Bijlage Kadernota 2026 bij RV Kadernota 2026
Tekst van het document
Inleiding ............................................................................................................................................. 3 1.
Financieel kader 2026-2029 ....................................................................................................... 6
2.
Moties ....................................................................................................................................... 8
3.
Knelpunten Kadernota 2026 ..................................................................................................... 10
4.
Ombuigingen............................................................................................................................ 15
5.
Incidentele middelen en verloop Algemene reserve.................................................................. 23
6.
Inventarisatie bestemmingsreserves ........................................................................................25
7.
Investeringsplanning ................................................................................................................28
8.
Kaders lokale heffingen ............................................................................................................ 30
9.
Financieel-technische uitgangspunten ..................................................................................... 35
2
‘Altena in evenwicht’. Met deze uitdaging is het college, samen met de ambtelijke organisatie, in 2024 gestart met het proces van ombuigingen, waarmee we koers zetten naar een toekomst waarin de gemeente Altena krachtig, stabiel en in balans is. Dit vraagt om het maken van keuzes, ook wanneer deze moeilijk zijn. Het college neemt daarin zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid en stelt voorstellen aan de raad voor die bijdragen aan een gezonde financiële basis op de lange termijn. Ook voorstellen met meer maatschappelijke impact waarvan wij het waardevol vinden om die met het oog op de langere termijn bespreekbaar te maken. Dit om als college een gezonde basis achter te laten. De noodzaak tot ombuigen komt, zoals bekend, door de wijziging in de bekostigingssystematiek van het Rijk, die zorgt voor de zogenoemde ravijnjaren vanaf het begrotingsjaar 2026. Deze brengen ook voor Altena een stevige uitdaging met zich mee. Hoewel het Rijk via de Voorjaarsnota 2025 de opgave deels heeft verzacht en verschoven naar 2028, blijft de uitdaging aanzienlijk. Samen met de raad is de ambitie afgesproken om uiterlijk in het begrotingsjaar 2029 een structureel sluitende begroting voor te leggen, zonder dat tekorten worden gedekt uit de Algemene reserve. Meer dan een jaar geleden zijn we ambtelijk gestart met het in beeld brengen van alle mogelijke ombuigingen.
Bestuurlijk zijn daarna wensen en bedenkingen opgehaald. In de raad is vervolgens het debat gevoerd over toekomstbeelden en zijn moties aangenomen. Het resultaat is een inventarisatie van zo’n 150 ombuigingsmogelijkheden, die de basis heeft gevormd voor de voorstellen in deze Kadenota 2026. In het debat over de toekomstbeelden van Altena heeft u in uw woorden richting meegegeven: - Altena is krachtig, Altena is stabiel en Altena is in balans. - Een schild te zijn voor mensen met een zorg en / of ondersteuningsvraag. - Goed rentmeesterschap. - Een zorgzame, warme gemeenschap met inclusie, aandacht voor kwetsbare doelgroepen, groenblauwe oase, een leefbare woonomgeving met betrokkenheid en samenwerking en het stimuleren van ontmoeting. - Een solide basis met oog voor de economie. - Toekomstbestendig met uitbreiding woningen, voldoende werk, behouden van jongeren, waarin verenigingen hun werk kunnen doen en ouderen een mooie herfst en winter van hun leven hebben. - Langetermijnvisie waarin we de ondergrens bewaken en kwaliteitsstructuren behouden. Dit ook voor overkoepelende opgaven klimaat, natuur en energie. Met oog voor de kortetermijnopgaven van woningbouw, sociale zekerheid en verenigingen. - Samen voor elkaar en samen met elkaar. - Structurele uitgaven in balans met structurele inkomsten.
3
Met het aangaan van de uitdaging ‘Altena in evenwicht’ wil het college meer dan alleen een sluitende begroting bereiken. Het college heeft als doel om de ambities en de opgaves uit coalitieakkoord te realiseren. We kijken daarbij over deze bestuursperiode heen en zorgen ervoor dat het volgende college niet wordt geconfronteerd met grote ombuigingsopgaven, maar met een meerjarige gezonde financiële basis. Het college hecht eraan dat de kracht van Altena met de actieve gemeenschappen die voor elkaar en voor hun omgeving zorgen, behouden blijft. Ook het bestaande voorzieningenniveau houden we hoog, waarbij we in de toekomst de gezonde balans blijven nastreven tussen de ambities en inkomsten. Daarnaast zetten we in op het duurzaam benutten van onze kapitaalgoederen, zoals ons maatschappelijk vastgoed. Als college willen we ook realistisch begroten, wat vraagt om realistische keuzes. Dit betekent ook dat de uitvoeringskracht van de organisatie wordt meegewogen. De begroting moet niet alleen sluitend op papier zijn, maar ook uitvoerbaar in de praktijk, met voldoende mensen en middelen om taken daadwerkelijk te realiseren. Als laatste zet het college zich in voor de verdere professionalisering van de ambtelijke organisatie, passend bij de doorontwikkeling van onze gemeente, onder meer via opleiding, digitalisering en procesoptimalisatie.
Het college biedt de raad de Kadernota 2026 aan, waarin de ombuigingen evenwichtig (stabiel, krachtig en in balans) zijn verwerkt. • Stabiel: Het rekeningresultaat over 2024 laat een positief resultaat van € 1,4 miljoen zien, waarbij de afwijking met de begroting minder dan 1% is. Dit wijst op onder andere het positieve effect van realistisch ramen. • Krachtig: Bij de voorgestelde overhevelingen voor de Jaarstukken 2024, de aanvragen voor de Eerste Bestuursrapportage 2025 en de verwerking van de noodzakelijke knelpunten in de Kadernota 2026 staat centraal dat: a. Realisme wordt gehanteerd. Alleen strikt noodzakelijke afwijkingen worden in de Eerste Bestuursrapportage 2025 gehonoreerd. Overige aanvragen worden zoveel mogelijk opgevangen binnen bestaande ruimte elders of meegenomen in de Tweede Bestuursrapportage 2025. Dit heeft in 2024 nauwelijks plaatsgevonden. b. Op een kleine uitzondering na worden uitsluitend niet-bestede middelen uit themaprogramma's, conform eerder gemaakte afspraken. c. Knelpunten voor de Kadernota 2026 worden zo beperkt mogelijk gehonoreerd en in meerjarenperspectief geplaatst, om een meerjarig realistisch financieel beeld te behouden.
• In balans: De ombuigingen zijn afgewogen op maatschappelijke impact, voldoende financiële effectiviteit, de door de raad geschetste toekomstbeelden, de balans tussen het voorzieningenniveau en de structurele inkomsten naar de toekomst toe en de kaders van het Bestuursakkoord 2022-2026. • In balans: Met inzet van incidentele middelen uit de Algemene reserve worden de eerste begrotingsjaren sluitend gemaakt. De Algemene reserve houden we met het totaalpakket van maatregelen op peil, wat een gezond en stevig vertrekpunt vormt voor het volgende college.
4
Het college biedt de raad deze Kadernota aan als een integraal pakket van maatregelen, in samenhang opgesteld en onderbouwd vanuit de toekomstbeelden. De keuzes die u als raad maakt, werken door op meerdere onderdelen. De samenhang kan gezien worden als communicerende vaten, bijvoorbeeld het in stand houden van het huidige voorzieningenniveau zonder verhoging van inkomsten, vergt (verdere) ombuiging op een andere thema. Het voorgestelde maatregelenpakket is volgens het college het best mogelijke evenwicht, met minimale maatschappelijke impact. U ontvangt met deze nota ook het totaaloverzicht van ombuigingsmogelijkheden, inclusief ambtelijke onderbouwing. Daarmee is er ruimte voor het politiek-bestuurlijke gesprek en de mogelijkheid om maatregelen te wisselen indien u als raad tot een andere weging komt. De toekomstbeelden hebben richting gegeven aan samenhang in het voorstel. We zetten in op krachtige gemeenschappen, een dienstverlenende en faciliterende overheid en zorg voor de inwoners die dat nodig hebben. We realiseren ons dat dit keuzes vraagt. Keuzes die niet altijd eenvoudig zijn, maar wel nodig om een toekomstbestendige gemeente te waarborgen. De voorliggende Kadernota 2026 en het totaaloverzicht aan ombuigingsmogelijkheden bieden u als raad de ruimte om eigen accenten te leggen en alternatieven te overwegen.
Het college kijkt ernaar uit om samen met u het gesprek te voeren over de koers van onze gemeente en de weg naar Altena in evenwicht.
De Kadernota 2026 bevat in hoofdstuk 1 het financiële overzicht. Nadat in hoofdstuk 2 ingegaan wordt op de moties die bij de behandeling van de ombuigingen op hoofdlijnen in de raadsvergadering van 4 februari 2025 zijn aangenomen, wordt vervolgens in hoofdstuk 3 tot en met 5 het financiële beeld stapsgewijs toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt met het oog op de opstelling van de Begroting 2026 ingegaan op de inventarisatie van bestemmingsreserves en op de investeringsplanning. De kaders voor de lokale heffingen in 2026 worden beschreven in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 bevat ten slotte een overzicht van de financieel-technische uitgangspunten voor de opstelling van de Begroting 2026.
5
Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
1. Saldo Begroting 2025
6.262 N
6.450 N
6.972 N
6.187 N
2. Decembercirculaire 2024
230 V
386 V
546 V
707 V
3. Mutaties Eerste Bestuursrapportage 2025
580 V
600 V
582 V
491 V
4. Maatstaven algemene uitkering
850 V
1.200 V
2.000 V
2.900 V
5. Knelpunten Kadernota 2026
4.290 N
4.805 N
4.075 N
4.244 N
6. Compensatie Rijk
4.421 V
4.365 V
893 V
1.211 V
7. Opgave Kadernota 2026
4.471 N
4.704 N
7.026 N
5.122 N
8. Ombuigingen
2.221 V
4.600 V
6.765 V
8.645 V
- waarvan ombuigingen met weinig tot geen maatschappelijke impact
1.075 V
1.910 V
2.765 V
3.935 V
- waarvan verruiming inkomsten
486 V
1.780 V
2.045 V
2.410 V
- waarvan ombuigingen met beperkte maatschappelijke impact
660 V
910 V
1.955 V
2.300 V
9. Saldo Kadernota 2026
2.250 N
104 N
261 N
3.523 V
10. Incidentele dekking uit reserves
2.640 V
1.875 V
750 V
375 V
390 V
1.771 V
489 V
3.898 V
11. Saldo Kadernota 2026
1. Saldo Begroting 2025. Op 12 november 2024 heeft de raad de Begroting 2025 en de Meerjarenraming 2026-2028 vastgesteld. Deze begroting kwam voor 2026 en verdere jaren uit op een negatief saldo van ruim € 6 miljoen. 2. Decembercirculaire 2024. De Decembercirculaire 2024 bevat naast mutaties voor het jaar 2024 ook mutaties met structurele doorwerking. Hiervan is een inschatting gemaakt. De daadwerkelijke structurele effecten op grond van de Decembercirculaire 2024 zullen in de Meicirculaire 2025 bekend zijn. 3. Eerste Bestuursrapportage 2025. Regel 3 geeft de structurele doorwerking van de mutaties in de Eerste Bestuursrapportage 2025 weer. Voor een nadere toelichting zie de Eerste Bestuursrapportage 2025. 4. Maatstaven algemene uitkering. Voor de maatstaven die de hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds bepalen wordt een meer reële raming gemaakt door rekening te houden met de toekomstige groei van de gemeente. Dit borduurt voort op de lijn zoals ingezet bij de Begroting 2025.
6
5. Knelpunten Kadernota 2026. De mutaties voor de jaren 2026 en verder uit hoofde van de Kadernota 2026 zijn weergegeven in regel 5. Voor een nadere specificatie van deze mutaties wordt verwezen naar de toelichting in hoofdstuk 3 van deze Kadernota 2026. 6. Compensatie Rijk. Op 18 april 2025 is de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk gepubliceerd. Daarin is aangegeven dat onder andere middelen aan het gemeentefonds worden toegevoegd voor het deels compenseren van de terugval in de algemene uitkering. Daarnaast krijgen gemeenten compensatie voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Hervormingsagenda Jeugd. Hiermee wordt een deel van het bindende advies van de Commissie Van Ark opgevolgd. Vanaf 2028 zijn door het Rijk besparingen op de jeugdzorg ingeboekt. Het Rijk en de VNG onderhandelen nog over aanvullende compensatie voor de te lage financiering die gemeenten kregen in 2023 en 2024. Mogelijk volgt dit in het najaar van 2025. Zie ook de Raadsinformatiebrief van 1 mei 2025. 7. Opgave Kadernota 2026. De mutaties in de Eerste Bestuursrapportage 2025 en de Kadernota 2026 alsmede de mutaties in de algemene uitkering hebben per saldo een positief effect op het financieel perspectief voor de jaren 2026-2029. Ondanks dit positieve effect laat de Kadernota 2026 zonder nadere oplossingen vanaf 2026 nog steeds een fors negatief begrotingssaldo zien.
Richting de opstelling van de Begroting 2026 zijn daarom maatregelen in beeld gebracht. 8. Ombuigingen. De ombuigingen kunnen onderscheiden worden in maatregelen met geen tot weinig maatschappelijke impact, inkomstenverruimende maatregelen en maatregelen met een beperkte maatschappelijke impact. De ombuigingsvoorstellen worden in hoofdstuk 4 nader toegelicht. 9. Incidentele dekking. Voor een aantal knelpunten is dekking uit incidentele middelen mogelijk. Meer specifiek betreft dit dekking uit de Algemene reserve en uit de reserve onderhoud gebouwen. 10. Saldo Kadernota 2026. Met inachtneming van de ombuigingsvoorstellen én de dekking uit incidentele middelen kan voor de jaren 2026 tot en met 2029 een positief begrotingssaldo bereikt worden. De relatief grote inzet uit incidentele middelen in 2026 betekent dat de begroting in 2026 niet structureel in evenwicht is. Een structureel sluitende begroting wordt bereikt in 2029. Voor de provinciaal toezichthouder is het structurele saldo bepalend om het oordeel repressief (regulier toezicht) te kunnen geven. Het hierboven geschetste financiële perspectief vormt de basis voor de opstelling van de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029. De komende periode wordt hieraan verdere uitwerking gegeven.
7
Bij de behandeling van de ombuigingen op hoofdlijnen in de raadsvergadering van 4 februari 2025 zijn zeven moties aangenomen. De raad heeft het college verzocht deze moties te betrekken bij de opstelling van de Kadernota 2026. Hieronder treft u per motie de reactie van het college aan. Nr.
Strekking motie
Reactie college
1.
Mogelijke ombuiging buitenzwembaden: College wordt opgedragen (i) een volledig overzicht te geven van de kosten en subsidie van de drie afzonderlijke buitenzwembaden en (ii) te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om, uitgaande van het openhouden van alle drie de zwembaden, efficiency voordelen te behalen.
Het college is in bredere zin met deze motie aan de slag gegaan in de vorm van een strategisch accommodatiebeleid voor maatschappelijk vastgoed, waar ook de drie buitenzwembaden onder vallen. Daaruit blijkt dat er slechts minimale efficiencyvoordelen haalbaar zijn. Voor het zomerreces zal het college u een eerste analyse planvorming over het strategisch accommodatiebeleid zenden en voor het einde van dit jaar volgt het definitief beleids- en afwegingskader voor het maatschappelijk vastgoed. Deze motie zal betrokken worden in zowel de eerste analyse planvorming als het definitieve beleids- en afwegingskader.
2.
Jaarlijks terugkerende evenementen: College wordt opgedragen (i) te onderzoeken of het mogelijk is om bezuinigingen te realiseren in het evenementenbeleid door bij kleine, jaarlijks terugkerende evenementen vergunningen voor meerdere jaren af te geven en (ii) hierbij de mogelijke besparingen op de overheadkosten af te wegen tegen de eventuele legeskosten.
Het college heeft onderzocht of het mogelijk is een bezuiniging te realiseren door een meerjarige vergunning af te geven aan kleine, jaarlijks terugkerende evenementen. Dit is echter alleen mogelijk wanneer het evenement elk jaar vrijwel identiek is. Indien er een (kleine) wijziging is in het evenement (bijvoorbeeld in het aantal bezoekers, de locatie, indeling terrein, etc.) zal er een nieuw veiligheidsplan en/of plattegrond gemaakt moeten worden. Datzelfde geldt voor veranderingen in wet- en regelgeving. Daar hoort ook een nieuwe vergunning bij, waardoor meerjarig vergunnen niet mogelijk is en het niet mogelijk is om kosten te besparen. Daarnaast blijkt uit onderzoek dat het afgeven van een meerjarige vergunning risico's met zich meebrengt, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid.
3.
Sparen voor investeringen...dat kan ook anders: Raad heeft wens uitgesproken dat college (i) een onderzoek uitvoert naar mogelijkheden om te sparen voor grote investeringen zonder dat dit direct ten koste gaat van de ambities die zijn bepaald in bijvoorbeeld het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs; (ii) hierbij met name kijkt naar mogelijkheden om achteraf te sparen bij de bestemming van het rekeningsaldo en (iii) de uitkomst van het onderzoek, de voor- en nadelen van deze methode en de effecten hiervan op de begroting inzichtelijk maakt en hoe je deze methode jaarlijks kunt evalueren.
De specifieke wens die in de motie wordt beschreven, wordt door de provincie Noord-Brabant, als toetser van ons financieel beleid, als niet wenselijk beschouwd. Het college heeft zich daarom in de behandeling van deze motie gericht op of, en zo ja hoe, er anders met investeringsbudgetten kan worden omgegaan. Daar wordt in hoofdstuk 7 van deze Kadernota verder op ingegaan.
8
Nr.
Strekking motie
Reactie college
4.
Omvang formatie: College wordt opgedragen diverse scenario's aan te bieden waarbij een bezuiniging wordt bereikt op personeelslasten door afname van de formatie.
Het college heeft tweeledig naar deze motie gekeken. Als eerste is het amendement ‘Stabilisatie formatie’ dat door de raad op 12 november 2024 is aangenomen, financieel verwerkt en daarmee is er teruggegaan naar de formatie-omvang 2024. Daarnaast heeft het college het inhuurproces verscherpt. Het college heeft de taak en doelstelling om de formatie aan te laten sluiten op de dienstverlening en de taken van de gemeente. Daardoor is verdere krimp van formatie gekoppeld aan keuzes in het kader van ombuigingsmaatregelen.
5.
Programma's tegen het licht: Raad spreekt wens uit dat college inzichtelijk maakt (i) wat volgens het college op basis daarvan realistische ombuigingsmogelijkheden zijn en (ii) wat de maatschappelijke, financiële en personele gevolgen zijn van de ombuigingsmogelijkheid.
Het college hecht waarde aan programmatisch werken bij het oppakken van complexe, domeinoverstijgende vraagstukken. Het college begrijpt echter ook dat er in deze tijd (financiële) keuzes gemaakt moeten worden. Daarom heeft het college op een aantal punten de ambities van de programma's bijgesteld. Deze ombuigingen zijn te vinden in hoofdstuk 4 en tevens in de factsheet die van elk themaprogramma is opgesteld (zie bijlagen).
6.
Algemene bezuiniging gemeenschappelijke regelingen: College wordt opgedragen te onderzoeken hoe een algemene korting kan worden doorgevoerd op alle gemeenschappelijke regelingen en andere samenwerkingen waar de gemeente een financiële bijdrage aan levert.
Omdat elke gemeenschappelijke regeling of samenwerkingsverband anders is, heeft het college naar elke GR en samenwerkingsverband apart gekeken. Daarbij is rekening gehouden met of er wettelijke taken worden uitgevoerd, hoeveel geld erin omgaat en of en wat de GR of samenwerkingsverband zelf al doet aan ombuigingen. Uit deze inventarisatie blijkt dat het Streekarchief en de OMWB op het laatste onderdeel ombuigingsmogelijkheden hebben. Daarom is voor deze twee GR’en een mogelijke ombuiging opgenomen in deze kadernota.
7.
Omvorming groen: College is opgedragen (i) in beeld te brengen welk arbeidsintensief openbaar groen op zowel korte als lange termijn in aanmerking komt voor omvorming / inplant bodembedekkers om te komen tot minder arbeidsintensief onderhoud en (ii) een inschatting te geven hoeveel investeringen dit vraagt en hoeveel structurele besparingen dit uiteindelijk op kan leveren.
Het omvormen van groen is onderdeel van het Integraal Beheerkader (IBK). Het college heeft in financieel technische zin het openbaar groen meegenomen in deze kadernota. De inhoudelijke uitwerking neemt het college mee in de opstelling van dit IBK.
9
Progr.
(bedragen x € 1.000)
2026
a.
3
Onderhoud vastgoed
1.000 N 1.000 N 1.000 N 1.000 N
b.
2
Jeugd
1.000 N 1.000 N 1.000 N 1.000 N
c.
3
Onderhoud Rondeel
710 N
-
-
-
d.
2
Versterken teams Sociaal domein
600 N
600 N
-
-
e.
2
Doorontwikkeling Sociaal Domein
400 N
400 N
f.
2
Welzijn Surplus
200 N
-
-
-
g.
3
Toekomstperspectief kunst, cultuur, recreatie en toerisme
170 N
170 N
170 N
170 N
h.
2
Koers Sociaal Domein 2030
125 N
125 N
-
-
i.
1
Groot onderhoud brandweerkazernes en De Werf
55 N
-
-
-
j.
2
Programmaplan Bestaanszekerheid
55 N
55 N
55 N
55 N
k.
4
Wegen
- 2.000 N 2.000 N 2.000 N
l.
4
Omgevingswet
-
335 N
335 N
435 N
m.
5
Investering JOR 2026 - kapitaallasten
-
170 N
169 N
168 N
n.
6
Verbouwing gemeentehuis - kapitaallasten
-
-
321 N
316 N
o.
3
Verduurzaming vastgoed
-
-
100 N
200 N
p.
4
Differentiëren kwaliteitsniveau wegen
-
1.000 V 1.000 V
1.000 V
q.
1
Afbouw bijdrage aan RWB vanwege Baroniesamenwerking Totaal knelpunten Kadernota 2026
25 V
2027
50 V
2028
75 V
2029
100 V
4.290 N 4.805 N 4.075 N 4.244 N
a. Onderhoud vastgoed. Altena werkt aan een nieuw strategisch accommodatiebeleid waarin staat hoe we onze maatschappelijke accommodaties zoals sporthallen en dorpshuizen willen inzetten, onderhouden en financieel beheersbaar houden. Om tot nieuw beleid te komen is eerst een analyse gedaan. Hieruit komt dat er actie nodig is om de voorzieningen op peil te houden. Uit de financiële analyse wordt duidelijk dat, bij ongewijzigd beleid, op termijn een tekort ontstaat in de uitvoering van de meerjarenonderhoudsplannen. Op dit moment wordt geraamd dat vanaf 2026 jaarlijks € 1 miljoen nodig is voor onderhoud van de maatschappelijke accommodaties (zie ook Raadsinformatiebrief van 8 mei 2025). b. Jeugd. Een globale analyse laat zien dat op het gebied van Jeugd de lasten meerjarig toenemen. Oorzaak lijken de flinke stijging van de zwaardere (duurdere) hulp en langdurigere trajecten, meer dan dat op basis van eerdere jaren verwacht zou worden. Voor de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2207-2029 wordt een kostenstijging van € 1 miljoen geraamd, mede gebaseerd op de overschrijding in 2024. In de Voorjaarsnota 2025 kondigt het Rijk aan dat gemeenten vanaf 2026 financiële compensatie krijgen voor het uitvoeren van de Jeugdwet en de Hervormingsagenda Jeugd. Hiermee wordt een deel van het bindende advies van de Commissie Van Ark opgevolgd.
Vanaf 2028 zijn door het Rijk besparingen op de jeugdzorg ingeboekt. Het Rijk en de VNG onderhandelen nog over aanvullende compensatie voor de te lage financiering die gemeenten kregen in 2023 en 2024. Mogelijk volgt dit in het najaar van 2025.
10
c. Onderhoud ‘t Rondeel. 't Rondeel in Woudrichem is inmiddels zo'n 30 jaar oud en conform het meerjarenonderhoudsplan is in 2026 groot onderhoud noodzakelijk, zoals schilderwerk, vervanging plafonds, vloeren en sanitair. Dekking vindt plaats uit de reserve Onderhoud gemeentelijke gebouwen (zie ook hoofdstuk 5). d. Versterken teams Sociaal domein, met name Team Regie – tijdelijke formatie. Het team kampt met langdurig zieken. Tot nu toe vingen we dat op met tijdelijke inhuur. Dat is niet alleen duur, maar leidt ook tot veel wisselingen in de bezetting waardoor er geen stabiel team ontstaat. Dat is hard nodig om de opgave, waaronder het terugbrengen van de wachtlijsten, te realiseren. Daarom stellen we voor in plaats van dure inhuur voor de duur van twee jaar de formatie tijdelijk uit te breiden met 6 fte. Dit vergt in 2026 en 2027 extra budget van € 600.000. Op dit moment wordt volop gewerkt aan het opzetten van Stevige Lokale Teams (SLT), waarvan het gevolg is dat na 2027 minder formatie in huis aanwezig hoeft te zijn. Vanwege het tijdelijke karakter kan dekking uit de Algemene reserve plaatsvinden (zie ook hoofdstuk 5). Met het investeren in tijdelijke formatie en in de doorontwikkeling van het sociaal domein (zie onder e) in 2026 en 2027 wordt verwacht dat vanaf 2028 kostenbesparingen in het sociaal domein gerealiseerd kunnen worden.
Dit is opgenomen bij de ombuigingen in hoofdstuk 4. Daarnaast wordt de overschrijding op inhuur hiermee verder gereduceerd. e. Doorontwikkeling Sociaal Domein. De overkoepelende ambitie voor het sociaal domein in Altena is zorgen dat de inwoners voor wie ondersteuning vanuit hun eigen omgeving niet toereikend is, verzekerd zijn van goede, betaalbare en beschikbare vormen van zorg en ondersteuning. Zodat ze met wat hulp regie pakken op hun eigen leven en actief meedoen in de maatschappij. Op school, in de kern, op de vereniging, op werk. Om deze ambitie waar te maken, hebben we nodig: Juiste mensen, juiste systemen, juiste processen en juiste samenwerking. Na ruim twee jaar implementatie van de huidige werkwijze zien we dat de basis weliswaar is gelegd, maar dat het op verschillende onderdelen nog beter moet. Met name op het gebied van digitalisering, procesverbetering, en managementinformatie. We moeten onze aanvragen voor uitkeringen, minimaregelingen, Wmo en Jeugd volledig digitaal kunnen afhandelen en archiveren om vervolgens data te kunnen selecteren en managementinformatie te genereren. Dat is nog niet overal het geval. Het proces Jeugd is wel grotendeels gedigitaliseerd, de Wmo deels, de P-wet minimaal. Er wordt nog relatief veel op papier gewerkt, waardoor het van inwoners veel inspanning vraagt om de gewenste gegevens aan te leveren.
Ook voor de medewerkers kan het veel makkelijker en efficiënter, hetgeen van invloed is op werkplezier en werkdruk. Ook voldoen we niet overal aan de Archiefwet, de AVG, informatiebeveiliging. Tot slot is eigentijds werken ook van belang voor het werven van nieuwe medewerkers. Deze punten zijn ook gesignaleerd in de accountantsrapporten. Voor de gewenste doorontwikkeling van het sociaal domein op de genoemde terreinen is een bedrag nodig van € 400.000 in 2026 en 2027. Vanwege het tijdelijke karakter kan dekking uit de Algemene reserve plaatsvinden (zie ook hoofdstuk 5). Met het investeren in de doorontwikkeling van het sociaal domein en de tijdelijke uitbreiding van de formatie (zie onder d) in 2026 en 2027 wordt verwacht dat vanaf 2028 kostenbesparingen in het sociaal domein gerealiseerd kunnen worden. Dit is opgenomen bij de ombuigingen in hoofdstuk 4.
11
f.
Welzijn Surplus. Met de vaststelling van de Armoedeagenda en met de inzet van de subsidietender Oog voor elkaar voor het welzijnswerk is een aantal jaar geleden tijdelijk budget opgenomen voor een aantal taken. De uitvoering daarvan ligt bij Surplus. Het gaat om onder andere mantelzorgondersteuning, ANWB-Automaatje, de ontmoetingsvoorziening Hartenbrigade en de welzijnscoach. De subsidiebijdrage aan Surplus wordt sinds dit jaar jaarlijks toegekend om eventueel in de jaren erna andere keuzes te kunnen maken als dit nodig is. De budgetten voor deze taken zijn meegenomen tot en met 2024. Voor de continuering van deze taken hebben we in 2025 dekking gevonden binnen de GALA-middelen. Vanaf 2026 is hiervoor echter geen dekking meer. Voor 2026 wordt een subsidiebijdrage van € 200.000 geraamd. Een belangrijke ontwikkeling is de start van het Stevig Lokaal Team per 1 januari 2027. Op weg naar 2027 zullen we een analyse maken van de verstrekte opdracht, de resultaten en een passend vervolg waarin ook de eerste resultaten van de twee Proof of Concepts (POC’s) kunnen worden meegenomen.
g. Toekomstperspectief kunst, cultuur, recreatie en toerisme 2025-2040. Kunst, cultuur, recreatie en toerisme zijn onlosmakelijk verbonden met de leefbaarheid en aantrekkingskracht van Altena. Het toekomstperspectief geeft richting en inspiratie om het unieke karakter van Altena verder te ontwikkelen. Door in te zetten op samenwerking, innovatie en duurzaamheid willen we ervoor zorgen dat Altena ook in de toekomst een plek blijft waar inwoners zich thuis voelen en bezoekers graag komen. Voor het toekomstbestendig houden van musea is jaarlijks € 100.000 extra nodig, de doorontwikkeling van de VVV vergt extra budget van jaarlijks € 70.000 (zie het raadsvoorstel zoals geagendeerd voor de Altenaronde op 27 mei 2025). h. Koers Sociaal Domein 2030 (tijdelijke formatie). Het sociaal domein staat de komende jaren voor verschillende uitdagingen, zoals een toenemende zorgvraag en oplopende personeelstekorten. Om ervoor te zorgen dat het lokale stelsel blijft aansluiten bij deze toekomstige uitdagingen wordt een Koers sociaal domein opgesteld. Het Presidium heeft op 11 maart 2025 de raadsopdracht voor de Koers sociaal domein 2030 vastgesteld. Het doel van deze raadsopdracht is om een proces in te richten dat leidt tot een invulling van de Koers sociaal domein 2030. Tijdens de Altenaronde van 1 april 2025 is een algemene presentatie gegeven over de ontwikkelingen in het sociaal domein.
Vanwege de tijdelijkheid is dekking uit Algemene reserve mogelijk (zie ook hoofdstuk 5). i.
Groot onderhoud brandweerkazernes en De Werf. Conform het meerjarenonderhoudplan is een aantal groot onderhoud werkzaamheden nodig aan de brandweerkazernes in Sleeuwijk, Genderen en Werkendam, zoals herstel van voegwerk, metselwerk en dilatatievoegen (Sleeuwijk), het vervangen van accu's voor noodverlichting (Genderen) en het uitvoeren van periodieke keuringen (Werkendam). Aan De Werf is groot onderhoud nodig in de vorm van schilderwerk aan de buitenzijde. De lange termijn toekomst van het pand De Werf staat ter discussie, maar het pand zal nog zeker tot na 2030 geëxploiteerd worden. In die periode moet het pand ook een nette uitstraling behouden. Het schilderwerk draagt hieraan bij. Bovengenoemde werkzaamheden zijn niet opgenomen in het jaarlijkse bedrag dat beschikbaar is voor regulier onderhoud. Dekking van de extra lasten is beschikbaar vanuit de reserve Onderhoud gemeentelijke gebouwen (zie ook hoofdstuk 5).
12
j.
Programmaplan Bestaanszekerheid. In Altena staan we voor elkaar klaar zodat iedereen zich gesteund voelt als het even tegenzit. Samen met het maatschappelijk middenveld willen we ervoor zorgen dat iedereen een voldoende en stabiel inkomen kan krijgen om in het levensonderhoud te voorzien en deel te nemen aan de samenleving. Hiervoor is het programmaplan Bestaanszekerheid vastgesteld. Verbeteringen op het vlak van bestaanszekerheid vragen primair om anders en beter samenwerken binnen de gemeente, met partners en met inwoners. Aanvullend op bestaande budgetten is vanaf 2026 € 55.000 nodig voor de uitvoering van het programmaplan (opzetten monitor, extra impuls AlteNader en kortdurende projecten). Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van externe subsidies voor projectimpulsen (Collegebesluit d.d. 25 maart 2025).
k. Onderhoud wegen. Altena zet in op een toekomstbestendige, aantrekkelijke en goed onderhouden openbare ruimte. De kaders hiervoor staan beschreven in het Integraal Beheer Kader (IBK) dat in de loop van 2025 zal worden geactualiseerd en voor besluitvorming aan de Raad voorgelegd. Over inhoud en proces wordt de Raad met een separate Raadsinformatiebrief geïnformeerd. Daarin zal worden geduid dat het onderhoud van onze wegen naar de toekomst toe een financiële uitdaging met zich brengt. Anticiperend op nog te maken keuzes wordt in deze Kadernota 2026 voorgesorteerd op extra financiële middelen voor ons wegonderhoud. In de tabel zijn hiertoe twee regels opgenomen; regel k anticipeert op aanvullend budget, regel p duidt het voornemen om tot besparingen te komen door een meer gedifferentieerd kwaliteitsniveau te gaan hanteren. De keuzes hieromtrent zullen landen in het IBK en dus vastgesteld worden door de Raad. l.
Omgevingswet. Voor de verdere implementatie en uitvoering van de Omgevingswet is de huidige in de begroting opgenomen raming van het budget onvoldoende omdat de meerjarenbegroting uitging van een aflopende reeks. Deze aflopende reeks was gebaseerd op de aanname dat er geen actualisatie van bestemmingsplannen meer nodig is. Ondertussen is een veel beter inzicht ontstaan in de inspanningen die nodig zijn om ons Omgevingsplan Altena op te bouwen en inhoudelijk compleet te hebben. Dit vergt de komende jaren nog een forse inspanning. Ook de opbouw van onze omgevingsprogramma’s verlangt inzet.
m. Investering JOR 2026 (kapitaallasten). In de openbare ruimte werken we volgens het Integraal Beheerkader Openbare Ruimte (2023-2026). Projecten pakken we integraal op in het Jaarplan Openbare Ruimte (JOR). Voor de uitvoering van de JOR 2026-projecten hebben we in het Water- en Rioleringsplan (WRP 2025-2028) aangegeven langs deze beheerstrategie te werken. Door toekenning van het (impuls) investeringskrediet binnen het WRP zijn projecten in voorbereiding, waarbij vanuit wegen een investering benodigd is, om deze integraal op te pakken. Voor wegen is in afwachting van het Wegenbeheerplan in 2026 geen investeringsbudget voorzien, waarmee een knelpunt ontstaat voor de beoogde integrale uitvoering van projecten WRP en wegen. Binnen de huidige begroting van wegen is zoveel mogelijk bezien welke integrale projecten kunnen vallen binnen de begrote middelen. Voor een aantal wegen is doorschuiven geen optie, dit zou anders zorgen voor kapitaalvernietiging en / of onveilige wegen. Voor het integraal uitvoeringen van projecten is een investeringsbudget van € 3,43 miljoen nodig. Dit staat los van het realiseren van het wegenbeheerplan, dat gepland staat in Q3-Q4 van dit jaar.
13
n. Verbouwing gemeentehuis. Met het raadsbesluit van 22 april 2025 is een extra investeringsbudget beschikbaar gesteld voor de verbouwing van het gemeentehuis. De kapitaallasten van dit extra investeringsbudget worden in de Begroting 2026 en de Meerjarenraming 2027-2029 verwerkt. o. Verduurzaming vastgoed. Zie ook onder punt a. Onderhoud vastgoed. Uit de financiële analyse van accommodaties is duidelijk geworden dat, bij ongewijzigd beleid, om op termijn de maatschappelijke accommodaties (verder) te verduurzamen vanaf 2028 extra middelen nodig zijn. Zie ook de Raadsinformatiebrief van 8 mei 2025. p. Differentiëren kwaliteitsniveau wegen. Deze regel duidt het voornemen om tot besparingen te komen door een meer gedifferentieerd kwaliteitsniveau te gaan hanteren. De keuzes hieromtrent zullen landen in het IBK en dus vastgesteld worden door de Raad. Zie verder de toelichting onder Onderhoud wegen (regel k). q. Afbouw bijdrage aan RWB vanwege Baroniesamenwerking. Op basis van de begroting van de Baroniesamenwerking is in de Eerste Bestuursrapportage 2025 een structurele raming voor de financiële bijdrage van de gemeente Altena aan de Baroniesamenwerking opgenomen. Met actieve samenwerking in de Baronie positioneert Altena zich als sterkere speler in de regio.
Binnen de Baroniesamenwerking zijn stappen gezet om de samenwerking te intensiveren: eind december 2024 hebben de tien colleges de samenwerking in De Baronie bekrachtigd met een besluit over hoe de samenwerking op vorm en inhoud gestalte krijgt. Op basis hiervan is een Baroniebegroting opgesteld. Compensatie is te verwachten via een lagere bijdrage aan de RWB. In de Kadernota 2026 is hiervoor vanaf 2026 een afbouw van de bijdrage aan de RWB opgenomen, oplopend tot € 100.000 structureel vanaf 2029. Hiermee beschouwt het college de volgende toezegging aan de Raad als afgedaan: ‘Het college zal de raad bij de Kadernota 2026 rapporteren over de ontwikkeling van de kosten van de RWB’.
14
Vanuit het motto ‘Altena in evenwicht’ doet het college in deze Kadernota 2026 voorstellen voor ombuigingen langs drie lijnen. -
Ombuigingen met weinig tot geen maatschappelijke impact Inkomstenverruimende maatregelen Ombuigingen met beperkte maatschappelijke impact
Het college presenteert op deze manier een mix aan samenhangende ombuigingsmogelijkheden waarmee we kunnen blijven inzetten op krachtige gemeenschappen, een dienstverlenende en faciliterende overheid en zorg voor de inwoners die dat nodig hebben.
Progr.
(bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
1.
6
Slechts gedeeltelijke indexering prijsgevoelige budgetten
500 V
1.000 V
2.
6
Realistisch begroten / Budgetten beter onderbouwen
150 V
150 V
150 V
150 V
3.
6
Invorderen en indexeren opbrengsten
100 V
110 V
120 V
130 V
4.
2
Woningaanpassingen contracteren
80 V
80 V
80 V
80 V
5.
1
Kosten beheer en onderhoud begraafplaatsen terugbrengen
75 V
150 V
250 V
300 V
6.
4, 6
Korting Gemeenschappelijke Regelingen waar mogelijk
55 V
55 V
55 V
55 V
7.
6
Minder uren inkopen bij Karel
50 V
50 V
50 V
50 V
8.
2
Afschaffen verantwoordingsformulieren Participatiewet
30 V
30 V
30 V
30 V
9.
1
Geen beleid opstellen voor grafonderhoud historische graven
20 V
20 V
20 V
20 V
10.
4
Afschrijving openbare verlichting verlengen
15 V
30 V
50 V
60 V
11.
3
Rationaliseren maatschappelijk vastgoed
-
100 V
200 V
300 V
12.
6
Realistische investeringsplanning
-
80 V
150 V
250 V
13.
1
Innovatiebudget dienstverlening verlagen
-
25 V
50 V
75 V
14.
6
Afbouw budget voor organisatieontwikkeling
-
25 V
50 V
50 V
15.
2
Scootmobielpools introduceren
-
5V
10 V
10 V
16.
6
Drie themaprogramma's naar de lijn
-
-
-
375 V
17.
6
-
-
-
-
Formatie terug naar niveau 2024 (motie) reeds in begroting verwerkt Totaal Ombuigingen met weinig tot geen maatschappelijke impact
1.500 V 2.000 V
1.195 V 2.030 V 2.885 V 4.055 V
1. Slechts gedeeltelijke indexering prijsgevoelige budgetten. Het voorstel is om de prijsgevoelige budgetten de komende jaren gedeeltelijk te indexeren door het inzetten van 75% van de stelpost voor loon- en prijsontwikkelingen. De algemene uitkering wordt op basis van lopende prijzen geraamd. Hierdoor moeten de lasten ook tegen lopende prijzen geraamd worden. Aan de lastenkant wordt dit gedaan door het opnemen van een cumulatieve indexering op een stelpost loon- en prijsontwikkeling. De hoogte van de stelpost is gebaseerd op de loon en
15
prijsontwikkeling zoals opgenomen in de meicirculaire van het gemeentefonds. Over de inzet van deze stelpost wordt steeds in de loop van het betreffende begrotingsjaar besloten. Met het niet geheel inzetten van de stelpost groeien prijsgevoelige budgetten de komende jaren niet volledig mee met de prijsontwikkeling in de markt. Met hetzelfde budget kan dan iets minder ingekocht worden. 2. Realistisch begroten / Budgetten beter onderbouwen. Met een analyse van het rekeningresultaat 2024 (en de jaren daarvoor) kunnen budgetten op basis van de werkelijke uitgaven bijgesteld worden. Daarnaast onderbouwen we voor de Begroting 2026 de op te nemen bedragen van de budgetten (op basis van p x q of een andere motivering). Hiermee wordt beoogd dat de raming vooraf en de realisatie achteraf op basis van ervaringscijfers c.q. onderbouwing beter op elkaar aansluiten. Aan de voorkant worden geen onzekerheidsmarges ingebouwd, maar wordt geraamd op basis van een concrete onderbouwing. Dit betekent tevens dat de kans op tegenvallers even groot is als op meevallers. Op basis van een onderbouwing vooraf is dit echter achteraf verklaarbaar. 3. Invorderen en indexeren opbrengsten. De budgetten aan de lastenkant worden aangepast aan prijsontwikkelingen. Dit gaan we aan de batenkant consequenter doen.
Opbrengsten die logischerwijs jaarlijks verhoogd kunnen worden met inflatie worden met hetzelfde percentage als de lasten (op basis van de meicirculaire gemeentefonds) geïndexeerd. Of op basis van een andere richtlijn (bijvoorbeeld Pachtkamer voor pachtprijzen) als dat logischer is voor de betreffende baat. Daarnaast gaan we strakker invorderen waar we recht op hebben. 4. Woningaanpassingen contracteren. We gaan werken met één vaste contractant die alle Wmowoningaanpassingen aanneemt, uitvoert en begeleidt. Met één aanbieder sluiten we goede contracten om woningaanpassingen doelmatig en doeltreffend uit te voeren. Daardoor zullen de kosten lager uitvallen. 5. Kosten beheer en onderhoud begraafplaatsen terugbrengen. Uit onderzoek blijkt dat het mogelijk is de kosten van het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen te verlagen, mits enkele eenmalige investeringen worden gedaan. De kosten kunnen vooral worden gereduceerd door het uitbesteden (niet inbesteden) van het grafdelven en het onderhoud van de begraafplaatsen. Met het verlagen van de kosten zal de kostendekkendheid van de grafrechten bij verder ongewijzigd beleid toenemen. 6. Korting GR'en waar mogelijk. Voor alle samenwerkingsverbanden is in beeld gebracht wat zij doen en of dit wettelijk of niet wettelijk is bepaald, wat dit kost en of zij zelf al iets doen aan ombuigingen.
Als ze zelf nog niets eraan doen, kan sprake zijn van het opleggen van 3% taakstelling. Dit geldt grofweg alleen voor Streekarchief en OMWB. 7. Minder uren inkopen bij Karel. Wij schatten het aantal benodigde uren dat we afnemen van Karel voorafgaand aan een nieuw kalenderjaar in. Dit gebeurt op basis van een inventarisatie van de te verwachten inkooptrajecten die dat komende jaar naar verwachting gaan plaatsvinden. Op basis hiervan nemen we uren af van het inkoopbureau tegen een vooraf bekend tarief. Mocht gedurende het jaar blijken dat meer uren nodig zijn, dan geldt een hoger tarief. Afgelopen jaren
16
hebben we uren overgehouden ten opzichte van onze raming. Het inzicht in de te verwachten trajecten is binnen sommige teams lastig om in november in te schatten. En er gaan altijd trajecten niet door of worden uitgesteld en er komen ook gedurende het jaar trajecten bij die in november van het vorig jaar nog niet voorzien konden worden. Op basis van de ervaringen van afgelopen jaren zouden de uren in aantal naar beneden kunnen met het risico dat als de uren toch hoger zijn we gedurende het jaar hogere kosten hebben. Een goede onderbouwde planning is primair de basis om tot een zo reëel mogelijke planning op voorhand te komen. 8. Afschaffen verantwoordingsformulieren Participatiewet ('Rofjes').. We vragen nu elke uitkeringsgerechtigde elke maand een formulier in te vullen en op te sturen om te melden dat niets is veranderd in zijn / haar omstandigheden. Dat gaan we omdraaien: alleen als iets verandert, moet een uitkeringsgerechtigde dat melden. Deze werkwijze leidt tot een administratieve verlichting en gaat bovendien uit van vertrouwen in en eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners. 9. Geen beleid opstellen voor grafonderhoud historische graven. Het betreft een beleidsvoornemen op het gebied van historische graven waaraan nog uitvoering gegeven moet worden. Voor de uitvoering van dit beleid is € 20.000 structureel in de begroting opgenomen.
Het beleid stellen we niet op, waardoor het begrote bedrag kan vrijvallen. 10. Afschrijving openbare verlichting verlengen. De afschrijvingstermijn van de lichtmasten (lantaarnpalen) in de gemeente kan verlengd worden van 40 naar 50 jaar. Dit leidt tot jaarlijks lagere kapitaallasten. 11. Rationaliseren maatschappelijk vastgoed. Onder deze noemer wordt, in financiële zin, geanticipeerd op nog te onderzoeken mogelijkheden om op een meer kostenefficiënte manier om te gaan met het eigendom, beheer en exploitatie van ons maatschappelijk vastgoed. 12. Realistische investeringsplanning. Met het opstellen van een goede, betrouwbare investeringsplanning, waarvan de uitvoering zo realistisch mogelijk is, leidt ertoe dat niet onnodig veel kapitaallasten drukken op de toekomstige begrotingsruimte. Afgelopen jaren hebben we steeds gezien dat de cumulatieve optelsom van deze investeringsvolumes niet realiseerbaar blijkt. Het ‘doorschuiven’ van investeringen zorgt tevens voor een ‘boeggolf’ voor het lopende jaar. Het totaal is dan niet in de voorgenomen jaarschijven uitvoerbaar. In 2024 hebben we hierop bijgestuurd en is bereikt dat het investeringsniveau in lijn met het landelijk gemiddelde ligt. Voor de investeringsplanning in de Begroting 2026 is in hoofdstuk 7 aangegeven hoe we tot een verdere verbetering van de investeringsplanning willen komen. 13.
Innovatiebudget dienstverlening verlagen. Het (innovatie)budget voor dienstverlening kan stapsgewijs teruggebracht worden tot € 100.000 per jaar. In 2024 is verder gewerkt aan de vastgestelde serviceformules, die zijn vertaald naar concrete projecten en thema’s binnen de roadmap. Deze roadmap richt zich op mensen, rollen en samenspel, evenals op processen en systemen. Er zijn significante stappen gezet, waaronder procesgericht verbeteren. Enkele jaren geleden is het budget voor dienstverlening verhoogd met € 75.000 om flexibel te kunnen inspelen op gerealiseerde procesoptimalisaties, zoals de toevoeging van een extra module in
17
een vakapplicatie. In 2023 en 2024 is aanzienlijk geïnvesteerd in het procesmodel en de procesmethodiek, terwijl minder middelen nodig waren voor de bijbehorende vervolgacties. Wij verwachten dat de resterende middelen toereikend zijn om de dienstverlening op hetzelfde beleidsniveau voort te zetten. De procesorganisatie is grotendeels gevormd, waardoor verdere implementatie in eigen beheer kan plaatsvinden. 14. Afbouw budget voor organisatieontwikkeling. De eerste jaren na de fusie is stevig geïnvesteerd in de ontwikkeling van de organisatie. Deze lijn wordt doorgezet de aankomende jaren, echter kan dit gepaard gaan met minder financiële middelen gezien de basis die is gelegd. 15. Scootmobielpools introduceren. We starten in twee kernen een pilot met een scootmobielpool, in plaats van individuele scootmobielen beschikbaar te stellen. Dit leidt tot een effectievere inzet van scootmobielen: meerdere mensen kunnen gebruik kunnen maken van deze voorziening. Hiermee gaan we van individueel naar collectief gebruik van deze Wmo-voorziening. 16. Drie themaprogramma's naar de lijn. Met ingang van 2029 kunnen drie themaprogramma’s terug ondergebracht worden in de lijnorganisatie. De beleidsuitvoering op deze thema’s gebeurt dan vanuit de teams in de lijn. De besparing in 2029 treedt op door het wegvallen van 3 fte van programmamanager. 17.
Formatie terug naar niveau 2024 (motie) - reeds in begroting verwerkt. Het college vult de taakstelling om terug te gaan naar de formatie-omvang 2024 in conform het aangenomen en financieel reeds verwerkte amendement ‘Stabilisatie formatie’ zoals aangenomen bij de Begrotingsbehandeling van 12 november 2024. Daarbij is in het oog gehouden dat dit niet ten koste gaat van dienstverlening en / of uit te voeren taken. Wij hebben het inhuurproces verscherpt en verwachten dat de teruggang in formatie niet leidt tot een groter beroep op inhuur. Verdere krimp van formatie is gekoppeld aan de keuzes in het kader van de ombuigingsmaatregelen. Dit kan niet zonder effect voor de dienstverlening of het niet meer / minder uitvoeren van taken.
18
Progr.
(bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
18.
4, 6
Lastenschuif: daling afvalstoffenheffing, stijging OZB
211 V
225 V
225 V
225 V
19.
6
Leges naar 100% kostendekkend
200 V
210 V
220 V
240 V
20.
3
Verhogen verblijfsbelasting
40 V
40 V
40 V
40 V
21.
5
Hogere tarieven veerverbindingen
25 V
25 V
25 V
25 V
22.
1
Bezorgen reisdocumenten tegen kostprijs
10 V
10 V
10 V
10 V
23.
1
Verhogen kostendekkendheid grafrechten
-
150 V
150 V
150 V
24.
6
Verhogen OZB met meer dan inflatie
-
120 V
375 V
720 V
25.
6
Verhogen OZB niet-woningen
- 1.000 V 1.000 V 1.000 V
Totaal Inkomstenverruimende maatregelen
486 V 1.780 V 2.045 V 2.410 V
18. Lastenschuif: daling afvalstoffenheffing, stijging OZB. Door de dienstverleningsovereenkomst met MidZuid voor zwerfafval aan te passen en de gratis hondenpoepzakjes af te schaffen nemen de kosten voor afvalinzameling af. Omdat het product afval een gesloten systeem betreft komt de kostenbesparing niet ten goede van het begrotingssaldo, maar wordt dit verrekend in de afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing kan hierdoor dalen. Deze daling kan gecompenseerd worden door een navenante verhoging van de OZB. Hiermee stijgt de opbrengst van de OZB, maar blijven vanwege de daling van de afvalstoffenheffing de lasten voor de inwoner gelijk. 19. Leges naar 100% kostendekkend. In de periode 2026 tot en met 2029 groeit de kostendekkendheid van de (totale) leges naar 100%. Dit is een tariefverhoging van gemiddeld 5,5% per jaar. 20. Verhogen verblijfsbelasting. De verblijfsbelasting wordt geheven op overnachtingen door personen die niet in de basisregistratie personen (BRP) zijn ingeschreven. Het betreft toeristen maar ook arbeidsmigranten. De verblijfsbelasting stijgt jaarlijks met de inflatiecorrectie. Ons huidige tarief is € 1,35. Het landelijk gemiddelde tarief is € 1,63. Verhoging van de verblijfsbelasting met 10% levert € 40.000 op. Een verhoging naar het landelijk gemiddelde zou een verhoging van 20% betekenen.
De meerderheid van de omliggende gemeenten hanteert een tarief onder het landelijk gemiddelde. 21. Hogere tarieven veerverbindingen. Voor de veerverbindingen kunnen de tarieven met 10% verhoogd worden. Hiervoor is afstemming met de andere gemeenten nodig. 22. Bezorgen documenten tegen kostprijs. Voor het thuisbezorgen van reisdocumenten kan de werkelijke kostprijs van € 20,55 in rekening gebracht worden. 23. Verhogen kostendekkendheid grafrechten. De tarieven van de grafrechten zijn in Altena laag. Vanaf 2027 kunnen de tarieven verhoogd worden. Dit kan door een bepaald percentage kostendekkenheid als doel vast te stellen of het landelijk gemiddelde tarief als uitgangspunt te nemen.
19
24. Verhogen OZB met meer dan inflatie. Door de OZB vanaf 2027 met meer dan de inflatie te verhogen kan een hogere opbrengst gerealiseerd worden. Een verhoging met 1% leidt tot een hogere opbrengst oplopende tot € 720.000 in 2029. 25. Verhogen OZB niet-woningen. De OZB voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen is in Altena laag. Verhoging van de tarieven kan tot een hogere opbrengst van € 1.000.000 leiden. Hierbij is rekening gehouden met de inverdieneffecten als gevolg van het feit dat wij zelf de OZB betalen voor bijvoorbeeld sportvelden of wijkaccommodaties en een eventuele compensatie van verenigingen en organisaties. Voor de laatstgenoemde drie maatregelen geldt dat het college gezien het coalitieakkoord voor 2026 geen verhoging voorstelt. Met het oog op een gezonde balans inkomsten en uitgaven wil het college de verhoging bespreekbaar maken en opvoeren voor 2027 en verder. Dit in lijn met wat ook door de accountant op 13 mei jongstleden is gepresenteerd aan de raad.
Progr.
(bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
26.
5
Themaprogramma Mobiliteit
200 V
200 V
200 V
200 V
27.
4
Aanpassen dienstverleningsovereenkomst zwerfafval *
175 V
175 V
175 V
175 V
28.
3
Uitstellen uitvoeringsprogramma IHP 5 jaar
120 V
120 V
120 V
120 V
29.
2, 3, 6
Themaprogramma Vitaliteit
100 V
150 V
200 V
200 V
30.
4
Gladheidsbestrijding vanaf één locatie
100 V
100 V
100 V
100 V
31.
3
Cofinancieringsfonds halveren
45 V
60 V
60 V
60 V
32.
4
Lagere frequentie onkruidbeheersing plantsoenen
45 V
45 V
45 V
45 V
33.
4
Afschaffen gratis hondenpoepzakjes *
36 V
50 V
50 V
50 V
34.
2
Inzetten op reablement
30 V
30 V
30 V
30 V
35.
1
Minimumbedrag per huurovereenkomst gemeentegrond
15 V
50 V
65 V
65 V
36.
4
Themaprogramma Circulair voedselsysteem
5V
5V
5V
100 V
37.
3
Bibliotheek
-
100 V
100 V
100 V
38.
2
Wmo- geen indicatie voor dagbesteding meer afgeven
-
50 V
50 V
50 V
39.
2
Versterken en doorontwikkelen kwaliteit sociaal domein na investering
-
-
750 V
1.000 V
40.
2
Wmo - geen indicatie voor huishoudelijke hulp meer afgeven
-
-
200 V
200 V
41.
4
Groen dat minder onderhoud vergt
-
-
30 V
30 V
540 V
790 V
1.835 V
2.180 V
Totaal ombuigingen met beperkte maatschappelijke impact
Niet meegenomen in de totaaltelling. Vanwege het gesloten systeem heeft deze maatregelen geen invloed op begrotingssaldo. Zie ook regel 20 onder de inkomstenverruimende maatregelen.
26. Themaprogramma Mobiliteit. Binnen het themaprogramma Mobiliteit wordt uitvoering gegeven aan een fors maatregelenpakket, veelal investeringsprojecten die volgen uit de Mobiliteitsvisie. Aanvullend daarop is er, onder aansturing vanuit het themaprogramma Mobiliteit, binnen de exploitatiebegroting ook financiële ruimte voor de uitvoering van diverse onderzoeken en
20
kleinere maatregelen. Dit budget blijkt niet elk jaar nodig, dan wel niet besteed te worden en kan met een bedrag ter grootte van € 200.000 structureel naar beneden worden bijgesteld. 27. Aanpassen dienstverleningsovereenkomst zwerfafval. Omdat het product afval een gesloten systeem betreft komt de ombuiging niet direct ten goede van het begrotingssaldo, maar wordt dit verrekend in de afvalstoffenheffing. Zie toelichting en voorstel regel 18. 28. Uitstellen uitvoeringsprogramma IHP 5 jaar. Door het uitvoeringsprogramma in het kader van het IHP Onderwijs vanaf 2030 niet 3 jaar maar 5 jaar uit te stellen kan een bedrag van € 120.000 bespaard worden. 29. Themaprogramma Vitaliteit. Prioritering binnen het themaprogramma Vitaliteit leidt tot minder uitvoering van inspanningen vanuit programmalijn Vitaal Leven. Nadere planvorming hierop volgt. 30. Gladheidsbestrijding vanaf één locatie. Het bestrijden van gladheid is een wettelijk taak en geregeld in het gladheidsbestrijdingsplan. Het uitvoeren van gladheidsbestrijding vanaf één locatie leidt tot een kostenbesparing van € 100.000. 31. Cofinancieringsfonds halveren. Het Cofinancieringsfonds is een van de instrumenten uit de Uitvoeringsagenda dat als vliegwiel dient om de ambities uit de Visie op Werken te verwezenlijken. Het subsidieplafond van de subsidieregeling Cofinancieringsfonds kan gehalveerd worden. 32.
Lagere frequentie onkruidbeheersing plantsoenen. Verlagen van de frequentie van de schoffelrondes, onkruidbeheersing in plantsoenen gemeentebreed. Momenteel wordt gemiddeld 6 keer per jaar geschoffeld. Dit wordt teruggebracht naar gemiddeld 5 keer per jaar. 33. Afschaffen gratis hondenpoepzakjes. Afschaffen van het via dispensers en uitgiftepunten gratis verstrekken van hondenpoepzakjes. Het gratis verstrekken van hondenpoepzakjes is niet vastgelegd in beleid. In omliggende gemeenten is het ongebruikelijk dat gemeenten zakjes beschikbaar stellen. Bovendien geldt dat in Altena geen hondenbelasting geheven wordt. Omdat het product afval een gesloten systeem betreft komt de ombuiging niet direct ten goede aan de begroting van de gemeente Altena maar wordt dit verrekend in de afvalstoffenheffing. Zie toelichting en voorstel regel 18. 34. Inzetten op reablement. Reablement op het gebied van huishoudelijke ondersteuning is erop gericht ouderen weer (meer) zelfstandig taken te laten uitvoeren. Hierdoor is minder of geen zorg nodig is en zijn minder indicaties nodig. Dit leidt tot lagere kosten. 35. Minimumbedrag per huurovereenkomst gemeentegrond. Het invoeren van een minimum huurprijs van € 250 euro per jaar per huurovereenkomst kan een structurele opbrengst van € 65.000 opleveren. In de eerste twee jaar zal dit nog wel extra werk opleveren.
21
36. Themaprogramma Circulair voedselsysteem. De meerjarenbegroting gaat tot 2029 uit van een jaarlijkse financiële inzet van € 100.000. In de jaren 2026, 2027 en 2028 wordt dit budget als cofinanciering ingezet voor de Regiodeal, waarmee de totale beschikbare middelen voor uitvoering van onze ambitie aanzienlijk wordt vergroot. Ook wordt een deel ingezet voor de samenwerking met gebiedspartijen in het traject Polder van de Toekomst. Voor 2029 is er nog geen concreet bestedingsplan waarmee het budget voor dat jaar nog afweegbaar is. In de jaren 2026 tot en met 2028 is een kleine besparing mogelijk op een niet concreet gedefinieerde post voor bewustwording. 37. Bibliotheek – drie volwaardige vestigingen. Het Rijk heeft middelen beschikbaar gesteld voor het oprichten van een nieuwe vestiging of de doorontwikkeling van een bestaande beperkte voorziening naar een volwaardige bibliotheekvestiging. In Altena zijn drie volwaardige vestigingen te realiseren, waarvoor niet alle middelen hoeven worden ingezet. 38. Wmo – geen indicatie voor dagbesteding meer afgeven. Op basis van populatiefinanciering maken we de kernen (of een cluster van kernen) verantwoordelijk voor het regelen van dagbesteding voor de inwoners van hun eigen kern. De dagbesteding kan door vrijwilligers of professionals ingevuld worden.
Daardoor wordt dagbesteding een algemene voorziening en hoeven we geen indicaties meer af te geven. Dat is een grote administratieve verlichting. 39. Versterken en doorontwikkelen kwaliteit sociaal domein na investering. De verwachting is door de inzet van de stevige lokale teams, normaliseren, ondersteuning van geïndiceerd naar nietgeïndiceerd, hulptrajecten eerder beëindigingen, ervaringen van andere gemeenten, meer digitaal werken, betere managementinformatie, de kosten te kunnen reduceren. Dit plan zal in de loop van 2026 en begin 2027 nader worden uitgewerkt. 40. Wmo – geen indicatie voor huishoudelijke hulp meer afgeven. Op basis van populatiefinanciering maken we de kernen (of een cluster van kernen) verantwoordelijk voor het regelen van de benodigde begeleiding voor de inwoners van hun eigen kern. De huishoudelijke ondersteuning kan door vrijwilligers of professionals ingevuld worden. Daardoor wordt huishoudelijke hulp een algemene voorziening en hoeven we geen indicaties meer af te geven (behoudens uitzonderlijke gevallen). Dat is een grote administratieve verlichting 41. Groen dat minder onderhoud vergt. Het onderhouden van een haag duurder dan het onderhouden van gras. Het omvormen van 20% tot 35% van de hagen naar gras leidt op termijn tot een kostenbesparing op het onderhoud van € 30.000. In dit hoofdstuk zijn de concrete ombuigingsvoorstellen nader toegelicht.
Naast deze concrete ombuigingen ziet het college ruimte om het gesprek aan te gaan over aanpassingen in het ambitieniveau ten aanzien van voorzieningen zoals zwembaden en milieustraten. Hierover is in deze Kadernota 2026 cijfermatig niets opgenomen. De discussie daarover is aan het volgende college.
22
Een aantal van de in hoofdstuk 3 opgenomen knelpunten kan vanwege hun aard gedekt worden uit incidentele middelen, in casu de reserve Onderhoud gemeentelijke gebouwen en de Algemene reserve. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
a.
Onderhoud Rondeel uit reserve Onderhoud gebouwen
710 V
-
-
-
b.
Onderhoud brandweerkazernes en Werf uit reserve Onderhoud gebouwen
55 V
-
-
-
Inzet reserve Onderhoud gemeentelijke gebouwen
765 V
c.
Koers Sociaal Domein 2030 uit Algemene reserve
125 V
125 V
-
-
d.
Versterken teams Sociaal domein uit Algemene reserve
600 V
600 V
-
-
e.
Doorontwikkeling Sociaal Domein uit Algemene reserve
400 V
400 V
f.
Programmamanagers uit Algemene reserve te vormen reserve
750 V
750 V
750 V
375 V
Inzet Algemene reserve
1.875 V
1.875 V
750 V
375 V
Totaal inzet incidentele middelen
2.640 V 1.875 V
750 V
375 V
Voor een toelichting bij de regels a tot en met e wordt verwezen naar hoofdstuk 4, waarin de knelpunten toegelicht worden. Regel f beschrijft het voorstel de salarislasten van programmamanagers uit een uit de Algemene reserve te vormen bestemmingsreserve te dekken. Door de inzet van met name de Algemene reserve komt het begrotingssaldo in de jaren 2026 tot en met 2029 positief uit. In het kader van het toezicht kijkt de provincie naar de structurele dekking. Alleen in het jaar 2029 is sprake van een structureel (meer dan) sluitende begroting (zie ook hoofdstuk 1). De inzet van de Algemene reserve als dekkingsmiddel voor een aantal knelpunten leidt ertoe dat de deze reserve afneemt. Vanaf 2025 is daarnaast sprake van de inzet van de Algemene reserve voor andere ontwikkelingen. Het verloop van de Algemene reserve, rekening houdend met reeds bekende mutaties en de mutaties die voorvloeien uit de voorstellen in de Kadernota 2026, is in de volgende tabel weergegeven. De toevoegingen en onttrekkingen uit hoofde van de Jaarstukken 2024, de Eerste Bestuursrapportage 2025 en de Kadernota 2026 hebben per saldo een klein effect op de omvang van de Algemene reserve. Uit hoofde van de inventarisatie van de bestemmingsreserves (zie hoofdstuk 6) kan een bedrag van € 8.451.000 aan de Algemene reserve toegevoegd.
Hiermee wordt gewaarborgd dat de Algemene reserve op peil blijft, waarmee Altena ook richting de toekomst in evenwicht kan blijven.
23
(bedragen x € 1.000)
Stand Algemene reserve Begroting 2025
13.239
Jaarstukken 2024 Bij: Jaarrekeningresultaat 2024
1.414
Af: Budgetoverhevelingen 2024
-1.232
Af: Resultaat naar Algemene reserve
-182
Af: Bestemmingsreserve Sportvelden
-2.070
Eerste Bestuursrapportage 2025 Af: Naar voorziening riolering (Raadsbesluit 12 november 2024)
-1.700
Kadernota 2026 Bij: Begrotingssaldo Kadenota 2026 voor inzet Algemene reserve
908
Af: Inzet Algemene reserve voor knelpunten en ombuigingen Kadernota 2026
-4.875
Bij: Begrotingssaldo Kadernota 2026
6.548
Stand Algemene reserve ultimo 2029
12.050
Bij: Vrijval bestemmingsreserves (zie hoofdstuk 6)
8.326
Stand Algemene reserve ultimo 2029
20.376
24
Voor alle bestemmingsreserves is geïnventariseerd wat het doel van de reserve is, of er een actueel bestedingsplan onder de reserve ligt en of de geraamde onttrekkingen aan de reserve te herleiden zijn naar opgenomen lasten in de begroting. Op basis van deze inventarisatie wordt per reserve voorgesteld deze in stand te houden of (deels) te laten vrijvallen in de Algemene reserve. Het vrijvallen van bestemmingsreserves in de Algemene reserve is geen (structurele) oplossing voor het begrotingstekort, maar betekent dat de Algemene reserve aangevuld wordt en zo voor de toekomst op peil blijft. Omschrijving