Bijlage Toelichting Facet beheersverordening Archeologie bij RV Herstelbesluit beheersverordening Archeologie
Tekst van het document
TOELICHTING BEHEERSVERORDENING
FACET BEHEERSVERORDENING ARCHEOLOGIE GEMEENTE ALTENA
Opdrachtnummer
: 84.49
IDnr.
: NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01
Datum
: oktober 2023
Versie
:3
Auteurs
: mRO b.v.
Vastgesteld d.d.
:
mRO b.v. • Leeuwenveldseweg 16H • 1382 LX • Weesp • 033 461 43 42 • info@mro.nl • www.mro.nl
INHOUD VAN DE TOELICHTING 1
INLEIDING ............................................................................... 3 1.1 1.2 1.3
2
Aanleiding en doel ..................................................................... 3 Ligging en begrenzing verordeningsgebied ................................... 5 Opzet van de toelichting ............................................................. 6 ARCHEOLOGIE IN ALTENA ........................................................ 7
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 3
Inleiding ................................................................................... 7 Wettelijk kader archeologie......................................................... 7 Provinciaal beleid archeologie ..................................................... 8 Gemeentelijk beleid archeologie .................................................. 9 Vertaling archeologiebeleid in facet verordening ........................... 15 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ........................................ 23
3.1 4
Milieu- en omgevingsaspecten ................................................... 23 JURIDISCHE ASPECTEN .......................................................... 24
4.1 4.2 4.3 5
Algemeen ................................................................................ 24 Verbeelding ............................................................................. 25 Regels..................................................................................... 25 UITVOERBAARHEID ................................................................ 27
5.1 5.2
Economische uitvoerbaarheid ..................................................... 27 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................... 27
Bijlagen 1. G.R. Ellenkamp, 2018. RAAP Notitie 6322: Update archeologiekaart Land van Heusden en Altena. Verantwoording methodiek en kaartbeeld
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
2
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
1 1.1
INLEIDING AANLEIDING EN DOEL
Sinds 2007 ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van de archeologische erfgoedzorg grotendeels bij de gemeentelijke overheden. Om de gemeentelijke rol op het gebied van archeologie vorm te geven heeft Archeologisch Adviesbureau RAAP in 2010 voor de voormalige gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld, waarin voorstellen werden gedaan voor het archeologisch erfgoedbeleid1&2. Op basis van de advieskaart stelden de drie voormalige gemeenten in 2011 de ‘Nota archeologie – Tot op de bodem’ op, waarbij de beleidsadvieskaart werd omgezet in een archeologische beleidskaart. De Nota en de beleidskaart vormden samen met de Erfgoedverordening het intergemeentelijk archeologiebeleid. In 2018 heeft RAAP op verzoek van de drie gemeenten de archeologiekaart geactualiseerd3. Er waren inmiddels verschillende nieuwe gegevens beschikbaar gekomen die hiertoe aanleiding gaven. RAAP heeft hierbij ook een vernieuwd beleidsadvies opgesteld. Dit advies heeft geleid tot een geactualiseerde Nota archeologie, de ‘Nota archeologie – Tot op de bodem, update 2018’ en een geactualiseerde archeologische beleidskaart. De voormalige gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem vormen sinds 1 januari 2019 de nieuwe gemeente Altena.
Op 8 januari 2019 heeft de raad van de gemeente Altena de geactualiseerde Nota archeologie en archeologische beleidskaart vastgesteld. Het gemeentelijk archeologiebeleid uit 2011 is daarmee geactualiseerd en wordt sindsdien gevormd door de geactualiseerde Nota en beleidskaart alsmede de Erfgoedverordening Altena 2019. Het resultaat is een archeologiebeleid dat inhoudelijk onderbouwd meer ruimte kan bieden aan ruimtelijke ontwikkelingen zonder archeologisch onderzoek. Met de vaststelling van de geactualiseerde Nota, beleidskaart en verordening, is het geactualiseerde archeologiebeleid nog niet planologisch-juridisch verankerd. Dit is echter wel nodig om het nieuwe beleid tot uitvoer te brengen, oftewel dat het als toetsingskader geldt bij vergunningaanvragen voor bouwen en/of het uitvoeren van werken en werkzaamheden. De planologisch-juridische verankering vormt dan ook de volgende logische stap in het actualisatieproces van het archeologiebeleid. De planologisch-juridische verankering geschiedt door het beleid te vertalen in het bestemmingsplan. Hiervoor is het paraplubestemmingsplan archeologie opgesteld. Het ontwerp van dit plan is recent gepubliceerd. Het paraplubestemmingsplan archeologie herziet de geldende bestemmingsplannen in de gemeente Altena ten aanzien van het aspect archeologie. M.M. Peeters, G.R. Ellenkamp, 2010.
RAAP rapport 2190: Overvloed tussen Maas en Merwede. Beleidsadviezen bij de erfgoedkaart voor de gemeente Aalburg, Werkendam en Woudrichem. Deel 2: toelichting op de beleidsadvieskaart. 2 G.R. Ellenkamp, 2010. RAAP rapport 2190: Overvloed. Een erfgoedkaart voor de gemeenten Aalburg en Werkendam. Deel 1: toelichting op de archeologische en cultuurhistorische kaart, kaartbijlage 1 en 2 G.R. Ellenkamp, 2010. RAAP rapport 2189: Een gevecht tussen Maas, Alm en Merwede. Een erfgoedkaart voor de gemeente Woudrichem Deel 1: toelichting op de archeologische en cultuurhistorische kaart. 3 G.R. Ellenkamp, 2018. RAAP Notitie 6322: Update archeologiekaart Land van Heusden en Altena. Verantwoording methodiek en kaartbeeld. 1
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
3
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
Het paraplubestemmingsplan archeologie omvat echter niet het gehele grondgebied van de gemeente Altena. Het omvat alleen de gronden waar thans een bestemmingsplan geldt. Op een deel van het grondgebied geldt geen bestemmingsplan, maar een beheersverordening, de Beheersverordening Altena, vastgesteld door de gemeenteraad op 22 september 2020. Die gronden zijn buiten het plangebied van het paraplubestemmingsplan gelaten. Uit jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt namelijk dat het niet mogelijk is om met een paraplubestemmingsplan een beheersverordening alleen met betrekking tot één aspect (zoals archeologie) te wijzigen (ECLI:NL:RVS:2020:2519). Een beheersverordening is immers een besluit op een andere grondslag (artikel 3.38 Wro) dan een bestemmingsplan (artikel 3.1 Wro). Een wijziging van een beheersverordening die uitsluitend betrekking heeft het aspect archeologie kan derhalve alleen plaatsvinden bij een besluit op diezelfde wettelijke grondslag. Om die reden is voor de gronden waar de Beheersverordening Altena geldt de voorliggende facet beheersverordening archeologie opgesteld. Met deze facet beheersverordening kan de Beheersverordening Altena worden gewijzigd met betrekking tot het aspect archeologie, zodat ook op de gronden waar deze verordening geldt het geactualiseerde archeologisch beleid planologisch-juridisch wordt verankerd.
Met de voorliggende facet beheersverordening archeologie wordt voorkomen dat de Beheersverordening Altena integraal moet worden herzien om het geactualiseerde archeologiebeleid planologisch-juridisch te vertalen. De facet beheersverordening past alleen de verbeelding en regels van de Beheersverordening Altena aan voor wat betreft het aspect archeologie. Een facet beheersverordening moet worden gezien als een verordening die als een paraplu over een andere, reeds bestaande verordening heen hangt. De facet verordening bepaalt dat de geometrisch bepaalde objecten (dubbelbestemmingen en/of aanduidingen) met betrekking tot archeologie die op de verbeelding van de Beheersverordening Altena4 zijn opgenomen worden verwijderd en worden vervangen door de objecten die op de verbeelding van de facet verordening zijn opgenomen. Als op de verbeelding van de Beheersverordening Altena4 dergelijke objecten ontbreken, dan wordt de verbeelding aangevuld met de objecten die op de verbeelding van de facet verordening zijn opgenomen. Daarnaast regelt de facet verordening dat de in de Beheersverordening Altena5 opgenomen regels die betrekking hebben op archeologie worden verwijderd en worden vervangen door de regels van de facet verordening. Indien in de Beheersverordening Altena5 dergelijke regels niet aanwezig zijn, dan worden de regels aangevuld met de regels uit de facet verordening.
Met de facet verordening kan sneller dan bij een integrale herziening van de Beheersverordening Altena het geval is, het archeologiebeleid planologisch worden verankerd. De geldende beheersverordening wordt alleen herzien ten
Hiermee wordt niet alleen de verbeelding van de Beheersverordening Altena zelf bedoeld, maar ook de verbeeldingen/plankaarten van ruimtelijke plannen die in de Beheersverordening Altena van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. 5 Hiermee worden niet alleen de regels van de Beheersverordening Altena zelf bedoeld, maar ook de regels/voorschriften van ruimtelijke plannen die in de Beheersverordening Altena van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. 4
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
4
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
aanzien van het aspect archeologie middels besluitvlakken 6, zonder dat de onderliggende bestemmingen opnieuw moeten worden bestemd. De facet verordening betreft daardoor in feite een partiële herziening van de geldende beheersverordening. Een ander belangrijk voordeel van de facet verordening is dat binnen het verordeningsgebied de regels met betrekking tot archeologie worden geharmoniseerd. In de Beheersverordening Altena zijn thans meerdere deelgebieden opgenomen, waartussen de systematiek van de archeologieregels verschilt. Met de facet verordening komt hier een einde aan. De regels worden gelijkgetrokken waarmee een eenduidige archeologieregeling ontstaat. Bovendien zijn de regels gelijk aan die uit het paraplubestemmingsplan archeologie. Zo ontstaat er dus ook gemeentebreed eenzelfde archeologieregeling. Uit het voorgaande volgt dat met de facet beheersverordening alleen de verbeelding en regels van de Beheersverordening Altena wijzigen ten aanzien van het aspect archeologie. De verbeelding en regels van de Beheersverordening Altena, zoals die luiden op het moment van vaststelling van deze facet beheersverordening, blijven voor het overige onverkort van kracht. De verbeelding van de facet verordening bestaat dan ook alleen uit besluitvlakken voor archeologie en de regels alleen uit bepalingen die bij deze vlakken behoren. 1.2
LIGGING EN BEGRENZING VERORDENINGSGEBIED
Het verordeningsgebied7 van de facet beheersverordening omvat de gronden binnen de gemeente Altena waar momenteel de Beheersverordening Altena geldt. Dit betreft met name gronden in het zuidoosten van de gemeente die
Figuur 1 – Ligging en begrenzing verordeningsgebied facet beheersverordening archeologie
Bij een beheersverordening is sprake van besluitvlakken, terwijl bij bestemmingsplannen wordt gesproken over bestemmingen. De onderhavige facet verordening is zo vormgegeven dat een besluitvlak materieel gezien hetzelfde is als een archeologische dubbelbestemming of aanduiding uit het parapluplan archeologie. Zie ook paragraaf 4.1. 7 Bij een beheersverordening is sprake van een verordeningsgebied (besluitgebied), terwijl bij bestemmingsplannen wordt gesproken over een plangebied. Een verordeningsgebied en plangebied zijn in feite hetzelfde. Een verordeningsgebied of plangebied is namelijk het gebied waar respectievelijk de verordening of het bestemmingsplan betrekking op heeft, oftewel van toepassing is. 6
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
5
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
tot de voormalige gemeente Aalburg behoorden. Tevens betreft dit een groot deel van de kernen Giessen en Rijswijk. Zoals genoemd in paragraaf 1.1, is voor het overige deel van het gemeentelijk grondgebied, het deel waar thans bestemmingsplannen gelden, het paraplubestemmingsplan archeologie opgesteld. Voor een aantal locaties binnen het verordeningsgebied van de Beheersverordening Altena is na de vaststelling van de verordening een bestemmingsplan vastgesteld. Op die locaties is de Beheersverordening Altena inmiddels vervallen (artikel 3.39, lid 2 Wro). Die locaties zijn daarom buiten het verordeningsgebied van de facet beheersverordening gelaten en zijn opgenomen in het plangebied van het paraplubestemmingsplan archeologie. In figuur 1 is de ligging en begrenzing van het verordeningsgebied van de facet beheersverordening weergegeven. 1.3
OPZET VAN DE TOELICHTING
De toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het geactualiseerde archeologiebeleid van de gemeente Altena. Tevens komt in dit hoofdstuk aan de orde op welke wijze het beleid planologisch wordt verankerd. Daarna volgt in hoofdstuk 3 een toelichting op de verbeelding (plankaart) en de regels. Tot slot komt in hoofdstuk 4 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
6
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
2 2.1
ARCHEOLOGIE IN ALTENA INLEIDING
In dit hoofdstuk komt het geactualiseerde archeologiebeleid van de gemeente Altena aan de orde (§2.4) en wordt uiteen gezet op welke wijze dit beleid in het onderhavige facet beheersverordening planologisch verankerd is (§2.5). Voordat daarop wordt ingegaan, wordt eerst het wettelijk kader (§2.2) en provinciaal beleid (§2.3) met betrekking tot archeologie geduid. 2.2
WETTELIJK KADER ARCHEOLOGIE
2.2.1 Verdrag van Malta Het Europese verdrag betreffende de bescherming van het archeologische erfgoed is in 1992 in Valletta (Malta) ondertekend door de ministers van Cultuur van de landen aangesloten bij de Raad van Europa. Dit verdrag wordt het ‘Verdrag van Malta’ of ‘Verdrag van Valletta’ genoemd. Het ‘Verdrag van Malta’ heeft als doel archeologische resten in Europa te beschermen als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed. Het accent ligt op het streven naar het behoud en beheer van archeologische resten in de bodem en op het zoveel mogelijk beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Het verdrag bepaalt dat archeologie voortaan expliciet bij de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen moeten worden meegewogen. Waar mogelijk dienen de archeologische resten te worden ontzien (behoud in situ, een Latijnse uitdrukking die betekent dat objecten precies zo blijven liggen zoals ze in het verleden zijn achtergelaten waarmee ze zijn veiliggesteld). Wanneer bescherming en inpassing van archeologisch waardevolle terreinen niet mogelijk blijkt, zal de historische informatie door middel van verantwoord archeologisch onderzoek moeten worden veiliggesteld (behoud ex situ, het veiligstellen van archeologische resten door opgraven, dus buiten de plek waar ze zijn achtergelaten).
Om deze doelstelling te bereiken, moet het archeologische belang volledig erkend worden in planologische besluitvormingsprocessen. De veroorzaker van de bodemverstoring is verantwoordelijk voor het vroegtijdig (laten) uitvoeren van archeologisch onderzoek en de financiering daarvan (het ‘veroorzaker-betaalt-principe’). Onderzoek moet worden uitgevoerd door een daarvoor gecertificeerde instantie en worden afgesloten met een schriftelijke wetenschappelijke verslaglegging. Een informatieplicht is vastgelegd in de vorm van verplichte uitwisseling van informatie en het actueel houden van een databank met archeologische gegevens. Een taak die bij het rijk is belegd. 2.2.2 Wet op de archeologische monumentenzorg Het ‘Verdrag van Malta’ is in 1998 door Nederland geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz wijzigde onder andere de Monumentenwet 1988, waardoor overheden bij bodemingrepen verplicht rekening moesten houden met archeologische waarden. Sinds de invoering van de Wamz zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed.
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
7
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
Het doel van de Wamz was om archeologische resten waar nodig te beschermen, zonder daarbij meer maatschappelijke lasten in het leven te roepen dan strikt noodzakelijk was. Vergeleken met de doelstelling van het ‘Verdrag van Malta’ kende de Wamz dus een nuancering. De wetgever gaf namelijk aan dat de bescherming van archeologie naar verhouding diende te zijn. Dit gaf ruimte voor een belangenafweging. De uitgangspunten van de Wamz sloten veelal aan bij het ‘Verdrag van Malta’. Zo werd veel waarde gehecht aan behoud en beheer in de bodem. Ook het ‘veroorzaker-betaalt-principe’ werd integraal overgenomen. Meest relevant voor de gemeenten was de verplichte planologische verankering van de archeologie. Gemeenten dienden bij het vaststellen van een bestemmingsplan of een beheersverordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische monumenten. Daarbij gaat het dus niet alleen om de bekende, maar ook om de te verwachten archeologische resten in de bodem. Relevant was ook het feit dat de bevoegdheid ten aanzien van de omgang met het bodemarchief in de meeste gevallen bij de gemeentelijke overheden is komen te liggen.
2.2.3 Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden: één integrale wet die betrekking heeft op museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. De Erfgoedwet bundelt eerdere wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden tenminste worden gehandhaafd. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 in werking treedt, de opvolger van de Monumentenwet 1988 en daarmee ook de Wamz. Laatstgenoemde twee wetten zijn derhalve met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet vervallen. Voor het aspect archeologie is er met de komst van de Erfgoedwet vrijwel niets veranderd. De grootste impact van de wet is het feit dat archeologische bedrijven niet meer werken onder een opgravingsvergunning van de Minister van OC&W, maar dat ze zich voor verschillende werkzaamheden moeten certificeren. Zolang de Omgevingswet nog niet in werking getreden is, is er ten aanzien van de archeologische erfgoedzorg sprake van een overgangsregeling. Deze overgangsregeling is opgenomen in artikel 9.1 van de Erfgoedwet. De regeling houdt in dat de bepalingen uit de Monumentenwet 1988 met betrekking tot archeologie van toepassing blijven, tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. 2.3
PROVINCIAAL BELEID ARCHEOLOGIE
In het kader van het cultuurbeleid zet de provincie Noord-Brabant in op versterking van de Brabantse identiteit. Onderdeel hiervan is het behoud van het Brabantse ruimtelijk erfgoed. De inzet van dit erfgoed is gericht op verhoging van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en het verbinden van dit erfgoed met Noord-Brabant en haar inwoners. De provincie heeft de erfgoedwaarden van provinciaal belang zorgvuldig afgebakend op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) en Interim Omge-
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
8
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
vingsverordening (IOV). In totaal zijn er 21 cultuurhistorische landschappen met daarbinnen historisch landschappelijke vlakken en 16 archeologische landschappen geselecteerd en beschreven. Het betreffen oude bewoningsarealen die de huidige gemeentegrenzen overschrijden en waarvan het bodemarchief een hoge mate van gaafheid heeft. Een van deze landschappen betreft het Land van Heusden en Altena. De archeologische landschappen zijn niet opgenomen in de IOV. Er zijn dus geen instructieregels voor het aspect archeologie vanuit provinciaal oogpunt. Dit is omdat borging reeds plaatsvindt via de landelijke wet- en regelgeving en het gemeentelijke archeologiebeleid. De archeologische landschappen zijn wel (zelf)bindend voor de provincie en zij heeft daarmee haar eigen belang gedefinieerd. Wanneer dit belang in het geding komt bij ruimtelijke plannen, dan zal de provincie hiertegen zienswijzen indienen. Verder is de provincie de bevoegde overheid bij ontgrondingen en sommige gemeentegrensoverschrijdende projecten. Voorts heeft de provincie een stimulerende rol in de bescherming van het archeologisch belang. Tot slot zet de provincie in op het belang van het regionaal samenwerken wanneer er ruimtelijke plannen bestaan binnen de archeologische landschappen die gemeentegrenzen overstijgen. 2.4
GEMEENTELIJK BELEID ARCHEOLOGIE
2.4.1 ‘Nota archeologie - Tot op de bodem’ en archeologische beleidskaart Om invulling te kunnen geven aan de gemeentelijke archeologische taken die met de inwerkingtreding van de Wamz in 2007 zijn ontstaan, besloten de voormalige gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem om gezamenlijk gemeentelijk beleid ten aanzien van archeologische monumentenzorg op te stellen. Om te komen tot dit beleid is in 2010 in opdracht van de drie gemeenten door Archeologisch Adviesbureau RAAP een archeologische beleidsadvieskaart opgesteld met een bijbehorend beleidsadvies, waarin zij voorstellen deed voor het erfgoedbeleid8&9. De drie gemeenten stelden vervolgens in 2011 de ‘Nota archeologie – Tot op de bodem’ op, waarbij de beleidsadvieskaart werd omgezet in een archeologische beleidskaart. De Nota archeologie was gebaseerd op het beleidsadvies en op de beleidskaart waren verschillende zones met archeologische (verwachtings)waarden aangegeven. De Nota bevatte een toelichting op de archeologische beleidskaart en hierin was tevens middels een stappenplan per (verwachtings)waarde aangegeven op welke wijze de gemeenten invulling gaven aan de onderzoeksplicht bij bodemingrepen. De Nota en de beleidskaart vormden samen met de ErfgoedM.M. Peeters, G.R. Ellenkamp, 2010. RAAP rapport 2190: Overvloed tussen Maas en Merwede.
Beleidsadviezen bij de erfgoedkaart voor de gemeente Aalburg, Werkendam en Woudrichem. Deel 2: toelichting op de beleidsadvieskaart. 9 G.R. Ellenkamp, 2010. RAAP rapport 2190: Overvloed. Een erfgoedkaart voor de gemeenten Aalburg en Werkendam. Deel 1: toelichting op de archeologische en cultuurhistorische kaart, kaartbijlage 1 en 2; G.R. Ellenkamp, 2010. RAAP rapport 2189: Een gevecht tussen Maas, Alm en Merwede. Een erfgoedkaart voor de gemeente Woudrichem Deel 1: toelichting op de archeologische en cultuurhistorische kaart. 8
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
9
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
verordening het intergemeentelijk archeologiebeleid van de drie gemeenten. Dit beleid is tot 2019 vertaald in ruimtelijke plannen. 2.4.2 ‘Nota archeologie - Tot op de bodem, update 2018’ en geactualiseerde archeologische beleidskaart Sinds 1 januari 2019 vormen de voormalige gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem de nieuwe gemeente Altena. Door de gemeente Altena is besloten om te komen tot een geactualiseerd gemeentelijk beleid ten aanzien van de archeologische monumentenzorg. Daartoe heeft de raad van de gemeente Altena op 8 januari 2019 een geactualiseerde Nota archeologie, de ‘Nota archeologie – Tot op de bodem, update 2018’, en een geactualiseerde archeologische beleidskaart vastgesteld. Het gemeentelijk archeologiebeleid wordt sindsdien gevormd door deze geactualiseerde Nota en beleidskaart alsmede de Erfgoedverordening Altena 2019. De ervaringen die de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem vanaf 2007 hebben opgedaan ten aanzien van de archeologische monumentenzorg en de archeologische onderzoeken die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd vormen de basis voor het geactualiseerde beleid. Archeologisch Adviesbureau RAAP heeft de Archeologiekaart in 2018 geactualiseerd10 en nieuwe beleidsvoorstellen gedaan. De rapportage is opgenomen als bijlage bij de toelichting.
Deze kaart en voorstellen hebben geleid tot de geactualiseerde Nota archeologie en geactualiseerde archeologische beleidskaart. Op de geactualiseerde archeologische beleidskaart zijn meerdere archeologische kaarteenheden, variërend van een hoge archeologische verwachting tot een lage archeologische verwachting en archeologische waarden, weergegeven. In totaal zijn er 17 verschillende archeologische waarden en verwachtingszones op de beleidskaart opgenomen. Bij het (her)bestemmen van gronden kan op basis van de archeologische beleidskaart op eenvoudige wijze rekening worden gehouden met het aspect archeologie. In gebieden waar archeologische resten aanwezig zijn of verwacht worden, kunnen bijvoorbeeld maatregelen worden genomen om deze zoveel mogelijk te ontzien. Mogelijk kan het ‘verhaal achter de archeologische resten’ zelfs worden gebruikt ter inspiratie bij de planvorming. Voor de gebieden waar wel bodemverstorende activiteiten gaan plaatsvinden, is in de Nota archeologie en op de beleidskaart aangegeven óf archeologisch onderzoek noodzakelijk is en wanneer vrijstelling van onderzoek geldt (zie hieronder). In de Nota archeologie is toegelicht hoe het onderzoek er (idealiter) uit moet zien. Vrijstellingsgrenzen Er hoeft niet altijd en overal archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Het doel van gedegen archeologiebeleid is juist om het nut en de noodzaak van archeologisch onderzoek te kunnen bepalen. Hiertoe zijn door de gemeente vrijstellingsgrenzen voor het doen van archeologisch onderzoek vastgesteld. De vrijstellingsgrenzen zijn gebaseerd op een kwalitatieve afweging van wat wetenschappelijk noodzakelijk/wenselijk is en wat maatschappelijk haalbaar/betaalbaar is. De vrijstellingsgrenzen hebben zowel G.R. Ellenkamp, 2018. RAAP Notitie 6322: Update archeologiekaart Land van Heusden en Altena. Verantwoording methodiek en kaartbeeld. 10
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
10
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
betrekking op de omvang van het plangebied en/of de ingreep, als op de diepte van de ingreep. De kaarteenheden op de geactualiseerde archeologische beleidskaart zijn daarvoor samengevat in zes archeologische beleidscategorieën. Elke categorie heeft eigen vrijstellingsgrenzen. De vrijstellingsgrenzen geven aan vanaf welke diepte en oppervlakte van een bodemingreep van tevoren archeologisch onderzoek nodig is. Het type onderzoek is daarbij afhankelijk van de aanwezige archeologische waarde of verwachting. De gekozen categorisering is overzichtelijk en werkbaar en staat het normale (agrarisch) gebruik van gronden niet in de weg. Overigens is het opknippen van bodemingrepen in meerdere kleine delen met de kennelijke bedoeling om telkens onder de vrijstellingsgrenzen te blijven en dus onder een archeologisch onderzoek uit te komen niet toegestaan, aangezien dit in strijd is met het doel van het
Figuur 1 – Geactualiseerde archeologische beleidskaart gemeente Altena met de 6 categorieën en vrijstellingsgrenzen
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
11
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
duurzame behoud van het archeologische erfgoed. En indien in een plan- of projectgebied of perceel volgens de Archeologische beleidskaart verschillende archeologische waarden voorkomen, dan geldt voor het project- of plangebied of perceel de hoogste aanwezige waarde met bijbehorende vrijstellingsgrenzen. Slechts als de hoogste waarde een zeer beperkt deel uitmaakt van het plangebied (maximaal 10%) en in dit deel bovendien geen bodemverstoring plaatsvindt, kan in samenspraak met de door de gemeente aangestelde archeologisch deskundige ervoor gekozen worden om af te wijken van de geldende hoogste waarde met één stap. De vrijstellingsgrenzen in de gemeente Altena zijn gebiedsspecifiek en anders dan die van andere gemeenten in de regio West-Brabant. Dit heeft te maken met het feit dat elders in West-Brabant vooral sprake is van zandgronden, terwijl Altena tot het rivierengebied behoort. Archeologische lagen/woongronden zijn op zandgronden vooral horizontaal verspreid. In het rivierengebied is dat anders. Hier is sprake van een gelaagd landschap dat ontstaan is onder invloed van de rivieren. Door overstromingen, inklinking van de bodem en het verleggen van de loop van rivieren is hier sprake van een ‘gestapelde’ bodem. Rivieren laten steeds sediment achter waardoor het oude maaiveld steeds dieper komt te liggen.
Hierdoor varieert de diepte van de voor archeologie relevante bodemlagen aanzienlijk door het gebied heen. Het komt vaak voor dat bodemingrepen tot een bepaalde diepte om die reden in het Land van Heusden en Altena wel worden toegestaan zonder dat archeologisch onderzoek is gedaan en in de ‘zandgemeenten’ niet. Daar worden bodemingrepen in eerste instantie afgewogen tegen de oppervlakte en over het algemeen een algemene diepte (ca. de bouwvoor). Toelichting archeologische beleidskaart Voor de afzonderlijke archeologische kaarteenheden die op de geactualiseerde archeologische beleidskaart zijn weergegeven wordt hieronder omschreven welke onderzoeksstrategie in geval van ruimtelijke ontwikkelingen geldend is. Bedacht dient te worden dat de archeologische verwachting geen uitspraken doet over de concrete aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen, dat geldt alleen voor de archeologische waarden (archeologische monumententerreinen, historische kernen, vindplaatsen). Het blijft de weerslag van een verwachtingsmodel, dat nader onderbouwd is met onderzoeksresultaten van vele archeologische onderzoeken. Benadrukt wordt dat in alle verwachtingszones archeologische vindplaatsen kunnen worden aangetroffen, maar de verwachte hoeveelheid neemt af van zones met een hoge verwachting naar zones met een lage verwachting.
Archeologische monumenten (AMK-terrein beschermd) (rood op de kaart) Wettelijk beschermde archeologische monumenten omvatten gebieden waar archeologische resten van nationaal belang zijn vastgesteld met onder meer een zeer hoge kwaliteit, zeldzaamheid en contextwaarde. Voor wettelijk beschermde terreinen is behoud van de bestaande situatie vereist en dient aantasting van de archeologische resten vermeden te worden. Op deze terreinen kunnen bodemingrepen slechts plaatsvinden na verkrijging van een vergunning van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Voor bodemingrepen geldt geen vrijstellingsgrens.
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
12
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
Archeologische monumenten (AMK-terrein onbeschermd) (roodoranje op de kaart) De overige archeologische monumenten, dus de terreinen zonder wettelijke bescherming, hebben ook oudheidkundige betekenis, maar kennen een minder hoge of onduidelijke kwaliteit, zeldzaamheid en contextwaarde. Hoewel deze monumenten niet wettelijk beschermd zijn, dient gestreefd te worden naar planologische bescherming. In deze zones dienen bij voorkeur geen werkzaamheden te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 0,3 m -Mv én waarvan de oppervlakte meer bedraagt dan 100 m². Archeologische vindplaatsen (roodbruin op de kaart) Op archeologische vindplaatsen is de aanwezigheid van archeologische resten vastgesteld. Hoewel de afzonderlijke waarnemingen puntlocaties betreffen, omvatten de resten zelf veelal een groter oppervlak. Om daarmee rekening te kunnen houden, is rond vindplaatsen een zone met een straal van 50 meter aangeduid, waarbinnen de archeologische resten zich kunnen uitstrekken. In deze zones dienen bij voorkeur geen werkzaamheden te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische resten leiden.
Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 0,3 m -Mv én waarvan de oppervlakte meer bedraagt dan 100 m². Historische kernen (oranje op de kaart) De historische kernen kunnen vanwege hun (verwachte) rijkdom aan archeologische resten elk afzonderlijk beschouwd worden als één grote archeologische vindplaats. In deze zones dienen bij voorkeur geen werkzaamheden te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 0,3 m -Mv én waarvan de oppervlakte meer bedraagt dan 100 m². Verdronken nederzetting (licht oranje op de kaart) In het gebied komen op meerdere plaatsen verdronken nederzettingen voor, hetzij als gevolg van verleggingen van de Maas, hetzij als gevolg van de Sint Elizabethsvloeden. In beide gevallen staan de daadwerkelijke begrenzingen van de dorpen echter niet onomstotelijk vast en is ook niet altijd duidelijk of daadwerkelijk archeologische resten in de ondergrond verborgen liggen.
De gebieden kunnen zodoende eerder aangemerkt worden als verwachtingszone dan als bekende vindplaats. In deze zones dienen bij voorkeur geen werkzaamheden te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 0,5 m -Mv én waarvan de oppervlakte meer bedraagt dan 250 m².
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
13
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
Hoge archeologische verwachting (bruintinten op de kaart) In zones met een hoge archeologische verwachting wordt een hoge dichtheid aan archeologische vindplaatsen verwacht. Het gaat hierbij om de verwachting op archeologische resten op grotere stroomgordels waarop in het verleden veelvuldig archeologische resten zijn aangetroffen. In deze gebieden dienen bij voorkeur geen werkzaamheden te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 0,3 m -Mv of 0,5 m – Mv (afhankelijk van de betreffende zone) én waarvan de oppervlakte meer bedraagt dan 250 m². Middelhoge archeologische verwachting (groentinten op de kaart) In zones met een middelhoge archeologische verwachting worden archeologische vindplaatsen verwacht, maar in een lagere dichtheid dan in zones met een hoge archeologische verwachting. Het gaat hierbij om de verwachting op archeologische resten op grotere stroomgordels met verminderde potentie. In deze gebieden dienen bij voorkeur geen werkzaamheden te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ.
Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 0,5 m -Mv, 1,5 m -Mv, 3 m -Mv of 5 m -Mv (afhankelijk van de betreffende zone) én waarvan de oppervlakte meer bedraagt dan 500 m². Middellage archeologische verwachting (geeltinten op de kaart) In zones met een middellage archeologische verwachting worden archeologische vindplaatsen verwacht, maar in een lagere dichtheid dan in zones met een hoge of middelhoge archeologische verwachting. Het gaat hierbij om de verwachting op archeologische resten op kleinere stroomgordels en crevasses. In deze gebieden dienen bij voorkeur geen werkzaamheden te worden uitgevoerd die tot fysieke aantasting van de (verwachte) archeologische resten leiden. Het beleid is dus gericht op behoud van de bestaande situatie: behoud in situ. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient een archeologisch onderzoek plaats te vinden. Indien verstoring niet vermeden kan worden, dient archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodemingrepen dieper dan 0,5 m -Mv, 1,5 m -Mv of 3 m -Mv (afhankelijk van de betreffende zone) én waarvan de oppervlakte meer bedraagt dan 1.000 m². Lage archeologische verwachting (grijs op de kaart) Een lage archeologische verwachting geldt voor de gebieden waar uitsluitend komafzettingen voorkomen.
Hierin worden in principe geen locatiegebonden archeologische resten verwacht. Losse archeologische resten kunnen niet worden uitgesloten, maar aangezien hierop geen beleid is te maken gelden voor deze zones vanuit archeologisch oogpunt geen restricties ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Er hoeft dus geen archeologisch onderzoek plaats te vinden bij bodemingrepen, tenzij het buitenplanse MER-plichtige projecten betreft, vallend onder de Wro, de Wet Milieubeheer of de Tracéwet.
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
14
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
Archeologisch onderzoek (paarse belijning op de kaart) In gebieden waar al archeologisch onderzoek is verricht heeft de omlijning van de onderzoeksgebieden op de beleidskaart een signalerende functie voor bodemingrepen die binnen of in de directe nabijheid ervan voorzien zijn. Informatie uit deze onderzochte gebieden kan van invloed zijn op een eventuele onderzoeksplicht en wordt te allen tijde door de gemeente en haar deskundige bij de afweging daartoe betrokken. Zoetegetijdenkleidek (blauwe golf op de kaart) Voor gebieden met een zoetegetijdenkleidek gelden de onderliggende verwachting en de daarbij behorende vrijstellingsgrenzen voor archeologisch onderzoek. 2.5
VERTALING ARCHEOLOGIEBELEID IN FACET VERORDENING
Het geactualiseerde archeologiebeleid dient planologisch-juridisch te worden verankerd om als toetsingskader te kunnen dienen bij het oprichten van bouwwerken of de uitvoering van andere werken en werkzaamheden waarbij bodemingrepen plaatsvinden. De voorliggende facet beheersverordening voorziet in deze planologisch-juridische verankering. Hieronder komt aan de orde op welke wijze dit gestalte krijgt. 2.5.1 Verbeelding Besluitvlakken ‘Waarde – Archeologie’ De archeologische kaarteenheden die op de archeologische beleidskaart zijn weergegeven zijn op de verbeelding van de verordening opgenomen middels een besluitvlak ‘Waarde – Archeologie’. Op de beleidskaart zijn, zoals bovenstaand al is aangegeven, de archeologische kaarteenheden samengevat in zes archeologische beleidscategorieën. Binnen sommige categorieën verschilt echter de diepteondergrens voor het doen van archeologisch onderzoek per kaarteenheid. Het is daarom niet mogelijk om per categorie een besluitvlak ‘Waarde – Archeologie’ op te nemen. Om te komen tot een heldere en goed werkbare planologische vertaling van de beleidskaart, dient namelijk per besluitvlak ‘Waarde – Archeologie’ sprake te zijn van een eenduidige vrijstellingsgrens, die voor alle gronden waar dat vlak geldt zowel in oppervlakte als diepte gelijk is.
Om die reden zijn binnen de categorieën waar sprake is van een verschil in diepteondergrenzen ten behoeve van de planologische vertaling subcategorieën onderscheiden, waarin de vrijstellingsgrenzen qua diepte gelijk zijn. Zo is categorie 3, waartoe de kaarteenheden verdronken nederzetting, hoge archeologische verwachting diepteligging 0-0,5 m -Mv en hoge archeologische verwachting diepteligging 0,5-1,5 m -Mv behoren, nader onderverdeeld in categorie 3a en 3b. Tot categorie 3a behoort alleen de kaarteenheid hoge archeologische verwachting diepteligging 0-0,5 m -Mv. Hier is de dieptevrijstellingsgrens 0,3 m -Mv. Tot categorie 3b behoren verdronken nederzetting en hoge archeologische verwachting diepteligging 0,5-1,5 m -Mv. Hier is de dieptevrijstellingsgrens voor beiden namelijk 0,5 m -Mv. In de onderstaande tabel is de verdeling in subcategorieën aangegeven met het besluitvlak dat bij die categorie behoort evenals de daarbij behorende vrijstellingsgrenzen voor het verrichten van archeologisch onderzoek. Bij zones met categorie 6, gebieden met een lage archeologische verwachting, behoort geen besluitvlak Waarde – Archeologie’.
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
15
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
Deze zones zijn niet op de verbeelding van de facet verordening opgenomen, omdat hier vanuit archeologisch oogpunt geen restricties gelden voor bodemingrepen. Bodemingrepen zijn hier zonder archeologisch onderzoek toegestaan. Dit is anders als het buitenplanse MER-plichtige projecten betreft, vallend onder de Wro, de Wet Milieubeheer of de Tracéwet. Dit valt echter buiten de scope van de voorliggende facet beheersverordening. Kaarteenheid AMK-terrein beschermd AMK-terrein Archeologische vindplaats Historische kern Hoge archeologische verwachting 0 – 0,5 m-Mv Hoge archeologische verwachting 0,5 – 1,5 m -Mv Verdronken nederzetting Middelhoge archeologische verwachting 0 – 0,5 m -Mv Middelhoge archeologische verwachting 0,5 – 1,5 m -Mv Middelhoge archeologische verwachting 1,5 – 3 m -Mv Middelhoge archeologische verwachting 3 – 5 m -Mv Middelhoge archeologische verwachting > 5 m -Mv Middellage archeologische verwachting 0 – 0,5 m -Mv Middellage archeologische verwachting 0,5 – 1,5 m -Mv Middellage archeologische verwachting 1,5 - 3 m -Mv Middellage archeologische verwachting 3 – 5 m -Mv Lage archeologische verwachting
(Sub) cat. 1 2 2 2 3a
Vrijstelling diepte n.v.t. 0,3 m-Mv 0,3 m-Mv 0,3 m-Mv 0,3 m-Mv
Vrijstelling omvang n.v.t. 100 m² 100 m² 100 m² 250 m²
Besluitvlak
3b
0,5 m-Mv
250 m²
3b 4a
0,5 m-Mv 0,5 m-Mv
250 m² 500 m²
4a
0,5 m-Mv
500 m²
4b
1,5 m-Mv
500 m²
Waarde – Archeologie 4b
4c
3 m-Mv
500 m²
Waarde – Archeologie 4c
4d
5 m-Mv
500 m²
Waarde – Archeologie 4d
5a
0,5 m-Mv
1.000 m²
5a
0,5 m-Mv
1.000 m²
5b
1,5 m-Mv
1.000 m²
Waarde – Archeologie 5b
5c
3 m-Mv
1.000 m²
Waarde – Archeologie 5c
6
N.v.t.
N.v.t.
Geen
Waarde – Archeologie 1 Waarde – Archeologie 2 Waarde – Archeologie 3a
Waarde – Archeologie 3b
Waarde – Archeologie 4a
Waarde – Archeologie 5a
Tabel 1 – (Sub)categorieën met bijbehorende besluitvlakken en vrijstellingsgrenzen.
Op de verbeelding van de facet verordening komen de besluitvlakken ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waarde -Archeologie 5c’ niet voor. De archeologische kaarteenheden AMK-terrein beschermd en middellage archeologische verwachting 3 – 5 m -Mv liggen namelijk niet in het verordeningsgebied. Besluitvlak ‘melding onderzoek archeologie’ De gebieden die op de archeologische beleidskaart zijn weergegeven waar in het verleden al eens archeologisch onderzoek verricht is, zijn op de verbeelding van de facet verordening voorzien van het besluitvlak ‘melding onderzoek archeologie’. Dit besluitvlak heeft met name een signaleringsfunctie. Zo is voor een initiatiefnemer die dit besluitvlak tegenkomt binnen het gebied waar bodemingrepen zijn beoogd eenvoudig te signaleren dat er al archeologische informatie beschikbaar is. Deze informatie en de status ervan is op te vragen bij de gemeente Altena en dient te worden betrokken bij de archeologische afweging die bij bodemingrepen moet plaatsvinden. Hieronder bij de regels wordt daar nader op ingegaan. 2.5.2 Regels In de regels van de facet beheersverordening zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van de te verwachten of aanwezige archeologische waarden ter
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
16
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
plaatse van de besluitvlakken ‘Waarde – Archeologie’. Deze regels zijn daarom gekoppeld aan het betreffende besluitvlak dat opgenomen is op de verbeelding en gelden alleen ter plaatse van dat besluitvlak. In de regels is vastgelegd dat de voor ‘Waarde - Archeologie’ aangewezen gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd zijn voor de bescherming van archeologische waarden of te verwachten archeologische waarden. Hierbij is aangegeven welke waarde of verwachtingswaarde het betreft, bijvoorbeeld van een historische kern of middelhoge verwachtingswaarde. De bestemming ‘Waarde - Archeologie’ heeft voorrang op andere bestemmingen (uit de onderliggende Beheersverordening Altena) die ter plaatse voorkomen. Om de archeologische waarden of te verwachten waarden te beschermen zijn in de bestemming ‘Waarde -Archeologie’ regels opgenomen voor het bouwen, het uitvoeren van werken, of van werkzaamheden en het slopen van bouwwerken. Hieronder wordt op de inhoud van de regels die bij de besluitvlakken ‘Waarde – Archeologie 2 t/m 5b’ horen ingegaan. Bouwen Verbod In de bouwregels van de besluitvlakken ‘Waarde – Archeologie 2 t/m 5b’ is bepaald dat het verboden is om te bouwen op deze gronden. Uitzonderingen Dit bouwverbod is echter niet van toepassing op: a.
bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan oppervlaktevrijstellingsgrens en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemmingen, of; b. bouwwerken waarvoor bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan de dieptevrijstellingsgrens onder het bestaande maaiveld en die kunnen worden gebouwd krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), of; c. de verbouwing en/of sloop- en nieuwbouw van bestaande bouwwerken krachtens de andere daar voorkomende bestemming(en), mits: 1. de bestaande fundering wordt gebruikt; 2. de bestaande oppervlakte niet wordt uitgebreid; d. gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. De uitzonderingen onder a. en b. zorgen ervoor dat bij bouwwerken waarvoor bij de bouw grondwerkzaamheden worden uitgevoerd die de vrijstellingsgrenzen niet overschrijden geen restricties gelden. Hiervoor hoeft van tevoren immers geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.
Onder grondwerkzaamheden vallen alle werkzaamheden die in de bodem plaatsvinden en nodig zijn voor de bouw van het bouwwerk, zoals graven (voor funderingen, kruipruimtes, kelders, kabels en leidingen, etc.), egaliseren, ophogen, hei- of
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
17
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
boorwerkzaamheden, etc. De oppervlakte van deze grondwerkzaamheden zal daardoor vaak groter zijn dan de oppervlakte van het te bouwen bouwwerk. Uitzondering d. maakt het mogelijk om af te kunnen zien van archeologisch onderzoek indien duidelijk is dat de bodem reeds verstoord is dieper dan de te verwachten archeologische vondstlaag op die locatie. Bijvoorbeeld als een woning wordt gebouwd op een plek waar eerst een veestal stond met een kelder die dieper was dan de te verwachten vondstlaag. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen of van deze uitzondering gebruik kan worden gemaakt. Afwijken van het bouwverbod Van het bouwverbod kan middels het verlenen van een omgevingsvergunning afgeweken worden voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c.
één of meerdere van de volgende voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning indien op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE); of 3. een verplichting de uitvoering van de bouwactiviteiten te laten begeleiden door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE). De afwijking onder voorwaarde a., b. of c. maakt het mogelijk om bouwactiviteiten toe te staan die niet onder de uitzonderingen vallen en waarvoor van tevoren archeologisch onderzoek is verricht. Als het bevoegd gezag nog niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop de omgevingsvergunningaanvraag betrekking heeft, dan dient de aanvrager een dergelijk onderzoek te laten verrichten en een archeologisch rapport ter goedkeuring te overleggen.
Zoals reeds vermeld is, zijn de gebieden die op de archeologische beleidskaart zijn weergegeven waar in het verleden al eens archeologisch onderzoek verricht is, op de verbeelding van de facet verordening voorzien van het besluitvlak ‘melding onderzoek archeologie’. Ter plaatse van dat besluitvlak dient het bevoegd gezag bij zijn beoordeling of het beschikt over een toereikend onderzoek rekening te houden met het archeologisch onderzoek dat hier al verricht is. Als de aanvrager een archeologisch rapport moet overleggen, dan
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
18
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
dient hierin ook rekening te worden gehouden met het al verrichte onderzoek. Het besluitvlak heeft op deze wijze dus een signaleringsfunctie, zowel voor het bevoegd gezag als voor de opstellers van een archeologisch rapport. Archeologisch onderzoek dient altijd door een gecertificeerde instantie te worden verricht die werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) en conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Plan van Aanpak (PvA) (bij booronderzoek) of Programma van Eisen (PvE) (bij gravend onderzoek). Een gecertificeerde instantie is een instantie die beschikt over een certificaat zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Erfgoedwet. Een PvA of PvE betreft een document waarin onderzoeksvragen en uitvoeringseisen voor het uit te voeren archeologisch onderzoek voor respectievelijk booronderzoek (verkennende of karterende boringen) of gravend onderzoek (proefsleuven, opgraving of archeologische begeleiding) staan geformuleerd. Ook voor het PvA en PvE geldt dat deze moeten voldoen aan de KNA. Het PvE of PvA dient voor aanvang van het onderzoek door het bevoegd gezag te zijn goedgekeurd. Het archeologisch rapport, waarin de resultaten van het archeologisch onderzoek worden verwoord, dient eveneens te voldoen aan de KNA. Voorwaarde c.
biedt de mogelijkheid om een omgevingsvergunning te verlenen voor een bouwwerk, indien uit archeologisch onderzoek gebleken is dat nog nader archeologisch onderzoek moet plaatsvinden in de vorm van opgravingen of archeologische begeleiding of dat technische maatregelen moeten worden getroffen om archeologische resten in de bodem te kunnen behouden. Verplichtingen tot het doen van een opgraving, archeologische begeleiding of het treffen van technische maatregelen worden in voorkomende gevallen als voorschrift opgenomen in de vergunning. Voor de twee eerstgenoemde verplichtingen geldt dat deze dienen te worden uitgevoerd door een gecertificeerde instantie en conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd PvE. Bij het treffen van technische maatregelen dient sprake te zijn van een door het bevoegd gezag goedgekeurd behoudsmaatregelenplan. Dit is een document waarin de maatregelen zijn geformuleerd die getroffen worden om archeologische resten in de bodem te behouden en te beschermen tijdens de uitvoering van werkzaamheden en het gebruik van de gronden nadien. Behoud in de bodem is namelijk niet vrijblijvend. Het behoudsmaatregelenplan brengt in beeld hoe dat duurzaam gebeurt en wie welke rol vervult in dat proces. Het bevoegd gezag laat zich bij de bij de verlening van een afwijking en de beoordeling van een archeologisch rapport adviseren door een archeologisch deskundige.
Dit is een door het college van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. Uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningplicht In de regels voor de besluitvlakken ‘Waarde – Archeologie 2 t/m 5b’ is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Dit betekent dat het verboden is om bepaalde werken en werkzaamheden uit te voeren zonder omgevingsvergunning. Het betreft de volgende werken en werkzaamheden:
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
19
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
a. het uitvoeren van grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het aanbrengen van heipalen; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals het aanleggen van drainage en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanleggen of uitbreiden van oppervlakteverhardingen, zoals wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; f. het aanbrengen of rooien van diepwortelende bomen en/of beplanting, waarbij de stobben worden verwijderd; g. het ophogen van gronden. Voor de werken en werkzaamheden maakt het niet uit met welk doel deze worden verricht. Werken en werkzaamheden die bijvoorbeeld nodig zijn voor de aanleg van landschappelijke inpassing of een tuin vallen hier dus ook onder. Uitzonderingen Er is geen omgevingsvergunning nodig voor werken en/of werkzaamheden indien: a. het werken of werkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan de oppervlaktevrijstellingsgrens, of; b.
het werken of werkzaamheden als bedoeld onder a t/m f betreft die niet dieper reiken dan de dieptevrijstellingsgrens onder het bestaande maaiveld, of; c. de werken en of werkzaamheden het normale onderhoud en beheer betreffen, waaronder begrepen onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte, of; d. de werken of werkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treding van de beheersverordening, of; e. de werken of werkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; f. de werken en werkzaamheden gericht zijn op archeologisch onderzoek, waaronder begrepen het doen van opgravingen door een gecertificeerde instantie conform een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE), of; g. het gronden betreft waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige; h. het werken of werkzaamheden als bedoeld onder g betreft, waarbij: 1. de bodem als gevolg van het ophogen niet meer wordt belast dan 0,8 ton/m², of; 2.
het ophogen plaatsvindt op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag niet zettingsgevoelig zijn; bij de beoordeling
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
20
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. De uitzonderingen onder a. en b. zorgen ervoor dat bij werken of werkzaamheden die de vrijstellingsgrenzen niet overschrijden geen vergunning nodig is. Hiervoor hoeft van tevoren immers geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Middels uitzondering c. is geregeld dat voor werken en werkzaamheden die tot het normale onderhoud en beheer van gronden kunnen worden gerekend ook geen vergunning nodig is. Deze kunnen dus doorgang vinden zonder dat eerst archeologisch onderzoek moet worden verricht. Uitzondering g. bepaalt dat geen vergunningplicht geldt het uitvoeren van werken en werkzaamheden als de bodem reeds verstoord is dieper dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen of van deze uitzondering gebruik kan worden gemaakt. Uitzondering h. is opgenomen voor het ophogen van gronden omdat uit informatie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) blijkt dat het belasten van de bodem door ophogingen altijd mogelijk is zonder dat er onevenredige schade aan archeologische waarden optreedt indien de bodem niet zettingsgevoelig is of als de belasting niet meer bedraagt dan 0,8 ton/m².
Bedraagt de belasting meer dan 0,8 ton/m² op gronden die naar het oordeel van het bevoegd gezag zettingsgevoelig zijn, dan is er een omgevingsvergunning vereist waarvoor een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Een zettingsonderzoek kan in dit geval onderdeel uitmaken van het archeologisch onderzoek. Toetsingscriteria Voor de verlening van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en/of werkzaamheden gelden 3 toetsingscriteria. Deze zijn hetzelfde als de voorwaarden die gelden voor het verlenen van een afwijking van het bouwverbod, zoals hierboven weergegeven onder het kopje ‘Afwijken van het bouwverbod’. De daarbij gegeven toelichting is eveneens van toepassing voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden. Derhalve wordt hiernaar verwezen. Een vergunning kan alleen worden verleend als voldaan wordt aan één van de criteria. Slopen van bouwwerken Vergunningplicht In de regels van de besluitvlakken ‘Waarde – Archeologie 2 t/m 5b’ is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor het slopen van bouwwerken. Dit betekent dat het verboden is om bouwwerken te slopen zonder omgevingsvergunning. Uitzonderingen Er is geen omgevingsvergunning nodig voor het slopen van bouwwerken indien: a. het sloopwerkzaamheden betreft waarvan de oppervlakte niet meer bedraagt dan de oppervlaktevrijstellingsgrens, of;
Gemeente Altena Facet beheersverordening Archeologie mRO b.v. / TOE / 84.49 / v3 / oktober 2023
21
NL.IMRO.1959.AltBV152FBVArcheo-VG01 Vastgesteld d.d. PM
b. het sloopwerkzaamheden betreft die niet dieper reiken dan de dieptevrijstellingsgrens onder het bestaande maaiveld, of; c. de sloopwerkzaamheden reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van in werking treding van de beheersverordening, of; d. de sloopwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning, of; e. het sloopwerkzaamheden betreft op gronden waar naar oordeel van het bevoegd gezag reeds verstoring heeft plaatsgevonden die dieper reikt dan de te verwachten archeologische vondstlaag; bij de beoordeling hiervan laat het bevoegd gezag zich adviseren door een archeologisch deskundige. De uitzonderingen onder a. en b. zorgen ervoor dat bij sloopwerkzaamheden die de vrijstellingsgrenzen niet overschrijden geen vergunning nodig is. Hiervoor hoeft van tevoren immers geen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Uitzondering e. bepaalt dat geen vergunningplicht geldt het uitvoeren van sloopwerkzaamheden als de bodem reeds verstoord is dieper dan de te verwachten archeologische vondstlaag. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen of van deze uitzondering gebruik kan worden gemaakt.