CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage RV Warmtevisie Altena 2021- Warmtevisie gemeente Altena 2021

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente AltenaBij agendapunt: Warmtevisie25.446 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Warmtevisie Altena 2021

november 2021

2 Warmtevisie Altena november 2021

Voorwoord Voor u ligt de Warmtevisie; een plan hoe Altena kan stoppen met het gebruik van aardgas. Dit plan maakte de gemeente samen met inwoners en organisaties uit onze mooie gemeente. Samen zoeken we onze weg naar een duurzamere samenleving. Een van de vragen daarbij is hoe we het in huis warm houden met minder energieverbruik én zonder fossiele brandstoffen. Een opgave die de gemeente niet alleen kan of die binnen enkele jaren is gefikst. De stappen in deze Warmtevisie zijn voorgesteld op basis van huidige inzichten en beschikbare kennis en informatie. Maar inzichten veranderen, nieuwe technieken worden ontwikkeld en onze kennis neemt toe. Dus moeten we voortdurend ook durven schakelen. Essentieel is dat we onze inwoners meekrijgen in deze opgave. Uit ons onderzoek uit 2019 blijkt dat onze inwoners positief zijn over duurzaamheid. Zij dragen graag hun steentje bij aan een leefbare aarde voor zichzelf en onze kinderen. Maar mensen willen keuzes maken op basis van goede informatie. Ze willen begrijpen dat investeringen die ze doen verstandig zijn. Daarnaast is het belangrijk dat de omslag naar aardgasvrij betaalbaar blijft en realistisch is. Draagvlak en vertrouwen zijn daarbij essentiële voorwaarden. Daarom kiezen we voor een dynamisch proces. Een stapsgewijze, behapbare en realistische aanpak.

Tot 2030 richten we ons eerst op het isoleren van een deel van de bestaande woningen in Altena. Deze worden hiermee klaar voor aardgasvrij. Woningen die klaar zijn voor aardgasvrij verbruiken minder energie. Dit zorgt dus voor minder CO2-uitstoot. Maar ook voor een lagere energierekening en meer wooncomfort. Bewust omgaan met energie en goede isolatie kunnen al een enorm verschil maken. De komende jaren willen we elkaar motiveren de juiste stappen op de goede momenten te zetten. Samenwerken en voelen waar de energie zit en er gezamenlijk aan werken. We gaan voor een toekomstbewust én toekomstbestendig Altena. Roland van Vugt Wethouder Duurzaamheid

3

Inhoudsopgave Voorwoord

3

Samenvatting

7

1.

Inleiding

11

2.

Wat is de opgave voor Altena?

13

3.

Hoe kunnen we de opgave aanpakken?

17

4.

Waar en wanneer kunnen we starten?

21

5.

Wat vinden inwoners, ondernemers en betrokken partijen ervan?

27

6.

Welke strategie volgen we in Altena?

31

2.1 2.2 2.3

3.1 3.2

4.1 4.2 4.3 4.4

5.1 5.2

6.1 6.2

Karakteristieken van de woningen en gebouwen Huidig gasverbruik en warmtevraag De opgave

Woningen en gebouwen isoleren (aardgasvrij-gereed) Passend warmtealternatief zoeken

Afwegen op basis van criteria Technisch-economische criteria Socio-economische criteria Natuurlijke momenten

Inwoners en ondernemers Betrokken partijen

Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Altena Nadere uitwerking strategie

6.2.1 6.2.2 6.2.3

6.3

7.

17 17

21 21 22 23

27 28

31 32 32 33 34

Rol gemeente en andere partijen

34

Hoe pakken we de uitvoering aan?

37

7.1 7.2

Inleiding Planning warmtetransitie voor de periode tot 2030

7.2.1 7.2.2 7.2.3

7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8

8.

Spoor A: gemeentebrede aanpak Spoor B: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten Spoor C: onderzoek naar aardgasvrij

13 15 15

Spoor A: gemeentebrede aanpak Spoor B: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten Spoor C: onderzoek naar aardgasvrij

Planning warmtetransitie voor de periode 2030-2050 Uitvoeringsplannen Wat kunnen woningeigenaren nu al doen? Communicatie en participatie Financiering en betaalbaarheid voor gebouweigenaren Monitoring

Uitvoeringskosten

4 Warmtevisie Altena november 2021

37 37 38 38 39

39 40 41 41 41 42

43

BIJLAGE 1

BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 Colofon

Technisch en financiële analyse

47

BIJLAGE 1.A BIJLAGE 1.B BIJLAGE 1.C BIJLAGE 1.D

63 67 71 77

Methoden en technieken Warmtekansenkaarten Toelichting strategieën Startanalyse PBL Kaartenbijlage

Handelingsperspectief voor woningeigenaren Inbreng klankbordgroep en betrokken partijen

81 83 86

5

6 Warmtevisie Altena november 2021

Samenvatting Nederland moet een bijdrage leveren aan het tegengaan van de opwarming van de aarde door de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid met allerlei partijen hierover afspraken gemaakt. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de afspraak om alle woningen en gebouwen voor 2050 aardgasloos te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Afgesproken is dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Warmtevisie opstellen en vaststellen. De gemeente is voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van inwoners, de woningcorporaties, de bedrijven, nutsbedrijven en maatschappelijke organisaties. Bij de totstandkoming van deze Warmtevisie zijn inwoners, de woningcorporaties Bazalt Wonen en Woonstichting Land van Altena en netbeheerder Enexis intensief betrokken. De Warmtevisie wordt conform de afspraken uit het Klimaatakkoord minimaal iedere 5 jaar herzien, zodat nieuwe inzichten weer in de aanpak kunnen worden verwerkt. Na vaststelling van de Warmtevisie gaat de gemeente, samen met inwoners en betrokken partijen, werken aan het opstellen van (buurt)uitvoeringsplannen en de uitvoering daarvan.

De opgave en ambitie van Altena Deze Warmtevisie richt zich op de periode tot 2030. In het Klimaatakkoord geldt deze periode als een aanloopperiode waarin circa 20% van de totale opgave voor de woningen wordt aangepakt. Om woningen aardgasvrij te kunnen maken, moeten deze goed zijn geïsoleerd (minimaal label B). In Altena is de isolatie van ongeveer 70% van de woningen nog onvoldoende. We kiezen er daarom voor om ons eerst te richten op het besparen op het gebruik van aardgas door middel van het isoleren van de woningen. In de periode tot 2030 hebben we de ambitie om 3.000 bestaande woningen (20% van de totale isolatieopgave) te isoleren tot een niveau waarop ze op een passende manier aardgasvrij kunnen worden gemaakt (‘aardgasvrij-gereed’). Dit betekent dat de woningen ook geschikt moeten worden gemaakt voor elektrisch koken. Naast een bijdrage aan de klimaatdoelstelling zorgt het isoleren van woningen voor een lagere energierekening en een hoger wooncomfort voor de bewoners. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken van de woningen mag vanuit het Klimaatakkoord ook na 2030 gebeuren. In Altena zijn verschillende warmtebronnen beschikbaar die als vervanger van aardgas kunnen dienen. Veel warmtetechnieken zijn echter nog sterk in ontwikkeling, de kosten zijn nog erg hoog en de financiering is complex.

In Altena kiezen we er daarom voor om voorlopig nog niet op grootschalige wijze woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. We gaan ervan uit dat er tot 2030 geen grootschalige warmtenetten in Altena worden aangelegd, tenzij marktpartijen hier initiatief voor nemen, en dat duurzame gassen als groene waterstof en biogas niet kunnen worden ingezet. Wel verzamelen we in de tussentijd kennis over technieken, organisatie en financiering. Ook willen we natuurlijke momenten zoveel mogelijk aangrijpen om woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. We vinden het belangrijk dat de warmtetransitie voor iedere inwoner haalbaar en betaalbaar is. We willen voorkomen dat er een tweedeling in de maatschappij ontstaat en alleen mensen met voldoende financiële middelen kunnen meedoen met de aanpak. In deze Warmtevisie maken we nog geen definitieve keuze voor buurten waar we in de periode tot 2030 aan de slag gaan met het verduurzamen van de woningen. We vinden het belangrijk dat het initiatief vanuit de samenleving komt en dat er draagvlak in een buurt is voordat we met de uitvoering starten. De woningcorporaties Bazalt Wonen en Woonstichting Land van Altena zijn daarbij belangrijke partners. 7

Strategie en uitvoering De ambitie en uitgangspunten zijn vertaald in drie strategische sporen (A, B en C).

• Spoor A: gemeentebrede aanpak • Spoor B: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten • Spoor C: onderzoek naar aardgasvrij Deze drie sporen gaan in 2022 parallel aan elkaar van start. In FIGUUR 1 is de planning en samenhang tussen de sporen gevisualiseerd. 2022

2023

Buurt 1 Buurt 2

2030

Uitvoering

Uitvoeringsplan

Uitvoering

Uitvoeringsplan

Buurt 3

Spoor C Figuur 1.

2025

Uitvoeringsplan

Spoor A

Spoor B

2024

Uitvoering

Uitvoeringsplan

Uitvoering

Uitvoering onderzoek

Planning en samenhang sporen.

Spoor A: gemeentebrede aanpak Woningeigenaren ondervinden vaak veel technische en financiële hobbels bij het isoleren of aardgasvrij maken van hun woning en laten het dan liggen. We willen het natuurlijk tempo van woningverbetering versnellen door de particuliere woningeigenaren handelingsperspectief te geven. Dit handelingsperspectief laat de bewoners zien hoe ze stap voor stap hun woning kunnen isoleren en eventueel aardgasvrij kunnen maken, welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen, hoeveel het kost, hoeveel het oplevert en welke financieringsmogelijkheden er zijn. In 2022 starten we met het opstellen van een gemeentebreed uitvoeringsplan, samen met de woningcorporaties, de energiecoöperatie en het energieloket. Onderdeel van het uitvoeringsplan is een intensieve communicatie- en participatiestrategie en de aansluiting bij natuurlijke momenten, zoals de vervanging van de cv-ketel. Het is belangrijk om hier ook de lokale particuliere bedrijvensector (banken, makelaars, installateurs en aannemers) bij te betrekken. Zij kunnen als intermediair worden ingezet om natuurlijke momenten en koppelkansen te benutten.

Spoor B: intensieve aanpak voor isoleren meest kansrijke buurten Bovenop de aanpak voor spoor A selecteren we maximaal drie buurten waar snel en op een systematische manier grotere aantallen woningen kunnen worden geïsoleerd. Hier organiseren we een intensief en persoonlijk participatietraject voor inwoners. Doel is om iedere woningeigenaar een gedetailleerd beeld te geven van de benodigde isolatie- (en ventilatie)maatregelen, kosten, opbrengsten en financiering. 8 Warmtevisie Altena november 2021

In de eerste helft van 2022 onderzoeken we in welke van de buurten het meeste draagvlak onder bewoners, de woningcorporaties en andere betrokken partijen aanwezig is om met spoor B te starten. Voor de selectie van deze buurten zijn niet alleen technische argumenten doorslaggevend. Als in technisch minder kansrijke buurten meer draagvlak wordt verwacht omdat daar aan andere ruimtelijke of sociale opgaves wordt gewerkt, kunnen ook deze in aanmerking komen voor spoor B. Resultaat van het onderzoek kan ook zijn dat het beter is om met slechts een deel van de buurt aan de slag te gaan. Aan de hand van het onderzoek kiezen we een eerste buurt en stellen hiervoor samen met inwoners, de woningcorporaties, het energieloket, de energiecoöperatie en andere betrokken partijen een buurtuitvoeringsplan op. Afhankelijk van de voortgang en het succes doen we vervolgens hetzelfde met de andere twee geselecteerde buurten.

Spoor C: onderzoek naar aardgasvrij Om toch in de periode tot 2030 te starten met het aardgasvrij maken van woningen, willen we de mogelijkheden onderzoeken voor een pilot waarin een buurt of een deel daarvan aardgasvrij wordt gemaakt. Met deze pilot willen we niet alleen kennis opdoen over techniek en financiering, maar ook leren hoe we inwoners kunnen laten participeren. We willen hierbij ook ervaringen uit andere gemeenten toepassen. In 2022 gaan we op zoek naar een buurt of een locatie met veel draagvlak en enthousiasme onder de bewoners en betrokken partijen. We onderzoeken of het uitvoeren van een pilot kansrijk is. Bij een positief antwoord werken we in gezamenlijkheid een uitvoeringsplan uit met als doel om voor 2030 de pilot te hebben afgerond. Een cruciaal onderdeel van de pilot is het opdoen en delen van leerervaringen. Dit moet andere bewoners en gebouweneigenaren inspireren om zelf ook aan de slag te gaan. Verder verkennen we de kansen voor warmtenetten. Dit doen we samen met de woningcorporaties, het waterschap en de energiecoöperatie. In dit kader volgen we ook de ontwikkelingen rondom onder meer aqua-, rio- en geothermie en we verzamelen ervaringen die elders in Nederland worden opgedaan, zoals in de proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken.

Uitvoeringskosten De uitvoering van de sporen A, B en C gaat niet zonder de inzet van capaciteit van verschillende disciplines binnen de gemeente, de woningcorporaties, de netbeheerder en andere betrokken organisaties. Voor de gemeente is een globale inschatting gemaakt van de benodigde inzet van mensen en middelen.

9

10 Warmtevisie Altena november 2021

1. Inleiding De aarde warmt op. De gevolgen daarvan zien we om ons heen. Om de aarde op een goede manier door te geven aan volgende generaties willen we de opwarming van de aarde tegengaan. Dit kan door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Denk hierbij aan de CO2 die vrijkomt bij de verbranding van aardgas. Om de uitstoot van CO2 te beperken, zijn nationale en internationale afspraken gemaakt. In het Klimaatakkoord heeft de Rijksoverheid met allerlei partijen afspraken gemaakt over de manier waarop Nederland deze doelen gaat behalen. Ook het afbouwen van de gaswinning in Groningen speelt hierbij een rol. Onderdeel van het Klimaatakkoord is de afspraak om alle woningen en gebouwen binnen 30 jaar aardgasloos te maken. Deze omschakeling noemen we de warmtetransitie. Gedurende de warmtetransitie zullen gebouwen steeds energiezuiniger worden gemaakt en steeds minder aardgas verbruiken. Duurzame technieken om gebouwen te verwarmen, kunnen hierbij helpen. Denk aan elektrisch verwarmen, bijvoorbeeld met warmtepompen of infraroodpanelen, of aan een collectieve warmtevoorziening zoals warmtenetten, met aqua- of geothermie of met duurzame brandstoffen zoals groen gas en waterstofgas.

Wat is de Warmtevisie? In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle Nederlandse gemeenten in 2021 een Warmtevisie opstellen en vaststellen. In de Warmtevisie beschrijft de gemeente besparingsmogelijkheden en de hoeveelheid energie die nodig is om te voldoen aan de vraag naar warmte. Daarnaast wordt beschreven welke warmtebronnen ingezet worden en welke warmte-infrastructuur nodig is met als doel om in 2050 aardgasvrij te zijn. Het tussendoel dat is afgesproken in het Klimaatakkoord, is om in 2030 20% van de woningvoorraad, dus 1 op de 5 woningen, aardgasvrij(-gereed) te hebben. Randvoorwaarde is dat de maatregelen uitvoerbaar en betaalbaar zijn.

Wat is de Warmtevisie niet? De Warmtevisie richt zich op woningen en gebouwen. Het aardgasloos maken van de productieprocessen in bedrijven is geen onderdeel van de Warmtevisie.

Wie zijn betrokken bij het opstellen van deze visie? De gemeente is in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Regie vraagt om stevig partnerschap. We zijn voor het succes van de warmtetransitie afhankelijk van inwoners, de woningcorporaties, de bedrijven, nutsbedrijven en maatschappelijke organisaties. We zullen dus intensief

Geldigheidsduur Transitievisie Warmte en vervolg Inzichten rondom onder andere technieken, wet- en regelgeving en financieringsmogelijkheden veranderen snel. Het is daarom niet verstandig om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen. De Warmtevisie wordt conform de afspraken uit het Klimaatakkoord minimaal iedere 5 jaar herzien zodat nieuwe inzichten weer in de aanpak kunnen worden verwerkt. Na vaststelling van de Warmtevisie gaat de gemeente zich richten op het opstellen van wijk- of buurtuitvoeringsplannen. Hierbij betrekken we inwoners, overige gebouweigenaren en andere belanghebbenden. Pas dan worden de keuzes over de manier waarop de wijk of buurt stap voor stap aardgasvrij wordt gemaakt definitief

11

met alle betrokkenen samenwerken. We zoeken in de samenwerking de verbinding met wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden, bijvoorbeeld gezondheid, comfort in de woning, werkgelegenheid, woonlasten, betrokkenheid en eigenaarschap. Alle betrokkenen hebben een verantwoordelijkheid om stappen te zetten, waarbij de gemeente kan faciliteren, coördineren en soms kan mee-investeren. Bij het opstellen van deze Warmtevisie hebben we de volgende partijen actief betrokken:

• Klankbordgroep van inwoners en ondernemers • Netbeheerder Enexis • Woningcorporaties Bazalt Wonen en Woonstichting Land van Altena • Waterschap Rivierenland (agendalid) • Diverse afdelingen van de gemeente Altena Leeswijzer Dit rapport is opgebouwd uit de volgende onderdelen:

• HOOFDSTUK 2: Wat is de opgave voor Altena? • HOOFDSTUK 3: Hoe kunnen we de opgave aanpakken? • HOOFDSTUK 4: Waar en wanneer kunnen we starten? • HOOFDSTUK 5: Wat vinden inwoners, ondernemers en partners ervan? • HOOFDSTUK 6: Welke strategie volgen we in Altena? • HOOFDSTUK 7: Hoe pakken we de uitvoering aan? • HOOFDSTUK 8: Uitvoeringskosten

12 Warmtevisie Altena november 2021

≤1900 1900 - 1945

Gorinche

Bouwjaar 2. Wat is de opgave voor Altena? 1946 - 1959

rdinxveld-Giessendam

Bouw 1975 - 1992Bouwjaar Sleeuwijk

1960en - 1974 2.1 Karakteristieken van de woningen gebouwen Gorinchem ≤1900

Begin 2020 stonden er in Altena 22.434 woningen. De verdeling over de bouwperiodes en de woningtypes is in FIGUUR 2.1

1900 - 19451993 - 2012

Werkendam

wijk m

1946 - 1959>2012

≤

A15

≤1900 1 1960 - 1974Gemeentegrens Altena 1900 - 19451 Figuur 2. Ouderdom en typologie woningen (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020) . 1975 - 1992 1946 - 19591 Ongeveer 75% van de woningen dateert van voor 1992, ongeveer 50% van voor 1974 en ongeveer 15% 1993 -geografische 2012 verdeling van de bouwperiodes een aantal van voor 1945. In FIGUUR 3 is als voorbeeld van deGorinchem 1960 - 19741 kernen op kaart uitgelicht. Gorinchem >2012 1975 - 19921 Gemeentegrens Altena 1993 - 2012> 1

Bouwjaar Bouwjaar

Sleeuwijk Werkendam miessendam

Sleeuwijk

>2012 Gorinchem

G Gemeentegr

≤1900

1900 ≤1900- 1945 1946 1900 -- 1959 1945

A15 A15

1960 1946 -- 1974 1959 1975 1960 -- 1992 1974

rinchem

rinchem

1993 1975 -- 2012 1992 >2012 1993 - 2012

Rijswijk/ Wijk en Aalbu Giessen Sleeuwijk

Gemeentegrens Altena >2012 Gemeentegrens Altena

Werkendam Wijk en Aalburg Wijk en Aalburg

Hank Wijk en Aalburg

Sprang-Capelle Sprang-Capelle

Almkerk Eethen Raamsdonksveer

Waalwijk

Drunen

Waalwijk

Drunen

Figuur 3.

1

Pandenkaart met woningtypering (zie BIJLAGE 1.D voor meer detail).

De aangegeven aantallen komen niet geheel met elkaar overeen vanwege het gebruik van verschillende bronbestanden.

13

Energielabels De Rijksoverheid heeft aan alle woningen op basis van een beperkte dataset een voorlopig energielabel toegekend. Dit geeft een indicatie van de energiezuinigheid van een woning. Hierbij is geen rekening gehouden met eventuele maatregelen die de woningeigenaar getroffen heeft om het energieverbruik te verkleinen, zoals extra isolatie. Woningeigenaren kunnen zelf een definitief energielabel aanvragen. Daarbij wordt wel rekening gehouden met de werkelijke toestand van de woning. De verdeling van de energielabels in Altena is samengevat in FIGUUR 4.

Figuur 4.

Energielabels (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020).

Op basis van de voorlopige energielabels beschikt bijna 30% van de woningen over een energielabel B of beter en 59% over een label C of beter. Van alle woningen heeft 44% een definitief energielabel. Van deze woningen beschikt 45% over een energielabel B of beter en 73% over een energielabel C of beter. Vanaf 1 januari 2021 is het stelsel van energielabels uitgebreid met een verdere onderverdeling van energielabel A en is de wijze van beoordelen aangepast. Woningen met een definitief energielabel van voor 2021 kunnen in sommige gevallen na een herbeoordeling volgens de nieuwe regels in een andere klasse terechtkomen. De slechtst geïsoleerde woningen (energielabel E, F en G) liggen met name in de historische kernen en lintbebouwing. De kaartjes van Werkendam en Wijk en Aalburg in FIGUUR 5 geven hiervan een mooi voorbeeld.

Figuur 5.

Verdeling (voorlopige) energielabels in Werkendam en Wijk en Aalburg (bron: Datavoorziening VNG Realisatie, peildatum 2020).

14 Warmtevisie Altena november 2021

Woningcorporaties Bazalt Wonen en Woonstichting Land van Altena In totaal zijn er in Altena 5.357 sociale huurwoningen. De meeste panden hebben energielabel B, A, A+ en A++. Circa 40% van de panden beschikt nog over een label C, D, E, F of G. In de prestatieafspraken met de woningcorporaties is afgesproken dat alle corporatiewoningen in 2030 gemiddeld aan de eisen voor energielabel A (energie-index 0,9) voldoen.

Overige gebouwen Naast de woningen zijn er 3.060 gebouwen in Altena (peiljaar 2020). Het gebruik van deze gebouwen is weergegeven in FIGUUR 6.

Figuur 6.

Overige gebouwen (bron: Wijkpaspoort VNG, peildatum 2020).

Onder de functie ‘Logies’ vallen onder meer vakantiewoningen en hotels. Onder de functie ‘Industrie’ vallen onder meer bedrijfsgebouwen en agrarische gebouwen (inclusief kassen). Deze Warmtevisie richt zich alleen op het verduurzamen van de verwarming van deze gebouwen en niet op de industriële processen. De verwarming van kassen valt ook onder industriële processen.

2.2

Huidig gasverbruik en warmtevraag

Het totale warmteverbruik (gas) van de woningen van Altena bedroeg in 2019 1.037 Terajoule (TJ), oftewel 32,8 miljoen m3 gas per jaar. Het gemiddelde gasverbruik per woning bedroeg 1.410 m3 per jaar (bron: Klimaatmonitor, peiljaar 20192). Het totale energieverbruik van de gebouwen die gebruikt worden voor commerciële en publieke dienstverlening (dus exclusief de industrie en landbouw) bedroeg 451 TJ per jaar (bron: Klimaatmonitor, peiljaar 2019). Naar schatting 80% hiervan betreft energie voor verwarming, ofwel Zo’n 360 TJ per jaar, ofwel 10,2 miljoen m3 gas per jaar.

2.3

De opgave

In 2050 moeten alle woningen en gebouwen in Altena en alle andere gemeenten in Nederland voldoende geïsoleerd én van het aardgas af zijn. Dat is de afspraak die de VNG namens alle gemeenten in het Klimaatakkoord heeft gemaakt. De periode tot 2030 geldt als een aanloopperiode waarin circa 20% van de totale opgave wordt aangepakt. Dat betekent dat er in de daaropvolgende 20 jaar nog een opgave van 80% ligt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de aanpak zich in de periode tot en met 2030 in ieder geval richt op het aardgasvrij-gereed maken van de woningen. Concreet betekent dit isoleren en daarmee het verlagen van het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken mag eventueel naar de daaropvolgende jaren worden geschoven. 2

Het warmte- en gasverbruik van 2020 was ten tijde van het schrijven van dit rapport nog niet bekend. Daarom zijn de gegevens uit 2019 gebruikt.

15

De isolatieopgave voor Altena Het isoleren tot energielabel B (energie-index 1,40) wordt landelijk als een haalbare en betaalbare ondergrens gezien voor de meeste bestaande woningen en gebouwen. In de praktijk zullen er soms factoren zijn die dat onmogelijk maken, zoals een monumentenstatus, beschermd stadsgezicht of simpelweg de ouderdom van de woning. In die gevallen wordt energielabel D als ondergrens gehanteerd. Voor woningen waar zelfs niveau D moeilijk haalbaar is, moet in de uitvoeringsplannen extra aandacht zijn. In Altena heeft ongeveer 30% van alle woningen, dus zo’n 7.000 woningen, al een energielabel A of B (o.b.v. voorlopig label3) . Dat betekent dat nog in ruim 15.000 woningen extra isolerende maatregelen nodig zijn. In de periode tot 2030 moet Altena, volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord, 20% hiervan (dus 3.000 woningen) aardgasvrij-gereed maken. Een deel hiervan komt voor rekening van de woningcorporaties.

Standaard en streefwaarden voor woningisolatie Als onderdeel van het Klimaatakkoord hebben overheidspartijen, de bouwsector en belangenorganisaties gezamenlijk de zogenaamde standaard voor woningisolatie opgesteld. Het rapport ‘Standaard en streefwaardes bestaande woningbouw’ heeft de minister van BZK op 18 maart 2021 aan de Kamer gepresenteerd . De standaard voor woningisolatie is bedoeld om ervoor te zorgen dat huiseigenaren (verhuurders en kopers) weten hoe ze hun woningen kunnen isoleren. De ‘Standaard voor woningisolatie’ geeft aan wanneer een woning goed geïsoleerd is en hoeveel warmte dan nog nodig is om de woning te verwarmen. Daarbij is een niveau gekozen dat als toekomstvast (en daarmee ‘spijtvrij’) kan worden beschouwd, in die zin dat de betreffende woning later, bij aansluiting op duurzame bronnen met een lagere temperatuurwarmte, niet nogmaals geïsoleerd hoeft te worden en ingrijpende aanpassing van de warmteafgiftesystemen zoveel mogelijk wordt voorkomen. De Standaard is er voor naoorlogse woningen op gericht om de woningen met warmte van lage temperatuur (minder dan 50 °C) te verwarmen. Voor vooroorlogse woningen zijn de eisen minder streng en is de isolatie gericht op verwarming met middentemperatuurwarmte (ongeveer 70 °C).

Soms wordt een woning niet in één keer aangepakt, maar worden bijvoorbeeld alleen de ramen en kozijnen vervangen, of wordt alleen de vloer geïsoleerd. Daarom zijn ook streefwaarden afgesproken. De streefwaarde is de isolatie die je nodig hebt voor elk apart onderdeel van het huis: dak, vloer, gevels, ramen en deuren. Als elk deel apart is geïsoleerd, geeft dat samen ook voldoende isolatie om de woning aan te sluiten op een andere warmtebron.

De opgave ‘aardgasvrij maken’ voor Altena Sinds 1 juli 2018 mogen nieuwbouwhuizen niet meer aangesloten worden op het gasnet. Vrijwel alle woningen en gebouwen in Altena van voor die datum hebben een gasaansluiting. Een zeer klein deel daarvan is al van het aardgas af. Volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord moet dus vrijwel de hele bestaande woning- en gebouwenvoorraad in de gemeente nog aangepakt worden. Het streven vanuit het Klimaatakkoord is om in de periode tot 2030 ten minste 4.500 woningen in Altena aardgasvrij te hebben. Eventueel mag dit naar de daaropvolgende jaren worden geschoven. 3

We gebruiken de voorlopige energielabels voor het bepalen van de opgave, omdat de definitieve labels soms een vertekend beeld geven. Zo kunnen woningen die op basis van de isolatietoestand een label C of D zouden krijgen met zonnepanelen op het dak op een definitief label B uitkomen.

16 Warmtevisie Altena november 2021

3. Hoe kunnen we de opgave aanpakken? 3.1

Woningen en gebouwen isoleren (aardgasvrij-gereed)

Het isoleren van woningen en gebouwen is de eerste en meest cruciale stap in de warmtetransitie. Isolatie van de vloer, het dak en de gevel (spouwmuur), HR++-glas en het dichten van kieren leveren energiebesparing op. Dit is niet alleen goed voor de portemonnee (lagere energielasten), maar draagt ook bij aan verlaging van de uitstoot van broeikasgassen. Daarnaast zorgt het voor een verbetering van het wooncomfort. Ook is voor veel woningen en gebouwen isoleren een voorwaarde om later de overstap naar een aardgasvrije warmteoplossing te kunnen maken. Voor een warmtepomp als alternatieve warmteoplossing (‘all-electric’) moet het pand goed geïsoleerd zijn. Extra isolatie kan ook nodig zijn om oude en slecht geïsoleerde woningen op een warmtenet aan te sluiten.

Aardgasvrij-gereed maken Naast isolatie is soms ook aanpassing van de radiatoren nodig om op een aardgasvrije oplossing over te stappen. Tot slot betekent betere isolatie (o.a. kierdichting) dat inwoners voor een gezond binnenklimaat aandacht moeten besteden aan de manier waarop de woning geventileerd wordt. Aanvullend op de isolatiemaatregelen gaat iedereen uiteindelijk elektrisch koken om aardgasvrij te worden. Ook daar moeten de woningen op worden voorbereid.

3.2

Passend warmtealternatief zoeken

Om panden aardgasvrij te maken, moet er een alternatieve warmtebron zijn die het aardgas kan vervangen. De warmte die normaal uit aardgas wordt gehaald, kan uit allerlei alternatieve bronnen worden gewonnen, bijvoorbeeld uit de lucht, de bodem, oppervlaktewater, biomassa en restwarmte uit de industrie. Daarnaast zou ook groen gas (biogas) en in een verdere toekomst mogelijk ook waterstofgas ingezet kunnen worden. De meest geschikte warmteoplossing is afhankelijk van de eigenschappen van het gebouw en het gebied, zoals de mate van isolatie (op basis van bouwjaar), het gebouwtype, de bebouwingsdichtheid in het gebied, het eigendom (zijn er veel woningen van een woningcorporatie of andere grote verhuurder) en de schaal en beschikbaarheid van bronnen. Er is (minimaal) een van de volgende drie energie-infrastructuren in de wijk nodig: een elektriciteitsnet, een warmtenet of een gasnet. Voor Altena hebben we dat vertaald in vier mogelijke warmteoplossingen.

All-electric ‘All-electric’ betekent dat er een warmte-opwekinstallatie in de woning of het gebouw aanwezig is die alleen elektriciteit gebruikt, zoals een warmtepomp of infraroodpanelen. Een warmtepomp verhoogt de temperatuur van de warmte uit de omgeving (bodem, lucht of zonnecollector) om de woning comfortabel te verwarmen. Een infraroodpaneel zendt warmte uit in de vorm van warmtestraling. Om de CO2-uitstoot te verminderen, is het van belang dat de gebruikte elektriciteit duurzaam wordt opgewekt, dus met bijvoorbeeld zonnepanelen of windmolens.

17

In de meeste buurten moeten de elektriciteitsnetten verzwaard worden om een all-electric-oplossing mogelijk te maken. Dat is ook nodig wanneer we meer elektrische auto’s gaan gebruiken en opladen. De afstemming met netbeheerder Enexis is dus cruciaal.

Warmtenet Een warmtenet zorgt ervoor dat centraal geproduceerd warm water door ondergrondse leidingen naar de woningen stroomt. Verschillende bronnen kunnen de warmte duurzaam leveren, zoals oppervlaktewater (aquathermie), afvalwater bij rioolgemalen of rioolwaterzuiveringen (riothermie), restwarmte van bedrijven of de bodem (geothermie of warmte-koudeopslag, WKO). Een warmtenet is vooral geschikt bij hogere dichtheid van gebouwen, bijvoorbeeld bij appartementen en dicht opeen staande woningen. De randvoorwaarde is dat de duurzame warmtebron op korte afstand van de te verwarmen woningen of gebouwen ligt. Voor een economisch rendabel warmtenet is het van belang dat er voldoende woningen op worden aangesloten. In de regel zijn dat er minimaal 300. Uit de technische en financiële analyse (zie BIJLAGE 1) komen delen van de woonkernen Werkendam, Sleeuwijk, Woudrichem, Giessen, Rijswijk en Wijk en Aalburg naar voren als de meest kansrijke locaties voor een warmtenet. De belangrijkste warmtebronnen zijn aqua- en riothermie. Voor de gemeente is reeds onderzocht dat de plas Weenaerde (tussen de dorpen Giessen en Rijswijk) kan dienen als warmtebron voor 530 woningen. De RWZI in Sleeuwijk heeft theoretische restwarmtepotentie voor 2.400-3.800 woningen in Sleeuwijk of Werkendam. De aanleg van een warmtenet is een grote ingreep in vooral het openbare gebied.

Een warmtenet vraagt om relatief veel ruimte in het straatprofiel en de straat moet open. Om de overlast voor de omgeving en de kosten te beperken, kan de aanleg van een warmtenet worden gecombineerd met het vervangen van de riolering of de herinrichting van het openbare gebied. Bij de ontwikkeling van een warmtenet moet dus goed naar de planning van de werkzaamheden in de openbare ruimte worden gekeken. Bij het aanleggen van een warmtenet zal ook het elektriciteitsnet in sommige gevallen verzwaard moeten worden. De woningen stappen over op elektrisch koken en meestal zijn collectieve of individuele elektrische warmtepompen nodig om de temperatuur van de warmte op het juist niveau te krijgen. Het is daarom belangrijk om netbeheerder Enexis te betrekken bij de planvorming. Bij een collectieve warmtepomp zal op de locatie van die warmtepomp een voldoende grote elektriciteitsaansluiting moeten zijn.

Duurzaam gas Er zijn wijken waar met de huidige stand van de techniek zowel een warmtenet als een all-electric-oplossing niet mogelijk of veel te kostbaar zal zijn. Dat geldt bijvoorbeeld voor wijken met veel historische woningen en gebouwen (van voor 1945) of buitengebieden. Soms is de beste oplossing om woningen te verwarmen met (duurzaam) gas. In de overgangsperiode tot 2050 zal dit waarschijnlijk nog aardgas zijn, maar daarna kan mogelijk groen gas of waterstof worden ingezet. Daar past echter de volgende kanttekening bij. Voor de periode tot 2030 is de inzet van deze duurzame gassen helaas nog geen realistische optie voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De prijs en beschikbaarheid zijn zeer onzeker. Hierdoor zijn waterstof en groen gas naar verwachting ook na 2030 voor de gebouwde omgeving alleen een logische optie als er geen andere reële warmtealternatieven voorhanden zijn. Waterstof zal in eerste instantie ingezet worden voor de zware industrie en zwaar vervoer, omdat hiervoor geen goede alternatieven voor zijn. De ontwikkelingen rondom met name waterstof gaan echter snel en we zullen deze met interesse volgen en er waar mogelijk rekening mee houden in volgende versies van de Warmtevisie.

18 Warmtevisie Altena november 2021

Voor groen gas geldt dat het nu lastig is om al toekomstbestendig groen gas te koppelen aan bepaalde wijken. In lijn met de Routekaart Groen Gas ligt het daarom voor de hand om de warmtetransitie niet te beginnen met het inzetten van groen gas. Voor de periode na 2030 moet de beperkte hoeveelheid gereserveerd worden voor plaatsen waar een alternatief lastig of kostbaar is. Dit is ook zo beschreven in de Regionale energiestrategie (RES) West-Brabant.

Hybride oplossingen: (duurzaam) gas met warmtepomp Voor gebouwen in wijken die (voorlopig) op het gasnet aangesloten blijven, kan een hybride oplossing uitkomst bieden. Bij een hybride oplossing krijgt de elektrisch gevoede warmtepomp in koude dagen ondersteuning van een gasgestookte cv-ketel. De warmtepomp zorgt ervoor dat er minder aardgas (of uiteindelijk duurzaam gas) nodig is. Dit is echter wel een tussenoplossing. Om aardgasvrij te worden, is het nodig om ook deze woningen te isoleren en uiteindelijk te voorzien van een volledig aardgasvrije warmteoplossing.

19

20 Warmtevisie Altena november 2021

4. Waar en wanneer kunnen we starten? 4.1

Afwegen op basis van criteria

In een periode van 30 jaar worden wijken en buurten stap voor stap aardgasvrij gemaakt. In het vorige hoofdstuk hebben we toegelicht dat isolatie van de woningen en gebouwen de eerste stap is en dat vervolgens naar een passend alternatief voor aardgas gezocht kan worden. Maar waar kun je het beste beginnen? In Altena gebruiken we een aantal criteria om de volgorde van de buurtaanpak te bepalen. Aan de hand van de criteria hebben we de buurten met elkaar vergeleken en onderzocht welke buurten het meest kansrijk zijn om als eerste aan te pakken.

Afwegen: hoe doen we dit? De vraag welke criteria leidend zijn bij de bepaling van de volgorde van de buurtaanpak is onderdeel van het bestuurlijk proces. We kunnen ervoor kiezen om bijvoorbeeld de maatschappelijke kosten leidend te laten zijn, dus eerst de buurten aan te pakken waar de laagste kosten worden verwacht. Maar ook socio-economische criteria, zoals energiearmoede, kunnen de doorslag geven voor prioritering. In het gevolgde proces is nog geen definitieve keuze voor de volgorde van de buurtaanpak gemaakt. Deze keuze maken we samen met inwoners en betrokken partijen na de vaststelling van de Warmtevisie.

4.2

Technisch-economische criteria

Technische en financiële haalbaarheid Voor iedere buurt hebben we onderzocht wanneer de woningen zijn gebouwd, welk type woningen er staan, wat de warmtevraag van de woningen voor en na isolatie is, over welke energielabels de woningen beschikken en welke warmtealternatieven kansrijk zijn. Met deze data wordt duidelijk in welke buurten de grootste isolatieopgave ligt, welke buurten geschikt zijn voor een warmtenet en welke warmtebron een dergelijk warmtenet zou kunnen voeden. Verder hebben we per buurt voor ieder technisch kansrijk warmtealternatief de maatschappelijke kosten voor het isoleren en aardgasvrij maken van de woningen berekend. Dit is gebeurd op basis van de kentallen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In buurten waar de maatschappelijke kosten laag zijn, is het financieel gezien makkelijker om te starten dan in buurten met hoge maatschappelijke kosten. In BIJLAGE 1 is de technisch-economische analyse nader toegelicht. In de financiële analyse is nog geen onderscheid gemaakt tussen de kosten voor de eindgebruiker (de woningeigenaar of huurder) en de kosten voor andere partijen (overheid, netbeheerder, etc.). Ook is in de analyse nog geen rekening gehouden met de waarde van het huidige aardgasnet. In sommige buurten liggen relatief nieuwe gasnetten vanwege recent uitgevoerde vervangingen van bijvoorbeeld gasleidingen van grijs gietijzer.

In andere buurten zijn de gasnetten al sinds lange tijd in gebruik. Als het aardgasvrij maken wordt gestart in buurten waar de gasnetten al relatief oud zijn, wordt er zo min mogelijk waarde vernietigd.

21

Contracteerbaarheid Contracteerbaarheid gaat over de mate waarin het vastgoed in een buurt in bezit is van een grote of juist relatief beperkte hoeveelheid eigenaren. Met andere woorden: zijn alle woningen individueel (privé)bezit of zijn veel huizen eigendom van één of enkele woningcorporaties? Contracteerbaarheid is vooral van belang bij een collectieve oplossing door middel van een warmtenet. Bij relatief weinig vastgoedeigenaren is het aantal contracten dat voor de aansluiting op een warmtenet gesloten moet worden, ook beperkt en dit maakt de realisatie van een warmtenet makkelijker. Vanuit contracteerbaarheid zijn dus buurten met relatief weinig pandeigenaren kansrijker dan buurten met veel pandeigenaren. Per buurt hebben we onderzocht welk deel van de woningen in bezit is van een woningcorporatie. Bazalt Wonen is de grootste vastgoedeigenaar in de gemeente. Woonstichting Land van Altena heeft veel minder woningen in bezit, maar is desondanks ook een grote vastgoedeigenaar.

Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Kansrijke buurten voor isolatieaanpak In de periode tot 2030 kan de aanpak zich beperken tot het isoleren en het aardgasvrij-gereed maken van woningen. Als de ambitie is om in deze periode een zo groot mogelijk aantal woningen te isoleren tot minimaal energielabel B, zijn de buurten met relatief veel woningen met energielabel C en D het meest kansrijk. Dit zijn buurten die overwegend in de jaren ’60, ’70 en ’80 zijn gebouwd met veel gelijksoortige woningen. Hier kan een kostenefficiënte en systematische isolatieaanpak worden gevolgd. In buurten met relatief veel woningen met energielabel E, F en G zijn de woningen vaak meer divers van samenstelling en zijn de kosten voor het isoleren een stuk hoger. Hier staat een hogere energiebesparing en vermindering van broeikasgassen tegenover, maar omdat het om geringere aantallen woningen gaat, blijft de milieuwinst voor de eerstgenoemde categorie woningen het grootst. De meest kansrijke buurten voor de isolatieaanpak en het aardgasvrij-gereed maken, zijn: Welgelegen in Werkendam, Almkerk-Oost, Vervoornepolder-Zuid in Werkendam en Sleeuwijk-West. In Welgelegen, Almkerk-Oost en Vervoornepolder-Zuid is het aandeel corporatiewoningen het grootst (36-40%). Vanuit het criterium contracteerbaarheid zijn dit dus kansrijke buurten.

Kansrijke buurten voor aardgasvrij maken Op basis van de technische en financiële criteria zijn de meest kansrijke startbuurten voor het aardgasvrij maken: Werkense Polder, Almkerk-West en Woudrichem-Zuid. De maatschappelijke kosten om uiteindelijk aardgasvrij te worden, zijn hier het laagst. In deze buurten staan relatief veel nieuwe woningen die al voldoende of nagenoeg voldoende zijn geïsoleerd. De meest voordelige optie hier is om de panden aan te sluiten op een individuele elektrisch aangedreven warmtepomp. In Werkense Polder en Woudrichem-Zuid lijkt aansluiting op een warmtenet gevoed door bodemenergie (WKO) en aquathermie echter niet veel duurder. In Almkerk West en Woudrichem Zuid is het aandeel corporatiewoningen het grootst (35-37%). Vanuit het criterium contracteerbaarheid zijn dit dus kansrijke buurten.

4.3

Socio-economische criteria

De manier waarop buurtinwoners tegenover de warmtetransitie staan, verschilt binnen buurten, maar zeker ook tussen buurten. Een logische invalshoek is te starten in die buurten waar de warmtetransitie bij inwoners het meest leeft en waar inwoners het meest gemotiveerd zijn. We kunnen ook ervoor kiezen om, aansluitend bij sociaal-economisch beleid, juist buurten in de lagere inkomensklasse als eerste aardgasvrij te maken. Ook kan gekeken worden naar verschillen in de mate van zelfredzaamheid en bereidheid van inwoners (specifiek particuliere huiseigenaren) om te investeren. 22 Warmtevisie Altena november 2021

Er kan dus begonnen worden in buurten met de sterkste of juist de zwakste schouders. Soms nemen buurtinwoners het initiatief om gezamenlijk van het aardgas af te gaan. We kunnen kiezen om juist in die buurten te starten waar het lokale initiatief groot is. Deze burgerinitiatieven kunnen dan het vliegwiel worden voor de warmtetransitie in de gemeente. Voor iedere buurt hebben we op basis van openbare gegevens inzichtelijk gemaakt hoe de inkomens verdeeld zijn, welk deel van hun inkomen door inwoners aan energie wordt besteed, hoeveel energie er wordt verbruikt en hoeveel woningen al zonnepanelen hebben. Dit laatste criterium is een maat voor de bereidheid van inwoners om in duurzaamheidsmaatregelen te investeren.

Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Om tot een selectie van kansrijke buurten te komen waar de bereidheid tot investeren in verduurzamingsmaatregelen het grootst is, hebben we onderzocht in welke buurten het gemiddelde inkomen hoog is en welk aandeel van de woningen van zonnepanelen is voorzien. Van de kansrijke buurten voor de isolatieaanpak scoren de buurten Almkerk-Oost en Welgelegen het hoogst op dit socio-economische aspect. Als we, aansluitend bij sociaal-economisch beleid, juist buurten in de lagere inkomensklasse als eerste aan willen pakken, zijn de buurten Spijk, Veen, Dussen, Hank, Woudrichem-Noord, Nieuwendijk en Burchtpolder (Werkendam) het meest kansrijk.

4.4

Natuurlijke momenten

Het combineren van de warmtetransitie met grootschalige renovatie, sloop of nieuwbouw van vastgoed brengt kostenvoordelen met zich mee. De kosten van het aardgasvrij maken van buurten worden zoveel mogelijk beperkt als er wordt aangesloten bij natuurlijke renovatiemomenten. Dit geldt ook voor de aanleg van de benodigde infrastructuur. Het combineren van de aanleg van een warmtenet met de uitbreiding of vervanging van bestaande infrastructuren (wegen en riolering) kan kosten en overlast besparen. Ook de nieuwbouw van woningen is een natuurlijk moment. Nieuwbouwwoningen worden aardgasvrij gebouwd en in de planvorming wordt naar het meest passende alternatief voor aardgas gezocht. Door hierbij ook de omgeving te betrekken kunnen mogelijk ook omliggende bestaande woningen worden verduurzaamd. Deze ‘meekoppelkansen’ zijn dus van belang voor zowel de vraag in welk jaar het slim is de wijk aardgasvrij te maken als voor de keuze van de technisch-economische oplossing in een buurt.

Welke buurten zijn op basis van deze criteria het meest kansrijk? Vervanging energie-infrastructuur De vervanging van de energie-infrastructuur is geen onderscheidend natuurlijk moment voor de buurtaanpak. Enexis hanteert een flexibele planning voor het vervangen van de gasnetten. Als het gasnet in een bepaalde buurt economisch is afgeschreven, betekent dat niet dat het gelijk wordt vervangen. Dat gebeurt alleen als het net gevoelig is voor schade. Bij de vervanging van het gasnet zoekt Enexis contact met de gemeente en kijkt of er een alternatieve warmtevoorziening verwacht wordt en of het gasnet nog nodig is in de toekomst. Gasleidingen die na 1990 zijn aangelegd, zullen in de regel niet voor 2050 worden vervangen. Het laag- en middenspanningselektriciteitsnet is in veel buurten nog niet zwaar genoeg om alle woningen op een elektrische warmtepomp over te laten gaan of collectieve warmtepompen van stroom te voorzien. Enexis wil graag in een zo vroeg mogelijk stadium weten welke warmteoplossing in een bepaalde buurt wordt gekozen, zodat ze daar in hun planning rekening mee kunnen houden. Verder vindt Enexis het belangrijk dat bij de versterking van het elektriciteitsnet voor de warmtetransitie ook nagedacht wordt over de benodigde infrastructuur voor elektrisch rijden. 23

Vervanging riolering en wegen De aanleg van een warmtenet is vooral interessant in combinatie met de vervanging van de riolering. De gemeente plant de vervanging van rioleringen maximaal 4 jaar vooruit. Om toch een globaal beeld te krijgen in welke buurten de komende 30 jaar de straat mogelijk opengaat, hebben we de op basis van de aanlegjaren van de riolering de technische afschrijfdatum bepaald. De gemeente hanteert als uitgangspunt dat de riolering na 60 jaar technisch is afgeschreven. De economische afschrijvingstermijn bedraagt 50 jaar. De kaart in FIGUUR 7 geeft een indicatie van de vervangingsopgave op basis van de technische afschrijving. Kanttekening bij deze kaart is dat het bronbestand van de gemeente niet geheel up-to-date is met betrekking tot de aanlegjaren van de riolering en de reeds vervangen strengen. In de praktijk blijft de riolering vaak langer liggen en incidenteel korter, bijvoorbeeld als het riool is aangetast door verzakking of gasvorming of als vergroting nodig is in het kader van klimaatadaptatie.

Figuur 7.

Indicatie van vervangingsopgave riolering o.b.v. technische afschrijving.

In grote delen van alle kernen is de riolering de komende 10 tot 30 jaar economisch afgeschreven. We concluderen dat de vervangingsopgave van de riolering en wegen een natuurlijk moment kan zijn als voor de aanleg van een warmtenet wordt gekozen. Dit natuurlijk moment kan pas als meekoppelkans worden verzilverd als de programmering van de vervangingsopgave geografisch aansluit bij de aanlegopgave van het warmtenet. Waar de gemeente de vervanging van de riolering nu vaak per straat programmeert, moet dat bij de combinatie met de aanleg van een warmtenet mogelijk meer per buurt gebeuren.

Renovatieopgave woningcorporaties De woningcorporaties zijn al flink gevorderd met het isoleren van de corporatiewoningen. De woningverbetering door de corporaties is een natuurlijk moment om ook eigenaren van de omliggende particuliere woningen aan te haken. Er wordt dan vaak een werk- of klankbordgroep opgericht waar ook particuliere woningeigenaren van informatie kunnen worden voorzien en gestimuleerd kunnen worden om met hun eigen woning aan de slag te gaan, met de corporatiewoningen als voorbeeld. 24 Warmtevisie Altena november 2021

In de periode tot 2030 treffen de corporaties nog in ongeveer 1.000 woningen extra isolatiemaatregelen. De corporaties hebben een start gemaakt met het aardgasvrij maken van de corporatiewoningen, maar zijn terughoudend met het aardgasloos maken van de rest van hun bezit vanwege de (nog) hoge kosten en de onzekerheid of er een collectieve oplossing zoals een warmtenet komt. Tot 2030 ligt de prioriteit bij het isoleren. Hoe meer corporatiewoningen in een buurt, hoe groter de kans dat ook particuliere woningeigenaren kunnen gaan meeliften met de woningverbetering door de corporaties. De meeste natuurlijke momenten worden achtereenvolgens verwacht in de buurten Welgelegen, Almkerk Oost en Vervoornepolder Zuid.

25

5. Wat vinden inwoners, ondernemers en betrokken partijen ervan? 5.1

Inwoners en ondernemers

De gemeente kan en wil de warmtetransitie niet alleen doen. Daarom willen we onze inwoners en ondernemers laten meedenken en meedoen bij het tot stand komen van de Warmtevisie en het vervolg daarvan. Zonder de inzet en betrokkenheid van inwoners en ondernemers krijgen we het niet voor elkaar om de gebouwen in de gemeente op tijd te verduurzamen. Voor het opstellen van de Warmtevisie hebben we de kennis en ervaring van inwoners en ondernemers gebruikt bij het inventariseren van de kansen en het bepalen van de koers. Hiervoor is een klankbordgroep van inwoners en ondernemers opgericht. Daarnaast is een (online) bijeenkomst voor alle inwoners georganiseerd.

Klankbordgroep De klankbordgroep bestaat uit 34 inwoners en is in totaal drie keer bij elkaar gekomen. Ten aanzien van de aanpak heeft de klankbordgroep de volgende ideeën naar voren gebracht:

• Het isoleren van woningen lijkt de meest logische eerste stap, waarbij de gemeente bewoners zo goed mogelijk informeert en faciliteert om te verduurzamen. De gemeente kan actief informatie verspreiden over bijvoorbeeld de mogelijkheden om de woning te isoleren, welke partijen ze daarbij kunnen inschakelen, hoeveel het kost en hoeveel het oplevert. Communicatie, voorlichting en sturing over de warmtetransitie zijn belangrijke activiteiten voor de gemeente.

• Het nemen van kleine stapjes en het pakken van het laaghangend fruit is beter realiseerbaar. Dit geldt zowel voor de isolatieaanpak als het aardgasvrij maken van de woningen. Eerst overstappen naar een hybride variant (een kleine warmtepomp en een cv-ketel die samenwerken) helpt bijvoorbeeld om de kosten voor huiseigenaren behapbaar te houden. Een belangrijke voorwaarde voor de verduurzaming van de woningen is dan ook de betaalbaarheid.

• Daarnaast kunnen tegelijkertijd kansen gepakt worden om aardgasvrij wonen te realiseren, vooral bij het bezit van woningbouwcorporaties. Een bijkomend voordeel is dat de woningbouwcorporaties veel woningen in bezit hebben, waardoor grote stappen gezet kunnen worden ten aanzien van energiebesparing.

• De gemeente mag de ambitie best hoger leggen dan nodig is vanuit het Klimaatakkoord. Het IPCCrapport van augustus 2021 laat wederom zien dat de urgentie om de klimaatproblemen aan te pakken, heel erg groot is en er grote stappen nodig zijn. Altena zou in de warmtetransitie het voorbeeld voor andere gemeenten moeten zijn.

• Het is een goed idee om eerst kleinschalig ervaring op te doen met verschillende warmtetechnieken zoals aqua- of riothermie of all-electric-oplossingen, of met het over de streep trekken van inwoners. Daarna kunnen de succesvolle ervaringen grootschalig worden uitgerold.

• Start in buurten met een sterke sociale cohesie. Mensen zijn daar meer bereid om met elkaar iets op te starten dan in een wijk met veel wisseling van bewoners.

• Begin de isolatieaanpak in een buurt uit de jaren ’70 en ’80 waar veel woningen zijn met energielabel C en D. Dit zijn buurten, zoals Vervoornepolder-Zuid of Welgelegen, met veel gelijksoortige projectmatig gebouwde woningen. Hier kan een kostenefficiënte en systematische isolatieaanpak worden gevolgd. 27

Een goed geïsoleerd huis betekent ook een lagere energierekening. Aangezien in Vervoornepolder-Zuid relatief veel mensen met een lager inkomen wonen, kan de keuze voor Vervoornepolder meerdere oplossingen bieden.

• Zet ook in op isolatie van buurten met veel woningen met energielabel E, F en G, zoals het centrum van Werkendam. Hier kan veel aardgas bespaard worden.

• Investeer bij de aanpak van buurten ook in andere duurzame thema’s. Denk daarbij aan de installatie van laadpalen, groene daken of smart grids.

• All-electric betekent meer stroomverbruik. Stimuleer daarom het gebruik van zonnepanelen en ook de combinatie zonnepanelen en elektrische auto’s.

• De gemeente moet de regie nemen bij het enthousiasmeren van inwoners en het opzetten van samenwerkingsvormen. Andere partijen, zoals buurtverenigingen, dorpsraden en andere verenigingen, kunnen helpen met het vormgeven van de samenwerking door hun netwerken te mobiliseren. Daarnaast kunnen Altena Nieuwe Energie en Altenatuur als aanjager en verbinder fungeren.

• De gemeente kan het goede voorbeeld geven door eerst de eigen gemeentelijke gebouwen te verduurzamen.

• Via het opstarten van een pilot kan geleerd worden over de aanpak van het aardgasvrij maken van de gemeente. Draagvlak in de buurt is heel belangrijk bij de keuze voor een pilot-locatie en draagvlak wordt mede gevormd door financiële haalbaarheid. In buurten waar woningen al goed geïsoleerd zijn, zoals Almkerk-West, zijn de kosten om woningen aardgasvrij te maken lager, wat Almkerk-West kansrijk maakt voor een pilot. Sleeuwijk-West is kansrijk voor een warmtenet vanwege de nabije ligging van de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Daarnaast heeft de klankbordgroep een groot aantal hele bruikbare adviezen meegegeven voor de uitvoeringsfase. Deze zijn samengevat in BIJLAGE 3.

(Online) inwonersbijeenkomst 15 april 2021 De inwoners die hebben deelgenomen, zijn geïnformeerd over de warmtetransitie en de stappen die ze zelf al kunnen zetten. Voor en tijdens de avond zijn een hoop vragen binnengekomen. Veel vragen hadden betrekking op de betaalbaarheid van de warmtetransitie. Ook hebben veel inwoners behoefte aan informatie. Altena Nieuwe Energie kan hulp bieden bij de eigen opwek van energie, bij de besparing van energie en bij de inkoop van duurzame energie die lokaal is opgewekt.

5.2

Betrokken partijen

Enexis, de woningcorporaties Bazalt Wonen en Woonstichting Land van Altena maakten samen met medewerkers van verschillende interne afdelingen van de gemeente onderdeel uit van de Warmtevisie-werkgroep. Waterschap Rivierenland is hier ook voor benaderd, maar heeft niet actief meegedaan (agendalid). De werkgroep is vier keer bijeengekomen en heeft meegedacht over de aanpak en koers van de Warmtevisie. Samengevat zijn hieruit de volgende resultaten gekomen:

• De noodzaak tot eerst isoleren wordt door de werkgroepleden erkend en gezien als de eerste stap om uiteindelijk te komen tot een aardgasvrije gebouwde omgeving.

• Het is verstandig om de aanpak van het grootschalig aardgasvrij maken van de gemeente uit te stellen tot na 2030. Argumenten om te wachten zijn de relatief hoge kosten die eraan verbonden zijn en de ontwikkeling van de technieken en financieringsconstructies. Wel kan actie worden ondernomen in die buurten waar relatief goede kansen liggen voor het aardgasvrij maken.

• Meekoppelkansen moeten waar mogelijk worden benut. 28 Warmtevisie Altena november 2021

• Draagvlak en bereidwilligheid bij inwoners om mee te werken aan de transitie zijn belangrijke voorwaarden voor de keuze van een wijk om in te starten bij het isoleren en/of het aardgasvrij maken. Draagvlak kan ook gecreëerd worden door een persoonlijke benadering van de gemeente en veel keukentafelgesprekken te houden. Zo betrek je de mensen en kan er goed achterhaald worden wat de mensen motiveert om wel of niet mee te doen met een isolatieaanpak.

• Het is verstandig om verschillende strategieën voor de uitvoering van de aanpak te hebben. Zo blijft de aanpak flexibel en heeft men verschillende trajecten om succes te boeken. Het geven van handelingsperspectief is een goede eerste stap. Mensen moeten ontzorgd worden en ook wennen aan alle veranderingen en nieuwe technieken die eraan komen. Daarbij moet een verandering in de mindset plaatsvinden. Veel reclame en veel herhalen. Laat de voordelen zien.

• Bij het opzetten van de onderzoeken naar aardgasvrij is het belangrijk om niet opnieuw het wiel uit te vinden. De gemeente moet goed kijken naar reeds opgebouwde kennis bij andere projecten.

• Stel een top tien samen van buurten die technisch geschikt zijn en waar de financiële kosten elkaar niet veel ontlopen voor de isolatieaanpak. Onderzoek daarna in deze buurten de mate van draagvlak voor de definitieve keuze van een buurt.

• Het aandeel corporatiewoningen en het percentage woningen met een energielabel C en D kunnen als selectiecriteria voor de technische geschiktheid worden genomen. Belangrijk is ook om te kijken waar de beste samenstelling van woningtypologie zit. In Almkerk-Noord (bij de Rozenlaan) bevindt corporatiebezit zich vlak bij projectmatige particuliere woningen; dat is een mooie locatie om eenheid te krijgen.

• Maak de aanpak behapbaar door een kleine buurt of een deel van een buurt te kiezen. • Kansrijke wijken voor het aardgasvrij maken al dan niet na 2030 zijn: Vervoornepolder-Zuid in Werkendam, vanwege de ouderdom van de woningen, en Nieuwendijk, Hank en Sleeuwijk, vanwege de homogeniteit van de woningen. Voor warmtenetten zijn wijken uit de jaren ’60 met brede straatprofielen kansrijk om de aanleg mogelijk te maken. Jarentachtigwijken zijn qua straatindeling moeilijker aan te pakken. Sleeuwijk (hoek Olmenhof) is ook als kansrijk genoemd, omdat daar veel huurwoningen zijn en weinig verharding. Ook ligt deze wijk dicht bij de rioolwaterzuivering die als bron voor een warmtenet zou kunnen fungeren.

• Enexis heeft een grote opgave in Altena voor het versterken van zowel het laag- als het middenspanningselektriciteitsnet. Dit net is in veel buurten nog niet zwaar genoeg om alle woningen op een elektrische warmtepomp over te laten gaan of collectieve warmtepompen van stroom te kunnen voorzien. Ook aanvullende ontwikkelingen, denk aan zonnepanelen en laadinfra voor de mobiliteit, vragen om meer capaciteit. Enexis wil graag in een zo vroeg mogelijk stadium weten welke warmteoplossing in een bepaalde buurt wordt gekozen, zodat ze daar in hun planning rekening mee kunnen houden. Communicatie en afstemming tussen alle (professionele) partijen blijft dus erg belangrijk. Daarnaast heeft de Warmtevisie-werkgroep een groot aantal hele bruikbare adviezen meegegeven voor de uitvoeringsfase. Deze zijn samengevat in BIJLAGE 3.

29

30 Warmtevisie Altena november 2021

6. Welke strategie volgen we in Altena? 6.1

Ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Altena

Op basis van de uitgevoerde analyses (hoofdstuk 2 t/m 4) en de inbreng van inwoners en betrokken partijen (hoofdstuk 5) hebben we de onderstaande ambitie en uitgangspunten voor de warmtetransitie in Altena geformuleerd. In Altena sluiten we aan bij de doelstellingen die landelijk zijn afgesproken in het Klimaatakkoord. Het tijdspad om de doelen van de warmtetransitie te behalen loopt tot 2050. Omdat inzichten kunnen veranderen, is het niet slim om in één keer de route tot 2050 uit te stippelen. Inwoners, corporaties, de gemeente en anderen hebben bovendien niet de middelen om in heel Altena tegelijk aan de gang te gaan met de warmtetransitie. We kiezen daarom voor een stapsgewijze aanpak. Hiermee kunnen we de tijd slim benutten. De onzekerheden in de warmtetransitie vragen om flexibiliteit. Het tegelijkertijd werken aan beleidsontwikkeling (visie en strategie) en het leren van projecten in de praktijk (in de wijken) versterken elkaar. Het daadwerkelijk aardgasvrij maken van de woningen mag vanuit het Klimaatakkoord ook na 2030 gebeuren. In Altena kiezen we er inderdaad voor om ons de komende jaren eerst te richten op het reduceren van het gebruik van aardgas door middel van het isoleren van de woningen. In de tussentijd verzamelen we kennis over technieken, organisatie en financiering.

Wel willen we natuurlijke momenten zoveel mogelijk aangrijpen om woningen en gebouwen aardgasvrij te maken. In de periode tot 2030 hebben we de ambitie om 3.000 bestaande woningen (20% van de totale isolatieopgave) te isoleren tot een niveau waarop ze op een passende manier aardgasvrij kunnen worden gemaakt (aardgasvrij-gereed). Naast isoleren betekent dit dat de woningen ook geschikt moeten worden gemaakt voor elektrisch koken. We gaan ervan uit dat duurzame gassen als groene waterstof en biogas voor 2030 niet kunnen worden ingezet. Ook gaan we ervan uit dat er tot 2030 geen grootschalige warmtenetten in Altena worden aangelegd, tenzij marktpartijen hier initiatief voor nemen. Om mogelijk toch in de periode tot 2030 te starten met het aardgasvrij maken van woningen, willen we de mogelijkheden onderzoeken voor een pilot waarin een buurt of een deel daarvan aardgasvrij wordt gemaakt. Met deze pilot willen we niet alleen kennis opdoen over techniek en financiering, maar ook leren hoe we inwoners kunnen laten participeren. We willen hierbij ook ervaringen uit andere gemeenten toepassen. We vinden het belangrijk dat de warmtetransitie voor iedere inwoner haalbaar en betaalbaar is. We willen voorkomen dat er een tweedeling in de maatschappij ontstaat en alleen mensen met voldoende financiële middelen kunnen meedoen met de aanpak.

In deze Warmtevisie maken we nog geen definitieve keuze voor buurten waar we in de periode tot 2030 aan de slag gaan met het aardgasvrij(-gereed) maken van de woningen. We vinden het belangrijk dat het initiatief vanuit de samenleving komt en er draagvlak in een buurt is voordat we met de uitvoering starten. De woningcorporaties Bazalt Wonen en Woonstichting Land van Altena zijn daarbij belangrijke partners. Samen met inwoners, de woningcorporaties en andere betrokken partijen werken we vervolgens een buurtuitvoeringsplan uit waarin we de te zetten stappen uitwerken. De inwoners bepalen vervolgens zelf het tempo.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10806451/1