CConstaterende datAltena
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Concept BP Genderen Zuid - toelichting bij RV Vaststelling bp Genderen Zuid

Raadsvergadering 29 oktober 2024, gemeente AltenaBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Kern Genderen - Genderen Zuid27.052 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TOELICHTING ‘KERN GENDEREN: GENDEREN-ZUID’

15 SEPTEMBER 2024 NL.IMRO.1959.GenBP109GenZuid-VG01

Gemeente Altena Bestemmingsplan ‘Kern Genderen: Genderen-Zuid’ NL.IMRO.1959.GenBP109GenZuid-VG01

Gegevens opdrachtgever Naam : Reuvers Duurzame Ontwikkeling B.V. Adres : Maaskade 18 Postcode : 5347 KD Plaats : OSS

Gegevens adviesbureau Naam : Pittiger in planologie Telefoon : 06-19743337 Internet : www.pittiger.com

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................................. 5 1.3 Vigerende bestemmingsplannen.................................................................................................. 6 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................... 10

2.

Bestaande en toekomstige situatie ............................................................................................... 11 2.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 11 2.2 Bestaande situatie ....................................................................................................................... 11 2.3 Toekomstige situatie. .................................................................................................................. 16

3.

Beleidskader .................................................................................................................................. 20 3.1 Inleiding. ...................................................................................................................................... 20 3.2 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 20 3.3 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 23 3.4 Regionaal beleid .......................................................................................................................... 29 3.5 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 32

4

Milieuhygiënische aspecten .......................................................................................................... 42 4.1 Algemeen..................................................................................................................................... 42 4.2 Akoestiek ..................................................................................................................................... 42 4.3 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................... 46 4.4 Bedrijven en milieuzonering........................................................................................................ 51 4.5 Bodem ......................................................................................................................................... 52 4.6 Externe Veiligheid........................................................................................................................ 54 4.7 Natuur ......................................................................................................................................... 57 4.8 Kabels en leidingen......................................................................................................................

60 4.9 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 60 4.10 Brandveiligheid .......................................................................................................................... 62 4.11 Water ......................................................................................................................................... 62 4.12 Verkeer en parkeren.................................................................................................................. 67 4.13 M.E.R. ........................................................................................................................................ 69 4.14 Niet-gesprongen explosieven .................................................................................................... 70 4.15 Gezondheidsaspecten drift ....................................................................................................... 72

5

Toelichting op de regels ................................................................................................................ 79 5.1 Algemeen..................................................................................................................................... 79 5.2 Regels .......................................................................................................................................... 79

6

Uitvoeringsaspecten ...................................................................................................................... 83 6.1 Economische haalbaarheid ......................................................................................................... 83

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

3

6.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid ................................................................................ 83 6.2.1 Omgevingsdialoog .................................................................................................................... 83 Bijlage 1 – Structuurvisie Genderen Zuid Bijlage 2 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3 – Verkeersstromenonderzoek Bijlage 4 – Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 5 – Quickscan flora en fauna Bijlage 6 – Selectiebesluit Archeologie Bijlage 7 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 8 – Nader bodemonderzoek Bijlage 9 – AERIUS-berekeningen Bijlage 10 – Asbestsanering Bijlage 11 – Berekening kwaliteitsverbetering landschap Bijlage 12 – Schetsontwerp DWA-riool Bijlage 13 – Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Bijlage 14 – Uitnodiging + verslag informatiebijeenkomst direct omwonenden Bijlage 15 – Presentatie informatiebijeenkomst direct omwonenden Bijlage 16 – Proces-verbaal van oplevering non-realtime detectieonderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Bijlage 17 – M.e.r.-aanmeldnotitie Bijlage 18 – Verslag kennismakingsgesprek dorpsraad Bijlage 19 - Landschapsplan Bijlage 20 – Nota van inspraak en vooroverleg Bijlage 21 – Waterhuishoudkundig plan Bijlage 22 – Nader onderzoek natuur i.v.m.

modderkruiper Bijlage 23 – Regionale bevestiging instemming planvoornemen Bijlage 24 - Nota van zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “Kern Genderen: Genderen Zuid”

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Al geruime tijd is het de bedoeling om in Genderen woningbouw te ontwikkelen. De voormalige gemeente Aalburg1 heeft hiervoor de Structuurvisie Genderen Zuid gemaakt, wat een uitwerking is van de intergemeentelijke structuurvisie Land van Heusden en Altena 2013. In de Structuurvisie Genderen Zuid is het zuiden van Genderen voor de ontwikkeling van woningbouw aangewezen. Om de woningen te kunnen bouwen moet het bestemmingsplan dit toelaten. Op basis van het vigerende bestemmingsplan is het niet mogelijk om in het zuiden van Genderen woningen te realiseren. Met die reden is dit bestemmingsplan opgesteld, waarmee de structuurvisie wordt uitgevoerd en een rechtstreekse bouwtitel voor de realisatie van woningen ontstaat. Op initiatief van Reuvers Duurzame Ontwikkeling B.V., eigenaar van de gronden waarop de nieuwbouw in het plangebied is voorzien, is dit bestemmingsplan opgesteld. De initiatiefnemer en de gemeente Altena hebben voorafgaand hieraan samen invulling gegeven aan de structuurvisie. Dit hebben zij gedaan door deze uit te werken in een structuurontwerp (gemeente Altena) en stedenbouwkundig plan (architect initiatiefnemer). Het stedenbouwkundig plan bestaat uit 63 woningen in verschillende woningbouwtypologieen, groen, water en infrastructuur.

Het structuurmodel en de eerste schets van het stedenbouwkundig plan zijn tijdens een informatiebijeenkomst voor feedback gepresenteerd aan de direct omwonenden. Op basis van deze bijeenkomst heeft het stedenbouwkundig plan – doordat er nauwelijks concrete bezwaren zijn geuit - weinig veranderingen doorgemaakt. En, is het als basis gebruikt voor dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan motiveert dat het planvoornemen voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. 1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit de gronden waar de nieuwbouw en bijbehorende voorzieningen zijn voorzien, waar het aansluitende groen en water is voorzien alsook enkele omliggende percelen waarvoor wijzigingen of aanvullingen aan de orde zijn. Het plangebied ligt ten zuiden van Genderen en bestaat uit de percelen kadastraal bekend gemeente Aalburg, sectie D, nummers 796, 1921 gedeeltelijk, 521, 2273, 2275 gedeeltelijk, 516 gedeeltelijk, 795 gedeeltelijk, 2417 gedeeltelijk, 520 gedeeltelijk, 1748 gedeeltelijk, 1183 gedeeltelijk, 1666 gedeeltelijk, 1960 gedeeltelijk, 2448 gedeeltelijk, 2396 gedeeltelijk, 120 gedeeltelijk en 119 gedeeltelijk. Het plangebied is circa 5 hectare groot en is in gebruik als weiland of tuin. Het plangebied is voor het overgrote deel onbebouwd op enkele bijgebouwen in tuinen na.

Ten noorden wordt het plangebied begrensd door achtertuinen van woningen aan de Kerkstraat, ten westen door achtertuinen en een zijtuin van woningen aan de Weteringshof, 1

vanaf 1 juli 2019 is de gemeente Aalburg samen met de gemeente Werkendam en Woudrichem opgegaan in de nieuwe gemeente Altena

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

5

ten zuiden door weilanden en vervolgens de Tol en ten oosten door de percelen behorende bij Kerkstraat 1 en Hoofdstraat 9. De afbeelding hieronder geeft het plangebied (groen gearceerde gedeelte) op de luchtfoto weer en laat ook de omgeving ervan zien.

1.3 Vigerende bestemmingsplannen Voor onderhavig plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan

Raadsbesluit

Uitspraak ABRvS

“Genderen”

30 oktober 2018

11 december 2019

“Paraplubestemmingsplan wonen” “Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen” “Paraplubestemmingsplan archeologie” “Paraplubestemmingsplan beleidsharmonisatie” “Facetbeheersverordening archeologie” “Facetbeheersverordening beleidsharmonisatie” “Beheersverordening Altena”

19 november 2019

n.v.t.

31 oktober 2017

n.v.t.

27 februari 2023

n.v.t.

27 september 2022

n.v.t.

7 november 2023

n.v.t.

20 december 2022

n.v.t.

24 september 2020

n.v.t.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

6

“Beheersverordening Buitengebied 2016” “Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten”

25 april 2016

n.v.t.

26 maart 2024

n.v.t.

1.3.1 Bestemmingsplan “Genderen” Het plangebied heeft in het bestemmingsplan “Genderen” de bestemming ‘Agrarisch’. Ook is de gebiedsaanduiding ‘overige zone – buitengebied’ van kracht. De gronden in het plangebied zijn slechts bestemd voor agrarisch grondgebruik, omdat er geen bouwvlak van kracht is. Ook grenzen de gronden niet aan een bouwvlak waardoor geen gebouwen zijn toegelaten. In het bestemmingsplan was ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ter hoogte van het plangebied, zodat dit gebied via een wijzigingsplan kon worden veranderd naar ‘Wonen’. Deze wijzigingsbevoegheid is door de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan ‘geschrapt’. Hieronder is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven. Zie het rode pijltje voor de locatie.

Uit bovenstaande blijkt dat het planvoornemen niet past in het vigerende bestemmingsplan. 1.3.2 Bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Wonen” In het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Wonen” zijn regels opgenomen die het

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

7

wonen in de verschillende bestemmingsplannen van de gemeente eenduidig regelt. In onderhavig plangebied is Wonen niet toegelaten, waardoor de regels hier niet van toepassing zijn. Bij het maken van nieuwe bestemmingsplannen met daarin de bestemming Wonen is het van belang dat de regels zoals in dit paraplubestemmingsplan opgenomen worden overgenomen. 1.3.3 Bestemmingsplan “Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen” In het bestemmingsplan “Dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen” zijn regels over allerlei algemene onderwerpen opgenomen voor de hele gemeente. Zo zijn hierin de regels voor grondwaterbeschermingsgebieden, archeologische waarden, explosieven, parkeren et cetera opgenomen. In het plangebied gelden de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied’, ‘overige zone – algemene beleidsregels’ en ‘veiligheidszone – explosieven’. Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de bodem of het realiseren van een ontwikkeling moeten de regels die bij deze gebiedsaanduidingen en dubbelbestemmingen horen in acht genomen worden. Verder zullen bij het maken van een nieuw bestemmingsplan de in het plangebied geldende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen indien (nog) van toepassing overgenomen moeten worden.

1.3.4 Bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan archeologie”/ Beheersverordening “Facet beheersverordening Archeologie” In het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan archeologie”/ de beheersverordening “Facet beheersverordening Archeologie” zijn regels opgenomen over hoe om te gaan met eventuele archeologische waarden in de bodem. In het plangebied gelden op basis van dit bestemmingsplan/ deze beheersverordening drie verschillende dubbelbestemmingen, namelijk: - Waarde – Archeologie 2; - Waarde – Archeologie 3a; - Waarde – Arcehologie 4a. Ter plaatse van deze dubbelbestemmingen geldt dat zonder archeologisch onderzoek respectievelijk niet meer dan 100 m2, 250 m2 of 500 m2 dieper dan 0,3 m mag worden geroerd. Bij het uitvoeren van werkzaamheden in de bodem moeten de regels die bij deze dubbelbestemmingen horen in acht genomen worden. Verder zullen bij het maken van een nieuw bestemmingsplan de in het plangebied geldende dubbelbestemmingen indien (nog) van toepassing overgenomen moeten worden. 1.3.5 Bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan beleidsharmonisatie”/ Beheersverordening “Facet beheersverordening beleidsharmonisatie”

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

8

In het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan beleidsharmonisatie”/ de beheersverordening “Facet beheersverordening beleidsharmonisatie” zijn regels opgenomen over de herinrichting van het openbaar gebied, oppervlakte bijbehorende bouwwerken, bed & breakfasts, aan huis verbonden beroepen of bedrijven en parkeren en laden en lossen. De regels gelden als vervanging van regels in bestaande bestemmingsplannen of indien over de onderwerpen in bestaande bestemmingsplannen geen regels zijn gesteld als aanvulling. Hiermee trekt de gemeente voor de hierboven genoemde onderwerpen de regels in de hele gemeente – in onderhavige situatie v.w.b. de bebouwde kom – gelijk. Verder zullen bij het maken van een nieuw bestemmingsplan de in het plangebied geldende regels indien (nog) van toepassing overgenomen moeten worden. 1.3.6 Beheersverordeningen “Altena” en “Buitengebied 2016” In de beheersverordeningen “Altena” en “Buitengebied 2016” heeft het gedeelte van het plangebied waarvoor deze plannen vigeren de bestemming ‘Agrarisch gebied met landschapswaarden’ met de aanduiding ‘openheid’. Op de afbeelding hieronder, een uitsnede van de verbeelding (en legenda) die onderdeel uitmaakt van de beheersverordening, is dit zichtbaar.

De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor agrarisch grondgebruik. Bebouwing is hier slechts onder specifieke voorwaarden toegelaten. 1.3.7 Paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogsresten

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

9

In het paraplubestemmingsplan Ontplofbare Oorlogstresten zijn regels opgenomen over hoe om te gaan met ontplofbare oorlogsresten in de bodem. 1.4 Leeswijzer Dit bestemmingsplan bevat 6 hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk zullen in hoofdstuk 2 de bestaande en toekomstige situatie meer gedetailleerd uiteengezet worden. In de hoofdstukken 3 en 4 komen het beleid en de randvoorwaarden die in acht moeten worden genomen aan bod. Hoofdstuk 5 bevat de toelichting op de regels behorende bij het bestemmingslan en hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoeringsaspecten van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

10

2. Bestaande en toekomstige situatie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt in de eerste paragraaf de bestaande situatie uiteengezet. Ingegaan wordt op het dorp Genderen. Het gaat dan om de cijfers op dit moment, de geschiedenis, bebouwingsstructuur, verkeersstructuur, groen- en waterstructuur en functionele structuur. Vervolgens wordt specifiek ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. Daarna komt in de tweede paragraaf de toekomstige situatie aan bod. 2.2 Bestaande situatie In deze paragraaf wordt de bestaande situatie ter plaatse uiteengezet: de huidige situatie. 2.2.1 Genderen Het kerkdorp Genderen is gelegen in het zuidoosten van het Land van Heusden en Altena en telt 1.709 inwoners (per 1 januari 2018). Bebouwingsontwikkelingen hebben voornamelijk binnen de bestaande structuur van het dorp plaatsgevonden, waarbij de oude structuur van Genderen behouden is gebleven. De van oudsher aanwezige sterke menging van wonen en werken vormt een wezenlijk onderdeel van de karakteristiek van Genderen. Geschiedenis Genderen is een esdorp dat waarschijnlijk aan het eind van de 11e eeuw is ontstaan. Kenmerkend is het onregelmatige wegenpatroon. Na de St. Elizabethsvloed van 1421 bleven er in het gebied rond Genderen problemen met de controle van het water. Deze werden veroorzaakt door de getijdenstroom van de Biesbosch en het samenstromen van Maas en Waal bij Woudrichem.

Pas bij het scheiden van Maas en Waal en met het graven van de Bergsche Maas in 1896 werd het waterprobleem grotendeels opgelost. De Oude Wetering die in vroeger tijden in noord-zuid richting door het dorp liep, is verdwenen. Het oude stratenpatroon van Genderen is nog wel volledig intact. Uitbreiding heeft voornamelijk in westelijke richting plaatsgevonden vanaf de Oegemastraat tot aan de Doeverensestraat. Verder is er vanaf eind 19e eeuw een sterke verdichting van de bebouwing opgetreden, dit is zichtbaar op de topografische kaarten hieronder. Historische boerderijen en oude karakteristieke panden worden nu afgewisseld door nieuwe vrijstaande of twee-onder-één-kap woningen. De karakteristiek is echter onveranderd. Het min of meer organische karakter van Genderen heeft geresulteerd in de sterk wisselende afstanden van de rooilijnen tot de weg en tussen de gebouwen onderling en grote verschillen in kavelgrootte.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

11

Topografische kaart van 1896

Topografische kaart van 2020

Bebouwingsstructuur De bebouwingsdichtheden in Genderen verschillen: de nieuwbouwwoningen in het westen van Genderen staan over het algemeen op kleinere kavels dan de woningen in het oudere oosten. De bebouwing in het oosten van het dorp bestaat grotendeels uit open tot zeer open bebouwing langs de randen van het dorp en halfopen tot open bebouwing langs de straten Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

12

die meer naar binnen liggen. Het nieuwere westelijke deel kent een typologie die varieert van halfopen langs de randen van het dorp tot gesloten naar binnen. In stedenbouwkundig opzicht vormt het nieuwe gedeelte een eenheid met het oudere gedeelte. Binnen deze eenheid neemt het nieuwbouwdeel wel een bijzondere positie in. De bebouwing is hier dichter, waardoor een meer begrensd karakter ontstaat. De straten zijn hier ook vaker uitgerust met een trottoir en parkeerruimte. In het algemeen is de bebouwing in Genderen gesitueerd in bouwblokken, waarbij de bebouwing zich oriënteert op de openbare ruimte. De bebouwing in Genderen is klein van schaal. Uitzonderingen hierop vormen de grootschalige bedrijfsbebouwing ten noorden van de Hoofdstraat en aan de Meerhoek. Daarnaast zijn er in de kern enkele grootschaligere bouwblokken te vinden. Het betreft hier vaak oudere bebouwing met een agrarisch karakter. Ondanks de grootschaligheid van deze bouwmassa's passen ze goed bij het Genderense karakter. Verkeersstructuur Genderen is goed ontsloten door de Nieuwe Steeg, Doeverensestraat, Hoofdstraat, Kelderstraat en de Genderensedijk. Deze laatste twee straten komen uit op de Provincialeweg-Zuid die Genderen verbindt met de A27 en de N267. In het dorp functioneert de Hoofdstraat als de interne dorpsontsluitingsweg. De afbeelding hieronder illustreert dit.

Veel van de oudere Genderense straten hebben geen trottoir. De straten in het nieuwbouwgedeelte hebben in de meeste gevallen wel een trottoir. En hoewel de ruimtelijke

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

13

structuur van Genderen zich daarvoor prima leent, is er sprake van weinig hiërarchie in het stratenpatroon. De Hoofdstraat is de belangrijkste ontsluitingsweg. De secundaire ontsluiting wordt gevormd door de Doeverensestraat, Bulkstraat, Hoefstraat en Kerkstraat die de 'ontsluitingsring' afmaken. Het ontbreken van hiërarchie is met name te wijten aan de profilering van de wegen. Genderen is via verschillende entrees te bereiken: via de Gendersedijk en de Nieuwe Steeg, Doeverensestraat, Hoofdstraat en de Kelderstraat. De Meerstraat is nu doodlopend, maar zal straks als fietspad naar de Kromme Nol leiden. De 'hoofdentree' van het dorp wordt gevormd door de Kelderstraat, die een verbinding maakt tussen het dorp en de Provincialeweg-Zuid. De Genderensedijk neemt een bijzondere positie in het dorp in. Na de aanleg van de Provincialeweg-Zuid is deze straat een soort enclave in het buitengebied geworden. Aan de Hoofdstraat zijn bedrijven en woningen gevestigd met langs de wegdelen incidenteel een trottoir en parkeerplaatsen. Door de kronkelende as van de weg en het niet eenduidige profiel krijgt de weg een onduidelijk karakter. Het oudere deel van de straten, gelegen in het oosten van het dorp, bestaat uit zeer kronkelende straten met incidenteel een trottoir en geen bijzondere parkeervoorzieningen binnen de openbare ruimte.

De afstanden van de weg-as tot de rooilijnen verschillen per kavel waardoor er een zeer gevarieerd profielbeeld ontstaat. In het nieuwere, westelijker gelegen deel is er sprake van een meer constant profiel. Veel woningen zijn in dit deel in rijen gebouwd met een constante afstand van de rooilijn tot de weg-as. In de profielen is ook openbaar groen opgenomen. In de profielen in het oudere deel is weinig tot geen groen opgenomen. Groen- en waterstructuur In Genderen is geen sprake van een duidelijke groen- en waterstructuur. Sommige straten zijn voorzien van een ruime groene berm maar deze stroken lopen niet zodanig door het dorp dat er gesproken kan worden van een duidelijke groenstructuur. Water komt vooral voor in de vorm van kleine slootjes. Ten zuiden van de kern bevindt zich een grote vijver met speelgelegenheid aan de Ruiterhof. In vroeger tijden liep door het dorp de Oude Wetering, die aan de Weteringshof nog steeds zichtbaar is. In het westen van de kern zijn de meeste openbare groengebieden aanwezig. Hier zijn twee speelgebieden, een ruim grasveld en een moestuingebied te onderscheiden. Deze gebieden staan ook met elkaar in verbinding middels zichtlijnen. Aan de zuidwestzijde van de kern, op de overgang van de kern naar het agrarisch gebied, is bij het wooncomplex de Ruiterhof een landschapspark ontwikkeld.

Naast deze gebieden in het zuidwesten zijn er nog drie overige substantiële groengebieden te onderscheiden. Eén voor de kerk aan de Kerkstraat, één aan de Hoefstraat/Oegemastraat en één voor de ouderenwoningen aan de Burgemeester Brunestraat. Deze terreinen hebben voornamelijk de functie van kijkgroen.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

14

Een duidelijke plek met een centrale functie is niet meer aanwezig in Genderen, sinds het verdwijnen van de centrale plek op de locatie van de vroegere melkfabriek aan de Hoofdstraat. Als mogelijke nieuwe centrale plek worden genoemd: de locatie aan de Oegemastraat-Hoefstraat, de Hoofdstraat nabij de kruising met de Kelderstraat en de ruimte aan de Van der Beekstraat-Akkerstraat. Genderen ligt in een rivierenlandschap in een gebied waar de grondwaterstand relatief hoog is. Daarom is het opvallend hoe weinig open water er in de dorpskern aanwezig is. Ten noordoosten van de bebouwde kom van Genderen is een waterwingebied aanwezig. Functionele structuur De bebouwing in Genderen heeft overwegend een woonfunctie. In de oude kern en het noordelijke lint (Hoofdstraat e.o.) is duidelijk sprake van functiemenging met bedrijvigheid en voorzieningen. De zuidwestelijke woonuitbreiding uit latere jaren is van opzet overwegend monofunctioneel van aard. Bijna over het gehele plangebied verspreid komen aan huis verbonden beroepen en kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid voor. Verspreid in de kern bevinden zich tevens enkele agrarische bedrijven. De hoeveelheid detailhandelsvoorzieningen in Genderen is beperkt. Het aanbod is in de loop der jaren afgenomen. De voorzieningen zijn met name gelegen aan de Hoofdstraat en in het oostelijk deel van de kom (omgeving Kerkstraat).

Voor de dagelijkse boodschappen zijn inwoners van Genderen met name aangewezen op een supermarkt, centraal gelegen in de Hoofdstraat. Voor de niet-dagelijkse artikelen vormen radio- en tv-zaak Expert en Treffers Geschenkhuis (een zaak in huishoudelijke artikelen en speelgoed) de belangrijkste voorzieningen. Verder zijn er in Genderen onder andere nog twee antiekzaken, een rijwielhandel en enkele kapsalons aanwezig. In en net buiten de kom, aan de Genderensedijk en de Kelderstraat, zijn enkele bedrijven met tevens een detailhandelsfunctie aanwezig. Het betreft met name autobedrijven met showroomruimten al dan niet voorzien van een (benzine)verkooppunt. 2.2.2 Plangebied Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van Genderen. Op dit moment bestaat het plangebied, waar woningen, wegen, groen en water worden beoogd, uit weiland(en) zonder bebouwing. De weilanden aansluitend aan het plangebied sluiten aan aan op de dijk en uiterwaarden. Het gaat hier om een coulissenlandschap met voornamelijk wilgen en knotwilgen als perceelrand. In de verte wordt de dijk afgezoomd met populieren.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

15

Aan de noordzijde wordt de grens gevormd door achtertuin situaties van voornamelijk vrijstaande woningen gelegen aan de Kerkstraat. Het plangebied wordt ontsloten op de Kerkstraat en de Weteringshof. De ontsluiting via de Hoofdstraat leidt gemakkelijk het dorp uit en de ontsluiting richting de Weteringshof juist het dorp in. De functies rondom het plangebied bestaan voornamelijk uit wonen of agrarisch grondgebruik. Ten oosten van het plangebied is sprake van een bedrijfsbestemming ter hoogte van Hoofdstraat 5a. 2.3 Toekomstige situatie In deze paragraaf wordt de toekomstige situatie ter plaatse uiteengezet: het planvoornemen (63 woningen van verschillende typen, wegen, groen en water). 2.3.1 Structuurmodel De gemeente heeft het plangebied stedenbouwkundig geanalyseerd. Uit deze analyse is een structuurmodel tot stand gekomen. Het structuurmodel is gebaseerd op de uitgangspunten zoals geformuleerd in de structuurvisie en gaat verder uit van een opzet met: -

een aansluiting van het plangebied op de Weteringshof (en daarmee het dorp); autovrije groene vingers; heldere verkeersstructuur; minimaliseren van wegen; parkeren uit het zicht; mix van woningtypologieen; water-/groenrijk park met pad naar de Tol; diverse ommetjes.

Op basis van deze uitgangspunten is sprake van het onttrekken van het parkeren aan het zicht en wonen in het groen (met zicht op het groen), de ontwikkeling van een diverse woonwijk waar allerlei doelgroepen kunnen landen en verbinding van het groen ten zuiden van de ontwikkeling met de nieuwbouw (waterberging, ecologische functie). Hieronder is een afbeelding van het structuurmodel opgenomen.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

16

2.3.2 Planbeschrijving Met het structuurmodel als basis is het stedenbouwkundig plan voor het plangebied tot stand gekomen, waarbij aanvullend goed gekeken is naar de aansluiting van het plan op de bestaande structuur en als nieuwe dorpsrand. Vanaf de dijk is er een open zicht op het plangebied en de nu rafelige dorpsrand.

De woningen in het plangebied zullen de nieuwe dorpsrand vormen. In de gekozen opzet voor het plangebied is een van de belangrijkste uitgangspunten om dit zicht op het dorp zo natuurlijk en organisch mogelijk vorm te geven. Om tot een te beheersen kwaliteit van de overgang privé naar openbaar te komen wordt er waar mogelijk uitgegaan van een aansluiting die beïnvloed kan worden. Aansluiting wordt gezocht door de openbare weg, openbaar groen of voorgevel naar de nieuwe dorpsrand te keren. Zoveel mogelijk kavels zijn met de openbare voorzijde naar de rivier gekeerd, alleen een paar vrije sector kavel hebben een achterzijde situatie. In deze uitzonderingsgevallen zal een ontworpen kavelgrens uitgangspunt moeten zijn of een tuinstrook bestemmen als vegetatiestrook passend bij het

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

17

weidelandschap. Een belangrijk onderdeel in de uitwerking van de plannen is de voortuinsituatie. De overgang van privé naar openbaar gebied. De gevarieerde overgangen die nu in het dorp aanwezig zijn, zoals tuinmuurtjes, verschillende groenblijvende hagen, poortjes en hekwerken moeten ook in de nieuwe buurt voelbaar zijn. Uniformiteit moet dan ook juist op deze overgangen vermeden worden, kortom afwisseling is zaak. De afbeeldingen hieronder geven hier een beeld van.

Dit karakteriseert ook een dorpsrand. Vroeger vormgegeven door boerenerven die met losse bijgebouwen moestuinen en boomgaarden een natuurlijke overgang vormden en een organisch gegroeide dorpsrand opleverde. Een soort van ontstane rafelrand met veel groen en verspringende bouwvolumen. In de huidige tijd van veel kleinere tuinen en de roep om een duidelijke private achtertuin kan een dergelijke kwaliteit alleen opgeroepen worden door de voorgevel dan wel door zorgvuldig vormgegeven, openbaar gebied de overgang te laten vormen. Het plan is zo ontworpen dat naast deze voorzijde situaties zoveel mogelijk kavels een zichtlijn hebben op de dijk en het groene achterland. Daar waar mogelijk wordt openbaar groen gekoppeld aan de groene dorpsrand en dringt dit als een groene vinger het plan binnen. Ook is gekeken naar de behoefte voor een groene looproute via de uiterwaarde naar de bestaande haven aan de Bergsche Maas.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

18

Op basis van bovenstaande is het navolgende stedenbouwkundig plan ontwikkeld dat bestaat uit 63 woningen met tuin, wegen, parkeerruimte, groen en water.

Het is de bedoeling 63 woningen in verschillende typologieen te bouwen, zodat verschillende doelgroepen in Genderen terecht kunnen. Qua beeldkwaliteit wordt aansluiting gezocht van wat er nu in Genderen aan bebouwing staat. Denk aan de kwaliteiten van de heel organisch gebouwde boerderijen, die willen we terug laten komen in de nieuwbouw, maar dan moderner. Hierdoor ontstaat een afwisselend beeld zoals nu in Genderen al van toepassing is.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

19

3. Beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid dat op Rijks-, provinciaal-, regionaal en gemeentelijk niveau voor het planvoornemen van toepassing is. Per beleidsniveau wordt ingegaan op de inhoud van het geldende beleid, waarna beschreven wordt hoe er met het planvoornemen aan wordt voldaan. 3.2 Rijksbeleid In deze paragraaf wordt het Rijksbeleid dat in onderhavige situatie relevant is samengevat, het planvoornemen wordt er vervolgens aan getoetst en de conclusie wordt weergegeven. 3.2.1 De Nationale Omgevingsvisie Beleidskader De Nationale Omgevingsvisie (Novi) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Op 11 september 2020 is de Novi vastgesteld, welke vanaf 12 februari 2021 bindend is voor het Rijk als de geldende visie onder de Wro. De Novi vervangt daarmee de Structuurvisie Ruimte en infrastructuur van 2012. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening.

Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies;

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

20

- Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Verantwoording planvoornemen Als het gaat om de toevoeging van woningen in Nederland geeft het Rijk in de NOVI aan dat er tot 2030 circa 900.000 woningen gebouwd moeten worden. Om deze woningbouw een impuls te geven, zijn in de NOVI gebieden benoemd waar overheden samenwerken aan goed bereikbare grootschalige woningbouw. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijven. De gebieden zijn onderdeel van de regionale verstedelijkingsstrategieën uit de NOVI. Genderen is niet aangemerkt als specifiek ‘NOVI-aandachtsgebied’. Het met dit bestemmingsplan mogelijk te maken planvoornemen heeft geen directe betrekking op de nationaal geformuleerde belangen. Wel geeft het een passend antwoord op de structureel aanwezige vraag naar woningen. Conclusie Onderhavige ontwikkeling past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie.

3.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Beleidskader Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd.

Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Verantwoording planvoornemen

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

21

In onderhavige situatie gaat het om de toevoeging van 63 nieuwe woningen, dit betekent dat het initiatief een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt zoals is bedoeld in het Bro. Om die reden moet de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen/ gemotiveerd worden. Behoefte In Noord-Brabant stelt de provincie periodiek de woningbouwcijfers vast. Iedere drie jaar worden voor de behoeftecijfers bekend gemaakt en bezien de gemeenten hoe zij invulling gaan geven aan de woningbouwbehoefte. De gemeente Altena heeft dit gedaan door de cijfers te vertalen in een woonvisie. In de gemeentelijke woonvisie is voor de komende vijf jaar beschreven wat de kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave is voor de gemeente in zijn totaliteit en voor de kernen op individueel niveau. Voor Genderen is in de woonvisie opgenomen dat tot 2025 behoefte is aan 50 nieuwe woningen. De hoogste prioriteit ligt bij grondgebonden betaalbare koopwoningen. De gemeente Altena heeft aanvullend hierop/ voorafgaand hieraan ook een kwantitatieve doorkijk gemaakt voor de langere termijn behoefte aan woningen in Genderen. Deze is beschreven in de Structuurvisie Genderen Zuid, waarin is opgenomen dat voor de komende tien jaar in Genderen behoefte is aan 83 woningen.

Daarnaast is de ontwikkeling ook onderdeel van de SRBT Woondeal die in 2023 is gesloten, past het planvoornemen binnen de in de regio gemaakte afspraken en heeft de regio met deze ontwikkeling ingestemd. In onderhavig plangebied is het de bedoeling om 63 nieuwe woningen te ontwikkelen. Het gaat hier om een ontwikkeling in fasen met een langere ontwikkeltermijn dan 5 jaar. De huidige harde en zachte plancapaciteit ligt op 65 woningen. Onderhavige ontwikkeling is onderdeel van deze 65 woningen. Van de 63 woningen zijn er minimaal 15 geprioriteerd om na 2025 te realiseren. Onderhavige ontwikkeling is een lange termijn project dat door de gefaseerde uitvoering past binnen de behoefte aan nieuwe woningen in Genderen. Locatie Onderhavige ontwikkeling betreft een ontwikkeling die buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Door de gemeente Altena is onderzocht in hoeverre het mogelijk is om binnen het bestaand stedelijk gebied te voorzien in de woningbouwbehoefte. Er is binnen het bestaand stedelijk gebied ruimte voor 24 woningen, herstructureringsprojecten inbegrepen. Dit onderzoek is gedaan in het kader van het opstellen van de structuurvisie Genderen Zuid welke als bijlage 1 bij deze toelichting is gevoegd. Met de ontwikkeling van deze 24 eenheden wordt nog niet voldaan aan de behoefte die er aan woningen in Genderen is.

Met die reden is het voorstelbaar dat buitenstedelijk wordt ontwikkeld. De gemeente heeft een afweging gemaakt waar buitenstedelijk zou kunnen worden ontwikkeld. Deze afweging maakt onderdeel uit van de structuurvisie Genderen Zuid (bijlage 1), waarin

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

22

onderhavige locatie als potentiële uitbreidingsplek is aangewezen voor de nieuwe woningbouw die Genderen nodig heeft. Conclusie Uit bovenstaande motivering blijkt dan onderhavige ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.3 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het Provinciale beleid dat in onderhavige situatie relevant is samengevat, het planvoornemen wordt er vervolgens aan getoetst en de conclusie wordt weergegeven. 3.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Beleidskader Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant. Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaat proof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgave staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Verantwoording planvoornemen In dit plan wordt de bestemming ‘Agrarisch’ gewijzigd in bestemmingen die de ontwikkeling van 63 nieuwe woningen mogelijk maken. Het gaat hier om duurzame verstedelijking. Op basis van de prognoses - dus naar behoefte - wordt ontwikkeld. Daarbij is zorgvuldig in afstemming met de provincie via het opstellen van een structuurvisie gekozen voor deze ontwikkellocatie als landingsgebied voor de woningbouwbehoefte.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

23

Conclusie Onderhavige ontwikkeling is niet in strijd met de Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving. De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn nader uitgewerkt in een provinciale verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Hieronder wordt daarop nader ingegaan. 3.3.2 (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant Beleidskader De interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een provinciale planologische verordening. Een instrument waarmee provincies regels stellen waaraan gemeenten zich moeten houden bij het ontwikkelen van onder andere bestemmingsplannen. Omdat het bestemmingsplan onder de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant als ontwerp ter inzage is gelegd, maar onder de Omgevingsverordening Noord-Brabant wordt vastgesteld is hieronder op beide verordeningen ingegaan. De (Interim) omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waaraan ze toe zijn. Verantwoording planvoornemen o.b.v.

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Artikel 3.42/ 3.43 - Stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied In artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant heeft de provincie opgenomen dat een bestemmingsplan dat voorziet in een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt in het Stedelijk gebied. In artikel 3.43 is geregeld dat een bestemmingsplan in afwijking hiervan onder voorwaarden kan voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als de locatie is gelegen in een gebied dat is aangeduid voor ‘Verstedelijking afweegbaar’. Het plangebied ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening NoordBrabant de aanduiding ‘Landelijk gebied’ heeft. Het plangebied ligt dus niet in Stedelijk gebied. De afbeelding hieronder - een uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant - laat dit zien.

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

24

Het plangebied is ook niet gelegen in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is aangeduid met ‘Verstedelijking afweegbaar’. De afbeelding hieronder – een uitsnede van de kaart behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant laat dit zien.

In Genderen ligt een woningbouwopgave. Het gaat om het toevoegen van circa 83 woningen de komende 10 jaar. Deze woningen kunnen deels (circa 24), maar niet allemaal binnenstedelijk worden opgelost. Hierdoor is uitbreiding van het dorp aan de orde. Genderen kent in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant een gebied dat voor ‘Verstedelijking afweegbaar’ is aangeduid. Echter, dit gebied is niet het gebied waar het het

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

25

meest logisch is het dorp met woningbouw uit te breiden. De gemeente Altena heeft met die reden in afstemming met de provincie de structuurvisie ‘Genderen Zuid’ gemaakt, waarin een ander gedeelte van Genderen (de zuidzijde) dan het als ‘Verstedelijking afweegbaar’ aangeduide gebied voor woningbouw is aangewezen. In de structuurvisie is een onderbouwing hiervoor opgenomen, welke van te voren met de provincie is besproken. De onderbouwing is dat het aan de zuidzijde uitbreiden van Genderen in ruimtelijke opzicht logischer is en dat de haalbaarheid op milieuhygiensiche vlak hier minder onder druk staat dan aan de noordzijde. De provincie deelt de mening van het gemeentebestuur dat het gebied ten zuiden van Genderen in planologische opzicht geschikt is voor een logische afronding voor de kern Genderen. Stedenbouwkundig sluit dit gebied goed aan op de kern, de bestaande structuur die aanwezig is, wordt uitgebreid en versterkt. Met de provincie is overeengekomen om later op basis van deze visie de grenzen van het werkingsgebied ‘Verstedelijking afweegbaar’ te wijzigen, waarvoor in de Interim omgevingverordening Noord-Brabant een procedure is opgenomen.

Artikel 6.2 - Herbegrenzingsverzoek ‘Verstedelijking afweegbaar’ De procedure tot herbegrenzing is geregeld in artikel 6.2 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en houdt in dat het voornemen tot herbegrenzing deel uitmaakt van de openbare voorbereidingsprocedure van het bestemmingsplan waarvoor de herbegrenzing aan de orde is. Daartoe wordt in het ontwerpbesluit de gebiedsaanduiding ‘overig – in Interim omgevingsverordening toe te voegen verstedelijking afweegbaar’ opgenomen. Dit is in onderhavige situatie gebeurd. Na terinzagelegging als bedoeld in artikel 3:11 Algemene wet bestuursrecht, dient de gemeente bij Gedeputeerde Staten het verzoek tot herbegrenzing in. Het verzoek gaat vergezeld van een beschrijving waaruit blijkt dat is voldaan aan de in de Interim omgevingsverordening gestelde voorwaarden waaronder wijziging van de begrenzing mogelijk is en, in voorkomende gevallen, van naar voren gebrachte zienswijzen. Gedeputeerde Staten beslist dan binnen 4 weken na ontvangst van het verzoek. Zodra Gedeputeerde Staten hebben besloten tot wijziging van de begrenzing kan het bestemmingsplan door de gemeente worden vastgesteld. Nadat de terinzagetermijn voorbij was heeft de gemeente – in overleg met de provincie Noord-Brabant - bij Gedeputeerde Staten echter geen verzoek tot herbegrenzing ingediend.

De provinciale regels die per 1 januari 2024 gelden kennen namelijk de gebiedsaanduiding ‘Verstedelijking afweegbaar’ niet meer (en ook een andere procedure voor herbegrenzingen). Een ontwikkeling zoals onderhavige kan voortaan plaatsvinden in het ‘Landelijk gebied’, waarbinnen het planvoornemen is gelegen. Een herbegrenzing zoals eerder voorgestaan is daarom niet meer nodig. De in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen gebiedsaanduiding ‘overige zone – in interim omgevingsverordening toe te voegen verstedelijking afweegbaar’ op de verbeelding en de bijbehorende regels zijn in dit bestemmingsplan niet meer opgenomen. Artikel 3.42 - Verantwoording stedelijke ontwikkeling in ‘Verstedelijking afweegbaar’ Om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken in een gebied dat voor ‘Verstedelijking afweegbaar’ is aangeduid moet worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Het gaat dan om het navolgende voorwaarden welke voortkomen uit artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant:

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

26

a. binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b. transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken zoals bedoeld in de Interim omgevingsverordening; d. de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied. A en c komen in het kader van de motivering van de Ladder voor duurzame verstedelijking in deze toelichting in paragraaf 3.2.2 aan de orde. In verband met b. geldt aanvullend hierop dat in Genderen geen cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed aanwezig is om 63 woningen in of bij wijze van sloop nieuwbouw te ontwikkelen. In verband met d. wordt verwezen naar hoofdstuk 2 (bestaande en toekomstige situatie) van deze toelichting en bijlage 1 bij deze toelichting, waaruit nadrukkelijk blijkt dat op basis van de bestaande structuren in het gebied en de naaste omgeving goed is nagedacht over de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting van het plangebied teneinde tot een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied te komen. Verder geldt dat het initiatief een duurzame stedelijke ontwikkeling moet zijn.

Hiervoor gelden diverse criteria, namelijk: - bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; - bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; - geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; - houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; - geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; - draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het planvoornemen geeft hieraan invulling, omdat het voorziet in de behoefte aan nieuwe woningen. Daarbij geldt dat de omgeving niet hinderend is voor het planvoornemen of andersom (veilige en gezonde leefomgeving). De ligging van het planvoornemen maakt het gebruik van duurzame energie goed mogelijk, omdat het aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied ligt dat op het energienet is aangesloten. Hemelwaterberging en -infiltratie is onderdeel van het planvoornemen (voldoende ruimte voor opvang water). Doordat het planvoornemen grenst aan het hart van het stedelijk weefsel op loop-/fietsafstand van voorzieningen en OV-haltes kan gemakkelijk gebruik gemaakt worden van duurzame mobiliteitsoplossingen. Verder draagt het planvoornemen bij aan een duurzame, concurrerende economie.

De toevoeging van woningen heeft een positief effect op de levensvatbaarheid van voorzieningen in de nabijheid van het planvoornemen. Paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

27

toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt hieraan invulling gegeven. Zorgplicht voor goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing lagenbenadering en meerwaardecreatie Het plan is gelegen aan de rand van het dorp Genderen, niet zijnde bebouwde kom. Zorgvuldig is bezien in hoeverre het mogelijk is om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. Hier is onvoldoende ruimte voor het aantal en type (grotendeels grondgebonden) te realiseren woningen, waardoor uitbreiding aan de orde is (zorgvuldig ruimtegebruik). Alvorens voor onderhavige locatie is gekozen is op beleids-, stedenbouwkundig-, milieu-, waarden- en sectorale aspecten in het kader van de structuurvisies Land van Heusden en Altena en Genderen Zuid onderzoek gedaan. Zie ook hoofdstuk 2 (bestaande en toekomstige situatie) van deze toelichting en bijlage 1 bij deze toelichting (toepassing lagenbenadering).

Bij de invulling van het plangebied is gekeken naar hoe de dorpsrand kan worden afgemaakt (er wordt dus nauw tegen bestaand stedelijk gebied ontwikkeld) en optimale verbinding tussen de nieuwbouw en het bestaande dorp (korte afstanden tot het centrum) en met het buitengebied (overgang stad-land, ruimte voor recreatie (ommetjes) en ecologie) ontstaat (meerwaardecreatie). De nieuwe woningen worden verder in duurzame materialen en energiezuinig uitgevoerd en zijn qua architectuur, vorm, massa en materiaalgebruik passend in het landschap en de omgeving. Onder paragraaf 3.2.2 ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk hoofdzakelijk is geënt (zorgplicht voor goede omgevingskwaliteit). Kwaliteitsverbetering landschap In verband met kwaliteitsverbetering van het landschap geldt in onderhavige situatie – een planmatige stedelijke ontwikkeling – dat ingevolge de in het RRO gemaakte afspraken 1% van de uitgifteprijs geinvesteerd moet worden in het landschap. Het gaat om een te investeren bedrag van € 39.314,19, gebaseerd op de gemeentelijke uitgifteprijzen 2021-2022.

Voor de vrije sector is uitgegaan van de gemiddelde uitgifeprijs, voor sociale huur en koop zijn de bedragen per woning gehanteerd voor meergezinswoningen (benedenbovenwoningen) en eengezinswoningen (rijwoningen in categorie sociale koop). Dit bedrag kan worden gestort in het gemeentelijke groenfonds of worden geinvesteerd in fysieke kwaliteitsverbeterende maatregelen. Voor dit laatste wordt gekozen. Grenzend aan het gebied waar de nieuwbouw wordt ontwikkeld is een gebied voorzien voor natuur en een recreatieve route. Hiervoor is een landschapsplan gemaakt (bijlage 19 bij deze toelichting), dat een waarde vertegenwoordigt van € 64.263,32. Voor de berekening van het investeringsbedrag (1% uitgifteprijs) en de fysieke maatregelen wordt verwezen naar bijlage 11 bij deze toelichting. Verantwoording planvoornemen o.b.v. Omgevingsverordening Noord-Brabant Ten opzichte van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant kent de Omgevingsverordening Noord-Brabant ‘Verstedelijking afweegbaar’ als gebiedsaanduiding

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

28

niet meer. Het plangebied is in de Omgevingsverordening Noord-Brabant dan ook niet als zodanig aangeduid, maar ‘slechts’ gelegen in het Landelijk Gebied. Het is voortaan aan gemeenten om te motiveren dat een stedelijke ontwikkeling op een bepaalde locatie in het Landelijk Gebied passend is. In onderhavige situatie geldt dat de motivering voor de stedelijke ontwikkeling ter plaatse is opgenomen in de ‘Structuurvisie Genderen Zuid’. Eerder in deze paragraaf onder ‘verantwoording planvoornemen o.b.v. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, maar ook in paragraaf 3.5.2 Structuurvisie Genderen Zuid verderop in deze toelichting wordt hierop uitgebreid ingegaan. De regels die voor stedelijke ontwikkelingen in ‘Verstedelijking afweegbaar’ golden zijn in Omgevingsverordening Noord-Brabant nog steeds van toepassing, maar nu opgenomen in artikel 4.56 ‘Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling’ voor de motivering hiervan wordt verwezen naar de motivering van artikel 3.43 van de Interim omgevingsverordening NoordBrabant hierboven. Verder geldt nog steeds dat een stedelijke ontwikkeling moet passen in de regionaal gemaakte afspraken en het moet gaan om een duurzame stedelijke ontwikkeling. Dit is opgenomen in artikel 4.55 ‘Duurzame stedelijke ontwikkeling’.

De regels die in dit artikel zijn opgenomen zijn ongewijzigd ten opzichte van de regels onder 3.42 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Voor de motivering hiervan wordt dan ook verwezen naar de motivering van artikel 3.42 hierboven. Verder zijn paragraaf 4.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies en artikel 4.11 Kwaliteitsverbetering van het landschap van toepassing. De regels in deze paragraaf en dit artikel zijn overeenkomstig de regels in paragraaf 3.1.2 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, welke hierboven zijn gemotiveerd en waarnaar dan ook wordt verwezen. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de regels die de (Interim) Omgevingsverordening NoordBrabant stelt. 3.4 Regionaal beleid In deze paragraaf wordt het regionale beleid dat in onderhavige situatie relevant is samengevat, het planvoornemen wordt er vervolgens aan getoetst en de conclusie wordt weergegeven. 3.4.1 Perspectief op Wonen en Woningbouw sub regio Breda e.o. 2021 Beleidskader Op 9 juli 2021 heeft de provincie Noord-Brabant en de sub regio Breda e.o. het Perspectief op Wonen en Woningbouw sub regio Breda e.o. 2021 vastgesteld.

Het uitgangspunt voor het Perspectief op Wonen en Woningbouw zijn de volgende documenten, ambities en afspraken(kaders): - Provinciale Interim-Omgevingsverordening (IOV) en Brabantse Agenda Wonen - Werkafspraken - Uitgangspunten versterken regionale samenwerking vanaf 2021 - Regionale Investeringsagenda/verstedelijkingsafspraken Breda-Tilburg - Intensievere samenwerking met de corporaties

Bestemmingsplan Kern Genderen: Genderen-Zuid’ – 15 september 2024

29

De kwalitatieve opgave voor de regio ligt in het creëren van meer doorstroming door het toevoegen van de juiste woning (ook belangrijk voor starters) én het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. De centrale ambitie in het regionale woningmarktbeleid is het terugdringen van de druk op de woningmarkt door een versnelling van de woningbouwproductie. Zeker nu de laatste bevolkingsprognose laat zien dat de regio toegroeit naar 485.000 inwoners in 2030 en naar 495.000 inwoners in 2040. De regio Breda staat gezamenlijk voor de kwantitatieve opgave van het toevoegen van minimaal 18.315 woningen in de periode 2020 tot 2030 (conform provinciale prognose 2020). Dit is nodig om de huishoudensgroei te kunnen faciliteren. Kijkend naar de groei- en verstedelijkingsambities van de regio Breda bevat het Perspectief op Wonen en Woningbouw een extra woningbouwopgave, bovenop de provinciale prognose. De omvang van de ‘plus’ wordt geraamd op 11.995 woningen. De totale woningbouwopgave is daarmee ca. 30.000 woningen tot 2030. In de periode 2030 tot 2040 is de ambitie van de gemeenten gericht op de toevoeging van ca. 17.750 woningen. Deze woningbouw voorziet primair in de groeiende behoeften in de sub regio en draagt verder bij aan het versterken van het vestigingsklimaat en de stedelijke en regionale economie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14567923/1