CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke onderbouwing bij RV VVGB Buitenlust Sleeuwijk 13 appartementen

Raadsvergadering 18 juni 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: VVGB Buitenlust Sleeuwijk 13 appartementen23.629 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Phoenicurus ochruros Zwarte specht Dryocopus martius

Categorie 1

Uitleg categorie Nesten die buiten het broedseizoen ook als vaste rust- en verblijfplaats dienen

2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4 4 4 4 4 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5

Nesten van koloniebroeders die op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing Nesten van vogels die ieder jaar op dezelfde plaats broeden en daarin honkvast zijn of afhankelijk zijn bebouwing

Vogels die ieder jaar gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een nest te bouwen

Nesten zijn alleen beschermd in het broedseizoen, wel is een inventarisatie gewenst

Vrijstelling per provincie Friesland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Bunzing Mustela putorius • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Hermelijn Mustela erminea • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana • • • • • • • •

ridibunda) Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Steenmarter Martes foina Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

Groningen • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

• • • • • • • •

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

Noord-Holland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

• • • • • • • •

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wild zwijn Sus scrofa Woelrat Arvicola terrestris

Zuid-Holland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Bunzing Mustela putorius • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Hermelijn Mustela erminea • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana • • • • • •

ridibunda) Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

Drenthe • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Bunzing Mustela putorius • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Hermelijn Mustela erminea • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

• • • • • • • •

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris

Overijssel • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana • • • • • •

ridibunda) Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Gelderland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus

• • • • • • •

Gewone bosspitsmuis Sorex araneus Gewone pad Bufo bufo Haas Lepus europeus Huisspitsmuis Crocidura russula Kleine watersalamander Triturus vulgaris Konijn Oryctolagus cuniculus Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda) • • • • • • •

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Flevoland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

• • • • • • •

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Utrecht • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

• •

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus

• • • • •

Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Zeeland • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

• • • • • • •

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Noord-Brabant • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus

•

Meerkikker

ridibunda) • • • • • • •

Pelophylax

ridibundus

(Rana

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Woelrat Arvicola terrestris

Limburg • Aardmuis Microtus agretis • Bastaardkikker Pelophylax esculentus • Bosmuis Apodemus sylvaticus • Bruine kikker Rana temporaria • Bunzing Mustela putorius • Dwergmuis Micromys minutus • Dwergspitsmuis Sorex minutus • Egel Erinaceus europaeus • Gewone bosspitsmuis Sorex araneus • Gewone pad Bufo bufo • Haas Lepus europeus • Hermelijn Mustela erminea • Huisspitsmuis Crocidura russula • Kleine watersalamander Triturus vulgaris • Konijn Oryctolagus cuniculus • Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana

ridibunda)

• • • • • • • • • • • •

Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus Ree Capreolus capreolus Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus Steenmarter Martes foina (15 augustus t/m februari) Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus Veldmuis Microtus arvalis Vos Vulpes vulpes Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris Hazelworm Anguis fragilis (juli t/m september) Levendbarende hagedis Zootoca vivipara (15 augustus t/m 15 oktober) Eekhoorn Sciurus vulgaris (maart t/m april en juli t/m november)

Toelichting vrijstelling De vrijstelling geldt in voor de soorten hierboven genoemd, mits het gaat om handelingen die worden verricht in verband met: a. De uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting; b. De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. De uitvoering van werkzaamheden in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. Bestendig gebruik.

Bron: Habitus

Bijlage E Wet- en regelgeving OMGEVINGSWET Vanaf 1 januari 2024 is in Nederland de Wet Natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. Hieronder staan de belangrijkste onderdelen voor dit rapport van deze wet uitgewerkt. Bescherming habitats en soorten Vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn zijn lidstaten verplicht speciale beschermingszones (Natura 2000-gebieden) aan te wijzen (artikel 2.11, lid 2). Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudings-doelstellingen t.a.v.: • Leefgebieden voor vogelsoorten (Vogelrichtlijn) • Natuurlijke habitatten en de habitatten van soorten (Habitatrichtlijn) • Bescherming andere soorten Bescherming habitats en soorten. Afdeling 3.7, artikel 3.57 1. Het provinciebestuur draagt zorg voor het treffen van de maatregelen die nodig zijn voor: a. de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen en leefgebieden in voldoende gevarieerdheid voor alle in Nederland van nature in het wild levende vogelsoorten en in het bijzonder de vogelsoorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en de niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten; b.

het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn, van de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, genoemd in bijlage I bij de habitatrichtlijn, en van de in Nederland voorkomende habitats van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; en c. het behoud of het herstel van een gunstige staat van instandhouding van de met uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende van nature in Nederland in het wild voorkomende dier- en plantensoorten, genoemd in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3°, van de wet. 2. De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn zodanig afgestemd op de maatregelen van de provinciebesturen van de andere provincies, dat tezamen met die maatregelen de doelstellingen voor geheel Nederland kunnen worden bereikt.

De activiteit kan alleen uitgevoerd worden als het Bevoegd Gezag een vergunning verleend. Voor werkzaamheden die uitgevoerd worden in nationaal belang is de minister van Economische Zaken Bevoegd Gezag. Soortbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen drie beschermingsregimes: • Vogelrichtlijnsoorten • Habitatrichtlijnsoorten • Andere soorten (nationale soorten)

Per beschermingsregime zijn aparte beoordelingsregels opgesteld, zie onderstaande tekstvak. Deze beoordelingsregels gelden overal in Nederland en kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen en/of het herzien/opstellen van bestemmingsplannen. Deze activiteiten dienen getoetst te worden aan de Omgevingswet. De toetsing omvat: • Inventarisatie van het (mogelijk) voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en de directe omgeving daarvan, • Inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten t.g.v. de activiteit op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan aanwezig zijn, • Indien nodig, een opname van maatregelen die de (significant) negatieve effecten op de beschermde soorten en diens habitatten mitigeren en/of compenseren. Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteiten: soorten vogelrichtlijn. Afdeling 8.6 Artikel 8.74j: 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, 11.38, eerste lid, 11.39, eerste lid, of 11.40 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen andere bevredigende oplossing dan het verrichten van de activiteit bestaat; b. de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; 2°.

in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; 3°. voor het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; 4°. ter bescherming van flora en fauna; 5°. voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of 6°. om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; en c. de activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van deze soort. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving tot beperking van de omvang van een populatie van vogels, worden bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, alleen de belangen, bedoeld in dat onderdeel, onder 1° tot en met 4°, in aanmerking genomen. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend aan een faunabeheereenheid, tenzij de noodzaak ontbreekt voor het verrichten van de activiteit door tussenkomst van een faunabeheereenheid. In dat geval kan de omgevingsvergunning ook worden verleend aan een wildbeheereenheid of aan anderen. 4.

Een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 11.40, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving die betrekking heeft op het gebruik van motorboten op open zee wordt alleen verleend als is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in bijlage IV, onder b, tweede gedachtestreepje, tweede zin, bij de vogelrichtlijn.

Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten habitatrichtlijn. Afdeling 8.6 Artikel 8.74k: 1. Voor zover een aanvraag een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, 11.47, eerste lid, of 11.48, van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen andere bevredigende oplossing voor het verrichten van de activiteit bestaat; b. de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of 5°.

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; en c. de activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.46, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving tot beperking van de omvang van een populatie van dieren van soorten als bedoeld in dat lid, worden bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, alleen de belangen, bedoeld in dat onderdeel onder 1°, 2° en 3°, in aanmerking genomen. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend aan een faunabeheereenheid, tenzij de noodzaak ontbreekt voor het verrichten van de activiteiten door tussenkomst van een faunabeheereenheid. In dat geval kan de omgevingsvergunning ook worden verleend aan een wildbeheereenheid of aan anderen.

Beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: andere soorten. Afdeling 8.6 Artikel 8.74I: 1. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als: a. er geen andere bevredigende oplossing bestaat; b. de activiteit nodig is: 1°. in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4°. voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of 5°.

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; 6°. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 7°. voor het voorkomen van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 8°. voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; 9°. voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 10°. in het kader van een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 11°. in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 12°.

in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; of 13°. in het algemeen belang; en c. de activiteit geen afbreuk doet aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. 2. Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een flora- en faunaactiviteit als bedoeld in artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving tot beperking van de omvang van een populatie van dieren van soorten als bedoeld in dat lid, worden bij de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, alleen de belangen, genoemd in dat onderdeel onder 1°, 2°, 3°, 7°, 9° en 13°, in aanmerking genomen. 3. Een omgevingsvergunning als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend aan een faunabeheereenheid, tenzij de noodzaak ontbreekt voor het verrichten van de activiteiten door tussenkomst van een faunabeheereenheid. In dat geval kan de omgevingsvergunning ook worden verleend aan een wildbeheereenheid of aan anderen.

Ontheffing en vrijstellingen Wanneer ten minste 1 verbodsbepaling uit bovenstaande artikelen overtreden wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij het Bevoegd Gezag waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing geeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Deze kunnen verkregen worden wanneer er: • Geen andere bevredigende oplossing bestaat, • Geen negatief effect is op de staat van intandhouding van de soort,

•

Er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen

Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “Dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing zijn een activiteitenplan en/of een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de natuurtoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd dienen te worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Voor de soorten uit beschermingsregime “Andere soorten” geldt een vrijstelling van de beoordelingsregels uit artikel 8.74, mits een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor overtreding van één of meerdere beoordelingsregels uit artikel 8.74 van de Omgevingswet.

Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. Zorg voor de fysieke leefomgeving (Afdeling 1.3) Een ieder draagt voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving. Dit houdt in dat (mogelijke) nadelige gevolgen voor onder andere flora en fauna, voor zover mogelijk, zoveel mogelijk vermeden dienen te worden. De Zorgplicht dient hiermee als vangnet voor de onbeschermde soorten in Nederland. Activiteit met nadelige gevolgen. Afdeling 1.3 Artikel 1.7 Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Verbod activiteit met aanzienlijke nadelige gevolgen. Afdeling 1.3 Artikel 1.7a 1.

Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt de toepassing van het eerste lid uitgewerkt of begrensd. De uitwerking of begrenzing strekt in ieder geval ter uitvoering van de richtlijn milieustrafrecht en heeft betrekking op: a. de omvang van de nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving, b. de gevallen waarin het eerste lid van toepassing is.

Stroomschema Omgevingswet Flora en Fauna VOORKOM VERTRAGING, vraag op tijd een ecologisch onderzoek aan! Voorafgaand aan het uitvoeren van een ruimtelijke ingreep is een ecologisch onderzoek wettelijk verplicht! 1 Natuurtoets duurt 2 à 4 weken, periode jaarrond

Kunnen er (in potentie) beschermde soorten aanwezig zijn en zijn negatieve effecten op deze soorten niet uit te sluiten?

Geen ontheffing nodig. Geplande ingreep kan uitgevoerd worden. Soms zijn aanpassingen aan het plan noodzakelijk. De zorgplicht is altijd van toepassing.

NEE

JA 2 Nader onderzoek (soort) duurt 1 tot 12 mnd (afhankelijk van de soort), periode: april-oktober

Zijn beschermde soorten daadwerkelijk aanwezig?

Er is geen ontheffing nodig. Geplande ingreep kan uitgevoerd worden. De zorgplicht is altijd van toepassing.

NEE JA 3 Advies opstellen: mitigatie- en/of compensatie

duurt 4-8 weken, maatregelen soms tot 1 jaar nodig

Blijven negatieve effecten aanwezig?

NEE

De opdrachtgever dient maatregelen te treffen om negatieve effecten te vermijden. Wijzigingen in het plan zijn noodzakelijk. Soms ook ecologische begeleiding noodzakelijk. De zorgplicht is altijd van toepassing.

JA 4 Ontheffing aanvragen

duurt ca 3 maanden (is afhankelijk van Bevoegd Gezag)

In sommige gevallen geeft het Bevoegd Gezag (Provincie) een ontheffing af. Is ecologische begeleiding nodig?

Wanneer een ontheffing verleend wordt, kunnen de geplande werkzaamheden in uitvoering.

NEE

JA 5 Ecologische begeleiding Maatwerk

De werkzaamheden worden onder begeleiding van een ecoloog uitgevoerd.

In de praktijk: Verbouwen/renovatie/sloop: • Kappen van groen/bomen: • Meer info?

BAECX BV

Broedvogels, vleermuizen, overige zoogdieren, vegetatie op muren Broedvogels, vleermuizen, overige zoogdieren, insecten, vegetatie

•

de Spil 31 C Kootwijkerbroek

•

info@baecx.nl

•

0342-430110

Snel en deskundig advies voor jou

Wij helpen snel en doelgericht, zodat jij verder kunt met je toekomstplannen

Bodem

aanbevelingen en

Asbest Wij zijn in het bezit van een procescertificaat Asbestinventarisatie, op basis van het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering. Dit betekent dat we gecertificeerd zijn om alle vormen van asbestinventarisatie uit te voeren.

Ecologie Wij voldoen aan de deskundigheidseisen zoals de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland die stelt met betrekking tot ecologische deskundigheid. Dit betekent dat we niet alleen natuurtoetsen uit mogen voeren, maar ook vervolg- onderzoeken.

ADRES:

Buitenlust

POSTCODE:

4254XS

PLAATS:

Sleeuwijk

KADASTRALE GEGEVENS:

sectie S, perceelnummers 2673 en 2674, kadastrale gemeente WKD00

NAAM:

RO-Advies

ADRES:

Dorpsstraat 4

POSTCODE:

3381 AG

PLAATS:

Giessenburg

TELEFOONNUMMER:

0184-701733

CONTACTPERSOON:

Dhr. J. (Joost) van Barneveld

E-MAILADRES:

info@ro-advies.nl

NAAM:

Baecx B.V.

VELDWERKER:

Dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax

DATUM VELDWERK:

25 januari 2023

PROJECTNUMMER:

P221254-01

PROJECTLEIDER:

Dhr. J. (Jasper) Smits

PROJECTMEDEWERKER:

Mevr. J. (Jaëlla) Thomassen

AUTORISATIEDATUM:

16 februari 2023

Het geldige rapport is degene met het hoogste versienummer. Eerdere versies met lager(e) versienummer(s) komen met de komst van een opvolgend versienummer te vervallen. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Versienummer

Autorisatiedatum

Wijzigingen

1

16 februari 2023

Geen; eerste uitgifte

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG VOOR ZAKELIJK GEBRUIK WORDEN VERVEELVOUDIGD, OP WELKE WIJZE OOK, ZONDER VOORAFGAANDE (SCHRIFTELIJKE) TOESTEMMING VAN BAECX B.V.

Samenvatting ........................................................................................................................ 4 1.

2.

3.

4.

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding en doelstelling....................................................................................... 5

1.2

Normering en certificatie ........................................................................................ 5

Vooronderzoek ............................................................................................................... 6 2.1

Onderzoekslocatie .................................................................................................. 6

2.2

Historisch onderzoek ............................................................................................... 6

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie .......................................................................... 7

2.4

Onderzoekshypothese ............................................................................................ 7

2.5

Onderzoeksopzet .................................................................................................... 7

Veldonderzoek ............................................................................................................... 8 3.1

Terreininspectie....................................................................................................... 8

3.2

Visuele inspectie ..................................................................................................... 8

3.3

Boringen en peilbuizen ........................................................................................... 8

3.4

Bemonstering .......................................................................................................... 8

Laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 9 4.1

Laboratorium........................................................................................................... 9

4.2

Resultaten en interpretatie ...................................................................................... 9

Conclusies en aanbevelingen ...............................................................................................10

A. Tekeningen B. Foto’s C. Vooronderzoek D. Boorprofielen en veldverslag E. Analysecertificaten F. Toetsingsresultaten G. Functiescheiding

Naar aanleiding van voorgenomen herontwikkeling is op locatie Buitenlust te Sleeuwijk, kadastraal bekend als sectie S, perceelnummers 2673 en 2674, kadastrale gemeente WKD00 in opdracht van RO-Advies een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1:2016 uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit van het perceel zodat kan worden vastgesteld of de bodem geschikt is voor het huidige en/of toekomstige gebruik. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek en de toetsing van de analyseresultaten concludeert Baecx B.V. dat de grond van de locatie niet verontreinigd is. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Dit benodigd geen verdere actie. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden geaccepteerd. De locatie wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Dit onderzoek is uitsluitend gericht op verontreinigingen in bodem en is steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks dat het onderzoek conform de geldende normen en richtlijnen uitgevoerd, kan nooit worden uitgesloten dat elders op de locatie (andere) verontreinigingen aanwezig zijn. Bij grondverzet dient hiermee rekening gehouden te worden.

Naar aanleiding van voorgenomen herontwikkeling is op locatie Buitenlust te Sleeuwijk, kadastraal bekend als sectie S, perceelnummers 2673 en 2674, kadastrale gemeente WKD00 in opdracht van RO-Advies een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740+A1:2016 uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit van het perceel zodat kan worden vastgesteld of de bodem geschikt is voor het huidige en/of toekomstige gebruik.

Baecx B.V. is gecertificeerd (certificaatcode NC-SIK-10084 en NC-SIK-20353) door Normec Certification voor het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken conform BRL SIKB 1000 en BRL SIKB 2000, met bijbehorende protocollen 1001, 2001, 2002 en 2018 en werkt volgens de normeringen NEN 5707, 5725, 5740, 5744 en 5755. Daarnaast is Baecx B.V. gecertificeerd (certificaatcode 07-D070148.01) door Normec Certification voor het uitvoeren van asbestinventarisaties conform het Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering als bedoeld in de artikelen 4.27 en 4.28 van de Arbeidsomstandighedenregeling. Het kwaliteitssysteem van Baecx B.V. voldoet aan de eisen van de NEN EN-ISO 9001:2015. Baecx B.V. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen (zie bijlage G). Dit verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 5740+C2:2017. Het veldwerk wordt uitgevoerd conform de systematiek uit de BRL SIKB 2000 ‘Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek’ met de daarbij behorende protocol 2001 en 2002.

Het vooronderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke zorgvuldigheid en conform, voor zover relevant, de NEN 5725:2017. Toch kan het zijn dat bepaalde informatie niet gevonden is. Voorafgaand aan het veldwerk is er een terreininspectie als afsluiting van het vooronderzoek uitgevoerd (zie § 3.1).

De volgende gegevens zijn over de locatie bekend: Adres Kadastraal bekend als Coördinaten In gebruik als Totale oppervlakte onderzoekslocatie

Buitenlust te Sleeuwijk WKD00 S 2673 en 2674 X: 51.811775 en Y: 4.960906 ‘agrarisch’ 4505 m²

Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht. Momenteel is de onderzoekslocatie niet in gebruik. Sinds 1969 zijn er rondom de onderzoekslocatie woningen gebouwd. In de toekomst wordt er nieuwbouw gerealiseerd. Het maaiveld is onverhard. In bijlage A is op de kadastrale kaart de afbakening van de onderzoekslocatie weergegeven. In bijlage B zijn een aantal foto’s van de onderzoekslocatie opgenomen.

Op de locatie is, voor zover bekend, niet eerder een milieukundig onderzoek uitgevoerd. Binnen een straal van 25 meter zijn al eerder milieukundige onderzoeken uitgevoerd, hieronder nader omschreven: Zandpad 9/9a te Sleeuwijk

Locatiecode AA087001853 •

Verkennend onderzoek NEN 5740, uitgevoerd voor 1987 o Resultaten: maximale lichte verhogingen vastgesteld in sintels

Uit de historische informatie van de Omgevingsdienst Midden- & West-Brabant blijkt dat er op de onderzoekslocatie, voor zover bekend, geen activiteiten/calamiteiten hebben plaatsgevonden die de milieuhygiënische bodemkwaliteit negatief kunnen hebben beïnvloed. Vanuit de geraadpleegde historische kadasterkaarten (Topotijdreis) is af te leiden dat sinds 1969 rondom de onderzoekslocatie bebouwing plaatsvindt, zie bijlage C.

Ook is de Bodemkwaliteitskaart geraadpleegd om inzicht te krijgen in de vermoedelijke kwaliteit van de onderzoekslocatie. Hieruit is gebleken dat het onderzoeksgebied ligt in de zone ‘Achtergrondwaarde’ van de bodemkwaliteitskaart van de Omgevingsdienst Midden- & West-Brabant. Uit de ontgravingskaart blijkt dat de bovengrond voldoet aan de klasse ‘landbouw natuur’ en de ondergrond aan klasse ‘landbouw natuur’.

Voor de bodemgegevens en geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland. Het maaiveld van de onderzoekslocatie bevindt zich circa 0,6 meter boven NAP volgens de Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN Viewer). De geohydrologische bodemopbouw, volgens DINOloket (REGIS II), is weergegeven in onderstaande tabel. Dit is op basis van het dichtstbijzijnde boormonsterprofiel en interpretatie. Diepte (m-mv) 0,0 – 1,0 1,0 – 5,5 5,5 – 12,0 12,0 – 20,0 20,0 – 25,0

Samenstelling Zand Leem Zand Zand Zand

Parameters Matig grof, kleiig, zwak grindig, zwak humeus, zwak siltig Kleiig, zwak zandig Matig grof, zwak grindig Matig grof, sterk grindig Zeer grof, zwak grindig, humeus

Regionaal is de stromingsrichting van het grondwater westelijk gericht.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek concludeert Baecx B.V. dat de onderzoekslocatie op kleinschalig niveau onverdacht is voor bodemverontreiniging. De onderzoekshypothese wordt onverdacht gesteld. Op basis van het vooronderzoek bestaat naar ons inzicht geen noodzaak het aantal stoffen uit het standaardpakket te wijzigen of aan te vullen.

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de doelstelling van het onderzoek is, conform de NEN 5740, de volgende onderzoekstrategie bepaald: ‘onverdachte locatie (ONV), paragraaf 5.1. Op basis van de gekozen onderzoeksstrategie dienen de volgende werkzaamheden te worden uitgevoerd: Veldwerk:

Analyses:

11 boringen in de bovengrond tot 0,5 meter – maaiveld 3 boring in de ondergrond tot grondwaterniveau 1 boring met peilbuis 3 standaardpakketten grond* 1 standaardpakket grondwater**

* Standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB’s (7), minerale olie. ** Standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerd koolwaterstoffen en minerale olie.

Op 25 januari 2023 is het onderzoeksgebied bezocht door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en dhr. A. (Arjan) Fraanje (in opleiding). Hierbij zijn aanvullende gegevens over de onderzoekslocatie verzameld. Deze vormden geen aanleiding tot het wijzigen van de eerder vastgestelde hypothese en onderzoeksopzet.

Op 25 januari 2023 is het veldwerk uitgevoerd door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en dhr. A. (Arjan) Fraanje (in opleiding) conform de BRL SIKB 2000, versie 6.0 en het bijbehorende protocollen 2001, versie 6.0 en 2002, versie 6.0. De onderzoekslocatie is visueel beoordeeld en er zijn geen verontreinigingen zintuigelijk waargenomen. Er is visueel op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Het maaiveld is onverhard.

In bijlage A is de kadastrale kaart van de onderzoekslocatie met hierop de geplaatste boringen en peilbuizen opgenomen. Er zijn 15 handboringen uitgevoerd, waarvan 4 boringen zijn doorgezet als diepe boring en 1 boring is afgewerkt als peilbuis. De opgeboorde grond is visueel beoordeeld en de zintuigelijke waarnemingen zijn weergegeven in de boorprofielen (zie bijlage D). Het grondwaterniveau tijdens het veldwerk was relatief hoog. Na een natte periode is er nog veel hangwater in de bovenste bodemlagen aanwezig. Dit heeft verder aannemelijk geen invloed op de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

De monstername van de grond heeft plaatsgevonden op 25 januari 2023 door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en dhr. A. (Arjan) Fraanje (in opleiding). Veldwaarnemingen: 0 – 50 centimeter minus maaiveld 50 – 100 centimeter minus maaiveld

Een matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zandige bovengrond Een matig fijn, zwak siltig zandig ondergrond

De monstername van het grondwater heeft plaatsgevonden op 25 januari 2023 door dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax en dhr. A. (Arjan) Fraanje (in opleiding). Bij het afpompen en de monsterneming zijn geen bijzonderheden waargenomen. De veldmetingen aan het grondwater zijn in onderstaande tabel opgenomen. Peilbuis 1

Grondwaterstand (m-mv) 0,6

Zuurgraad (-) 7.1

Geleidbaarheid (µS/cm) 880

Troebelheid (NTU) 8

Van de genomen monsters zijn 3 mengmonsters samengesteld door de projectleider. De monsters zijn afzonderlijk verpakt, geconserveerd en ter analyse aangeboden aan het laboratorium van AL-West B.V. te Deventer. Het laboratorium is door Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd. De monsteranalyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS 3000 en de onderliggende protocollen. Het laboratoriumonderzoek is samengevat in de navolgende tabel. Monstercode MMG01

Boorgaten Traject (m-mv) Analyse(pakket) B05-1, B06-1, B04-1, B07-1, B11-1, B12-1, 0,0 – 0,5 standaardpakket grond* B01-1, B14-1 en B03-1 MMG02 B08-1, B09-1, B10-1, B13-1, B02-1 en B15-1 0,0 – 0,5 standaardpakket grond* MMG03 B01-2, B03-2, B04-2 0,5 – 1,0 standaardpakket grond* * standaardpakket grond: zware metalen (9), PAK-totaal (10 van VROM), PCB’s (7), minerale olie Grondwatermonster Peilbuis nr. Analyse(pakket) PB01 1 standaardpakket grondwater* * standaardpakket grondwater: zware metalen (9), vluchtige aromaten, gehalogeneerd koolwaterstoffen en minerale olie

De analyseresultaten zijn opgenomen in bijlage E. Deze resultaten zijn getoetst volgens BoToVa. De tabel met berekende toetsingswaarden resultaten van de toetsing zijn opgenomen in bijlage F. Monstercode > AW MMG01* MMG02* MMG03* AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) * Allen conform toetsing aan WBB

>T -

>I -

Er zijn verschillen met de richtlijnen geconstateerd die mogelijk de betrouwbaarheid van de analyseresultaten beïnvloeden. De conserveringstermijn is voor volgende analyses overschreden: naftaleen, koolwaterstoffractie, C10-C40. Interne controle van de processen alsmede van de eindresulten hebben geen afwijking aan het licht gebracht. Het eindresultaat is volgens ons niet negatief beïnvloed door deze afwijking. Grondwatermonster PB01

>S Barium

S = streefwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd)

>T

>I

Voor de parameters naftaleen en minerale olie is door het laboratorium aangegeven dat de conserveringstermijn voor deze monsters is overschreden, ondanks zorgvuldig handelen en tijdig aanleveren van de monsterpotten of -flessen. Interne controle op de werkwijze en navraag bij het laboratorium hebben geen verdere bijzonderheden opgeleverd. Wij achten de resultaten van dit onderzoek dan ook niet negatief beïnvloed.

Op basis van de resultaten van het veldonderzoek en de toetsing van de analyseresultaten concludeert Baecx B.V. dat de grond van de locatie niet verontreinigd is. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. Dit benodigd geen verdere actie. Vanwege de resultaten dient de vooraf vastgestelde hypothese te worden geaccepteerd. De locatie wordt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Dit onderzoek is uitsluitend gericht op verontreinigingen in bodem en is steekproefsgewijs uitgevoerd. Ondanks dat het onderzoek conform de geldende normen en richtlijnen uitgevoerd, kan nooit worden uitgesloten dat elders op de locatie (andere) verontreinigingen aanwezig zijn. Bij grondverzet dient hiermee rekening gehouden te worden.

Bijlage A

Onderzoekslocatie Ondiepe boring Diepe boring Peilbuis

Deze tekening is noordgericht. Projectnummer: P221254-01 Locatie: Buitenlust te Sleeuwijk

Bijlage B

Bijlage C

1936:

1969:

1998:

2004:

2021:

Bijlage D

1

Pb -1

weiland / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

1 50

0

-40

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, oranje, m at ig roest , edelm an 2

100

100

-100

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, laagjes klei, edelm an 150 -180 200

klei, zwak zandig, neut raal grijs, blauw, edelm an

200 t ype dat um boorm eest er

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

-200

m eet punt 1 378398900

m eet punt 1 378398901

m eet punt 1 378398902

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Bu it e n lu st t e Sle e u w ijk P2 2 1 2 5 4 -0 1 N EN 5 1 0 4

2

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

2

klei, m at ig zandig, neut raal grijs, blauw, edelm an

0

50 -60

100 t ype dat um boorm eest er

-100

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 2 378398893

3

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

50 2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, beige, edelm an

100 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

-100

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 3 378398898

4

weiland / cm t ov m aaiveld

0

1 50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an 2

100 t ype dat um boorm eest er

-100

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 4 378398888

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Bu it e n lu st t e Sle e u w ijk P2 2 1 2 5 4 -0 1 N EN 5 1 0 4

5

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an -50

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

m eet punt 5 378398886

6

weiland / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-40

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

-50

m eet punt 6 378398887

7

weiland / cm t ov m aaiveld

0

1 50 t ype dat um boorm eest er

g r on d b or in g 2 5 -0 1 -2 0 2 3 V e ld w e r k e r

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, beige, edelm an

0

-15

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, licht bruin, beige, edelm an -50

m eet punt 7 378398889

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Bu it e n lu st t e Sle e u w ijk P2 2 1 2 5 4 -0 1 N EN 5 1 0 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15549597/1