CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage RV Kaders leges Omgevingswet en Wkb - Uitgangspuntennotitie implementatie Omgevingswet gemeente Altena

Raadsvergadering 8 maart 2022, gemeente AltenaBij agendapunt: Implementatie Omgevingswet: Kaders leges Omgevingswet & Wet kwaliteitsborging10.563 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitgangspuntennotitie implementatie Omgevingswet Gemeente Altena

Bestuurlijk opdrachtgever: Stuurgroep Altena 2019 Ambtelijk opdrachtgever: Projectgroep Altena 2019 Opdrachtnemer: Werkgroep Omgevingswet Versie: 2.2 Datum: 3 november 2017 1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................. 3 1.1 Stelselherziening omgevingsrecht ................................................................................................. 3 1.2 Herindelingstraject ........................................................................................................................ 3 Toekomstvisie .................................................................................................................................. 3 Besturingsfilosofie ........................................................................................................................... 4 Dienstverleningsconcept en organisatie ......................................................................................... 4 1.3 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 2 Stand van zaken implementatie Omgevingswet ................................................................ 6 2.1 Organisatie ....................................................................................................................................

6 2.2 Planning ......................................................................................................................................... 6 2.3 Totstandkoming - intern traject .................................................................................................... 6 2.4 Extern traject ................................................................................................................................. 7 2.5 Impactanalyse................................................................................................................................ 7 Hoofdstuk 3 Ambitiebepaling implementatie Omgevingswet ................................................................ 9 Hoofdstuk 4 Rol van de gemeente en de Omgevingswet ..................................................................... 10 Cultuuromslag ................................................................................................................................... 10 Dienstverlening ................................................................................................................................. 10 Vooroverleg .......................................................................................................................................

10 Omgevingsgesprek ............................................................................................................................ 11 Kaderstellend aan de voorkant ......................................................................................................... 11 Integraal werken ............................................................................................................................... 11 Veilige leefomgeving ......................................................................................................................... 12 Hoofdstuk 5 Instrumenten onder de Omgevingswet............................................................................ 13 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 13 5.2 Omgevingsvisie ............................................................................................................................ 13 . Progra

a s ............................................................................................................................... 14

5.4 Omgevingsplan ............................................................................................................................ 14 Hoofdstuk 6 Resultaten per thema ....................................................................................................... 16 Hoofdstuk 7 De uitgangspunten samengevat ....................................................................................... 23 Bijlage 1 Nadere toelichting Omgevingswet ......................................................................................... 26 Bijlage 2 Toelichting invoeringsstrategie volgens model VNG .............................................................. 29

2

Hoofdstuk 1 Inleiding Voor u ligt de uitgangspuntennotitie ten behoeve van de implementatie Omgevingswet in de nieuwe gemeente Altena. Deze notitie is opgesteld met als doel om tot een gedeelde bestuurlijke ambitie te komen. Aan de hand van deze ambitiebepaling zal gewerkt worden aan de instrumenten en organisatieveranderingen die benodigd zijn om de mogelijkheden onder de Omgevingswet ten volle te kunnen benutten op een wijze die past bij de ambities van de gemeente Altena.

1.1 Stelselherziening omgevingsrecht Momenteel wordt van overheidswege een veelomvattende herziening van het omgevingsrecht voorbereid. Iedereen die zich bezighoudt met de fysieke leefomgeving krijgt straks direct te maken met de Omgevingswet. De fysieke leefomgeving omvat de gebouwde en natuurlijke omgeving en gaat in ieder geval over: bouwwerken, infrastructuur, veiligheid, gezondheid, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. De invoering van de Omgevingswet houdt een stelselherziening in die direct van invloed is op de werkwijze van de gemeente1. De verbeterdoelen van deze herziening zijn:    

meer inzicht in, voorspelbaarheid en gebruiksgemak van de regels van het omgevingsrecht; meer samenhang tussen beleid, besluitvorming en regelgeving over de fysieke leefomgeving; meer bestuurlijke afwegingsruimte om lokaal maatwerk te kunnen leveren; snellere en betere besluitvorming over initiatieven in de fysieke leefomgeving.

Het nieuwe stelsel gaat daarmee uit van een omwenteling in het denken en doen; van bescherming van de fysieke leefomgeving via een afhoudende benadering van activiteiten naar een beleidscyclus waar de continue zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving centraal staat en ruimte ontstaat voor ontwikkeling. De nieuwe benadering gaat uit van vertrouwen in andere overheden, inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen, waarbij er snel en doeltreffend kan worden opgetreden als dat nodig is.

1.2 Herindelingstraject De voorbereidingen op deze stelselherziening spelen ten tijde van de voorbereidingen op de nieuw te vormen (organisatie van de) gemeente Altena per 1 januari 2019. Het hoofddoel voor de herindeling is als volgt geformuleerd: Per 1 januari 2019 een krachtige, innovatieve en toekomstbestendige gemeente vormen In het kader van deze herindeling zijn reeds een toekomstvisie, besturingsfilosofie, dienstverleningsconcept en organisatiestructuur opgesteld. Hieronder volgt een korte toelichting op deze visiedocumenten, omdat deze van belang zijn voor te maken keuzes in het implementatietraject Omgevingswet. Toekomstvisie De basis voor de gewenste ontwikkelingen is de Toekomstvisie Altena 2019 waarmee de raden van de drie gemeenten begin 2017 hebben ingestemd. Deze toekomstvisie is opgesteld door visiegroepen met vertegenwoordigers vanuit de samenleving, onder begeleiding van een werkgroep met college- en raadsleden. Uit deze visie is de volgende samenvatting afkomstig die mede betrekking heeft op de fysieke leefomgeving. 1

Zie voor een nadere toelichting op de Omgevingswet bijlage 1

3

Wij zijn 21 vitale gemeenschappen in het groenste deel van de Brabantse Mozaïek. Via saamhorigheid, ondernemerschap en vernieuwing werken we aan ons welzijn. We zien om naar onze medemens, onze omgeving, onze historie en tradities. Zelfredzaamheid, duurzaamheid en veelzijdigheid zijn de principes waarlangs we samen leven en werken in en aan onze nieuwe gemeente. Wij hebben hier het beste van twee werelden. De rust en ruimte van een prachtig eiland, gecombineerd met de voorzieningen van de steden om ons heen. We willen de kwaliteiten van ons gebied koesteren èn benutten. Niet om ons te meten met de steden in Brabant en Holland, maar om iets toe te voegen dat daar ontbreekt. Kwalitatieve ontwikkeling met respect voor elkaar en onze omgeving, gebaseerd op eigen initiatief in onze kernen. Dat houdt ons vitaal en aantrekkelijk in een tur ule te ereld, ook oor o ze ki dere e klei ki dere . Ook bevat de toekomstvisie een visueel kompas, waarbij de meest rechtse kolom betrekking heeft op de gemeente als bestuur.

Figuur 1 Het visueel kompas uit de Toekomstvisie

Besturingsfilosofie De besturingsfilosofie geeft richting aan de rolverdeling tussen de samenleving, de gemeenteraad, het college van B&W en de ambtelijke organisatie en aan hoe zij zich tot elkaar verhouden. Voor de besturing van de gemeente Altena zijn vier kernwaarden geformuleerd: 1. We doen het samen, waarbij wij als gemeente een slagvaardige samenwerkingspartner zijn. 2. We stellen onze samenleving centraal en schatten haar op waarde. . We erke van buiten naar binnen’. 4. We zijn een wendbare organisatie. Daarmee vormt de besturingsfilosofie, samen met het dienstverleningsconcept, de basis voor de andere bouwstenen van de nieuwe gemeente, zoals de organisatie-inrichting, huisvesting, ICT etc. Dienstverleningsconcept en organisatie Vanuit het dienstverleningsconcept is het met name de serviceformule die in dit kader een duidelijke richting geeft. Service en toegang zijn de elementen waarin de nieuwe organisatie excelleert. De beoogde organisatie is flexibel en wendbaar ingericht om de samenwerking met de omgeving mogelijk te maken en om in te kunnen spelen op nieuwe ontwikkelingen. De uitvoering van de 4

gemeentelijke taken en het werken in netwerken en projecten gebeurt binnen en/of vanuit teams. Onderstaande figuur visualiseert de hoofdstructuur van de gemeentelijke organisatie (blauw) en geeft tegelijk de relatie met het samenwerken in netwerken en projecten met samenleving en marktpartijen weer.

Figuur 2 Hoofdstructuur organisatie

1.3 Leeswijzer Na deze inleiding met een introductie op de Omgevingswet en het herindelingstraject, volgt in hoofdstuk 2 de stand van zaken ten aanzien van de implementatie Omgevingswet met een toelichting op de totstandkoming van deze notitie. In paragraaf 2.5 wordt kort ingegaan op de resultaten van een impactanalyse als onderdeel van de voorbereidende werkzaamheden. Deze impactanalyse is samen met de in hoofdstuk 1 beschreven documenten van belang voor de ambitiebepaling zoals omschreven in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingegaan op enkele onderwerpen die betrekking hebben op de rol van de gemeente onder de Omgevingswet en die van belang zijn in de voorbereiding op de omgevingsvisie. De visie wordt samen met de andere voor de gemeente relevante instrumenten besproken in hoofdstuk 5. In hoofdstuk 6 worden tot slot per thema de resultaten uit de themawerkgroepen weergegeven, ter voorbereiding en hopelijk ter inspiratie bij het opstellen van de omgevingsvisie.

5

Hoofdstuk 2 Stand van zaken implementatie Omgevingswet 2.1 Organisatie De gemeente (Altena 2019) heeft bij de voorbereidingen op de herindeling een tiental werkgroepen in het leven geroepen om de nieuwe organisatie voor te bereiden. De uitvoering van een op zich al ingrijpend veranderproces ten tijde van een omvangrijk herindelingstraject brengt enkele specifieke uitdagingen met zich mee. Toch is gekozen om binnen de organisatiestructuur van de herindeling een Werkgroep Omgevingswet in het leven te roepen. Enerzijds omdat de herindeling en daaruit voortvloeiende herzieningen kansen bieden om veranderingen te combineren. Anderzijds omdat de komst van de Omgevingswet gevolgen heeft voor onder meer fijnstructuur en formatie, dienstverlening, harmonisatieprocessen en informatiemanagement en daarnaast wensen oproept ten aanzien van huisvesting. Uit bovenstaande volgt dat besluitvorming dezelfde procedures volgt als die van de andere herindelingswerkgroepen. Daarnaast wordt de werkgroep begeleid door een klankbordgroep bestaande uit de drie portefeuillehouders ruimtelijke ordening. Bovendien is een raadswerkgroep samengesteld, bestaande uit een afvaardiging van twee raadsleden van iedere gemeente.

2017

2018

2021

2023

Figuur 3 Geactualiseerde planning werkgroep Omgevingswet op hoofdlijnen

2.2 Planning De werkgroep Omgevingswet heeft een plan van aanpak implementatie Omgevingswet opgesteld. Dat plan van aanpak beschrijft het proces dat de gemeente gaat volgen tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet per januari 2021. De eerste fase van dit proces, tot eind 2017, wordt beschouwd als een jaar van kennisvergaring over en voorbereiding op de komst van de Omgevingswet. Het doel van deze eerste fase is om tot een gedeelde bestuurlijke ambitie te komen, via onderhavige uitgangspuntennotitie.

2.3 Totstandkoming - intern traject De afgelopen periode is hard gewerkt om deze notitie voor te bereiden. Ten behoeve van kennisopbouw hebben medewerkers een basistraining Omgevingswet gekregen. Voor de raadsleden zijn enkele thema-avonden georganiseerd, aaro der ee sessie ‘aad i Beraad . Ook is een excursie georganiseerd om een beter idee te krijgen bij de mogelijkheden onder de Omgevingswet. Ten behoeve van de inhoudelijke voorbereiding van deze notitie zijn themagroepen samengesteld uit ambtenaren van de drie gemeenten. Deze themagroepen zijn met elkaar in gesprek gegaan over de 6

bestaande beleidsdocumenten en verordeningen, om zo aan de hand van vooraf geformuleerde vragen toe te werken naar een ambitiebepaling ten aanzien van beleid en regelgeving onder de Omgevingswet. Gedurende het traject zijn hierover vervolgens gesprekken gevoerd met de drie portefeuillehouders ruimtelijke ordening en is de conceptnotitie gepresenteerd aan de drie colleges. Tot slot is regelmatig overleg gevoerd met de Raadsgroep Omgevingswet.

2.4 Extern traject In deze fase zijn bovendien oriënterende gesprekken gevoerd met ketenpartners en derden. Tevens wordt doorlopend gewerkt aan een stakeholdersanalyse. Er is voor gekozen om voor deze notitie geen participatietraject te starten. Dit om de volgende redenen: recent is de Toekomstvisie Altena tot stand gekomen waarvoor een breed opgezet participatietraject is gevolgd. Daarnaast lopen in het kader van de herindeling nog enkele andere trajecten waarbij inwoners en bedrijven betrokken worden. In 2018 wordt gestart met het opstellen van de Omgevingsvisie, waarvoor wederom een breed participatietraject ingericht wordt. O gee urger oeheid te reëre , is daaro oor deze notitie een intern traject gevolgd, waarbij gebruik gemaakt is van het reeds opgehaalde. Zo vormen de Toekomstvisie, de besturingsfilosofie en het dienstverleningsconcept de basis voor het opstellen van deze uitgangspuntennotitie. De verwachting is dat de belangen van inwoners en bedrijven hiermee voor deze fase voldoende geborgd worden.

2.5 Impactanalyse Tot slot is in deze fase een impactanalyse opgesteld, waarmee de gevolgen van de Omgevingswet voor de organisatie in beeld zijn gebracht. Deze impactanalyse bestaat uit twee delen: het eerste deel dat inzicht biedt in de inhoudelijke gevolgen van de Omgevingswet en het tweede deel dat de gevolgen voor de gemeente als organisatie beschrijft. Hieronder volgen puntsgewijs enkele voor deze notitie relevante elementen uit de impactanalyse. -

De Omgevingswet positioneert de gemeenteraad als kaderstellend orgaan en het college van B&W als besluitvormer. Met name in de ruimtelijke ordening2 betekent dit een verschuiving. Onder de Omgevingswet vindt een cultuurverandering plaats: o Integraal werken (zie voor nadere uitwerking H4) o Ja, mits in plaats van nee, tenzij

Dit egi sel ko t eer op het iede a duidelijkheid aa de oorka t . Het ee, te zij mechanisme betekent dat er pas wordt nagedacht over een initiatief op het moment dat er een aanvraag binnenkomt. De systematiek van de Omgevingswet is er op gericht om dit nadenken te verschuiven naar de voorkant (dus naar het beleid en de regelgeving). Daarnaast staat het voor de kern van de noodzakelijke cultuurverandering, waarbij de gemeente niet alleen toetst aan de regels, maar nog meer gaat denken in mogelijkheden. o

De initiatiefnemer staat centraal

In de procedure van vergunningverlening staat het initiatief van de klant centraal en niet het beleid en de regelgeving van de overheid. De vergunningverlener neemt een meedenkende houding aan.

2

In de ruimtelijke ordening heeft de gemeenteraad als bevoegd gezag voor de vaststelling van postzegelbestemmingsplannen en het afgeven van de verklaring van geen bedenkingen (in het kader van de omgevingsvergunning) ook een belangrijke rol in de uitvoering.

7

o

Vertrouwen in de initiatiefnemer

De eteke is a dit pri ipe ligt i het erle gde a het pri ipe de i itiatief e er staat e traal en komt erop neer dat de initiatiefnemer goed in staat kan worden geacht om een deel van de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te dragen. o

Verantwoordelijkheid voor de initiatiefnemer

Indien de gemeente zorg draagt voor meer duidelijkheid aan de voorkant, kan de verantwoordelijkheid voor de motivering van en het creëren van draagvlak voor een initiatief meer bij de initiatiefnemer worden gelegd.

8

Hoofdstuk 3 Ambitiebepaling implementatie Omgevingswet Ten behoeve van een bij de gemeente Altena passende implementatie van de Omgevingswet is het noodzakelijk eerst de ambitie bij de invoering te bepalen. Daarvoor zijn de volgende vragen relevant. 1. Past de Omgevingswet bij de visie van de gemeente op haar rol, taken en positie in de samenleving en de omgang met burgers? 2. Wat voor gemeente zijn we en willen we zijn? Hoe groot zijn de maatschappelijke opgaven in het fysieke domein? Welke specifieke opgaven spelen hier? 3. Wat zijn de vragen en behoeften van onze inwoners, bedrijven en instellingen? Welke mate van maatschappelijk initiatief is er in de samenleving? 4. In welke mate willen wij gebruik maken van de ruimte die de wet biedt om anders te werken binnen het fysieke domein? 5. Hoe groot is de veranderopgave die de wet met zich meebrengt voor de manier van werken van de gemeente? De VNG heeft een model ontwikkeld om vervolgens de invoeringsstrategie3 te bepalen op basis van vier verandertypen. De volgende vragen onderscheiden de verschillende verandertypen: 6. Wil je de Omgevingswet als kans aangrijpen om de werkwijze helemaal te vernieuwen of wil je liever uitgaan van de huidige werkwijze en beleidskaders? (veranderen – aanpassen) 7.

Wil je je vooral op de externe opgaven en actoren in het fysieke domein richten of wil je je in eerste instantie op de eigen organisatie c.q. kosten en baten richten? (externe – interne focus) De impactanalyse en de passages die in paragraaf 1.2 zijn opgenomen, voortkomend uit de voorbereiding op de herindeling, geven antwoord op de vragen 1 tot en met 5 en zijn daarmee richtinggevend bij het bepalen van het ambitieniveau en vervolgens het vaststellen van de gewenste invoeringsstrategie ten aanzien van de Omgevingswet. De verschillende visies kennen grote raakvlakken met de doelstellingen van de Omgevingswet en vormen daarmee een goed vertrekpunt voor de implementatie van de Omgevingswet. Het uitgangspunt is dat niet de regels, maar de maatschappelijke opgaven en de initiatiefnemers met hun omgeving centraal staan. De gemeente stelt duidelijke kaders aan de voorkant en gaat uit van vertrouwen in en verantwoordelijkheid voor de initiatiefnemer, inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. Hieruit olgt dat de ge ee te uit odige d, fa ilitere d e regelge i gslu is. In de Toekomstvisie, de besturingsfilosofie en het dienstverleningsconcept is bovendien een duidelijke richting gekozen ten aanzien van vragen 6 en 7: Altena wil de herindeling aangrijpen om met een externe focus te veranderen. De ambitie is hiermee duidelijk vastgelegd.

Zoals echter ook in de besturingsfilosofie te lezen is, zal deze verandering niet van de ene op de andere dag gerealiseerd zijn: het betreft een veranderopgave die ook na de fusiedatum nog zal doorontwikkelen. Vanaf de datum van inwerkingtreding reserveren we nog een periode van twee jaar waarin gewerkt kan worden met de nieuwe instrumenten, evaluatie plaats kan vinden en waar nodig wijzigingen kunnen worden doorgevoerd. Kort gezegd: in de praktijk passen we dus een mix van invoeringsstrategieën toe, waarbij we tijdens en na de herindeling vanuit de huidige situatie innoveren, aanpassen en veranderen naar de gewenste situatie. 3

Toelichting invoeringsstrategie zie bijlage 2

9

Hoofdstuk 4 Rol van de gemeente en de Omgevingswet In hoofdstuk 1 en paragraaf 2.5 zijn de doelstellingen van de Omgevingswet en de gevolgen voor de gemeentelijke organisatie beschreven. Hieronder wordt nader ingegaan op verschillende onderwerpen die in deze fase relevant zijn, met daarbij het gemeentelijk uitgangspunt. De intentie van deze notitie is niet om onderwerpen tot in detail uit te werken of vast te leggen; daarvoor zullen de komende maanden benut worden als gestart wordt met de voorbereiding van de instrumenten onder de Omgevingswet. Ook wordt hier niet ingegaan op onderwerpen die door één van de andere werkgroepen worden opgepakt. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de interne organisatie (fijnstructuur / wg P&O) of vormen van democratische raadpleging (wg Communicatie).

Cultuuromslag De algemene gedachtelijn van nee, tenzij naar ja, mits betekent veel voor de organisatie. Een verdere cultuuromslag, waarbij medewerkers en bestuur worden meegenomen in de nieuwe wijze van werken en denken is noodzakelijk. Overigens geldt dit niet alleen binnen de organisatie. De algemene gedachte dat iets alleen met een vergunning mag worden gerealiseerd is passé. Ook onze inwoners en bedrijven moeten een cultuur- en denkomslag maken, zij krijgen immers meer verantwoordelijkheid. Om onze inwoners, bedrijven en initiatiefnemers hierin mee te nemen zijn goede omgevingsdialogen noodzakelijk. Daarnaast is het van belang duidelijke en begrijpelijke algemene regels op te stellen, deze op toegankelijke wijze te presenteren en hier zorgvuldig over te communiceren.

Dienstverlening In het kader van de herindeling is, zoals hiervoor is aangegeven, reeds een dienstverleningsconcept opgesteld voor Altena. Uitgangspunten hieruit zijn een excellente service te bieden en bovengemiddeld goed toegankelijk te zijn. Dit concept wordt nader uitgewerkt aan de hand van klantreizen en serviceformules, waarbij de dienstverlening binnen de kaders van de Omgevingswet nog verder in detail uitgewerkt zal worden. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) voorziet ten dele in transparantie en toegankelijkheid, doordat de instrumenten onder de Omgevingswet digitaal beschikbaar worden gemaakt. Daarmee is zichtbaar welke regels er gelden en welke activiteiten vergunningsvrij zijn. Om te voldoen aan de uitgangspunten uit het dienstverleningsconcept kan het bovendien wenselijk zijn niet alleen de verplichte instrumenten digitaal beschikbaar te maken, maar ook andere voor de burger relevante informatie, zoals bijvoorbeeld bodemkaarten, informatie over Niet Gesprongen Conventionele Explosieven (NGCE) of andere gegevens, op voorwaarde dat deze actueel gehouden kunnen worden. Daarvoor is het van belang de ontwikkelingen rondom het DSO nauwgezet te volgen en tijdig maatregelen te treffen.

Vooroverleg Naast het gewenste niveau van digitale beschikbaarheid, zullen klantcontact en vooroverleg een grote rol spelen bij het adequaat inspringen op initiatieven. In veel gevallen zal een initiatief gebaat zijn bij een gesprek. Een gesprek op locatie met medewerkers van de gemeente geeft direct een duidelijk beeld van de situatie, wat ten goede komt aan een zorgvuldige en duidelijke afweging. Vooroverleg zal bij meer complexe initiatieven in ieder geval aan de orde zijn.

10

Figuur 4 Uitgangspunten uit het Dienstverleningsconcept

Omgevingsgesprek Aan initiatiefnemers wordt daarnaast nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de eigen verantwoordelijkheid. Zo zal altijd een beroep gedaan worden op het aangaan van een omgevingsgesprek door de initiatiefnemers. Dit wordt ook wenselijk geacht als initiatieven passen binnen de algemene regels. Het informeren en bespreken van het initiatief met de omgeving/ buren moet een vanzelfsprekendheid worden. De gemeente wil hiervoor procesafspraken opnemen in de omgevingsvisie.

Kaderstellend aan de voorkant Uitgangspunt is om de inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen de ruimte te bieden om initiatieven en innovaties mogelijk te maken. Uiteraard mag de gezondheid van mens en dier niet in gevaar komen en mag geen onevenredige overlast veroorzaakt worden. De gemeente stelt daarom op hoofdlijnen een (gebiedsgerichte) ambitie vast en zal daar bij nieuwe ontwikkelingen vroegtijdig aan toetsen. Het motto hierbij luidt: een goed begin is écht het halve werk: eenieder heeft recht om op voorhand te weten waar hij of zij aan toe is. Het uitgangspunt is dat de dagelijkse uitvoering bij het college wordt belegd. Bij plannen waarbij significante invloed op de leefomgeving wordt verwacht, waar sprake is van een regionaal aspect of waar sprake is van innovatieve plannen die op het eerste gezicht niet binnen de gestelde kaders passen, zal de gemeenteraad vroegtijdig geïnformeerd worden. De gemeente wil lokaal maatwerk kunnen bieden en maakt daarbij optimaal gebruik van de beschikbare bestuurlijke afwegingsruimte. Zij doet dit in de vorm van maatwerkregels. Bij de geformuleerde ambitie past het om zoveel als mogelijk te werken met algemene regels in het omgevingsplan en waar mogelijk vergunningplichten af te schaffen of te vervangen door meldingsplichten.

Integraal werken Nog meer dan nu al het geval is, wil de gemeente Altena van sectoraal naar integraal werken en denken en van apart werken naar in gezamenlijkheid zoeken naar mogelijkheden in het belang van de gemeenschap èn het individu. Onder deze noemer is een aantal onderdelen te onderscheiden. 11

Integraal in de zin van alle elementen die tezamen de fysieke leefomgeving vormen. Dit komt neer op het samenwerken (het samen formuleren van doelen, beleid en regelgeving) tussen sectoren als ruimtelijke ordening, milieu, bouwen, landschap, water, etc. met het oog op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Hierbij is er ook een samenhang met maatschappelijke doelen en opgaven, bijvoorbeeld gezondheid, woningen voor doelgroepen, opvang en brede scholen, waarvoor samenwerking met het sociaal domein noodzakelijk is. Een andere vorm van integraal werken is de samenwerking in de regio en met ketenpartners die een taak, verantwoordelijkheid of adviesfunctie hebben op een deelonderwerp in de fysieke leefomgeving (omgevingsdienst, waterschap, veiligheidsregio, GGD, etc.). Een derde vorm van integraal werken is de afstemming tussen beleid, regelgeving en uitvoering waarbij invulling wordt gegeven aan de beleidscyclus. In de organisatiestructuur zullen de diverse vormen van integraal werken geborgd worden.

Veilige leefomgeving In de Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB s) zijn algemene regels en algemene zorgplichten opgenomen. Waar mogelijk zal ook in het omgevingsplan gewerkt worden met algemene regels. Deze zaken leiden er automatisch toe dat waar voorheen vooraf werd getoetst, de meeste toetsingen in het nieuwe stelsel achteraf gaan plaatsvinden. De gemeente vindt het van belang dat de regels die opgesteld zijn, nageleefd worden. De gemeente vertrouwt er op dat de eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en het omgevingsgesprek deze naleving in het algemeen zullen borgen. De ervaring leert echter ook dat inwoners en bedrijven nog wel eens de grens opzoeken. We zullen daarom met elkaar omgaan op basis van vertrouwen en bijsturen waar nodig. Handhaving en toezicht worden hierbij wenselijk geacht om de veilige leefomgeving en de rechtszekerheid van de inwoners te waarborgen en de geloofwaardigheid van de overheid niet te schaden. Er zal al met al dus een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving optreden. Onder de Omgevingswet wordt het in ieder geval van belang een algemeen breed inzetbaar handhavingsbeleid op te stellen dat toeziet op de gehele fysieke leefomgeving. Daarbij is van belang dat toezicht en handhaving vanaf de datum inwerkingtreding direct operationeel goed geborgd zijn.

12

Hoofdstuk 5 Instrumenten onder de Omgevingswet 5.1 Inleiding De opbouw van de Omgevingswet heeft een beleidscyclus als uitgangspunt: de continue zorg voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving centraal stellen en ruimte bieden voor ontwikkeling. De cyclus is gericht op het actief realiseren van specifieke doelen voor de fysieke leefomgeving. In samenspraak met de maatschappij formuleert de gemeente (of provincie en Rijk) doelen voor de (fysieke) leefomgeving en onderzoekt de gemeente of de doelen worden gehaald. Het is een stelsel dat uitgaat van vertrouwen en minder regelgeving en waar snel en doeltreffend kan worden opgetreden als dat nodig is. Hieronder wordt de positie van de diverse instrumenten in deze beleidscyclus geschetst. Dit komt kort gezegd neer op het stellen van doelen in de omgevingsvisie, het vertalen van deze doelen in randvoorwaarden die in het omgevingsplan worden opgenomen en het via de uitvoering4 monitoren of de gestelde doelen voldoen of bijstelling behoeven. Cruciaal in deze beleidscyclus is de verhouding tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Met de omgevingsvisie geeft de gemeenteraad aan wat de beleidsmatige randvoorwaarden zijn voor de gemeentelijke regelgeving en het verlenen van toestemming voor initiatieven. Het omgevingsplan vervangt alle bestaande bestemmingsplannen en beheersverordeningen in een gemeente.

Het omgevingsplan kent een veel bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan en de beheersverordening. In een omgevingsplan kan de gemeente alle gemeentelijke regels over (activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor) de fysieke leefomgeving opnemen. De beleidsmatige verantwoording van de regels in het omgevingsplan komt dus uit de omgevingsvisie. De omgevingsvisie is niet alleen de beleidsmatige verantwoording van het o ge i gspla , de o ge i gs isie is ook de asis oor progra a s e o erige (sectorale) beleidsregels. Hieronder wordt voor de drie gemeentelijke kerninstrumenten uit dit stelsel de ambitie weergegeven.

5.2 Omgevingsvisie Zoals hiervoor omschreven wordt de omgevingsvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De visie is kaderstellend voor het omgevingsplan en daarmee voor de dagelijkse besluitvorming op basis van dit omgevingsplan door het college. De omgevingsvisie is zelfbindend, maar kan ook in samenwerking met andere overheden worden opgesteld. De omgevingsvisie is meer dan een bundeling van het bestaande beleid: bij het opstellen van de visie wordt een nieuwe integrale afweging gemaakt. Hierbij worden ook tot op heden beleidsarme en nieuwe onderwerpen betrokken, voor zover dit past binnen de doelstellingen van gemeente Altena. Een voorbeeld hiervan is het onderwerp gezondheid, één van de aspecten waarvoor in de Omgevingswet nadrukkelijk aandacht wordt gevraagd. Een tweede voorbeeld is milieu, waarvoor de gemeente meer verantwoordelijkheid en bestuurlijke afwegingsruimte krijgt dan voorheen het geval was. Bij de vormgeving van de omgevingsvisie wil de gemeente behalve kaderstellend, vooral ook uitnodigend en inspirerend zijn richting initiatiefnemers.

4

Onder uitvoering worden de VTH taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) begrepen.

13

De gemeente wil ruimte bieden aan innovatieve ideeën, maar ook zorg dragen voor een gezonde en veilige leefomgeving. De raad zal daarom in de o ge i gs isie aa ge e ij elke the a s zij vroegtijdig betrokken wil worden. Om recht te doen aan de diversiteit binnen de nieuwe gemeente, wordt de omgevingsvisie waar relevant gebiedsgericht ingestoken. Hiermee wordt bovendien de mogelijkheid gecreëerd tot gebiedsgerichte normering. De gemeente staat open voor regiobrede initiatieven en zal hierover graag in gesprek gaan met omliggende gemeenten, andere overheden en ketenpartners. Het opstarten van het proces om tot een omgevingsvisie te komen wordt conform eerder gemaakte afspraken opgestart voordat de Omgevingswet in werking treedt, en wel medio 2018, waarbij vaststelling voorzien wordt in 2019. De komende periode wordt het participatietraject hiervoor uitge erkt, aari aspe te zoals a uite aar i e erke , o-creatie en tussentijdse terugkoppeling tot de ambitie behoren. Hiermee werkt de gemeente aan een breed gedragen omgevingsvisie. De gemeente wil de omgevingsvisie actueel houden. Niet door deze periodiek volledig te herzien, maar wel door de mogelijkheid te creëren onderdelen te actualiseren, waarbij bijvoorbeeld eenmaal per twee jaar de gewijzigde onderdelen door de gemeenteraad worden vastgesteld.

Een goede ICT-voorziening is voor de omgevingsvisie noodzakelijk in het kader van dienstverlening en toegankelijkheid.

5.3 Programma’s De gemeente hoeft nog niet alles te regelen in de omgevingsvisie, hiervoor zijn andere instrumenten beschikbaar. Zo hoort beleidsuitwerking van een lager abstractieniveau i progra a s thuis. Het streven van de gemeente is om onder de omgevingsvisie e kele progra a s i te ri hte . Deze kunnen thema- of gebiedsgericht zijn en bevatten een nadere uitwerking gericht op het bereiken van een in de visie gesteld doel of het behalen van een in het omgevingsplan opgenomen o ge i gs aarde. Progra a s die u al ge oe d zij , etreffe progra a s ro do duurzaamheid, mobiliteit en water. Voor dit laatste programma is de ambitie uitgesproken om deze gezamenlijk met het waterschap in te vullen. In de komende periode zal verder uitgewerkt worden at a uit het huidig eleid i de o ge i gs isie thuishoort e at i progra a s. Voor de programma s geldt tot slot dat deze goed moeten aansluiten bij de omgevingsvisie en actueel moeten zijn. Om de burger volgens de doelstellingen te informeren, wordt digitale ontsluiting en derhalve goede ICT –borging als randvoorwaarde gezien.

5.4 Omgevingsplan De inhoud van de omgevingsvisie Altena wordt uitgewerkt en vertaald in een omgevingsplan Altena. Het omgevingsplan vervangt alle bestaande bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, exploitatieplannen en eventuele inpassingsplannen. Ook gaan er (delen van) lokale verordeningen in op. Het omgevingsplan is een gebiedsdekkend plan en bevat een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In het plan worden (algemene) regels, meldingsplichten en vergunningplichten vastgelegd. Zoals reeds eerder aangegeven zal de gemeente waar mogelijk werken met algemene regels. Wanneer een initiatief past binnen de omgevingsvisie moet de gemeentelijke regelgeving geen belemmering vormen om het initiatief te kunnen ontplooien. De gemeente zal daarom waar mogelijk en noodzakelijk gebruik maken van de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkregels.

14

De raad wil ruimte bieden aan innovatieve ideeën en zal daarom de balans zoeken tussen open normen en gesloten normen en waar dit wenselijk wordt geacht de mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften opnemen. In verband met transparantie heeft het wel de voorkeur om zoveel mogelijk via (eventueel ruime) normstelling in het omgevingsplan te regelen in plaats van via beleidsregels onder het omgevingsplan. Van deze laatste mogelijkheid wordt met name gebruik gemaakt indien het regels betreft die regelmatig aanpassing behoeven. Het verdient aanbeveling en het past binnen de gemaakte ambitiekeuze om de omgevingsvisie zo snel mogelijk te vertalen in een omgevingsplan. Op die manier kan de gemeente zo snel en optimaal mogelijk gebruik maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Om een goed gevoel te krijgen bij de mogelijkheden van het omgevingsplan en de wensen ten aanzien van open en gesloten normen, willen de drie gemeenten gezamenlijk op korte termijn aan de slag met een pilot om al in de geest van de Omgevingswet te werken.

15

Hoofdstuk 6 Resultaten per thema Hieronder worden de resultaten vanuit de diverse themawerkgroepen weergegeven. In algemene zin kan gesteld worden dat de groepen, onderling en gezamenlijk, op zoek zijn naar manieren om beleid en regelgeving te vereenvoudigen, bijvoorbeeld door onderwerpen aan te reiken die zich lenen voor algemene regels of een meldingsplicht in plaats van een vergunningplicht. Voor verschillende onderwerpen geldt dat men het belang ziet om innovatie te faciliteren en kansen te bieden aan ontwikkelingen. Veelal is het hierbij een voorwaarde om integraal te werken en in een vroeg stadium de diverse belangen af te wegen. Daarvoor is het noodzakelijk processen in te richten gericht op omgevingsdialoog en draagvlak. The a s die elkaar op o derdele i ieder ge al ku e ersterke , zij ij oor eeld: groe e landschap, natuur, gezondheid, cultureel erfgoed, recreatie&toerisme, water en milieu. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de herinrichting van vrijkomende locaties binnen de kernen met het oog op wateroverlast, hittestress en een prettige leefomgeving. Duurzaamheid I de toeko st isie Alte a is duurzaa heid e oe d als ee a de ela grijkste the a s. Ook is in de visie de ambitie neergelegd dat Altena in 2035 energieneutraal is. Om deze doelstelling te kunnen bereiken, is een ambitieuze en vernieuwende aanpak noodzakelijk.

De eerste stappen in deze richting zijn gezet: de drie gemeenten zijn aangesloten bij onder meer de Regionale Energiestrategie RWB en beschikken over een klimaatplan of energieagenda. De regionale documenten behoeven echter een verdiepingsslag en ook is het wenselijk om met behulp van bestaande plannen een koers te bepalen ten aanzien van soms gevoelige onderwerpen. Inzake de energietransitie ziet de themagroep mogelijkheden ten aanzien van windenergie en zonneenergie, acht ze onderzoek naar alternatieve energiebronnen noodzakelijk en wil ze dat er gebruik gemaakt wordt van de wettelijke mogelijkheden betreffende duurzame en gasloze woningbouw. Andere onderwerpen, zoals de circulaire economie en het gebruik van duurzame materialen, behoeven nadere uitwerking en planontwikkeling. De themagroep wil verder duidelijke regels ten aanzien van afval en verbrandingen om negatieve ontwikkelingen te voorkomen, wil de mogelijkheid onderzoeken voor één of meer proeftuinen ten behoeve van kleine innovatieve bedrijven op het gebied van duurzaamheid en ziet voorts voordelen in een gemeentelijke grondbank voor particulier gebruik. O deze e eer aspe te te ku e o derzoeke e toe te erke aar realisatie a e ergie eutraal is het oorstel o ee programma Duurzaamheid te starten en de doelstellingen en ambities daartoe op te nemen in de Omgevingsvisie. Gezondheid Gezondheid is een groot goed.

Als je mensen vraagt naar het belangrijkste in hun leven, staat gezondheid in de top 3. Gezonde burgers nemen deel aan de samenleving: zij kunnen leren, werken en voor elkaar zorgen. Gezondheidsbeleid is een investering in de samenleving. Een gezonde gemeente werkt aan een duurzame gezonde toekomst met en voor al haar inwoners. In het gezondheidsbeleid van Altena (2013-2018) wordt de fysieke ruimte als een van de bepalende factoren voor gezondheid gedefinieerd. Binnen het gezondheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen het beschermen en bevorderen van de gezondheid. Gezondheidbescherming gebeurt op gemeentelijk niveau vooral door het stellen van normen op het gebied van milieu: fijnstof, geluid, stank, enz. Gezien het doel van de Omgevingswet tot deregulering, hanteren we als uitgangspunt dat deze normen vastgelegd worden in regelgeving, op het moment 16

dat dit noodzakelijk is uit het oogpunt van gezondheidsbescherming. Daarnaast voeren we flankerend beleid, waarbij we op basis van partnerschap met bedrijven en inwoners gezondheidsbescherming stimuleren. Gezondheidsbevordering, in relatie tot de fysieke ruimte, vindt plaats door bij de inrichting ervan gezondheidsbevorderende aspecten mee te nemen. Voorbeelden hiervan zijn het zodanig inrichten dat e egi g gesti uleerd ordt, eel groe ordt gerealiseerd, speelplaatse e a dere mogelijkheden om sociale contacten te bevorderen worden gecreëerd. Het uitgangspunt voor de Omgevingswet in relatie tot gezondheidsbevordering is dat we de (her)inrichting van de publieke ruimte en nieuwe ruimtelijke plannen zodanig vormgeven dat onze inwoners zo goed mogelijk in staat worden gesteld om hun eigen gezondheid te bevorderen. Voor plannen van enige omvang wordt daarvoor overleg gevoerd met de GGD (bureau GMV). Ruimtelijke ordening en bedrijvigheid De ieu e O ge i gs et iedt de ge ee te de ogelijkheid o a vergunningplicht naar alge e e regels te gaa . I de alge e e regels zij kaders e ra d oor aarde es hre e . Als voldaan wordt aan de algemene regels kan bijvoorbeeld de vergunningsplicht vervallen. Binnen de ruimtelijke ordening kunnen deze regels kansen bieden aan initiatiefnemers.

Door bijvoorbeeld algemene regels op te stellen voor een bestemmingsplan waarin zaken als nok- en goothoogte, bebouwingspercentage en situering van een bouwvlak eenduidig en met ruime mogelijkheden worden vastgelegd. Maar denk ook aan ruime regels voor aan huis gebonden beroepen als kappers, belastingconsulenten en architecten, waarbij gebiedsgericht onderzocht wordt welke maatregelen noodzakelijk zijn om overlast te voorkomen. Op bedrijventerreinen moet gedacht worden aan algemene regels voor bebouwingspercentage, hoogte maar ook voor bedrijfsactiviteiten. In het buitengebied kunnen we denken aan het toestaan van meervoudig gebruik van bijvoorbeeld (leegstaande) agrarische gebouwen. Een eerste aanzet hiertoe is gegeven in het VAB (vrijkomende agrarische bedrijven) beleid. Recreatie en toerisme, EZ Het traditionele winkelen verandert. Aankopen vinden steeds meer plaats via internet. Een tendens waar we als overheid mee te maken hebben. Eén en ander heeft consequenties voor het voorzieningenniveau in de kernen. De concentratiegedachte van detailhandel in een centrumgebied wordt tot op heden omarmd. Shop in shop en beleving zijn nieuwe trends die ruimte moeten krijgen om zich verder te ontwikkelen. Aan huis gevestigde webshops zijn mogelijk en kunnen in algemene regels toegestaan worden.

Belangrijk is dat ze geen overlast veroorzaken (geluid, verkeer en parkeren) en dat het ook geen verkapte detailhandel is. Zo is de gedachte dat alleen afhalen mogelijk moet zijn zonder kassa en etalage/ winkelfunctie. Ter bevordering van de leefbaarheid in de kernen is het venten (SRV-wagen) vrij. Ook standplaatsen (verkoopkramen) in de kleine dorpen kan vrij gegeven worden. Voor de grotere kernen is enige regulering via een markt- en standplaatsenverordening gewenst. De bedrijventerreinen zijn sec voor bedrijfsactiviteiten, waar detailhandel niet gewenst is. Detailhandel hoort thuis in de winkelgebieden van de kernen. Perifere detailhandel, waaronder bouwmarkten en dergelijke, hoort daarentegen in beginsel niet thuis in het centrum, maar op bedrijventerreinen. 17

Agrariërs verkopen hun producten steeds meer vanuit streek-/ boerderijwinkels nabij agrarische bedrijven. Deze kleinschalige initiatieven moeten mogelijk zijn mits gelegen in het buitengebied en kleinschalig als nevenactiviteit. Tot slot willen we ruimte bieden aan kleinschalige overnachtingsmogelijkheden als Airbnb en Bed & Breakfast. Binnen algemene regels moet dit mogelijk zijn waarbij uiteraard de (brand)veiligheid geregeld is en de overlast voor omgeving zeer beperkt is. Via een mogelijk toeristenbelastingstelsel kan gemonitord worden waar overnachtingsmogelijkheden zijn. Groen en Landschap De gemeente wil toewerken naar eenvoudiger regels die geen afbreuk doen aan ons waardevol groen. Het groenstructuurplan kan onderdeel uit gaan maken van de omgevingsvisie. De regels voor kappen van bomen kunnen na harmonisatie in het omgevingsplan worden opgenomen. Voor de harmonisatie moet een keuze gemaakt worden voor een gebiedsgerichte aanpak (Werkendam) of een boomgerichte aanpak (Woudrichem / Aalburg).Uitgangspunt is dat het beschermen van waardevolle bomen van belang is voor de kwaliteit van een gebied, maar dat de regels op dit gebied eenvoudiger kunnen. Cultureel erfgoed Het huidige beleid is gericht op het voldoen aan de wettelijke verplichting om in bestemmingsplannen rekening te houden met cultuurhistorie en archeologie.

Het beleid voor archeologie wordt op dit moment geactualiseerd, beleid ten aanzien van cultuurhistorie is nog in ontwikkeling. De gemeente wil elementen met een hoge of zeer hoge waardering actief beschermen. Ook wil de gemeente inspirerend meewerken aan de herbestemming van waardevolle bebouwing die haar functie verliest. Daarnaast is de wens om waar mogelijk waarden te versterken door de verbinding te zoeken met recreatie en toerisme en city /village marketing: onze identiteit als drager van toeristische bedrijvigheid. De gemeente ziet mogelijkheden om beleid en regels zo eenvoudig mogelijk in te richten. Denk bijvoorbeeld aan een zo laag mogelijk aantal verschillende categorieën waarden, het samenvoegen van categorieën monumenten en beschermde beeldbepalende panden en het vergunningsvrij maken van ingrepen wanneer de kwaliteit geborgd kan worden via algemene regels. Riolering en Water Recent is voor water en riolering een beleidsvisie opgesteld, die nog in 2017 wordt vastgesteld. Deze nota biedt goede aanknopingspunten voor de omgevingsvisie. Ook bevat de nota bouwstenen voor een omgevingsprogramma. Vanuit de beleidsvisie riolering en water wordt ingestoken op drie thema's: Gezonde leefomgeving: Wij streven naar een gezonde leefomgeving door de volksgezondheid, natuur en milieu tegen schadelijke gevolgen van met name afvalwater te beschermen.

Klimaatbestendige leefomgeving: Wij streven naar een klimaatbestendige leefomgeving. Hiervoor spelen wij in op klimaatontwikkelingen door het treffen van maatregelen, zodat de gevolgen van klimaatverandering beperkt blijven. Participerende leefomgeving: Wij streven naar samenwerking tussen overheden, bedrijven en burgers, zodat we de kracht van de samenleving inzetten om bij te dragen aan onze leefomgeving. Op basis van de beleidsvisie Water en riolering wordt de komende tijd een aantal bestaande verordeningen van de drie gemeenten geharmoniseerd en geactualiseerd. Ook wordt op basis van de nieuwe visie nog een nieuwe Hemelwaterverordening opgesteld. Onder de Omgevingswet worden deze verordeningen opgenomen in het Omgevingsplan. Ook het beleid t.a.v. de waterkwantiteit en waterkwaliteit wordt op basis van de omgevingsvisie verder uitgewerkt. 18

Milieu Milieu, bodem, lucht en geluid komen nauwelijks expliciet ter sprake in de huidige gebiedsgerichte documenten zoals bijvoorbeeld de Structuurvisie. Dit wordt onder andere veroorzaakt door het feit dat het Rijk en de provincie hier tot op heden een grote rol innamen. Onder de Omgevingswet gaat er een verschuiving optreden, zo gaan provinciale bodemtaken over naar de gemeente en komt er meer lokale afwegingsruimte. De grote diversiteit ten aanzien van milieuaspecten maakt dat het niet eenvoudig is om deze voor het gehele grondgebied van de gemeente ineens te benoemen. Dit pleit voor een gebiedsgerichte benadering. Het omgevingsbeleidsplan met de bijbehorende analyse zal ten grondslag liggen aan het nieuw te vormen beleid. Hieronder worden enkele milieuaspecten behandeld. Bodem Met de komst van de Omgevingswet verdwijnen de afzonderlijke wet Bodembescherming, Besluit Bodemkwaliteit en Besluit uniforme saneringen.

Het nieuwe wettelijke instrumentarium voor bodem brengt de volgende veranderingen met zich mee:  Van sectoraal naar integraal  De verontreiniging op zich is niet meer leidend, maar de uitvoering van een activiteit  Veelal afhandeling via een melding in plaats van een vergunning  Verschuiving bevoegdheid van provincie naar gemeente Binnen de Omgevingswet krijgt de gemeente de mogelijkheid in het kader van gebiedspecifiek beleid ambities vast te leggen voor bodem en ondergrond in relatie tot andere opgaven. Geluidhinder De Omgevingswet biedt ten aanzien van geluidshinder mogelijkheden tot versoepeling of beperking in de omgang met de normen. Een goede onderbouwing is daarbij noodzakelijk. De beleving van de bewoners binnen een gebied kan een uitgangspunt zijn. Maar ook een hoger belastingsniveau bij een bedrijfsklimaat en een lager belastingsniveau bij een woonklimaat. De optimale aanpak is gebiedsgericht met kruisbestuiving voor een integrale afweging. Bijzondere aandacht verdienen de gemengde gebieden. Hierbij moet gekeken worden of het om het primaat bedrijf dan wel woning gaat en welke uitdagingen en wensen er liggen. Zo kan in een gemengd gebied waar veel klachten van bewoners binnen komen, gekozen worden om sneller op te schuiven naar het primaat wonen.

Geur: Het voorstel is om voor geur dezelfde systematiek te hanteren als voor geluid, waarbij gewerkt wordt met zonering en een gebiedsgerichte benadering. Luchtkwaliteit: Omdat dit aspect nagenoeg niet speelt in ons gebied, is het uitgangspunt om geen aanvullende kaders te stellen voor luchtkwaliteit. Externe veiligheid: Uitgangspunt is om de huidige in de beleidsvisie Externe Veiligheid opgenomen waarden te handhaven. Risicovolle bedrijven willen we niet (meer) of onder strenge eisen toestaan.

19

Volkshuisvesting De regionale woonvisie kan naar het oordeel van de themagroep dienen als uitgangspunt voor de visie. Centrale doelstelling hierin is het realiseren van een woonklimaat dat past bij de woon- en leefambities van alle (toekomstige) bewoners van Altena. De reeds gemaakte prestatieafspraken zullen per 1 januari 2019 worden verlengd. In de uitvoering moeten nog keuzes gemaakt worden ten aanzien van (afschaffing van) het wachtlijstsysteem voor nieuwbouwwoningen, harmoniseren van de starterslening en het inrichten van een lening toekomstbestendig wonen. Een Altena-brede beleidslijn kamergewijze verhuur ten aanzien van een maatschappelijk verantwoorde wijze van huisvesting van vergunninghouders en arbeidsmigranten is in ontwikkeling. Grondexploitaties Wat betreft de te voeren grondpolitiek zijn wij voorstander van het voeren van een facilitaire grondpolitiek, met daarnaast daar waar mogelijk het actief inzetten op strategische grondaankopen. Hierbij laten we dus ruimte aan marktpartijen, maar zullen we ten aanzien van relevante maatschappelijke voorzieningen zelf als gemeente een actieve rol vervullen (o.a. via strategische grondverwerving of subsidieverstrekking). Daarnaast hanteren wij als uitgangspunt dat bij het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen (o.a. woningbouw) de uitvoering van deze plannen in principe budgettair neutraal moet zijn.

Verkeer en Vervoer Het gemeentelijk verkeers- en vervoersplan kan wat betreft de werkgroep verkeer en vervoer integraal worden overgenomen. In dit GVVP zijn ambities geformuleerd zoals het bevorderen van de verkeersveiligheid. De uitvoeringsparagrafen kunnen gezamenlijk worden opgenomen en uitgewerkt in een omgevingsprogramma Verkeer. Het betreft bijvoorbeeld onderwerpen als parkeren en inritten, waarvoor de regels zullen worden opgenomen in het omgevingsplan. Uitgangspunt is dat terughoudend wordt omgegaan met het opstellen van regels. Daar waar het ontbreken van regels de veiligheid of kwaliteit van de leefomgeving beïnvloed, zal zoveel mogelijk worden gekozen voor algemene regels en eventueel een meldingsplicht of vergunningplicht. Een voorbeeld waarbij al gewerkt wordt met algemene regels is het onderwerp gehandicaptenparkeerplaatsen, waarbij de regeling zoals die momenteel in Woudrichem gehanteerd wordt, het meest geschikt wordt geacht. Een veelbesproken onderwerp betreft de aanleg van inritten. Uitgangspunt hierbij is dat waar mogelijk gekozen wordt voor algemene regels in combinatie met een meldplicht, in plaats van de tot nu toe geldende vergunningplicht. In het kader hieronder is een voorbeeld uitgewerkt van de wijze waarop in de toekomst met de aanleg van inritten omgegaan zou kunnen worden.

20

Als voorbeeld van een algemene regel kan gedacht worden aan het ontsluiten van een perceel met een uitweg of inrit aan de openbare weg. Dit kan in het omgevingsplan op verschillende manieren worden gereguleerd. In het omgevingsplan kan geregeld worden dat inritten zijn toegestaan. Daarbij kunnen ook voorwaarden worden gesteld. Een inrit kan bijvoorbeeld alleen zijn toegestaan onder de voorwaarde van maximaal één inrit per perceel met een maximale breedte van vijf meter en een afstand van minimaal 10 meter tot de hoek van een straat. Die regels zijn voor een ieder duidelijk, goed na te leven en vereisen geen nadere afweging. Het instellen van een vergunningplicht heeft bij dergelijke regels geen toegevoegde waarde. Een andere mogelijkheid is het verbieden van de aanleg van een inrit tenzij een voorafgaande melding wordt gedaan. Die meldingsplicht kan bijvoorbeeld vereisen dat wordt aangegeven op welke dag de aanleg van de inrit plaatsvindt. Het doel van de melding kan zijn dat het bevoegd gezag weet wanneer de aanleg plaatsvindt en zodoende tijdig de nodige maatregelen kan treffen voor bijvoorbeeld een goede verkeersdoorstroming tijdens de aanleg.

Denkbaar is in dat verband ook dat er een bevoegdheid is opgenomen om maatwerkvoorschriften te stellen over bijvoorbeeld de precieze plaatsbepaling van de inrit of de wijze waarop de aan te brengen verharding aansluit op het openbaar gebied. Aanvullend op de rechtstreeks geldende regels voor een inrit, kan het e oegd gezag i zo ge al aar aa leiding van een ingekomen melding overwegen om een aanvullend maatwerkvoorschrift te stellen. Een melding als hier bedoeld, resulteert niet in een besluit. Een eventueel naar aanleiding van een melding opgelegd maatwerkvoorschrift is uiteraard wel een besluit waartegen bij de bestuursrechter kan worden opgekomen. Een verdergaande mogelijkheid is het opnemen van een verbod om zonder omgevingsvergunning een inrit aan te leggen. Het instrument van de vergunning is bij uitstek bedoeld om de aanvaardbaarheid van een activiteit aan een nadere afweging te kunnen onderwerpen. Als de regels over de toelaatbaarheid van een activiteit niet met geobjectiveerde en concrete normen kunnen worden afgebakend, maar een nadere afweging nodig is in het concrete geval, ligt het werken met een vergunningplicht voor de hand. Dat geldt bijvoorbeeld ook als een toepasselijke norm zich alleen door een deskundige op goede wijze laat beoordelen.

In het voorbeeld van een inrit ligt het werken met een vergunningenstelsel voor de hand als een inrit alleen is toegestaan op een plaats waar de verkeersveiligheid niet nadelig wordt beïnvloed. Dat lijkt typisch een norm waarover een verkeerdeskundige zou moeten adviseren. Dergelijke regels lenen zich om die reden in het algemeen niet voor een rechtstreekse werking, maar kunnen deel uitmaken van de beoordelingsregels die bepalen of een vergunning voor een activiteit kan worden verleend. De gemeente kan er dan voor kiezen in de beoordelingsregels op te nemen dat de aanvrager van de vergunning aantoont dat voldaan wordt aan de regel dat de verkeersveiligheid niet nadelig wordt beïnvloed. Ten slotte kan gewerkt worden met een volledig verbod voor het aanleggen en aanwezig hebben van een inrit, zonder een in het omgevingsplan zelf opgenomen mogelijkheid om met vergunning van dit verbod af te ijke . Beda ht oet orde dat zo er od gee a soluut karakter heeft. Op gro d a artikel 5. , eerste lid, onder b, van de wet bestaat immers altijd, buiten het omgevingsplan om, de mogelijkheid om voor aangevraagde concrete activiteiten van het omgevingsplan af te wijken.

APV In het kader van openbare orde en veiligheid hebben de gemeenten beleid vastgesteld, bijvoorbeeld op het gebied van evenementen, coffeeshops en winkeltijden. Daarnaast zijn diverse verordeningen en nadere regels opgesteld ter regulering van het gebruik van de openbare ruimte, waarvan de Algemene plaatselijke verordening de belangrijkste is. Een aantal van deze onderwerpen en regels wordt beïnvloed door de Omgevingswet. Hieronder wordt puntsgewijs aangegeven welke relatie een onderwerp heeft met de Omgevingswet en hoe hiermee in het beleid onder de Omgevingswet omgegaan zou moeten worden. - Het evenementenbeleid is grotendeels vastgelegd in het kader van openbare orde en veiligheid. Regels zijn daarop ook toegesneden. Van belang is dat goed geregeld wordt op welke locaties (grootschalige)evenementen worden toegestaan. Het aanwijzen van (nieuwe)

21

-

-

evenementenlocaties doen we in samenspraak met alle direct belanghebbenden, zoals omwonenden. De gemeenten hanteren een 0-optie voor wat betreft het vestigen van een coffeeshop. In het kader van het gezondheidsbeleid zou dit beleid heroverwogen kunnen worden. Op basis van onderzoek kan namelijk geconcludeerd worden dat gereguleerd softdrugsgebruik bijdraagt aan preventie van verslaving. De gemeenten hebben marktlocaties aangewezen. Deze kunnen onverkort in het nieuwe beleid opgenomen worden. Het is niet wenselijk de regulering van deze markten volledig los te laten. In de APV zijn veel artikelen opgesteld met het oog op handhaving van de openbare orde die ook onder de Ow gehandhaafd moeten blijven. Daarnaast stelt deze verordening regels op basis van beleid vanuit de taakvelden EZ, externe veiligheid, verkeer en vervoer. Afhankelijk van de bevindingen vanuit deze taakvelden kunnen bepaalde regels vervallen of omgezet worden in algemene regels. In algemene zin kan gesteld worden dat veel van die onderwerpen naar mening van deze werkgroep omgezet kunnen worden in algemene regels.

Vergunningen, toezicht en handhaving In het omgevingsplan regelen we wat we op een bepaalde plek willen toestaan en maken we dus duidelijk welke activiteiten in principe onder welke voorwaarden mogelijk zijn. I de laatste tie jaar heeft reeds ee ers hui i g plaatsge o de ri hti g ergu i g rij waarbij (delen van) initiatieven vaker zonder vergunning konden worden uitgevoerd. Zoals hiervoor is aangegeven, is het de intentie om deze ontwikkeling meer ruimte te geven en waar mogelijk te kiezen voor algemene regels en/of een meldingsplicht in plaats van een vergunningplicht. Er treedt dus een verschuiving op van de gemeente als toetser naar een gemeente als mogelijkmaker. Meer aan de voorkant vrijgeven of gemakkelijker maken betekent echter niet dat alles mogelijk is. Toezicht op de naleving van de regels die blijven gelden blijft belangrijk en in sommige gevallen zal die naleving via handhaving afgedwongen moeten worden. De gemeente als mogelijkmaker gaat uit van het meewerken aan initiatieven uit de samenleving. Maar ook de inwoners of bedrijven, die initiatieven niet zien zitten, hebben rechten waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan. Toezicht en handhaving blijven daarom belangrijke taken bij de uitvoering van de Omgevingswet. En deze zullen in sommige gevallen wellicht nog belangrijker worden.

Uitgangspunt kan zijn om het traditionele Bouw- en Woning Toezicht in ieder geval deels te positioneren als een adviserende afdeling binnen de organisatie die de klant begeleidt bij het bouwproces. Samenwerking ketenpartners Ten aanzien van de Vergunningverlening, het Toezicht en de Handhaving (VTH) zijn er twee ontwikkelingen die van invloed zijn op de organisatie van de uitvoering. In de eerste plaats ligt er een wetsontwerp voor de kwaliteitsborging van de bouw, waarbij het de bedoeling is de verantwoordelijkheid voor de bouwtechnische toets van aanvragen bij de marktpartijen te leggen. De gemeente is dan niet meer verantwoordelijk voor de bouwtechnische kwaliteit (ontwerp en uitvoering) van bouwwerken. In de tweede plaats gelden er op basis van de VTH wet landelijke criteria voor de uitvoering van de VTH taken. Naast de vereiste deskundigheid van medewerkers zien deze vooral ook op de omvang van de organisatie (kritieke massa). Voor de verschillende deskundigheidsgebieden geldt dat de capaciteit gewaarborgd dient te zijn. Voor de taken en deskundigheidsgebieden waarvoor dit niet haalbaar is, wordt onderzocht of dit in samenwerking met andere gemeenten of ketenpartners kan worden ingevuld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10963833/1