CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Kaderbrieven bij RV Zienswijzen ontwerpbegrotingen 2025 gemeenschappelijke regelingen

Raadsvergadering 18 juni 2024, gemeente AltenaBij agendapunt: Zienswijzen ontwerpbegrotingen 2025 gemeenschappelijke regelingen25.976 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Omschrijving Personele kosten afwijking cao stijging 2023 Materiële kosten afwijking indexering 2023 Personele kosten indexering en reiskostenvergoeding Ontwikkelingen Nieuw beleid Proceskostenvergoeding Inhuur personeel bezwaren NCNP bureaus Porti aanslagen en dwanginvordering Renteopbrengst Toetreding gemeente Drimmelen Totaal

5

Gewijzigde begroting 2024

Kadernota 2025

Doorkijk 2026

Incidenteel/ structureel

108.700 135.100

0 395.000

0 78.500

structureel structureel

PM 0 968.000 260.000 -475.000 n.t.b. 1.137.500

PM 0 -484.000 0 0 n.t.b. 135.000

PM 0 -484.000 0 0 n.t.b. -317.100

incidenteel incidenteel structureel structureel structureel

Overig Per 1 januari 2025 treedt de gemeente Geertruidenberg toe tot de GR SVHW. Een toename van het aantal deelnemers heeft een positief effect op de overheadkosten. Hiermee is in de kadernota 2025 geen rekening gehouden. Dit omdat het officiële besluit dat Geertruidenberg mag aansluiten op het moment van opstellen van de kadernota nog niet was genomen. Per 1 januari 2024 is de gemeente Drimmelen toegetreden. Dit is budgettair neutraal verwerkt. De deelnemersbijdrage en de benodigde bijstelling daarvan is als volgt Deelnemersbijdrage

2024

Totaal Altena (begroting SVHW) Altena (begroting Altena) Bijstelling

13.452 775 782 -7

1e wijziging 2024 14.590 848 782 66

2025

14.725 856 800 56

2026

14.407 838 794 44

2027

2028

2029

14.576 848 809 39

14.576 858 800 58

14.918 858 800 58

In de 1e begrotingswijziging 2024 en de begroting 2025 van Altena zal de deelnemersbijdrage in lijn worden gebracht met de begroting 2025 van SVHW.

Kadernota 2025

SVHW Rijksstraatweg 3b Postbus 7059

3286 ZH Klaaswaal www.svhw.nl

(0186) 57 72 00

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 1 van 17

Kadernota 2025

Versie historie Versie

Datum

Status

Auteur

Controle

0.2

7-12-2023

2e concept

M. de Reus en P. Wielaard

M.W. Heemskerk

0.1 0.3 0.4 0.5 0.6 1.0

9-11-2023 4-1-2024

17-1-2024 30-1-2024 7-2-2024 7-2-2024

1e concept

M. de Reus

3e concept

Bespreekversie DB

Bespreekversie AC Bespreekversie AB Definitief

Versie 1.0 7 februari 2024

M.W. Heemskerk M.W. Heemskerk M.W. Heemskerk M.W. Heemskerk M.W. Heemskerk

Pagina 2 van 17

P. Wielaard MT DB

AC AB AB

Paraaf

Kadernota 2025

Inhoudsopgave

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 3 van 17

Kadernota 2025

Inleiding

1.1

Algemeen

SVHW moet op basis van de Financiële verordening voor 15 april 2024 een (meerjaren)begroting 2025 indienen. De Kadernota 2025 is hierbij een belangrijk instrument ter voorbereiding op het samenstellen van de begroting en voor het inzichtelijk maken van een meerjarenperspectief. De nota schetst namelijk de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen voor de komende jaren en stelt de

kaders voor de Begroting 2025 en voor de meerjarenbegroting 2026-2029 vast. Na vaststelling van de

nota door het Algemeen Bestuur van SVHW werken het Dagelijks Bestuur en de organisatie de nieuwe begroting vervolgens binnen de vastgestelde kaders verder uit.

In deze kadernota wordt volstaan met algemene financiële en beleidsmatige kaders zoals bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regeling.

Mede gelet op de nog steeds hoge inflatie en de toetreding van de gemeente Drimmelen per 1 januari

2024 dient SVHW ook een 1e begrotingswijziging voor 2024 in.

In lijn met de door het AB vastgestelde “Notitie structurele indexering begroting SVHW” is het financieel perspectief in deze Kadernota uitgewerkt op basis van de Macro Economische Verkenningen van het CPB. Dit houdt in dat: • de gepubliceerde Nationale consumentenprijsindex volgens de septembercirculaire toegepast wordt voor indexering van de materiële kosten;

• •

de cao toegepast wordt voor de indexering van de personele kosten; bij het ontbreken van een nieuwe cao de gepubliceerde Loonvoet sector Overheid volgens de

•

indien de werkelijke inflatie respectievelijk loonontwikkeling beduidend afwijkt van de vooraf geraamde indexering wordt het oude jaar via een begrotingswijziging achteraf gecorrigeerd en

septembercirculaire toegepast wordt voor indexering van de personele kosten;

•

daarmee op het juiste prijsniveau gebracht. Uitgangspunt voor de meerjarenraming is een normale economische situatie. Voor de

meerjarenbegroting na 2025 wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging

met 1%.

Op basis van de percentages uit de septembercirculaire 2022 was in de begroting 2024 rekening gehouden met een indexering van 2,4% voor de materiële kosten en 4,2% voor personele kosten.

In een 1e wijziging van de begroting 2024 worden de effecten van de cao- en prijsontwikkelingen in

2023 (afwijking met de begroting 2023), de te lage indexering van de primaire begroting 2024 (naar

het zich laat aanzien voldoet deze indexering niet volledig op basis van het onderhandelaarsakkoord

dat begin december 2023 is gesloten met de vakbonden) en de toetreding van de gemeente Drimmelen verwerkt. De structurele effecten hiervan zijn in deze kadernota 2025 verwerkt. Het effect

van de toetreding van de gemeente Drimmelen wordt in deze kadernota kostenneutraal verwerkt.

Naast forse prijsstijgingen, die leveranciers momenteel doorvoeren, hebben we daarnaast te maken met toenemende marketinginspanningen van de no cure no pay-bedrijven (NCNP -bedrijven),

waardoor het aantal WOZ bezwaren in 2023 bijna verdrievoudigd is. Dit is een landelijke trend. Het

vraagt extra personele inspanning en innovatieve werkmethodes om de hoeveelheid WOZ-bezwaren op tijd af te handelen en ook de permanente marktanalyse en de herwaardering tijdig en met voldoende

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 4 van 17

Kadernota 2025 kwaliteit af te wikkelen. Door de toegenomen WOZ-bezwaren stijgen ook de proceskosten overeenkomstig. Ook dit is in lijn met de landelijke trend.

In het AB van september is besproken, dat we de kosten die samenhangen met de grote hoeveelheid

(NCNP-)bezwaren voor 2026 terugbrengen naar het gemiddelde van de afgelopen jaren. Dit doen we

door gezamenlijk met de deelnemers op te trekken in communicatie uitingen en onze processen verder te optimaliseren. In aanloop naar de aanslagoplegging 2024 worden diverse workflows aangepast om de grote hoeveelheid actuele bezwaren eenvoudiger af te kunnen wikkelen. Denk hierbij ook aan de QR-code op het aanslagbiljet om simpel en gebruikersvriendelijk bezwaar te maken bij SVHW. De

aanpassing van workflows maakt onderdeel uit van een breder pakket aan maatregelen om de vele

NCNP en rechtstreekse WOZ-bezwaren tijdig en accuraat af te kunnen blijven wikkelen. Ook wordt voor

2025 gewerkt aan de mogelijkheid tot het voormelden door belastingplichtigen, waardoor de WOZ-

waarde betrouwbaarder wordt. Naast het terugbrengen van de kosten die samenhangen met bezwaren

in 2026 is het de wens van het AB bij de begroting 2025 ook kritisch te onderzoeken waar nog extra kosten kunnen worden teruggebracht.

De Tweede en Eerste Kamer hebben inmiddels met het wetsvoorstel uit het belastingplan 2024

ingestemd. Hierin is onder andere een verlaging van de proceskostenvergoedingen voorzien en uitbetaling van de proceskosten aan de belastingplichtige. De effecten hiervan zijn meegenomen in deze kadernota.

Naast de stijging van de kosten vanwege de toename van het aantal bezwaren hebben wij ook te

maken met een verdubbeling van de kosten van porti op aanslagen en dwanginvordering, deels door toename van het aantal brieven, maar vooral door tariefstijgingen welke boven de nationale consumentenprijsindex liggen.

Doordat de rentetarieven fors zijn gestegen kunnen wij tegenover de kostenstijgingen ook rekening

houden met een toename van de baten. Vanwege het verzoek van het AB om naar de kosten te kijken wordt het rentetarief meerjarig op het actuele niveau vastgezet. Uiteraard is dit een onzeker element. Onderstaand overzicht geeft de effecten weer uit de 1e wijziging van de begroting 2024 en de effecten

van de Kadernota 2025 op die 1e wijziging: Bedragen x euro

Omschrijving Personele kosten afwijking cao stijging 2023

Gewijzigde

begroting 2024

Kadernota

Doorkijk

2025

2026

Materiele kosten afwijking indexering 2023

108.700 135.100

395.000

78.500

0

structureel

Materiele kosten indexering en PBB

140.700

224.000

88.400

structureel

PM

PM

PM

Inhuur personeel bezwaren NCNP bureau's

968.000

-484.000

-484.000

Renteopbrengst

-475.000

0

0

Totaal

1.137.500

personele kosten indexering en reiskostenvergoeding

Ontwikkelingen: Nieuw beleid

Proceskostenvergoeding

Porti aanslagen en dwanginvordering Toetreding gemeente Drimmelen

Versie 1.0 7 februari 2024

0

260.000 n.t.b.

Pagina 5 van 17

0

Incidenteel/ structureel

0 0

n.t.b.

135.000

structureel

0

incidenteel

0

structureel

n.t.b.

-317.100

incidenteel structureel structureel

Kadernota 2025

1.2

Leeswijzer

Paragraaf 2 beschrijft de strategische richting van SVHW. In paragraaf 3 wordt een overzicht gegeven

van de belangrijkste ontwikkelingen, waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van de (meerjaren)begroting. Het betreft hier de ontwikkelingen, zoals deze worden onderkend bij het opstellen van deze Kadernota (december 2023).

Paragraaf 4 schetst de (financiële) kaders voor de (meerjaren)begroting gebaseerd op de ontwikkelingen in paragraaf 3.

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 6 van 17

Kadernota 2025

Strategische richting SVHW Het financiële meerjarenperspectief van SVHW ziet op het optimaliseren van de belastingopbrengst

voor zijn deelnemers. SVHW heeft hierbij als richting om een goed kwaliteitsniveau te bieden, waarbij het kostenniveau voor deelnemers acceptabel blijft. Daarnaast moet de dienstverlening passen binnen

de context van een veranderende omgeving en dient daarom continu doorontwikkeld te worden. Als

financieel uitgangspunt probeert SVHW de ontwikkeling van de dienstverlening zoveel mogelijk binnen de exploitatie op te vangen (interne financiering). Dit doet SVHW door continue verbetering van de

effectiviteit en de efficiency van de processen en door actief te zoeken naar samenwerking. SVHW heeft

in 2023 zijn strategie herijkt. Deze visie en strategie geeft richting aan de organisatie en de keuzes die

worden gemaakt.

SVHW werkt vanuit een hoger doel, de missie van SVHW:

Belastingen voor onze leefomgeving; het moet en wij doen het goed.

Belasting betalen moeten we allemaal en we krijgen er een mooie en veilige leefomgeving voor terug,

via het beleid en de keuzes van de aan het samenwerkingsverband deelnemende gemeenten en het waterschap. Wij doen het goed betekent, dat SVHW zijn werk, het heffen en innen van lokale

belastingen, efficiënt en eenvoudig uitvoert en met betrokkenheid en kwaliteit.

SVHW werkt hieraan met een drietal kernwaarden als basis: Samenwerken, Vertrouwen en Gewoon doen. Aan deze kernwaarden wordt voortdurend aandacht besteed in onze organisatie en bij de werving van collega’s en SVHW wil hierop aangesproken kunnen worden.

De ambitie van SVHW is om in 2030 een toonaangevende organisatie te zijn, waarbij minimaal 95% van

de dienstverlening verloopt via self service en de gehanteerde menselijke maat leidt tot een

tevredenheid onder medewerkers en klanten van een 7 ½ of hoger. Voor een hoge graad van selfservice zijn optimaal verlopende processen en doorontwikkeling van IT en communicatie een must.

Deze ambitie bepaalt voor SVHW de komende jaren de richting waarin we bewegen. SVHW stelt daarvoor begin 2024 een strategisch en tactisch uitvoeringsplan op met duidelijke mijlpalen om de

uitvoering en effecten daarvan te volgen. Uiteindelijk leiden de optimale processen en een hoge self service graad er toe, dat medewerkers van SVHW voldoende gelegenheid hebben voor het informele contact met de burgers en bedrijven, waardoor die nog beter geholpen kunnen worden. De uitwerking van deze visie en strategie zal verder worden vormgegeven vanaf 2024 en in de begroting 2025 van het SVHW worden verwerkt.

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 7 van 17

Kadernota 2025

Ontwikkelingen 3.1

Inleiding

Deze paragraaf geeft de relevante ontwikkelingen voor de Kadernota 2025 weer, zoals deze bij het opstellen daarvan bekend zijn. De meeste ontwikkelingen hebben een meerjarig effect.

3.2

Ontwikkelingen in technologie en wetgeving

SVHW heeft net als alle andere organisaties te maken met een steeds sterkere afhankelijkheid van IT oplossingen en moet daarom ook meegaan met de veranderingen daarin. Onze contracten voor

hardware lopen in 2025 af. Deze moeten dan opnieuw worden aanbesteed. Vooruitlopend daarop onderzoeken wij wat daarbij nodig is om een betrouwbare en efficiënte gegevensverwerking te borgen

die aansluit op de externe ontwikkelingen. Een aantal van deze ontwikkelingen zijn: -

Landelijke stelsel van basisregistraties en aansluiting hierop;

-

Invoering van de omgevingswet en de aanpassing hierdoor van informatie aanlevering; Common Ground ontwerp waarbij er een nieuw en modern gegevenslandschap ontstaat, dat op

-

wij rekening met dit ontwerp; De invoering van wetsaanpassing voor de waterschapsbelastingen;

-

-

-

een verantwoorde en consistente wijze wordt ondersteund. Bij onze nieuwe applicaties houden

Doorontwikkeling van MijnOverheid en verdere digitalisering overheidsdienstverlening;

Informatiebeveiliging en privacy waarbij SVHW ervoor zorg moet dragen dat de digitale weerbaarheid op peil wordt gehouden en verder wordt verbeterd waar nodig en passend

binnen toenemende nationale en Europese regelgeving.

3.3

Algemene politiek-juridische ontwikkelingen

3.3.1

Extra druk door grote hoeveelheden bezwaren

In 2023 heeft ook SVHW te maken gekregen met veel extra WOZ-bezwaarschriften, zowel rechtstreeks

van burgers als via NoCureNoPay (NCNP)-bureaus. De ruime verdubbeling van het aantal is niet alleen

een probleem voor SVHW. Deze trend speelt landelijk. In 2023 heeft SVHW ongeveer 23.000 WOZ-

bezwaren ontvangen. Wij verwachten dat het aantal bezwaren in 2024 en 2025 weer zal afnemen door de op handen zijnde aanpassingen met het belastingplan 2024 en de minder scherp stijgende huizenprijzen. Het belastingplan voorziet op korte termijn (vooruitlopend op nog meer wetgeving

hierover) in maatregelen om oneigenlijke aanspraak op proceskostenvergoeding door NCNP-bureaus tegen te gaan. Het plan beoogt onder andere een verlaging van proceskostenvergoedingen en uitbetaling daarvan aan de belastingplichtige in plaats van het NCNP-bureau. Het is niet de

verwachting dat het niveau van het aantal bezwaren uit 2022 al wordt behaald. Toen kregen wij circa 8.000 bezwaren binnen. Bij dit aantal zijn de bezwaren van de nieuwe toegetreden gemeenten Ridderkerk en Drimmelen nog niet betrokken.

Wij proberen het aantal bezwaarschriften te beperken door mitigerende maatregelen. Dit doen wij

bijvoorbeeld door burgers goed te informeren met communicatiecampagnes en heldere website en een duidelijker aanslagformulier. Daarnaast kunnen burgers bij ons ook via een laagdrempelige QR-code

bezwaar maken, waarna dit via een gestandaardiseerd E-formulier efficiënt door het

afwikkelingsproces wordt geleid. Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 8 van 17

Kadernota 2025

Ondanks deze inspanningen en ontwikkelingen verwachten wij voor 2025 nog steeds meer

bezwaarschriften dan waar wij voorheen in de begroting rekening mee hielden. Dit zal dus zorgen voor een extra werkdruk, meer benodigde capaciteit en afhankelijk van het aantal NCNP-bezwaren nog

steeds ook hoge proceskostenvergoedingen die betaald moeten worden.

3.4

Ontwikkelingen WOZ

3.4.1

Toename areaal

Door de bouwopgave van de Nederlandse gemeenten (in verband met de woningnood) zal het aantal WOZ-objecten van de deelnemers stijgen en daarmee ook de hoeveelheid werkzaamheden, die SVHW

moet verrichten. Aangezien de huidige bezetting van taxateurs en WOZ-medewerkers ‘scherp’ is, kan deze toename ondanks procesverbeteringen naar verwachting niet meer worden opgevangen zonder concessies te doen aan de kwaliteit. Een uitbreiding van de formatie lijkt noodzakelijk, maar zal gelet op de omstandigheden op de arbeidsmarkt niet eenvoudig zijn. SVHW gaat op zoek naar alternatieve wervingsmethodes, zoals een traineeprogramma. SVHW zal de impact op de formatie inzichtelijk maken in de begroting 2025. Financiering kan gevonden worden in de toename van de opbrengsten door het aantal WOZ-objecten.

3.5

Ontwikkelingen Heffingen

3.5.1

Diftar

Een toenemend aantal gemeentelijke deelnemers voert bij de afvalstoffenheffing de Diftar

(gedifferentieerde tarieven) in als maatregel om het recyclen of het cyclisch maken van de afvalstroom te stimuleren. Bij Diftar betalen de inwoners veelal een jaarlijks vastrecht en een tarief per lediging of storting. Hoewel de ledigings- en stortingsgegevens in hoge mate geautomatiseerd kunnen worden

verwerkt neemt de hoeveelheid werk toe door controle (o.a. leegstand) en het verhelpen van uitval.

Wanneer deelnemers overstappen naar Diftar betekent dit ook een tariefsverhoging. Met deze extra

opbrengsten kan de benodigde extra formatie worden betaald. Hoeveel extra formatie daadwerkelijk

nodig is, zal in aanloop naar de begroting onderzocht worden rekening houdend met eventuele efficiency.

3.6

Ontwikkelingen Invordering

3.6.1

Maatschappelijk verantwoord invorderen

SVHW volgt de trend met betrekking tot het meer maatschappelijk invorderen. Het beleid van SVHW is

om zoveel mogelijk te voorkomen dat er problematische schulden of een opeenstapeling van schulden ontstaat. SVHW heeft hiervoor al de volgende maatregelen getroffen: •

in 2024 start de pilot kosteloze herinnering voor zowel de fysieke aanslagen als de digitale

aanslagen via Mijn Overheid. Het Algemeen Bestuur van SVHW heeft met dit initiatief van de Ambtelijke Commissie en SVHW ingestemd. Als uit de evaluatie van blijkt dat de pilot

opvolging verdient, vindt integrale uitrol van de kosteloze herinnering vanaf 2025 plaats. Hiermee wordt in de begroting rekening gehouden;

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 9 van 17

Kadernota 2025 • • •

het hanteren van een betalingstermijn van 3 maanden in plaats van de wettelijke 6 weken;

de mogelijkheid om met een automatische incasso in 10 maandelijkse termijnen te betalen;

de mogelijkheid om tijdens het dwanginvorderingstraject binnen twee weken na ontvangst van een aanmaning alsnog een automatische incasso af te geven;

• •

het op verzoek opsturen van een betaallink via email of sms;

het treffen van individuele betalingsregelingen waarbij er op klantgerichte wijze naar mogelijkheden wordt gekeken.

Verder overweegt SVHW de volgende maatregelen: •

het uitvoeren van een onderzoek naar de wenselijkheid van flexibele incassotermijnen. Dit vanwege het feit dat niet alle belastingplichtigen rond de 20e van de maand hun salaris

ontvangen, maar bijvoorbeeld ook per de 15e van de maand of per vier weken. Dit voorkomt onnodige storno’s.

De bovenstaande maatregelen kunnen eventueel leiden tot een verminderde opbrengst van de invorderingskosten. In deze kadernota wordt een verminderde opbrengst als risico benoemd.

3.7

Deelnemers

3.7.1

Toetreding nieuwe deelnemers

In 2024 treedt Drimmelen toe tot het SVHW. Daarnaast is de verwachting dat de gemeente

Geertruidenberg vanaf 1 januari 2025 toetreedt tot het SVHW. Omdat wij de afgelopen jaren te maken hebben gehad met toetreding van Ridderkerk en de herindeling van Voorne aan Zee hebben wij recente ervaring hiermee opgedaan. De toetredingskosten verhalen wij op de toetredende deelnemers. Daarna dragen zij op basis van de kosten verdeelsystematiek jaarlijks bij. De toetreding van Drimmelen

verwerken we kostenneutraal in de begroting 2024.

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 10 van 17

Kadernota 2025

Financiële Kaders 4.1

Inleiding

Zoals in paragraaf 1.1 vermeld wordt in de Kadernota 2025 volstaan met financiële kaders in plaats van uitgewerkte financiële paragraaf. Daarnaast wordt er in deze kadernota van uitgegaan dat er in 2024 een 1e begrotingswijzing is vastgesteld.

4.2

Indexering 2024

Bij de behandeling van de jaarrekening 2023 in april 2024 bestaat er meer inzicht in de daadwerkelijke kosten in het boekjaar 2023. Op basis hiervan wordt de definitieve begrotingswijziging 2024 voorgesteld.

In de begrotingswijzing 2024 is een stijging van de personele – en materiele kosten opgenomen als

gevolg van hogere indexering dan begroot. Daarnaast zal in de begrotingswijziging 2024 de toetreding

van de gemeente Drimmelen worden verwerkt. Het effect van de toetreding van de gemeente Drimmelen wordt in deze Kadernota kostenneutraal verwerkt. Bij de definitieve uitwerking van de begrotingswijziging 2024 wordt inzichtelijk wat het effect is van de toetreding van de gemeente Drimmelen.

In de begrotingswijzing 2024 is een stijging van de personele kosten opgenomen. De huidige cao eindigt eind 2023. Er ligt momenteel een onderhandelingsresultaat voor een nieuwe cao “Werken voor

Waterschappen 2024”, dat als uitgangspunt in deze kadernota is gehanteerd. Door de hogere salariskosten als gevolg van deze indexering zijn de personele kosten te laag geïndexeerd (in de

begroting 2024 was eerder uitgegaan van een stijging met 4,2% conform de septembercirculaire 2022).

In het onderhandelingsresultaat voor de nieuwe cao 2024 wordt uitgegaan van een verhoging van de

schaalbedragen met € 25, een stijging van de salarissen per 1-1-2024 van 3% en een stijging van de salarissen per 1-7-2024 met 2%. Gemiddeld op jaarbasis betekent dit een verhoging van 5,95 %. Daarnaast stijgt de reiskostenvergoeding van € 0,21 naar € 0,23 en is er een extra (bovenwettelijke) verlofdag (effect is ca. 0,45%).

In de nieuwe cao 2024 wordt het persoonsgebonden basisbudget (PBB) voor werknemers tot 35 jaar

verhoogd van € 6.000 tot € 12.000 wat zij gedurende 5 jaar kunnen besteden. Bij SVHW komen naar

verwachting 18 medewerkers hiervoor in aanmerking. De kosten voor PBB zijn bij SVHW geraamd onder de materiele kosten (opleidingen).

De totale aanvullende indexering van de personele kosten over 2024 bedraagt 135.000 euro en is als volgt opgebouwd: Bedragen x 1.000 euro

Berekening personele kosten Personele kosten 2024 geïndexeerd t/m 2023

7.318

Indexering 2024: 5,95% minus 4,2% reeds geïndexeerd verhogen reiskostenvergoeding naar € 0,23

7

Begrote personele kosten 2024

Versie 1.0 7 februari 2024

128

7.453

Pagina 11 van 17

Kadernota 2025 De materiële kosten in de primaire begroting 2024 zijn geïndexeerd met 2,4% op basis van de

Consumenten Prijsindex (CPI) septembercirculaire 2022. Door een sterke toename van de inflatie in

2023 zijn de materiele kosten in 2024 te laag geïndexeerd. De totale aanvullende indexatie van deze kosten over 2023 en 2024 bedraagt 249.000 euro en is als volgt opgebouwd: Bedragen x 1.000 euro

Berekening materiële kosten Totaal materiele kosten begroting 2024

8.733

Af: afschrijving en onvoorzien geen indexering

-365 8.368

Prijsindex 2023: 3,9% minus reeds doorgerekend 2,6% Materiele kosten 2024 geindexeerd tm 2023

109 8.477

Indexering materiele kosten 2024: 3,8% minus reeds doorgerekend 2,4%

119

verhogen PBB budget werknemers tot 35 jaar

22

Begrote materiele kosten 2024

8.617

Door bovenstaande ontwikkelingen bedraagt de verwachte totale indexering van de 1e

begrotingswijziging 2024 afgerond 250.000 euro.

4.3

Ontwikkelingen

Zoals aangegeven in paragraaf 1.1 heeft SVHW te maken met een toenemend aantal bezwaren van

NCNP bureaus, met stijgende portokosten en met een toename van de rente opbrengst. In het AB van

september was besproken, dat we de kosten die samenhangen met de grote hoeveelheid (NCNP-) bezwaren voor 2026 terugbrengen naar het gemiddelde van de afgelopen jaren. De extra proceskosten zouden hiervoor in 2024 geraamd worden op twee derde deel van de werkelijke meerkosten van 2023, in 2025 op een derde deel, en vanaf 2026 teruggebracht worden naar het oude niveau. Door het op

handen zijnde belastingplan 2024 en de bezuinigingsopdracht van het AB zijn de proceskosten echter niet verhoogd ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2024 .

Doordat we nog steeds wel meer bezwaarschriften verwachten dan waar in de begroting rekening mee was gehouden moet extra personeel worden ingehuurd. De extra inhuurkosten worden in 2024 en 2025 afgebouwd.

In 2023 is gebleken dat de portokosten op aanslagen en dwanginvordering door toename van het aantal brieven maar vooral door forse tariefstijgingen zijn toegenomen met 260.000 euro. Wij verwachten dat dit een structurele toename betreft.

Doordat de rente is gestegen zijn de rente opbrengsten welke tot voorkort op nihil geraamd werden

gestegen tot 475.000 euro. Dit bedrag hebben wij voor 2024 en 2025 in de begroting verwerkt. Ook voor de meerjarenbegroting houden wij als inschatting het bedrag van 475.000 euro aan naar aanleiding van de bezuinigingsopdracht van het AB.

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 12 van 17

Kadernota 2025 Bovenstaande ontwikkelingen geven het volgende beeld: Bedragen x 1.000 euro

2024

Berekening ontwikkelingen Proceskostenvergoeding

2025 -

-

Inhuur personeel bezwaren NCNP bureau's

968

484

Porti aanslagen en dwanginvordering

260

260

Renteopbrengst

-475

-475

Totaal materiele kosten begrotingswijziging

753

269

4.4

Indexering 2025

In lijn met de notitie “Structurele indexering begroting SVHW” zijn bij de berekening de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Voor de indexering van de materiële kosten wordt de door het CPB gepubliceerde Nationale consumentenprijsindex toegepast volgens de septembercirculaire. Het indexeringspercentage

•

Voor de indexering van de personele kosten wordt de door het CPB gepubliceerde loonvoet toegepast volgens de septembercirculaire. Het indexeringspercentage in de begroting 2025

in de begroting 2025 bedraagt 2,6 procent ;

•

bedraagt 5,3 procent; De personele en materiële kosten in de meerjarenbegroting worden geïndexeerd met 1 procent.

Bedragen x 1.000 euro

Begrote personele kosten 2024

7.453

Indexering personele kosten 2025: 5,3%

395

Begrote personele kosten 2025

7.848

Begrote materiele kosten 2024

8.617

Indexering materiele kosten 2025: 2,6%

224

Begrote materiele kosten 2025

Versie 1.0 7 februari 2024

8.842

Pagina 13 van 17

Kadernota 2025

4.5

Algemene financiële kaders

Voor de samenstelling van de Begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2029 worden naast de hierboven vermelde autonome ontwikkelingen de volgende kaders en uitgangspunten geformuleerd: •

Er is sprake van structureel en reëel evenwicht in de begroting en het meerjarenperspectief. De structurele lasten zijn gedekt door structurele baten;

•

De begroting dient te voldoen aan de Wettelijke regels begroting van het BBV, hierbij is onder andere aandacht voor: -

Overzicht van incidentele baten en lasten;

-

(Prestatie) indicatoren;

-

-

•

Specificatie van baten en lasten per programma;

Verloopoverzicht van het Eigen Vermogen; Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing.

De begroting wordt opgesteld op basis van bestaand beleid van deelnemers. In de begroting 2025 wordt dan ook vooralsnog geen nieuw beleid verwerkt. Nieuw beleid wordt separaat

aangegeven. Wel dient de herziene strategie als basis voor de begroting 2025.

4.6

Financieel technische uitgangspunten

Bij het opstellen van de Begroting 2025 worden voor het financiële gedeelte van de begroting en het meerjarenperspectief de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

Als basis worden de meest actuele budgetten van de begroting 2024 gehanteerd daarbij

rekening houdend met de begrotingswijziging 2024 en de werkelijke lasten over het boekjaar •

2023; De ramingen voor loon- en prijsstijgingen worden verwerkt zoals opgenomen in de paragraaf ‘Autonome ontwikkelingen’;

•

4.7

In het meerjarenperspectief wordt gerekend met een indexering van de loon- en prijsstijging van 1procent.

Nieuw beleid

De strategie wordt verder uitgewerkt in doelstellingen bij de begroting 2025. Dit kan leiden tot nieuw beleid dat SVHW naast alle activiteiten ten gevolge van externe ontwikkelingen uitvoert Dit wordt

binnen de exploitatie gerealiseerd.

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 14 van 17

Kadernota 2025

4.8

Recapitulatie

Bedragen x 1.000 euro

Omschrijving

Gewijzigde

begroting 2024

Kadernota 2025

Doorkijk 2026

Personele kosten afwijking cao stijging 2023 Materiele kosten afwijking indexering 2023

109

0

0

personele kosten indexering en reiskostenvergoeding

135

395

78

Materiele kosten indexering en PBB

141

224

88

PM

PM

PM

0

0

0

968

-484

-484

Porti aanslagen en dwanginvordering

260

0

0

Renteopbrengst

-475

0

0

Toetreding gemeente Drimmelen

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

Totaal

1.138

135

-317

Ontwikkelingen: Nieuw beleid Proceskostenvergoeding Inhuur personeel bezwaren NCNP bureau's

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 15 van 17

Kadernota 2025

4.9

Financieel perspectief 2025-2029

4.9.1

Overzicht

Het meerjarenperspectief wordt weergegeven vanaf de stand in de begroting 2024. De 1e

begrotingswijzing in 2024 is in het overzicht verwerkt. Bedragen x 1.000 euro

Kosten

2024

2025

2026

2027

2028

2029

16.051

17.189

17.324

17.006

17.175

17.345

16.160

17.189

17.324

17.006

17.175

17.345

begrotingswijziging obv najaarsrapportage 2023

753

-484

-484

Indexering personele kosten

128

395

78

79

80

81

224

88

89

90

91

Lasten primaire begroting geen begrotingswijziging Personele kosten CAO 2023 1e begrotingswijziging Materiele kosten indexering 2023

109

1e begrotingswijziging Materiele kosten overig Lasten begroting na wijziging

Verhoging reiskostenvergoeding

7

Indexering materiele kosten

119

Verhoging PBB

22

Nieuw beleid

PM

PM

PM

PM

PM

PM

17.189

17.324

17.006

17.175

17.345

17.517

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Deelnemersbijdrage primair

13.452

14.590

14.725

14.407

14.576

14.746

Deelnemersbijdrage begr. wijziging/indexering

1.138

135

-317

169

170

172

Totaal deelnemersbijdrage

14.590

14.725

14.407

14.576

14.746

14.918

Opbrengst invorderingskosten (primair)

2.584

2.584

2.584

2.584

2.584

2.584

15

15

15

15

15

15

17.189

17.324

17.006

17.175

17.345

17.517

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten begrotingsjaar

Baten

Overige opbrengst en rente (primair)

Totaal baten begrotingsjaar

Resultaat boekjaar

4.9.2

Niet opgenomen (PM) posten

De volgende posten zijn niet opgenomen in de kadernota en worden voor zover van toepassing opgenomen in de risicoparagraaf van de Begroting 2025: • •

Het risico op een lagere opbrengst invorderingskosten ten gevolge van de maatregelen op het gebied van maatschappelijk verantwoord invorderen; De effecten van het belastingplan 2024, afgezien van de lagere tarieven

Versie 1.0 7 februari 2024

Pagina 16 van 17

Kadernota 2025 • •

De effecten van de toetreding van een nieuwe deelnemer;

De effecten van de samenwerking tussen belastingkantoren.

4.10 Ontwikkeling deelnemersbijdrage Zoals eerder gemeld is het effect van de toetreding van de gemeente Drimmelen per 1 januari 2024 in deze kadernota kostenneutraal verwerkt.

Ook in 2025 zal er waarschijnlijk sprake zijn van een toetreding van een nieuwe deelnemer. Hiermee is in de Kadernota 2025 geen rekening gehouden.

Op basis van het financiële perspectief hierboven is de ontwikkeling van de totale deelnemersbijdrage als volgt:

Bedragen x 1.000 euro

Baten Totaal deelnemersbijdrage

Versie 1.0 7 februari 2024

2024

2025

2026

2027

2028

2029

14.590

14.725

14.407

14.576

14.746

14.918

Pagina 17 van 17

Inkomsten

en

Kaderbrief 2025 19,4

6,8

miljoen

miljoen

Programma VTH-taken

1.350 Declarabele norm

283 1,7

miljoen

Advies en Projecten

Formatie

1,9

miljoen

Overig

per fte

Totaal aantal declarabele uren

228

55

Primair proces

Overhead

fte

Programma Collectieve taken

uur

fte

fte

308.000 uur

1 februari 2024

Uitgaven

Uitvoering taken 91%

en

20

9,6

0,2

miljoen

miljoen

miljoen

Uitvoering taken

Overhead

Onvoorzien

18,3

1%

0,2

2%

0,4

Overhead 6%

1,1

57%

5,4

9%

0,9

www.omwb.nl

0,2

27%

2,6

5%

0,5

miljoen

miljoen

miljoen

miljoen

miljoen

miljoen

miljoen

miljoen

miljoen

Personeelslasten

Rente en afschrijvingen

Huisvesting en organisatie

Overige kosten

Personeelslasten

Huisvestingskosten

Facilitaire kosten

ICTbudgetten

Overige kosten

Ontwikkelingen met impact op de begroting (toelichting vindt u in paragraaf 2.1.1 van de begroting)

sluit omgevingsrecht (Bor) ingang van 2019 volledig e menteerd in de regio - en West-Brabant.

2%

Energie en duurzaamheid Energiebesparing bij bedrijven, en dus toezicht en handhaving vanuit de OMWB, krijgt steeds meer aandacht.

MWB-norm Vanaf 2019 werken we volgens de MWB-norm. Het doel: de kwaliteit van onze producten en diensten verbeteren. Daarnaast wordt de norm grondslag voor een duurzame

Zorgvuldige veehouderij en volksgezondheid De Provincie Noord-Brabant streeft ernaar in 2020 tot de meest innovatieve, duurzame en slimme agrofoodregio’s van Europa te behoren. Dit heeft invloed op onze VTH-taken.

Verbod op asbestdaken 2024 Asbestdaken die in contact staan met de buitenlucht zijn vanaf 2024 verboden. Om de doelstellingen te behalen is meer saneringscapaciteit nodig én moeten eigenaren gestimuleerd worden om te gaan saneren.

Omgevingswet De OMWB bereidt zich samen met deelnemers voor op de Omgevingswet door middel van pilots, proactieve consultaties en samenwerkingsverbanden. Dit vraagt ook om aanpassing van de werkprogramma’s en ontwikkeling van competenties van medewerkers.

Bestuurlijke ontwikkelingen De gemeenteraadsverkiezingen hebben plaatsgevonden. Dat betekent bestuurlijke wisselingen en het inwerken van de nieuwe bestuursleden.

ICT-budgetten De OMWB vernieuwt het ICT-landschap om te werken en klaar te zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Dit zien we ook terug in de begrote uitgaven voor 2019. Meer informatie vindt u in paragraaf 2.2.3 van de begroting.

>

Inhoudsopgave

<

1. Inleiding

3

Datagedreven werken

19

2. Beleidsmatige ontwikkelingen.

5

Geografisch informatiesysteem (GIS)

20

Introductie

5

Huisvesting

21

Omgevingswet

6

Organisatie

22

Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel

7

Circulaire economie

8

4. Financiële uitgangspunten

23

Stikstof

9

4.1 Algemene uitgangspunten

23

Zeer Zorgwekkende Stoffen

10

4.2 MWB-norm

23

Energietransitie

11

4.3 Baten en tariefontwikkeling

23

Klimaatverandering

12

4.4 Lasten

24

Biodiversiteit / groene wetgeving

13

4.5 Investeringen

25

Kaderrichtlijn Water

14

4.6 Financiële impact 2025 en later

25

Gezondheid

15

4.7 Weerstandsvermogen

27

Schone Lucht Akkoord

16

Doorontwikkeling VTHKA

17

Bijlage 1: Bronvermeldingen

28

Altijd Actuele Digitale Vergunning (AADV)

17

Brandveiligheid

18

OMWB Kaderbrief 2024

3. Bedrijfsvoering

19

2

>

1.

Inleiding De kaderbrief wordt opgesteld als beginpunt voor de P&C cyclus, waarbij de kaders voor de te verwachte ontwikkelingen op milieu en duurzaamheidsgebied op middellange termijn worden geduid, evenals de financiële uitgangspunten. Bij de financiële uitgangspunten is van de diverse ontwikkelingen de mogelijke financiële impact voor de deelnemers opgenomen. Deze impact wordt nog definitief in bedragen vertaald in de begroting 2025, en besluitvorming over de op te nemen bedragen vindt dan plaats. De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) werkt aan een schone, gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. De thema’s waar de OMWB zich mee bezig houdt (o.a. stikstof, PFAS, luchtkwaliteit, uitstoot industrie, energie, natuur) zijn zeer divers, voor het landelijk gebied, stedelijk gebied en de industrie. Het kan gaan over stikstof, PFAS, uitstoot van industrie, energievraagstukken, asbest etc. En de dynamiek op al deze onderwerpen is groot; we zitten immers in meerdere transities tegelijk (klimaat, landbouw, energie, digitaal). Kortom, er komt heel wat op ons af! Het belang van de kwaliteit van onze leefomgeving wordt steeds belangrijker. Voor onze gezondheid, veiligheid en voor de duurzaamheid van de natuur en de fysieke leefomgeving. Het zijn allemaal maatschappelijk actuele thema’s die impact en belang hebben voor iedere inwoner en ondernemer.

De OMWB heeft een belangrijke rol bij de aanpak van deze vraagstukken. Met vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering kunnen we deze transities een duw in de goede richting geven. Dit betekent voor onszelf dat we doorlopend moeten investeren in de kennis en deskundigheid van ons personeel, én in de juiste informatiesystemen om risicogericht en data-gestuurd te kunnen werken. De doorontwikkeling tot een professionele omgevingsdienst is cruciaal om deze rol ook daadwerkelijk waar te maken.

<<

<

OMWB Kaderbrief 2025

3

>

Het Interbestuurlijk Programma (IBP) wordt in 2024 afgerond. En in 2025 verwachten we dat een aantal daarbinnen ontwikkelde programma’s worden doorgezet. Zo zal het bureau Omgevingsdienst NL zijn vruchten afwerpen, doordat onderwerpen landelijk voor alle omgevingsdiensten getrokken worden, de kennisinfrastructuur landelijk opgebouwd wordt en een Omgevingsdienst NL Academy de inhoudelijke opleidingen verzorgen. In 2024 is een start gemaakt met de implementatie van de Omgevingswet. Ook vindt in 2024 de besluitvorming plaats over het Gemeenschappelijk Uitvoerings­ kader. We verwachten dat we in 2025 steeds meer toe kunnen werken naar de daarin beschreven regionale prioriteiten. Inhoudelijk blijven we de komende jaren geconfronteerd met lastige keuzes rondom de stikstofproblematiek. Die beïnvloedt onze vergunningverlening enorm. Daarnaast moeten we ons voorbereiden op de Kaderrichtlijnwater, die in 2027 van kracht wordt. Ook deze Europese richtlijn kan tot stagnering leiden. Voor de energietransitie doet de OMWB veel aan controles en advisering van bedrijfsleven en industrie om energiezuiniger te worden. En ten aanzien van de uitstoot van de industrie, doen

Ten aanzien van alle ontwikkelingen die op ons af komen, schatten wij in dat we

ook in onze provincie bedrijven actief mee bij de maatwerkafspra-

extra capaciteit benodigd is en investeringen in een geografisch informatiesys-

ken over CO2- reductie en verduurzaming, die het Rijk maakt

teem en het programma datagedreven werken. Daarnaast willen we investeren

met de twintig grootste uitstoters in Nederland. Net zoals bij de Rotterdamse Haven zal ook Moerdijk, als industrieel cluster, grote (ruimtelijke) veranderingen onder-

in de huisvesting aan de Spoorlaan in Tilburg om aantrekkelijk te blijven als werkgever en de werkomgeving te laten voldoen aan de eisen van de huidige tijd (duurzaamheid, nieuwe manier werken, hybride werken etc.).

gaan vanwege de ontwikkelingen rond waterstof en ammoniak.

Bovenstaand geeft een eerste inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen waar de OMWB naar verwachting de komende jaren mee te maken zal hebben. Bij al onze medewerkers is er veel passie voor ons vak en enthousiasme om hier gezamenlijk de schouders onder te zetten!

<<

<

OMWB Kaderbrief 2025

4

>

2.

Beleidsmatige ontwikkelingen De OMWB heeft zicht op landelijke en regionale ontwikkelingen die van belang (kunnen) zijn voor de toekomstbestendigheid van de dienst, meerwaarde hebben voor onze eigenaren en van toegevoegde waarde zijn om te kunnen blijven werken aan een schone, duurzame en veilige leefomgeving. In deze kaderbrief worden deze ontwikkelingen geschetst. Zij zijn deels nieuw en deels vloeien zij voort uit reeds ingezette werkzaamheden / taakuitvoering. In de Strategische Agenda van de OMWB komen de ontwikkelingen terug. De strategische agenda geeft hierbij op lokaal en regionaal niveau invulling aan de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Van de onderwerpen verwoord in de kaderbrief wordt steeds kort de probleemstelling en de noodzaak om als overheden te handelen belicht. Elk onderwerp eindigt met een kader waarin de (mogelijke) impact voor de OMWB is weergegeven. Tevens staat hierbij vermeld uit welke post deze ontwikkeling naar verwachting bekostigd gaat worden. De nieuwe ontwikkeling kan gefinancierd worden uit één van de volgende posten: - P1/P2 (werkprogramma basis en/of verzoektaak) - P3 (collectieve taken programma) - Bedrijfsvoering - Concernuren - Subsidie Voor slechts een beperkt aantal posten kan een concreet bedrag worden vermeld. Voor de onderwerpen kan op dit moment geen bedrag worden vermeld. Hopelijk kan op termijn alsnog een bedrag worden vermeld.

Het uitgangspunt is en blijft dat nieuwe ontwikkelingen niet direct leiden tot een verhoging van de financiële bijdrage aan de OMWB. Indien dit uit oogpunt van een adequate uitvoering niet mogelijk is, wordt er een aangepast voorstel gemaakt dat als toelichting bij het werkprogramma wordt gevoegd.

<<

<

OMWB Kaderbrief 2025

5

>

Omgevingswet De Omgevingswet trad op 1 januari 2024 in werking. Alle overheden hebben zich zo goed als mogelijk voorbereid op de komst van deze nieuwe wet. Het is niet realistisch om te veronderstellen dat de implementatie van de Omgevingswet vlekkeloos zal verlopen. Gedurende 2024 krijgen de gemeenten en de OMWB te maken met een hectische periode. We zullen erachter komen dat niet alles werkt zoals we hadden verwacht en er zullen de nodige maatregelen getroffen moeten worden. Een gedeelte van de hiervoor benodigde aanpassingen is vrij makkelijk te realiseren. Maar er is ongetwijfeld ook een aantal onderwerpen waarbij de overheden en hun ketenpartners (nieuwe) afspraken moeten maken. Vervolgens moeten zaken geïmplementeerd worden. Naast deze eventuele verzuimen staat 2024 in het teken van het monitoren van de kentallen per product. Deze data worden gebruikt om het werkprogramma binnen een periode van twee à drie

Impact OMWB 2025 en verder:

jaar ‘Omgevingswetproof’ te maken Daarbij worden nieuwe afspraken gemaakt

Impact

Fin. post

over budget en aantallen. Op voorhand is reeds landelijk vast komen te staan

Input leveren van de kerndocumenten Omgevingswet

P1/P2

dat de kosten per product stijgen en de inkomsten (leges) zullen dalen.

Invulling van de kerndocumenten bepaalt mede de wijze hoe de OMWB haar VTHKA-taken uitvoert.

P1/P2

De gemeenten moeten allemaal voor 1 januari 2032 een omgevingsplan heb-

Data opbouw kentallen en doorvertaling naar het Omgevingswetproof werkprogramma.

P3

ben vastgesteld. De OMWB levert voor het vormen van het omgevingsplan een bijdrage en gaat daarnaast milieudata opbouwen en beheren om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te monitoren. Daarmee staat 2025 voornamelijk in het teken van de doorontwikkeling van de Omgevingswet.

<<

<

OMWB Kaderbrief 2025

6

>

Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel De adviescommissie Aartsen heeft een rapport opgesteld (‘Om de Leefomgeving’) [Bron 1]. In dit rapport geeft de commissie inzicht in wat is bereikt met het VTH stelsel, hoe dat past bij de bedoeling van het VTH stelsel en wat aanvullend nodig is om het VTH stelsel te verbeteren. Dit is vervat in het Interbestuurlijk programma Versterking VTH-stelsel (IBP). Het programma heeft een looptijd van twee jaar (2022-2024). In 2025 vraagt de implementatie van de doelen uit het programmaplan veel aandacht. Naast de toekomstbestendigheid van het stelsel heeft de commissie zich vooral gericht op de omgevingsdiensten en hun functioneren. Binnen IBP is de OMWB inmiddels door een visitatiecommissie bezocht. In 2025 geeft de OMWB verder invulling aan de leer- en verbeterpunten zoals

Impact OMWB 2025 en verder:

datagedreven werken, het voldoen aan de robuustheidscriteria (opstellen

Impact

Fin. post

innovatiekalender) de koppeling van de innovatiekalender aan de strategische

Implementeren van acties uit IBP

subsidie

agenda; kennisdeling en de regionale risicoanalyse/programmering. De laatste

Doorontwikkelen van het gedachtegoed uit het IBP.

P1/P2/P3

is al in lijn met het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) 2024-2027.

<<

<

OMWB Kaderbrief 2025

7

>

Circulaire economie De rijksoverheid werkt samen met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en andere overheden (waaronder de OMWB) aan een duurzame economie voor de toekomst. In deze circulaire economie bestaat (idealiter) bijna geen afval en worden (secundaire) grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. In het Nationale Programma Circulaire Economie staat wat nodig is om in 2050 in Nederland volledig circulair te zijn [Bron 2]. Een circulaire economie (CE) is gericht op het optimaal inzetten en hergebruiken van grondstoffen in de verschillende schakels van de productieketen: van de winning van grondstoffen tot consumptie. Grondstoffen dreigen schaars te worden door een groeiende bevolking en toenemende welvaart in de wereld. Hierdoor wordt het steeds belangrijker om de beschikbare grondstoffen zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Dit geeft ook nieuwe kansen voor bedrijven:

Impact OMWB 2025 en verder:

nieuwe markten, meer samenwerking en minder grondstoffenverbruik. De

Impact

Fin. post

transitie naar een circulaire economie is volgens de Europese Commissie

Op de voet volgen van nieuwe ontwikkelingen en inventariseren voor welke bedrijven de ontwikkeling van toepassing is.

P3

Eventueel communicatie opstarten richting bedrijven.

P1/P2

Doorvertalen nieuwe ontwikkelingen naar vergunningverlening en toezicht.

P1/P2

Trainen van medewerkers om ze voor te bereiden op de komst van circulaire economie.

concern

‘de gelegenheid om onze economie te transformeren en nieuwe en duurzame concurrentievoordelen voor Europa te genereren’. Daarnaast zorgt circulaire economie ook voor ongeveer 10% minder broeikasgassen, 20% waterbesparing en 25% minder import van primaire grondstoffen. De OMWB speelt een belangrijke rol in deze transitie. Deze bestaat uit het stimuleren van bedrijven door middel van het bijbrengen van bewustwording, maar ook toezicht en handhaving op nieuwe richtlijnen. Het is wenselijk om de pilot die momenteel loopt bij de provincie Noord-Brabant en gemeente Tilburg uit te breiden naar meer gemeenten en bedrijven om de awareness te vergroten en te zorgen van een reductie van grondstoffen en afvalstoffen.

<<

<

OMWB Kaderbrief 2025

8

>

Stikstof Stikstof is overal om ons heen. Het is een belangrijke voedingstof voor

Voor de OMWB heeft stikstof met name invloed op de agrarische vergunningen

planten en van zichzelf niet schadelijk voor de mens. Sommige stik-

en toezichtactiviteiten in relatie tot de stikstofneerslag rondom natuurgebie-

stofverbindingen brengen wel schade toe aan onze gezondheid en aan

den. In de industrie speelt stikstofdioxide een rol bij vergunningverlening.

de natuur. De uitstoot moet daarom omlaag. Het stikstofvraagstuk is ingrijpend en complex en er zijn veel belangen mee gemoeid. Bij de stikstofcrisis van de laatste jaren draait het om twee stofjes: stikstof uit bronnen als verkeer en industrie (NOx) en stikstofverbindingen uit boerenbedrijven, meestal in de vorm van ammoniak. Deze slaan neer in de natuur waardoor bodem en water voedselrijker worden. Daardoor groeien sommige planten beter dan andere. Dat gegeven vormt een bedreiging voor de biodiversiteit. Stikstofverbindingen zijn ook slecht voor de mens maar in de huidige stikstofcrisis gaat het daar weinig over. De stikstofverbindingen veroorzaken namelijk smog en fijnstof. Daardoor kunnen gezondheidsproblemen ontstaan, zoals astma. Tenslotte speelt stikstof in de vorm van nitraat een rol voor het behalen van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) [Bron 3]. De Natuurdoelanalyses van de Natura 2000-gebieden in Noord-Brabant laten een verslechterd beeld zien van de natuur. De verplichte Europese natuurdoelen [Bron 4] kunnen met de huidige maatregelen niet worden behaald. Dat heeft als gevolg dat aanvragen voor vergunningverlening met stikstofeffecten

Impact OMWB 2025 en verder:

op Natura 2000-gebieden tijdelijk stil komen te liggen. De provincie heeft als

Impact

Fin. post

onderdeel van de vernieuwing van de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof een

Volgen van landelijke ontwikkelingen op het gebied van stikstof.

P3

pakket met aanvullende bronmaatregelen opgesteld om de stikstofuitstoot fors

Stikstofbeleid doorvertalen naar VTH-producten- en diensten.

P1/P2

terug te dringen.

Bedrijven informeren over de gevolgen van nieuw stikstofbeleid.

P1/P2

Verder geeft de provincie Noord-Brabant in haar Beleidskader Milieu de ambitie weer om de WHO-advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide in lucht te behalen in plaats van dat ze zich richt op het voldoen aan de minder strenge EU-grenswaarden. Gemeenten hebben stikstof veelal nog niet opgenomen in hun omgevingsplannen.

<<

<

OMWB Kaderbrief 2025

9

>

Zeer Zorgwekkende Stoffen Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) zijn chemische stoffen die gevaar-

De OMWB heeft in de periode 2019 – 2021 een ZZS-uitvraag gedaan bij provinciale

lijk zijn voor de volksgezondheid of milieu doordat ze bijvoorbeeld

bedrijven om inzichtelijk te krijgen of en welke ZZS (en potentiële ZZS) in een

carcinogeen (kankerverwekkend), mutageen (schadelijk voor erfelijk

bedrijf voorkomen en worden geëmitteerd. Naar aanleiding van de uitkomsten van

materiaal) of reprotoxisch (mogelijk effect op de voortplanting en de

de ZZS-inventarisatie zijn de provinciale bedrijven met een ZZS-emissie naar lucht

ontwikkeling van de ongeboren vrucht) zijn of zeer slecht afbreekbaar

aangeschreven om te voldoen aan de minimalisatieplicht. In 2022 zijn we gestart

en bioaccumulerend (de eigenschap waarbij stoffen zich in organismen

met de ZZS-uitvraag bij vergunningplichtige gemeentelijke bedrijven. De OMWB

of organen van organismen kunnen ophopen). De criteria die worden

houdt ook expliciet toezicht op de naleving. Dit geldt voor de vergunningplichtige

gebruikt om een zeer zorgwekkende stof te identificeren zijn vastge-

bedrijven maar ook voor meldingsplichtige bedrijven. Bij het uitvoeren van con-

legd in de REACH-verordening [Bron 5].

troles gaan we uit van de meest actuele inzichten op het gebied van ZZS. Tijdens bezoeken wordt ZZS onder de aandacht gebracht en doen we een beroep op de

Het Nederlandse beleid is erop gericht de uitstoot naar de lucht en lozingen

‘ondernemers­verantwoordelijkheid’.

naar het water van ZZS te beperken. Het doel is om deze stoffen zoveel mogelijk uit de leefomgeving te weren. Dat gebeurt door: • het beperken van de uitstoot of lozingen op basis van voorschriften in vergunningen; • het vervangen van deze stoffen door minder gevaarlijke stoffen. In 2024 wordt een inventarisatie afgerond. Er zullen aanvullende werkzaamheden nodig zijn aan de hand van de uitkomsten van de inventarisatie. Deze worden dan in 2025 uitgevoerd. Vanaf 1 januari 2016 geldt een minimalisatieverplichting voor alle ZZS. De extra aandacht vanuit de Omgevingswet voor volksgezondheid maakt de aanpak van ZZS nog relevanter en geeft ook betrokkenheid op het dossier van

Impact OMWB 2025 en verder:

de GGD. Hoewel de gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid steeds

Impact

Fin. post

meer aandacht krijgen is er nog maar beperkt zicht op welke bedrijven werken

Advies van de OVV doorvertalen naar de uitvoering van de OMWB.

P1/P2

Handelen conform de (strengste) regels rondom reductie van emissies van ZZS.

P1/P2

Programmeren van de taken in het werkprogramma.

P1/P2

Overdracht van kennis naar de VTH-medewerkers.

concern

of gewerkt hebben met ZZS. Zonder dit beeld worden er dagelijks ZZS geloosd in het milieu. Het rapport ‘Industrie en omwonenden’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft een duidelijk beeld geschetst dat er binnen de overheid het nodige moet veranderen op het gebied van communicatie, (technische) kennis en de doorvertaling naar VTH.

<<

<

OMWB Kaderbrief 2025

10

>

Energietransitie Het klimaat verandert wereldwijd en ook in Nederland. De gemiddelde temperatuur over de afgelopen eeuw is gestegen, de hoeveelheid en intensiteit van neerslag zijn toegenomen en zeer warme dagen komen vaker voor. Het realiseren van de klimaatdoelen Parijs (2015) [Bron 6] en Dubai 2023 is nodig om verdere opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan zo veel mogelijk te voorkomen. Om aan de afspraken te voldoen moet Nederland overstappen van fossiele brandstoffen op duurzame energiebronnen zoals zon en wind. De oorlog in Oekraïne met als gevolg schaarste van fossiele brandstoffen zorgt voor een stimulans om gebruik te maken van duurzame energie. Er zijn diverse mogelijkheden om op een duurzame manier energie (in Nederland) op te wekken. Bij het opwekken van duurzame energie of het gebruik hiervan kunnen ook milieurisico’s optreden. Bijvoorbeeld bij het opwekken, transpor-

Impact OMWB 2025 en verder:

teren en gebruiken van waterstof bestaat de kans op brand en explosie. Alle

Impact

Fin. post

alternatieve manieren van energie kennen eigen oplossingen en uitdagingen en

Bijhouden van nieuwe ontwikkelingen op het gebied van energietransitie en de doorvertaling maken welke invloed dit kan hebben op het bedrijfsleven.

P3

Energietransitie doorvertalen naar VTH-producten- en diensten

P1/P2

risico’s. De bedrijven zijn op zoek naar nieuwe technieken, wat betekent dat de OMWB de trends in de gaten moet houden om adequaat te kunnen handelen. Zo kan de OMWB de invloed van het opwekken, transporteren en gebruiken van duurzame energiebronnen op het milieu minimaliseren door bij bedrijven passende vergunningverlening (maatwerk) en toezicht te hanteren. Landelijke ontwikkelingen van o.a. de grootverbruikers worden op de voet gevolgd om tijdig hierop te anticiperen.

<<

<

OMWB Kaderbrief 2025

11

>

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14176090/1