd op basis van regelgeving van het waterschap en meldingen en minder vanuit planmatig onderhoud, dit als gevolg van onvoldoende areaalgegevens en informatie. Personeel en planning Onder andere langdurig openstaande vacatures, projecten die vaak het nodige voorbereidende onderzoek vergden, en het streven om projecten integraal aan te pakken en de impact van de borging van gebiedsen praktijkkennis als gevolg van personele wisselingen hebben effect gehad op de uitvoering van werkzaamheden. Hierdoor hebben we soms minder kunnen doen dan gewenst. Daarom is de formatie de laatste jaren met twee FTE uitgebreid. Met deze formatie uitbreiding hebben we meerdere taken, zoals bijvoorbeeld het waterbeheer, beter in kunnen vullen. Gelijktijdig blijkt een tweetal functies moeilijk in te vullen, waardoor andere werkzaamheden, met name op het gebied van riolering soms onvoldoende aandacht krijgen.
Data en monitoring Om onze beheertaken op een goede manier in te kunnen vullen is het van belang dat we voldoende informatie hebben over onze beheerarealen. De afgelopen jaren is veel inzet gepleegd om gegevens te verzamelen en te uniformeren. Het verder verbeteren van onze gegevens in het beheersysteem, het actualiseren en beter benutten van meetgegevens en het herzien van de bestaande modelberekeningen zijn essentiële aandachtspunten om voorbereid te zijn op de toekomst. Conclusie Onze huidige benadering van water- en rioleringsbeheer is voornamelijk gebaseerd op een reactieve en sectorale aanpak. Er ontbreekt een overkoepelende, planmatige strategie. Dit leidt tot een ad-hoc gerichte aanpak, zonder een allesomvattend begrip van de situatie. Daarmee doen we soms te veel en soms te weinig. Dit willen we voorkomen. We willen ons werk op een doelmatige en maatschappelijk verantwoorde wijze uitvoeren.
7
Naarmate we meer grip krijgen op de basisgegevens, de toestand en het functioneren van ons areaal, ontstaat er een stevigere basis voor het verder planmatig inrichten van onze beheertaken, het maken van zorgvuldige en onderbouwde afwegingen voor onze investeringen en het invullen van onze toekomstvisie en -ambitie. Gezien de aanlegpiek in de jaren ’70 van de vorige eeuw, staan we de komende jaren voor forse investeringen. Om hiervoor toekomstbestendige keuzes te kunnen maken, zijn kennis en inzicht noodzakelijk. Het belangrijkste aandachtspunt voor de komende planperiode is daarom (naast het blijven uitvoeren van onze beheer- en onderhoudstaken) het volledig en met de benodigde kwaliteit inrichten van de beheerdata, het verkrijgen van meer inzicht in de toestand van de objecten en systemen, het uitvoeren van nieuwe modelberekeningen en het op orde brengen van onze meetnetten.
8
Het rioolstelsel bestaat uit vrijverval riolering en mechanische riolering. Bij vrijverval riolering wordt het afvalwater over grote afstanden getransporteerd met gebruikmaking van de zwaartekracht en met grotere gemalen omhoog gepompt als de leidingen te diep komen te liggen. Bij mechanische riolering wordt het afvalwater getransporteerd via een veelvoud aan minigemalen door middel van over- of onderdruk (druk- en vacuümriolering). Het oppervlaktewatersysteem bestaat uit greppels, sloten, watergangen en waterpartijen. Tabel 1 geeft een overzicht van het areaal aan riolering en water in de gemeente Altena. In Altena ligt ruim 600 km aan leidingen waarvan 70% vrijverval en 30% mechanisch. Van dit vrijvervalsysteem is ongeveer de helft een gemengd stelsel (één buis voor de afvoer van schoon en vuil water) en de andere helft een vorm van een gescheiden stelsel (twee aparte buizen voor de afvoer van schoon en vuil water. Tabel 1: Samenstelling riolering en stedelijk water Altena, april 2024.
9
De toestand van ons areaal houden we in de gaten met inspecties. De afgelopen periode is gewerkt aan het verkrijgen van een totaalbeeld van de inspectiegegevens door nieuwe rioolinspecties uit te voeren en de bestaande inspectiegegevens (van vóór de gemeentelijke fusie) te uniformeren. Hiermee is een flinke inhaalslag gemaakt. Op dit moment is het plaatje nog niet compleet. Voor een gebiedsdekkend beeld en geüniformeerde gegevens is nog circa 4-5 jaar nodig. Tabel 2 geeft de beheer- en onderhoudsfrequenties weer die de afgelopen jaren gehanteerd is. Deze beheer- en onderhoudsfrequenties zullen we ook in deze planperiode blijven hanteren. Tabel 2: beheer- en onderhoudsfrequenties water- en riolering.
Activiteit Reinigen en inspecteren vrijverval riolering
Frequentie 25 – 30 km per jaar
Reinigen kolken en goten
2x per jaar
Reinigen en inspecteren pompunits (mini-gemalen)
1x per jaar
Reinigen hoofdgemalen
2x per jaar
Inspecteren hoofdgemalen
1x per jaar
Reinigen en inspecteren vacuümbufferputten
1x per jaar
IBA’s
• •
•
Onderhoud watergangen
klasse 1 (59 st.) worden 1 x per 2 jaar afgeroomd*. klasse 2 (3 st.) worden 1 x per jaar onderhouden/geïnspecteerd en 2 x per jaar afgeroomd*. klasse 3 (18 st.) worden 1 x per jaar onderhouden/geïnspecteerd en indien nodig afgeroomd*.
Jaarlijks maaien van watergangen. Baggeren en doorspuiten van duikers gebeurt op basis van regie.
*Afgeroomd wil zeggen dat de bovenste laag vervuiling wordt afgezogen. Op deze manier blijft het natuurlijke proces van fecaliën afbraak gewaarborgd.
10
De leeftijdsopbouw van de vrijvervalriolering is weergegeven in afbeelding 5. De leeftijd van de vrijvervalriolering volgt de ontwikkeling van de woningbouw. Uit de grafiek blijkt dat een aanzienlijk deel van het areaal in de jaren ’70 van de vorige eeuw of eerder is aangelegd. De gemiddelde levensduur van riolen ligt tussen de 60 en 80 jaar. Theoretisch gezien leidt dit tot een vervangingspiek in de komende jaren.
Leeftijdsopbouw riolering Altena 100
km leiding
80 60 40 20 0 - 10 jaar
10 - 20 jaar 20 - 30 jaar 30 - 40 jaar 40 - 50 jaar 50 - 60 jaar
60 jaar en ouder
leeftijd Afbeelding 5:Leeftijdsopbouw riolering (aantal km vrijvervalriolering)
Om inzicht te krijgen in het functioneren van onze stelsels en systemen (wateroverlast en emissies naar oppervlaktewater) hebben we meetapparatuur in de riolering geïnstalleerd. Deze meetapparatuur is vóór de gemeentelijke fusie geplaatst en inmiddels verouderd. In de praktijk blijkt dat het huidige meetsysteem, als gevolg van ontbrekende of onbetrouwbare meetgegevens, onvoldoende inzicht biedt in het functioneren van onze rioleringssystemen. Meldingen worden bijgehouden in het meldingssysteem. Er zijn op dit moment geen structurele knelpunten in de waterkwaliteit bekend. Wel is er incidenteel sprake van blauwalgen en vissterfte door onder andere zuurstoftekort in het oppervlaktewater. Voor het bepalen van de verbetermaatregelen in het rioolsysteem maken we gebruik van een rekenmodel dat de waterstroming nabootst. Het merendeel van de modelberekeningen is echter niet meer actueel. De meeste modelberekeningen dateren van vóór 2010, waarbij alleen de afvoercapaciteit van de ondergrondse voorzieningen is getoetst op het regulier functioneren en niet op extreme neerslagsituaties. De actualiteit van ons areaal sluit niet meer aan bij de gegevens, zoals deze zijn gebruikt bij de bestaande modelberekeningen. Hierdoor kunnen we met minder zekerheid verbetermaatregelen nemen.
11
Uit landelijke wetgeving volgt dat gemeenten vastgestelde zorgplichten hebben voor afval-, hemel- en grondwater. Per zorgplicht is in de kaders de inhoud van de wettelijke zorgplicht beschreven. De wijze waarop wij invulling geven aan deze zorgplichten wordt daarna beschreven. Zorgplicht stedelijk afvalwater De gemeente draagt volgens de wettelijke zorgplicht stedelijk afvalwater de zorg voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater. De Omgevingswet geeft de voorkeur aan om, daar waar het redelijkerwijs mogelijk is, afvalwater bij de bron te zuiveren en het gezuiverde water in het milieu terug te brengen. De wettelijke voorkeursvolgorde is voorkomen, zelf verwerken, afvoeren, lozen. In gebieden waar we als gemeente en waterschap inzameling en transport van stedelijk afvalwater niet doelmatig vinden, moet de houder van het afvalwater zelf zorgen voor de verwerking van het afvalwater. Voor afvalwater van bedrijfsmatige activiteiten (dat qua samenstelling niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater) en ’schoon’ afvalwater heeft de gemeente geen zorgplicht. Huishoudelijk afvalwater dat vrijkomt binnen de bebouwde omgeving zamelen we in en transporteren we naar het overnamepunt van Waterschap Rivierenland.
Hierbij streven we naar het scheiden van schone en vuile waterstromen, zodat het waterschap de afvalstoffen zo efficiënt mogelijk kan terugwinnen in de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). Afvalwater in het buitengebied verwerken we op een zo doelmatig mogelijke wijze. De keuze tussen centrale of decentrale verwerking wegen we op transparante wijze af in samenspraak met het waterschap. Bedrijfsafvalwater zamelen we in principe niet in, tenzij dit doelmatiger is. In dat geval maken we hierover afspraken. Verder houden we de toestand van het rioolstelsel zodanig op peil dat de kans op ongewenste verzakkingen beperkt blijft en er geen afvalwater weglekt naar de bodem. Kleine verzakkingen (orde grootte enkele centimeters) vinden we acceptabel op locaties waar dit geen kwaad kan en zolang er geen afvalwater kan weglekken naar de bodem. Zorgplicht hemelwater De gemeente heeft volgens de wettelijke zorgplicht hemelwater de zorg voor het doelmatig inzamelen en verwerken van afstromend hemelwater van openbaar terrein. De eigenaar van het terrein waarop het hemelwater valt, is primair verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater. De gemeente hoeft het hemelwater afkomstig van particulier terrein niet te ontvangen.
Alleen voor zover de perceeleigenaar kan aantonen dit niet redelijkerwijs te kunnen verwerken (in de bodem of het oppervlaktewater brengen) is afvoer via een gemeentelijke voorziening toegestaan, op kosten van perceeleigenaar of projectontwikkelaar. Hemelwater verwerken we zoveel als mogelijk lokaal en volgens de trits vasthouden-bergen-afvoeren, om op deze wijze ook bij te dragen aan het op peil houden van de grondwaterstand en zo beter bestand te zijn tegen langdurige droogte. Onze voorkeur gaat uit naar bovengrondse oplossingen die we kunnen combineren met groen en open water. We dragen vanuit de zorgplicht hemelwater bij aan een klimaatrobuust watersysteem, dat zowel pieken als tekorten kan opvangen. Daarbij voorkomen we afwenteling van problemen van bebouwd naar buitengebied en wentelen we onze verantwoordelijkheid niet af naar toekomstige generaties.
12
Onze inwoners, ondernemers, ontwikkelaars en woningbouwcorporaties zien we als mede-investeerders voor een leefbare woon- en werkomgeving. We stimuleren een duurzame omgang met water, bijvoorbeeld door hemelwater af te koppelen van de riolering en waar mogelijk te hergebruiken. Waar nodig (en mogelijk) faciliteren we particulieren, bijvoorbeeld met buurtacties of door onze afkoppelinitiatieven waarbij we inwoners de gelegenheid bieden hun hemelwater aan te bieden aan de gemeentelijke voorziening (boven- of ondergronds). Bij de ontwikkeling van gemeentelijke voorzieningen zoals scholen streven we naar het hergebruik van hemelwater. Zorgplicht grondwater De gemeente draagt volgens de wettelijke zorgplicht grondwater de zorg voor het in openbaar gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand, voor de aan de grond gegeven bestemming, zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover dit doelmatig is en geen taak is van het waterschap of de provincie. We streven in het openbaar gebied naar een beheersing van grondwaterstanden om de kans op grondwateroverlast én -onderlast te beperken. Gelet op de wisselende bodemeigenschappen en de geografische ligging van Altena is dit zeker geen makkelijke opgave. We dragen bij aan bescherming van de grondwaterkwaliteit, onder andere door ongewenste lozingen tegen te gaan.
Rondom de droogteopgave en het grondwaterdossier spelen belangrijke ontwikkelingen in NoordBrabant, ook voor de gemeente Altena. Met het ‘Grondwaterconvenant 2021-2027’ sloten 13 Brabantse (water)partijen een overeenkomst om samen te werken aan herstel en bewaking van de grondwaterbalans. In september 2022 bracht de adviescommissie Droogte met het rapport ‘Zonder water, geen later’ voorstellen uit voor de aanpak van droogte in Brabant. De acties uit het Grondwaterconvenant (korte termijn tot 2027) en het adviesrapport (gericht op lange termijn 2040) zijn gecombineerd tot een Droogteagenda 2040 voor Brabant. De komende periode zal duidelijk worden wat we als gemeente Altena vanuit de zorgplichten hemel- en grondwater moeten of kunnen betekenen voor de Droogteagenda.
13
We staan voor grote opgaven terwijl de maakbaarheid van de omgeving beperkt is en de benodigde middelen niet onuitputtelijk zijn. Als gemeente Altena staan we samen met onze partners aan de lat om hiermee op verantwoorde wijze om te gaan en toe te groeien naar een waterrobuust Altena. In dit hoofdstuk schetsen we onze visie en ambitie met betrekking tot water en riolering. Afbeelding 6: een waterrobuust Altena, onze stip op de horizon.
De woonomgeving zal de komende tientallen jaren op veel plaatsen op de schop gaan door rioolvervanging en herinrichting. Ook zullen er de nodige in- en uitbreidingen plaatsvinden vanuit de woningbouwopgave. Vanuit water en riolering kunnen we, samen met het waterschap, een bijdrage leveren aan een gezonde en veilige leefomgeving door ervoor te zorgen dat het niet te nat en niet te droog is en de waterkwaliteit voldoet aan de eisen en wensen. Ook verandert het klimaat, waardoor weersomstandigheden extremer worden. We hebben te maken met hogere waterstanden, nattere winters, ’s zomers vaker hevige regenbuien, meer hitte en langdurige droogte. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben voor onze leefomgeving en gezondheid. Onze visie en ambitie is tweeledig. Enerzijds voor de korte termijn en anderzijds zetten we de koers uit voor de lange termijn. De korte en lange termijn kunnen niet los van elkaar gezien worden. Voor de komende planperiode richten wij ons op ‘doen wat we moeten doen’. Dit betekent dat we de komende planperiode invulling geven aan onze wettelijke zorgplichten, het investeringsvolume op het benodigde peil brengen en de noodzakelijke gegevens en informatie compleet maken en uniformeren. Hiermee krijgen we meer grip op en inzicht in de benodigde inspanningen en (financiële) middelen en vergroten we het inzicht in de toestand en het functioneren.
In het kader van het Jaarplan Openbare Ruimte (JOR) gaan we, doelmatig, door met afkoppelen van op de riolering aangesloten verhard oppervlak om de vuilemissie te reduceren, de kans op wateroverlast te beperken en verdroging tegen te gaan. Waar mogelijk maken we water zichtbaar door hemelwater af te voeren over maaiveld. Dit draagt bij aan de bewustwording van onze inwoners en bedrijven. Voor de langere termijn willen we dat Altena klimaatbestendig en waterrobuust wordt. Wateroverlast, zoals opgetreden in 2014 en 2015, willen we niet nog een keer in onze gemeente. Daarom is het belangrijk dat we inspelen op heviger wordende neerslaggebeurtenissen. De planhorizon voor een klimaatbestendig en waterrobuust Altena is 2050.
14
Onze klimaatadaptatiestrategie schetst hoe we een klimaatbestendig Altena voor ons zien. We willen voor bestaand gebied integraal en kansgericht samenwerken. Hierbij zoeken we een balans in de baten van maatregelen en de lasten voor onze inwoners. Voor nieuwe of kwetsbare gebieden sturen we via regelgeving op een waterrobuuste woonomgeving. Om te anticiperen op de toekomst hebben we te maken met twee belangrijke onzekerheden; de betrouwbaarheid van onze basisgegevens en modelberekeningen en de mogelijke scenario’s van klimaatverandering. Op de eerste onzekerheid kunnen we invloed uitoefenen. De tweede onzekerheid betreft het tempo van klimaatverandering en de daarmee samenhangende kans van optreden van extreme gebeurtenissen. Dit is een mondiaal probleem. Om toe te kunnen groeien naar een waterrobuust Altena speelt de beschikbaarheid van data een belangrijke rol. De komende planperiode zetten we daarom een stap richting data-gedreven beheer, als basis voor toekomstige afwegingen met betrekking tot te hanteren beschermingsniveaus en doelmatige oplossingsrichtingen. Via modelberekeningen en praktijkmetingen brengen we het functioneren van het watersysteem en het rioolstelsel in beeld.
Deze aanpak zorgt ervoor dat er voor de lange termijn maatschappelijk verantwoorde, strategische keuzes gemaakt kunnen worden voor investeringen in en het beheer- en onderhoud van onze riool- en watersystemen. Zo maken we Altena klimaatbestendig en waterrobuust.
15
Met dit plan laten we zien hoe we de komende planperiode te werk willen gaan, welke beleidskeuzes we hebben gemaakt of gaan maken en welke onderdelen/werkzaamheden we oppakken om uiteindelijk onze visie en ambitie te kunnen invullen. Dit hoofdstuk beschrijft de huidige beleidsstrategie. Het volgende hoofdstuk de bijbehorende acties en Afbeelding 7: Meer groen en water in woonwijk ‘Achter de Schans’. maatregelen. Met de uitvoering van de wettelijk gemeentelijke watertaken (zorgplichten afvalwater, hemelwater en grondwater) dragen we bij aan een leefbare omgeving, waaronder ook een goede kwaliteit van het oppervlaktewater en drinkwater. Omdat water geen grenzen kent zijn er veel raakvlakken, waardoor al snel sprake is van overlap. We hebben ervoor gekozen om de strategieën te ordenen naar de verschillende verschijningsvormen van water en hebben daar ook bodem en klimaatadaptatie aan toegevoegd.
Nieuwe aanleg van riolering Bij aanleg van nieuwe riolering scheiden we vuilwater van schoon hemelwater en zoeken we zoveel mogelijk naar bovengrondse oplossingen voor de verwerking van hemelwater. Op termijn vervangen we ook de bestaande gemengde riolering zoveel als mogelijk op deze wijze. In het geval er water op straat optreedt vanuit gemengde rioolstelsels, dan hebben we het over water dat vermengd is met ziekteverwekkende organismen. Blootstelling aan dit water op straat vormt een gezondheidsrisico voor mensen. Daarmee ontstaat een verantwoordelijkheid in het beschermen van de volksgezondheid. Indien er sprake is van een toename van het afvalwateraanbod (bijvoorbeeld als gevolg van in- en uitbreidingen) beoordelen we de meest gewenste lozingssituatie. Dit onderzoeken we in relatie tot in de praktijk bekende en theoretisch berekende locaties met water op straat.
16
Perceelaansluitingen Of een perceelaansluiting verplicht is, hangt onder andere af van de afstand van het perceel tot het openbaar riool en het aantal inwonersequivalenten. Is die afstand te groot, dan zijn we als gemeente niet verplicht om de aansluiting te realiseren. Perceelseigenaren kunnen dan een alternatief in de vorm van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA) of een helofytenfilter aanleggen, als daar voldoende ruimte voor is. Als de lozer niet kiest voor ontzorging door de gemeente, moet deze voldoen aan de lozingsvoorschriften in het Besluit activiteiten leefomgeving. De grens voor de afbakening van het beheer en onderhoud van rioolaansluitingen is vastgelegd in de rioolverordening (2019). In geval van bedrijfswater dient de lozer zelf een adequate voorziening aan te leggen in het geval we ervoor kiezen om het afvalwater niet in te zamelen. Het wettelijk afstandscriterium is met het in werking treden van de Omgevingswet komen te vervallen. In plaats daarvan kan, samen met het waterschap, een doelmatigheidsafweging worden gemaakt. Hiervoor gaan we de komende planperiode in overleg met het waterschap om te komen tot een transparant afwegingskader. Foutieve aansluitingen zijn aansluitingen waarbij afvalwater op een hemelwaterleiding of hemelwater op een afvalwaterleiding is aangesloten.
Dit kan negatief doorwerken op de werking van het rioolsysteem, de rioolwaterzuiveringsinstallatie en/of de kwaliteit van het oppervlaktewater. In het geval hier aanleiding toe is, bijvoorbeeld door meldingen of waarnemingen van overbelasting of vervuiling, voeren we onderzoek uit en gaan over tot herstel mits doelmatig. Voor de betaling van de kosten hanteren we als uitgangsprincipe ’de probleemveroorzaker betaalt’. Het door het college van burgemeester & wethouders vastgestelde beleid met betrekking tot perceelaansluitingen op de riolering houden we de komende planperiode tegen het licht en actualiseren dit zo nodig. Voorkeursvolgorde lozingen Voor een duurzame omgang met afvalwater hanteren we de voorkeursvolgorde voorkomen/beperken van het ontstaan van afvalwater, gescheiden houden, inzamelen en transporteren. We staan welwillend tegenover eventuele initiatieven om afvalwater decentraal en op duurzame wijze te verwerken. Hiervoor trekken we samen op met het waterschap. Verstoppingsregeling Bij een eventuele verstopping ligt de eerste verantwoordelijkheid bij de eigenaar. Deze dient eerst zelf (eventueel met hulp van een ontstoppingsbedrijf) te bepalen waar de verstopping zit door het opgraven van de erfscheidingsput. Deze bevindt zich nabij de perceelsgrens. Betreft het een pompput, dan dient dit wel eerst bij de gemeente te worden gemeld.
Zit de verstopping in de gemeentelijke riolering, dan dient de gemeente te worden ingelicht en betaalt de gemeente de ontstoppingskosten. Bevindt de verstopping zich op eigen grond, dan dient de perceeleigenaar de verstopping zelf op te lossen en te betalen.
17
Nieuwe aanleg van riolering Bij (her)ontwikkelingen hanteren we als uitgangspunt tenminste hydrologisch neutraal, kijken we over de plangrenzen heen en streven we naar een zoveel mogelijke bovengrondse en natuurlijke inrichting van watercompensatiemaatregelen. Waar mogelijk integreren we water en riolering met andere ingrepen. We sluiten aan bij het beleid van Waterschap Rivierenland om bij ruimtelijke ingrepen hydrologisch neutraal te bouwen. Dit betekent dat er zodanig wordt gebouwd dat er geen (grond)wateroverlast optreedt en de kwel niet toeneemt in het plangebied of het omliggende gebied. In droogtegevoelige gebieden streven we naar een hydrologisch positieve situatie. Dit betekent dat we ervoor zorgen dat er meer water in het gebied blijft dan dat er uitgaat, bijvoorbeeld door water vast te houden in plaats van af te voeren. Hierdoor kan het grondwaterniveau zich herstellen en creëren we een zoetwaterbuffer. Zoals opgenomen in de omgevingsvisie sturen we als gemeente via het spoor van ruimtelijke ordening op de juiste functie op de juiste plek (integrale benadering waterveiligheid, bodemdaling en droogtebestendigheid) en het voorkomen van of aangepast bouwen op kwetsbare locaties. Voorkeursvolgorde omgaan met hemelwater Voor een duurzame omgang met hemelwater hanteren we de voorkeursvolgorde hergebruiken, vasthouden, infiltreren, bergen en afvoeren.
In beginsel willen we dat hemelwater eerst wordt hergebruikt of lokaal vastgehouden om het daarna, indien mogelijk, te laten infiltreren in de bodem. Vervolgens kan het in lokaal oppervlaktewater worden opgeslagen en indien nodig worden afgevoerd.
Afbeelding 8: voorkeursvolgorde omgaan met hemelwater.
18
Afkoppelen van verhard oppervlak We gaan de komende planperiode door met afkoppelen van op de riolering aangesloten verhard oppervlak. Dit doen we op doelmatige wijze, met name bij rioolvervanging en renovaties. Indien doelmatig, kunnen perceeleigenaren op vrijwillige basis de voorkant van het pand afkoppelen van de gemengde riolering en op het nieuwe openbare hemelwaterriool of-voorziening laten aansluiten. Waar mogelijk streven we naar het bovengronds afvoeren van hemelwater. De komende planperiode gaan we in het kader van het opstellen van het SSW (Systeemoverzicht Stedelijk Water) onder andere aan de slag met afkoppelplannen per kern. We stimuleren afkoppelen en/of ontharden door middel van voorlichting en acties (bijvoorbeeld een regentonactie en het NK-tegelwippen). Zie het onderdeel communicatie. Als stimuleren onvoldoende effectief blijkt, kunnen we overgaan tot het verplicht afkoppelen van verhard oppervlak. Dit hebben we zo opgenomen in de Verordening Riolering. Hiervoor kan het college van Burgemeester en Wethouders gebieden aanwijzen.
De Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Altena houdende regels omtrent de riolering Verordening Riolering Altena (2019) geeft de beheerder van het openbare riool (het College van B&W) de bevoegdheid een gebiedsaanwijzing te doen. Hiermee wordt het binnen een geselecteerd gebied verboden om een hemelwaterafvoerleiding aan te sluiten of aangesloten te houden op openbaar gemengd riool. Eenzelfde gebiedsaanwijzing kan worden gedaan ten aanzien van het vrijkomende grondwater bij drainage, oppompen of andere onttrekkingen. De beheerder kan de wijze bepalen waarop het afkoppelen plaatsvindt. De inzet van een gebiedsaanwijzing wegen we zorgvuldig af en is met name waardevol in gebieden die kwetsbaar zijn voor wateroverlast en/of van invloed zijn op wateroverlast. Voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden binnen de gebiedsaanwijs zal de gemeente de betrokken bewoners zo goed mogelijk informeren. Het door de gemeenteraad vastgestelde beleid met betrekking tot afkoppelen (Verordening Riolering Altena 2019) houden we de komende planperiode tegen het licht en actualiseren dit zo nodig.
19
Beperken van wateroverlast Volgens de ‘KNMI’23 klimaatscenario’s voor Nederland’ gaan zware regenbuien vaker optreden. We willen ons daar structureel op voorbereiden en denken daarom na over de manier waarop we onze openbare ruimte inrichten en onze rioolstelsels ontwerpen, toetsen en aanleggen. Vanuit de wettelijke hemelwaterzorgplicht hebben we als gemeente de taak om afvloeiend hemelwater doelmatig in te zamelen en te verwerken. Hierbij hebben we als gemeente te maken met een inspanningsverplichting met een grote beleidsvrijheid. Bij de invulling van deze zorgplicht maken we een afweging tussen hinder, ernstige hinder en (water)schade bij het bepalen van maatregelen. Wateroverlast kunnen we echter nooit helemaal voorkomen. We proberen het wel zoveel mogelijk te beperken. Wateroverlast is er in verschillende gradaties (overeenkomstig onze Beleidsvisie Riolering en Water gemeente Altena, 2017):
Hinder heeft de volgende kenmerken: ▪ ▪ ▪
kortdurende periode van water op straat; waarbij verkeer nog mogelijk is. duur in de orde van 15-30 minuten.
Ernstige hinder heeft één van de volgende kenmerken: ▪ ▪ ▪
langer durende periodes van water op straat; Verkeer is niet meer overal mogelijk (ondergelopen tunnels, opdrijvende putdeksels); duur in de orde van grootte van 30-120 minuten.
(Water)schade heeft één van de volgende kenmerken: ▪ ▪ ▪
grote economische schade; gezondheidsschade (ziekten of letsels die direct te relateren zijn aan water op straat); water in (winkel)panden met materiële schade tot gevolg.
20
Hinder vinden we vanuit economisch oogpunt en gelet op de effecten van klimaatverandering acceptabel. Het is van korte duur. We gaan ervan uit dat weggebruikers hun gedrag hierop aanpassen en langzaam rijden om hekgolven te voorkomen. In geval van ernstige hinder onderzoeken we met welke doelmatige maatregelen we de overlast in de toekomst kunnen beperken. Ernstige hinder en waterschade willen we niet, maar is niet altijd te voorkomen. Onze ambitie is om toe te groeien naar een waterrobuust Altena, dat is ingericht om de extreme neerslag zoals deze in 2014 en 2015 is opgetreden het hoofd te kunnen bieden. Modelberekeningen en praktijkmetingen Naast een toename van extreme neerslag is ook de omvang van het oppervlak in bebouwd gebied toegenomen, waardoor er meer water moet worden afgevoerd in stedelijk gebied. De aanwezige riolering is hier veelal niet op gedimensioneerd, omdat deze in een ver verleden is aangelegd met een levensduur van 60 tot 80 jaar. Dat betekent dat we slim moeten omgaan met maatregelen om wateroverlast aan te pakken. We hebben ook onze openbare ruimte nodig om het aanbod van water nu en in de toekomst te kunnen verwerken. Maatregelen beperken zich niet meer tot ingrepen onder de grond. Het anticiperen op extreme neerslag betekent veelal het creëren van ruimte voor water op het maaiveld.
We moeten daarom inzicht hebben in de gebieden binnen onze gemeente die kwetsbaar zijn voor wateroverlast en de kwetsbaarheid van de daarin gelegen gebouwen en voorzieningen. Het wel of niet optreden van wateroverlast wordt mede bepaald door de inrichting van de openbare ruimte. Denk bijvoorbeeld aan het wel of niet aanwezig zijn van stoepranden, verkeersdrempels, muurtjes ter plaatse van erfgrenzen en openbaar groen. Deze voorzieningen sturen het water bovengronds en daarom is het, naast inzicht in de afvoercapaciteit van onze ondergrondse riolen, ook noodzakelijk om kennis te hebben van waterstromen op het maaiveld tijdens neerslag. Om inzicht te krijgen in het functioneren van onze rioolsystemen en het stromen van water in onze openbare ruimte, hebben we actuele en voldoende betrouwbare modelberekeningen nodig. Modelberekeningen die ons voldoende inzicht geven in de kwetsbare locaties en gebouwen binnen onze gemeente met betrekking tot wateroverlast, nu en in de toekomst, en waarmee we ook het effect van mogelijke maatregelen kunnen bepalen. Daarvoor hebben we actuele integrale modellen nodig die de waterstromen onder de grond en op maaiveld voldoende nauwkeurig kunnen simuleren.
Tabel 3 toont de verschillen en mogelijkheden tussen modelberekeningen die alleen de ondergrondse voorzieningen beschouwen, en modelberekeningen waarbij ook stroming van water over maaiveld is meegenomen. Tabel 3: Verschillen en mogelijkheden ondergrondse en integrale modelberekeningen.
Mogelijkheden model Afvoercapaciteit riolering Stroming over maaiveld Inzicht in kwetsbare locaties Inzicht in kwetsbare gebouwen Inzicht in optreden water op straat Dimensioneren maatregelen in de openbare ruimte (bovengronds) Dimensioneren maatregelen onder de grond
Alleen ondergrond (riolering)
Onder- en bovengrond (integraal model)
++ -+ --
++ ++ ++ ++ ++ ++
++
++
21
De modelberekeningen van voor 2019 hebben geen rekening gehouden met het stromen van water over maaiveld. Er is enkel gekeken naar de ondergrondse situatie en dus de afvoercapaciteit van de riolering. De berekeningen waren passend op de situatie destijds en de stand der techniek. In afbeelding 9 is links de situatie weergegeven zoals we in Altena voor 2019 onze rioolstelsels getoetst hebben. Hierbij hebben we gekeken naar de ondergrondse riolen en de afvoercapaciteit daarvan. De uitgevoerde maatregelen van destijds zijn hierop gebaseerd. Aan de rechterzijde (afbeelding 9) is de huidige praktijk weergegeven, waarbij frequenter hevige neerslag optreedt dan waar we in het verleden onze riolen op ontworpen hebben. Daarbij is te zien dat het water ook gaat stromen over het maaiveld en op wegen overlast kan veroorzaken en richting gebouwen kan stromen met mogelijk schade tot gevolg. Deze laatste situatie kunnen we niet inzichtelijk maken met de modelberekeningen zoals we die in het verleden hebben laten maken. Met de nieuwe modelberekeningen kunnen we dit wel inzichtelijk maken en daarmee kwetsbare locaties en gebouwen lokaliseren.
Afbeelding 9: Links de uitgangssituatie voor het toetsen van onze rioolstelsels conform de normen en richtlijnen in het verleden (van toepassing op 19 van de 24 rioolstelsels in Altena). Rechts de situatie die in de praktijk steeds vaker voorkomt, meer extreme neer
In afbeelding 10 is een bovenaanzicht weergegeven waarbij de verschillen worden gepresenteerd tussen modelberekeningen ex- en inclusief de bovengrondse infrastructuur. Aan de rechterzijde is te zien dat modelberekeningen exclusief de bovengrond enkel de locaties laten zien waar water op straat kan optreden als gevolg van een ontoereikende afvoercapaciteit van de riolen onder de grond. Het is daarbij niet duidelijk waar het water heen gaat stromen op het maaiveld. Daarmee is het dus onbekend waar in de praktijk daadwerkelijk de kwetsbare locaties ontstaan en water mogelijk tegen de gevels van gebouwen of zelfs in gebouwen terecht komt. In het linker deel van afbeelding 10 is te zien dat met modelberekeningen inclusief de bovengrond kan worden aangegeven waar het water over maaiveld heen stroomt. Hierbij is ook te zien welke gebouwen mogelijk getroffen worden door wateroverlast.
22
Afbeelding 10: Links de mogelijkheden die modelberekeningen bieden waarbij ook stroming van water in de openbare ruimte in de modelberekeningen wordt meegenomen (met in het rood de meest kwetsbare gebouwen). Rechts de begrenzing van de mogelijkheden van modelberekeningen exclusief de bovengrondse infrastructuur (water op straat wordt weergegeven met blauwe bollen).
Betekenis voor Altena in de praktijk Zoals gezegd gaan volgens de recente KNMI klimaatscenario’s zware regenbuien steeds vaker optreden in Nederland. Onze gemeente zal daar in de toekomst ook - opnieuw - mee te maken krijgen, waarbij de riolering het aanbod van water niet tijdig kan verwerken en er water over het maaiveld gaat stromen. Onze rioolsystemen in Altena zijn onderverdeeld in 24 deelgebieden met een eigen rioolstelsel. Voor alle deelgebieden zijn modelberekeningen gemaakt. In tabel 4 zijn het type en de actualiteit van de bestaande modelberekeningen van deze rioolstelsels weergegeven. Tabel 4: Onderverdeling type en actualiteit huidige modelberekeningen (weergegeven in aantal stuks).
Type model Ondergronds model en oude ontwerpregenbuien Integraal model en nieuwe ontwerpregenbuien
Jaar van uitvoering modelberekening voor 2010 2011-2017 2018-2022 vanaf 2023 16 3 2 3
De modelberekeningen van de kernen Sleeuwijk en Hank zijn in 2022 geactualiseerd en de kernen Woudrichem, Oudendijk en Rietdijk zijn recentelijk in 2023 geactualiseerd. De modelberekeningen van voor 2019 zijn allemaal gebaseerd op de destijds van toepassing zijnde richtlijnen en uitgangspunten. Dit betekent dat, naast een gewijzigde situatie van de openbare ruimte en de ondergrondse riolen, de regenbuien waarmee rioolstelsels en stedelijk water voorzieningen worden getoetst ook zijn gewijzigd. In 2019 zijn er voor Nederland nieuwe ontwerpregenbuien (genaamd composietbuien) opgesteld om rioolstelsels en stedelijk water voorzieningen (bijvoorbeeld infiltratievoorzieningen en waterbuffers) te toetsen op het functioneren onder extreme neerslagomstandigheden. Deze ontwerpregenbuien zijn gebaseerd op de ontwikkeling van neerslagextremen de laatste decennia. Toegevoegde waarde integrale modelberekeningen De berekeningen voor de kernen Woudrichem en Oudendijk zijn uitgevoerd met de recente ontwerpregenbuien en inclusief de interactie tussen de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur. De resultaten hebben laten zien dat een aanzienlijk deel van het afstromende water tijdens extreme neerslag bovengronds blijft of stroomt.
23
Met integrale en actuele modelberekeningen gaan we onze rioolstelsels en openbare ruimte toetsen in hoeverre deze extreme neerslag kunnen verwerken. We gaan inzicht genereren in de kwetsbare locaties, gebouwen en voorzieningen binnen Altena. Met deze informatie zijn we ook beter in staat om effectieve maatregelen op de juiste locaties te bedenken. Dat betekent niet alleen het vergroten van riolen onder de grond. Deze integrale modelberekeningen kunnen ons ook laten zien welke locaties vanuit hydraulisch oogpunt het meest geschikt zijn om water naar af te voeren en (tijdelijk) te bergen. Dit maakt het integreren van bijvoorbeeld bovengrondse waterbuffers in de openbare ruimte mogelijk. Deze maatregelen worden in het JOR samengebracht tot integrale projecten met de andere vakdisciplines. Hiermee bereiken we dat het geld van onze inwoners en bedrijven doelmatig en efficiënt wordt ingezet. Deze planperiode In deze planperiode gaan we voor de hele gemeente een Systeemoverzicht Stedelijk Water (SSW) opstellen. Hierbij maken we gebruik van de reeds bestaande en nog actuele modellen. Het SSW is de opvolger van het basisrioleringsplan (BRP), met als belangrijkste onderscheid een scopeverbreding van de riolering (ondergrondse infrastructuur) naar de gehele openbare ruimte en het oppervlaktewater.
Het SSW beschrijft de interactie tussen de riolering, de bovengrond en het oppervlaktewater, het samenhangend functioneren, de beoordeling van het functioneren en de eventueel benodigde integrale maatregelen. Inzicht in het functioneren van onze stelsels en systemen wordt gebaseerd op modelsimulaties ook gebaseerd op beschikbare metingen, meldingen en ervaringen. Voorafgaand aan het opstellen van het SSW actualiseren (inventariseren en/of meten) we relevante inputgegevens. In onze beheersystemen registreren we de gegevens en informatie over en van ons areaal. Deze gegevens gebruiken we om de modellen te maken. De afgelopen jaren hebben we gewerkt aan het verbeteren van de gegevens in onze beheersystemen. Bij het maken van de modellen voor Woudrichem en Oudendijk hebben we geconcludeerd dat een aantal gegevens nog niet in onze beheersystemen aanwezig zijn om integrale modellen te kunnen maken. Voor een deel is dat ook niet nodig, omdat we waar mogelijk gebruik maken van bestaande open source te gebruiken gegevens en informatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruiken van de Algemene Hoogtekaart Nederland en de BGT voor de hoogteligging en inrichting van de bovengrond. Wat er nog moet worden ingewonnen aan gegevens betreft onder andere hoogtes en breedtes van overstortdrempels in de riolering en de locatie en hoogteligging van uitstroomlocaties van hemelwaterriolen.
Samenwerking met het waterschap Waterschap Rivierenland heeft in 2019 een watersysteemanalyse uitgevoerd. Deze analyse heeft plaatsgevonden voor het landelijk gebied. De stedelijke woonkernen zijn hierin niet meegenomen. In 2025 gaat het waterschap een nieuwe watersysteemanalyse uitvoeren. De resultaten van deze watersysteemanalyse gaan we integreren met onze modelberekeningen van onze riolering. Het waterschap heeft de benodigde maatregelen die volgden uit de analyse in 2019 uitgevoerd. In onze nieuwe modelberekeningen koppelen we het watersysteem aan onze riolering en gaan we kijken wat dat betekent voor het watersysteem en wat de interactie met het oppervlaktewater betekent voor onze rioolstelsels.
24
Toetsing ondergrondse afvoercapaciteit De ondergrondse afvoercapaciteit van bestaande systemen toetsen we aan een composietbui met een theoretische herhalingstijd van 1x per 2 jaar en 1x per 5 jaar. Bij een composietbui met een herhalingstijd van 1x per 2 jaar mag er geen water op straat optreden in de berekeningsresultaten. Bij een composietbui met een herhalingstijd van 1x per 5 jaar mag er geen water op straat optreden in de vorm van (ernstige) hinder in de berekeningsresultaten. Een composietbui is een fictieve bui, gebaseerd op meer recente neerslagstatistiek, met een aan- en afloop en een piek in het midden. De intensiteit van de composietbuien is hoger dan de intensiteit van de traditionele ontwerpbuien die we hebben gebruikt in onze vroegere modelberekeningen. Het toetsen van onze stelsels en het ontwerpen van nieuwe riolen heeft tot op heden dus voornamelijk plaatsgevonden op basis van ontwerpbuien met lagere neerslagintensiteiten. Daarnaast beschrijft een composietbui de maatgevende situatie voor de gehele looptijd van de neerslaggebeurtenis. Een composietbui geeft voor alle duren, van 10 minuten tot 2 dagen, de maatgevende neerslag met de gewenste herhalingstijd. Hierdoor is voor verschillende systemen met een verschillende respons dezelfde composietbui te gebruiken om een maatgevende situatie door te rekenen voor een gegeven herhalingstijd.
Composietbuien zijn daarom toepasbaar om de hydraulische afvoer bij extreme neerslagintensiteiten te toetsen én de beschikbare berging te toetsen bij buien die lang duren en een groot totaalvolume hebben (riolering, oppervlaktewater en infiltratievoorzieningen/waterbuffers in één berekening). Nieuwe landelijke ontwikkelingen de afgelopen jaren, zoals representatievere neerslaggebeurtenissen en ontwikkelingen in modelleringssoftware, stellen ons in staat om onze stelsels en systemen te gaan toetsen aan deze meer representatieve ontwerpbuien. Indien in theorie niet wordt voldaan aan de toetsingscriteria en in de praktijk ook wateroverlast wordt ervaren, treffen we als gemeente doelmatige maatregelen. Locaties waar enkel theoretische overlast wordt berekend, merken we aan als mogelijk toekomstig knelpunt. Het aanpakken van deze knelpunten nemen we mee in onze visie voor het bereiken van een waterrobuust Altena. Dit zijn dan ook maatregelen die we niet direct op korte termijn nemen, maar die we over een langere periode gaan uitsmeren (zie ook ‘Toetsing bovengrondse verwerkingscapaciteit’). De ondergrondse afvoercapaciteit van nieuwe systemen toetsen we aan een composietbui met een herhalingstijd van 5 jaar. Bij een dergelijke bui mag er geen water op straat optreden in de berekeningsresultaten.
Toetsing bovengrondse verwerkingscapaciteit De bovengrondse verwerkingscapaciteit van bestaande systemen toetsen we aan een blokbui met een neerslagintensiteit van 70 mm en een duur van 1 uur. Dit is een ‘stresstest’ waarbij het hele plangebied tegelijkertijd dezelfde neerslaghoeveelheid te verwerken krijgt. Maatregelen om klimaatbestendig en waterrobuust te worden in 2050 baseren we op deze stresstest en de opgetreden extreme buien in 2014 en 2015. Deze maatregelen zien we niet als maatgevend voor onze opgave en op korte termijn uit te voeren maatregelen, maar gebruiken we als ambitie waar we naar toe willen groeien. Een gemeente Altena die waterrobuust is ingericht om de extreme neerslag, zoals deze in 2014 en 2015 is opgetreden, het hoofd te kunnen bieden. In sommige delen van Altena (onder andere Nieuwendijk) zijn bij de neerslaggebeurtenissen in 2014 en 2015 in een tijdsbestek van 4 tot 6 uur neerslaghoeveelheden van circa