Bijlage Kadernota 2025 bij RV Kadernota 2025
Tekst van het document
De directie en het college hebben scherp gekeken naar waar aan de knoppen gedraaid kan worden. Dit leidt ertoe dat om de span of control en span of attention te optimaliseren een investering gedaan moet worden van € 300.000. Met dit budget kunnen twee teammanagers en een coördinator met HR aan het management worden toegevoegd. Op basis van het concept rapport van het artikel 213a-onderzoek (Legal Audit) wordt geconstateerd dat de juridische capaciteit in onder andere de eerste lijn in sommige teams van onvoldoende bezetting getuigt. Vooruitlopend op het definitieve rapport en het debat over centralisatie en decentralisatie van de eerstelijnsjuristen wordt structurele uitbreiding met 2 fte van de gemeentebrede juridische capaciteit verzocht. Daarnaast is sprake van een onderbezetting onder meer vanwege langdurige ziekte, maar ook door stijging van het aantal bezwaarschriften, complexiteit van vragen, uitvoering opgaven (naar aanleiding van de Legal Audit) en toename hoeveelheid vragen vanuit vakteams. Er is 1,78 fte uitreding nodig voor enerzijds de behandeling van de bezwaarprocedure en anderzijds voor het invoeren van juridische control (nu niet aanwezig in de organisatie) en het verbeteren van de Juridische Kwaliteitszorg. De Directie bestaat sinds 2023 uit vier leden.
Met een uitbreiding van de bestuurlijke ondersteuning met 1 fte kan de ondersteuning van de directie op orde gebracht worden.
28
Het Projectbureau wordt ingezet voor het voorbereiden en uitvoeren van projecten in de openbare ruimte. Opdrachtgevers hierbij zijn o.a. Ruimtelijk Beheer (met het Jaarplan Openbare Ruimte) en programma Mobiliteit. Voor het JOR 2025 en opvolgende jaren is een forse toename te zien van budgetten en daarmee projecten die voorbereid moeten worden. Ook vanuit het programma Mobiliteit ontstaat een toename van uit te voeren projecten. De huidige bezetting is daartoe niet toereikend. Omdat de projecten een lange doorlooptijd hebben is formatie-uitbreiding financieel gunstiger dan inhuren. Dit draagt tevens bij aan kwaliteitsontwikkeling en het in huis houden van kennis. Uitbreiding is wenselijk met een projectleider en een toezichthouder Civiel.
In 2024 is de definitieve keuze gemaakt voor de huisvesting van de gemeentelijke organisatie. De Raad zal gevraagd worden een uitvoeringskrediet beschikbaar te stellen voor de uitbouw van het gemeentehuis en de realisatie van een nieuwe raadzaal. In 2025 en verder wordt verder gewerkt om de nieuwe huisvesting daadwerkelijk te realiseren. Het in 2021 vastgestelde strategisch vastgoedbeleid wordt dit jaar uitgewerkt naar een strategisch beleid voor de maatschappelijke accommodaties. Speciale aandachtspunten daarbij zijn het planmatig onderhoud en, in samenhang daarmee, de verduurzaming van ons vastgoed. De komende jaren voeren we planmatig onderhoud uit en verduurzamen we ons vastgoed door middel van het nemen van ‘no regret’-maatregelen. Daarnaast stellen we voor te starten met het verbeteren van de toegankelijkheid (zie hiervoor ook programma 2).
Het huidige zaaksysteem InProces wordt door de leverancier wat betreft ontwikkeling afgebouwd. Hiermee bevindt de gemeente Altena zich in de positie om een nieuwe oplossing te zoeken voor het opslaan van documenten en zaken. Een cruciale eerste stap in deze zoektocht is het opstellen van een visie op zaakgericht werken die aansluiting zoekt bij de vastgestelde organisatie visie op dienstverlening. De herziene visie op zaakgericht werken stelt ons in staat om de juiste keuzes te maken voor de verdere inrichting van zaakgericht werken en het beheren van informatie binnen de gemeente. Hierna volgt in 2025, na afronding van de aanbesteding, de organisatie brede implementatie van het nieuwe systeem en ondersteuning aan de gebruikers.
Bestaanszekerheid In 2024 wordt het programmaplan Bestaanszekerheid opgesteld. Op 20 december 2022 heeft de gemeenteraad in Altena met het vaststellen van de actieagenda armoedepreventie en – bestrijding besloten om een programmatische lange termijn aanpak voorarmoedebestrijding te ontwikkelen. Omdat met het programma niet alleen wordt beoogd om armoede te bestrijden, maar ook om armoede te voorkomen (preventief) is de naam van het programma gewijzigd in Bestaanszekerheid. Voor 2025 wordt budget gevraagd, zodat dan begonnen kan worden met de uitvoering. Richting de Kadernota 2026 wordt bezien of aanvullende middelen nodig zijn. Bestaanszekerheid lijkt een prioriteit van het nieuwe kabinet, mogelijk komen er middelen vanuit het Rijk beschikbaar.
29
Programmasecretaris Voor de themaprogramma’s is de inzet van een programmasecretaris gewenst. De inzet van 1 fte programmasecretaris wordt gedekt uit de themaprogramma’s Opvang en huisvesting bijzondere doelgroepen en Mobiliteit (zie ook programma 5). Opvang en huisvesting bijzondere doelgroepen In het themaprogramma Opvang en huisvesting bijzondere doelgroepen staan de doelgroepen Oekraïne, asielzoekers en statushouders centraal. Sinds februari 2024 is de Spreidingswet van kracht. Dit betekent dat iedere gemeente in Nederland voor 1 november 2024 moet aangeven hoeveel asielplekken zij gaat leveren en of men wel of niet gaat voldoen aan de indicatieve taakstelling. In de gemeente Altena is op dit moment niemand inhoudelijk belast met het asielvraagstuk. Daarom wordt een projectleider Asiel gevraagd om in Altena meerdere asiellocaties gerealiseerd te krijgen. De projectleider is verantwoordelijk voor de ruimtelijke en maatschappelijke vraagstukken die komen kijken een asiellocatie en bereidt de besluitvorming voor. Tevens is de projectleider het aanspreekpunt voor de omgeving en voor de betrokken partners en het bestuur.
Programma (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Geen mutaties
-
-
-
-
Totaal 6a. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
-
-
-
-
Geen mutaties
-
-
-
-
Totaal Mutaties reserves Algemene dekkingsmiddelen
-
-
-
-
Totaal mutaties programma 6a
-
-
-
-
6a. Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien
Mutaties reserves Algemene dekkingsmiddelen
30
Programma (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Versterking management 3 fte
300 N
300 N
300 N
300 N
Team Bestuursondersteuning: 2 fte jurist
193 N
193 N
193 N
193 N
Team Bestuursondersteuning: 1 fte Concernjurist juridische control en JKZ
123 N
123 N
123 N
123 N
Team Bestuursondersteuning: 0,78 fte Concernjurist
95 N
95 N
95 N
95 N
Team Bestuursondersteuning: 1 fte directieondersteuning
77 N
77 N
77 N
77 N
Team Projectbureau: 1 fte Projectleider Civiel
96 N
96 N
96 N
96 N
Team Projectbureau: 1 fte Toezichthouder Civiel
87 N
87 N
87 N
87 N
Team Projectbureau: 1 fte Projectleider Civiel dekking kredieten
96 V
96 V
96 V
96 V
Team Projectbureau: 1 fte Toezichthouder Civiel dekking kredieten
87 V
87 V
87 V
87 V
80 jaar bevrijding
30 N
80 jaar bevrijding dekking
30 V
Programma Bestaanszekerheid
250 N
-
-
-
Themaprogramma’s: 1 fte programmasecretaris (zie ook programma 5)
96 N
96 N
-
-
Inhuur projectleider asielzoekers
96 N
50 N
20 N
20 N
1.230 N
934 N
809 N
809 N
Themaprogramma’s: 1 fte programmasecretaris dekking reserve
48 V
48 V
-
-
Inhuur projectleider asielzoekers dekking reserve
96 V
50 V
20 V
20 V
Totaal Mutaties reserves Overhead
143 V
98 V
20 V
20 V
Totaal mutaties programma 6b
1.086 N
836 N
789 N
789 N
Programma (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Geen mutaties
-
-
-
-
Totaal 6c. Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
Geen mutaties
-
-
-
-
Totaal Mutaties reserves Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
Totaal mutaties programma 6c
-
-
-
-
6b. Overhead
Totaal 6b. Overhead Mutaties reserves Overhead
6c. Vennootschapsbelasting
Mutaties reserves Vennootschapsbelasting
31
Voor 2025 worden op diverse programma’s investeringen voorgesteld. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven en daaronder nader toegelicht. De kapitaallasten van de investeringen zijn in het meerjarenperspectief van deze Kadernota 2025 verwerkt. De in de tabel genoemde investeringen zullen bij de Begroting 2025 in het Investeringsplan opgenomen worden en daarmee onderdeel vormen van de besluitvorming. Progr.
Omschrijving (bedragen in €)
2025
2026
2027
2028
2.
Toegankelijk maken De Crosser
50 N
-
-
-
2.
Toegankelijk maken De Dussenaar
60 N
-
-
-
2.
Toegankelijk maken De Jager
73 N
-
-
-
2.
Toegankelijk maken Het Vlechtwerk
80 N
-
-
-
4.
Installatie meetnet
235 N
225 N
-
-
4.
Riolering 2026-2028
-
5.100 N
6.100 N
6.100 N
Totaal investeringen
498 N
5.325 N
6.100 N
6.100 N
Toegankelijk maken Crosser, Dussenaar, Jager en Vlechtwerk Op basis van de motie 'Toegankelijkheid maatschappelijke accommodaties en omgeving' aangenomen door de raad op 7 november 2023, en vooruitlopend op de vaststelling van het strategisch beleid voor maatschappelijk vastgoed wordt gestart met het toegankelijk maken van 2 maatschappelijke accommodaties in 2024 en 2 in 2025. In 2025 betreft het de accommodaties De Crosser, De Dussenaar, De Jager en Het Vlechtwerk. Uitgangspunt is niveau goud, conform het rapport van Ongehinderd. Installatie Meetnet De huidige meetnetten riolering en grondwater hebben als gevolg van de vele personele wisselingen en onderbezetting de afgelopen jaren onvoldoende aandacht gehad. Dit heeft geleid tot een grote hoeveelheid data, waarvan de kwaliteit niet bekend is. Ook worden de sensoren in het meetnet riolering al enige tijd niet meer onderhouden, waardoor een aantal sensoren niet meer werkt. Beide meetnetten moeten daarom opnieuw leven ingeblazen worden en waar nodig aan nieuwe ontwikkelingen aangepast worden. Hiermee krijgen we een beter inzicht in het daadwerkelijk functioneren van ons areaal en het grondwaterregime en kunnen we onze modellen beter afstemmen op de praktijk.
De meetnetten zijn van belang voor de onderzoeken in het kader van het WRP en worden dusdanig ingericht, dat ze op de langere termijn van toegevoegde waarde blijven voor de gemeente. Dekking van de kapitaallasten van deze investering komt ten laste van de voorziening riolering. Riolering 2026-2028 De komende jaren wordt het Water en Rioleringsplan (WRP) opgesteld. Een eerste versie van het WRP (WRP light) zal dit jaar nog aan de raad gestuurd worden. In het WRP worden visie, ambitie en strategische beleidsafwegingen voorgelegd aan de Raad. In dit plan wordt ook de langjarige 32
kostendekkendheid opgenomen, gebaseerd op data en modelberekeningen die tot en met 2028 worden verzameld en uitgevoerd. Om toe te werken naar het benodigde investeringsvolume dat in het WRP zal worden opgenomen, werken we de komende jaren trapsgewijs naar het uiteindelijk benodigde investeringsvolume vanaf 2028. De kapitaallasten van deze investeringen komen ten laste van de voorziening riolering. Zie ook de toelichting in programma 4 op dit punt.
33
In het Bestuursakkoord is als uitgangspunt benoemd dat wij streven naar kostendekkende tarieven voor gemeentelijke tarieven en diensten en producten behalve bij de grafrechten. Wij hanteren daartoe de volgende uitgangspunten: 1. Verordeningen moeten kostendekkend zijn tenzij er een afwijkend raadsbesluit of een wettelijk maximum voor het betreffende tarief geldt. 2. Wanneer de totaalopbrengst van de verordening minder dan kostendekkend is, worden de tarieven binnen die verordening verhoogd met 2% plus inflatie; 3. Tarieven worden alleen verlaagd wanneer de geraamde opbrengst van alle in de betreffende belastingverordening voorkomende tarieven meer dan kostendekkend is. 4. Er wordt aansluiting gezocht bij landelijk vastgestelde (maximum)tarieven. 5. Alle tarieven worden jaarlijks met het inflatiepercentage prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP) verhoogd, tenzij het totaal van de verordening daardoor meer dan 100% kostendekkend wordt. 6. De uitgangspunten voor de toerekening van de kosten worden door het college bepaald binnen de kaders van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten. Afwijkingen van dit beleid of beleidsontwikkelingen op het terrein van belastingen worden per belastingsoort vermeld.
Soort heffing
Begroting Jaarrekening Begroting Jaarrekening Begroting Jaarrekening Begroting 2021 2021 2022 2022 2023 2023 2024
Afvalstoffenheffing
99%
99%
94%
84%
100%
105%
100%
Havengelden
75%
91%
100%
121%
98%
108%
100%
Leges
63%
103%
85%
89%
72%
69%
84%
Leges Biesbosch
56%
43%
73%
70%
100%
100%
100%
Lijkbezorgingsrechten
69%
81%
67%
58%
69%
69%
68%
Marktgelden
100%
110%
86%
86%
78%
75%
82%
Rioolheffing
91%
89%
87%
82%
86%
78%
90%
Afvalstoffenheffing Het product afval is een gesloten systeem. De eventuele tekorten worden gedekt uit een gevormde voorziening die echter niet negatief mag zijn. We streven naar 100% kostendekking. Niet kostendekkende tarieven stijgen conform het algemene tarievenbeleid met 2% plus inflatie. Als de voorziening negatief dreigt te worden op basis van de voorziene kosten en opbrengstontwikkeling in de begroting en meerjarenraming moet het tarief extra stijgen. 34
Kader afvalstoffenheffing ▪ We streven naar 100% kostendekking. ▪ Wanneer het product afval niet kostendekkend is stijgen de tarieven met 2% plus inflatie. ▪ Als de voorziening negatief wordt moet het tarief extra stijgen. BIZ heffing (Heffing bedrijveninvesteringszone) De BIZ-heffing is een verplichte bijdrage voor eigenaren en/of gebruikers van niet-woningen in een bepaald gebied. De heffing is bedoeld ter bekostiging van investeringen in dat gebied in bijvoorbeeld de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit etc. De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting. Het bedrag van de bijdrage gaat in de vorm van subsidie naar de BIZstichting die de investeringen uitvoert. Een BIZ geldt voor vijf jaar en kan dan eventueel, na een draagvlakmeting onder de eigenaren en/of gebruikers van de niet-woningen in het gebied, worden verlengd. Het tarief blijft wettelijk gedurende vijf jaar gelijk. Kader BIZ heffing Voor de BIZ blijft het tarief (wettelijk) gedurende vijf jaar gelijk. Havengelden Binnen onze gemeente worden havengelden geheven in de Beatrixhaven, Biesboschhaven en een gedeelte van de RWS-haven (haventje Rijkswaterstaat). Bij de havengelden kunnen alleen kosten worden verhaald die verband houden met het gebruik en genot van de havens en de kades. Het tarievenbeleid van de havengelden is dat we streven naar 100% kostendekkendheid.
Indien de havengelden niet kostendekkend zijn, stijgen de tarieven conform het algemene tarievenbeleid met 2% plus de inflatiecorrectie. Kader haven- en kadegelden Indien de tarieven niet kostendekkend zijn worden de tarieven met maximaal 2% plus inflatie verhoogd. Leges De legesverordening is niet kostendekkend. Voor wat betreft de leges streven we er naar om binnen deze bestuursperiode te groeien richting 100% kostendekkendheid. De legesverordening is (in de begroting 2024) 83% kostendekkend. Uitgaande van gelijkblijvende kosten moeten de legesopbrengsten met ongeveer 17% stijgen. We stellen voor om dit in 2 jaarlijkse stappen te doen. We stellen voor om de legestarieven voor 2025, met uitzondering van leges voor rijbewijzen en paspoorten, milieuleges en de bouwleges, met 10% plus inflatie te verhogen. De tarieven van rijbewijzen en paspoorten zijn gebonden aan wettelijke maxima. De overige tarieven zullen dus extra moeten stijgen om dit te compenseren. De bouwkosten stijgen. In verband daarmee stellen we voor om net als in 2024 de tarieven van het percentage van de bouwsom niet te verhogen. Daarmee stimuleren we het bouwen. De tarieven van de milieuleges voor 2025 worden vastgesteld op basis van het voorstel daartoe van de OMWB. Voordeel daarvan is dat binnen de OMWB regio geen verschillende tarieven worden gehanteerd.
35
In de legesverordening 2025 worden, conform het vastgestelde parkeerbeleid, kostendekkende tarieven opgenomen voor het plaatsen van borden en aanleggen van parkeerplaatsen voor artsen. Tot nu toe waren deze tarieven niet opgenomen in de legesverordening. Kader leges ▪ We streven er naar om binnen deze bestuursperiode te komen tot een 100% kostendekkende legesverordening. In verband daarmee stellen we voor om de legestarieven voor 2025, met uitzondering van leges voor rijbewijzen en paspoorten, milieuleges en de bouwleges, met 10% plus inflatie te verhogen. ▪ Omdat de bouwkosten de laatste jaren sterk stijgen stellen we voor om net als in 2024 het tarief van het percentage van de bouwsom niet te verhogen. ▪ De tarieven van de milieuleges voor 2025 worden vastgesteld op basis van het voorstel daartoe van de OMWB. Leges Biesbosch Met ingang van 1 januari 2021 heft Staatsbosbeheer voor de gemeenten Altena, Dordrecht en Drimmelen de leges die voorheen door het Parkschap Nationaal Park de Biesbosch werden geheven. De doelstelling is dat de betreffende tarieven in alle drie de gemeenten gelijk zijn. De verdeling van bijdrage van de gemeenten aan Staatsbosbeheer vindt plaats op inwoneraantal. De soorten vergunningen en de aantallen vergunningen per gemeenten verschillen van elkaar. De huidige verdeling van de bijdrage is voordelig voor Altena.
Op dit moment is de gemeente Altena de enige gemeente met 100% kostendekking van de leges Biesbosch. Er zal mogelijk een wijziging plaatsvinden in de bekostigingssystematiek van de bijdrage aan Staatsbosbeheer (koppeling aan aantal vergunningen per gemeente in plaats van inwoners). De doelstelling blijft dat de tarieven voor alle drie de gemeenten op een 100% kostendekkend niveau worden vastgesteld maar dit is waarschijnlijk niet voor alle drie de gemeenten te realiseren. Dit omdat het aantal vergunningen verschilt, de 100% kostendekking voor iedere individuele gemeente het wettelijk maximum is, en de tarieven aan elkaar gelijk zijn. Kader leges Biesbosch We streven bij de leges Biesbosch naar 100% kostendekking. De tarieven van Altena, Dordrecht en Drimmelen zijn gelijk. Lijkbezorgingsrechten De lijkbezorgingsrechten worden geheven voor de diensten de gemeente verricht op de gemeentelijke begraafplaatsen. Uitgangspunt voor het college is de lijkbezorgingsrechten betaalbaar te houden en conform het bestuursakkoord niet te streven naar 100% kostendekking. Wel zullen de tarieven conform het tarievenbeleid voor niet kostendekkende verordeningen met 2% plus inflatie worden verhoogd. De evaluatie van het begraafplaatsbeleid wordt naar verwachting eind derde kwartaal 2024 afgerond. Onderdeel van de evaluatie is ook de evaluatie van de lijkbezorgingsrechten.
Zeer waarschijnlijk zal uit de evaluatie naar voren komen dat enkele tarieven moeten worden aangepast. Die wijzigingen worden dan verwerkt in de belastingvoorstellen voor 2025.
36
Kader lijkbezorgingsrechten ▪ Bij de lijkbezorgingsrechten wordt niet gestreefd naar 100% kostendekking. ▪ Conform het tarievenbeleid voor niet kostendekkende verordeningen worden de tarieven met 2% plus inflatie verhoogd. ▪ In het kader van de komende evaluatie van het begraafplaatsbeleid worden ook voorstellen gedaan om sommige tarieven aan te passen. Marktgelden Uitgangspunt bij de marktgelden is een kostendekking van 100%. Het beleid voor het marktgeld is dat er naar wordt gestreefd om tijdens deze bestuursperiode 100% kostendekking te realiseren. In 2024 zijn de tarieven met 16,71% verhoogd. Het Kostendekkingspercentage werd daardoor 82%. Voor 2025 worden de tarieven op een 100% kostendekkend niveau vastgesteld. Kader marktgelden De tarieven van de marktgelden worden kostendekkend vastgesteld. Ze stijgen in 2025 naar een 100% kostendekkend niveau. Onroerendezaakbelastingen Ieder jaar worden de onroerende zaken opnieuw gewaardeerd zodat ieder jaar de tarieven opnieuw moeten worden vastgesteld en aangepast aan de wijziging van de waarde. Bij een stijging van de waarde daalt het tarief. De OZB wordt geheven op basis van de WOZ waarde. De deelnemersbijdrage aan de GR SVHW stijgt de laatste jaren flink door de kostenvergoeding aan NCNP bureaus in verband met wozwaardebezwaren. Tot nu toe werd de hogere deelnemersbijdrage uit het exploitatiesaldo gedekt.
We stellen voor om met ingang van 2025 de OZB tarieven navenant te verhogen. Kortgeleden is door de minister van BZK het “Rapport Onderzoek uitvoerings- en toepassingsvraagstukken tariefverlaging onroerendezaakbelastingen art. 220f lid 2 Gemeentewet” (amendement Omtzigt) aan de Tweede Kamer toegezonden. Uit dat rapport blijkt dat geen van de onderzochte aanpassingen van/of alternatieven voor de regeling leidt tot een volledig bevredigende oplossing voor de uitvoerings- en toepassingsvraagstukken. En dat gemeenten aangaven dat ze de regeling overbodig vinden, omdat ze al over voldoende [subsidie]instrumenten beschikken om te regelen wat artikel 220 f lid 2 Gemeentewet mogelijk maakt. Voor het toepassen van de in het rapport genoemde subsidiemogelijkheid zou het subsidiebeleid moeten worden aangepast. De budgettaire consequenties moeten bij een eventuele aanpassing worden meegewogen. De toezegging om de raad periodiek te informeren over het amendement Omtzigt beschouwt ons college hiermee als afgedaan. Kader OZB ▪ De OZB-opbrengst stijgt met de inflatie volgens pBBP (Prijs Bruto Binnenlands Product) plus de areaalgroei (groei aantal objecten). ▪ Toekomstige verhogingen van de deelnemersbijdrage van de GR SVHW worden, voor zover die het gevolg zijn van kostenvergoedingen voor NCNP bureaus, rechtstreeks door vertaald in een extra procentuele verhoging van de OZB. 37
Rioolheffing De hoogte van de rioolheffing wordt bepaald door de geplande onderhouds- en vervangingswerkzaamheden en het meerjarig verloop van de voorziening. Bij de rioolheffing zou sprake moeten zijn van 100% kostendekkende tarieven. Ten tijde van de fusie is bij de harmonisatie van de tarieven rioolheffing besloten om een deel van de toenmalige voorziening riolering terug te laten vloeien naar de inwoners. Dit is geëffectueerd door een niet kostendekkende rioolheffing te hanteren en als gevolg daarvan in te teren op de voorziening. Daarbij is een ondergrens van € 1 miljoen gesteld. Sindsdien is de stijging van de rioolheffing gebaseerd op het uitgangspunt om nietkostendekkende tarieven te laten stijgen (conform het algemene tarievenbeleid) met 2% plus inflatie. Een recente doorrekening laat zien dat door de gekozen marsroute de voorziening in het meerjarenperspectief in 2026 onder de € 1 miljoen zal zakken. Mede met het oog op de generieke prijspeilstijging en de oplopende vervangingsopgave in de komende jaren is het noodzakelijk om de rioolheffing extra te laten stijgen, startend in 2025. De benodigde stijging van de tarieven voor 2025 is indicatief berekend op 15%. In het derde kwartaal van 2024 wordt een nieuw Water- en Rioleringsplan (WRP) aan uw raad voorgelegd waarin de lasten en baten van het product riolering in detail inzichtelijk wordt gemaakt.
Dit nieuwe WRP vormt de onderbouwing voor het tarief in 2025 en verder. Kader rioolheffing ▪ Bij de rioolheffing wordt gestreefd naar 100% kostendekking. ▪ Als de voorziening in meerjarenperspectief negatief wordt moet het tarief extra worden verhoogd. ▪ Het nog vast te stellen WRP is leidend voor het tarief en de stand van de voorziening. ▪ De stijging van de tarieven voor 2025 is indicatief berekend op 15%. Verblijfsbelasting Met ingang van 2023 wordt toeristenbelasting aangeduid als verblijfsbelasting. Dit omdat met ingang van 2024 ook locaties voor arbeidsmigranten in deze heffing worden betrokken. Het is dus niet langer een belasting voor enkel toeristische locaties. Verblijfsbelasting is een algemeen dekkingsmiddel en wordt geheven voor het houden van verblijf door personen die niet ingeschreven zijn op een adres in de gemeente. De verblijfsbelasting wordt in rekening gebracht bij degene die, tegen betaling, gelegenheid tot verblijf biedt. De tarieven worden in beginsel jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Het huidige tarief is € 1,30 per persoon per overnachting. Vanuit de toeristische sector is een voorkeur voor tarieven die afronden op 5 eurocent. Reden om bij de verblijfsbelasting de inflatiecorrectie van een aantal jaren pas door te voeren als, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent wordt overschreden. In 2024 bleef het tarief gelijk aan dat van 2023.
In 2025 wordt ook de inflatiecorrectie van 2024 meegenomen. Het tarief wordt € 1,35 per overnachting. Kader verblijfsbelasting De tarieven worden jaarlijks met de inflatie verhoogd. De inflatiecorrectie wordt pas doorgevoerd nadat de inflatiecorrectie voor een aantal jaren, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent overschrijdt. In 2025 wordt ook de inflatie van 2024 meegenomen. Het tarief stijgt naar € 1,35.
38
Watertoeristenbelasting Watertoeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel en wordt geheven voor het houden van verblijf door personen die niet ingeschreven zijn op een adres in de gemeente. Watertoeristenbelasting wordt in rekening gebracht bij degene die, tegen betaling, gelegenheid tot verblijf biedt. De tarieven worden in beginsel jaarlijks verhoogd met de inflatiecorrectie. Het huidige tarief is € 1,30 per persoon per etmaal of gedeelte daarvan. Vanuit de toeristische sector is een voorkeur voor tarieven die afronden op 5 eurocent. Reden om bij de watertoeristenbelasting de inflatiecorrectie van een aantal jaren pas door te voeren als, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent wordt overschreden. Kader watertoeristenbelasting De tarieven worden jaarlijks met de inflatie verhoogd. De inflatiecorrectie wordt pas doorgevoerd nadat de inflatiecorrectie voor een aantal jaren, bij elkaar opgeteld, de 5 eurocent overschrijdt. In 2025 wordt ook de inflatie van 2024 meegenomen. Het tarief stijgt naar € 1,35.
39
Onderstaand worden de uitgangspunten weergegeven die worden gehanteerd voor de opstelling van de Eerste Bestuursrapportage 2024 en de Kadernota 2025.
-
-
-
De mutaties voor de Eerste Bestuursrapportage 2024 worden onderscheiden in onvermijdelijke mutaties en mutaties uit hoofde van wensen. Onvermijdelijke mutaties (incidenteel en structureel) alsmede budgettair neutrale mutaties en meevallers worden gehonoreerd. Mutaties uit hoofde van wensen met een incidenteel karakter worden niet in de Eerste Bestuursrapportage 2024 opgenomen, de afweging schuift door naar de Tweede Bestuursrapportage 2024, wanneer ook meer zicht is op onderuitputting van budgetten. Hiermee wordt het ramingsoptimisme verminderd. Mutaties uit hoofde van wensen voor 2024 met een structurele doorwerking worden verplaatst naar de Kadernota 2025. Voor deze mutaties wordt voor het jaar 2024 géén budget gehonoreerd. De wensen worden in 2024 opgevangen binnen het bestaande budget. Eventuele knelpunten kunnen in de Tweede Bestuursrapportage 2024 terugkomen. Een uitzondering wordt gemaakt voor mutaties die uit organisatorische dan wel politiekbestuurlijke overwegingen gehonoreerd moeten worden. De Eerste Bestuursrapportage 2024 bevat daarmee alleen onvermijdelijke incidentele en structurele aanmeldingen en aanmeldingen uit hoofde van wensen met een incidenteel karakter.
1. Het Bestuursakkoord vormt het uitgangspunt voor de Kadernota 2025. 2. We stapelen geen ambities. Een nieuwe ambitie wordt in beginsel ingeruild voor een oude. 3. De Kadernota 2025 is een richtinggevend document dat perspectief geeft op een sluitende Begroting 2025. Dit betekent dat we ernaar streven ook de Kadernota 2025 vanuit een maximaal budgettair bewustzijn sluitend te laten zijn. 4. Structurele lasten worden gedekt met structurele baten. We gaan daarom terughoudend om met het ramen van incidentele baten in de Kadernota 2025, bijvoorbeeld SPUK en Regiodeal. Uiteraard zetten we wel maximaal in op het binnenhalen van middelen, zeker daar waar het gaat om opstart- of innovatiekosten. 5. Personele mutaties kunnen worden gehonoreerd wanneer sprake is van organisatorische knelpunten of knelpunten in de uitvoeringen alsmede toename van werkstromen als gevolg van wettelijke of andere exogene factoren. 6. De mutaties in de Kadernota 2025 zijn te onderscheiden (i) onvermijdelijke mutaties; (ii) mutaties uit hoofde van wensen en (iii) mutaties uit hoofde van wensen die doorgeschoven zijn vanuit de Eerste Bestuursrapportage 2024. 7.
Bij schaarste van middelen -en na oplossing van de categorie onvermijdelijk- wordt eerst gekeken naar structurele wensen die verbonden zijn met de uitvoering van de going concern en het Bestuursakkoord, waarbij onderbouwde en evidente problematiek is aangetoond. Dit gaat voor op nieuw beleid. Tevens wordt gekeken of gewenst nieuw beleid -feitelijk een intensivering 40
op de lopende begroting- eventueel uitgesteld kan worden. Dit voorkomt verdere groei van ambities, die niet altijd tijdig waargemaakt kunnen worden en levert een bijdrage aan een beperking van planningsoptimisme en daarmee van werkdruk.
Voor de opstelling van de Begroting 2025 en de Meerjarenraming 2025-2027 worden de volgende financieel-beleidsmatige en financieel-technische uitgangspunten gehanteerd.
Stelpost loon- prijsontwikkeling (inflatie) De hoogte van de stelpost voor loon- en prijsontwikkelingen wordt elk jaar bij de begroting bijgesteld op basis van de Meicirculaire en het meest recente prijsindexcijfer prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP) dat in de Meicirculaire wordt gepubliceerd. Door de ontwikkelingen in de wereld is de inflatie de afgelopen jaren sterk gestegen en blijkt dat de stelpost loon- en prijsontwikkeling in de begroting onvoldoende is om alle prijsstijgingen op te vangen. Om deze reden wordt gedurende het begrotingsjaar in de Bestuursrapportages ad hoc extra budget aangevraagd om prijsstijgingen op te vangen. Om bij aanvang van het begrotingsjaar een reëler beeld van het (meerjaren)begrotingssaldo te hebben en om prijsstijgingen binnen de vastgestelde begroting op te kunnen vangen wordt vanaf het begrotingsjaar 2025 een andere methodiek gebruikt. Op basis van de Meicirculaire zal de stelpost worden geraamd. Voor elk loon- en prijsgevoelig budget geldt een specifiek indexcijfer met daar bijbehorend percentage. Deze indexcijfers zijn gebaseerd op percentages die in de Meicirculaire zijn opgenomen. Voor bijvoorbeeld algemene prijsgevoelige budgetten gaat dit om het prijsindexcijfers prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP), voor salarissen om de ‘loonvoet sector overheid’ en voor subsidies om een gemengd percentage.
Bij het opstellen van de Begroting vindt de afweging plaats of de stelpost op basis van de hierboven genoemde indexcijfers over de budgetten wordt verdeeld. Bedoeling van deze systematiek is de ramingen in de begroting meer reëel te maken en tussentijdse bijstelling van budgetten op basis van loon- en prijsontwikkelingen te voorkomen. Wel geldt dat uitzonderingen mogelijk zijn, waarbij gemotiveerd van de hierboven genoemde indexcijfers moet worden afgeweken. Zo moet bijvoorbeeld in het sociaal domein ook rekening gehouden worden met de wettelijk eis dat aan zorgaanbieders een marktconform tarief betaald moet worden.
41
Bestaand beleid
Nieuw beleid
Oud voor nieuw
Dekking
Salarissen
Algemene uitkering
Indexering budgetten
Rentekosten
Nieuwe investeringen Belastingen en tarieven
Weerstandsvermogen
Onvoorziene uitgaven
Bespaarde rente
De Begroting 2025 wordt opgesteld op basis van bestaand beleid. Geen ruimte voor nieuwe zaken, tenzij dit in de Kadernota 2025 is opgenomen en besloten. Geen nieuw beleid anders dan door niet beïnvloedbare externe factoren (wettelijke verplichtingen en / of contractuele afspraken) en / of opgenomen in de Kadernota 2025. Voor een gezond financieel beleid en het faciliteren van college en raad bij het afwegen van beleidsprioriteiten, is het noodzakelijk dat in beeld is welke taken met bijbehorende budgetten (her)afweegbaar zijn. Structurele lasten worden gedekt met structurele baten; incidentele lasten mogen worden gedekt met incidentele baten; specifieke baten worden ook specifiek besteed. Bij het ramen van de salariskosten wordt uitgegaan van de formatie per 1 januari 2024 en eventuele mutaties uit hoofde van de Kadernota 2025. De salarislasten worden geraamd op het maximum van de schaal. Voor de Begroting 2025 wordt uitgegaan van de meest recente Ca0-afspraken. De algemene uitkering wordt geraamd in lopende prijzen. De Begroting 2025 wordt gebaseerd op de raming van de algemene uitkering uit de Septembercirculaire 2024. Aan elk loon- en prijsgevoelig budget wordt een specifiek indexcijfer met daar bijbehorend percentage toegekend. Deze indexcijfers zijn gebaseerd op percentages die in de Meicirculaire 2024 zijn opgenomen.
Voor prijsgevoelige budgetten gaat dit om het prijsindexcijfers prijs Bruto Binnenlands Product (pBBP), voor salarissen om de ‘loonvoet sector overheid’ en voor subsidies om een gemengd percentage. Bij het opstellen van de Begroting 2025 vindt de afweging plaats of de stelpost op basis van de hierboven genoemde indexcijfers over de budgetten wordt verdeeld. De rentekosten worden berekend aan de hand van het schema rentetoerekening zoals in de Notitie rente 2023 van de Commissie BVV is opgenomen. In de Begroting 2025 worden in principe geen nieuwe investeringen verwerkt, tenzij deze in de Kadernota 2025 zijn opgenomen. Als uitgangspunt geldt dat de tarieven jaarlijks tenminste worden geïndexeerd voor inflatie. Daar waar sprake is van niet kostendekkende tarieven, wordt bovenop de inflatiecorrectie een extra verhoging ingezet. In beginsel bedraagt deze extra verhoging 2%. Zie ook hoofdstuk 8 in deze Kadernota 2025. Het vermogen van de gemeente om niet structurele risico’s te kunnen opvangen zonder daarbij de lopende exploitatie in gevaar te brengen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Uitgangspunt is een weerstandsratio gelijk of groter dan 1,0 in de begroting en de meerjarenraming. In de Begroting 2025 is een stelpost opgenomen ter dekking van tegenvallers, c.q. niet voorziene uitgaven waar gedurende het begrotingsjaar alsnog prioriteit aan wordt toegekend.
Er wordt geen bespaarde rente berekend.
42