Bijlage RV Visie op werken gemeente Altena 2035
Tekst van het document
Aangeboden aan:
Gemeente Altena 27 januari 2022
Auteur(s): Joost Hagens, Wouter Maat en Mick Visser, in samenwerking met team Ondernemen van de gemeente Altena Projectnummer 1668
Bijlage 1 Ruimtelijk economische analyse
31
In deze bijlage presenteren we het ruimtelijk en economisch profiel van Altena in samengevatte vorm, waarbij we ook kijken naar de regionale context. 31 1. Inleiding
5
1.1 Aanleiding 1.2 Opzet 1.3 Totstandkoming 1.4 Leeswijzer
5 5 5 6
2. Economisch profiel Altena
6
2.1 Sterke sectoren 2.2 Economische trends & impact op Altena en de regionale economie 2.3 Lokaal, regionaal & provinciaal economisch beleid 2.4 Conclusie en SWOT-analyse economie Altena
6 6 11 11
3. Economische visie en uitgangspunten
15
3.1 Ambitie voor de economische Visie op Werken 2035 3.2 Thema’s 3.3 Ruimte voor bedrijven 3.4 Bereikbaarheid 3.5 Arbeidsmarkt en onderwijs 3.6 Innovatie 3.7 Samenwerking 3.8 Voorzieningenniveau
15 17 17 19 20 23 25 26
4. Van visie naar uitvoering
27
4.1 Effectief economisch beleid & schaalniveaus 4.2 Samenwerking met stakeholders 4.3 Inzet van de gemeente 4.4 Uitwerken in actieprogramma
27 27 28 29
Bijlage 2 Lokaal, regionaal & provinciaal economisch beleid
34
Bijlage 3 Gesprekspartners en samenstelling begeleidingscommissie 37
4
bereikbaarheid, 3) arbeidsmarkt en onderwijs, 4) innovatie, 5) samenwerking en 6) voorzieningenniveau.
Altena is volledig omgeven door water en is gelegen in het noorden van de provincie Noord-Brabant. De kernen in het noordwesten van de gemeente zijn georiënteerd op Zuid-Holland (Gorinchem en de Drechtsteden), de kernen in het zuidoosten en oosten hebben een oriëntatie op Heusden, Waalwijk en Den Bosch. De kernen in het zuidwesten zijn gericht op Geertruidenberg en Breda. Het thema ‘economie en arbeidsmarkt’ heeft urgentie bij de gemeenteraad en het college. De gemeenteraad heeft daarom een bestuursopdracht opgesteld om een Visie op Werken in Altena te ontwikkelen. Dit in lijn met de mobiliteitsvisie, woonvisie en omgevingsvisie die voor de gemeente Altena zijn opgesteld. De Visie op Werken is dan ook nauw gerelateerd aan deze visies. Nieuw economisch beleid is belangrijk om in te kunnen spelen op huidige en toekomstige trends en ontwikkelingen en vormt de kapstok voor gerichte acties om de lokale economie te versterken.
In een interactief proces tussen de gemeente en het lokale bedrijfsleven is gezamenlijk een breed gedragen ambitie voor 2035 geformuleerd. Deze ambitie vertaalt zich in een goed ondernemersklimaat met focus op en uitbreiding van sterke sectoren. Dit resulteert in een duurzame en toekomstbestendige economie met een gezonde arbeidsmarkt. In hoofdstuk 3 zijn hier nadere doelen aan gekoppeld. Om deze te bereiken, is inzet nodig op zes thema’s die samen het economisch vestigingsklimaat van Altena bepalen: 1) ruimte voor bedrijven, 2)
De gemeente Altena en verschillende netwerkpartners hebben samengewerkt om deze Visie op Werken op te stellen. Het proces is begeleid door een ambtelijke projectgroep van de gemeente Altena en een begeleidingscommissie met vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, het onderwijs en belangenverenigingen. Bureau BUITEN heeft opgetreden als penvoerder en procesbegeleider bij het opstellen van de visie. Belangrijke processtappen in de totstandkoming van de visie zijn geweest: • Economische analyse gemeente Altena; • De conferentie ‘Werken in Altena’ georganiseerd door de gemeenteraad; • Duidingsdebat door de gemeenteraad; • Verschillende contactmomenten met het ambtelijk projectteam; • Een interne werksessie met verschillende vakinhoudelijke disciplines; • Een interviewronde met bestuurders, ondernemers- en belangenverenigingen; • Een kick-off met de begeleidingscommissie; • Een open bijeenkomst gericht op ondernemers, netwerkpartners en andere belanghebbenden in de gemeente Altena; • Een aparte reflectiesessie voor de begeleidingscommissie en voor de netwerkpartners; • Een themasessie met het College van B&W. De Visie op Werken heeft het jaar 2035 als globale tijdshorizon. De visie geeft richting aan het economisch beleid op de korte termijn (tot en met 2025) maar kijkt ook naar doelen op de lange termijn (tot aan 2035 en daarna).
5
commerciële diensten, ICT en zakelijke diensten. Ook de zorg is een groeisector. In hoofdstuk 2 schetsen we het economisch profiel van de gemeente Altena. Samen met een uiteenzetting van trends in combinatie met lokale, provinciale en regionale beleidskaders resulteert dit in een SWOTanalyse (sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen). In hoofdstuk 3 beschrijven we de gezamenlijke visie en ambitie aan de hand van drie pijlers en zes thema’s. In hoofdstuk 4 operationaliseren we de visie. We beschrijven hoe we van visie naar de uitvoering gaan, welke partijen hiervoor van belang zijn, en welke economische thema’s een rol spelen en op welk schaalniveau (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal).
In het economisch profiel kijken we naar de trends en ontwikkelingen die een impact hebben op Altena (2.1). Hierna behandelen we in paragraaf 2.2 landelijke- regionale- en lokale beleidskaders die van betekenis zijn voor de economie van Altena; deze visie bouwt hierop voort. De bevindingen uit dit hoofdstuk vatten we samen in een SWOT-analyse van de economie van Altena (2.3), als opmaat voor de visie in hoofdstuk 3.
Uit de economische analyse blijkt dat de economie van Altena drijft op een aantal sterke sectoren die bovengemiddeld vertegenwoordigd zijn en bovendien de laatste jaren gegroeid zijn in werkgelegenheid. Deze sectoren zijn de handel, industrie, de agrarische sector, de bouwnijverheid en vervoer- en opslag. Dit zijn voornamelijk wat meer traditionele sectoren. De dienstverlenende sectoren zijn minder sterk vertegenwoordigd, maar ook binnen deze categorie zijn er sectoren waarbinnen de werkgelegenheid groeit. Dit zijn de overige, niet-
De topsectoren zijn sectoren die bovengemiddeld bijdragen aan nieuwe ontwikkelingen en de export en daarmee stuwend zijn voor de economie. Deze topsectoren zijn samengesteld uit de traditionele sectoren als industrie, handel en zakelijke diensten. De gemeente Altena is sterk in de topsector agrofood en de topsector HTSM (technische maakindustrie en onderhoud). De topsector agrofood bestaat uit grote delen van de landbouw, de voedingsmiddelenindustrie en de handel in voedingsmiddelen. De topsector HTSM bestaat in Altena vooral uit de maritieme industrie en waterbouw. In beide topsectoren zit het onderscheidend vermogen van de economie van Altena. Bovendien zijn dit ook topsectoren waar het rijk, de provincie en de regio West-Brabant sterk op inzetten. Het is om die reden dat we agrofood en maritieme industrie kiezen tot onze speerpuntsectoren. Een ander kenmerk van de economie van Altena is een sterk MKB met een hoog aandeel familiebedrijven (25%, tegenover landelijk 17%) en daarnaast een hoog aandeel kleinschalig, zelfstandig ondernemerschap.
Actueel economisch beleid houdt rekening met de economische trends en ontwikkelingen van nu en van morgen. Hieronder worden de voor Altena relevante trends en ontwikkelingen beschreven. Digitalisering en technologische ontwikkelingen • Digitalisering en automatisering stellen nieuwe eisen aan de omgeving. Een snelle en stabiele internetverbinding is voor steeds
6
•
•
meer bedrijven, zowel in kernen als op bedrijventerreinen en in het buitengebied, een belangrijke vestigingsvoorwaarde. Technologische ontwikkelingen als robotisering en dataficatie zullen vooral impact hebben binnen de maakindustrie. Gezien de hoge vertegenwoordiging van deze sector in gemeente Altena is het noodzakelijk om aan te haken bij deze ontwikkelingen om zo concurrerend te blijven. Innovatie is van groot belang om als regio en als land te kunnen blijven concurreren. De Nederlandse economie kan namelijk niet opboksen tegen andere economieën als het gaat om goedkope massaproductie, dus zetten we in op steeds complexere producten en diensten (hoge complexiteit, laag volume) waarbij kennis een steeds grotere rol speelt. Dit geldt ook voor de maritieme maakindustrie en agrofood in Altena. In de maritieme maakindustrie worden op maat schepen afgebouwd of gerepareerd met de nieuwste technieken en toepassingen, in de agrofood is steeds meer kennis over onder andere teelt van gewassen en natuur-inclusieve en circulaire landbouw.
Energietransitie en circulaire economie • De (inter)nationale klimaatagenda vereist aandacht voor energiebesparing en duurzame energieopwekking. Zo worden zonne-energie, biomassa, geothermie, windenergie en waterstof, steeds belangrijker. Qua energieopwekking wordt in Altena vooral ingezet op zonne-energie en de innovatie daarvan1, maar ook de mogelijkheden van geothermie en aquathermie worden onderzocht. Daarnaast ligt er voor de maakindustrie binnen Altena in potentie veel werk met het realiseren van de energietransitie. Dit geldt bijvoorbeeld voor de maritieme industrie (elektrificeren binnenvaart,
• • •
innoveren van materiaaltechniek) en de bouw- en installatiebranche (installatie van zonnepanelen, warmtepompen en isolatie). Energietransitie vraagt grote investeringen in de energieinfrastructuur. Op dit moment is het elektriciteitsnetwerk in Altena ontoereikend om de energietransitie mogelijk te maken. Verkeer wordt steeds vaker elektrisch, wat vraagt om investeringen in de laadinfrastructuur. Landelijk is de landbouw in transitie naar meer circulair. Met haar grote landbouwsector is dit een belangrijke ontwikkeling voor Altena, waarin veel mogelijkheden zijn om te benutten.
Landbouw- en eiwittransitie • Er is steeds meer aandacht voor gezonde voeding, minder CO2 uitstoot en een beter milieu. • Ook wordt ingezet op de eiwittransitie. Deze transitie zorgt voor een verschuiving in de consumptie van dierlijke eiwitten naar consumptie van plantaardige en nieuwe eiwitbronnen, een trend die naar verwachting verder zal doorzetten. Altena heeft met haar sterke agrofoodsector een goede uitgangspositie om hierop in te spelen. Schaalvergroting en schaalverkleining • Schaalverkleining: het aandeel zzp’ers in de totale werkgelegenheid groeit al jaren en de verwachting is dat deze trend doorzet. Dit geldt ook voor de gemeente Altena, waar het bedrijfsleven relatief kleinschalig is en het aantal zzp’ers relatief groot. De vraag naar kleinschalige en flexibele werkplekken en bedrijfsruimten voor zzp’ers zal naar verwachting dan ook toenemen. • Schaalvergroting: in sectoren als de industrie en de (agro)logistiek vindt een schaalvergroting van bedrijven en processen plaats onder invloed van robotisering en mondialisering, met de daarbij horende
1
https://www.altena.net/nieuws/2020-02-14-5082-altena-wil-energietransitie-samenvormgeven
7
toegenomen vraag naar ruimte. Altena is de afgelopen jaren een interessante vestigingsplaats gebleken voor deze bedrijven. Klimaatverandering en toekomstbestendige bedrijventerreinen • Toekomstbestendige bedrijventerreinen hebben een hoge organisatiegraad van ondernemers, zijn multimodaal en digitaal bereikbaar, zijn slim (circulair, klimaat adaptief en duurzaam) ingericht en kennen een aantrekkelijk en gevarieerd functieaanbod op het terrein of in de nabije omgeving. Het worden steeds meer plekken van uitwisseling van kennis, waar ondernemers kunnen ondernemen, innoveren en het bedrijf tot groei kunnen laten komen. Nog niet alle bedrijventerreinen in Altena voldoen aan dit profiel. Zo is op een aantal bedrijventerreinen in de gemeente de organisatiegraad niet erg hoog en staat de samenwerking op het gebied van energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie nog in de kinderschoenen. Als de organisatiegraad op een bedrijventerrein niet hoog is, is het lastig om in te spelen op de transities. Ook is op dit moment het elektriciteitsnetwerk in Altena ontoereikend om de energietransitie mogelijk te maken. Een probleem dat zich overigens in grote delen van Nederland voordoet. • Naast CO2-reductie en energiebesparing is ook omgaan met klimaatverandering van belang. Bedrijventerreinen zijn vanwege de grote mate van verstening gevoelig voor wateroverlast en hittestress.
Arbeidsmarktontwikkeling • De arbeidsmarkt vergrijst. Hierdoor treden er steeds meer mensen uit en blijft de instroom van nieuw personeel achter. In tijden van hoogconjunctuur ontstaan in alle sectoren knelpunten. • Goed (passend) geschoold personeel is een van de belangrijkste vestigingsplaatsfactoren voor bedrijven. Het is van belang dat vraag en aanbod van personeel, zowel kwalitatief als kwantitatief, goed op 2
•
•
elkaar aansluiten. Een goede samenwerking tussen bedrijven en onderwijsinstellingen is daarvoor essentieel; enerzijds om nieuwe kennis in huis te halen (onderwijs richting bedrijfsleven) en anderzijds om nieuwe toepassingen te laten zien om het onderwijs actueel te houden (bedrijfsleven richting onderwijs). Een leven lang ontwikkelen wordt de toekomstige norm voor werknemers; door (om)scholing kunnen werknemers bijblijven bij veranderingen in hun eigen baan of overstappen naar een andere baan. Ook werkzoekenden kunnen hun kansen op werk vergroten met bijscholing of een leerwerktraject. Zo blijven volwassenen flexibel inzetbaar op de arbeidsmarkt. Bedrijven én hun werknemers stellen daarbij steeds hogere eisen aan werkplekken. Deze moeten multimodaal bereikbaar zijn (dus per auto, per fiets, per OV) en moeten aansprekend zijn, met voorzieningen en ruimte voor ontmoeting en interactie. Het OVaanbod van Altena is beperkt, dit heeft een negatieve invloed op het arbeidspotentieel. Vooral daar waar het gaat om doelgroepen die afhankelijk zijn van het OV.
Detailhandel • In de periode 2015-2020 is in de gemeente Altena het aantal banen in de detailhandel met 5,8% gekrompen. Landelijk is het aantal banen in de detailhandel met 6,5% gestegen. De opkomst van E-commerce speelt hierin een belangrijke rol. De verwachting is dat het online aandeel van non-foodwinkels de komende jaren nog verder zal toenemen en zal stijgen naar 20%2. Ook in de voedingsmiddelenbranche worden online verkopen steeds belangrijker: naar verwachting stijgt het online aandeel naar 15 à 20%. Dit heeft een negatief effect op de werkgelegenheid in de fysieke detailhandel en op de levendigheid van de kernen.
https://www.risicosinbeeld.nl/sectoren/retail/non-food/trends-en-ontwikkelingen/
8
•
•
Daarnaast vinden consumenten het steeds belangrijker dat producten op een duurzame manier worden geproduceerd en dat er rekening wordt gehouden met eerlijke arbeidsomstandigheden, verspilling en energieverbruik. Ook dit verandert de vraag en heeft impact op de detailhandel in de gemeente. Gezond en lokaal geproduceerd voedsel is een trend die bijdraagt aan duurzaamheid en circulariteit, met onder andere korte ketens. Doordat in Altena de gehele voedselketen aanwezig is, heeft Altena het ideale schaalniveau om hiermee te experimenteren.
Figuur 2.2-1: Onderlinge relatie tussen werken, wonen, en voorzieningen
Brede welvaart • Landelijk is er steeds meer aandacht voor het begrip Brede Welvaart. Met Brede Welvaart wordt bedoeld: de ontwikkeling van welvaart voor alle inwoners in de brede zin van het woord. Dus niet alleen oog voor inkomen, vermogen, consumptie en winstmaximalisatie, maar evenredig veel aandacht voor immateriële welvaart op het gebied van lichamelijke en geestelijke gezondheid, een schone en aantrekkelijke leefomgeving en sociaal-maatschappelijke netwerken en gemeenschapszin. Dit sluit nauw aan bij de Social Development Goals van de Verenigde Naties. Altena is een Global Goals gemeente en ondersteunt deze doelstellingen. Uit de economische analyse blijkt dat Altena goed scoort op sociaal-culturele aspecten en ecologische aspecten. • Brede Welvaart betekent ook een goed woon- en werkklimaat waarin werken, wonen en voorzieningen elkaar onderling versterken (figuur 2.2-1)
9
Meer vraag naar multimodale bereikbaarheid en duurzame mobiliteit
Landbouw- en eiwittransitie
Digitalisering, robotisering: online winkelen, 3d-printing, automatisering
Schaalvergroting en schaalverkleining Omscholing
Goede aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt Circulaire bebouwing en klimaat adaptatie
Energietransitie; zon, LNG, wind 10
Zowel lokaal, regionaal als provinciaal zijn er visies opgesteld en afspraken gemaakt op thema’s die raken aan werken en economie. Het is van belang dat deze visie op werken de aanknopingspunten uit die documenten meeneemt en voortbouwt op wat er al ligt. De relevante lokale, regionale en provinciale beleidsstukken zijn opgenomen in de bijlagen. De belangrijkste conclusies voor Altena zijn: •
•
•
•
In de mobiliteitsvisie van Altena is een aantal ambities en acties benoemd die van invloed zijn op het werken in Altena, zoals zorgen voor een betere ontsluiting van werklocaties voor (vracht)verkeer en het ontvlechten van het netwerk. Het belangrijkste element is echter de realisatie van OV-hubs langs de centrale assen, die op slimme en duurzame manieren verbonden moeten worden met de meeste kernen en werklocaties. In Altena moet de komende jaren een flink aantal woningen gebouwd worden: 3.000 tot 2030 en nog eens 2.000 extra tussen 2030 en 2040. Er wordt ook ingezet op voldoende woningen voor verschillende groepen binnen de bevolking (qua leeftijd en inkomen) en er wordt gezocht naar passende oplossingen voor arbeidsmigranten. In de Warmtevisie van Altena staat dat er een grote verduurzamingsopgave ligt voor bestaande woningen: 3.000 woningen zullen tot 2030 flink worden geïsoleerd om ze ‘aardgasvrijgereed’ te maken. Dit biedt kansen voor de bouw- en installatiebranche. Vanuit regionaal beleid zijn er aanknopingspunten voor Altena waar deze visie op werken op aanhaakt. De West-Brabantse regio zet in op verbinden, verslimmen en verduurzamen van de economie. Speerpuntsectoren zijn: agrofood/biobased, HTSM en Logistiek. Altena kan uitstekend aansluiten bij de eerste twee
speerpuntsectoren. Daarnaast zijn in de regionale bedrijventerreinafspraken de haven van Werkendam, subregionaal bedrijventerrein Giessen en een zoeklocatie voor een nieuw Regionaal Bedrijventerrein bij Werkendam opgenomen. •
In het provinciaal economisch beleid wordt het belang van innovatiekracht, agglomeratiekracht en samenwerkingskracht onderstreept. Deze thema’s worden ook aangehaald in deze economische visie. Het ontwikkelen van campussen, waar innovatie en samenwerking tussen bedrijven wordt gestimuleerd, maakt ook onderdeel uit van het provinciale beleid.
Op basis van het economisch profiel van Altena (paragraaf 2.1), de economische trends (2.2) en het overzicht van lokaal, regionaal & provinciaal beleid (2.3) trekken we de volgende belangrijkste algemene conclusies: • Binnen de West-Brabantse regio heeft Altena een goede economische uitgangspositie onder andere door een gunstige werkgelegenheidsontwikkeling en sterke (speerpunt)sectoren. De gemeente is één van de toegangspoorten tot Brabant vanuit ZuidHolland en Utrecht, de lokale economie groeit en sterke sectoren zoals de agrofood en de maritieme sector kunnen profiteren van clustervorming binnen de regio. De maritieme industrie in Altena heeft een nauwe relatie met de maritieme industrie in Gorinchem en de Drechtsteden. Ook wordt aangehaakt op de HTSM-agenda van West-Brabant. Binnen Agrofood liggen er relaties met de sterke Agrofood/Biobased economie van West-Brabant. Daarnaast liggen er mogelijkheden om deze te koppelen aan Economische agenda's van de Provincie Noord-Brabant en Regio West-Brabant.
11
•
•
• •
Met de almaar krapper wordende arbeidsmarkt en technologische ontwikkelingen binnen de economie wordt het steeds belangrijker om voldoende én passend geschoold aanbod van arbeid te vinden en te binden. Daarin zijn van belang: het aanbieden van passende leeren/of scholingsmogelijkheden (denk aan bijscholing of stageplekken), de samenwerking tussen de 3 O’s (overheid, onderwijs, ondernemers), een goede OV-bereikbaarheid en voldoende passend woningaanbod. Het is belangrijk dat het bedrijfsleven goed georganiseerd is. De samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en onderwijs moet sterk worden verbeterd. De transitie naar een duurzame en circulaire economie vraagt om gezamenlijke inzet en brengt kosten met zich mee. Het biedt ook kansen voor bedrijven die de energietransitie mogelijk maken (bijv. bouwnijverheid en installatiebranche). Altena heeft met sterke sociaal-maatschappelijke netwerken en een gezonde, groene leefomgeving een goede basis voor brede welvaart. Het voorzieningenaanbod is kwetsbaar. Een gerichte aanpak waarin rekening wordt gehouden met de schaal van de kernen is belangrijk om een gunstig ondernemersklimaat te creëren.
Een meer uitgewerkt beeld van de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen op economisch gebied is uitgewerkt in de SWOT-analyse op de volgende pagina’s (pagina 13 en 14). Deze is gebaseerd op de economische analyse van de gemeente Altena en de conclusies uit dit hoofdstuk. En zijn aangevuld met bevindingen uit interviews en werksessies met bestuurders, de ambtelijke organisatie, ondernemers, ondernemers- en brancheverenigingen en onderwijsinstellingen. De begeleidingscommissie fungeerde als klankbordgroep. De SWOT is een van de inhoudelijke onderleggers voor de visie (hoofdstuk 3).
12
Zwakten Sterkten • • • • • • • • • • • • • • •
• • • • • •
•
Potentiële beroepsbevolking groeit en de participatiegraad is hoog. Relatief veel jongeren in de beroepsbevolking. Werkloosheid is gedaald en is relatief laag. Sterk in traditionele sectoren: agrarische sector, industrie, bouw en logistiek. Veel ondernemerschap (70% ZZP), MKB is dominant. Veel familiebedrijven met focus op lange termijn en stabiliteit Brede vertegenwoordiging van (landelijke) topsectoren: agrofood, HTSM, logistiek en creatieve industrie. Flinke groei in werkgelegenheid en aantal vestigingen. Sterke groei in industrie, agrarische sector, overige diensten en zorg. Topsectoren groeien bovengemiddeld. Economie is gevarieerd en veelzijdig en minder kwetsbaar voor economische schokken dan landelijk. Minder stoppers dan landelijk. Landbouwgrond heeft een hoog aandeel in het grondgebruik. Het aandeel bebouwing en natuur en landschap is relatief laag. Relatief veel akkerbouw. Vanaf 2016 zit er een stijgende lijn in de uitgifte van bedrijventerrein Bedrijventerreinen zijn goed voor 32% van de banen op ‘slechts’ 1,6% van het grondoppervlak. Er is een hoge koopkrachtbinding voor dagelijkse goederen. Relatief hoog besteedbaar inkomen en huishoudensvermogen (veel eigen woningen). Bovengemiddelde score op sociaal-cultureel kapitaal en ecologisch kapitaal. Ondernemers zijn meer tevreden dan elders over de bedrijfsomgeving en het vestigingsklimaat.
Bedrijfsleven heeft zich georganiseerd in het ondernemershuis Altena. Altena wordt steeds beter zichtbaar in RWB. Speerpunten Economic board West-Brabant sluiten goed aan bij Altena
• • • • • • • • • • • • • • • •
• • • •
De bevolking telt relatief veel ouderen. Beroepsbevolking is relatief laag opgeleid. Laaggeletterdheid is hoog. Relatief veel ouderen in de beroepsbevolking. Jongeren trekken weg. Fors negatief pendelsaldo. Veel kleine zelfstandigen/ZZP’ers: niet altijd uit eigen motivatie, maar soms noodgedwongen. Scholingsmogelijkheden in Altena zijn beperkt. Relatief zwakke vertegenwoordiging dienstverlenende sectoren. Krimp van de werkgelegenheid in de sectoren financiële instellingen en horeca. Groei in belangrijke sectoren bouw en vervoer en opslag beperkt t.0.v. het landelijk gemiddelde. Groei in diensten (ICT, zakelijke diensten) beperkt. Minder starters dan landelijk. Akkerbouw neemt af in grondgebruik en aantal bedrijven. Areaal grasland en groenvoedergewassen neemt in omvang toe. Vrijwel geen voorraad uitgeefbaar bedrijventerrein meer. Beperkt detailhandelsaanbod. Vooral koopkrachtafvloeiing voor nietdagelijkse goederen. Weinig huurwoningen en stijgende huizenprijzen zorgen voor minder kansen voor starters op de woningmarkt. Score op economie is lager dan gemiddelde Brabantse gemeenten. Met name kennis en bereikbaarheid (OV) zijn onder de maat. OV bereikbaarheid en samenwerking tussen overheid en ondernemers zijn onvoldoende. Betrokkenheid en organisatiegraad bedrijfsleven is laag in delen van de gemeente.
Op dit moment is het elektriciteitsnetwerk in Altena ontoereikend om de energietransitie mogelijk te maken.
13
Kansen • • • • • • • • • • • • • • • • • •
• • • •
Type werkgelegenheid in Altena sluit goed aan bij opleidingsniveau van inwoners. Corona maakt Altena interessante woongemeente. Arbeidsmigranten kunnen tekorten arbeidsmarkt opvangen. Economisch beleid en sociaal beleid beter bij elkaar brengen: aanboren van stille reserves op de arbeidsmarkt. Topsectoren: Agrofood, HTSM (Maritiem), Logistiek en Creatieve Industrie groeien nog steeds. Bouw kan profiteren van landelijke opgave om meer woningen te bouwen. Inzet op maritieme industrie en Agrofood/Circulair voedselsysteem. Agrofood/Circulair voedselsysteem draagt bij aan brede welvaart. Innovaties en verdere clustervorming in de haven van Werkendam. Beter betrekken onderwijs- en kennisinstellingen bij bedrijven. Grote potentie toerisme en recreatie (Biesbosch/Nieuwe Hollandse Waterlinie/Natuur). Altena heeft voorsprong wat betreft circulaire landbouw. Ruimte voor experimenteerzones: precisielandbouw. Kansen voor eiwittransitie. Ontwikkeling SRBT Giessen, realiseren insteekhaven, ontwikkelen 3e Haven. Werkendam en locatie bedrijventerrein Werkendam voor groei. Ombouw A27 en aanpak provinciale wegen. Ontwikkelen OV Hubs. Inzet netwerkproviders om kernen aan te sluiten op het digitale netwerk. Kansen voor veel sectoren bij het realiseren van de transitie: maritieme industrie (elektrificeren binnenvaart), bouw- en installatiebranche (bijv.
installatie zonnepanelen, warmtepompen, isolatie, etc.). Altena heeft goede uitgangspunten voor ontwikkeling brede welvaart: hoge scores ecologie en sociaal-cultureel. Score economie verbetert zich. Verhoging organisatiegraad bedrijfsleven en intensivering samenwerking Regionale Investerings Agenda Breda: kansen voor investeringen op het snijvlak van economie, mobiliteit en wonen. Samenwerking Breda – Tilburg wordt intensiever (Regiodeal/RIA’s). Dit is een gunstige ontwikkeling voor Altena.
Bedreigingen •
•
•
• • • • • • • • • •
Krapte op de arbeidsmarkt dreigt door: - De bevolking ontgroent en vergrijst - Prognose voorziet krimp in omvang bevolking - Prognose voorziet daling van de potentiële beroepsbevolking - De beroepsbevolking vergrijst - Economie vraagt steeds hoger opleidingsniveau - Gebrek aan technisch geschoold en zorgpersoneel - Voldoende woningen voor jongeren. Bedrijven in horeca, detailhandel, overige diensten (cultuur, sport) merken zware gevolgen covid crisis. Een aantal bedrijven heeft leningen en uitgestelde betalingen, deze komen mogelijk in de problemen als de corona steunpakketten wegvallen. MKB bedrijven zullen aanpassingsvermogen moeten hebben om voldoende mee te komen in belangrijke trends op het gebied van bijvoorbeeld digitalisering, robotisering en artificial intelligence. Nieuwe verdienmodellen zullen nodig zijn voor landbouwbedrijven. Dit vraagt om aanpassingsvermogen. Ontwikkelen van bedrijventerreinen, insteekhaven en 3e haven kosten veel tijd. Ruimtelijke mogelijkheden bij Werkendam zijn beperkt. Stikstofproblematiek vergt extra onderbouwing en inspanning. Detailhandel staat steeds meer onder druk door afvloeiing naar internet. Risico voor afkalving van de voorzieningen in de kernen. Bereikbaarheid tijdens de ombouw van de A27. Provincie wil gaan bezuinigen op OV vanwege tekorten ontstaan door de coronacrisis.
Energietransitie alleen goed mogelijk bij voldoende netcapaciteit. Human capital: zijn er voldoende mensen die de transities kunnen realiseren. Goede organisatiegraad bedrijfsleven is nodig om transities te laten slagen. Bestuurlijke grenzen bemoeilijken samenwerking met overheden.
14
•
Altena is niet alleen een fijne woongemeente, maar ook een gemeente met een bloeiende economie en stabiele ontwikkeling van de werkgelegenheid. Een goed ondernemersklimaat is daarbij essentieel. De visie op werken kijkt dan ook niet alleen naar economie en werken, maar gaat ook over een goed ondernemersklimaat met een goede bereikbaarheid, een passend woningaanbod en een goed voorzieningenniveau. De ambitie van de visie op werken van de gemeente Altena en het lokale bedrijfsleven luidt:
Altena is in 2035 een bloeiende plattelandsgemeente met een goed ondernemersklimaat, een gezonde arbeidsmarkt en een toekomstbestendige economie
•
provincie, de Regio West-Brabant en de regio Gorinchem/Drechtsteden. Onder aantrekkelijk ondernemen en werken, de tweede pijler, verstaan we: het binden van bedrijven en inwoners aan Altena door kwalitatief hoogwaardige werklocaties (toekomstbestendig en aantrekkelijk), een goede bereikbaarheid, een mooie woonomgeving en een passend voorzieningenniveau. Onder de derde pijler, toekomstbestendig en duurzaam, verstaan we: de economie van Altena moet klaar zijn voor de toekomst. Mondiale trends en ontwikkelingen hebben namelijk impact op de sectoren die in Altena sterk vertegenwoordigd zijn, zoals landbouw, industrie, bouw en transport en logistiek. Enerzijds moet de economie concurrerend blijven. Hiervoor is het nodig om innovatief te zijn en mee te gaan in ontwikkelingen als robotisering en dataficatie. Anderzijds is het nodig om de economie te verduurzamen en klaar te zijn voor en bij te dragen aan transities: energietransitie, circulair en milieuvriendelijk produceren.
De drie pijlers onder de Visie op Werken De ambitie wordt ondersteund door drie pijlers: • We zetten in op de sterke sectoren in Altena. Dit zijn: handel, industrie, bouwnijverheid en vervoer & logistiek. Daarbinnen zijn er twee speerpuntsectoren waarin we onderscheidend zijn en die als boegbeeld en vliegwiel dienen voor de gehele economie: het maritieme cluster in Werkendam en de brede agrofood sector met het programma circulair voedselsysteem. Dit zijn sectoren die Altena onderscheiden, waarin veel dynamiek plaatsvindt en die bovendien aansluiten op de ontwikkelingen bij de economische agenda's van de
15
Maritieme cluster: Het maritieme cluster in Werkendam bestaat uit bedrijven die actief zijn in afbouw van binnenvaartschepen, maintenance, toeleveranciers, maritieme diensten en waterbouw en daaraan gekoppelde bedrijven op het vlak van high tech systems en materialen. De Economic Board van West-Brabant onderschrijft het belang van de ‘maritieme maintenance’ in Werkendam door het cluster te benoemen als topsector binnen het economische programma High Tech Maintenance (HTM) West-Brabant. Veel van de bedrijven vallen onder de topsector HTM, wat bijdraagt aan de sterke concurrentiepositie van Nederland binnen deze topsector. 42 bedrijven hebben zich verenigd in de Werkendam Maritime Industries (WMI). Werkendam is de tweede binnenvaarthaven van Nederland, ligt aan drie West-Europese hoofdtransportassen, biedt 2.000 directe banen en heeft een toegevoegde waarde van € 150 miljoen euro. Het is een florerend cluster, dat veel samenwerkt met partijen uit de Drechtsteden/Gorinchem en Noord-Brabant. Binnen het maritieme cluster wordt door middel van innovatie en ontwikkeling hard gewerkt aan de uitdagingen van morgen. Daarnaast wordt veel inzet gepleegd pp de instroom van technisch personeel en de aansluiting met het onderwijs.
Agrofood: Met de sterke vertegenwoordiging van de agrofood sector neemt Altena een onderscheidende positie in. Dit is niet alleen door de omvang van deze sector, maar ook doordat de sector in de gehele breedte vertegenwoordigd is. Dit betekent dat de gehele keten binnen Altena actief is: van primaire productie en kweek, tot verwerking, tot (value added) logistiek en (ambulante) handel. Ofwel: “van boer tot bord”. In totaal spreken we dan over 625 bedrijven met opgeteld 3.100 banen. Hierdoor liggen er voor de bredere voedselsystemen mooie kansen om deze in Altena circulair te maken, wat onder andere inhoudt dat er zo min mogelijk nieuwe grondstoffen en energie nodig zijn en dat de grond niet wordt uitgeput. Altena is met bedrijven hierin al sterk vertegenwoordigd. Daarnaast is het “Programma Circulair Voedselsysteem” inmiddels van start gegaan.
16
Om de economische ambitie te verwezenlijken is (beleids)inzet nodig op de volgende zes thema’s: 1. Ruimte voor bedrijven 2. Bereikbaarheid 3. Arbeidsmarkt en onderwijs 4. Innovatie 5. Samenwerking 6. Voorzieningenniveau De thema's leveren een bijdrage aan de drie pijlers. Een overzicht hiervan is gegeven in de tabel op pagina 31. De thema’s zijn hieronder uitgewerkt en toegelicht.
De ambitie voor ‘ruimte voor bedrijven’ in 2035 is:
In Altena zijn bedrijven gehuisvest op passende en toekomstbestendige werklocaties Deze ambitie is uiteengelegd in de volgende doelen: 1. We ontwikkelen bedrijventerreinen vraaggericht voor de lokale behoefte. 2. We zijn selectief bij de uitgifte van kavels op bedrijventerreinen. 3. De ruimtevraag van niet-agrarische bedrijven wordt bij voorkeur geaccommodeerd op bedrijventerreinen. 4. De ruimtevraag van groeiende bedrijven in de kernen wordt indien mogelijk ook geaccommodeerd op bedrijventerreinen.
5. We benutten VAB's voor de ruimtevraag van kleinschalige bedrijven. 6. We ontwikkelen voldoende watergebonden (kade)ruimte voor het maritieme cluster. 7. Onze bedrijventerreinen zijn toekomstbestendig en voldoen aan de criteria op het gebied van duurzaamheid, energietransitie en circulariteit. Context en achtergrond Ruimte is schaars in Altena. We zijn weliswaar een plattelandsgemeente, maar alle gronden hebben een functie en zijn planologisch bestemd. Het landbouwareaal is belangrijk voor de speerpuntsector agrofood, we hebben ook te maken met andere ruimteclaims zoals voor natuur (o.a. de Biesbosch), cultuurhistorie (Nieuwe Hollandse Waterlinie), wonen en de energietransitie. Meer ruimte voor bedrijfshuisvesting is dus niet vanzelfsprekend. Eind 2021 is het gemeentelijke aanbod aan bedrijventerreinen volledig uitgegeven. Daarmee is er vrijwel geen ruimte voor nieuwe of uitbreidende bedrijven op bedrijventerreinen. De opgave is om te voorzien in de toekomstige ruimtebehoefte van bedrijven. En dat is nodig, want er is sprake van een flinke bedrijvendynamiek: • We hebben groeiende bedrijven op onze bedrijventerreinen; • Er zijn bedrijven die solitair zijn gevestigd in ons landelijk gebied die willen uitbreiden; • We hebben te maken met vrijkomende agrarische bedrijven (VAB’s), waar zich eventueel nieuwe bedrijven willen vestigen; • Er zijn in onze woonkernen (o.a.
in Giessen) bedrijven gevestigd die qua activiteiten en schaal goed op een bedrijventerrein passen en die mogelijk willen uitbreiden of hun bedrijfshuisvesting willen optimaliseren op een bedrijventerrein; • De gemeente heeft in regionaal verband afspraken gemaakt met de provincie over de programmering van bedrijven.
17
1.
We ontwikkelen bedrijventerreinen vraaggericht voor de lokale behoefte De laatste jaren is door de aanhoudende hoogconjunctuur de voorraad bedrijventerreinen versneld uitgegeven. Door het niet doorgaan van fase 2 van het RBT Kop van Brabant is nauwelijks nog voorraad beschikbaar. Tot en met 2035 wordt op basis van modelramingen die de provincie en het Regionaal Ontwikkelingsbedrijf Land van Heusden en Altena (ROB) voor Altena hebben laten opstellen een uitbreidingsvraag geraamd van 20-30 ha[1]. Deze modellen houden rekening met perioden van zowel hoog- als laagconjunctuur en de effecten van vergrijzing op de werkgelegenheid. In 2022 actualiseren zowel de provincie als het ROB hun vraagprognoses. De behoefte aan bedrijventerrein wordt ook onderbouwd met een concrete ruimtevraag. De praktijk leert dat niet al deze vraag ook wordt omgezet tot koop. Naast uitbreidingsvraag is er nog sprake van eventuele vervangingsvraag van bedrijven die mogelijk moeten worden uitgeplaatst uit woonkernen, het buitengebied of bestaande bedrijventerreinen die worden herontwikkeld. Op de korte termijn ontwikkelen we SRBT Giessen met een netto omvang van 10 ha, daarmee is aanbod beschikbaar voor de vraag in Giessen en omgeving. Daarnaast zoeken we een alternatieve locatie voor een bedrijventerrein met een omvang van voorlopig 15-20 ha ter vervanging van RBT Kop van Brabant fase 2.
Op dit nieuwe terrein wordt daarmee ruimte geboden voor de uitbreidings- en vervangingsvraag rond Werkendam. Belangrijk is dat de ontwikkeling van bedrijventerreinen goed wordt gemonitord en past binnen de afspraken met regio en provincie, gelet op diverse vraagprognoses en modelramingen. Voorkomen moet worden dat overaanbod wordt gecreëerd. Enerzijds omdat dit financiële risico's met zich meebrengt en anderzijds omdat leegstand en verloedering kan ontstaan op de bestaande
bedrijventerreinen doordat bedrijven daar kavels achterlaten die niet opnieuw worden ingevuld. We ontwikkelen nieuwe bedrijventerreinen daarom gefaseerd en zetten ook in op het economisch vitaal houden van de bestaande bedrijventerreinen.
[1]
naar Bedrijventerreinen Land van Heusden en Altena, Een match tussen vraag en aanbod
Provinciale raming: Stec Groep (2018) Prognose bedrijventerreinen en kantoren Noord-Brabant. Raming ROB: Ecorys (2018) Eindrapportage onderzoek
2. We zijn selectief bij de uitgifte van kavels op bedrijventerreinen Alleen bedrijven uit Altena of bedrijven die een binding hebben met Altena komen in aanmerking voor een kavel, evenals bedrijven die aantoonbaar bijdragen aan de versterking van de speerpuntsectoren. 3.
De ruimtevraag van niet-agrarische bedrijven wordt bij voorkeur geaccommodeerd op bedrijventerreinen We zijn kritisch op ontwikkelingen van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Bedrijven met een milieucategorie van 3 of hoger kunnen in veel gevallen op een bedrijventerrein economisch beter uit de voeten dan in het buitengebied. Ook liggen daar betere kansen voor oplossingen op het vlak van bijvoorbeeld circulariteit, energie, collectieve diensten en vervoer. Hiermee wordt tevens verrommeling van het landschap tegengegaan en blijven de kwalitatief goede akkerbouwgronden beschikbaar. Eventuele uitbreiding van bestaande bedrijven in het buitengebied heeft niet de voorkeur, maar kan op basis van maatwerk mogelijk worden gemaakt. 4.
De ruimtevraag van groeiende bedrijven in de kernen wordt indien mogelijk ook geaccommodeerd op bedrijventerreinen Detailhandel en consumentendiensten horen thuis in de kernen. In diverse kernen zijn bedrijven gevestigd die beter zouden passen op bedrijventerreinen en die willen groeien of ruimtelijk in de knel zitten. We werken mee aan verhuizing van deze bedrijven naar bedrijventerreinen. Dit kan extra ruimte opleveren voor woningbouw.
18
5. We benutten VAB's voor de ruimtevraag van kleinschalige bedrijven We staan de vestiging van andere bedrijvigheid dan agrarische functies toe in VAB’s. Voorwaarde is dat ze qua aard en schaal passen in het buitengebied en binnen de bestaande bebouwing. Dit houdt het landelijk gebied vitaal en voorkomt verloedering en ondermijning. Wij denken daarbij aan kleinschalige bedrijven uit lichte milieucategorieën zonder publiek aantrekkende functie. De voorkeur gaat uit naar bedrijvigheid die onderdeel is van of aansluit op de agrofoodsector. We ontwikkelen voldoende watergebonden (kade)ruimte voor het maritieme cluster Voor het Maritieme cluster (en de daarbij behorende maintenance- en HTSM-bedrijven) zetten we ons in voor extra kade- en havengebonden areaal (insteekhaven en 3e haven Werkendam). Voldoende (kade)ruimte is van cruciaal belang voor het behoud en de versterking van deze speerpuntensector.
organisatiegraad op de bedrijventerreinen is hiervoor een randvoorwaarde.
De ambitie op het thema bereikbaarheid voor 2035 luidt:
Altena is voor (vracht)verkeer, fiets en per OV goed lokaal en regionaal verbonden
6.
7.
Onze bedrijventerreinen zijn toekomstbestendig en voldoen aan de criteria op het gebied van duurzaamheid, energietransitie en circulariteit Zuinig ruimtegebruik, is voor ons een voorwaarde om mee te werken aan de uitbreiding van nieuwe bedrijventerreinen. Bij nieuwe ontwikkelingen passen we de ladder van duurzame verstedelijking dan ook actief toe. Daarnaast is een basisvoorwaarde dat onze bedrijventerreinen schoon, heel en veilig zijn. Beheer en onderhoud moeten daarom goed geborgd worden in parkmanagement of soortgelijke samenwerkingsvormen. De bedrijventerreinen moeten ook bijdragen aan de opgaven rondom de energietransitie en een circulaire economie. Tot slot moeten de bedrijventerreinen klaar zijn voor klimaatverandering (hittestress/wateroverlast) en een prettige, gezonde omgeving bieden voor de mensen die er werken. Dit is een gezamenlijke opgave en verantwoordelijkheid van overheid en bedrijfsleven. Een goede
De Visie op werken in Altena sluit voor dit thema aan op de mobiliteitsvisie. De doelen komen daar dan ook direct uit voort. De ambitie is vertaald in de volgende doelen: 1. We werken samen met regio, provincie en Rijk aan de externe bereikbaarheid van Altena. 2. OV-hubs op centrale plekken zijn verbonden met de meeste kernen en grotere werklocaties. 3. Werklocaties zijn goed ontsloten voor (vracht)verkeer en goed en veilig bereikbaar voor personeel en stagiaires. Context en achtergrond Naast ruimte is bereikbaarheid een belangrijke vestigingsplaatsfactor voor bedrijven. Altena heeft een beperkt aantal toegangswegen. Het OV is beperkt en niet alle kernen worden frequent ontsloten. Bij de toegangswegen is daarnaast vaak sprake van filevorming en daarmee extra reistijd, met name in de ochtend- en avondspits. Hierdoor staat de bereikbaarheid van de gemeente onder druk.
19
1. We werken samen met regio, provincie en Rijk aan de externe bereikbaarheid van Altena Voor de ombouw van de A27 ligt het tracébesluit inmiddels vast. Deze ombouw zal volgens de planning tot en met 2029 duren. Het is belangrijk dat Altena bereikbaar blijft tijdens de werkzaamheden. De provincie gaat over de N267, N322 en N283 en daarmee ook over de brug bij Heusden. Altena is actief met de provincie in overleg om de knelpunten op de provinciale wegen op te lossen en de doorstroming te verbeteren. De gemeente moet overleggen en lobbyen met provincie en Rijk om de belangen van Altena goed voor het voetlicht te brengen. Waar zinvol doen we dit samen met het georganiseerd bedrijfsleven en de regiogemeenten. 2. OV-hubs op centrale plekken zijn verbonden met de meeste kernen en grotere werklocaties Een direct, snel en frequent OV-netwerk in Altena is gezien de lage bevolkingsdichtheden binnen Altena niet haalbaar. In de mobiliteitsvisie wordt daarom ingezet op de realisatie van OV-hubs die gecombineerd met pendelbussen, deelmobiliteit en snelfietsroutes (en andere duurzame, slimme oplossingen) wel mogelijkheden bieden. Deze centrale OV-haltes (langs de A27 en de Kromme Nol) krijgen goede verbindingen naar de meeste kernen en grotere werklocaties. De oplossingen van voor- en natransport is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en werkgevers.
Wij verwachten van (collectieven van) bedrijven en instellingen dan ook dat ook zij innovatieve mobiliteitsoplossingen voor hun personeel aandragen.
mee gehouden. Daarnaast is het van belang dat werknemers en stagiaires goed en veilig op het werk kunnen komen. We overleggen op verschillende schaalniveaus met ondernemers om dit te verbeteren. Zowel op het niveau van een individuele straat, bedrijventerrein of winkelgebied als op het niveau van de gemeente als geheel. We gaan in dit kader ook samen met werkgevers kijken naar de mogelijkheden voor deelmobiliteit om zo het aantal verkeersbewegingen en de parkeerdruk te verminderen. Bovendien levert dit een gunstige bijdrage aan het milieu. In de mobiliteitsvisie wordt in dit kader daarnaast het ontvlechten van het netwerk genoemd. Daarbij wordt auto- en vrachtverkeer, agrarisch verkeer en langzaam verkeer zo veel mogelijk van elkaar gescheiden. Dit draagt bij aan een betere werk- en leefomgeving, een hogere verkeersveiligheid en een betere doorstroming op hoofdontsluitingswegen.
Voor het thema arbeidsmarkt en onderwijs is de volgende ambitie voor 2035 geformuleerd:
Altena heeft een goed functionerende arbeidsmarkt waarin vraag en aanbod zowel kwantitatief als kwalitatief goed op elkaar aansluiten. Werkgevers, werknemers en onderwijs werken samen om deze aansluiting te verbeteren.
3. Werklocaties zijn goed ontsloten voor (vracht)verkeer en goed en veilig bereikbaar voor personeel en stagiaires Belangrijk is dat onze grote werklocaties goed bereikbaar zijn voor het (vracht)verkeer. Bij nieuwe ontwikkelingen is bereikbaarheid daarom een integraal onderdeel van de afwegingen rondom een locatie. Bij de inrichting van bedrijventerreinen wordt hier ook nadrukkelijk rekening
20
WMI Campusontwikkeling Binnen het cluster van Werkendam Maritime Industries (WMI) wordt intensief samengewerkt tussen ondernemers, overheid en onderwijs. Deze samenwerking is essentieel om de kansen en de activiteiten die binnen en rondom de haven plaatsvinden, zo optimaal mogelijk te kunnen benutten en te blijven versterken. De vraag naar manuele intelligentie (technisch ingesteld zijn) is groot. Dit maakt het essentieel om de jeugd kennis te laten maken met techniek en de mogelijkheden die techniek te bieden heeft (binnen de haven). Het WMI heeft daarom als ambitie om voor het MBO en het HBO een campus op te zetten. Het doel van deze maritieme campus is het promoten van techniek; het op peil houden en het verbeteren van kennis en vaardigheden; het opzetten en onderhouden van een structurele verbinding tussen ondernemers en onderwijs; mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk toe te leiden en als laatste om een plaats te creëren waar bedrijven, onderwijs en onderzoek kunnen werken aan innovaties. De campus zal worden gecreëerd op een neutrale plek in de haven waar onder andere kantoorruimtes en theorielokalen aanwezig zijn en waar workshops en gastlessen zullen plaatsvinden.
De ambitie is vertaald in de volgende doelen: 1. Altena beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel met een passend opleidingsniveau en mensen onderhouden hun vaardigheden door leven lang ontwikkelen. 2. Mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt worden in staat gesteld te participeren op de arbeidsmarkt. 3. Arbeidsmigranten zijn goed gehuisvest. 4. Arbeidsmarktvraagstukken in de maritieme en aanverwante technische maakindustrie zijn samengebracht in de maritieme campus (hybride leeromgeving). 3
Het Da Vinci College in Wijk en Aalburg heeft een aantal BBL- (werken/leren) en BOLopleidingen (leren/stage) op het gebied van retail, finance, management support, de
5. Er zijn voldoende betaalbare woningen om (potentieel) personeel en jongeren aan Altena te binden. Context en achtergrond De beroepsbevolking is aan het vergrijzen en ontgroenen. Hierdoor vertrekken er meer mensen uit het arbeidsproces dan er toetreden. In tijden van hoogconjunctuur zal dit in steeds meer sectoren leiden tot krapte op de arbeidsmarkt. Krapte speelt in bijna alle sectoren maar in Altena vooral in de maakindustrie die in Altena sterk vertegenwoordigd is. Werkgevers zullen daarom steeds creatiever moeten zijn om aan voldoende personeel te komen en bereid moeten zijn om andere doelgroepen te betrekken in arbeidsproces. Daarnaast verandert het werk steeds sneller door technologische ontwikkelingen. Zo zijn digitalisering en robotisering belangrijke trends in steeds meer sectoren. Dit vraagt om nieuwe kennis en vaardigheden bij werknemers. Er zijn in Altena diverse scholen in het voortgezet onderwijs. Het MBO is ook vertegenwoordigd met het Da Vinci College in Wijk en Aalburg en De Prinsentuin in Andel3.. Voor ander middelbaar en hoger beroepsonderwijs en universiteiten is Altena op onderwijsinstellingen in de wijdere omgeving aangewezen. 1.
Altena beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel met een passend opleidingsniveau en mensen onderhouden hun vaardigheden door leven lang ontwikkelen Door de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt regionaal te verbeteren, wordt Altena als vestigingsplaats voor bedrijven aantrekkelijker, wordt de instroom van geschikt personeel bevorderd en kan beschikbaar arbeidspotentieel beter worden benut. Bovendien draagt het bij aan een betere infrastructuur voor leven lang ontwikkelen. bouw-, metaal- en elektrotechniek. De Prinsentuin in Andel biedt MBO opleidingen aan in het domein groen.
21
In Altena is een aantal werkgevers al actief bezig met het verbeteren van de instroom en het ontwikkelen van vaardigheden van hun personeel. Een aantal bedrijven en sectoren heeft bedrijfsscholen4. De ROC's zorgen daarbij voor het onderwijs. Ook is er een initiatief waarbij HBO studenten traineeprogramma's worden aangeboden bij bedrijven in Altena. Deze initiatieven moeten meer bekend worden en kunnen in de toekomst worden uitgebreid. Ook is het belangrijk dat de jeugd bekend is met de kansen op de arbeidsmarkt van Altena. Zo kan al in een vroeg stadium de opleidingskeuze worden beïnvloed. Om de aansluiting tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt te verbeteren is een intensievere samenwerking tussen het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen belangrijk. De gemeente ziet voor zichzelf een verbindende rol. 2. Mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt worden in staat gesteld te participeren op de arbeidsmarkt Voor kwetsbare groepen of mensen met een achterstand tot de arbeidsmarkt moet expliciet de verbinding worden gezocht met de arbeidsmarkt. Onder deze groepen zit veel onbenut potentieel van werknemers die een oplossing kunnen bieden voor knelpunten in het personeelsaanbod. De gemeente zet zich actief in om werkgevers met deze groep in contact te brengen.
Initiatieven vanuit het bedrijfsleven om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk toe te leiden, moedigen we aan. 3. Arbeidsmigranten zijn goed gehuisvest Arbeidsmigranten zijn noodzakelijk voor het functioneren van veel bedrijven in Altena. In onze sterke sectoren als landbouw, industrie, bouw 4
Voorbeelden zijn bijvoorbeeld de bedrijfsschool van installatiebedrijf Tibo Veen en Bouwschool Breda die opleidingen verzorgt voor een aantal bouwbedrijven in Altena.
en logistiek en in onze speerpuntsectoren Agrofood en Maritieme Industrie werken veel arbeidsmigranten. Het belangrijkste vraagstuk rondom arbeidsmigranten zit rondom duurzame en veilige oplossingen voor huisvesting, die kunnen rekenen op maatschappelijk draagvlak. Werkgevers en de gemeente hebben hierin een gedeelde verantwoordelijkheid. Werkgevers moeten zorgen dat hun personeel op de juiste wijze is gehuisvest. De gemeente moet hiervoor de juiste ruimtelijke randvoorwaarden creëren. 4. Arbeidsmarktvraagstukken in maritieme en aanverwante technische maakindustrie zijn samengebracht in de maritieme campus (hybride leeromgeving). Vanwege de aard van de speerpuntsectoren is het vooral voor technische beroepen belangrijk om gezamenlijk meer instroom te genereren. Werkendam Maritime Industries (WMI) werkt aan een plaats waar bedrijven en onderwijs aan elkaar worden gekoppeld om de arbeidsvraag beter aan te laten sluiten op het aanbod (zie kader campusontwikkeling). Door de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven in brede zin te stimuleren, verwachten we dat dergelijke initiatieven ook ontstaan vanuit de agrofood en andere stuwende delen van de economie.5 5. Er zijn voldoende betaalbare woningen om (potentieel) personeel en jongeren aan Altena te binden Inwoners van Altena moeten kunnen blijven wonen en werken in de gemeente.
In de woonvisie zetten we daarom in op het bouwen van voldoende woningen. Zo zijn er met name meer betaalbare woningen voor (her)starters op de woningmarkt nodig. Door meer woningaanbod 5
Op het gebied van Agrofood is er al een aantal initiatieven in Altena zoals Campus Almkerk en Centrum Hulp bij Innovatie, Educatie en Fascinatie Plantaardige Eiwitten (CHIEF)
22
te creëren kan deze groep voor Altena behouden worden, met een positief effect op de werknemerspool. Daarnaast kan een gevarieerd woningaanbod ook werknemers van buiten de gemeente trekken met als doel het arbeidsaanbod verder te vergroten.
name in het buitengebied). Clustering van bedrijven en instellingen is van belang voor innovatiekracht. Binnen de speerpuntensectoren ontstaat deze verbinding en daarmee kansen voor innovatie. Innovatieve clusters zijn gebaat bij een goede samenwerking met kennisinstellingen of – faciliteiten, een sterk onderscheidende vestigingsplaatsfactor, bedrijven in een productieketen die elkaar nodig hebben en/of een aantal sterke, trekkende bedrijven.
Voor 2035 luidt de ambitie op het thema innovatie:
1. Kennisinstellingen en uitvoeringsbedrijven zoals REWIN en BOM zijn goed betrokken bij innovaties en innovatieve clusters in Altena Voor beide speerpuntsectoren geldt dat kennisinstellingen goed betrokken moeten worden; Voor de agrofood moet daarbij worden gedacht aan HAS, WUR en AVANS (Biobased economy) en bij de maritieme maakindustrie gaat het om de Technische Universiteiten en hogescholen. Kennis is immers hard nodig om innovatie teweeg te brengen. De betrokkenheid van kennisinstellingen zorgt voor meer uitwisseling van kennis en voor betere connecties met potentiële (jonge) arbeidskrachten. Innovatie vindt primair plaats bij bedrijven en kennisinstellingen en in (boven)regionaal verband. De meeste actieve bijdragen aan dit thema zullen dan ook bij de bedrijven en kennisinstellingen samen liggen, waarbij er voor de gemeente voornamelijk een faciliterende rol ligt.
De innovatiekracht in Altena is versterkt door clustering van bedrijven en toegang tot kennis Deze ambitie is vertaald in de volgende doelen: 1. Kennisinstellingen en uitvoeringsbedrijven zoals REWIN en BOM zijn goed betrokken bij innovaties en innovatieve clusters in Altena. 2. De innovatiekracht van bedrijven in de maritieme sector is samengebracht. 3. Er is voldoende fysieke en juridische ruimte voor innovatieve bedrijven om zich te ontwikkelen. 4. Startups en scale-ups zijn in beeld en worden gefaciliteerd. 5. Faciliteiten elektriciteitsnetwerk voor energietransitie en digitale netwerken zijn op orde. Context en achtergrond Voor de grote transities is innovatie van cruciaal belang. Innovatieve bedrijven uit het MKB hebben vaak moeilijk toegang tot kennisinfrastructuur, financiering en subsidies. Vaak komt dit omdat ze vooral druk zijn met hun product of dienst en onvoldoende weten waar ze met hun vragen terecht kunnen. Daarnaast werkt regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en vergunningen belemmerend (met
Deze faciliterende rol bestaat uit: - het faciliteren van programmamanagement voor maritieme industrie en circulaire voedselsystemen; - het samenbrengen van bedrijven en kennisinstellingen waar dit niet vanzelf op gang komt; - De verbinding leggen tussen innovatieve clusters en uitvoeringsinstellingen als REWIN en BOM - De innovatieve clusters van Altena consequent op regionale en provinciale agenda's plaatsen.
23
2. De innovatiekracht van bedrijven in de speerpuntensectoren zijn samengebracht Voor de speerpuntensectoren geldt dat de innovatiekracht van bedrijven bij elkaar gebracht moet worden. Inzetten op de doorgroei van het innovatieve cluster rondom maritiem en agrofood, inclusief netwerken, kennis, financiering en ruimte voor spin-offs, startups en scale-ups is belangrijk. We zetten ons samen met het bedrijfsleven en andere overheden in om onderwijs-/ kennisinstellingen duurzaam te verbinden aan de speerpuntensectoren. 3. Er is voldoende fysieke en juridische ruimte voor innovatieve bedrijven om te ontwikkelen Om innovatie mogelijk te maken moet er ruimte zijn, zowel fysiek als juridisch. De strakke regels in bestemmingsplannen en de Verordening Ruimte van de provincie belemmeren vaak het mogelijk maken van innovaties in het buitengebied. De gemeente verkent samen met de provincie de grenzen om innovatieve ontwikkelingen en toepassingen mogelijk te maken. Dit is met name van belang voor de agrarische sector en het programma circulair voedselsysteem. Hierin willen we experimenteergebied te zijn.
5. Faciliteiten elektriciteitsnetwerk voor energietransitie en digitale netwerken zijn op orde. Voor succesvolle transities van de economie op het gebied van energie en digitalisering is het noodzakelijk dat het elektriciteitsnetwerk en het digitale netwerk op orde en van een hoogwaardig niveau zijn. De gemeente is hierin afhankelijk van de netwerkbeheerders en telecomproviders. De netwerkproviders moeten zorgen dat de ondergrondse infrastructuur wordt aangelegd. De providers zijn verantwoordelijk voor netwerkdiensten en de kwaliteit van hun dienstverlening. Wij blijven netwerkbeheerders en netwerkproviders oproepen om hun netwerk uit te breiden of te upgraden. Daarnaast willen we faciliteren en meedenken. Wij hebben aandacht voor ontwikkelingen en lobbyen waar mogelijk om op ontwikkelingen in te spelen. Daarnaast stimuleren en faciliteren we innovatieve lokale oplossingen buiten het elektriciteitsnetwerk om waarbij duurzaam opgewekte energie tijdelijk wordt opgeslagen.6
4. Startups en scale-ups zijn in beeld en worden gefaciliteerd Startups en scale-ups zijn vaak de toekomstige dragers van de lokale economie. Veel van deze bedrijven hebben te maken met specifieke vraagstukken voor wat betreft toegang tot kennis en financiering van de onderneming. Samen met regionale partners als REWIN brengen we daarom de startups en scale-ups in Altena in beeld. Afhankelijk van de vraagstukken die er leven verwijzen we innovatieve bedrijven door naar de regionale en provinciale infrastructuur die REWIN en BOM daarvoor hebben ingericht. 6
In de haven van Werkendam wordt bijvoorbeeld momenteel een pilot gedaan met het opslaan van duurzame energie in grote accu's in containers.
24
De economische ambitie is alleen door samenwerking te realiseren. De ambitie voor het thema samenwerking luidt:
Het bedrijfsleven in Altena heeft zich goed georganiseerd op gemeentelijk en lokaal (bedrijventerreinen, centrumgebieden) niveau. Er is een goede en constructieve samenwerking tussen de 3 O’s (ondernemers, overheid en onderwijs) Deze ambitie is vertaald in de volgende doelen: 1. Het Ondernemershuis Altena is de centrale belangenbehartiger van het bedrijfsleven. 2. Het lokale bedrijfsleven is goed georganiseerd op verschillende schaalniveaus. 3. De 3 O's (ondernemers, overheid en onderwijs) dragen actief bij aan de economische ambities en doelstellingen. 4. De gemeente Altena werkt samen in regionale verbanden en met de provincie om de eigen agenda en ambities te realiseren. Context en achtergrond: Uit de economische analyse blijkt dat samenwerking nog niet op alle schaalniveaus goed georganiseerd is. Samenwerking op diverse schaalniveaus is belangrijk en nodig om de economische ambities te realiseren. De ondernemers hebben hierin zelf een verantwoordelijkheid. De gemeente kan dit stimuleren. We verbinden ondernemers, ondernemersverenigingen, kennisinstellingen, onderwijs & arbeidsmarkt, lokale en regionale overheden in sterkere, dichtere netwerken.
1. Het Ondernemershuis Altena is de centrale belangenbehartiger van het bedrijfsleven Van het Ondernemershuis Altena verwachten we dat zij zich ontwikkelt tot dé centrale belangenbehartiger en het aanspreekpunt van het bedrijfsleven. De gemeente overlegt op tactisch en strategisch niveau met het Ondernemershuis Altena. 2. Het lokale bedrijfsleven is goed georganiseerd op verschillende schaalniveaus Op lokaal niveau is een hogere organisatiegraad belangrijk. In het bijzonder op de bedrijventerreinen en in de winkelgebieden. Daarom dringen we er bij ondernemers op aan om zich te organiseren in een samenwerkingsverband en gezamenlijk werk te maken van park- of centrummanagement. Parkmanagement en centrummanagement zijn bewezen organisatievormen die bijdragen aan de vitaliteit, kwaliteit en toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen en winkelgebieden. Door meer massa te creëren zijn initiatieven als collectieve beveiliging, gezamenlijk onderhoud, duurzame energie en circulair ondernemen vaak effectiever en efficiënter te organiseren. De primaire verantwoordelijkheid voor het lokaal of gemeentelijk organiseren van de ondernemerssamenwerking ligt bij het bedrijfsleven zelf. Daar waar de organisatiegraad nog niet aanwezig is, willen we de start van een dergelijke samenwerking tussen ondernemers stimuleren en faciliteren. 3.