Bijlage Kadernota 2024 bij RV Kadernota 2024
Tekst van het document
Programma 6. Financiën
Om in met name 2024 meer ruimte te creëren is het mogelijk een bedrag van € 1 miljoen in te zetten als gevolg van structurele onderuitputting van de begroting. Uit een analyse van de Jaarstukken 2019-2022 komt naar voren dat er over deze jaren per saldo sprake is van een structureel overschot op de begroting van € 1 miljoen. Dit bedrag zal vanaf 2024 in de begroting worden ingezet, waardoor meer financiële ruimte ontstaat voor eventueel nieuw beleid of intensivering van beleid.
29
Daarnaast is het mogelijk een deel van de middelen uit de specifieke uitkering Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA ) in te zetten als dekking voor de ambities binnen het themaprogramma Vitaal Altena. Rekening houdend met deze mogelijkheden geeft dat voor de Kadernota 2024 het volgende financiële perspectief. (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Saldo meerjarenperspectief Kadernota 2024
1.766 N
285 N
4.732 N
6.987 N
Inzet uit onderuitputting
1.000 V
1.000 V
1.000 V
1.000 V
Inzet uit specifieke uitkering GALA
200 V
200 V
200 V
-
Saldo Kadernota 2024
566 N
915 V
3.532 N
5.987 N
Op basis van de inschattingen van dit moment is sprake van een negatief saldo in het begrotingsjaar 2024. Ook de meerjarenraming in 2027 is niet sluitend. Het hierboven geschetste meerjarenperspectief vormt de basis voor de opstelling van de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2024-2027. Het college ziet het als taak een sluitende begroting te presenteren. De komende periode wordt hieraan verdere uitwerking gegeven. Daarbij wordt opgemerkt dat de Begroting 2024 gebaseerd zal worden op de uitkomsten van de Septembercirculaire 2023.
De raad wordt gevraagd kennis te nemen van de Kadernota 2024 als richtinggevend document voor de opstelling van de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025-2027.
30
Onderstaand worden de financieel-technische uitgangspunten weergegeven, die bij de opstelling van de Begroting 2024 en de Meerjarenraming 2025-2027 worden gehanteerd. Bestaand beleid
Nieuw beleid
Oud voor nieuw
Dekking
Salarissen
Algemene uitkering
Stelpost prijsontwikkeling
Indexering subsidies
Rentekosten
Nieuwe investeringen Belastingen en tarieven
De Begroting 2024 wordt opgesteld op basis van bestaand beleid. Geen ruimte voor nieuwe zaken, tenzij dit in de Kadernota 2024 is opgenomen en besloten. Geen nieuw beleid anders dan door niet beïnvloedbare externe factoren (wettelijke verplichtingen en / of contractuele afspraken) en / of opgenomen in de Kadernota 2024. Voor een gezond financieel beleid en het faciliteren van college en raad bij het afwegen van beleidsprioriteiten, is het noodzakelijk dat in beeld is welke taken met bijbehorende budgetten (her)afweegbaar zijn. Structurele lasten worden gedekt met structurele baten; incidentele lasten mogen worden gedekt met incidentele baten; specifieke baten worden ook specifiek besteed. Bij het ramen van de salariskosten wordt uitgegaan van de formatie per 1 januari 2023 en eventuele mutaties uit hoofde van de Kadernota 2024. De salarislasten worden geraamd op het maximum van de schaal. Voor de Begroting 2024 wordt uitgegaan van de meest recente Ca0afspraken. De algemene uitkering wordt geraamd in lopende prijzen. De Begroting 2024 wordt gebaseerd op de raming van de algemene uitkering uit de Septembercirculaire 2023. Voor de prijsontwikkeling wordt uitgegaan van de indicator prijsontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (pBBP). Voor de loonontwikkeling wordt de indicator loonvoet overheidssector gehanteerd.
Voor de Begroting 2024 wordt gebruik gemaakt van de raming uit de meest recente gemeentefondscirculaire. Uitgangspunt is de indexatie zoals die in de gemeentefondscirculaires wordt gehanteerd. De Begroting 2024 wordt gebaseerd op de Septembercirculaire 2023. De rentekosten verbonden aan reeds gedane investeringen worden berekend aan de hand van het schema rentetoerekening jaar t zoals in de Notitie rente 2017 (april 2016) van de Commissie BVV is opgenomen. In de Begroting 2024 worden in principe geen nieuwe investeringen verwerkt, tenzij deze in de Kadernota 2024 zijn opgenomen. Als uitgangspunt geldt dat de tarieven jaarlijks tenminste worden geïndexeerd voor inflatie. Deze trendmatige aanpassing is gebaseerd op de ontwikkeling van pBBP zoals opgenomen in de meest recente gemeentefondscirculaire. Daar waar sprake is van niet kostendekkende tarieven, wordt bovenop de inflatiecorrectie een extra verhoging ingezet. In beginsel bedraagt deze extra verhoging 2%. Zie ook onderdeel 8 uit deze Kadernota 2024.
31
Weerstandsvermogen
Onvoorziene uitgaven
Bespaarde rente
Het vermogen van de gemeente om niet structurele risico’s te kunnen opvangen zonder daarbij de lopende exploitatie in gevaar te brengen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Uitgangspunt is een weerstandsratio gelijk of groter dan 1,0 in de begroting en de meerjarenraming. Dit betreft een stelpost ter dekking van tegenvallers, c.q. niet voorziene uitgaven waar gedurende het begrotingsjaar alsnog prioriteit aan wordt toegekend. Er wordt geen bespaarde rente berekend.
32