CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke onderbouwing bij RV VVGB voor 6 appartementen in Werkendam

Raadsvergadering 24 september 2024, gemeente AltenaBij agendapunt: VVGB 6 appartementen Werkendam9.256 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Altena

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ....................................................................................................................................... 3 Algemeen ...................................................................................................................................... 3 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................................ 3 Geldend bestemmingsplanen ....................................................................................................... 4 Opzet onderbouwing..................................................................................................................... 5

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Beschrijving bestaande en nieuwe situatie ............................................................................. 6 Gebiedsbeschrijving ..................................................................................................................... 6 Stedenbouwkundige en functionele structuur .............................................................................. 7 De oude bebouwingsrand: Kruisstraat, Vissersdijk, Werkensedijk en Loze Stoep ...................... 8 Beschrijving planlocatie ................................................................................................................ 9 Beoogde situatie ........................................................................................................................... 9

3. 3.1 3.2 3.3

Beleidskader ............................................................................................................................. 12 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 12 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 12 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 13

4. 4.1 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Randvoorwaarden .................................................................................................................... 16 Besluit MER ................................................................................................................................ 16 Geluid ......................................................................................................................................... 17 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 17 Externe veiligheid ....................................................................................................................... 17 Brandveiligheid ........................................................................................................................... 19 Bodem ........................................................................................................................................ 19 Water .......................................................................................................................................... 20 Natuur .........................................................................................................................................

22 Archeologie ............................................................................................................................. 24 Cultuurhistorie ......................................................................................................................... 25 Verkeer en parkeren ............................................................................................................... 26 Milieuhinderlijke bedrijvigheid en voorzieningen ..................................................................... 27 Kabels en leidingen ................................................................................................................. 28

5.

Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................ 29

6. 6.1 6.2

Overleg ...................................................................................................................................... 30 Overleg andere bestuursorganen / overlegpartners ................................................................... 30 Overleg omwonenden en andere belangstellenden ................................................................... 30

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

1. Inleiding 1.1 Algemeen Aan de achterzijde van het perceel Hoogstraat 37 te Werkendam, aan de zijde van de Pompstraat, bevindt zich een onbebouwde ruimte. Het voornemen bestaat om op deze locatie een woongebouw te realiseren met daarin 6 appartementen. In de buitenruimte zullen parkeervoorzieningen ten behoeve van de bewoners. Volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Centrum Werkendam’ is de voorgenomen ontwikkeling niet toegestaan. Om tot een omgevingsvergunning voor de ontwikkeling te kunnen komen, dient daarom van het bestemmingsplan te worden afgeweken. Voorliggend document betreft hiervoor de ruimtelijke onderbouwing. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied De te bebouwen locatie ligt in het centrum van het dorp Werkendam en ligt binnen de bebouwde kom. Het betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Werkendam, sectie O, nummer 2111 met een oppervlakte van 2.659 m2. Onderstaande afbeelding toont de ligging van de locatie.

Ligging locatie

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

1.3 Geldend bestemmingsplanen De locatie Hoogstraat 37 ligt in het bestemmingsplan “Centrum Werkendam”, zoals de raad van de voormalige gemeente Werkendam dat op 26 mei 2015 heeft vastgesteld. De locatie heeft op basis van het geldende bestemmingsplan de bestemming “Centrum - 2”.

Uitsnede bestemmingsplan

De voor 'Centrum - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca in categorie 1 t/m 3a; b. dienstverlening; c. bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 van de bij deze regels behorende 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' (bijlage 1), met uitzondering van geluidzoneringsplichtige inrichtingen en benzineservicestations; d. wonen; e. detailhandel ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'. Hoewel wonen binnen de bestemming “Centrum – 2” is toegestaan, is de bouw van het beoogde woongebouw volgens het bestemmingsplan niet mogelijk. Op de locatie Hoogstraat 37 is namelijk geen bouwvlak opgenomen. Om die reden staat het bestemmingsplan niet toe dat op de betreffende locatie gebouwen worden gerealiseerd. Daarom is voorgestane ontwikkeling in strijd met het bestemmingsplan. Verder zijn op de locatie ook de volgende paraplubestemmingsplannen van toepassing: • Paraplubestemmingsplan wonen, zoals vastgesteld op 19 november 2019; • Paraplubestemmingsplan beleidsharmonisatie, zoals vastgesteld op 27 september 2022; • Paraplubestemmingsplan archeologie, zoals vastgesteld op 7 februari 2023.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

1.4 Opzet onderbouwing Deze onderbouwing bestaat uit 6 hoofdstukken. Na het voorliggende eerste inleidende hoofdstuk, bevat hoofdstuk 2 de beschrijving van de bestaande en de nieuwe situatie. Hoofdstuk 3 bevat de beleidsmatige verantwoording van de geplande ontwikkeling. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de verschillende randvoorwaarden die van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 5 behandelt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Tot slot bevat hoofdstuk 6 een overzicht van het gevoerde overleg.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

2. Beschrijving bestaande en nieuwe situatie 2.1

Gebiedsbeschrijving

Historische ontwikkeling De kern Werkendam ligt in het rivierengebied. De karakteristieke landschappelijke opbouw van dit landschapstype wordt gevormd door uiterwaarden, oeverwallen en kommen. Voordat de bedijking van het rivierenlandschap een aanvang nam, had de rivier nog min of meer vrij spel in het achterliggende gebied. Door sedimentatie van zandig materiaal hebben de rivieren hoger gelegen oeverwallen gevormd. Daarachter werd bij overstromingen in de kommen klei afgezet. Vanouds is de bebouwing in het rivierengebied geconcentreerd op deze oeverwallen en op later aangelegde dijken. De nederzetting Wirkenemunde, voor het eerst vermeld in 1064, lag op zo’n hoger gelegen oeverwal. Nadat de grote waterbouwkundige werken rond de Groote of Zuidhollandsche Waard waren uitgevoerd en de afdamming van het riviertje de Werken omstreeks 1230 heeft plaatsgevonden, heeft de nederzetting zich verder ontwikkeld. De kern Werkendam vindt zijn oorsprong dan ook op een knooppunt van dijken langs de Merwede, de dam in het riviertje de Werken en de rivierduin ter plaatse van de Hoogstraat (de Amer). Het riviertje de Werken, een tak van de Alm, stroomde min of meer parallel aan de Werkensedijk. Aan de dam in de Werken dankt Werkendam zijn naam. De dam lag ter hoogte van de huidige bebouwing aan de Kruisstraat 18-20. De Werken mondde via de huidige Lijnbaan en Gedempte Haven uit in de Merwede.

Het laatste deel van het riviertje was, zoals de huidige naam verraad, in gebruik als haven. Later zijn de havenactiviteiten meer westwaarts verplaatst. In 1736 werd de Sasdijk aangelegd, een waterkering vanaf de Sleeuwijksedijk naar de dam in de Bakkerskil. Deze dijk vormde een onderdeel van een omvangrijk waterbouwproject dat de regelmatig de kop op stekende wateroverlast moest pareren. De aanleg van de Sasdijk resulteerde in het ontstaan van de Binnenhaven. De Sasdijk is in het huidige beeld structuurbepalend voor de achterliggende straten: de Lijnbaan en de Gedempte Haven. De bebouwing ontstond op de hoger gelegen plaatsen. De oudste bebouwingslinten zijn de Hoogstraat, de Vissersdijk, de Werkensedijk en de Kruisstraat. In het tussenliggende lager gelegen gebied bevond zich de binnenhaven met bedrijfsactiviteiten en arbeiderswoningen. Via smalle stegen was dit binnengebied vanaf de dijk te bereiken. Later is ter verbetering van de ontsluiting de Nieuweweg tussen de Sasdijk en het bebouwingslint aan de Hoogstraat aangelegd. Deze aanleg vormde het begin van de ‘verlanding’ van het binnengebied met binnenhaven. In 1951 werd de binnenhaven tussen de Kruisstraat en de Nieuweweg gedempt. Vervolgens werd ook de rest van de haven gedempt en is de Havenstraat ontstaan. De bebouwing op de hoger gelegen plaatsen werd geheel of gedeeltelijk tegen de dijk aan gebouwd.

De oorspronkelijke bebouwing bestond uit een mengeling van woon- en werkfuncties. De woonhuizen waren veelal rug-aan-rug langs stegen gesitueerd. Momenteel is dit nog terug te zien aan het Heuveltje: een steeg met arbeiderswoningen. Deze woningen vormen een deel van de geschiedenis van Werkendam en De Werken en zijn als zodanig dragers van de identiteit in het centrumgebied. De werkplaatsen en opslagruimten lagen aan het water. De gebouwen in de lager gelegen gebieden werden bewoond door schippers, griendwerkers en vissers of gebruikt als opslagplaats.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Naast de ‘vaste’ verbinding tussen de Sasdijk en het bebouwingslint aan de Hoogstraat, bestond er omstreeks 1920 een verbinding met het dorp via het Slik alsook een bruggetje. Nadat een bombardement tijdens de Tweede Wereldoorlog veel schade had aangericht, is het gebied opnieuw vormgegeven en ingericht. Dit heeft geresulteerd in de huidige Merwestraat waar enkele grootschalige gebouwen staan, zoals de Maranathakerk en een kantoorgebouw. 2.2 Stedenbouwkundige en functionele structuur De huidige hoofdstructuur van het Werkendamse centrumgebied komt grotendeels overeen met de oorspronkelijke / historische structuur. Deze structuur wordt bepaald door: • het bebouwingslint aan de Hoogstraat; • de bebouwingslinten aan de Werkensedijk, de Kruisstraat en de Vissersdijk; • de Sasdijk en de daarachter gelegen Lijnbaan en Gedempte haven, welke in grote lijnen het beloop van de Sasdijk volgen; • de Nieuweweg en de Merwestraat, de verbindingsstraten tussen de dijk en de Hoogstraat. In het centrumgebied kunnen daarbij vier deelgebieden worden onderscheiden, die een eigen ruimtelijke en functionele opbouw kennen, te weten: 1. De Hoogstraat; 2. De Sasdijk; 3. Het tussengebied: Merwestraat, Lijnbaan, Gedempte Haven en Nieuweweg; 4. De oude bebouwingsrand: Kruisstraat, Lozestoep, Vissersdijk en Werkensedijk. In de onderstaande figuur zijn de vier deelgebieden weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

2.3 De oude bebouwingsrand: Kruisstraat, Vissersdijk, Werkensedijk en Loze Stoep De Kruisstraat, Werkensedijk en de Loze Stoep hebben gemeen dat zij lange tijd de oude bebouwingsrand van de kern Werkendam vormden. Verder worden de drie straten gekenmerkt door een kleinschalig karakter met wisselende bebouwingshoogten, smalle straatprofielen en een vrijwel gesloten bebouwingsstructuur.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Ook langs de Kruisstraat bevindt zich een vrijwel aaneengesloten lintbebouwing met in het midden een open gebied dat in gebruik is als tuin. De bebouwingsintensiteit van de Kruisstraat is hoog doordat op enkele plekken een aantal woningen achter elkaar is geplaatst. Het binnengebied vormt voor de achterelkaar geplaatste woningen een waardevolle open plek in verband met de toetreding van licht en lucht. De Kruisstraat kenmerkt zich door functiemenging: naast woningen komen detailhandel, dienstverlening, horeca en kantoren voor. Achter de Kruisstraat ligt het Heuveltje. Het Heuveltje is een steeg met een besloten karakter. Aan één zijde bevinden zich voormalige arbeiderswoningen aan de andere zijde zijn de achtererven van de bebouwing aan de Kruisstraat gesitueerd. Hierbij doet zich het voor- achterkantconflict voor. Het steegje is vanaf de Sasdijk en de Lijnbaan toegankelijk voor voetgangers. De gebouwen aan de Loze Stoep en de Werkensedijk hebben allemaal een woonfunctie. De bebouwing is hier kleinschalig van karakter en door het smalle stratenprofiel ademt het geheel een dorpse sfeer uit. Direct in het verlengde van de Merwestraat ligt aan de zuidzijde de Vissersdijk een historisch bebouwingslint. Ook hier bestaat de bebouwing vooral uit kleinschalige bebouwing met wisselende bebouwingshoogten.

Overigens ligt alleen het noordelijke gedeelte van deze straat binnen het plangebied. De projectlocatie ligt in dit deelgebied. 2.4 Beschrijving planlocatie De planolocatie ligt op de hoek van de Visserdijk en de Pompstraat en betreft de achtergebied van het pand op Hoogstraat 37. De locatie wordt omsloten door de Vissersdijk en de Pompstraat. In de bestaande situatie is het terrein begroeid met bomen en struiken. Op de projectlocatie is geen bebouwing aanwezig. Aan de oostzijde van de locatie staat een kantoorgebouw. De foto’s op de volgende geven een impressie van de bestaande situatie. 2.5 Beoogde situatie De beoogde ontwikkeling houdt in dat op de locatie een appartementengebouw wordt gerealiseerd bestaande uit 3 lagen. De bovenste laag van het gebouw is terugliggend, waardoor ruimte ontstaat voor een dakterras. In het gebouw bevinden zich 6 appartementen, in elke bouwlaag 2. De vloeroppervlakten van deze woningen zijn als volgt: • Appartement 1: 136 m2 bvo • Appartement 2 : 132 m2 bvo • Appartement 3: 126 m2 bvo • Appartement 4 : 122 m2 bvo • Appartement 5 : 98 m2 bvo • Appartement 6 : 99 m2 bvo De gronden die direct aansluitend op het gebouw worden ingericht als tuin. De ontsluiting van de locatie zal plaatsvinden via de Pompstraat. Aan de westzijde en noodzijde worden in totaal 23 parkeerplaatsen gerealiseerd voor de bewoners en bezoekers.

Aan de noordzijde worden voor elke woning een berging geplaatst. Op de navolgende afbeeldingen is het bouwplan weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Nieuwe situatie

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Bouwplan

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

3. Beleidskader 3.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de Omgevingswet is in 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Dit document geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies, uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. De NOVI richt zich in het bijzonder op ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en waar keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Gezien de schaal en aard van onderhavige ontwikkeling wordt geconcludeerd dat voorliggend plan niet in strijd is met de Nationale Omgevingsvisie. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) opgenomen. De ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Per 1 juli 2017 is artikel 3.1.6 aangepast. De ladder voor duurzame verstedelijking is alleen van toepassing wanneer sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

Volgens artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro is een stedelijke ontwikkeling een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De voorliggend ontwikkeling heeft betrekking op de bouw van 6 woningen. Een dergelijke ontwikkeling wordt op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. De ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. 3.2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie Op 14 december 2018 is, ter voorbereiding op de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2022, de Brabantse Omgevingsvisie vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. De Brabantse Omgevingsvisie vervangt in ieder geval 4 provinciale beleidsplannen. Dat zijn de beleidsplannen over milieu en water (PMWP), verkeer en vervoer (PVVP), ruimtelijke ordening (Structuurvisie RO) en natuur (BrUG). Dit gebeurt als gevolg van de Omgevingswet.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Dat de bijbehorende thema’s en opgaven dus een plek krijgen in de Omgevingsvisie is duidelijk. Hierdoor wordt het mogelijk om integraal beleid te maken, waardoor maatschappelijke opgaven minder gehinderd worden door sectorale regels. Interim-omgevingsverordening Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet per 2024 ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een 1e stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit 6 verordeningen samen. Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten van Brabant de Interim omgevingsverordening vastgesteld en op 1 maart 2020 is er een geconsolideerde versie verschenen. Ten opzichte van de voorheen geldende Verordening ruimte is de interim-omgevingsverordening beleidsarm. Volgens artikel 3.6 van de Interim-omgevingsverordening dient bij een ruimtelijke ontwikkeling sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. Doel is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten. Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de kwaliteit van het gebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied.

Voorts bepaalt artikel 3.42 van de verordening dat een ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorziening moet liggen binnen Stedelijk gebied. Tevens moet een dergelijke ontwikkeling passen binnen de regionale afspraken en dient het te gaan om een duurzame stedelijke ontwikkeling. Volgens de Interim omgevingsverordening is de locatie in het centrum van Werkendam als Stedelijk gebied. Omdat de geplande woning binnen bestaand stedelijk wordt gerealiseerd, wordt geconcludeerd dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Derhalve is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de Interim-omgevingsverordening. 3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Op 12 december 2023 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Altena 2040 vastgesteld. De omgevingsvisie is de strategische visie waarin al het beleid van de Gemeente Altena op het gebied van de fysieke leefomgeving samenkomt. De visie is een afwegingskader. Het bevat de ambities op het gebied van de fysieke leefomgeving en laat zien hoe deze kan worden benut, beschermd en ontwikkeld. Iedereen kan zien hoe plannen/initiatieven zich verhouden tot de ambities en de te beschermen waarden. Werkendam is, samen met Woudrichem, Sleeuwijk en Wijk en Aalburg, één van de grotere kernen in de gemeente Altena. Bijna de helft van de inwoners van Altena in deze vier kernen. Ook het merendeel van de voorzieningen in de gemeente bevinden zich in deze dorpen met een goede bereikbaarheid. Voor de woningbouw is volgens de Omgevingsvisie inbreiding en uitbreiding bij de kernen noodzakelijk. Er word vooral gekeken naar locaties die in aanmerking komen voor herstructurering, transformatie van bestaand vastgoed of verplaatsing van bedrijven of scholen. Ook nieuwe woonvormen zoals knarrenhofjes en tiny houses kunnen oplossingen bieden. We kijken naar meer mogelijkheden om grote woningen te splitsen, om zo woningen te creëren zonder dat daar extra voor gebouwd hoeft te worden. Zo blijft het buitengebied zo groen mogelijk en behouden we ook waardevolle groene zones binnen de kernen.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

De ontwikkeling op Hoogstraat 37 is aan te merken als een woningbouwontwikkeling op een inbreidingslocatie. Daarmee past het voorgenomen bouwplan goed in de omgevingsvisie. Woonvisie 2021-2025 Inleiding Op 22 juni 2021 heeft de gemeenteraad van Altena de Woonvisie 2021-2025. De Woonvisie dient als bouwsteen voor de Omgevingsvisie. De Woonvisie dient als basis voor de prestatieafspraken met onze woningcorporaties en huurdersbelangenverenigingen. De Woonvisie dient als basis voor publiek-private samenwerking. Het doel van deze woonvisie is: meer woningen met de juiste kwaliteit, betaalbaar wonen, kwaliteit van de bestaande voorraad op peil, voldoende woningen met zorg, leefbare en vitale kernen, en voldoende woningen voor bijzondere doelgroepen. In overeenstemming met de Ladder voor duurzame verstedelijking wil de Woonvisie de nieuwbouwopgave waar mogelijk binnen de bebouwde kom op inbreidingslocaties realiseren. Toekomstige kwantitatieve behoefte De verwachting is volgens de Woonvisie dat de vraag naar woningen de komende jaren blijft aanhouden. Op basis van de meest recente Provinciale prognose (2020) ligt er voor de periode 2021205 een opgave om de woningvoorraad met 1.220 woningen uit te breiden. Deze prognose gaat echter wel uit van een migratie-evenwicht (aantal vestigers en vertrekkers is gelijk), terwijl de laatste jaren juist een vestigingsoverschot wordt geconstateerd.

In de Woonvisie staat voorop dat we voldoende woningen moeten bouwen om in de lokale woningvraag te kunnen voorzien (starters of doorstromers die nu al in Altena wonen en binnen de gemeente willen verhuizen). Maar er dient ook rekening te worden gehouden met de vestigers die van buiten de gemeente afkomstig zijn. Daar wordt ook ruimte voor bieden. Het is streven is meer woningen dan de beoogde 1.220 woningen toe te voegen. Voor de periode 2021-2030 wordt daarom uitgegaan van een totale woningbouwopgave van 3.000 woningen (waarvan dus minimaal 1.220 in de periode 2021-2025). Vanaf 2030 zal de huishoudensgroei afvlakken, het gevolg van het toenemende aantal oudere huishoudens (vergrijzing). Op de langere termijn zullen we daarmee rekening moeten houden met onze woningbouwopgave. Vooralsnog wordt uitgegaan van +2.000 woningen in de periode 2031-2040. Woningbouwopgave per kern Om te kunnen voorzien in de woningbehoefte én als impuls voor de leefbaarheid en vitaliteit van kernen is het van belang dat er in alle kernen van Altena kan worden gebouwd. In de Woonvisie is een indicatie voor de kwantitatieve behoefte per kern weergegeven. Deze kwantitatieve behoefte geeft een richting aan, maar is niet in beton gegoten. Juist op kernniveau spelen er soms andere factoren mee die vragen om een zekere mate van flexibiliteit in het woningbouwprogramma.

Werkendam is de grootste kern van de gemeente Altena, met de meeste voorzieningen. De kern heeft een van de grootste binnenhavens van Nederland. Werkendam kent een duidelijk centrum, dat afgelopen jaren door herinrichting een sterke verbeterslag heeft ondergaan. Ook beschikt Werkendam over veel maatschappelijke voorzieningen en sportcomplexen. Het aandeel jonge gezinnen met kinderen is iets hoger dan gemiddeld. De huidige voorraad ligt op 4335 woningen en bestaat (net als in andere kernen) voornamelijk uit grondgebonden koopwoningen, maar het aandeel appartementen (14%) en sociale huur (29%) ligt wel wat hoger dan gemiddeld in de gemeente.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

De woningbehoefte in Werkendam ligt volgens de Woonvisie op ongeveer 235 woningen in de komende jaren. Er is een duidelijke vraag naar appartementen; afkomstig van senioren die levensloopgeschikt willen wonen, maar ook starters. De huidige plancapaciteit richt zich met name op middeldure huur en dure koopappartementen, terwijl er ook behoefte is aan sociale huur en goedkope koopappartementen. Daarnaast is er behoefte aan grondgebonden koopwoningen, gericht op starters en gezinnen. Er is vraag in elke prijscategorie, maar de huidige plannen richten zich vooral op dure koop. Ook hier is aandacht nodig voor betaalbare en middeldure koop De ontwikkeling op Hoogstraat 37 voorziet in 6 appartementen in duurdere en middeldure prijsklasse. Dit aanbod past bij de in Werkendam aanwezige woningbehoefte. Beleidsvisie riolering en water Altena Op 19 december 2017 is door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Werkendam de Beleidsvisie riolering en water Altena vastgesteld. Vooruitlopend op de fusie van de gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem per 1 januari 2019 tot gemeente Altena was besloten een gezamenlijke beleidsvisie riolering en water op te stellen. Deze visie anticipeert op de nieuwe (vastgestelde en nog in werking te treden) Omgevingswet en vormt de basis voor het nog op te stellen rioleringsprogramma.

Tezamen vervangen zij het traditionele en wettelijke planinstrument Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) zoals nu nog voortkomt uit de Wet milieubeheer. Deze visie is tevens input voor de nieuwe Omgevingsvisie en het daaruit voortvloeiende Omgevingsplan. Het beleid uit de Beleidsvisie riolering en water Altena is ingegaan per 2018 en geeft invulling aan de volgende thema’s: • Een gezonde leefomgeving; • Een klimaatbestendige leefomgeving; • Een participerende leefomgeving; • Een betaalbare leefomgeving. De perceeleigenaar is volgens deze beleidsvisie primair zelf verantwoordelijk voor de verwerking van het hemelwater en dient dan ook zelf, voor zover dat redelijk mogelijk is, het afstromend hemelwater in de bodem of oppervlaktewater te brengen. Voor nieuwbouw moet een gescheiden rioleringsstelsel worden aangelegd zodat schoon hemelwater in principe niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Hiervoor is instemming van de gemeente nodig. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: • hemelwater vasthouden voor benutting, • (in-) filtratie van afstromend hemelwater, • afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, • afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI. • Het overtollig hemelwater wordt geloosd op de B-watergang.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

4. Randvoorwaarden 4.1

Besluit MER

Inleiding De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Uit het Besluit m.e.r. volgt dat een m.e.r.-beoordeling verplicht is voor de vaststelling van een bestemmingsplan voor de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met een oppervlakte van 100 ha of meer en/of een aaneengesloten gebied van 2.000 woningen of meer en/of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m² of meer (Besluit m.e.r., onderdeel D, categorie 11.2).

Omdat de beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 5 woningen (1 bestaande woning en 4 nieuwe woningen) met een omvang van 0,18 hectare grondoppervlak is op basis hiervan géén m.e.r.beoordeling nodig. Wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden geldt in principe dat een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht volstaat. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de afdeling) heeft meermaals geoordeeld (ECLI:NL:RVS:2020:100) dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r., afhangt van de specifieke ontwikkeling. Aspecten als de aard en de omvang van de ontwikkeling zijn daarbij leidend. Naar het oordeel van de Afdeling kon de ontwikkeling van de twaalf vrijstaande woningen niet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Relatie tot het plangebied De Afdeling besloot dat indien er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling er tevens geen vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft te worden uitgevoerd. In voornoemde uitspraak ging het om de realisatie van 12 vrijstaande woningen, daarmee is de uitspraak van toepassing voor de realisatie van 6 woningen die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt.

Conclusie Op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling blijkt dat er bij 6 woningen geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject en dat een m.e.r. beoordeling achterwege kan blijven bij voorliggende ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

4.3 Geluid Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet volgens de Wet geluidhinder worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies of relevante geluidsbronnen worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting om akoestisch onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige functies ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Het nieuwbouwplan bevindt zich niet binnen de geluidzone van een industrieterrein of een spoorlijn. De onderzoekslocatie is gelegen aan een weg waar een maximale snelheid van 30 km/u van toepassing is. Dergelijke wegen hebben volgens de Wgh geen geluidzone en formeel dus ook geen toetsingsplicht aan de Wgh. In de omgeving van Hoogstraat 37 is verder de Sasdijk aanwezig, waar een maximumsnelheid geldt van 50 kilometer per uur. Tussen de projectlocatie en de Sasdijk zit een afstand van 200 meter. Daarmee valt de projectlocatie volgens de Wgh niet in de geluidzones van deze weg. Om deze redenen is er geen akoestisch onderzoek benodigd. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor het realiseren van de voorgenomen woningbouwontwikkeling aan Hoogstraat 37 te Werkendam.

4.4 Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) is op 15 november 2007 in werking getreden. Het doel van dit hoofdstuk is het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging. Luchtkwaliteitseisen vormen onder andere geen belemmeringen voor ruimtelijke ontwikkelingen als een project “niet in betekenende mate bijdraagt (NIBM)” aan de luchtverontreiniging. In de algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Een project draagt niet in betekenende mate bij indien aannemelijk is gemaakt dat de toename van de concentraties in de buitenlucht van zowel zwevende deeltjes (PM10) als stikstofdioxide niet de 3% grens overschrijdt. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze aannemelijk kan maken dat het geplande project niet in betekenende mate bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven.

Het gaat in dit geval om de bouw van 6 woningen. Een dergelijke ontwikkeling wordt op grond van de Regeling NIBM aangemerkt als een geval dat niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Ten aanzien van de luchtkwaliteit ter plaats wordt op basis van de kaart van de NSL-monitoringstool geconcludeerd dat de grenswaarden voor PM10, PM2.5 en NO2 niet worden overschreden ter plaatse van het meest nabijgelegen rekenpunt (738507, Rijkswaterstaat). Het aspect luchtkwaliteit vormt in conclusie geen belemmering voor het onderhavige project. 4.5 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die mensen lopen als gevolg van aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt,

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Wettelijk kader Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is het wettelijke kader vastgelegd in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de Regeling Basisnet. De regelgeving voor ondergrondse buisleidingen is vastgelegd in het Besluit Externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: • Het plaatsgebonden risico (PR) richt zich als maat voor het risico vanwege activiteiten met gevaarlijke stoffen vooral op de basisveiligheid voor personen in de omgeving van die activiteiten. Aan het PR is een wettelijke grenswaarde verbonden die niet mag worden overschreden. Het PR wordt “vertaald” als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijv. woningen) mogen liggen. • Het groepsrisico (GR) is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van een calamiteit met gevaarlijke stoffen.

Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal doden, de z.g. oriënterende waarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd, kan afwijken. Deze verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR, ook als de OW niet wordt overschreden. In het plangebied of in de directe omgeving daarvan zijn geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen. Tevens zijn in het plangebied geen transportroutes voor gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of water aanwezig. Direct nabij het plangebied zijn ook geen transportroutes voor dergelijke stoffen over de weg en het spoor gelegen. Wel is ten noorden van het plangebied een transportroute voor gevaarlijke stoffen over het water aanwezig. Dit betreft de rivier de Merwede, op ruim 300 meter afstand van het plangebied. De Merwede is in het Basisnet Water aangemerkt als een zwarte vaarweg. Dit betekent dat het een belangrijke binnenvaarweg is waarvan de risicocontour voor het plaatsgebonden risico op het water ligt en niet verder dan de oever reikt. Het bestemmingsplan maakt hier geen nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk. Een berekening van het groepsrisico is uitsluitend nodig bij een bevolkingsdichtheid van meer dan 1500 pers/ha dubbelzijdig en 2250 pers/ha enkelzijdig.

Gezien het gegeven dat in het plangebied sprake is van een bevolkingsdichtheid die veel lager is dan 1500 pers/ha, en deze dichtheid door het plan ook niet overschreden zal worden, is een specifieke berekening en verantwoording van het groepsrisico voor het onderhavige plan niet noodzakelijk. In dit kader wordt ook verwezen naar het Standaardadvies Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 2018, verderop in deze paragraaf. De Merwede kent tot slot een Plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 25 meter, waarbinnen geen nieuwe bebouwing is toegestaan. Gezien de ligging van het plangebied tot aan de Merwede (> 300 meter) levert dit geen probleem op. Voorts zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan geen buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering geeft voor de beoogde ontwikkeling.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

4.6 Brandveiligheid RBG Adviesbureau heeft in verband met het nieuw te bouwen woongebouw een masterplan brandveilig opgesteld. Het doel van dit onderzoek is om te beoordelen welke brandtechnische voorzieningen minimaal; vereist zijn om volgens de regelgeving een brandveilig gebouw te realiseren. Het bouwplan is daarbij getoetst aan het Bouwbesluit. De resultaten van deze toetsing zijn opgenomen van RBG Adviesbureau d.d. 10 november 2023 met rapportnummer 123.265r01. Dit rapport is als bijlage bijgevoegd. Uit het de toetsing blijkt dat – indien de geadviseerde aanpassingen worden doorgevoerd voldaan wordt aan de brandveiligheidseisen. 4.7

Bodem

Inleiding In het kader van uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek (conform NEN 5740) kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. Als blijkt dat de bodem niet geschikt is, dan zal voor aanvang van de werkzaamheden een sanering moeten worden uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Inventerra heeft in maart 2020 een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform de NEN 5707 verricht op de locatie aan de Hoogstraat 37 te Werkendam. De resultaten van het onderzoek zijn opgenomen in de rapportage van Inventerra d.d. 6 mei 2020 met rapportnummer 20-2040-R01JV. Dit rapport is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd.

Op grond van de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken wordt het volgende geconcludeerd: • De zandige bovengrond (0 – 0,5 m-mv) en ondergrond (0,5 – 1,0 m-mv) met daarin een bijmenging van puin, koolas en plaatselijk ook puin van bakstenen en resten leisteen, is licht verontreinigd met enkele zware metalen. • De puinhoudende bovengrond (0 – 0,5 m-mv) op de locatie bevat geen PFAS. • Het grondwater op de onderzoekslocatie (peilbuis 107) is niet verontreinigd met de onderzochte stoffen. Op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek is de hypothese ‘verdacht voor verontreiniging’ bevestigd, vanwege de aangetoonde licht verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond. Verkennend asbestonderzoek NEN 5707 In de opgeboorde en opgegraven puinhoudende grond is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. De verdenking op een verontreiniging met asbest is daarmee opgeheven. Conclusie De tijdens het verkennend bodemonderzoek aangetoonde verhoogde gehalten aan zware metalen in de grond worden toegeschreven aan het woongebruik sinds ca. 1850 en de (mogelijk daardoor) aanwezige bijmenging met puin en koolas. De aangetoonde gehalten zijn zodanig licht verhoogd dat

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

aanvullend onderzoek (eventueel op basis van een aangepaste onderzoeksstrategie) of nadere maatregelen ons inziens niet noodzakelijk worden geacht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt wordt het terrein geschikt geacht voor de huidige en de toekomstige bestemming. 4.8

Water

Inleiding De gemeente Altena is niet primair verantwoordelijk voor alle watertaken, maar moet de waterbelangen wel goed beschrijven en afwegen binnen de ruimtelijke ordening. Een van de instrumenten hiervoor is de verplichte watertoets. De watertoets houdt in dat het Waterschap beoordeelt of de waterbelangen voldoende zijn afgewogen. De voor de gemeente en waterschap van belang zijnde wateraspecten zijn hieronder beschreven. Het waterschap Rivierenland is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater en beheer van het waterpeil. Daarnaast is het waterschap verantwoordelijk voor het zuiveren van het afvalwater. Het is van belang dat de capaciteit van de rioolwaterzuiveringsinstallatie toereikend is voor de toename aan vervuilingseenheden en dat het afvalwater niet te veel verdund wordt met regenwater. Het waterschap is sinds de inwerkingtreding van de Waterwet (eind 2009) ook verantwoordelijk voor het beheer van het grondwater. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 ‘Versterken, verbinden, vergroenen’ beschrijft wat Waterschap Rivierenland in de planperiode 2022-2027 wil bereiken, met wie, hoe men dat wil gaan doen en waarom. In het waterbeheerprogramma zijn voor het waterbeheer de kaders gegeven en de opgaven gedefinieerd.

De visie van Waterschap Rivierenland is vertaald in 8 hoofdthema’s: beschermen tegen overstromingen; water eerlijk verdelen; voorbereiden op extreem weer; streven naar schoon water van een goede biologische kwaliteit; bijdragen aan een fijne leefomgeving voor mens en natuur; kwaliteitsverbetering zwemwater; toewerken naar klimaat- en energieneutraliteit; toewerken naar circulariteit. Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoetsproces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. Hieronder is een overzicht gegeven van relevante nota’s aangaande de waterhuishouding, uitgesplitst naar de verschillende bestuursniveaus. Allen hebben als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Europa • Kaderrichtlijn water (KRW). Nationaal • Nationaal Waterplan 2016-2021 (NW); • Waterbeleid voor de 21 eeuw (WB21); • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW); • Waterwet.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Provinciaal • Provinciaal milieu- en waterplan 2016-2021; • Provinciale Structuurvisie; • Verordening Ruimte. Waterschapsbeleid • Waterbeheerprogramma 2022-2027 • Keur Waterschap Rivierenland 2014; • Legger wateren; • Legger waterkeringen. Gemeentelijk Beleidsvisie riolering en water gemeente Altena (2018) Belangrijke hydrologische uitgangspunten bij de invulling van het gebied zijn als volgt; • Waterneutraal bouwen; het plan mag geen nadelige gevolgen hebben voor de omgeving; • De toename aan verhard oppervlak moet worden gecompenseerd in de vorm van nieuwe waterberging bovenop bestaand wateroppervlak. Bestaand wateroppervlak mag hier derhalve niet in worden meegerekend; • Voor de berging van het hemelwater hanteert de gemeente de voorkeursvolgorde open water of waterberging in het groen. Pas wanneer dit niet mogelijk is, kan gekozen worden voor ondergrondse voorzieningen zoals waterberging onder wegen; • Verhard oppervlak van kavels worden als volgt berekend: o Voor het dimensioneren van het (hemel)watersysteem en bepalen compensatieplicht bij nieuwbouwlocaties hanteert de gemeente een verhard oppervlak van 80% voor percelen tot 250 m² en 65% voor percelen tot 600 m². o Zijn de percelen groter dan 600 m2, dan gaat de gemeente uit van het werkelijke verhard oppervlak met een minimum van 400 m2 verhard oppervlak.

o Voor bedrijventerreinen hanteert de gemeente een verhard oppervlak van 100% van het perceeloppervlak. • De hoeveelheid aan te leggen water dient te worden berekend op basis van 30 cm peilstijging bij een bui van eens per 10 jaar (plus 10% vanwege klimaatontwikkeling) en/of een peilstijging tot maaiveld bij een bui van eens per 100 jaar (plus 10%). • Rioolstelsels in uitbreidingswijken worden uitgevoerd als gescheiden rioolstelsel. Regenwater en afvalwater dienen gescheiden te worden aangeleverd bij de erfgrens; • Nieuwe rioolstelsels worden berekend op minimaal een bui 09 (eens in de vijf jaar). Voor beheersing op maaiveldniveau moet een doorkijk gemaakt worden met een bui van 75 mm in 60 minuten. Met deze doorkijk wordt gestreefd naar het voorkomen van schade en het beperken van overlast bij extreme buien; • Het vloerpeil van woningen dient minimaal 30 cm boven het peil van de as van de weg te liggen. Dit geldt ten opzichte van de as bij een bolle weg. Bij een holle weg dient een groter verschil in acht te worden genomen; • Het peil van de as van wegen dient minimaal 1,20 m boven het zomerpeil van oppervlaktewater te liggen; • Extra kwel ten gevolge van eventuele aanleg van watergangen moet worden gecompenseerd binnen het plangebied.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Relatie tot plangebied In het kader van de watercompensatie wordt volgens de gemeentelijke hydrologische uitgangspunten uitgegaan van het werkelijk verharde oppervlak van zowel de bestaande als nieuwe situatie. Op basis daarvan is een berekening gemaakt van de vereiste watercompensatie. Deze berekening is als bijlage bijgevoegd. Uit de berekening blijkt dat een watercompensatie nodig van 139,01 m2. In overleg met de gemeente en het waterschap zal worden bepaald op welke wijze deze watercompensatie wordt gerealiseerd. Verder zal het afvalwater aangesloten worden op de bestaande riolering. 4.9

Natuur

Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen. EONW heeft een ecologische quicksan uitgevoerd op de projectlocatie. De resultaten van deze quickscan zijn opgenomen in de rapportage van EONW d.d. 14 juli 2020 met rapportnummer EONW.RA2006.01. Deze rapportage is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. Gebiedsbescherming Wet natuurbescherming Directe effecten van de ingrepen, werkzaamheden en activiteiten die voortvloeien uit de bestemmingsplanwijziging op Natura 2000-gebieden zijn als gevolg van de stedelijke ligging en de ruime afstand tot Natura 2000-gebieden uitgesloten. Niet uitgesloten is echter realisatie van de woningen en/of gebruik van de woningen gaat leiden tot een vergrote stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden en zo indirect leidt tot een overtreding van de Wet natuurbescherming.

In verband met de beoogde ontwikkeling is door Ad Fontem een AERIUS-berekening gemaakt om te bepalen of het aspect stikstof en ammoniak belemmering geeft voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling. De resultaten van deze rekening zijn opgenomen in de rapportage van Ad Fontem d.d. 10 november 2023 met nummer 23AF240. Dit rapport is als bijlage bijgevoegd. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling komt er zowel NOx als NH3 vrij. De AERIUS berekening toont aan dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. In de aanleg- en gebruiksfase ligt de emissie dan ook niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van de berekende emissie, tijdens de aanleg- en gebruiksfase, vindt er dan ook géén meetbare verhoging van de depositie NOx of NH3 plaats in Natura 2000gebieden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden. Wanneer de definitieve plannen bekend zijn dient een berekening te worden uitgevoerd met de AERIUS-Calculator om de effecten te beoordelen.

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in Natuurnetwerk Nederland. Een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland is niet aan de orde. Soortenbescherming Beschermingsregime Vogelrichtlijn Een overtreding van de Wet natuurbescherming door ingrepen, werkzaamheden en activiteiten die voortvloeien uit de bestemmingsplanwijziging kan voor vogels geheel worden voorkomen, door buiten het broedseizoen te werken of door, voordat de werkzaamheden starten, het plangebied te controleren op de afwezigheid van nesten. Beschermingsregime Habitatrichtlijn De kap van bomen, de herinrichting van de tuin en de verwachte veranderende lichtcondities kunnen leiden tot het verlies van zomer- en/of paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Ook kunnen ze leiden tot aantasting en/of verlies van foerageergebied en/of vliegroute van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Om te bepalen of de ingrepen, werkzaamheden en activiteiten die voortvloeien uit de bestemmingsplanwijziging voor genoemde soorten leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming is het nodig om hier een gericht onderzoek naar te doen.

Beschermingsregime andere soorten Van de soorten die onder dit beschermingsregime vallen kan alleen het voorkomen van steenmart een bunzing niet worden uitgesloten. Om te bepalen of deze soorten gebruik maken van het plangebied moet in de periode maart - augustus gedurende zes weken een cameraval in het plangebied worden geplaats. Genoemde methode is in overeenstemming met de Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming van de provincie Noord-Brabant (Bouwens, 2017). Effect De verwachting is, dat mochten er beschermde soorten worden aangetroffen, de plannen dusdanig kunnen worden uitgevoerd dat een overtreding grotendeels kan worden voorkomen en een eventuele ontheffing kan worden verleend. Voorwaarden die uit het onderzoek of een ontheffing kunnen voortvloeien zijn: • realiseren van voorzieningen in de nieuwbouw voor vleermuizen; • aangepaste inrichting van de tuin; • voorwaarden ten aanzien van aan te brengen verlichting en uitstraling uit het gebouw. Houtopstanden Dit beschermingsregime is volgens EONW niet aan de orde Aanvullend onderzoek Naar aanleiding van de resultaten van de ecologische quick scan heeft EONW aanvullend onderzoek gedaan naar vleermuizen, bunzing en steenmarter. In het rapport van EONW d.d. 16 september 2020met nummer EONW.RA2018.01 zijn de resultaten van dit nadere onderzoek opgenomen.

Op basis van het aanvullend onderzoek worden de volgende conclusies getrokken: • Marterachtigen zijn niet aangetroffen. Een effect op deze soortgroep is dan ook niet aan de orde. • Het plangebied maakt deel uit van het leefgebied van de gewone en ruige dwergvleermuis en de laatvlieger; • Het plangebied fungeert als essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis;

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

• • • •

• • • •

In het plangebied is een belangrijke, maar naar verwachting niet essentiële, vliegroute van gewone dwergvleermuis aanwezig; In het plangebied is een zomer- en een paarverblijfplaats van een ruige dwergvleermuis aanwezig; De zomer- en paarverblijfplaatsen kunnen ook fungeren als winterverblijfplaats in milde winters; Kap van alle bomen, als dan niet in combinatie met het sterk verlichten van het plangebied kan leiden tot het verliezen essentieel van foerageergebied van gewone dwergvleermuis en daarmee indirect tot een overtreding van de Wet natuurbescherming; Kap van alle bomen, als dan niet in combinatie met het sterk verlichten van het plangebied kan leiden tot het verleggen van de aangetroffen vliegroute niet tot het verlies ervan; Kap van de bomen met verblijfplaatsen leidt tot een overtreding van de wet natuurbescherming, net als behouden van de bomen in combinatie met het (sterk) verlichten van de directe omgeving; Met een goed inpassingsplan kan naar verwachting een overtreding van de Wet natuurbescherming worden voorkomen; Wanneer een overtreding niet te voorkomen is dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling aan Hoogstraat 37 te Werkendam. 4.10

Archeologie

Wet- en regelgeving Op 16 januari 1992 is in Valletta (Malta) het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed (Verdrag van Malta) ondertekend. Het Nederlandse parlement heeft dit verdrag in 1998 goedgekeurd. In verband met de implementatie van het Verdrag van Malta zijn in 2007 de Monumentenwet 1988 en enkele andere wetten gewijzigd door de invoering van de Wet op de Archeologische monumentenzorg. Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoed op 1 juli 2016. Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlands erfgoed geregeld in één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2024 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in eerdere wet- en regelgeving golden, worden gehandhaafd. Archeologisch vooronderzoek Bureau voor Archeologie heeft een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd voor bouwwerkzaamheden aan de Hoogstraat 37 te Werkendam. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in de rapportage van Bureau voor Archeologie d.d. 6 juli 2020 met projectnummer. 2020021001. Dit rapport is bij deze onderbouwing gevoegd.

Op basis van de resultaten van het een bureau- en inventariserend veldonderzoek adviseert Bureau voor Archeologie graafwerkzaamheden in het plangebied dieper dan 30 cm te vermijden. Het slaan van heipalen kan worden beschouwd als toelaatbare verstoring wanneer de oppervlakte van de palen maximaal 2% van het te bebouwen oppervlak beslaat. Indien het niet mogelijk is aan deze voorwaarden te voldoen wordt aanbevolen een proefsleuvenonderzoek uit te voeren waar de dieptemaat van 30 cm wordt overschreden. Een archeologisch proefsleuvenonderzoek moet worden uitgevoerd door een gecertificeerd archeologisch bedrijf aan de hand van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).

Ruimtelijke onderbouwing Werkendam, Hoogstraat 37

December 2023

Proefsleuvenonderzoek Als vervolg op het bureau- en inventariserend veldonderzoek heeft Econsultancy een proefsleuvenonderzoek op de locatie uitgevoerd. In het Evaluatierapport d.d. 13 juli 2022 zijn de resultaten van dit onderzoek beschreven. Volgens Econsultancy heeft al het vondstmateriaal potentie voor vervolgonderzoek. Daarnaast wordt geadviseerd al het materiaal te behouden voor toekomstig onderzoek (aanlevering aan het provinciaal depot Noord-Brabant), met uitzondering van de twee metaalvondsten. Dit betreft een koppelplaat uit de stort en een fragment van een metalen pin uit spoor 9. Gezien de context en de aard van deze vondsten acht Econsultancy behoud voor de toekomst niet nodig. Selectiebesluit Op basis van de uitgevoerde onderzoeken en nader overleg met de betrokken archeologen heeft de gemeente besloten om op dit moment geen aanvullend onderzoek uit te laten voeren voor de locatie van de nieuwe appartementen aan de Hoogstraat 37 in Werkendam. De archeologische dubbelbestemming blijft van toepassing in het bestemmingsplan, waardoor het mogelijk is dat voor toekomstige ontwikkelingen op dit perceel wel aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Conclusie Archeologische waarden ter plaatse vormen geen belemmering voor deze ontwikkeling.

4.11 Cultuurhistorie Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet bij een ruimtelijke ontwikkeling worden verantwoord op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en monumenten rekening is gehouden. Inleiding Per 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Als gevolg van de MoMo is het Bro (artikel 3.1.6, lid 2) gewijzigd. Wat eerst voor alleen archeologie gold, geldt nu ook voor al het cultureel erfgoed. In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet.

Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die in 2024 in werking treedt, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14307191/1