CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Herziene begroting bij RV Eerste herziene begroting 2024 MidZuid

Raadsvergadering 23 april 2024, gemeente AltenaBij agendapunt: Eerste herziene begroting 2024 MidZuid15.161 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bijdrage in regionale kosten Deze post is ‘PM’ opgenomen, aangezien deze kosten nu nog kunnen worden gedekt uit (tijdelijke) middelen die in de regio West-Brabant beschikbaar zijn. Er moet rekening mee worden gehouden dat indien in de (nabije) toekomst deze middelen uitgeput raken deze kosten ten laste van de regio Dongemond kunnen gaan komen, echter is hier op dit moment nog geen sprake van. Toelichting op opbrengsten In de begroting is, in lijn met de realisatie in 2023, rekening gehouden met de opbrengst uit externe financieringsbronnen onder meer als kostendekking voor georganiseerde evenementen. De opbrengsten uit projecturen en rechtstreekse inzet bestaan uit gesubsidieerde uren voor innovatie en de rechtstreekste inzet van medewerkers van het WSP voor de arbeidsmarktregio. De opbrengstsubsidies zijn de overige subsidies die worden ontvangen onder meer voor de dekking van huisvesting voor projecten. Gemeentelijke bijdrage

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 32 van 50

De kosten van het WSP worden gedekt via een aparte gemeentelijke bijdrage. Vanwege de tijdsbesteding aan diverse regionale projecten zijn er regionaal meer opbrengsten behaald die voor kostendekking zorgen, waardoor de totale gemeentelijke bijdrage in de pas blijft lopen qua indexering met MidZuid. Voor de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten is in de dienstverleningsovereenkomst een verdeelsleutel opgenomen die is gebaseerd: -

voor 2/3 op het aantal bijstandsgerechtigden (bijstand, IOAW, IOAZ)

-

voor 1/3 op het aantal inwoners.

De peildatum voor deze aantallen is 30 juni van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar. De basisgegevens voor de verdeling 2024 zijn als volgt:

Gemeente

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

aantal inwoners

aantal uitkeringsdossiers

57.776 28.096 22.087 57.600 165.559

535 184 299 861 1.879

Volgens de hiervoor vermelde wegingsfactoren voor inwoners en uitkeringsdossiers wordt het aandeel van de gemeenten in de gemeentelijke bijdrage en taakstelling:

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

30,6% 12,2% 15,1% 42,1% 100,0%

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 33 van 50

Op basis van deze uitgangspunten wordt de gemeentelijke bijdrage voor WSP in 2024: Bedragen * € 1

begroting 2024

begroting 2023

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

237.371 94.478 116.734 326.778 775.362

217.260 90.884 111.517 310.339 730.000

Overige dekking kosten 2024 Voor 2024 zijn de kosten weer door de gemeentelijke bijdrage gedekt. Inmiddels wordt de rechtstreekse uren inzet van het WSP Dongemond voor de Arbeidsmarktregio West-Brabant vanuit deze regiogelden gefinancierd. Door de afgesloten SWO tussen MidZuid en Altena is er ook voldoende dekking beschikbaar voor de matcher binnen het WSP, die specifiek voor Altena wordt ingezet en met de binnen gehaalde subsidie voor de techhub van de arbeidsregio West-Brabant zijn ook de kosten van de daarmee samenhangende uren gedekt. Plaatsingsdoelstellingen per gemeente De doelstelling voor het aantal plaatsingen wordt onder meer afgeleid van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen. Volgens het jaarplan 2024 bedraagt de doelstelling van het aantal plaatsingen in 2024: 261 Op grond van individuele afspraken met de gemeenten wordt de plaatsingsdoelstelling per gemeente als volgt: Gemeente

Doelstelling 2024 duurzame plaatsingen

Doelstelling 2023 duurzame plaatsingen

Altena

100

80

Drimmelen

21

25

Geertruidenberg

40

35

Oosterhout

100

100

TOTAAL

261

240

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 34 van 50

5.

Overige paragrafen

5.1.

Bedrijfsvoering

De toelichtingen in deze alinea zijn gebaseerd op de bedrijfsvoering van de GR WAVA en MidZuid B.V. gezamenlijk, aangezien de bedrijfsvoering in belangrijke mate plaatsvindt binnen MidZuid B.V.

5.1.1.

Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering

Door het vaststellen van de notitie `Mensenwerk is de basis’ heeft het bedrijf de ruimte gekregen om, naast de uitvoering van de Wsw en nieuw beschut werk, activiteiten te ontwikkelen, mits deze een relatie hebben met de uitvoering van de Participatiewet. Daarmee is duidelijk richting gegeven aan de toekomst van het bedrijf. Het jaar 2017 was het eerste jaar waarin volgens deze koers is gewerkt. Dit wordt in de komende jaren doorgezet. Dit komt in de begroting onder meer tot uitdrukking in de samenstelling en ontwikkeling van het personeelsbestand (waaronder P-banen) en in het behoud en verdere uitbouw van participatieactiviteiten.

5.1.2.

Ontwikkelingen in samenstelling personeel

Hierna wordt ingegaan op de verwachte ontwikkelingen in de samenstelling van het personeel: de doelgroep medewerkers en de reguliere medewerkers. Doelgroep medewerkers Doordat geen instroom vanuit de Wsw plaatsvindt zal het aantal SW-medewerkers de komende jaren dalen. In aantallen komen hiervoor medewerkers met een arbeidsbeperking terug vanuit de doelgroepen: nieuw beschut werk en P-wetters. Echter vallen deze onder een andere wetgeving, waardoor deze binnenkomen met een lagere financiële dekking. Per saldo zal het aantal doelgroep medewerkers in de komende jaren naar verwachting licht gaan dalen. In paragraaf 3.4.3. is een overzicht gegeven van het verwachte verloop. Reguliere medewerkers In de afgelopen jaren is een forse bezuinigingsslag doorgevoerd. Vooral door het invoeren van andere manieren van werken en het hanteren van een ‘vacaturestop, tenzij’. Bovendien is er intern een beweging op gang gebracht om binnen het reguliere personeel meer medewerkers te verplaatsen van een overheadfunctie naar een functie in de directe aansturing of begeleiding van medewerkers. In de herziene begroting 2024 is de formatie van reguliere werknemers iets hoger dan in de begroting 2024. Dit heeft te maken met de extra begeleidingsbehoefte op de werkvloer. Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 35 van 50

Enkele uitgangspunten bij de te bereiken doelen In het voorgaande zijn al enkele cijfers genoemd met betrekking tot aantallen medewerkers e.d. Voor 2024 gelden de volgende te bereiken aantallen voor de doelgroepen: -

nieuw beschut werk, gemiddeld te realiseren aantal 2024 (o.b.v. budgetontwikkeling; gebaseerd op een gemiddelde werkweek van 28,35 uur per week): 110

-

P-wetters, gemiddeld te realiseren aantal 2024 (o.b.v. budgetontwikkeling; gebaseerd op een gemiddelde werkweek van 29,55 uur per week): 83

Voor wat betreft het bereiken van de hiervoor genoemde aantallen medewerkers voor nieuw beschut werk en P-wetters spelen overigens de deelnemende gemeenten een grote rol, aangezien deze mensen (deels) door hen worden voorgedragen. Het aantal SW-medewerkers zal dalen, maar deze daling is voor het bedrijf niet beïnvloedbaar. Om die reden wordt het aantal hier niet als afzonderlijk doel genoemd. De verwachte aantallen op basis van de landelijke uitstroomcijfers zijn vermeld in paragraaf 3.4. Mensontwikkeling is een belangrijk uitgangspunt voor MidZuid. Doordat de instroom vanuit de Wsw is beëindigd, zijn ook de mogelijkheden tot groeien op de werkladder voor deze doelgroep beperkter. Het uitgangspunt voor de komende jaren blijft om het aantal stijgers en dalers op de werkladder ten minste in evenwicht te houden en liefst per saldo een stijging te realiseren. Om dat te kunnen bereiken is voldoende instroom van mensen uit de nieuwe doelgroepen noodzakelijk. Er wordt naar gestreefd om medewerkers een werkplek zo dicht mogelijk bij de eigen woonomgeving te bieden. Bij dit uitgangspunt moet wel de kanttekening worden gemaakt dat werk gezocht moet worden dat past bij de talenten van de betrokken werknemer.

5.2. Weerstandscapaciteit en risicobeheersing Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit worden de middelen en mogelijkheden bedoeld die de organisatie heeft om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat voornamelijk uit de algemene reserve. Eind 2022 bedraagt de algemene reserve € 1.656.000 vóór de resultaatbestemming over 2022. Naast de algemene reserve is in de begroting € 100.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven. De algemene reserve dient om onvoorziene risico’s die samenhangen met de uitvoering af te dekken. In december 2013 heeft het bestuur het volgende beleid vastgesteld: 1. WAVA brengt jaarlijks alle risico’s die verbonden zijn aan haar activiteiten en de bedrijfsvoering in beeld.

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 36 van 50

2. WAVA splitst deze risico’s enerzijds in vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds in overhead en exploitatieresultaat. 3. De berekening voor de weerstandscapaciteit voor WAVA wordt gebaseerd op 3 % van de absolute bedragen van de aan WAVA toe te rekenen opbrengsten en kosten in de onderdelen overhead en exploitatieresultaat. 4. Een minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen omdat WAVA niet gewoon is gedurende het boekjaar begrotingswijzigingen door te voeren. 5. De minimumomvang van de weerstandscapaciteit vast te stellen op 1 maal het berekende jaarrisico, het maximum op tweemaal dit risico. 6. De berekening van de weerstandscapaciteit is niet maatgevend voor een berekening van de bestemming bij het rekeningresultaat. Dat laatste vindt elk jaar apart plaats, waarbij wel het minimumniveau van de weerstandscapaciteit in acht wordt genomen. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de algemene reserve beleidsmatig niet gerelateerd is en ook niet bedoeld is voor het opvangen van risico’s en fluctuaties in de subsidie-systematiek. Bij het vaststellen van de resultaatbestemming over 2014 is door het bestuur overwogen om hiervoor eventueel een aparte risico- en egalisatiereserve te vormen. Begin 2015 is echter besloten tot het alternatief dat de individuele gemeenten hiervoor een eigen risicoreserve aanhouden.

Bij het vaststellen van de jaarrekening 2022 is op grond van de genoemde uitgangspunten de bandbreedte van de algemene reserve als volgt berekend: ondergrens € 696.000; bovengrens € 1.391.000. Echter door de negatieve begroting voor 2023 en 2024 is het bovenmatige deel van de reserve aangehouden. Waardoor na resultaatbestemming 2022 de algemene reserve op 1.771.000 staat. De stand van de algemene reserve na vaststelling van het resultaat 2022 bevindt zich dus boven het maximum. Ter afdekking van de hierna geïnventariseerde risico’s is een weerstandscapaciteit beschikbaar van € 1.771.000 (algemene reserve) + € 100.000 (onvoorzien) - € 492.000 (begrote verlies 2023) - €283.000 (begrote verlies 2024) = € 1.096.000. Risico-inventarisatie (financieel) In deze risico-inventarisatie worden de risico’s onderscheiden in enerzijds de risico’s die samenhangen met de vaste lasten en subsidieresultaat en anderzijds de risico’s met betrekking tot overhead en exploitatieresultaat. De gekwantificeerde risico’s kunnen vervolgens worden gerelateerd aan de omvang van de weerstandscapaciteit. Risico’s in samenhang met vaste lasten en subsidieresultaat: -

Het macrobudget voor de SW is gefixeerd op een vast bedrag, dat alleen voor loon- en prijsontwikkelingen wordt aangepast. Het macrobudget bestaat uit een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). De gevolgde methodiek is dat het

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 37 van 50

macrobudget gelijk blijft en dat mutaties in de Q leiden tot aanpassingen in de P. Als landelijk het volume achterblijft dan zal de prijscomponent per fte stijgen en andersom. Dit brengt risico’s met zich mee die moeilijk zijn in te schatten. In de begroting is rekening gehouden met de laatst bekende cijfers (september-circulaire 2023). In opdracht van het ministerie heeft Berenschot de 2e thermometer Wsw uitgevoerd (over de jaren 2015-2016), waaruit blijkt dat als gevolg van rijks bezuinigingen ook in de komende jaren sprake is van een forse financiële problematiek rond de SWfinanciering. Dit kan volgens Berenschot niet worden opgevangen met verbeteringen in het operationele resultaat. Dit betekent dat aanvullende middelen nodig zijn. Volgens de staatssecretaris zijn deze middelen via het IBP (interbestuurlijk programma) beschikbaar, maar deze mening wordt niet gedeeld door Cedris en de VNG. Uit het vervolgonderzoek van Berenschot in 2023 naar de infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven blijkt nogmaals de problematiek rond de financiering. Dit onderzoek is uitgevoerd in een gezamenlijke opdracht van Het ministerie van SZW, VNG en Cedris. Hierdoor is er een breed draagvlak over de uitkomsten hiervan, wat resulteert in breed politiek draagvlak voor verbeteringen van deze financiering.

Er zijn vanuit SZW hierin voorstellen gedaan tot verbetering, maar deze zijn nog niet bekrachtigd. Vorenstaande risico’s dragen in sterke mate een politiek karakter en kunnen niet goed worden gekwantificeerd. -

De bijdrage per arbeidsjaar waarmee in de begroting is gerekend, is gebaseerd op de septembercirculaire 2023 en bedraagt voor het jaar 2024 € 34.260. Indien de situatie zich voordoet dat landelijk de uitstroom in 2023 lager blijkt te zijn dan waarmee rekening is gehouden zou het budget verder kunnen dalen. Voor 2024 kan dit risico maximaal € 276.000 bedragen. De kans hierop wordt ingeschat op 50%.

-

Het risico bestaat dat de uitstroom van de Wsw-medewerkers bij WAVA ten opzichte van de in het budget berekende blijfkans achterblijft. Door de systematiek van T-1 betekent dit dat WAVA in die omstandigheid voor het verschil van de medewerkers de salarislasten voor één jaar moet voorfinancieren. Het risico voor 2024 wordt ingeschat op maximaal 9 arbeidsjaren (loonkosten € 285.000). De kans dat dit risico zich voordoet wordt ingeschat op 25%.

-

In de brief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is aangegeven dat er voor 2024 incidenteel extra geld beschikbaar komt voor de infrastructuur van SWbedrijven en dat het voorstel is om dit via de Rijksbijdrage WSW uit te keren. Ook ligt er een voorstel voor een meerjarenbijdrage met instemming van het ministerie van Financiën. Alleen moet er nog een definitief akkoord vanuit de coalitie en de kamer op

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 38 van 50

komen. Het niet akkoord gaan met deze financiering geeft een risico van maximaal € 428.000; de kans hierop wordt ingeschat op 50%. -

Met ingang van 2017 is het LIV (lage inkomens voordeel) ingevoerd. Het LIV is van toepassing op medewerkers die tussen de 100% en 125% van het wettelijk minimumloon (WML) verdienen. Voor deze groep kan, mits aan voorwaarden van het aantal gewerkte uren e.d. wordt voldaan, een vergoeding in het kader van het LIV worden ontvangen, die overigens pas een jaar later wordt uitbetaald. Inmiddels is er twee jaar ervaring opgedaan met het LIV. De omvang van het bedrag aan LIV kan vanuit de salarisadministratie redelijk worden benaderd. Een onzekerheid blijft echter het landelijke plafond in de middelen die voor het LIV beschikbaar zijn. In de begroting is rekening gehouden met LIV-opbrengsten voor de doelgroepen Wsw, nieuw beschut werk en P-wetters, totaal € 341.000. Deze opbrengsten zijn met enige voorzichtigheid ingeschat, maar door de hiervoor geschetste onzekerheden bestaat het risico dat de begrote opbrengsten niet worden gehaald. Dit risico wordt ingeschat op 50%

Risico’s met betrekking tot de overhead en het exploitatieresultaat: -

Het niet geheel realiseren van de begrote netto-opbrengst. De omzet wordt deels gerealiseerd bij de deelnemende gemeenten en deels op de vrije markt. De mogelijkheden om de begrote omzet te realiseren zijn dan ook afhankelijk van de takenpakketten van onze deelnemende gemeenten en van de economische- en marktsituatie. De begrote omzetten zijn zo goed als mogelijk ingeschat, maar door veranderende omstandigheden bestaat het risico dat deze niet worden gehaald. De omvang van het risico is € 484.000 en de kans van optreden is normaliter minder dan 50%.

-

Voor het realiseren van omzet is het nodig om voldoende mensen te hebben die bij de diverse PMC’s kunnen worden ingezet. De terugloop van het aantal SW-medewerkers heeft hierop een negatief effect. In de begroting is ermee rekening gehouden dat deze terugloop voor een belangrijk deel kan worden gecompenseerd door medewerkers die via nieuw beschut werk of P-banen instromen, alsmede door de begeleidingsvergoeding die zij meebrengen. Als deze verwachtingen niet uitkomen kan het gaan voorkomen dat opdrachten niet kunnen worden geaccepteerd of teruggegeven moeten worden. Het financieel risico hiervan wordt ingeschat op € 400.000 en de kans daarop wordt geschat op 50%.

Als alle hier genoemde risico’s (exclusief de risico’s die betrekking hebben op de subsidiesystematiek) zich tegelijk zouden voordoen maal de kans, dan zou dat een bedrag omvatten van € 643.000. Hiertegenover staat een weerstandscapaciteit na resultaat bestemming 2022 van € 1.871.000, welke naar verwachting terugloopt naar € 1.379.000 begin Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 39 van 50

2024. Hierbij wordt nog opgemerkt dat de kans dat alle hiervoor genoemde risico’s zich tegelijk zullen voordoen zeer klein is. Door in 2024 een bedrag van € 283.000 als gevolg van een negatieve exploitatie ten laste van de reserves te brengen ontstaat geen bijzonder extra risico voor de continuïteit van de bedrijfsvoering van MidZuid. Hierna is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de reserves. Overzicht verloop reserves Bedragen * € 1.000

Begrotingsjaar 2024 Saldo 1-1

Bij

Meerjarenraming (saldi 31-12)

Af

Saldo 31-12

2025

2026

2027

Algemene reserve Resultaat lopend jaar

1.294 -

-

282

1.294 282-

1.012

1.012 -

1.012 -

Totaal reserves

1.294

-

282

1.012

1.012

1.012

1.012

Voorzieningen Bij het beoordelen van de financiële positie is het ook van belang of de voorzieningen op peil zijn. WAVA beschikt ultimo 2023 over een voorziening voor groot onderhoud. Deze is nader toegelicht, inclusief een overzicht van het verloop, in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Op grond van de al aanwezige kennis kan worden geconcludeerd dat de omvang van de voorzieningen toereikend is. Financiële positie en kengetallen Door middel van onderstaande kengetallen wordt inzicht gegeven in de financiële positie van GR WAVA. De netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen schulden minus vorderingen en overige opbrengsten. Een netto schuldquote tussen 0% en 90% wordt als normaal beschouwd. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin men in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Dit kengetal geeft het percentage eigen vermogen weer ten opzichte van het totale vermogen. De minimumnorm voor deze ratio wordt gesteld op 30%. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 40 van 50

Begroting 2024

Verloop van de kengetallen

Kengetallen

Netto schuldquote Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Jaarrek. Begroting: 2022 2023

2024

2025

2026

2027

17,3%

16,2%

24,1%

23,6%

22,1%

20,2%

17,3% 18,3% 0,0%

16,2% 13,5% -2,8%

24,1% 10,2% -1,6%

23,6% 10,3% 0,0%

22,1% 10,1% 0,0%

20,2% 9,9% 0,0%

De netto schuldquote daalt in 2023, doordat het groot onderhoud is doorgeschoven. In de jaren daarna neemt deze toe als gevolg van de uit te voeren onderhoudskosten en investeringen in bedrijfsmiddelen. De solvabiliteitsratio voldoet nog niet aan de hiervoor genoemde minimumnorm, hetgeen te maken heeft met in het verleden aangetrokken leningen. Het is bij WAVA niet de bedoeling om structureel (positieve) resultaten te boeken, maar om een sluitende exploitatie te hebben, hetgeen ook tot uitdrukking komt in het kengetal structurele exploitatieruimte.

5.3.

Onderhoud kapitaalgoederen

De activiteiten van WAVA zijn erop gericht de kapitaalgoederen, bestaande uit materiële vaste activa, voorraden en vorderingen goed te beheren. Het daartoe noodzakelijke onderhoud zal worden uitgevoerd. Algemeen WAVA heeft de gebouwen aan de Esdoornlaan/Wilhelminakanaal Noord te Oosterhout in eigendom. Eind 2019 is op basis van een integrale inspectie de onderhoudstoestand opnieuw in beeld gebracht en is de onderhoudsplanning geactualiseerd. Bij het opstellen van de herziene begroting 2024 is de uitvoeringsplanning van het groot onderhoud geactualiseerd en zijn de opgenomen prijzen geïndexeerd. Het plan heeft ook als leidraad gediend voor het begrote bedrag aan uit te voeren onderhoud en als onderbouwing voor het verloop van de voorziening onderhoud. Overigens wordt gestreefd naar optimalisatie van de verhouding tussen kosten en de hinder door werkzaamheden. Dit vindt onder meer plaats door onderdelen te bundelen en zodoende kostentechnische- en planning-technische voordelen te behalen. Hierdoor kunnen onderdelen tussen de verschillende jaren doorschuiven. Voorop staat de instandhouding van de activa op het overeengekomen niveau. Financiële consequenties Alle kosten van doorlopend onderhoud aan gebouwen en installaties e.d. worden in de resultatenrekening opgenomen. In het kader van het groot onderhoud is een voorziening voor het groot onderhoud beschikbaar.

Zoals vermeld is eind 2019 een inventarisatie van de Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 41 van 50

onderhoudstoestand uitgevoerd, met daaraan gekoppeld een jaarlijkse actualisatie van de onderhoudsprognose. Op basis daarvan is de voorziening geactualiseerd; ook zijn de dotaties en onttrekkingen in de begrote cijfers hierop gebaseerd. Onderstaand is een overzicht opgenomen van het verwachte verloop van de voorziening onderhoud. Overzicht verloop onderhoudsvoorziening Bedragen * € 1.000

Begrotingsjaar 2024 Saldo 1-1

Bij

1.858

264

Voorziening onderhoud

Meerjarenraming (saldi 31-12) 2025 2026

2027

2028

763

486

Af Saldo 31-12 1.677

445

388

543

5.4. Investeringen Voor 2024 zijn er wederom vervangingsinvesteringen gepland voor het wagenpark. Al naargelang zullen deze auto vervangen worden door brandstof eenheden of bij beschikbaarheid elektrische eenheden. De investering bedraagt tussen de € 586.000 en de € 1.080.000. Daarnaast zullen er de jaarlijkse vervangingsinvesteringen plaatsvinden in overige bedrijfsmiddelen. De verduurzaming van het wagenpark gaat gepaard met extra kosten. MidZuid heeft meegedaan aan een Europese aanbesteding voor koop en lease van vervoermiddelen. Juist voor de verduurzaming van het wagenpark is operational lease een aantrekkelijk alternatief, waarbij we dit ook zullen gaan inzetten. Qua overige investeringen schatten we dit in op, in afwachting van de huisvestingsplannen, een vervangingsinvesteringsbedrag van maximaal € 200.000 .

5.5.

Financiering

WAVA is in de afgelopen jaren sterk afhankelijk gebleken van externe financiering. Dit wordt veroorzaakt door het ontbreken van voldoende eigen vermogen. Van het verloop van de langlopende leningen in het begrotingsjaar 2024 kan het volgende overzicht worden gegeven: 1

2

3

4

5

6

1.000.000

1.000.000

begroot 1.000.000

begroot 1.000.000

begroot 1.600.000

begroot 3.000.000

Ingangsdatum Looptijd tot

27-dec-2019 30-dec-2024

12-jun-2020 31-dec-2025

29-dec-2021 29-dec-2026

29-dec-2022 29-dec-2027

28-dec-2023 29-dec-2027

30-dec-2024 29-dec-2029

Aflossing

op einddatum

op einddatum

op einddatum

op einddatum

op einddatum

op einddatum

0,12%

0,17%

0,15%

3,31%

2,74%

3,50%

Restant bedrag 31 dec. 2023

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.000.000

1.600.000

Aflossing in 2024 Nieuwe lening 2024

-1.000.000

Oorspronkelijk bedrag

Rentepercentage

Restantbedrag 31 dec. 2024

-

-

-

1.000.000

1.000.000

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

1.000.000

1.600.000

-

Totaal

5.600.000

3.000.000

-1.000.000 3.000.000

3.000.000

7.600.000

Pagina 42 van 50

Oorspronkelijk was sprake van leningen van totaal € 11 miljoen, waarvan € 5 miljoen ter financiering voor de aankoop van het pand en € 6 miljoen voor verliesfinanciering. De laatste lening is in 2014 overgesloten voor een bedrag van € 5 miljoen. Door de aflossingen is de totale schuld eind 2021 teruggelopen tot € 5.600.000. De overige leningen betreffen herfinanciering van de aflossingen op de lening inzake verliesfinanciering, met een uitbreiding van € 600.000 voor de financiering van een investering in het wagenpark, begin 2019 (bestuursbesluit 22 november 2018). De verwachting is dat de aflossingen in de toekomst geherfinancierd zullen worden. Dit komt doordat de reserves op maximaal staan en de bedragen daarboven normaliter aan de deelnemende gemeenten worden terugbetaald. Vanwege het geplande onderhoud is de verwachting dat de schuldpositie in 2024 toe neemt. Het geld dat voor dit onderhoud nodig is, is in het verleden aangewend om de schulden verder af te lossen. Bij de BNG is een kredietfaciliteit beschikbaar van € 1 miljoen (met een intradaglimiet van € 1,5 miljoen). Het betalingsverkeer is volledig geautomatiseerd en verloopt middels een systeem van elektronisch bankieren. In lijn met de bepalingen van de wet FIDO is een treasurystatuut beschikbaar dat is geactualiseerd begin 2019. WAVA voldoet aan alle verplichtingen inzake het Schatkistbankieren.

Dagelijks wordt het saldo beoordeeld en indien nodig afgestort ten gunste van de centrale overheid. Gelet op de gemaakte afspraken met de deelnemende gemeenten, waarbij de begrote gemeentelijke bijdrage op kwartaalbasis vooraf wordt vergoed, wordt verwacht dat voorlopig geen beroep hoeft te worden gedaan op de kredietfaciliteit bij de BNG. In dit kader moet nog wel worden opgemerkt dat in de begroting rekening is gehouden met opbrengsten in het kader van het LIV en de bonus nieuw beschut werk. Deze opbrengsten moeten worden voorgefinancierd, aangezien de betaling ervan pas plaatsvindt in het jaar volgend op het begrotingsjaar.

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 43 van 50

5.6. Verbonden partijen Overzicht verbonden partijen De deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling WAVA zijn: Altena, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout. Daarnaast zijn binnen de gemeenschappelijke regeling de volgende rechtspersonen aanwezig: -

MidZuid B.V., ten behoeve van het aangaan van samenwerkingsverbanden met derden, gericht op de verbetering van de mogelijkheden voor de uitvoering van de doelstelling van WAVA. MidZuid B.V. is voor 100% eigendom van WAVA. Het resultaat van MidZuid B.V. wordt volledig verrekend met WAVA.

-

MidZuid A.I.D. B.V.; dit is een 100% deelneming van MidZuid B.V. MidZuid A.I.D. B.V. is de entiteit waarin onder meer de werknemers vanuit andere contracten dan de WSW, ambtenaren en het regulier personeel worden verloond. De activiteiten van MidZuid A.I.D. B.V. worden volledig verrekend met MidZuid B.V.

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 44 van 50

6.

Bijlagen

6.1.

Bijlage 1: Inzicht in gemeentelijke bijdrage

Algemeen In deze bijlage is de berekening van de gemeentelijke bijdrage aan WAVA opgenomen. De gemeentelijke bijdrage aan WAVA bestaat uit een bijdrage in de vaste lasten en een bijdrage in het subsidieresultaat c.q. om te komen tot een sluitende begroting. Gemeentelijke bijdrage 2024 De bijdrage in de vaste lasten wordt over de gemeenten verdeeld op basis van een eerder vastgesteld omslagpercentage. Dit leidt tot de volgende verdeling:

Verdeling vaste lasten:

Bedragen * € 1

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

Omslagfactor

Begroting 2024

Herziene begroting 2024

26,83% 12,17% 15,61% 45,39%

102.500 46.500 59.625 173.375

114.038 51.734 66.337 192.891

100,00%

382.000

425.000

Voor de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo is het aantal plaatsingen bepalend. Daarvoor is als basis genomen het definitieve aantal plaatsingen in 2022 van SW-medewerkers vanuit de deelnemende gemeenten bij WAVA. Het hierna opgenomen bedrag per gemeente betreft een voorschotbedrag; bij de jaarrekening vindt een verrekening plaats op basis van het werkelijk aantal plaatsingen.

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 45 van 50

Verdeling subsidieresultaat / begrotingssaldo

Aantal plaatsingen 2020

Begroting 2024

Herziene begroting 2024

Altena Drimmelen Geertruidenberg

121 51 76

520.725 226.575 318.000

564.302 237.847 354.438

Oosterhout

195 443

842.700 1.908.000

909.413 2.066.000

Bedragen * € 1

Vorenstaande cijfers zijn getotaliseerd weergegeven in de volgende tabel:

Totale bijdrage per gemeente

Bedragen * € 1

Begroting 2024

Herziene begroting 2024

Altena Drimmelen Geertruidenberg

623.225 273.075 377.625

678.340 289.581 420.775

1.016.075 2.290.000

1.102.304 2.491.000

Oosterhout

Meerjarencijfers Op basis van de in deze herziene begroting opgenomen meerjarencijfers ontwikkelt de gemeentelijke bijdrage zich volgens onderstaande cijfers:

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 46 van 50

Totale gemeentelijke bijdrage, meerjarig

Altena Drimmelen Geertruidenberg Oosterhout

Herziene begroting 2024

2025

678.340 289.581 420.775 1.102.304 2.491.000

853.940 365.113 528.878 1.389.069 3.137.000

Begroting 2026 851.069 364.153 526.714 1.385.064 3.127.000

2027

2028

846.286 362.388 523.349 1.377.977 3.110.000

844.370 361.589 522.132 1.374.910 3.103.000

6.2. Bijlage 2: (Financiële) uitgangspunten Hierna wordt op hoofdlijnen een overzicht gegeven van de bij het opstellen van de herziene begroting gehanteerde (financiële) uitgangspunten: -

De herziene begroting is opgemaakt op basis van de meest recente gegevens en inzichten.

-

De kosten en opbrengsten worden zo zuiver mogelijk toegerekend aan de diverse posten in de herziene begroting.

-

De laatste begrotingscijfers van het macrobudget voor de subsidie van het rijk voor de uitvoering van de Wsw worden als uitgangspunt genomen voor het te verwachten subsidiebedrag. Dit betekent dat de cijfers van de septembercirculaire 2023 zijn aangehouden voor wat betreft de rijkssubsidie SW voor 2024 en volgende jaren. De macrocijfers kunnen aangepast worden aan eventuele ontwikkelingen betreffende de hoogte van het wettelijk minimumloon (WML) en de lonen in de gesubsidieerde sector. Dit wordt meestal pas bekend in de loop van het begrotingsjaar. Hiermee is, conform bestendige gedragslijn, geen rekening gehouden. Binnen het macrobudget is sprake van een prijscomponent (P) en een volumecomponent (Q). Afwijkingen in het volume kunnen effect hebben op de prijs. Dit kan financiële risico’s met zich meebrengen.

-

Er is rekening gehouden met de aan de branche toegezegde € 63,9 miljoen en dat deze via de rijksbijdrage WSW zal lopen. Tevens is dit bedrag meerjarig meegenomen op basis van de beslisnota van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 14 december 2023. Dit is een risico omdat dit nog bekrachtigd moet worden door de nieuwe coalitie.

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 47 van 50

-

Voor de SW is rekening gehouden met een teruglopend personeelsbestand. Deze terugloop is gebaseerd op de ‘blijfkans’ volgens het rijksbudget met betrekking tot de deelnemende gemeenten en de daaruit voortvloeiende volumecomponent (Q). Het aldus bepaalde aantal is bepalend geweest voor zowel de begrote rijkssubsidie als voor de berekening van de formatie/salariskosten SW-medewerkers.

-

Voor nieuw beschut werk is uitgegaan van opbrengsten in de vorm van loonkostensubsidie en een begeleidingsvergoeding (€ 10.775 per medewerker). Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de medewerkers nieuw beschut werk die bij het opstellen van dit bedrijfsplan in dienst waren. Het subsidieresultaat (verschil tussen loonkosten en loonkostensubsidie) is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de herziene begroting. Het aantal medewerkers nieuw beschut werk is gebaseerd op de in december 2022 door het ministerie per gemeente gepubliceerde taakstelling ultimo 2023 teruggerekend naar gemiddelden over het jaar. Voor de jaren 2024 en volgende is het aantal gebaseerd op het in juli 2019 gepubliceerde aangepaste ingroeipad van de banenafspraak, waarbij voor 2026 en 2027 uit is gegaan van een verdere stijging in lijn met de voorliggende jaren.

-

Voor 2023 is uitgegaan van gemiddeld 78 medewerkers die werkzaam zijn via een participatiebaan. Voor de jaren erna is dit aantal jaarlijks met 5 verhoogd. Voor wat betreft de loonkostensubsidie is uitgegaan van de gemiddelde loonwaarde van de medewerkers P-banen die bij het opstellen van de herziene begroting in dienst waren. Voor deze doelgroep is rekening gehouden met een begeleidingsvergoeding van € 5.256 per persoon. Het verschil tussen de loonkosten en loonkostensubsidie van deze medewerkers is afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de herziene begroting.

-

De loonkosten van de SW-medewerkers zijn gebaseerd op de cao SW. Op grond van deze cao volgt de loonontwikkeling de prijsontwikkeling van het rijksbudget (LPO) resp. het wettelijk minimumloon. Hierbij is rekening gehouden met de tussentijdse aanpassingen op de cao. De cao SW loopt van 2021 – 2025, waarin de systematiek uit de vorige cao voor wat betreft het berekenen van de algemene loonstijgingen is voortgezet. Verder is rekening gehouden met het vervallen van het lage inkomensvoordeel (LIV) vanaf 2025.

-

De loonkosten van het reguliere personeel zijn gebaseerd op de nieuwe caogemeenten en de daarin gemaakte afspraken voor loonontwikkeling van 5,1% in 2024.

-

De loonkosten van de overige medewerkers (nieuw beschut, participatiebanen) zijn gebaseerd op de nieuwe cao “Aan de slag”.

-

Voor de ontwikkeling van de prijzen is voor 2024 uitgegaan van de prijsontwikkeling BBP volgens de septembercirculaire 2023 over 2023 van 6,2%. Waar sprake is van specifieke indexcijfers voor een begrotingspost (bijvoorbeeld voor de omzet, zie

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 48 van 50

hierna) is de indexering hoger gesteld. Voor de jaren erna is het prijspeil 2024 aangehouden; dit geldt zowel voor de kosten als opbrengsten. -

De omzet wordt voornamelijk gerealiseerd binnen MidZuid B.V. en maakt daarmee onderdeel uit van het operationeel resultaat in de herziene begroting.

-

Voor de diverse te factureren opbrengsten is in het najaar de indexatie voor 2024 vastgesteld, welke ontwikkeling is gevolgd in de begrotingscijfers. De indexering is mede gebaseerd op de loonontwikkeling per 1 januari 2024 ten opzichte van 1 januari en komt daarmee op 9,8%. Voor de jaren na 2024 is, zoals hiervoor vermeld, het prijspeil 2024 aangehouden.

-

Onder de vaste lasten wordt verstaan de kosten van het gebouw en de rentekosten van een lening uit het verleden waar geen activa tegenover staan. De vaste lasten worden volgens een vastgesteld percentage verdeeld over de deelnemende gemeenten (zie hiertoe bijlage 1).

-

De term overhead is bij de laatste wijziging van het BBV nader gedefinieerd. De onder overhead WAVA in de herziene begroting opgenomen kosten betreffen de ambtelijke medewerkers die werkzaam zijn in functies die binnen de nieuwe definitie van overhead vallen. In de geconsolideerde cijfers is ook een post overhead opgenomen. Aangezien MidZuid B.V. niet hoeft te voldoen aan de verslaggevings-eisen van het BBV, wordt het begrip overhead in de geconsolideerde cijfers ruimer geïnterpreteerd. Deze overhead bestaat uit de algemene bedrijfskosten en de kosten van indirect personeel. Deze posten worden begroot op basis van een realistische inschatting van de ontwikkelingen op gebied van volume, loon en prijs. De kosten van overhead worden geheel verrekend met de PMC’s.

-

Voor het bepalen van de hoogte van de post onvoorzien is uitgegaan van 2% van de loonkosten van het reguliere personeel van WAVA en MidZuid B.V. (afgerond naar beneden). De verwachting is namelijk dat de grootste kans op onvoorziene uitgaven in de personele sfeer ligt (vervanging bij langdurige ziekte e.d.)

-

Oorspronkelijk was de afspraak dat de gemeentelijke bijdrage beperkt blijft tot het subsidieresultaat en de vaste lasten. Doelstelling is dat de bedrijfsvoering over alle werksoorten samen neutraal verloopt. In de vergadering van het bestuur van 24 november 2016 is de afspraak gemaakt dat de begroting (en meerjarenbegroting) sluitend moet zijn. Dit heeft effect op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen: de vaste lasten zijn geheel opgenomen in de gemeentelijke bijdrage; in de gemeentelijke bijdrage in het subsidieresultaat/begrotingssaldo worden, naast het subsidieresultaat SW ook de saldi van de doelgroepen nieuw beschut en participatiebanen, het operationeel resultaat en de post onvoorzien betrokken.

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 49 van 50

-

Vennootschapsbelasting. In de herziene begroting is geen rekening gehouden met eventuele lasten in het kader van de vennootschapsbelasting. Begin 2016 heeft de belastingdienst bericht dat, gelet op de activiteiten van WAVA en de wijze waarop eventuele resultaten worden verrekend, er geen sprake is van winstoogmerk en dat daarom ook geen sprake is van vennootschapsbelastingplicht.

-

Deze eerste begrotingswijziging 2024 is een begrotingswijziging en hoeft daarmee niet, zoals voor de begroting geldt, op alle punten te voldoen aan het BBV. Om die reden is een aantal kengetallen, een geprognosticeerde balans en de begroting naar taakvelden niet opgenomen in deze herziene begroting.

Eerste herziene begroting MidZuid 2024 na DB 25 januari 2024 V2.0

Pagina 50 van 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13921712/1