Bijlage mail inwoner over mobiliteitsplan Altena - Structuurvisie
Tekst van het document
Structuurvisie Land van Heusden en Altena Vastgesteld
Inhoudsopgave
1.
pagina
Wonen 1.1 Een woningvoorraad geschikt voor alle doelgroepen
17 19
1.1.1 Voldoende passende woonruimte 1.1.2 Een driedelige woningmarkt 1.1.3 Inbreidingen en uitleglocaties 1.1.4 Aanpassing van de woning aan veranderende wooneisen 1.1.5 Levensloopbestendig kunnen wonen 1.1.6 Behoud van kwaliteit van de woonomgeving 1.2 Invulling geven aan prestatieafspraken
19 20 20 21 21 21 21
1.2.1 Prestatieafspraken 1.2.2 Herstructurering woningbouw 1.2.3 Particulier woningbezit 1.2.4 Bijdragen aan de sociaal-maatschappelijk goede samenleving 1.3 Woningbouwinitiatieven moeten bijdragen aan de woonkwaliteit
22 22 22 22 23
1.3.1 Inspelen op veranderende vraag: extramuralisering 1.3.2 Toetsingskader voor woningbouwplannen in de kernen 1.3.3 Toetsingskader voor uitbreiding woonfunctie buitengebied 1.3.4 Toetsingskader huisvesting van arbeidsmigranten 1.4 Verval van de woningvoorraad en woonomgeving voorkomen
23 24 25 25 26
1.4.1 Zorg voor de context van het wonen 1.4.2 Ontwikkeling in de kwaliteit van de woningen
2.
26 26
Voorzieningen 2.1 Veiligstellen van aanbod basisvoorzieningen binnen de drie gemeenten
29 30
2.1.1 Basisfuncties 2.1.2 Zorgvoorzieningen 2.1.3 Woonserviceszones 2.2 Minimale voorzieningen per kern, voldoende voorzieningen in de regio
30 31 31 32
2.2.1 Minimale functies per kern 2.2.2 Voldoende voorzieningen in de regio 2.2.3 Grensoverschrijdende voorzieningen 2.2.4 Specifieke voorzieningen: verpleegzorg 2.2.5 Bijdragen aan de sociaal-maatschappelijk goede samenleving 2.3 Initiatieven die voorzieningenstructuur versterken faciliteren
32 32 33 33 33 33
2.3.1 Initiatieven uit de gemeenschap 2.3.2 Bundeling van functies 2.3.3 Kleinschalige zorgvoorzieningen 2.4 Verlies laatste basisvoorziening in een kern voorkomen
33 34 34 34
Inhoudsopgave
1
3.
4.
Economie 3.1 Een goed functionerende economie en een goede arbeidsparticipatie
36 41
3.1.1 Een goed functionerende economie 3.1.2 Verbeteren arbeidsparticipatie 3.1.3 Detailhandel 3.1.4 Horeca 3.1.5 Recreatie en toerisme 3.2 Regionale ruimte voor doorontwikkeling van bedrijven
41 41 42 42 43 43
3.2.1 (Sub)regionale bedrijventerreinen 3.2.2 Herstructurering 3.2.3 Detailhandel en leisure 3.2.4 Horeca 3.2.5 Recreatie en toerisme 3.2.6. Gebiedsvisie Waterfront Woudrichem 3.3 Ondernemers in staat stellen te kunnen blijven ondernemen
44 44 45 46 46 47 47
3.3.1 Diversiteit aan initiatieven 3.3.2 Bedrijfsactiviteiten 3.3.3 Derde haven 3.3.4 Agrarische bedrijfsactiviteiten 3.3.5 Toerisme en recreatie 3.3.6 Maatschappelijke voorzieningen 3.3.7 Commerciële voorzieningen 3.4 Voorkomen dat ondernemers naar een locatie buiten de regio verplaatsen
47 48 48 49 50 51 51 52
Omgeving en eigenheid 4.1 Behoud van de kwaliteit en karakteristieken van het landschap en de kernen
55 57
4.1.1 De dorpen 4.1.2 Cultuurhistorie 4.1.3 Archeologie 4.1.4 Historische bouwkunst 4.1.5 Historische geografie 4.1.6 Klimaatadaptatie 4.2 Versterken van de structuren van belang voor de kwaliteit en karakteristiek
57 57 59 59 61 64 66
4.2.1 Zoeklocaties stedelijke ontwikkeling 4.2.2 Planmatige gebiedsontwikkelingen 4.2.3 Stedelijk water 4.2.4 De dorpen 4.2.5 Het buitengebied 4.3 Ruimte voor initiatieven die de kwaliteit versterken
66 66 67 68 68 68
4.3.1 Initiatieven in de dorpen 4.3.2 Initiatieven in het buitengebied 4.3.3 Ruimte voor Ruimte 4.3.4 Landgoederen 4.3.5 Duurzame energie 4.3.6. Waterkwantiteit landelijk gebied
2
69 69 70 70 71 72
Inhoudsopgave
5.
4.3.7. Natuurbeleid van hogere overheden 4.3.8. EVZ en EHS 4.4 Risico's van sluipend verlies van kwaliteit en karakteristiek
72 73 74
Verkeer en mobiliteit 5.1 Verkeersveilige infrastructuur voor alle verkeersdeelnemers
77 79
5.1.1 Mobiliteitsnetwerken 5.1.2 Externe veiligheid 5.2 Goede bereikbaarheid van voor leefbaarheid belangrijke voorzieningen
79 80 80
5.2.1 Scheiding van mobiliteitsnetwerken in het buitengebied 5.2.2 Mobiliteit en bereikbaarheid kernen, bedrijventerrein en buitengebied 5.2.3. Bereikbaarheid over water 5.2.4 Landbouwverkeer 5.2.5 Openbaar vervoer 5.2.6 Langzaam verkeer 5.2.7 Gemeentespecifieke knelpunten 5.3 Nieuwe ontwikkelingen laten bijdragen aan oplossen bestaande knelpunten
80 81 81 81 82 82 82 83
5.3.1 Kansen op het gebied van mobiliteit 5.3.2 Omleiding Almkerk 5.3.3 Parkeren 5.3.4 Externe veiligheid 5.4 Verslechteren bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid door gebruik mobiliteitsstructuur
83 83 84 84
5.4.1 Ontwikkelingen op het gebied van bereikbaarheid en mobiliteit 5.4.2 Bovenregionale knelpunten wegverkeer 5.4.3 Bovenregionale ontwikkelingen railverkeer
85 85 85 85
6.
Uitvoeringsparagraaf 6.1 Procesinstrumenten 6.2 Juridische instrumenten 6.3 Financiële instrumenten 6.4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
86 86 87 88 92
7.
Proces en procedure 7.1 Vooroverleg 7.2 Burgerparticipatie
95 95 95
Inhoudsopgave
3
4
Inleiding
INLEIDING
Het Land van Heusden en Altena: schatkamer tussen de rivieren, ruimte voor ontwikkeling met kwaliteit Welkom in de gezamenlijke (ruimtelijke) structuurvisie van de drie gemeenten Aalburg, Werkendam en Woudrichem. Met deze structuurvisie leggen de gemeentebesturen van de drie gemeenten de hoofdlijnen vast van het door hen gewenste ruimtelijke beleid richting 2025. Hierbij beseffen de drie gemeenten heel goed dat ze als gemeenten de realisatie van het gewenste beleid niet alleen aankunnen. Goede initiatieven, die passen binnen de kaders van deze structuurvisie, zijn van harte welkom. De gemeenten willen deze graag ondersteunen, stimuleren en soms ook (mee) opstarten. Ongewenste ontwikkelingen willen ze uiteraard graag voorkomen. Dat betekent dat ze keuzes moeten maken en dat doen de gemeenten in deze structuurvisie. Sturingsfilosofie Een belangrijk uitgangspunt voor de opzet van deze structuurvisie vormt de sturingsfilosofie die de gemeenten voor de komende planperiode in de ruimtelijke ordening willen hanteren. Of, anders gezegd, welke regierol de gemeenten voor zichzelf zien. Het is om deze reden dat de gemeenten voor alle vijf beleidsvelden die in hun onderlinge samenhang in deze structuurvisie langskomen (wonen, voorzieningen, economie, omgeving en eigenheid, verkeer en mobiliteit) steeds vier vormen van gemeentelijke regie onderscheiden.
Het gaat dan om ruimtelijke ontwikkelingen die de gemeenten tot hun basisverantwoordelijkheid rekenen (moeten), ontwikkelingen die hun ambities betreffen (willen), ontwikkelingen die veelal van derden afkomstig zijn maar waarbij de gemeenten zo goed mogelijk kansen willen benutten (kunnen) en tenslotte ontwikkelingen die de gemeenten willen voorkomen omdat ze kwaliteiten en waarden aantasten (voorkomen). In de leeswijzer in de volgende paragraaf, wordt dit verder toegelicht. Ruimtelijk beleid helder in beeld, geen noodzaak tot nieuw ruimtelijk beleid Een van de inhoudelijke hoofdvragen die ten grondslag ligt aan deze structuurvisie, is of er noodzaak is om het vigerende ruimtelijk beleid van de drie gemeenten aan te passen. Dan wel met nieuw beleid te komen, omdat het vigerend beleid daarin (nog) niet voorziet. Een belangrijke conclusie is dat de gemeenten ieder voor zich, maar ook kijkend naar de samenhang van het ruimtelijk beleid op de schaal van het Land van Heusden en Altena, met hun beleid op het goede spoor zitten. Er springen geen onderwerpen of thema’s uit die om een radicale koerswijziging of nieuw beleid vragen. Een uitzondering hierop vormen wellicht projecten op het gebied van duurzame energie. De gemeenten staan hier positief tegenover, maar vanwege de onbekendheid van en met de initiatieven, zullen de gemeenten ieder initiatief individueel afwegen.
Het bovenstaande laat dus zien dat het ruimtelijk beleid consistent is. En dat de focus met name gericht moet blijven op een consequente uitvoering van dat beleid. Wat de uitvoering van het beleid zeker verder ondersteunt is dat deze structuurvisie al het bestaande sectorale, ruimtelijk relevante beleid op een overzichtelijke manier bij elkaar brengt. De digitale raadpleegbaarheid van deze structuurvisie, zowel in woord als in
Inleiding
5
beeld, vinden de gemeenten van grote toegevoegde waarde voor de uitvoeringspraktijk. Dat geldt ook voor de op een toegankelijke manier opgenomen digitale ‘doorklik-links’ naar relevante achterliggende beleidsnota’s. Daarmee kan worden gesproken van een compleet product. Natuurlijk zijn er wel zorgpunten. Zoals de huidige stagnatie van de woningbouwontwikkeling als gevolg van de economische crisis. Of de druk die deze crisis zet op de economische bedrijvigheid en het commerciële voorzieningenpakket in de regio. Tegelijkertijd spelen de gemeenten hier goed op in, onder andere door keuzes te maken op het gebied van prioritering, temporisering en fasering. En uiteraard voor zover ze daar zelf invloed op kunnen uitoefenen. Om een indruk te krijgen van de belangrijkste (ruimtelijke) aandachtspunten in deze structuurvisie, is daarvan hieronder een toelichting ‘in vogelvlucht’ opgenomen. Daarmee kunt u snel een eerste indruk krijgen van de hoofdlijnen van beleid. Het gaat daarbij om de volgende thema's: 1. 2. 3. 4. 5.
wonen voorzieningen economie omgeving en eigenheid verkeer en mobiliteit
1. Aandachtspunten Wonen Voldoende passende woonruimte Actuele bevolkingskrimp is in de regio niet aan de orde. Meerjarenprognoses laten groei noch krimp zien voor de regio. Wel zal een verschuiving in leeftijdscategorie (afnemend aantal jongeren, toenemend aandeel ouderen) optreden. Dat vraagt om een andere benadering van de woningmarkt. De hoeveelheid één- en tweepersoons huishoudens neemt toe. Waarbij het erop aankomt deze doelgroep voldoende passende woonruimte te bieden, al dan niet in combinatie met (extramurale) zorg. Gelet op deze ontwikkelingen wordt de prioriteit gelegd bij: -
Woningen en woonomgevingen die het voor jongere huishoudens aantrekkelijk maken in het Land van Heusden en Altena of in hun eigen kern te blijven wonen; Woningen die mensen in staat stellen om ook in hun latere levensfase zo lang mogelijk te blijven wonen in een voor hun ook sociaal passende woonomgeving.
Hiermee verandert ook de woonopgave, waarbij de kwaliteit van de woningvoorraad en een goede differentiatie daarbinnen belangrijker wordt dan de kwantiteit. Hoewel de gemeenten geen primaire verantwoordelijkheid hebben in het realiseren van een passende voorraad, willen en zullen ze wel een actieve rol spelen. Dit door geschikte planologische en juridische kaders voor transformatie of toevoegingen aan de voorraad mogelijk te maken.
6
Inleiding
Adequaat locatie aanbod voor wonen Voor de planperiode richting 2025 is zowel op het niveau van de regio als geheel, maar ook op het niveau van de afzonderlijke kernen voldoende plan- en locatievoorraad beschikbaar om adequaat in de uitbreidingsbehoefte voor wonen te kunnen voorzien. Er doen zich hierbij in kwantitatieve zin geen knelpunten voor. Veel eerder is, zoals hiervoor al geduid, de opgave de goede woningen aan de voorraad toe te voegen. De gemeenten hanteren voor wat betreft de woningkwantiteit de provinciale woningbouwprognoses als uitgangspunt. Aandachtspunt is wel het in de Verordening Ruimte van de provincie met een ‘strakke’ contour aangeduide zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling aan de oostflank van de kern Werkendam. In deze structuurvisie hebben de gemeenten daarvoor een ruimer zoekgebied opgenomen. Dit vanwege de komst van het Regionaal Bedrijventerrein en de ten gevolge daarvan te verwachten verkeerstoename op de Dijkgraaf den Dekkerweg. Maar ook vanuit de verwachting dat een groter aandeel van de woning(nieuw)bouw uiteindelijk terecht kan komen op deze uitleglocatie in plaats van op inbreidingslocaties in Werkendam zelf. De in dit gebied aanwezige kwel geldt daarbij uiteraard als beperkende factor bij het bepalen van de uiteindelijke plek die het meest geschikt is voor woningbouw in Werkendam.
In de komende jaren zal het proces om binnen dit ruimere zoekgebied tot een meer definitieve locatiekeuze te komen nader worden uitgewerkt. Als dat noodzakelijk is zal daarbij ook een MER worden opgesteld om het keuzeproces te onderbouwen. Toetsingskader uitbreiding woonfunctie buitengebied Het landelijk gebied is een belangrijke kwaliteitsdrager voor het Land van Heusden en Altena. Mede onder invloed van de ontwikkelingen in de agrarische sector (bv. Vrijkomende Agrarische Gebouwen, de zg. VAB’s), is in toenemende mate sprake van functietransformatie, onder andere naar woningbouw. Vanuit dit perspectief is een toetsingskader op hoofdlijnen voor ondermeer uitbreiding van de woonfunctie in het buitengebied in de structuurvisie opgenomen. Dit om de kwaliteiten van het buitengebied en de omgevingskwaliteiten van de plek waar bouwplannen tot realisatie kunnen komen, te garanderen. 2. Aandachtspunten Voorzieningen Veiligstellen aanbod basisfuncties in de kernen De gemeenten hebben zich als taak gesteld om een aantal specifieke en nader benoemde basisfuncties waar mogelijk voor hun inwoners te behouden. Het gaat dan om onderwijs en onderwijsgerelateerde functies, maatschappelijke functies, zorg en locaties voor speelruimte.
Dat betekent overigens niet dat in iedere kern alle functies (fysiek) aanwezig dienen te zijn, maar wel dat ze voor de inwoners van alle kernen bereikbaar blijven. Dat rekenen de gemeenten tot hun basisverantwoordelijkheid. Als zich hierbij kansen voordoen om het draagvlak voor deze functies te vergroten door middel van bundeling van voorzieningen in multifunctionele accommodaties, dan zullen de gemeenten de planologische kaders daarvoor realiseren. De gemeenten vinden het van belang duidelijk te maken dat wanneer ze het hebben over ‘voorzieningen’, ze het met name hebben over de functie die ze bereikbaar willen houden en niet over het gebouw waar die functie nu is gevestigd. Uit een oogpunt van leefbaarheid gaat het namelijk vooral om het beschikbaar houden van de functie.
Inleiding
7
Voldoende maatschappelijke en zorgvoorzieningen op de schaal van de regio De ambitie is om het bestaande aanbod aan maatschappelijke- en zorgvoorzieningen met een regionale functie te blijven accommoderen. Niet is uit te sluiten dat in het gebruik en/of de exploitatie in onderlinge samenhang tussen de gemeenten naar optimalisaties moet worden gezocht. Dat willen de gemeenten ondersteunen, met het oog op het behoud van deze functies. Als dat aan de orde is, zullen de gemeenten bij nieuwe voorzieningen of functies met een regionale betekenis de locatiekeuze met elkaar afstemmen. Een voorbeeld hierbij is het huidige gebrek aan voldoende verpleegplekken. De gemeenten willen dit oplossen door ruimte voor extra verpleegplekken in de kern Werkendam te realiseren, uiteraard samen met de betreffende belanghouders. 3. Aandachtspunten Economie Bedrijventerreinen Het bedrijventerreinenbeleid, met daarin een gelaagdheid van lokaal gebonden terreinen, sub-regionale terreinen (Veensesteeg Noord Aalburg, Bruine Kilhaven V Werkendam, Giessen Woudrichem) en het in ontwikkeling zijnde regionaal bedrijventerrein, voorziet adequaat in de marktvraag richting 2025. Het verder uitbreiden van lokale bedrijventerreinen is niet aan de orde.
De hiervoor aangeduide gelaagdheid van terreinaanbod maakt het namelijk mogelijk steeds op het juiste schaalniveau de fysieke ruimte te bieden voor (vaak al gevestigde) bedrijven met een uitbreidingsbehoefte. Schaalvergroting op een lokaal bedrijventerrein is, als dat niet meer op de huidige bedrijfskavel kan, alleen mogelijk door het combineren van meerdere kavels. Verplaatsing van lokale bedrijven naar het Regionaal Bedrijventerrein, kan leiden tot het vrijkomen van de huidige locatie. Als leegstand of verloedering dreigt, zullen de gemeenten herontwikkelmogelijkheden waar mogelijk publiekrechtelijk proberen te vergroten. Wanneer actieve interventie gewenst is, zal samen met de BOM naar een oplossing worden gezocht. De gemeente Werkendam doet onderzoek naar de mogelijkheid tot realisatie van een derde haven. Een eerste onderzoek in dit kader, onderzoek naar de nut en noodzaak, heeft plaatsgevonden. Daaruit blijkt dat er op dit moment geen directe noodzaak is voor een derde haven. Waarschijnlijk komt er in 2016/2018 een keerpunt indien de economie dan weer aantrekt. Ook de wet en regelgeving over verduurzaming van schepen is dan in werking getreden, waarbij innovatie als aandachtspunt genoemd wordt voor vergroting van de kracht en aantrekkelijkheid van de Werkendamse (en regionale) binnenhavens.
Momenteel wordt gewerkt aan een onderzoek naar de ruimtelijke haalbaarheid van een Derde haven. Eind 2013 is er meer duidelijk over de ruimtelijke haalbaarheid Detailhandel De regionale detailhandelsvisie van 2011 schetst het beleid voor detailhandel. Gestreefd wordt naar een zo helder mogelijke structuur, waarin de winkelgebieden elk hun eigen functie hebben en in de aangewezen concentratiegebieden clustering van voorzieningen plaatsvindt met het oogmerk sterke, levensvatbare gebieden naar de toekomst te garanderen. Grote ingrepen worden niet voorzien maar wel willen de gemeenten initiatieven van ondernemers, passend binnen de gestelde kaders, ruimtelijk faciliteren. Detailhandel op bedrijventerreinen willen de gemeenten voorkomen, met uitzondering van een aantal in paragraaf 3.2.3 nader benoemde terreinen.
8
Inleiding
Horeca De Horecanota van 2011 schetst het beleid voor de horeca. Binnen de gestelde kaders op het gebied van het woon- en leefklimaat willen de gemeenten horeca ruimtelijk faciliteren, vanuit de maatschappelijke en economische betekenis. Horecavestigingen in het buitengebied moeten bij voorkeur gekoppeld zijn aan een recreatieve voorziening, naast de voorwaarde van een goede ruimtelijke inpassing. De drie gemeenten gaan terughoudend om met 'losse' horecavoorzieningen in het buitengebied. Toerisme en recreatie In de visie en het actieplan toerisme en recreatie ‘Ongezien, Ongewoon en Ongekend’ van april 2011 is het beleid voor de regio verwoord. Onderkend is het belang van toerisme en recreatie voor de regionale economie en de identiteit van de gemeenten. Initiatieven van ondernemers die bijdragen aan behoud en versterking van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden en een goed woon- en leefklimaat zullen ruimtelijk worden gefaciliteerd. In het bijzonder richt de regio zich op dagtoeristen, verblijfsrecreanten, watersporters en groepen. Speerpunten zijn het Nationaal Park De Biesbosch, waterbeleving in de regio, de vestingstad Woudrichem en cultuurhistorisch erfgoed. Op het gebied van particuliere initiatieven rond toerisme en recreatie, willen de gemeenten qua benaderingswijze een verschil maken tussen kleinschalige en grootschalige ontwikkelingen.
Kleinschalige initiatieven willen de gemeenten waar mogelijk faciliteren, rekening houdend met een goede ruimtelijke en functionele inpassing. Aan grootschalige ontwikkelingen willen de gemeenten alleen onder voorbehoud medewerking verlenen. Verderop in de structuurvisie is dit verder uitgewerkt. 4. Aandachtspunten Omgeving en Eigenheid Aandacht voor erfgoed Onze regio kent een lange bewonings- en ontwikkelingsgeschiedenis. De regio staat bol van zichtbare en onzichtbare relicten uit het verleden. Voor de meeste bewoners en bezoekers zijn de relicten uit de tijd dat de Nieuwe Hollandse Waterlinie nog van belang was voor Nederland, het meest bekend. Wat minder bekend is, is dat in de regio meer dan 400 afzonderlijke archeologische vondsten zijn gerapporteerd. De gemeenten hebben de afgelopen periode gewerkt aan het letterlijk en figuurlijk ‘in kaart’ brengen van de cultuurhistorie. Dat doen de gemeenten in eerste instantie natuurlijk om te beschermen wat waardevol is, maar tegelijkertijd ook om de ontwikkelingsruimte in het buitengebied te definiëren. Heldere ontwikkelingszones Niet overal in het Land van Heusden en Altena willen de gemeenten hetzelfde toestaan. Bepaalde ontwikkelingen verdragen zich goed op de ene plek, maar schaden de landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorische waarden op de andere plek.
Daarom hebben de gemeenten een heldere zonering aangebracht binnen de regio, die de mogelijkheden binnen de verschillende gebieden duidelijk maken.
Inleiding
9
De gemeenten definiëren, naast het bestaande stedelijk gebied, zijnde de kernen en de bedrijventerreinen, de volgende zones: •
•
•
Primair agrarisch gebied: in dit gebied willen de gemeenten primair de openheid handhaven. De gemeenten streven naar functies die extensief gebruik maken van dit gebied, of intensief op een wijze die past in een landschappelijke omgeving zoals akkerbouw, vollegrondsteelt of grondgebonden veehouderij. Grootschalige nieuwe ontwikkelingen die gepaard gaan met bebouwing zijn niet wenselijk op deze plek. In dit gebied zijn landschappelijke en natuurlijke waarden aanwezig, juist vanwege de openheid. Deze waarden willen de gemeenten graag behouden. Binnen deze zone zijn een aantal bebouwingslinten aangegeven voor woningbouw in het kader van Ruimte voor Ruimte (zie visiekaart). Gemengde plattelandseconomie: in deze gebieden zijn mogelijkheden voor ontwikkelingen in de vorm van bijvoorbeeld Ruimte voor Ruimte, landgoederen en integratie stad en land als bedoeld in de Verordening Ruimte van de provincie, toegestaan, mits deze goed ingepast zijn in de groen-blauwe kwaliteiten op deze plek. Van oudsher kenmerken deze zones zich door een kleinschalig landschap, met daarin de bebouwingsconcentraties, buurtschappen, werkgebieden, kernen en landschappelijke eenheden. Ontwikkelingen die dit kleinschalig landschap versterken, kunnen op basis van deze structuurvisie doorgang vinden. Noordwaard en Biesbosch: dit gebied ligt ten westen van de kern Werkendam.
Het betreft hier voornamelijk de Noordwaard en het Werkendamse gedeelte van de Biesbosch. Ontwikkelingen zijn in dit gebied niet vanzelfsprekend en staan altijd ten dienste van de natuur-, water- of landschapsontwikkelingen. In het Nationaal Park de Biesbosch voorzien de gemeenten slechts zeer beperkt ruimtelijke ontwikkelingen. De ontwikkelingen in de polder Noordwaard ondersteunen de natuurontwikkeling na ontpoldering op het gebied van recreatie, toerisme en landbouw en staan niet in contrast met het Deltaprogramma Ruimte voor de Rivier en/of de (hoog)waterveiligheid.
Zoeklocaties stedelijke ontwikkeling In de Verordening Ruimte heeft de provincie Noord-Brabant locaties aangewezen als zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. Vanuit de functionele opbouw van de kernen en de aanwezige waarden in het buitengebied, hebben de gemeenten deze locaties nader bekeken. Dit heeft voor deze structuurvisie geleid tot de aanduiding van aanvullende locaties waar de gemeenten een stedelijke ontwikkeling in de nabije toekomst voor mogelijk houden. Het gaat dan veelal om locaties die eerder al in beeld zijn geweest als mogelijke stedelijke uitbreiding (veelal woningbouw), dicht tegen de kern gelegen en zeer beperkt van omvang. Voor de kern Werkendam hebben de gemeenten een groter zoekgebied aangegeven. De toekomstige groei van de kern Werkendam kan alleen maar gefaciliteerd worden aan de oostzijde van de huidige kern. Wanneer dit aan de orde is, zal de gemeente Werkendam binnen het aangeduide gebied locatieonderzoek verrichten om te komen tot de meest optimale uitbreidingsrichting van de kern Werkendam. Tot die tijd geeft onze structuurvisie alleen een uitbreidingsrichting aan.
5. Aandachtspunten Verkeer en Mobiliteit
10
Inleiding
Verkeersveilige infrastructuur voor alle verkeersdeelnemers Het beleid in het kader van het Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) uit 2011 richt zich op het optimaliseren van de bereikbaarheid, de verkeersveiligheid en de leefbaarheid, in hun onderlinge wisselwerking en samenhang. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de gemeente Werkendam een eigen nota hanteert (de Kadernota Verkeer en Vervoer (2007)) maar wel betrokken is geweest bij de totstandkoming van het GVVP. De bereikbaarheid voor het autoverkeer is in het algemeen goed, de verkeersveiligheid is toegenomen, er zijn geen blackspots of ongevallenconcentraties. Dat neemt niet weg dat er aandachtspunten zijn en blijven. Daarbij willen de gemeenten nieuwe ontwikkelingen waar mogelijk laten bijdragen aan het oplossen van resterende knelpunten. Nieuwe ontwikkelingen laten bijdragen aan oplossen bestaande knelpunten De mogelijke verbreding van de A27 door Rijkswaterstaat zal de gemeente Werkendam aangrijpen om meer ruimte te krijgen voor fort Altena, door verplaatsing van de Tol in noordelijke richting. Verder wil Werkendam zich inzetten om tot verhoging van het viaduct bij de Kurenpolder te komen om de kern Hank verkeerstechnisch te ontlasten.
In de ‘Ruimtelijke visie West Brabant 2030’ is, in de verwachting dat in de toekomst een spoorlijn Breda - Utrecht naast de A27 wordt aangelegd, voorzien in een station ‘Biesbosch’ ter hoogte van de Tol. De wenselijkheid hiervan onderschrijven de gemeenten hier nogmaals nadrukkelijk, al dient de exacte locatie nog nader onderzocht te worden. Wat de gemeenten echter willen voorkomen is dat verbreding van de A27 en de aanleg van een spoorlijn, leidt tot het ontstaan van functionele ontwikkelingsassen van stedelijke functies, parallel aan deze infrabundel. Dat zou namelijk het karakteristieke open karakter van het landschap en de beleving daarvan ernstig aantasten. Gemeentespecifieke aandachtspunten zijn er in Aalburg, Werkendam en Woudrichem. In Aalburg zoekt de gemeente naar een alternatieve ontsluiting van de Berenhoeksestraat richting de Polstraat. Bij toekomstige ontwikkelingen aan de westkant van Aalburg wil de gemeente een onderzoek uitvoeren naar een alternatieve ontsluiting tussen beide wegen. In Werkendam is mogelijkerwijs in de toekomst de verkeersdruk en het gebruik door landbouwverkeer van de Dijkgraaf den Dekkerweg een aandachtspunt. Dit in relatie tot de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein, de verwachte toenemende recreatieve functie van de Noordwaard en - indien dat zou gaan spelen - de aanleg van een derde haven.
In Woudrichem, tot slot, wordt gediscussieerd over een mogelijke omlegging van de N322 ter hoogte van het dorp Almkerk. De gemeente neemt deel aan deze discussie, maar ziet het initiatief hiervoor bij de provincie Noord-Brabant liggen. Woudrichem zal actief meedenken en de belangen van haar burgers behartigen, wanneer de provincie Noord-Brabant het verleggen van de N322 als project definieert. Vormvrije m.e.r.-beoordeling Het is van belang om goed te onderbouwen of een m.e.r. beoordeling (planmer) gekoppeld aan de intergemeentelijke structuurvisie Land van Heusden en Altena nodig is. Daarvoor moeten de volgende drie vragen beantwoord kunnen worden. • Worden de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschreden? • Ligt de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied? • Zijn er belangrijke milieugevolgen?
Inleiding
11
Vragen 1 en 3 kunnen met nee beantwoord worden. Uit het antwoord op vraag 2 volgt dat de kwetsbare gebieden in de structuurvisie beschermd worden. Kortom, een planMER-procedure gekoppeld aan deze structuurvisie is niet noodzakelijk.
figuur: ligging van het visiegebied in zuidwest-Nederland
12
Inleiding
MOETEN, WILLEN, KUNNEN EN VOORKOMEN
Basisinspanning (moeten) Een aantal ontwikkelingen is van basisbelang om goed te kunnen wonen, leven, werken en recreëren in het Land van Heusden en Altena. Voor deze ontwikkelingen moeten zo weinig mogelijk belemmeringen bestaan. Het beleid van de regio moet deze ontwikkelingen dus niet onnodig beperken. Ruimtelijke ontwikkelingen die naar de mening van de gemeenten in beginsel altijd zouden moeten kunnen plaatsvinden, zullen daarom mogelijk worden doorvertaald in bestemmingsplannen om onnodige procedurele belemmeringen te voorkomen. Ambities (willen) Sommige ontwikkelingen vinden de gemeenten van zodanig belang voor goed kunnen wonen, leven, werken en recreëren in het Land van Heusden en Altena, dat zij daarin zelf het voortouw willen nemen. Deze ontwikkelingen behoren bij de ambities van de gemeenten, waarvoor ze bereid zijn specifieke inzet te plegen. Dat wil zeggen dat het Land van Heusden en Altena specifiek voor deze ontwikkelingen middelen, in de zin van geld of menskracht, op de begroting wil reserveren. Kansen benutten (kunnen) Veel nieuwe ontwikkelingen ontstaan door initiatieven van derden (ondernemers, instellingen of burgers). Een goed voorbeeld daarvan is de Kanskaart Altena. De gemeenten willen in staat zijn de kansen die zich door deze ontwikkelingen voordoen zo goed mogelijk te benutten ten behoeve van goed wonen, leven, werken en recreëren in de regio.
De gemeenten willen daarom in staat zijn deze ontwikkelingen en initiatieven van derden te kunnen afwegen en daar waar nodig sturing te geven aan de kwaliteit van het initiatief. Zijn ze van voldoende betekenis voor de individuele gemeente of de regio en op welke wijze kan de individuele gemeente of de regio de kansrijke ontwikkelingen vervolgens faciliteren en ondersteunen? Bedreiging uitsluiten (voorkomen) De regio kent een aantal kwaliteiten en waarden die van onderscheidend belang zijn voor het goed wonen, leven, werken en recreëren in het Land van Heusden en Altena. Ze wil daarom ontwikkelingen die deze kwaliteiten en waarden aantasten voorkomen. Een deel van deze waarden wordt reeds beschermd door wettelijke kaders. Er zijn in het Land van Heusden Altena echter ook waarden die momenteel niet, of onvoldoende door wettelijke kaders worden beschermd, waarvoor de regio zelf de beleidsverantwoordelijkheid neemt.
Inleiding
13
14
Inleiding
GEBRUIKSHANDREIKING - LEESWIJZER
De Structuurvisie Land van Heusden en Altena is niet opgebouwd als een "rapport" dat je leest vanaf de inleiding tot het slotwoord. Het is vormgegeven als een gebruiksdocument dat digitaal raadpleegbaar is. Want als de Structuurvisie is vastgesteld zal zelden de complete tekst worden geraadpleegd, maar is de gebruiker op zoek naar het relevante beleid op bepaalde onderwerpen. Om het structuurvisiebeleid toch overzichtelijk te kunnen aanbieden is het geordend naar vijf hoofdbeleidsvelden en naar vier vormen van regie die de gemeenten daarbij voeren. De vijf beleidsvelden zijn: Wonen Voorzieningen (commercieel en niet-commercieel) Economie (bedrijven, agrarische bedrijven, toeristisch-recreatieve bedrijven) Omgeving en eigenheid (waarden, kwaliteiten, identiteiten, fysieke omgeving) Verkeer en mobiliteit In de "kop" van elke rij zijn per thema de hoofdlijnen van beleid en trends en ontwikkelingen geformuleerd. De vier vormen van gemeentelijke regie zijn: 1. Basisinspanning (beleid waarvan de gemeenten vinden dat ze dat zelf MOETEN uitvoeren) 2. Ambities (beleid dat de gemeenten graag WILLEN realiseren) 3. Kansen benutten (beleid gericht op het slagvaardig KUNNEN benutten van initiatieven van derden) 4. Bedreigingen uitsluiten (beleid gericht op het VOORKOMEN van ongewenste ontwikkelingen) De thema's en vormen van regie zijn ondergebracht in een matrix.
Door één van de cellen aan te klikken wordt het daarbij behorende beleid ontsloten.
Inleiding
15
16
Inleiding
1.
WONEN
Hoofdlijnen van beleid Wonen Het moet voor iedereen fijn wonen zijn in het Land van Heusden en Altena. Een leefbare en fijne woonomgeving betekent een goede balans tussen vraag en aanbod voor wat betreft de woningvoorraad. Naast de kwantiteit is ook de kwaliteit van de woning, de directe woonomgeving en de dorpen van groot belang. Kwaliteit vóór kwantiteit De gemeenten in het Land van Heusden en Altena zullen in de toekomst de kwaliteit van de woningvoorraad een belangrijkere rol geven ten opzichte van de kwantiteit. Woningen moeten voorzien in de kwalitatieve behoefte gedurende de hele levensduur van de woning. De juiste woningen van de juiste kwaliteit bepalen de woon- en leefkwaliteit van de wijken, dorpen en regio. Door het bieden van goede condities en het hanteren van de juiste voorwaarden kunnen de gemeenten hier ook op sturen. Ook de corporaties die in de regio actief zijn leggen meer en meer het accent op de kwaliteit van hun woningbestand. Het aantal woningen dat toegevoegd moet worden aan de voorraad is afhankelijk van de bevolkingsontwikkeling, waaronder de huishoudensontwikkeling en de verhuisgeneigdheid. De regie hierop vanuit de gemeenten is beperkt, zolang er geen sprake is van een zodanig achterblijven van de woningvoorraad dat inwoners gedwongen worden te verhuizen naar een woning buiten de regio.
Om tijdig in te kunnen spelen op demografische ontwikkelingen kiezen de gemeenten nadrukkelijk voor het goed monitoren van de actuele vraag op de korte en middellange termijn. De provinciale woningbouwprognoses worden daarbij als uitgangspunt genomen door de gemeenten. Demografische ontwikkelingen Van belang, bij zowel de kwalitatieve als kwantitatieve ontwikkeling van de woningvoorraad, is om naar de toekomst toe rekening te houden met veranderingen in de bevolkingssamenstelling, zoals een afnemend aandeel jongeren en een toenemend aantal ouderen. Vergelijking van de verwachte leeftijdsopbouw in de periode 2010 - 2040 laat de verschuivingen in de leeftijdsgroepen zien. Kenmerkend voor de drie gemeenten is de dip in de leeftijdscategorie 25 - 35 ten opzichte van het Brabants gemiddelde. Dat is een kenmerk van de bevolkingsopbouw die in veel plattelandsgemeenten voorkomt. Dit is mede een gevolg van het verhuizen van thuiswonende kinderen ten behoeve van studie en werk en het op die andere locatie aangaan van een relatie. Het binden van deze groep en het weer binnenhalen van jonge gezinnen (bijvoorbeeld na een studie) is belangrijk, omdat ze daarna meestal decennia lang in de gemeente blijven wonen. Gezinnen met schoolgaande kinderen zijn actief in de sportverenigingen.
Ouders van deze schoolgaande kinderen willen ook vaak kadertaken in het voor hun kinderen belangrijke verenigingsleven oppakken met regionale bestedingen in de voorzieningen als gevolg. De sociale relaties tussen de kinderen, via school en verenigingsleven, draagt bij aan de regionale binding van de toekomstige generatie.
Hoofdstuk 1
17
Om deze voor de leefbaarheid belangrijke doelgroep te kunnen binden aan de regio zijn twee elementen van belang: Starters / jonge huishoudens een goede start bieden op de woningmarkt, omdat ze dan minder vlug genoodzaakt zijn buiten de regio woonruimte te zoeken. Voor jonge huishoudens met kleine kinderen een aantrekkelijk woonmilieu bieden, omdat ze dan minder geneigd zijn te verhuizen vóór dat de kinderen naar school gaan en daarna ook minder geneigd zijn om te verhuizen. Starterswoningen zijn niet alleen betaalbare, maar vooral beschikbare woningen. In de stad is veel aanbod aan woningen die minder aantrekkelijk zijn om lang te wonen. Maar daardoor komen ze wel binnen enkele jaren weer beschikbaar voor starters op de woningmarkt. Dit type woningen komt in het Land van Heusden en Altena maar op beperkte schaal voor. Vooralsnog zijn er voldoende woningen voor starters in de regio. De gemeenten blijven in hun woningmarktbeleid scherp op deze doelgroep om te voorkomen dat starters die een woning zoeken aangewezen worden op de stedelijke gebieden buiten de regio. Een tweede belangrijke demografische ontwikkeling is het steeds ouder worden van mensen. De afgelopen 10 jaar is de levensverwachting met circa 3 jaar toegenomen. Deze toenemende levensverwachting gaat samen met een steeds vitalere bevolking op latere leeftijd.
Daardoor kunnen mensen steeds langer zelfstandig blijven wonen. De vitale oudere is een belangrijke factor in de leefbaarheid. Ze zetten zich stevig in voor de belangen van de woon- en leefomgeving en participeren in tal van culturele activiteiten. Daarbij is de tegenwoordige oudere veel mobieler dan voorheen. Neveneffect van het langer zelfstandig blijven wonen van ouderen is dat hun woningen ook later beschikbaar komen op de woningmarkt. De meeste aanpassingen in de woning zijn noodzakelijk in de laatste jaren van iemands leven, omdat dan de vitaliteit afneemt. Vroegtijdig rekening houden met de daarvoor belangrijke bouwkundige eisen maakt in een latere fase minder aanpassingen noodzakelijk. De specifieke woon-zorgvraag treedt in een nog latere fase gedurende een beperktere periode op. Tot slot zien de gemeenten een ontwikkeling van huishoudensverdunning. De landelijk actuele bevolkingskrimp is in het Land van Heusden en Altena nog niet van toepassing. De meerjarenprognoses laten groei noch krimp zien voor de regio. Dat neemt niet weg dat ook de regio zal vergrijzen in de komende jaren. Dit vraagt om een andere benadering van de woningmarkt. De hoeveelheid één- en tweepersoons huishoudens zal toenemen. Het is van belang dat ook voor deze doelgroep voldoende geschikte woonruimte wordt aangeboden, al dan niet in combinatie met zorg.
Zie hiervoor ook: een woningvoorraad geschikt voor alle doelgroepen. Trends De huidige economische 'crisis' is een complicerende factor bij het zorg dragen voor een op de bevolkingsontwikkeling afgestemde woningvoorraad en woningbouwproductie. Woningen staan langer te koop, mensen stellen de stap om te verhuizen uit of verbouwen hun huis (van uitstel komt dan afstel). Daarbij komt dat het voor starters op dit moment erg moeilijk is om voldoende hypotheek te krijgen. Dit systeem van factoren leidt ertoe dat de motor van de ruimtelijke ontwikkeling, de woningbouw, tot stilstand kan komen.
18
Hoofdstuk 1
Hierdoor worden er tevens minder middelen gegenereerd om (noodzakelijke) kwaliteitsinvesteringen te doen, bijvoorbeeld in de openbare ruimte, de groenstructuur of de sociaal-maatschappelijke voorzieningen. Uitgangspunt voor het beleid ten aanzien van wonen is dat, in het kader van de leefbaarheid, de veranderingen in de aard en omvang van de woningvoorraad niet geënt worden op de kwantiteit van de voorraad, maar op de kwaliteit en bereikbaarheid van de voorraad. Door in te zetten op kwaliteit en bereikbaarheid wil de regio een woningvoorraad bieden die bijdraagt aan de sociale binding van mensen met de drie gemeenten, maar die ook afgestemd is en bijdraagt aan de verschillende ruimtelijke karakteristieken van de afzonderlijke kernen en het buitengebied. Het beleid voor goed wonen en leven is uitgewerkt in vier vormen van beleid: • • • •
Een woningvoorraad geschikt voor specifieke doelgroepen Invulling geven aan de prestatieafspraken Woningbouwinitiatieven moeten bijdragen aan de woonkwaliteit Verval van de woningvoorraad en woonomgeving voorkomen
1.1 Een woningvoorraad geschikt voor alle doelgroepen In deze paragraaf beschrijven de gemeenten hun basisinspanning ten aanzien van het thema wonen. Hieronder wordt een overzicht gegeven van het beleid waarvan de gemeenten vinden dat ze dat zelf MOETEN uitvoeren. 1.1.1 Voldoende passende woonruimte Elke inwoner van het Land van Heusden en Altena moet in beginsel in staat zijn in zijn of haar gemeente een passende woning te vinden. Passend ten aanzien van de aard van de woning, de bereikbaarheid van de noodzakelijke voorzieningen, maar ook ten aanzien van de betaalbaarheid. Het gaat hierbij zowel om passende woningen voor de eigen aanwas binnen de gemeente als om het faciliteren van de veranderende vraag als gevolg van demografische ontwikkelingen. Gelet op de demografische ontwikkelingen en de huidige samenstelling van de woningvoorraad wordt de prioriteit gelegd bij: 1. Woningen en woonomgevingen die het voor jonge huishoudens aantrekkelijk maken in het Land van Heusden en Altena of in hun eigen kern te blijven wonen of te komen wonen; 2. Woningen die mensen in staat stellen om ook in hun latere levensfase, of met een beperking, zo lang mogelijk te kunnen blijven wonen in een voor hen ook sociaal passende woonomgeving; De gemeenten hebben geen primaire verantwoordelijkheid in het feitelijk realiseren van de passende woningvoorraad.
Maar ze kunnen en willen wel een actieve rol spelen door het stellen van geschikte planologische en juridische kaders om transformatie van of toevoeging aan de voorraad pro-actief mogelijk te maken (inspanningsplicht). Tevens hebben de gemeenten in dit kader een actieve en stimulerende rol door (prestatie)afspraken te
Hoofdstuk 1
19
maken met woningcorporatie(s) en aanbieders van zorg/welzijn en maatschappelijke opvang. 1.1.2 Een driedelige woningmarkt De drie gemeenten in het Land van Heusden en Altena hebben op bestuurlijk niveau onderzocht of het zinvol is om de regio aan te merken als één regionale woningmarkt en daarover één regionaal woningmarktbeleid te voeren. De verhuisbewegingen tussen de verschillende gemeenten zijn echter beperkt. Tevens heeft iedere gemeente een eigen woningbehoefte die niet per definitie in een andere gemeente of zelfs een andere kern op te lossen is. Op basis hiervan voert de regio géén gezamenlijk woningbouwbeleid. Bestuurlijk worden er uiteraard voortdurend zaken met elkaar afgestemd, waarbij het woningbouwbeleid ook ter sprake komt als daar aanleiding voor is. De gemeenten hanteren de provinciale woningbouwprognoses daarbij als uitgangspunt. 1.1.3 Inbreidingen en uitleglocaties De afgelopen jaren is een behoorlijk deel van het woningbouwprogramma gerealiseerd in inbreidingslocaties. De gemeenten streven nog steeds naar het optimaal benutten van het bestaand stedelijk gebied. Ze staan echter ook op het standpunt dat dit niet ten koste mag gaan van de leefbaarheid en van de gebiedseigen ruimtelijke kwaliteiten van de kernen en van het cultureel erfgoed.
Naar verwachting zal daarom een groter aandeel van de woningbouw de komende periode in uitleglocaties moeten worden gerealiseerd. Vanwege de veranderde inzichten is een (gedeeltelijke) heroverweging van de eerder daartoe in de Structuurvisie-plus (2004) aangewezen locaties en de in de Verordening Ruimte van de provincie vastgelegde gebieden gewenst. Deze heroverweging is aan de orde in Werkendam. Het zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling dat de gemeente Werkendam voor de gelijknamige kern opneemt in deze structuurvisie, wijkt af van het zoekgebied uit de Verordening Ruimte. De gemeente Werkendam voorziet mogelijk ruimtelijke aandachtspunten op het moment dat een uitleggebied wordt gerealiseerd binnen de door de provincie aangegeven contouren, wanneer ook andere ontwikkelingen doorgang vinden. De gemeente Werkendam wil het brede zoekgebied dat in deze structuurvisie is opgenomen, in de komende jaren gaan verfijnen en uitwerken om een weloverwogen keuze te kunnen maken die de beste ruimtelijke uitwerking heeft. Indien noodzakelijk, zal op het moment van uitwerken en verfijnen tevens een MER worden opgesteld. Bij het bepalen van de definitieve plek voor woningbouwontwikkeling zal de gemeente Werkendam in het bijzonder aandacht besteden aan de bestaande kwelproblematiek en de (hoog)waterveiligheid.
Zie voor dit laatste onderwerp ook het kopje 'klimaatadaptie' in paragraaf 4.1.7 In de kern Genderen wijkt het in deze structuurvisie opgenomen zoekgebied stedelijke ontwikkeling ook af van hetgeen in de provinciale verordening is opgenomen. In Genderen is het zoekgebied stedelijke ontwikkeling in de provinciale verordening gelegen aan de noordzijde van de kern. Dit zoekgebied is verplaatst naar de zuidzijde van de kern. Gelet op de historische groei van het dorp in zuidelijke richting en de belemmering van bedrijven en infrastructuur aan de noordzijde is het zoekgebied verplaatst naar de zuidzijde van de kern. Landschappelijk is het zoekgebied daar ook beter inpasbaar vanwege de beperkte zichtrelatie en de belemmering van de dijk aan de zuidzijde.
20
Hoofdstuk 1
1.1.4 Aanpassing van de woning aan veranderende wooneisen De woonwensen van huishoudens veranderen in de tijd. Als de huidige woning onvoldoende mogelijkheden biedt voor die veranderde woonwensen staat men voor de keuze om de bestaande woning aan te passen aan de veranderde wensen of te verhuizen. De gemeenten in het Land van Heusden en Altena willen het veranderen van de woning, binnen randvoorwaarden, zo goed mogelijk faciliteren. Onder meer door planologisch meer ruimte te bieden voor het realiseren van aan- of uitbouwen en de realisatie van bijgebouwen. Randvoorwaarden daarbij zijn wel het behoud van ruimtelijke karakteristieken van de straat, de buurt en het dorp en van de kwaliteiten van het openbaar groen en van het landschap. De relevante randvoorwaarden zullen via bestemmingsplanregels en, voor zover aanwezig, welstandbeleid worden vastgelegd. De effecten van verbouwingen op de leefkwaliteit van de buren beschouwt de gemeente primair als de wederzijdse verantwoordelijkheid van de burger, waar met goed nabuurschap oplossingen voor moeten worden gevonden. 1.1.5 Levensloopbestendig kunnen wonen De gemeenten hechten er veel waarde aan dat mensen zo lang mogelijk in hun sociaalmaatschappelijke omgeving kunnen blijven wonen. Waar mogelijk zullen ze bij nieuwbouw of verbouwprojecten aansturen op levensloopbestendig bouwen.
Door te sturen op goed functionerende woonservicezones worden in brede zin de condities gecreëerd om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Ook zullen zij gezondheidsaspecten meewegen bij behoud van de kwaliteit van de woonomgeving. Het zal niet altijd mogelijk zijn in elke kern geclusterde woonvoorzieningen voor ouderen of hulpbehoevenden te realiseren. Het is dan van belang om, bijvoorbeeld kinderen, de mogelijkheid te geven voor hun ouders te zorgen door middel van het in het huis nemen van de ouders. Middels een mantelzorgregeling hebben de gemeenten dit reeds in diverse bestemmingsplannen mogelijk gemaakt. 1.1.6 Behoud van kwaliteit van de woonomgeving De gemeenten zijn zelf de eerst verantwoordelijke voor aanleg, beheer en onderhoud van het openbare deel van de fysieke woonomgeving en hebben daarmee een actieve rol in het behoud van de kwaliteit van de openbare ruimte en de volksgezondheid. Bij groot onderhoud van de openbare ruimte zullen de gemeenten steeds bezien of en op welke wijze, aan veranderde eisen ten aanzien van de woonomgeving op straat-, buurt- en wijkniveau inhoud kan worden gegeven.
1.2 Invulling geven aan prestatieafspraken In deze paragraaf beschrijven de gemeenten hun ambities ten aanzien van het thema wonen. Hieronder wordt een overzicht gegeven van het beleid wat de gemeenten graag WILLEN realiseren. De gemeenten zullen zich inspannen om dit beleid te realiseren.
Hoofdstuk 1
21
1.2.1 Prestatieafspraken Het Land van Heusden en Altena is een gebied waar het prettig wonen is. In dit gebied werken de gemeenten en de drie corporaties Woonlinie, Woonservice Meander en Woonstichting Land van Altena actief met elkaar samen om dit ook voor de toekomst te waarborgen. Om aan hun partnerschap vorm en invulling te geven, hebben de partijen met elkaar regionale afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn in een prestatieovereenkomst opgenomen en vormen het kader voor de te maken lokale en bilaterale afspraken en de uitvoering. In deze regionale afspraken beschouwen de partijen het thema wonen in de volle breedte, waarbij ook naar aanpalende gebieden als leefbaarheid, zorg en welzijn wordt gekeken. Partijen staan een integrale aanpak voor waarbinnen de initiatieven die zij ontwikkelen zoveel mogelijk op elkaar worden afgestemd en met elkaar worden verbonden, zodat zij elkaar kunnen versterken. Daar bovenop kunnen de afzonderlijke gemeenten ook nog individuele afspraken maken met de corporaties of ze hebben dat reeds gedaan. 1.2.2 Herstructurering woningbouw Naar verwachting zal herstructurering van bestaand stedelijk gebied van de dorpen een steeds grotere rol gaan spelen bij het geschikt maken en houden van de woningvoorraad en de fysieke woonomgeving.
De corporaties zullen via monitoring bewaken welke woonlocaties op termijn hun concurrentiepositie op de lokale en regionale woningmarkt kunnen gaan verliezen, zodat ze tijdig de noodzakelijke trajecten kunnen inzetten om deze gebieden weer aantrekkelijk te maken voor de woningmarkt. Naar verwachting zijn dit de naoorlogse woonwijken. Deze wijken zijn nu circa 50 jaar oud waarbij de vraag grootschalige renovatie of sloop en herontwikkeling aan de orde komt. Maar de daadwerkelijke uitvoering van renovatie en herstructurering is primair een verantwoordelijkheid van de huiseigenaar. Voor de huurwoningen zijn dat de woningbouwcorporaties, waarmee prestatieafspraken hierover worden gemaakt. Een ieder heeft er belang bij dat zijn woning(en) voldoende aantrekkelijk blijven voor de woningmarkt. Herstructurering kan zowel de renovatie van woningen betekenen als sloop en nieuwbouw. Deze afweging zal per herstructureringslocatie worden gemaakt. 1.2.3 Particulier woningbezit Herstructurering van particulier woningbezit is een specifiek aandachtspunt. Daar waar mogelijk zullen de gemeenten aan de individuele huiseigenaar de ruimte bieden om zijn woning aan te passen aan de veranderende wooneisen. Op deze wijze zal ook op particulier niveau herstructurering gestimuleerd worden.
Wel zal daarbij nadrukkelijk gelet worden op de invloed van deze woningverbeteringen op de waarden (cultuurhistorisch, landschappelijk en stedenbouwkundig) van de woning en de woonomgeving. 1.2.4 Bijdragen aan de sociaal-maatschappelijk goede samenleving De maatschappij ontwikkelt zich meer en meer individueel, waarbij ook vanuit de overheid de zelfredzaamheid en zelfverantwoordelijkheid van de burger centraal staat. Vanuit de sociaal-maatschappelijke context van het Land van Heusden en Altena geven de ge-
22
Hoofdstuk 1
meenten daar een genuanceerde invulling aan. Zij onderschrijven de eigen verantwoordelijkheden van de burger ten aanzien van een goede en gezonde samenleving, maar zien daarin ook een ondersteunende en faciliterende medeverantwoordelijkheid van de gemeenten, met name bij die groepen van de samenleving die daar zelf minder goed toe in staat blijken. Zonder daarbij het initiatief en de eigen verantwoordelijkheden bij de burger weg te nemen.
1.3 Woningbouwinitiatieven moeten bijdragen aan de woonkwaliteit In deze paragraaf beschrijven de gemeenten hoe zij kansen ten aanzien van het thema wonen willen benutten. Hieronder wordt een overzicht gegeven van het beleid gericht op het slagvaardig KUNNEN benutten van initiatieven van derden. De gemeenten in het Land van Heusden en Altena willen de kansen die zich voordoen op de woningmarkt zo goed mogelijk benutten. Zij zijn daarbij ook afhankelijk van initiatieven van marktpartijen (corporaties, commerciële ontwikkelaars, zorginstellingen, e.d.) maar ook van particulieren. Allen hebben een eigen verantwoordelijkheid en een eigen belang om woningbouwplannen op te stellen. 1.3.1 Inspelen op veranderende vraag: extramuralisering Bij extramuralisering gaat het om zorg en begeleiding in zelfstandige woonruimten of bijvoorbeeld om kleinschalige woonvormen in de wijk, zoals groepswoningen voor dementerenden, ouderinitiatieven voor (jong)gehandicapten, maar ook groepswonen voor ouderen en/of eenpersoonshuishoudens. Het initiatief hiervoor kan zowel bij de zorgverlener liggen als bij de woningcorporatie of de belanghebbenden (of hun vertegenwoordigers) zelf. Maar ook het zorgen voor de eigen ouders in of om het eigen huis (mantelzorg) valt onder de veranderende vraag ten aanzien waarvan de gemeenten een positieve grondhouding aannemen.
Deels zal dit door de initiatiefnemers worden gerealiseerd door middel van woonservicezones met daarin een afgestemd aanbod van wonen, welzijn en zorg. De kans voor de realisatie van woonservicezones (of andere combinaties van wonen-welzijn-zorg) is met name gelegen in de bundeling van voorzieningen, geschikte woningen en daarmee een voldoende concentratie van mensen met een zorgvraag te bereiken zodat er voldoende draagvlak is om de voorzieningen daadwerkelijk te kunnen blijven leveren en op de lange termijn in stand te kunnen houden. De gemeenten hechten groot belang aan een goede extramurale zorg. Daar waar dit leidt tot accommodatievragen of bijzondere woonvormen zullen de gemeenten daarbij binnen de ruimtelijke kwaliteitskaders planologisch faciliterend zijn. Dit geldt ook voor het faciliteren van inwoners die op korte termijn en gedurende een beperkte periode opvang nodig hebben. Daar waar het gaat om mantelzorg zullen de gemeenten de mogelijkheden binnen de bestemmingsplannen, waar mogelijk, benutten. Een deel van de inwoners zal op het einde van hun levensfase niet meer in staat zijn, ook met externe ondersteuning, zelfstandig te kunnen blijven wonen. Een evenwichtig aanbod van woonzorgvoorzieningen (zie ook bij voorzieningen) is daarvoor gewenst. De regio
Hoofdstuk 1
23
heeft daarbij al een inhaalslag gedaan en alleen in Werkendam ligt daarvoor nog een opgave.
figuur: verstedelijking in het Land van Heusden en Altena
1.3.2 Toetsingskader voor woningbouwplannen in de kernen De gemeenten in het Land van Heusden en Altena zullen plannen en initiatieven voor woningbouw en herstructurering / renovatie van de bestaande woningvoorraad beoordelen op de bijdrage aan de kwaliteiten van de dorpen en bij de grotere dorpen de kwaliteit van de woonbuurten waar dat bouwplan gerealiseerd gaat worden. Daarnaast worden initiatieven en plannen beoordeeld op de bijdrage aan het vergroten en versterken van de woningvoorraad voor de kwetsbare doelgroepen (bijvoorbeeld in het kader van de extramuralisering). Flexibel en levensloopbestendig bouwen is daarbij uitgangspunt, aangezien op deze wijze (op termijn) meerdere doelgroepen kunnen worden bediend. Als criteria hanteren de gemeenten: • • • • • • •
De bijdrage aan de gewenste diversiteit van de opbouw van de woningvoorraad in de dorpen; De bijdrage aan de gewenste verhuisdynamiek (doorstroming, terugkeer oudinwoners) in de dorpen; De bijdrage aan gewenste stimulering van prioritaire doelgroepen (starters / jonge gezinnen en het zo lang mogelijk zelfstandig kunnen laten wonen van senioren); De bijdrage aan de ruimtelijke karakteristiek en omgevingskwaliteit van de dorpen; De wijze waarop rekening is gehouden met duurzaamheidsaspecten (energie, klimaat, materiaalgebruik, parkeren, waterhuishoudkundige aspecten en milieuaspecten); De wijze waarop rekening gehouden is met (hoog)waterveiligheid; De verhouding bebouwing en openbare ruimte (recreatie, spelen, groene ruimte).
24
Hoofdstuk 1
1.3.3 Toetsingskader voor uitbreiding woonfunctie buitengebied De gemeenten in het Land van Heusden en Altena zullen aan plannen en initiatieven voor uitbreiding van de woonfunctie in het buitengebied alleen medewerking verlenen indien: • • • • • •
• • •
Het plangebied gelegen is een zone ‘zoekgebied stedelijke ontwikkeling’ of een zone ‘gemengde plattelandseconomie’. Het een verbouwing of herontwikkeling van een bestaande gebouwde locatie betreft; Er sprake is van nieuwbouw als vervanging van een te slopen woning; Er sprake is van een Ruimte voor Ruimte woning; Er sprake is van een Rood voor Groen constructie in de vorm van een nieuw landgoed; De uitbreiding van de woonfunctie samengaat met een bedrijfsmatig herbenutten van een voormalig agrarisch bedrijfsgebouw (VAB's), waarvan het bestemmingsvlak niet groter is dan 5.000 m2 waarbij het aantal m2 bebouwing maatwerk is en van geval tot geval bekeken dient te worden; De woningen noodzakelijk zijn uit het oogpunt van een goede volkshuisvesting; Er sprake is van woningsplitsing, of functiewijziging naar wonen ten behoeve van het behoud van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen; De wijze waarop rekening gehouden is met (hoog)waterveiligheid.
In alle situaties dient het initiatief ook een bijdrage te leveren aan de kwaliteiten van het buitengebied en de omgevingskwaliteiten van de plek waar dat bouwplan gerealiseerd gaat worden. Daarbij mag de toevoeging van woonfuncties in het buitengebied niet leiden tot aantasting van bestaande bewoningsstructuren in het buitengebied. Uitgangspunt is het behouden van de woonfuncties in de bestaande buurtschappen. Voor wat betreft dit onderwerp zal er afstemming worden gezocht met de in ontwikkeling zijnde beleidsregel 'Landschappelijke kwaliteitsverbetering buitengebied' van de regio West-Brabant. 1.3.4 Toetsingskader huisvesting van arbeidsmigranten De vraag naar arbeidskrachten in de land- en tuinbouw, de industrie en de bouw wordt ten dele opgevangen door de inzet van arbeidsmigranten. Dat vraagt om structurele huisvestingsmogelijkheden. Een complicerende factor is het gegeven dat het deels een seizoensgebonden huisvestingsvraag is. De gemeenten beschouwen de specifieke seizoensgebonden tijdelijke huisvestingsvraag een primaire verantwoordelijkheid van de betreffende ondernemers. Ze zullen ondernemers in staat stellen op hun eigen erf te voorzien in deze tijdelijke behoefte. De gemeenten hanteren hierbij de regionale beleidsnotitie 'huisvesting arbeidsmigranten' (september 2012).
Daarbij zal nadrukkelijk worden toegezien op de kwaliteit van deze huisvesting, zowel vanuit volkshuisvestelijk, maatschappelijk, veiligheids- en volksgezondheidsoogpunt. De gemeenten zullen terughoudend zijn met het toestaan van tijdelijke voorzieningen op of bij het erf in de vorm van kwalitatief laagwaardige bebouwing zoals bijvoorbeeld caravans. Daar waar sprake is van een structurele vraag naar huisvesting van arbeidsmigranten die verder gaat dan seizoenshuisvesting, wordt dit door de gemeenten en de corporaties gezien als een reguliere woningbouwopgave. Randvoorwaarden daarbij zijn dat deze oplossingen: • •
Ruimtelijk en landschappelijk verantwoord worden gesitueerd; Leiden tot een volkshuisvestelijk verantwoorde situatie;
Hoofdstuk 1
25
• •
Leiden tot een sociaal en maatschappelijk verantwoorde situatie; Beheer en onderhoud privaatrechtelijk afdoende zijn geborgd.
1.4 Verval van de woningvoorraad en woonomgeving voorkomen In deze paragraaf beschrijven de gemeenten hoe zij bedreigingen ten aanzien van het thema wonen willen uitsluiten. Hieronder wordt een overzicht gegeven van het beleid gericht op het VOORKOMEN van ongewenste ontwikkelingen. 1.4.1 Zorg voor de context van het wonen De toekomst van wonen en woonomgeving wordt niet alleen bepaald door de woning en de fysieke woonomgeving, maar ook door sociaal-maatschappelijke kwaliteiten. De gemeenten in het Land van Heusden en Altena willen daarom initiatieven die zodanige neveneffecten hebben dat zij deze sociaal-maatschappelijke kwaliteiten verstoren, voorkomen. De zorg voor de fysieke woonomgeving is een basisverantwoordelijkheid van de gemeenten. Zij doen daarbovenop een beroep op de bereidwilligheid van de bewoners om voor hun eigen woonomgeving te zorgen. 1.4.2 Ontwikkeling in de kwaliteit van de woningen De kwaliteit van de woning is primair een verantwoordelijkheid van de eigenaar. De gemeente zal hierin alleen actief optreden indien een zodanig kwaliteitsverlies gaat optreden dat dit doorwerking heeft naar de algehele kwaliteit van de woonomgeving.
figuur: totaalkaart ‘Wonen’
26
Hoofdstuk 1
figuur: omgevingsvoorzieningen
Hoofdstuk 1
27
2.
VOORZIENINGEN
Hoofdlijnen van beleid Voorzieningen De gemeenten streven naar een goede kwaliteit van de leefomgeving. Een goed en integraal aanbod aan functies draagt hier aan bij. De gemeenten willen liever niet spreken over 'voorzieningen' omdat dit teveel een gebouw aanduidt. Het realiseren van functies die de leefbaarheid vergroten is het belangrijkst. Verschillende functies kunnen geclusterd worden in een voorziening (gebouw). In de huidige situatie zijn kleinschalige functies in de meeste kernen aanwezig; de grootschalige functies en de bijbehorende voorzieningen zijn veelal geconcentreerd gelegen in de grootste kernen van de regio. De gemeenten wil de leefbaarheid in de kernen up-to-date houden en bevorderen. Dit is gediend met een zo effectief mogelijke inzet van middelen, waaronder accommodaties. Er wordt echter niet geforceerd vastgehouden aan het overeind houden van (meerdere) functies in alle kernen. De gemeenten willen zich er wel voor inspannen om de nu aanwezige functies waar mogelijk te behouden. Voor de maatschappelijke functies hebben de gemeenten hiertoe uiteraard meer mogelijkheden dan voor commerciële of zorgvoorzieningen. (Commerciële) functies Land van Heusden en Altena Het winkelaanbod voor de dagelijkse boodschappen in het Land van Heusden en Altena is ruim. Er is nog een groot aantal kernen dat een eigen supermarkt heeft.
Alhoewel de omvang van verschillende supermarkten gering is, zijn het de trekkers van de dorpskernen. Door de aanwezigheid van de supermarkt zijn ook de mogelijkheden voor (vers)speciaalzaken groter. Het recreatieve winkelaanbod is daarentegen beperkt aanwezig. De inwoners van de regio zijn hiervoor sterk aangewezen op de verschillende binnensteden die rondom liggen. De regio kent wel een relatief groot aandeel verspreide bewinkeling (op bedrijventerreinen, in de wijk, etc.). Het gaat hier met name om winkels op het gebied van doelgerichte, laagfrequente aankopen. Omgevingsfuncties Naast de 'harde' functies zijn ook de gebruiksfuncties in de openbare ruimte, zoals parken, groen, water, wandel- en fietspaden van belang. Zij stellen bewoners en bezoekers in staat te bewegen, de identiteit en het karakter van de omgeving te beleven en de veranderingen van seizoenen te ervaren. De zorg voor deze functies maakt daarmee onderdeel uit van het goede woon- en leefklimaat dat bijdraagt aan een prettige leefomgeving. Trends De functies in de kleinste kernen staan onder druk. Door het wegvallen van draagvlak in de toekomst is het onmogelijk te garanderen dat alle kernen in de toekomst over al deze functies kunnen blijven beschikken.