CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Kadernota 2026 bij RV Kadernota 2026

Raadsvergadering 18 juni 2025, gemeente AltenaBij agendapunt: a. Kadernota 202612.891 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Algemene reserve Algemene reserve grondexploitatie

Reserve Kapitaallasten Reserves Onderhoud gemeentelijke gebouwen Reserves Onderhoud wegen

Reserve Strategische investeringen Reserve Opvang en huisvesting bijzondere doelgroepen Reserve Onderhoud graven

Reserve Frictiekosten

Reserve Onderliggend wegennet A27

Reserve Duurzaamheidsfonds

Reserve Omgevingswet Reserve Glasvezel

Saldo Voorstel ultimo 2024 15.023.136 Algemene reserve in stand houden. 2.305.823 Volledig in stand houden. Rekening houden met de verwachtingen en bestuurlijke prioriteiten met betrekking tot de woningbouw. 20.245.139 Is ter dekking van kapitaallasten en ligt onderbouwing onder. In stand houden. 5.032.823 Gelet op het nog te maken onderhoudsplan gebouwen in stand houden. Inclusief bijdrage verbouwing gemeentehuis. 4.478.372 Cluster Wegen is momenteel bezig met opstellen van een nieuw wegen onderhoudsplan. Reserve zal hiervoor volledig worden ingezet. 2.500.000 Vrij laten vallen. Geen vastgestelde bestemming op dit moment. 2.168.263 In stand houden. Ligt bestedingsplan onder. 1.600.121 De onttrekking is gebaseerd op het jaarlijkse onderhoud van graven zoals bepaald bij de harmonisatie van begraafplaatsen in 2021. Reserve in huidige vorm handhaven. 1.585.545 In stand houden voor het deel dat nog nodig is voor de laatste personele fricties vanuit herindeling alsmede voor dekking verbouwing gemeentehuis (€ 350.000). Restant bestemmen voor fricties in het algemeen, daarmee formele doel van de reserve aanpassen. 1.359.763 Met de vaststelling van het Programmaplan Mobiliteit zijn exploitatiebudgetten en een structurele reeks kapitaallasten in de begroting opgenomen. Een reserve is daarmee niet meer nodig.

Een bedrag van € 300.000 in de reserve laten zitten voor Kortveldsesteeg en maatregelen sluipverkeer. 1.329.586 Reserve vrij laten vallen, behalve de verplichting van € 250.000 in verband met uitstel van het plaatsen van laadpalen. 947.854 In stand houden. Ligt bestedingsplan onder. 764.776 In stand houden. Ligt bestedingsplan onder.

25

Vrijval in Algemene reserve 0 0

0 0

0

2.500.000 0 0

0

1.059.763

1.079.586

0 0

Omschrijving

Reserve Renovatie /vervanging kleedlokalen sportaccommodaties

Reserve Baggeren Loevesteingracht

Reserve Ondersteuning verenigingen energiecrisis

Reserve Baggeren Rijswijkse Wiel

Reserve Woonomgeving

Reserve Verkeersveiligheidverhogende maatregelen

Reserve Landschapsinvesteringsfonds

Reserve Monumentenfonds Reserve Bomenfonds

Risicoreserve bedrijventerrein ROB Reserve Handhaving Veense Put

Saldo Voorstel ultimo 2024 706.662 Deze reserve dient voor de renovatie en vervanging van kleedlokalen van Sportverenigingen. Op dit moment liggen er twee concrete aanvragen voor 2026. Daarnaast worden middelen beschikbaar gehouden in verband met de overdracht van de accommodatie aan GRC. Voorgesteld wordt daarom om een bedrag in de reserve beschikbaar te houden. In totaal stellen we voor om voor deze zaken € 250.000 in de reserve beschikbaar te houden. Per saldo valt hiermee een bedrag van € 456.662 vrij. Komt er een aanvraag nadat de reserve is opgeheven dan kan beoordeeld worden en meegenomen in de begroting. 689.715 Deels in stand houden gedurende de proef. Daarvoor is voor drie jaar € 40.000 per jaar nodig. Restant kan vrijvallen. 605.774 Op grond van het amendement is 2024 het laatste jaar. Er is voor 2025 geen bestedingsplan meer. De reserve kan daarmee worden opgeheven na onttrekking in 2025 voor nagekomen posten (€ 61.000). Hiermee kan een bedrag van € 544.000 vrijvallen. 600.000 Reserve geheel laten vrijvallen. Nadat de proef van 3 jaar bij de Loevesteingracht met de beluchters is afgerond, zal een verdere beoordeling van de navolgende kosten plaats vinden. Dit is zowel voor de Loevesteingracht als voor de Rijswijkse Wiel van toepassing. 599.858 Reserve vanuit voormalig Werkendam. Basis voor geraamde toevoegingen en onttrekkingen onbekend. Kan vrijvallen.

574.160 Voor de uitvoering van het Programmaplan Mobiliteit zijn exploitatiebudgetten in de begroting beschikbaar. Een reserve is daarmee niet meer nodig. 343.593 Reserve in stand houden. Betreft gelden uit de grondexploitaties die ingezet worden voor landschapsprojecten op basis van een provinciale regeling. Met opstellen groenbeleid volgt bestedingsplan. 166.241 Vrij laten vallen. Er vinden geen stortingen meer plaats en bestedingsplan ontbreekt. 150.000 In stand houden. Er wordt gewerkt aan het bomenbeleid. De inzet van de reserve wordt hierbij betrokken. 131.025 Vrij laten vallen. Geen doel / bestedingsplan van deze reserve bekend. 45.000 Bedoeld voor handhavingsinitiatieven op de Veense Put. Nog geen aanleiding voor inzet reserve. Gelet op lage bedrag vrij laten vallen. Handhavingsgelden aanmelden in een bestuursrapportage op het moment dat het gaat spelen.

26

Vrijval in Algemene reserve 456.662

569.715

544.000

600.000

599.858

574.160

0

166.241 0

131.025 45.000

Omschrijving

Reserve Sociaal Domein Reserve Strategisch personeelsbeleid Reserve Onderhoud civiele kunstwerken

Saldo Voorstel ultimo 2024 2.237 Valt in 2025 reeds vrij ten gunste van begrotingsresultaat en wordt opgeheven. 244 Klein restant. Vrij laten vallen.

Vrijval in Algemene reserve 0

0 Geen. 63.955.709

244 0 8.326

Het voorstel voor het (deels) laten vrijvallen van de genoemde bestemmingsreserve wordt betrokken bij de opstelling van de Begroting 2026 en bij de herziening van de nota Reserves en voorzieningen.

27

Het Investeringsprogramma 2025–2028 ziet er op dit moment als volgt uit (vastgestelde Begroting 2025): Investeringen 2025-2028 Categorie

2025

2026

2027

2028

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs

32.367.267

14.328.274

8.631.208

1.897.672

Mobiliteitsplan

4.505.963

5.397.098

4.037.670

2.355.000

Beheerplannen reiniging

372.196

-

-

-

Beheerplannen riolering

8.650.779

5.825.000

6.100.000

6.100.000

Beheerplannen begraven en overig

588.088

130.680

718.740

718.740

Beheerplannen civiele kunstwerken

3.166.300

744.535

144.535

144.535

Beheerplannen groen en bomen

1.339.399

980.879

852.554

852.554

Beheerplannen haven

4.211.766

-

-

-

Beheerplannen OV

704.894

400.000

400.000

400.000

Beheerplannen spelen

227.617

-

128.325

128.325

Beheerplannen wegen

7.856.707

5.359.170

4.588.400

4.408.400

Brandveiligheid

12.500

-

-

-

Huisvesting en ICT

526.929

160.000

445.396

445.396

Maatschappelijke accommodatie

263.000

-

-

-

Sportaccommodaties

5.186.885

3.238.037

106.301

119.526

Strategische gronden

(17.947)

981.909

-

-

Tractie en bedrijfsmiddelen

131.440

-

-

-

70.093.784

37.545.582

26.153.129

17.570.148

Totaal

De kapitaallasten zijn de kosten die voortvloeien uit het activeren van deze investeringen (via afschrijvingen en rente). De kapitaallasten zijn verwerkt in de meerjarenbegroting en maken onderdeel uit van het begrotingssaldo 2025-2028. De kapitaallasten die voortvloeien uit bovenstaand investeringsprogramma zien er als volgt uit. (Extra) kapitaallasten uit deze geplande investeringen in relatie tot de begrotingsomvang

Kapitaallasten Begrotingsomvang Kapitaallasten in % van de begrotingsomvang

2025

2026

2027

2028

1.402.606

2.475.525

5.013.503

6.012.538

192.230.000

183.072.000

184.439.000

190.480.000

0,73%

1,35%

2,71%

3,15%

Toekomstige kapitaallasten vormen geen buitensporig groot deel van de begroting.

28

-

De opzet van het investeringsschema begroting 2026 zal verder worden verfijnd. Daarbij hanteren we de opdeling: vaste ‘mandjes’ die elk jaar terugkeren van een gemiddelde omvang (als JOR, sportvelden, beheerplannen), IHP, vervangingsinvesteringen, losse investeringen (zoals uitbreiding gemeentehuis) en onderwerpen die in de komende jaren gaan spelen maar waarvan nog geen onderbouwde investeringsraming is opgesteld (sportpark Almkerk). Deze zullen we opnemen als een voorlopige / indicatieve raming. Waar mogelijk zullen we een verdere kijk in de toekomst als meerjarenraming (dus ook zicht op na 2029) opnemen.

-

We zullen de kredieten opnemen / verdelen over de jaren op basis van ‘mijlpalen’ en waar dat kan worden deze gesplitst in voorbereidingskrediet en uitvoeringskrediet.

-

Bij structurele investeringsbudgetten die oplopen omdat er wordt doorgeschoven, zullen we de jaarschijf schrappen / halveren zodat een boeggolf wordt voorkomen.

-

Naast de verlenging van de afschrijvingstermijn voor lichtmasten zullen we ook de afschrijvingstermijn voor de (fundering van) wegen verlengen (van 25 naar 40 jaar) op basis van feitelijke historische gegevens en ook algemeen gehanteerde afschrijvingstermijnen.

-

Er zal scherpere sturing plaatsvinden bij de bestuursrapportages / kwartaalrapportages.

29

NB. De gevolgen van de in hoofdstuk 4 genoemde maatregelen met betrekking tot lokale heffingen zijn hierin niet verwerkt.

In het Bestuursakkoord is als uitgangspunt benoemd dat wij streven naar kostendekkende tarieven voor gemeentelijke tarieven en diensten en producten behalve bij de grafrechten. Wij hanteren daartoe de volgende uitgangspunten: 1. Verordeningen moeten kostendekkend zijn tenzij er een afwijkend raadsbesluit of een wettelijk maximum voor het betreffende tarief geldt. 2. Wanneer de totaalopbrengst van de verordening minder dan kostendekkend is, worden de tarieven binnen die verordening verhoogd met 2% plus inflatie; 3. Tarieven worden alleen verlaagd wanneer de geraamde opbrengst van alle in de betreffende belastingverordening voorkomende tarieven meer dan kostendekkend is. 4. Er wordt aansluiting gezocht bij landelijk vastgestelde (maximum)tarieven. 5. Alle tarieven worden jaarlijks met het inflatiepercentage prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP) verhoogd, tenzij het totaal van de verordening daardoor meer dan 100% kostendekkend wordt. 6. De uitgangspunten voor de toerekening van de kosten worden door het college bepaald binnen de kaders van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. Afwijkingen van dit beleid of beleidsontwikkelingen op het terrein van belastingen worden per belastingsoort vermeld.

Soort heffing

Begroting 2022

Jaarrekening Begroting 2022 2023

Jaarrekening 2023

Begroting 2024

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Afvalstoffenheffing

94%

84%

100%

105%

100%

106%

100%

Havengelden

100%

121%

98%

108%

100%

107%

99%

Leges

85%

89%

72%

69%

84%

107%

77%

Leges Biesbosch

73%

70%

100%

100%

100%

100%

100%

Lijkbezorgingsrechten

67%

58%

69%

69%

68%

49%

60%

Marktgelden

86%

86%

78%

75%

82%

80%

95%

Rioolheffing

87%

82%

86%

78%

90%

77%

85%

Afvalstoffenheffing Het product afval is een gesloten systeem. De eventuele tekorten worden gedekt uit een gevormde voorziening die echter niet negatief mag zijn. We streven naar 100% kostendekking. Niet kostendekkende tarieven stijgen conform het algemene tarievenbeleid met 2% plus inflatie. Als de

30

voorziening negatief dreigt te worden op basis van de voorziene kosten en opbrengstontwikkeling in de begroting en meerjarenraming, moet het tarief extra stijgen. De kosten van de inzameling en verwerking van afval zullen in 2026 naar verwachting, gezien een nieuw aan te besteden contract, flink stijgen. Door gebruik te maken van de voorziening egalisatie reiniging (ca.€ 1.045.000) kan het tarief komende jaren geleidelijk stijgen naar een 100% kostendekkend niveau. Kader afvalstoffenheffing ▪ We streven naar 100% kostendekking. ▪ Wanneer het product afval op begrotingsbasis niet kostendekkend is stijgen de tarieven, conform het tarievenbeleid met maximaal 2% plus inflatie. Dit tenzij de voorziening negatief wordt. Dan moet het tarief extra stijgen. ▪ Wanneer het product afval op begrotingsbasis meer als kostendekkend is worden de tarieven verlaagd. BIZ heffing (Heffing bedrijveninvesteringszone) De BIZ-heffing is een verplichte bijdrage voor eigenaren en/of gebruikers van niet-woningen in een bepaald gebied. De heffing is bedoeld ter bekostiging van investeringen in dat gebied in bijvoorbeeld de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit etc. De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting. Het bedrag van de bijdrage gaat in de vorm van subsidie naar de BIZstichting die de investeringen uitvoert.

Een BIZ geldt voor vijf jaar en kan dan eventueel, na een draagvlakmeting onder de eigenaren en/of gebruikers van de niet-woningen in het gebied, worden verlengd. Het tarief blijft wettelijk gedurende vijf jaar gelijk. Kader BIZ heffing Voor de BIZ blijft het tarief (wettelijk) gedurende vijf jaar gelijk. Havengelden Binnen onze gemeente worden havengelden geheven in de Beatrixhaven, Biesboschhaven en een gedeelte van de RWS-haven (haventje Rijkswaterstaat). Bij de havengelden kunnen alleen kosten worden verhaald die verband houden met het gebruik van de havens en de kades. Het tarievenbeleid van de havengelden is dat we streven naar 100% kostendekkendheid. Indien de havengelden niet kostendekkend zijn, stijgen de tarieven conform het algemene tarievenbeleid met 2% plus de inflatiecorrectie. Kader haven- en kadegelden Indien de tarieven niet kostendekkend zijn worden de tarieven met maximaal 2% plus inflatie verhoogd. Leges De legesverordening is niet kostendekkend. We streven naar een 100% kostendekkende legesverordening. De leges voor rijbewijzen en identiteitsbewijzen worden vastgesteld op het wettelijk maximum. De legesverordening is (in de begroting 2025) 77% kostendekkend. In de jaarrekening 2024 was het kostendekking van de leges 107%. Dit laatste kwam vooral door de leges voor bouwen. Voorafgaand

31

aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn eind 2023 nog heel veel bouwaanvragen ingediend onder de oude wetgeving. De meeropbrengst van 2024 heeft daarom een incidenteel karakter. De bouwkosten stijgen. Omdat het tarief een percentage is van de bouwsom komt er zonder tariefstijging al extra opbrengst binnen. Hoofdstuk 2 van de legesverordening is naar verwachting daardoor meer dan 100% kostendekkend. Op zich is dat toegestaan. Volgens een arrest van de Hoge Raad moet de wettelijke eis van 100% kostendekking worden bezien op het niveau van de totale legesverordening. Gezien het voorgaande stellen we voor om de legestarieven voor 2026, met uitzondering van leges voor rijbewijzen en identiteitspapieren, milieuleges en de bouwleges, met 10% plus inflatie te verhogen. De tarieven van de milieuleges voor 2026 worden vastgesteld op basis van het voorstel daartoe van de OMWB. Voordeel daarvan is dat binnen de OMWB regio geen verschillende tarieven worden gehanteerd. Kader leges ▪ We streven naar een 100% kostendekkende legesverordening. In verband daarmee stellen we voor om de legestarieven voor 2026, met uitzondering van leges voor rijbewijzen en paspoorten, milieuleges en de bouwleges, met 10% plus inflatie te verhogen. ▪ De tarieven van het percentage van de bouwsom blijven ongewijzigd.

▪ De tarieven voor rijbewijzen en identiteitspapieren worden vastgesteld op het wettelijk maximum. ▪ De tarieven van de milieuleges voor 2026 worden vastgesteld op basis van het voorstel daartoe van de OMWB. Leges Biesbosch Met ingang van 1 januari 2021 heft Staatsbosbeheer voor de gemeenten Altena, Dordrecht en Drimmelen de leges die voorheen door het Parkschap Nationaal Park de Biesbosch werden geheven. De doelstelling is dat de betreffende tarieven in alle drie de gemeenten gelijk zijn. De verdeling van bijdrage van de gemeenten aan Staatsbosbeheer vindt plaats op inwoneraantal. De soorten vergunningen en de aantallen vergunningen per gemeenten verschillen van elkaar. De huidige verdeling van de bijdrage is voordelig voor Altena. Op dit moment is de gemeente Altena de enige gemeente met 100% kostendekking van de leges Biesbosch. Er zal mogelijk een wijziging plaatsvinden in de bekostigingssystematiek van de bijdrage aan Staatsbosbeheer. Op dit moment is de bijdrage aan Staatsbosbeheer gekoppeld aan het aantal inwoners van de gemeente. Dordrecht betaalt daardoor veel meer dan Altena en Drimmelen. Het aantal vergunningen van Dordrecht is weliswaar hoger dan het aantal vergunningen van Altena en Drimmelen maar is toch niet in verhouding met het aantal inwoners. Vandaar de wens van de gemeente Dordrecht om op de deelnemersbijdrage te koppelen aan het aantal vergunningen.

De doelstelling blijft dat de tarieven voor alle drie de gemeenten op een 100% kostendekkend niveau worden vastgesteld maar dit is waarschijnlijk niet voor alle drie de gemeenten te realiseren. Dit omdat het aantal vergunningen verschilt, de 100% kostendekking voor iedere individuele gemeente het wettelijk maximum is, en de tarieven aan elkaar gelijk zijn.

32

Kader leges Biesbosch We streven bij de leges Biesbosch naar 100% kostendekking. De tarieven van Altena, Dordrecht en Drimmelen zijn gelijk. Lijkbezorgingsrechten De lijkbezorgingsrechten worden geheven voor de diensten de gemeente verricht op de gemeentelijke begraafplaatsen. Uitgangspunt voor het college is de lijkbezorgingsrechten betaalbaar te houden en conform het bestuursakkoord niet te streven naar 100% kostendekking. Wel zullen de tarieven conform het tarievenbeleid voor niet kostendekkende verordeningen met 2% plus inflatie worden verhoogd. Kader lijkbezorgingsrechten ▪ Bij de lijkbezorgingsrechten wordt niet gestreefd naar 100% kostendekking. ▪ Conform het tarievenbeleid voor niet kostendekkende verordeningen worden de tarieven met 2% plus inflatie verhoogd. Marktgelden We streven naar een 100% kostendekkende verordening marktgelden. In 2024 zijn de tarieven met 16,71% verhoogd. In 2025 met 18%. Voor 2026 zijn de marktgelden naar verwachting 100% kostendekkend. Kader marktgelden De tarieven van de marktgelden worden kostendekkend vastgesteld. De tarieven zijn in 2026 naar verwachting 100% kostendekkend. Onroerendezaakbelastingen Ieder jaar worden de onroerende zaken opnieuw gewaardeerd zodat ieder jaar de tarieven opnieuw moeten worden vastgesteld en aangepast aan de wijziging van de waarde. Bij een stijging van de waarde daalt het tarief.

De OZB wordt geheven op basis van de WOZ-waarde. Kader OZB De OZB-opbrengst stijgt met de inflatie volgens pBBP (Prijs Bruto Binnenlands Product) plus de areaalgroei (groei aantal objecten). Rioolheffing Tijdens de behandeling van het Water en rioleringsplan 2025-2028 heeft de raad een voorkeur uitgesproken voor een tariefvariant waarin gedurende de jaren 2025 tot en met 2028 de tariefstijging van de rioolheffing zou worden gemaximeerd op respectievelijk 10%, 10%, 6% en 5% exclusief inflatiecorrectie. Voor 2026 is de inflatiecorrectie 2,6% (pBBP septembercirculaire 2024). De tarieven voor 2026 stijgen dus in totaal met 12,6%. De heffing en invordering van gemeentelijke belastingen is overgedragen aan SVHW (Samenwerkingsverband Heffing en Waardebepaling). Om de uitvoering eenvoudiger te maken heeft SVHW een voorkeur uitgesproken voor het harmoniseren van de belastingverordeningen. Aan Altena stelt SVHW voor om in de verordening rioolheffing voor gebruikers van woningen een vast bedrag te hanteren in plaats van een tarief op basis van het waterverbruik. Al onze woningen vallen

33

volgens SVHW nu al in de laagste tariefschijf op basis van het waterverbruik. Qua bedrag voor de burger verandert er hierdoor niets (behoudens de voorgestelde tariefstijging) maar voor SVHW wordt de uitvoering eenvoudiger omdat niet langer per woning de koppeling met het waterverbruik hoeft te worden gemaakt. Los daarvan zijn er tegenwoordig ook waterleidingbedrijven (niet Brabant Water) die uit privacyoverwegingen weigeren om gegevens over het waterverbruik te verstrekken. Kader rioolheffing ▪ Bij de rioolheffing groeien we toe naar 100% kostendekking. ▪ Als de voorziening in meerjarenperspectief negatief wordt moet het tarief extra worden verhoogd. ▪ De stijging van de tarieven voor 2026 is 10% plus inflatie. ▪ Voor gebruikers van woningen wordt voortaan een vast bedrag gehanteerd. Verblijfsbelasting Met ingang van 2023 wordt toeristenbelasting aangeduid als verblijfsbelasting. Dit omdat met ingang van 2024 ook locaties voor arbeidsmigranten in deze heffing worden betrokken. Het is dus niet langer een belasting voor enkel toeristische locaties. Verblijfsbelasting is een algemeen dekkingsmiddel en wordt geheven voor het houden van verblijf door personen die niet ingeschreven zijn op een adres in de gemeente. De verblijfsbelasting wordt in rekening gebracht bij degene die, tegen betaling, gelegenheid tot verblijf biedt.

De tarieven worden in beginsel jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Het huidige tarief is € 1,35 per persoon per overnachting. Vanuit de toeristische sector is een voorkeur voor tarieven die afronden op 5 eurocent. Reden om bij de verblijfsbelasting de inflatiecorrectie van een aantal jaren pas door te voeren als, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent wordt overschreden. Het tarief voor 2026 blijft dus € 1,35 per overnachting. Kader verblijfsbelasting De tarieven worden jaarlijks met de inflatie verhoogd. De inflatiecorrectie wordt pas doorgevoerd nadat de inflatiecorrectie voor een aantal jaren, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent overschrijdt. Het tarief blijft € 1,35. Watertoeristenbelasting Watertoeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel en wordt geheven voor het houden van verblijf door personen die niet ingeschreven zijn op een adres in de gemeente. Deze heffing wordt in rekening gebracht bij degene die, tegen betaling, gelegenheid tot verblijf biedt. De tarieven worden in beginsel jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Het huidige tarief is € 1,35 per persoon per etmaal of gedeelte daarvan. Vanuit de toeristische sector is een voorkeur voor tarieven die afronden op 5 eurocent. Reden om bij de watertoeristenbelasting de inflatiecorrectie van een aantal jaren pas door te voeren als, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent wordt overschreden.

Het tarief voor 2026 blijft dus € 1,35 per overnachting. Kader watertoeristenbelasting De tarieven worden jaarlijks met de inflatie verhoogd. De inflatiecorrectie wordt pas doorgevoerd nadat de inflatiecorrectie voor een aantal jaren, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent overschrijdt. Het tarief blijft € 1,35.

34

Onderstaand worden de financieel-technische uitgangspunten weergegeven, die bij de opstelling van de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029 worden gehanteerd. Bestaand beleid

De Begroting 2026 wordt opgesteld op basis van bestaand beleid.

Nieuw beleid

Geen nieuw beleid anders dan door niet beïnvloedbare externe factoren (wettelijke verplichtingen en / of contractuele afspraken) en / of opgenomen in de Kadernota 2026. Voor een gezond financieel beleid en het faciliteren van college en raad bij het afwegen van beleidsprioriteiten, is het noodzakelijk dat in beeld is welke taken met bijbehorende budgetten (her)afweegbaar zijn. Structurele lasten worden gedekt met structurele baten; incidentele lasten mogen worden gedekt met incidentele baten; specifieke baten worden ook specifiek besteed. Bij het ramen van de salariskosten wordt uitgegaan van de formatie per 1 januari 2025 en eventuele mutaties uit hoofde van de Kadernota 2026. De salarislasten worden geraamd op het maximum van de schaal. Voor de Begroting 2026 wordt uitgegaan van de meest recente Ca0-afspraken. De algemene uitkering wordt geraamd in lopende prijzen. De Begroting 2026 wordt gebaseerd op de raming van de algemene uitkering uit de Septembercirculaire 2025. Aan elk loon- en prijsgevoelig budget wordt een specifiek indexcijfer met daar bijbehorend percentage toegekend. Deze indexcijfers zijn gebaseerd op percentages die in de Meicirculaire 2025 zijn opgenomen. Voor prijsgevoelige budgetten gaat dit om het prijsindexcijfers prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP), voor salarissen om de ‘loonvoet sector overheid’ en voor subsidies om een gemengd percentage.

Bij het opstellen van de Eerste Bestuursrapportage 2026 vindt de afweging plaats over de gerichte inzet van de stelpost loon- en prijsontwikkeling. De rentekosten worden berekend aan de hand van het schema rentetoerekening zoals in de Notitie rente 2023 van de Commissie BVV is opgenomen. In de Begroting 2026 worden in principe geen nieuwe investeringen verwerkt, tenzij deze in de Kadernota 2026 zijn opgenomen. Als uitgangspunt geldt dat de tarieven jaarlijks tenminste worden geïndexeerd voor inflatie. Daar waar sprake is van niet kostendekkende tarieven, wordt boven op de inflatiecorrectie een extra verhoging ingezet. In beginsel bedraagt deze extra verhoging 2%. Zie ook hoofdstuk 8 in deze Kadernota 2026. Het vermogen van de gemeente om risico’s te kunnen opvangen zonder daarbij de lopende exploitatie in gevaar te brengen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Uitgangspunt is een weerstandsratio gelijk of groter dan 1,0 in de begroting en de meerjarenraming. In de Begroting 2026 is een stelpost opgenomen ter dekking van tegenvallers, c.q. niet voorziene uitgaven waar gedurende het begrotingsjaar alsnog prioriteit aan wordt toegekend. Er wordt geen bespaarde rente berekend.

Oud voor nieuw

Dekking

Salarissen

Algemene uitkering

Indexering budgetten

Rentekosten

Nieuwe investeringen Belastingen en tarieven

Weerstandsvermogen

Onvoorziene uitgaven

Bespaarde rente

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15585803/1